Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • De lege spaarrekening van mijn moeder, Dagboek 7 oktober ’20

    Al tientallen jaren streef ik ernaar om bij bijzondere verjaardagen een felicitatiebrief te sturen aan mijn gemeenteleden. Omdat ik afhankelijk ben van de lokale vrijwillige bestuurders in het aanleveren van de data, heeft dat af en toe tot gevolg dat sommige leden geen mazzeltov ontvangen. En dan zijn er onder hen die dat jammer vinden omdat ze een officiële felicitatie vanuit ons Opperrabbinaat toch op prijs hadden gesteld. Het oogt allemaal zo eenvoudig, maar soms kunnen juist de eenvoudige klusjes erg gecompliceerd worden door allerlei langs elkaar lopende gebeurtenissen.

     

    Want als er dan geen schrijven van mij bij de jubilaris verschijnt, of veel te laat, dan heeft dat teleurstelling tot gevolg. Doordat het Joods Cultureel Centrum in Amsterdam vanwege corona gesloten is, gaat het dus niet goed met mijn verjaardagbrieven. Mijn gewaardeerde collega rabbijn Spiero stuurde mij de brieven voor deze maand (we zijn al halverwege de Joodse maand Tisjrei!) gisteravond laat op (hij kon niet eerder het kantoor binnen!) en dus ben ik vanochtend vroeg, toen ik toch wakker was, alles gaan printen en van een paar persoonlijke woorden met de hand gaan voorzien.  Bij sommigen excuus aangeboden vanwege te late verzending, een bijlage over de Hoge Feestdagen bijgevoegd, in de enveloppe gestopt, postzegel geplakt en klaar om naar de brievenbus te brengen. Opgestaan om 3:15 uur en pas klaar om 6 uur! Reden: printer werkte niet. Overigens is het in mijn meer dan 40 jaar mazzeltov-brieven-schrijven ook sporadisch fout gegaan. Een felicitatie naar iemand die net was overleden. Is me twee keer gebeurd. Reden: de eerste keer overleed de jarige nadat ik mijn felicitatiebrief keurig op tijd had verstuurd en de tweede keer had de vrijwillige secretaris van een Joodse Gemeente ons Rabbinaat vergeten te informeren van het overlijden. Sindsdien bellen we vooraf al jarenlang  alle gemeenten op om te vragen of…. Maar los hiervan vinden velen het fijn om ook officieel een mazzeltov te ontvangen. Een kleinigheidje, en niet op het niveau van bijvoorbeeld mijn gesprek maandag aanstaande in Den Haag met de Ambassadeur van Polen over het verbod op export vanuit Polen van koosjer geslacht vlees. Als die wet wordt aangenomen is dat voor heel Europa een groot probleem en los daarvan: welke landen gaan volgen? Maar wie zegt mij dat mijn verjaardagbriefje aan een hoogbejaarde, dat kleinigheidje, minder belangrijk is? En omdat ik dus toch al achter de computer zat vanochtend in de vroege uurtjes, heb ik ook nog even het volgende briefje opgesteld:

     

     I Join the chorus of prominent Jewish leaders in asking Am Israel to join together as one to help save the life of Rueven Michaelli who has already sacrificed so much and who has suffered greatly in his life. I cannot stress enough the need for us to join together in the coming days before the last days of Sukkot and to quickly raise the amount of money needed to help save Reuven's life. His life is in imminent danger now, and we are fighting to keep him alive. Together we can and must save an innocent Jewish life! 

     

    Een man in grote nood. Ken ik hem? Helemaal niet. Maar een jongere collega (de meeste collega’s zijn inmiddels jonger!) die werkzaam is in Canada als gevangenisrabbijn benaderde mij met dit kennelijk schrijnenede geval. Klopt het? Is deze persoon een schrijnend geval? Ik ken deze rabbijn en weet dat hij zich met hart en ziel inzet om de medemens in nood te helpen met gedrevenheid en overgave. En dus heb ik hem bovenstaande tekst gestuurd, mijn logo en een fotootje van mezelf. Dankbaar ben ik dat ik hier iets kan betekenen. Het tekstje had ik in een kwartiertje gefabriceerd. Een kwartier even nadenken en hiermee een collega behulpzaam zijn en een medemens in deplorabele omstandigheden vitale hulp verlenen. Ik dank G’d dat ik zo gedurende de Soeka-dagen iets voor de medemens mag betekenen.

     

    Maar verdrietig word ik van de omkoopaffaire in de Gemeente Rotterdam. Het geeft een deuk in mijn vertrouwen in onze overheid. Toen wij pas in Amersfoort woonden wilden wij een aanbouw doen. Onze kleine keuken uitbreiden met een paar meter en aan de zijkant van ons rijtjeshuis een kantoortje voor mij. Keihard werd dat afgewezen door iemand van de Gemeente. Tot huilens toe heeft mij echtgenote op het stadhuis gezeten. Nu, 40 jaar later, mag iedereen aanbouwen wat hij maar wil. Op de millimeter werden wij gecontroleerd op het kleine stukje dat wij wel mochten aanbouwen aan onze keuken. Ik had dus kennelijk een Rolex horloge moeten aanbieden, ware het niet dat omkopen van het ouderwetse Jodendom verboden is…….en waar is het geld op de spaarrekening gebleven van mijn moeder. Zuinig als ze was heeft ze voor de oorlog, nog ongetrouwd, heel braaf gespaard. Na de oorlog was de rekening leeg en niemand wist waar het geld was gebleven. En al die bankrekeningen van de tientallen ooms en tantes van mijn vader, neven en nichten? En de huizen waarin ze woonden? Ik herinner mij dat ik aan een burgemeester vroeg, vijftig jaar na de oorlog, waarom nu pas een monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joodse ingezetenen. Want in die periode was ik bijna wekelijks aan het onthullen. Als ik bij ons thuis op tafel een tafelkleed zag had ik bijna automatisch de neiging om die van de tafel te trekken. De nog redelijk jonge burgemeester legde me het uit: zijn voorganger wilde liever de jaren ’40-’45 zo stil mogelijk houden. Maar de bescherming, beveiliging, die onze Overheid mij nu biedt, ongevraagd en met bezieling, geeft mij een heel dankbaar gevoel en doet mij de lege spaarrekening van mijn moeder bijna vergeten.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • De nuance is zoek, Dagboek van een Opperrabbijn 28 oktober 2020

     

    Die schuldbelijdenis van de PKN blijft nog wel even mijn dagelijkse programma, en dus mijn dagboek, beheersen. Vanochtend ontving ik een uitnodiging om daags nadat de schuldbelijdenis van de PKN is voorgelezen, een gesprek te hebben met de makers van de verklaring. De Reuver, de scriba, had dit mij al laten weten. En ook de EO wil in een TV-uitzending commentaar. Ondertussen heb ik al commentaar geleverd op de PKN verklaring in het Reformatorisch Dagblad, het Nederlands Dagblad, bij EO-radio in Dit is de Dag, uiteraard in mijn dagboek, opwww.CIP.nl , het grootste christelijke netwerk van Nederland, en bijwww.christenenvoorisrael.nl, TV van Family7, nog een paar radio programma’s, op de website van de EJAhttps://ejassociation.eu/hot-topics/ in het Engels, op de website van het NIWwww.niw.nl en in het echte (alleen de papieren NIW vind ik echt!) NIW van vrijdag aanstaande. Het houdt me wel van de straat! Nu even iets interessants: ik geef dus commentaar op de verklaring van de PKN, maar die is nog helemaal niet gepubliceerd en die heb ik ook nog niet gezien! Vind ik best knap van mezelf! Wat speelt hier? Een fenomeen waaraan velen zich schuldig maken: generalisatie!

     

    In de Sjoelchan Aroeg, het Joodse Wetboek, staat een wet die een Joodse geleerde verbiedt om met vlekken op z’n kleding rond te lopen, want als hij gezien wordt met vlekken, dan zijn meteen alle Joden vies! Generalisatie! Overigens geldt diezelfde wet natuurlijk ook met vlekken ten aanzien van gedrag. Even vertaald naar het heden: als ergens een crimineel wordt opgepakt met een Joodse voornaam, of zelfs alleen met zijn initialen maar erbij staat dat hij uit Israel afkomstig is, dan ben ik ervan overtuigd dat menigeen zal zeggen of denken: daar heb je de Joden weer. Toen ik meer dan 50 jaar geleden in Frankrijk studeerde aan de Ecole Rabbinique de Paris, studeerden daar ook een paar jongens afkomstig uit New York. De manier waarop zij spraken over negers maakte mij woedend en vooral moedeloos, want ik haat discriminatie! Mensen zijn mensen en übermenschen bestaan voor mij niet. Toen ik in New York mijn studie voortzette werd ik gewaarschuwd om niet door een bepaalde straat te lopen, “want daar wonen negers en die zijn gevaarlijk”. En dus ben ik, uit protest, juist wel door die straat gegaan. Resultaat: naschelden en lege flessen naar me gegooid. Mijn zoon, een accountant, woont nu, anno 2020, in een straat in Brooklyn waar verreweg de meerderheid der bewoners een zwarte huidskleur heeft.  Een en al vriendelijkheid, altijd groetend en waar nodig hulpvaardig. Zij blijken uit de Caraïbische gebieden te komen en niet uit die ene straat. Alle moslims zijn terroristen! Maar ho, denk ik dan, zijn niet de meeste slachtoffers van het IS-terrorisme juist moslims? Er blijken dus Sjiieten en Soennieten te zijn. Maar voor ons komt het op hetzelfde neer: generalisatie!En zo zijn er dus ook binnen de christelijke kerk verschillende stromingen. Verschillende Reformatorische Kerken hebben een schuldbelijdenis afgegeven en willen dat die in hun kerk op 15 november wordt voorgelezen. En de verklaring van PKN (daar vallen de  Reformatorische Kerken dus niet onder!) is nog helemaal niet naar buiten, nog niet gepubliceerd en wordt pas tijdens de herdenking van de Kristallnacht openbaar. Maar wij, de gemiddelde Nederlander, kennen geen verschil tussen Christen en Christen. En dus geef ik vast mijn mening op vele media over Schuldbelijdenis 2 terwijl het gaat over Schuldbelijdenis 1. Is dit erg? Ach nee. Geen ramp en 1 en 2 zullen wel sterk op elkaar lijken. Maar als generalisatie de Soennieten en de Sjiieten op een hoop gooit, en als ik de problematiek van die ene straat doortrek naar heel New York, en als ik iedere Marokkaan link aan die ene zakkenroller en die ene Israëliër, die betrapt was op witwassen, doortrek naar alle Joden….en als de samenleving dan ook nog eens chronisch polariseert, dan is er een kanjer van een probleem. Want polarisatie is blind voor de nuance. En wat heeft dat van doen met Corona? Wel Lockdown, geen Lockdown. Het is geen zwart-wit verhaal. Maar als het wel ongenuanceerd, zwart-wit, wordt beleefd, dan gaan de tegenstanders van de maatregelen niet rustig aan de verantwoordelijke Overheid hun ongenoegen kenbaar maken, maar dan worden ze agressief, gooien ruiten in, plunderen. De nuance is totaal zoek en: de vloer is aan de polarisatie! Er vallen slachtoffers, niet aan corona, maar aan het generalisatie-virus.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • De predikant is niet-joods, de rabbijn we Dagboek van een opperrabbijn

    Omdat ik nu al maandenlang aan het “dagboeken” ben, ben ik benaderd met de vraag of ik er iets voor voel om een aantal van de dagboeken uit te geven in een boekvorm. De vraag kwam van meerdere kanten. Nou heb ik er weleens over nagedacht om mijn vijfenveertig jaar rabbijn-in-functie aan het papier en dus aan de historie toe te vertrouwen, maar het probleem is dat ik er dan niet onderuit zou kunnen om mensen te beschamen, en daarvoor pas ik, hoe interessant voor de toekomst dit ook moge zijn. En dus geen “Autobiografie Jacobs. Nooit zit hij op een kruk, want altijd is iemand bezig de poten onder zijn stoel vandaan te zagen”. Dat gaat het dus niet worden, terwijl de titel die ik wel al in mijn gedachte had, boekdelen spreekt.

     

    Maar een boek van dagboeken? In eerste instantie vroeg ik me af wat voor nut het zal hebben en wie zou daarin nou geïnteresseerd zijn? En het grootste probleem: Bitoel Thora! Ik leg het uit: we hebben als Jood/mens de verplichting om voortdurend te lernen of anderzijds bezig te zijn met het verrichten van goede daden. Niet onze tijd te verdoen. Bitoel Thora betekent: verkwisting van tijd. En die verkwisting van tijd is een overtreding. Ik had iets goeds kunnen doen, ik had een psalm kunnen uitspreken, een deel van de Talmoed bestuderen, iemand in nood kunnen bijstaan etc. en in plaats daarvan zit ik een film te bekijken of verdoe ik mijn tijd op een andere manier. Als ik mijn dagboek schrijf probeer ik mensen te inspireren en giet ik daartoe de inspiratie in een (hopelijk) aantrekkelijk jasje, ik bouw er een verhaal omheen opdat de boodschap gehoord wordt. Maar om nou al die dagboeken van mij te gaan bundelen? Schiet dat zijn/mijn doel niet voorbij? Is dat geen verkwisting van tijd? En bovenal: wie zit hier nou op te wachten?

    Vanochtend bracht ik een bezoek aan een echtpaar, overlevenden van de Sjoa, vanwege een bijzondere verjaardag, 90 jaar. Vitaal en goed van geest. Wat wil een mens nog meer? Er al kletsend vertelden ze mij dat ze een van mijn dagboeken hadden gestuurd naar een christelijke kennis. In zijn reactie op mijn dagboek stond het volgende te lezen: “De rabbijn heeft een heel eigen stijl die wij in onze kerk niet kennen. Een grapje, iets uit het gewone dagelijkse leven, daardoorheen een Bijbelse les aangereikt als handvat om met het gewone dagelijkse om te gaan.” Dat was voor mij interessant te vernemen want een van de partijen die mijn dagboeken wilde uitgeven gaf aan dat mijn benadering anders is dan de gemiddelde benadering van de predikant en dus zou ik iets verfrissends kunnen geven aan die predikant. Tegelijkertijd werd mij gevraagd, door een van de partijen voor wie ik het dagboek schrijf, om mijn stijl juist te veranderen, een ander format. Eerst een Bijbeltekst en die dan op een Joodse manier uitwerken. Dus in plaats dat ik de predikant mag veranderen, wordt mij gevraagd om mezelf te veranderen en meer de taal van de predikant te spreken.

