Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

De mens leert nooit van de geschiedenis – dagboek van een opperrabbijn 9 juli 2020

De mens leert nooit Het was me het dagje wel. Om 8:30 uur mijn huis verlaten op weg naar Brussel en nu 22:45 uur weer thuis. In Brussel had ik een belangrijke ontmoeting over reizen met EU-politici naar Auschwitz. Zo’n reis kost geld en, zoals mij werd uitgelegd, zijn politici zeker bereid mee te komen, mits het hun eigen buidel ongemoeid laat. En dus moeten wij hun tickets betalen, hun hotels en de taxi’s die ze moeten nemen om van en naar het vliegveld te komen.

 

Wie zijn die ‘wij’ vraagt u zich af. ‘Wij’ zijn de staf van de EJA – European Jewish Association. Dit is een koepelorganisatie waaronder allerlei organisaties vallen. Een van die organisaties is de RCE, de Rabbinical Center of Europe en ook EIPA, een persbureau dat als voornaamste taak heeft om de verdraaiingen die over Israël worden verkondigd te neutraliseren. Dat is een belangrijke taak gezien de onwaarheden die worden verkondigd door onze ‘vrienden’ groot en fnuikend zijn.

 

Neem bijvoorbeeld ons eigen NOS-journaal, dat toch door de gemiddelde Nederlander als het summum van neutraliteit wordt beschouwd. De NOS spreekt steevast over bezette gebieden in plaats van betwistte gebieden. En de inwoners van de betwistte gebieden, zijn geen mensen, maar kolonisten. En het woord kolonisten doet ons meteen denken aan ons koloniale verleden dat speciaal in deze tijd van het Zwarte-Piet-fanatisme een catastrofale uitstraling heeft. Kijkt u in dat kader even hiernaar. 

 

De RCE, waar ik bestuurder van ben, heeft meer dan 800 leden die door het hoofdkantoor in Brussel gesteund worden op velerlei gebied. Mijn specifieke taak bestaat eruit om de lokale rabbijnen daar waar nodig te ondersteunen met gioer- het toetredingsproces. Als een lokale rabbijn wordt geconfronteerd met iemand die niet-joods is en Joods wil worden, dan begeleid ik de vaak jonge rabbijn in zijn begeleiding van het gioer proces. Maar daarnaast ben ik belast met de contacten met Overheden op het gebied van bijvoorbeeld besnijdenis, koosjer slachten, antisemitisme, media. Het voornaamste doel van deze trip was om in Nederland een club op te richten van niet-joden die bereid zijn hun invloed aan te wenden om de politiek de juiste kant op te krijgen. En met die juiste kant bedoel ik zeker niet dat die lobby pro Netanyahu moet zijn, maar wel een lobby die bereid is om ook Israël te bekijken door een gewone neutrale bril en niet met sterk gekleurde glazen. Ik hoop dat dit gaat lukken, maar het wordt steeds ingewikkelder, want heden ten dage mag alles alleen nog maar gekleurd bekeken worden. Of juist niet? Ik kan er soms geen touw meer aan vastknopen.

 

Op de terugweg in de auto ontvang ik een verontruste e-mail over een artikel in het NRC met als titel: 'AIVD-infiltrant bij extreemrechts'. De bestuurder van de Joodse Gemeente die mij het artikel stuurt heeft er in zijn begeleidende e-mail bijgeschreven: de rillingen lopen me over de rug. En hoewel ik niet zo snel bevangen word door rillingen, is dit wel een uiterst zorgwekkend relaas. Het toont hoe diep en sluw het extremisme, antisemitisme, neonazisme en anarchisme sluipend en steeds duidelijker aanwezig zijn om onze mondiale en ook Nederlandse gemeenschap te penetreren. En ondertussen concentreert de politiek en ook de Kerk zich vooral op Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten waar democratie echte democratie is.

 

O ja, nog even vergeten. Toen ik eergisteren in Maastricht door de binnenstad liep werd ik door een mij onbekende man aangesproken. Of ik Joods was, vroeg hij mij. Een briljante vraag, dacht ik bij mezelf. Hoed op, baard, donker pak. Hoe Joodser zou ik eruit kunnen zien. Toen ik bevestigend had geantwoord vroeg hij mij waar hij mij over een kwartier zou kunnen treffen.

 

Om een lang verhaal kort te maken: via zijn ouders was hij in het bezit gekomen van een Jad, een zilveren stokje met aan het eind een handje (Jad) waarmee de tekst wordt aangewezen bij de voorlezing uit de Thora. Hoe het bij zijn ouders was gekomen wist hij niet, maar hij had er geen goed gevoel bij. En dus kreeg ik het jadje. Aan wie het had toebehoord? En waar en wanneer waren de eigenaren vergast? Het zal onbekend blijven. Maar het jadje, het handje, was nu terug naar waar het behoorde te zijn: in Joodse handen.

 

Voelt u wat er hier gebeurt? Het verleden wordt me aangereikt in de vorm van dat jadje uit de jaren ’40- ‘45. De toekomst laat zich raden als ik lees hoe steeds dieper en dieper extreemrechts en extreem-links onze maatschappij penetreren en uit zijn op een herhaling van 75 jaar geleden. En in Brussel was ik op zoek naar middelen om te voorkomen dat het verleden op korte termijn onze toekomst gaat worden. Ik benadruk vaak dat de enige wetmatigheid die we kunnen leren uit de geschiedenis luidt: de mens leert nooit van de geschiedenis, want de geschiedenis herhaalt zich steeds. En toch was ik in Brussel op ons Europese hoofdkantoor om die wetmatigheid der geschiedenis teniet te doen. Of het lukt weet ik niet. Ik begrijp de koude rillingen waarover ik las in mijn email erg goed. Want het wordt me steeds duidelijker dat het TOEN bezig is om NU het MORGEN te bepalen.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.