They don’t visit Holland, they do Holland. Dagboek van de Opperrabbijn 20 juli 2022

Maandagmiddag een middagje Nunspeet. Gezellig? Helemaal niet. Drie Stolpersteine werden geplaatst. Bij de eerste was mij verzocht geen Jizkor of Kaddiesj uit te spreken, bij de tweede en derde wel. De reden? Bij de eerste had de zoon van de vermoorde voor wie de eerste steen was, de oorlog overleefd en hij gaf aan dat zijn moeder niet religieus was en dus paste een gebed niet. Wel had hij nadrukkelijk verzocht om mijn aanwezigheid en wilde dat ik het woord zou voeren. De zoon, geboren enige jaren voor de oorlog, had mij al eerder horen spreken bij een onthulling van een monument, vandaar. Door de burgemeester werd ik aan hem en zijn echtgenote voorgesteld. Hoewel ik hem niet meer herkende, hij mij wel, wist ik me wel de plechtigheid te herinneren bij welke wij elkaar dus hadden ontmoet. En wat had toen de meeste indruk op hem gemaakt? Niet mijn toespraak, maar wel mijn opmerking toen hij mij toentertijd vertelde dat hij half Joods was en ik daarop reageerde dat halve Joden niet bestaan en als ze wel bestaan doelen we op Joden die erg klein zijn, halve Joden. Die opmerking is hem bijgebleven. Nou en, hoor ik een aantal van u denken. Leeft hij nu wel koosjer? Houdt hij sjabbat? Gaat hij wekelijks nu naar sjoel? Lid geworden van de Joodse gemeente? Leeft hij als een Jood? Ik vermoed van niet, maar ik heb wel iets voor hem mogen betekenen en wellicht zijn nesjomme mogen raken, en daarvoor doe ik het, dat is het meest essentieel en daarmee was de bijeenkomst van toen succesvol! Of dat nuttig is of niet wordt uiteindelijk Boven bepaald.  Maar dat toetertijd kortstondig in hem bovengekomen Joodse gevoel en zijn wens dat ik bij de Stolpersteine die voor zijn moeder wordt gelegd nadrukkelijk gevraagd ben om te spreken, is meer dan waardevol. Ook als dat verder geen zichtbare invloed zou hebben op de beleving van zijn Jodendom.

 

Men was zeer tevreden over mijn bijdrage aan de plechtigheid, maar een mevrouw was lichtelijk geïrriteerd omdat ik opmerkte dat er meer in het onderwijs moet worden gedaan om antisemitische en andere vormen van discriminatie tegen te gaan. Volgens haar, en zij zegt het te kunnen weten omdat ze al vele tientallen jaren in het onderwijs zit, is er geen antisemitisme in de klas. Ik voelde een stukje boosheid in me opkomen en dan weet ik voor mezelf dat ik beter even niets kan zeggen. En aldus geschiedde.

rabbijn burgemeester en organisator. de plechtigheid is voorbij

Mijn oproep aan alle aanwezigen om ambassadeurs te worden in de strijd tegen antisemitisme, antizionisme en iedere andere vorm van racisme, kwam over. De burgemeester herhaalde nog een keer aan het eind van de twee ceremoniën dat het van groot belang is om ambassadeur te worden met als opdracht kennisoverdracht om discriminatie en pogroms te voorkomen.

 

Hoewel ik niet aan facebook doe, verschijnt mijn dagboek wel op de nodige facebook pagina’s via mijn hulptroepen. Er komen dan reacties die ik sporadisch bekijk omdat ik mezelf een grens heb gesteld: tot hier en niet verder. De wekelijkse NIW-column in het papieren NIW, de twee dagboeken per week en daarnaast de gebruikelijke verzoeken van links en rechts voor een artikeltje hier en daar kosten allemaal tijd en tijd kent beperkingen. Dus zie ik nauwelijks reacties op facebook. Tenzij iemand mij via whatsapp of e-mail attendeert op een specifieke reactie. En dat gebeurde dus gisteravond. Een trouwe lezer van mijn dagboek is in de facebook-pen geklommen om te reageren op een reactie die naar antisemitisme riekt. En vervolgens ontstond er een hele discussie, een schrijven naar het Gemeentehuis van de woonplaats waar de antisemitische commentator woonachtig is, een nietszeggende reactie van dat Gemeentehuis. Enfin, goed dat de trouwe dagboek-volgster het voor me opneemt in de strijd tegen opkomend antisemitisme. Dank daarvoor!

 

Een telefoontje uit New York: een filantroop die gigantisch veel financiële steun geeft aan Israël is voor een paar dagen in Amsterdam. Een bezoekje aan het Anne Frankhuis kreeg hij echter niet voor elkaar, via de website moeten de kaartjes worden aangeschaft en die zijn, zeker deze zomerperiode, echt niet van de een op de andere dag te verkrijgen, zelfs niet voor grote geldschieters. En dus mag ik ten tonele verschijnen en regel via de directeur een ontvangst. Is dit voortrekken? Is het juist dat ik dat zomaar regel? Ik regel het niet voor mezelf en ook de directeur Leopold doet het niet omwille van persoonlijk belang en zelfs niet omdat het Anne Frankhuis hier beter van wordt. In tegendeel, want zo’n filantroop ga je geen ticket laten betalen. Neen, de enige reden is om deze filantroop ter wille te zijn en hem te laten zien en laten voelen dat zijn steun aan de Staat Israël mondiaal door de Joodse gemeenschap, ook in Nederland, wordt gewaardeerd. Overigens weet ik zeker dat niemand anders door zijn vrijkaartje de toegang werd ontzegd of later dan op de reservering stond vermeld het Achterhuis kon binnenkomen. Los hiervan weet ik ook dat deze Amerikaanse filantroop niet erg lang in het Achterhuis zal blijven rondkijken want Amerikanen bezoeken Nederland niet, maar, zoals ze zelf aangeven: They don’t visit Holland, but they do Holland!

 

Opperrabbijn Jacobs houdt sinds het begin van de coronatijd een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken twee keer per week.