     

    Ik herinner mij van tientallen jaren geleden een soortgelijk dilemma: ik was nog maar pas geestelijk verzorger in de psychiatrie en voelde me een beetje dom. Er liepen daar psychiaters, psychologen, psychiatrisch verpleegkundigen en zo’n beetje de enige die geen psy voor zijn naam had was ik als rabbijn. En dus ging ik me aanpassen. Mensen zaten niet meer in de put, maar waren manisch depressief. Mensen die minder stabiel waren, werden in mijn aangepast taalgebruik borderline patiënten en ik kende de namen van bijna alle pilletjes. Ik deed dat kennelijk zo goed dat de directie voorstelde dat ik op hun kosten en in hun tijd klinische psychologie kon gaan studeren. En toen schrok ik wakker. Want wie ben ik dan dadelijk na die opleiding? Ben ik dan psycholoog of rabbijn? De geestelijk verzorger in de psychiatrie heeft een eigen zeer specifieke taak. De psychiater geeft de medicatie, de psycholoog de therapie, de maatschappelijk werker zoekt naar zinvolle dagbesteding en de geestelijk verzorger, ongeacht van welke denominatie, steunt de patiënt met zingeving en acceptatie van het lijden. Als ik psycholoog word, wie neemt mijn specifieke taak van zingeving over? Valt het te combineren?

     

    En dus bleef ik gewoon rabbijn, geestelijk verzorger met uiteraard kennis van de wereld der psychiatrie. Maar mijn gereedschap is en bleef Thora en Traditie. Bij mij zagen de mensen het gewoon niet meer zitten en psychofarmaceutische medicatie waren gewoon pilletjes.

     

    Hetzelfde zien we hier ook. Het is prima als de predikant weet hoe de rabbijn zijn dagboek schrijft, zijn toespraak opbouwt. En voor mij is het fijn te zien hoe een priester of een dominee zijn predicatie samenstelt. Maar laat mij gewoon mezelf blijven. Zo niet dan zou je kunnen denken dat het enige verschil tussen een predikant/pastoor en een rabbijn eruit bestaat dat de predikant niet-joods is en de rabbijn wel! En dat zou toch jammer zijn, waarschijnlijk voor beiden!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • De twee bekers. Dagboek van een Opperrabbijn 3 februari 2021

    Omdat ik veel meer thuis ben dan in vroegere tijden, want zo voelt het pre-corona-tijdperk, valt mijn oog steeds vaker op onze zeer bescheiden zilverkast met daarin die twee zilveren kiddoesj-bekers met op de een de naam Bernhard en op de ander de naam Sigmund. Ik vermoed dat dit twee neven waren van mijn vader en zijn deze twee bekers het enige dat er nog van hen over is en hun naam draagt. Waar hun graven zijn, is vragen naar de bekende weg. Maar wat ik me steeds meer begin af te vragen is waar hun bankrekeningen zijn, hun huizen, hun bezittingen?

     

    Ronnie Naftaniel en ik (Nou ja, ik? Ik zit er eigenlijk een beetje voor joker bij) zijn dus in overleg met de burgemeester van een hier niet nader te noemen Gemeente om te onderzoeken in hoeverre de Gemeente aan Joden die hebben overleefd en teruggekomen zijn naar de Gemeente waar ze woonden, achterstallige belastingen heeft gevorderd. Waarom ik deelneem aan deze bespreking is niet van belang (en zeker niet Rabbinaal), maar voor mij wel erg interessant. De vriendelijkheid en het begrip die de burgemeester uitstraalt is enorm bemoedigend. Ik mag hopen dat zo’n opstelling ook elders in Nederland zo mag zijn. Als deze burgemeester in de oorlogsjaren burgemeester zou zijn geweest, had hij zeker een groot probleem gehad, want deze burgemeester had of in functie gebleven om te pogen te redden wat er te redden viel of deze burgemeester zou ogenblikkelijk zijn functie hebben neergelegd en verder zijn gegaan in het verzet. Er is dus een onderzoek gedaan om in kaart te brengen welke bedragen aan teruggekeerde Joden zijn opgelegd en of de burgerlijke gemeente huizen van Joden heeft gestolen (formeel heet dat natuurlijk niet stelen, want Nederlandse Gemeenten stalen niet, dat waren alleen de Duitsers…). N.a.v. het in opdracht van de burgemeester uitgevoerde onderzoeksrapport schrijft Ronnie Naftaniel, de vicevoorzitter van het CJO – Collectief Joods Overleg, het volgende:

    Uit jouw enorme zoekwerk blijkt hoe groot het leed van de Joodse inwoners van xxx is geweest. Van de 438 Joodse inwoners is maar een fractie teruggekomen. Van de 71 van Joden onteigende panden is ook maar een fractie gerestitueerd. Een belangrijk deel van de in de oorlog van Joden gestolen panden is in handen gebleven van de oorlogskopers. Dat is groot onrecht. Die oorlogskopers waren niet alleen profiteurs in de oorlog, maar hebben na de oorlog dikke winsten kunnen maken als helers van gestolen goed. De huidige burgerlijke gemeente kan daar niets aan doen. Toch vind ik dat een onderzoek naar het in de oorlog geroofde onroerend goed, een context dient te bevatten, die het gevoel van verdriet en onmacht van de overlevende Joden duidelijk kan maken. Misschien dat hiervoor nog plaats is in je samenvattende beginhoofdstuk.

     

    Wat speelt hier? De historicus die het onderzoek doet naar fouten die begaan zijn door de Burgerlijke Overheid, bemerkt dat er een heleboel bezittingen van de Joden zijn geroofd maar dat dit had plaatsgevonden buiten de verantwoordelijkheid van het toenmalige gemeentebestuur en dat dat ook niets te maken had met naheffingen die zijn opgelegd aan de overlevenden en waarover dit onderzoek gaat. En dus geeft de historicus aan dat naast zijn onderzoek en de verslaglegging van zijn bevindingen een separaat onderzoek zou moeten komen naar de diefstal van Joodse eigendommen van Joden die niet zijn teruggekomen (vermoord dus!). Wat Naftaniel en ik graag zien is dat alle berovingen in een en hetzelfde onderzoeksverslag komen. Niet een verslag over de formele aansprakelijkheid van de huidige burgemeester als opvolger van de burgemeester van in- en na de oorlog, maar een breder verhaal, het plaatsen van de eventuele fouten van het gemeentebestuur in de context van de breedschalige roof van Joodse bezittingen. Toen mijn vader terugkwam en naar de collega’s ging (mijn vader was optometrist/opticien) bij wie hij zijn bezittingen had achtergelaten om ze na de oorlog weer op te halen, wisten nagenoeg al zijn collega’s zich het niet meer te herinneren dat hun ooit iets in bewaring was gegeven. En bij de bank in Steenwijk, waar mijn lieve moeder al haar spaarcenten had staan, kon het ook niet meer uitgezocht worden. Ik kijk verdrietig en kwaad naar die twee bekers in onze zilverkast: waar zijn de huizen waarin Sigmund en Bernhard woonden? En waar zijn hun spaarrekeningen, de huizen van hun ouders enz.

     

    Ik ben aan het doorslaan! Stop, moet ik even tegen mezelf zeggen.

     

    Vandaag had ik een gesprek per zoom met een echtpaar dat Joods wil worden. Hun lokale rabbijn heeft de RCE-Rabbinical Center of Europe te hulp geroepen. Joods-worden is een hele procedure, een beproeving. De lokale rabbijn is vaak niet in staat om zo’n toetreding te begeleiden en uit te voeren. En dan komt het RCE in beeld. Op het moment dat de lokale rabbijn van mening is dat de kandidaat omwille van het geloof en niet omwille van zijdelingse motieven, wil toetreden kom ik, als voorzitter van het Beth Din (de Joodse Rechtbank) die belast is met gioer-toetredingsprocedures, in actie. Anderhalf uur heb ik met de twee kandidaten, man en vrouw, gesproken. Ze eerst uitgelegd dat ik de tegenpartij ben en dat hun rabbijn hun mag en moet helpen en steunen. Met andere woorden: ik ben de kwaaie genius en mag het vuile werk doen. Dat is dus mijn lot! Maar deze mensen kwamen oprecht over. En hoe nu verder? Hen ontmoeten is onmogelijk. Afwachten maar en hopen dat als alles genormaliseerd is, ik met ze verder kan richting Jodendom.

     

    Ondertussen werd ik vandaag ook nog gevraagd om een lezing te geven voor een groep goedwillende islamieten over het recht van de Joden op Israel. Of ik dat wil gaan doen weet ik niet want ik ben geen historicus, geen politicus maar slechts een eenvoudig rabbijntje die van politiek weinig kaas heeft gegeten! En u gelooft het of niet: net toen ik besloot mijn dagboek voor vandaag weer af te ronden, en ik had vastgelegd dat ik van het juridische getouwtrek geen kaas had gegeten, werd er gebeld en stond er een besteller voor de deur met voor ons…een grote ronde koosjere jonge kaas.

     

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • De vooruitziende blik van mijn Blouma. Dagboek van een Opperrabbijn 11 februari 2021

    Mijn regelmaat heeft door een jaar corona zijn regelmatigheid totaal verloren. Het moge dan zo zijn dat het werken per computerbeelden een dankbare toevoeging is aan het ‘bereiken van mijn schaapjes’, mijn dagritme is helemaal veranderd. Uiteindelijk denk ik niet dat dat goed is, maar het komt zoals het komt. Op kantoor ben ik al maanden niet meer geweest, maar ik begrijp dat bijna niemand meer vanuit kantoor werkzaam is. Ik heb wel duidelijk andere ondersteuning gekregen. Was het tot corona uitsluitend rabbijn Spiero vanuit het rabbinaatskantoor, nu is het mijn assistent/secretaresse (die o.a. dagelijks mijn dagboeken voor verzending controleert), de redactie van www.cip.nl (de grootste christelijke website die maandenlang mijn dagboek naar 35 duizend adressen verstuurde), Micky Cornelissen van het NIW (die de dagboeken plaatst op www.niw.nl) en Johan van der Walle, de beheerder van de website van de Joodse Gemeente Limburg (die mijn  dagboek via de diverse facebooken verspreidt). O ja, nieuw is ook mijn contact met de Joodse Omroep (Joods bij de EO) en natuurlijk niet te vergeten het Joods Cultureel Kwartier, de uitvinder en initiator van “Opperrabbijn in Coronatijd”. Maar daarnaast heb ik mijn Advisory Board (met wie ik kwesties als Ysselsteyn bespreek) en de Stichting Beheer Fonds Opperrabbijn Jacobs (die mijn onkostenvergoeding regelt en dus eigenlijk mijn baas is, hoewel de enige en echte Baas uiteraard Boven is). Maar er is nu nog een werkgever/baas bijgekomen die over een scala aan medewerkers beschikt: Het Sinai Centrum. U leest het goed: “het Sinai Centrum”. Nadat ik vanaf 1975 veertig jaar lang werkzaam mocht zijn geweest bij wat eerst heette de JGGZ – Joods Geestelijke Gezondheidszorg – en later werd omgedoopt (christelijke invloed?) in het Sinai Centrum, ben ik weer van stal gehaald en kom ik vanaf maandag weer (parttime) in dienst. Het zal echter niet voor een lange periode zijn maar betreft een tijdelijke waarneming. Nou ben ik bekend met het “tijdelijke” van bepaalde posities binnen Joods Nederland. Toen Opperrabbijn Berlinger zl. mij vroeg in 1981 om zijn assistent te worden en mij te benoemen tot rabbijn van het toenmalige Opperrabbinaat Utrecht, heb ik hem voorgesteld om mij te benoemen tot ‘waarnemend’ rabbijn. Na een jaar werd ‘waarnemend’ er stilletjes afgehaald en nauwelijks merkbaar werd het fundament gebouwd voor mijn huidige positie. Nadat Opperrabbijn Berlinger, mijn zeer gewaardeerde voorganger, overleed, precies een jaar nadat hij het “waarnemend” van mijn rabbijn had verwijderd tijdens een indrukwekkende sjoeldienst in Amersfoort in 1984, kwam “waarnemend” weer terug, maar nu werd het “waarnemend” opperrabbijn. Na een proeftijd van drieëntwintig jaar (u leest het echt goed!) werd ik in 2008 benoemd en behoorde het “waarnemend” voor mij voorgoed tot het verleden. Maar nu neem ik dus weer waar met dankbaarheid en tegenzin. Met tegenzin omdat ik hoop dat de huidige functionaris spoedig weer van de partij zal zijn. En met dankbaarheid omdat het zo mooi is om mensen, die helaas gebukt gaan onder zware problematiek, tot steun te kunnen zijn. Als opperrabbijn ben je bezig met politiek, representatie en sta je steeds vooraan. Ik verwacht dat u, beste lezer, denkt dat ik dat wel mooi vind en het zie als een soort bekroning aan het eind van een carrière. Mis! Ik heb ook niet gesolliciteerd om opperrabbijn te worden, nooit aan gedacht. Door mijn zeer gewaardeerde voorganger, fel tegenstander van het chassidisme waartoe ik mezelf reken, ben ik erin gesleept. Toen het Sinai Centrum te Amersfoort 25 jaar bestond en opperrabbijn Berlinger reeds in een rolstoel zat maar honderd procent bij geest was, heeft hij mij publiekelijk genoemd als zijn opvolger. We hebben daarna nog overlegd over de vraag van een soort deeltijdfunctie, waarbij ik wel het pastorale, Halagische en onderwijs gedeelte zou overnemen, maar voor het naar buiten treden en ook voor gioer (tot het Jodendom toetreden) een ander. Maar Berlinger was er erg duidelijk in: “Mijnheer Jacobs, het is alles of niets. En ik adviseer u alles!” U begrijpt dus, beste lezer, dat ik dankbaar ben nu toch weer, hoewel tijdelijk, naast het naar-buiten-treden, weer intensiever qua inhoud en qua tijd mensen mag gaan helpen. Wat ik desondanks betreur is corona. Door corona zal ik waarschijnlijk geen direct contact kunnen hebben, zullen gesprekken via zoom moeten gaan hetgeen een deel van de spontaniteit, van de nabijheid, verzwakt.

