Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Dagboek in Coronatijd van Opperrabbijn B. Jacobs van 24 juni 2020

iporRCE

 

Een lang gesprek gehad met een journalist over de situatie in de wereld. Ik blijf herhalen dat ik fel tegen discriminatie ben, maar wat er nu in de wereld gebeurt is zorgwekkend. Plunderingen! Maar heeft het enige zin dat ik me opwind? Word ik überhaupt gehoord? De journalist is het volledig met me eens, maar geeft aan dat momenteel de lezer te veel is gefixeerd op discriminatie, voor nuancering is geen gehoor. Daarover een voorzichtig relativerend geluid, verkoopt niet.

 

Maar in mezelf zit ik in twijfel: De slavernij is een onacceptabel gebeuren uit onze geschiedenis, absoluut. Maar als ik vermeld dat er nu hier in ons eigen land vrouwen als slavinnen in de prostitutie worden geëxploiteerd, raakt dat niemand. Hoe kan dat? Standbeelden verwijderen: ja! Ingrijpen in de slavenhandel van nu bij onszelf om de hoek: neen!? Ik begrijp het niet. Of wil ik niet begrijpen dat het protest tegen discriminatie door een kleine maar zeer luidruchtige groep wordt gebruikt voor andere belangen? Als ik verneem dat er in Saoedi-Arabië vrouwen uit Ethiopië gedumpt worden omdat ze vanwege de coronacrisis niet meer rendabel zijn, stijgt mijn bloeddruk van afgrijzen. Deze vrouwen heten officieel niet slavinnen, maar ze zijn het meer dan volledig. Tienduizenden van dit soort slaven en slavinnen zijn er in onze beschaafde wereld: deze slavinnen zijn er nu, en niet toen. Niemand die zich om hen bekommert.

 

Zeker moeten we terugkijken naar het verleden, maar voor het heden moeten we onze ogen kennelijk sluiten. Geen Kamervragen. Wat doen we hieraan? En waar hoor ik vanuit de organisatoren van de demonstraties dat ze afstand nemen van de antisemitische koren die niets maar dan ook niets van doen hebben met het discrimineren van kleurlingen. Joden zijn immers blank, maar Joden uit Jemen bijvoorbeeld zijn verre van blank! Ik herhaal maar weer mijn bittere grap: ”Wie is er schuldig, de lantaarnpaal of de Joden? Reactie: Hoezo de lantaarnpaal?”

 

Vanochtend naar de synagogedienst geweest in Almere. Na maanden was er weer een dienst op de maandagochtend. Een Jood hoort drie keer per dag de gebeden uit te spreken. Ochtendgebed, dat ongeveer 45 minuten duurt, middaggebed 15 minuten en het avondgebed ook 15 minuten. Op sjabbatochtend, sjabbatmiddag, maandagochtend en donderdagochtend wordt er uit de Thora voorgelezen, naast het reguliere gebed. Maar gebed is eigenlijk een verkeerd woord. Het gebed is niet zozeer bidden/vragen, maar veel meer een zelfonderzoek. Misschien een idee om hierover eens een artikeltje te schrijven, want ik merk dat kennis van het religieuze Jodendom nou niet bepaald tot het gemeengoed behoort, ook niet bij collega’s van andere levensbeschouwingen.

 

Er komen een paar e-mails binnen. Mensen durven weer gesprekken aan te vragen. Twee niet-joden willen een gesprek over gioer, toetreding tot het Jodendom. We hadden enige maanden geleden afspraken gemaakt, maar vanwege corona werden die afgezegd. En ook een verzoek om aanwezig te zijn bij een persconferentie in ’s Heerenberg. Een zeer oude Joodse begraafplaats is volledig overwoekerd door bomen. De functionaris belast met de Joodse begraafplaatsen wil bomen laten kappen, maar daartoe dient dan wel eerst van alles en nog wat te worden verkregen. Instemming van de omwonenden, kapvergunning, toestemming bosbeheer en weet ik veel wie er nog meer moet meedenken. En dus een persconferentie en word ik, de opperrabbijn, van stal gehaald om e.e.a. kracht bij te zetten. Ik moet er wel in totaal drie uur voor rijden.

 

Zojuist ook een aantal verjaardagsbrieven geschreven en een artikel om onder de leden van de Joodse gemeenten te verspreiden. Daarnaast is er een probleem met een sollicitatie op de Joodse school. Iemand heeft zich aangemeld als leraar en moet dan op ervaring en kunde beoordeeld worden. Maar helaas omdat de gemeenschap zo klein is en het importeren van leraren voor Joodse vakken uit het buitenland lastig is vanwege de taalbarrière, wordt iedere sollicitatie een gezeur. Bijna iedere kandidaat is wel familie van iemand uit het bestuur of er zit een ander verband. En dus… U voelt de spanning.

 

Overigens zat ik in het schoolbestuur, maar ik zit er niet meer in. En toch ben ik er dus weer willens en wetens bij betrokken, want de gemeenschap is klein….. Maar eigenlijk, beste mensen, bestaat mijn werk als opperrabbijn uit dit soort klusjes. Ruzies oplossen, netwerken in standhouden om waar nodig te kunnen helpen, mensen tot steun zijn, gelden inzamelen voor allerlei charitatieve instellingen in Nederland, in Israël en ook in de Oekraïne, waar ik twee keer per jaar ben en natuurlijk regelmatig een column schrijven, lezingen en artikelen.

O ja, zojuist een telefoontje uit Brussel. In november wordt er door de EJA, de European Jewish Association, weer een reis van twee dagen naar Krakau georganiseerd. Thema: opkomend antisemitisme. Het gezelschap zal bestaan uit parlementariërs uit Europa. Naast de lezingen zal er een bezoek aan Auschwitz worden gebracht. Of ik even naar Brussel kan komen voor een bespreking. Ik word dan niet alleen verwacht, maar ik moet een invloedrijke zakenman meenemen die er wellicht voor kan zorgen dat er meer politici meegaan. Ik ga hem nu bellen, kijken of ik mijn agenda kan aanpassen om op 1 juli naar ’s Heerenberg te gaan en ondertussen bereid ik mijn zoom-cursus voor. O ja, een primeur: voor het eerst ben ik gastspreker in Melbourne, Australië. Helaas per zoom….

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.