Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Bijna vier opnames, Dagboek van een Opperrabbijn 7 december 2020

    Het was een opnamedag. In mijn Sinai periode, toen ik daar nog zeer actief was als geestelijk verzorger, was dat gewoonlijk een zwaarbeladen dag, want wie wil er nou worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis? Opname in de psychiatrie is toch immers een schande! Fel heb ik steeds gestreden tegen deze zienswijze. Het is geen schande om naar een huisarts, een internist, een oogarts of psychiater te gaan. Sterker nog: het getuigt van moed en realiteitsbewustzijn als iemand de moed heeft en het gezond verstand om zo nodig een psychiater in te schakelen. Het taboe dat er hangt rondom de psychiater moet doorbroken worden. Anderzijds heeft een patiënt ook het recht om zich te generen. Ik mag hem of haar niet forceren om zich niet te schamen, hoe onterecht ik dit persoonlijk ook vind. Mezelf verplaatsen in de gedachtewereld van de ander vind ik essentieel. Bekend is toch die grap van A en B die een meningsverschil hebben. A komt bij de rabbijn, legt zijn visie uit en de rabbijn geeft hem gelijk. B gaat ook naar dezelfde rabbijn en krijgt ook gelijk. C gaat naar de rabbijn en zegt tegen de rabbijn dat het toch niet zo kan zijn dat de rabbijn zowel A alsook B gelijk geeft. Waarop de rabbijn aan C zegt: U hebt ook gelijk! Deze grap heeft u wellicht al eens gehoord. Het toont het gedraai van een rabbijn, erg komisch! Maar in feite is dit helemaal geen grap. Als ik A heb aangehoord en mij verplaatst heb in zijn gedachtewereld en in zijn specifieke situatie, dan is het heel wel mogelijk dat ik van mening ben dat hij gelijk heeft. Idem kan ik ook overtuigd zijn van het gelijk van B die vanuit zijn perspectief inderdaad volkomen gelijk kan hebben. En ook C heeft gelijk. Vanuit mijn eigen beleefwereld zal ik of het eens moeten zijn met A of met B. Alleen word ik geacht om niet vanuit mijn eigen zienswijze te luisteren, maar van mij wordt verwacht dat ik me in de wereld van de vraagsteller verplaats. Toen ik zojuist een langdurig gesprek had met een mevrouw die slaande ruzie had met haar man, vond ik dat zij echt gelijk had, nadat ik me in haar situatie geheel had ingeleefd. Alleen gelijk hebben en gelijk krijgen is niet hetzelfde. En dus moest ik me gaan verplaatsen in de denkwereld van haar man, die ik nauwelijks ken, om haar in zijn denkpatroon in te voeren en zo tot een oplossing te komen. Zoiets heet dus ook tolerantie. Bereid zijn om vanuit de zienswijze van de medemens te denken en zo tot respect voor de ander te komen, ook als zijn achtergrond, manier van denken, intelligentie, gender, financiële situatie enz. enz. sterk van de jouwe verschilt. Betekent dat dan ook dat ik een crimineel moet respecteren? Of iemand die overspel pleegt of anderzijds verslaafd is aan een onzedelijk gedrag of aan gokken of drugs? Natuurlijk niet, maar de vraag is wel of ik optreed als rechter of als hulpverlener. En als hulpverlener is het natuurlijk goed als ik zelfs de crimineel begrijp. Maar als zijn optreden tegen de Wil van G’d ingaat, zal mijn doel toch echt moeten zijn: correctie. Ik benader hem met liefde, want ik begrijp hem. Maar krom mag ik niet recht praten. In onze alles-mag-en-alles-kan samenleving wordt onder tolerantie verstaan een bijna onbegrensd “alles accepteren”. In het Jodendom bestaan er grenzen en wordt liefde soms tot uitdrukking gebracht door correctie. Maar om te kunnen corrigeren zal ik hem of haar toch echt moeten begrijpen.

     

    Maar, en nu ga ik even terug naar het begin van mijn dagboek van vandaag: het was vandaag een opname dag! Eerst een opname voor een toespraak van iets meer dan zeven minuten die een onderdeel gaat worden van de jaarlijkse (virtuele) overhandiging en de (virtuele) plaatsing van een Menora in het gebouw van de Eerste en Tweede kamer, daarna een toespraakje van drie minuten voor de derde dag Chanoeka, vervolgens een opname voor Family7 van een uur en tenslotte zou ik in de sjoel van Amersfoort zijn van 20:00 tot 21:30 uur voor een gesprek met Roelof Bisschop, de parlementariër van de SGP, over antisemitisme. Dat had dus vandaag mijn vierde opname zullen zijn! Had zullen zijn, want net voor ik naar sjoel zou gaan werd het gesprek afgelast omdat de cameraman in quarantaine moest en naar ik begreep ook de heer Bisschop zelf. Maar geen zorgen. Aanstaande woensdag krijg ik een herkansing met Cees van der Staaij. Maar dan niet in de sjoel van Amersfoort, maar op een corona-vrije locatie in Eindhoven! Wat ik dan vanavond doe? Gewoon voorbereiden voor de komende week met vele Chanoeka toespraken. En, o ja, zojuist een telefoontje uit IJsland van de echtgenote van de nog jonge rabbijn die daar vrij recentelijk vanuit de USA naartoe is verhuisd. Een van de leden van de Joodse Gemeente heeft een kanjer van een probleem. En dan mag ik, als bestuurslid van de RCE, the Rabbinical Center of Europe, te hulp schieten met advies. Wel leuk! Het probleem helemaal niet, maar dat er een hulpvraag bij mij komt van een jonge collega, geeft een nuttig en fijn gevoel. Hopelijk zal ik goed kunnen adviseren en het probleem oplossen of op z’n minst verkleinen.

     

    En het gesprek met de mevrouw die echt in een erg conflicterende situatie zit met haar man, van wie zij zegt dat hij moet worden opgenomen, omdat hij hard aan een psychiater toe is? We gaan er uitkomen. Het zal de nodige uurtjes gaan kosten. Haar man is bereid tot een gesprek. Een opname gaat er G.Z.D niet van komen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Bovenop de stapel culturen, brandt de Menora! Dagboek van een Opperrabbijn 20 december 2020