     

    Aan het begin van het Coroniaansche tijdperk, heb ik een nieuwe laptop aangeschaft. Een peperdure, maar bijzonder functioneel. Ik kon toen nog niet voorzien dat die computer mijn “waarnemend” kantoor zou worden en dus echt geen overbodige luxe. Voor mijn verjaardag, gisteren, had mijn Blouma een prachtige nieuwe ergonomische bureaustoel gekocht, waardoor ik beter achter mijn toetsenbord kon gaan zitten. Maar ook hier speelt weer de onvoorziene voorzienigheid. Want zat ik tot voorheen primair achter het toetsenbord en was het scherm een bijkomstig hulpmiddel, vanwege mijn waarnemende Sinai functie krijgt ook mijn peperdure laptop een nieuwe taakomschrijving. De nadruk komt te liggen op het beeldscherm en het toetsenbord moet aan importantie inleveren. Ik moet begrip uitstralen, vertrouwen, optimisme en vooral rust. En dus was die nieuwe bureaustoel, waardoor ik letterlijk anders tegen het scherm kan aankijken en dus anders wordt gezien, weer eens het bewijs dat vrouwen, en dus zeker ook mijn Blouma, beschikken over een soort zintuig dat niet altijd meteen te vatten is, maar wel van een vooruitziende blik getuigt.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Een cartotheek van grafzerken. Dagboek van een Opperrabbijn 25 januari 2021

    Om 12:00 uur precies een week geleden had ik overleg met de directeur van het Rode Kruis (Niet per Zoom maar per Teams. Voor het coronatijdperk had ik nog nooit gehoord van Zoom en al helemaal niet van Teams!) De fysieke kaarten van de Joodse Raad, waarop de namen van allen die werden afgevoerd om nimmer terug te keren, gaan een plaats krijgen in het Holocaust Museum. Het overleg was echter geen overleg maar een informatief gesprek. En dus hoefde ik niet na te denken, mocht aanhoren en raakte diep onder de indruk van de zorgvuldigheid waarmee deze cartotheek wordt omgeven. Maar ik mocht er nog niets over naar buiten brengen, want het was nog onder embargo. Vandaag echter was de presentatie van het advies van de commissie Toekomst Joodse Raad Cartotheek en nu mag ik het dus aan mijn dagboek toevertrouwen. Aan het gesprek nam ook Karen de Jager deel die al meer dan vijftien jaar als een soort ambassadeur van de Joodse Gemeenschap binnen het Rode Kruis werkzaam is. Na afloop van het gesprek van vorige week besefte ik dat deze cartotheek veel meer is dan een cartotheek. Veel meer dan kaarten met namen. Iedere kaart is eigenlijk een matsewa-grafzerk. Het enige wat er van hen is overgebleven.

    Vandaag was dus de officiële presentatie en heb ik dus de beelden gezien, meters archief, meters aantekeningen wie wanneer is afgevoerd naar Westerbork, naar Sobibor, naar Auschwitz, wie wanneer werd vergast. In mijn rabbinale gebied bevinden zich meer dan tweehonderd begraafplaatsen, dat is normaal. Maar deze cartotheek is het summum van abnormaal. Het is goed dat deze gruwelijke abnormaliteit nu een plaats krijgt waar het met liefde en respect wordt omgeven.

     

    ת' נ' צ' ב' ה'

    “Moge hun zielen gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven”

     

    Maar het gewone werk gaat door. Ook de conflicten en spanningen. Vandaag uitgebreid gesproken met iemand uit Nederland die nu in Israël woonachtig is en bezig is om wel/niet binnenkort zich te gaan verloven met een Israëlisch meisje. Hij is in een situatie gedreven en is zichzelf aan het verdedigen. Heeft me drie telefoontjes gekost en een zoomgesprek van 50 minuten. Een geweldige jongen, maar er zit in hem ook een aspect dat de ‘tegenpartij’ vertaalt als een probleem. En wat gebeurt er dus: hij schiet in de verdediging. Terwijl ik zat te wachten op verbinding met Israël voor het videogesprek krijg ik een telefoontje gewoon uit Nederland. Een vrouw die ik best goed ken maar met wie ik eigenlijk alleen maar contact heb als er problemen zijn. Ze condoleert mij welgemeend en gooit vervolgens haar probleem in de ring. Ze heeft een uitnodiging gekregen om bij de rechtbank te verschijnen vanwege belediging. Daar zal ze keihard tegenin gaan. Omdat de aanklager ook mij beledigd zou hebben wil ze van mij dat ook ik me ga verweren en dat we samen in de verdediging gaan. Goede vrienden van hem hadden hem ook geadviseerd dat hij mij mee moet slepen in de strijd tegen de onterechte aanval. Tussen neus en lippen door wordt me ook nog even gezegd dat de aanklager ‘zoals u zeker weet’ patiënt was in de Sinai Kliniek. Deze bewering zal ik natuurlijk nooit en te nimmer beamen of ontkennen, maar dit even terzijde. Wat gebeurt hier? Derden komen met een al dan niet terechte beschuldiging en de persoon die beschuldigd wordt schiet in de verdediging. Met andere woorden: derden nemen de regie over je eigen doen en laten over. En daaraan weiger ik dus principieel mee te werken. Ik beslis wat ik wil, laat me nooit (moreel) chanteren en behoud de regie over mijn eigen leven. Het is makkelijker neergeschreven dan gedaan, maar het is een belangrijke regel.

     

    Zowel de jongeman uit Israël alsook de oudere vrouw uit Nederland zitten nog steeds met hun probleem, maar voor hun eigen gevoel zitten ze nu aan de andere kant van de tafel en dat zit aanzienlijk comfortabeler.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Een gemiste kans. Dagboek van eeen Opperrabbijn 8 december 2020

    Vanochtend werd ik pas om 9:15 uur wakker. Geen idee waarom. De meest voor de hand liggende reden was dat ik gewoon moe was en dus langer sliep dan normaal. Om 10:15 uur was ik klaar met het ochtendgebed en om 14:30 uur ontbeten. Wel natuurlijk een flink aantal koppen koffie, maar voor het ontbijt wel eerst nog even kijken naar de WhatsApps en e-mails. Dat is bij mij een bijna neurotische verplichting alvorens ik mag ontbijten. Gevolg is vaak dat er zoveel te beantwoorden is, dat het ontbijt automatisch verandert in een lunch en nog net niet de avondmaaltijd wordt. Nog voordat ik dus aan de e-mail ging, het klinkt bijna als een verslaving, kreeg ik een onverwacht telefoontje van een goede vriend die al bijna negen jaar in Israel woont. Tot zijn vertrek spraken we elkaar bijna dagelijks. Hij was ook werkzaam in het Nederlands Joodse circuit en zodoende hadden we veel gemeen aan ervaringen. Het was leuk om hem even te spreken. Dat even duurde overigens meer dan een uur. En daarna dus eerst de Apps. Een noodkreet van een vader die in Israel woont, gescheiden is en die van plan is om zijn kleine kinderen, die bij zijn ex in Nederland wonen, te bezoeken. Hij doet dat twee keer per jaar. Probleem is dat hij nu geen visum krijgt vanwege corona. Of ik dat even kan regelen. Was daar dus meteen mee aan de slag gegaan, maar is nog steeds niet gelukt. Maar ik geef niet op! De vader heeft zich laten testen en heeft dus volgens hem en volgens het ziekenhuis in Rechovot, dusdanig veel antibodies dat hij niet meer ziek kan worden en ook niet anderen ziek kan maken. Het is me nog niet gelukt. Iemand die wellicht soelaas zou kunnen bieden stuurt me zojuist (om 23:52 uur) een bericht dat het nu te laat is om te bellen. Misschien kan ik morgen iets bereiken voor deze zielige, aardige en zachtmoedige vader.

    In de e-mail een adviesvraag. De persoon woont in een buurt waar het vuurwerk de hele dag door weerklinkt. Hij voelt zich daar niet meer veilig, durft niet meer de straat op en weet niet wat te doen. Ik werd dus kennelijk geacht het antwoord te geven.

     

    Dan een mevrouw die duidelijk uit een zwaar Christelijk milieu afkomstig is, maar recentelijk heeft uitgevonden dat haar overgrootmoeder Joods was via de vrouwelijke tak en zelfs op een Joodse begraafplaats ligt begraven. En dus is ze Joods en wil ze terug naar haar oorsprong. Wel lastig voor haar man en kinderen die trouwe kerkgangers zijn. Ik heb haar meteen gebeld en uitgenodigd voor een ontmoeting, waarbij ik wil dat ook haar niet-joodse man aanwezig zal zijn. Voor hem is haar verlangen om naar haar Jodendom terug te keren een schok en een bedreiging, juist omdat ze samen christelijk zijn grootgebracht en zij een kant opgaat die met de christelijk opvoeding niet te rijmen valt. Overigens is ze erg dankbaar aan haar betovergrootmoeder, want doordat die zich had afgekeerd van het Jodendom zijn haar nazaten in staat geweest de oorlog te overleven. Terwijl haar broer en zus in Sobibor werden vermoord.

     

    Een artikel uit het FD, dat ik al had gelezen, werd me toegestuurd. Roofkunst die niet is teruggegeven aan de Joodse eigenaren of hun nazaten. Lag en ligt gewoon in Nederlandse musea. Er is heel wat afgestolen door de Nederlanders. Denk even aan die kwestie Menten. Vele Nederlandse grootheden hadden schalen met boter op hun hoofd.

     

    Aan Kamp Amersfoort heb ik nog niets kunnen doen: wat was er gaande in Kamp Amersfoort in en na de oorlog? Welk geheim nam die oud-gedetineerde mee z’n graf in?

     

    Om 16:00 uur had ik mijn tweewekelijkse Zoom cursus voor de 65-plussers uit Amersfoort. Die had ik dus grondig willen voorbereiden, maar om 15:00 uur een telefoontje van iemand die het echt niet meer zag zitten. Ik moest hem dus even uit het dal halen. Gelukt! En dan nog net voor het begin van de cursus een jonge man die geschorst is omdat hij voor zijn religieuze waarden wilde opkomen, en dat was uiteraard in ons landje niet geoorloofd. De cursus had ik dus helaas niet kunnen voorbereiden, maar misschien juist daarom liep het gesmeerd. Later op de dag kwam er nog onverwacht bezoek en helemaal aan het eind een e-mail uit Brussel van de EJA – European Jewish Association met de vraag of ik bekend was met Huize Doorn. In Der Spiegel had een heel artikel gestaan over roof van Joodse kunst of zoiets, want ik had het nog niet echt begrepen. Zal er mogen voor gaan zitten, want het is een groot artikel en voordat ik reageer is het wel zaaks dat ik weet waarop ik reageer. Tijdens de 65+ cursus werd er gebeld. Ik even de cursus, die ik zelf dus geef, verlaten om open te doen. Een pakje met een dure fles wijn, zoals ik later uitvond. De bezorgster vroeg wat die (Joodse) letters op mijn deur betekenden. Ze vroeg het met belangstelling, maar ik kon haar niet antwoorden omdat ik dus midden in die cursus zat. Jammer want ze wilde het echt begrijpen en door niet te antwoorden kweekte ik geen goodwill, terwijl we dat echt nodig hebben als Joodse Gemeenschap in Nederland. Helaas dus een gemiste kans.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Een gezonde winter! Dagboek van een Opperrabbijn, 12 oktober 2020

    Tijdens de oorlog werden Duitsers die zich vrijwillig bij de SS en de SD hadden aangesloten en Nederlandse handlangers van de Nazi’s begraven in de Gemeenten waar ze waren doodgegaan of gefusilleerd. Na de oorlog wilden de Gemeenten waar die Jodenjagers en ander gespuis begraven lagen hun stoffelijke resten niet langer op die lokale kerkhoven dulden. Het Ministerie van Defensie stelde toen een stuk grond in Ysselsteyn beschikbaar waar dat tuig herbegraven moest worden. Die dodenakker in Ysselsteyn is dus een verzamelbak van SS-tuig, Nederlandse SD-ers, collaborateurs, waarvan een aantal door het verzet was gefusilleerd, en ook nog ‘gewone’ Duitse soldaten. Ook de persoon die Anne Frank en haar familie op transport liet stellen ligt daar begraven.

     

    Een herdenking op een begraafplaats waar alleen gesneuvelde ‘gewone’ soldaten begraven liggen, zelfs als dat uitsluitend Duitse soldaten zouden zijn, is in mijn optiek een totaal ander verhaal. Daar herdenken is het overwegen zeker waard. Maar hier in Ysselsteyn eer betonen aan verraders en moordenaars die er vrijwillig voor gekozen hebben om o.a. mijn familie uit te moorden en/of ze naar de gaskamers te hebben gestuurd? No way! En dus heb ik de petitie alsnog getekend, hoewel ik van nature niet zo’n ondertekenaar ben. Ik voegde mijn naam toe aan de petitie om te voorkomen dat ook maar iemand zou kunnen denken dat ik hen hun gruweldaden heb vergeven, omdat het al zolang geleden zich heeft afgespeeld, omdat het inmiddels geschiedenis is geworden, omdat de misdaden zijn verjaard…. Neen dus. Dit soort misdaden tegen de menselijkheid kan en mag niet verjaren en verworden tot oude spannende geschiedenis. Ben ik dan haatdragend? Toen jaren geleden in het Sinai Centrum (Joods psychiatrisch centrum) de vraag kwam of wij als Joodse instelling kinderen van foute ouders willen behandelen, liet ik duidelijk horen: zeker! Wij mogen kinderen niet straffen voor fouten van hun ouders en ik ben dankbaar dat ik die slachtoffers van de oorlog mocht helpen, omdat ook zij slachtoffers zijn van die afschuwelijke donkere jaren. Dat hun ouders tegenover mijn ouders stonden, maakt hen niet minder slachtoffer, niet minder second generation. Uiteraard spreken we hier wel over kinderen die lijden omdat ook in hun optiek hun ouders ‘fout’ waren. Ik herinner mij een ontmoeting in Israel van mijn echtgenote met een dochter van een Duitse SS-er. Huilend omarmden die dochter en mijn Blouma elkaar: een hartverscheurend en indrukwekkend tafereel!

