Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Foute rechters, Dagboek van een Opperrabbijn, 6 december 2020,

    Probleem: voor het eerst sinds mijn corona dagboek nr. 1 heb ik het dagboek van donderdag jongstleden niet geschreven. Heeft niets met Corona te maken gehad, maar met Chanoeka moet ik op zoveel plaatsen spreken, dat ik dat even liet voorgaan. Maar, hoor ik u denken, dat doe je toch ieder jaar? Klopt, alleen dit jaar wordt er in de week vóór Chanoeka reeds van alles opgenomen op YouTube, Webex, Livestream, Microsoft-teams en allemaal nieuwe woorden/systemen waarvan ik tot voor Corona nog nooit had gehoord, laat staan gedroomd, omdat ik van het bestaan geheel niet op de hoogte was. Een toespraakje is voor mij nooit zo’n probleem, maar als ik bijvoorbeeld morgen drie verschillenden toespraken moet inspreken, voor verschillende groepen maar wel over hetzelfde onderwerp, namelijk Chanoeka, dan moet ik voorbereiden en aantekeningen op schrift zetten om te voorkomen dat ik alles door mekaar ga halen. Vandaar dus mijn eerste spijbelen, waarvoor excuus. Mocht u nu denken dat ik dus voor morgen alles al klaar heb op dit tijdstip van de dag (het is inmiddels 22:00 uur) dan vergist u zich. Zonder dat u dat hebt gemerkt was ik een paar dagen afwezig en ben vannacht weer thuisgekomen. Waar ik was? Privé! En dat mag, want op mijn dagboek waarin ik melding maakte dat ik mijn hoed had thuisgelaten en naar het strand was gegaan met pet en dus zonder hoed werd betrapt, kreeg ik veel bijval met de opmerking dat ik, ondanks mijn rabbijn-schap, toch recht heb op privacy. Dus ik was een paar dagen privé afwezig. Nou ja afwezig: de e-mails en telefoontjes gingen gewoon door. Maar vandaag werd ik opgeslorpt door een bericht in het FD waarin een Duitse rechter openbaar maakte dat 50% van de rechters na de oorlog een nazi verleden hadden. Onder hen ook een rechter die in Den Haag belast was met het ontvreemden van het geld van o.a. mijn familie. Hun foto’s hangen voor eerbetoon aan de muur van een officieel Duits Regeringsgebouw! Daarna las ik dat Biden Trump had vergeleken met Göbbels, de public relation man van het Duitse Rijk, en vervolgens viel mijn aandacht op een aantal artikelen over Forum voor Democratie waar het antisemitisme welig schijnt te tieren. Om de dag nog ‘gezelliger’ te maken werd mij een YouTube gestuurd waarin een Joodse man zijn zware en emotionele afkeer kenbaar maakte over een tentoonstelling in het Holocaust Museum in New York. https://www.youtube.com/watch?v=luawko-fboA&feature=youtu.be De tentoonstelling had niets met de Holocaust te maken, maar was een soort eerbetoon aan de door de politie gedode/vermoorde George Floyd. De Joodse man met keppeltje had geen goed woord voor de moord op deze Floyd, maar de vergelijking met de Holocaust vond hij onacceptabel en onaanvaardbaar. Meer dan zes miljoen mensen weren vermoord. Het plan was om een heel volk uit te roeien middels een buitengewoon goed georganiseerd misdadig en industrieel systeem. Nadat de hele wereld zweeg hebben de Joden recht op een gedenkplaats dat uitsluitend voor hen is, althans dat was de mening van de Joodse man die geëmotioneerd pleitte om de Holocaust niet te gaan veralgemeniseren door een man als George Floyd als het ware te gaan maken tot een deel van die Holocaust. Pijn moet niet met pijn worden vergeleken. Ieder verdriet mag zijn eigen plaats hebben. Die plaats wegkapen, want zo wordt dat beleefd, maakt de pijn buitengewoon en nodeloos pijnlijk. Gun de overgebleven Joden een plaats voor hun eigen verdriet, kaap die plaats niet weg! Ondertussen werd ik gebeld door een man en vrouw die een gigantisch huwelijksprobleem hebben. Goed luisteren en proberen advies te geven.

     

    Inmiddels was ik een beetje wakker geschud door die nazi’s die nu plotseling netjes als hoogst betrouwbare rechters prijkten aan de muur van een of ander Regeringsgebouw. En daardoor kwam bij mij iets heel anders, maar toch soortgelijk naar boven: Voormalig Kamp Amersfoort! Cees Biezeveld, toenmalige directeur van de Politieschool die op het terrein van het voormalige kamp wilde een herinneringscentrum maken om te voorkomen dat de herinnering aan Kamp Amersfoort zou vervagen. Zijn plan werd niet door iedereen met gejuich ontvangen. Het herinneringscentrum mocht er niet echt komen. Ik herinner me dat ik toen een afspraak heb gemaakt met de toenmalige Commissaris van de Koningin, Jkh. Beelaerts van Blokland. Het herinneringscentrum kwam er uiteindelijk. Een dag na de onthulling, waarbij ik had gesproken, zat ik in de gevangenis van Groningen vanwege een herdenking van de Expoge, ex-politieke gevangenen. Naast mij een oude man met een waslijn aan medailles. Hij had mij horen spreken bij de inwijding van het herinneringscentrum Kamp Amersfoort. Hij was daar aanwezig als voormalig gevangene. Ik, nieuwsgierig als ik ben, vroeg hem wat er precies speelde rondom   de onwil om een herdenkingsruimte te maken. Zijn antwoord luidde: Ach er zijn van  die afschuwelijke kwesties die je liever meeneemt in je graf……….Daar kon ik het mee doen. Maar nu, geprikkeld door de nazirechters, wil ik toch proberen uit te vinden wat er heeft gespeeld in Kamp Amersfoort

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Gedoopt ‘met de beste bedoelingen’. Dagboek van een Opperrabbijn 26 november 2020

    Omdat ik bijna niet op het rabbinaatskantoor kom verstuur ik mijn papieren post, voor zover die nog bestaat, met een papieren enveloppe waarop ik een postzegel moet plakken. Omdat ik door mijn vorige tien postzegels heen was ging ik naar het postkantoor. Het postkantoor bestaat trouwens al heel lang niet meer in onze regio. Het is gewoon een kantoorboekwinkel die ook postzegels verkoopt en waar een doos staat waarin brieven gedeponeerd kunnen worden. Ik geef dus netjes aan dat ik een vel postzegels van €1 wil kopen. De mevrouw achter de balie en dus achter een plastic scherm, toont mij de postzegels en vraagt mij of de afbeeldingen op de postzegels aan mijn wens voldoen of dat ik misschien een ander soort postzegel wil hebben. Vervolgens, nadat ik ingestemd heb met de postzegels zoals ze mij die toonde en ik betaald had, wilde ik een van de postzegels op de enveloppe plakken die ik bij me had en die verstuurd moest worden. Ik had er nog even aan gedacht om de enveloppe op de weegschaal te leggen om te kijken of een postzegel van €1 voldoende was, maar op de weegschaal was een papier geplakt met daarop geschreven: storing. De dame achter de balie begreep kennelijk mijn twijfel en vroeg mij om haar mijn brief te geven opdat ze die kon wegen. En vervolgens legt ze de brief op de weegschaal waarop ‘storing’ stond en liet me weten dat €1 voldoende was. Ik vroeg me toen even af: wie is er gestoord: de weegschaal, de mevrouw achter de balie of ik? Maar na al deze extra service bij de aankoop van 12 postzegels, kwam de aap uit de mouw van de mevrouw achter de balie. ‘Mag ik u wat vragen? Wat vindt u van de hele toestand in de wereld rondom corona? Bent u ook van mening dat we allen in een trechter worden geplaatst?’ Ze heeft dus kennelijk het gevoel dat we door de Overheid of door de corona in een situatie belanden die onomkeerbaar aan het worden is. Ze was duidelijk erg bezorgd. Ik heb haar aangegeven dat uiteindelijk alles van Boven komt en dat we moeten aanvaarden zonder doemdenken en zonder onszelf in een trechter te duwen. Het wegen op de gestoorde weegschaal en de vraag aan mij of de afbeeldingen op de postzegels mij bevielen waren introducties die ze kennelijk nodig had om haar vraag te durven stellen. Ik verliet de winkel en hoop ik dat ik haar heb mogen helpen. Een onbelangrijk voorval, maar wie zegt mij dat deze ontmoeting minder waardevol was dan mijn quotes in het Financieel Dagblad in de krant van heden naar aanleiding van het gedoe rondom het Forum voor Democratie. Wat op onze weg komt moeten we oppakken, daar ligt op dat moment onze opdracht die van Hogerhand wordt aangereikt. Zo ook het gesprek rondom die postegels en zeker ook de ontmoeting die ik had met een overlevende van de oorlog. Als baby hadden zijn ouders hem weggegeven aan een katholieke vriendin. Zijn ouders werden vergast, de baby overleefde. Hij heeft nog wel herinneringen aan zijn onderduiktijd. Zo is hem bijgebleven dat zijn pleegouders hem ‘met de beste bedoelingen’ hebben laten dopen. Een Joods jongetje ‘met de beste bedoelingen’ laten dopen, gonsde het in mijn gedachte. Maar de uitleg volgde meteen. Het kleine Joodse mannetje had zowel hersenvliesontsteking alsook kinderverlamming gekregen, tegelijkertijd. Hij zou het niet overleven. Maar waar zou hij begraven moeten worden? De Joodse begraafplaats was natuurlijk niet aan de orde. Maar de Katholieke begraafplaats kon ook niet want hij was niet gedoopt. En dus hebben ze hem laten dopen opdat hij op z’n minst een graf zou kunnen krijgen. Laconiek reageert hij: ik kan nu dus alle kanten op! Het klinkt leuk, maar toont een tragedie. Hij is al decennialang bestuurder van een van de kleine Joodse gemeenten in ons land, omdat hij zich verbonden voelt met zijn ouders die hij nooit heeft gezien, maar die vermoord werden omdat ze Joden waren. Voor mij is deze man een held! En terwijl ik in het nu leef en vooruitdenk aan hoe we Chanoeka toch nog een beetje Chanoeka kunnen maken en dit jaar juist meer licht in duisternis, ben ik vandaag gebeld door Family7, door Christenen voor Israel en door EO-podcast van Margje Fikse NPO1 met het verzoek om mee te werken aan een oudejaars programma waarin ik met nog een aantal genodigden ga terugblikken op het afgelopen jaar, dat voor mij vandaag, met Chanoeka voor de boeg, nog lang niet voorbij is.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Gezocht: aardappelschilmesje. Dagboek van een Opperrabbijn, 23 maart 2021

    Hoewel het bijna Pesach is en ik me normaliter zou moeten bezighouden met de grote Pesach schoonmaak, gaat het gewone werk gewoon door. Wel Pesach, niet Pesach. Een telefoontje van een mij onbekende mevrouw. Helemaal overstuur biedt ze mij haar excuus aan omdat ze mij vier jaar geleden ‘had overrompeld’. Dat stoort haar al vier jaar. Slapeloze nachten heeft ze ervan en nu dus eindelijk heeft ze de stoute schoenen aangetrokken om mij vergiffenis te vragen voor haar ongepaste optreden naar mij toe. Geen idee waarover dit gaat. Ik ken de hele vrouw niet, nog nooit van gehoord. Uiteraard heb ik haar volledig vergeven maar zit ik nu met een probleem. Ik voel me schuldig dat ik haar, de onbekende, kennelijk vier jaar lang heb gekwetst, het zou namelijk een totaal verzinsel kunnen zijn, maar misschien ook niet. En dus had ik vannacht haar slapeloze nacht!

     

    Nadat ik gisteravond 1/ aan een web seminar met zo’n 120 deelnemers van OJEC, overlegorgaan Joden Christenen, een bijdrage had mogen leveren over Pesach, 2/ in Arnhem handgebakken matzes had afgeleverd bij het bestuur die voor de verdere verspreiding gaat zorgen, 3/ vanavond mocht optreden bij een livestream over Pesach, 4/ ik voor Family7 TV een praatje heb gehouden over de verkiezingen in Israel, mocht ik 5/ aan de ambassadeur van Oekraïne in Nederland drie matzes uitdelen. Eén voor hemzelf (Joods), één voor de (Joodse) Premier en de derde voor de (Joodse) President.

