Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Dagboek van een Opperrabbijn 25 augustus Opperrabbijn (bijna) betrapt bij oplichting.

    Om onze rol als opa en oma ook naar behoren te vervullen en we met de kleinkinderen uit Londen een uitstapje hadden gemaakt, was het een grootouderlijke verplichting om ook aandacht te besteden aan de kleinkinderen van de Zuidas in Amsterdam. En dus met de auto van onze zoon, vanwege de kinderzitjes, naar de Zaanse Schans. Zeepjes gemaakt, een molen bezocht, de kaasfabriek aangedaan en een boottocht. Bij de boottocht moest ik even ervoor waken om geen onwaarheid te verkondigen. Onze kleinzoon is namelijk net 4 jaar, maar als ik hem opgeef voor drie zal niemand dat bemerken en het zou me €7,50 schelen. Maar is dat de moeite waard, gonsde het door mijn hoofd. Is dat geen diefstal en wat als onze dierbare pientere kleinzoon zelf gaat uitroepen dat hij al vier is? En wat voor opvoeding geef ik aan de twee oudere meisjes als ze horen dat ik lieg om een paar euro te besparen? Dadelijk haal ik de voorpagina van de Telegraaf: Opperrabbijn betrapt bij oplichting. De kop zou het goed doen en het antisemitisme door mijzelf nota bene goed gevoed: Joden-zwendelaars. En dus heb ik gewoon de waarheid gezegd: hij is vier! Achteraf bezien maakte het trouwens niets uit of hij drie of vier was, want we kwamen in aanmerking voor een familiekaart! Maar toch, het kwaad had toch even door mijn brein geflitst en dat klopt niet. Ik heb dus nog wel e.e.a. te repareren voor de Grote Verzoendag! Het uitstapje was verder prima en thuisgekomen opende ik mijn email en lees de volgende anekdote die mijn schoondochter uit Londen, onwetend van ons uitje naar de Zaanse Schans, mij heeft gestuurd:

     

    Een rabbijn had een nieuwe aanstelling gekregen in een van de synagogen in Houston, USA. In de eerste week van zijn benoeming bezocht hij een van zijn gemeenteleden. Omdat hij nog geen auto had maakte hij gebruik van de bus. Nadat hij het kaartje had gekocht bij de chauffeur en plaats had genomen, bemerkte hij dat de chauffeur hem een quarter (25 $ cent) te veel wisselgeld had gegeven. Hij stond op het punt om naar de chauffeur te gaan om hem de quarter terug te geven, maar bedacht zich. Het busbedrijf zal nooit merken dat hij een quarter te weinig heeft betaald. Los daarvan verdienen ze belachelijk veel aan al die ritten, dus waarom teruggeven? Ik beschouw het als een gift van G’d, een soort welkomstgeschenk van Boven en een stimulans om me in te zetten voor mijn gemeenteleden. Toen hij was aangekomen op de plaats van bestemming en voorbij de chauffeur moest uitstappen, gaf hij toch aan de buschauffeur de quarter terug. De chauffeur glimlachte en zei tegen hem: Rabbi, ik ben ook Joods. Ik wist dat u de nieuwe rabbijn was geworden. Al weken denk ik eraan om me toch weer aan te sluiten bij een synagoge. Maar de ziel van de Joodse Gemeente is de rabbijn. Toen ik u zag instappen heb ik u opzettelijk een quarter te veel teruggegeven. Ik wilde weten hoe u hiermee omgaat, hoe uw bezieling, uw gedrag is in het gewone alledaagse leven buiten de synagogale diensten. Aanstaande sjabbat ziet u mij in de synagoge! Maar als u de quarter niet zou hebben teruggegeven, dan.......

     

    Toen de rabbijn de bus was uitgestapt hief hij zijn handen ten hemel en zei: Lieve G’d. Het had niet veel gescheeld of ik had voor een quarter een mede-Jood de toegang tot de synagoge en de Joodse gemeenschap ontzegd.

     

    In de Joodse wetgeving is een wet die zegt dat een rabbijn niet mag rondlopen met een vlek op zijn kleren, want als hij met een vlek rondloopt dan kan dat tot gevolg hebben dat er wordt gegeneraliseerd en wordt verteld dat alle Joden vies en onverzorgd zijn. Die wet geldt niet alleen voor tastbare vlekken, maar vooral ook voor vlekken in het gedrag. En die vlek, die hijzelf heeft veroorzaakt, zal dan weer gebruikt kunnen worden om het antisemitisme aan te wakkeren. Maar ook geestelijken van andere denominaties mogen deze wet tot zich nemen. Want wangedrag van een geestelijke is een wapen in de strijd tegen religie in het algemeen, het is een vlek tegen de Eeuwige onze G’d en kan gebruikt worden als een troef om secularisatie te vergoelijken. Kijk maar, zal geredeneerd worden, geestelijken prediken goede zeden, maar zelf leven ze er maar op los! Mijn kleinzoon is dus pas kortgeleden vier jaar geworden. En vier is vier en echt niet drie, ook als dat een paar euro bespaart.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Dagboek van een Opperrabbijn 3 augustus 2020

    Of het nu ligt aan het dagboek of aan iets anders, ik weet het niet, maar ik krijg verzoek na verzoek over van alles en nog wat. En het vervelende is dat ik eigenlijk alle verzoeken wil honoreren. Een voorbeeld: een stichting die zich inzet voor een nauwere band tussen Joden en christenen wil graag dat ik regelmatig voor ze ga schrijven. Een man die zich inzet voor het welzijn van de Oeigoeren wil graag mijn daadwerkelijke steun om zijn strijd voor gerechtigheid kracht bij te zetten en een historicus geeft een wetenschappelijk boek uit over moraliteit. En omdat ik in een van mijn dagboeken aangaf dat ik van mening ben dat secularisatie bestreden moet worden en de historicus het hier faliekant meer oneens is, ben ik verzocht om in zijn boek een artikel te schrijven. Overigens ben ik niet de enige schrijver, maar er zijn er nog honderddertig, vertelde hij mij vanochtend. Laat ik nou gedacht hebben dat ik een van hooguit drie zou zijn! Maar toegezegd is toegezegd en dus ga ik schrijven, als eenling tégen secularisatie omringt door honderdnegenentwintig vóór. Ondertussen een belletje van rabbijn Mendel uit Mariupol. Hij blijft uiteraard in Mariupol bij zijn mensen en niemand van zijn sjoelbezoekers en deelnemers aan andere activiteiten komt uit angst niet opdagen, integendeel: iedereen komt, ook zij die tot heden minder vaak kwamen. Maar Mendel en zijn vrouw zijn wel bang. De aanslagpleger is niet opgepakt, loopt dus nog vrij rond. Het sjoelgebouw is in feite niet te beschermen want ook een hotel en een kantoor gebruiken dezelfde entree. Ja, dankzij Christenen voor Israel stond er een beveiliger. En ja, die bewaker heeft niet te veel nagedacht en met blote handen de aanvaller zijn bijl ontfutseld. En ja, het was een wonder en alles komt uiteindelijk van Boven. Maar een Joodse regel is: op wonderen mag je niet vertrouwen. Dat er hier niets gebeurd was, was een wonder. Zonder wonder had het scenario er echt anders uitgezien. Mendel en zijn vrouw voelen zich niet meer veilig in dit gebouw. Hun kinderen die tot voor de aanslag vrijdagmiddag challot, sjabbat-broden, brachten naar de oude en eenzame mensen, mogen van Esty, de vrouw van Mendel, niet meer alleen over straat. Esty heeft vanochtend bij Blouma uitgehuild. Ze huilde niet letterlijk, maar is bezorgd. Heel bezorgd en bijna panisch als ze bedenkt wat er had kunnen gebeuren als de beveiliger zijn verstand had gebruikt en tot de conclusie zou zijn gekomen dat hij nooit had kunnen winnen van een jonge man van rond de twintig die vastbesloten was om met een bijl….het is goed dat Esty haar angsten aan mijn Blouma kenbaar maakt, maar toch moeten wij hen aansporen om zo snel mogelijk een ander gebouw te betrekken. En wat dan met de nieuwe keuken die er nog maar pas inzit? Die kan mee! Maar zelfs als hij niet mee kan. Wat is belangrijker, de keuken of……. In Voorthuizen zijn een paar Joodse families neergestreken in een bungalowpark. Ze zijn van plan om op maandagochtend en op donderdagochtend de ochtenddienst in Tuinsjoel Jacobs te houden. Maandag en donderdagochtend wordt er namelijk uit de Thora voorgelezen, net zoals op sjabbat en wij zijn in het bezit van een koosjere Thora. Alleen is de Thoralezing op sjabbat langer. Ondertussen heeft de caterer uit Antwerpen, die gewoonlijk de hele zomer een hotel heeft afgehuurd in Beekbergen en onder mijn rabbinale toezicht gasten uit de hele wereld ontvangt, net een whatsapp gestuurd of het akkoord is dat hij volgende week in Baarlo opengaat. Onder mijn verantwoordelijkheid dus. Maar ik weet het niet. Er naartoe gaan wil ik al helemaal niet. Het kasjroet is geen probleem, maar corona wel. Ik vind het veel te riskant. Afstand is in een hotel nauwelijks te handhaven als de mensen dat onzin zouden vinden. De caterer zal het respecteren, ik ook. Maar wie weet of de gasten die komen het afstand houden wel of niet accepteren. En als ze het protocol overtreden: wat kan ik daaraan doen? Dus door mijn certificaat dat de maaltijden koosjer zijn, breng ik mensen in corona gevaar. Ik ben er nog niet uit. Misschien zie ik het te zwart, maar wellicht ook niet. Ik ga even wandelen. Mijn hoofd leeg maken. Mijn les voor mijn 60+ groepje van morgen voorbereiden. En nadenken wat te zeggen bij de begrafenis morgen. Hans zl. was veel te jong, slechts 56 jaar. Meer dan tien jaar ziek met ups en downs. Drie dochters en een zorgzame echtgenote blijven achter. Op wonderen mag je niet vertrouwen, maar als ook hier een wonder zou zijn geweest, had dat veel verdriet voorkomen. Maar ja: Uw wegen zij niet MIJN wegen. En uw gedachten zijn niet MIJN gedachten. We bidden, hopen, verwachten. Maar uiteindelijk kunnen we slechts accepteren, hoe moeilijk dat soms ook moge zijn.
    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
  • Dagboek van een Opperrabbijn 8 november 2020

    Ik heb gespijbeld met mijn dagboek. In plaats van een dagboek, hieronder de reflectie die ik heb gehouden voor “Joods bij de EO” naar aanleiding van de Verklaring van Schuldbelijdenis van de PKN. Die Schuldbelijdenis werd vandaag voorgelezen bij de Kristallnacht-herdenking door de scriba van de PKN, Ds. de Reuver. Ik mocht reageren op die verklaring op NPO2, zojuist om 23:00 uur!

    Het is lofwaardig dat de huidige kerkleiding volmondig en in niet mis te verstane bewoordingen toegeeft dat de kerk als instituut meer had kunnen en moeten doen. Voor die erkenning ben ik dankbaar, die verklaring is belangrijk. Maar ik wil van mijn kant duidelijk aangeven dat ik de huidige kerkleiders niets kwalijk neem, want zij hebben niets misdaan. Zij zijn van na de oorlog, hun kan niets verweten worden. Zij hebben mijn familie niet naar de gaskamers gestuurd, zij hebben zelfs niet toegekeken.

    Toen ik gevraagd was door de PKN om aanwezig te zijn op 31 oktober 2017 bij de officiële viering van 500 jaar Reformatie, wilde ik aanvankelijk die uitnodiging niet aanvaarden. Ik weigerde plaats te nemen bij een bijeenkomst waar een notoire antisemiet zou worden geëerd. Natuurlijk kan de huidige scriba er niets aan doen dat zijn over-overgrootvader de foute theologie van Luther ten aanzien van de Joden hoog in het christelijk vaandel had. Sterker nog: hij was het volstrekt oneens met de antisemitische uitlatingen van de grote christelijke meester. Maar hoe kan ik als Jood daar gaan zitten meevieren? “Toon dat je afstand doet van zijn antisemitische uitlatingen, roep uit dat je dat onacceptabel vindt”, zei ik tegen mijn vriend ds. de Reuver. Hij stemde hiermee van harte in. Publiekelijk werd tot twee keer toe bij die bijeenkomst, in aanwezigheid van onze koning, afstand genomen van de antisemitische geschriften en uitlatingen. 

    Vijftig jaar na de oorlog werd ik geconfronteerd met een vloedgolf aan monumenten ter nagedachtenis aan vermoorde Joden. Onthulling na onthulling. Ik herinner mij dat ik aan het begin van die periode aan een jonge burgemeester vroeg: waarom nu pas? Was er niet eerder opgemerkt dat de Joodse medeburgers niet waren teruggekeerd? En zijn antwoord is mij altijd bijgebleven: “mijn voorganger wenste niet herinnerd te worden aan de jaren ’40-’45. Die periode zat hem niet lekker, die jaren moesten zoveel mogelijk in de doofpot”.

    Binnen dat kader zie ik deze verklaring. Ik ben innig dankbaar aan de helden die zonder enig vorm van winstbejag, om niet, met groot gevaar voor eigen leven, mijn moeder en vele anderen het leven hebben gered. Ik denk aan ds. Overduin, aan ds. Slomp, ds. Koopmans, ds. Buskes en ik denk ook aan Mgr. de Jong. En zeker denk ik aan verzetsstrijders die door laf verraad werden opgepakt nog voordat ze iets hadden kunnen doen. Niemand heeft van ze gehoord, ze werden bruut geëlimineerd omdat ze weigerden toe te kijken. Laten wij vooral hen nooit vergeten en blijven herdenken, ondanks hun anonimiteit.

    Maar tegelijkertijd weten we dat er veel te weinig is gedaan in de oorlog, dat er zeker ook door de kerken te veel is gezwegen en “dat in de loop der eeuwen de kerk mede de voedingsbodem heeft bereid waarop het zaad van antisemitisme en haat kon groeien”, zoals we de scriba hoorden verklaren. Joden werden eeuwenlang weggezet als godsmoordenaars die hun verdiende loon zouden ontvangen.

