Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Het hondje en het schilderijtje. Dagboek van een Opperrabbijn 31 januari 2021

    Een van onze vaste gasten was Reb Moshe zl. Het was niet zijn echte naam, maar wij noemden hem zo. Met onze oudste zoon zl., die hij een paar keer bij ons thuis jaren geleden had ontmoet, had hij bijna dagelijks telefonisch contact. Reb Moshe heeft steeds aangegeven dat hij een “Joods” schilderijtje heeft en wil dat als hij er niet meer is dat schilderijtje, portret van een rabbijn, bij ons aan de muur komt te hangen. Reb Moshe is niet meer en ik was bijna het schilderijtje vergeten. Het schilderijtje had ik wel eens aan zijn muur zien prijken op zijn kamer. Of het enige waarde vertegenwoordigt? Geen idee. Maar voor ons wel van emotionele waarde. Reb Moshe is niet meer, maar onze oudste zoon dus ook niet en juist daarom ben ik achter het schilderijtje aangegaan. Zojuist ontvang ik van mijn dochter uit Almere dat zij het schilderijtje heeft ontvangen. Hoe het bij haar is gekomen, weet ik niet, maar het is dus op weg naar ons. Reb Moshe was alleen, een typisch beschadigde man die een product was van de oorlog. Hij was eenzaam en boos. Boos dat toen zijn moeder kwam te overlijden hij voor de begrafenis moest tekenen dat hij zou betalen, terwijl er al betaald was. Zijn woorden werden niet geloofd. Ik begrijp dat eigenlijk wel, maar in deze was er sprake van een fout van de bank. Hoe ik met Reb Moshe in contact ben gekomen? Hij was woest op de penningmeester van de Joodse Gemeente die hem dwong te tekenen zo vlak voor de lewaja. Hij dreigde hem te vermoorden. Had hij dat kunnen doen? Ik denk van wel, ongeremd als hij kon zijn. Maar hij was een goed mens, maar o zo eenzaam. En dus belde mijn zoon Yisrolik zl. hem jarenlang dagelijks op. Beiden zijn niet meer en juist daarom wil ik dat schilderijtje snel aan de muur hebben, als een herinnering. Een schilderijtje dat boekdelen spreekt, maar die boekdelen zijn uitsluitend aan mijzelf bekend en dat houden we zo. Ik wacht vol emotie op het schilderijtje…….schilderij Reb Moshe

     

    Aan het schattige hondje waarvoor ik via, via gevraagd was om een nieuw baasje te verzorgen kleven ondertussen een paar teleurstellingen. De huidige eigenaar van het lieve beestje zoekt vanwege zeer trieste omstandigheden, een persoonlijke tragedie gekoppeld aan corona, met spoed een nieuw baasje. Ik dus meteen een paar pionnetjes uitgezet, mijn Blouma ook nog een paar en vervolgens in een mum van tijd hadden wij zeven adressen gevonden. Maar het hondje kan maar naar één adres, en dus heb ik zes mensen blij gemaakt met een dode mus (ik bedoel dus een levend lief hondje). Maar waarschijnlijk zitten alle zeven met die dode mus, want inmiddels blijkt nog een rabbijn op zoek te zijn geweest en kan het dus zijn dat al onze kandidaten buiten de prijzen, het hondje dus, zijn gevallen. Ik begrijp dat het geval met het hondje door u, trouwe dagboeklezer van mij, als verkwisting van tijd wordt ervaren. En wellicht vraagt u zich af of de opperrabbijn niets beters te doen heeft. Als u zo redeneert begrijpt u mijn positie niet. Althans de wijze waarop ik tegen mijn positie aankijk verschilt dan van uw voorstelling van (rabbinale) zaken.

     

    Ik herinner mij een brief van de Lubavitscher Rebbe aan een vrij simpele man uit Amsterdam. Hij had de Rebbe advies gevraagd over het verjaardagscadeau dat hij z’n jongste zus wilde geven.  De Rebbe die dagelijks postzakken met brieven ontving vanuit allerlei kringen der samenleving met vaak de meest ingewikkelde vragen op het gebied van politiek, Israël, educatie, financiën etc., heeft de jongeman twee A4-tjes vol geschreven met uitleg hoe hij voor zijn zus een cadeau moest kopen. Belachelijk? Helemaal niet! Groots, want voor deze man was de kwestie van het verjaardagscadeau net zo belangrijk als voor een hoogleraar een knellende vraag over kernenergie die van belang kon zijn voor de gehele mensheid. En daarom was het zoeken van een nieuw baasje voor dit hondje net zo essentieel en tot mijn taak behorend als een uur onderricht op hoog niveau in de Talmoed of een gesprek met een Minister over een kwestie die de Joodse gemeenschap betreft.  Mijn taak als rabbijn ligt daar waar het (niet bestaande) toeval mij mee in contact brengt. Of het nu de kwestie Ysselsteyn betreft, waarover ik vorige week in mijn column in het NIW schreef, of de International Holocaust Remembrance Day, waaraan ik woensdag jl. een bescheiden bijdrage mocht leveren ten overstaan van meer dan 25.000 deelnemers, of het schilderijtje van Reb Moshe of het hondje dat acuut een nieuw baasje nodig heeft, voor mij behoort dit allemaal tot mijn rabbinale afwisselende baantje.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Het kind van foute ouders

    Ik meen dat ik het al een keer aan mijn dagboek had toevertrouwd. In het gebouw van het IPC, het Israel Producten Centrum te Nijkerk, is een expositie gaande, genaamd “Redders in nood”. Een must voor de jeugd om te zien hoe mensen bereid waren met gevaar voor eigen leven zich in te zetten voor de medemens. Daar heb je hem weer, denk u waarschijnlijk, want ik heb deze expositie al meerdere keren genoemd in mijn dagboek.

     

    Een onderdeel van de expositie zijn drie deuren. Je wordt uitgenodigd om bij alle drie aan te bellen en dan krijg je het volgende te horen. Er wordt opengedaan en Ds. Overduin vraagt de bewoner of voor één enkele nacht twee Joden die in grote nood verkeren bij hun mogen overnachten. Huis één wordt kwaad en beschuldigd Ds. Overduin van het nodeloos in gevaar brengen van zijn gemeenteleden. Deur twee wil graag helpen, maar is bang. Deur drie zegt spontaan 'ja'. Waarom ik dit wederom vermeld? Bij de herdenking van de razzia in Twente vermeldde de burgemeester van Enschede dat ds. Overduin, een Enschedese predikant, meer dan duizend Joden aan onderduikplaatsen had geholpen. Dit was mij uiteraard bekend. Maar daarna vertelde de burgemeester nog iets, hetgeen voor mij nieuw was.

     

    Na de oorlog heeft ds. Overduin geld ingezameld om kinderen en vrouwen van NSB-ers te helpen. Overduin heeft ook aangeklopt bij een rijke Joodse man die de verschrikkingen van de oorlog had overleefd, maar uiteraard bijna al zijn naasten had verloren. De Joodse man weigerde over de brug te komen. Geld aan vrouwen en kinderen van NSB-ers? Absoluut niet. Daarop heeft Overduin de zoon van die rijke man benaderd en hem gevraagd zijn vader te overtuigen om wel te geven, hetgeen uiteindelijk is gelukt. Ik vroeg mij tijdens de toespraak van de burgemeester pijlsnel af hoe ik gehandeld zou hebben. Wel of niet kinderen van foute ouders steunen?

    In het Sinai Centrum werd mij, ik schat zo’n twintig jaar geleden, een soortgelijk dilemma voorgelegd. Als Sinai Centrum waren/zijn wij gespecialiseerd in trauma’s ten gevolge van oorlogsgeweld. En ook de second generation behoort tot onze expertise. Kinderen van ouders die de hel van Auschwitz hebben overleefd hebben het soms erg moeilijk gehad in hun jeugd want zij werden opgevoed door ouders die erg beschadigd waren. Maar hetzelfde gold natuurlijk ook voor kinderen wier vader en/of moeder na de bevrijding werden opgepakt, wellicht jaren in de gevangenis moesten doorbrengen en zeker sociaal werden geïsoleerd. In feite hadden die kinderen hetzelfde probleem als de Joodse kinderen. Aan mij werd toen gevraagd of het ethisch verantwoord was, vanuit de Joodse optiek, om ook kinderen van foute ouders te behandelen. Mijn antwoord op die vraag was een stellig ‘ja’.

     

    De kinderen, mits ze uiteraard niet zelf ook antisemieten waren, zijn niet schuldig aan de fouten van hun ouders. Ik had wel als voorwaarde gesteld dat het Joodse kind en het NSB-kind niet in dezelfde wachtkamer mogen zitten. Dat zou zeker voor het Joodse kind te confronterend kunnen zijn, te emotioneel. Vergeet niet dat beide kinderen, inmiddels natuurlijk volwassen, psychisch in de knel zitten. Ik mag van beiden niet verwachten dat ze met dezelfde zakelijkheid waarmee ik ernaar kijk, de emotionele afstand weten te bewaren.

     

    Dit gonsde pijlsnel door mijn hoofd toen ik de Enschedese burgemeester hoorde vertellen dat ds. Overduin ook kinderen van foute ouders hielp. Even dacht ik dat Overduin na de bevrijding de fout was ingegaan, onze tegenstander was geworden. Maar direct kwam de link naar het Sinai Centrum in mij op en ben ik ter plekke ds. Overduin nog meer gaan waarderen.

     

    En ook flitste door mijn hoofd die Nederlandse vrouw die op mijn vrouw, Blouma, afkwam in Jeruzalem, en tegen haar zei: "Waarschijnlijk wil je mij geen hand geven, want mijn vader was in de oorlog een SS'er." Mijn Blouma gaf haar wel de hand, met innige warmte. En toen ze afscheid van elkaar namen, omhelsden ze elkaar. Ik herinner me dat de tranen in mij opkwamen toen ik die omhelzing zag.

     

    Na de toespraken, na de gebeden, na het blazen op de sjofar en na de twee minuten stilte, kwam een mij onbekende niet-joodse mevrouw naar mij toe. Haar naam was Overduin, een nichtje van de verzetsheld. Zij wist niet van de tentoonstelling in Nijkerk. En als ik het goed heb begrepen wist ze ook niet van de razzia herdenking in Enschede. Maar, en nu komt het, zij volgt trouw mijn dagboek en vernam daar over de jaarlijkse herdenking en besloot te gaan.

     

    We gaan een afspraak maken en ik wil haar persoonlijk bij de expositie rondleiden. Maar vooral wil ik haar de drie deuren laten zien en de drie verschillende reacties laten horen toen dominee Overduin aanbelde. 

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Het Tabernakel is verdwenen. Dagboek van een Opperrabbijn 30 december 2020

    Dit wordt dan het laatste dagboek van 2020. Als ik terugblik heb ik heel wat afgeschreven. En hoewel Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, niet te vergelijken valt met Oud en Nieuw, kan het toch echt geen kwaad om ook even bij de wisseling van het maatschappelijke jaar op een Joodse manier stil te staan.

     

    De Joodse Gemeente waar ik woonachtig ben begint het nieuwe jaar erg goed, want op sjabbat 2 januari vindt er al in de oudst in gebruik zijnde synagoge van West-Europa een bar-mitswa viering plaatst. En ‘mijn gemeente’ (tussen aanhalingstekens, want alle gemeenten in mijn Inter Provinciaal Opperrabbinaat voelen en zijn ‘Mijn Gemeenten’) had gisteravond een Algemene Leden Vergadering. Dat was een goede zoom-bijeenkomst. Wat was het algemene beeld dat ik eraan overhield? Leden die betrokken zijn, bestuurders die zich uit de naad lopen. Hoewel er sprake is van een kleine gemeente en een outsider zich dan kan afvragen of er dan wel zoveel te besturen valt, werd het duidelijk gemaakt, iets dat voor mij niet nieuw is, dat een Joodse Gemeente allerlei verplichtingen krijgt toebedeeld door de maatschappij waarin we leven. Juist omdat we zo klein zijn en juist omdat antisemitisme helaas sterk aan het toenemen is, komen er vragen vanuit de niet-Joodse omgeving voor rondleidingen, lezingen, representatie. In feite zijn alle bestuurders ook een beetje rabbijn en is de rabbijn ook parttime bestuurder, zoals u inmiddels wel uit mijn dagboeken duidelijk zal zijn geworden.

     

    In de niet-Joodse gemeenschap worden er voor verenigingen en organisaties veelal verkiezingen gehouden. In Joods Nederland gebeurt dat uiteraard ook, omdat dat statutair een verplichting is. Maar helaas is de spoeling erg klein en zijn daarom vaak dezelfde personen die je op verschillende bestuurlijke bestuurszetels tegenkomt. Geweldig dat die enkelingen zoveel op zich nemen en zo de continuïteit garanderen, maar tegelijkertijd is te lang dezelfde bestuurders ook weer niet goed. Wat zich in mijn gemeente afspeelt zien we helaas in heel Joods Nederland. Zwoegende bestuurders die geheel belangeloos tijd en vaak ook eigen geld om-niet ter beschikking stellen. Om-niet? Neen! Hun inzet zal na dit aardse bestaan, en hopelijk ook al gedurende het leven, beloond worden. Zij houden ondanks alles, het Nederlandse Jodendom in stand. Hulde!

     

    Ondertussen bemerk ik dat ik al een algemene terugblik op het digitale papier heb vastgelegd.

