Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Mijn leerling, vriend en leermeester is niet meer. Dagboek van een opperrabbijn, 22 april

Een vrouw die me laat weten dat ze zojuist te horen heeft gekregen dat ze nog drie jaar te leven heeft en dat een medicatie die haar leven zou kunnen verlengen niet gegeven kan worden omdat dat medicijn niet te combineren valt met een medicijn van de reumatoloog. Ze begrijpt niet waarom de internist, brenger van het slechte nieuws, niet in gesprek kan gaan met de reumatoloog. En als klap op de (dodelijke) vuurpijl, krijgt ze een briefje van het ziekenhuis dat ze ‘uitbehandeld’ is. Waarom deze vrouw, die ik slechts oppervlakkig ken, zich tot mij wendt? Geen idee. Maar uiteraard bel ik haar meteen.

 

Dit was het begin van mijn dag. Of eigenlijk ook niet. Want om 6:10 uur Israëlische tijd en dus 5:10 uur werd ik 4:03 minuten geïnterviewd door Kol Jisraeel, de Israëlische radio, over de rel rond de supporters van Vitesse waarvan een aantal meenden als prelude voor de wedstrijd Ajax-Vitesse te moeten scanderen: ‘Hamas, Hamas, Joden aan het …’. Op 4 mei twee jaar geleden werd er op de speelplaats voor ons huis gewoon veder gegaan met voetbal tijdens de twee minuten stilte. Ik ben bijna nooit echt kwaad, maar dit ging me te ver. En ik dus, direct na de stilte, naar de speelplaats. Mijn verwachting was dat de voetballende tieners wel zouden weghollen als ze mij zouden zien. Maar het tegendeel was waar. Ze kwamen na mijn korte wenk meteen naar me toe. ‘Waarom konden jullie niet twee minuten stoppen met voetbal als Nederland zijn doden herdenkt?’ Ze schrokken zichtbaar, hadden wel gehoord over de Tweede Wereldoorlog, maar wisten niet van 4 mei, Nationale Dodenherdenking. ‘Zullen we nu nog even twee minuten stilstaan?’, was hun reactie. Ze wisten het gewoonweg niet en voelden zich zichtbaar schuldig. Maar natuurlijk waren zij niet schuldig, maar wel hun ouders en zeker hun school. Met deze gebeurtenis in mijn achterhoofd had ik Marcouch een Whatsapp gestuurd. Met Jihadisten en Salafisten valt niet te praten, maar met gewone ‘schoffies’ natuurlijk wel. En dus gaat Marcouch hun een uitnodiging sturen om op het Stadhuis met hen en met mij in gesprek te gaan. Ik ben ervan doordrongen dat antisemitisme hard dient te worden aangepakt, maar indien mogelijk moet die ‘harde aanpak’ met de ‘zachte hand’ zijn. Nooit zal ik vergeten de fietsclub van ome Jopie. Zo’n 150 tieners uit de achterstandswijken van Arnhem die naar Westerbork kwamen, met een roos in hun hand naar het monument liepen, muisstil was het. Ik mocht ze toespreken bij het monument, maar ik heb dat niet gedaan. Ik verkoos om ze niet toe te spreken maar met ze te spreken. Ze waren bijna allemaal diep geraakt. Ik was waarschijnlijk de eerste Jood die ze zagen. Ze wisten niet wat Westerbork was en de moord op 102.000 Nederlandse Joden leek nieuw voor ze. De bijeenkomst, het gesprek, de plechtigheid duurde zeker een uur. Deze jongeren zullen nooit racist of antisemiet worden. En daarom mijn Whatsapp naar vriend Marcouch. Maar misschien ben ik te goedgelovig in de goedheid van de mens. Het nieuws van onze educatieve benadering ging als een vuurtje door de internationale media: Israël, USA, Duitsland, Engeland, Italië…

 

Maar ook een van mijn vaste wekelijkse zoom cursussen heb ik vandaag gegeven. Twee uur achtereen met tien minuten koffie-zoom-pauze. En terwijl ik dit typ komt er een overlijdensaankondiging per post. De overlevende van de oorlog met wie ik al waarschijnlijk twintig jaar maandelijks leer, is overleden. Ik wist dat hij een slechte prognose had, nog maar een jaar te leven, maar het jaar is nog lang niet voorbij. Hij was 87 jaar maar zeer jong van geest. Een buitengewoon bijzondere man. Ik ben even de kluts kwijt. Hij was een vriend, wij hadden een bijzondere band, hij was ook mijn leermeester, want ik heb veel geleerd van zijn manier van leven, van zijn omgaan met zijn verdriet, met zijn ervaringen tijdens de onderduik, van zijn kracht en moed en van zijn ongekende wijsheid. Ik heb over hem geschreven in een van mijn dagboeken, uiteraard met zijn toestemming, gewijzigde naam en onherkenbaar gemaakt.

 

Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/