    En het was goed dat ook de periode na de oorlog werd vermeld. Mijn grootouders hebben alles in het werk gesteld om hun neefjes en nichtjes van wie de ouders waren vermoord, in huis te nemen. Ze te behouden voor het Jodendom, zoals hun ouders dat zeker hadden gewild. Gedreven door hun geloof weigerden de duikouders, die hun geheel belangeloos het leven hadden gered, hun Joodse onderduikkinderen terug te geven naar waar ze behoorden te zijn. Vele van dit soort weeskinderen lijdt nog steeds aan de hen aangedane identiteitscrisis, resultaat van een ongezonde en onacceptabele bekeringsdrang.

    De Christelijke Kerken hebben met hun schuldbelijdenis en erkenning voor mijn gevoel een streep achter het verleden gezet. Maar, en dat was voor mij veel belangrijker, duidelijk is er verklaard dat ze zich voornemen om samen met ons te strijden tegen het hedendaagse antisemitisme. In de tijd van de kruistochten hadden wij het verkeerde geloof en werden er door de kruisvaarders hele Joodse gemeenten uitgeroeid. In de middeleeuwen waren wij het virus dat de pest veroorzaakte en dus moesten wij verdelgd worden, mijn lieve ouders hadden het verkeerde ras. En ik ben zionist! Natuurlijk mag er kritiek zijn op het regeringsbeleid van Israel, half Israel is tegen Netanyahu, gelijk ook niet iedere Nederlander voor Rutte is (ik trouwens wel!). Maar antizionisme heeft in het vaandel de vernietiging van de Staat Israel, de uitroeiing van het Joodse volk. Antizionisme is antisemitisme. Dagelijks door de eeuwen heen, spreken wij onze gebeden uit richting Jeruzalem. Jeruzalem, waar vandaag alle godsdiensten ter wereld in vrijheid hun godsdienst mogen beleven, is onlosmakelijk met het Joodse volk verbonden, met de overlevenden van de jaren ’40-’45, met mij. Schoenmaker houd je bij je leest. Kerken laat politiek over aan politici. Herken het gemuteerde virus dat door de eeuwen heen miljoenen en miljoenen van mijn volk heeft vernietigd en dat nu antizionisme heet.

    De PKN van nu had voor mij niet het mea culpa hoeven te verklaren, het verleden is voorbij. Maar de koppeling die zo duidelijk werd gelegd vanuit de vervolging van de Joden door de eeuwen heen en de passieve opstelling van de meerderheid van de kerken toen mijn familie werd afgevoerd om nimmer weer te keren, die koppeling naar het nu en naar de toekomst, het voornemen om de joods-christelijke relaties uit te laten groeien tot een diepe vriendschap, waarbij ieder zichzelf mag blijven en er dus geen pogingen worden ondernomen om ons te bekeren, verbonden te willen zijn in de strijd tegen het hedendaags antisemitisme, die voornemens, die verklaring stemt mij tot innige dankbaarheid. De woorden van de scriba, van de christelijke kerken, waren goed. Ik heb hoop en verwachting!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 10 november 2020

    Wat ben ik dankbaar dat ik nu een piepkleine laptop heb met een los toetsenbord en een kanjer van een scherm. Zo’n beetje de hele dag door-gezoomd en dan is een groot scherm een verademing. Los hiervan zijn de muis, het toetsenbord en zelfs de printer zonder draden. De eerste zoom-bijeenkomst, een sjioer voor 60+, had een technisch probleem aan het begin. Namelijk geen geluid en geen beeld. Ieder kon ik zien en horen, maar niemand kon mij waarnemen. Dat is natuurlijk heel goed voor pastorale rabbinale zorg: goed de ander horen spreken en nauwkeurig de ander gadeslaan. Lichaamstaal spreekt vaak boekdelen en de meest belangrijke seinen zitten tussen de regels door. Jezelf tegelijkertijd volledig uitschakelen, als het ware onzichtbaar aanwezig zijn, dat wordt van mij verwacht als hulp-rabbijn. Niet te verwarren met een Hulpbisschop, want dat is een totaal ander RK-verhaal.

     

    Met hulp-rabbijn bedoel ik dat de rabbijn hulp moet bieden, moet klaarstaan, tot steun moet zijn. Er werd mij recentelijk verteld “u bent misschien wel het gezicht van Joods Nederland”. Ik ben daarmee niet erg verheugd. Een rabbijn moet proberen om primair het hart te zijn, en niet het gezicht. Als ik terugdenk aan mijn prille eerste decennia rabbijn dan voel ik weer het Sinai-Centrum, mensen met heel veel verdriet, daardoor echt ziek geworden en dan naast ze te mogen zitten, soms geen woord te zeggen, luisteren, luisteren, luisteren, naar mensen naar wie niemand meer wenste te luisteren. Heb ik ze wel voldoende oor gegeven? Voldoende geduld getoond?

     

    Maar toch is alleen hulp-rabbijn niet voldoende. Soms moet ik juist niet rustig en geduldig luisteren, maar moeten er contacten worden gelegd, netwerken opgebouwd en onderhouden, mobiliseren.

    Er dreigde met het nieuwe wetsvoorstel “huwelijkse gevangenschap” iets mis te gaan. Waarover gaat dit? Een huwelijk loopt kapot en er wordt burgerlijk gescheiden. Het gebeurt helaas af en toe dat een van de partners weigert om ook aan het godsdienstige huwelijk een eind te maken, meestal om te treiteren. Gevolg is dat hoewel gescheiden, er toch nog steeds sprake van een religieuze gebondenheid. Dat dit om vele redenen ongewenst is, moge duidelijk zijn. En dus heeft de Minister van Rechtsbescherming besloten om hieraan iets te doen en is er een wetsvoorstel dat de rechter in de gelegenheid stelt om de echt-scheidende exen te verplichten om ook het religieuze huwelijk te ontbinden. Dankzij de oplettendheid van Mr. Loonstein, de bekende advocaat en vechtersbaas, werd er bemerkt dat de manier waarop de wet werd geformuleerd voor de Joodse echtscheiding juist het tegendeel bereikt. De details zal ik u besparen, maar kort verwoord: er was sprake van een directe dwang en dat is een halagisch probleem, terwijl indirecte dwang juist meer dan welkom is. En dus werd o.a. ik uit de rabbinale stal gehaald, werd er een zoom-vergadering georganiseerd, een aantal brieven en gesprekken en het probleem werd door onze Minister Sander Dekker herkend en erkend en het wetsvoorstel werd dusdanig aangepast dat ook de Joodse gemeenschap van het “huwelijkse gevangenschap” in Nederland verlost is. Fijn dat ik daaraan een (kiezel)steentje mocht bijdragen. Mooi was trouwens ook die Prof. Dr. Ir. die me een erg boze brief schreef naar aanleiding van een van mijn dagboeken. Hij had deels gelijk en dus heb ik hem meteen gebeld om het gesprek aan te gaan. Ik bleek inderdaad deels ongelijk te hebben, maar na enig gedraai over en weer hadden we beiden helemaal gelijk. Een paar dagboeken later (want ik spreek al enige maanden niet meer in dagen, maar in dag-boek-en) kreeg ik een e-mail van de Prof. inmiddels mijn goede kennis. Hij bood aan om me te helpen met het natrekken van stambomen als ik dat nodig heb om iemands Joodse afkomst te bewijzen. En nog geen dag later word ik geconfronteerd met een Joodse vrouw die in de oorlog op een niet-joodse begraafplaats is beland. De lokale niet-Joodse historicus heeft haar achtergrond nagetrokken en vermoedt dat deze vrij anonieme dame in het graf zonder zerk een Joodse vrouw was, waarschijnlijk overleden aan een natuurlijke dood tijdens de onderduik. De historicus is de mening toegedaan dat deze vrouw op een Joodse begraafplaats thuishoort. En dus komt het bij mij terecht en mag ik proberen te achterhalen wat wel en wat niet klopt. Kijk en dan komt zo’n professor goed van pas!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een opperrabbijn, 12 november 2020

    Na 5 uur in de auto te hebben gezeten, 403 km te hebben gereden en 11 uur en 10 minuten onderweg te zijn geweest, was ik dan eindelijk redelijk uitgeput weer thuis. Waar was ik? Eerst in Ysselsteyn (u leest het goed!). De Duitse begraafplaats waar die moordenaars liggen (maar zeker niet rusten). Daarna naar Den Haag naar de Ambassade van Israël. Toen nog even, gezien ik toch in Den Haag was, een bezoekje aan de heer Dirk Brengelmann, Botschafter van de Deutsche Bundesrepublik.  En daarna gewoon weer naar huis. Niet slim gepland, hoor ik u denken. U heeft gelijk, maar mijn rabbinale leven is nauwelijks te plannen. Nadat ik reeds geregeld had (een chauffeur) om toch eens stiekem te gaan kijken wat er wel of niet waar is van Ysselsteyn, kreeg ik een dringend verzoek om aanwezig te zijn in Den Haag in de Ambassade van Israël omdat enkele vertegenwoordigers van de Remonstrantse Kerken aan het volk van Israël en aan de Joodse Gemeenschap hun schuldbelijdenis wilden aanbieden. En gezien ik ook, onverwacht, dinsdag jl. een e-mail ontving van de Botschafter van de Deutsche Bundesrepublik die mij uitnodigde voor een gesprek, naar ik aannam over Ysselsteyn, en omdat ik toch al in Den Haag zou zijn….En zo is ’t gekoome, zou Wim Sonneveld hebben gezegd, met een zachte ‘g’.

     

    Mooie bijkomstigheid was dat ik dankzij zo’n krankzinnige dag, met in de auto telefoontjes, WhatsApps en e-mails, voor enige (dagboek)dagen genoeg inspiratie heb opgedaan om mijn dagboekeniers te informeren wat een opperrabbijn zoals doet in corona-tijd, want dat was het verzoek van het Joods Cultureel Kwartier zo’n half jaar geleden. Maar laat ik bij het begin beginnen en pogen zo weinig mogelijk afslagen te nemen in de trant van: nu ik het hierover heb, herinner ik me dat x, y of z. Uiteindelijk heeft er geen plechtigheid plaatsgevonden op Ysselsteyn, maar als excuus werd gebracht ‘corona’. Dat zet dus geen zoden aan de (Ysselsteynse) dijk, want waar het de tegenstanders van de Ysselsteyn herdenking om ging en gaat is het onaanvaardbare dat SS-ers, SD-ers, collaborateurs en gruwelijke moordenaars niet geëerd mogen worden. Ik schrijf bewust niet ‘in mijn optiek’ want ik vind dat iedereen hierover zo moet denken. Maar de voorstanders van de herdenking geven bijna allen aan dat dat ook absoluut niet de bedoeling was. Maar wat was dan wel de bedoeling? Tonen, met name aan de jeugd, dat er in oorlogstijden altijd (1) goede mensen zijn, (2) zij die zich bewust bewegen in het grijze gebied en (3) criminele schurken, waarvan er dus zeer velen in Ysselsteyn zijn gedumpt. Ik gebruik het woord ‘gedumpt’, omdat na de oorlog diverse gemeenten dit tuig niet wilde hebben op hun eigen begraafplaats en dus heeft het Ministerie van Defensie een stuk grond ter beschikking gesteld ergens ver weg om van de kadavers van die moordenaars verlost te zijn. Enige jaren geleden was er een discussie over de zogenaamde Muur van Mussert. Wel of niet overeind laten staan. Die muur zou gebruikt kunnen worden als een plaats van educatie om aan de jongere generatie aan te geven hoe verkeerd mensen kunnen handelen. Prima dus! Maar die muur zou ook misbruikt kunnen worden en verheven tot een soort bedevaartsoord voor kwade geesten! Voor beide opvattingen valt iets te zeggen. Maar beide opvattingen zijn duidelijk de mening toegedaan dat nimmer en nooit de landverrader Anton Mussert vereerd mag worden. Hier in Ysselsteyn kan dezelfde discussie gevoerd worden. Gaan we de graven gebruiken als een educatief project als een keiharde waarschuwing. Of verbergen we de graven juist om te voorkomen dat het een bedevaartsoord gaat worden voor recht- of links gespuis. In die discussie heb ik me indertijd met betrekking tot de Mussert-muur gemengd, maar die discussie speelt hier vooralsnog niet. We hebben hier te maken met een protest tegen verering. Een plechtigheid op een begraafplaats in aanwezigheid van de Duitse Ambassadeur, de burgemeester en vele anderen. Er worden kransen gelegd. Ja, hier liggen ook kindsoldaten en gewone soldaten die op straffe van veroordeling tot zware straffen vanwege insubordinatie geen keus hadden. Natuurlijk hebben die recht op een normaal graf. Uiteraard mogen naasten hier hun familie komen gedenken. De vraag is of er dan wel/niet kransen gelegd moeten worden, wel/niet een grootschalige herdenking, want het waren toch soldaten van een leger dat tegen ons streed. Maar die discussie speelt nog niet. Het pijnpunt is hier uitsluitend: de verering van schurken, moordenaars, landverraders. En ervan uitgaande dat niemand dat voor ogen heeft en dat de plechtigheid juist tot doel heeft om te waarschuwen, dan is het probleem dat die goede bedoeling niet overkomt bij het brede publiek en dat ook ik fel protesteer tegen de verering van de moordenaars van tachtig procent van mijn familie. Ik begrijp het systeem van oorlog, overwinning, vergeven. Ja, ik verzoen me volledig met het Duitsland van vandaag. De Duitse Overheid toont duidelijk afstand te hebben genomen van het verleden. Een kind van een SS-er die lijdt onder het foute verleden van zijn vader, zal ik omarmen. Hij/zij heeft niets misdaan. Maar de SS-er zelf, de landverrader, de collaborateur leefde als moordenaar, stierf of werd door het verzet gefusilleerd als moordenaar en blijft voor mij altijd een moordenaar. Vergeven: Nooit! Verzoening met zijn nazaten: altijd!

     

    Ik stop voor nu. Het dagboek is al lang genoeg en ik wil nu echt mijn bed induiken. Wordt vervolgd.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 18 augustus 2020, Er is zoveel dat ik niet begrijp...