    Wat heb ik zelf gedaan? En wat is er voor mij gedaan? Mijn echtgenote had in allerijl twee grote partytenten begin mei in onze tuin laten plaatsen opdat de sjoeldiensten gedurende het Wekenfeest en alle daaropvolgende diensten op de sjabbat en in de zomerperiode ook iedere ochtend, ondanks corona en met voldoende ventilatie doorgang konden vinden. Inmiddels maken we weer gebruik van de echte sjoel en stonden die tenten maar in onze tuin te staan. Gezien ik geen goede klusjesman ben, bleven ze ook maar staan, want dat is niet zomaar even weer ingeklapt. En wat gebeurde er vandaag? Drie sterke jonge Amersfoortse jongens en een krachtig Australisch meisje, geen van hen Joods, kwamen ons Tabernakel, de Tent-Sjoel, afbreken! Ongevraagd, spontaan aangeboden, zomaar om ons te helpen. Geweldig toch! Een van hen heeft ons ook, ook weer ongevraagd, enige jaren geleden geholpen om alle glasscherven bijeen te vegen nadat een van onze ramen met drie keien aan gruzelementen was gegooid. En omdat hij er toen toch al was heeft hij iets van een traliewerk op onze toenmalige schutting gemonteerd om herhaling te voorkomen.

     

    Vandaag heb ik ook alle maandelijkse automatische overschrijvingen voor 2021 online ingepland. Tussen de 10% en de 20% van mijn inkomen behoor ik van de Joodse wet aan Tsedaka, goede doelen, te geven. Gelijk ik op een vaste datum mijn geld binnenkrijg, zo ook wil ik direct na ontvangst, dit mooie gebod vervullen. Bovendien zal ik het zo nooit vergeten. Dat ik daarnaast natuurlijk afhankelijk van de vraag ook spontaan ga geven, staat hierbuiten en kan ik niet inplannen. Maar die 10% ligt dus vast! Misschien vraagt u zich af waarom er aan dit gebod een maximum zit.

    Ik heb veel contact met iemand die moet zien rond te komen van een broodmager salaris. Hoe hij het redt weet ik echt niet. Maar desondanks is hij altijd aan het geven. Geweldig! Maar…de 20% bovengrens geeft een soort ingebouwde waarschuwing af: pas op. Tot hier en niet verder. Het is geweldig om de medemens te helpen, maar dat helpen mag er niet toe leiden dat jijzelf aan de bedelstaf geraakt.

    Oud en Nieuw is voor velen een kwestie van gezelligheid, het glas heffen, vuurwerk en helaas ook voor te veel losbandigheid. Dit jaar zal het allemaal helaas veel ingetogener moeten. Maar laten we van de nood een deugd maken. Laten we allen proberen om Oud en Nieuw zinvoller te maken. Gebruiken om terug te blikken. Niet omdat het leuk is om dat te doen, maar om te leren van het toen naar het nu en het morgen. Laten we ons door het afgelopen jaar laten inspireren. Waar kunnen we onszelf verbeteren? Hoe kunnen we voor de medemens meer betekenen? En voor onszelf? Wat er allemaal fout is gegaan is verleden tijd, maar door de foutjes op een rij te zetten kunnen we een prachtig beleidsplan maken voor 2021.

     

    Een goede jaarwisseling, een gezegend beleidsplan en goede gezondheid, fysiek en geestelijk.

     

    En terwijl ik deze wens net heb neergeschreven zie ik door het raam dat ons Tabernakel, de Tent-Sjoel, verdwenen is.

    Met dank aan die drie sterke jongens en dat ene meisje. En natuurlijk ook aan mijn Blouma die de oprichtster was van het Tabernakel in onze tuin.

     

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Het zogenaamde Andere Joodse Geluid

    Het was een fijne sjabbat in onze tuin-tent-synagoge. De ochtenddienst begon om 10 uur, maar om 9:30 uur was de eerste deelnemer al aanwezig. Nou ja, niet echt een deelnemer, maar een uiterst vriendelijke politieagent die kwam vragen of alles goed was. Voor de zekerheid was hij ook nog even langs de echte synagoge in de binnenstad gegaan, waarschijnlijk om te kijken of die er nog stond (grapje!). Ik ben dankbaar dat er zo over ons wordt gewaakt en speciaal met de manier waarop dat gebeurt. Absoluut niet afstandelijk. Vriendelijk en betrokken.

    Tijdens mijn sjabbatmiddag wandeling viel het weer op dat mensen vriendelijker worden. Bijna iedereen die ik op mijn wandeling ontmoet groet. En op sjabbat hoor ik meerdere keren sjabbat-shalom, uit de mond van niet-joden.

    Dat is voor mij dan een tegenwicht voor het geluid van EAJG, een piepklein groepje dat zichzelf noemt: Een Ander Joods Geluid. Ten eerste is het schandalig dat ze zich doen voorkomen alsof ze een grote Joodse achterban vertegenwoordigen, want ze maken veel Geluid en worden dus helaas gehoord. Het doet me denken aan een uitzending over vaccinatie. Er zijn dus duizenden en duizenden deskundige artsen die aan de hand van wetenschappelijk onderzoek bepleiten dat kleine kinderen worden ingeënt tegen de mazelen. Daar tegenover is er dan een piepklein groepje gedreven anti-vaccinatie-moeders die de wereld proberen uit te leggen, gebaseerd op onwetenschappelijk emotie, dat vaccinatie leidt tot autisme. En dan is er een tv-uitzending waarbij de arts en de anti-vaccinatie-moeder beiden evenveel zendtijd krijgen terwijl ze qua achterban onvergelijkbaar zijn.

    Zo zie ik dat zogenaamde andere Joodse geluid ook. Wie, behalve de heer Hamburger zelf, zit er nog meer in dat clubje? Waarom ik me daarover opwind? Ik weet dat hun geluid in Den Haag gehoord wordt. Jammer, want ze vertegenwoordigen bijna niemand. Maar wat ze nu weer in de wereld hebben geslingerd is “de mogelijkheid dat Israël een initiërende rol heeft gespeeld bij de rampzalige explosie in Beiroet”. En dan volgt hun zeer overtuigende wetenschappelijke onderbouwing: “Er is evenmin een aannemelijke andere verklaring voorhanden”. En dus is Israël schuldig! Sic. Het doet me denken aan dat ironische grapje dat ik enige maanden geleden met u heb gedeeld: Vraag: Wie is er schuldig? De Jood of de lantaarnpaal? Wedervraag: Hoezo de lantaarnpaal?

    Israël beschuldigen zonder enige vorm van onderbouwing is slecht, verfoeilijk en leidt tot niets. Sorry, het leidt tot bijna niets, want het bevordert wel het antisemitisme. Ik weet, heer Hamburger, dat uw clubje niet bedoelt het antisemitisme aan te wakkeren. Maar dat gebeurt wel, want de scheidslijn tussen antizionisme en antisemitisme is flinterdun. 

    We bevinden ons is de Joodse maand Elloel, de voorbereidingsmaand voor Joods Nieuwjaar. Iedere dag wordt er op de sjofar geblazen als oproep tot inkeer. Wordt wakker, kom terug naar de juiste weg. Heer Hamburger, weet dat het nooit te laat is, ook niet voor u, om naar de juiste weg terug te komen. En naar de Overheid, waarvan mij bekend is dat ze ook het geluid van die enkelingen die pretenderen een Joods Geluid te vertegenwoordigen horen, zou ik willen zeggen: Gelijk u geen aandacht besteed aan die paar anti-vaccinatie-moeders, die u niet serieus neemt, luister zo ook niet naar dat zogenaamde Andere (on)Joodse Geluid.

    Maar gelukkig heb ik ook weer iets moois mogen beleven. Ik ben gevraagd lid te worden van het Comité van Aanbeveling van een stichting die wil komen tot de uitgave van het boekje ´'Een ver-Urkte Israëliet, het levensverhaal van Japien de Joode'. ‘Op’ Urk (en niet ‘in’ Urk, voor de Neerlandici onder u) gaan een aantal vrijwilligers dit boekje nu als een stripverhaal uitgeven. In 1995 was het uitgegeven als gewoon boek. Ik heb voor dat boekje indertijd een inleiding geschreven, als ik me goed herinner. Het gaat over het leven van de enige Joodse familie die op Urk woonde en in de oorlog vermoord werd in Sobibor, de familie Kropveld. De uitgevers van vijfentwintig jaar geleden willen het nu uitgeven in de vorm van een stripverhaal dat op alle basisscholen op Urk onderdeel gaat worden van de lessen. Een geschiedenis die zich in hun eigen woonomgeving heeft afgespeeld, in dezelfde straat waar zij nu wonen of om de hoek, in een periode dat het normaal werd bevonden, zelfs ethisch volledig verantwoord, dat Joden niet meer naar de gewone school mochten, dat Joden moesten verhuizen naar Amsterdam, dat Joden op transport werden gesteld……

    Heer Hamburger: kijk hoe niet-joden zich voor ons inzetten. U mag van hen leren!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Hij maait het gras op de begraafplaats

    Tot nu toe heb ik er geen aandacht in mijn dagboek willen besteden aan het volledig onverwachte overlijden van de zoon van mijn collega rabbijn en mevrouw Heintz uit Utrecht. 24 jaar jong! Reden? Weet ik niet. Misschien vond ik het ongepast of lag het voor mij te emotioneel. Hij woonde in Brooklyn New York en was manager van twee koosjere bekende pizza stores. Eind vorige week viel hij weg, na een kort ziekbed. Iedereen kende hem, want hij was gewoon heel vriendelijk en aardig. Een door en door goede jongen.

     

    Het was dan ook niet verbazingwekkend dat honderden en honderden aanwezig waren, ondanks corona, bij zijn lewaja, begrafenis, op de Joodse begraafplaats waar ook de Lubavitscher Rebbe begraven ligt.  22 Jaar geleden verloren wij onze 15-jarige zoon Awremmel zl. op 5 Elloel en nu op 6 Elloel werd Levi Heintz zl. uit het aardse leven weggerukt. De komende jaren kunnen wij dus aansluitend aan elkaar de jaartijden in acht nemen met de daaraan gekoppelde sjoeldiensten.

     

    Hoe kan je de ouders tot steun zijn, vraag je jezelf bliksemsnel af? Troosten is nog niet aan de orde en überhaupt wat valt er te troosten? Verwerken heet zoiets. Er bestaan Joodse wetten en beschreven adviezen, afgeleid uit Thora en Talmoed, over ziekenbezoek. Maar ook over de begeleiding en bejegening van bloedverwanten bij onverhoopte sterfgevallen. Door die wetten heen voel ik een vette regel lopen: Zorg dat je er bent voor hen die getroost moeten worden. Maar nog belangrijker is: Dring je niet op en dring niet aan. Gun mensen de vrijheid om het verlies en het verdriet op een persoonlijke wijze te plaatsen en te verwerken! En ga vooral niet vertellen dat jij alles begrijpt want jij hebt hetzelfde meegemaakt! Klinkt logisch, maar is dat helaas niet. Zie het als volgt: ik ben bij de huisarts omdat ik pijn heb aan mijn grote teen. Nadat ik mijn pijn heb beschreven begint de dokter mij te vertellen dat hij ook pijn heeft aan zijn grote teen. Dat is natuurlijk zielig en ik zou hem best willen helpen, maar ik kom bij die huisarts om zelf geholpen te worden en ben eigenlijk, als ik het even ongenuanceerd mag zeggen, totaal niet in zijn teen geïnteresseerd. Gun mensen die verdriet hebben ruimte, probeer je in hun situatie te verplaatsen en schakel jezelf uit.

     

    Toen wij vorige week op de begraafplaats waren vanwege de jaartijd (de sterfdag) van onze zoon, schrokken wij van het achterstallige onderhoud. Er schijnt geen geld beschikbaar te zijn om het gras te maaien. Persoonlijk vind ik dat niet zo erg. Wel hoog gras, niet hoog gras. Maar sjabbatochtend na de sjoeldienst in onze privé tuintentsjoel/sjoeltenttuin bracht Blouma tijdens de sjabbat maaltijd het hoge gras ter sprake en vroeg onze gast of hij het misschien zou willen maaien. En zo heeft de begraafplaats in onze stad een begraafplaats die weer onderhouden gaat worden en waar het gras weer zal worden gemaaid. Deed me trouwens denken aan die Ierse vrouw die haar zoon schrijft dat zijn vader een ongeluk heeft gehad. Hij was gevallen in een groot vat whisky. De brandweer moest hem uit het whisky-vat redden, maar, zo schrijft de moeder “je vader heeft zich kranig geweerd”. En daarna schrijft de moeder verder en vertelt dat z’n vader promotie heeft gemaakt. “Hij heeft nu achthonderd mensen onder zich. Hij maait het gras op de begraafplaats!”

