Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Ontving mijn familie ook een waarschuwingsbericht voor de reis naar Auschwitz? Dagboek van de Opperrabbijn 22 augustus 2021,

Hadden en hebben we te doen met corona, nu wordt er roet in ons programma gestuurd door Henri. Henri is de orkaan die gisteren, net voor het eind van de sjabbat, begon te loeien. Zware stortregen en, naar ik begrijp, werd de noodtoestand afgekondigd. We gaan dus verder ons verblijf ik New York vieren met een aangepast programma. Maar wel of niet aangepast: ik moet vanavond naar Monroe. Mijn vader heeft mij vaak verteld dat er van de Jacobs familie, die nagenoeg geheel vermoord is, nog één nichtje in leven moet zijn. Haar naam: Claire. Haar vader heette Sampe en was een leerling van het Nederlands Israëlitisch Seminarium. Na zijn studie te hebben voltooid is hij getrouwd en kreeg drie kinderen. Alleen hij heeft het overleefd en was de enige van de Jacobs kant bij de choepa van mijn ouders in 1948. Nadien is hij hertrouwd met een Joodse vrouw uit Manchester, er is een dochtertje geboren, genaamd Claire, en spoedig na de geboorte is Sampe, die zwaar depressief was, overleden. De moeder van Claire was hertrouwd en omdat mijn vader geen achternaam wist, kon hij haar niet vinden. Pas een jaar voordat mijn vader is overleden hebben we Claire gevonden. Zij woonde in Melbourne Australië, is toentertijd meteen naar Nederland gevlogen om mijn vader, die haar oma, mijn vaders tante, goed heeft gekend, nog te kunnen zien. We zijn samen naar Muiderberg gegaan en stonden daar, met tranen van ontroering in de ogen, bij de graven van onze gezamenlijke overgrootouders. Inmiddels is Claire verhuisd naar Monroe en hoop ik dat Henri te trotseren zal zijn en Blouma en ik haar vanavond kunnen ontmoeten, kennismaken met haar echtgenoot en misschien een paar van haar kinderen te zien. Ondertussen ben ik begonnen om de toespraken voor te bereiden voor de Hoge Feestdagen en een paar lezingen die ik nog mag geven voor Rosj Hasjana. Sjabbat was geweldig. De sjoel, die in de benedenverdieping is van de woning van onze zoon, was helemaal vol. Iedereen doet mee. Allemaal jonge mensen. Het wemelde van de kleine kinderen. Het leeft! Nog niet te vergelijken met Nederland, helaas. Maar we blijven geloven in het ongelofelijke! En toch verlang ik om weer voet op vaderlands bodem te mogen zetten. Nog een paar daagjes. Natuurlijk ben ik in voortdurend contact met mijn rabbinale thuisfront, maak afspraken, stuur e-mails, telefoneer, probeer vetes te beslechten en geef gewoon mijn cursussen per zoom. Maar toch! Mijn plaats ligt in Nederland.

 

Inmiddels is het zondagavond. Henri maakt het ons toch onmogelijk om Claire vandaag nog te bezoeken want Henri gaat nog flink tekeer. Emmers water vallen uit de hemel en met de auto een lange afstand afleggen op de highway is onverantwoord en dus ga ik maar achter de computer om mijn toespraken verder te fabriceren voor de aanstaande feestdagen, diverse lezingen,  het voorwoord te schrijven voor De Nederlands-Israëlitische Gemeente Utrecht 1789-1960 en drie verjaardagbrieven te versturen. Ondertussen zijn de geboortebewijzen binnen van die mevrouw die haar hele leven voelde dat ze Joods was en die ik heb mogen helpen om haar Joodse roots boven water te krijgen. Alleen ontbraken nog de bewijzen dat ze inderdaad de dochter is van haar moeder en haar moeder de dochter van haar oma. Geloofde ik haar dan niet op haar woord? Absoluut wel. Maar om e.e.a. ook voor komende generaties goed vast te leggen, moet haar bewijs niet gebaseerd zijn op het ‘goede geloof van Jacobs’, maar op aantoonbare feiten. En los hiervan gebeurt het heel soms dat de moeder niet de biologische moeder is. Heel veel reacties heb ik ontvangen op mijn geïrriteerde dagboek dat Nederland veel en veel te weinig doet om de Nederlanders uit Afghanistan te redden. Ik ben zondermeer een trotse Nederlander, maar erger me wel blauw over het eeuwige gepolder, overleg, middenweg, vergaderen, terwijl landgenoten zich in een uitzichtloze levensgevaarlijke situatie bevinden. Als ik dan lees dat onze onderdanen in Afghanistan een aanbeveling ontvingen van onze Ambassade in Afghanistan om vooral voorzichtig te zijn, dan vroeg ik me af, stout als ik soms ben, of mijn familieleden voor ze de trein van de Nederlandse Spoorwegen instapten op weg naar Auschwitz of Sobibor, ook zo’n meelevend waarschuwingsbericht hebben mogen ontvangen. Of lag dat anders?

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op
https://niw.nl/category/dagboek/