    Afbeelding1Vrijdag was de laatste dag Chanoeka. De acht lichtjes straalden de duisternis in en brachten licht en warmte. Van diverse kanten werd mij gevraagd naar “Wat is het verschil tussen deze Chanoeka en alle andere jaren Chanoeka?”. En dus ben ik gaan evalueren en viel het mij op dat ik, zelfs dit jaar met alle corona-restricties en dus veel minder publiek, toch voorafgaand aan ieder Chanoeka-bijeenkomst door de lokale politie ben gebeld om me te laten weten dat ze aanwezig zullen zijn.  En ze waren inderdaad duidelijk overal waar ik de Menora mocht aansteken aanwezig. In Bourtange vormde de aanwezige politie 50% van de aanwezigen met twee politieauto’s en in Eindhoven twee motoragenten! Hebben we dit jaar dan minder mensen bereikt? Ik denk het niet. Ik durf zelfs te beweren: integendeel! Dankzij zoom, YouTube en andere social media hebben we een aanzienlijk groter bereik gehad. Vorige jaren was er zeker ook aandacht in de (lokale) krant en misschien heel af en toe op de lokale televisie, maar dit jaar was er steeds voor gezorgd dat er media-aandacht zou zijn. Los van Facebook had bijvoorbeeld het eerste lichtje 4702 bekijkers op YouTube.  De YouTube over de Menora in de Tweede Kamer had op een Facebook 10.000 klikken en een speciale uitzending over Israel in de schaduw van de Menora had meer dan 6700 kijkers. Het bereik was dus groot en het aantal uren auto was iets minder dan vorig jaar, maar toch aanzienlijk. Maar wat ontbrak was de over-sjabbat Chanoeka en de persoonlijke ontmoeting na afloop. Zo’n aansteek plechtigheid duurt alles bij mekaar misschien een half uur, maar de ontmoeting na afloop is normaliter veel langer en vooral persoonlijker. Ik denk terug aan de ontmoeting in Leeuwarden enige jaren geleden. Een mevrouw die al meer dan dertig jaar in Leeuwarden woont, maar nog nooit contact heeft gehad met de Joodse Gemeente. Waarom niet? Bevreesd voor een aanslag heeft ze steeds haar Jood-zijn angstvallig verborgen. Bewust geen mezoeza aan haar deurpost. Maar op dat grote plein tussen de honderden aanwezigen kon ze haar Joodse ei kwijt. Ik denk ook terug aan die bijeenkomst in Elburg. In totaal waren er slechts, voor zover ik kon nagaan, twee Joden aanwezig. Een oude man, ik schat hem eind zeventig, die me huilend de hand drukte. Oorspronkelijk afkomstig uit Polen. We spraken met elkaar in het Jiddisch, terwijl de tranen hem over de wangen biggelden. Al enkele decennia had hij geen Jiddisch meer horen spreken. Van zijn Jodendom was nagenoeg niets meer over, maar de vlammetjes van de Menora doorkliefden zijn hart. Misschien was die ene handdruk veel meer waard dan die 6700 kijkers op de YouTube. En dan de televisie-uitzending op de lokale Omroep Zeeland: geen duizenden, maar wel meer dan 700 kijkers. Het mooie was dat leden van de Joodse Gemeente Zeeland op de uitzendingen, want het werd op zondagochtend zes keer uitgezonden, waren geattendeerd. Nijmegen en Eindhoven hadden ervoor gezorgd om naast de publieke media ook voor hun eigen leden een programma te verzorgen van het aansteken van de Menora, gelijk ook Utrecht en Amersfoort hadden gedaan. En gelijk burgemeester Marcouch van Arnhem en Bruls van Nijmegen hadden aangedrongen om toch vooral ook dit jaar de Menora te laten branden, vernam ik van een collega rabbijn dat de burgemeester van Parijs wil dat volgend jaar de Menora, gelijk dit jaar, weer op de Eiffeltoren zal branden. De Menora moet van de burgemeester, mv. Anne Hilago, een jaarlijks terugkomend evenement worden. Het Jodendom moet in Europa blijven! Maak ik me daarover dan zorgen? Zie het Nederlands Dagblad van vrijdag jl. het artikel met de kop: “Jacobs: Joden zullen uit Europa wegtrekken.”Het gaat over de uitspraak van het Europese Hof dat ieder land zelfstandig mag beslissen of koosjer slachten wel/niet geoorloofd is.Zo’n beslissing maakt me droevig. Maar als ik dan zie met hoeveel egards bijvoorbeeld de burgemeesters van Nijmegen, Eindhoven, Bourtange en Kampen mij ontvingen. Het hoeveel liefde ik welkom werd geheten, hoeveel licht er overal werd verspreid. Als ik die warmte voel dan kan ik slechts denken aan die foto van al die op mekaar liggende geschiedenisboeken over De Griekse Cultuur, de Romeinen, de Babyloniërs, Egypte, de Duitse Endlösung enz. En boven op al die stapel boeken over vergane culturen staat een Menora te branden die al die wereldmachten van weleer heeft overleefd! Am Jisraeel Chaj – Het joodse Volk leeft!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Claire en Hijman, Dagboek van een Opperrabbijn 4 januari 2021

    “Dit berichtje komt uit Wollongong, Australië waar wij een kleine Joodse gemeenschap hebben.

    Ik wilde U vragen of Hijman Jacobs (1843-1872) misschien in uw familielijn voorkomt? Zijn achterkleinkind die ooit een student was op onze lokale universiteit (~1970), is verteld dat zijn overgrootvader een Rabbijn is geweest in Amsterdam.” Aldus de e-mail die ik hedenochtend ontving uit Wollongong-Australië. Nog nooit gehoord van een rabbijn Jacobs uit Amsterdam, maar wat niet is kan nog komen. Ik bedoel niet dat ik ambities heb om rabbijn van Amsterdam te worden, maar het zou zomaar kunnen zijn dat ik op het spoor ben gekomen van een voorouder waarvan ik het bestaan niet kende. Misschien was hij geen rabbijn en werd alleen maar rabbijn genoemd omdat hij leraar was. Ik ben zeker geen nazaat in de directe lijn, maar wellicht was hij een neef van mijn vader en dus wel een echte Jacobs. En als het ook maar een beetje klopt moet ik dat zeker ook met Claire delen. Claire, hoor ik u vragen. Wie is Claire?

     