     

    Een zeer ervaren en kundig psycholoog in het Sinai Centrum heeft mij eens uitgelegd dat humor een mechanisme is om te overleven.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Hij werd uit de trein gegooid. Dagboek van een Opperrabbijn 22 november 2020

    Een rustig weekend. Alleen vrijdagavond na de sjoeldienst werden we, toen we braaf voor het stoplicht stonden te wachten, vanuit een voorbijrijdende auto uitgescholden. Ik kon niet zo goed horen wat er precies werd gezegd, en dat was waarschijnlijk maar goed ook. Maar sjabbat ochtend werd er wederom vanuit een auto geroepen. En toen hoorde ik het wel: sjabbat sjalom! Uitzondering? Neen. Het aantal keren dat er door fietsers of vanuit auto’s mij een warm sjalom wordt toegeroepen, en op sjabbat zelfs sjabbat sjalom, overtreft de negatieve verwensingen volledig! Waarbij opgemerkt dat de verwensingen die me naar het hoofd worden geslingerd geen onderscheid maken tussen door-de-week en sjabbat, maar misschien weten de rijdende brullers het onderscheid tussen sjabbat en de andere dagen van de week niet zo goed doordat er op hun school geen aandacht is besteed aan het vak burgerschap. Misschien een idee voor de Inspectie van het Onderwijs om hiernaar eens te kijken! Wellicht kan dan het naschelden (of erger) op een educatieve manier voorkomen worden. En met erger bedoel ik dan het bekladden van een poster die oproept tot het naleven van coronamaatregelen met een davidster en een hakenkruis, gewoon hier in Nederland, in Etten-Leur. In Oekraïne ging het iets harder toe, afgelopen week. Ik kreeg beelden onder ogen van bekladdingen op een Joodse begraafplaats in Zhytomyr, nam meteen contact op met de rabbijn aldaar die ik goed ken en kreeg deze reactie: “We inform you that this happened not in Zhytomyr, but in the Zhytomyr region, in the city of Malin (Korosten district of Zhytomyr region). This event is already being dealt with by the competent authorities.” Goed dat van overheidswege dit wordt aangepakt, want in het verleden is er daar wel e.e.a. fout gegaan, om het even zachtjes uit te drukken. Ik doel op een gesprek dat mijn echtgenote had met een bejaard familielid. Enige weken geleden was het de 100ste sterfdag van de overgrootvader van mijn Blouma, Menachem Mendel Kaplan, de grootvader van haar vader. Op 56-jarige leeftijd was hij door Russische soldaten de trein uitgegooid toen hij onderweg was van Bobroisk naar Rostov en als Jood werd herkend. Enige tijd later is hij aan zijn verwondingen overleden. Nu was er door dat bejaarde familielid, een vitale kleindochter van 85, een zoom bijeenkomst georganiseerd van nazaten: derde, vierde en vijfde generatie. Honderdvijfendertig adressen namen deel vanuit tientallen plaatsen in Israël, Buenos Aires, Melbourne, New York, Montreal, Londen, Nederland, Florida, Detroit, Moskou en ik zal er nog wel een paar vergeten zijn. Indrukwekkend. Wat een éénheid, ondanks de diversiteit. Menachem Mendel Kaplan was een chassidische orthodoxe Jood en dus zijn veel nazaten ook orthodox levend. Maar velen ook niet meer. Door het communisme gedwongen hadden ze het religieuze Jodendom moeten verlaten. Op school was godsdienst een taboe (ik ben dankbaar dat wij in Nederland artikel 23 nog in de grondwet hebben staan!), maar ook was het levensgevaarlijk om thuis iets aan Jodendom, of enige andere vorm van religie, te bedrijven (ik verwacht niet dat dat in ons land kan gebeuren!). Als dat werd bemerkt, werden kinderen naar een communistisch opvoedingsgesticht gebracht en de ouders naar Siberië verbannen. Een van de nazaten, een professor aan de Universiteit van Moskou, wist niets meer van Jodendom en snakte naar informatie over zijn roots. De voormalige burgemeester van Arad (Israël) gaat jaarlijks naar de geboorteplaats van zijn grootvader om daar kadiesj voor hem te zeggen, hoewel hijzelf niet echt religieus levend is. Schrijnend kwam naar voren dat Menachem Mendel Kaplan elf broers en zusters moet hebben gehad. Dertig namen kwamen tijdens de zoom-bijeenkomst naar boven. Aviva, de 85-jarige initiatiefneemster van de virtuele reünie, heeft gepoogd bij Yad Vashem in Jeruzalem uit te vinden of er iets bekend was over hun plaats van overlijden…totaal onbekend! Niet alleen de locatie waar ze vermoord zouden zijn was niet te vinden, maar zelfs hun namen kwamen überhaupt niet voor in geen enkel register! Volledig verdwenen, met hun gezinnen. Ik denk terug aan mijn bezoeken aan Oekraïne, deel van de voormalige USSR. Op honderden plaatsen waren massagraven. Hele Joodse gemeenten werden letterlijk in een paar dagen volledig uitgeroeid. Niemand kent ze meer, niemand weet nog van hun bestaan. Zelfs Yad Vashem heeft nooit van ze gehoord. Ik ontmoette in Mariupol enige jaren geleden een hoogbejaarde vrouw die als meisje van negen jaar dichtbij de moord op 16.000 Joden woonde. Ze herinnerde zich het geschreeuw van de slachtoffers, het gebrul van de Duitse moordenaars. Eén baby hebben ze ’s nachts aangetroffen, weet ze te vertellen, die nog leefde. Een buurvrouw heeft die meegenomen. Die baby moet de enige overlevende zijn geweest. Maar waar die nu is? Of die baby van toen weet wie ze is? Mijn schoonmoeder heeft het beleg van Leningrad overleefd. Rondom Leningrad lagen de Duitsers, binnen de communisten. Haar broertje, zusje, vader en moeder zijn van de honger gestorven. Zij werd als weesmeisje van elf jaar van ziekenhuis naar ziekenhuis, van opvoedingsgesticht naar gesticht gebracht. Dat ze Joods was moest vooral verzwegen worden…Mijn schoonmoeder heeft het overleefd en nieuwe bewust Joodse generaties nagelaten. De grootvader van mijn schoonvader, Menachem Mendel Kaplan idem. Maar het werd wel duidelijk, en wordt steeds duidelijker dat hele Joodse gemeenten zijn weggevaagd zonder enig teken na te laten. Geen graf, geen geschiedenis, geen naam. Des te warmer klinkt dat sjabbat sjalom van gisteren nog na in mijn hoofd en ben ik dankbaar voor de vele warme contacten en vriendschappen die ik in de niet-joodse wereld heb mogen opbouwen. En voor nu: een goede week!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Hopen op betere tijden. Dagboek van een opperrabbijn 10 februari 2021

    Never a dull moment, zeggen ze in het Engels. Mijn ontregelde dagelijkse agenda vult zich met de meest vreemde gebeurtenissen. Maar sommige van die onverwachte en onvoorziene dag-vullingen, zijn bijna niet te verzinnen.

     

    Gisteren werd ik om 8:15 uur gebeld uit Israël. Radio 2. Sjalom Jacob, klonk het aan de andere kant van de lijn. Die fout wordt wel vaker vanuit Israël gemaakt, want als ze alleen mijn achternaam kennen vergeten ze de laatste ‘s’ en blijft Jacob over. Gezien het hoogst ongebruikelijk is in Israël om iemand bij zijn achternaam te noemen en de juffrouw van de radio ook meteen zichzelf aankondigde als Sjira, alsof we elkaar al minstens tien jaar kenden, was het meteen een gezellig gesprek. Nou ja gezellig. Als een journalist of radioverslaggever belt moet ik wel even extra oppassen: 1: zit ik al in de uitzending. 2: wat kunnen de gevolgen zijn van mijn woorden. 3: is de persoon die ik aan de lijn meen te hebben, inderdaad dat wat hij/zij zegt te zijn.  Na enige seconden, want pijlsnel denken en tot een diagnose komen is een eerste vereiste in het contact met media, begreep ik dat ik nog niet in een uitzending was en Sjira inderdaad van de Nationale Israëlische Radio was. Maar nu dus de vraag wat ze van me wil. Ook dat werd al snel duidelijk, maar drong pas tot mij door na ruw geschat een minuut. Ze kondigde aan dat ze me vandaag in een uitzending wilde hebben, en wel om 9:15 uur Nederlandse tijd. Ik vermoedde dat het iets te maken zou hebben met opkomend antisemitisme of een nieuwsitem dat net openbaar was geworden en te maken had met de Joodse Gemeenschap in ons land of toch weer met het briljante en pijlsnelle Nederlandse coronabeleid dat kennelijk ook in Israël zou zijn doorgedrongen. Maar ik bleek het mis te hebben. Het brandende wereldnieuws betrof de sneeuw en de daaraan gekoppelde gladheid op de wegen! De gemiddelde Israëliër zal in dit onderwerp uiteraard bijzonder geïnteresseerd zijn. Waarschijnlijk doet hij ’s nachts geen oog meer dicht van de zenuwen en ligt hij in zijn bed te woelen en vraagt zich overbezorgd af hoe het gaat met de sneeuw in Nederland. En dus had ik hedenochtend om 9:15 precies mijn drie minuten Radio-interview. Nou ja, precies. Het Israëlische precies en het Nederlandse precies lopen niet helemaal precies gelijk! Maar ondertussen hoop ik de gemiddelde Israëliër van zijn bijna traumatische bezorgdheid te hebben verlost.

     

    Mijn kleinzoon uit Engeland die op weg was naar zijn Jesjiwa in Israël met een vier uur tussenstop op Schiphol, gaat nu zijn zesde week Amersfoort in. Hij doet vreselijk zijn best om via zijn mobile toch nog lessen te volgen in zijn Jesjiwa in Tel Aviv, maar hij is dus de enige die er niet is en dus is het studieprogramma niet echt op hem afgestemd. Vanavond reist hij af naar Almere, naar mijn dochter, om even wat verandering te hebben en maandag komt hij dan weer terug. Ondertussen heb ik wel de ambassadeur gevraagd of hij al enig idee heeft wanneer studenten voorzien van een studentenvisa weer terug kunnen. Maar het antwoord is net zo onduidelijk als corona zelf. Een andere kleinzoon, woonachtig in Montreal en nu studerend in Londen, heeft aangegeven om met Pesach naar ons te willen komen en een kleindochter in Israël, ook uit Montreal, wil dan ook met Pesach in Nederland zijn. Waarom ze niet naar Montreal gaan, gezellig Pesach bij hun ouders? Bij aankomst in Canada zouden ze dan, na de nodige testen, eerst drie dagen in een hotelkamer letterlijk worden opgesloten. Gratis hotel? Neen! Canadese $ 2000. Mochten ze onverhoopt positief uitpakken, hetgeen nagenoeg onmogelijk is gezien mij kleindochter gevaccineerd is en mijn kleinzoon zelfs bloed heeft gegeven omdat hij heel veel antibody’s heeft, maar dit telt niet voor Canada.

     

    Ondertussen komt de daadwerkelijke uitgave van “54 dagen uit het leven van de opperrabbijn” steeds dichterbij. Hoe ik dat weet? Ik volg het helemaal niet, de uitgave was ook niet mijn idee en behalve de dagboeken schrijven heb ik er ook niets aan gedaan. Maar toch merk ik dat de datum dat het boek klaar voor de verkoop is, steeds meer nadert want ik word gebeld door bedrijven die de verkoop moeten stimuleren. Ik had een interview via zoom van 50 minuten over mijn werkzaamheden. Dat zal dan ergens online zichtbaar worden. Vervolgens kreeg ik iemand aan de lijn die met mij de presentatie wilde bespreken van de overhandiging van het eerste exemplaar. Toen kwam er ook nog een e-mail met de vraag of ik de 20 gratis exemplaren wilde ophalen of liever per post ontvang. Mocht ik voor verzending kiezen, dan moet ik wel zelf de verzendkosten betalen. En tevens kreeg ik te horen dat een aantal betrokkenen aanwezig wil zijn bij de uitreiking. Als ik heel eerlijk ben zie ik niet dat ook maar iemand geïnteresseerd is om dat dagboek als boek aan te schaffen, maar er wordt mij door deskundigen verzekerd dat ik dat absoluut verkeerd inschat. We wachten af. Afwachten is trouwens het motto van dit hele corona-tijdperk. Gewoon verstand op nul zetten en hopen op betere tijden.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Ik begrijp dat ik het niet snap. Dagboek van een Opperrabbijn 8 februari 2021

    “Ik lees uw dagboek regelmatig en ik ervaar dat als erg inspirerend. Wij hebben veel zorgen om ons oudste kind (bijna 17, we adopteerden hem 10 jaar geleden uit Sri Lanka). We hebben hem recentelijk uit huis moeten laten plaatsen. We hadden zelf ook twee biologische kinderen die na de adoptie zijn geboren. Waarom we geadopteerd hebben is verder niet relevant, maar we bemerkten dat onze oudste zijn met zijn twee zusjes een, laat ik me voorzichtig uitdrukken, een afwijkende relatie had. Hij deed dit in het diepste geheim, hoogstwaarschijnlijk vanwege diep verborgen trauma's uit zijn verleden. Thuis wonen was daarmee absoluut geen optie meer. Onze oudste zoon, want hij blijft gewoon onze zoon en wij houden van hem net zoveel als van onze andere kinderen, wil hierover absoluut niet praten, mogelijk kan hij het ook niet kan.  In die periode van uithuisplaatsing las ik dagelijks uw dagboek. Het heeft me veel kracht gegeven om door te gaan. Zowel met de zorg voor onze twee thuiswonende kinderen, maar ook voor ons uitwonende kind…” Dit was een reactie die ik vandaag per e-mail ontving. Hoe ik die mevrouw tot steun ben geweest weet ik werkelijk niet. Ik ken haar niet, nog nooit ontmoet of gesproken. Het deed me denken aan een begrafenis, jaren geleden, waarbij een van de familieleden van de overledene dacht dat ik in mijn treurrede tegen hem had gesproken en niet over de overledene. En toevallig (hoewel toeval dus niet bestaat) zag ik gisteravond laat een YouTube van de echtgenote van de rabbijn van Zagreb. Zij voelde zich in Zagreb erg eenzaam. Een zeer kleine Joodse gemeenschap, haar man deed al het werk en zij zat voornamelijk thuis met haar vijf kinderen. Tien jaar geleden wilde ze weg. Ze zag het niet meer zitten. De eenzaamheid bekroop haar. Ze heeft toen gesproken met een oudere rabbijn en die drukte haar op het hart dat alleen al haar aanwezigheid in Zagreb, zelfs als ze niets meer doet dan er woonachtig zijn, een functie heeft. En waarlijk enige weken later belt een Joodse vrouw haar op en zegt dat haar aanwezigheid in Zagreb voor haar zo belangrijk is. Door haar aanwezigheid voelt ze zich gesteund in haar Jodendom.

