Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Het zogenaamde Andere Joodse Geluid

    Het was een fijne sjabbat in onze tuin-tent-synagoge. De ochtenddienst begon om 10 uur, maar om 9:30 uur was de eerste deelnemer al aanwezig. Nou ja, niet echt een deelnemer, maar een uiterst vriendelijke politieagent die kwam vragen of alles goed was. Voor de zekerheid was hij ook nog even langs de echte synagoge in de binnenstad gegaan, waarschijnlijk om te kijken of die er nog stond (grapje!). Ik ben dankbaar dat er zo over ons wordt gewaakt en speciaal met de manier waarop dat gebeurt. Absoluut niet afstandelijk. Vriendelijk en betrokken.

    Tijdens mijn sjabbatmiddag wandeling viel het weer op dat mensen vriendelijker worden. Bijna iedereen die ik op mijn wandeling ontmoet groet. En op sjabbat hoor ik meerdere keren sjabbat-shalom, uit de mond van niet-joden.

    Dat is voor mij dan een tegenwicht voor het geluid van EAJG, een piepklein groepje dat zichzelf noemt: Een Ander Joods Geluid. Ten eerste is het schandalig dat ze zich doen voorkomen alsof ze een grote Joodse achterban vertegenwoordigen, want ze maken veel Geluid en worden dus helaas gehoord. Het doet me denken aan een uitzending over vaccinatie. Er zijn dus duizenden en duizenden deskundige artsen die aan de hand van wetenschappelijk onderzoek bepleiten dat kleine kinderen worden ingeënt tegen de mazelen. Daar tegenover is er dan een piepklein groepje gedreven anti-vaccinatie-moeders die de wereld proberen uit te leggen, gebaseerd op onwetenschappelijk emotie, dat vaccinatie leidt tot autisme. En dan is er een tv-uitzending waarbij de arts en de anti-vaccinatie-moeder beiden evenveel zendtijd krijgen terwijl ze qua achterban onvergelijkbaar zijn.

    Zo zie ik dat zogenaamde andere Joodse geluid ook. Wie, behalve de heer Hamburger zelf, zit er nog meer in dat clubje? Waarom ik me daarover opwind? Ik weet dat hun geluid in Den Haag gehoord wordt. Jammer, want ze vertegenwoordigen bijna niemand. Maar wat ze nu weer in de wereld hebben geslingerd is “de mogelijkheid dat Israël een initiërende rol heeft gespeeld bij de rampzalige explosie in Beiroet”. En dan volgt hun zeer overtuigende wetenschappelijke onderbouwing: “Er is evenmin een aannemelijke andere verklaring voorhanden”. En dus is Israël schuldig! Sic. Het doet me denken aan dat ironische grapje dat ik enige maanden geleden met u heb gedeeld: Vraag: Wie is er schuldig? De Jood of de lantaarnpaal? Wedervraag: Hoezo de lantaarnpaal?

    Israël beschuldigen zonder enige vorm van onderbouwing is slecht, verfoeilijk en leidt tot niets. Sorry, het leidt tot bijna niets, want het bevordert wel het antisemitisme. Ik weet, heer Hamburger, dat uw clubje niet bedoelt het antisemitisme aan te wakkeren. Maar dat gebeurt wel, want de scheidslijn tussen antizionisme en antisemitisme is flinterdun. 

    We bevinden ons is de Joodse maand Elloel, de voorbereidingsmaand voor Joods Nieuwjaar. Iedere dag wordt er op de sjofar geblazen als oproep tot inkeer. Wordt wakker, kom terug naar de juiste weg. Heer Hamburger, weet dat het nooit te laat is, ook niet voor u, om naar de juiste weg terug te komen. En naar de Overheid, waarvan mij bekend is dat ze ook het geluid van die enkelingen die pretenderen een Joods Geluid te vertegenwoordigen horen, zou ik willen zeggen: Gelijk u geen aandacht besteed aan die paar anti-vaccinatie-moeders, die u niet serieus neemt, luister zo ook niet naar dat zogenaamde Andere (on)Joodse Geluid.

    Maar gelukkig heb ik ook weer iets moois mogen beleven. Ik ben gevraagd lid te worden van het Comité van Aanbeveling van een stichting die wil komen tot de uitgave van het boekje ´'Een ver-Urkte Israëliet, het levensverhaal van Japien de Joode'. ‘Op’ Urk (en niet ‘in’ Urk, voor de Neerlandici onder u) gaan een aantal vrijwilligers dit boekje nu als een stripverhaal uitgeven. In 1995 was het uitgegeven als gewoon boek. Ik heb voor dat boekje indertijd een inleiding geschreven, als ik me goed herinner. Het gaat over het leven van de enige Joodse familie die op Urk woonde en in de oorlog vermoord werd in Sobibor, de familie Kropveld. De uitgevers van vijfentwintig jaar geleden willen het nu uitgeven in de vorm van een stripverhaal dat op alle basisscholen op Urk onderdeel gaat worden van de lessen. Een geschiedenis die zich in hun eigen woonomgeving heeft afgespeeld, in dezelfde straat waar zij nu wonen of om de hoek, in een periode dat het normaal werd bevonden, zelfs ethisch volledig verantwoord, dat Joden niet meer naar de gewone school mochten, dat Joden moesten verhuizen naar Amsterdam, dat Joden op transport werden gesteld……

    Heer Hamburger: kijk hoe niet-joden zich voor ons inzetten. U mag van hen leren!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Hij maait het gras op de begraafplaats

    Tot nu toe heb ik er geen aandacht in mijn dagboek willen besteden aan het volledig onverwachte overlijden van de zoon van mijn collega rabbijn en mevrouw Heintz uit Utrecht. 24 jaar jong! Reden? Weet ik niet. Misschien vond ik het ongepast of lag het voor mij te emotioneel. Hij woonde in Brooklyn New York en was manager van twee koosjere bekende pizza stores. Eind vorige week viel hij weg, na een kort ziekbed. Iedereen kende hem, want hij was gewoon heel vriendelijk en aardig. Een door en door goede jongen.

     

    Het was dan ook niet verbazingwekkend dat honderden en honderden aanwezig waren, ondanks corona, bij zijn lewaja, begrafenis, op de Joodse begraafplaats waar ook de Lubavitscher Rebbe begraven ligt.  22 Jaar geleden verloren wij onze 15-jarige zoon Awremmel zl. op 5 Elloel en nu op 6 Elloel werd Levi Heintz zl. uit het aardse leven weggerukt. De komende jaren kunnen wij dus aansluitend aan elkaar de jaartijden in acht nemen met de daaraan gekoppelde sjoeldiensten.

     

    Hoe kan je de ouders tot steun zijn, vraag je jezelf bliksemsnel af? Troosten is nog niet aan de orde en überhaupt wat valt er te troosten? Verwerken heet zoiets. Er bestaan Joodse wetten en beschreven adviezen, afgeleid uit Thora en Talmoed, over ziekenbezoek. Maar ook over de begeleiding en bejegening van bloedverwanten bij onverhoopte sterfgevallen. Door die wetten heen voel ik een vette regel lopen: Zorg dat je er bent voor hen die getroost moeten worden. Maar nog belangrijker is: Dring je niet op en dring niet aan. Gun mensen de vrijheid om het verlies en het verdriet op een persoonlijke wijze te plaatsen en te verwerken! En ga vooral niet vertellen dat jij alles begrijpt want jij hebt hetzelfde meegemaakt! Klinkt logisch, maar is dat helaas niet. Zie het als volgt: ik ben bij de huisarts omdat ik pijn heb aan mijn grote teen. Nadat ik mijn pijn heb beschreven begint de dokter mij te vertellen dat hij ook pijn heeft aan zijn grote teen. Dat is natuurlijk zielig en ik zou hem best willen helpen, maar ik kom bij die huisarts om zelf geholpen te worden en ben eigenlijk, als ik het even ongenuanceerd mag zeggen, totaal niet in zijn teen geïnteresseerd. Gun mensen die verdriet hebben ruimte, probeer je in hun situatie te verplaatsen en schakel jezelf uit.

     

    Toen wij vorige week op de begraafplaats waren vanwege de jaartijd (de sterfdag) van onze zoon, schrokken wij van het achterstallige onderhoud. Er schijnt geen geld beschikbaar te zijn om het gras te maaien. Persoonlijk vind ik dat niet zo erg. Wel hoog gras, niet hoog gras. Maar sjabbatochtend na de sjoeldienst in onze privé tuintentsjoel/sjoeltenttuin bracht Blouma tijdens de sjabbat maaltijd het hoge gras ter sprake en vroeg onze gast of hij het misschien zou willen maaien. En zo heeft de begraafplaats in onze stad een begraafplaats die weer onderhouden gaat worden en waar het gras weer zal worden gemaaid. Deed me trouwens denken aan die Ierse vrouw die haar zoon schrijft dat zijn vader een ongeluk heeft gehad. Hij was gevallen in een groot vat whisky. De brandweer moest hem uit het whisky-vat redden, maar, zo schrijft de moeder “je vader heeft zich kranig geweerd”. En daarna schrijft de moeder verder en vertelt dat z’n vader promotie heeft gemaakt. “Hij heeft nu achthonderd mensen onder zich. Hij maait het gras op de begraafplaats!”

     

    Een zeer ervaren en kundig psycholoog in het Sinai Centrum heeft mij eens uitgelegd dat humor een mechanisme is om te overleven.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Ik stop er (niet) mee! Dagboek 8 okt. 2020

    Het is vandaag wel en niet mijn laatste dagboek. Laat ik nog iets duidelijker zijn. Vlak voor Pesach werd ik benaderd door Prof. Emile Schrijver van het Joods Cultureel Kwartier. Het Joods Historisch Museum, onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier, wil graag dat ik een dagboek ga bijhouden, “Dagboek van een opperrabbijn in Coronatijd”. Mijn wellicht ietwat onnozele vraag was wat er dan gaat gebeuren met dat dagboek. Het antwoord was ontluisterend duidelijk: voorlopig niets. Misschien in de toekomst voor een tentoonstelling, of een uitgave, of….we zien wel.