    Afbeelding1Claire en ik delen dezelfde overgrootouders Salomon Levie Jacobs en Froukje Jacobs-Leek, die beiden zo’n honderd jaar geleden zijn overleden. Samen stonden wij zo’n tien jaar geleden op de begraafplaats van de Joodse Gemeente in Muiderberg. Wij lijken op elkaar en hebben volgens mijn vrouw dezelfde gelaatstrekken. Ik denk ook dat wij beiden gemengde gevoelens hebben over Aletta Jacobs met wie wij beiden dezelfde familierelatie hebben. Trots over haar inzet voor gelijkberechtiging van de vrouw en tegen de gangbare achterstelling, maar ook hebben wij beiden moeite met bepaalde onderdelen van haar strijd/levensvisie op het gebied van de ethiek. Claire en ik behoren beiden tot de orthodoxe kern van de Joodse gemeenschap. Mijn lieve zorgzame en overbezorgde vader heeft me altijd verteld dat er van de familie Jacobs nog één persoon in leven moet zijn. Een achternichtje met de naam Claire, kleindochter van zijn tante Bella, de zus van zijn vader. Mijn opa Jacobs had een zus en drie broers. Allen vermoord met kinderen, aangetrouwde kinderen en kleinkinderen. Een neef, Sampe, had de oorlog overleefd maar had zijn vrouw en kind verloren in een van de kampen. Hij was op de bruiloft van mijn ouders in 1948 het enige familielid van de kant van Jacobs. Sampe, zo vertelde mijn vader mij, was zwaar depressief en is hertrouwd met een vrouw uit Manchester. Er wordt een meisje geboren die de naam Claire krijgt. Korte tijd na de geboorte komt Sampe te overlijden. De moeder van Claire hertrouwt. Met wie en waar wist mijn vader niet. Maar de naam Claire ben ik niet vergeten. Zo’n tien jaar geleden krijg ik een telefoontje van de Joodse Gemeente Den Haag. Een zekere Claire is op zoek naar haar afkomst. Ze woont in Melbourne. Ik hoefde niet lang na te denken, heb de telefoon genomen en heb met Claire gesproken, mijn achternicht, de enige nog in leven zijnde Jacobs. Zij wilde weten wie haar grootouders waren geweest en ook details over haar vader. Haar moeder was maar korte tijd getrouwd geweest met hem en wist feitelijk maar bar weinig over hem te vertellen. Omdat mijn vader toen aan het begin stond van dementie heb ik aan Claire gezegd dat ze, als ze nog details van mijn vader wilde horen over haar opa en oma, ze nu moest komen. En dus ontmoette ik een week later Claire. Dat gevoel was heel bijzonder. Nu nog, als ik terugdenk, schieten mij de tranen in de ogen. Mijn opa en haar oma waren broer en zus. Nadat ze mijn vader ontmoet had zijn we samen naar Muiderberg gegaan en stonden vol ontroering voor de graven van Salomon Levie Jacobs en Froukje Jacobs-Leek, onze gezamenlijke overgrootouders. Claire is opgevoed door haar moeder en haar tweede vader. Maar er is haar niet verteld dat haar stiefvader niet haar echte vader was. Die stiefvader heeft nooit onderscheid gemaakt tussen Claire en de later geboren kinderen. Moeder en stiefvader wilden haar niet belasten met de echte vader die er niet meer was. Of dat ethisch juist of onjuist was, is niet meer relevant. Zo hadden haar moeder en stiefvader besloten met de beste bedoelingen ter wereld. Twee weken voor haar choepa-huwelijk hebben ze aan haar aanstaande man verteld dat de echte vader van Claire niet meer leeft. Hij, de aanstaande echtgenoot, wilde dat Claire dat ook te weten komt, maar vanwege de mogelijke emotionele klap hadden ze besloten om te wachten tot een week na de bruiloft. Ze heeft het aangehoord, tot zich genomen, emotioneel verwerkt, maar er verder niets mee gedaan. Ze was net getrouwd, bezig een gezin op te bouwen, daarna kinderen……en toen, tien jaar geleden, toen de kinderen inmiddels uit huis waren en zij en haar man het rijk voor zichzelf hadden, wilde ze weten: “Wie waren mijn grootouders en wie was mijn vader?” Ik heb nog iemand kunnen vinden die haar vader heel goed had gekend. We hebben de graven gevonden van de ouders van haar vader en we hebben elkaar gevonden. Eigenlijk zijn we alleen maar verre familie van mekaar, twee mensen die elkaar nooit eerder hadden ontmoet. Maar beiden zijn we nazaten van dezelfde overgrootouders, leven we in hun voetsporen, zijn beiden voor zover bekend de enige overlevenden van die grote familie Jacobs. Beiden dankten we G’d dat we daar samen mochten staan op de begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam, want we beseften dat bij de meeste graven op de Joodse begraafplaatsen nooit iemand zal komen, omdat er niemand meer is overgebleven. En terwijl ik mijn dagboek bijna had afgesloten ontving ik per e-mail een uitnodiging van Claire voor de choepa van een van haar kleinkinderen op 5 januari in Monroe New York.

     

    En nu dus die e-mail uit Wollongong, Australië.Misschien duikt er toch nog een Jacobs op: Hijman Jacobs. Ik wacht af!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Cohen uit Schin op Geul. Dagboek van een Opperrabbijn 21 december 2020

    De wereld staat volledig op z’n kop. Het Verenigd Koninkrijk in isolement. Mijn kleinzoon, woonachtig in Londen maar studerend aan een Talmoed Hogeschool in Israël, komt dadelijk bij ons. Hij was voor een week vanuit Israël naar Londen gevlogen om aanwezig te zijn bij de Choepa-bruiloft van zijn oudere broer, maar kan nu niet meer terug. En dus is hij gisternacht via Dover naar Calais gereisd, bevindt zich nu in België en komt dadelijk hier in de hoop/verwachting dat hij vanuit Nederland nog wel naar Israëll kan vliegen. Overigens is hij getest op corona en is hij volgens de test in het bezit van een zeer groot aantal antibody’s en hoeven wij ons over besmetting geen zorgen te maken, hoewel we natuurlijk wel de 1½ meter in acht zullen nemen.

     

    We zijn Chanoeka toch nog redelijk doorgekomen, maar onzekerheden beginnen meer en meer te knagen en dus wordt de beperktheid van het menselijk kunnen steeds meer zichtbaar. Maar ondertussen verspreid dat andere virus zich ook: in het ND, het Nederlands Dagblad word ik geciteerd:

     

    Opperrabbijn Jacobs: 'Verbod koosjer slachten was door de eeuwen heen voorloper van Jodenvervolging'. 'Wij willen uiteraard meewerken aan het welzijn van dieren', benadrukt opperrabbijn Binyomin Jacobs. 'Welzijn gaat niet alleen over slachten, maar ook over alles daarvoor: de stallen, het transport. Men concentreert zich nu op één punt: de slacht. Ik wil graag met de PvdD samen zitten, maar dan voor het totale welzijn.'  Jacobs is geraakt door de uitspraak van het Europees Hof. 'Als ze zich echt zorgen maken over dierenwelzijn, laten ze dan dierenmishandeling en sadisme in slachthuizen en de grote vleesindustrie bespreekbaar maken.' De opperrabbijn ziet de wil om koosjer slachten te verbieden als een teken van opkomend antisemitisme. 'Het eerste verbod dat Hitler in Nederland uitvaardigde was dat op koosjer slachten. Het is absoluut niet zo dat ik de mensen die nu voor een verbod pleiten beschuldig van antisemitisme. Maar het fenomeen is wel altijd voorloper geweest van opkomende Jodenvervolging. Dat baart me grote zorgen.' 'Dierenwelzijn staat heel hoog in het Joodse vaandel', vervolgt hij. 'Koosjer slachten gaat juist om het welzijn der dieren. En ook als het dier verdoofd is, verlamd dus, weet niemand of het beest lijdt als het in stukken wordt gesneden. De wetenschap geeft hierover geen duidelijkheid.' Jacobs voorziet grote consequenties als Nederland, net als Vlaanderen, een verbod instelt op on-verdoofd koosjer slachten. 'Dan kunnen we geen vlees meer eten. Of we moeten het importeren. Het zou consequenter zijn als de Partij voor de Dieren een algemeen verbod op vlees bepleit. Dan zou ik vegetariër worden.' De gevolgen zijn volgens hem nog verstrekkender: 'Orthodoxe Joodse mensen zullen wegtrekken uit Nederland. En het orthodox-joodse leven is al zo schraal. Zij vormen de kern van de Joodse gemeenschap. Als die verdwijnt, verdwijnt de periferie van de Joodse gemeenschap ook.' Het Europees Hof voor Justitie steunt voor haar oordeel mede op de wetenschap. Die is volgens Jacobs echter niet eenduidig. Een verbod op ritueel slachten is voor de Joodse gemeenschap ingrijpend. 'Het is een uitholling van de geloofsgemeenschap.'

