Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

De predikant is niet-joods, de rabbijn we Dagboek van een opperrabbijn

Omdat ik nu al maandenlang aan het “dagboeken” ben, ben ik benaderd met de vraag of ik er iets voor voel om een aantal van de dagboeken uit te geven in een boekvorm. De vraag kwam van meerdere kanten. Nou heb ik er weleens over nagedacht om mijn vijfenveertig jaar rabbijn-in-functie aan het papier en dus aan de historie toe te vertrouwen, maar het probleem is dat ik er dan niet onderuit zou kunnen om mensen te beschamen, en daarvoor pas ik, hoe interessant voor de toekomst dit ook moge zijn. En dus geen “Autobiografie Jacobs. Nooit zit hij op een kruk, want altijd is iemand bezig de poten onder zijn stoel vandaan te zagen”. Dat gaat het dus niet worden, terwijl de titel die ik wel al in mijn gedachte had, boekdelen spreekt.

 

Maar een boek van dagboeken? In eerste instantie vroeg ik me af wat voor nut het zal hebben en wie zou daarin nou geïnteresseerd zijn? En het grootste probleem: Bitoel Thora! Ik leg het uit: we hebben als Jood/mens de verplichting om voortdurend te lernen of anderzijds bezig te zijn met het verrichten van goede daden. Niet onze tijd te verdoen. Bitoel Thora betekent: verkwisting van tijd. En die verkwisting van tijd is een overtreding. Ik had iets goeds kunnen doen, ik had een psalm kunnen uitspreken, een deel van de Talmoed bestuderen, iemand in nood kunnen bijstaan etc. en in plaats daarvan zit ik een film te bekijken of verdoe ik mijn tijd op een andere manier. Als ik mijn dagboek schrijf probeer ik mensen te inspireren en giet ik daartoe de inspiratie in een (hopelijk) aantrekkelijk jasje, ik bouw er een verhaal omheen opdat de boodschap gehoord wordt. Maar om nou al die dagboeken van mij te gaan bundelen? Schiet dat zijn/mijn doel niet voorbij? Is dat geen verkwisting van tijd? En bovenal: wie zit hier nou op te wachten?

Vanochtend bracht ik een bezoek aan een echtpaar, overlevenden van de Sjoa, vanwege een bijzondere verjaardag, 90 jaar. Vitaal en goed van geest. Wat wil een mens nog meer? Er al kletsend vertelden ze mij dat ze een van mijn dagboeken hadden gestuurd naar een christelijke kennis. In zijn reactie op mijn dagboek stond het volgende te lezen: “De rabbijn heeft een heel eigen stijl die wij in onze kerk niet kennen. Een grapje, iets uit het gewone dagelijkse leven, daardoorheen een Bijbelse les aangereikt als handvat om met het gewone dagelijkse om te gaan.” Dat was voor mij interessant te vernemen want een van de partijen die mijn dagboeken wilde uitgeven gaf aan dat mijn benadering anders is dan de gemiddelde benadering van de predikant en dus zou ik iets verfrissends kunnen geven aan die predikant. Tegelijkertijd werd mij gevraagd, door een van de partijen voor wie ik het dagboek schrijf, om mijn stijl juist te veranderen, een ander format. Eerst een Bijbeltekst en die dan op een Joodse manier uitwerken. Dus in plaats dat ik de predikant mag veranderen, wordt mij gevraagd om mezelf te veranderen en meer de taal van de predikant te spreken.

 

Ik herinner mij van tientallen jaren geleden een soortgelijk dilemma: ik was nog maar pas geestelijk verzorger in de psychiatrie en voelde me een beetje dom. Er liepen daar psychiaters, psychologen, psychiatrisch verpleegkundigen en zo’n beetje de enige die geen psy voor zijn naam had was ik als rabbijn. En dus ging ik me aanpassen. Mensen zaten niet meer in de put, maar waren manisch depressief. Mensen die minder stabiel waren, werden in mijn aangepast taalgebruik borderline patiënten en ik kende de namen van bijna alle pilletjes. Ik deed dat kennelijk zo goed dat de directie voorstelde dat ik op hun kosten en in hun tijd klinische psychologie kon gaan studeren. En toen schrok ik wakker. Want wie ben ik dan dadelijk na die opleiding? Ben ik dan psycholoog of rabbijn? De geestelijk verzorger in de psychiatrie heeft een eigen zeer specifieke taak. De psychiater geeft de medicatie, de psycholoog de therapie, de maatschappelijk werker zoekt naar zinvolle dagbesteding en de geestelijk verzorger, ongeacht van welke denominatie, steunt de patiënt met zingeving en acceptatie van het lijden. Als ik psycholoog word, wie neemt mijn specifieke taak van zingeving over? Valt het te combineren?

 

En dus bleef ik gewoon rabbijn, geestelijk verzorger met uiteraard kennis van de wereld der psychiatrie. Maar mijn gereedschap is en bleef Thora en Traditie. Bij mij zagen de mensen het gewoon niet meer zitten en psychofarmaceutische medicatie waren gewoon pilletjes.

 

Hetzelfde zien we hier ook. Het is prima als de predikant weet hoe de rabbijn zijn dagboek schrijft, zijn toespraak opbouwt. En voor mij is het fijn te zien hoe een priester of een dominee zijn predicatie samenstelt. Maar laat mij gewoon mezelf blijven. Zo niet dan zou je kunnen denken dat het enige verschil tussen een predikant/pastoor en een rabbijn eruit bestaat dat de predikant niet-joods is en de rabbijn wel! En dat zou toch jammer zijn, waarschijnlijk voor beiden!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.