     

    Fijn dat er zoveel bezorgdheid is over de ramadan en de avondklok. Maar wat met de Seideravond? Maar helaas zijn wij zo klein (geworden) dat daarvoor totaal geen oog meer is en velen de familieavond bij uitstek in eenzaamheid zullen moeten doorbrengen. Wel kreeg ik een aantal telefoontjes of ik even kon regelen dat gasten na de Sederavond gewoon over straat kunnen lopen zonder boete te krijgen. Een lieve door-en-door goede vrouw verzocht mij om even Rutte te bellen en toestemming te vragen dat haar twee gasten zonder problemen na de Sederavond naar huis mogen lopen. Ik kon dan aan Rutte beloven dat we niemand zouden vertellen dat hij voor deze twee gasten toestemming had verleend. Hoe ik haar ook probeerde uit te leggen dat het zo niet werkt, het drong niet door. Maar toen ik haar adviseerde dat ze zelf Rutte mocht bellen en ik haar wel het mobiele nummer van Rutte zou geven, gaf ze mij te verstaan dat dat niet realistisch is. Mijn diagnose als rabbijn met meer dan 40 jaar ervaring in de psychiatrie: ze gaat selectief om met de realiteit. Hoewel, ik moet dat helaas toegeven, ik soms de realiteit van de coronamaatregelen ook niet altijd kan vatten. Neem nou bijvoorbeeld mijn echtgenote. Dit jaar met Pesach zijn we niet, zoals vorig jaar, bij de kinderen in Montreal. Omdat we al jaren achtereen Pesach niet meer thuis waren, had Blouma het hele Pesach servies aan een jong gezin gegeven dat toen voor het eerst in Nederland was om de gelederen van de rabbijnen te komen versterken. En dus moest er een nieuw servies, potten en pannen en verder keukengerei worden aangeschaft, waaronder een aardappelschiller. Op zichzelf is de aanschaf van een aardappelschiller geen probleem, maar hier bij de AH toch wel, want hoewel ze de aardappelschiller braaf in haar mandje had gelegd, bleek het onbetaalbaar. Reden: Omdat een aardappelschilmesje onder alcohol valt en alcoholische dranken niet na 20:00 uur verkocht mogen worden en zeker niet aan klanten die jonger zijn dan 16 jaar, kon, zo gaf de caissière aan, mijn echtgenote het mesje niet betalen.Hoewel mijn echtgenote al enige tijd geleden de 16 was gepasseerd en zich dus bijzonder gevleid voelde met de haar toebedeelde leeftijd, hebben we nog steeds geen aardappelschilmesje en speciaal is dat lastig met Pesach vanwege de grote hoeveelheid aardappels dat gegeten wordt. Bij deze dus een oproep: wie heeft er nog een Pesach aardappelschilmesje over?

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Goedbedoelde verkeerde woorden. Dagboek van een Opperrabbijn 18 januari 2021

     

    We zijn weer terug naar normaal, althans bijna normaal, want e-mails en telefoontjes blijven nog steeds binnenkomen met woorden van medeleven. Die woorden van medeleven zijn ontzettend belangrijk en hebben invloed. Wat ik merk is dat sommige woorden van troost door de treurende volkomen verkeerd kunnen worden opgevat. Ikzelf heb hiervan totaal geen last gehad omdat ik weet dat de woorden goedbedoeld waren, maar het waren soms echt wel precies de verkeerde. Een klein voorbeeld: iemand ging me uitgebreid uitleggen dat ik het verlies van mijn zoon nooit meer te boven zal komen en mijn hele verdere leven zal ik eronder lijden. Het bewijs: hij kende een naast familielid die hetzelfde had meegemaakt en tot op zijn sterfbed door het verlies van een dochter van twintig depressief is gebleven, werkeloos is geworden en een wegkwijnend bestaan heeft geleden. Ik denk niet dat deze woorden echt troostend waren, ietwat knullig, maar zeker wel goedbedoeld. De meeste woorden waren echter begripvol, meelevend, bemoedigend. Wat ik persoonlijk erg ‘fijn’ heb gevonden dat er toch best een flink aantal mensen waren die dusdanig meeleefden dat hun eigen soortgelijke verdriet boven kwam en ik het gevoel kreeg dat ik hun meer tot steun was dan zij mij. Maar juist deze ontmoetingen waren voor mij heel erg waardevol en speciaal als mij dan werd gezegd, en dat gebeurde menigmaal: ik kwam hier om u te steunen, maar u heeft mij juist gesteund.

    Veelvuldig kreeg ik de (ook weer goed bedoelde) opmerking dat men begreep dat ik voor anderen onder soortgelijke omstandigheden de juiste woorden wist te vinden, maar nu het mezelf betreft dat zeker anders ligt. “De woorden waarmee u anderen troost, kunt u natuurlijk niet tegen uzelf zeggen.” Ik begrijp die bemerking erg goed, maar het klopt helemaal niet. Als ik aan een ander uitleg hoe om te gaan met verlies en verdriet, hoe een gemis van een dierbare te plaatsen, dan sta ik volledig achter die woorden. Het zijn niet slechts woorden die uit een boekje zijn gehaald dat de titel had kunnen dragen: “Hoe troost ik de medemens (voor beginners)”. Ik zit zo helemaal niet in mekaar. Het nadeel hiervan is dat ik het verdriet van anderen die ik mag adviseren en/of steunen wel degelijk ‘mee naar huis neem’. En na een dramatische begrafenis of een onthulling van een monument ter nagedachtenis aan hen die werden vermoord, neig ik altijd een beetje richting ongezonde depressiviteit. Maar omdat ik duizend procent achter mijn woorden stond/sta die ik tot anderen richt in dit soort situaties, kan ik precies dezelfde woorden ook tegen mezelf zeggen en heb dat ook gedaan.

    Ik stop nu, althans dat is mijn voornemen, met het terugblikken in mijn dagboek naar het verdriet dat ons is overkomen. Het leven gaat door en mijn dagboek over ‘Opperrabbijn in coronatijd’ moet gaan over mijn werkzaamheden in coronatijd. Nog een kort afrondende corona opmerking: de begrafenis in Londen hebben we bijgewoond per zoom. Zaterdagnacht hadden wij met nachtboot van de Stena Line naar Engeland willen gaan, maar Stena nam geen passagiers mee vanwege corona omdat 40 bemanningsleden positief waren getest.  En overdag per vliegtuig lukte niet vanwege coronatest die we niet op tijd konden krijgen. Uitstellen van de begrafenis is vanuit Joods halagisch perspectief niet juist. En los hiervan hebben mijn in Londen wonende kinderen sterk aangedrongen om niet te komen vanwege corona. Desalniettemin hebben wij natuurlijk sterk overwogen, wel gaan, niet gaan. En dus is het telefoontje, uiteraard goed bedoeld, dat we vanochtend kregen uit Londen met de mededeling dat we toch eigenlijk wel hadden moeten gaan ‘want dat was het laatste wat we nog voor hem konden doen’ minder geslaagd.

    Ondertussen is onze kleinzoon uit Engeland, die bij ons kwam voor vier uurtjes op doorreis naar zijn Jesjiwa in Tel Aviv, alweer een maand bij ons. Wel gezellig. We hebben een fiets voor hem geregeld en hopen dat hij snapt dat we hier rechts rijden. Zijn pasgetrouwde broer met onze aangetrouwde kleindochter (hoe heet zoiets eigenlijk?) hebben aangekondigd om hier van donderdagavond tot zondag te komen (beiden voorzien van een negatieve test!) op doorreis naar Potsdam waar haar ouders wonen. Als de vier uur van zijn jongere broer veranderden in vier weken, dan leert mij een eenvoudige vermenigvuldiging dat de twee dagen al snel enige maanden zouden kunnen betekenen. Uiteraard zijn ze meer dan welkom, maar ik herinner mij een uitspraak van onze tante uit Israel. “Als de kinderen komen is dat een genoegen, maar als ze daarna vertrekken een opluchting”. Het zal de leeftijd wel zijn, hoewel mijn kleinzoon (die van de vier uur op doorreis), zich niet kan voorstellen dat zijn opa de zeventig al gepasseerd is vanwege het tempo van de dagelijkse snel-wandeling. Voor www.cip.nl heb ik vandaag zes artikeltjes geschreven en ik heb een aantal e-mails beantwoord die vanwege de treurweek onbeantwoord waren gebleven. Ook een vervolggesprek gehad voor een Tv-documentaire voor een opname voor een programma over, raadt u maar: Jodendom! Ze komen opnemen eind volgende week. Of mijn voorkeur uitging naar de ochtend of de middag. Ik koos voor de ochtend en vervolgens is er aangekondigd dat ze om 10:00 uur komen en tegen vieren weer huiswaarts keren. Als ik middag gezegd zou hebben waren ze waarschijnlijk blijven overnachten! De snel-wandeling duurde vandaag negentig minuten in plaats van een half uur. Conditie op peil houden is beter, denk ik, dan al die vitamine pillen. Zeker is het in ieder geval dat mijn snelwandelen aanzienlijk goedkoper uitpakt!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Het blijven mijn kinderen. Dagboek van de Opperrabbijn 6 juni 2021 (in Dutch)

    Even was ik vandaag al het gezeur om me heen vergeten. Het was alsof de dreiging van het huidige antisemitisme niet bestond. Ik hoor u al denken dat het verstandig van me was om ‘even er tussenuit’ te gaan. Een dagje strand of gewoon in onze eigen prachtige en door Blouma ontworpen en onderhouden tuin. Maar het lag anders. Op 6 en 7 juni 1943 vond Het Kindertransport plaats.  Lees mijn toespraak, kijk bij Omroep Brabant en probeer even uit respect aan die 1269 kinderen te denken. Anoniem als ze zijn, moederziel alleen vermoord. Het zijn en blijven onze kinderen. En als u niet meedoet omdat het te gruwelijk is: het blijven zeker mijn kinderen!

    “Meer dan één duizend en achthonderd onschuldige, weerloze kinderen werden vanaf hier ‘op transport gesteld’, zoals we dat zo steriel en gevoelloos zeggen.

    Eén duizend tweehonderd en negenenzestig vertrokken met Het Kindertransport op 6 en 7 juni 1943.  In Durchganslager Westerbork, werden enkelen uit de trein gehaald. De overige prille leventjes werden enkele dagen later in Sobibor op beestachtige wijze bruut verscheurd. Aangekomen in Sobibor werden zij uit de goederenwagons gedreven en werden via de Himmelstrasse, zoals het nazi-tuig deze straat schertsend noemde, de gaskamers ingeslagen. Wisten ze wat hen te wachten stond? Wanneer beseften ze dat de douchen geen douchen waren? Hoe lang hebben ze geleden voor ze waren afgemaakt? Genoten de SS-ers, die meekeken via een paar dakraampjes, van het prachtige sadistische schouwspel?

    Op het Kindermonument, hier achter mij, staan de namen van de één duizend, tweehonderd en negenenzestig kinderen van het Kindertransport.

    Slechts letters zonder gezicht. Van enkelen bestaat een foto, maar de meesten zijn door de industriële moordmachine gereduceerd tot een naam, zonder gezicht.

    Waarom staan we hier? Om te voorkomen dat? Is dit monument een educatief project?

    Vandaag zijn we hier uitsluitend om te herdenken, niet om te leren, niet om te waarschuwen, zelfs niet om te voorkomen.

    Toen ik in 1999 het monument mocht onthullen zag ik na afloop uit het publiek mensen naar voren komen. Ze zochten op het monument, vonden en legden vol tederheid en liefde huilend hun hand op de naam van hun zusje, hun broertje, hun kind of hun kleinkind. Maar op de naam van de meeste kinderen werd geen hand gelegd, want van die kinderen waren de broertjes, de zusjes, de neefjes en de nichtjes, de papa’s en de mama’s ook vermoord. Schrijnend!

    Eén duizend, tweehonderd en negenenzestig namen. Eenzame namen, letters zonder gezicht, zonder familie, alsof ze nooit bestonden. Via de schoorstenen van de crematoria van Sobibor verdwenen ze in het duistere gat van de vergetelheid. Anoniem, volledig onbekend, niemand die meer aan ze kan denken. Slechts letters, een paar verdwaalde foto’s, alsof ze nooit waren geboren, maar wel vergast.

    Laten we onze ogen sluiten en in volstrekte stilte aan onze kinderen van het Kindertransport denken, die zo kort op deze aarde verbleven, zo wreed werden weggerukt, en van wie niets, maar dan ook niets, meer is gebleven.

    Geen graf, geen as, alleen een naam. Nietszeggend, omdat niemand meer weet wie achter die naam heeft geleefd en geleden.

    “Moge hun zieltjes gebonden worden in de bundel van het Eeuwige leven”.

    https://www.nmkampvught.nl/herdenking-kindertransporten/  


    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Het bloedsprookje en McDonalds - dagboek van een Opperrabbijn

    Mijn dagboek dreigt te ontsporen van een Dagboek naar Memoires, dus van nu naar toen. En inderdaad zou het vastleggen van gebeurtenissen uit het verleden en speciaal ook ontwikkelingen, leerzaam kunnen zijn. Maar mijn opdrachtgever, het Joods Cultureel Kwartier, wil een Dagboek opdat na de coronatijd de huidige actualiteit de geschiedenis kan weergeven. Dus feitelijk schrijf ik nu dus toch de Memoires. Alleen niet de memoires van nu, maar de memoires van de toekomst.

     

    Vandaag reizen we weer terug, want, ik heb het bewust verzwegen, we varen dadelijk terug vanuit Harwich naar Hoek van Holland. Het weekend waren we in Londen voor de verloving van onze oudste Londense kleinzoon. Voor de heenreis moest ik in verband met corona stapels papieren invullen met alle adressen waar ik me zou bevinden, telefoonnummers en wie bereikbaar zal zijn in geval van nood. Niemand heeft bij binnenkomst in Engeland erom gevraagd, maar het invullen was wel een aardige vorm van vrijetijdsbesteding. Van GB naar Nederland hoef ik niets in te vullen. En in Londen wordt, in mijn beleving, het mondkapje als het anticorona-middel beschouwd en wordt er veel meer in geloofd dan bij ons.

     

    Behalve de verloving en de daaraan gekoppelde receptie, kennismaking met de aanstaande kleindochter en haar ouders en de nodige dagelijkse wandelingen, heb ik zitten peinzen over de toekomst van Joods Nederland. Is er toekomst? Een jonge rabbijn uit Edgware, Londen, stelde mij die vraag en zette mij aan het denken, speciaal vanwege een paar e-mails die ik vandaag ontving.

    Even ter verduidelijking van mijn persoon: vakantie en “er-even-tussenuit”, bestaat voor mij niet. Ik wil het wel, maar voel mij verplicht om steeds bereikbaar te zijn. En dus controleer ik voortdurend mijn e-mails. En zie: een hoopgevend schrijven van de Resonans groep uit Limburg, een regelmatig treffen van RK vertegenwoordigers met de Joodse gemeenschap. “Inmiddels heeft er een gesprek plaatsgevonden met de econoom van het bisdom Roermond. Hij bracht namens de bisschop heel goed nieuws mee. De bisschop vindt ons werk en onze activiteiten van grote waarde. We kunnen dus doorgaan, zoals we gewend zijn. Dat betekent: - we kunnen de sprekers vergoeden; - we kunnen gebruik maken van de ruimtes van het bisdom- - we mogen gebruik maken van secretariële ondersteuning.” Zo’n treffen tussen Joden en Katholieken is natuurlijk van groot belang. Elkaar leren kennen, wederzijds begrip, respect etc.

     

    Maar beperkt het Joodse leven zich in Nederland tot het verstevigen van de banden met de christelijke samenleving? Tot het voorlichting geven over de Shoah? Tot het vertellen over Jodendom op scholen? Tot het kweken van begrip en het bestrijden van antisemitisme? Weer een uitnodiging in mijn mailbox om te spreken voor een programma dat wordt uitgezonden op RTL 5, bij Family7 en zelfs in Suriname. Een bevestiging van een interview met Frans Bromet voor een documentaire over antisemitisme. Allemaal prima en positief.

     

    Maar mijn primaire taak hoort zich binnen de Joodse gemeenschap af te spelen: Joodse lessen, cursussen, lezingen in synagogen, geestelijk en pastorale zorg aan Joden die daaraan behoefte voelen, artikelen en toespraken. Gelukkig zat er ook een uitnodiging bij om gastspreker te zijn bij de inwijding van een nieuwe Thora-rol in de hoofdsynagoge van Brandenburg-Duitsland. En verder geeft mijn digitale agenda mij aan dat er komende weken een aantal zoomlessen gegeven moeten worden.

     

    Maar tussen alle WhatsApps en e-mails zat er ook een reactie op een van mijn dagboeken: een plaatje van een varken en het woord Juuuuuude. Een van mijn vaste dagboeklezers heeft kunnen achterhalen wie de schrijver was en wie zijn werkgever met als resultaat een e-mail: “N.a.v. ons telefoongesprek en uw e-mail, hebben wij gisteren een gesprek gevoerd met onze medewerker Piet. Hierin hebben wij expliciet aan hem aangegeven, dat wij ons distantiëren van zijn uitlatingen op social media. Binnen ons bedrijf is er geen enkele ruimte voor enige vorm van racisme of discriminatie. Ik hoop dat u kunt begrijpen dat het voor ons moeilijk te controleren is wat onze medewerkers in hun vrije tijd doen. Wij hebben daarom aan Piet mondeling en per brief aangegeven, dat wanneer hij ons bedrijf wederom in diskrediet brengt er gevolgen zullen zijn…….”.

     

    Fantastisch zo’n reactie die de (Joodse) burger weer moed geeft. Of beter gezegd “gaf”, want enige minuten later bereikte mij een alarmerend verzoek van een Joodse arts die het antisemitisme nauwgezet volgt. Een link doet hij mij toekomen. Een link naar een bericht waarin in klare taal wordt uitgelegd dat 90% van het vlees dat van McDonald’s afkomstig is van kleine kinderen die zijn geslacht door Joden. De Joden, zo wordt uitgebreid uitgelegd, slachten niet-Joodse kinderen omdat ze hun bloed nodig hebben voor het bakken van matzes. De rest van de gruwelijke e-mail zal ik u besparen, maar op verzoek kan ik u de link sturen. De Joodse arts vraagt mij om op te treden tegen deze moderne versie van het Middeleeuwse bloedsprookje. De geschiedenis van toen blijkt de realiteit van nu en de verschrikking van morgen.

    G’d zij dank zijn er lichtpunten in Limburg , wordt mijn dagboek op het christelijke CIP geplaatst, heb ik ook in de seculiere wereld vrienden en waakt de Overheid over onze veiligheid en accepteert geen enkele vorm van antisemitisme. En het mooie van al die negatieve duisternis is, dat juist in het donker het licht veel meer wordt opgemerkt.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Het hondje en het schilderijtje. Dagboek van een Opperrabbijn 31 januari 2021

    Een van onze vaste gasten was Reb Moshe zl. Het was niet zijn echte naam, maar wij noemden hem zo. Met onze oudste zoon zl., die hij een paar keer bij ons thuis jaren geleden had ontmoet, had hij bijna dagelijks telefonisch contact. Reb Moshe heeft steeds aangegeven dat hij een “Joods” schilderijtje heeft en wil dat als hij er niet meer is dat schilderijtje, portret van een rabbijn, bij ons aan de muur komt te hangen. Reb Moshe is niet meer en ik was bijna het schilderijtje vergeten. Het schilderijtje had ik wel eens aan zijn muur zien prijken op zijn kamer. Of het enige waarde vertegenwoordigt? Geen idee. Maar voor ons wel van emotionele waarde. Reb Moshe is niet meer, maar onze oudste zoon dus ook niet en juist daarom ben ik achter het schilderijtje aangegaan. Zojuist ontvang ik van mijn dochter uit Almere dat zij het schilderijtje heeft ontvangen. Hoe het bij haar is gekomen, weet ik niet, maar het is dus op weg naar ons. Reb Moshe was alleen, een typisch beschadigde man die een product was van de oorlog. Hij was eenzaam en boos. Boos dat toen zijn moeder kwam te overlijden hij voor de begrafenis moest tekenen dat hij zou betalen, terwijl er al betaald was. Zijn woorden werden niet geloofd. Ik begrijp dat eigenlijk wel, maar in deze was er sprake van een fout van de bank. Hoe ik met Reb Moshe in contact ben gekomen? Hij was woest op de penningmeester van de Joodse Gemeente die hem dwong te tekenen zo vlak voor de lewaja. Hij dreigde hem te vermoorden. Had hij dat kunnen doen? Ik denk van wel, ongeremd als hij kon zijn. Maar hij was een goed mens, maar o zo eenzaam. En dus belde mijn zoon Yisrolik zl. hem jarenlang dagelijks op. Beiden zijn niet meer en juist daarom wil ik dat schilderijtje snel aan de muur hebben, als een herinnering. Een schilderijtje dat boekdelen spreekt, maar die boekdelen zijn uitsluitend aan mijzelf bekend en dat houden we zo. Ik wacht vol emotie op het schilderijtje…….schilderij Reb Moshe

     

    Aan het schattige hondje waarvoor ik via, via gevraagd was om een nieuw baasje te verzorgen kleven ondertussen een paar teleurstellingen. De huidige eigenaar van het lieve beestje zoekt vanwege zeer trieste omstandigheden, een persoonlijke tragedie gekoppeld aan corona, met spoed een nieuw baasje. Ik dus meteen een paar pionnetjes uitgezet, mijn Blouma ook nog een paar en vervolgens in een mum van tijd hadden wij zeven adressen gevonden. Maar het hondje kan maar naar één adres, en dus heb ik zes mensen blij gemaakt met een dode mus (ik bedoel dus een levend lief hondje). Maar waarschijnlijk zitten alle zeven met die dode mus, want inmiddels blijkt nog een rabbijn op zoek te zijn geweest en kan het dus zijn dat al onze kandidaten buiten de prijzen, het hondje dus, zijn gevallen. Ik begrijp dat het geval met het hondje door u, trouwe dagboeklezer van mij, als verkwisting van tijd wordt ervaren. En wellicht vraagt u zich af of de opperrabbijn niets beters te doen heeft. Als u zo redeneert begrijpt u mijn positie niet. Althans de wijze waarop ik tegen mijn positie aankijk verschilt dan van uw voorstelling van (rabbinale) zaken.

     

    Ik herinner mij een brief van de Lubavitscher Rebbe aan een vrij simpele man uit Amsterdam. Hij had de Rebbe advies gevraagd over het verjaardagscadeau dat hij z’n jongste zus wilde geven.  De Rebbe die dagelijks postzakken met brieven ontving vanuit allerlei kringen der samenleving met vaak de meest ingewikkelde vragen op het gebied van politiek, Israël, educatie, financiën etc., heeft de jongeman twee A4-tjes vol geschreven met uitleg hoe hij voor zijn zus een cadeau moest kopen. Belachelijk? Helemaal niet! Groots, want voor deze man was de kwestie van het verjaardagscadeau net zo belangrijk als voor een hoogleraar een knellende vraag over kernenergie die van belang kon zijn voor de gehele mensheid. En daarom was het zoeken van een nieuw baasje voor dit hondje net zo essentieel en tot mijn taak behorend als een uur onderricht op hoog niveau in de Talmoed of een gesprek met een Minister over een kwestie die de Joodse gemeenschap betreft.  Mijn taak als rabbijn ligt daar waar het (niet bestaande) toeval mij mee in contact brengt. Of het nu de kwestie Ysselsteyn betreft, waarover ik vorige week in mijn column in het NIW schreef, of de International Holocaust Remembrance Day, waaraan ik woensdag jl. een bescheiden bijdrage mocht leveren ten overstaan van meer dan 25.000 deelnemers, of het schilderijtje van Reb Moshe of het hondje dat acuut een nieuw baasje nodig heeft, voor mij behoort dit allemaal tot mijn rabbinale afwisselende baantje.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Het kind van foute ouders

    Ik meen dat ik het al een keer aan mijn dagboek had toevertrouwd. In het gebouw van het IPC, het Israel Producten Centrum te Nijkerk, is een expositie gaande, genaamd “Redders in nood”. Een must voor de jeugd om te zien hoe mensen bereid waren met gevaar voor eigen leven zich in te zetten voor de medemens. Daar heb je hem weer, denk u waarschijnlijk, want ik heb deze expositie al meerdere keren genoemd in mijn dagboek.

     

    Een onderdeel van de expositie zijn drie deuren. Je wordt uitgenodigd om bij alle drie aan te bellen en dan krijg je het volgende te horen. Er wordt opengedaan en Ds. Overduin vraagt de bewoner of voor één enkele nacht twee Joden die in grote nood verkeren bij hun mogen overnachten. Huis één wordt kwaad en beschuldigd Ds. Overduin van het nodeloos in gevaar brengen van zijn gemeenteleden. Deur twee wil graag helpen, maar is bang. Deur drie zegt spontaan 'ja'. Waarom ik dit wederom vermeld? Bij de herdenking van de razzia in Twente vermeldde de burgemeester van Enschede dat ds. Overduin, een Enschedese predikant, meer dan duizend Joden aan onderduikplaatsen had geholpen. Dit was mij uiteraard bekend. Maar daarna vertelde de burgemeester nog iets, hetgeen voor mij nieuw was.

     

    Na de oorlog heeft ds. Overduin geld ingezameld om kinderen en vrouwen van NSB-ers te helpen. Overduin heeft ook aangeklopt bij een rijke Joodse man die de verschrikkingen van de oorlog had overleefd, maar uiteraard bijna al zijn naasten had verloren. De Joodse man weigerde over de brug te komen. Geld aan vrouwen en kinderen van NSB-ers? Absoluut niet. Daarop heeft Overduin de zoon van die rijke man benaderd en hem gevraagd zijn vader te overtuigen om wel te geven, hetgeen uiteindelijk is gelukt. Ik vroeg mij tijdens de toespraak van de burgemeester pijlsnel af hoe ik gehandeld zou hebben. Wel of niet kinderen van foute ouders steunen?

    In het Sinai Centrum werd mij, ik schat zo’n twintig jaar geleden, een soortgelijk dilemma voorgelegd. Als Sinai Centrum waren/zijn wij gespecialiseerd in trauma’s ten gevolge van oorlogsgeweld. En ook de second generation behoort tot onze expertise. Kinderen van ouders die de hel van Auschwitz hebben overleefd hebben het soms erg moeilijk gehad in hun jeugd want zij werden opgevoed door ouders die erg beschadigd waren. Maar hetzelfde gold natuurlijk ook voor kinderen wier vader en/of moeder na de bevrijding werden opgepakt, wellicht jaren in de gevangenis moesten doorbrengen en zeker sociaal werden geïsoleerd. In feite hadden die kinderen hetzelfde probleem als de Joodse kinderen. Aan mij werd toen gevraagd of het ethisch verantwoord was, vanuit de Joodse optiek, om ook kinderen van foute ouders te behandelen. Mijn antwoord op die vraag was een stellig ‘ja’.

     

    De kinderen, mits ze uiteraard niet zelf ook antisemieten waren, zijn niet schuldig aan de fouten van hun ouders. Ik had wel als voorwaarde gesteld dat het Joodse kind en het NSB-kind niet in dezelfde wachtkamer mogen zitten. Dat zou zeker voor het Joodse kind te confronterend kunnen zijn, te emotioneel. Vergeet niet dat beide kinderen, inmiddels natuurlijk volwassen, psychisch in de knel zitten. Ik mag van beiden niet verwachten dat ze met dezelfde zakelijkheid waarmee ik ernaar kijk, de emotionele afstand weten te bewaren.

     

    Dit gonsde pijlsnel door mijn hoofd toen ik de Enschedese burgemeester hoorde vertellen dat ds. Overduin ook kinderen van foute ouders hielp. Even dacht ik dat Overduin na de bevrijding de fout was ingegaan, onze tegenstander was geworden. Maar direct kwam de link naar het Sinai Centrum in mij op en ben ik ter plekke ds. Overduin nog meer gaan waarderen.

     

    En ook flitste door mijn hoofd die Nederlandse vrouw die op mijn vrouw, Blouma, afkwam in Jeruzalem, en tegen haar zei: "Waarschijnlijk wil je mij geen hand geven, want mijn vader was in de oorlog een SS'er." Mijn Blouma gaf haar wel de hand, met innige warmte. En toen ze afscheid van elkaar namen, omhelsden ze elkaar. Ik herinner me dat de tranen in mij opkwamen toen ik die omhelzing zag.

     

    Na de toespraken, na de gebeden, na het blazen op de sjofar en na de twee minuten stilte, kwam een mij onbekende niet-joodse mevrouw naar mij toe. Haar naam was Overduin, een nichtje van de verzetsheld. Zij wist niet van de tentoonstelling in Nijkerk. En als ik het goed heb begrepen wist ze ook niet van de razzia herdenking in Enschede. Maar, en nu komt het, zij volgt trouw mijn dagboek en vernam daar over de jaarlijkse herdenking en besloot te gaan.

     

    We gaan een afspraak maken en ik wil haar persoonlijk bij de expositie rondleiden. Maar vooral wil ik haar de drie deuren laten zien en de drie verschillende reacties laten horen toen dominee Overduin aanbelde. 

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Het komende jaar in Jeruzalem – de kracht van de gedachte! Dagboek van een opperrabbijn 25 maart 2021

    Het is een onstuimige tijd in de wereld. Corona slaat wild om zich heen. Natuurlijk hoop ik dat vandaag nog alles zal luwen en morgen de wereld weer helemaal normaal kan functioneren. Maar ik ben bang dat dat te optimistisch is gedacht en we nog geduld moeten betrachten. Maar niet alleen corona is een gevaarlijk virus, er is ook een onderliggende kwaal genaamd antisemitisme. Dat virus is ook voortdurend aan het muteren en baart mij meer zorgen dan corona omdat ik, wat dat virus betreft, geen licht zie aan het eind van de tunnel.

     

    Op Pesach gedenken wij de Uittocht uit Egypte, de verlossing uit slavernij en ballingschap. Wij gedenken de verlossing van vernedering en van voortdurende angst, ongeacht wie of wat de veroorzaker van die angst is. In iedere generatie worden we geacht de geschiedenis van de Uittocht uit Egypte opnieuw te beleven in de geestelijke zin van het woord.

     

    Dit jaar is die geestelijke beleving bijna fysiek. Corona beheerst ons leven. En dan dus ook nog die onderliggende kwaal.  Maar ben ik nu aan het doemdenken?  Waar is mijn geloof en vertrouwen? Is dit de opbeurende boodschap die een opperrabbijn met de gemeenschap moet delen?

     

    Er bestaat een wijze Joodse uitspraak die zegt: tracht gut, wet zajn gut! Als je goed denkt, zal het goed gaan.Klinkt mooi, denk ik dan een beetje depressief en ongelovig. Is dit zo? Klopt dit?

    Als je goed denkt, zal het goed gaan. Een diepe verklaring van deze gedachte luidt, dat als een mens op de juiste wijze denkt, dan beseft hij dat in feite alles goed is. Ook dat wat wij mensen als negatief ervaren. De Eeuwige is goed! Alleen wij ervaren dat niet altijd zo. Iedere beproeving heeft zijn waardevolle betekenis, maar helaas is die waardevolle betekenis vaak volledig onzichtbaar en eigenlijk onacceptabel.

    Een depressieve man komt bij de psychiater: “Wat moet ik doen, dokter, ik zie alles zwart?” De psychiater antwoordt hem: “Ga eens een avond naar het theater om te kijken naar Pierrot, de beroemde Franse clown. Gewoon even weg van alles en lekker lachen!” “Dokter”, antwoordt de patiënt, “Ik ben Pierrot!”

     

    Ik voel me soms net Pierrot. Ik moet uitstralen, overeind blijven, anderen inspireren. Maar moet ik niet ook eerlijk en realistisch zijn en waarschuwen? Ja, onze voorouders werden bevrijd uit slavernij, maar tot die bevrijding er was.  Maar hoe stellen we ons nu op? Gaan we bij de pakken (matzes) neerzitten? En wat na corona?  En hoe zal dit jaar lesjana haba’a bieroesjalajim – het komende jaar in Jeruzalem klinken, speciaal bij hen die dat dit jaar moederziel alleen gaan zingen, omringd met gedachten uit voorbije jaren, met op tafel drie matzes en vanuit de Hagada de Pesach geschiedenis lezend? Maar toch. Ook als we alleen zitten weten we dat Jeroesjalajim van ons is en dat we er zeker volgend jaar kunnen zijn. Wel moeten we natuurlijk alert zijn voor die onderliggende kwaal, maar voorlopig daar maar even niet aan denken!

    Ik heb het dipje weer van me afgeschreven. We gaan ook dit jaar weer de matzes eten, met blij gemoed. Matzes die ook wel genoemd worden het brood van het geloof. Geloof in de kracht van de matze, het ongerezen brood. Symbool van bescheidenheid, ongerezen. Al dat gerezen is verbranden we. Geen kruimeltje mogen we in ons bezit hebben. Letterlijk met een kaarsje zoeken we in alle hoeken, gaten en spleten. Hebben we nog ergens iets van dat gerezen gevoel, van hoogmoed in ons? Weg ermee! Verbranden en vernietigen. Neem afstand van de hoogmoed.

     

    Met de matzes trotseren we de eeuwen. Bescheidenheid geeft de mogelijkheid om met elkaar de bevrijding te vieren. Dat is Pesach. Samen de slavernij achter ons laten en optrekken naar de Berg Sinai alwaar de Eeuwige zich aan Zijn volk zal openbaren. Als het duister is, is het licht juist veel beter zichtbaar. Tracht gut, wet zajn gut! Het is geen loze kreet, geen holle frase, maar het is Pesach.

    Pesach, het bewijs dat er na slavernij bevrijding is. Na duisternis komt licht. Maar voorwaarde is wel dat we de matzes steeds laten prevaleren in ons leven. Dan zijn we namelijk bij machte om een hechte eenheid te vormen, omdat we de ander als een broeder en/of zuster ervaren en omdat we daarom samen kunnen optrekken. Weg van de negatieve slavernij, dwars door de Schelfzee, waarvan we meenden dat die ongenaakbaar was en waarvan we even dachten dat we erin zouden verdrinken.

     

    Op weg naar de Sinai, naar Thora en Mitswot, op weg naar de uiteindelijke verlossing “voor al Uw bewoners van deze aarde”:

    Het komende jaar in Jeruzalem – tracht gut, wet zajn gut!

     

    En wat betreft mijn dagboek: vanwege Pesach leest u mij pas terug op maandag 5 april. Een koosjere Pesach en blijf gezond!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Het Pesach vaccin. Dagboek can een Opperrabbijn 14 maart 2021

    Gisteren, sjabbath, en vandaag heb ik gepoogd me te concentreren op de voorbereidingen van een aantal zoom-sjioerim (cursussen). Want een sjioer van een uur vereist een degelijke voorbereiding die aanzienlijk meer tijd kost dan de sjioer zelf. Maar dat is natuurlijk prima, want zo word ik gedwongen om tijd te besteden aan lernen, want als rabbijn van een kehilla word je al heel snel betrokken bij van alles en nog wat en dat gaat dan weer ten koste van het lernen. Het klinkt wellicht vreemd, maar een sjioer voorbereiden voor een groep intelligente mensen zonder kennis van het Jodendom vergt veel meer tijd dan de voorbereiding voor een les voor mensen met een brede Joodse kennis. Juist omdat het een groep is, en ik doel dan op mijn 65+ groep, die bestaat uit leerlingen/deelnemers die goed kunnen nadenken, zal het op niveau moeten zijn. Maar, en nu komt het moeilijke, in eenvoudige taal. En dat is nu juist het lastige want het is veel eenvoudiger om op niveau ook uit te spreken op niveau, gewoon oorspronkelijke Talmoed-taal of filosofische begrippen te gebruiken. Om namelijk een diepe gedachte naar beneden te kunnen ‘vertalen’ moet ik juist de materie veel en veel dieper begrijpen dan wanneer ik ‘de les’ op niveau kan overbrengen. En dat is steeds weer een uitdaging. Speciaal de Pesach geschiedenis zit boordevol diepe lessen die prachtige vertaalslagen behoeven, maar ook aantrekkelijk moeten worden gepresenteerd. En om voor een mooie presentatie te zorgen van enige Pesach gedachten ontving ik van mijn collega en vriend Menachem Sebbag, Justitie-rabbijn en rabbijn van de Amos-sjoel in Amsterdam, de volgende WhatsApp: Al die nieuwe vaccins!? De Rabbijn heeft er eentje 12 jaar geleden ontdekt🥰.Ik dus opzoek naar mijn ‘ontdekking van 12 jaar geleden’ en zie wat ik vond in mijn archief:

     

    Tijdens een recente conferentie in Parijs van de RCE, Rabbinical Center of Europe, besprak de voormalige Opperrabbijn van Israël, Opperrabbijn Lau, een statistiek die het assimilatieproces van de Joden in de USA op dramatische wijze demonstreert: van de 100 seculiere joden in de USA zijn er nog maar 4 joden over in de vierde generatie. Bij de georganiseerde niet-traditionele Joodse gemeenschappen zijn er van de 100 in het vierde geslacht tussen de 13 en 24 over als bewuste Jood. Maar bij Charedische (strikt orthodoxe) families zijn in de vierde generatie maar liefst 2587 joods levende nazaten!

    De conclusie is overduidelijk: naarmate het Jodendom een belangrijkere rol speelt in het dagelijks leven, zal het meer bescherming bieden tegen de op de loer liggende assimilatie.

    De Seideravond is een van de meest beproefde middelen om de Joodse bewustwording te stimuleren. 

     

    Voorwaarde is wel dat de Seideravond, die bol staat van de symboliek, zich niet mag beperken tot die twee avonden per jaar. Gelijk het eeuwige licht niet voortdurend brandde in de Tempel, maar wel continu uitstraalde, zo ook moeten de matzes als een anti-assimilatie vaccin een bescherming bieden van minstens één jaar.

     

    Hoe kan ik de prachtige vertelling van de Hagada een upgrade geven zodat het verhaal van geschiedenis tot vaccin wordt verheven?  

     

    ‘Ha lachma anja – dit is het brood der ellende’! Als we ons weten te vereenzelvigen met het toen op een manier dat het toen nu wordt en we ieder onderdeel van de Hagada als leidraad nemen om onszelf uit de slavernij te bevrijden en via de Uittocht onszelf weten op te werken naar een hoger spiritueel niveau, dan wordt de Seideravond een voedingssupplement dat ons ten dienste staat om als Jood te overleven.

     

    Op naar Pesach, de inkopen, het huis chameets-vrij maken. Eet de matzes, proef het bittere kruid, neem de geschiedenis tot je en maak de vertaalslag naar het nu opdat we, met G’ds hulp, lasjana haba’a – het komende jaar - in vrede en voorspoed de Seider zullen mogen vieren in ons onverdeelde en herbouwde Jeroesjalajim en uiteraard zonder corona.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Het Tabernakel is verdwenen. Dagboek van een Opperrabbijn 30 december 2020

    Dit wordt dan het laatste dagboek van 2020. Als ik terugblik heb ik heel wat afgeschreven. En hoewel Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, niet te vergelijken valt met Oud en Nieuw, kan het toch echt geen kwaad om ook even bij de wisseling van het maatschappelijke jaar op een Joodse manier stil te staan.

     

    De Joodse Gemeente waar ik woonachtig ben begint het nieuwe jaar erg goed, want op sjabbat 2 januari vindt er al in de oudst in gebruik zijnde synagoge van West-Europa een bar-mitswa viering plaatst. En ‘mijn gemeente’ (tussen aanhalingstekens, want alle gemeenten in mijn Inter Provinciaal Opperrabbinaat voelen en zijn ‘Mijn Gemeenten’) had gisteravond een Algemene Leden Vergadering. Dat was een goede zoom-bijeenkomst. Wat was het algemene beeld dat ik eraan overhield? Leden die betrokken zijn, bestuurders die zich uit de naad lopen. Hoewel er sprake is van een kleine gemeente en een outsider zich dan kan afvragen of er dan wel zoveel te besturen valt, werd het duidelijk gemaakt, iets dat voor mij niet nieuw is, dat een Joodse Gemeente allerlei verplichtingen krijgt toebedeeld door de maatschappij waarin we leven. Juist omdat we zo klein zijn en juist omdat antisemitisme helaas sterk aan het toenemen is, komen er vragen vanuit de niet-Joodse omgeving voor rondleidingen, lezingen, representatie. In feite zijn alle bestuurders ook een beetje rabbijn en is de rabbijn ook parttime bestuurder, zoals u inmiddels wel uit mijn dagboeken duidelijk zal zijn geworden.