     

    En in het RD, het Reformatorisch Dagblad, zegt rabbijn v.d. Kamp woorden van soortgelijke strekking en elders zag ik ook dat Loonstein dezelfde zorg uitte. Mooi is wel dat juist door een aanval op een religieus aspect van het Jodendom iets heel unieks zichtbaar wordt, iets waarop ik onder andere werd geattendeerd door een niet Joodse medewerker van Joods bij de EO. Ik was namelijk enige dagen geleden bij de EO voor de opname van een podcast voor de Joodse Omroep. Na afloop praat je dan nog even na. Als een lid van een van de PKN Gemeenten het geloof niet meer ziet zitten, schrijft hij zich uit en is dus niet meer protestant. Maar de Jood blijft altijd Jood, legde hij mij uit! Ik herinner mij een zekere mijnheer Cohen uit Schin op Geul. Hij was atheïst, anti-zionist, fel tegen de Israëlische politiek en wilde met Jodendom niets te maken hebben. Uiteraard wilde hij niet met mij spreken, legde hij mij uit middels een gloedvol betoog van minstens een half uur. Maar toen enige jaren later de lokale predikant hem verzocht om een lezing te geven voor zijn kerk over de bijzondere positie van Israël in het Midden-Oosten en hem dus eigenlijk gevraagd werd om Israëls politiek te verdedigen en voor de onaantastbare verbintenis tussen Joden en het heilige Land op te komen, belde hij mij met het verzoek hem te helpen bij de voorbereiding van zijn lezing.

     

    En datzelfde zien we nu ook. Want ook Joden die echt geen enkel belang hechten aan koosjer eten en al helemaal niet aan koosjer vlees, voor wie het koosjer slachten geen enkele waarde heeft en die van geen kant gedupeerd worden indien er een verbod komt op de koosjere slacht, staan hand in hand met mij in de strijd tegen de uitspraak van het Europese Hof. Waarom? Omdat ook zij voelen dat het hier niet primair gaat over dierenwelzijn, maar over het voortbestaan van de Joodse Gemeenschap in Europa. Maar heeft de ongelovige Jood (als die al bestaat) dan behoefte aan het voortbestaan van het religieuze Jodendom? En dan citeer ik maar even die niet-Joodse medewerker van de EO: het Jood-zijn gaat dieper dan alleen het geloof en is al helemaal niet gekoppeld aan het lidmaatschap van de Joodse gemeente.

    Ik vind die mijnheer Cohen uit Schin op Geul hiervan toch wel een exemplarisch voorbeeld.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Columnist in RD schrijft demoniserende verhalen

    Nog vele jaren wens ik u allen, terwijl ik vermoeid na bijna 26 uur niet gegeten en niet gedronken te hebben, achter mijn computer ben gekropen om dit dagboek te schrijven. Met de wens dat het een goed en zoet jaar voor alle bewoners van Uw aarde moge worden, eindigde ik mijn toespraak voordat het Slotgebed werd uitgesproken. Waarom ‘goed en zoet’? Is alleen goed of alleen zoet niet voldoende? En waarom dopen we op Joods Nieuwjaar de appel in de honing? Het ware logischer geweest dat we bijvoorbeeld mierikswortel, het bittere kruid, in de honing dopen. De symboliek is dan veel aansprekender: we wensen dat het bittere het komende jaar uitsluitend zoet zal mogen worden.

     

    Dus waarom goed en zoet? Een operatie is pijnlijk, maar leidt tot genezing. Het voelt verre van goed, maar het resultaat, de genezing, is goed, daar gaat het om. Andersom: een heerlijke sigaar, zoet, kan ernstige ziekte tot gevolg hebben. Van vele kanten hoor ik de positieve benadering dat corona een onverwachte éénheid brengt. Mensen staan klaar voor elkaar, helpen elkaar, jongeren doen boodschappen voor de ouderen. En ten aanzien van onze Schepper: ieder voelt dat uiteindelijk wij mensen niets voor het zeggen hebben, de verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen. De Almachtige wordt veel zichtbaarder.

     

    De verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen.

     

    En toch is dit niet wat we elkaar wensen aan het begin van het Joodse Nieuwjaar. We willen geen verleiding die een tijdelijk goed en bevredigend gevoel geeft, maar leidt tot misère en zelfs geen bittere tijden, corona, die genezing brengen, lichamelijk of geestelijk. Neen, wij vragen de Eeuwige een goed en een zoet jaar! Vrede die eenheid brengt of eenheid die overvloeit in vrede, een totale en echte shalom, voor ieder mens en voor de gehele mensheid.

     

    De dienst ingaande Jom Kippoer, zondagavond, en vandaag van 9:30 uur tot 20:30 uur non-stop was goed. Normaliter is de sjoel op Jom Kippoer vol. Dit jaar helaas dus niet. Kon ook niet vanwege de 1,5 meter afstand. Maar speelt bij andere geloofsgemeenschappen alleen corona, bij ons Joden zitten we met het probleem dat ventilatie lastig kan zijn, want er mogen vanwege onverhoopte terreur geen deuren open en ook geen ramen aan de straatkant! En dus, als er wel een deur in de synagoge waar ik vandaag was open moet, moet er beveiliging worden geregeld. Welkom in Nederland anno 2020!

    Omdat een goede vriend niet naar zijn synagoge kon deze Jom Kippoer omdat ‘zijn’ synagoge geen dienst had vanwege….. verbleef hij bij ons de gehele Jom Kippoer en uiteraard heeft hij na Jom Kippoer de maaltijd bij ons genuttigd alvorens huiswaarts te keren. Om reden die verder niet relevant is, vertelde hij dat hij een broertje heeft gehad. Dat wil zeggen zijn ouders hadden net voor de oorlog een zoontje gekregen. Dat jongetje zat ondergedoken met de duiknaam Keesje. In 1945 werd hij ziek en namen zijn (duik)ouders hem naar de huisarts. Die weigerde het vijfjarige kind te behandelen omdat hij besneden was en dus is Keesje overleden……een gewone Nederlandse huisarts!

     

    Jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving.

