Hij was soldaat in Libanon. Dagboek van een Opperrabbijn 21 maart 2021

Toen we sjabbath-ochtend naar sjoel liepen weerklonk het vanuit een kantoorgebouw, dat verbouwd is tot appartementen building, een luid “Jóóóden”. Hoewel ik natuurlijk trots ben op mijn Jood-zijn en ik het fijn vond herkend te worden, bedoelde, naar ik aanneem, de roeper het niet als compliment of bemoediging. Maar het negatieve naroepen werd ’s middags dubbel en dwars goed gemaakt. Voorafgaand aan mijn sjioer-op-niveau op sjabbatmiddag gaan mijn lern-maatje en ik iedere sjabbat het natuurgebied achter ons huis in en hebben een wandeling van vijftig gezonde sjabbat-minuten. Maar sjabbat jl. waren we een half uur langer onderweg. Toen wij de plaats van waaruit de vogels kunnen worden geobserveerd al een paar meter voorbij waren, weerklonk plotseling vanuit het groepje dat de vogels stond te bekijken een ‘sjabbat sjalom’. Het naroepen van ‘sjabbat sjalom’ komt regelmatig voor en aanzienlijk vaker dan het “Jóóóden”. Bijna altijd komt zo’n ‘sjabbat sjalom’ van niet-joden die met hun welgemeende groet hun steun aan Israël willen betuigen. Zo voel ik dat en zo is het ook. Bemoediging! Het ‘sjabbat sjalom’ vertoonde dit keer een Israëlisch accent en na ons te hebben omgedraaid zagen wij de roeper met ijsmuts, verrekijker en fiets. U weet toch hoe dat gaat. Over en weer namen uitwisselen, waar woon je, waar kom je vandaan? Hij woont al dertig jaar in Nederland en heeft in de Libanon-oorlog gestreden. Heeft geen contact met de Joodse gemeenschap, beroemt zich erop dat hij moslimvrienden heeft, heeft een niet-joodse echtgenote en heeft me uitgelegd dat hij tegen het beleid is van Netanyahu en daarom op GroenLinks heeft gestemd. We hadden een heel fijn gesprek en we voelden onvermeld een snelgroeiende vriendschap. Hij vertelde trots dat hij twee jaar geleden Jom Kippoer in de sjoel van Amersfoort is geweest en dat zijn echtgenote de hele dag in sjoel was gebleven, maar hij niet. Op mijn speels tussen de regels door gesuggereerde voorstel of hij misschien nog iets vaker naar sjoel zou kunnen komen, gaf hij aan dat hij het ook weer niet wil overdrijven en gewoon wil vasthouden aan regelmatig één keer per jaar. We spraken over de plaats van de Joden in Nederland en ongevraagd begon hij zich min of meer te excuseren dat hij Israël heeft verlaten, fysiek en geestelijk. Hij was soldaat geweest in het Israëlische leger ten tijde van de Libanon oorlog. Hij had het overleefd, maar te nauwer nood. Na hersteld te zijn van zijn verwondingen heeft hij Israël de rug toegekeerd. ‘Mijn moeder heeft liever een levende zoon in een huis in Nederland, dan een dode zoon in een kist in Israël’. Ik hoop dat ik iets voor hem mocht betekenen, want hij straalde zichtbaar tijdens ons gesprek. Het was alsof we elkaar al jaren kenden.

 

Er is een Joodse wet die zegt dat een Joods Geleerde niet mag rondlopen met een vlek op zijn kleren. En hoewel, zeker met Pesach voor de deur en de bescheidenheid van het ‘ongerezen’ brood/gevoel centraal moet staan, moet ieder zichzelf ten aanzien van deze wet beschouwen als een Joods Geleerde. De reden van het verbod om met vlekken rond te lopen is de uitstraling naar de brede samenleving waarvan wij een onderdeel vormen. Als ik er onverzorgd uitzie, zijn alle Joden vies. Uiteraard is die veralgemenisering onterecht, maar zo werkt het. En dus heeft ieder van ons de verplichting om er verzorgd bij te lopen. Maar het gaat hier niet uitsluitend over echte vlekken. Een vieze vlek in mijn gedrag is nog veel schadelijker.

 

De hele zondag was ik bezig met de grote Pesach schoonmaak. Er mag geen kruimeltje chameets-brood in huis zijn. Mijn auto is al helemaal ‘Pesach-dik’. Maar die kruimeltjes gerezen deeg zijn gekoppeld aan het gerezen gevoel: hoogmoed. Terwijl ik al het gerezene uit mijn huis haal, moet ik tegelijkertijd ook het gerezene uit mezelf verwijderen, zelfs een vlek mag niet achterblijven. Heeft die Pesach-schoonmaak alleen betekenis voor mezelf? Zeker niet. Want mijn gedrag, mijn zuiverheid, straalt ook uit en heeft daardoor invloed, ook als ik die invloed zelf niet bemerk. Gisteren, sjabbath, wist ik dus dat ik werd opgemerkt, maar ook als niemand reageert is het heel wel mogelijk dat er wordt gekeken.

 

Ik ga me voorbereiden voor de zoom-toespraak om 20:00 uur voor het NIK. Onderwerp: “Welke invloed hebben wij op de brede samenleving.” Geïnspireerd dus door mijn nieuwe vriend de Israëliër, heb ik dat onderwerp net bedacht. Ik hoop dat ik voor hem iets mocht betekenen. Misschien had het luisteren naar zijn moeizame legerperiode voor hem een genezende invloed. Of was mijn begrijpende blik dat ik hem niet veroordeel omdat hij Israël heeft verlaten en nu al dertig jaar hier woont, voor hem van geestelijk belang. Of wellicht heeft ons gesprek positief bijgedragen aan zijn worsteling met zijn geboorteland Israël, zijn identiteit, zijn Joodse nesjomme.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/