Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Ik ben tegen dit soort goede doelen! Dagboek van de Opperrabbijn 3 april

Een kleinzoon die afgelopen week bar mitswa is geworden. Een zegen om te zien hoe generaties Jodendom zich voortzetten. Dat geeft mij  natuurlijk een enorm goed gevoel van dankbaarheid. Maar tegelijkertijd maak ik me ernstige zorgen over Oekraïne. En nu even los van alle fysieke problematiek, de oorlog, de slachtoffers, de verscheuring: afgrijselijk! Ik denk ook maar even niet na over de vraag of alle Russische soldaten schurken zijn. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel Russische soldaten ook zomaar zijn neergepoot in een oorlog waarmee ze zich geheel niet konden verenigen. Ze hadden geen keus. Ook zij zijn slachtoffers. Ik denk even terug aan mijn gevecht in Ysselsteyn over de Nazi-begraafplaats waar dus ook gewone soldaten begraven liggen. Oorlog kent verliezers aan beide kanten. Oorlog kent criminaliteit bij de winnaars en bij de verliezers. En ook zijn er aan beide kanten mensen, al dan niet in uniform, die ondanks alle dreigingen mens blijven en bereid zijn daarvoor te sterven. Begrijpt u mij niet verkeerd! Deze oorlog deugt niet, is een humanitaire ramp, maar is in mijn bescheiden optiek niet zo zwart-wit als ons wordt voorgeschoteld. Overigens hebben bovenstaande woorden weinig nut omdat ik geheel niet bij machte ben om te begrijpen hoe precies de hazen lopen, wie precies de hazen zijn en waar de media genuanceerd en waar ongenuanceerd hun mening verkondigen. Ik kan slechts dawenen (bidden) voor vrede, echte sjalom voor de gehele mensheid.

 

Maar eigenlijk dacht ik aan iets anders. De bar mitswa dus van onze kleinzoon in Almere. En nu doel ik even niet op het feest, maar op de foto’s die vandaag verschenen op mijn Whatsapp.  Uiteraard geen foto’s van sjabbat, maar van het eerste oproepen voor de Thora donderdagochtend en van het feest op woensdagavond. Ik denk terug aan Oekraïne/Sovjet Unie waar mijn schoonouders vandaan kwamen en dan denk ik tegelijkertijd aan bijvoorbeeld de broers en zusters van de opa  van mijn echtgenote (klinkt allemaal ver weg!) waarvan niets meer over is. Vermoord, verdwenen, wel of niet in massagraven vergaan. Door uitputting en uithongering dit aardse bestaan verlaten. Als ik die foto’s van de bar mitswa bekijk ontwaar ik een wonder. Nazaten van generaties die van de aarde werden weggeveegd, louter en alleen omdat ze Joods waren. En uiteraard denk ik, als ik de foto’s bekijk, vol verdriet  aan 80% van mijn Nederlandse familie waaraan zelfs geen herinneringen meer bestaan: Jacobs, de Leeuw, Elkus, Sanders…

 

Maar los van de oorlogen en vervolgingen is er ook een andere vorm van vernietiging: assimilatie. Moord en assimilatie zijn qua wreedheid en qua vrijwilligheid onvergelijkbaar, maar toch. Ik was vandaag in Brussel op het kantoor van de RCE, Rabbinical Center of Europe. Ik ben daar belast met gioer, toetreding tot het Jodendom. Het Jood-zijn loopt volgens het Traditionele Jodendom via de moeder. Maar een niet-jood kan ook toetreden. Dat wordt van geen kant aangemoedigd, maar is wel mogelijk. Of het moeilijk is? Of er een zwaar examen gedaan moet worden met een torenhoog zakkingspercentage? NEEN. Het heeft alles te maken met motivatie. Joods worden verlangt bereidheid om de totaliteit van Thora en Traditie te accepteren en als dat aanwezig is, is de gioer een fluitje van… nou ja, ook weer niet van een cent, maar echt niet zo ingewikkeld als vaak wordt gedacht. Waarom wordt dat zo vaak gedacht? Omdat de kandidaten die zonder al teveel problemen Joods worden, toetreden, niet klagen maar dankbaar zijn. Maar degenen die worden afgewezen  gaan vaak klagen en brengen argumenten die door de rabbijn vanwege vertrouwelijkheid niet kunnen worden weerlegd. En zo had ik dus gisteren een gioer van een oudere man en vrouw die, op latere leeftijd, gewoon Joods willen worden. Hun twee dochters waren hun reeds jaren geleden voorgegaan. Een verrijking van de Joodse gemeenschap! Ze straalden geluk en dankbaarheid aan de Eeuwige uit.

 

Er bestaat een uitdrukking: het venijn zit in de staart. En hier komt het dan: het percentage niet-joodse Oekraïners dat onder de titel  “Joodse vluchtelingen” in Israël aankomt is groot. Uiteraard moet ieder medemens geholpen worden, zonder onderscheid van geloof of afkomst. Maar er ontstaat een onduidelijkheid die op den duur gaat leiden tot assimilatie, teleurstelling en spanning. Als de niet-joodse vluchteling gewoon blijft aangeven dat hij of zij niet Joods is, is er geen probleem. Maar als er onduidelijkheid wordt gecreëerd, ontstaat er aan lastige situatie.

 

En zo zat ik dus vanmiddag met een Joodse jongeman die op een Joods feestje een meisje ontmoet dat aangeeft dat haar betovergrootmoeder Joods was, maar waarvan geen enkel bewijs bestaat, zelfs niet het begin van een bewijs. En Joods worden wil ze ook niet omwille van de religie, maar wel voor hem. En dus word mij gevraagd, weliswaar op subtiele wijze, of ik een donatie voor een door mijzelf te bepalen goed doel wil ontvangen. Dat goede doel zou dus ook mijn eigen portemonnee mogen zijn. Ik zal verder proberen te achterhalen hoe het zit met die betovergrootmoeder, maar een toetreding zit er niet meer in. Ik ben tegen dit soort goede doelen!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.