     

    Ook ik vraag me soms af waarmee ik nou eigenlijk bezig ben. Zit ik hier alleen maar te zitten of mag ik ook iets betekenen voor anderen. Mijn landelijke bijeenkomsten en lezingen liggen al bijna een heel corona-jaar stil. Doe ik nog wat? En dus zit ik maar dagenlang op de computer te dagboeken, want dat dagboek van mij verdient het ondertussen wel om een werkwoord te zijn. En net toen ik me dat weer eens afvroeg, ontving ik per e-mail bovenstaande “Ik lees uw dagboek regelmatig…”. Niet altijd kan een mens overzien wat hij in stilte bereikt, hoe hij de medemens zonder dat te weten tot steun kan zijn.

    Aanstaande sjabbat lezen we in alle synagogen ter wereld het deel van de Exodus dat de naam draagt: Misjpatim. Misjpatim zijn wetten die we kunnen begrijpen. Het verbod bijvoorbeeld om te stelen, te doden. Het gebod om juiste gewichten in huis te hebben voor de weegschaal om oplichting te voorkomen. Wetten die ieder land heeft en ieder mens zelf ook had kunnen bedenken. Maar er zijn ook wetten die we niet kunnen vatten. Ook die onbegrijpelijke wetten moeten we naleven. Net iets anders vertaald: begrijpen en niet-begrijpen lopen steeds in het leven door mekaar.

    Ik begrijp bijvoorbeeld dat ik een paar dagen geleden een tasje met een fles appelsap, enige versnaperingen en een spelletje aangeboden kreeg. Zomaar, gratis. Wie was de gulle schenker? De burgemeester van Amersfoort, mijn woonplaats. Alle inwoners boven de zeventig kregen zo’n pakketje en de vraag of ze wellicht bezoek willen hebben om een eventuele eenzaamheid te verlichten. Heel geweldig van de burgemeester. Gewoon een kleinigheidje, een attentie. Bijzonder. Ik kan deze geste helemaal begrijpen.

     

    Maar wat ik helemaal niet kan begrijpen is dat een jongere collega van mij, die ergens in de USA-rabbijn is, luidkeels is gaan oproepen om vooral geen vaccinatie te accepteren. Andersdenkenden werden door hem zeer on-rabbijns beledigd en als debiel neergezet. Onbegrijpelijk! Schoenmaker houd je bij je leest, dacht ik toen ik dit hoorde. Prompt is hij door de vereniging van rabbijnen waartoe hij behoorde van de rabbijnen -lijst geschrapt. Jammer, maar terecht. Maar waarom hij zichzelf zo in de belangstelling wilde plaatsen, kan ik niet begrijpen.

    En zo ben ik weer terug bij het begin van dit dagboek: begrijpen en niet-begrijpen lopen telkens door mekaar in ons aardse bestaan. En dus schrijf ik maar verder aan mijn dagboek en begrijp ik absoluut niet waarom de situatie dusdanig is dat gewone bijeenkomsten en ontmoetingen helaas niet mogelijk zijn. Ik snap er niets van.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ik ben rabbijn en was een beetje imam. Dagboek van een Opperrabbijn 27 januari 2021

    Een TV opname voor een programma dat eind april op de TV zal verschijnen. Om 9:30 uur ben ik naar sjoel gelopen, was daar om 9:50 uur en om 10:00 uur was de cameraploeg gearriveerd. Om 16:30 uur waren de opnames klaar. In de sjoel, voor de sjoel, in de stad op een bankje, voor mijn huis, in mijn huis, vertrek uit ons huis. Mijn snel-wandeling heb ik dus vandaag niet gemaakt, want heen en terug naar sjoel was vandaag voldoende. Ik was er wel in geslaagd om deel II bij ons thuis te laten plaatsvinden en daar kon ik gewoon mijn e-mails beantwoorden en telefoontjes plegen, terwijl mijn echtgenote de cameraploeg te woord stond. Was een slimme zet van mij, toonde onze samenwerking en gaf mij wat ruimte om mijn reguliere corona-werk te doen. Dat de tv-ploeg nog nooit in een synagoge was geweest begreep ik vanaf seconde één, want ze boden braaf aan om hun schoenen uit te doen. Ze wisten wel dat ik rabbijn was en geen imam, hetgeen dus meeviel. Het was allemaal nieuw voor hen en ze snakten naar kennis, los van de tv-opname. Het was een fijne dag en ik hoop dat ik door het contact een stukje bruggenbouwen heb mogen leveren. Bruggenbouwen speciaal ook met de presentator, een islamiet die me qua opstelling erg deed denken aan Marcouch, die hij inderdaad goed bleek te kennen. Die verwarring over het uittrekken van schoeisel en de moskee en de synagoge door mekaar te halen, deed me denken aan mijn beginjaren in het Sinai Centrum. Op de dag dat ik op de poli was in Amsterdam had ik regelmatig islamitische vrouwen op bezoek die met hun huwelijksproblemen bij mij kwamen. De reden? Ook in Marokko gingen ze met hun relationele problemen naar de rabbi en niet naar de imam want, zo werd me verteld, die stelde de man doorgaans in het gelijk. Of dat wel of niet waar was, was voor mij onbelangrijk. Het mooie was voor mij dat ik als Joodse rabbijn (de meeste rabbijnen zijn Joods…) deze vrouwen mocht helpen en steunen. Overigens wilden sommigen van hen dat ik op een stukje perkament zinnen uit de Thora zou schrijven en dat zouden zij dan bij zich dragen als bescherming, want de rabbi in Marokko deed dat ook en dat hielp. Ik hielp ze graag, besprak de problematiek, gaf advies, maar tot het schrijven van beschermende teksten heb ik me niet laten verleiden. Dagboeken schrijf ik graag, maar amuletten dus niet.

     

    Ondertussen was de huidige eigenaresse van het schattige witte hondje erin geslaagd om een onderdak te vinden voor haar, wegens onvoorziene omstandigheden, bijna dakloze beestje. Het was wel jammer dat zowel mijn echtgenote inmiddels drie adressen had gevonden, ik een en mijn dochter uit Almere ook een. Nu moeten we allen die zich als pleeggezin hadden aangemeld en zich al helemaal hadden verheugd, weer teleurstellen. Overigens geef ik volmondig toe dat hoewel het werk van een rabbijn afwisselend is, het zoeken van onderdak voor dakloze hondjes, niet tot mijn dagelijkse rabbinale werkzaamheden behoort. Maar toch fijn dat dat hondje een nieuw baasje gaat krijgen!

     

    Minder fijn was het dat mij ook een pijnlijke klacht bereikte. Ik had bij iemand de indruk gewekt dat ik mijn beroepsgeheim had geschonden. Nou ben ik altijd erg secuur met mijn beroepsgeheim, speciaal wanneer het iets betreft dat gekoppeld zit/zat aan mijn werkzaamheden binnen het Sinai Centrum. Ik zal het bijna relletje even uitleggen. Ik had iemand met een persoonlijk probleem geholpen en na afloop van het laatste gesprek en nadat het probleem was opgelost, krijg ik van haar een e-mail met het dringende verzoek om met niemand over haar probleem te spreken. Dat neem ik dan voor kennisgeving aan, temeer daar ik echt niet van plan was om met derden over haar probleem te spreken al ware het alleen al omdat niemand in haar probleem geïnteresseerd zou zijn. Een dag nadat ik de waarschuwing, waarin het verzoek om niet aan derden haar probleem te vertellen, had ontvangen, krijg ik wederom een e-mail met de vraag waarom ik mijn beroepsgeheim had geschonden en wel met derden over haar probleem had gesproken. Na een lang telefoongesprek met haar werd duidelijk dat zijzelf haar probleem met een mij onbekende vriendin te hebben besproken. Die vriendin had het op haar beurt weer met haar rabbijn besproken en dat is dan weer bij haar terecht gekomen. En omdat ik dus die rabbijn ken, was het in haar ogen duidelijk dat ik m’n mond voorbij had gepraat. Inmiddels is het dus opgelost en is de beschuldiging naar mij toe van tafel en gaat zij zelf oppassen om niet alles met die vriendin te bespreken.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ik heb de balans opgemaakt voor 2021. Dagboek van een Opperrabbijn 23 december 2020

     

    “De Joden zijn de hele geschiedenis door gehaat. Dat komt niet door de mensheid maar door de Joden zelf vanwege het feit dat ze een ras of een etniciteit vormen. Een gesloten systeem dat veel nare eigenschappen in zich heeft, zoals hoogmoed en wat de wereld nooit zal en kan accepteren. Als wij vroeger een Arisch ras hadden gevestigd, zoals Hitler wilde, waren de effecten hetzelfde geweest…Het enige dat vrede brengt in de wereld is afschaffen van het Joodse ras…”. 

     

    Laat ik nou nooit kijken of er reacties komen op mijn dagboeken of andere artikeltjes.  Eén keer doe ik dat wel en zie bovenstaande reactie op CIP, het christelijk informatie platform.

     

    De vraag die in mij opkomt is of deze reactie op een christelijke website een uitzondering is of wordt deze zienswijze breed gedragen maar niet zo breed aan het digitale papier toevertrouwd. Of misschien is dit soort gedachten wel op vele sites en in vele boeken te vinden. Ik ben een beetje verbaasd dat de redactie van CIP, die dit soort opmerkingen zeker afkeurt, niet verwijdert. Maar misschien is het juist beter dat het blijft staan, zodat op z’n minst ondergetekende geconfronteerd werd met de realiteit van het dagelijks leven. Waarom ben ik eigenlijk gaan kijken naar reacties? Omdat het erg stil was, buiten in de straat, maar ook qua telefoontjes en e-mails. Misschien was het trieste weer hier debet aan. Los hiervan is de eindejaar periode altijd een stille tijd. En wat heb ik gedaan om de tijd te vullen, behalve kijken naar mallotige reacties? Ik ben financieel aan de slag gegaan! Daar kijkt u van op, vermoed en hoop ik. Waarom hoop ik dat? Omdat ik het niet passend vind dat een rabbijn in verband wordt gebracht met geld. Mijn lieve moeder heeft mij 46 jaar geleden, toen ik naar Nederland terugkwam om binnen de Joodse gemeenschap te gaan werken, het volgende advies gegeven: Neem nooit geld aan als een fooi, want het zal je altijd blijven achtervolgen! En omdat ik altijd een braaf, gehoorzaam en verlegen jongetje was, heb ik dat ook bijna nooit gedaan. Bijnanooit. Want een keer werd mij na afloop van een huwelijk, dat ik net had ingezegend, ten overstaan van alle gasten met veel bombarie een enveloppe overhandigd. Als mensen aandrongen om toch iets te geven, dan maakte ik dat bedrag over naar een goed doel en liet een kwitantie sturen. Overigens herinner ik mij dat in die enveloppe het gigantische bedrag van Fl. 5 (zegge: vijf gulden) zat. Betekent dit dan dat ik geen geld wil hebben of tegen betaling ben? Zeker niet. Maar ik ben er sterk tegen gekant dat een rabbijn, een dominee, een pastoor of een imam zichzelf degraderen tot zakenlui. Ik weet dat in bepaalde christelijke gemeenschappen de predikant een zeer bescheiden salaris krijgen en ik denk dat dat goed is. Een geestelijke moet geestelijk blijven! Helaas zijn er plaatsen in de wereld waar de rabbijn een hoog salaris krijgt en als hij een aanbieding krijgt voor een positie waar hij meer kan verdienen, vertrekt hij. Begrijp me niet verkeerd, ik wil graag financieel niet in de problemen zitten en ik wil best comfortabel kunnen leven, maar no way wil ik verworden tot een zakenman. Had mijn vader gewild dat ik een zakenman zou worden, dan had hij er zeker op aangedrongen om zijn zaak over te nemen. Hij was opticien/optometrist en had een bloeiende zaak.  Hij heeft er bij mij op aangedrongen om rabbijn te worden, gelijk zijn grootvader die Opperrabbijn was van Overijssel en waarnemend Opperrabbijn van Brabant.