    Mijn schoolvriendje van de lagere school die ik een paar maanden geleden na bijna zestig jaar weer heb ontmoet, plaatste een kritische opmerking. Hij kreeg het gevoel dat ik hem benaderde als rabbijn en niet als vriendje. En die opmerking zette mij aan het denken over de vraag: Wie ben ik? En alras kwam ik tot de conclusie dat ik ook in het privéleven rabbijn ben en dat rabbijn ook mijn privéleven is. Recentelijk maakte een collega van mij verschil tussen zijn persoonlijke mening en zijn rabbinale visie. Dat onderscheid werd niet echt geaccepteerd. Neem bijvoorbeeld de professionele entourage van het Sinai Centrum, waarin ik meer dan 40 jaar mocht werken. Voor iedereen was het duidelijk dat een psychiater soms geen dienst heeft. Dan was hij gewoonweg niet bereikbaar, ook niet voor een spoedgeval, want hij heeft vrij. Maar van mij werd 24/7 verwacht, want een rabbijn heeft geen baan. Een baan zit gekoppeld aan een dienst. Je werkt van 9:00 - 17:00 uur en uiteraard heb je een vijfdaagse werkweek, dat is algemeen aanvaard. Maar een rabbijn hoort er altijd te zijn, ook buiten diensttijd. De reden: hij heeft geen dienst, want hij heeft geen baan. Voor mijn gevoel ben ik werkeloos en word ik door de gemeenschap onderhouden. Vandaar ook dat er voor mij geen verschil bestaat tussen voor en na de pensioengerechtigde leeftijd. Sterker nog: na mijn 65ste is het voor mij nog duidelijker dat ik werkeloos ben, zonder baan, maar wel 24/7 beschikbaar. Waarbij uiteraard als kanttekening dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen de 24/6 en die ene 24/1=de sjabbat. Dit wat betreft de uren. Maar wat met de inhoud? In de Joodse filosofie wordt uitgelegd dat alles van Boven komt en dat het aan de mens is om al hetgeen op zijn weg komt te gebruiken om Hem te dienen. Met andere woorden: met al hetgeen ik op mijn levensweg ontmoet, moet ik iets doen. In een valkuil moet ik niet vallen en als iemand in nood aanklopt is het aan mij om te helpen en de hulpvraag niet te negeren. En dus was ik vorige week een avond naar Baarlo. De cateraar die jaarlijks in Beekbergen gedurende de gehele zomer orthodox-Joodse gasten heeft uit Engeland, België, Israel, Zwitserland, USA zag zijn zomerseizoen volledig uitvallen. Een weekje was hij nog open in Baarlo. En omdat ikzelf liever niet vanwege corona tussen zijn gasten wilde vertoeven, ben ik gewoon een paar keer heen en weer gereden. Waarom dat? Omdat zijn gasten willen dat het eten 100% koosjer is. En hoewel de cateraar zelf echt niet iets zal doen met de maaltijden dat ritueel ongeoorloofd is, is hij natuurlijk partijdig. Het is denkbaar dat hij te soepel omgaat met de wetten van kasjroeth. En dus moet hij als het ware gedekt zijn met een soort Joods religieus rabbinaal KEMA-keur. En dat ben ik. Wat ik hieraan verdien? Niets dus. Want als ik eraan zou verdienen dan ben ik weer partijdig. Maar stiekem verdien ik er toch wel aan. Ik vind het namelijk fijn om het te mogen doen. Ik houd iedere ochtend na het ochtendgebed een korte predicatie. Ik heb hiermee in de loop der decennia een bekendheid opgebouwd in de orthodox-Joodse internationale wereld, wat dan weer gebruikt kan worden voor andere aangelegenheden. Maar dit jaar dus waren de zes weken gereduceerd tot een krappe zes dagen. En de normaal meer dan tweehonderd gasten overstegen dit keer de twintig nauwelijks. Het is zoals het is. Uiteindelijk komt dus alles van Boven en is het aan ons om ermee om te gaan. Wat er nu wel is bijgekomen: choepot. Een choepa is een bruiloft. Choepot is de meervoudsvorm. In datzelfde Hotel in Baarlo heeft een choepa plaatsgevonden en binnenkort weer een. Ik leg uit: het schijnt dat in België de beperkingen voor een huwelijksfeest net iets strikter zijn of waren (want de coronaregels veranderen naar mijn gevoel per dag) als in Nederland. En dus is een bruiloft uitgeweken, een paar weken geleden, naar Baarlo en is er vooralsnog een choepa in aantocht. Op zichzelf heeft die Belgische choepa met mij niet van doen. maar: omdat het zich afspeelt binnen mijn rabbinale ressort zorg ik er wel voor, uiteraard na collegiaal overleg, dat de choepa ook bij ons wordt geregistreerd en dat de religieuze inzegening voorafgegaan is door een burgerlijk huwelijk, conform de Nederlandse wet. In Israel is de religieuze huwelijksvoltrekking tevens de burgerlijke. Maar in Nederland zijn dat twee aparte aangelegenheden. Ik ben uiteraard voor een religieuze inzegening en voor een burgerlijke administratieve vastlegging. Het instituut huwelijk mag geen wankel gebouw zijn, niet administratief en niet religieus. Maar wat ik niet kan vatten is: van de burgerlijke wet is het toegestaan om zonder enige vorm van binding samen te wonen al dan niet langdurig, aan partnerruil te doen, pornografie te bekijken, prostitutie is toegestaan…..Maar als ik een choepa geef zonder burgerlijk huwelijk vooraf ben ik strafbaar. Maar ja, denk ik dan, er is zoveel dat ik niet begrijp…….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 18 november 2020

    Vandaag heel veel tijd besteed aan Chanoeka. Hoe gaan we het dit jaar invullen? De grote Menora waarin ik omhoog werd gehesen, zes jaar lang, staat in Sderot en zal daar dus branden. Maar wat doen we hier? Wat met mijn jaarlijkse Chanoeka-toer? Ik probeer de Joodse Gemeenten te overtuigen om alles zo gewoon mogelijk te laten doorgaan, desnoods met alleen de aanwezigheid van de burgemeester, organisatoren, lokale functionaris en lokale pers, zodat er toch nog bereik zal zijn om de duisternis te verdrijven. En dus staat er nu op het programma: Na afloop van de sjabbat race ik naar Kampen om daar in de voormalige synagoge het derde lichtje te ontsteken. Het vierde lichtje gaat in Eindhoven aangestoken worden. Of we dat doen op het Stadhuisplein of in de synagoge is nog niet geheel uitgewerkt. Het vijfde vlammetje gaat voor of in de synagoge van Arnhem plaatsvinden. Marcouch is daar de grote stimulator. Geweldig! Hoewel: het lijkt een soort zelfkastijding want zijn naast-mij-staan prikkelt vele negatieve, om het maar even netjes te verwoorden, verwensingen. Het zesde lichtje wordt op de Markt aangestoken in Nijmegen. Precies tijdstip hangt nog even af van de burgemeester die zijn jaarlijkse medewerking weer heeft toegezegd. Dank en hulde! De laatste en achtste dag zal ik in Bourtange zijn. Het zevende lichtje heb ik nog niet ingevuld en ook het eerste ligt nog niet helemaal vast. Aan Zutphen en Apeldoorn wordt nog gewerkt. Maar voor de eerste dag hoop ik op iets heel bijzonders, maar dat wordt morgenochtend pas beslist. Vrijdagavond zal ik gewoon thuis zijn of misschien bij mijn kinderen, afhankelijk van……inderdaad: de coronamaatregelen. Verder heb ik hedenochtend een gesprek gehad met ‘mijn uitgever’. Een paar goedwillende kennissen hebben besloten dat mijn dagboek wordt gepubliceerd. En dus moest ik vandaag kiezen tussen vijf opties voor de kaft, want er komt maar één kaft (grapje!).  De komende week moet ik mijn handtekening zetten onder het contract met de uitgever. Naast rabbijn ben ik nu dus ook columnist. Ik voel me soms een soort Simon Carmiggelt, maar nog meer Efraïm Kisjon. Efraïm Kisjon sneed namelijk ook duidelijk misstanden aan. Maar naast columnist heb ik er sinds eergisteren nog een nieuw baantje bij. Ik ben namelijk, althans voor mijn gevoel, medewerker van de ROVA geworden. Of iets duidelijker geformuleerd: ik ben vuilnisman! We beschikten over een groene, een blauwe en een grijze kliko. De grijze was voor REST. Alles wat dus niet paste in blauw en/of groen kon in grijs. Dat mag dus niet meer. We hebben een pasje gekregen. Met dat pasje moet ik zo’n halve kilometer lopen om bij “mijn” restafvalmachine te komen. Ik dus met een plastic zak, zo dacht ik te goeder trouw, naar deze afvalverwerkingsmachine, waarin ik dus mijn rest kan deponeren met mijn pasje. Maar wat klopt hier dus niet: plastic mag niet in de restafval machine! Voor plastic moeten we naar een andere ondergrondse machine aan de andere kant van onze straat. Naar die andere kant moet ik overigens ook met al mijn plastic afval, waaronder ook kartonnen verpakkingen. Nu hebben we er een nieuwe kliko bijgekregen, die, als ik het goed begrepen heb, voor de voedselverpakking is die geen plastic bevat. Maar er is bijna geen rest meer, las ik op de gebruiksaanwijzing, dus hoef ik niet dagelijks met pasje en voedselverpakkingen, in een niet-plastic zak, naar “mijn” vuilnis verwerkende container. Hoewel ik op mijn eindexamen gymnasium voor Nederlands een zeer hoog cijfer had, heeft de bestudering van hoe het vuil verwerkt moet worden mij enige uren gekost. En om heel eerlijk te zijn: ik begrijp nog steeds niet goed hoe het werkt. Wel herinner ik mij dat in het personeelsrestaurant van het Sinai Centrum ooit een afvalopening zat voor plastic bestek en een opening voor voedselresten. Na sluiting van de kantine kwam een medewerker van de Civiele Dienst (de schoonmaakster dus) met een grote blauwe vuilniszak en daarin verdwenen dan de etensresten en het plastic broederlijk samen! Maar nu kan dat echt niet meer. Er komen ook controleurs langs de vuilnisvaten om te controleren of ik me wel aan de spelregels houd. O ja, we vergeten het glas en de batterijen. Voor glas moet ik weer ‘naar de andere kant van mijn straat’. En batterijen en ander chemisch afval wordt naar ik meen een keer per maand afgehaald met een speciale ROVA chemisch-afval-auto waar ik dan, zonder het pasje, dien te verschijnen. Ik overweeg nu deze materie diepgaand te bestuderen en dan een soort spoedcursus aan te bieden aan onwetenden. Als reclametekst zal ik dan schrijven: “Opleiding vuil sorteren voor beginners.” Naast een telefoontje van een mij volstrekt onbekende Diana die mij probeert uit te leggen dat ik ben uitgekozen om goedkopere energie te krijgen, bleek ik vandaag ook nog een gelukkige winnaar te zijn. Ik mag namelijk gratis een maandlang Gillette scheermesjes gaan testen. Maar helaas: 1/ ik scheer mijn baard nooit 2/ van de Joodse wet mag je het gezicht niet scheren tot op de huid. Dus de gelukkige (Joodse) winnaar kan vergeleken worden met de gelukkige winnaar van de Postcode loterij die mij ook regelmatig gelukkig verklaart met voedselcadeaus die voor mij ongeoorloofd zijn om te consumeren.

     

    Later op de dag zijn we mijn enige oude, wijze en vitale tante gaan bezoeken, daarna naar Den Haag op sjiwwe-bezoek (condoleance), weer naar huis om een zoom-cursus van bijna 1½ uur te geven, een boze e-mail van iemand die me al de hele week zegt te bellen en toen…. Via bed naar een afspraak in Nijkerk om 9:30 uur, maar zal wel in mijn dagboek van morgen te lezen zijn.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 24 augustus 2020 . Even geen wereldpolitiek.