     

    Ik dus braaf in de digitale pen geklommen vanuit mijn quarantaine in Montreal. Een paar weken voor Pesach was ik daar namelijk aangekomen in de veronderstelling dat voor Pesach alles weer normaal zou zijn! Hoe het verder is gegaan ondervindt u allen nog steeds aan den lijve. Maar na enige tijd was mijn werk toch een beetje een monnikenwerk, wat voor een rabbijn natuurlijk niet fijn is. Werken zonder respons, spreken voor een lege zaal. En toen kwam CIP in mijn gedachten opwellen.

     

    Misschien is mijn vriendje Rik Bokelman, bekend van de Rab en Rik show van enige jaren geleden, en ook nog de baas van CIP, wellicht geïnteresseerd voor zijn CIP. Prof. Schrijver helemaal akkoord en ook Rik. En zie, maanden achtereen vijf keer per week op een christelijke website een Joodse rabbijn. Ondertussen verschijnt het dagboek ook op diverse facebooken, op Joods bij de EO, Christenen voor Israël en is enige tijd geleden is het enige Nederlands Israëlitische Weekblad, het NIW, ook mee gaan doen.

     

    Maar even los van de inhoud van de dagboeken en het bereik: in een periode waarin het eeuwenoude virus genaamd antisemitisme weer stevig aan het opleven is, is het juist van belang dat er geen geestelijke social distance is, maar dat er coalities worden gevormd. Antisemitisme is namelijk niet alleen een Joods probleem, maar het probleem van de brede samenleving. In de Tweede Wereldoorlog waren er niet uitsluitend 6 miljoen Joden vermoord, maar kwamen meer dan 52 miljoen mensen om het leven! Mijn dagboek voelde ik als een soort brugbouwproject. Een handreiking, een teken van verbondenheid, een demonstratie van eenheid in diversiteit.

     

    CIP gaat dus nu stoppen met mijn dagboek. Maar www.niw.nl en de diverse facebooken gaan gewoon verder, omdat het Joods Cultureel Kwartier, mijn oorspronkelijke opdrachtgever, mij geen rust gunt.

    Maar neem ik dan afscheid van CIP?

    Zeker niet.

     

    Rab & Rik gaan op een andere manier samen verder. Direct na Soekot, het Loofhuttenfeest. Iedere sjabbat wordt er in de hele wereld een vastgelegd deel, een Sidra, uit de Thora voorgelezen. Drie keer per week ga ik gedachten uit de Sidra van de week brengen. Op maandag, woensdag en vrijdag zullen die gedachten verschijnen. Dat is dus de taak van Rab(bijn). Rik (Bokelman) zal, voordat het op CIP verschijnt, de tekst hebben doorgenomen en Rik zal dan aan Rab per gedachte twee vragen stellen die Rab dan weer mag gaan beantwoorden.  En dan precies over een jaar hebben we de hele Thora doorgelernd en gaat CIP dit in boekvorm uitgeven.

    We stoppen dus zeker niet en toch ook weer een beetje wel. Maar het belangrijkste is, dat er een brug is geslagen tussen jullie, de CIP-lezers, en wij, de Joodse Gemeenschap. Dat we hopelijk ervan doordrongen zijn dat we veel gemeen hebben en moeten proberen met ons gemeengoed samen op te trekken in een samenleving die dreigt steeds verder van de Eeuwige af te dwalen. Een samenleving ook die momenteel gebukt gaat onder het coronavirus. Corona zal worden aangepakt, daar komt met G’ds hulp zeer spoedig een vaccin voor. Maar tegen dat eeuwenoude virus genaamd antisemitisme zal het veel lastiger zijn te strijden. Dat virus ondergaat bij voortduring mutaties. In de tijd van de Kruistochten was het virus dodelijk omdat de Joden de oprichter van het Christendom gedood zouden hebben. In de Middeleeuwen veroorzaakten wij de pest en waren wij zelf dus het virus. Mijn ouders hadden in de Shoah het verkeerde ras. En ik ben zionist.

     

    En toch geven we de moed niet op en hoop ik dat ik met mijn dagboeken op CIP coalities heb mogen maken om samen eensgezind te strijden voor een betere wereld.  Een wereld waar de echte shalom zal heersen voor ‘alle bewoners van Uw aarde’.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceerde  deze bijzondere stukken dagelijks en het NIW gaat er gewoon mee door!

    Naschrift CIP.nl:Gedurende het Joods jaar wordt de hele Thora gelezen in de synagoge. Opperrabbijn Jacobs deelt drie keer per week een wijze levensles aan de hand van het schriftgedeelte van die week. Naar aanleiding van die les stelt Rik enkele vragen, waar de rabbijn weer antwoord op geeft. Rab en Rik is een boeiend initiatief waarbij je uit het oudste boek ter wereld lessen leert voor vandaag! Vanaf volgende week vind je bij ons iedere week drie nieuwe levenslessen en inspirerende antwoorden op vragen die je wellicht altijd hebt willen stellen! En het dagboek? Gaat gewoon verder en is te volgen via www.niw.nl.

     

  • Jarenlang stiekem met de trein

    Iemand vroeg mij hoe ik mijn dagboek maak. Ga ik ervoor zitten? Heb ik een vast tijdstip in de avond? Schrijf ik achterelkaar door? Hoeveel uur staat ervoor en heb ik nog wel genoeg om te schrijven? Ik vermoed dat mijn dagboekschrijverij vergeleken kan worden met de schrijver van de oudejaarsconference. Ik denk dat de acteur het hele jaar dag en nacht een antenne uit heeft staan, waarneemt en opschrijft en dan enige weken voor Oudejaar hij alle aantekeningen uitwerkt.

    Ik doe het ook zo. De hele dag door staat mijn antenne uit (of moet ik zeggen de antenne staat aan?) en meteen noteer ik wat ik denk dat zou passen in het dagboek. En tot mijn stomme verbazing zijn er voortdurend gebeurtenissen, gedachten, confrontaties die wellicht in het dagboek van morgen passen. En dan ’s avonds laat of ’s morgens vroeg aan de computer in mijn rabbinaatskamer, bestaande uit niet meer dan 1 vierkante meter van onze gewone woonkamer en op afstand een secretaresse/assistente die waar nodig overneemt.

    De politie wil liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer.

    Het gebeurt regelmatig dat ik mensen ontmoet die ik ergens in den lande Joodse les heb gegeven. Toen ik namelijk pas in Nederland was gaf ik twee dagen per week Joodse les aan kinderen in de Mediene(Joodse gemeenschap buiten Amsterdam). Vijf jaar lang ben ik iedere zondag naar Leeuwarden gegaan met de trein. Dat kon toen nog want heden ten dage wil de politie liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer vanwege veiligheid. Anno 2020, 75 jaar na de bevrijding!

    Maar ook in Neede gaf ik Joodse les, en in Winterswijk, Breda, Roosendaal, Zwolle, Aalten, Baarn en natuurlijk in mijn vaste standplaats Amersfoort. Recentelijk heeft een van mijn oud-leerlingen een hoge positie gekregen binnen de gezondheidszorg. Hij had me ook advies gevraagd hoe hij zich het best kon opstellen bij de sollicitatie, alsof hij nog de leerling van 8 jaar was! Zo’n hernieuwd contact is leuk. Maar ik kom uiteraard ook mensen tegen ‘van vroeger’ met wie ik aanvaringen heb gehad. We stonden soms fel tegenover elkaar, omdat hij bestuurder was en ik rabbijn. Er behoort een natuurlijke spanning te zijn tussen rabbijn en bestuurder. Dat houdt beiden scherp en is dus mijns inziens goed. Maar escalatie is niet zeldzaam en ontaardt van tijd tot tijd in een conflict tussen rabbijn en leek.

    Inmiddels weet ik dat ook in niet-joodse kringen predikanten, bisschoppen en ook imams niet onbekend zijn met dit soort spanningen. Ik heb in de loop der jaren een aantal escalaties meegemaakt. Ik durf mezelf op dit terrein dan ook een ervaringsdeskundige te noemen. Overigens heb ik juist door het overleven van dit soort toestanden anderen die in soortgelijke situaties waren beland kunnen helpen, ook nog recentelijk.

    Een paar dagen geleden ontmoette ik zo’n conflicterende bestuurder van decennia geleden. Ik denk dat wij beiden beseffen dat verleden tot het verleden behoort en dat nu het vandaag speelt. Hij is geen bestuurder meer van een Joodse Gemeente en ik ben gewoon rabbijn gebleven. En dus is de grond van de spanning van toen niet meer aanwezig en hebben we prima contact. We zitten zelfs samen in een Raad van Toezicht en zullen elkaar helpen waar nodig. En het verleden? Is niet vergeten, maar wel vergeven.

    Even een aardige anekdote die in mij opkwam toen ik deze bestuurder van toen ontmoette: Er werd van mij verlangd dat ik eens per week van Amersfoort met de auto naar Aalten reed, van Aalten naar Winterswijk en dan daartussen door ook nog even les in Neede bij een familie thuis. Nog recentelijk heb ik de Needense ouders, die inmiddels in Enschede wonen, bezocht. In die tijd waren de wegen in die omgeving verre van ideaal. ’s Avonds slecht zicht, bomen aan weerskanten. Tel daarbij op dat ik vermoeid was van het geven van de lessen. Dat ik in de winter verkleumde van de kou omdat in de sjoel van Aalten de kachel werd aangestoken als ik de les begon en het dus bij vertrek pas warm was.

    En dus kwam ik op het volgende idee: ik neem vanuit Amersfoort de sneltrein naar Apeldoorn. Vanuit Apeldoorn de boemeltrein naar Lichtenvoorde. Niet ver van het station van Lichtenvoorde was een garage die ook een taxibedrijf had. Ze waren bereid mij wekelijks bij de trein op te halen. Ik reed de chauffeur naar de garage terug, reed naar Aalten, Winterswijk en Neede. Daarna weer naar Lichtenvoorde om de auto terug te brengen. Kosten? Trein + huurauto Fl. 70,00. Briljant, dacht ik. Ik zou dan een uur langer onderweg zijn, maar qua vermoeidheid en veiligheid veel beter. En bovendien: Fl.10,00 goedkoper dan de vergoeding die ik kreeg voor de gereden kilometers. Ik enthousiast naar mijn werkgever/bestuurder. Besparing van fl.10,00 per week! Ik was weliswaar een uur langer onderweg, maar ik werd per dag betaald, dus wat salaris betreft geen verschil.

