Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

“De verzwegen moord met de kogels” Dagboek van dse Opperrabbijn 26 januari 2022

Hoewel ik niet snel echt moe ben, heb ik nu toch wel behoefte aan een paar uur slaap. Moe ben ik niet zozeer vanwege gebrek aan slaap, maar meer door de impressies. Om 14:00 uur Oekraïense tijd kwamen we eergisteren aan in Hilton Kiev voor een symposium over educatie over de Holocaust. We, zijn Cees van der Staaij en mijn persoontje. Het symposium was georganiseerd door de EJA-European Jewish Association, de Associatie van Joodse Gemeenten in de Oekraïne en de Stichting die de herinnering  aan het drama in Babyn Yar levend wil houden. Deelnemers waren Europese parlementariërs en ambassadeurs van EU landen in Oekraïne. Het symposium telde ongeveer 150 deelnemers. Na een hele middag en avond lezingen, toespraken van o.a. Nathan Sharansky,  panels en getuigenissen van overlevenden, was het dinsdagochtend. Om 8:30 uur een inleiding over de moord op meer dan 250.000 Joden (en ook niet-joden)  in Babyn Yar. Door de voorzitter van de stichting die de herinnering aan de “Moord met kogels” levend wil houden, werd uitleg gegeven over de bouw van een gigantisch museum. Daarna naar het doel van het symposium: de herdenking ter plekke. Een van de sprekers kwam met een waanzinnige stelling:  Hitler had een grote fout gemaakt om zijn doel, de Endlösung, te bereiken. Hij had nooit Auschwitz en andere vernietigingskampen moeten bouwen. Gebouwen, gaskamers, spoorwegen, elektriciteitskabels en waterleidingen zijn namelijk uiterst moeilijk te vernietigen. En daarom weten wij vandaag wat zich daar heeft afgespeeld. De  Joden en tegenstanders van het Nazi regime in Oekraïne werden met kogels vermoord, in een vallei gegooid en letterlijk: Zand erover! En dus is de moord op meer dan 2,5 miljoen mensen nagenoeg onbekend gebleven. De weinige overlevenden, zo  vertelde een van de aanwezige overlevenden, moesten zwijgen. Vertellen dat je Babyn Yar had overleefd betekende dus dat je een Jood of Jodin was, en dat moest angstvallig geheim worden gehouden in de voormalige communistische Sovjet Unie.

 

Om economische redenen mocht er per Jood maar één kogel worden gebruikt en de baby’s die de moeders in hun armen droegen, behoefden geen kogel. De schutters waren SS’ers, gewone Duitse soldaten en Oekraïners. Ze waren trots op hun ‘werk’ getuige de vele foto’s die ze naar hun geliefden in Duitsland stuurden en waarop ze vreugdevol en stoer keken terwijl  ze de trekker overhaalden. In een van de opgedoken briefkaarten klaagde een Duitse militair dat ze tijdens hun werk weliswaar warme koffie kregen, maar er zat geen wodka in de koffie. Het onbegrijpelijke is dat, hoewel Babyn Yar iets buiten Kiev lag, in vele steden de moord ook gewoon midden in de stad plaatsvond met de voltallige lokale bevolking als toeschouwers. Het staat mij tegen om in mijn dagboek de gruwelijkheden te benoemen, maar omdat ook vele niet-joden, die hiervan misschien geen weet hebben, mijn dagboek lezen, mag de “Moord met de kogels” in Babyn Yar voor mijn gevoel niet onvermeld blijven. Ja, Oekraïne is ver weg, en de moord was zichtbaarder en openbaar, maar ook heeft 90% van de Nederlandse bevolking gezwegen en het dus laten gebeuren.

De voorzitter van de Oekraïense rabbijnen, rabbijn Meir Stambler, dankte alle deelnemers dat zij, ondanks de spanningen langs de grenzen met Rusland en de dreigende oorlog, toch bereid waren om naar Oekraïne te komen.

 

Direct na de herdenking, waar ik het kadiesj-gebed mocht uitspreken, werden we met de delegaties van Oostenrijk,  Engeland en Italië, die allemaal met KLM via Amsterdam terugvlogen, naar het vliegveld gebracht. Voor de latere vertrekkers was er nog een afscheidslunch in het Hotel. Even bijkomen, dacht ik. Maar dat was tevergeefs. Vanwege de Holocaust Memorial Day werd ik gebeld door een journalist van het RD voor een interview, een andere journalist voor een opname vandaag, woensdag, bij het Namen Monument in Amsterdam en een Israëlisch actualiteitenprogramma dat van mij het telefoonnummer wilde hebben van de kleindochter van de (ten onrechte) beschuldigde Joodse verrader van Anne Frank.

 

Over een half uur begint mijn 60+ sjioer online en vanavond nog een kleinschalige bijeenkomst, maar mijn gedachten liggen voorlopig nog in Babyn Yar. Ik ben nog niet echt thuisgekomen.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.