     

    En terwijl ik vanuit mijn auto bovenstaande informatie over Ysselsteyn bevestigd wist te krijgen, was ik op weg naar Den Haag samen met de secretaris van het NIK. Een afspraak met de Ambassadeur van Polen de heer Marcin Czepelak. (Vraag me niet hoe deze naam uit te spreken. Ik merk dat die ambassadeurs uit die voormalige Oostbloklanden allemaal van die onuitspreekbare namen hebben.)  Het was een goed en vriendschappelijk gesprek. Het ging over de dreigende nieuwe wet die export van in Polen geslacht koosjer vlees wil gaan verbieden. De Poolse Joden zullen voor binnenlands gebruik koosjer mogen blijven slachten, maar export? Dat zou een brug te ver moeten worden. De ambassadeur begreep goed dat het hier niet alleen een praktisch en zakelijk probleem betreft. Hij voorzag heel duidelijk dat indien Polen de export gaat verbieden meerdere EU-landen zullen volgen en aan het eind van de politieke rit zal er geen koosjer vlees meer te verkrijgen zijn binnen de EU, ook niet in Nederland. Daarover bestond bij de Ambassadeur geen twijfel. Maar hij voelde ook haarscherp dat het verbod op export van koosjer vlees de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte een pijnlijke dreun zou geven, hun Jood-zijn diep zou raken. Ook Joden die nooit koosjer eten en misschien koosjer eten als onzin en niet-meer-van-deze-tijd beschouwen, worden, zo gaf de ambassadeur zelf aan, net zozeer getroffen door deze maatregel. Want het moge dan zo zijn dat zij geen koosjer vlees nuttigen, toch is het verbod op de export van koosjer vlees een aanslag op hun Joodse identiteit.

     

    En nu dan aan het eind van deze dag dit dagboek aan het digitale papier toevertrouwd en hopelijk nog puf om de Soeka, de Loofhut, vanavond nog af te breken en weg te zetten tot volgend jaar. En tot dan? Hopelijk rust en een zeer spoedige verlossing van het kwaad dat corona wordt genoemd en ook het Joodse leven in ons polderlandje behoorlijk, of beter geformuleerd ‘onbehoorlijk’, onder druk zet! Zelfs op Jom Kippoer waren er Joodse Gemeenten die geen sjoeldienst hadden. En dit jaar moeten nu veel minder loofhutten die bij de synagogen stonden worden afgebroken. Reden? Ze werden helaas vanwege corona ook niet opgebouwd! Aan het eind van al deze Joodse Feestdagen wensen wij elkaar, en ik u dus ook: een gezonde winter!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl.

  • Een leeg hoofd, Dagboek van een opperrabbijn

    Het is gebruikelijk in Joodse kringen om als er een meningsverschil is, bijvoorbeeld over een erfenis, naar de rabbijn te gaan en hem als een arbiter te laten beslissen. Het oordeel zal uiteraard gebaseerd zijn op de halaga, de Joodse wet. Een goede rabbijn zal echter altijd eerst proberen om een realistisch compromis te vinden. Met een compromis zijn namelijk beide partijen tevreden. Want als het moet komen tot een rabbinale uitspraak is de winnaar verheugd en zal mogelijkerwijs de verliezer kwaad zijn en vaak zijn hele leven teleurgesteld blijven.

     

    En dus, nu ik gevraagd ben om een ingewikkeld financieel conflict op te lossen, ben ik eerst aan het begrijpen wat er precies speelt om daarna voorzichtig af te tasten waar een mogelijk compromis aanwezig is. Om een lang verhaal kort te maken (en daarin ben ik niet zo goed!): Ik kwam in contact met een voormalig landelijk politicus die mij wellicht meer details kon geven in deze zaak. Nou is het soms van belang om meteen ter zake te komen en soms is dat juist heel onverstandig. Hier was het dus beter om eerst over koetjes en kalfjes te spreken en zo kwam het gesprek op de “Onverwachte inval van de Handhavers”, de Israëlische politiek en het opkomend antisemitisme.

     

    Tot mijn verbazing was de politicus van mening dat antisemitisme uitsluitend voorkomt bij de allochtonen, had hij een zeer kritische mening over de Israëlische politiek en zag geen link tussen antizionisme en antisemitisme. Ons gesprek duurde bijna een uur en met de betrekking tot de zaak waarover ik belde bleek hij geheel niet betrokken te zijn geweest en had ik dus beter niet kunnen bellen! Maar zo gaat het niet in het leven: alles komt van Boven, behalve Godvrezendheid. Soms zien we direct de reden van het waarom. Zoals hier. Politicus had nooit van doen gehad met de zaak waarover ik hem belde, maar moest wel even bijgepraat worden over dat kleine maar o zo krachtige en beloofde landje aan de Middellandse Zee. Maar vaak ook verdwaal je als het ware en is en blijft het waarom onzichtbaar.

     

    Ondertussen ben ik nog geen steek verder gekomen met mijn oriëntatie in de zaak die ik hopelijk zal kunnen oplossen, maar hebben we er wel een politicus bijgekregen die minder anti-Israël zal zijn en ook duidelijk aangaf verbaasd te zijn over het optreden van de Keuringsdienst van Waren, de NVWA, in de kwestie rond de flesjes wijn uit een “Israëlisch dorp in Judea en Samaria”.

     

    Ook ben ik preventief aan het onderzoeken over een choepa. Een choepa is een bruiloft die door een rabbijn wordt ingezegend. Het woord ‘ingezegend’ klinkt nogal religieus, maar dat religieuze valt in deze nogal mee. Wat is hier nou weer aan de hand, hoor ik u denken. Een Joodse man die gescheiden zegt te zijn van zijn eerste vrouw die in het buitenland woont, wil nu choepa met zijn nieuwe vriendin. Beiden wonen reeds onder een dak in Nederland, maar hun officiële woon- en verblijfplaats is Israël of de USA. Heeft er inderdaad een officiële burgerlijke en godsdienstige scheiding plaatsgevonden? Zo niet, dan kan er zomaar sprake zijn van bigamie. En wat met een burgerlijk huwelijk? Of willen ze burgerlijk ongehuwd blijven om een bestaande uitkering niet in gevaar te brengen of om de belasting te ontduiken? En dus niet meteen een spontaan hoera, maar eerst onderzoek en dan pas verder kijken.

     

    Ondertussen was ik geïrriteerd over iets anders. Ik had een paar dagen geleden een spoedafspraak geregeld bij een psycholoog. Moeder belt me in paniek op dat zoonlief van in de twintig met spoed een psycholoog of psychiater nodig heeft. Ik regel dat keurig, de moeder mag de psycholoog zelfs op z’n privé nummer bellen, tijdens zijn vakantie. En vervolgens gebeurt er niets. Ze belt niet. Waarom? Ze hadden zelf al iemand gevonden. Prima, vertel ik de moeder, maar misschien dan toch even een belletje naar mijn psycholoog die bereid was om haar zoon direct te ontvangen tijdens vakantie. De bevriende psycholoog belde mij namelijk weer dat hij niet gebeld was. Ik had een punt, gaf de moeder begripvol aan. Maar inmiddels is er weer een dag verstreken, maar het fatsoen om even te bellen was er nog niet. Jammer, maar zo werkt dat dus.

     

    Wel vervelend want het toeval, dat dus niet bestaat, wil dat die mijnheer die wilde dat ik zijn tweede huwelijk eventjes snel zou inzegenen maar dan wel zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk, ook een psychiater nodig had. En ook voor hem had ik dat netjes binnen een uur geregeld. Maar hij had wel meteen gebeld en op het antwoordapparaat van de psychiater zijn telefoonnummer ingesproken waarop hij bereikbaar was. Helaas bestond dat nummer niet en belt de behandelaar mij of ik wellicht het juiste nummer heb. Ook daar eerst paniek, Jacobs regelt meteen, opent deuren en vervolgens gebeurt er niets. Ik kan hier niet zo goed tegen, nog steeds niet na al die jaren. Blouma en ik zijn de auto ingestapt en naar Bunschoten/Spakenburg gereden. Even weg, uitwaaien, proberen mijn hoofd leeg te krijgen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Een paar losse schroefjes. Dagboek van een Opperrabbijn 7 januari 2021

    Doordat ik momenteel bijna de hele dag achter de computer zit kwam ik toevallig 587 foto’s tegen van ‘mijn feestje’ ter gelegenheid van mijn 40-jarig jubileum als rabbijn, inmiddels bijna zeven jaar geleden. Pas nu besef ik, want ik had de foto’s nog niet eerder bemerkt, hoe breed de opkomst was. Met breed bedoel ik dat er vertegenwoordigers waren vanuit de gehele Joodse gemeenschap, leden en niet-leden, vroom en vrij, vriendjes van mij en ook velen die me af en toe het leven onaangenaam maakten. Maar ook vanuit de niet-joodse gemeenschap zie ik kerkelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers en ook vele oud-medewerkers van het Sinai Centrum. Ik zie iedereen met elkaar praten, gemoedelijk, eendrachtig. Het ging eigenlijk helemaal niet meer om mij, maar om de ontmoeting. Dicht naast elkaar staan, elkaar in de ogen kijken, warmte uitstralen, handen schudden, schouderklopjes. In deze eerste week van het nieuwe jaar gaf ik meestal acte de présance op Nieuwjaarsrecepties van de Commissaris van de Koning in de diverse provincies. Zoveel mogelijk bezocht ik dit soort evenementen vanwege de persoonlijke ontmoeting, het sociale contact. Het moet haast wel zeker zijn dat ik nu kwantitatief bezien meer contacten heb dan ooit. Meer mensen bereik ik via livestream, via YouTube, via facebook en websites. Maar kwalitatief heb ik zo mijn ernstige twijfels en mijns inziens moet een rabbijn primair gaan voor kwaliteit. Zoom, Microsoft Teams, Tweets, Instagram en Facebook zijn echter uitsluitend geïnteresseerd in de grote getallen, helaas. Maar het is zoals het is, meer dan ooit voelen we dat uiteindelijk alles van Boven komt. Gisternacht ben ik veel te laat naar bed gegaan. Ik moest mijn ESTA en mijn eTA verlengen. Een soort visum om de Verenigde Staten binnen te kunnen komen, de ESTA, en om naar Canada te kunnen gaan moeten je in het bezit zijn van een geldig eTA. Niet dat ik morgen naar de andere kant van de Oceaan ga vliegen, maar mijn waarschuwingssysteem van de (computer van de) ABN-AMRO attendeerde mij erop dat die dingen bijna verlopen waren. In lang vervlogen tijd moest ik voor zoiets naar de ambassade, sprak je een medemens, kon je een vraag stellen, werd je keurig afgeblaft en moest je met een vulpen (een soort niet-digitaal toetsenbord waarin inkt werd gestopt die uit een inktpot werd opgezogen) je naam invullen en verklaren dat je nooit was gearresteerd, geen spion was en niet lijdt aan allerlei nare ziektes. Dankzij corona en dankzij de mondiale digitalisering dreigt ieder intermenselijk contact te verdwijnen: ik word er verdrietig van. Een qua leeftijd hoogbejaarde man die nog steeds jong van geest is, had gehoopt dat ondanks de recentelijk opgetreden fysieke klachten, uit het bloedonderzoek toch zou blijken dat er niets aan de hand zou zijn of op zijn minst dat het zou meevallen. Hij hoopte dat alles met een sisser zou aflopen, zo liet hij mij per email weten. Maar de uitslagen vielen helaas tegen. Hoe graag had ik hem nu thuis bezocht. Even er voor hem zijn. Waarschijnlijk niets zeggen, maar gewoon mijn aanwezigheid voor hem en zeker ook zijn aanwezigheid voor mij. Laten we bidden dat hij ondanks de niet vrolijke ziekenhuis uitslagen, hij toch weer die oude wordt. Dan ook nog een email van een ‘leerling’ van mij. Hij kwam eens per zes weken, in bijna lang vervlogen tijden, vanuit het hoge Noorden des Vaderlands naar Amsterdam. We gingen eerst een broodje Meijer eten en daarna op mijn kantoor lernen. Ik heb hem al meer dan een jaar niet gezien. Hij geeft aan boos te zijn, niet op mij, niet op de Joodse Gemeenschap in ons land, maar vanwege de Oranje versus Joden uitzending op NPO2. Ik kom daar nog weleens op terug, maar nu wilde ik met u delen de inhoud van een brief die ik zojuist ontving. Op zichzelf is het ontvangen van gewone niet digitale brieven al iets heel bijzonders, want de post brengt wel bijna dagelijks pakketjes, maar brieven blijven uit. Maar nu dus wel een envelop met daarin een echte brief op papier en een dvd. Nu kan ik die dvd gelukkig niet afspelen want met de aanschaf van mijn nieuwe hoogwaardige vrij dure laptop, beschik ik niet meer over een dvd-speler. De schrijver is een niet-joodse man uit Duitsland die z’n beklag doet over de kerk waarbij hij is aangesloten. Naar ik begrijp uit zijn schrijven is hij wel of niet homoseksueel, heeft hij geen adamsappel en voelt hij zich alleen door rabbijnen geaccepteerd en niet door de pastors van zijn eigen kerk. Vervolgens legt hij mij uit wat hem wel en wat hem niet lichamelijk aantrekt en op de dvd zou hij een en ander ook in een soort ‘seksuele voorlichting voor beginners’ visueel uitleggen. Wat moet ik hier nu weer mee? Hoe gek en gestoord hij ook moge zijn, is het wel een medemens in nood. Maar omdat hij ook cc’s per reguliere post heeft verzonden, ga ik er maar van uit dat Duitse rabbijnen hem maar moeten benaderen en nog logischer zou het zijn als de Kerkelijke Gemeenschap waartoe hij zegt te behoren hem van een goede psychiater kan voorziet, want er zitten wel een paar schroefjes los.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Een rabbijn heeft nooit vakantie - dagboek van een opperrabbijn

    CIP neemt twee weken vakantie. Jammer, want wat doe ik dan met mijn dagboeken? Doorgaan? Ook vakantie nemen? Ik vraag me af wie wie meer nodig heeft in deze onzekere tijden. Ik het dagboek of het dagboek mij. Het zal wel 50/50 zijn zoals zoveel gebeurtenissen in het leven.

     

    Enige dagen geleden was ik op bezoek in Den Haag bij een vooraanstaand politicus. Tijdens ons gesprek, dat niet ging over koetjes en kalfjes, plaatse de politicus een opmerking die mij is bijgebleven. Tijdens een vergadering enige jaren geleden waarbij wij beiden aanwezig waren, werd er gesproken over tolerantie ten opzichte van iemand waarmee je het volledig oneens bent. Moet je de ander van jouw gelijk overtuigen of laat je hem in zijn waarde met zijn, in jouw optiek, kromme denkbeelden?