     

    In de niet-Joodse gemeenschap worden er voor verenigingen en organisaties veelal verkiezingen gehouden. In Joods Nederland gebeurt dat uiteraard ook, omdat dat statutair een verplichting is. Maar helaas is de spoeling erg klein en zijn daarom vaak dezelfde personen die je op verschillende bestuurlijke bestuurszetels tegenkomt. Geweldig dat die enkelingen zoveel op zich nemen en zo de continuïteit garanderen, maar tegelijkertijd is te lang dezelfde bestuurders ook weer niet goed. Wat zich in mijn gemeente afspeelt zien we helaas in heel Joods Nederland. Zwoegende bestuurders die geheel belangeloos tijd en vaak ook eigen geld om-niet ter beschikking stellen. Om-niet? Neen! Hun inzet zal na dit aardse bestaan, en hopelijk ook al gedurende het leven, beloond worden. Zij houden ondanks alles, het Nederlandse Jodendom in stand. Hulde!

     

    Ondertussen bemerk ik dat ik al een algemene terugblik op het digitale papier heb vastgelegd.

    Wat heb ik zelf gedaan? En wat is er voor mij gedaan? Mijn echtgenote had in allerijl twee grote partytenten begin mei in onze tuin laten plaatsen opdat de sjoeldiensten gedurende het Wekenfeest en alle daaropvolgende diensten op de sjabbat en in de zomerperiode ook iedere ochtend, ondanks corona en met voldoende ventilatie doorgang konden vinden. Inmiddels maken we weer gebruik van de echte sjoel en stonden die tenten maar in onze tuin te staan. Gezien ik geen goede klusjesman ben, bleven ze ook maar staan, want dat is niet zomaar even weer ingeklapt. En wat gebeurde er vandaag? Drie sterke jonge Amersfoortse jongens en een krachtig Australisch meisje, geen van hen Joods, kwamen ons Tabernakel, de Tent-Sjoel, afbreken! Ongevraagd, spontaan aangeboden, zomaar om ons te helpen. Geweldig toch! Een van hen heeft ons ook, ook weer ongevraagd, enige jaren geleden geholpen om alle glasscherven bijeen te vegen nadat een van onze ramen met drie keien aan gruzelementen was gegooid. En omdat hij er toen toch al was heeft hij iets van een traliewerk op onze toenmalige schutting gemonteerd om herhaling te voorkomen.

     

    Vandaag heb ik ook alle maandelijkse automatische overschrijvingen voor 2021 online ingepland. Tussen de 10% en de 20% van mijn inkomen behoor ik van de Joodse wet aan Tsedaka, goede doelen, te geven. Gelijk ik op een vaste datum mijn geld binnenkrijg, zo ook wil ik direct na ontvangst, dit mooie gebod vervullen. Bovendien zal ik het zo nooit vergeten. Dat ik daarnaast natuurlijk afhankelijk van de vraag ook spontaan ga geven, staat hierbuiten en kan ik niet inplannen. Maar die 10% ligt dus vast! Misschien vraagt u zich af waarom er aan dit gebod een maximum zit.

    Ik heb veel contact met iemand die moet zien rond te komen van een broodmager salaris. Hoe hij het redt weet ik echt niet. Maar desondanks is hij altijd aan het geven. Geweldig! Maar…de 20% bovengrens geeft een soort ingebouwde waarschuwing af: pas op. Tot hier en niet verder. Het is geweldig om de medemens te helpen, maar dat helpen mag er niet toe leiden dat jijzelf aan de bedelstaf geraakt.

    Oud en Nieuw is voor velen een kwestie van gezelligheid, het glas heffen, vuurwerk en helaas ook voor te veel losbandigheid. Dit jaar zal het allemaal helaas veel ingetogener moeten. Maar laten we van de nood een deugd maken. Laten we allen proberen om Oud en Nieuw zinvoller te maken. Gebruiken om terug te blikken. Niet omdat het leuk is om dat te doen, maar om te leren van het toen naar het nu en het morgen. Laten we ons door het afgelopen jaar laten inspireren. Waar kunnen we onszelf verbeteren? Hoe kunnen we voor de medemens meer betekenen? En voor onszelf? Wat er allemaal fout is gegaan is verleden tijd, maar door de foutjes op een rij te zetten kunnen we een prachtig beleidsplan maken voor 2021.

     

    Een goede jaarwisseling, een gezegend beleidsplan en goede gezondheid, fysiek en geestelijk.

     

    En terwijl ik deze wens net heb neergeschreven zie ik door het raam dat ons Tabernakel, de Tent-Sjoel, verdwenen is.

    Met dank aan die drie sterke jongens en dat ene meisje. En natuurlijk ook aan mijn Blouma die de oprichtster was van het Tabernakel in onze tuin.

     

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Het zogenaamde Andere Joodse Geluid

    Het was een fijne sjabbat in onze tuin-tent-synagoge. De ochtenddienst begon om 10 uur, maar om 9:30 uur was de eerste deelnemer al aanwezig. Nou ja, niet echt een deelnemer, maar een uiterst vriendelijke politieagent die kwam vragen of alles goed was. Voor de zekerheid was hij ook nog even langs de echte synagoge in de binnenstad gegaan, waarschijnlijk om te kijken of die er nog stond (grapje!). Ik ben dankbaar dat er zo over ons wordt gewaakt en speciaal met de manier waarop dat gebeurt. Absoluut niet afstandelijk. Vriendelijk en betrokken.

    Tijdens mijn sjabbatmiddag wandeling viel het weer op dat mensen vriendelijker worden. Bijna iedereen die ik op mijn wandeling ontmoet groet. En op sjabbat hoor ik meerdere keren sjabbat-shalom, uit de mond van niet-joden.

    Dat is voor mij dan een tegenwicht voor het geluid van EAJG, een piepklein groepje dat zichzelf noemt: Een Ander Joods Geluid. Ten eerste is het schandalig dat ze zich doen voorkomen alsof ze een grote Joodse achterban vertegenwoordigen, want ze maken veel Geluid en worden dus helaas gehoord. Het doet me denken aan een uitzending over vaccinatie. Er zijn dus duizenden en duizenden deskundige artsen die aan de hand van wetenschappelijk onderzoek bepleiten dat kleine kinderen worden ingeënt tegen de mazelen. Daar tegenover is er dan een piepklein groepje gedreven anti-vaccinatie-moeders die de wereld proberen uit te leggen, gebaseerd op onwetenschappelijk emotie, dat vaccinatie leidt tot autisme. En dan is er een tv-uitzending waarbij de arts en de anti-vaccinatie-moeder beiden evenveel zendtijd krijgen terwijl ze qua achterban onvergelijkbaar zijn.

    Zo zie ik dat zogenaamde andere Joodse geluid ook. Wie, behalve de heer Hamburger zelf, zit er nog meer in dat clubje? Waarom ik me daarover opwind? Ik weet dat hun geluid in Den Haag gehoord wordt. Jammer, want ze vertegenwoordigen bijna niemand. Maar wat ze nu weer in de wereld hebben geslingerd is “de mogelijkheid dat Israël een initiërende rol heeft gespeeld bij de rampzalige explosie in Beiroet”. En dan volgt hun zeer overtuigende wetenschappelijke onderbouwing: “Er is evenmin een aannemelijke andere verklaring voorhanden”. En dus is Israël schuldig! Sic. Het doet me denken aan dat ironische grapje dat ik enige maanden geleden met u heb gedeeld: Vraag: Wie is er schuldig? De Jood of de lantaarnpaal? Wedervraag: Hoezo de lantaarnpaal?

    Israël beschuldigen zonder enige vorm van onderbouwing is slecht, verfoeilijk en leidt tot niets. Sorry, het leidt tot bijna niets, want het bevordert wel het antisemitisme. Ik weet, heer Hamburger, dat uw clubje niet bedoelt het antisemitisme aan te wakkeren. Maar dat gebeurt wel, want de scheidslijn tussen antizionisme en antisemitisme is flinterdun. 

    We bevinden ons is de Joodse maand Elloel, de voorbereidingsmaand voor Joods Nieuwjaar. Iedere dag wordt er op de sjofar geblazen als oproep tot inkeer. Wordt wakker, kom terug naar de juiste weg. Heer Hamburger, weet dat het nooit te laat is, ook niet voor u, om naar de juiste weg terug te komen. En naar de Overheid, waarvan mij bekend is dat ze ook het geluid van die enkelingen die pretenderen een Joods Geluid te vertegenwoordigen horen, zou ik willen zeggen: Gelijk u geen aandacht besteed aan die paar anti-vaccinatie-moeders, die u niet serieus neemt, luister zo ook niet naar dat zogenaamde Andere (on)Joodse Geluid.

    Maar gelukkig heb ik ook weer iets moois mogen beleven. Ik ben gevraagd lid te worden van het Comité van Aanbeveling van een stichting die wil komen tot de uitgave van het boekje ´'Een ver-Urkte Israëliet, het levensverhaal van Japien de Joode'. ‘Op’ Urk (en niet ‘in’ Urk, voor de Neerlandici onder u) gaan een aantal vrijwilligers dit boekje nu als een stripverhaal uitgeven. In 1995 was het uitgegeven als gewoon boek. Ik heb voor dat boekje indertijd een inleiding geschreven, als ik me goed herinner. Het gaat over het leven van de enige Joodse familie die op Urk woonde en in de oorlog vermoord werd in Sobibor, de familie Kropveld. De uitgevers van vijfentwintig jaar geleden willen het nu uitgeven in de vorm van een stripverhaal dat op alle basisscholen op Urk onderdeel gaat worden van de lessen. Een geschiedenis die zich in hun eigen woonomgeving heeft afgespeeld, in dezelfde straat waar zij nu wonen of om de hoek, in een periode dat het normaal werd bevonden, zelfs ethisch volledig verantwoord, dat Joden niet meer naar de gewone school mochten, dat Joden moesten verhuizen naar Amsterdam, dat Joden op transport werden gesteld……

    Heer Hamburger: kijk hoe niet-joden zich voor ons inzetten. U mag van hen leren!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Hij maait het gras op de begraafplaats

    Tot nu toe heb ik er geen aandacht in mijn dagboek willen besteden aan het volledig onverwachte overlijden van de zoon van mijn collega rabbijn en mevrouw Heintz uit Utrecht. 24 jaar jong! Reden? Weet ik niet. Misschien vond ik het ongepast of lag het voor mij te emotioneel. Hij woonde in Brooklyn New York en was manager van twee koosjere bekende pizza stores. Eind vorige week viel hij weg, na een kort ziekbed. Iedereen kende hem, want hij was gewoon heel vriendelijk en aardig. Een door en door goede jongen.

     

    Het was dan ook niet verbazingwekkend dat honderden en honderden aanwezig waren, ondanks corona, bij zijn lewaja, begrafenis, op de Joodse begraafplaats waar ook de Lubavitscher Rebbe begraven ligt.  22 Jaar geleden verloren wij onze 15-jarige zoon Awremmel zl. op 5 Elloel en nu op 6 Elloel werd Levi Heintz zl. uit het aardse leven weggerukt. De komende jaren kunnen wij dus aansluitend aan elkaar de jaartijden in acht nemen met de daaraan gekoppelde sjoeldiensten.

     

    Hoe kan je de ouders tot steun zijn, vraag je jezelf bliksemsnel af? Troosten is nog niet aan de orde en überhaupt wat valt er te troosten? Verwerken heet zoiets. Er bestaan Joodse wetten en beschreven adviezen, afgeleid uit Thora en Talmoed, over ziekenbezoek. Maar ook over de begeleiding en bejegening van bloedverwanten bij onverhoopte sterfgevallen. Door die wetten heen voel ik een vette regel lopen: Zorg dat je er bent voor hen die getroost moeten worden. Maar nog belangrijker is: Dring je niet op en dring niet aan. Gun mensen de vrijheid om het verlies en het verdriet op een persoonlijke wijze te plaatsen en te verwerken! En ga vooral niet vertellen dat jij alles begrijpt want jij hebt hetzelfde meegemaakt! Klinkt logisch, maar is dat helaas niet. Zie het als volgt: ik ben bij de huisarts omdat ik pijn heb aan mijn grote teen. Nadat ik mijn pijn heb beschreven begint de dokter mij te vertellen dat hij ook pijn heeft aan zijn grote teen. Dat is natuurlijk zielig en ik zou hem best willen helpen, maar ik kom bij die huisarts om zelf geholpen te worden en ben eigenlijk, als ik het even ongenuanceerd mag zeggen, totaal niet in zijn teen geïnteresseerd. Gun mensen die verdriet hebben ruimte, probeer je in hun situatie te verplaatsen en schakel jezelf uit.

     

    Toen wij vorige week op de begraafplaats waren vanwege de jaartijd (de sterfdag) van onze zoon, schrokken wij van het achterstallige onderhoud. Er schijnt geen geld beschikbaar te zijn om het gras te maaien. Persoonlijk vind ik dat niet zo erg. Wel hoog gras, niet hoog gras. Maar sjabbatochtend na de sjoeldienst in onze privé tuintentsjoel/sjoeltenttuin bracht Blouma tijdens de sjabbat maaltijd het hoge gras ter sprake en vroeg onze gast of hij het misschien zou willen maaien. En zo heeft de begraafplaats in onze stad een begraafplaats die weer onderhouden gaat worden en waar het gras weer zal worden gemaaid. Deed me trouwens denken aan die Ierse vrouw die haar zoon schrijft dat zijn vader een ongeluk heeft gehad. Hij was gevallen in een groot vat whisky. De brandweer moest hem uit het whisky-vat redden, maar, zo schrijft de moeder “je vader heeft zich kranig geweerd”. En daarna schrijft de moeder verder en vertelt dat z’n vader promotie heeft gemaakt. “Hij heeft nu achthonderd mensen onder zich. Hij maait het gras op de begraafplaats!”