     

    Misschien een goed idee voor de Israël columnist van het RD om daarover eens iets te schrijven in plaats van polariserende en demoniserende verhalen over ultraorthodoxe Joden. Waarschijnlijk was Alfred Muller op z’n vingers getikt omdat hij had geschreven dat ultraorthodoxe Joden en Arabieren de schuld zijn van corona in Israël. In de zaterdageditie op blz. 7 heeft hij dat hersteld door te schrijven: “In Israël is veel geklaagd over het gedrag van haredim. Vele ultraorthodoxen houden zich onvoldoende aan de afstandsregels en blijven bij elkaar komen-met alle risico’s van dien……” en nu komt het: “Met name de Chassidim die een derde deel van de haredim vormen, willen daarvan niet afwijken …”.

     

    Weet de columnist überhaupt wat haredim en wat Chassidim zijn? Ik behoor zelf tot een chassidische stroming en herken mij hierin totaal niet. Ik ga zeer zorgvuldig om met de coronamaatregelen. Maar gelukkig is er ook nog iets goeds aan de Grote Verzoendag want, en hij zegt dan een rabbijn Pfeffer te citeren, “De Misjna (de oudste rabbijnse neerslag van de mondelinge Thora) zegt dat op de Grote Verzoendag de ongetrouwde meisjes naar de wijngaarden gaan. Daar komen jonge mannen om hun partners te kiezen. Het is een dag van liefde tussen God en het Joodse volk en de wereld in het algemeen.”

    Misschien kan de columnist mij even laten weten waar in Israël of elders in de wereld ongetrouwde meisjes op de Grote Verzoendag de wijngaarden zijn ingetrokken. (Of misschien alleen dit jaar niet vanwege de 1,5 m afstand?) Het is jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving. Typisch een voorbeeld van de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. Jammer, triest en niet goed in een tijd van opkomend antisemitisme.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Comité van Aanbeveling alert! Dagboek van een Opperrabbijn 16 februari 2021

    Dagboek 16 febr. 2021

    Comité van Aanbeveling alert!

    Ik heb er weer een paar baantjes bij! Baantjes hoor ik u denken. Is rabbijn dan een baan? Inderdaad! Rabbijn is geen baan (en zeker niet voor een nette Joodse jongen (!), had ik maar een vak gekozen, denk ik stiekem af en toe). Vandaag had ik dus voor mezelf ingeruimd om mijn twee zoom-cursussen van morgen goed voor te bereiden. Ook had ik een bestuurder van de Joodse Gemeente Amersfoort, voormalig bestuurder van het IPOR, wandelend archief en vriend, willen bezoeken, zomaar even. Zomaar? Hij wil na bijna 30 jaar terugtreden uit het bestuur. Ik ben daar absoluut op tegen. Maar ja, ik ben geen bestuurder en rabbijnen moeten zich nooit (nou ja, bijna nooit) bemoeien met bestuurlijke aangelegenheden.

     

    Maar door ingevlogen klusjes is er dus niets van terecht gekomen van mijn goede voornemens. Niet van de voorbereiding van de cursussen, niet van het bezoek, niet van de telefoontjes die ik had willen plegen. Reden? Ergens is er weer gezeur, en niet zo’n beetje ook, en dat heeft een halve dag opgevreten. Bovendien zal ik aan een van die klusjes de eerstkomende weken blijven hangen, hetgeen me voorlopig zeker een dag per week gaat kosten, maar het klusje zal geklaard worden, we gaan het oplossen! Overigens heb ik er wel weer, om dat specifieke klusje te klaren, een secretaresse bij gekregen, hetgeen helpt. Maar hoe het ook zij, wel of niet secretariële ondersteuning, het gaat tijd kosten. En dus, beste dagboekenier, heb ik helaas moeten besluiten om voorlopig niet ieder dag meer een dagboek te schrijven, dus niet vijf keer per week, maar drie keer per week.  Mijn dagboek zal verschijnen op maandag, woensdag en vrijdag.  Dinsdag en donderdag zult u dus zonder mij moeten zien te overleven. Lukt dat echt niet? Schroom dan niet en stuur mij een e-mail op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of bel gewoon even 033 - 4799247. Het overleven is natuurlijk grappig bedoeld, hoop ik, maar mijn contactaanbod is serieus. Overigens is de nieuwe secretaresse dusdanig actief dat zij mijn agenda bijna helemaal volstopt met afspraken, bijna allemaal met een pastoraal karakter. Ik word dus door de omstandigheden daarheen gesleept waar mijn passie ligt.

    Los van deze lokale klus heb ik nu te maken, al bijna een jaar, met vier gevallen van gioer, toetreding tot het Jodendom, die al bijna een jaar in de wacht staan. Pas op, het betreft hier niet Nederland maar de RCE, Rabbinical Center of Europe dat in Brussel is gevestigd. Wat ik met Brussel heb te maken? Het RCE is een soort vakbond voor rabbijnen. Meer dan 800 Europese rabbijnen, allen verbonden aan een Europees Joodse Gemeente, zijn hier lid van. Stel je bent nog een jonge rabbijn (dat wordt iedere dag een minder groot probleem) en je hebt iemand in je gemeente die joods wil worden maar je beschikt niet over een eigen Beth Din, Joodse Rechtbank. Je voelt jezelf te jong of niet voldoende toegerust om zo’n proces af te ronden, dan word ik van stal gehaald en adviseer de lokale rabbijn en verzorg, na grondig eigen onderzoek en diverse contacten, de procedure van toetreding. Maar er zitten nu dus vier cases in de wacht. We hebben contact per zoom, maar tot een afronding kan het niet komen vanwege alle corona restricties, social distance, avondklok, opsluiting in corona-hotel, quarantaine. Naast gioer heb ik ook de politiek in mijn RCE-portefeuille, zoiets heet heel chic: Intergovernmental Relationships. Als er een nationaal gezeur is of dreigt in een Europees land en er moeten gesprekken plaatsvinden met Overheden, dan kan ik erbij gesleept worden. Vrij vertaald: kopje koffiedrinken met Parlementariërs en/of Ministers. Ik ben overigens niet de enige oproepbare rabbijn. Nog vier andere rabbijnen zijn stand-by. Een in Antwerpen, een in Londen, een in Parijs en een in Israël. Vanavond heb ik een gesprek met een Joodse professor uit IJsland en vanochtend werd ik uit Israël gebeld. Waarom ik plotseling over de RCE begin te schrijven? Rabbijn Garelik uit Milaan, Italië is gisteren op hoge leeftijd overleden. Hij was een van mijn medeoprichters van de RCE. Beter geformuleerd: Ik was een van zijn medeoprichters.  