     

    De politicus was toen onder de indruk van de Joodse benadering waarbij het je verplaatsen in de gedachtewereld van de ander, ook als die wereld niet de jouwe is, steeds het uitgangspunt moet zijn. Op vele zonden staat in het de Bijbel de doodstraf. Maar de uitvoering van die doodstraf was nagenoeg onmogelijk omdat het Jodendom ervan uitgaat dat het beter is om een schuldige ongestraft te laten rondlopen dan een onschuldige ten onrechte te veroordelen. Dit typeert de opstelling naar de medemens: concentreer je op hetgeen hij wel kan en laat zijn tekortkomingen, zolang je daarin toch geen verandering kunt aanbrengen, voor wat ze zijn. Sterker nog: probeer die tekortkomingen te begrijpen, verplaats je in zijn verkeerde manier van leven, om hem te kunnen helpen met de problematiek waaraan hij lijdt. Als hij jou om hulp vraagt, biedt hem dan dat wat voor hem en ook in zijn optiek het best is.

     

    Hoewel een rabbijn soms recht moet spreken, is hij primair in mijn visie, een hulpverlener die als taak heeft om te helpen en niet om te (ver)oordelen. Ik scoorde dus hoog bij de politicus. Maar klopt het eigenlijk wel dat je altijd moet meegaan met het verlangen van degene die om hulp vraagt? Wat als hij anderen beschadigt? En wat als het overduidelijk is dat hij gesteund wil worden in het beschadigen van zichzelf? Er zijn grenzen ook aan het meegaan in de gedachtewereld van de ander. Maar desondanks moet het je primaire doel zijn om hulp te bieden en niet terechtwijzen. De nuance mag nooit ontbreken.

     

    Maar bij het bieden van hulp komt automatisch de vraag naar boven in hoeverre de problematiek, de misère van de ander, door jou naar huis wordt meegenomen. Afstand nemen, is het gebruikelijke advies. Maar om een naaste te helpen en te adviseren is afstand niet altijd haalbaar. Ik, na 45 jaar werkzaamheid, kan me nog steeds niet loskoppelen van tragedies. Het telefoontje vandaag van een jonge vrouw die nog maar kort te leven heeft, grijpt mij aan. Zij zoekt het contact met mij, wil dat ik haar bezoek in het hospice…..ze had zo graag haar kinderen zien opgroeien. Ik denk terug aan mijn vriend, de psychiater, die maar een korte periode van zijn pensioen kon genieten. Hij werd zieker en zieker. Hij kwam langs, gereden door zijn zoon, om afscheid te nemen. Zoveel hadden we samen mogen helpen en nu afscheid. En toch mag ik me niet door de emotie laten bevangen, maar langs me heen laten gaan ook weer niet.

     

    En terwijl ik net bovenstaande heb geschreven, belt een van mijn rabbijnen me op. Hij heeft een vrouw ontmoet, dochter van een Joodse moeder. Moeder, overlevende van de oorlog, wist eigenlijk tot voor kort niet dat ze Joods is. Het trekt haar vanwege haar vermoorde ouders die ze nooit heeft gekend. Haar dochter is dus ook Joods en heeft dat gisteren voor het eerst gehoord. Er gebeurt van alles met deze moeder en dochter. Zij worden op eigen verzoek geconfronteerd met hun identiteit, met voorouders generaties lang. Waarschijnlijk kwamen hun voorouders uit Polen en overleefden ze de pogroms. En nu willen ze terug naar het Jodendom, ze voelen zich een schakel in een eeuwenoude ketting. Maar wat zijn de implicaties? Ze weten eigenlijk niets. Beiden uiteraard met niet Joodse mannen getrouwd, prima huwelijken. Ze willen sjabbat houden, koosjer eten……geweldig! Maar ze lopen veel te hard van stapel. Ik adviseer mijn jongere collega om vooral te bouwen en ervoor te waken dat er niet gebroken gaat worden.

     

    Identiteitsprobleem voor de moeder en de dochter, maar even zozeer voor hun niet-joodse echtgenoten. Ook zij moeten ermee om gaan, er moeten wegen worden gevonden. De jongere rabbijn moet moeder, dochter, vader en echtgenoot begeleiden op hun pas ingeslagen nieuwe levensweg. Een weg die verbindt met eeuwenlange tradities. Maar de weg zit wel vol valkuilen en er geldt een duidelijke snelheidsbeperking, want bij te snel rijden kun je uit de bocht vliegen.

     

    Ik ga met mijn Blouma volgende week een paar dagen even weg. Maar of weg echt weg zal zijn weet ik nooit. De gemeenschap is klein, maar complex en een rabbijn heeft altijd dienst. Want laten we eerlijk zijn: rabbijn behoort geen baan te zijn, maar een 24/7 roeping. Het is mij gegeven om Hem 24/7 te dienen door mezelf dienstbaar te maken voor ieder, juist ook als hij/zij in nood verkeert.

    Een fijne en zegenrijke vakantie. En vergeet niet dat er voor Boven geen vakantie bestaat.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Een rabbijn moet ook politicus zijn. Dagboek van een opperrabbijn

    Lig ik net even bij te komen van de hitte, krijg ik een telefoontje. Een mij onbekende, die ik naar het schijnt ooit een keer tegen het lijf ben gelopen toen ik op vliegveld Ben Gurion in de rij stond voor paspoortcontrole, wil van mij een verklaring dat zijn opa, vergast in Auschwitz, Joods was. Op mijn vraag waarvoor hij dat nodig heeft vertelt hij mij dat hij jaarlijks in Israël, waar hij dus kennelijk woonachtig is, $100 moet betalen voor een verblijfsvergunning en hij vindt het belachelijk dat hij dat moet betalen ‘omdat zijn opa omwille van Israël is vermoord’.

     

    Normaliter raak ik niet geïrriteerd, maar dit schoot toch echt even in het verkeerde keelgat, na mijn niet afgemaakte dutje. Zijn opa, als het waar is wat hij verkondigt, is vermoord omdat hij Joods is en met de staat Israël, die toen echt nog niet bestond, heeft dat niet van doen. Bovendien is ook mijn familie vermoord, heb ik hem nogal onvriendelijk medegedeeld.

    Wat gebeurt hier? Een mij onbekende belt me op, woont niet in mijn rabbinale ressort, is geen lid van een van mijn Nederlandse Joodse Gemeenten en wil een verklaring dat zijn opa Joods was. Vraag 1: was zijn opa Joods? 2: is de persoon die hij zijn opa noemt, inderdaad zijn opa? 3: waarvoor wil hij die verklaring hebben? 4: waarom kiest hij mij uit om die verklaring te schrijven terwijl hij aangeeft in Israël te wonen en dus om de hoek bij het plaatselijke rabbinaat ook zo’n verklaring kan vragen? Nou kan ik me voorstellen dat u, mijn dierbare dagboeklezer, zich afvraagt waarom ik niet braaf zijn verzoek honoreer. Het antwoord is: van tijd tot tijd word ik op een aanvallende en dreigende manier benaderd voor verklaringen. Het is mij echt meer dan eens gebeurd, dat de persoon in kwestie van geen kant Joods was en uitsluitend mijn papiertje wilde hebben om in aanmerking te komen voor een uitkering waarop hij absoluut geen recht heeft.

     

    Een voorbeeld (naam en adres zijn bij de redactie bekend, zoals de Telegraaf regelmatig schrijft als ze geen namen willen noemen): een man wil in aanmerking komen voor een WUV-uitkering. WUV staat voor Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers. Hij zegt Joods te zijn en zijn ‘duikouders’ hebben hem geadopteerd. Maar na maanden en maanden speurwerk, een detective is er niets bij, heb ik kunnen bewijzen dat het verhaal een totaal verzinsel is. Er klopte aantoonbaar niets van. Pure oplichting. Maar ondertussen heb ik wel de nodige vijanden dankzij hem gekregen omdat ik zo ‘ultraorthodox’ ben en dus ‘zeer intolerant’ en daarom deze stumper weiger te erkennen. De WUV-uitkering heeft hij dan ook niet gekregen, maar nog wel Fl.5000 van Maror omdat een bekende Joodse persoonlijkheid ‘uit medelijden’ een briefje heeft geschreven dat hij wel Joods zou zijn. Ach, redeneerde de bekende Joodse persoonlijkheid, als je iemand kan helpen, waarom dan niet….en Maror, jaren en jaren geleden, controleerde niet en heeft mij bewust niet bij deze kwestie betrokken, terwijl bij vele andere zaken ik wel degelijk om advies werd gevraagd, juist bij dit soort twijfels. Hoe ik weet dat ik er bewust buiten ben gehouden? Ook in Joodse kringen is geen gebrek aan lekkages.

     

    Waarom deel ik dit eigenlijk met u, vraag ik me af. Er zit geen les in, geen boodschap. Het is wel een deel van mijn dagboek, omdat het me vandaag bezighield. Maar los hiervan. Een rabbijn is eigenlijk geen geestelijke. Van huis uit is een rabbijn een jurist. De opleiding is er een in Joods Talmoedisch recht, daarin heb ik mijn examens gedaan. Maar na dat examen en het verkrijgen van de rabbijnen -titel kan de rabbijn als theoreticus verder gaan. Hij wordt leraar of directeur van een Talmoed Hogeschool, zoals een van mijn kinderen. Of hij kan puur in het research gaan, publiceren, zoals mijn oudste schoonzoon. Of proberen een aanstelling te krijgen als rabbijn in een Joodse gemeente. Dan zal hij zich zeker ook pastoraal moeten inzetten, gelijk een geestelijke van een andere denominatie. En met politiek, binnen en buiten de gemeenschap, zal hij moeten omgaan. Denk ook aan representatie, want de rabbijn is vaak het gezicht van de gemeenschap.

     

    Ik heb dus een kleurrijk baantje, vervelen doe ik me bijna nooit. En als verveling dreigt te ontstaan, is er altijd wel weer een klusje waarbij de rabbijn de rotzooi mag opknappen. Voordat ik mijn baantje als rabbijn begon werd mij door een van mijn leraren gevraagd of ik het vijfde deel van de Sjoechan Aroeg goed kende. De Sjoelchan Aroeg is het uit vier delen bestaande wetboek waarin een rabbijn examen moet afleggen om de titel rabbijn te mogen voeren. En dus reageerde ik verbaasd naar mijn leraar met de opmerking dat de Sjoelchan Aroeg uit slechts vier delen bestaat en mij een vijfde deel onbekend is. Hierop legde mijn leraar mij uit, dat er weldegelijk ook een vijfde deel bestaat, ongeschreven. Dat vijfde deel omvat een slechts een enkele regel en die luidt: “hoe ga je om als rabbijn met je medemens.”

    Een rabbijn kan een zeer grote geleerde zijn, maar als hij de functie als rabbijn gaat bekleden, als hij aan een gemeenschap wordt gekoppeld, is de meest belangrijke uitdaging: hoe ga je om met je medemens. Of die medemens wel/niet lid is van de Joodse Gemeente, of die medemens wel/niet Joods is. Of die medemens professor is of zwakbegaafd. Een rabbijn moet altijd kunnen omgaan met……uiteraard denkend vanuit de Joodse Traditie. Maar die Joodse Traditie, de Bijbel, is niet het doel. Het is het middel om de Eeuwige te dienen en de naaste lief te hebben. Dat niet bestaande vijfde deel van het Joodse Wetboek is essentieel: hoe ga ik om met mijn medemens! Die les kreeg ik mee voordat ik als rabbijn werd losgelaten in de woelige wereld van onmensen en mensen, van politieke spelletjes en van oprechte religiositeit.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Een reactie op een reactie op mijn dagboek. Dagboek van een opperrabbijn 28 december 2020

    Sjabbat aanstaande zal er een bar-mitswa zijn in de sjoel van Amersfoort. Het zal een ingetogen en bescheiden feest worden. Ouders hebben voor de ‘gasten’ die na afloop van sjabbat per zoom een bijeenkomst hebben, een pakket rondgebracht met een flesje wodka om Lechajim te kunnen zeggen, een gevlochten kaars waarmee we afscheid maken van de sjabbat en het door-de-weekse weer beginnen, een flesje druivensap en nog van alles en nog wat. Zielig? Los van al het coronagezeur is deze manier van bar mitswa vieren eigenlijk perfect en voor mijn gevoel écht bar mitswa. Ik herinner mij van jaren geleden een bar mitswa feest dat eigenlijk niets meer te maken had met zogenaamde kerkelijke meerderjarigheid. Een medewerker van het Okura Hotel in Amsterdam wist me te vertellen dat enige dagen voorafgaand aan een bar mitswa diner het personeel door de gangen achter flamingo’s moest aanhollen. Die beesten waren ingehuurd om bij het feest acte de présence te geven, maar moesten wel vooraf een soort gewenningsperiode ondergaan en dat liep dus niet zo best. Nog even los van het dierenwelzijn vind ik dan zo’n corona bar mitswa feest toch meer bar mitswa.

     

    Ik was weer druk aan het zoomen. Een sjioer-cursus voor de Jarchei Kallo. Een jaarlijks terugkerend evenement eind december georganiseerd door Rabbijn Katz uit Amsterdam die jaar in jaar uit de organisatie op zich neemt met sprekers uit binnen- en buitenland. Dit jaar dus alles per zoom. Ik heb gesproken over geestelijke verzorging. Kern van mijn verhaal was dat een geestelijk verzorger geestelijkmoet blijven en geen psycholoog moet gaan spelen. Sterker nog. Ik ben de mening toegedaan dat, hoewel het natuurlijk een vereiste is dat de geestelijk verzorger (in de psychiatrie) goed weet wat er speelt bij patiënten met een psychiatrisch defect, toch moet de geestelijk verzorger zichzelf blijven. Als volgt heb ik dat verwoord: Als jonge frisse Geestelijk Verzorger begon ik 46 jaar geleden mijn prachtige taak als Geestelijk Verzorger in de psychiatrie en in de zorg voor de verstandelijk gehandicapten. Ik voelde me onnozel, niet medisch, niet echt aanvaard. En dus leerde ik de namen van de pilletjes uit m’n hoofd en kende hun bijwerkingen. Termen als manisch depressief, schizofreen, paranoia werden een deel van mijn dagelijkse taalgebruik. Ik deed het zo goed dat mij werd aangeboden om een studie klinische psychologie te gaan volgen. En toen schrok ik wakker! Wie ben ik dan dadelijk? De psycholoog of de rabbijn? Ik was voorgoed genezen van mijn medische façade. Natuurlijk wist en kende ik ook de wereld van de psychiatrie en was ik er heel goed van doordrongen dat ik werkzaam was in een psychiatrische setting en niet in een synagoge, maar ik was heel alert om toch vooral mezelf te blijven, Geestelijk Verzorger die putte uit zijn eigen religieuze bronnen, opdat de geestelijke dimensie geestelijk blijft.Mocht u geïnteresseerd zijn om een samenvatting van mijn lezing te ontvangen? Schroom niet en stuur me dan even een e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .

    Vanochtend sjoeldienst (ochtendgebed) in Almere. Mijn schoonzoon, rabbijn van Almere, staat met een niet aflatende energie midden in de polder. Overal treft hij Joodse gezinnen voor wie Amsterdam en Amstelveen te duur zijn, die dus dan maar naar de polder trekken maar toch hun Jodendom niet willen vergeten. Ieder sjabbat is er dienst en regelmatig ook op maandagochtend. Nu is de maandagochtend nog kantje boord om het minjan, het vereiste quorum van tien man, bij mekaar te krijgen, maar wacht maar af: het gaat er komen zonder hangen en wurgen.

     

    Verder ontving ik per WhatsApp een aangrijpende reactie op een reactie op mijn dagboek van 24 december. (Kunt u het nog volgen, een reactie op een reactie op mijn dagboek?) Ik citeer: Ik ben me wezenloos geschrokken en kan er niet van slapen. Ik heb uw dagboek van 24 december nog maar eens gelezen en de reactie (op CIP) die eronder stond. Het is voor mij duidelijk dat het antisemitisme nog steeds door vele christelijke aderen klotst. Wij worden gehaat. Dat komt door onszelf, staat er. We zijn een etniciteit met vele nare eigenschappen, zoals o.a. hoogmoed. En omdat dat niet wenselijk is, is de enige manier om vrede te brengen op deze aardbol: " het afschaffen van het Joodse ras!" Ik werd er ziek van, het bleef spoken in mijn hoofd.  

    Ik heb aan bovenstaande niets meer toe te voegen.

     

    De dag werd afgesloten met een zoom-vergadering over de aangepaste verordening Brit Mila, waarmee maar weer eens duidelijk wordt:

     

    Vervolgingen komen en gaan. Maar Thora en Traditie blijven gewoon bestaan.

     

    Opperrabbijn Jacobs houdt een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Er zijn meer rabbijnen die Jacobs heten

    We zijn weer terug in Nederland na twee nachten op de boot en twee nachten bij onze dochter in Londen. Wat er nu in mijn hoofd speelt zijn de toespraken die ik moet fabriceren: aanstaande donderdag de Mauthausen herdenking voor de synagoge van Enschede, zondagmiddag zoom-toespraak van een half uur voor Joodse gemeenschap in Melbourne Australië om 12:00 uur, 20:30 uur zoom-toespraak van een uur voor NIK, Joods Nederland.

     

    En nu zit ik te tobben wel of niet naar Brandenburg te gaan waar ik gevraagd ben als spreker bij de ceremonie rondom een nieuwe Thora-rol. Dat zit dan ook gekoppeld aan een nieuw indrukwekkend gebouw voor een nieuwe synagoge. Dat nieuwe gebouw staat er nog niet en verkeert nog in het prille stadium van de architectentafel. Inmiddels heb ik wel begrepen dat er fikse discussies gaande zijn binnen de Joodse Gemeente over het buitenaangezicht van het nieuwe G’dshuis. Nou ja, denk ik bij mezelf, over de inhoud schijnt er geen discussie te zijn want de Thora hebben ze al aangeschaft en die zal met vreugde, grote belangstelling en mij als gastspreker in de oude synagoge worden binnen gedanst, waarbij ik uiteraard de corona-adviezen streng in acht zal nemen. Want zo zit ik in elkaar. Uiterlijk is natuurlijk ook van belang, maar uiteindelijk draait het om de inhoud.

     

    Mijn twijfel/zorg betreft niet zozeer de Joodse Gemeente, maar: corona! De NIK-zoom kan ik doen vanuit Brandenburg, de Melbourne-zoom, direct na landing, vanaf het vliegveld mocht ik niet op tijd in mijn hotel zijn. In de week voorafgaande aan Joods Nieuwjaar bestaat de gewoonte om bijeen te komen op de begraafplaats en de graven van dierbaren te bezoeken en op de sjofar te blazen. Mijn jaarlijkse bijeenkomst op de begraafplaats in Putte (zonder n!) die ik al meer dan 40 jaar leid op die zondag voor Rosj Hasjana, is afgelast. Arnhem, ook jaarlijks op die zondag, heb ik naar woensdag verplaatst. En dus heb ik ruimte gecreëerd voor Brandenburg. Maar wel/niet gaan? En zo ja, is het vliegtuig veilig? Misschien businessclass, maar dat kost een kapitaal.

    Ondertussen een telefoontje van iemand uit Amsterdam die niet weet waar hij een sjofar kan kopen, want hij kan niet naar sjoel en wil dus zelf op Rosj Hasjana gaan blazen. Leuke gedachte, maar enige oefening om uit die hoorn geluid te krijgen, is toch echt geen luxe!

     

    Een telefoontje van AT5 over een of andere gemeentelijke subsidie voor het Joodse Onderwijs. Ik heb netjes geantwoord dat ik hiermee niets van doen heb omdat ik al meer dan twee jaar geen schoolbestuurder meer ben. Maar los hiervan: ik moet me nu even concentreren op die toespraken, hetgeen maar niet lukt want ik ben nog te moe van de nachtelijke reis.

    Weer een telefoontje. Ze ruiken kennelijk dat ik weer thuis ben na vier dagen afwezig. Waarom ik een rekening niet betaal? Ze hebben al meerdere keren een herinnering gestuurd en nu gaan ze een laatste aanmaning sturen. Nu moet u weten dat ik altijd alles direct betaal, niet uitstel en zeker niet een rekening onbetaald laat! Dus zodra ik kenbaar maak nooit een email te hebben ontvangen, zeggen ze mij dat ik dan maar in mijn spam moet kijken. Gekeken en ook daar niets. Klopt niet, krijg ik als reactie. Wij hebben kunnen zien dat u alle e-mails/facturen en aanmaningen hebt geopend! Waar lag dan uiteindelijk de fout, want ik had echt niets ontvangen en dus zeker niets geopend, vroeg ik mezelf af.

     

    Na mijn vraag welk e-mailadres ze gebruikten, kwam de aap uit de vals beschuldigende mouw: Het e-mailadres dat ze gebruikten luidde: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Maar hoewel Jacobs mijn achternaam is en ik mezelf ook rabbi mag noemen, is dit niet mijn adres. En hoe het dan kan dat dat emailadres werd geopend, werd mij voor de voeten geworpen. Ze hadden immers het bewijs hiervoor. Waarop ik reageerde: Gelijk er veel honden zijn die Vicky heten, zo ook zijn er talloze rabbijnen op G’ds aarde die Jacobs als achternaam hebben en waarvan er ongetwijfeld één zal zijn wiens e-mailadres luidt Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Die rabbi Jacobs zal ongetwijfeld de e-mail hebben geopend en, zoals ook uw rabbijn Jacobs dat gedaan zou hebben bij een onbekende aanmaning, direct richting prullenbak.

    Wat hier in mijn achterhoofd speelt is de angst dat door alle (niet ontvangen) aanmaningen er mensen kunnen zijn die zeggen of denken: “Die Joden zijn met geld niet te vertrouwen.” En dat is nou precies dat ik wil voorkomen! Want kwaadsprekerij is vergelijkbaar met een kussen vol met veertjes. Die veertjes heb je in een mum van tijd verspreid, maar ze terugkrijgen in het kussen is een monnikenwerk. Hoe moet ik het haar uitleggen? Stel, zei ik tegen haar, u bent katholiek en u stuurt een rekening per e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. en dat uw pastoor weliswaar Jacques heet, zoals honderden en honderden andere pastoors, maar een geheel ander e-mail adres heeft……Het werd begrepen en ik heb de rekening betaald en die andere mij onbekende rabbi Jacobs verlost van de aanmaningen die een steeds bozere en dreigendere vorm aannamen. Ik vermoed dat hij de boosheid niet heeft begrepen, want ik krijg ook af en toe aanmaningen in het Chinees.

     

    Overigens heb ik inmiddels mijn ticket naar Berlijn geboekt. Morgen krijg ik te horen wat wel en wat niet te zeggen in mijn toespraak, want er schijnt ook daar politiek te spelen niet alleen binnen de Joodse Gemeenschap, maar vooral met de lokale Overheid. Wat precies is me nog niet helemaal duidelijk, hoewel de Landesrabbiner het mij wel in een bijna twee uur durend gesprek heeft uitgelegd. Het gaat over poppetjes, groepen, politieke kleuren, scheiding van kerk en staat en, zoals altijd, precedentwerking.

     

    De Landesrabbiner was heel blij met ons gesprek. Ik had hem kennelijk goed geadviseerd en werd dáárom uitgenodigd. Maar voor mijn gevoel ontbreken er nog een paar schakeltjes. Ik zondag dus naar Berlijn-Tegel. “En als u er dan toch al bent, kunt u s.v.p. nog een dagdeel blijven om een en ander te bespreken!” Laat ik nou gedacht hebben: Hoera, een snoepreisje. Maar kennelijk wordt mij dat niet echt gegund!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ethiek is eng

    Zoals wellicht bekend hebben alle letters in het Hebreeuws een getallenwaarde. De eerste letter, de Alef, is 1 in getallenwaarde. De tweede letter, de Beth, is 2. Mijn oog viel op de uitspraak van de Ba’al Shem Tov, de stichter van het Chassidisme, die benadrukte dat het Hebreeuwse woord voor ‘licht’ dezelfde getallenwaarde heeft als het Hebreeuwse woord voor ‘geheim’. Als een leraar het ‘geheim’ van de leerstof kent, kan hij bij zijn leerling ‘licht’ brengen. Anders geformuleerd: een leraar moet de materie door en door kennen om de les op de juiste wijze te kunnen overbrengen. Zo niet dan brengt hij geen licht, misschien nog net geen duisternis, maar zeker wel schemering.

    Helaas moet ik constateren dat er vaak meningen of visies worden verkondigd zonder het ‘geheim’ van de onderliggende materie goed te kennen en dus is de boodschap erg ‘schemerig’. Met andere woorden: zolang je geen zicht hebt op de echte betekenis, is wat je ziet duister. En dat is nu precies wat we dagelijks steeds vaker zien. Aan de hand van uiterlijk vertoon, misleidende demagogie, worden conclusies getrokken, hele volksstammen opgejut. Als volksleiders op de juiste manier de waarheid verkondigen is dat prima, maar helaas…….Hetzelfde geldt voor journalisten, de media. Media kunnen misleiden, weten vaak niet het ‘geheim’ van de situatie en doen daardoor aan berichtgeving die geen ‘licht’ brengt.

    Maar gelukkig heb ik het gevoel dat een deel van de media in ons land zich wel verdiept in de materie, aan grondig onderzoek doet, doordringt tot de kern en daardoor problemen blootlegt die onzichtbaar waren (gemaakt). Ik denk dan aan de onderzoekjournalistiek die zich nagenoeg niet laat afleiden door uiterlijk vertoon en misleidende demagogie. Deze tak van de journalistiek belicht de diepere achtergrond, die vaak heel anders is dan de zichtbare schijnvertoning. In vele andere landen echter blijft de oppervlakkigheid de waarheid verduisteren of is er sprake van censuur. Het gevolg: er ontstaat in onze brede mondiale samenleving een steeds groter wordende kloof tussen de leugen en de waarheid, tussen misleiding en verdieping, tussen duisternis en licht.

    Gisteren werd ik gebeld door een bevriende niet-Joodse huisarts (even notitie: ik heb ook niet-Joodse vrienden, mocht u daaraan twijfelen!) met een ethische vraag. Een van zijn patiënten ziet het leven niet meer zitten en wil er een eind aan maken: het zogenaamde voltooide leven, zoals de nieuwe naam voor zelfmoord luidt! De niet-Joodse huisarts zit ermee ‘in zijn medische maag’ of beter geformuleerd: ‘in zijn ethische maag’. Want met geneeskunde heeft dit niet van doen. Dit is een ethisch probleem dat door de Overheid geplaatst is in de spreekkamer van de medische huisarts. Dat is eng, want het politieke besluit wordt beïnvloed door propaganda, door wat de meute ervan vindt, door de potentiële kiezers. Ook natuurlijk door de media en daar speelt dat de krant moet verkocht worden, de TV naar kijkcijfers hunkert en de website naar likes en clicks snakt. Resultaat? Niets is variabeler dan ethiek. Wat vijftig jaar geleden als een doodzonde gold, is nu geaccepteerd. En wat nu onacceptabel is, was toen probleemloos. Dat visies opnieuw worden bekeken en getoetst is meer dan prima. Dat situaties veranderen is logisch. Dat land A niet land B is, moge duidelijk zijn, maar toch zijn er grenzen.

    We lazen sjabbat jl. in de synagoge (Deuteronomium 16;20) “Rechtvaardigheid, rechtvaardigheid zult gij najagen”. Waarom staat hier twee keer “rechtvaardigheid”? Een keer “rechtvaardigheid” ware toch voldoende geweest? Maar hier ligt een belangrijke les en levenswijsheid. Als een rechter om een oordeel wordt gevraagd en hij neemt, zonder aanziens des persoons, het wetboek, de Thora en/of de Talmoed, voor zich, hij verdiept zich in de materie, vindt het antwoord, kijkt op naar de vragensteller die voor hem staat en komt tot een rechterlijke uitspraak: Dat is “rechtvaardigheid”. Maar in de Thora staat twee keer na elkaar het woord “rechtvaardigheid” om ons te vertellen dat het alleen in de wet kijken en uitspraak doen niet voldoende is. Wie is de persoon die beoordeeld moet worden.

    Is hij rijk of arm, intelligent of zwakbegaafd, hoogbejaard of jong, uit welk milieu stamt hij? Oordelen over de medemens, mag nooit zwart-wit zijn, maar steeds genuanceerd. Vandaar “rechtvaardigheid, rechtvaardigheid”, twee keer.