    De maand Elloel is begonnen, de Hoge Feestdagen naderen. Iedere dag blazen we al tien tonen (anderen vier) op de sjofar, de ramshoorn als voorbereiding voor Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar. Ik voel de gebruikelijke spanning. Rosj Hasjana, tien dagen daarna Jom Kippoer, de Grote Verzoendag en dan daarna Soekot, het Loofhuttenfeest. De spanning heeft te maken met de voorbereidingen voor de diensten, het uitnodigen van de gasten, de aanschaf van de loelav (zal ik over enige weken wel uitleggen), de loofhut……………….maar dit jaar worden deze Elloel gedachten overschaduwd door de vraag of en hoe we überhaupt synagogediensten kunnen hebben. Juist voor de minder betrokkenen van de Joodse gemeenschap zijn dit de dagen die ze nodig hebben voor de versterking en instandhouding van hun Joodse identiteit. De diensten ingaande Jom Kippoer, uitgaande Jom Kippoer, het blazen op de sjofar. Zal het doorgang kunnen vinden dit jaar? Ik voel me de depressieve kant opgaan. Maar, zeg ik dan tegen mezelf, kop op. Waar klaag je over? En als jij het niet meer ziet zitten, hoe komt dat over? Je bent opperrabbijn, voorbeeldfunctie, gedraag je ernaar! In je toespraken roep je mensen op om steeds G’d met vreugde te dienen. Klopt! En dus, zeg ik tegen mezelf, stop met het negatieve gezeur tegen jezelf en kijk hoe mooi de afgelopen sjabbat was verlopen. Geen sjoeldienst in onze prachtige synagoge in de binnenstad, maar wel een nieuwe stevige professionele tent in onze tuin. Onze synagoge is een probleem. Niet de 1½ m. Het wekelijkse aantal bezoekers vormt (helaas!) geen probleem, hoewel dat wel met de Hoge Feestdagen (hopelijk!) een probleem gaat opleveren. Neen, het probleem zit hem in de ventilatie. Nou kan dat ventilatieprobleem eenvoudig worden opgelost door ramen en deuren te openen, maar dan lopen we op tegen het veiligheidsprobleem. Waar de kerken alleen van doen hebben met de 1½ m. en de ventilatie, zitten wij met veiligheid. Open ramen en deuren is belachelijk als je als Joodse gemeente voor kapitalen aan kogelvrij glas hebt geïnvesteerd. Maar de synagoge gesloten houden is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. In onze tuin hebben we nu twee stevige wind en weer bestendige tenten staan met perfecte natuurlijke ventilatie. En daar houden we nu onze diensten. Maar dat is een surrogaatoplossing. Veiligheid speelt hier veel minder omdat mijn huis en dus ook mijn tuin zeer goed beveiligd zijn. Alles uiteraard in overleg met politie die geen oogje, enkelvoud, in het (tent)zeil houdt, maar meerdere ogen! Bij deze: dank aan mijn politie! Maar waarvoor we moeten waken is interne spanning. Niet dus alleen in mijzelf, maar binnen de gemeenschap. Wel dienst, geen dienst? Is het verantwoord om op de sjofar-ramshoorn te blazen in de synagoge of moeten we dit uitsluitend in de tuin van de synagoge doen? Minimumaantal sjofarklanken of gewoon als andere jaren alle honderd klanken? Aan het uiteinde van de sjofar een mondkapje? Moeten we strikter zijn dan RIVM of niet vromer dan de paus? Al dit soort discussies, die af en toe ontaarden in felle discussies en interne spanningen veroorzaken, zijn onnodige en ongewenste neveneffecten van de hele coronatoestand. En natuurlijk word ik hierin ook weer meegesleept. Want wees ervan doordrongen dat er altijd vriendjes zijn die waar mogelijk toeslaan. U kent het wel: “hoofd boven het maaiveld.”  Moet ik me dan gedeisd houden? Zwijgen? Niet van me laten horen? In de luwte blijven? Dan krijg ik te horen: Jacobs doet niets. En dus blijf ik actief. Bewust heb ik vandaag even niet te veel nagedacht over de grote gebeurtenissen in de grote wereld.  Wie zal beter zijn voor Israel: Trump of Biden?  Is het historische vredesverdrag tussen Israel en de Emiraten inderdaad zo historisch, er was toch al vrede met Egypte en Jordanië? En hoe zit het met het diepgewortelde anti-Israel gevoel, is dat nu plotseling verdwenen? Aan een voormalig Opperrabbijn van Israel werd eens gevraagd wanneer hij vrede met de Israel omringende landen verwacht. Zijn antwoord was kernachtig en to the point: zolang er in de schoolboeken in de Arabische landen haat wordt gekweekt tegen Joden en tegen Israel, zal geen duurzame vrede mogelijk zijn.

    Ik heb me even beperkt vandaag tot gewoon het telefoontje naar de bejaarde mevrouw Pompstock en gewoon met haar even gekletst over Hollandse koetjes en kalfjes. Eenzaamheid doorbreken, gewoon even aandacht. Op de verkiezingsuitslag in de USA heb ik toch geen invloed. En ook Netanyahu gaat niet bij mij te rade. Maar aan die eenzaamheid bij de hoogbejaarde mevrouw Pompstock kan ik wel wat doen, hoewel zij daarmee haar in de oorlog vermoorde man en kinderen natuurlijk niet terugkrijgt.

  • Dagboek van een opperrabbijn, 26 oktober 2020

    Het is dus, en dat vergeet ik bijna, een dagboek in coronatijd. Die coronatijd voelde ik vandaag wel extra. Het is niet uitsluitend de knagende onzekerheid, maar ook de media die maar niet stoppen erover te spreken en de discussie binnen de Joodse gemeenschap zelf. Overigens zal die discussie binnen en buiten de Joodse gemeenschap geheel identiek zijn. Ik denk dat we globaal drie stromingen kennen. De ultraorthodoxie, de gematigden en de afvalligen. De ultraorthodoxie houdt zich bijna dwangmatig aan de RIVM-regels, neemt geen enkel risico en probeert anderen te overtuigen om vooral in afzondering te gaan leven. De afvalligen vinden alles onzin. Niemand weet het toch en je kunt het toch niet voorkomen, bovendien wordt het allemaal chronisch overdreven. Ik reken mijzelf tot de tweede stroming, de gematigden, die proberen kalm te blijven, niet te overdrijven, maar die weigeren om de realiteit te bagatelliseren. Maar in dat kalm blijven zat vanochtend een krak. En wat doe ik dan? Even een WhatsApp naar mijn professor. Wie is mijn professor? De echtgenoot van een oud-leerlinge met wie ik regelmatig contact heb over van alles en nog wat, maar speciaal over juridische zaken.  Even een voorbeeld van zo’n contact: die oud-leerlinge van mij, inmiddels dus een advocaat van middelbare leeftijd, heeft een beetje hetzelfde probleem als ik. Zij kan geen neen zeggen! En dus als ik eens weer iets heb, haal ik haar van stal, zoals dat zo ongenuanceerd heet. Jaren geleden ontmoette ik een oude man, die nog best jong van geest was. Hij leek qua uiterlijk op mijn opa. Hij behoorde tot de weinigen die, als kind, Auschwitz hadden overleefd. Hij was vriendelijk, gemoedelijk, betrouwbaar. Ik zou hem zondermeer durven vragen om €100.000 cash van A naar B te brengen. Híj had echter een lastig probleem: hij had de gewoonte om te stelen! Niet zomaar, maar uitsluitend als hij iets nodig had. Zo heeft hij Auschwitz weten te overleven. Na de oorlog was, zoals ik al vaker heb neergeschreven, het welkom-thuis-in-Nederland niet altijd van harte (cynisch!). Zijn ouders waren vermoord, familie had hij niet en ook bezittingen, een dak boven zijn hoofd en enige vorm van inkomsten ontbraken. En dus, indien hij iets nodig had, kleding of eten, zette hij zijn aangeleerde overlevingstechniek voort en had er geen moeite mee om te stelen. En nu was hij betrapt. Hij had, als ik me goed herinner, Fl. 4000 gekregen van de WUV, Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers, voor de aanschaf van zo’n elektrisch aangepast invalide autootje. Dat autootje had hij weten te verkrijgen voor Fl. 2000 (zwart betaald) en de resterende Fl. 2000 had hij in z’n zak gestoken. Betrapt! En dus een rechtszaak. Ik mijn oud-leerlinge ingeschakeld en daar stonden we dan in de rechtszaal voor drie edelachtbaren in toga. Op verzoek van de advocaat van de verdachte, mijn oud-leerlinge dus, werd mij verzocht helemaal aan het eind van de rechtsgang (heet dat zo?) ook een paar woorden te zeggen. Edelachtbaren, hoor ik mezelf nog zeggen, uiteraard is diefstal strafbaar. U heeft de plicht om de wet te handhaven. Maar realiseert u zich dat diezelfde wet die terecht aangeeft dat verdachte iets heeft gedaan dat tegen de wet indruist, realiseert u zich dat diezelfde wet hem naar Auschwitz heeft gestuurd? En tegen de vertegenwoordiger van de WUV, die aanwezig was als eiser, heb ik gezegd dat ik weiger te begrijpen hoe hij, als Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers, het in z’n hoofd haalt (ik had het iets netter geformuleerd) om deze overlevende voor het gerecht te dagen. De rechters hebben het begrepen: vrijspraak.

     

    Die oud-leerlinge is dus inmiddels moeder en getrouwd met een internist-hoogleraar. Dat is dus mijn professor. We kennen elkaar eigenlijk uitsluitend via WhatsApp en telefoon, hebben nooit echt contact gehad, maar hij is nu mijn aanspreekpunt voor alle wetenswaardigheden op het gebied van corona. Wat is onzinnige complottheorie en wat klopt wel. Waar ligt de grens tussen ultraorthodox, gematigd en afvalligen. En dus vanochtend, toen ik het net even te weinig zag zitten en dreigde van gematigd naar ultraorthodox over te gaan, even een WhatsApp naar mijn medisch geestelijk raadsheer de professor, en zie, ik behoor weer bij de gematigden.

     

    De link naar de oorlog wordt door mij wel sterk gevoeld. Ik begin te beseffen dat onze Lockdown van geen kant te vergelijken valt met de twee jaar en acht maanden dat mijn vader zat opgesloten, zonder laptop, zonder telefoon, zonder enig contact met de buitenwereld die levensbedreigend was. Ik voel me schuldig dat ik dat nooit heb aangevoeld. Ik begrijp nu erg goed dat mijn vader, zoals bijna alle vaders van mijn generatie, nooit iets verteld hebben over hun Lockdown. Ze wilden en konden er niet over spreken. Na het overlijden van mijn lieve en verstandige vader, heb ik met zijn nicht, tante Wies, die ook op hetzelfde onderduikadres zat, willen spreken over hun onderduikperiode. Alsjeblieft, zei ze, doe me dit niet aan. Ik kan en wil er niet aan terugdenken!

    Maar doordat mijn professor, die voor mij altijd bereikbaar is en regelmatig mij terugbelt vanuit de operatiekamer, mij weer op het rechte mentale spoor had gezet, kon ik weer rustig een aantal telefoontjes beantwoorden van mensen die bij mij steun zochten. En dat waren er vandaag meer dan gewoonlijk, helaas (?).

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 28 juli 2020

    Waarom weet ik niet, maar hier in Maastricht voel ik me even volledig weg van alles, hoewel ik nu u dit leest alweer thuis ben. Nou ja, volledig? Eigenlijk gaat het gewone rabbinale door. Een Nederlandse collega benadert mij. Een kindje van nog geen drie jaar uit Zuid-Amerika lijdt aan een zeldzame ziekte en nu schijnt er in Nederland een mogelijke behandeling in ontwikkeling te zijn. En dus wordt mijn collega benaderd door een collega uit Zuid-Amerika die de rabbijn is van de vader van het kindje. En gezien Jacobs toch in de psychiatrie werkte…

     

    En dus probeer ik de vader via via met de betreffende artsen in contact te brengen. Maar de vader moet wel eerst een online formulier invullen. Een formulier in het Nederlands en dus zit ik met mijn computer voor me en mijn smartphone aan mijn oor de vader te vertellen wat hij moet invullen. En dat speelt zich dan af op een terrasje op het Onze Lieve Vrouwenplein in Maastricht.

    Terwijl ik wacht op mijn auto die uit de garage van het hotel wordt gehaald, word ik nog even door Benoit Wesly, voorzitter van de Joodse Gemeente Limburg en eigenaar van Hotel Derlon waar we verblijven, voorgesteld aan de nieuwe trainer van voetbalclub MVV.

     

    De auto in, tien minuten rijden en we zijn bij de startplaats van onze wandeling. We gingen de rode pijltjes volgen. Maar toen kwamen de telefoontjes en e-mails. Een paar klussen waar ik volledig buiten wil blijven en waarmee ik ook helemaal niets te maken heb. 

     

    Blouma heeft nog snel even mevrouw Cohen uit Leeuwarden gebeld die vandaag 85 jaar is geworden. Een paar weken geleden waren we nog bij haar op (corona) bezoek. Vijf jaar lang, meer dan 40 jaar geleden, reisde ik iedere zondag naar Leeuwarden om onder anderen haar kinderen les te geven - nostalgie. De band is altijd gebleven. 

     

    Een telefoontje over een tekst op een grafzerk.

     

    Een telefoontje van een Joodse Gemeente die de sjoeldiensten op de binnenplaats wil beginnen.

     

    En toen een telefoontje uit Mariupol, Oekraïne: onze dag werd volledig anders dan gedacht. Rabbijn Mendel Cohen, een Israëliër die daar de rabbijn is, aan de telefoon. In shock vertelt hij mij dat hij nog leeft dankzij de steun vanuit Nederland en dankzij mij.

     

    Waarover heeft hij het, vroeg ik mezelf verbouwereerd af. ‘s Ochtends probeerde een man met een bijl de synagoge binnen te dringen. De beveiliger heeft met hem gevochten en hem zijn bijl weten te ontfutselen. De aanvaller is gevlucht, maar is duidelijk te zien op camerabeelden. De beveiliger heeft wonden opgelopen aan hoofd en nek, maar hij maakt het GZD goed.

    De politie was nu in de synagoge en Mendel belde mij volledig in shock op, innig dankbaar dat Christenen voor Israël nu al vijf jaar de beveiliging van de synagoge bekostigt. Blouma natuurlijk meteen gebeld naar zijn vrouw Esty die uiteraard ook helemaal overstuur is. Ze was slechts een paar meter verwijderd van het weduwschap.

     

    En dan NIW aan de lijn. Esther Voet, de hoofdredacteur, was vorig jaar nog in Mariupol om een verslag te maken van hun inzet. Duizenden kilometers weg van de bewoonde wereld, oorlogsgebied, separatisten, armoede, een massagraf van 10 meter breed en 11,6 kilometer lang. Maar antisemitisme, daarvan was geen sprake. Er waren veel te veel andere problemen.

