Dagboek van de Opperrabbijn, 3 juli 2022

Ik ontving een e-mail van een student die onderzoek deed naar de visie van het Jodendom op homoseksualiteit, adoptie voor een homopaar en nog een aantal regenboog vragen. Oppassen, dacht ik, want het onderwerp ligt gevoelig en voor- en achternaam van de student behoorden tot de categorie die bij sollicitatie op voorhand zou worden afgewezen omdat die duidelijk richting de Islam wijst. Uit de e-mail bleek dat de student al vele Joodse e-mailadressen had afgemaild, maar kennelijk dus zonder succes. Ik kan me daarbij wel iets voorstellen, want waarom je vingers branden als je de mogelijkheid hebt om ver van het vuur te blijven! Maar geen reactie vanuit de Joodse gemeenschap leek me ook niet juist. En dus beantwoordde ik netjes zijn e-mail positief, maar gaf aan dat ik prefereer om de vragen, die zij in de bijlage had meegestuurd, via zoom te beantwoorden en niet, zoals haar verzoek was, via het digitale schrift. Schriftelijke overlevering is namelijk aan eigen interpretatie onderhevig met alle mogelijke niet bedoelde conclusies van dien.

En dus hebben we een zoom afspraak gemaakt. Zien zegt namelijk meer dan alleen horen en met een kleine veertigjarige ervaring in het Sinai Centrum denk ik dat ik redelijk goed kan kijken. Een blik kan soms boekdelen spreken, zelfs zonder geluid.

 

En daar zaten we dus beiden achter onze computers in een team-meeting. Ik en zij, want de hij bleek een zij te zijn. En de uitstraling was allesbehalve terroristisch. Een gewone student, geboren en getogen in Nederland die nu aan de universiteit met een paar studiegenoten onderzoek doet. Ja, zij is gelovig islamitisch en doet het onderzoek als onderdeel van haar studie. Van geen kant antisemitisch en over Israël konden we gewoon en to the point spreken. Ik denk dat we nauwelijks van mening verschilden. Er moet vrede komen voor alle partijen.  Maar groepen als Hamas waren voor haar absoluut geen partij. En wat ik dacht over homoseksualiteit, want daarover had het gesprek moeten gaan. Hoe zij denkt weet ik niet precies, want ik werd door haar geïnterviewd en niet zij door mij. Maar ik denk dat ook zij het volledig eens is met de visie van het Traditionele Jodendom dat niemand gediscrimineerd mag worden, ook niet vanwege geaardheid, maar dat het gezin met een pappa en een mamma wel de hoeksteen van de samenleving dient te zijn en te blijven. Wat ik heb geleerd van het interview: eerst zien, dan oordelen.

 

Sjabbat waren wij, bij hoge uitzondering, in Amsterdam in de sjoel van het Joods Cultureel Centrum om te genieten van een echte chazan uit Israël. Schitterend en inspirerend. Maar los van het chazzanoet: met zijn vader heb ik nog geknikkerd, mijn vader was de leerling van zijn ene opa en in Amersfoort werd ik de opvolger van zijn andere opa. Maar de verbintenis gaat nog verder: zijn overgrootvader, opperrabbijn Hirsch, was de opvolger van mijn betovergrootvader, opperrabbijn Jacob Fränkel, als opperrabbijn van Overijssel. Ik voelde me dus tijdens zijn prachtige chazzanoet weer helemaal Nederlands Joods.

 

138a33e4 e539 4d7e 9a10 a421a52e4270En vandaag: Warnsveld! Een BBQ met meer dan 70 deelnemers uit de contreien. Geweldig georganiseerd door Ronnie en Norma Noach. Alles tot in de puntjes verzorgd. Een fantastische sfeer, chef-kok Pagrach achter het royale buffet en vier rabbijnen uit de Mediene. Hebben die rabbijnen niets anders te doen dan naar BBQ’s gaan, hoor ik u vragen. Niet waar en inderdaad! Het is niet waar dat ze niets anders te doen hebben, maar toch hebben ze ervoor gekozen om aanwezig te zijn, te spreken met hun schaapjes en bovenal te tonen dat ze allen het belang van zo’n social treffen met enthousiasme benadrukken.

 

Ja, het is allemaal klein in de Mediene, maar de warmte, de eensgezindheid, het voor mekaar klaarstaan en de vele kilometers die ieder bereid is af te leggen, doet mij keer op keer weer beseffen dat kwantiteit geen synoniem is van kwaliteit. En die kwaliteit was op alle fronten aanwezig. Dank aan de Stichting Rebecca Grunewald-Wagenaar die het geheel heeft gesponsord.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl