Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Ik mag het Kasjroet -Certificaat ondertekenen. Dagboek van de Opperrabbijn 30 maart 2022

Nog steeds ben ik niet bijgekomen van de Oekraïne-reis. De hele dag door word ik op de hoogte gehouden door Koen en anderen vanuit Oekraïne over hun inzet, zorgen, paniek en momenten van grote dankbaarheid als er weer een aantal Joden is gered.

 

Ik was de laatste dagen drukdoende om geregeld te krijgen dat de Joodse Gemeenten in mijn ressorten bereid zijn zo nodig diensten af te nemen van JBW, Joods Begrafeniswezen. Wat betekent dit, vraagt u zich ongetwijfeld af en wat heeft u, mijn trouwe dagboekeniers, hiermee te maken? Regelmatig wordt mij gevraagd hoeveel Joden er in Nederland woonachtig zijn. Het vaste getal is 45.000. Interessant trouwens dat als ik op niet-joodse scholen vraag hoeveel Joden de leerlingen denken die er in ons land wonen, dat er dan regelmatig over enige miljoenen wordt gesproken! Het getal is dus 45.000. Maar dat is al jarenlang zo! Er komen dus kennelijk geen Joden bij en er vallen geen Joden af. Maar pas op: het moge dan zo zijn dat het aantal ‘ruw geschatte Joden’ in Nederland ongewijzigd blijft, de Joodse kern gaat qua grootte sterk achteruit. Als iemand zich uitschrijft uit de kerk, dan is hij geen christen meer en wordt dus ook niet meegeteld. Vandaar dat het aantal leden bij de PKN of de RK achteruitgaat. Maar een Jood blijft altijd Jood. Wel religieus, niet religieus. Wel lid van een Joods Kerkgenootschap, geen lid. Of hij zich wel of niet Joods voelt. Het doet er allemaal niet toe. Iedere Jood, ongeacht zijn/haar beleving van het Jodendom, ongeacht zijn wel of niet Joodse gevoel, ongeacht of hij wel of niet weet dat hij Joods is: ieder telt mee. Dat is natuurlijk mooi in mijn optiek, want inderdaad een Jood blijft Jood ongeacht wel of niet lid van de Joodse Gemeente of aan iets anders Joods verbonden. Meestal voelt ook een Jood die nooit naar de synagoge komt, zich net zo Joods als de vaste sjoelbezoeker. Maar het moge duidelijk zijn dat als de kern kleiner wordt, ook de periferie steeds zwakker en meer perifeer zal worden. En dat proces is helaas gaande. De kern-Joden trekken weg vanwege gebrek aan Joodse omgeving en toenemend antisemitisme. Toen mijn voorganger, Opperrabbijn Berlinger, een tekst ter controle van een grafzerk kreeg voorgelegd door een lokale bestuurder, dan hoefde hij niet meer te doen dan bijna pro-forma ter goedkeuring zijn handtekening te plaatsen. De lokale voorzitter van de Joodse Gemeente kon zonder moeite een Hebreeuwse tekst maken. Vandaag de dag krijgen wij geen toegeleverde kant en klare teksten van grafzerken meer toegestuurd, want wij moeten de gehele tekst maken omdat helaas de kennis van de brede gemeenschap, en dus ook van de bestuurders, dusdanig is verzwakt dat lokaal geen kant en klare tekst meer kan worden aangeleverd. Het gaat dus niet goed met het Nederlandse Jodendom, we worden meer en meer een zeldzaam kunstobject dat in een museum best wel kijkers zal trekken.

 

Maar genoeg hierover en genoeg pessimisme uitgesproken! Dadelijk ga ik naar het bar-mitswa feestje van een kleinzoon. Even weg, even Oekraïne vergeten. Ik gezellig feestje-vieren en anderen zitten in een situatie die nog veel erger is dan slavernij! Maar zo is het leven nu eenmaal. Ten aanzien van de meeste kwesties hebben we geen keus. We moeten maar nemen zoals het komt. Dat is overigens niet wat ik ga zeggen aan mij kleinzoon als ik hem mag toespreken. Ik wil hem laten weten dat hij mijns inziens echt Bar Mitswa kan worden. Verplicht tot het naleven van alle ge- en verboden. Maar als die verplichting op hem rust, betekent dat hij er ook toe in staat is. Waarom ik dat denk? Omdat hij enerzijds een vroom en gelovige jongen is die weet wat er van Boven komt. Anderzijds staat hij met beide benen op de grond, midden in deze woelige wereld waarvan hij wel degelijk (koosjere) kaas heeft gegeten. En dit is nu precies het Jodendom. Met beide benen op de aardse grond en de blik steeds op Boven gericht (uiteraard figuurlijk bedoeld!).

Wat dit van doen heeft met de eerste regels van dit dagboek over Joods begrafeniswezen? Ik moet realistisch vooruitdenken. Als de Joodse kennis achteruitgaat en het ledental landelijk slinkt, zijn de kleinere Joodse Gemeenten dan nog wel in staat om zelf begrafenissen te verzorgen? Zijn er dan nog wel genoeg vrijwilligers? Zal er nog genoeg kennis aanwezig zijn om de uitvaartdienst te leiden en de rituele dodenwassing in overeenstemming met de Halaga uit te voeren? En dus willen JBW – Joodse Begrafeniswezen te Amsterdam- en mijn persoon afspraken maken hoe JBW, dat uiteraard ook steeds minder ‘te doen heeft’, de nood voor zijn en nu afspraken maken hoe JBW de kleinere Joodse gemeente kan helpen door hun diensten aan te bieden.

 

Kasjroet LunterenPesach is in aantocht. En dus heb ik vandaag overleg gehad met de medewerkers van JMW -Joods Maatschappelijk Werk- hoe het kasjroet (de koosjere maaltijden) onder controle te plaatsen. ORT – Onder Rabbinaal Toezicht. We hebben een toezichthouder gevonden, vooraf gaat een van onze rabbijnen naar Lunteren om de keuken te kasjeren, koosjer te maken voor Pesach en een andere collega heeft overleg met de medewerkers van JMW over de inkoop van koosjere producten. En ik? Ik mag het Kasjroet -Certificaat opstellen en

ondertekenen. Zie afbeelding

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.