     

    Rabbijn Mendel hoort nu, uren later, nog steeds het geroep van de schurk: ‘waar is de synagoge, waar is de synagoge?!’… De beveiliger heeft vandaag al een grote bonus gekregen. Hij heeft zijn leven geriskeerd, met blote handen de bijl aan de schurk ontfutseld, en zo vele levens weten te redden. Maar de aanvaller is nog niet gepakt. Mendel en Esty voelen zich nog verre van veilig. Blouma en ik hebben de kilometers van de wandeling wel afgelegd, maar onze gedachten waren in Mariupol, bij Mendel en zijn gezin. Toen ik vijf jaar geleden het contact heb gelegd tussen rabbijn Mendel Cohen en Christenen voor Israël in de hoop dat laatstgenoemde Mendel zouden willen steunen en helpen aan beveiliging, kon ik echt niet bevroeden dat die kennismaking toen, nu zijn leven heeft gered. Morgenavond begint de vastendag van 9 Av, de herinnering aan de verwoesting van de Tempel en het begin van de ballingschap. Eén van de gevolgen van die verwoesting: de aanslag op rabbijn Mendel en zijn gemeenschap.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 29 oktober 2020

    Het was vandaag een dag van papierwerk. Verklaringen ondertekenen, reglementen doorworstelen, verjaardagbrieven van een persoonlijke noot voorzien en de nodige lezingen voorbereiden. Met dit laatste ben ik nog niet klaar, maar ik moet nu echt even onderbreken om mijn dagboek klaar te hebben. Aanstaande dinsdag spreek ik via Stream (een soort Zoom maar dan net weer anders) voor Christenen voor Israël. Onderwerp: “Gebed in de Joodse Traditie.” Geen idee wat ik moet gaan zeggen, maar we vinden wel wat. Er valt genoeg over te zeggen, want door de eeuwen heen hebben we heel wat afgebeden! Maar het eerst dat ik wil uitleggen is dat het Nederlandse woord ‘bidden’ betrekking heeft op ‘vragen’, ‘beten’ in het Duits. Maar ons ‘gebed’ heeft een andere betekenis. Maar meer daarover niet nu, anders heb ik niets meer over voor de Stream. Vanmiddag ontving ik een interessante e-mail van een oudere dame, een psychologe. Ik had haar gevraagd om eens naar mijn dagboeken te kijken en mij te laten weten wat ze ervan vond. Haar reactie was heel interessant. Een dagboek bijhouden, zo gaf ze aan, is een therapie. En therapeutisch bezien moet je zo’n dagboek dan niet publiceren, want je toont daarin ook je zwaktes. Ik denk dat ze gelijk heeft, alleen ik schrijf mijn dagboek niet op advies van een psychiater maar op verzoek van een museumdirecteur! Ik schrijf  ook niet voor mezelf, maar voor de lezer. Maar, zo begon ik me dan maar meteen af te vragen, heeft mijn dagboek-schrijven misschien toch een psychologische component, is het misschien toch een soort, wellicht onbewuste, therapie die ik nodig heb. Toch maar eens vragen aan de directeur van het Joods Cultureel Kwartier wat zijn echte bedoeling was of dat er ook therapeutische bijbedoelingen waren. Verder voel ik me wel goed, hoewel de coronatoestand het gewone leven ontwricht, maar voor mij valt dat nogal mee, ik heb geen klagen. Ik reisde weliswaar veel, maar zit niet in de reisbranche. En hoewel we altijd veel gasten hebben/hadden (waaronder ook af en toe erg vreemde gasten) toch zitten we niet in de horeca. Maar ik zit wel een beetje in de wereld der psychologen omdat juist in deze tijden mensen eenzaam zijn, angstig en zelfs af en toe suïcidaal. Als ik zeg dat ik ‘een beetje’ in de psychologische wereld vertoef, bedoel ik te zeggen dat een rabbijn natuurlijk alles te maken heeft met gedrag en gevoel van mensen. Ik mag nooit de mens oppervlakkig bekijken, afgaan op de eerste indruk. Ik word geacht altijd heel goed te luisteren en door te dringen tot de essentie van de vraag. Ik zal me verduidelijken want anders denkt u dat ik psychologische onzin uitkraam.

     

    In mijn dagboek van enige dagen geleden citeerde ik een binnengekomen e-mail:

    “Ik ben een tiener die op onverklaarbare wijze een enorme aantrekkingskracht ervaart naar uw prachtige religie. Alles in mij trekt ernaartoe”.

     

    Hoe ben ik hiermee omgegaan. Wellicht had u verwacht dat ik de tiener zou uitnodigen en helpen met haar verlangen om Joods te worden. Maar ik heb dat heel bewust niet gedaan. Ten eerste zal ik nooit een onbekende zomaar bij mij thuis ontvangen. Ik mag geen kwaad denken, maar naïviteit verdient ook niet de hoofdprijs! Om een lang verhaal kort te maken: de tiener is de twintig reeds gepasseerd, is moeder van een baby en heeft een echtgenoot. De echtgenoot is een gelovige moslim. Hij weet niet dat zij contact heeft gezocht met de opperrabbijn, hij weet ook niet dat zij aangeeft Joods te willen worden. Ervan uitgaande dat dit geen vooropgezet plan is om met een list en met een kwade bedoeling bij de rabbijn in huis te komen, wat gaat hier passeren? Hij vindt uit dat zij bezig is Joods te worden. Los van het feit dat zij dan met een Joodse man zal moeten trouwen en van hem zou moeten gaan scheiden, wat zijn de gevolgen voor hun baby? Maar misschien wil hij ook Joods worden. En wat gaat dat dan weer betekenen voor dit gezin ten opzichte van hun familie? Enfin, er is haar uitgelegd dat Joods-worden er momenteel niet inzit. Maar dan maar, zo gaf ze aan, gewoon veel lernen over Jodendom. Mag ze cursussen bijwonen? Ook dat heb ik ten stelligste afgeraden. Ik wil graag mensen helpen, maar hier ga ik meewerken aan het kapotmaken van een normaal regulier gezin. Hij een moslim, zij een moslima. Wat is de toegevoegde waarde om haar te steunen met kennis van het Jodendom. Als zij met hem een problematische relatie heeft, moet ze naar de psycholoog, niet naar de rabbijn. Ook niet als die rabbijn toevallig in een psychiatrisch Centrum meer dan 40 jaar heeft gewerkt, want zijn professie is en blijft: rabbijn! En een rabbijn moet helpen, ook als het helpen lijkt op tegenwerking, want zij was niet blij met mijn weigering haar bij te staan!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 3 november 2020

    Vandaag heb ik maar eens, bij hoge uitzondering, een agenda voor mezelf gemaakt:

    • 7:30 opstaan en ochtendgebed
    • 9:00 uur e-mails bekijken en beantwoorden en bordje havermout
    • 11:00 u vertrek naar Leerdam met mijn trouwe chauffeur *
    • 12:00-12:45 uur begraafplaats ontmoeting met Eduard Huisman, consulent voor de begraafplaatsen
    • 14:00 – 16:00 uur overleg met rabbijn Den Haag en PC-leden in synagoge Den Haag over het Brit Mila besnijdenis protocol.
    • 18:00 uur thuis overleg op hoog niveau over Ysselsteyn
    • 19:00 uur vertrek naar Nijkerk
    • 19:30-20:30 uur lezing via Stream over “de plaats van het gebed in het Jodendom”
    • 21:30 uur gevloerd thuis
    • 21:30-22:00 uur w.v.t.t.k. (wat verder ter tafel komt)
    • 22:00 uur: dagboek

    * Onderweg in de auto: lezing voorbereiden voor vanavond; e-mails bekijken; telefoontjes; Bat Mitswa op Kerstmis zien op te lossen.

    Nu zit ik dus bij punt 11 na een bomvolle dag. Maar wel een goede dag, in de betekenis dat er van alles soepel is verlopen. De begraafplaats in Leerdam. De consulent van de begraafplaatsen, Huisman, doet zijn werk met veel overgave en inzet. Het probleem was een muur van het huisje dat dreigt weg te zakken en/of om te vallen en zou dan terecht komen op de onderliggende Joodse begraafplaats. En dus moet er een L vormige stut worden geplaatst op de Joodse begraafplaats…maar ik zal u er niet verder mee vermoeien. Het eind is dat alles goed en naar tevredenheid van weerskanten, B&W en NIK, wordt opgelost. Het huisje wordt gered en de grafrust op de Joodse begraafplaats wordt niet aangetast. En dus heb ik het weer goed gedaan, vind ik van mezelf.

    Onderweg ook de Bat-Mitswa opgelost. Wat was het probleem: het meisje zou Bat Mitswa moeten worden op de eerste Kerstdag. Maar dan krijg je niet zo snel je vriendjes en vriendinnetjes. Klopt! Maar die krijg je dus naar alle waarschijnlijk toch al niet vanwege Corona en dus: uitstellen tot betere tijden en een gelukkigere datum. Natuurlijk wordt zij Bat Mitswa – Joods meerderjarig, op de dag van haar 12de verjaardag, maar het feestje kan later. En, zo heb ik aangeboden, ik zal dan ook graag aanwezig zijn.

     

    Wat ik niet heb kunnen oplossen was een mevrouw, waarvan ik me niet herinner haar ooit ontmoet te hebben, die me al eerder deze week had gebeld. Ze geeft aan dat wij elkaar al een keer hebben ontmoet in Brussel, op mijn kantoor van de RCE Rabbinical Center for Europe, in verband met een gioer, toetreding tot het Jodendom. We spreken met elkaar in het Frans, geen probleem, maar ik weet haar dus echt niet te plaatsen. Hoe doe ik zoiets? Ik heb thuis een schrift met alle ontmoetingen en de daarbij behorende aantekeningen. Maar met dat schrift loop ik niet dag en nacht rond. Ik dus braaf geluisterd en proberen uit te vinden wat precies haar vraag is en, nog belangrijker, wie zijzelf eigenlijk is. Mijn Frans is redelijk, maar haar Frans buitengewoon gebrekkig en met een enorm Russisch accent. Uiteindelijk heb ik begrepen dat ze me uitlegt dat er een probleem is met corona en dat ze daarom nu niet haar zoon naar Antwerpen kan brengen naar de Joodse school en ook de afspraak met mij op mijn Brussels kantoor aanstaande zondag moet afzeggen. Dat komt mij overigens wel goed uit omdat 1: er een negatief reisadvies is naar België en 2: ik helemaal niet van plan was om aanstaande zondag naar Brussel te gaan, dat nergens in mijn agenda staat en ook ons secretariaat hiervan niet op de hoogte was. Het is mij dus nu niet helemaal duidelijk of ik wel of niet iets heb opgelost. Maar ik ga dus niet naar Brussel, dat is het enige dat duidelijk is.  Dat komt prima uit, want ik word zondag aanstaande op 11:00 uur in Arnhem verwacht. Daar mag ik een krans leggen met een bestuurslid van de Joodse Gemeente Arnhem bij het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Arnhemse Joden. Ik zal wel een paar woorden spreken en ook de burgemeester komt. Hopelijk zal de lokale omroep aandacht hieraan besteden, anders sta ik tegen mezelf te spreken of alleen tegen burgemeester Marcouch, die ook aanwezig zal zijn, hoewel ik het woord ‘ook’ beter kan weglaten.

     

    Overigens heb ik vanavond wel een training gehad om tegen niemand te spreken. Bijna 1½ uur een lezing over de “De plaats van het gebed in het Jodendom’. Ik stond dus letterlijk tegen niemand te praten, uitsluitend tegen een camera die niet reageert en zelfs niet in slaap valt van verveling. Een leuke grap verteld, en niemand lacht. Een spitsvondige opmerking, en niemand reageert. Ik vraag me af of als ik halverwege in slaap zou zijn gevallen, of iemand dat zou hebben opgemerkt! Ik ben gewend dat ik tegen een groep mensen spreek. Dat niet iedereen altijd aandachtig luistert, het is niet anders. Ook als mensen ongeduldig op hun horloge kijken aanvaard ik gedwee. Als ze na het kijken op hun horloge gaan luisteren of het klokje nog werkt, raak ik pas geïrriteerd!

     

    Maar er is vandaag nog iets gebeurd. Een belangrijke bespreking in verband met de onacceptabele herdenking van SS-ers en SD-ers op de begraafplaats in Ysselsteyn. Die bespreking heb ik niet geagendeerd en ook de positieve uitkomst die heeft geleid dat ik morgen weer een overleg heb, treft u niet vermeld. Heel vaak is een gevoelig probleem het best oplosbaar als het achter de schermen is en onzichtbaar blijft. Het lastige is alleen dat als het zichtbaar wordt dat het probleem is opgelost, er velen uitroepen dat zij het hebben opgelost. Twee weken geleden sprak ik een predikant wiens vader zwaar in het verzet had gezeten. Hij vertelde mij dat in de oorlog in hun dorp er maar weinig verzetsstrijders waren, maar na de oorlog was iedereen een verzetsstrijder geweest!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 30 juli 2020

    De heer Ruth Marion Weile, geboren 25 juni 1928 in Magdenburg. Hij woonde van 2 april 1941 t/m 9 februari 1943 aan Poorthofsweg 26 Haren. Hij is op 10 september 1943 in Auschwitz vermoord.

    Negen Av, de meest trieste dag van de Joodse kalender. Ik ontvang een e-mail.  Bij het leegruimen van een huis vindt iemand een fotoboek, het behoorde toe aan Ruth Marion Weile. De heer Weile heeft indertijd het fotoboek afgegeven aan de heer L. Wind in Haren.

    Misschien is er nog ergens een familielid van Ruth Marion Weile die graag dit gewone fotoboek wil hebben, de herinnering in ere houden aan? Het is een nietszeggend fotoboek.  Maar juist vanwege het nietszeggende, getuigt het van het grote drama. En als er zelfs niemand meer bestaat die Ruth Marion Weile nog ergens kan plaatsen, gaat het naar het Joods Historisch Museum.

    Maar voor het zover is, ga ik zoeken. In Westerbork bijvoorbeeld. Ik heb zelf een kistje met foto’s. Geen idee wie al die mensen zijn. Mijn vader had het mij zeker kunnen vertellen, maar ik heb het hem nooit gevraagd en hij mij eigener beweging nooit over verteld. Ze werden allen vermoord, met hun herinnering. Ik herinner mij dat ik enige jaren geleden een medaillon van mijn moeder opende om te kijken wat erin zat. Een foto van een man met een pet en een baard. Geen idee wie dat was. Als mensen, zo speelt het in mijn hoofd, gewoon vergeten zijn vanwege de jaren, dan is dat normaal. Ze blijven voortleven in hun nageslacht, ook als de nazaten niet meer weten wie ze waren. Maar op jonge leeftijd vermoord, met en zonder nageslacht…

     

    Terwijl ik in de synagoge ben van Maastricht gonzen deze gedachten door mijn hoofd. Mijn gedachten dwalen af van de Klaagliederen die we op Negen Av uitspreken gedurende de ochtenddienst. Aan het einde van de dienst vraagt de rabbijn van Limburg om iets te lernen voor de aanwezigen, voordat we weer huiswaarts keren. Ik houd een voordracht over onderlinge onverdraagzaamheid en over het gevaar van Bijbelvertaling. Iedere vertaling is immers een verklaring. Nog nauwelijks in de auto belt de specialist van het Erasmus Medisch Centrum mij. Over dat kindje uit Zuid-Amerika die hier in Nederland geholpen hoopt te worden. Het contact tussen de vader en de medicus is gelegd en dus kan ik er tussenuit. Dat gebeurt vaker. Er komt een probleem op me af. Ik treed op als een soort koppelaar en ga er dan tussenuit.

