Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Jarenlang stiekem met de trein

Iemand vroeg mij hoe ik mijn dagboek maak. Ga ik ervoor zitten? Heb ik een vast tijdstip in de avond? Schrijf ik achterelkaar door? Hoeveel uur staat ervoor en heb ik nog wel genoeg om te schrijven? Ik vermoed dat mijn dagboekschrijverij vergeleken kan worden met de schrijver van de oudejaarsconference. Ik denk dat de acteur het hele jaar dag en nacht een antenne uit heeft staan, waarneemt en opschrijft en dan enige weken voor Oudejaar hij alle aantekeningen uitwerkt.

Ik doe het ook zo. De hele dag door staat mijn antenne uit (of moet ik zeggen de antenne staat aan?) en meteen noteer ik wat ik denk dat zou passen in het dagboek. En tot mijn stomme verbazing zijn er voortdurend gebeurtenissen, gedachten, confrontaties die wellicht in het dagboek van morgen passen. En dan ’s avonds laat of ’s morgens vroeg aan de computer in mijn rabbinaatskamer, bestaande uit niet meer dan 1 vierkante meter van onze gewone woonkamer en op afstand een secretaresse/assistente die waar nodig overneemt.

De politie wil liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer.

Het gebeurt regelmatig dat ik mensen ontmoet die ik ergens in den lande Joodse les heb gegeven. Toen ik namelijk pas in Nederland was gaf ik twee dagen per week Joodse les aan kinderen in de Mediene(Joodse gemeenschap buiten Amsterdam). Vijf jaar lang ben ik iedere zondag naar Leeuwarden gegaan met de trein. Dat kon toen nog want heden ten dage wil de politie liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer vanwege veiligheid. Anno 2020, 75 jaar na de bevrijding!

Maar ook in Neede gaf ik Joodse les, en in Winterswijk, Breda, Roosendaal, Zwolle, Aalten, Baarn en natuurlijk in mijn vaste standplaats Amersfoort. Recentelijk heeft een van mijn oud-leerlingen een hoge positie gekregen binnen de gezondheidszorg. Hij had me ook advies gevraagd hoe hij zich het best kon opstellen bij de sollicitatie, alsof hij nog de leerling van 8 jaar was! Zo’n hernieuwd contact is leuk. Maar ik kom uiteraard ook mensen tegen ‘van vroeger’ met wie ik aanvaringen heb gehad. We stonden soms fel tegenover elkaar, omdat hij bestuurder was en ik rabbijn. Er behoort een natuurlijke spanning te zijn tussen rabbijn en bestuurder. Dat houdt beiden scherp en is dus mijns inziens goed. Maar escalatie is niet zeldzaam en ontaardt van tijd tot tijd in een conflict tussen rabbijn en leek.

Inmiddels weet ik dat ook in niet-joodse kringen predikanten, bisschoppen en ook imams niet onbekend zijn met dit soort spanningen. Ik heb in de loop der jaren een aantal escalaties meegemaakt. Ik durf mezelf op dit terrein dan ook een ervaringsdeskundige te noemen. Overigens heb ik juist door het overleven van dit soort toestanden anderen die in soortgelijke situaties waren beland kunnen helpen, ook nog recentelijk.

Een paar dagen geleden ontmoette ik zo’n conflicterende bestuurder van decennia geleden. Ik denk dat wij beiden beseffen dat verleden tot het verleden behoort en dat nu het vandaag speelt. Hij is geen bestuurder meer van een Joodse Gemeente en ik ben gewoon rabbijn gebleven. En dus is de grond van de spanning van toen niet meer aanwezig en hebben we prima contact. We zitten zelfs samen in een Raad van Toezicht en zullen elkaar helpen waar nodig. En het verleden? Is niet vergeten, maar wel vergeven.

Even een aardige anekdote die in mij opkwam toen ik deze bestuurder van toen ontmoette: Er werd van mij verlangd dat ik eens per week van Amersfoort met de auto naar Aalten reed, van Aalten naar Winterswijk en dan daartussen door ook nog even les in Neede bij een familie thuis. Nog recentelijk heb ik de Needense ouders, die inmiddels in Enschede wonen, bezocht. In die tijd waren de wegen in die omgeving verre van ideaal. ’s Avonds slecht zicht, bomen aan weerskanten. Tel daarbij op dat ik vermoeid was van het geven van de lessen. Dat ik in de winter verkleumde van de kou omdat in de sjoel van Aalten de kachel werd aangestoken als ik de les begon en het dus bij vertrek pas warm was.

En dus kwam ik op het volgende idee: ik neem vanuit Amersfoort de sneltrein naar Apeldoorn. Vanuit Apeldoorn de boemeltrein naar Lichtenvoorde. Niet ver van het station van Lichtenvoorde was een garage die ook een taxibedrijf had. Ze waren bereid mij wekelijks bij de trein op te halen. Ik reed de chauffeur naar de garage terug, reed naar Aalten, Winterswijk en Neede. Daarna weer naar Lichtenvoorde om de auto terug te brengen. Kosten? Trein + huurauto Fl. 70,00. Briljant, dacht ik. Ik zou dan een uur langer onderweg zijn, maar qua vermoeidheid en veiligheid veel beter. En bovendien: Fl.10,00 goedkoper dan de vergoeding die ik kreeg voor de gereden kilometers. Ik enthousiast naar mijn werkgever/bestuurder. Besparing van fl.10,00 per week! Ik was weliswaar een uur langer onderweg, maar ik werd per dag betaald, dus wat salaris betreft geen verschil.

Maar tot mijn stomme verbazing werd mijn voorstel afgewezen. Reden: als ik gebruik maak van de trein moet ik ook de bus gebruiken. Een huurauto behoorde niet tot de mogelijkheden. Ik probeerde nog uit te leggen dat het op deze manier veiliger zou zijn, beter voor de lessen omdat ik minder moe zou zijn en fl.10 goedkoper! Het bestuurlijke neen bleef overeind. Ook mijn argument dat de busverbindingen daar dermate slecht waren dat ik niet alle leerlingen na vier uur (einde van de school) en zeven (bedtijd) kon bereiken, werd niet geaccepteerd. En wat heb ik gedaan? Jarenlang stiekem met de sneltrein, boemeltrein en taxi en fl.80, 00 gedeclareerd zodat ze dachten dat ik met eigen auto de kilometers had afgelegd. Niet helemaal koosjer dus, wel veiliger en inmiddels meer dan 40 jaar geleden en dus verjaard.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.