Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

En dat ruikt verre van fris: het stinkt! Dagboek van de Opperrabbijn, 2 februari 2022.

Ik wil een anekdote met u delen die iemand mij toestuurde:  

Een leraar zei eens tegen de leerlingen van zijn eindexamenklas dat ze allen een doorzichtige plastic draagtas en een zak aardappelen naar school moesten brengen. Vervolgens moesten ze diep nadenken of ze gedurende hun schooltijd een medeleerling beledigd hadden en of ze die medeleerling excuus hadden aangeboden of dat ze misschien daartoe niet bereid waren geweest. Voor iedere medeleerling die ze hadden beledigd en die ze geen excuus hadden aangeboden, moesten ze een aardappel nemen, op die aardappel de naam van de betrokken medeleerling schrijven/graveren en de datum van het incident. Vervolgens moesten ze die aardappel in de plastic draagtas stoppen.  Sommige leerlingen kregen behoorlijk zware draagtassen en bij anderen viel het mee. Maar het was opvallend dat geen van de leerlingen een lege tas kreeg

 

Toen ieder zijn aardappels had beschreven en in de draagtas had gestopt, kregen ze te horen dat ze deze tas een week lang overal mee naartoe moesten nemen, 's nachts naast hun bed zetten, op de bank van de auto als ze naar school reden en op school naast hun bureau moesten plaatsen.

Het gedoe om dit met zich mee te sjouwen was niet zozeer een fysieke belasting maar veel meer een geestelijke. Voortdurend moesten ze erop letten om de zak niet te vergeten, steeds een plekje zoeken en los hiervan maakte hun gesleep met die zak aardappels een vreemde en bijna gênante indruk op allen die hen zagen lopen. Bovendien gebeurde het menigmaal dat ze de draagtas hadden vergeten en ze dus weer terug moesten gaan om alsnog de zak op te halen. Na een tijdje begonnen de aardappelen te bederven, ze werden slijmerig om uiteindelijk te veranderen in een onaangenaam geurende massa.

Tot zover de anekdote. Wat bedoelde de leraar met deze aardappel-les, wat was zijn metafoor?

 

Als we een medemens hebben beledigd en geen excuus hebben aangeboden, dan blijft die belediging als het ware bij ons, waar we ook zijn. We dragen de zonde, het kwetsen van onze medemens, met ons mee, waar we ook zijn. Maar ook als we netjes excuus hebben aangeboden en dat hebben gedaan ‘om er maar vanaf te zijn’, blijft de aangerichte schade overeind. We dienen te beseffen dat we, omdat we een medemens hebben beschaamd en de aangerichte schade niet goed hebben hersteld, dat wij zelf een stinkende slijmerige last met ons meedragen, ons hele leven.

Hieraan moest ik denken toen ik wederom vanuit Israël werd benaderd door de diverse actualiteitenprogramma’s over de kwestie Anne Frank. Dit keer ging het niet zozeer over de vraag of “het baanbrekend onderzoek van een internationaal coldcase-team in Nederland”, inderdaad zo baanbrekend is als op de voorpagina van “Het verraad van Anne Frank” staat vermeld, nu Nederlandse deskundigen (die niet werden geraadpleegd!)  het zogenaamde bewijs wie de verrader is ernstig in twijfel trekken. De Israëlische media benaderden mij nu over de vraag of de uitgever van het boek “Het verraad van Anne Frank,”, die voorlopig afziet van een herdruk, hiermee als het ware de aangerichte schade heeft hersteld.

 

Mijns inziens is het enige wat de uitgever te doen staat, als hij de moed heeft om zijn misstap te corrigeren, om de winst die hij maakt uit de verkoop van zijn eerste druk, publiekelijk te doneren aan een instelling zoals bijvoorbeeld Yad Vashem in Israël of de Anne Frank Stichting in Nederland. Zo niet, dan verwijs ik u, geachte lezer, naar de anekdote. Want hoe we het ook draaien wenden of keren, er is hier een medemens die niet meer tussen ons is, die ook de hel van de holocaust heeft meegemaakt, mondiaal op de kaart gezet als een verrader.  En dat ruikt verre van fris: het stinkt!

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.