     

    Toen ik twee uur later in Amersfoort aankwam, mocht ik weer ergens tussen gaan zitten. Een belletje uit Israël. Er ligt iemand in Nederland op sterven. De familie in Israël wil graag dat ‘in geval dat’ er een Joodse begrafenis zal plaatsvinden. De zieke vrouw, middelbare leeftijd, is Joods maar heeft nooit iets gedaan met haar Jodendom en is dus nergens lid van een begrafenisvereniging. In feite dus onverzekerd. Via het belletje uit Israël kom ik in contact met de kinderen.

     

    De dochter legt me uit dat ze niet weet wat ze moet doen want ze weet niets van het Jodendom omdat ze als Nederlander is opgevoed. Ik ben er maar even niet op ingegaan, maar ik had de neiging om even corrigerend op te merken dat ook ik Nederlander ben en ook als Nederlander ben opgevoed. Enfin, na de dochter gesproken te hebben en aangeboden om moeder te gaan bezoeken en waar mogelijk behulpzaam te zijn, heb ik de voorzitter van de betreffende Joodse Gemeente in contact gebracht met de dochter en mocht ik er weer tussenuit wat betreft de financiële regeling. En weer was ik dus de koppelaar.

     

    Ondertussen ontvang ik een appje van de journalist van de Telegraaf dat het bericht over de aanslag in Mariupol online is gelezen door 187.677 mensen en direct daarna een appje dat een jongeman van 47 jaar, vader van zes kinderen, zoon van een vriend van mij uit Londen, plotseling aan een hartaanval is overleden. Het is inmiddels 19:15 uur.

     

    Om 22:14 uur is de vastendag voorbij. Meer dan 24 uur niet eten en niet drinken. Wel nare confrontaties. Het ballingschap in optima forma. Door de eeuwen heen een moeizame periode voor het Joodse volk. Een aaneenschakeling van vervolgingen, pogroms, juist in deze periode. Daarom zie je dat orthodoxe Joden doorgaans pas na deze periode op vakantie gaan. Onderweg loert er altijd gevaar, zeker in ‘den vreemde’.

     

    Het hotel in Beekbergen waar wij ieder jaar enige weken vertoeven omdat het in de vakantie vanaf Negen Av al bijna twintig jaar ‘koosjer draait’, gaat dit jaar niet door. Een koosjere cateraar uit Antwerpen neemt dat gewone hotel over gedurende de zomer. Maar om Joodse toeristen te krijgen moet hij een koosjer certificaat hebben van een rabbijn, een soort Kema Keur, maar dan voor koosjer. Ik ben ieder jaar dat certificaat. Ik zie het niet als business, want mijn handel is ‘mensen helpen en bruggen bouwen’, maar het is leuk. Maar dit jaar dus even niet: want corona!

     

    Met nog een paar Joodse mannen vertrekken we dadelijk naar de synagoge in Almere voor de middag- en avonddienst. En dan snel naar huis. Eten kan nog even wachten, maar een kop koffie, daar snak ik naar. Ik ga nu nog even naar Mariupol bellen om te kijken hoe het gaat met rabbijn Mendel, met z’n shock. O ja, bijna vergeten, een appje van de ambassadeur van Oekraïne in Nederland. Hij gaat ook naar rabbijn Mendel bellen. De ambassadeur is ook Joods. Hij doet er weliswaar niets aan, maar toch. Overigens zijn de president en de premier van Oekraïne ook beiden Joods. Schertsend vroeg ik eens aan de ambassadeur of ook niet-joden bij hun een regeringsbaantje kunnen krijgen.

     

    Maar het antisemitisme is er zeer aanwezig, in een land dat eens de bakermat was van een gigantisch Joods leven. Van die rijkdom is nagenoeg niets meer over. Wat rest zijn keihard werkende rabbijnen die redden wat er nog te redden valt en die honderden massagraven proberen te beschermen tegen grafschennis. Ik zie mezelf nog zo staan bij dat massagraf in Mariupol: 16.000 Joden werden daar vermoord, omdat ze Joods waren… Laten we bidden dat deze negende Av volgend jaar een feestdag zal zijn, omdat het ballingschap ten einde is.

     

    Opperrabbijn B. Jacobs

     

    bron: https://www.christenenvoorisrael.nl/artikelen/trieste-dag

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 30 september 2020

    Doordat ik gisteren de hele dag niet heb bewogen, want ik zat of bij die conferentie of in de auto, ben ik nu al wakker. Het is tien voor drie in de ochtend. En dus heb ik me voorgenomen om dadelijk, als het echt ochtend is en ik het ochtendgebed heb uitgesproken, een stevige wandeling te gaan maken. En de rest van de dag? Vanmiddag komen er een aantal mensen op bezoek. Mensen die anders op mijn Rabbinaat zouden zijn gekomen. Maar omdat ik vanuit huis werk, komen ze nu naar Amersfoort en worden ze ontvangen in de tentsjoel/sjoeltent en niet in ons huis vanwege ventilatie en social distance. En verder zie ik wel wat er op mij afkomt. Of niet. Maar meestal is er altijd wel wat aan de rabbinale hand. Sowieso moet ik mijn zoomcursus voor de 60+, die ik donderdagmiddag ga geven, voorbereiden. Zo’n voorbereiding is qua tijd lastig in te schatten, maar enige uren zal het vergen. En ondertussen, als ik van verveling niet meer zou weten wat te doen, kan ik vast mijn toespraken voor de eerste dagen Soekot, het Loofhuttenfeest, voorbereiden. Dat zullen we in ieder geval al vier zijn. Een voor ingaande Soekot, dus vrijdagavond, een overdag bij de sjoeldienst, dan weer een toespraak zondagavond en dan zondag overdag bij de sjoeldienst. Voor mezelf moet ik wel aantekeningen maken wanneer ik wat zeg. Geen uitgeschreven toespraken, maar wel punten per toespraak op schrift om te voorkomen dat ik niet alle vier de toespraken door mekaar haal. Vier toespreken fabriceren neemt een fiks aantal uren die ik vandaag of morgen zal moeten inplannen.

     

    Maar het regulier kantoorwerk gaat ook door, maar dan vanuit huis. Zojuist een zogenaamde rabbinale verklaring afgegeven. Om lid te kunnen worden van een Joodse Gemeente of om elders in de wereld een Choepa, een Joods religieus huwelijk, te kunnen krijgen of om aan een pasgeboren jongetje een Brit Mila, besnijdenis, te kunnen geven, moet er een bewijs van Jood-zijn worden getoond. En dus wordt er van mij regelmatig om zo’n verklaring gevraagd. Uiteraard geef ik uitsluitend zo’n verklaring af als het Jood-zijn, hetzij van geboorte of vanwege een toetredingsprocedure, bewezen is. In feite heet zoiets een Jood-Verklaring, maar vanwege alle nare mogelijke associaties noem ik dat altijd een Rabbinale-Verklaring. Klinkt iets vriendelijker!

     

    Overigens heeft die boze meneer van gisteren (zijn boosheid was terecht!) het gesprek, nadat ik excuus had aangeboden en toegezegd persoonlijk de plechtigheid rond de onthulling van de grafzerk te zullen leiden, afgesloten met de volgende woorden: “zo, nu ben ik het kwijt en heeft u (dat ben ik dus) het probleem.” Dat deed me denken aan Moos en Saar. Het is midden in de nacht en Moos kan maar niet slapen. “Waarom slaap je niet?”, vraagt Saar. “Nou”, zegt Moos, “ik heb van onze buurman en onze goede vriend Sam tienduizend Euro geleend maar ik zie geen enkele mogelijkheid om het terug te betalen en pieker me dus suf.” Saar begint hierop te bonken op de muur. Sam wordt wakker en brult wat er aan de hand is. “Sam”, antwoordt Saar, “Moos kan je die tienduizend Euro onmogelijk terugbetalen.”  Dit gezegd hebbend zegt ze tegen haar Moos: “Zo, nu kan hij verder piekeren en jij rustig slapen”.

     

    En toch ben ik tevreden dat die boze mijnheer met zijn klacht over de niet goed verlopen begrafenis mij heeft gebeld. Natuurlijk ben ik niet schuldig, maar wel verantwoordelijk en dus was mijn excuus oprecht gemeend en hoop ik dat de boosheid, of beter verwoord de teleurstelling, door mij is overgenomen en bij de familie enigszins verzacht is.  Hij reageerde in ieder geval zeer positief op mijn voorstel dat ik zelf de plechtigheid ga leiden bij de onthulling van de matsewa-grafzerk.

    Maar: Ik heb inderdaad slecht geslapen, maar dat doe ik al jaren!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Dank politie, ik voel me veilig! Dagboek van een Opperrabbijn 17 augustus 2020

    Omdat ik af en toe wat achter loop en nooit de hele krant lees viel mij nu pas een artikel op met als titel:” Namenmonument doet geen recht aan werkelijkheid (RD zaterdag editie)”. De schrijver, mijn vriend en gewaardeerde collega Lody B. van de Kamp, eindigt met een duidelijk en begrijpelijk “ik kan niet anders dan me verzetten tegen dit bouwwerk”. Wat speelt hier? De nazi’s organiseerden hun moordmachines op zo’n manier dat Joden zelf een onderdeel werden van de vernietiging. In de kampen werden Joden aangesteld om hun mede-Joden als slavendrijvers te pijnigen, te kwellen, dood te slaan. En als de treinen aankwamen in Sobibor werden ze opgewacht door mede-Joden die vooral opgewekt moesten kijken opdat de aangekomen slachtoffers niets vermoedend de gaskamers zouden ingaan voor een ‘ontsmettingsdouche’.  En als ze niet zorgeloos genoeg klaarstonden, gingen ze zelf de gaskamers in. Het oprichten van de Joodse Raad was ook een onderdeel van de moordmachine. Joden moesten mede-Joden opdragen om braaf op transport te gaan. Van de Kamp vindt het onacceptabel dat op een en dezelfde Namenwand slachtoffers en daders worden genoemd. Tussen haakjes: er waren zeker vele Joden die zichzelf lieten doden en weigerden ook maar iets hun medegevangenen aan te doen. Hun zielen bevinden zich nu gigantisch hoog in het Gan Eden. het Paradijs, en een Eeuwige beloning is hun deel geworden.

     

    Ik begrijp van de Kamp, maar ik deel zijn mening niet. Ik zie die namenwand als een grafzerk voor hen die zelfs geen graf was vergund. Dat er dan tussen de slachtoffers ook namen worden vermeld van mensen die hun medegevangenen afranselden omwille van hun eigen levensbehoud………ook op een begraafplaats waar mensen hun laatste rustplaats hebben gevonden, liggen mensen begraven met wie je eigenlijk niet begraven had willen worden.  Dat dit schrijnend is begrijp ik erg goed. Ook ik ken een man die, volgens een overlevende, als een kapo in het concentratiekamp bijzonder goed (slecht dus!) zijn taak heeft uitgevoerd en daardoor heeft kunnen overleven. Hij werd zelfs een bestuurder binnen Joods Nederland en was niet altijd even vriendelijk tegen mij. Maar ik weigerde mijn kennis over zijn verleden te misbruiken. Want wat was de waarheid? Moeilijk achter te komen. Want ik ken namelijk ook een man die voor het oog van de wereld een wrede kapo was, maar juist daardoor vele heeft weten te redden. En hoezeer ook ik de opstelling van de Joodse Raad veroordeel, in Enschede heeft de Joodse Raad veel Joden juist weten over te halen om te gaan onderduiken. Maar ik wil het geheel nog gecompliceerder maken. Gisteren sprak ik een man die mij vertelde dat zijn vader in Westerbork belast was met het reinigen van de rioleringen. Met een kruiwagen vol poep liep hij dagelijks het kamp uit. En bij tijd en wijle verstopte hij dan een gevangene onder de viezigheid en reed hem zo het kamp uit, de vrijheid en kans op overleving tegemoet. De gevangene ademde, zo vertelde hij mij, via een rietje dat boven de viezigheid uitstak. Op deze manier heeft hij meerdere mensen het leven gered.  Twee neven van mijn moeder, oom Benno en oom Jacob uit Denekamp, hebben ook Westerbork weten te ontvluchten en hebben beiden de oorlog overleefd. Maar……….doordat zij of de mensen in de kruiwagen ontvlucht waren, werden anderen op transport gesteld. Want de trein moest vol. Ik ben voor de namenwand. Ieder mens heeft recht op een graf. Op z’n minst een grafzerk zonder graf. En de beoordeling of een enkeling er ten onrechte opstaat, laten we aan Boven over. Het Jodendom gaat in het strafrecht ervan uit dat het beter is om een schuldige ongestraft te laten rondlopen, dan een onschuldige ten onrechte te veroordelen. En bovendien: de grote meerderheid, 99,9%, was zonder meer slachtoffer. Zij gingen rechtstreeks de gaskamers in. Ik zie graag op z’n minst hun namen vereeuwigd, maar ik begrijp van de Kamp erg goed. Misschien kijk ik er anders tegenaan omdat alle vier mijn grootouders de oorlog wel hebben overleefd. Bij vd Kamp lag dat anders.

     

    Een telefoontje: u spreekt met Cees. Hier in Maastricht is zojuist een Jood op de markt in elkaar geslagen. Het gaat helemaal de verkeerde kant op. Blijft u vooral binnen en zorg dat uw vrouw en kinderen ook de straat niet opgaan. De politie doet niets. Op mijn vraag wie er dan wel in elkaar zou zijn geslagen, geeft Cees aan dat hij dat niet weet. Maar hoe hij dan weet of die man inderdaad Joods is? Ook dat wist hij niet zeker, maar zijn gevoel vertelde hem dat. Zeker is wel dat ik vooral binnen moet blijven, want de politie doet niets.