    Ethiek is eng, kan ontsporen als wij mensen zelf de grenzen bepalen. Ethische beslissingen zijn vaak het resultaat van de demagogie van wereldleiders die primair zichzelf verafgoden. De politiek betaalt en bepaalt. Het Joodse standpunt is dat wij mensen te klein zijn om zelf waarden en normen te bepalen. De grote lijnen zijn in het Jodendom duidelijk weergegeven, liggen vast. Maar de toepassing is altijd maatwerk. Een mens mag vanuit de Joodse optiek bezien niet doden, niet anderen en ook niet zichzelf. Wanneer het leven voltooid is wordt Boven bepaald, dat mag geen mensenwerk zijn. Maar hoe ermee om te gaan als de politiek haar mening aan de gemeenschap oplegt en de arts gedwongen wordt om braaf te volgen, is een ander verhaal dan sec de vraag of voltooid leven acceptabel is volgens de halaga-de Joodse wet.

    Wat mijn antwoord was aan de bevriende niet-joodse huisarts? Dat vertel ik u dus niet, want mijn antwoord aan hem is niet per se mijn antwoord aan u.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Extra duisternis en dus: extra licht. Dagboek van een Opperrabbijn 15 december 2020

    Er liep weer van alles door mekaar. Laten we beginnen met het leukste. Omdat de coördinator antisemitisme bestrijding nu toch echt in aantocht lijkt te zijn, kreeg ik een mazzeltov-email van de ambassadeur van Oekraïne in Nederland., mijn vriend Vsevolod Chentsov. Kennelijk dacht hij dat óf ik het had geregeld óf vermoedde hij dat ik benoemd was als de coördinator! Andere positieve gebeurtenissen: meegewerkt aan twee tv-programma’s die reeds nu, gedurende Chanoeka, zijn opgenomen, maar pas omstreeks Oud en Nieuw worden uitgezonden. Het ene programma is een terugblik op o.a. de positie van Israël in 2020, met name vanwege de Abraham akkoorden. Het tweede programma is meer een Nieuwjaars-show van twee uur waar ik een stichtelijk woord moest inbrengen van acht minuten. (Vanwege de acht kaarsjes van de Menora of gewoon toeval?) Ook heb ik vandaag een opname laten maken van een half uur, waarin ik een sjioer, college, moest geven over de laatste Sidra, Schriftlezing, van Bereesjiet-Genesis. Het is bestemd voor een breed Europees publiek en moest in het Nederlands worden gegeven!? En ik moest de opname/link naar een collega in Midden-Amerika sturen. Geen idee waarom voor een niet Nederlands sprekend publiek een cursus in het Nederlands. Maar ik heb het braaf gedaan en soms is het verstandig om gewoon niets te vragen. Zondag waren mijn echtgenote en ik in Eindhoven. Voor het Stadhuis werd de Menora aangestoken, alles werd opgenomen en kon door de leden van de Joodse Gemeente gevolgd worden via zoom. Mooi om te zien hoe rabbijn Steinberg en zijn echtgenote bijna uit het niets hebben opgebouwd en het Joodse leven weer langzaam aan het terugkomen is.  En geweldig dat de burgemeester aanwezig was en ook een toespraak hield. Mijn oprechte dankbaarheid betreft ook de burgemeester van Kampen die zaterdagavond in de voormalige synagoge van Kampen had gesproken. En heden in Nijmegen sprak burgemeester Bruls in de synagoge bij het zesde kaarsje. In principe had er een grote menora aangestoken moeten worden midden in de stad, maar, hoewel toegestaan, verwachtte de burgemeester dat daaruit gezeur zou kunnen voortkomen en dus, op zijn nadrukkelijke verzoek: Wel aansteken, maar in de synagoge! Het licht moet doorgaan, zo was de boodschap van burgemeester Bruls. Het is nu 23:50 uur.

     

    PAUZE

    Omdat ik te moe was, was ik gisteravond gestopt. Het is inmiddels 7 uur in de ochtend. Het is nog te vroeg om het ochtendgebed uit te spreken. Terug dus naar eergisteren, want ik lig achter. Ik ontving een e-mail van een bekende. Een man van mijn generatie, dus van direct na de oorlog. Zijn ouders hadden de oorlog overleefd, maar wel ernstig beschadigd. In die ernstig beschadigde entourage werd hij grootgebracht. De vraag die hij mij stelde was: waar was G’d in Auschwitz? Waarom zoveel misère op deze wereld. Natuurlijk kan ik hem uitleggen dat G’ds wegen niet te doorgronden zijn en de vergelijking brengen met de pijnlijke operatie waarmee dit zijn op aarde wordt vergeleken. Er is iets vóór en er is iets ná. De operatie kan zeer pijnlijk zijn, maar heeft een doel. Probleem is dat wij mensen kunnen zien bij een fysieke operatie hoe de toestand vóór was, we volgen de operatie en zien vervolgens het resultaat na de operatie. De patiënt was ziek, ondergaat de operatie en vervolgens is hij beter. Maar bij de operatie die ‘het leven hier op aarde’ heet, kunnen we niet ervoor en niet erna kijken. Het heeft geen zin om hem dit te schrijven. Ik moet hem bellen, spreken, luisteren, aanhoren, proberen licht te brengen in zijn leven. Het was eergisteren, maandagavond dus, het vijfde lichtje van de Menora. Het vijfde kaarsje valt nooit op een vrijdagavond, nooit dus op de sjabbat. Als de menora op een vrijdagavond brandt, is er dubbel licht. Het licht van de menora en het licht van de sjabbat-kaarsen die we iedere vrijdagavond, ingaande sjabbat, aansteken. Het vijfde lichtje heeft dus een extra zware taak, namelijk nog meer duisternis verdrijven dan de andere zeven lichtjes. Want op de andere dagen is er eens in de zoveel tijd toch ook nog, behalve de duisternis, het licht van de sjabbat. En dus bestaat de gewoonte om juist op de avond dat we het vijfde lichtje aansteken extra vrolijk te zijn. We geven de kinderen “Chanoeka-geld”. Want als er duisternis heerst moeten we daartegenover iets positiefs stellen, een extra inzet, extra licht. En dus zal ik schrijver van de e-mail, die gebukt gaat onder de duisternis, moeten gaan bezoeken of op z’n minst bellen. Aanhoren, heel goed luisteren en op z’n minst de duisternis met hem delen. Dat is namelijk de boodschap van Chanoeka: waar mogelijk licht brengen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Foute rechters, Dagboek van een Opperrabbijn, 6 december 2020,

    Probleem: voor het eerst sinds mijn corona dagboek nr. 1 heb ik het dagboek van donderdag jongstleden niet geschreven. Heeft niets met Corona te maken gehad, maar met Chanoeka moet ik op zoveel plaatsen spreken, dat ik dat even liet voorgaan. Maar, hoor ik u denken, dat doe je toch ieder jaar? Klopt, alleen dit jaar wordt er in de week vóór Chanoeka reeds van alles opgenomen op YouTube, Webex, Livestream, Microsoft-teams en allemaal nieuwe woorden/systemen waarvan ik tot voor Corona nog nooit had gehoord, laat staan gedroomd, omdat ik van het bestaan geheel niet op de hoogte was. Een toespraakje is voor mij nooit zo’n probleem, maar als ik bijvoorbeeld morgen drie verschillenden toespraken moet inspreken, voor verschillende groepen maar wel over hetzelfde onderwerp, namelijk Chanoeka, dan moet ik voorbereiden en aantekeningen op schrift zetten om te voorkomen dat ik alles door mekaar ga halen. Vandaar dus mijn eerste spijbelen, waarvoor excuus. Mocht u nu denken dat ik dus voor morgen alles al klaar heb op dit tijdstip van de dag (het is inmiddels 22:00 uur) dan vergist u zich. Zonder dat u dat hebt gemerkt was ik een paar dagen afwezig en ben vannacht weer thuisgekomen. Waar ik was? Privé! En dat mag, want op mijn dagboek waarin ik melding maakte dat ik mijn hoed had thuisgelaten en naar het strand was gegaan met pet en dus zonder hoed werd betrapt, kreeg ik veel bijval met de opmerking dat ik, ondanks mijn rabbijn-schap, toch recht heb op privacy. Dus ik was een paar dagen privé afwezig. Nou ja afwezig: de e-mails en telefoontjes gingen gewoon door. Maar vandaag werd ik opgeslorpt door een bericht in het FD waarin een Duitse rechter openbaar maakte dat 50% van de rechters na de oorlog een nazi verleden hadden. Onder hen ook een rechter die in Den Haag belast was met het ontvreemden van het geld van o.a. mijn familie. Hun foto’s hangen voor eerbetoon aan de muur van een officieel Duits Regeringsgebouw! Daarna las ik dat Biden Trump had vergeleken met Göbbels, de public relation man van het Duitse Rijk, en vervolgens viel mijn aandacht op een aantal artikelen over Forum voor Democratie waar het antisemitisme welig schijnt te tieren. Om de dag nog ‘gezelliger’ te maken werd mij een YouTube gestuurd waarin een Joodse man zijn zware en emotionele afkeer kenbaar maakte over een tentoonstelling in het Holocaust Museum in New York. https://www.youtube.com/watch?v=luawko-fboA&feature=youtu.be De tentoonstelling had niets met de Holocaust te maken, maar was een soort eerbetoon aan de door de politie gedode/vermoorde George Floyd. De Joodse man met keppeltje had geen goed woord voor de moord op deze Floyd, maar de vergelijking met de Holocaust vond hij onacceptabel en onaanvaardbaar. Meer dan zes miljoen mensen weren vermoord. Het plan was om een heel volk uit te roeien middels een buitengewoon goed georganiseerd misdadig en industrieel systeem. Nadat de hele wereld zweeg hebben de Joden recht op een gedenkplaats dat uitsluitend voor hen is, althans dat was de mening van de Joodse man die geëmotioneerd pleitte om de Holocaust niet te gaan veralgemeniseren door een man als George Floyd als het ware te gaan maken tot een deel van die Holocaust. Pijn moet niet met pijn worden vergeleken. Ieder verdriet mag zijn eigen plaats hebben. Die plaats wegkapen, want zo wordt dat beleefd, maakt de pijn buitengewoon en nodeloos pijnlijk. Gun de overgebleven Joden een plaats voor hun eigen verdriet, kaap die plaats niet weg! Ondertussen werd ik gebeld door een man en vrouw die een gigantisch huwelijksprobleem hebben. Goed luisteren en proberen advies te geven.

     

    Inmiddels was ik een beetje wakker geschud door die nazi’s die nu plotseling netjes als hoogst betrouwbare rechters prijkten aan de muur van een of ander Regeringsgebouw. En daardoor kwam bij mij iets heel anders, maar toch soortgelijk naar boven: Voormalig Kamp Amersfoort! Cees Biezeveld, toenmalige directeur van de Politieschool die op het terrein van het voormalige kamp wilde een herinneringscentrum maken om te voorkomen dat de herinnering aan Kamp Amersfoort zou vervagen. Zijn plan werd niet door iedereen met gejuich ontvangen. Het herinneringscentrum mocht er niet echt komen. Ik herinner me dat ik toen een afspraak heb gemaakt met de toenmalige Commissaris van de Koningin, Jkh. Beelaerts van Blokland. Het herinneringscentrum kwam er uiteindelijk. Een dag na de onthulling, waarbij ik had gesproken, zat ik in de gevangenis van Groningen vanwege een herdenking van de Expoge, ex-politieke gevangenen. Naast mij een oude man met een waslijn aan medailles. Hij had mij horen spreken bij de inwijding van het herinneringscentrum Kamp Amersfoort. Hij was daar aanwezig als voormalig gevangene. Ik, nieuwsgierig als ik ben, vroeg hem wat er precies speelde rondom   de onwil om een herdenkingsruimte te maken. Zijn antwoord luidde: Ach er zijn van  die afschuwelijke kwesties die je liever meeneemt in je graf……….Daar kon ik het mee doen. Maar nu, geprikkeld door de nazirechters, wil ik toch proberen uit te vinden wat er heeft gespeeld in Kamp Amersfoort

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Gedoopt ‘met de beste bedoelingen’. Dagboek van een Opperrabbijn 26 november 2020

    Omdat ik bijna niet op het rabbinaatskantoor kom verstuur ik mijn papieren post, voor zover die nog bestaat, met een papieren enveloppe waarop ik een postzegel moet plakken. Omdat ik door mijn vorige tien postzegels heen was ging ik naar het postkantoor. Het postkantoor bestaat trouwens al heel lang niet meer in onze regio. Het is gewoon een kantoorboekwinkel die ook postzegels verkoopt en waar een doos staat waarin brieven gedeponeerd kunnen worden. Ik geef dus netjes aan dat ik een vel postzegels van €1 wil kopen. De mevrouw achter de balie en dus achter een plastic scherm, toont mij de postzegels en vraagt mij of de afbeeldingen op de postzegels aan mijn wens voldoen of dat ik misschien een ander soort postzegel wil hebben. Vervolgens, nadat ik ingestemd heb met de postzegels zoals ze mij die toonde en ik betaald had, wilde ik een van de postzegels op de enveloppe plakken die ik bij me had en die verstuurd moest worden. Ik had er nog even aan gedacht om de enveloppe op de weegschaal te leggen om te kijken of een postzegel van €1 voldoende was, maar op de weegschaal was een papier geplakt met daarop geschreven: storing. De dame achter de balie begreep kennelijk mijn twijfel en vroeg mij om haar mijn brief te geven opdat ze die kon wegen. En vervolgens legt ze de brief op de weegschaal waarop ‘storing’ stond en liet me weten dat €1 voldoende was. Ik vroeg me toen even af: wie is er gestoord: de weegschaal, de mevrouw achter de balie of ik? Maar na al deze extra service bij de aankoop van 12 postzegels, kwam de aap uit de mouw van de mevrouw achter de balie. ‘Mag ik u wat vragen? Wat vindt u van de hele toestand in de wereld rondom corona? Bent u ook van mening dat we allen in een trechter worden geplaatst?’ Ze heeft dus kennelijk het gevoel dat we door de Overheid of door de corona in een situatie belanden die onomkeerbaar aan het worden is. Ze was duidelijk erg bezorgd. Ik heb haar aangegeven dat uiteindelijk alles van Boven komt en dat we moeten aanvaarden zonder doemdenken en zonder onszelf in een trechter te duwen. Het wegen op de gestoorde weegschaal en de vraag aan mij of de afbeeldingen op de postzegels mij bevielen waren introducties die ze kennelijk nodig had om haar vraag te durven stellen. Ik verliet de winkel en hoop ik dat ik haar heb mogen helpen. Een onbelangrijk voorval, maar wie zegt mij dat deze ontmoeting minder waardevol was dan mijn quotes in het Financieel Dagblad in de krant van heden naar aanleiding van het gedoe rondom het Forum voor Democratie. Wat op onze weg komt moeten we oppakken, daar ligt op dat moment onze opdracht die van Hogerhand wordt aangereikt. Zo ook het gesprek rondom die postegels en zeker ook de ontmoeting die ik had met een overlevende van de oorlog. Als baby hadden zijn ouders hem weggegeven aan een katholieke vriendin. Zijn ouders werden vergast, de baby overleefde. Hij heeft nog wel herinneringen aan zijn onderduiktijd. Zo is hem bijgebleven dat zijn pleegouders hem ‘met de beste bedoelingen’ hebben laten dopen. Een Joods jongetje ‘met de beste bedoelingen’ laten dopen, gonsde het in mijn gedachte. Maar de uitleg volgde meteen. Het kleine Joodse mannetje had zowel hersenvliesontsteking alsook kinderverlamming gekregen, tegelijkertijd. Hij zou het niet overleven. Maar waar zou hij begraven moeten worden? De Joodse begraafplaats was natuurlijk niet aan de orde. Maar de Katholieke begraafplaats kon ook niet want hij was niet gedoopt. En dus hebben ze hem laten dopen opdat hij op z’n minst een graf zou kunnen krijgen. Laconiek reageert hij: ik kan nu dus alle kanten op! Het klinkt leuk, maar toont een tragedie. Hij is al decennialang bestuurder van een van de kleine Joodse gemeenten in ons land, omdat hij zich verbonden voelt met zijn ouders die hij nooit heeft gezien, maar die vermoord werden omdat ze Joden waren. Voor mij is deze man een held! En terwijl ik in het nu leef en vooruitdenk aan hoe we Chanoeka toch nog een beetje Chanoeka kunnen maken en dit jaar juist meer licht in duisternis, ben ik vandaag gebeld door Family7, door Christenen voor Israel en door EO-podcast van Margje Fikse NPO1 met het verzoek om mee te werken aan een oudejaars programma waarin ik met nog een aantal genodigden ga terugblikken op het afgelopen jaar, dat voor mij vandaag, met Chanoeka voor de boeg, nog lang niet voorbij is.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Goedbedoelde verkeerde woorden. Dagboek van een Opperrabbijn 18 januari 2021

