Maar ja, verzucht ik dan, had ik maar een vak moeten leren. Dagboek van de Opperrabbijn 24 juli 2022

Rabbijn Jacobs en Daniël

Wat ik donderdag en vrijdag heb gedaan, ben ik alweer vergeten. Dat is het nadeel van een dagboek dat maar twee keer per week wordt geschreven en niet dagelijks. Sjabbat waren wij ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van onze schoonzoon rabbijn Stiefel in Almere en zondag weer gewoon thuis. Nou ja, thuis? Ik had thuis zullen zijn en ‘s middags enig voorbereidend werk doen voor een artikel/ dagboek dat een probleem op tafel legt dat ik onder de aandacht wil brengen van het bredere publiek. Maar omdat het vol terechtwijzingen zit, moeten de feiten kloppen en om kloppende feiten te krijgen moet er eerst onderzoek gedaan worden. Maar naarmate ik gisteren, zondag dus, vanuit de auto meer heb onderzocht, bleek al onderzoekend dat de feiten steeds net een beetje anders lagen. Zoals het er nu voorstaat is er sprake van ontvreemding en misleiding, maar de poging tot bekering is voorlopig, gelukkig, van tafel. Maar we zijn nog niet klaar en het zou zomaar kunnen zijn dat er van mijn verhaal/rel niets overeind blijft. Dus even afwachten. De les voor mij is wel dat oordelen en helemaal veroordelen met zorgvuldigheid moet worden omringd. Ik had nog twee andere gebeurtenissen/klachten. Een van mijn collega’s zou zich gaan begeven op het terrein van een andere collega. Ook dat bleek net even helemaal anders te liggen. En een Joodse instelling zou ten onrechte heel veel geld hebben geëist van een van zijn potentiële nieuwe leden. Ook dat bleek tot het land der fabelen te behoren. Deed me denken aan die roddel die rond galmde over een rabbijn die gestolen had. “Van wie heb je dat gehoord?”. Van x. Vraag aan x: klopt dat? Antwoord: rabbijn heeft niet zomaar gestolen, maar uit sjoel! Vraag: van wie heb je dat gehoord? Antwoord: van y. Vraag aan y: Klopt het dat de rabbijn uit sjoel heeft gestolen? Antwoord: neen. Niet zomaar gestolen, maar wel een Sefer Thora. Vraag: van wie heb je dat gehoord? Antwoord: van z. Vraag aan z: klopt het dat rabbijn uit sjoel een Sefer Thora heeft gestolen? Antwoord: neen. Rabbijn heeft een gewoon veel goedkoper sefer gestolen, een gewoon boek dus. Vraag: van wie heb je dat gehoord? Antwoord: van x2. Vraag aan x2: klopt het dat de rabbijn een gewoon goedkoop sefer uit sjoel heeft gestolen? Antwoord: onzin. De rabbijn hield een toespraak en er werd vermoed dat hij die toespraak niet zelf had gemaakt maar uit een sefer, een boek, had gestolen.

 

Onverwacht moest ik een zwaar zieke bezoeken. Moest? Mocht! Het is namelijk voor mijn gevoel een van de belangrijkste taken van een rabbijn om vanuit het Joodse denken mensen in nood te helpen.  De vier uur rijden waren zeker de moeite waard, zeker als je ziet hoe de zieke door je aanwezigheid zich gesterkt voelt en hoezeer de familie je aanwezigheid waardeert. Hoe meer kilometers worden afgelegd, des te groter de waardering. Maar ook als er geen enkel familielid is om waardering kenbaar te maken, dan nog, of juist dan, is zo’n ziekenbezoek waardevol. Een rabbijn hoort niet voor beloning te werken, maar voor de roeping, de mitswa. Ik herinner mij een Israëlische student die gesolliciteerd had voor chazan bij een Joodse Gemeente. Aan het eind van het sollicitatiegesprek vroeg de potentiële chazan op welke vergoeding hij mocht rekenen. De voorzitter antwoordde toen dat zijn beloning de mitswa zou zijn. Waarop de kandidaat chazan/ student reageerde dat hij dat prima vond als hij met die mitswa bij de kruidenier zijn boodschappen zou kunnen betalen.

De reacties op mijn aanwezigheid in Nunspeet bij de onthulling van drie Stolpersteine druppelen nog steeds binnen. Waarmee maar weer eens wordt bewezen dat zeker ook de kleintjes tellen.

 

Het leggen van de struikelsteen in Nunspeet op 18 juli jl. heeft op mij een onuitwisbare, diepe indruk achtergelaten, ik ben er al de hele week mee bezig. Uw toespraak vond ik buitengewoon goed, fel en niets ontziend en de burgemeester was heel meevoelend bij de gang van zaken.

Bijgaand nog een mooie foto van ons tweeën, gemaakt door mijn dochter die fotograaf is. Kunt u haar naam vermelden als u de foto ergens plaatst?

 

Natuurlijk geeft zo’n reactie een heel fijn gevoel. Maar veel belangrijker: het benadrukt hetgeen ik zojuist aan het digitale papier toevertrouwde: niet alleen de knallende en uiterst zichtbare activiteiten van een rabbijn zijn belangrijk. Juist vaak in tegendeel. Het geven van aandacht, een paar woorden die uit het hart komen, het tonen van begrip en medeleven. Dit geldt natuurlijk voor ieder mens, maar speciaal mag dit gevraagd worden van een rabbijn. Helaas moet een rabbijn om rabbijn te kunnen blijven wel bedreven zijn in de politiek, want met alleen vriendelijk zijn en met mooie toespraken gaat de rabbijn het niet redden. Vandaar de wijsheid: rabbijn is geen baan voor een nette Joodse jongen!

Maar even terug naar s foto. Fotograaf is Claudia Otten. Wat is er zo bijzonder aan die foto vraagt u zich wellicht af. Zoon van de vrouw voor wie een Stolpersteine wordt gelegd houdt een toespraak en ik sta er naast. Ogenschijnlijk niets bijzonders. Ogenschijnlijk, want het is in feite een schrijnend portret. Het was snikheet. Code geel of oranje (ik ken het onderscheid niet omdat ik kleurenblind ben!). Spreker is luchtig gekleed en ik sta met hoed, stropdas en pak, want, zoals mijn Blouma vaak tegen mij zegt, je moet er netjes uitzien. Maar het lijden straalde van mijn gezicht af. Hoe graag had ik gewoon daar gestaan in de schaduw, met een zonnepetje, een open shirt en een cool kort broekje. Maar ja, verzucht ik dan, had ik maar een vak moeten leren.

 

Opperrabbijn Jacobs houdt sinds het begin van de coronatijd een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken twee keer per week.