     

    Ja, alertheid ten aanzien van het opkomend antisemitisme is geboden, maar we leven echt nog wel in een rechtstaat. We zijn geen bananenrepubliek. Recht is in ons land zeker niet krom en de politie beschermt ons waar nodig. Met lede ogen aanschouw ik hoe in Utrecht en in Den Haag en ook in andere plaatsen in ons land politieagenten worden bekogeld en uitgescholden. Onacceptabel. Dag en nacht staat de politie  voor mij klaar. Toen ik een aantal maanden geleden midden in de nacht uit Engeland weer thuis kwam en om 2:30 uur voor mijn huis stond koffers uit te laden, was er binnen een mum van tijd een politieauto om te kijken wie daar voor het huis van de rabbijn stond geparkeerd. Toen ze mij zagen stopten ze meteen en droegen al mijn koffers naar binnen! Maar los van deze piccolo inzet:  Waar ook in den lande ik een lezing geef of aanwezig ben bij een publieke bijeenkomst, de politie is er! Dank Nederlandse politie: ik voel me veilig!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP  en NIW  publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

     

  • Dat gaat naar Den Bosch toe Zoete lieve Gerritje; Dagboek van een Opperrabbijn 20 oktober 2020

    Nadat ik gisteravond mijn dagboek had gesloten en verstuurd, ontving ik een bericht dat in Den Bosch, die vriendelijke stad van “Zoete lieve Gerritje”, een demonstratie had plaatsgevonden tegen de corona-maatregelen en dat tijdens deze demonstratie antisemitische kreten pur sang werden gescandeerd. Wie had ooit kunnen bevroeden dat anno 2020 die “Zoete Lieve Gerritje” vanuit mijn jeugd naar Den Bosch zou gaan om daar antisemitische en anti-politie leuzen te gaan verkondigen? Een duidelijke bevestiging van mijn grap over de vraag wie er schuldig is: “De Joden of de lantaarnpaal? Waarop dan als reactie komt: Hoezo de lantaarnpaal?” Een beangstigende ontwikkeling, waarvoor we onze ogen niet mogen sluiten.  Dat was dus het slechte nieuws of toch niet? Want hiermee is het wel duidelijk geworden dat de Joden niet schuldig kunnen zijn aan het Covid-19 virus omdat zij juist de veroorzakers zijn van de anti-coronamaatregelen en dus duidelijk niet van Covid-19 zelf! Of zie ik dat nu precies verkeerd en is dit een te optimistische vertaalslag en zijn wij Joden schuldig én aan het virus zelf én aan de antivirus maatregelen? Maar het echte goede nieuws, want dat is er ook altijd, is de boom van Anne Frank:

     

    Mijn echtgenote ontving van onze vriendelijke, uit oost Europa afkomstige en bejaarde tuinman de volgende e-mail: U e-mail heb ik gelezen. Deze week zal alle dagen regenen, behalve zaterdag. Maar dan viert u Sabbat. Volgende week maandag en dinsdag zal droog zijn. Maar dat moeten te zijner tijd nog een keer bekijken. Natuurlijk kom ik, als droog is. Een heel zeldzaam nieuws wil ik U vertellen: afgelopen week was ik gast bij mijn vriend in Flevoland. Hij was de directeur van de vermeerdering bedrijf daar voor de boomkwekerij. Hij heeft in zij tuin een jonge wilde kastanjeboom (Aesculus hippocastanum), die dit jaar droeg eerst vruchten. Hij vertelde, dat die kastanjeboom een van de 8 Kastanjebomen zijn die zijn broer heeft van Anne Frank Kastanje boom vermeerderd. Hij gaf me twee vruchten met de opzet een aan U te geven, een aan onze Dominee. Dat vond ik heel attent van hem. Maar, die heb ik nu in de koelkast gestopt om koude inductie te krijgen. In maart probeer ik in een pot bij mij te ontkiemen, en als dat lukt, kan ik de ene voor U voor € 0,- aanbieden. Ik hoop dat de vrucht gaat ontkiemen en ben onder de indruk van zijn bemoedigende schrijven. Gewoon, direct uit het hart, zonder franje en het zal geen krant of Facebook halen, alleen dus mijn dagboek.

     

    Ik was vandaag verder bezig met naspeurwerk over de vraag of iemand wel/niet Joods is, de organisatie rondom een overlijden en Ysselsteyn is nog steeds niet over, want er zijn er die inderdaad van mening zijn dat ook onze agressors en moordenaars geëerd moeten worden binnen het kader van verzoening! Er wordt mij hierbij vermeld dat inwoners van Ysselsteyn door geallieerde soldaten vermoord waren en dat ook de Nederlands soldaten in Indonesië herdacht worden, ondanks hun begane oorlogsmisdaden. Dat de moordenaar van Anne Frank, die ook op het ereveld ligt van Ysselsteyn, geen lof dient te verkrijgen, begrijpt de schrijver van de brief aan mij, maar toch……! Hij schijnt te vergeten dat ik geen bezwaar heb tegen respect tonen naar de jonge Duitse soldaten die gesneuveld zijn en gedwongen in het leger zaten. Mijn bezwaar betreft de SS’ers en SD’ers die geheel vrijwillig aan de Endlösung meewerkten en die daar ook in groten getale begraven liggen.

     

    Ondertussen ben ik benieuwd hoe er vanuit de Bisschoppen gereageerd gaat worden op het artikel in het laatste NIW over de (niet goede) positie van Paus Pius XII, de oorlogspaus. Verder was ik vandaag onaangenaam verrast over een artikel op de opiniepagina van het RD over de zorg in Christelijke kring dat christenen aan de voeten van rabbijnen het Oude testament gaan leren. Dit gaat uit van een Christelijke organisatie die vanuit Israel werkzaam is. Ik was ook gevraagd om regelmatig artikeltjes voor ze te gaan schrijven, maar bij nader inzien heb ik me hiervan gedistantieerd om redenen die ik niet aan het digitale papier wil toevertrouwen. Ondertussen heb ik mezelf ook een spiegel voorgehouden, want ik heb best veel Christelijke contacten. Wil ik Christenen bekeren? Absoluut niet. Ik wil coalities vormen, samen strijden voor de terugkomst van het geloof in G’d, voor moraliteit gebaseerd op Bijbelse waarden, voor het gezin als hoeksteen van onze samenleving en tegen antisemitisme. En als ik spreek over strijden, denk ik niet, G’d behoede, aan wapens maar aan gesprek, aan shalom, met gelovigen van andere denominaties en ook met ongelovigen, want ook ongeloof is een religie.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • De ambassadeur als beproeving

    Hoewel het Joods Nieuwjaar en de Grote Verzoendag in het Nederlands vaak worden aangeduid als de Hoge Feestdagen, is het beter om te spreken van de Ontzagwekkende Dagen.  Om de een of andere onverklaarbare reden is het behalve de week voor de Ontzagwekkende Dagen, dagen van diepe bezinning, voor mij dit jaar ook de Maand van de Ambassadeurs.

     

    Met de ambassadeur van Israël heb ik zeker wekelijks whatsapp contact en de laatste weken hebben we elkaar ook fysiek vele keren ontmoet. Maar vandaag ontving ik een uitnodiging van de ambassadeur van Hongarije om op zijn ambassade te komen lunchen.  Maar indien ik niet reis, zo schrijft hij, dan is hij zeker bereid om naar mij te komen. Wat hij precies bedoelde met “indien ik niet reis” weet ik niet, want voor mijn gevoel “doe ik niet anders dan reizen”.

     

    Maar behalve Hongarije en Israel ontving ik ook een uitnodiging van de ambassadeur van Litouwen en de ambassadeur van Japan om aanwezig te zijn bij de opening van een fototentoonstelling genaamd “Kindness of One” geïnspireerd door het verhaal van de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk en de Japanse diplomaat Chiune Sugihara die in 1940 duizenden visums hebben geregeld om Joden in Litouwen daarmee de gelegenheid te geven Litouwen te ontvluchten en zo aan de Endlösung te ontkomen.

     

    Jan Zwartendijk en Chiune Sugihara zijn ook uitgebreid aanwezig op de tentoonstelling “Redders in Nood” in het Israel Producten Centrum in Nijkerk. Het trieste is dat deze twee reddende engelen niet alleen na de oorlog geen erkenning hebben gekregen, maar integendeel: Sugihara heeft in de gevangenis gezeten en onze Zwartendijk kreeg na de oorlog in plaats van een Koninklijke Onderscheiding een reprimande van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het redden van duizenden Joden. Sick! Die reprimande heeft hem zeer diep geraakt, zijn leven werd hier verder door getekend.

     

    Dat heette dus bevrijd Nederland. Ik voel de woede in mij opkomen en denk dan meteen aan mijn lieve vader die ook na zijn afschuwelijke onderduikperiode verre van een 'welkom-terug' heeft gekregen, gelijk de overgrote meerderheid van de Joodse overlevenden. Na de oorlog, ja u leest het goed, zijn nog bij mijn vader ruiten ingeslagen. Niet door moslims, maar door ‘gewone’ Nederlanders!

    Even terug naar al die ambassadeurs: Waarom, zo vroeg ik me af, plotseling al die ambassadeurs zo vlak voor de Ontzagwekkende Dagen?

     

    De Baal Sjemtov, de stichter van het Chassidisme, heeft steeds onderstreept dat uit alles dat een mens tegenkomt een les valt te halen. Op Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, wordt het komende jaar vastgelegd en bepaald. Wie rijk zal worden, gezond, enz. Maar ook wordt het gehele wereldgebeuren vastgelegd. Wordt het Trump of Biden.

     

    Natuurlijk zullen beiden campagne moeten voeren en zal het Amerikaanse volk moeten stemmen, maar wie er wint wordt op Rosj Hasjana al bepaald. Of we dan wel of niet nog invloed kunnen uitoefenen op het verloop van 5781, zal ik nog wel een van de komende dagboeken behandelen, vermoed ik.

     

    Maar een ding is zeker: onze gebeden en onze opstelling gedurende de Ontzagwekkende Dagen zijn op het komende jaar van invloed. En dus, als ik plotsklaps een aantal onverwachte ontmoetingen krijg met ambassadeurs, is dat geen toeval maar wordt van mij kennelijk verwacht dat ik hun beïnvloed om ten opzichte van Israël en de Joodse Gemeenschap in hun landen een positieve opstelling te betrachten. Kennelijk wil G’d van mij dat ik niet uitsluitend mezelf probeer te verbeteren (en dat is al een flinke klus!), maar dat ik ook mijn opgebouwde netwerk breed ga inzetten om voor de samenleving een goed en gezegend jaar te verkrijgen. Zo heeft ieder zijn taak en opdracht.

     

    Maar waar ook ik voor moet waken is hoogmoed. Die ambassadeurs zijn poppetjes die ik ten goede kan aanwenden, maar diezelfde poppetjes kunnen ook valkuilen zijn of zelfs handlangers van de afgod genaamd “IK”.  Die ambassadeurs bieden dus niet alleen de mogelijkheid voor mij om ze te gebruiken in de strijd tegen antisemitisme, antizionisme en iedere andere vorm van onrecht, maar ze zijn multifunctioneel. Want ze zijn ook allen beproevingen: gebruik ik ze ten goede of misbruik ik ze voor mijn eigen roem en hunker naar eer?

     

    Zondag jl. was ik in Postdam, Duitsland. Er was een feestelijke bijeenkomst vanwege een nieuwe Thora die de Joodse Gemeente, de Synagogengemeinde, had gekregen. De Joodse Gemeente beschikt weliswaar over een aantal gehuurde lokalen waar de synagogediensten worden gehouden, maar een eigen gebouw, een echte sjoel, is er nog niet. Maar die is wel in de maak. De Landesregierung van Brandenburg, waar Postdam onder valt, heeft de Joodse Gemeenschap toegezegd om een plaatsvervanger te bouwen voor de vorige synagoge die in de Kristalnacht in vlammen opging.

     

    Geweldig dat ze een nieuwe synagoge gaan bekostigen! Maar één probleem: de Landesregierung wil bepalen hoe die synagoge er uit gaat zien en geeft geen ruimte aan de Joodse gemeenschap om zelf de inrichting en het aangezicht te bepalen. In mijn toespraak omschreef ik dit als volgt: normaliter is er eerst een synagoge en daarna wordt de Thora binnengeleid. Hier was het precies andersom: de Thora is er al, maar de synagoge moet nog gebouwd worden. De les: de Thora moet de synagoge, het omhulsel, bepalen en niet het omhulsel, het gebouw, de Thora.

     

    Van alles wat op onze weg komt moeten we iets leren, speciaal in deze week voor de Ontzagwekkende Dagen. Mijn lichaam is de synagoge en de Thora mijn bezieling. Wie laat ik de boventoon voeren?   

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • De bisschop, Deuteronomium 11:20 en Beiroet - Dagboek van een opperrabbijn

    Een bisschop en een rabbijn wonen in dezelfde straat. Op een zekere dag komt de bisschop helemaal neurotisch bij de rabbijn. In de buurt wordt namelijk heel veel ingebroken en de bisschop, regelmatig slachtoffer, vraagt aan de rabbijn of hij er ook zoveel last van heeft. Tot zijn stomme verbazing antwoordt de rabbijn dat bij hem nooit wordt ingebroken. Hoe dat kan?

     

    De rabbijn legt uit dat hij aan zijn deurpost een mezoeza heeft, een perkamentje met een voorgeschreven Bijbeltekst (zie: Deuteronomium 11:20). Verrast door de beschermende kracht van een mezoeza vraagt de bisschop of zo’n mezoeza ook zijn huis beveiliging zal geven tegen inbraak. De rabbijn stelt voor om het te proberen en geeft de bisschop een mezoeza. Na twee weken komt de bisschop volledig over zijn toeren weer bij de rabbijn. En, vraagt de rabbijn, heeft de mezoeza gewerkt? Heb je geen last meer gehad van inbrekers? De bisschop geeft toe dat geen inbreker hem meer heeft bezocht, maar dat hij stapelgek werd van de bedelaars die dachten dat zijn huis een Joodse bewoner had en wisten dat Joden bedelaars niet met lege handen laten vertrekken………...