    Maar tot mijn stomme verbazing werd mijn voorstel afgewezen. Reden: als ik gebruik maak van de trein moet ik ook de bus gebruiken. Een huurauto behoorde niet tot de mogelijkheden. Ik probeerde nog uit te leggen dat het op deze manier veiliger zou zijn, beter voor de lessen omdat ik minder moe zou zijn en fl.10 goedkoper! Het bestuurlijke neen bleef overeind. Ook mijn argument dat de busverbindingen daar dermate slecht waren dat ik niet alle leerlingen na vier uur (einde van de school) en zeven (bedtijd) kon bereiken, werd niet geaccepteerd. En wat heb ik gedaan? Jarenlang stiekem met de sneltrein, boemeltrein en taxi en fl.80, 00 gedeclareerd zodat ze dachten dat ik met eigen auto de kilometers had afgelegd. Niet helemaal koosjer dus, wel veiliger en inmiddels meer dan 40 jaar geleden en dus verjaard.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Kan ik beter zwijgen? – Dagboek van een opperrabbijn

    Het was donderdag 17 Tammoez, een vastendag. Op deze dag werd er een bres geslagen in de muren van Jeruzalem en precies drie weken later werd de Tempel verwoest. Niet eten en niet drinken. En dus was ik minder actief als gewoonlijk. Maar gelukkig hoefde ik me niet te vervelen want in de Telegraaf stond op pagina 2 en 3, de best gelezen pagina’s van een krant, een artikel over BLM. Een erg goed verhaal dat wijst op het gevaar van deze wereld hysterie. Vanwege mijn dagboek van een paar dagen geleden met als titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” ben ik door Silvan Schoonhoven, journalist van De Telegraaf, gebeld om mijn mening over de demonstraties tegen racisme te geven en word ik dus geciteerd.

     

    Ik weet van mezelf dat ik nogal scherp uit de hoek kan komen en daarom is een korte aanvulling op mijn dagboek wel verstandig. Uiteraard ben ik tegen iedere vorm van racisme. Ik ben er zo fanatiek tegen dat indien mensen aanstoot nemen aan Zwarte Piet (waarbij bij mij geen enkel gevoel van discriminatie opwelt!) mijns inziens Piet moet worden afgeschaft of minstens verkleurd (sorry voor dit wellicht ongepaste grapje dat zomaar uit mijn digitale pen schoot). Ter illustratie: zo’n half jaar geleden nam ik deel aan een expertmeeting over polarisatie in onze Nederlandse samenleving. De vraag of levensbeschouwingen kritiek mogen uiten op elkaar kwam aan de orde. Mijn stellige mening is dat kritiek mogelijk moet zijn op voorwaarde dat je de ander niet beledigt of dat je weet of vermoedt dat jouw kritiek door de ander als beledigend wordt ervaren!

     

    Een voorbeeld? Gezien mijn dagboek ook op www.cip.nl verschijnt zag ik een podcast over burgemeester Halsema. Er werd gesproken over de positie van de vrouw en er werd uitgelegd dat de vrouw werd onderdrukt ten tijde van het Oude Testament, maar dat daarin verandering kwam na het begin van het Nieuwe Testament. Zonder erop in te gaan of dit überhaupt klopt, voel ik mij hierdoor gekwetst, want de vrije vertaling hiervan luidt: Joodse mannen onderdrukten (en onderdrukken dus nog steeds!) hun echtgenotes, maar het christendom heeft hierin gelukkig verandering gebracht. Kort samengevat om ieder misverstand uit te sluiten: ik ben fel tegen iedere vorm van discriminatie!

    Toch blijf ik uitgesproken van mening dat de BLM-beweging, of de hysterie zoals ik het noem, uiterst eng is. Eng, omdat de grote meute totaal niet weet wat er aan kwalijke ideologieën aan deze fanatieke nieuwe godsdienst ten grondslag liggen.

     

    Maar nu genoeg hierover, want ik breng dit onderwerp hier alleen te berde vanwege een telefoontje uit de Joodse Gemeenschap van een kundige, eerlijke en oprechte bestuurder. Hij belde mij en maakte mij zijn zorg kenbaar over de strekking van mijn dagboek met de titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” en over mijn quote over BLM in de Telegraaf van vandaag. Doordat ik zo uitgesproken tegen de antidiscriminatie-beweging schrijf, zou dat ertoe kunnen leiden dat t.z.t. mijn opstelling de vertaalslag zou kunnen krijgen dat ik, en dus ‘wij Joden’, vóór discriminatie zijn. En om dat mogelijke misverstand te voorkomen doe ik er beter aan om te zwijgen over dit gevoelige onderwerp. En dus heb ik vandaag zitten puzzelen bij mijzelf en vroeg mezelf af of het juist is om te zwijgen als mijn verstand en mijn geweten mij oproepen om demonstratief te waarschuwen?

     

    Aanstaande sjabbath lezen we uit de Thora de geschiedenis van Pinchas (numeri 25:11). Ik ga ervan uit dat u de geschiedenis kent. Pinchas had keihard ingegrepen en Zimri met zijn Moabitische gedood vanwege de verboden relatie die ze waren aangegaan. Niet iedereen kon zijn keiharde duidelijke optreden waarderen en dus ontstonden er roddels en afkeurende geluiden. Was het juist dat Pinchas zo keihard was opgetreden? Werd hij misschien gedreven door onzuivere belangen?

     

    Tot twee keer toe laat de Thora ons weten dat Pinchas de kleinzoon was van Aäron de Hoge Priester. Waarom moet die afstamming vermeld worden, het ware toch genoeg geweest als alleen zijn vader vermeld zou zijn? Het antwoord luidt: Pinchas was een en al naastenliefde gelijk zijn grootvader Aäron. Maar vanwaar dan dat harde optreden? Om te tonen dat juist vanuit liefde soms keihard moet worden gehandeld, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

     

    Ja, het ware misschien vriendelijker geweest indien ik niet zo duidelijk mijn grote zorg richting BLM had kenbaar gemaakt. Vriendelijker: ja! Maar soms is juist vanuit liefde duidelijkheid een vereiste. En dus waardeer ik het telefoontje met de goedbedoelde waarschuwing, maar ik neem mijn woorden niet terug. Uit liefde voor de brede samenleving blijf ik mijn zorgen uitspreken over de gevaarlijke aspecten van BLM, terwijl ik tegelijkertijd ieder vorm van racisme keihard veroordeel.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Laat die anderen maar eens uitverkoren zijn

    Maandag zal er geen dagboek van mij te lezen zijn. Natuurlijk zal er zich op vrijdag, sjabbat en zondag van alles en nog wat hebben afgespeeld, maar maandag is het Jom Kippoer-Grote Verzoendag en gelijk ik geen publicaties wil op de sjabbat, wil ik ook geen publicaties op de Grote Verzoendag omdat het dagboek dan op de Grote Verzoendag zelf geplaatst zal worden. Dus u en ik een vrije dagboek-dag! En dinsdag ben ik dus weer in de lucht of beter gezegd: online!

    Ondertussen heb ik vandaag lichamelijk werk verricht: de soeka-loofhut gebouwd. De dinsdag na Jom Kippoer word ik in Brussel verwacht voor een after-Rosh Hashana receptie voor Europarlementariërs. Voorafgaande aan deze bijeenkomst is er een bespreking met EU-leiders over antisemitisme, vrijheid van godsdienst en veiligheid. Maar of ik naar Brussel kan, weet ik nog niet want de provincie Utrecht is inmiddels rood, heeft men mij verteld. (Dit moest mij verteld worden want, omdat ik kleurenblind ben, zie ik het zelf niet!).

    Het was vandaag een volle Halagische dag. Meer dan gewoonlijk kreeg ik allerlei Joods wettelijke vragen voorgelegd: wel of niet medicijnen innemen op de Grote Verzoendag waarop we meer dan 25 uur niet eten en niet drinken; vragen over wel/niet Joods zijn; een vraag over lidmaatschap; een herziening van een reglement lidmaatschap Joodse Gemeente; een vraag ten aanzien van een Joods religieuze huwelijksinzegening; ……: …… . Het was vandaag echt een Halagische potporie! En ondertussen stromen de e-mails binnen over de sjoeldiensten op de Grote Verzoendag die worden afgelast in Israël en in vele andere landen.

    Helaas heb ik door de potporie mijn voorgaan in de dienst nog niet kunnen voorbereiden. Ingaande Jom Kippoer ga ik voor van 20:15 – 21:30 uur en dan de volgende dag van 9:30 – 13:00 uur non stop, dan weer van 16:30 – 20:30 uur en dan ook nog een toespraak. Hoe zal het dit jaar zijn? Veel minder mensen dan andere jaren. Maar op z’n minst hebben we een dienst, terwijl elders…Overigens houdt mijn gewaardeerde collega rabbijn Shimon Evers de toespraak maandagavond en doet hij dienst van 13:00-16:15 uur overdag op de Grote Verzoendag, ook geen sinecure.

    Vanavond nog een zoom-cursus gegeven voor RabbijnenNL en zag ik tot mijn vreugde op CIP dat SGP-fractievoorzitter Kees vd Staaij z’n verbazing kenbaar maakt, of beter geformuleerd zijn verbijstering, dat het ministerie van Buitenlandse Zaken van mening is en blijft dat de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) terecht investeert in het bekeuren van het Israël Producten Centrum vanwege in hun ogen foutief gelabelde flessen wijn. Wat een opwinding om niets! Maar goed, wel goede gratis reclame voor het IPC in Nijkerk. Dat de dreiging vanuit Libanon steeds grilliger wordt en dat ook in diverse landen in de EU-opslagplaatsen liggen met dat levensgevaarlijke materiaal waarmee recentelijk half Beroet van de kaart is geveegd, krijgt geen aandacht. Neen, die paar flesjes wijn uit Israël, dat is hoofdprioriteit.

