“Eens een Jood, altijd een Jood”

Toen ik maanden geleden gevraagd werd om een dagboek bij te houden van een “opperrabbijn in coronatijd” voor het JCK verwachtte ik dat ik dat enige weken zou kunnen volhouden en dat ik dan wel uitgeput zou zijn, gebrek aan inspiratie, gebrek aan nieuwe belevenissen. Ik zou moeilijk iedere dag hetzelfde kunnen gaan schrijven omdat uiteindelijk ieder dag min of meer hetzelfde is, want dan zou de lezer zeggen: Dag dagboek! Genoeg! Nu weten we wel wat zo’n rabbijn doet. En dus zou mijn schrijven zich tegen dovemansoren richten.

 

Maar ik ben geheel niet uitgeput, integendeel! Naarmate ik langer schrijf wordt het steeds eenvoudiger, omdat ik steeds meer reacties krijg die bijna elk weer het doorvertellen waard zijn. Ik zal dadelijk zo’n reactie met u delen. Maar eerst even gewoon wat ik vandaag mocht beleven.

Voor de urgente TV opname waarvan ik gisteren melding maakte, werd ik alsnog ingeschakeld en dus een afspraak gemaakt voor vanmiddag, die vervolgens weer werd afgezegd omdat ze liever een collega van mij interviewen, hoewel hij niet in Nederland woont, geen Nederlands spreekt en pas zeer kort geleden is aangesteld. Het onderwerp was: de geschiedenis van Nederlandse Joden na de oorlog. Vervolgens toch ik weer en zo zou ik dus vanmiddag om 14:30 uur meedoen met TV documentaire voor de Franse televisie over Jodendom in Nederland na de holocaust. Maar later weer een email dat het toch niet doorgaat want de camera van de tv-ploeg was gestolen. En ik mijn agenda dus weer omgooien. Keeps me busy!

Ik moest vanochtend al vroeg m’n bed uit, ochtendgebed en dan op naar Nijkerk om officieel afscheid te nemen van Roger van Oordt, directeur van Christenen voor Israël. Niet dat hij stopt, helemaal niet. Waarvan hij dan precies afscheid neemt is me uiteindelijk wel duidelijk geworden, maar vergt te veel van de mij ter beschikking gestelde ruimte voor mijn dagboek om dat uit te leggen.

 

Gisteravond laat thuisgekomen. Inspectie! Neen, niet van een school. Inspectie van een keuken! Al meer dan twintig jaar huurt een cateraar uit Antwerpen een hotel af voor Joodse gasten uit Israël, Zwitserland, USA, België, Frankrijk, Engeland. Orthodox Joodse families, alleenstaanden, jongeren en ouderen die gewoon een weekje of langer op vakantie willen. De caterer adverteert en zo komen de gasten. Gasten die elkaar gewoonlijk niet kennen en ook geen enkele band met elkaar hebben. Ik vermeld dit even omdat outsiders die al die Joden zien altijd denken dat ze allemaal familie van elkaar ze zijn. Ze dragen immers allemaal een keppeltje. Dit jaar wordt het dus Baarlo. Maar wat doe ik daar? En nog voor het is opengesteld? Ik ga kijken hoe de keuken gekasjerd kan worden, daar richtlijnen voor geven en ervoor zorgen dat gedurende de hele vakantieperiode mijn verklaring dat al het voedsel koosjer is niet alleen een verklaring is, maar daadwerkelijk staat voor kasjroet, een soort Kema Keur, maar dan voor orthodoxe Joodse keuken. 

Ook heb ik een verzoek ontvangen van een organisatie waar ik, althans dat schreven ze mij, in het Comité Aanbeveling zit. Of ik een artikeltje kan schrijven van zo’n 3000 woorden, 4000 mag ook. Nou, ik weet niet of u beseft hoeveel woorden vierduizend woorden zijn. Maar laat ik u verklappen dat dat echt geen artikeltje is, maar een groot artikel. Om u enig inzicht te geven: zeven keer de lengte van hetgeen u tot nu toe in mijn dagboek van vandaag hebt gelezen.

O ja, ook vanmiddag een interview met het NIW, het enige Joodse magazine dat Joods Nederland nog rijk is. Onderwerp? Mijn vriendschap met de scheidende directeur van Christenen voor Israël.

 

Voor de Joodse jeugd worden zomervakantie activiteiten georganiseerd door Chabad Holland, een chassidische beweging waartoe ikzelf ook behoor. Aan mij om de financiën te regelen en de administratie bij te houden, zodat alles netjes klopt.

 

Ook nog tussen 16:00 en 17:30 uur mijn 60+ lernclubje gehad. Onderwerp? Stromingen in het Jodendom. Het Jodendom bestaat namelijk uit stromingen. De niet-joodse lezer zal al snel denken: net als het christendom. Maar dat klopt dus geheel niet. Want al die Joodse stromingen hebben precies dezelfde uitgangspunten, er bestaan geen onderlinge dogmatische verschillen. Dat is dus anders dan in het christendom. Er is nog een kardinaal verschil (om even een niet-joodse uitdrukking te gebruiken) tussen Jodendom en christendom. Als een Christen zich uitschrijft uit de kerk, dan is hij dus geen christen meer. Een Jood daarentegen blijft altijd Jood, zelfs als hij zou zeggen dat hij een ongelovige is en nergens meer mee te maken wil hebben en zelfs anti-Zionist is.  Voor de omgeving geldt: eens Jood altijd Jood. En het vreemde is dat ook de Jood of Jodin die het gehele Jodendom heeft afgezworen, toch ook voor zichzelf Joods blijft. En als hij op vakantie gaat, brengt hij uiteraard dan wel een bezoek aan de synagoge en stuurt mij een trots selfie met als achtergrond de synagoge.

Een telefoontje voor een lezing volgende week in Elburg, een afspraak in Brussel en planning van een vergadering van de Adviesraad van het Cheider. Ik ben uit het bestuur, maar ik blijf trouw aan het Joodse onderwijs, maar dan nu wel op afstand en omringd door niet-joodse onderwijsdeskundigen en politici die allen ervan doordrongen zijn dat het Cheider, de orthodox Joodse school, behouden moet blijven voor Nederland. Het is een monument, maar dan wel levend.

 

Het is laat, ik ga mijn e-mails doornemen en een meneer proberen te antwoorden. Hij stuurt mij een hele lange e-mail waarin hij poogt een midden te vinden, een balans, tussen christendom en Jodendom. Waarom die balans, hoor ik u vragen. Jood-zijn loopt via de moeder. Als je moeder Joods is, is het kind ook Joods, honderd procent. Zelfs als de vader een niet-jood zou zijn. Wij kennen weliswaar een half-jood, maar daarmee bedoelen we niet dat hij/zij half Joods is, maar een Jood die erg kort is (grapje!). Om de een of ander reden is deze mijnheer onder psychiatrische hulp gekomen. En omdat de vader van zijn vader Joods was, heeft de psychiater hem verteld dat hij Joods is. En dus voert deze gelovige christen een inwendige strijd tussen Jodendom en christendom. En dus mag ik als rabbijn hem helpen. De richting die ik hem wil geven is duidelijk: ik probeer hem naar de kerk terug te krijgen, want de psychiater moet zich bezighouden met medicatie en niet met rabbinale uitspraken. Ik geef toch ook geen pilletjes!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.