     

    O ja, bijna vergeten te vermelden, ik ben benoemd tot lid van de Adviesraad van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting. Wat en aan wie ik precies advies moet geven is me nog niet helemaal duidelijk. En ook werd ik eergisteren benaderd om lid te worden van het Comité van Aanbeveling van? Omdat het niet schriftelijk bevestigd is weet ik niet meer welk Comité van Aanbeveling het betrof. Dus bij deze een “Comité van Aanbeveling alert”. Mocht iemand weten om welk comité het gaat, bel mij s.v.p. en niet de lokale politie! Denkt u dat ik dan voor joker zit in zo’n Comité van Aanbeveling? Vaak wel, maar soms word je weer van stal gehaald en dan mag ik in actie komen! Zoals in dat tijdelijke nieuwe klusje dat mij de eerste maanden gaat bezighouden en dusdanig intensief zal zijn dat ik er niet onderuit kon komen om mijn dagboek van vijf naar drie te beperken.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Dagboek 10 september 2020

    Ik spijbel vandaag! In plaats van mijn dagboek ontvangt u de toespraak die ik vandaag heb uitgesproken ter herinnering aan de eerste razzia in Twente. Na een verzetsdaad werden in Twente 105 Joodse mannen opgepakt, afgevoerd en vermoord in Mauthausen.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten…..en zij zullen op rechtvaardige wijze rechtspreken(Deuteronomium 16:18).

    De enige oorzaak van ons jaarlijkse samenzijn hier in Enschede is omdat toen, in die afschuwelijke jaren, het recht krom was en de rechters en politieagenten weliswaar waren aangesteld, bij alle poorten stonden, maar met een doel dat tegen iedere vorm van rechtvaardigheid indruiste. Het gevolg?

    Voor enkelingen, ook hier vandaag aanwezig, is die razzia hun hele leven beangstigend actueel gebleven. Grootgebracht zonder vader, raak je nooit meer kwijt, ook niet als je inmiddels hoogbejaard bent. Als je je vader op hoge leeftijd verliest, dan is dat verdrietig, maar normaal. Je bent dankbaar dat je zo lang een vader mocht hebben. En zelfs een vader verliezen op jonge leeftijd als gevolg van een natuurlijke ziekte, is tot op zekere hoogte aanvaardbaar. Maar als je jonge vader bij de razzia werd opgepakt en je je bijna niets meer van hem herinnert, dan is er sprake van een gapende wond waarmee je weliswaar leert leven, maar die altijd schrijnend blijft. Die jonge vaders gedenken wij hier vandaag.

    Maar de meeste mannen/vaders die bij de razzia werden opgepakt, afgevoerd en vermoord lieten geen gapende wonden achter, omdat ook hun kinderen, hun ouders en andere naasten in die duistere jaren werden afgevoerd om nimmer weer te keren. Laten wij speciaal die slachtoffers, die helemaal geen familie meer hebben en aan wie niemand kan terugdenken, niet vergeten, terwijl ze al lang vergeten zijn.

    Kwam die razzia plotsklaps en onverwacht?

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Deze razzia, en überhaupt de moord op onze 103.000 Joodse Nederlanders, had een prelude. Het recht was juridisch verkromt. Wellicht is het u bekend dat toen in het voorjaar van 1940 in ons eigen land de verplichting kwam van de Ariërverklaring, er door onze eigen Nederlandse Hoge Raad aan onze eigen vertegenwoordiger in de Volkerenbond, Mr. Francois, is gevraagd of volgens het Internationale Recht de Hoge Raad aan het uitsluiten van Joden mocht meewerken? Het antwoord was klip en klaar duidelijk: Nederland mocht op grond van het Internationaal Recht meewerken aan het afgeven van Ariërverklaringen. Recht werd krom. Meer dan 200.000 Nederlanders ondertekenden, slechts tientallen weigerden.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Kan ik deze verplichting heden ten dage naleven? Ik, zoals ik voor u sta, ik heb geen poorten, heb geen landerijen. Maar de Thora is eeuwig en het moge dan zo zijn dat sommige wetten alleen kunnen worden uitgevoerd in bepaalde tijden of onder bepaalde omstandigheden, toch blijft de eeuwigheidwaarde behouden. En dus hebben wij allen hier ook de opdracht om rechters en politie aan te stellen bij onze poorten.

    Allen hier bijeen hebben we poorten: onze ogen, onze oren en onze mond zijn onze huidige poorten. Bij onze ogen, oren en bij onze mond worden wij geacht rechters en beveiligers te plaatsen. Wat komt er uit mijn mond? Zijn het opbeurende woorden of richten mijn woorden schade aan. Woorden kunnen dodelijk zijn, woorden kunnen traumatiseren, woorden kunnen indoctrineren. En ook bij mijn oren moet ik bewakers plaatsen. Wat hoor ik wel en wat niet? En wat voor vertaalslagen geef ik aan hetgeen ik hoor. Hoor ik alles negatief, terwijl het wellicht zeer goed bedoeld is? Of versta ik in al wat ik hoor juist het goede en het mooie en heeft dat onverantwoorde naïviteit tot gevolg?

    En mijn ogen? Hoe kijk ik aan tegen de medemens? Ik ken mensen die in de ander alleen maar slecht ontwaarden. Voor het goede hebben ze geen oog. Om nog maar te zwijgen van de ogen die doen hunkeren naar macht, geld en ontucht.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Vanaf de jaren dertig werd er gewerkt aan een beïnvloeding die de weg heeft vrijgemaakt voor de razzia die wij hier herdenken. De Jood werd gedemoniseerd via karikaturen, zoals we die nog vrij recentelijk in Aalst bij een onschuldig ogende carnavalsstoet konden bewonderen. Via de weg der geleidelijkheid werd de samenleving opgevoed met de gedachte dat het uitroeien van Joden een ethisch verantwoorde plicht was. De public relation man van nazi-Duitsland, Göbbels, heeft het goed weten uit te leggen en het Duitse en ook het Nederlandse geweten, voor zover nog aanwezig, tot kalmerende rust weten te brengen. Slechts enkelingen, helden, weigerden de verkeerde rechters en de corrupte plichtsgetrouwe politieagenten te accepteren. Zij zwichtten niet voor de aanlokkelijke Fl. 7,50 kopgeld voor iedere verraadde Jood. Dankzij dit soort mensen, die weigerden het onderscheid te maken tussen mensen en übermenschen, sta ik hier. Kind van ouders die gered werden door mensen die met gevaar voor eigen leven weigerden zich te laten beïnvloeden en vasthielden aan:

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    We moeten alert zijn: de razzia en Mauthausen zijn niet plotseling uit het niets ontstaan.  Het antisemitisme werd langzaam maar zeker ingevoerd, verblindde, werd verbaal overgebracht en werd aan de hand van karikaturen zichtbaar, salonfähig, gemaakt.