    Wij Joden, Israël dus, zijn het Uitverkoren Volk, vandaar waarschijnlijk die extra aandacht? Regelmatig hoor ik vanuit de Joodse Gemeenschap: laat die anderen maar eens een tijdje uitverkoren zijn! Het deed me even denken aan de uitspraak van Albert Einstein: “De wereld is een gevaarlijke plek om te wonen; niet vanwege de mensen die kwaad willen, maar vanwege de mensen die daar niets tegen doen.” Wellicht een idee om deze wijsheid boven de ingang van ons eigen Ministerie van Buitenlandse Zaken te plakken.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Liegende asielzoekers

    Enige weken geleden heb ik kennis mogen maken met Ds. Pieter de Boer en we hebben binnenkort een ontmoeting. Ik vroeg me eigenlijk een beetje af waarom ik deze ‘strenggelovige predikant’ zou moeten ontmoeten. Maar, zo is mijn levensregel inmiddels geworden, ga nooit kennismakingen uit de weg.

     

    Toen ik gisteren op CIP een video bekeek over wel/niet dames met broeken in de kerk, dacht ik: nu begrijp ik waarom Ds. de Boer mij wil spreken! Ik denk dat we veel gemeenschappelijk zullen hebben en vermoed dat hij interpretaties van Bijbelteksten aan de Joodse wijze van omgaan met teksten wil toetsen. Het Jodendom kent zijn grondteksten, Tenach-Oude Testament, en hoe uit die grondteksten conclusies te halen of wetten af te leiden, daartoe is dan weer een G’ddelijk systeem dat van meet af aan de Tenach-basis zat gekoppeld. Een rabbijn is geschoold in het afleiden uit de grondteksten aan de hand van dat ‘systeem’. Wat dat betreft heb ik het veel makkelijker dan Ds. de Boer die zelf iets zal moeten vinden. Bij ons, het Traditionele Jodendom, is het vergelijkbaar met een computer, er is sprake van input en output. Ik ben dus benieuwd naar ons gesprek!

     

    Ondertussen heeft mijn Blouma net gelezen dat op Soekot een sjoelbezoeker in Hamburg voor de sjoel is aangevallen door een verwarde man die een papiertje in zijn zak had waarop stond geschreven dat hij een nazi was. De Joodse man ligt ernstig gewond in het ziekenhuis. Het is toch wel frappant dat steeds meer verwarde mensen aanslagen plegen op Joodse doelen. Kennelijk zijn ze ondanks hun verwardheid wel in staat het onderscheid tussen Joden en niet-joden te kunnen bepalen!

     

    Tussen het afhalen van mijn nieuwe leaseauto en het lezen van de handleiding door, hadden we natuurlijk gasten in onze soeka die even een kopje koffie kwamen drinken en de lofzegging uitspreken over de loelav. Overigens heb ik wel een toepasselijk nummerbord gekregen: J-000-RT. De J natuurlijk van Joods en RT is de afkorting van Rabbinaal Toezicht. Dan uiteraard de vraag wat de betekenis is van de drie cijfers die ik maar even als 000 heb weergegeven. Het zou kunnen zijn dat ik aan de drie cijfers ook een bepaalde betekenis zou kunnen geven, maar zelfs als dat mogelijk zou zijn geweest weiger ik dat te doen omdat ik een tegenstander ben van eigen gemaakt gegoochel met getallen. Dus ik beperk me tot Joods Rabbinaal Toezicht hetgeen een mooie ezelsbrug is om mijn nummerbord te onthouden. En over mijn aversie tegen het spelen met getallen zal ik nog weleens een andere keer schrijven.

     

    Waar ik me in mijn gedachten mee bezig hield, was een kop in de Telegraaf die luidde: “Bij honderden ‘minderjarige’ asielzoekers was afgelopen jaar ernstige twijfel of ze wel de waarheid spraken over hun leeftijd.” En verder in het artikel werd ook belicht dat honderden Oegandese vluchtelingen pretendeerden homoseksueel te zijn om zo voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen. Wat een oplichters, flitste het door mijn hoofd. Maar na de eerste flits: wat is er mis mee dat ze een verkeerde leeftijd hebben opgegeven? Mijn eigen schoonvader was volgens de officiële papieren 4½ jaar jonger dan hij feitelijk was. Oplichter? Zeker! Maar als hij niet had opgelicht in de voormalige USSR zou mijn echtgenote naar alle waarschijnlijkheid nooit het levenslicht hebben kunnen aanschouwen omdat mijn schoonvader als gelovige Jood er in het Russische leger nooit levend zou hebben afgebracht.

     

    Hij heeft door die valse papieren 4½ jaar langer moeten werken om recht te hebben op pensioen en zijn smoesje dat hij ouder was werd in Engeland niet geaccepteerd. Overigens zijn/waren zowel mijn schoonmoeder alsook mijn schoonvader Poolse vluchtelingen, terwijl ze nog nooit in Polen waren geweest. O ja, mijn eigen vader heette niet Aron Salomon Jacobs, maar Arie Bijlsma, volgens zijn vervalste persoonsbewijs en er stond op zijn persoonsbewijs geen grote vette J terwijl hij toch echt volledig Joods was. En de opa van een van mijn schoonzoons had zich in de rij na aankomst in Auschwitz een paar jaar ouder opgegeven omdat hij begreep dat te jong de gaskamer zou betekenen. Het is dus allemaal niet zo zwart-wit. Natuurlijk kunnen wij in Nederland niet de hele wereld opnemen, maar ik begrijp dat mensen proberen te overleven…………wat een tragedies!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Loofhuttenfeest

    Het voelde vreemd, maar langzaam ben ik eraan gaan wennen om mensen niet meer op kantoor en zelfs niet meer in huis maar in onze tentsjoel te ontvangen. En zo ontving ik vandaag vier mensen in de Jacobs’ tent. Ondertussen raak ik wel een beetje gestrest van alle (terechte?) paniek. Wel mondkapjes, geen mondkapjes. Vervolgens wordt er bij mij op aangedrongen dat ik alle bestuurders benader met advies wat ze wel en/of niet moeten doen met wel/niet bijeenkomsten en/of wel/niet synagogediensten gedurende het Loofhuttenfeest-Soekot. Na enig polderwerk heb ik de volgende tekst samengesteld, door twee hoogleraren laten bekijken en vervolgens laten versturen aan de Joodse Gemeenten:

     

    Aan de besturen, rabbijnen en voorgangers van de Joodse Gemeenten,

    Allereerst wens ik u allen nog vele jaren in voorspoed, goede gezondheid en shalom.

    Waarschijnlijk ten overvloede wil ik u erop attenderen dat in het geval er in uw kehilla sjoeldiensten de komende Jom Tov dagen zullen plaatsvinden, het een absolute vereiste is de regels van het RIVM te volgen. Met name is het van belang dat ook en juist in kleinere sjoels de afstand van 1½ meter wordt gerespecteerd en ik kan niet genoeg benadrukken dat ventilatie van essentieel belang is.

    Gezien de grootte en de ventilatiemogelijkheden van sjoel tot sjoel verschillen, verwacht ik dat er per gemeente naar bevind van zaken wordt gehandeld en het advies van de regering t.a.v. het dragen van mondkapjes ook in deze wordt meegenomen.

    Gut shabbos en gut Jom Tov!

     

    Uiteindelijk is iedere synagoge anders qua oppervlakte, qua ventilatiemogelijkheden en qua bezetting. Ondertussen is mijn loelav-stel aangekomen en ook de etrog en zitten we nog te tobben of we de eerste dagen Soekot, sjabbat en zondag wel/niet naar Maastricht zullen gaan. In Maastricht zal namelijk een catering zijn (vanuit Antwerpen) die andere jaren in Beekbergen is en onder mijn rabbinale toezicht staat. Er zullen nu maar weinig mensen komen en de cateraar is nog nerveuser dan als alles gewoon is. Er zijn twee geboden gekoppeld aan Soekot. 1: het ‘wonen’ is de soeka- loofhut gedurende het gehele Loofhuttenfeest en 2: het loelav-bensjen. En hoewel dit mijn dagboek is en geen cursus Jodendom voor beginners, toch even een minimale uitleg.

     

    Nadat we de Ontzagwekkende Dagen achter ons hebben gelaten, gaan we nu feitelijk alles opnieuw beleven, maar dan vanuit vreugde. We weten ons omringd door de loofhut en beseffen dat we afhankelijk zijn van Boven. De essentie van de loofhut is namelijk het dak dat van riet of andere takken is gemaakt. Je kunt door het riet de hemel zien en voelen (als het regent) en beseft de relativiteit van het beschermende huis. Maar ook nemen we vier soorten vruchten in onze hand. De loelav (dadelpalm), 3 Mirthe-takjes, 2 wilgentakjes en de etrog, een citrusvrucht. Die vier vruchten nemen we samen en spreken daarover een lofzegging uit. De dadel heeft een heerlijke smaak, maar ruikt niet. De Mirthe-takjes ruiken heerlijk, maar hebben geen smaak. De wilgentakjes ruiken niet en hebben ook geen smaak. De etrog ruikt heerlijk en smaakt voortreffelijk.

     

    Dit wijst op de vier soorten Joden. Sommige hebben veel kennis (smaak). Anderen leggen de nadruk op het doen van goede daden, maar qua kennis scoren ze niet hoog. Dan zijn er ook nog mensen die niet veel geboden naleven en ook hun kennis is minimaal. Tenslotte is er de etrog die uitmunt in kennis en in het naleven van de geboden in de praktijk. We nemen deze vier soorten samen en zwaaien ermee naar alle kanten en benadrukken hiermee o.a. de eenheid die het Joodse volk steeds moet nastreven en ook in de wereld moet brengen aan andere volkeren. Een mondiale eenheid in diversiteit!

     

    De loofhut zal in Maastricht bij de synagoge staan want om een loofhut bij het hotel te bouwen moest er een bouwvergunning zijn, die niet werd verkregen. Doet me denken aan die man die zijn loofhut voor zijn huis midden op de straat had gebouwd. Politie komt en sommeert hem om de loofhut af te breken. Na langdurig gefilosofeer en tegenpruttelen, stemt de man eindelijk in om de loofhut, die hij net had opgebouwd, af te breken maar, zo heeft hij netjes weten te bedingen: het afbreken hoeft pas over acht dagen! (En mocht u het niet snappen: over acht dagen is het geen Loofhuttenfeest meer en hebben we geen soeka meer nodig!)