     

    Aan deze grap moest ik denken toen afgelopen sjabbat het deel uit de Thora centraal stond waarin onder andere de verplichting van het plaatsen van een mezoeza ‘aan al uw deurposten en poorten’ gelezen werd. Er staan meerdere wetten in de Thora vermeld waaraan een beloning zit gekoppeld. “Eert uw vader en uw moeder, opdat u een lang leven beschoren zal zijn” en zo kan ik nog vele voorbeelden brengen. En ook bij de mezoeza wordt vermeld dat het naleven van dit gebod jou en je nazaten een lang leven zal geven. Maar de vraag rijst dan of het juist is om de ge- en verboden te volgen vanwege een beloning. En als dat dan niet de juiste opstelling is, waarom vermeldt de Thora dan de beloning? Een van de verklaringen is dat het natuurlijk beter is om te geven met een bijbedoeling dan niet te geven. Vaak heeft iemand een aansporing nodig: een prijsje, een medaille, een applaus. Maar de meest zuivere vorm van het dienen van de Eeuwige is het dienen van Hem om-niet! Zonder bijbedoeling.

     

    Hetzelfde geldt ten aanzien van het geven van liefdadigheid. Geef ik uit eigenbelang, omdat ikzelf er beter van word, of geef ik om te geven? Liefdadigheid heet daarom ook niet in het Hebreeuws liefdadigheid, maar gerechtigheid-tsedaka. Als ik de arme man/vrouw geld geef is dat niet lief van mij, neen, het komt hem/haar toe. G’d heeft mij geld gegeven opdat ik er anderen mee behulpzaam kan zijn: mijn geven is dus een vorm van gerechtigheid, het komt hen toe.

     

    We hebben de afgrijselijke beelden gezien van de ontploffingen in Beiroet. Drama’s! En dus vind ik dat we uit humanitair oogpunt te hulp moeten komen en er keihard voor moeten zorgen dat het geld komt waar het moet zijn. Het feit dat wellicht corruptie de oorzaak van de ramp is, maakt het leed er niet minder om. En daarom ben ik trots en dankbaar dat Israël meteen voor en achter de schermen hulp heeft aangeboden. Voor de schermen door specialistische hulp aan te bieden bij de opsporing van mensen die onder het puin bedolven liggen. Dat vóór de schermen zou nog vertaald kunnen worden als een propagandastunt, een bijbedoeling, eigenbelang. Maar de hulp achter de schermen, is de echte en meest zuivere vorm van naastenliefde. Gaat u naar de ziekenhuizen en zie zelf wie daar ook behandeld worden, zonder enige vorm van publiciteit, en weet dat die vorm van individuele onbaatzuchtige naastenliefde, God zij dank, hoog in de Israëlische vaandel staat!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • De echte Zeven Wereldwonderen, Dagboek van een Opperrabbijn 13 oktober 2020

    Uiteraard ontvang ik vele e-mails over van alles en nog wat. Fijn dat we ondanks alle lockdown-maatregelen toch nog de mogelijkheid hebben om te communiceren. Zelfs bestaat de mogelijkheid om indien er door de week geen mogelijkheid bestaat om naar de synagoge te gaan voor het ochtend-, middag- en avondgebed mee te doen met de diensten bij de Klaagmuur in Jeruzalem! Het klinkt natuurlijk erg interessant om aan te geven dat je dermate veel e-mails ontvangt dat je geen tijd hebt om ze allemaal te lezen en dus blokkeert. Ik blokkeer niet, geef openhartig toe dat ze niet allemaal mijn interesse krijgen, maar er zitten soms prachtige gedachten tussen. Neem bijvoorbeeld deze, die mooi past bij het Scheppingsverhaal dat we aanstaande sjabbat in alles sjoels ter wereld lezen (als ze nog open mogen zijn!):

     

    Aan een klas op school wordt door de juffrouw gevraagd aan de kinderen om de Zeven Wereldwonderen op te schrijven. Uiteindelijk, na stemmen, kwamen de volgende wonderen eruit: 1/de Pyramides in Egypte; 2/de Taj Mahal; 3/ Grand Canyon; 4/ het Panamakanaal; 5/ Empire State Building; 6/ St Pieters Basiliek; 7/ de Chinese Muur. Er was echter één meisje in de klas dat haar papiertje nog niet had ingeleverd. Op de vraag waarom zij nog niets had opgeschreven zei ze dat ze er niet uit kwam. Er zijn zoveel wonderen op deze wereld, zoveel gebouwen, natuurverschijnselen, technieken, medicijnen. Ik weet niet welke een groter wonder is. Maar eigenlijk denk ik aan heel iets anders als we spreken over wonderen, zei het meisje. Voor mij zijn er wonderen die al die gebouwen, uitvindingen en natuurverschijnselen overtreffen. Ik denk eraan dat ik kan 1/ aanraken; 2/ smaken; 3/ zien; 4/ horen; 5/ voelen; 6/ lachen; 7/ liefhebben. Dat zijn voor mij de Zeven Wereldwonderen. Dat kleine meisje heeft gelijk. En weet u, ik ontmoet juist in deze coronatijd mensen die zo intens dankbaar zijn dat ze gezond zijn, dat al hun zintuigen werken en dat ze ook nog kunnen lachen en houden van.  Wie is gelukkig, wordt gevraagd in de Spreuken der Vaderen, hij die tevreden is met wat hij bezit. En dus ben ik dankbaar dat zoveel mensen aan mij denken en mij e-mails sturen, ook als ze slechts hiervoor eenmaal op een knopje hoeven te drukken.

     

    Ik heb een beetje een soft day. Niets schokkends, maar wel iets heel moois in lijn met de Zeven allergrootste Wereldwonderen. Vandaag was ik in Etrog Amerpoort. Dit is de voortzetting van wat eens de afdeling verstandelijk gehandicapten van het Sinai Centrum was, bekend als de ‘kinderafdeling’. Nog Zeven bewoners van weleer wonen hier in hun nieuwe thuis. Ze eten koosjer, weten zich in een Joodse omgeving en worden met liefde omringd. Maar inmiddels zijn alle kinderen van toen hoogbejaard. Ludwig vierde vorige week zijn 80ste verjaardag. Jaap Kleve is daar een van de ‘oude’ medewerkers en hij zorgt er met een enorme overgave voor dat alles zoveel mogelijk Joods en koosjer blijft. Geweldig zijn inzet. Vanwege de verhuizing naar een nieuwe locatie waren er ook veel nieuwe medewerkers en mocht ik dus aantreden om te vertellen over Jodendom. Altijd weer is het schitterend, bijna ontroerend, te zien hoe medewerkers in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zich inzetten voor ‘hun’ bewoners. Zij beschouwen hun werk niet als werk maar als roeping en dus willen ze goed de achtergrond van ‘hun’ bewoners weten en bovenal aanvoelen. En dus mag ik terugkomen na dit eerste hernieuwde contact. Ik vind dat ook fijn, want zo kan ik iets betekenen voor medemensen die niet de top van de samenleving vormen, maar gewoon oprecht en kinderlijk eerlijk zijn. Hier ligt mijn hart. Ik denk terug aan mijn werkzaamheden in het Sinai Centrum, aan de gerontopsychiatrische afdeling, de psychiatrie, ambulante zorg en ‘de kinderafdeling’.  Ik mocht ze Joodse les geven. Alef, beet, weet, gimmel….de melodie welt weer in me op. Ze klapten allemaal mee. Zij die konden zingen zongen. Ze omhelsden me, wuifden als ik wegging. En een week later zongen we weer precies dezelfde liedjes. Alef, beet, weet, gimmel, dalet… Jarenlang! En ook vandaag wuifde Sakia naar me toen ze me zag. Ik had haar moeder beloofd altijd een oogje in het zeil te houden, waar nodig voor haar belangen op te komen, als haar moeder er niet meer zou zijn. Waarschijnlijk gelooft u mij niet, maar het werk in de Sinai was zo mooi. Er viel weliswaar geen eer mee te behalen, maar dat was juist het mooie. Als rabbijn krijg je applaus. Ook veel tegenstand, maar als het applaus de tegenwerking overstemt, ben je geslaagd. Steeds politiek, commentaar, politiek. Maar natuurlijk ook steun en instemming. Maar altijd spanning! In mijn Sinai werk was alles uitsluitend gericht op hulp aan de medemens in geestelijke nood of aan de medemens die geestelijk zwaar of geheel hulpbehoevend was. Ik droom terug naar die tijd. Ik voel me weer aanwezig bij de patiëntenbesprekingen. Ik waan me weer in Londen op mijn driemaandelijkse reis met een psychiater en een specialist op het gebied van ouderenzorg om daar de lokale Joodse gemeenschap te helpen, want het Sinai was een topper van een ongekend hoog niveau. Drie dagen waren we dan in Londen voorzien van een bomvolle agenda om te helpen, te helpen en nogmaals te helpen.

     

    Ik word wakker. Die Sinai-tijd is voorbij. Maar is dat zo? Waak je ervoor, zo spreek ik tegen mezelf, om de essentie uit het oog te verliezen. Staar jezelf niet bot op het grote en imponerende werk waarmee je als opperrabbijn kunt scoren! Luister naar dat ene meisje dat de echte Zeven Wereldwonderen wist te benoemen.

     

    Het was een goede dag. Even terug bij het Sinai Centrum. En wat ik eraan overhield? “Een prachtige bos bloemen voor uw Blouma”. Geweldig!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • De eerste Lockdown, de Ark van Noach. Dagboek van een opperrabbijn18 oktober 2020

    Om 8:10 uur viel sjabbat jl. plotseling de stroom uit. Dat is altijd lastig, maar speciaal op sjabbat omdat ik geen storingsdienst kan bellen (Ook als de telefoon het nog zou doen). Water voor koffie en thee in de sjabbat-ketel was keurig vrijdagavond voor het begin van de sjabbat aangezet, de maaltijd voor sjabbatmiddag stond in de slow cooker te pruttelen, verlichting, freezer en koelkast, verwarming…..niets werkte meer. Ik naar de elektriciteitkast, naast de voordeur, om te kijken of de aardschakelaar wellicht de schuldige was. Maar ook als dit het geval zou zijn geweest, dan nog had ik weinig kunnen doen: Sjabbat! En toen kwam mijn Reformatorisch Dagblad de brievenbus binnenvallen.

     

    Ik meteen de deur opengedaan en mijn elektrische probleem aan de bezorger kenbaar gemaakt. De bezorger van het RD begreep het probleem meteen. “Ik kijk wel even wat er aan de hand is, want u kunt dat niet vanwege sjabbat!”. Hij dook meteen de elektriciteitskast in, kon niets afwijkends vinden en ging vervolgens kijken of er elders in de wijk ook problemen waren. Vijf minuten later was hij terug en vertelde mij dat de hele buurt zonder stroom zit. Op dat moment ging het licht weer aan. Wat was ik blij met mijn Reformatorisch Dagblad dat dus niet alleen de krant brengt, maar ook het licht! En dus ging ik met een gerust hart naar de synagoge waar het begin van Genesis werd gelezen met daarin o.a.: Toen zei G’d “Er zij licht” en er was licht!

     

    Vorige week had ik in mijn dagboek mijn ongenoegen kenbaar gemaakt over de voorgenomen herdenking op de oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. Reden: daar liggen Duitsers en Nederlanders die in de oorlog zwaar fout waren geweest. Vrijdagmiddag, ruim voor het begin van de sjabbat, een journalist aan de telefoon. Kennelijk was mijn https://niw.nl/een-gezonde-winter/ in de Limburgse mediawereld doorgedrongen. Ik heb de journalist netjes te woord gestaan met als gevolg dat ik na de sjabbat veel reacties op mijn e-mail aantrof. Mijn Ysselsteyn-afkeer had het brede Limburgse publiek via de Limburgse Radio, TV en andere media bereikt.

     

    De Sjabbat en de aan de Sjabbat gekoppelde sjabbatrust was nog nauwelijks voorbij of een collega belt op vanwege een sterfgeval. De vrouw van de voormalige voorzitter van de Joodse gemeente Zwolle was op hoge leeftijd overleden, gewoon ouderdom, maar toch. Heinneringen komen bij mij boven. Regelmatig was ik bij hun thuis voor overleg. Ook een e-mail met de vraag om een oudere man te bellen die vrijdag een slecht-nieuws-bericht had gekregen van zijn huisarts. Ik dus meteen in de telefoon. Kijken wat ik voor hem zou kunnen betekenen. We hebben lang gesproken en blijven contact houden.

     

    En op Sjabbat zelf? Sjoeldienst, maar met minder mensen dan gewoonlijk. ’s Middags gelernd met mijn leerling, de computeringenieur, met wie ik al meer dan tien jaar iedere sjabbatmiddag eerst een uur wandel en dan enige uren lern. Omdat aanstaande sjabbat de geschiedenis van Noach wordt gelezen, doken wij de Ark in (niet fysiek!). Noach kreeg voor het uitbreken van de zondvloed de opdracht van G’d om in de Ark te gaan. En toen het buiten weer droog was moest hij de Ark weer te verlaten. Waarom, zo wordt de vraag gesteld, moest hij opdracht krijgen om de Ark te verlaten. Het was toch droog! Het antwoord bevat een belangrijke levensles. In de Ark heerste een sfeer van echte Sjalom, vergelijkbaar met het Paradijs. Noach vond dat fijn. Waarom de wereld met al zijn beslommeringen en misère intrekken? Maar G’d gaf duidelijk aan dat het afzonderen van de samenleving onjuist is. In die wereld met al zijn beproevingen hebben wij de opdracht om Hem te dienen door juist een bijdrage te leveren aan de ons omringende samenleving, ook als afsluiten voor ons persoonlijk plezieriger zou zijn. Geen Joodse kloosters dus!

     

    Maar voordat de Zondvloed begon kreeg Noach de opdracht om juist de Ark binnen te gaan en zich wel af te sluiten van de wereld. Zonder corona te willen vergelijken met de Zondvloed, zijn er tijden dat wij, u en ik, juist midden in de wereld moeten staan om de medemens te helpen en om te socialiseren, maar er zijn ook perioden dat we tijdelijk juist niet naar buiten mogen, social distance. Hoelang moeten we binnenblijven? Weten we niet. Maar gelijk Noach niet protesteerde en in de Ark bleef toen dat van hem werd verlangd, zo ook moeten wij binnenblijven, ook als we dat lastig vinden. Het is buiten even te gevaarlijk, helaas. Aanstaande sjabbat wordt in alle synagogen ter wereld gelezen over de Ark van Noach, de eerste mondiale Lockdown.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl