Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Antisemitisme is nooit weggeweest - dagboek van een opperrabbijn 1 juli 2020

Het komt steeds dichterbij: Op 13 juni werd er tijdens een manifestatie tegen racisme te Parijs (6 uur rijden) gescandeerd: “Sales Juive”(vuile Jood). En zondag jongstleden weerklonk in de straten van Brussel (2½ uur met de auto): “Khaybar, khaybar o Jood, het leger van Mohammed zal terugkomen”.

 

En terwijl ik zorgelijk hiervan kennis neem, krijg ik een e-mail van een Joodse vrouw, die ingaat op mijn dagboek. Leest u zelf:

 

Rabbijn Jacobs,

U heeft het er vaak over. En het valt andere mensen, niet Joods, ook op. Zij begrijpen het niet.
Een kennis van me begon er zelfs over.
Zij was ontdaan over wat ooit in een krant had gestaan, over antisemitisme, toen er een steen bij u naar binnen was gegooid. “Bij ons vroeger thuis kwam ook wel eens een baksteen door het raam. Wij woonden op een hoek. Je schrikt verschrikkelijk! Maar dit zijn kwaaie jongensstreken!”
Zij kon er geen antisemitisme in ontdekken.

 

Rabbijn Jacobs. U spreekt steeds over “opkomend” antisemitisme. Ik kan niet wennen aan dat woord: “opkomend”.
In mijn ogen is het er altijd geweest. Ik heb geleerd, op de lagere school, hoe slecht Joden zijn. Er was toen ook een speciaal gebed voor iedereen die slecht was. “Zondaar was”. Voor ieder type zondaar werd gebeden voor bekering en dan moest je gaan staan. Voor de Joden werd ook gebeden. Maar die waren zó slecht dat je er niet voor mocht gaan staan. Je moest blijven zitten. Dan werd er ook boos naar mij gekeken. Dat vond ik raar en ik begreep dat niet. Wij waren thuis katholiek. Ik leerde ook dat “de Joden” de ellende zelf over zich hebben afgeroepen. Want………………. Dát is wat door de eeuwen heen aan iedereen is onderwezen. Tot de jaren 60 ongeveer.
Dus Joden zijn slecht! Door hen lijden we dagelijks pijn en zijn er nog steeds oorlogen. En hun religie is vreemd en achterhaald.

En zo denkt de doorsnee Nederlander er ook over. De wereld is niet veel wijzer geworden in de 81 jaar dat ik erop rondloop.
Waarom dit verhaal? Ik heb het idee dat mensen u niet begrijpen als u het over antisemitisme hebt. Voor hen is het zó gewoon. Joden zijn slecht. Dat is nu eenmaal zo.

 

Een verdrietige brief. Wat mij betreft moeten we zo min mogelijk terugblikken. Oog hebben voor het nu is van groter belang. Hoe vaak kwamen christenen bij mij om oprechte vergiffenis te vragen voor de vervolgingen door de eeuwen heen door hun voorouders bedreven. Voor mijn gevoel totaal overbodig. Ik voel me daarbij zelfs ongemakkelijk. De hechte vriendschappen die ik heb met de bisschoppen en in PKN-kringen, worden door mij gekoesterd. Daar richt ik mijn blik op en daar gaat het om. Voor nu en voor morgen.

Maar tegelijkertijd moet ik wel beseffen, zo vertellen mijn christelijke vrienden, dat er nog grote groepen in de kerken lijden aan de besmettelijke ziekte die antisemitisme is en antizionisme wordt genoemd en dan veelal gekoppeld zit aan de vervangingstheologie. Maar laat ik duidelijk zijn: Het “sales juives” van 13 juni en het “Khaybar, khaybar o Jood, het leger van Mohammed zal terugkomen” zal niet geïnspireerd zijn door de christelijke vervangingstheologie. Maar dat maakt niet uit, want het antisemitische virus muteert door de eeuwen heen.

 

Vandaag werd te Nijkerk een geweldig boeiende tentoonstelling geopend genaamd “Redders in Nood”. Het toont het verzet dat er werd gepleegd in ons land in de Tweede Wereldoorlog. Midden in de tentoonstelling staan er drie deuren naast elkaar. De bezoeker kan aanbellen en hoort de befaamde verzetsstrijder Ds. Overduin vragen of de mensen die hier wonen, leden van zijn kerk, voor één nacht twee Joodse mannen in huis kunnen nemen. Een van de drie wordt kwaad en verwijt de dominee dat hij zijn gemeente in gevaar brengt, de ander durft niet en de derde is bereid ze in huis te nemen.

 

Ondertussen leert de tentoonstelling mij ook dat het kopgeld (de beloning die verkregen werd voor iedere Jood die verraden werd), waarvan ik dacht dat het maximumbedrag Fl. 7,50 bedroeg (voor die tijd een aanzienlijk bedrag) later is opgelopen tot wel Fl. 40,00 voor iedere Jood die werd verraden. Ik ben benieuwd of voor het verraad van Bep, over wie ik eergisteren heb geschreven, de hoofdprijs is verkregen of dat de helden/verraders het met minder moesten doen. Misschien kunnen de nazaten alsnog bij de overheid een navordering indienen. Moet toch kunnen?!

 

Enfin, laat ik stoppen. Ik ben niet boos, maar intens verdrietig. Maar tegelijkertijd innig dankbaar voor de verzetshelden van toen en de christelijke en ook niet-christelijke vrienden van nu. Want ik ben gezegend met prachtige vriendschappen.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.