     

    We gaan dus, zoals het er nu voorstaat, morgen naar Maastricht en maandag, als we weer terug hopen te zijn, komt m’n nieuwe auto en hopelijk ook de nieuwe computer, want de computer die ik nu gebruik heeft bijna de snelheid van een invalide slak. De nieuwe computer is er al bijna, want de factuur had ik al ontvangen en zelfs al betaald ook. Naar ik begrijp zal de nieuwe computer twee keer zo snel werken als de huidige. Met als resultaat: of het schrijven van uw dagboek kost mij de helft van de tijd of het dagboek zal 2 x zo lang zijn, want ik werk per uur, niet per woord.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…. Dagboek van een opperrabbijn 14 oktober 2020

     

    Vandaag heb ik enige uren op Muiderberg rondgelopen en gezocht naar de graven van mijn overgrootouders, de ouders van mijn opa. Vandaag precies acht jaar geleden is mijn moeder overleden en had ik dus vandaag Jaartijd. Extra aan tsedaka, liefdadigheid, gedoneerd en natuurlijk lang bij het graf van mijn moeder gestaan. Zevenennegentig jaar heeft mijn moeder op deze aarde doorgebracht. Meer dan zestig jaar mocht ik haar als moeder hebben. En omdat ik toch op Muiderberg was heb ik uiteraard ook de graven van mijn grootouders bezocht en ook die van de ouders van mijn opa Jacobs. Veld C, rij 46, graf 82 en 83.  Maar ook heb ik gezocht en helaas niet gevonden.

     

    Een Israëlische arts die nu in België aan een van de Universitaire Ziekenhuizen is verbonden, probeert uit te vinden wie haar Nederlandse groot- en overgrootouders waren. En dus werd ze in contact gebracht met mij. We hebben al familie weten op te sporen waarvan zij het bestaan überhaupt niet wist. En ook die opgespoorde familie wist niet dat er nog nazaten van hun overgrootvader in leven waren. Vanochtend, net voordat ik naar Muiderberg vertrok, ontving ik de foto van haar oma. Oma was 43 jaar toen zij, haar man en haar kinderen stierven. Op 15 mei 1940 stierven ze allen, ze zagen de bui al hangen en namen zich het leven. Ik hoopte hun graven op Muiderberg te kunnen vinden, gezocht maar niet gevonden. Waar ze dan wel hun laatste rustplaats hebben gevonden wil ik nog uitvinden. Hun kleindochter, de arts, wil hun graven bezoeken. En al zoekend kwam ik het graf tegen van notaris Joseph Sanders, geboren in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma. Moet de oom zijn geweest van mijn oma, gezien de verdere namen op de zerk. Nooit van zijn bestaan geweten. Maar ik heb zoveel niet geweten, want mijn lieve vader en moeder wilden mij, hun enige kind, niet belasten met al het verdriet dat zij moesten meemaken. En dus weet ik niet wie hun ooms en tantes, neven en nichten waren. Ik heb er ook nooit naar gevraagd. Ik denk dat ik intuïtief aanvoelde dat er over de oorlog niet gesproken mocht worden, hoewel wel alles zich voor of na de oorlog afspeelde. Kennelijk heeft die periode tussen voor en na de oorlog niet bestaan. Mijn kinderen weten meer over het leven van mijn ouders in die periode dan ik. Maar één opmerking van mijn opa, de vader van mijn moeder, bleef en blijft in mijn geheugen gegrift. Mijn moeder vertelde me ieder jaar weer op 10 mei dat toen opa, haar vader, de vliegtuigen van de moffen boven Steenwijk hoorde en zag vliegen, hij zijn handen omhoog hief en uitriep: Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…… Opa, oma en mijn moeder en haar twee broers hebben de oorlog wel overleefd. Wat er gebeurd is met hun twee pleegkinderen, Joodse vluchtelingetjes uit Oostenrijk, weet ik niet. Is nooit over gesproken. Steeds weer die oorlog en de vertaalslag naar het opkomend antisemitisme van nu. Misschien trek ik het aan, lok ik het uit. Ik weet het niet. Morgen spreek ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Den Helder. Weer dus de oorlog. En ook weer die oorlog toen ik een telefoontje kreeg van een hoogleraar. Hij wil me spreken want hij is een ‘vader-Jood’’. Een afschuwelijke benaming voor iemand die alleen een Joodse vader heeft en dus niet Joods is. Zijn grootvader was een orthodoxe Jood uit Polen. Hun zoontje weten ze net voor de Duitse bezetting naar Nederland te krijgen. En dan komt ook hier een bezetting en het jongetje, dan inmiddels al een puber is, duikt onder. Het jongetje gaat na de oorlog trouwen met de dochter van zijn duikouders. En dus heeft hun zoon, de hoogleraar, een probleem. Hij valt tussen de niet-joodse wal en het Joodse schip. En wie lijdt hieronder het meest? De dochter van de Professor. We, de Professor en ik, gaan een kop koffie drinken, kijken waar ik iets kan betekenen voor hem en zijn dochter. Zeggen dat hij toch Joods is omdat ook vader-joden Joods zijn, klinkt leuk, lost niets op en klopt niet. Vergelijkbaar met een arts die een zieke patiënt vertelt dat de ziekte nauwelijks een ziekte is. Ja. Professor, u heeft een probleem. Ontkennen lost het probleem niet op, maar misschien stoppen we te spreken over de vader-jood als probleem. Laten we het een uitdaging noemen, klinkt beter oplosbaar. Tenslotte nog dit: mijn enige oude lieve tante, vandaag 93 geworden en die ik net heb gesproken, is van mening dat de schuld van de noodzaak tot verscherping van de corona-regels bij de veertigers ligt, die weigerden afstand te houden en zich aan de corona-wetten te onderwerpen. Waarom weigerden ze volgens mijn tante zich aan de corona-regels te houden? Ze hadden de oorlog niet meegemaakt!

     

    Ziet u het? Zelfs mij lieve intelligente tante die ik alleen maar belde om haar mazzeltov te wensen, lukte het om de oorlog weer op tafel te krijgen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Oeigoeren beheersen mijn geweten - Dagboek van een opperrabbijn

    Ik zit in een dubio, een gewetensconflict. Verschillende keren ben ik benaderd door iemand die aangeeft aandacht te vragen voor de Oeigoeren. Het doet me denken aan die tentoonstelling in Nijkerk over de “Redders in Nood”, een tentoonstelling speciaal voor kinderen over mensen die in de jaren ’40-’45 verzet boden met gevaar voor eigen leven.

     

    In die tentoonstelling sta je op een gegeven moment voor drie deuren. Als je op de bel drukt van deur 1 hoor je een geluidsopname die laat horen hoe Ds. Verduin, de verzetsstrijder, aanbelt bij een lid van zijn gemeente en vraagt of dat gemeentelid voor slechts een nacht onderdak kan bieden aan twee Joden die in grote nood verkeren. Bewoner van huis 1 reageert woedend en verwijt de dominee dat hij zijn gemeenteleden in gevaar brengt. Bewoner 2 geeft aan erg graag te willen helpen, maar is bang voor onverhoopte gevolgen voor haarzelf en haar gezin. Ze durft niet. Bewoner 3 neemt de twee Joodse mannen in huis.

     

    Oeigoeren worden in China niet erg netjes behandeld, om het maar even zeer cynisch te verwoorden. Mij wordt nu gevraagd om hen te steunen, de politiek in te schakelen, een petitie te ondertekenen. De man die mij benadert is een mij onbekende en op mijn vraag aan hem of de leadership van de Rooms Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland ook de petitie ondertekenen, krijg ik als antwoord het verzoek of ik hen wil benaderen. Ik kan me er eenvoudig uitdraaien door aan te geven dat ik geestelijke ben en geen bestuurder en dat het CJO, Collectief Joodse Overleg, zijn aanspreekpunt moet zijn.

    Maar ja, denk ik dan, dat heeft Ds. Verduin ook niet gedaan. En zelfs als CJO al benaderd zou zijn en actie heeft ondernomen, waarom zou ik dat dan ook niet doen. Anderzijds word ik mogelijk in een politiek gesleept waarop ik echt niet zit te wachten, vraagt hij van mij actief betrokken te zijn en zegt een satanisch stemmetje in mij dat ik niet de verantwoordelijkheid op me kan nemen voor de gehele wereld. Ook weet ik niet wie die persoon is die mij benadert. Is hij wie hij zegt te zijn? In de oorlog zijn vele niets vermoedende echte verzetshelden omgekomen door intern verraad. Het knaagt aan mij, ook nadat navraag over deze wellicht zeer oprechte persoon niets negatiefs over hem oplevert. Hij komt ietwat naïef over, is naar zijn zeggen naar mij verwezen omdat ‘Jacobs overal binnen kan komen’, maar wie hem naar mij heeft verwezen weet ik niet en of hij inderdaad de Oeigoeren vertegenwoordigt is mij ook niet duidelijk. Maar dat Oeigoeren worden vervolgd lijdt helaas geen enkele twijfel.

    De drie deuren in Nijkerk blijven maar in mijn gedachten bovenkomen.

     

    Ondertussen weer een verzoek voor een rabbinale verklaring die iemand nodig heeft om lid te kunnen worden in het buitenland van een Joodse Gemeente. Op zichzelf geen probleem, alleen beschik ik niet over een goede secretariële ondersteuning die hiermee kan omgaan en ben ikzelf al maanden niet meer op kantoor geweest. Niemand die zich afvraagt hoe ik e.e.a. draaiende houd in de coronese tijden. Ook nog een hulpvraag van een gescheiden Joodse vrouw met vier kinderen die in Italië woonachtig is, geen contact meer heeft met haar man, een vriendin heeft in een van mijn zeer kleine Joodse Gemeenten en door die vriendin geadviseerd is om in die piepkleine Joodse Gemeente te gaan wonen ‘want daar kunnen haar kinderen aan het Joodse leven deelnemen en wekelijkse Joodse lessen krijgen’. Of ik het even kan regelen.

    O ja, ook nog een vraag van de functionaris die belast is met de begraafplaatsen. Op een van de meer dan 200 Joodse begraafplaatsen die Nederland rijk is, stond een zieke iep. Die is gekapt en de vraag is nu wat er moet of mag gedaan worden met het hout: Op de begraafplaats laten liggen of weg laten halen. En wat te doen dan met de opbrengst van het hout als het hout wordt verkocht.

    Een vriend van mij is stadarcheoloog, wordt door mij ingeschakeld bij het (sporadische) herbegraven, werkt vanwege corona van huis uit (even onduidelijk voor mij hoe een archeoloog van huis uit opgraaft!) en wil graag weten hoe de katholieken dat doen. En dus legt hij deze vraag bij mij neer, omdat hij geen bisschoppen kent. We zijn er inmiddels uit. Niet via de bisschop, want niet iedere bisschop zal zich in deze materie verdiept hebben, maar wel via een Hoogleraar die ik goed ken en die in mijn (Joodse) optiek het summum is van kennis over Rome en alles daaromheen.

     

    En inderdaad binnen een halve dag weten de archeoloog en ik beiden hoe Rome omgaat met grafrust. Ik citeer: “Graven mogen nooit geschonden worden. Daar staan kerkrechtelijke straffen op. Maar mensen mogen wel worden herbegraven. Dat wordt niet gezien als een schending van de grafrust. Vaak gebeurt dat bij mensen die worden zalig- of heiligverklaard. Als dat is gebeurd, wordt het stoffelijk overschot vaak overgebracht (translatio) naar een altaar, waar het onder de altaarsteen wordt bijgezet.” Interessant om te weten, maar of deze kennis past in het dagboek van een rabbijn betwijfel ik ten zeerste.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Ook als alleen de betbetovergrootvader van Cohen Joods was zou ik hem helpen - Dagboek van een Opperrabbijn

    Omdat ik zondag naar Berlijn vlieg, zal landen om 11:30 uur op vliegveld Tegel en ik om 12:00 uur in Melbourne-Australië word verwacht, heb ik rabbi Riesenberg, organisator van de bijeenkomst in Melbourne, gebeld of ik in plaats van de eerste spreker de laatste kan zijn, zodat ik pas om 12:45 uur aan de beurt ben. Mocht u het niet helemaal begrijpen: ik zal dus niet fysiek in Australië zijn, maar ik word vanuit Berlijn naar Melbourne gezoomd. In Melbourne zitten ze al weken in een lockdown en verwachten ze niet dat ze de Hoge Feestdagen naar sjoel kunnen. De rabbijn klonk redelijk pessimistisch, verdrietig en ook boos. Boos op de Overheid die, zoals hij mij mededeelde, verkeerd was omgegaan met corona en nu moest laten zien het braafste jongetje van de klas te zijn...

     

    Verder ben ik vandaag aan een nieuw coronatijd-ritme begonnen. Vroeg opstaan, dan mijn snel-wandeling, daarna het ochtendgebed en dan aan de computerslag, want het meeste werk loopt via de computer. Vanmiddag had ik een interview met Frans Bromet, de bekende documentairemaker. Onderwerp: antisemitisme! Erg origineel. Het wordt een documentaire van 55 minuten met tien interviews. Een aantal van de geïnterviewden zijn ook, zo vertelde Bromet me, notoire antisemieten. Was een fijne kennismaking met een goed gesprek. Hoeveel ervan zal worden uitgezonden is nog maar de vraag, maar veel kan het niet zijn, hoewel hij hier een uur en een kwartier aan het opnemen was.

     

    Wat me tegenviel was zijn opstelling ten opzichte van Israel. Hij wist me te vertellen dat Israëlische soldaten willekeurige huizen binnenvallen om te plunderen en nog een paar van dit soort verhalen, zoals het gericht schieten op vredig demonstrerende Palestijnen, door Israëlische soldaten. Er viel moeilijk tegenin te praten want hij gaf aan het met eigen ogen gezien te hebben. Jammer!

    Verder een fijn interview met toch nog een positief verrassend slot: dat bij het Israel Producten Centrum invallen waren gedaan door de NVWA (de Voedsel en Waren Autoriteit) was hem totaal onbekend. Hij had überhaupt nog nooit gehoord van IPC en van Christenen voor Israel. En dus maakte ik van de gelegenheid gebruik om de video van Sara van Oordt te tonen waarin zij uiteenzet hoe verkeerd NVWA bezig is. Ik heb hem uitgelegd dat NVWA geen tijd heeft om in de slachthuizen te kijken hoe het gesteld is met sadisme en dierenleed. Ze hebben daarvoor absoluut geen tijd. Tijdgebrek schijnt bij de NVWA een chronisch probleem te zijn en dus laten ze dat liggen waarmee ze feitelijk mee bezig zouden moeten zijn en laten de dieren creperen. Maar voor die paar flessen heerlijke Israelisch wijn uit 'Israëlische dorpen in Judea en Samaria' hebben de dames en heren van de NVWA alle tijd van de wereld. Tegen het eind van het interview heb ik de YouTube getoond waarin Sara aan het kromme NVWA uitlegt hoe verkeerd ze bezig zijn en heb voorgesteld dat hij haar ook interviewt. 

     

    We zien wel wat ervan komt. Interessant was dat het onderwerp vrij onverwacht overging naar de vraag wie er nu eigenlijk Joods is. Hij bleek een Joodse vader te hebben en leefde een beetje in de veronderstelling dat ik dan dus antisemitisme niet zou afkeuren als het hem zou treffen, omdat hij joods-wettelijk bezien niet Joods is. Onzin met een uitroepteken! Ook als de heer Cohen tien generaties geleden Joods zou zijn geweest vanwege een betbetovergrootvader en antisemitisch bejegend zou worden, dan zou ik vooraan staan om hem te helpen. Dat was voor Bromet een eyeopener, merkte ik. Volgens hem mochten BDS mensen Israel niet binnen. En ik geloof niet dat hij wist dat er behalve Palestijnse vluchtelingen ook Joodse vluchtelingen bestaan die al hun bezittingen in hun Arabische vaderlanden moesten achterlaten en van wie vele familieleden, voordat ze konden vluchten, vermoord werden.

    De moeite waard om deze YouTube te bekijken en te verspreiden (als u vóór Israel bent en dus tegen antisemitisme!).

    https://www.youtube.com/watch?v=1COVgAM1bRY

     

    Tussen gesprekken door met politie over sjoels in den lande wel of niet open gedurende de Hoge Feestdagen, ben ik begonnen aan zoomtoespraak voor zondagavond voor het NIK, het Nederland Israëlitisch Kerkgenootschap, federatie van Joodse Gemeenten. En ook als tussendoortje las ik in het RD dat Dr. de Boer waarneemt dat “Antisemitisme ook voorkomt in de gereformeerde gezindte”. Triest dat dat het geval is en fijn dat de Boer dat aan de kaak stelt. Dat was eigenlijk ook de oproep van die Frans Bromet: “Treedt naar buiten als Joodse gemeenschap. Laat zien wie je bent. Geef cursussen voor niet-Joden opdat zij weten wat Joden zijn. En vergeet vooral de scholen niet! Want de jeugd maakt of breekt de toekomst”. Ik ben helemaal vóór, maar één klein probleem: Wij, Nederlandse Joden, zijn nog maar een kleine groep en doen wat we kunnen aan lezingen op scholen en geven overal in den lande rondleidingen in synagogen, maar zijn maar met weinigen.

     

    Ook een gesprek gehad met rabbijn Shimon Evers over de sjoeldiensten gedurende de aanstaande Feestdagen. En een whatsapp van de Belgische cateraar die onder mijn rabbinale toezicht met het Loofhuttenfeest open wil. Ook nog een e-mail van een journalist van een bekend Nederlands Tijdschrift die mij confronteert met een YouTube waarop wordt beweerd dat de Joden alle media beheersen. Dat weet ik dan ook weer, dacht ik enthousiast. Fijn dat wij Joden zoveel macht hebben, want hoe meer macht, hoe meer goed gedaan kan worden om deze samenleving tot de uiteindelijke en alomvattende shalom te brengen, zonder antisemitisme.

  • Opperrabbijn als rechter

    Hoewel het vandaag niet echt soeka-weer was, want er waren enorme plensbuien, toch was het iedere keer als we wilden gaan eten kurkdroog. En dus heb ik niet een keer moeten uitwijken naar de woonkamer of, en dat zou ik dan gedaan hebben, in de soeka gegeten met een dicht dak!

     

    Vanochtend heb ik weer wat ‘gewoon’ rabbinaal werk verricht. Een baby geboren en die moet een brith milah hebben, een besnijdenis. Omdat de ouders geen bekenden zijn van de Joodse Gemeente moet ik op het laatste moment uitzoeken of de moeder inderdaad Joods is, want ervaring heeft me geleerd dat velen pas op het allerlaatste moment mij benaderen. En dus mag ik weer het vuile werk doen. Nou hoor ik u redeneren: als de moeder zegt dat ze Joods is waarom zou ze het dan niet zijn? U stelt een goede vraag, maar ik moet als rechter, want dan ben ik dan even, tot een rabbinale uitspraak komen. Ik ben dan even geen psycholoog en ook geen pastorale werker. Feiten! Overigens heeft de Brith Milah, de besnijdenis, inmiddels plaatsgevonden. Mazzeltov. Weer een Joods jongetje opgenomen in het oeroude verbond.

     

    En dus heb ik niets te maken met de vraag waarom iemand zich zou willen uitgeven als Jood of Jodin als hij of zij dat niet is. Maar even ter informatie: vele keren heb ik aangetoond dat mensen een bewijs van Jood-zijn willen hebben die van geen kant iets met Joden te maken hebben of hebben gehad. Ik herinner mij een mevrouw die aangaf dat ze Joods was, niemand die daaraan twijfelde, ook ik niet. Alleen op een gegeven moment wilde zij voor haar dochter een verklaring hebben dat haar dochter een Joodse moeder heeft. Toen er geen enkel bewijs bestond gaf ze aan dat ze was geadopteerd. Haar ouders hadden haar op weg naar de concentratiekampen afgestaan aan haar pleegmoeder. Maar die pleegmoeder mocht ik niet benaderen, want dat was voor haar te emotioneel. En de naam van haar echte ouders wist ze ook niet.

    Van mij wordt dat verwacht uiteraard vriendelijk te blijven en heel erg goed te luisteren. Waar klopt haar verhaal wel en waar niet. Mijn taak is om haar te helpen in het aantonen van haar Jood-zijn, maar het moet waar zijn. Het betrof hier een keurige, gestudeerde en vermogende vrouw. Ze maakte absoluut niet de indruk dat er iets mis met haar zou zijn. Maar het bevreemde mij wel dat ik haar pleegmoeder niet mocht benaderen. En ook navraag bij het ziekenhuis in Parijs waar zij zeker wist dat ze daar was geboren, werd mij door haar niet toegestaan. Uiteindelijk bleek er iets heel essentieels in haar verhaal niet te kloppen. Haar ouders hadden haar op weg naar Auschwitz afgegeven aan haar pleegmoeder, alleen de datum die ze opgaf en waarover ze zeer stellig was, klopte niet. Auschwitz bestond toen nog niet en er waren toen nog geen deportaties vanuit Frankrijk naar de vernietigingskampen. Ik heb haar dat stuk van haar geschiedenis laten opschrijven, nog een extra keer nagevraagd of alles klopte en speciaal de datum. Nadat ik haar had geconfronteerd met deze onmogelijke datum van transport van haar ouders, vertrok ze bij de Joodse gemeente. Nooit meer van haar ook maar iets vernomen.

     

    Maar ook vandaag werd ik gebeld door een Israëlische arts die ergens binnen de EU werkzaam is in een Academisch Ziekenhuis. Zijn Jood-zijn leidt geen twijfel. Maar hij wil weten wie zijn grootouders waren, Nederlanders van ver voor de oorlog. Niets weet hij over hen. Ik meteen in de telefoon geklommen en kijk, na enige uren heb ik familie boven weten te krijgen waarvan hij het bestaan überhaupt niet wist. De arts en de familie zijn met elkaar in contact gekomen. Beiden zijn erg verheugd. De jonge arts had niet kunnen dromen dat er van zijn voorgeslacht nog overlevenden zouden zijn.

     

    Maar om even terug te keren naar het begin van mijn dagboek van vandaag: Terwijl ik aan het schrijven ben heb ik al drie keer het regen-dak van de Soeka mogen openen en sluiten omdat het begon te regenen of omdat het juist weer droog was.

     

    Zojuist zijn we teruggekeerd van een feestje in de soeka van Almere. Het was uiteraard rustiger dan andere jaren, maar aan Simcha ontbrak het niet. Volop te eten in de grote soeka, alles p.p. verpakt.

    Een prachtige show met vuur. Fakkels, vuurspuwen, met vuur een soort levend roulette spelen en dat alles onder een aandachtig luisterend publiek en in een maar niet stoppende regenbui die bijna deed denken aan de vloedgolf uit de tijd van Noach.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Rabbinaal advies aan ministers Kaag en Blok Dagboek van een opperrabbijn

    In het deel van de Thora dat aanstaande sjabbat in alle Traditionele Synagogen ter wereld wordt gelezen staat dat Mozes de Thora uitlegde voordat het Joodse volk het land Israel zou binnentrekken (dewarim 1:5). En onze verklaarders vertellen ons dat hiermee bedoeld wordt dat Mozes de Thora vertaalde in zeventig talen overeenkomstig de zeventig volkeren waaruit de wereld bestaat. Een mooie verklaring, maar eigenlijk totaal onbegrijpelijk. Nagenoeg iedere Jood sprak toch Hebreeuws en voor die paar enkelingen die de taal niet machtig waren, moest het hele volk daaronder lijden? Een van de lessen die we hieruit halen is dat welke taal je ook spreekt, waar je ook woont, de lessen uit de Bijbel zijn er voor eeuwig, voor ieder en onder alle omstandigheden.

    Toen de vertaling van de Thora in het Grieks verscheen, eeuwen later, viel er een duisternis over de wereld. Wat was er aan de hand? Waarom duisternis? Omdat een vertaling altijd kan resulteren in een niet beoogde verklaring met alle gevolgen van dien. Sommige woorden of gedachten laten zich niet vertalen. Neem bijvoorbeeld de vertaling van ‘sjabbat’ met rustdag. Klopt die vertaling? En als die vertaling juist is, betekent het dan dat alles waarvan ik moe word niet is toegestaan want het valt onder de verboden ‘werkzaamheden’? De reinheidswetten worden vaak gekoppeld aan schoon en vies, terwijl het daarmee totaal niet van doen heeft en het beruchte ‘oog om oog, tand om tand’ heeft nog nooit binnen het Jodendom letterlijk bestaan.

    En daarom viel er een duisternis over de wereld toen de vertaling door een aantal grote Joodse Geleerden klaar was. De vertaling was zeker perfect, maar een vertaling kan leiden tot een niet beoogde verklaring en dat is gevaarlijk en dat kan dan weer tot gevol hebben: een bijna onuitroeibaar antisemitisme.

    Maar waarom heeft Mozes dan wel vertaald? Vertaling kan toch leiden tot (verkeerde) verklaring? Wat was het verschil tussen de vertaling van de Geleerden en de vertaling van Mozes?

    Tussen Mozes en de Geleerden bestond er niet echt een verschil! Klopt, maar het verschil zat in de opdrachtgever. De directe opdrachtgever van Mozes was G’d. De opdrachtgever van de Geleerden was de Griekse koning Talmi. Met andere woorden: wie of wat is de bron!

    Of dichter bij huis vertaald: wat is de drijfveer van een journalist of politicus?

    En zo wordt door de media het opkomend antisemitisme gevoed, gestimuleerd, aangewakkerd: In de ‘bezette gebieden’ wonen ‘kolonisten’. Er had ook neutraal kunnen staan: In de ‘betwiste gebieden’ wonen ‘mensen’. Door de woorden ‘bezet’ en ‘kolonisten’ te gebruiken worden de Joodse bewoners gedemoniseerd en wordt het antizionisme = antisemitisme gestimuleerd. Maar ook ten aanzien van wel/niet abortus, het ‘voltooide’ leven en nog vele andere onderwerpen die bovenaan de politieke agenda's prijken, worden meningen onbewust opgedrongen, ook door zogenaamde neutrale media. Verkeerde koppen zijn gevaarlijker dan corona. Door verkeerde koppen worden hele dorpen uitgemoord, vallen er veel meer slachtoffers dan nu als gevolg van corona. Dat we nu over sociale media beschikken is zeker een zegen. Maar verkeerd gebruik van media kan in een vloek ontaarden.

    Om te weten of een product koosjer is, en dus geoorloofd voor consumptie door Joden, zijn producten voorzien van een koosjer stempel of sticker. Ik laat me nooit verleiden door de koosjer-stempel maar ik wil weten wie er achter die stempel zit. Welk rabbinaat heeft verklaard dat het product koosjer is. Als ik bijvoorbeeld weet dat een hulpverleningsorganisatie onder de vlag van de Verenigde Naties actief is, dan vraag ik mij in alle oprechtheid af: Is dit wel koosjer? Hetzelfde kun je jezelf overigens afvragen bij BLM. Ieder die een beetje ingevoerd is in de politiek moet dit kunnen begrijpen. Jammer dat onze ministers Blok en Kaag deze keer vergeten waren dat sommige vaandels, zoals de UAWC, de aangegeven lading niet altijd goed dekken. Het siert ze dat ze dat ruiterlijk erkenden, na indringende Kamervragen. Maar toch een (rabbinaal) advies voor de toekomst:

    Beste Excellenties: Ga niet blindelings af op de fles zelf, maar kijk wat erin zit. (De Spreuken der Vaderen) Anders verwoord: Is de inhoud wel net zo koosjer als de naam doet vermoeden?

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Rijkdom en armoede

     

    ipor RCE

     

     

    Tijdens de veertig jaar in de woestijn had het Joodse volk te maken met twee soorten beproevingen: de beproeving van rijkdom en de beproeving van armoede. En beide beproevingen hadden ze nodig omdat beide beproevingen ook later, na de voorbereidingsjaren in de woestijn, voortdurend aanwezig zouden zijn, in het leven van alledag.

    Het manna viel dagelijks uit de Hemel. Het had allerlei smaken, kwam kant-en-klaar aan, ze hoefden zich geen enkele inspanning te getroosten om het te verkrijgen: het was rijkdom! Anderzijds zag het manna er iedere dag hetzelfde uit en mocht er slechts één portie per dag worden genomen. Er kon en mocht niet gehamsterd worden. Dat kon ervaren worden als armoede. Een mens wil eten in zijn voorraadkast. Ook als hij zeker weet dat er morgen weer eten aanwezig zal zijn, zolang hij het niet tastbaar en zichtbaar heeft…..

     

    Zo vergaat het ons ook in het dagelijks leven. Het gaat je goed, maar je beseft het niet. Je waant je arm en bent daardoor ook niet bereid om met anderen je rijkdom te delen, Tsedaka, liefdadigheid, zit er niet in.

    Anderzijds kan het zijn dat je onverhoopt arm bent. Je hebt inderdaad te maken met armoede en problemen, maar jij ervaart die problemen niet als een probleem. Dat manna viel inderdaad maar één keer per dag uit de Hemel, maar zo moest het kennelijk zijn.

     

    We zitten in een moeizame coronatijd. Je ziet mensen in paniek, depressief, verdrietig. De financiële zorgen stapelen zich op. Beperkingen, eenzaamheid, sommigen zien het niet meer zitten.

    Maar ik zie ook velen die het in mijn optiek erg moeilijk zouden moeten hebben, maar zij besteden geen aandacht aan hetgeen hen ontbreekt, maar concentreren zich volledig op wat ze wel hebben en ze zijn ervan doordrongen dat alles van Boven komt.

    Aan het begin van de coronaperiode was het buiten nog muisstil. Haast geen verkeer. Die stilte kan depressief werken. Maar ik herinner mij een ietwat oudere vrouw die juist genoot van die serene stilte, van de rust, van het geluid van de vogeltjes.

     

    Was het manna rijkdom of armoede? Het antwoord is: beide! Hetzelfde manna werd door de een als armoede gevoeld en de ander herkende de rijkdom erin.

    Zo ook vergaat het ons speciaal in deze coronaperiode: we maken allen min of meer hetzelfde mee, dezelfde beproeving. En toch zien we gigantische verschillen in de beleving. Wat de een als armoede ervaart, voelt voor de ander juist als rijkdom.