     

    Maar waarmee was ik dan financieel bezig, vraagt u zich af. Niet de balans opmaken, want die heb ik nauwelijks, maar met het invoeren van periodieke afschrijvingen. Ik weet namelijk precies wat mijn pensioen en AOW uitkeren. En ik weet ook dat ik van de Joodse wet tussen de 10% en de 20% aan liefdadigheid moet geven. En dus heb ik braaf zitten uitrekenen hoeveel en waarheen ik mijn jaarlijkse tsedaka-liefdadigheid maandelijks ga vastleggen. En daarnaast wil ik natuurlijk een bedrag overhouden voor onvoorziene giften. Overigens heb ik een verkeerde vertaling gegeven van het woord tsedaka. Tsedaka is geen liefdadigheid. Liefdadigheid benadrukt dat het lief is van mij als ik vrijwillig arme mensen steun. De letterlijke vertaling van tsedaka luidt: gerechtigheid. Het is niet meer dan rechtvaardig dat ik het geld dat de Eeuwige mij heeft toevertrouwd deel met de medemens die niet genoeg heeft om van te leven. Sterker nog. Ik ben dankbaar dat iemand mij in de gelegenheid stelt om het gebod van G’d uit te voeren. En dus was ik bezig om mijn financiële beleid voor 2021 vast te leggen. Heb ik toch nog mijn tijd nuttig besteed!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Ik Lap Het Aan Mijn Laars, Dagboek van een Opperrabbijn 17 november

     

    Gisteravond een telefoontje over Ysselsteyn. Weer Ysselsteyn? Ja en nee. Een goede bekende van mij, oud-collega vanuit het Sinai Centrum, vraagt mij wat ik tegen zijn vriend Dhr. X heb. Hoewel ik hoop dat ik niet aan geheugenverlies lijd, had ik geen idee wie de heer X zou moeten zijn. Maar, zo gaf mijn oud-collega mij aan, ik was erg hard ten onrechte tegen hem uitgevallen in mijn dagboek en dat was dan weer overgenomen door het NRC. Wanneer het gaat om namen en soms ook om gezichten, dan heb ik gelukkig een echtgenote die altijd iedereen kent en zelfs aan kinderen kan zien wie de ouders zijn. Ik ben daarin niet zo goed, om het maar even zachtjes uit te drukken. Als verzachtende omstandigheden geldt dat als ik een zaal toespreek met honderd mensen, dan onthouden die mensen mij makkelijker dan ik die honderd mensen. Ik herinner mij een lewaja, begrafenis, op Muiderberg, de begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam. Het was snikheet en na afloop bij de koffie stond een oude man letterlijk tegen de muur te zweten. Ik naar hem toe met de vraag of ik een kop koffie voor hem mag halen. Dat mocht en ik dus door de meute, neem de koffie en weer terug. Z’n zoon stopt mij en begint een praatje, zoals dat regelmatig geschiedt. ‘Als je het niet erg vindt, dan kom ik zo terug, maar ik breng eerst even de koffie naar je vader’, zei ik tegen de zoon. Waarop de zoon mij ietwat geïrriteerd antwoordde: ‘Dat is knap, want mijn vader is acht jaar geleden overleden…’. Het leek mij toen verstandiger om even niets te zeggen. Ik had dus absoluut geen idee wie Dhr. X was en het leek mij onwaarschijnlijk dat ik hem in de media met naam en toenaam beledigd zou hebben. Maar ja, mijn oud-collega was erg stellig in zijn bewering en gaf aan dat X bezig was een DOEboek te schrijven in overleg met Ysselsteyn en nu beticht werd van Holocaust ontkenning. Er zou aangifte tegen hem worden gedaan. Ik hield vol dat ik geen idee had waarover dit ging, maar vroeg mijn oud-collega om zijn telefoonnummer opdat ik e.e.a. kon rechtzetten. Nadat ik vannacht online op zoek was gegaan naar dat DOEboek en dat vluchtig had doorgelezen, snapte ik er helemaal niets meer van. Een goed werkboek dat kinderen prikkelt om na te denken over de verschrikkingen van de oorlog. Dat boek zou, als ik het goed had begrepen, gebruikt worden in het educatieve centrum op de Duitse Begraafplaats Ysselsteyn. Vanochtend dus gebeld naar de heer X en hem gerustgesteld en aangeboden dat als hij voor de rechter moet verschijnen, ik meekom en de verdediging zal voeren. Totale waanzin! Ik heb na ampel beraad een petitie getekend tegen het eervol herdenken van landverraders op de begraafplaats Ysselsteyn, ben er inmiddels achter, na Ysselsteyn bezocht te hebben, dat het geen zwart-wit verhaal is, maar een ‘herdenking met nuance’, en dus gaat het keurig netjes opgelost worden want ieder is in dezen te goeder trouw. Maar omdat mijn handtekening onder A stond, is die handtekening zonder mijn medeweten ook onder B beland. En dus zal ik voorzichtiger moeten zijn met het ondertekenen van petities! De heer X voelde zich, totdat we elkaar spraken, diep door ‘de opperrabbijn’ gekwetst! Verder heb ik hopelijk niemand het leven direct of indirect zuur gemaakt. Ik schrijf er wat lichtvaardig over, maar dit soort geintjes doen mij pijn.

     

    Ook pijnlijk was de hulpvraag van een Israëliër die gescheiden is en wiens ex in Nederland woont met hun gezamenlijke kinderen. Hij heeft, om reden die mij nog niet geheel duidelijk is, toestemming nodig van de ambassadeur der Nederlanden in Israël om Nederland binnen te komen. Waarschijnlijk speelt corona hier een rol. Ik heb inmiddels al zijn gegevens, maar wacht nog op zijn telefoontje waarin hij mij uitlegt wat precies het probleem is.

     

    In de avond had ik een zoom-cursus voor de Joodse Gemeente Noord-Holland Noordwest met als onderwerp ‘orgaandonatie’, ik had me uiteraard voorbereid. En dan nog iets moois: ik ben gevraagd zitting te nemen in een bestuur van een niet-joodse organisatie. Een hele eer, maar daarom gaat het mij niet. Het is goed omdat ik vanuit die positie een uitbreiding van mijn netwerk verwacht en dat kan ik dan weer gebruiken voor wie weet wat. Welke Stichting? Mijn Advisory Board, waarin adviseurs zitten en geen vriendjes(!), vindt het verstandiger om niet de naam van de organisatie te vermelden. Er zijn er namelijk die dan meteen de organisatie zouden kunnen gaan bellen…waarom Jacobs? Dat is niet leuk, maar dit soort pesterijen is een deel van mijn Rabbinale functie. Een van de leden van mijn Advisory Board gaf mij het volgende advies:

     

     

    Je hoofd omhoog, je neus in de wind.

    En lap aan je laars, wat een ander ervan vindt.

     

    Klinkt goed, alleen ik ben niet zo goed in het aan mijn laars lappen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Ik stop er (niet) mee! Dagboek 8 okt. 2020

    Het is vandaag wel en niet mijn laatste dagboek. Laat ik nog iets duidelijker zijn. Vlak voor Pesach werd ik benaderd door Prof. Emile Schrijver van het Joods Cultureel Kwartier. Het Joods Historisch Museum, onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier, wil graag dat ik een dagboek ga bijhouden, “Dagboek van een opperrabbijn in Coronatijd”. Mijn wellicht ietwat onnozele vraag was wat er dan gaat gebeuren met dat dagboek. Het antwoord was ontluisterend duidelijk: voorlopig niets. Misschien in de toekomst voor een tentoonstelling, of een uitgave, of….we zien wel.

     

    Ik dus braaf in de digitale pen geklommen vanuit mijn quarantaine in Montreal. Een paar weken voor Pesach was ik daar namelijk aangekomen in de veronderstelling dat voor Pesach alles weer normaal zou zijn! Hoe het verder is gegaan ondervindt u allen nog steeds aan den lijve. Maar na enige tijd was mijn werk toch een beetje een monnikenwerk, wat voor een rabbijn natuurlijk niet fijn is. Werken zonder respons, spreken voor een lege zaal. En toen kwam CIP in mijn gedachten opwellen.

     

    Misschien is mijn vriendje Rik Bokelman, bekend van de Rab en Rik show van enige jaren geleden, en ook nog de baas van CIP, wellicht geïnteresseerd voor zijn CIP. Prof. Schrijver helemaal akkoord en ook Rik. En zie, maanden achtereen vijf keer per week op een christelijke website een Joodse rabbijn. Ondertussen verschijnt het dagboek ook op diverse facebooken, op Joods bij de EO, Christenen voor Israël en is enige tijd geleden is het enige Nederlands Israëlitische Weekblad, het NIW, ook mee gaan doen.

     

    Maar even los van de inhoud van de dagboeken en het bereik: in een periode waarin het eeuwenoude virus genaamd antisemitisme weer stevig aan het opleven is, is het juist van belang dat er geen geestelijke social distance is, maar dat er coalities worden gevormd. Antisemitisme is namelijk niet alleen een Joods probleem, maar het probleem van de brede samenleving. In de Tweede Wereldoorlog waren er niet uitsluitend 6 miljoen Joden vermoord, maar kwamen meer dan 52 miljoen mensen om het leven! Mijn dagboek voelde ik als een soort brugbouwproject. Een handreiking, een teken van verbondenheid, een demonstratie van eenheid in diversiteit.

     

    CIP gaat dus nu stoppen met mijn dagboek. Maar www.niw.nl en de diverse facebooken gaan gewoon verder, omdat het Joods Cultureel Kwartier, mijn oorspronkelijke opdrachtgever, mij geen rust gunt.

    Maar neem ik dan afscheid van CIP?

    Zeker niet.

     

    Rab & Rik gaan op een andere manier samen verder. Direct na Soekot, het Loofhuttenfeest. Iedere sjabbat wordt er in de hele wereld een vastgelegd deel, een Sidra, uit de Thora voorgelezen. Drie keer per week ga ik gedachten uit de Sidra van de week brengen. Op maandag, woensdag en vrijdag zullen die gedachten verschijnen. Dat is dus de taak van Rab(bijn). Rik (Bokelman) zal, voordat het op CIP verschijnt, de tekst hebben doorgenomen en Rik zal dan aan Rab per gedachte twee vragen stellen die Rab dan weer mag gaan beantwoorden.  En dan precies over een jaar hebben we de hele Thora doorgelernd en gaat CIP dit in boekvorm uitgeven.

    We stoppen dus zeker niet en toch ook weer een beetje wel. Maar het belangrijkste is, dat er een brug is geslagen tussen jullie, de CIP-lezers, en wij, de Joodse Gemeenschap. Dat we hopelijk ervan doordrongen zijn dat we veel gemeen hebben en moeten proberen met ons gemeengoed samen op te trekken in een samenleving die dreigt steeds verder van de Eeuwige af te dwalen. Een samenleving ook die momenteel gebukt gaat onder het coronavirus. Corona zal worden aangepakt, daar komt met G’ds hulp zeer spoedig een vaccin voor. Maar tegen dat eeuwenoude virus genaamd antisemitisme zal het veel lastiger zijn te strijden. Dat virus ondergaat bij voortduring mutaties. In de tijd van de Kruistochten was het virus dodelijk omdat de Joden de oprichter van het Christendom gedood zouden hebben. In de Middeleeuwen veroorzaakten wij de pest en waren wij zelf dus het virus. Mijn ouders hadden in de Shoah het verkeerde ras. En ik ben zionist.

     

    En toch geven we de moed niet op en hoop ik dat ik met mijn dagboeken op CIP coalities heb mogen maken om samen eensgezind te strijden voor een betere wereld.  Een wereld waar de echte shalom zal heersen voor ‘alle bewoners van Uw aarde’.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceerde  deze bijzondere stukken dagelijks en het NIW gaat er gewoon mee door!

    Naschrift CIP.nl:Gedurende het Joods jaar wordt de hele Thora gelezen in de synagoge. Opperrabbijn Jacobs deelt drie keer per week een wijze levensles aan de hand van het schriftgedeelte van die week. Naar aanleiding van die les stelt Rik enkele vragen, waar de rabbijn weer antwoord op geeft. Rab en Rik is een boeiend initiatief waarbij je uit het oudste boek ter wereld lessen leert voor vandaag! Vanaf volgende week vind je bij ons iedere week drie nieuwe levenslessen en inspirerende antwoorden op vragen die je wellicht altijd hebt willen stellen! En het dagboek? Gaat gewoon verder en is te volgen via www.niw.nl.

     

  • Ik voelde me een koorddanser, zonder hoogtevrees. Dagboek van een Opperrabbijn 2 februari 2021

    Het begint weer normaal druk te worden: afspraken, vergaderingen en contacten met rabbijnen in het buitenland. Een serieus geval van gioer, toetreding tot het Jodendom, van een jong echtpaar dat in het buitenland woonachtig is. Ik was al door de nodige lokale rabbijnen benaderd over dit ‘geval’, maar een ontmoeting is niet mogelijk vanwege ‘u begrijpt wel, social distance’. De aanbevelingen zijn absoluut zeer goed, maar ik ga geen enkele stap ondernemen richting een afronding van het gioer-proces tot ik met eigen ogen en oren de situatie en dus vooral de oprechtheid heb geconstateerd. En dus heb ik twee uitgebreide levensverhalen op schrift tot me moeten nemen. In totaal achtentwintig A4-tjes leeswerk. Ik kreeg ook bericht dat er een boek was verschenen over onderwijs waaraan ook ik heb meegewerkt. Laat ik nou gedacht hebben dat ik een van de weinige auteurs was, maar vandaag zag ik dat ik een van de honderdveertig schrijvers was!  Er is ook nog een ander boek in de maak, maar daar zullen zeker geen 140 auteurs aan verbonden zijn. Ik moest even mijn korte cv aangeven dat voor of achterin dat andere boek zal verschijnen. Vandaag had ik kennelijk wat met boeken en schrijven. Los van de boeken waaraan ik een bijdrage heb geleverd, schreef ook nog een directeur van een Overheidsinstantie in een artikel van hem een quote van mij. Pro forma vroeg hij mijn instemming, hetgeen ik zeer waardeerde. Want, en dat kwam ik vandaag toevallig een paar keer tegen, het is steeds een balanceren tussen diverse manieren van ‘vertalen’. Steeds moet ik wat ik schrijf, zeg en zelfs denk vanuit diverse invalshoeken bekijken. Laat ik iets duidelijker zijn: als ik vermeld dat de zon schijnt, dan valt daarover weinig te discussiëren. Maar als ik zeg dat het koud is, dan kan ik daarover worden aangevallen. Er kan een ingezonden reactie komen die zegt dat het warm is, maar dat Jacobs omdat hij tegen koud weer is, speciaal warm koud noemt omdat x, y of z. Met andere woorden moet ik steeds mijn woorden op een weegschaaltje leggen, want één verkeerde opmerking en ik krijg een kanonnade over me heen. Wat ik nu neerschrijf klinkt, denk ik, negatief. Ik moet steeds me anders voordoen dan ik ben. Maar dat is niet zo, want ik ben van nature geen zwart-wit denker. Ik ben steeds aan het afwegen en probeer steeds alles vanuit meerdere invalshoeken te bekijken zonder voor mezelf een vooringenomen standpunt in te nemen, waarbij ik me er ook rekenschap van moet geven dat wat ik zeg ook vertaald kan worden als het standpunt van de gehele Joodse gemeenschap. Is mijn mening de mening van Joods Nederland? Ik denk het niet, maar het kan wel, als het tegenstanders uitkomt, die vertaalslag krijgen en dus mag ik niet redeneren dat de ander gek is, maar zal ik me in de gedachtewereld van de andere moeten verplaatsen. Twee voorbeelden van vandaag. Voor www.cip.nl schrijf ik drie keer per week Rab&Rik. Aan de hand van de Sidra van de week, de wekelijkse lezing uit de Thora, schrijf ik gedachten, levenslessen. Aan het eind worden er dan door Rik (de hoofdredacteur van de site) twee vragen gesteld die ik, Rab, dan beantwoord. Vandaag kreeg ik als vraag waarom vrouwen geen rabbijn kunnen worden. Ik gaf in eerste instantie een naar ik meende bevredigend antwoord, maar Rik ervaarde het toch als een vorm van negatieve uitsluiting. Nou kan ik dus denken dat Rik gek is, maar ten eerste is dat niet zo en ten tweede lost het niets op om zo te denken. Ik zal dus veel dieper in zijn huid moeten kruipen om ‘mijn’ antwoord te geven in ‘zijn’ taal. Wat dat antwoord is heb ik nog niet uitgewerkt, maar zo zit ik dus in mekaar. Een ander stukje van koorddansen was een discussie per telefoon over de vraag in hoeverre mijn contacten in de christelijke wereld verstandig zijn. ‘U moet uzelf niet te veel inlaten met die Christenen, want dat schaadt uw imago. Niet iedereen binnen Joods Nederland kan dat waarderen.’ Ik ben van mening dat wij in Nederland een harmonieuze samenleving hebben met als motto (althans dat zou het motto moeten zijn) ‘eenheid in diversiteit’, een moderne vertaling van ‘multiculturele samenleving’. Juist omdat het gevaar van polarisatie op de loer ligt is het van belang om coalities te sluiten, zeker ook met de Islamitische gemeenschap waarmee ik langzaam maar zeker ook in contact kom. Ik ben van mening dat dit soort coalities van belang zijn voor Joods Nederland en dus zet ik me daarvoor in. Maar natuurlijk zijn er christenen die het contact met mij uitsluitend willen hebben met als verborgen agenda ‘bekering’. Maar die agenda heeft niet iedere christen. Gelijk ook niet iedere Islamiet Israël de zee wil indrijven. Betekent dat dan dat ik naïef mijn ogen moet en mag sluiten voor haatdragend antizionisme dat antisemitisme pur sang is? Betekent dat dan dat ik denk dat bekeringsdrang dat onze voorouders o.a. op de brandstapels heeft gedreven niet meer bestaat? Vandaag was echt zo’n balanceer-dag, ik voelde me een koorddanser, maar wel een zonder hoogtevrees.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ik was niet bij de Auschwitz Herdenking. Dagboek van een Opperrabbijn 4 februari 2021

    Mijn 60+ sjioer had ik netjes voorbereid, alleen werd er gestoord door mijn echtgenote. Klinkt niet vriendelijk en een beetje aanvallend, maar het was mijn fout. Mijn Blouma kreeg visite, hetgeen ik wist, maar ik realiseerde me niet dat dan haar gesprek als een stoorzender werkt voor de toehoorders van mijn onlinecursus. Conclusie: meer alertheid en afstemmen, juist nu wij, en met ons zeer veel anderen, veel meer samen zitten en veel meer op elkaar zijn aangewezen dan in pre-Coroniaansche tijden. En dus heb ik meteen gecontroleerd hoe haar programma vandaag zou zijn. Want ik heb een interview met twee docenten uit het VO die aan hun leerlingen iets willen vertellen over Jodendom. En mijn echtgenote zal ik de vanaf vandaag t/m zondag min of meer (ik vermoed meer) moeten missen want de jaarlijkse Kinus Shluchot staat op het programma. Even uitleg. Gelijk alle Lubavitscher Shluchim (rabbijnen die vanuit een chassidische benadering opereren en outgoing zijn) een keer per jaar in New York bijeenkomen voor een halve week ‘bijtanken’, zo ook is er jaarlijks een soortgelijke bijeenkomst voor de Shluchot, de echtgenotes van de Shluchim (mannelijk vorm van Shluchot).  Jaarlijks nemen daaraan deel zo’n 3000 dames. Maar gelijk dit jaar de bijeenkomst voor de heren online was, zo ook dit jaar voor de dames. En dus zal mijn echtgenote de komende dagen achter de computer zitten. Het programma? Bijscholing op vele fronten, topsprekers, in Engels, Hebreeuws en Frans. Mocht u geïnteresseerd zijn om even een kijkje te nemen: www.kinus.com.

     

    In het NIW van vrijdag, dat vanaf donderdag online stond, een schitterende foto van duizenden orthodoxe Joden die in Israel de begrafenis bijwoonden van een beroemde rabbijn. Die foto is prachtig, maar de boodschap erachter triest en slecht. Er wordt totaal geen rekening gehouden met social distance, mondkapjes en het verbod van samenscholing. Ik heb hiervoor geen goed woord, maar, zet u schrap, er zijn ook duizenden en duizenden ultra-orthodoxen (ik ben tegen dit soort betitelingen omdat het polariseert) die zich wel braaf houden aan alle regels. Ik weet dat bij mijn kinderen in Montreal, die daar in een zeer grote Joodse wijk wonen, al bijna een jaar geen synagoge meer open is en scholen dan weer open en dan weer dicht zijn. Mijn dochter is directeur van een grote rijks gesubsidieerde kleuterschool in die wijk en als we haar per whatsapp spreken (in haar pauze) en ze zit op haar werk kunnen we haar nauwelijks herkennen want ze draagt een mondkapje en een scherm. Maar van de tienduizenden ultra-orthodoxen die zich wel strikt aan de regels houden zijn er uiteraard geen foto’s voorhanden! Terug naar ons eigen land: gisteren was in het journaal een verslag van de Auschwitz herdenking. En prompt ben ik verwijtend benaderd, van verschillende kanten, met de vraag waarom ik daar niet aanwezig was. ‘U had daar moeten zijn!’ Mijn antwoord: Klopt, maar ik had geen uitnodiging ontvangen. En dus vandaag in de telefoon geklommen om herhaling te voorkomen. Wat er een beetje speelt is het volgende. In het (bijna grijze) verleden zag je mij nooit bij nationale herdenkingen. Niet op de Dam, niet in de Hollandsche Schouwburg, niet bij de Kristallnachtherdenking in de Snoge en niet bij de Auschwitz Herdenking. Ik zag daar voor mijn aanwezigheid geen toegevoegde waarde. Ik huppelde al van de ene naar de andere plaatselijke herdenking, waaronder de jaarlijkse herdenking Kindertransporten in Vught, Herinneringscentrum Westerbork, Kamp Amersfoort, Apeldoornsche Bosch en vele lokale jaarlijkse en eenmalige herdenkingen. Ik doe dat nog steeds, uiteraard, en zal dat absoluut blijven doen want ik voel me hiertoe verplicht en meer nog geroepen. Maar los van dat lokale ben ik steeds meer, al dan niet vrijwillig, ook landelijk actief. En dus werd ik terecht gemist bij de Nationale Auschwitz herdenking van gisteren. Ik beloof beterschap en Jacques Grishaver, voorzitter van het Auschwitz Comité, die ik dus heb gebeld en mij niet had uitgenodigd, heeft dat ook beloofd. Want uiteindelijk mogen we elkaar en staan hij en ik voor precies hetzelfde: de herinnering aan onze vermoorde familieleden levend houden (en alle Joden zijn uiteindelijk familie van elkaar, zoals de Talmoed ook vermeldt) en hen zoveel mogelijk alsnog een plaats geven in hun Nederland waar ze bruut werden weggerukt om nimmer weer te keren. Wel was ik virtueel aanwezig bij de Europese Holocaust Memorial. Kijkt en leest u zelf maar op mijn (splinternieuwe) blog:opperrabbijn.nl

  • In memoriam Manfred Gerstenfeld zl.

    ב''ה

     

    Afbeelding1

    In memoriam Manfred Gerstenfeld zl.

    “Met grote droefenis delen wij hiermee mee dat onze geliefde vader en grootvader

    Dr. Manfred Gerstenfeld vredig is overleden op woensdagavond 24 februari 2021. 

    De begrafenis zal plaatsvinden: donderdag 25 februari 2021 om 12:00 uur

    Op de begraafplaats: Kehillat Yerushalayim, Har HaMenuchot, Givat Shaul”.

     

    Een dag voor zijn overlijden, om precies te zijn om 13:03 uur, ontving ik een e-mail van zijn secretaresse:

    “Geachte opperrabbijn Jacobs,

    Manfred is zeer ernstig ziek. Hij heeft mij gevraagd om u te schrijven dat de contacten met u altijd zeer plezierig zijn geweest en dat hij graag wilde dat u op de hoogte bent van hoe zeer hij die contacten op prijs heeft gesteld. Vanwege extreme lichamelijke zwakte is hij persoonlijk niet in staat om verdere correspondentie of gesprekken te voeren.

    Met vriendelijke groeten,

    Wendy Cohen-Wierda

    Kantoor Manfred Gerstenfeld”

     

    En diezelfde dag heb ik nog geantwoord om 15:20 uur niet beseffend dat hij een dag later hij niet meer onder de levenden zou zijn:

     

    “Doet u hem mijn heel hartelijke groeten. Laat hem weten dat ik de contacten met hem, zijn opstelling, zijn keiharde en gedreven strijd tegen antisemitisme, door mij buitengewoon werden/worden gewaardeerd. Hij is echt bijna een deel van mijn identiteit geworden.

    Moge Hashem hem bijstaan en veel kracht geven.

    Met vriendelijke groetבברכת כל טוב ”.

     

    Onze band gaat heel veel jaar terug. Hij was een van mijn eerste leraren. Ik een klein kind en hij student. Hij leerde mij toen nog niet over de gevaren van het opkomend antisemitisme. Neen, hij was een van mijn eerste leraren voor Joodse les. Maar de band met Gerstenfeld gaat nog verder. Zijn vader, alom bekend als Dr. Gerstenfeld, was hoofd van de pastorale zorg van de Joodse Gemeente Amsterdam sinds 1945 en actief, zo herinner ik mij, binnen vele besturen en ook bij JMW, Joods Maatschappelijk Werk. En daar lag dan de link met Jacobs, want ook mijn opa, voor de oorlog, en mijn vader, na de oorlog, deden iets met JMW.

     

    Manfred was uit mijn zicht verdwenen en toen, out of the blue, kwam hij weer in beeld. Maar nu niet om mij de grondbeginselen van het Jodendom bij te brengen, maar om te waarschuwen over het opkomend antisemitisme in Nederland. Dr. Manfred Gerstenfeld (1937, geboren in Wenen, groeide op in Amsterdam. In 1964 emigreerde hij naar Parijs en vier jaar later naar Jeruzalem. Hij studeerde chemie, economie, milieukunde en Judaïca. Gerstenfeld adviseerde multinationals als Fiat en Ford op het gebeid van strategie en duurzaamheid. Elie Wiesel prees hem voor zijn inzicht en moed.

     

    Ja, hij werd door velen beschouwd als extreem, maar ik heb die extremiteit niet als extremiteit ervaren, maar als duidelijkheid en keiharde waarschuwing. Toen ik nog nauwelijks durfde te geloven dat antisemitisme ook in ons land niet meer tot het verleden behoort, schudde hij mij confronterend wakker. Uiteraard behield ik mijn eigen stijl want ik zat hier in Nederland en hij in Jeruzalem. Haarfijn en vlijmscherp volgde hij de Nederlandse samenleving. Ik vroeg mezelf weleens af of hij eigenlijk wel in Israel woonde en of hij inderdaad Nederland had verlaten. Tot op de millimeter observeerde hij met als enig doel: waarschuwing, alertheid, strijden tegen “kop in het zand steken”.

     

    Maar heel bescheiden werd hij na zo’n 65 jaar weer mijn leraar. In zijn boek, dat in 2010 verscheen en de naam draagt “Het Verval. Joden in een stuurloos Nederland”, heeft mijn leraar een paar woorden met de hand geschreven: בס''ד   Beste Binyomin. Ik vind het leuk om na dit interview contact te hebben. Ik wens je veel succes in je werk en minder problemen met de lastpakken. Vanuit vriendschap, Manfred”.

     

    Met zijn overlijden is niet alleen een groot geleerde vertrokken, een waakhond tegen het opkomend antisemitisme, een geliefd vader en grootvader, maar ook een stuk Joods Nederland van net voor en vooral van direct na de oorlog. Ja, hij woonde hier niet meer, maar was eigenlijk nooit vertrokken. En voor mij persoonlijk: een vriend en leraar.