     

    We zijn weer terug naar normaal, althans bijna normaal, want e-mails en telefoontjes blijven nog steeds binnenkomen met woorden van medeleven. Die woorden van medeleven zijn ontzettend belangrijk en hebben invloed. Wat ik merk is dat sommige woorden van troost door de treurende volkomen verkeerd kunnen worden opgevat. Ikzelf heb hiervan totaal geen last gehad omdat ik weet dat de woorden goedbedoeld waren, maar het waren soms echt wel precies de verkeerde. Een klein voorbeeld: iemand ging me uitgebreid uitleggen dat ik het verlies van mijn zoon nooit meer te boven zal komen en mijn hele verdere leven zal ik eronder lijden. Het bewijs: hij kende een naast familielid die hetzelfde had meegemaakt en tot op zijn sterfbed door het verlies van een dochter van twintig depressief is gebleven, werkeloos is geworden en een wegkwijnend bestaan heeft geleden. Ik denk niet dat deze woorden echt troostend waren, ietwat knullig, maar zeker wel goedbedoeld. De meeste woorden waren echter begripvol, meelevend, bemoedigend. Wat ik persoonlijk erg ‘fijn’ heb gevonden dat er toch best een flink aantal mensen waren die dusdanig meeleefden dat hun eigen soortgelijke verdriet boven kwam en ik het gevoel kreeg dat ik hun meer tot steun was dan zij mij. Maar juist deze ontmoetingen waren voor mij heel erg waardevol en speciaal als mij dan werd gezegd, en dat gebeurde menigmaal: ik kwam hier om u te steunen, maar u heeft mij juist gesteund.

    Veelvuldig kreeg ik de (ook weer goed bedoelde) opmerking dat men begreep dat ik voor anderen onder soortgelijke omstandigheden de juiste woorden wist te vinden, maar nu het mezelf betreft dat zeker anders ligt. “De woorden waarmee u anderen troost, kunt u natuurlijk niet tegen uzelf zeggen.” Ik begrijp die bemerking erg goed, maar het klopt helemaal niet. Als ik aan een ander uitleg hoe om te gaan met verlies en verdriet, hoe een gemis van een dierbare te plaatsen, dan sta ik volledig achter die woorden. Het zijn niet slechts woorden die uit een boekje zijn gehaald dat de titel had kunnen dragen: “Hoe troost ik de medemens (voor beginners)”. Ik zit zo helemaal niet in mekaar. Het nadeel hiervan is dat ik het verdriet van anderen die ik mag adviseren en/of steunen wel degelijk ‘mee naar huis neem’. En na een dramatische begrafenis of een onthulling van een monument ter nagedachtenis aan hen die werden vermoord, neig ik altijd een beetje richting ongezonde depressiviteit. Maar omdat ik duizend procent achter mijn woorden stond/sta die ik tot anderen richt in dit soort situaties, kan ik precies dezelfde woorden ook tegen mezelf zeggen en heb dat ook gedaan.

    Ik stop nu, althans dat is mijn voornemen, met het terugblikken in mijn dagboek naar het verdriet dat ons is overkomen. Het leven gaat door en mijn dagboek over ‘Opperrabbijn in coronatijd’ moet gaan over mijn werkzaamheden in coronatijd. Nog een kort afrondende corona opmerking: de begrafenis in Londen hebben we bijgewoond per zoom. Zaterdagnacht hadden wij met nachtboot van de Stena Line naar Engeland willen gaan, maar Stena nam geen passagiers mee vanwege corona omdat 40 bemanningsleden positief waren getest.  En overdag per vliegtuig lukte niet vanwege coronatest die we niet op tijd konden krijgen. Uitstellen van de begrafenis is vanuit Joods halagisch perspectief niet juist. En los hiervan hebben mijn in Londen wonende kinderen sterk aangedrongen om niet te komen vanwege corona. Desalniettemin hebben wij natuurlijk sterk overwogen, wel gaan, niet gaan. En dus is het telefoontje, uiteraard goed bedoeld, dat we vanochtend kregen uit Londen met de mededeling dat we toch eigenlijk wel hadden moeten gaan ‘want dat was het laatste wat we nog voor hem konden doen’ minder geslaagd.

    Ondertussen is onze kleinzoon uit Engeland, die bij ons kwam voor vier uurtjes op doorreis naar zijn Jesjiwa in Tel Aviv, alweer een maand bij ons. Wel gezellig. We hebben een fiets voor hem geregeld en hopen dat hij snapt dat we hier rechts rijden. Zijn pasgetrouwde broer met onze aangetrouwde kleindochter (hoe heet zoiets eigenlijk?) hebben aangekondigd om hier van donderdagavond tot zondag te komen (beiden voorzien van een negatieve test!) op doorreis naar Potsdam waar haar ouders wonen. Als de vier uur van zijn jongere broer veranderden in vier weken, dan leert mij een eenvoudige vermenigvuldiging dat de twee dagen al snel enige maanden zouden kunnen betekenen. Uiteraard zijn ze meer dan welkom, maar ik herinner mij een uitspraak van onze tante uit Israel. “Als de kinderen komen is dat een genoegen, maar als ze daarna vertrekken een opluchting”. Het zal de leeftijd wel zijn, hoewel mijn kleinzoon (die van de vier uur op doorreis), zich niet kan voorstellen dat zijn opa de zeventig al gepasseerd is vanwege het tempo van de dagelijkse snel-wandeling. Voor www.cip.nl heb ik vandaag zes artikeltjes geschreven en ik heb een aantal e-mails beantwoord die vanwege de treurweek onbeantwoord waren gebleven. Ook een vervolggesprek gehad voor een Tv-documentaire voor een opname voor een programma over, raadt u maar: Jodendom! Ze komen opnemen eind volgende week. Of mijn voorkeur uitging naar de ochtend of de middag. Ik koos voor de ochtend en vervolgens is er aangekondigd dat ze om 10:00 uur komen en tegen vieren weer huiswaarts keren. Als ik middag gezegd zou hebben waren ze waarschijnlijk blijven overnachten! De snel-wandeling duurde vandaag negentig minuten in plaats van een half uur. Conditie op peil houden is beter, denk ik, dan al die vitamine pillen. Zeker is het in ieder geval dat mijn snelwandelen aanzienlijk goedkoper uitpakt!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Het bloedsprookje en McDonalds - dagboek van een Opperrabbijn

    Mijn dagboek dreigt te ontsporen van een Dagboek naar Memoires, dus van nu naar toen. En inderdaad zou het vastleggen van gebeurtenissen uit het verleden en speciaal ook ontwikkelingen, leerzaam kunnen zijn. Maar mijn opdrachtgever, het Joods Cultureel Kwartier, wil een Dagboek opdat na de coronatijd de huidige actualiteit de geschiedenis kan weergeven. Dus feitelijk schrijf ik nu dus toch de Memoires. Alleen niet de memoires van nu, maar de memoires van de toekomst.

     

    Vandaag reizen we weer terug, want, ik heb het bewust verzwegen, we varen dadelijk terug vanuit Harwich naar Hoek van Holland. Het weekend waren we in Londen voor de verloving van onze oudste Londense kleinzoon. Voor de heenreis moest ik in verband met corona stapels papieren invullen met alle adressen waar ik me zou bevinden, telefoonnummers en wie bereikbaar zal zijn in geval van nood. Niemand heeft bij binnenkomst in Engeland erom gevraagd, maar het invullen was wel een aardige vorm van vrijetijdsbesteding. Van GB naar Nederland hoef ik niets in te vullen. En in Londen wordt, in mijn beleving, het mondkapje als het anticorona-middel beschouwd en wordt er veel meer in geloofd dan bij ons.

     

    Behalve de verloving en de daaraan gekoppelde receptie, kennismaking met de aanstaande kleindochter en haar ouders en de nodige dagelijkse wandelingen, heb ik zitten peinzen over de toekomst van Joods Nederland. Is er toekomst? Een jonge rabbijn uit Edgware, Londen, stelde mij die vraag en zette mij aan het denken, speciaal vanwege een paar e-mails die ik vandaag ontving.

    Even ter verduidelijking van mijn persoon: vakantie en “er-even-tussenuit”, bestaat voor mij niet. Ik wil het wel, maar voel mij verplicht om steeds bereikbaar te zijn. En dus controleer ik voortdurend mijn e-mails. En zie: een hoopgevend schrijven van de Resonans groep uit Limburg, een regelmatig treffen van RK vertegenwoordigers met de Joodse gemeenschap. “Inmiddels heeft er een gesprek plaatsgevonden met de econoom van het bisdom Roermond. Hij bracht namens de bisschop heel goed nieuws mee. De bisschop vindt ons werk en onze activiteiten van grote waarde. We kunnen dus doorgaan, zoals we gewend zijn. Dat betekent: - we kunnen de sprekers vergoeden; - we kunnen gebruik maken van de ruimtes van het bisdom- - we mogen gebruik maken van secretariële ondersteuning.” Zo’n treffen tussen Joden en Katholieken is natuurlijk van groot belang. Elkaar leren kennen, wederzijds begrip, respect etc.

     

    Maar beperkt het Joodse leven zich in Nederland tot het verstevigen van de banden met de christelijke samenleving? Tot het voorlichting geven over de Shoah? Tot het vertellen over Jodendom op scholen? Tot het kweken van begrip en het bestrijden van antisemitisme? Weer een uitnodiging in mijn mailbox om te spreken voor een programma dat wordt uitgezonden op RTL 5, bij Family7 en zelfs in Suriname. Een bevestiging van een interview met Frans Bromet voor een documentaire over antisemitisme. Allemaal prima en positief.

     

    Maar mijn primaire taak hoort zich binnen de Joodse gemeenschap af te spelen: Joodse lessen, cursussen, lezingen in synagogen, geestelijk en pastorale zorg aan Joden die daaraan behoefte voelen, artikelen en toespraken. Gelukkig zat er ook een uitnodiging bij om gastspreker te zijn bij de inwijding van een nieuwe Thora-rol in de hoofdsynagoge van Brandenburg-Duitsland. En verder geeft mijn digitale agenda mij aan dat er komende weken een aantal zoomlessen gegeven moeten worden.

     

    Maar tussen alle WhatsApps en e-mails zat er ook een reactie op een van mijn dagboeken: een plaatje van een varken en het woord Juuuuuude. Een van mijn vaste dagboeklezers heeft kunnen achterhalen wie de schrijver was en wie zijn werkgever met als resultaat een e-mail: “N.a.v. ons telefoongesprek en uw e-mail, hebben wij gisteren een gesprek gevoerd met onze medewerker Piet. Hierin hebben wij expliciet aan hem aangegeven, dat wij ons distantiëren van zijn uitlatingen op social media. Binnen ons bedrijf is er geen enkele ruimte voor enige vorm van racisme of discriminatie. Ik hoop dat u kunt begrijpen dat het voor ons moeilijk te controleren is wat onze medewerkers in hun vrije tijd doen. Wij hebben daarom aan Piet mondeling en per brief aangegeven, dat wanneer hij ons bedrijf wederom in diskrediet brengt er gevolgen zullen zijn…….”.

     

    Fantastisch zo’n reactie die de (Joodse) burger weer moed geeft. Of beter gezegd “gaf”, want enige minuten later bereikte mij een alarmerend verzoek van een Joodse arts die het antisemitisme nauwgezet volgt. Een link doet hij mij toekomen. Een link naar een bericht waarin in klare taal wordt uitgelegd dat 90% van het vlees dat van McDonald’s afkomstig is van kleine kinderen die zijn geslacht door Joden. De Joden, zo wordt uitgebreid uitgelegd, slachten niet-Joodse kinderen omdat ze hun bloed nodig hebben voor het bakken van matzes. De rest van de gruwelijke e-mail zal ik u besparen, maar op verzoek kan ik u de link sturen. De Joodse arts vraagt mij om op te treden tegen deze moderne versie van het Middeleeuwse bloedsprookje. De geschiedenis van toen blijkt de realiteit van nu en de verschrikking van morgen.

    G’d zij dank zijn er lichtpunten in Limburg , wordt mijn dagboek op het christelijke CIP geplaatst, heb ik ook in de seculiere wereld vrienden en waakt de Overheid over onze veiligheid en accepteert geen enkele vorm van antisemitisme. En het mooie van al die negatieve duisternis is, dat juist in het donker het licht veel meer wordt opgemerkt.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks