Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente in Limburg

Chanoekah 5778-2017

De laatste maanden was ik weer aanwezig bij verschillende bijeenkomsten die gerelateerd waren aan de jaren ’40-’45. Helaas en niet-helaas. Helaas natuurlijk omdat de reden die ons tot herdenken en monumenten noopt, alles behalve positief is…..

Goed is het dat de ons omringende samenleving beseft en er meer en meer van doordrongen is, dat er zwaar is gefaald in de steun aan en de opvang van de Joodse gemeenschap in ons land in die duistere periode.

Tijdens een bijeenkomst in Coevorden sprak een overlevende. Zijn woorden, want het was niet echt een toespraak, hebben diepe indruk op mij gemaakt. Het meest geschrokken en verbouwereerd was hij over de koudheid en laksheid van mensen waarvan hij dacht dat het zijn vrienden waren. Ze keken weg van hetgeen aangedaan werd aan hun Joodse landgenoten, hun Joodse vrienden en bekenden. En ook na de oorlog ondervond hij heel veel koudheid.

Maar daarin is recentelijk toch, naar mijn bescheiden mening, een kentering gekomen. Het Rode Kruis dat volmondig, oprecht en met grote spijt toegeeft dat ze voor de Joden niets hebben gedaan.

Wij gaan dadelijk de Menora aansteken. De eerste avond één lichtje, de tweede avond twee, tot op de achtste dag de Menora in volle glorie brandt met acht kaarsjes. Bekend is de vraag of op de eerste dag acht kaarsjes, op de tweede dag zeven en op de laatste dag uiteindelijk slechts één wordt aangestoken of is het juist precies andersom? We beginnen met één kaarsje op de eerste dag en op de laatste dag branden alle acht? Waarover gaat deze Talmoedische discussie eigenlijk? Een van de mooie verklaringen luidt: de mening die aangeeft om met acht lichtjes te beginnen redeneert als volgt: op de eerste dag heb ik in gedachte om uiteindelijk alle acht lichtjes van de Menora te ontsteken, dus steek ik acht aan. Op de tweede dag moet ik nog maar zeven kaarsjes ontsteken, dus steek ik zeven aan. Voorafgaande aan de laatste dag weet ik, heb ik in gedachte, om nog één kaarsje te ontsteken; dus steek ik het laatste enige kaarsje aan op de achtste dag. De benadering echter dat we op de eerste dag één kaarsje aansteken en op de laatste dag tenslotte acht, gaat niet uit van wat we willen aansteken, wat nog in het verschiet ligt, maar van de daadwerkelijke handeling, de daad. En zo steken wij al eeuwenlang de Menora aan, beginnend met één en eindigend met acht. Er wordt gekozen voor de daad en niet voor de intentie.

De Menora, Chanoeka, leert ons o.a. dat wij in staat zijn en ook verplicht om te verlichten en te verwarmen in donkere perioden en op duistere plaatsen. Maar natuurlijk ook naar een medemens die in een duistere en moeizame situatie verkeert.

Maar pas op! Diezelfde Menora vertelt ons ook dat het willen helpen geweldig is, maar dat het uiteindelijk gaat om het doen. Goede voornemens zijn fijn, maar het daadwerkelijk brengen van licht is echt beter.

Nog vele goede en verlichtende jaren!

 

Binyomin Jacobs, Opperrabbijn

Chanoekah 5778

 

<iframe width="560" height="315" src="https://www.youtube.com/embed/NBptBbRyiqM?rel=0" frameborder="0" gesture="media" allow="encrypted-media" allowfullscreen></iframe>

 

Copyright © 2013. All Rights Reserved.