Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Toespraak Neïla 5777 te Amersfoort

shofar2

ipor

 

Wij beginnen dadelijk met Neïla, het Slotgebed, het slot van de periode die begon op Rosj Hasjana en eindigt na afloop van Jom Kippoer, de zogenaamde Jamiem Noraïm, de Ontzagwekkende dagen.

Helemaal aan het eind van Neïla, zingen wij samen het Awienoe Malkeenoe, Onze Vader, daarna met overgave en luid roepen wij het Sjema Jisraeel uit, om vervolgens te eindigen met een Tekie’a, één enkele toon van de sjofar.

Het is een beetje een mengelmoes van tegenstrijdigheden:

 

In Awienoe Malkeenoe vragen wij G’d om gezondheid, parnose, vergiffenis, veiligheid: begrijpelijke en menselijke verlangens. Primaire levensbehoeften, zouden wij kunnen zeggen, gewoon rationeel en logisch. Wij denken aan de Medienat Jisraël die voortdurend onder vuur ligt. Wij denken aan vervolgingen en intens lijden van medemensen in een van de vele brandhaarden en oorlogen die deze samenleving kent. Wij denken aan onszelf, ons eigen leven, onze dierbaren.

Tijdens een recente internationale conferentie van neurologen, die plaatsvond in de USA, was een van de sprekers Professor Linda McMaron uit Engeland. In haar redevoering maakte zij bekend dat uit jarenlang onderzoek is gebleken dat een van de redenen van flauwvallen en een zwak gevoel, is de snelheid waarmee in de ochtend wordt opgestaan. Door een plotseling en te snel opstaan, stijgt het bloed met een te hoge snelheid naar de hersens. Haar advies: na het wakker worden rustig op het bed gaan zitten en dan tot twaalf tellen. Het bloed dat in de voeten zit heeft namelijk twaalf seconden nodig om met de snelheid van de gewone bloedcirculatie naar het hoofd te stromen.

Een luid applaus werd haar toebedeeld.

Na haar redevoering vroeg een van de toehoorders, ook een neuroloog en een zichtbaar orthodoxe Jood, het woord. Hij ging in op de twaalf seconden en legde uit dat een Jood, direct na het wakker worden terwijl hij nog op zijn bed zit, iedere ochtend een kort gebed hoort uit te spreken. En hij citeerde rustig en duidelijk dat korte gebed:

מודָה אֲנִי לְפָנֶיךָ מֶלֶךְ חַי וְקַיָּם, שֶׁהֶחֱזַרְתָּ בִּי נִשְׁמָתִי בְּחֶמְלָה, רַבָּה אֱמוּנָתֶךָ

Ik dank u Levende Koning, dat U mij mijn ziel hebt teruggegeven,

Uw betrouwbaarheid is groot.

Het zijn precies twaalf woorden en als die twaalf woorden met overgave en rustig worden uitgesproken, met een normale snelheid, dan duren die twaalf woorden twaalf seconden!

Een staande ovatie was het gevolg, maar niet voor deze neuroloog, maar voor de Eeuwige en Zijn wetten en gebruiken.

Naar mate tijd en wetenschap vorderen, wordt meer en meer duidelijk dat ook wetten en gebruiken die wellicht als overdreven en bijgelovig werden beschouwd, toch blijken te kloppen. Jodendom is heel rationeel: onze blik op Boven gericht, maar tegelijkertijd met beide benen op de grond. Niet zweven.

En dan, na het Awienoe Malkeenoe: het Sjema Jisraeel, het Hoor Israël. Het Hasjem Hoe Ha’ellokiem, de aanvaarding van G’d als Koning. Logisch, maar geheel niet rationeel. Wij accepteren in dit gebed het ongrijpbare. Het gebed dat wij ook uitspreken op het sterfbed, net voordat de nesjomme, ons leven, het lichaam verlaat en deel gaat hebben aan een Hoger en voor ons totaal onvoorstelbaar bestaan.

Wij voelen ons verbonden, speciaal in dit gebed, met onze voorouders, de generaties van weleer. De muren van deze sjoel zijn de stille getuigen van hun gebeden. Bijna 300 jaar aan tefillot zit verborgen in deze heilige muren.

Maar ook gaan onwillekeurig onze gedachten naar de leden van onze kehilla die na de afschuwelijke jaren ’40-’45 niet terugkwamen. Velen van hen, als ze nog een beetje levenskracht hadden, hebben ook het Sjema Jisraeel uitgeroepen, maar zonder sterfbed en zonder de muren van hun vertrouwde sjoel.

Als ik hier sta zie ik aan mijn rechterkant het eeuwige licht, ter nagedachtenis aan onze broeders en zusters die eens onze kehilla vormden. En als ik dan naar links kijk zie ik de Menora. Herinnering aan overwinning. Herinnering aan een strijd tegen overheersing, die gewonnen werd. Maar ook bewijs dat ondanks alles: Am Jisraeel Chaj – het Joodse Volk leeft en overleeft. Van de toenmalige Griekse overheersers zijn nog slechts ruines over, musea en geschiedenisboekjes. Maar wij, de nazaten van onze voorouders die toen streden tegen de overheersing van het Griekse denken, wij zijn er nog!

En hoe! In de hele Joodse wereld, speciaal in Israël, zijn de Talmoedscholen en de Seminaria overvol! Wij zijn getuige van een ongekende opleving van het Jodendom, ondanks alles!

