Op bezoek bij coalitiepartners. Dagboek van een opperrabbijn 16 maart 2021

Het was vandaag een mengelmoesje van Nederland, Europa, naar buiten treden en gewoon Jodendom in het heden en in het verleden.

 

Het heden was dat ik me aan het voorbereiden was voor mijn twee zoom-cursussen van morgen. Maar daardoorheen kwamen twee Joodse verzoeken gekoppeld aan het verleden. Ik werd geattendeerd op een grafzerk ergens in Overijssel op een Joodse begraafplaats in een stadje waar sinds ’40-’45 geen Joodse gemeenschap meer bestaat. In 1943 werd er een Joodse man begraven, midden in de oorlog dus. En op zijn graf staat i.p.v. een Mageen David, een Davidster, een kruis. Niet echt passend. Ik ga ervan uit dat dat kruis met de beste bedoeling werd afgebeeld. Wie zal hem daar in 1943 begraven hebben? Waarschijnlijk niet-joden. Maar nu word ik door een Joodse man, die in Amsterdam woonachtig is, hierop gewezen met het verzoek om het even te regelen. Nou ga ik dat zeker doen, maar dat wordt natuurlijk niet ‘even regelen’ want wie is de eigenaar van de begraafplaats en ‘even’ een kruis veranderen in een ‘Mageen David’ is niet ‘even’ gedaan! Maar we pakken het op. Ook een gesprek gehad met een Joodse man, iemand die aan een van mijn zoom-cursussen deelneemt. Hij woont in een ander stadje waar ook eens een Joodse Gemeente was en nu als enige herinnering is er nog een Joodse begraafplaats. Hij wil die begraafplaats een plaats geven binnen de gemeenschap. Als een educatief middel om te laten zien wie hier eens woonden, als een waarschuwing dat geschiedenis zich kan herhalen en als eerbetoon aan voorouders die moederziel op hun begraafplaats liggen en geen bezoek hoeven te verwachten omdat hun nazaten,  de potentiële bezoekers, niet meer leven en ook geen graf hebben gekregen op hun begraafplaats in hun woonplaats waar ze zo graag ‘normaal’ hadden willen sterven. Nadat ik hedenochtend eerst een korte zoom-vergadering had met een van mijn medewerkers, overleg had gehad over een begrafenis en een paar problemen die daaraan gekoppeld zaten, gingen we naar het kantoor van de Christen Unie. Wie zijn ‘we’ hoor ik u vragen. Sinds vandaag ben ik chairman, voorzitter dus, van het Comité ter bestrijding van het antisemitisme van de EJA- Europees Joodse Associatie (maar dan alles in het Engels). Een organisatie die gevestigd is in Brussel en strijdt tegen iedere vorm van antisemitisme. Vanuit die organisatie mocht ik per vandaag meteen al in actie komen en omdat ik voorzie dat die eervolle positie veel werk zal geven, heb ik een plaatsgenoot en medelid van de Joodse Gemeente Amersfoort maar meteen tot medewerker gebombardeerd tegen een aantrekkelijk salaris van €0 per uur. De eerste actie was het bedanken van Gert-Jan Segers en Dilan Yesilgöz voor hun initiatief en inzet voor de aanstelling van een coördinator antisemitisme bestrijding. En hoewel ik van mening ben dat er beter een niet-jood deze positie had kunnen krijgen, hoop ik dat Eddo Verdoner vanuit deze positie de aan deze gekoppelde taak naar behoren zal kunnen uitvoeren en een essentiële bijdrage zal kunnen leveren aan de bestrijding van het antisemitisme. Interessant te zien hoezeer mijn dank-je-wel werd gewaardeerd. Beide parlementariërs stuurden meteen via de media allerlei berichten rond en zelfs bij het lijsttrekkersdebat voor de televisie werd naar ons gesprek gerefereerd. Waarom ik liever een niet-jood als coördinator antisemitisme-bestrijding had gezien? Als een Jood iets antisemitisch vindt loopt hij de kans beschuldigd te worden van overgevoeligheid vanwege zijn eigen Joodse identiteit. Waarvandaan die zorg? In de film “de Zaak Menten”, van het lid van mijn Advisory Board Hans Knoop, werd hem overgevoeligheid verweten door zijn medejournalisten en redactieleden van de Telegraaf toen hij het onderzoek wilde beginnen naar de gestolen kunst van Menten. Hans Knoop zou, als gevolg van zijn Jood-zijn, spoken zien en de kwestie gigantisch overdrijven! Dat zie ik hier ook gebeuren indien Verdoner melding maakt van een incident. Een niet-jood is mijns inziens neutraler en dus acceptabeler. Maar het is zoals het is gegaan en natuurlijk wens ik vanaf deze plaats aan de nieuwe en eerste coördinator veel succes. Ik heb Dilan en Gert-Jan mogen toespreken alvorens ik ze bedankte en uitgelegd dat er in de Hagada staat dat er in iedere generatie (on) mensen zijn die het Joodse Volk willen uitroeien, maar onze kracht om ze te verslaan putten we uit éénheid. Een éénheid die niet uitsluitend op onszelf van toepassing is, maar ook duidt op vriendschap met niet-joodse vrienden en instanties. In een oorlog hebben de troepen namelijk munitie nodig, een actieplan, een strategie, timing en zeker ook coalities. De initiatiefnemers zijn onze coalitiepartners. Met hen zijn wij één. Het ontbreken van coalitiepartners kan catastrofaal zijn, speciaal in Nederland, waar wij als Joodse gemeenschap piepklein zijn.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
https://niw.nl/category/dagboek/