     

    Een zeer ervaren en kundig psycholoog in het Sinai Centrum heeft mij eens uitgelegd dat humor een mechanisme is om te overleven.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Hij was soldaat in Libanon. Dagboek van een Opperrabbijn 21 maart 2021

    Toen we sjabbath-ochtend naar sjoel liepen weerklonk het vanuit een kantoorgebouw, dat verbouwd is tot appartementen building, een luid “Jóóóden”. Hoewel ik natuurlijk trots ben op mijn Jood-zijn en ik het fijn vond herkend te worden, bedoelde, naar ik aanneem, de roeper het niet als compliment of bemoediging. Maar het negatieve naroepen werd ’s middags dubbel en dwars goed gemaakt. Voorafgaand aan mijn sjioer-op-niveau op sjabbatmiddag gaan mijn lern-maatje en ik iedere sjabbat het natuurgebied achter ons huis in en hebben een wandeling van vijftig gezonde sjabbat-minuten. Maar sjabbat jl. waren we een half uur langer onderweg. Toen wij de plaats van waaruit de vogels kunnen worden geobserveerd al een paar meter voorbij waren, weerklonk plotseling vanuit het groepje dat de vogels stond te bekijken een ‘sjabbat sjalom’. Het naroepen van ‘sjabbat sjalom’ komt regelmatig voor en aanzienlijk vaker dan het “Jóóóden”. Bijna altijd komt zo’n ‘sjabbat sjalom’ van niet-joden die met hun welgemeende groet hun steun aan Israël willen betuigen. Zo voel ik dat en zo is het ook. Bemoediging! Het ‘sjabbat sjalom’ vertoonde dit keer een Israëlisch accent en na ons te hebben omgedraaid zagen wij de roeper met ijsmuts, verrekijker en fiets. U weet toch hoe dat gaat. Over en weer namen uitwisselen, waar woon je, waar kom je vandaan? Hij woont al dertig jaar in Nederland en heeft in de Libanon-oorlog gestreden. Heeft geen contact met de Joodse gemeenschap, beroemt zich erop dat hij moslimvrienden heeft, heeft een niet-joodse echtgenote en heeft me uitgelegd dat hij tegen het beleid is van Netanyahu en daarom op GroenLinks heeft gestemd. We hadden een heel fijn gesprek en we voelden onvermeld een snelgroeiende vriendschap. Hij vertelde trots dat hij twee jaar geleden Jom Kippoer in de sjoel van Amersfoort is geweest en dat zijn echtgenote de hele dag in sjoel was gebleven, maar hij niet. Op mijn speels tussen de regels door gesuggereerde voorstel of hij misschien nog iets vaker naar sjoel zou kunnen komen, gaf hij aan dat hij het ook weer niet wil overdrijven en gewoon wil vasthouden aan regelmatig één keer per jaar. We spraken over de plaats van de Joden in Nederland en ongevraagd begon hij zich min of meer te excuseren dat hij Israël heeft verlaten, fysiek en geestelijk. Hij was soldaat geweest in het Israëlische leger ten tijde van de Libanon oorlog. Hij had het overleefd, maar te nauwer nood. Na hersteld te zijn van zijn verwondingen heeft hij Israël de rug toegekeerd. ‘Mijn moeder heeft liever een levende zoon in een huis in Nederland, dan een dode zoon in een kist in Israël’. Ik hoop dat ik iets voor hem mocht betekenen, want hij straalde zichtbaar tijdens ons gesprek. Het was alsof we elkaar al jaren kenden.

     

    Er is een Joodse wet die zegt dat een Joods Geleerde niet mag rondlopen met een vlek op zijn kleren. En hoewel, zeker met Pesach voor de deur en de bescheidenheid van het ‘ongerezen’ brood/gevoel centraal moet staan, moet ieder zichzelf ten aanzien van deze wet beschouwen als een Joods Geleerde. De reden van het verbod om met vlekken rond te lopen is de uitstraling naar de brede samenleving waarvan wij een onderdeel vormen. Als ik er onverzorgd uitzie, zijn alle Joden vies. Uiteraard is die veralgemenisering onterecht, maar zo werkt het. En dus heeft ieder van ons de verplichting om er verzorgd bij te lopen. Maar het gaat hier niet uitsluitend over echte vlekken. Een vieze vlek in mijn gedrag is nog veel schadelijker.

     

    De hele zondag was ik bezig met de grote Pesach schoonmaak. Er mag geen kruimeltje chameets-brood in huis zijn. Mijn auto is al helemaal ‘Pesach-dik’. Maar die kruimeltjes gerezen deeg zijn gekoppeld aan het gerezen gevoel: hoogmoed. Terwijl ik al het gerezene uit mijn huis haal, moet ik tegelijkertijd ook het gerezene uit mezelf verwijderen, zelfs een vlek mag niet achterblijven. Heeft die Pesach-schoonmaak alleen betekenis voor mezelf? Zeker niet. Want mijn gedrag, mijn zuiverheid, straalt ook uit en heeft daardoor invloed, ook als ik die invloed zelf niet bemerk. Gisteren, sjabbath, wist ik dus dat ik werd opgemerkt, maar ook als niemand reageert is het heel wel mogelijk dat er wordt gekeken.

     

    Ik ga me voorbereiden voor de zoom-toespraak om 20:00 uur voor het NIK. Onderwerp: “Welke invloed hebben wij op de brede samenleving.” Geïnspireerd dus door mijn nieuwe vriend de Israëliër, heb ik dat onderwerp net bedacht. Ik hoop dat ik voor hem iets mocht betekenen. Misschien had het luisteren naar zijn moeizame legerperiode voor hem een genezende invloed. Of was mijn begrijpende blik dat ik hem niet veroordeel omdat hij Israël heeft verlaten en nu al dertig jaar hier woont, voor hem van geestelijk belang. Of wellicht heeft ons gesprek positief bijgedragen aan zijn worsteling met zijn geboorteland Israël, zijn identiteit, zijn Joodse nesjomme.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Hij werd uit de trein gegooid. Dagboek van een Opperrabbijn 22 november 2020

    Een rustig weekend. Alleen vrijdagavond na de sjoeldienst werden we, toen we braaf voor het stoplicht stonden te wachten, vanuit een voorbijrijdende auto uitgescholden. Ik kon niet zo goed horen wat er precies werd gezegd, en dat was waarschijnlijk maar goed ook. Maar sjabbat ochtend werd er wederom vanuit een auto geroepen. En toen hoorde ik het wel: sjabbat sjalom! Uitzondering? Neen. Het aantal keren dat er door fietsers of vanuit auto’s mij een warm sjalom wordt toegeroepen, en op sjabbat zelfs sjabbat sjalom, overtreft de negatieve verwensingen volledig! Waarbij opgemerkt dat de verwensingen die me naar het hoofd worden geslingerd geen onderscheid maken tussen door-de-week en sjabbat, maar misschien weten de rijdende brullers het onderscheid tussen sjabbat en de andere dagen van de week niet zo goed doordat er op hun school geen aandacht is besteed aan het vak burgerschap. Misschien een idee voor de Inspectie van het Onderwijs om hiernaar eens te kijken! Wellicht kan dan het naschelden (of erger) op een educatieve manier voorkomen worden. En met erger bedoel ik dan het bekladden van een poster die oproept tot het naleven van coronamaatregelen met een davidster en een hakenkruis, gewoon hier in Nederland, in Etten-Leur. In Oekraïne ging het iets harder toe, afgelopen week. Ik kreeg beelden onder ogen van bekladdingen op een Joodse begraafplaats in Zhytomyr, nam meteen contact op met de rabbijn aldaar die ik goed ken en kreeg deze reactie: “We inform you that this happened not in Zhytomyr, but in the Zhytomyr region, in the city of Malin (Korosten district of Zhytomyr region). This event is already being dealt with by the competent authorities.” Goed dat van overheidswege dit wordt aangepakt, want in het verleden is er daar wel e.e.a. fout gegaan, om het even zachtjes uit te drukken. Ik doel op een gesprek dat mijn echtgenote had met een bejaard familielid. Enige weken geleden was het de 100ste sterfdag van de overgrootvader van mijn Blouma, Menachem Mendel Kaplan, de grootvader van haar vader. Op 56-jarige leeftijd was hij door Russische soldaten de trein uitgegooid toen hij onderweg was van Bobroisk naar Rostov en als Jood werd herkend. Enige tijd later is hij aan zijn verwondingen overleden. Nu was er door dat bejaarde familielid, een vitale kleindochter van 85, een zoom bijeenkomst georganiseerd van nazaten: derde, vierde en vijfde generatie. Honderdvijfendertig adressen namen deel vanuit tientallen plaatsen in Israël, Buenos Aires, Melbourne, New York, Montreal, Londen, Nederland, Florida, Detroit, Moskou en ik zal er nog wel een paar vergeten zijn. Indrukwekkend. Wat een éénheid, ondanks de diversiteit. Menachem Mendel Kaplan was een chassidische orthodoxe Jood en dus zijn veel nazaten ook orthodox levend. Maar velen ook niet meer. Door het communisme gedwongen hadden ze het religieuze Jodendom moeten verlaten. Op school was godsdienst een taboe (ik ben dankbaar dat wij in Nederland artikel 23 nog in de grondwet hebben staan!), maar ook was het levensgevaarlijk om thuis iets aan Jodendom, of enige andere vorm van religie, te bedrijven (ik verwacht niet dat dat in ons land kan gebeuren!). Als dat werd bemerkt, werden kinderen naar een communistisch opvoedingsgesticht gebracht en de ouders naar Siberië verbannen. Een van de nazaten, een professor aan de Universiteit van Moskou, wist niets meer van Jodendom en snakte naar informatie over zijn roots. De voormalige burgemeester van Arad (Israël) gaat jaarlijks naar de geboorteplaats van zijn grootvader om daar kadiesj voor hem te zeggen, hoewel hijzelf niet echt religieus levend is. Schrijnend kwam naar voren dat Menachem Mendel Kaplan elf broers en zusters moet hebben gehad. Dertig namen kwamen tijdens de zoom-bijeenkomst naar boven. Aviva, de 85-jarige initiatiefneemster van de virtuele reünie, heeft gepoogd bij Yad Vashem in Jeruzalem uit te vinden of er iets bekend was over hun plaats van overlijden…totaal onbekend! Niet alleen de locatie waar ze vermoord zouden zijn was niet te vinden, maar zelfs hun namen kwamen überhaupt niet voor in geen enkel register! Volledig verdwenen, met hun gezinnen. Ik denk terug aan mijn bezoeken aan Oekraïne, deel van de voormalige USSR. Op honderden plaatsen waren massagraven. Hele Joodse gemeenten werden letterlijk in een paar dagen volledig uitgeroeid. Niemand kent ze meer, niemand weet nog van hun bestaan. Zelfs Yad Vashem heeft nooit van ze gehoord. Ik ontmoette in Mariupol enige jaren geleden een hoogbejaarde vrouw die als meisje van negen jaar dichtbij de moord op 16.000 Joden woonde. Ze herinnerde zich het geschreeuw van de slachtoffers, het gebrul van de Duitse moordenaars. Eén baby hebben ze ’s nachts aangetroffen, weet ze te vertellen, die nog leefde. Een buurvrouw heeft die meegenomen. Die baby moet de enige overlevende zijn geweest. Maar waar die nu is? Of die baby van toen weet wie ze is? Mijn schoonmoeder heeft het beleg van Leningrad overleefd. Rondom Leningrad lagen de Duitsers, binnen de communisten. Haar broertje, zusje, vader en moeder zijn van de honger gestorven. Zij werd als weesmeisje van elf jaar van ziekenhuis naar ziekenhuis, van opvoedingsgesticht naar gesticht gebracht. Dat ze Joods was moest vooral verzwegen worden…Mijn schoonmoeder heeft het overleefd en nieuwe bewust Joodse generaties nagelaten. De grootvader van mijn schoonvader, Menachem Mendel Kaplan idem. Maar het werd wel duidelijk, en wordt steeds duidelijker dat hele Joodse gemeenten zijn weggevaagd zonder enig teken na te laten. Geen graf, geen geschiedenis, geen naam. Des te warmer klinkt dat sjabbat sjalom van gisteren nog na in mijn hoofd en ben ik dankbaar voor de vele warme contacten en vriendschappen die ik in de niet-joodse wereld heb mogen opbouwen. En voor nu: een goede week!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Hopen op betere tijden. Dagboek van een opperrabbijn 10 februari 2021

    Never a dull moment, zeggen ze in het Engels. Mijn ontregelde dagelijkse agenda vult zich met de meest vreemde gebeurtenissen. Maar sommige van die onverwachte en onvoorziene dag-vullingen, zijn bijna niet te verzinnen.