    En hoe is de situatie nu? Bestaat Göbbels nog? Wat krijgen wij, en speciaal onze jeugd, te horen? Te zien? En welke beveiliging bewaken de huidige poorten? Wat in de jaren ’30, de prelude voor de jaren ’40-’45, langzaam maar zeker werd voorbereid, zou zich zomaar kunnen herhalen. Of druk ik me nu te naïef uit omdat het zich niet zou kunnenherhalen, maar zich reeds herhaalt! Op 14 augustus jl. stond in de grootste Franstalige Belgische krant een cartoon waarin de Joodse wijk in Antwerpen Coronadorp wordt genoemd en er letterlijk staat als onderschrift: Le foyer du Covid-19 ne peut qu’être Juif. Sociale media zijn pijlsnel en nagenoeg ongrijpbaar. De beïnvloeding is beangstigend. De demonisering van Joden bloeit tierig. Antisemitisme is nu verpakt in antizionisme, waardoor het aanvaardbaar wordt gemaakt. Het zijn dezelfde karikaturen die toen het klimaat voor razzia en Mauthausen zorgvuldig, doelbewust maar langzaam hebben voorbereid, die nu onze ogen, oren en mond, bijna 24/7 indringend en pijlsnel beïnvloeden.

    Waartoe dit gaat leiden? Ik weet het niet.

    Maar ons samenzijn hier is om te herdenken en nimmer te vergeten, die 105 Joodse mannen.

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn

    Enschede 10 september 2020, jaarlijkse herdenking Razzia Twente

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

                         

  • Dagboek 16 sept 2020. Laten we ons levend begraven?

    Het lernen met mijn eigen lerngroep 60+ was fijn. Even uitleggen: al enige jaren ben ik vaste docent van een 65+ lerngroep in Amsterdam. Naamgenoot Paul Jacobs heeft die lerngroep opgericht ter nagedachtenis aan zijn echtgenote. Ongeveer een jaar geleden dacht ik dat het een goed idee zou zijn om ook in Amersfoort een lerngroep op te richten voor de 60-plussers. Ik verkoos te spreken over 60+ in plaats van 65+ omdat dat de deelnemers een jonger gevoel geeft gezien de meesten 70+ zijn. Niet te veel mensen, ongeveer tien. Dit om te voorkomen dat mijn lerngroep ontaardt in een lezing. Nu ben ik niet tegen lezingen (ik doe bijna niet anders!), maar ‘ik geef een lezing’ en het publiek luistert.

     

    Nou ja, luistert? Bij een lezing moet ik maar hopen dat er geluisterd wordt. Ik zeg weleens midden in de lezing, om de luisteraars bij de les te houden, dat ik er geen moeite mee heb als de toehoorders af en toe op hun horloge kijken omdat ze willen weten hoe lang ze nog moeten. Ik raak pas geïrriteerd als ze, nadat ze op hun horloge hebben gekeken, het horloge tegen hun oor aandrukken om te luisteren of het nog wel werkt!

     

    Mijn lerngroep draagt de naam “Lernen met diepgang”. En dat is nu precies wat er gebeurt. We lernen samen en verdiepen ons juist door het gesprek met als leidraad G’ds Thora en Traditie. En dat ‘samen’ is essentieel en geeft een extra en noodzakelijke dimensie. En die dimensie hebben we ook nodig in het gesprek met PKN, RK en andere kerkelijke organisaties. Vanochtend ontving ik een Nieuwjaarswens van PKN en in mijn reactie naar de scriba, mijn vriend Dr. de Reuver, stel ik voor om het komende jaar elkaar te spreken over antisemitisme, dat hij vermeldt in zijn nieuwjaarswens, en ook over antizionisme en dus over de positie van de PKN ten opzichte van Israel en de problematiek in het Midden-Oosten. Alleen middels erover ‘lernen’ kunnen we er hopelijk uitkomen. Via allerlei verklaringen en interne discussies over de ‘onverbrekelijke band met Israël’ wijzigen in ‘onverbrekelijke band met Jodendom’,  komen we er niet uit, maar groeit de kloof die we beiden niet wensen en niet willen. En dus is dat een van de goede voornemens die ik op me heb genomen. Voor het komende nieuwe jaar. Verder heb ik onderweg naar Arnhem de afspraak vastgelegd met de ambassadeur van Hongarije. Geen idee wat hij wil, maar ‘je weet maar nooit’. Zoiets heet netwerken. Die netwerken bouw je op zonder concreet doel voor ogen, maar zodra er noodzaak toe bestaat heb je een adres. En geloof me, die adressen heb ik al meerdere keren moeten gebruiken. In Arnhem hadden we een Selichot-bijeenkomt op de Joodse begraafplaats. Selichot zijn speciale gebeden die uitgesproken worden in de week voor Joods Nieuwjaar. Er was geen grote opkomst, maar de bijeenkomst was warm, fijn en inspirerend. Het was eigenlijk een lern-bijeenkomst, maar dan niet bij mij thuis, niet in de synagoge, niet op zoom, maar op de begraafplaats. En aan het eind heb ik alle aanwezigen een fles wijn gegeven. Ze durven vanwege corona geen dienst te houden gedurende de Ontzagwekkende Dagen. Mijn doel was om ze toch iets mee te geven. Een fles Israëlische wijn en een inspirerende gedachte. De gedachte kwam over en zal ze hopelijk tot steun zijn. Ik bracht een parabel. Een boer hoorde een enorm gejank van zijn oude ezel in het veld. Hij z’n huis uit, hoort het gejank, maar ziet geen ezel. Na enig rondkijken vindt de boer zijn ezel in een diepe put. Water stond er lang niet meer in die put en het leek een onmogelijke klus om de oude ezel eruit te slepen. En dus besloot de boer met een van zijn knechten (en zonder toestemming van de Partij voor de Dieren) om zand in de put te scheppen en zo de oude ezel (levend!) te begraven. De boer en zijn knecht nemen beiden een schep en beginnen het graf dicht te gooien. Ondertussen jankt de ezel maar door. Na een uur scheppen horen ze niets meer, kijken de put in en zien dat de put inmiddels tot de rand is gevuld. Maar ze zien nog iets: de ezel loopt tot hun stomme verbazing vrolijk rond in de weide! Wat was er gebeurd? Iedere schep aarde die de ezel over zich heen kreeg had hij van zich afgeschud.  En toen de bodem van de put op niveau was gekomen van de weide, heeft de ezel vrolijk de put verlaten.

     

    In deze corona periode krijgen wij van een veelheid aan narigheden over ons heen. Laten we ons eronder begraven of schudden we het van ons af? Mijn advies: volg de oude ezel!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek 27 juli 2020, De derde Tempel, licht in duisternis

    Toen ik afgelopen Sjabbat een ommetje maakte werd ik aangesproken door een islamitische dame met de vraag “Spreek je Arabisch?”. Wat ik daarvan moet denken weet ik niet, maar ik heb maar gewoon in het Nederlands geantwoord. Tenslotte wonen we in ons eigen Nederland met onze eigen Nederlandse taal en cultuur, waarvan ik, met meer dan tien generaties Nederlands Jodendom en de Nederlandse taal als moedertaal, deel uitmaak.