     

    ת' נ' צ' ב' ה'

     

    Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

     

  • IS-fotograaf, resoluties en de burgemeester, Dagboek van een Opperrabbijn 16 november

    Vanochtend mocht ik weer een brief ontvangen gericht aan “Het Secretariaat”. Waarvan dat secretariaat “Het Secretariaat” is weet ik niet en ook de inhoud overstijgt mijn beperkte verstand. Ik laat u even meelezen: “Ds. de Reuver. Abel doodt een lam, Abel wordt zelf gedood, Kaïn wordt verjaagd. De eerste mens in de Bijbel die een dier offert, wordt zelf gedood. Genesis 1 vers 29 is het plantaardige voedsel voor de mens.” Dat weet ik dan ook weer, dacht ik na lezing. Maar een brief kan erg eenvoudig in de blauwe papier-Kliko verdwijnen, maar taarten (niet koosjer), een tiental vlaggen van Israël, bloemen en grote dozen zijn iets lastiger te verwerken. Behalve het dagelijks ritueel van e-mails lezen en beantwoorden, dagboek schrijven en zoom-cursussen voorbereiden, had ik een fotograaf op bezoek die een foto kwam nemen (dat doen fotografen wel vaker!). In mijn zoom-cursus van vorige week hadden we de mitswa, het gebod van gastvrijheid behandeld. Gastvrijheid, het ontvangen van gasten, kent twee aspecten. Het daadwerkelijk geven van een maaltijd, maar daarnaast, en Maimonides de filosoof, arts en rechtsgeleerde benadrukt dat, is er het tonen aan de gast dat hij welkom is. De gast moet zich thuis voelen, dat is een essentieel onderdeel van echte gastvrijheid. Toen de fotograaf klaar was en ik weer eens op een digitale gevoelige plaat was vastgelegd, bood ik, gastvrij als ik probeer te zijn, de man een kopje koffie aan met een oer Nederlands koekje. Hij wilde dat echter niet en dus heb ik hem netjes naar de deur begeleid en informeerde naar zijn doen en laten als fotograaf, om hem het gevoel te geven van ‘gastvrijheid’. Nou bleek hij dus jarenlang de fotograaf te zijn geweest van IS!

     

    In de gang was het redelijk schemerig waardoor hij mijn ongetwijfeld verkleurende gezicht niet kon opmerken. Camera’s om mijn huis tegen terroristische aanvallers, mondkapjes, ventilatie en 1.5 m afstand tegen corona, geweldig! Maar ik laat me fotograferen door de IS fotograaf! Gelukkig bleek die IS niets te maken te hebben met de IS. IS was de afkorting van Internationale Samenwerking, een organisatie die, via via bekostigd werd door Buitenlandse Zaken en als doel had om juiste informatie te geven over van alles en nog wat uit de internationale wereld van oorlog en politiek. Die IS bestaat inmiddels niet meer en moet mijn fotograaf als freelance-fotograaf de kost zien te verdienen, hetgeen hem, naar eigen zeggen, prima lukt. Maar op zichzelf een prima zaak dat er gepoogd werd, indirect dus via ons ministerie van Buitenlandse Zaken, om eerlijke apolitieke informatie te verspreiden. Want er wordt wat ge- en verdraaid in de politiek. De WHO, de Wereld Gezondheidsorganisatie, heeft het gepresteerd om vier uur te spreken over de Israel-Palestijnen-kwestie tijdens een corona-overleg! Deed me even denken aan dat grapje: Vraag: Wie is er schuldig? De Joden of de lantaarnpaal? Reactie: Hoezo lantaarnpaal?

     

    Maar gelukkig houden de Verenigde Naties zich wel bezig met waarvoor ze zijn opgericht, namelijk het bedrijven van politiek. Ze hebben namelijk in een van hun anti-Israel resoluties van de afgelopen week besloten dat de Tempelberg waarop de Tempel stond niet langer (ook) de Tempelberg heet, maar uitsluitend Haram al-Sharif. Onze Nederlandse vertegenwoordiging bij de VN presteerde het om voor de resolutie te stemmen evenals voor zes andere anti-Israel resoluties en onthielden ze zich van stemming bij een zevende resolutie. Ik hoop dat de Kerken, na hun indrukwekkende verklaringen, hun stem in dezen zullen laten horen, hetzij publiekelijk, hetzij achter de schermen. De Kerk moet zich zeker niet inlaten met politiek.  Maar politici erop wijzen om hun toezegging, niet mee te gaan in eenzijdige veroordelingen van Israel, gestand te doen, is niet zozeer politiek, maar meer een kwestie van moraliteit en behoort mijns inziens ook tot de taak van religieuze leiders, zeker gezien die politieke toezegging voortkwam uit een initiatief van de christelijke partijen in de Tweede Kamer.  

     

    Een onverwacht telefoontje van een burgemeester/politicus. Hij belde niet als politicus, niet als burgemeester, maar als mens. Zijn korte fluisterende maar onverbloemde boodschap luidde: “Binyomin, als je in de problemen komt, kun je op mij rekenen.” Warm en beangstigend. Ook mijn opa en oma hadden na de Duitse inval een telefoontje gekregen van (hun) burgemeester. En inderdaad heeft hij ze enige tijd met valse papieren en gesjoemel uit de klauwen van de nazi’s weten te houden. Maandenlang waren ze met een besmettelijke ziekte in het lokale ziekenhuis opgenomen, tot ook dat niet meer afdoende was…….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Isabel Gómez. Dagboek van een Opperrabbijn 18 februari 2021

    Wel of geen avondklok? De ene rechter zegt neen en de andere rechter zegt ja. Maar ook hebben de virologen verschillende meningen. Wij Nederlanders, allen Calvinistisch denkend, kunnen hier geen touw aan vastknopen. Het moet of wel of niet. Zwart of wit en grijs bestaat gewoonweg niet, dat ontkennen we gewoon. Maar de waarheid is toch echt grijs. Zolang het virus nog niet helemaal volledig in beeld is en er dus ook nog geen duidelijk afdoende oplossing is om corona uit te bannen, blijft corona een grijs gebied. Er is iets vóór de avondklok te zeggen en even zozeer vele redenen om tegen te zijn. Ik, als rabbijn, heb het hier niet zo moeilijk mee. Want ook de Halaga, de Joodse wetgeving, is niet altijd zwart-wit, maar heel vaak grijs. En als iets grijs is, kan de een dat naar het zwart vertalen en de ander richting wit.

    Gioer, toetreden tot het Jodendom, is ook erg grijs. Ja, er zijn er die de boel belazeren. Om zijdelingse motieven Joods willen worden, bijvoorbeeld om een uitkering te krijgen van de WUV – de Wet Uitkering Oorlogsslachtoffers of vanwege een Joods vriendje of vriendinnetje die je wel erg aardig vindt maar graag wil dat je omwille van hem/haar Joods wordt, maar ik heb ook redenen meegemaakt die u gewoon niet voor mogelijk zou houden.  Hoewel we toetreding echt niet stimuleren, kan het wel. En als iemand een gioer heeft ondergaan dan is hij/zij Joods, net zo Joods als een kind van een Joodse moeder. Alleen de een werd het en de ander was het, niet meer en niet minder.

     

    “Beste rabbijn. Ik hoop dat u mijn email wilt lezen. Mijn naam is, althans volgens mijn paspoort, Isabel Gómez en in 1981 ben ik als meisje van twee jaar uit Midden-Amerika naar Nederland gehaald. Ik schrijf bewust gehaald, want als mijn vader gevraagd werd hoe het hem was gelukt om mij te adopteren dan zei hij trots: Ik heb wat extra geld aan de advocaat gegeven en toen konden we haar ophalen. Dat zo’n opmerking voor mij pijnlijk was, realiseerde hij zich hij niet. Het ging om hem, want hij wilde een kind, zo voelde ik dat dan op dat moment. Mijn moeder gaf mij altijd het gevoel van een echte moeder, hoewel ik natuurlijk niet weet hoe het bezit van een echte moeder voelt. Als mijn vader kwaad was op mij, en dat gebeurde nogal eens want ik kon behoorlijk stout zijn, was mijn verweer: waarom heb je me dan gekocht? Ondanks de spanningen, die er natuurlijk ook zijn in een normaal gezin met echte kinderen, werd ik toch liefdevol opgevoed, ook door mijn vader. Mijn ouders,  hebben me een warme oprechte christelijke opvoeding gegeven en daardoor ken ik veel verhalen uit het Oude Testament uit mijn hoofd (ik noem het nu Thora) en raakte ik onder andere ontroerd door het zingen van bijvoorbeeld psalm 122. Als kind voelde ik een liefde voor Israël, voelde ik liefde voor het Joodse volk, en was Ruth mijn voorbeeld. Ik heb vaak gebeden: G’d, wilt u ook mijn G’d zijn? Mag ik bij Uw volk horen? Onbewust deed het me pijn toen ik leerde dat de Joden het hadden afgedaan omdat ze ……. Ik ben nu 42. Na mijn scheiding klonken de woorden van Ruth steeds luider in mijn hoofd: Uw volk is mijn volk, en Uw G’d is mijn G’d. Ik wilde erbij horen. Ik deed een DNA test om iets te kunnen vinden over mijn biologische familie en stilletjes hopend dat er ‘iets Joods’ uit zou komen. En inderdaad: ik had Joods DNA! Het dubbeltje was gevallen. Ik ben op weg naar huis, terug naar mijn roots. Rabbijn Jacobs, helpt u mij alstublieft…”

     

    Gioer is een moeizaam proces. Vaak hoor ik vanuit de Joodse gemeenschap roepen: ze zijn dan wel uitgekomen, maar toch. De nesjomme zit er niet in. Onjuist! Bij een echte gioer, oprecht gemeend en uitgevoerd door oprechte rabbijnen, mag er geen enkele discussie zijn: Joods=Joods!  Het is, nadat natuurlijk het kaf van het koren is gescheiden, voor velen een soort thuiskomen, zoals voor Isabel die het zeker gaat halen. Alvast van harte welkom! Overigens is het toetreden niet het eind van een moeizame tocht, het is het begin van een nieuwe reis.  Jood of Jodin zijn, zeker met het opkomend antisemitisme, dat alleen maar toeneemt naarmate corona langer duurt, is niet altijd even simpel. Vaak hoor ik mede-Joden zeggen als we weer eens het Uitverkoren Volk worden genoemd door de niet-Joodse vrienden: Uitverkoren? Laat de anderen maar eens uitverkoren zijn!

     

    En toch ben ik dankbaar en blij dat ik Joods ben en ik weet zeker dat dat ook zal gelden voor Isabel als ze de finish heeft bereikt en de nieuwe levensreis gaat beginnen

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Israelisch Covid-medicijn sneeuwde bekering in. Dagboek van een Opperrabbijn 7 februari 2021

    “De aandacht voor Israël neemt in veel Nederlandse Kerken toe. Toch kan het wel wat meer. De Hersteld Hervormde Kerk (HHK) heeft nu opnieuw haar visie op papier gezet. De Kerk is geroepen om antisemitisme te ontmaskeren als haat tegen de G’d van Israel”, aldus las ik in het Reformatorisch Dagblad. Aan het eind van het artikel werd van verschillende christelijke kerkgenootschappen vermeld hoe hun houding is tegenover Joden. Wat mij natuurlijk interesseerde was hun opstelling ten opzichte van het bekeren van Joden en hun mening over de vervangingstheologie. Even een korte uitleg voor mijn Joodse en minder christelijk onderlegde niet-joodse dagboeklezers: de vevangingstheologie verkondigt dat overal waar in Tenach het Joodse volk wordt vermeld, dat vervangen moet worden door ‘christenen’. Deze theologie is door de eeuwen heen de bron van zeer veel antisemitisme en Jodenvervolging geweest.  Om een interessant artikel kort samen te vatten: de diverse kerkgenootschappen hebben diverse meningen over hoe aan te kijken tegen Joden en hoe ze wel of niet bekeerd mogen/moeten worden. En die drang of wens om te bekeren zette mij zondag (nota bene de christelijke rustdag!) aan het denken. Dat de bekeringsdrang geleid heeft door de eeuwen heen tot miljoenen slachtoffers is een feit. Dat vervangingstheologie daardoor voor mij als uiterst verwerpelijk wordt beleefd, moge duidelijk zijn. Maar hoe kijk ik aan tegen een christen die mij wil bekeren? Kan ik dat accepteren? Uiteraard laat ik me niet bekeren en zal actief pogingen om bekeren te bestrijden, maar…Vind ik dat de ander het verlangen mag hebben om mij te bekeren?

     

    Wij Joden hebben het makkelijk want wij zijn van mening dat Joden op een Joodse manier de Eeuwige moeten dienen, maar niet-joden hoeven dat niet. Voor hen gelden de zogenaamde Zeven Noachidische Wetten. Als de niet-jood leeft volgens deze wetten, toch nog een heel pakket, dan is dat prima. Zal ik dan, vroeg ik mezelf af, proberen om seculiere niet-joden ervan te overtuigen om zich aan deze wetten te houden? En zal ik zo genaamde Messias belijdende Joden wijzen op hun dwaling? En mijn antwoord is dan een duidelijk ‘ja’. Maar, zo vroeg ik mezelf toen af, dan doe ik toch ook aan zending! Kijk naar Chanoeka als we publiekelijk de Menora aansteken? Dat is niet zomaar een gezellig feestje. Het heeft een duidelijke boodschap: licht brengen in spirituele duisternis! En waarom zit ik dan te zeuren als christenen ons willen bekeren?

     

    Het was een interessante en felle discussie met mezelf, maar uiteindelijk denk ik dat ik gelijk heb gekregen (een doordenkertje!). Ik ben eruit gekomen. Ik geloof, ben er zelfs van overtuigd, dat iedere gelovige christen mij graag ziet overstappen naar het christendom. Ik zal dat nooit doen omdat 1: ik mijn baantje als opperrabbijn dan kwijt ben en 2: ik als Jood zit rotsvast in mijn geloof en zal daar (helaas dus voor de zendeling) echt niet van af te brengen zijn. Maar: hoe kijk ik aan tegen die zendeling, bekeringsdrang of, ook als er geen bekeringspoging wordt ondernomen, tegen het fenomeen dat, hoewel ik nu met rust gelaten moet worden, de stellige overtuiging leeft dat ik uiteindelijk het “licht” zal zien.