    De les is duidelijk!

    I

                         

    Inter Provinciaal Opper Rabbinaat

    Postbus 7967, 1008 AD Amsterdam T 020 3018495  E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

    Het Rabbinaat omvat: Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland,

    Noord-Holland (m.u.v. Amsterdam), Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg

  • rooster Jeshivas Pensionariem ‘Shoshanas Ja’akov' en Rabbijnen NL

     

     

    datum

    Lokatie

    tijd

    spreker

    onderwerp

    Zondag

    11 oktober

     

     

     

     

    Maandag 12 oktober

    JCC & Zoom

    10:00 – 11:00

    Rav D. Stern

    De mondelinge Thora

    JCC & Zoom

    11:00 – 12:00

    Dr. E.D.E. Bialoglowski

    Gemara massechet Berachot

    Dinsdag 13 oktober

    Zoom

    10:00 – 11:00

    Rav S. Katzman

    Tanya hoofdstuk 1

    Zoom

    20:00 – 21:00

    Rav J. Vorst

    Pirke Avot

    Woensdag 14 oktober

    JCC & Zoom

    9:30 – 10:15

    Rav L.B. van de Kamp

    Megilat Esther met Malbim

    JCC & Zoom JCC & Zoom

    10:15 – 11:15

    11:15 – 12:15

    Dhr W. van Dijk Rav Y.U. Dunner

    Hoera, ik voel mij ongelukkig Gemara massechet Baba Kama

    Donderdag 15 oktober

    Zoom

    20:00 – 21:00

    Opperrabbijn B. Jacobs

    Het laatste woord van de Thora

    Zoom

    21:00 – 22:00

    Rav M. Stiefel

    Waarom de Thora met de letter Bet begint en andere inspirerende gedachten over Parshat Bereshiet

    Vrijdag

    16 oktober

    Zoom

    11:00 – 12:00

    Rav. A. Plancey

    Parshat Hashawoe’a

  • Rooster voor de lessen van Rabbijnen NL voor de week van 17 mei / Schedule for the Shiurim of the week of Rabbijnen NL

    Rabbijnen NL zoomcode 985292194 Facebook.com/ Rabbijnen NL

     

    zondag 17 mei 10-11 uur Rabbijn Serfaty, Antwerpen NL, ism PIG Parshat Hasjawoe'a zoom meeting Id 985292194  password 1675
    11-12: Rabbijn W. van Dijk Amsterdam, NL: Eenzaamheid en Antisemitisme een verrassen verband
    20:00-21:00: Rabbijn Simcho Stanton, Kolel Zvi Askenazy Amsterdam, Eng: The milk and meat Shavuos challenge
    maandag 18 mei 10-11 uur: De heer Vis, Amsterdam N: Ga ik Kiddoesj Hasjem plegen of niet?
    11-12 uur: drs. j.n. de Leeuwe, Amstelveen, NL: Waar is wijn goed voor?
    20.00-21.00: Rabbijn Mordechai Frankenhuis, Jersulem NL: Hebben we de Tora gekregen onder dwang of uit vrije wil ?
    21.00-22.00: Rabbijn Alex Chapper, Borehamwood UK, Eng: Timeless wisdom of Pirkei Avot
    dinsdag 19 mei 11.00-12.00 Rabbijn S. Katzman, Den Haag, NL: Het Joodse Gebed, deel V
    1200-13.00 Rabbijn Dovid Tugendhaft, Hendon UK, Eng: Preparing for Shavuos
    20.00-21.00 uur Rabbijn Jehoeda Vorst, Rotterdam, NL: Pirke Avot
    21.00-22.00 uur: de heer Robbert Baruch, Den haag, N: Knessyia Gedola van 1923

     

     image0

     

    image002

     

    image003

     

     

     

     

     

     

     

  • schema van de shiurim van rabbijnen nl vanaf 19 juli

    image003

    poster shoshanna

  • Schrijf nooit iets op als je geïrriteerd bent

    Een telefoontje uit Zevenaar. Om een lang verhaal kort te maken. Er was daar ooit een kaasfabriek gevestigd en die verkochten ook koosjere kaas. Via Facebook “Joodse Geschiedenis in Nederland” kwamen ze aan mijn adres. De historicus, die de kaasfabriek vanuit historisch perspectief bestudeert, had uitgevonden dat er eens per maand een korte man met zijn zus met de auto naar Zevenaar kwamen om die kaas op te kopen. De zuster reed de auto, want haar broer was kennelijk wel de kaaskunst meester, maar beheerste niet de rijkunst.

     

    En nu is dus die historicus aan het uitvissen wie die korte Joodse man met zus kan zijn geweest, zo’n 60 jaar geleden. En dus komt hij uit bij de rabbijn. En terecht, want het was bijna meteen bingo! Dat moet Kaas-Kohn zijn geweest met zijn zuster. Zij woonden ergens in de buurt van de Wielingenstraat in Amsterdam Zuid, vlakbij de plaats waar nu de Nieuwe RAI zo’n 60 jaar geleden is verrezen. Hij was een soort groothandelaar in kaas en ik herinner mij dat we af en toe bij hem de kaas kochten en dat de opbergruimte waar de kaas lag opgeslagen niet een koeling was. Neen, de kaas lag altijd onder zijn bed in zijn slaapkamer.

     

    Overigens wilde de historicus ook weten of er nog nazaten bestonden van Kaas-Kohn, zoals de heer Kohn in de wandelgangen werd genoemd. En inderdaad kon ik hem het adres van zijn zoon geven die een koosjere groothandel heeft in Londen. En raadt eens wat zijn voornaamste handelsproduct is? Inderdaad: kaas. Overigens vroeg ik mezelf wel af hoe mijn dagboek terechtgekomen is op de Facebookpagina van Joodse Geschiedenis in Nederland. Maar als 70+ moet ik dat maar zonder te veel nadenken gewoon aanvaarden.

     

    Wat ik niet aanvaard is de onderstaande reactie die ik ontving op mijn dagboek van een paar dagen geleden:
    “Met veel belangstelling volg ik uw dagboeken. Helaas nu met een bijsmaak, sinds u schreef over de persoon met een Joodse opa. Van mijn vader ken ik de verhalen over de afwijzing die hij regelmatig ervaren heeft als zijnde 'Vader-Jood'. Zelf werd ik als kind voor Jood, of Jodenjong uitgemaakt, terwijl ik niet wist waarom, de buurt blijkbaar wel..., waardoor er Joods of niet, toch een zekere verwevenheid met het Jodendom is ontstaan in onze identiteit. Natuurlijk zou er vandaag de dag, geen Joods volk bestaan, zonder dit principe, 'alleen Joods via de moeder’. Wij zijn, Zionistisch ingestelde bastaarden (Heidenen? Samaritanen?) mijn vader, broer, oom en nichtjes, als kleine kudde, overgebleven van 79 naar Auschwitz en Sobibor, weggevoerde familieleden, inschikkelijk, we doen een stapje terug voor het 'hogere doel', maar auw! Best pijnlijk dat zo duidelijk door u onder de neus gewreven te krijgen, met ook de venijnigheid waarmee u het schreef, dat wou ik u toch even gezegd hebben... Als bastaarden en heidenen, maar net zo goed 2e en 3e generatie, hebben ook wij de klap van de zweep tot aan de dag van vandaag gevoeld, graag uw begrip daarvoor, we zijn niet besmettelijk en nog steeds geschapen naar Gods beeld, net als u.…”

     

    Oeps, was mijn primaire spontane en geschrokken reactie.

    Meteen ben ik het betreffende dagboek gaan herlezen, een keer, twee keer. Ik begrijp dat iemand de vertaalslag heeft gemaakt, maar het staat er niet en bovendien weet ik van mezelf dat ik zoiets bots ook nooit zou schrijven. En dus heb ik meteen een email gestuurd met het verzoek mij te bellen of als de schrijver mij zijn telefoonnummer geeft, bel ik hem. Binnen enkele minuten hadden we elkaar aan de lijn. Ik ben begonnen met een onvoorwaardelijk excuus en daarna als toevoeging dat mijn geïrriteerde passage uit het betreffende dagboek betrekking had op de dwangmatigheid waarmee het verzoek werd gedaan aan mij om aan een mij onbekende man een rabbinale verklaring af te geven. Hij klaagde over de Israëlische Overheid omdat hij jaarlijks een leges moest betalen voor een verblijfsvergunning omdat hij kennelijk in Israël woonachtig was. Mijn geïrriteerdheid, aan het digitale papier toevertrouwd, had helemaal niets te maken met de vraag of de persoon in kwestie wel of niet conform de halaga -de Joodse wet- als Jood werd beschouwd.

     

    We hebben een heel fijn gesprek gehad, over en weer excuus aangeboden. Ja, als zoon van een Joodse vader en een niet-Joodse moeder voelde hij zich tussen wal en schip. Ik begrijp dat erg goed, probeer ook waar ik kan tot steun te zijn in dit soort lastige situaties. Maar laat ik heel duidelijk zijn: Voor de buitenwereld is mijnheer Cohen, ook als alleen zijn bet-bet-overgrootvader Joods zou zijn geweest, nog steeds een Jood en heeft hij evenveel te lijden van antisemitisme als ik. En dus: waar mogelijk zal ik hem helpen en voor zijn belangen opkomen.

     

    De les voor mij: 1: raak nooit geïrriteerd. 2: schrijf nooit iets op als je geïrriteerd bent. Boosheid is een slechte eigenschap, staat halagisch bezien op het niveau van afgodendienst. En zelfs als je bewering goed bedoeld was en er geen spijker tussen te krijgen is: boosheid zal altijd een negatieve uitwerking hebben, en dat moet ik niet willen! En raadt eens wat: gelijk ik nu mijn spijt betuig via dit dagboek, na het al persoonlijk telefonisch gedaan te hebben, ontving ik ook voor de tweede keer een excuus e-mail van de ‘tegenpartij’. Ons contact had een vervelend begin, maar van ‘tegenpartij’ is nu helemaal geen sprake meer. We zijn onuitgesproken vrienden geworden!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Shiurim 12-14 juli 2020 Rabbijnen NL

    poster 12 juli

  • Shiurim 26-28 juli 2020 Rabbijnen NL

    poster 26 juli

     

    poster edwin