En dan, helemaal aan het eind, komt die ene toon van de sjofar. De sjofar waarvan Maimonides, de grote wetgeleerde, filosoof en medicus, aangeeft dat de sjofar een gezerat hakatoev is, een wet die geen reden heeft. Wij blazen op de sjofar omdat dat nu eenmaal moet, maar er ligt geen enkele logica aan ten grondslag. Maar tegelijkertijd, volkomen tegenstrijdig, leert ons Maimonides dat er wel een aanwijzing in zit: de sjofar heeft tot taak om ons wakker te blazen, een soort wekkerfunctie. Vraag jezelf bij voortduring, bij al wat je overkomt: had ik het kunnen voorkomen? Ben ik zelf, deels of misschien helemaal, verantwoordelijk?

Zoek eerst bij jezelf alvorens de ander te beschuldigen. En zelfs als de ander ook schuldig is: had ik maatregelen kunnen treffen om zijn aanval te voorkomen?

Een man wil een tocht maken door de jungle. Hij wordt gewaarschuwd voor de ernstige gevaren van zo een tocht. De verscheurende dieren, de dodelijke slangen, de moerassen en insecten. Maar hij sluit zich af voor alle goedbedoelde waarschuwingen. Hij wil niets horen en wil niets zien. Hij loopt dan ook de jungle in met een blinddoek voor zijn ogen om het gevaar maar niet te hoeven aanschouwen.

Op de plaats waar ik nu sta werd, slechts een generatie geleden, opgeroepen om toch vooral gehoor te geven aan het bevel van de Duitse Overheid…..

Na de oorlog wist iedereen: dit zal nooit weer gebeuren.

Maar weten wij dat nu ook nog zo zeker?

Als op middelbare scholen de minuut stilte voor de aanslag in Parijs luidruchtig wordt onderbroken? Als antisemitisch gezang in het voetbal stadion weerklinkt? Als wij hier tijdens onze gebeden beschermd worden door politie. Als het bestuur van onze Joodse Gemeente, terecht, camera’s heeft laten plaatsen en sloten heeft versterkt? Als onze scholen, rabbinaten en bijeenkomsten speciale beveiliging moeten hebben van onze eigen vrijwilligers van Bij Leven en Welzijn, lokale politie en van de Koninklijke Marechaussee? Weten wij dan nog wel zo zeker, wat de toekomst in Europa zal brengen?

Het antisemitisme steekt weer de kop op, nu verkleed als antizionisme. Tijdens de periode van de Kruisvaarders en tijdens de Inquisitie moesten de Joden vernietigd worden om religieuze redenen. Gedurende de Middeleeuwen waren de Joden schuldig aan het uitbreken van de pest, wij waren een ziektekiem. En in de periode van de Tweede Wereldoorlog waren wij een minderwaardig ras, wij waren geen Ariërs.

En vandaag? Bijna iedereen is het erover eens dat antisemitisme uit de tijd is. Er bestaat gewoon geen antisemitisme meer!

Maar er is wel een ander probleem, genaamd Israël! De Medienat Jisraeel is het kwaadaardige zieke gezwel van de huidige tijd en alle Joden zijn zionisten.

De wereld vergeet, zo betoogde opperrabbijn Sacks in het Europese Parlement enige weken geleden, dat in de WO II niet alleen zes miljoen Joden werden vermoord, maar ook miljoenen en miljoenen Sinties, Roma’s, homoseksuelen, verstandelijke gehandicapten, communisten, Russen….. Het opkomend antisemitisme was en is het begin. Nu al vallen er duizenden en duizenden slachtoffers onder Moslims en Christenen. Maar Europa lijkt te slapen, omdat het slechts antizionisme betreft!

De laatste klank van de sjofar, de Tekie’a, leert ons dat wij onze ogen niet mogen sluiten voor de realiteit, maar dat wij ook niet ons moeten laten leiden door teveel berekeningen en teveel logica.

De vraag wat wij in het verleden gedaan zouden hebben is totaal nutteloos. Ook jezelf afvragen, wat doe ik morgen, is niet echt relevant. De enige vraag die wij ons moeten stellen is: wat doen wij vandaag? Gaan wij geblinddoekt de jungle in?

En wat doen wij nu hier in onze sjoel?

Wij gaan het Awienoe Malkeenoe zingen, en vragen voor echte sjalom. Wij roepen luidkeels het Sjema en beseffen dat ondanks alles ons bestaan een wonder is en een wonder zal blijven.

En dan tenslotte: die ene klank van de sjofar. Die hoop en verwachting uitstraalt.

De sjofar die wij gehoord hebben bij de berg Sinai, toen wij voor eeuwig een volk werden. Er was toen sprake van een volstrekte eensgezindheid. Laten wij onze onderlinge ruzies vergeten. Laten wij dadelijk hand in hand de logica van een meningsverschil negeren en de essentie van ons Jood-zijn demonstreren: Achdoet- eenheid, ons kernwapen!

De sjofar, die de eeuwen heeft getrotseerd. De sjofar, die het diepste van onze nesjomme raakt. De sjofar, die uiteindelijk zal klinken in Jeroesjalajim Ier Hakodesj. Dan zal er echte sjalom heersen. Voor ieder mens en voor ieder volk, bimheera wejameenoe, spoedig in onze dagen.

Binyomin Jacobs, opperrabbijn