     

    Ik kwam bij mezelf tot de conclusie dat ik hiermee geen moeite heb. Ieder mens mag denken en geloven zoals hijzelf wil. Ieder mens mag van mij ook denken dat zijn manier van leven de juiste is en de ander fout zit. Maar op het moment dat zijn geloof ruimte geeft of oproept om de andersdenkende te doden, om te kopen met geld of geestelijk te chanteren, dan wordt het voor mij onacceptabel.

    Overigens werd de bekering volledig ingesneeuwd door het bericht in de media dat er twee medicijnen zijn ontdekt in Israel die corona patiënten schijnen te genezen. Geen vaccins dus, maar geneesmiddelen. Het FD spreekt van een “gamechanger”. Ik hoop van harte dat zeer snel zal blijken dat het inderdaad werkt en daarmee voor een gigantische mondiale doorbraak zal zorgen.  Geweldig ook dat Israel dan voor die doorbraak zorgt. Geeft me een geweldig fijn en trots gevoel.  Maar het zal natuurlijk ook een prachtige gelegenheid zijn om de complottheorieën te bevestigen. Joden zijn schuldig aan corona en zie het bewijs: ze gaan nu weer smakken geld verdienen aan het geneesmiddel. Gaat het Internationale Gerechtshof in Den Haag zich hiermee ook bemoeien en komen er dadelijk invallen bij onze apotheken die niet vermelden in hun bijsluiter “made in Israel”? Want er zal vast wel een klacht over komen of een VN-resolutie omdat misschien een van de artsen die de ontdekking heeft gedaan in de ‘bezette gebieden’ woonachtig is. En zo niet dan waarschijnlijk een van de patiënten die met een van deze middelen is genezen. Of denk ik te negatief?  Want ook tegen mobiele telefoons, computers en tal van andere geneesmiddelen die van mondiale waarde zijn en ‘made in Israel’ is nooit een boycot uitgeroepen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Jarenlang stiekem met de trein

    Iemand vroeg mij hoe ik mijn dagboek maak. Ga ik ervoor zitten? Heb ik een vast tijdstip in de avond? Schrijf ik achterelkaar door? Hoeveel uur staat ervoor en heb ik nog wel genoeg om te schrijven? Ik vermoed dat mijn dagboekschrijverij vergeleken kan worden met de schrijver van de oudejaarsconference. Ik denk dat de acteur het hele jaar dag en nacht een antenne uit heeft staan, waarneemt en opschrijft en dan enige weken voor Oudejaar hij alle aantekeningen uitwerkt.

    Ik doe het ook zo. De hele dag door staat mijn antenne uit (of moet ik zeggen de antenne staat aan?) en meteen noteer ik wat ik denk dat zou passen in het dagboek. En tot mijn stomme verbazing zijn er voortdurend gebeurtenissen, gedachten, confrontaties die wellicht in het dagboek van morgen passen. En dan ’s avonds laat of ’s morgens vroeg aan de computer in mijn rabbinaatskamer, bestaande uit niet meer dan 1 vierkante meter van onze gewone woonkamer en op afstand een secretaresse/assistente die waar nodig overneemt.

    De politie wil liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer.

    Het gebeurt regelmatig dat ik mensen ontmoet die ik ergens in den lande Joodse les heb gegeven. Toen ik namelijk pas in Nederland was gaf ik twee dagen per week Joodse les aan kinderen in de Mediene(Joodse gemeenschap buiten Amsterdam). Vijf jaar lang ben ik iedere zondag naar Leeuwarden gegaan met de trein. Dat kon toen nog want heden ten dage wil de politie liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer vanwege veiligheid. Anno 2020, 75 jaar na de bevrijding!

    Maar ook in Neede gaf ik Joodse les, en in Winterswijk, Breda, Roosendaal, Zwolle, Aalten, Baarn en natuurlijk in mijn vaste standplaats Amersfoort. Recentelijk heeft een van mijn oud-leerlingen een hoge positie gekregen binnen de gezondheidszorg. Hij had me ook advies gevraagd hoe hij zich het best kon opstellen bij de sollicitatie, alsof hij nog de leerling van 8 jaar was! Zo’n hernieuwd contact is leuk. Maar ik kom uiteraard ook mensen tegen ‘van vroeger’ met wie ik aanvaringen heb gehad. We stonden soms fel tegenover elkaar, omdat hij bestuurder was en ik rabbijn. Er behoort een natuurlijke spanning te zijn tussen rabbijn en bestuurder. Dat houdt beiden scherp en is dus mijns inziens goed. Maar escalatie is niet zeldzaam en ontaardt van tijd tot tijd in een conflict tussen rabbijn en leek.

    Inmiddels weet ik dat ook in niet-joodse kringen predikanten, bisschoppen en ook imams niet onbekend zijn met dit soort spanningen. Ik heb in de loop der jaren een aantal escalaties meegemaakt. Ik durf mezelf op dit terrein dan ook een ervaringsdeskundige te noemen. Overigens heb ik juist door het overleven van dit soort toestanden anderen die in soortgelijke situaties waren beland kunnen helpen, ook nog recentelijk.

    Een paar dagen geleden ontmoette ik zo’n conflicterende bestuurder van decennia geleden. Ik denk dat wij beiden beseffen dat verleden tot het verleden behoort en dat nu het vandaag speelt. Hij is geen bestuurder meer van een Joodse Gemeente en ik ben gewoon rabbijn gebleven. En dus is de grond van de spanning van toen niet meer aanwezig en hebben we prima contact. We zitten zelfs samen in een Raad van Toezicht en zullen elkaar helpen waar nodig. En het verleden? Is niet vergeten, maar wel vergeven.

    Even een aardige anekdote die in mij opkwam toen ik deze bestuurder van toen ontmoette: Er werd van mij verlangd dat ik eens per week van Amersfoort met de auto naar Aalten reed, van Aalten naar Winterswijk en dan daartussen door ook nog even les in Neede bij een familie thuis. Nog recentelijk heb ik de Needense ouders, die inmiddels in Enschede wonen, bezocht. In die tijd waren de wegen in die omgeving verre van ideaal. ’s Avonds slecht zicht, bomen aan weerskanten. Tel daarbij op dat ik vermoeid was van het geven van de lessen. Dat ik in de winter verkleumde van de kou omdat in de sjoel van Aalten de kachel werd aangestoken als ik de les begon en het dus bij vertrek pas warm was.

    En dus kwam ik op het volgende idee: ik neem vanuit Amersfoort de sneltrein naar Apeldoorn. Vanuit Apeldoorn de boemeltrein naar Lichtenvoorde. Niet ver van het station van Lichtenvoorde was een garage die ook een taxibedrijf had. Ze waren bereid mij wekelijks bij de trein op te halen. Ik reed de chauffeur naar de garage terug, reed naar Aalten, Winterswijk en Neede. Daarna weer naar Lichtenvoorde om de auto terug te brengen. Kosten? Trein + huurauto Fl. 70,00. Briljant, dacht ik. Ik zou dan een uur langer onderweg zijn, maar qua vermoeidheid en veiligheid veel beter. En bovendien: Fl.10,00 goedkoper dan de vergoeding die ik kreeg voor de gereden kilometers. Ik enthousiast naar mijn werkgever/bestuurder. Besparing van fl.10,00 per week! Ik was weliswaar een uur langer onderweg, maar ik werd per dag betaald, dus wat salaris betreft geen verschil.

    Maar tot mijn stomme verbazing werd mijn voorstel afgewezen. Reden: als ik gebruik maak van de trein moet ik ook de bus gebruiken. Een huurauto behoorde niet tot de mogelijkheden. Ik probeerde nog uit te leggen dat het op deze manier veiliger zou zijn, beter voor de lessen omdat ik minder moe zou zijn en fl.10 goedkoper! Het bestuurlijke neen bleef overeind. Ook mijn argument dat de busverbindingen daar dermate slecht waren dat ik niet alle leerlingen na vier uur (einde van de school) en zeven (bedtijd) kon bereiken, werd niet geaccepteerd. En wat heb ik gedaan? Jarenlang stiekem met de sneltrein, boemeltrein en taxi en fl.80, 00 gedeclareerd zodat ze dachten dat ik met eigen auto de kilometers had afgelegd. Niet helemaal koosjer dus, wel veiliger en inmiddels meer dan 40 jaar geleden en dus verjaard.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Kan ik beter zwijgen? – Dagboek van een opperrabbijn

    Het was donderdag 17 Tammoez, een vastendag. Op deze dag werd er een bres geslagen in de muren van Jeruzalem en precies drie weken later werd de Tempel verwoest. Niet eten en niet drinken. En dus was ik minder actief als gewoonlijk. Maar gelukkig hoefde ik me niet te vervelen want in de Telegraaf stond op pagina 2 en 3, de best gelezen pagina’s van een krant, een artikel over BLM. Een erg goed verhaal dat wijst op het gevaar van deze wereld hysterie. Vanwege mijn dagboek van een paar dagen geleden met als titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” ben ik door Silvan Schoonhoven, journalist van De Telegraaf, gebeld om mijn mening over de demonstraties tegen racisme te geven en word ik dus geciteerd.

     

    Ik weet van mezelf dat ik nogal scherp uit de hoek kan komen en daarom is een korte aanvulling op mijn dagboek wel verstandig. Uiteraard ben ik tegen iedere vorm van racisme. Ik ben er zo fanatiek tegen dat indien mensen aanstoot nemen aan Zwarte Piet (waarbij bij mij geen enkel gevoel van discriminatie opwelt!) mijns inziens Piet moet worden afgeschaft of minstens verkleurd (sorry voor dit wellicht ongepaste grapje dat zomaar uit mijn digitale pen schoot). Ter illustratie: zo’n half jaar geleden nam ik deel aan een expertmeeting over polarisatie in onze Nederlandse samenleving. De vraag of levensbeschouwingen kritiek mogen uiten op elkaar kwam aan de orde. Mijn stellige mening is dat kritiek mogelijk moet zijn op voorwaarde dat je de ander niet beledigt of dat je weet of vermoedt dat jouw kritiek door de ander als beledigend wordt ervaren!

     

    Een voorbeeld? Gezien mijn dagboek ook op www.cip.nl verschijnt zag ik een podcast over burgemeester Halsema. Er werd gesproken over de positie van de vrouw en er werd uitgelegd dat de vrouw werd onderdrukt ten tijde van het Oude Testament, maar dat daarin verandering kwam na het begin van het Nieuwe Testament. Zonder erop in te gaan of dit überhaupt klopt, voel ik mij hierdoor gekwetst, want de vrije vertaling hiervan luidt: Joodse mannen onderdrukten (en onderdrukken dus nog steeds!) hun echtgenotes, maar het christendom heeft hierin gelukkig verandering gebracht. Kort samengevat om ieder misverstand uit te sluiten: ik ben fel tegen iedere vorm van discriminatie!

    Toch blijf ik uitgesproken van mening dat de BLM-beweging, of de hysterie zoals ik het noem, uiterst eng is. Eng, omdat de grote meute totaal niet weet wat er aan kwalijke ideologieën aan deze fanatieke nieuwe godsdienst ten grondslag liggen.

     

    Maar nu genoeg hierover, want ik breng dit onderwerp hier alleen te berde vanwege een telefoontje uit de Joodse Gemeenschap van een kundige, eerlijke en oprechte bestuurder. Hij belde mij en maakte mij zijn zorg kenbaar over de strekking van mijn dagboek met de titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” en over mijn quote over BLM in de Telegraaf van vandaag. Doordat ik zo uitgesproken tegen de antidiscriminatie-beweging schrijf, zou dat ertoe kunnen leiden dat t.z.t. mijn opstelling de vertaalslag zou kunnen krijgen dat ik, en dus ‘wij Joden’, vóór discriminatie zijn. En om dat mogelijke misverstand te voorkomen doe ik er beter aan om te zwijgen over dit gevoelige onderwerp. En dus heb ik vandaag zitten puzzelen bij mijzelf en vroeg mezelf af of het juist is om te zwijgen als mijn verstand en mijn geweten mij oproepen om demonstratief te waarschuwen?

     

    Aanstaande sjabbath lezen we uit de Thora de geschiedenis van Pinchas (numeri 25:11). Ik ga ervan uit dat u de geschiedenis kent. Pinchas had keihard ingegrepen en Zimri met zijn Moabitische gedood vanwege de verboden relatie die ze waren aangegaan. Niet iedereen kon zijn keiharde duidelijke optreden waarderen en dus ontstonden er roddels en afkeurende geluiden. Was het juist dat Pinchas zo keihard was opgetreden? Werd hij misschien gedreven door onzuivere belangen?

     

    Tot twee keer toe laat de Thora ons weten dat Pinchas de kleinzoon was van Aäron de Hoge Priester. Waarom moet die afstamming vermeld worden, het ware toch genoeg geweest als alleen zijn vader vermeld zou zijn? Het antwoord luidt: Pinchas was een en al naastenliefde gelijk zijn grootvader Aäron. Maar vanwaar dan dat harde optreden? Om te tonen dat juist vanuit liefde soms keihard moet worden gehandeld, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

     

    Ja, het ware misschien vriendelijker geweest indien ik niet zo duidelijk mijn grote zorg richting BLM had kenbaar gemaakt. Vriendelijker: ja! Maar soms is juist vanuit liefde duidelijkheid een vereiste. En dus waardeer ik het telefoontje met de goedbedoelde waarschuwing, maar ik neem mijn woorden niet terug. Uit liefde voor de brede samenleving blijf ik mijn zorgen uitspreken over de gevaarlijke aspecten van BLM, terwijl ik tegelijkertijd ieder vorm van racisme keihard veroordeel.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.