Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Geen inhoud zonder verpakking. Dagboek van de Opperrabbijn 17 november 2021

Door het gezeur rondom corona vroeg ik me af of ik weer terug moet naar mijn dagelijks dagboek. De reden? Ik merk dat heel veel mensen mijn dagboek lezen en “er iets aan hebben”. En dus, als velen dus weer meer aan huis gebonden zijn, zie ik het ook als een vorm van pastorale zorg om weer meer te gaan schrijven. Nou is dat woord “pastorale zorg” ongelukkig, want wie wil pastorale zorg hebben? Als u mij dat zou vragen, zou ik zeker voor de pastorale-zorg-eer vriendelijk bedanken. En dus belde ik vroeger, in de mooie tijden dat ik gewoon mensen tot steun kon en mocht zijn en nog niet in de hogere sferen van de representatie en politiek vertoefde , mensen nooit op met de vraag of hij/zij een pastoraal bezoek wilde hebben. Al helemaal niet liet ik goedwillende bestuurders bellen met de vraag of ze een pastoraal bezoek van de rabbijn zouden appreciëren . Hoe ik het dan wel aanpakte: Mijnheer/mevrouw. Toevallig ben ik volgende week dinsdag bij u in de buurt, vindt u het goed dat ik even langs kom om een kop koffie te drinken? En dat vond altijd iedereen erg goed. En daar zat ik dan, met de koffie, zomaar te spreken. Maar wat is daaraan dan zo pastoraal, hoor ik u denken? Waarom ging ik dat kopje koffie drinken? Om mijn uren vol te krijgen? Toen ik inmiddels alweer 46 jaar geleden naar Nederland terugkwam werd ik door het toenmalige NIK, het bestuur van Joods Nederland, aan de rabbinale tand gevoeld. Mij werd duidelijk gemaakt dat ik als rabbijn niet naar mensen mag toegaan om ze aan te moedigen om bijvoorbeeld koosjer te gaan eten. Als mensen bij mij kwamen en mij hulp vroegen om hun huis te kasjeren omdat zij uit zichzelf besloten hadden om koosjer te eten, dan mocht ik ze hierin helpen. Maar aanmoedigen: strikt verboden! Ik heb hiermee maar ingestemd, want anders had ik mijn baantje zeker niet gekregen. Maar heb ik me eraan gehouden? Absoluut niet. Betekent dat dan dat ik als ik een medemens ontmoet dat ik hem de Joodse wet probeer op te dringen? Ook hierop is mijn antwoord: zeker niet! En toch is de essentie van mijn rabbinale taak: bevordering van het Joodse leven. Zit die gedachte voorin mijn hoofd? Neen. Maar wel ergens in mijn achterhoofd. En dus als ik iemand help met zijn/haar probleem is mijn enige bewuste doel: helpen. Maar op de achtergrond, bij mij echt onbewust, maak ik wel reclame voor het Jodendom, en dat is de kerntaak van een rabbijn. Als het stimuleren van het Jodendom niet, ook al is dat onbewust, aanwezig is, dan is de rabbijn geen rabbijn, maar een maatschappelijk werker in een hogere salarisschaal! En nog iets: wat hoort mijn referentiekader te zijn? De Halaga, de Joodse wet en de Joodse filosofie.

 

Waar ga ik naar toe, hoor ik u denken. Zondag jl. mocht ik een toespraak houden bij het indrukwekkende monument ter nagedachtenis aan de 1500 vermoorde leden van de Joodse Gemeenschap in Arnhem. Jaarlijks ben ik daar aanwezig samen met Marcouch, de burgemeester. Doel is herdenken, het verleden. Maar het is ook mijn plicht om de aanwezigen, Joden en niet-joden, iets mee te geven, voor vandaag en morgen. Mijn oproep was duidelijk: pas op dat antisemitisme niet het normaal wordt. Ik prees de twee VO-scholen die aanwezig waren, maar vroeg me duidelijk af waar de achttien andere Arnhemse VO-scholen waren, want het historisch besef over wat er in de jaren ’40-’45 hier geschiedde is helaas bar slecht. Dat was dus mijn boodschap, onderricht over de WO II op al onze scholen. Maar van vitaal belang is niet alleen de boodschap, maar ook de verpakking. Een prachtige diamant behoeft een mooie ring. Diezelfde diamant in een goedkoop zakje van de Hema oogt niet en lijkt waardeloos. En als ik dan voor de juiste verpakking heb gezorgd en mensen heb weten te raken, zodat mijn boodschap werd gehoord, heb ik mijn bewuste doel bereikt. Maar ook mijn onbewuste doel: reclame voor het Jodendom, voor de Joodse Gemeenschap. De Halaga zegt expliciet dat een Joods Geleerde niet met vlekken op zijn kleren mag lopen want dan zal de samenleving zeggen dat alle Joden vies zijn. Het tegenovergestelde geldt echter ook: er netjes en verzorgd bijlopen heeft een onbewust positieve uitwerking. En een boodschap in een aansprekende verpakking plaatsen steunt en verzorgt een Kiddoesj Hasjeem, een heiliging van G’ds Naam. En dus, toen ik na zes jaar, dus nu veertig jaar geleden, gevraagd werd door mijn voorganger Opperrabbijn Berlinger of ik zijn assistent wilde worden en ik hem vroeg waarom hij mij daartoe benaderde, was zijn antwoord: omdat jij niet wacht tot de mensen bij jou komen, maar omdat jij een proactieve rabbijn bent. Een rabbijn moet er zijn voor het naar-binnen van de Joodse gemeenschap, maar zeker ook voor het naar-buiten. En dus ben ik mij er steeds van bewust dat de verpakking van de rabbijn van groot belang is en ben dankbaar dat mijn Blouma er steeds op toeziet dat ook gewoon mijn kleren netjes, in de plooi en zonder vlekken zijn.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op https://niw.nl/category/dagboek/