     

    Gisteren werd ik om 8:15 uur gebeld uit Israël. Radio 2. Sjalom Jacob, klonk het aan de andere kant van de lijn. Die fout wordt wel vaker vanuit Israël gemaakt, want als ze alleen mijn achternaam kennen vergeten ze de laatste ‘s’ en blijft Jacob over. Gezien het hoogst ongebruikelijk is in Israël om iemand bij zijn achternaam te noemen en de juffrouw van de radio ook meteen zichzelf aankondigde als Sjira, alsof we elkaar al minstens tien jaar kenden, was het meteen een gezellig gesprek. Nou ja gezellig. Als een journalist of radioverslaggever belt moet ik wel even extra oppassen: 1: zit ik al in de uitzending. 2: wat kunnen de gevolgen zijn van mijn woorden. 3: is de persoon die ik aan de lijn meen te hebben, inderdaad dat wat hij/zij zegt te zijn.  Na enige seconden, want pijlsnel denken en tot een diagnose komen is een eerste vereiste in het contact met media, begreep ik dat ik nog niet in een uitzending was en Sjira inderdaad van de Nationale Israëlische Radio was. Maar nu dus de vraag wat ze van me wil. Ook dat werd al snel duidelijk, maar drong pas tot mij door na ruw geschat een minuut. Ze kondigde aan dat ze me vandaag in een uitzending wilde hebben, en wel om 9:15 uur Nederlandse tijd. Ik vermoedde dat het iets te maken zou hebben met opkomend antisemitisme of een nieuwsitem dat net openbaar was geworden en te maken had met de Joodse Gemeenschap in ons land of toch weer met het briljante en pijlsnelle Nederlandse coronabeleid dat kennelijk ook in Israël zou zijn doorgedrongen. Maar ik bleek het mis te hebben. Het brandende wereldnieuws betrof de sneeuw en de daaraan gekoppelde gladheid op de wegen! De gemiddelde Israëliër zal in dit onderwerp uiteraard bijzonder geïnteresseerd zijn. Waarschijnlijk doet hij ’s nachts geen oog meer dicht van de zenuwen en ligt hij in zijn bed te woelen en vraagt zich overbezorgd af hoe het gaat met de sneeuw in Nederland. En dus had ik hedenochtend om 9:15 precies mijn drie minuten Radio-interview. Nou ja, precies. Het Israëlische precies en het Nederlandse precies lopen niet helemaal precies gelijk! Maar ondertussen hoop ik de gemiddelde Israëliër van zijn bijna traumatische bezorgdheid te hebben verlost.

     

    Mijn kleinzoon uit Engeland die op weg was naar zijn Jesjiwa in Israël met een vier uur tussenstop op Schiphol, gaat nu zijn zesde week Amersfoort in. Hij doet vreselijk zijn best om via zijn mobile toch nog lessen te volgen in zijn Jesjiwa in Tel Aviv, maar hij is dus de enige die er niet is en dus is het studieprogramma niet echt op hem afgestemd. Vanavond reist hij af naar Almere, naar mijn dochter, om even wat verandering te hebben en maandag komt hij dan weer terug. Ondertussen heb ik wel de ambassadeur gevraagd of hij al enig idee heeft wanneer studenten voorzien van een studentenvisa weer terug kunnen. Maar het antwoord is net zo onduidelijk als corona zelf. Een andere kleinzoon, woonachtig in Montreal en nu studerend in Londen, heeft aangegeven om met Pesach naar ons te willen komen en een kleindochter in Israël, ook uit Montreal, wil dan ook met Pesach in Nederland zijn. Waarom ze niet naar Montreal gaan, gezellig Pesach bij hun ouders? Bij aankomst in Canada zouden ze dan, na de nodige testen, eerst drie dagen in een hotelkamer letterlijk worden opgesloten. Gratis hotel? Neen! Canadese $ 2000. Mochten ze onverhoopt positief uitpakken, hetgeen nagenoeg onmogelijk is gezien mij kleindochter gevaccineerd is en mijn kleinzoon zelfs bloed heeft gegeven omdat hij heel veel antibody’s heeft, maar dit telt niet voor Canada.

     

    Ondertussen komt de daadwerkelijke uitgave van “54 dagen uit het leven van de opperrabbijn” steeds dichterbij. Hoe ik dat weet? Ik volg het helemaal niet, de uitgave was ook niet mijn idee en behalve de dagboeken schrijven heb ik er ook niets aan gedaan. Maar toch merk ik dat de datum dat het boek klaar voor de verkoop is, steeds meer nadert want ik word gebeld door bedrijven die de verkoop moeten stimuleren. Ik had een interview via zoom van 50 minuten over mijn werkzaamheden. Dat zal dan ergens online zichtbaar worden. Vervolgens kreeg ik iemand aan de lijn die met mij de presentatie wilde bespreken van de overhandiging van het eerste exemplaar. Toen kwam er ook nog een e-mail met de vraag of ik de 20 gratis exemplaren wilde ophalen of liever per post ontvang. Mocht ik voor verzending kiezen, dan moet ik wel zelf de verzendkosten betalen. En tevens kreeg ik te horen dat een aantal betrokkenen aanwezig wil zijn bij de uitreiking. Als ik heel eerlijk ben zie ik niet dat ook maar iemand geïnteresseerd is om dat dagboek als boek aan te schaffen, maar er wordt mij door deskundigen verzekerd dat ik dat absoluut verkeerd inschat. We wachten af. Afwachten is trouwens het motto van dit hele corona-tijdperk. Gewoon verstand op nul zetten en hopen op betere tijden.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Ik begrijp dat ik het niet snap. Dagboek van een Opperrabbijn 8 februari 2021

    “Ik lees uw dagboek regelmatig en ik ervaar dat als erg inspirerend. Wij hebben veel zorgen om ons oudste kind (bijna 17, we adopteerden hem 10 jaar geleden uit Sri Lanka). We hebben hem recentelijk uit huis moeten laten plaatsen. We hadden zelf ook twee biologische kinderen die na de adoptie zijn geboren. Waarom we geadopteerd hebben is verder niet relevant, maar we bemerkten dat onze oudste zijn met zijn twee zusjes een, laat ik me voorzichtig uitdrukken, een afwijkende relatie had. Hij deed dit in het diepste geheim, hoogstwaarschijnlijk vanwege diep verborgen trauma's uit zijn verleden. Thuis wonen was daarmee absoluut geen optie meer. Onze oudste zoon, want hij blijft gewoon onze zoon en wij houden van hem net zoveel als van onze andere kinderen, wil hierover absoluut niet praten, mogelijk kan hij het ook niet kan.  In die periode van uithuisplaatsing las ik dagelijks uw dagboek. Het heeft me veel kracht gegeven om door te gaan. Zowel met de zorg voor onze twee thuiswonende kinderen, maar ook voor ons uitwonende kind…” Dit was een reactie die ik vandaag per e-mail ontving. Hoe ik die mevrouw tot steun ben geweest weet ik werkelijk niet. Ik ken haar niet, nog nooit ontmoet of gesproken. Het deed me denken aan een begrafenis, jaren geleden, waarbij een van de familieleden van de overledene dacht dat ik in mijn treurrede tegen hem had gesproken en niet over de overledene. En toevallig (hoewel toeval dus niet bestaat) zag ik gisteravond laat een YouTube van de echtgenote van de rabbijn van Zagreb. Zij voelde zich in Zagreb erg eenzaam. Een zeer kleine Joodse gemeenschap, haar man deed al het werk en zij zat voornamelijk thuis met haar vijf kinderen. Tien jaar geleden wilde ze weg. Ze zag het niet meer zitten. De eenzaamheid bekroop haar. Ze heeft toen gesproken met een oudere rabbijn en die drukte haar op het hart dat alleen al haar aanwezigheid in Zagreb, zelfs als ze niets meer doet dan er woonachtig zijn, een functie heeft. En waarlijk enige weken later belt een Joodse vrouw haar op en zegt dat haar aanwezigheid in Zagreb voor haar zo belangrijk is. Door haar aanwezigheid voelt ze zich gesteund in haar Jodendom.

     

    Ook ik vraag me soms af waarmee ik nou eigenlijk bezig ben. Zit ik hier alleen maar te zitten of mag ik ook iets betekenen voor anderen. Mijn landelijke bijeenkomsten en lezingen liggen al bijna een heel corona-jaar stil. Doe ik nog wat? En dus zit ik maar dagenlang op de computer te dagboeken, want dat dagboek van mij verdient het ondertussen wel om een werkwoord te zijn. En net toen ik me dat weer eens afvroeg, ontving ik per e-mail bovenstaande “Ik lees uw dagboek regelmatig…”. Niet altijd kan een mens overzien wat hij in stilte bereikt, hoe hij de medemens zonder dat te weten tot steun kan zijn.

    Aanstaande sjabbat lezen we in alle synagogen ter wereld het deel van de Exodus dat de naam draagt: Misjpatim. Misjpatim zijn wetten die we kunnen begrijpen. Het verbod bijvoorbeeld om te stelen, te doden. Het gebod om juiste gewichten in huis te hebben voor de weegschaal om oplichting te voorkomen. Wetten die ieder land heeft en ieder mens zelf ook had kunnen bedenken. Maar er zijn ook wetten die we niet kunnen vatten. Ook die onbegrijpelijke wetten moeten we naleven. Net iets anders vertaald: begrijpen en niet-begrijpen lopen steeds in het leven door mekaar.

    Ik begrijp bijvoorbeeld dat ik een paar dagen geleden een tasje met een fles appelsap, enige versnaperingen en een spelletje aangeboden kreeg. Zomaar, gratis. Wie was de gulle schenker? De burgemeester van Amersfoort, mijn woonplaats. Alle inwoners boven de zeventig kregen zo’n pakketje en de vraag of ze wellicht bezoek willen hebben om een eventuele eenzaamheid te verlichten. Heel geweldig van de burgemeester. Gewoon een kleinigheidje, een attentie. Bijzonder. Ik kan deze geste helemaal begrijpen.

     

    Maar wat ik helemaal niet kan begrijpen is dat een jongere collega van mij, die ergens in de USA-rabbijn is, luidkeels is gaan oproepen om vooral geen vaccinatie te accepteren. Andersdenkenden werden door hem zeer on-rabbijns beledigd en als debiel neergezet. Onbegrijpelijk! Schoenmaker houd je bij je leest, dacht ik toen ik dit hoorde. Prompt is hij door de vereniging van rabbijnen waartoe hij behoorde van de rabbijnen -lijst geschrapt. Jammer, maar terecht. Maar waarom hij zichzelf zo in de belangstelling wilde plaatsen, kan ik niet begrijpen.

    En zo ben ik weer terug bij het begin van dit dagboek: begrijpen en niet-begrijpen lopen telkens door mekaar in ons aardse bestaan. En dus schrijf ik maar verder aan mijn dagboek en begrijp ik absoluut niet waarom de situatie dusdanig is dat gewone bijeenkomsten en ontmoetingen helaas niet mogelijk zijn. Ik snap er niets van.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ik ben rabbijn en was een beetje imam. Dagboek van een Opperrabbijn 27 januari 2021

    Een TV opname voor een programma dat eind april op de TV zal verschijnen. Om 9:30 uur ben ik naar sjoel gelopen, was daar om 9:50 uur en om 10:00 uur was de cameraploeg gearriveerd. Om 16:30 uur waren de opnames klaar. In de sjoel, voor de sjoel, in de stad op een bankje, voor mijn huis, in mijn huis, vertrek uit ons huis. Mijn snel-wandeling heb ik dus vandaag niet gemaakt, want heen en terug naar sjoel was vandaag voldoende. Ik was er wel in geslaagd om deel II bij ons thuis te laten plaatsvinden en daar kon ik gewoon mijn e-mails beantwoorden en telefoontjes plegen, terwijl mijn echtgenote de cameraploeg te woord stond. Was een slimme zet van mij, toonde onze samenwerking en gaf mij wat ruimte om mijn reguliere corona-werk te doen. Dat de tv-ploeg nog nooit in een synagoge was geweest begreep ik vanaf seconde één, want ze boden braaf aan om hun schoenen uit te doen. Ze wisten wel dat ik rabbijn was en geen imam, hetgeen dus meeviel. Het was allemaal nieuw voor hen en ze snakten naar kennis, los van de tv-opname. Het was een fijne dag en ik hoop dat ik door het contact een stukje bruggenbouwen heb mogen leveren. Bruggenbouwen speciaal ook met de presentator, een islamiet die me qua opstelling erg deed denken aan Marcouch, die hij inderdaad goed bleek te kennen. Die verwarring over het uittrekken van schoeisel en de moskee en de synagoge door mekaar te halen, deed me denken aan mijn beginjaren in het Sinai Centrum. Op de dag dat ik op de poli was in Amsterdam had ik regelmatig islamitische vrouwen op bezoek die met hun huwelijksproblemen bij mij kwamen. De reden? Ook in Marokko gingen ze met hun relationele problemen naar de rabbi en niet naar de imam want, zo werd me verteld, die stelde de man doorgaans in het gelijk. Of dat wel of niet waar was, was voor mij onbelangrijk. Het mooie was voor mij dat ik als Joodse rabbijn (de meeste rabbijnen zijn Joods…) deze vrouwen mocht helpen en steunen. Overigens wilden sommigen van hen dat ik op een stukje perkament zinnen uit de Thora zou schrijven en dat zouden zij dan bij zich dragen als bescherming, want de rabbi in Marokko deed dat ook en dat hielp. Ik hielp ze graag, besprak de problematiek, gaf advies, maar tot het schrijven van beschermende teksten heb ik me niet laten verleiden. Dagboeken schrijf ik graag, maar amuletten dus niet.

     

    Ondertussen was de huidige eigenaresse van het schattige witte hondje erin geslaagd om een onderdak te vinden voor haar, wegens onvoorziene omstandigheden, bijna dakloze beestje. Het was wel jammer dat zowel mijn echtgenote inmiddels drie adressen had gevonden, ik een en mijn dochter uit Almere ook een. Nu moeten we allen die zich als pleeggezin hadden aangemeld en zich al helemaal hadden verheugd, weer teleurstellen. Overigens geef ik volmondig toe dat hoewel het werk van een rabbijn afwisselend is, het zoeken van onderdak voor dakloze hondjes, niet tot mijn dagelijkse rabbinale werkzaamheden behoort. Maar toch fijn dat dat hondje een nieuw baasje gaat krijgen!

     

    Minder fijn was het dat mij ook een pijnlijke klacht bereikte. Ik had bij iemand de indruk gewekt dat ik mijn beroepsgeheim had geschonden. Nou ben ik altijd erg secuur met mijn beroepsgeheim, speciaal wanneer het iets betreft dat gekoppeld zit/zat aan mijn werkzaamheden binnen het Sinai Centrum. Ik zal het bijna relletje even uitleggen. Ik had iemand met een persoonlijk probleem geholpen en na afloop van het laatste gesprek en nadat het probleem was opgelost, krijg ik van haar een e-mail met het dringende verzoek om met niemand over haar probleem te spreken. Dat neem ik dan voor kennisgeving aan, temeer daar ik echt niet van plan was om met derden over haar probleem te spreken al ware het alleen al omdat niemand in haar probleem geïnteresseerd zou zijn. Een dag nadat ik de waarschuwing, waarin het verzoek om niet aan derden haar probleem te vertellen, had ontvangen, krijg ik wederom een e-mail met de vraag waarom ik mijn beroepsgeheim had geschonden en wel met derden over haar probleem had gesproken. Na een lang telefoongesprek met haar werd duidelijk dat zijzelf haar probleem met een mij onbekende vriendin te hebben besproken. Die vriendin had het op haar beurt weer met haar rabbijn besproken en dat is dan weer bij haar terecht gekomen. En omdat ik dus die rabbijn ken, was het in haar ogen duidelijk dat ik m’n mond voorbij had gepraat. Inmiddels is het dus opgelost en is de beschuldiging naar mij toe van tafel en gaat zij zelf oppassen om niet alles met die vriendin te bespreken.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ik heb de balans opgemaakt voor 2021. Dagboek van een Opperrabbijn 23 december 2020

     

    “De Joden zijn de hele geschiedenis door gehaat. Dat komt niet door de mensheid maar door de Joden zelf vanwege het feit dat ze een ras of een etniciteit vormen. Een gesloten systeem dat veel nare eigenschappen in zich heeft, zoals hoogmoed en wat de wereld nooit zal en kan accepteren. Als wij vroeger een Arisch ras hadden gevestigd, zoals Hitler wilde, waren de effecten hetzelfde geweest…Het enige dat vrede brengt in de wereld is afschaffen van het Joodse ras…”. 

     

    Laat ik nou nooit kijken of er reacties komen op mijn dagboeken of andere artikeltjes.  Eén keer doe ik dat wel en zie bovenstaande reactie op CIP, het christelijk informatie platform.

     

    De vraag die in mij opkomt is of deze reactie op een christelijke website een uitzondering is of wordt deze zienswijze breed gedragen maar niet zo breed aan het digitale papier toevertrouwd. Of misschien is dit soort gedachten wel op vele sites en in vele boeken te vinden. Ik ben een beetje verbaasd dat de redactie van CIP, die dit soort opmerkingen zeker afkeurt, niet verwijdert. Maar misschien is het juist beter dat het blijft staan, zodat op z’n minst ondergetekende geconfronteerd werd met de realiteit van het dagelijks leven. Waarom ben ik eigenlijk gaan kijken naar reacties? Omdat het erg stil was, buiten in de straat, maar ook qua telefoontjes en e-mails. Misschien was het trieste weer hier debet aan. Los hiervan is de eindejaar periode altijd een stille tijd. En wat heb ik gedaan om de tijd te vullen, behalve kijken naar mallotige reacties? Ik ben financieel aan de slag gegaan! Daar kijkt u van op, vermoed en hoop ik. Waarom hoop ik dat? Omdat ik het niet passend vind dat een rabbijn in verband wordt gebracht met geld. Mijn lieve moeder heeft mij 46 jaar geleden, toen ik naar Nederland terugkwam om binnen de Joodse gemeenschap te gaan werken, het volgende advies gegeven: Neem nooit geld aan als een fooi, want het zal je altijd blijven achtervolgen! En omdat ik altijd een braaf, gehoorzaam en verlegen jongetje was, heb ik dat ook bijna nooit gedaan. Bijnanooit. Want een keer werd mij na afloop van een huwelijk, dat ik net had ingezegend, ten overstaan van alle gasten met veel bombarie een enveloppe overhandigd. Als mensen aandrongen om toch iets te geven, dan maakte ik dat bedrag over naar een goed doel en liet een kwitantie sturen. Overigens herinner ik mij dat in die enveloppe het gigantische bedrag van Fl. 5 (zegge: vijf gulden) zat. Betekent dit dan dat ik geen geld wil hebben of tegen betaling ben? Zeker niet. Maar ik ben er sterk tegen gekant dat een rabbijn, een dominee, een pastoor of een imam zichzelf degraderen tot zakenlui. Ik weet dat in bepaalde christelijke gemeenschappen de predikant een zeer bescheiden salaris krijgen en ik denk dat dat goed is. Een geestelijke moet geestelijk blijven! Helaas zijn er plaatsen in de wereld waar de rabbijn een hoog salaris krijgt en als hij een aanbieding krijgt voor een positie waar hij meer kan verdienen, vertrekt hij. Begrijp me niet verkeerd, ik wil graag financieel niet in de problemen zitten en ik wil best comfortabel kunnen leven, maar no way wil ik verworden tot een zakenman. Had mijn vader gewild dat ik een zakenman zou worden, dan had hij er zeker op aangedrongen om zijn zaak over te nemen. Hij was opticien/optometrist en had een bloeiende zaak.  Hij heeft er bij mij op aangedrongen om rabbijn te worden, gelijk zijn grootvader die Opperrabbijn was van Overijssel en waarnemend Opperrabbijn van Brabant.

     

    Maar waarmee was ik dan financieel bezig, vraagt u zich af. Niet de balans opmaken, want die heb ik nauwelijks, maar met het invoeren van periodieke afschrijvingen. Ik weet namelijk precies wat mijn pensioen en AOW uitkeren. En ik weet ook dat ik van de Joodse wet tussen de 10% en de 20% aan liefdadigheid moet geven. En dus heb ik braaf zitten uitrekenen hoeveel en waarheen ik mijn jaarlijkse tsedaka-liefdadigheid maandelijks ga vastleggen. En daarnaast wil ik natuurlijk een bedrag overhouden voor onvoorziene giften. Overigens heb ik een verkeerde vertaling gegeven van het woord tsedaka. Tsedaka is geen liefdadigheid. Liefdadigheid benadrukt dat het lief is van mij als ik vrijwillig arme mensen steun. De letterlijke vertaling van tsedaka luidt: gerechtigheid. Het is niet meer dan rechtvaardig dat ik het geld dat de Eeuwige mij heeft toevertrouwd deel met de medemens die niet genoeg heeft om van te leven. Sterker nog. Ik ben dankbaar dat iemand mij in de gelegenheid stelt om het gebod van G’d uit te voeren. En dus was ik bezig om mijn financiële beleid voor 2021 vast te leggen. Heb ik toch nog mijn tijd nuttig besteed!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Ik Lap Het Aan Mijn Laars, Dagboek van een Opperrabbijn 17 november

     

    Gisteravond een telefoontje over Ysselsteyn. Weer Ysselsteyn? Ja en nee. Een goede bekende van mij, oud-collega vanuit het Sinai Centrum, vraagt mij wat ik tegen zijn vriend Dhr. X heb. Hoewel ik hoop dat ik niet aan geheugenverlies lijd, had ik geen idee wie de heer X zou moeten zijn. Maar, zo gaf mijn oud-collega mij aan, ik was erg hard ten onrechte tegen hem uitgevallen in mijn dagboek en dat was dan weer overgenomen door het NRC. Wanneer het gaat om namen en soms ook om gezichten, dan heb ik gelukkig een echtgenote die altijd iedereen kent en zelfs aan kinderen kan zien wie de ouders zijn. Ik ben daarin niet zo goed, om het maar even zachtjes uit te drukken. Als verzachtende omstandigheden geldt dat als ik een zaal toespreek met honderd mensen, dan onthouden die mensen mij makkelijker dan ik die honderd mensen. Ik herinner mij een lewaja, begrafenis, op Muiderberg, de begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam. Het was snikheet en na afloop bij de koffie stond een oude man letterlijk tegen de muur te zweten. Ik naar hem toe met de vraag of ik een kop koffie voor hem mag halen. Dat mocht en ik dus door de meute, neem de koffie en weer terug. Z’n zoon stopt mij en begint een praatje, zoals dat regelmatig geschiedt. ‘Als je het niet erg vindt, dan kom ik zo terug, maar ik breng eerst even de koffie naar je vader’, zei ik tegen de zoon. Waarop de zoon mij ietwat geïrriteerd antwoordde: ‘Dat is knap, want mijn vader is acht jaar geleden overleden…’. Het leek mij toen verstandiger om even niets te zeggen. Ik had dus absoluut geen idee wie Dhr. X was en het leek mij onwaarschijnlijk dat ik hem in de media met naam en toenaam beledigd zou hebben. Maar ja, mijn oud-collega was erg stellig in zijn bewering en gaf aan dat X bezig was een DOEboek te schrijven in overleg met Ysselsteyn en nu beticht werd van Holocaust ontkenning. Er zou aangifte tegen hem worden gedaan. Ik hield vol dat ik geen idee had waarover dit ging, maar vroeg mijn oud-collega om zijn telefoonnummer opdat ik e.e.a. kon rechtzetten. Nadat ik vannacht online op zoek was gegaan naar dat DOEboek en dat vluchtig had doorgelezen, snapte ik er helemaal niets meer van. Een goed werkboek dat kinderen prikkelt om na te denken over de verschrikkingen van de oorlog. Dat boek zou, als ik het goed had begrepen, gebruikt worden in het educatieve centrum op de Duitse Begraafplaats Ysselsteyn. Vanochtend dus gebeld naar de heer X en hem gerustgesteld en aangeboden dat als hij voor de rechter moet verschijnen, ik meekom en de verdediging zal voeren. Totale waanzin! Ik heb na ampel beraad een petitie getekend tegen het eervol herdenken van landverraders op de begraafplaats Ysselsteyn, ben er inmiddels achter, na Ysselsteyn bezocht te hebben, dat het geen zwart-wit verhaal is, maar een ‘herdenking met nuance’, en dus gaat het keurig netjes opgelost worden want ieder is in dezen te goeder trouw. Maar omdat mijn handtekening onder A stond, is die handtekening zonder mijn medeweten ook onder B beland. En dus zal ik voorzichtiger moeten zijn met het ondertekenen van petities! De heer X voelde zich, totdat we elkaar spraken, diep door ‘de opperrabbijn’ gekwetst! Verder heb ik hopelijk niemand het leven direct of indirect zuur gemaakt. Ik schrijf er wat lichtvaardig over, maar dit soort geintjes doen mij pijn.

     

    Ook pijnlijk was de hulpvraag van een Israëliër die gescheiden is en wiens ex in Nederland woont met hun gezamenlijke kinderen. Hij heeft, om reden die mij nog niet geheel duidelijk is, toestemming nodig van de ambassadeur der Nederlanden in Israël om Nederland binnen te komen. Waarschijnlijk speelt corona hier een rol. Ik heb inmiddels al zijn gegevens, maar wacht nog op zijn telefoontje waarin hij mij uitlegt wat precies het probleem is.

     

    In de avond had ik een zoom-cursus voor de Joodse Gemeente Noord-Holland Noordwest met als onderwerp ‘orgaandonatie’, ik had me uiteraard voorbereid. En dan nog iets moois: ik ben gevraagd zitting te nemen in een bestuur van een niet-joodse organisatie. Een hele eer, maar daarom gaat het mij niet. Het is goed omdat ik vanuit die positie een uitbreiding van mijn netwerk verwacht en dat kan ik dan weer gebruiken voor wie weet wat. Welke Stichting? Mijn Advisory Board, waarin adviseurs zitten en geen vriendjes(!), vindt het verstandiger om niet de naam van de organisatie te vermelden. Er zijn er namelijk die dan meteen de organisatie zouden kunnen gaan bellen…waarom Jacobs? Dat is niet leuk, maar dit soort pesterijen is een deel van mijn Rabbinale functie. Een van de leden van mijn Advisory Board gaf mij het volgende advies:

     

     

    Je hoofd omhoog, je neus in de wind.

    En lap aan je laars, wat een ander ervan vindt.

     

    Klinkt goed, alleen ik ben niet zo goed in het aan mijn laars lappen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/