     

    Gisteren was ik aanwezig bij de begrafenis van de heer David Rosenberg. Op bijna 96-jarige leeftijd overleden. Hij laat zijn echtgenote, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na, hetgeen voor wat eens Joods Nederland was een unicum. Bij de meeste Joodse begrafenissen is niet eens het vereiste quorum van tien volwassen mannen te realiseren. Rosenberg behoorde tot de generatie die voor de oorlog nog een gedegen Joodse kennis had gekregen, was ondergedoken tot begin 1945, toen verraden (waardoor een paar foute Nederlanders fl. 7,50 rijker konden worden) en vervolgens vanuit een ongekende gedrevenheid probeerde de Joodse gemeenschap weer op te bouwen. Letterlijk op de ruïnes van een rijk bloeiend Joods leven. Beilen, Stadskanaal, Emmen… Ja, in Emmen staat nog een sjoel of beter geformuleerd: het gebouw dat eens een sjoel was.

     

    Ik had dus eigenlijk op vakantie moeten zijn, een paar dagen naar het zuiden des lands in een hotel van een goede vriend van ons. Maar mijn vrouw Blouma vond dat ik het niet kon maken om vanwege vakantie bij deze begrafenis te ontbreken. En gezien de positie van de vrouw binnen het Joodse gezin bepaalt zij… Maar het was goed dat ik aanwezig was. Immers, ook de heer Rosenberg was altijd aanwezig als er ergens in het noorden van het land een begrafenis was en er op hem een beroep werd gedaan. Vaak wordt er niet beseft dat wij als Joode gemeenschap in Nederland nog maar piepklein zijn. Er was bijna geen stad of dorp waar een synagoge, begraafplaats of een mikwa, een kerkelijk bad, ontbrak. En toch waren er die in de concentratiekampen, en ik weet over wie ik spreek, die gezworen hadden dat als ze er levend uit zouden komen ze op de resten van Joods Nederland zouden gaan herbouwen. En dat hebben een aantal overlevenden op ongelofelijke wijze gedaan. Ze hebben na de oorlog gestreden. Mijn generatie heeft dit soort mensen als voorbeeld, is door hen grootgebracht.

     

    En dus vechten ik en velen van mijn naoorlogse generatie om het Jodendom voor Nederland te behouden. Onze strijd is tegen antizionisme=antisemitisme=BLM=BDS. Is het leuk om strijdend door het leven te gaan? Zeker niet. Maar er is geen alternatief. Vechten in tijden van duisternis zit in onze Joodse genen. Ook in de duisternis weten wij dat er uiteindelijk weer licht zal zijn.

     

    Wij bevinden ons in de zogenaamde Negen Dagen. De dagen voorafgaande aan Tisje Be’Av. Op die dag werd de Tempel in Jeruzalem verwoest en begon de ballingschap waarin we ons bevinden. Vanwege deze duistere periode heet afgelopen Sjabbat de ‘Zwarte Sjabbat’. Maar op die ‘Zwarte Sjabbat’ wordt juist gedacht aan de Derde Tempel die door G’d zelf herbouwd zal worden. Juist in de zwarte duisternis straalt het summum van bevrijding, echte bevrijding. Er wordt niet alleen gedacht aan de Derde Tempel met de daaraan gekoppelde komst van de Mosjiach, maar de Derde Tempel wordt zelfs getóónd. Hij wordt als het ware zichtbaar voor allen die hiervoor oog hebben.

     

    En als dan eindelijk de Mosjiach er zal zijn, dan betekenen BDS en BLM en zelfs de Verenigde Naties helemaal niets meer. De Eeuwige zal dan door allen (h)erkend worden, er zal echte Sjalom zijn en niet alleen voor Joden, maar voor de gehele mensheid. Jeruzalem zal zonder enige discussie de eeuwige hoofdstad zijn van Israël, Joden en niet-Joden zullen dringen om de muren van de Tempel te mogen aanraken.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

     

  • Dagboek 5 augustus 2020, Stond de wekker aan de verkeer kant van de Libanese grens?

    Vandaag is het 15de van de Joodse maand Menachem Aw. Op deze dag is er in het verleden van alles en nog wat gebeurd en wordt deze dag in zekere zin gelijkgesteld aan de Grote Verzoendag. Deze dag is gekoppeld aan diverse vreugdevolle gebeurtenissen.  Een van die gebeurtenissen is dat vanaf de eerste Niesan (niet die auto, maar de maand van de Uittocht uit Egypte!) tot 15 Menachem Aw, dus gedurende 3½ maand, hout werd gesprokkeld dat bedoeld was om te gebruiken in de Tempel voor de offerdienst. Ik vermoed dat u nog niet van uw stoel valt van verbazing en dat u wellicht reageert: nou en? Maar laat ik het uitleggen. 15 Menachem Aw was een grote feestdag omdat op die dag de voorbereidingklaar was, er werd vanaf die dag geen nieuw hout meer gesprokkeld om de offerdienst uit te voeren. Op de negende van dezelfde maand, dus zes dagen eerder, herdachten we de vernietiging van de Tempel, het begin van het Ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden. Het summum dus van misère. En vandaag gedenken we de voorbereiding die nodig was en nodig is om de Tempel weer te laten terugkeren naar zijn religieuze functie. Het bericht is erg duidelijk: voorbereiding naar iets positiefs is essentieel. Als we allen de neuzen de goede kant op hebben staan, komen we er. Dan krijgen we uiteindelijk de echte shalom, voor de gehele mensheid. De Derde Tempel in Jeruzalem zit onlosmakelijk gekoppeld aan de komst van de Mosjiach, of beter geformuleerd: de echte shalom voor elk en ieder schepsel. Die voorbereiding vieren we.

     

    Ik moest speciaal hieraan denken n.a.v. de afschuwelijke ramp in Beiroet. De hele wereldpers staat bol van de informatie over de (onverhoopte) corruptie van Netanyahu. De rechter zal hierin uitspraak moeten doen en dat gaat ook gebeuren. We spreken hier over financiële malversaties, die niet kunnen, zeker niet voor een premier. Over Beiroet wordt nu geschreven, nu letterlijk heel Beiroet ontploft is, dat de HH-politici van dat land corrupt zijn. Waarom hebben we daarover tot nu toe nauwelijks iets in de media gezien of gehoord. Goed dat dat nu zichtbaar wordt. Ik hoop, maar verwacht het niet, dat die corruptie nu dan eindelijk de volle aandacht krijgt die het verdient. Maar ook de corruptie van de Libanese Overheid vind ik minder interessant. Mijn verbijstering is: waarom geen aandacht voor de vraag waarom 2750 ton Ammoniumnitraat, oorzaak van de gigantische ontploffingen, daar überhaupt lag opgeslagen als we weten dat dit stofje gebruikt wordt bij terroristische aanslagen. Het dringt nu spaarzaam door tot de media dat er al eerder ontploffingen waren geweest. Wat deed dat vernietigende spul daar? En waarom heb ik nooit eerder in de media gelezen over de opslag en dus de voorbereiding van deze gevaarlijke stof die daar opgeslagen lag als voorbereiding voor…….Terwijl de Joodse kalender benadrukt hoe belangrijk het is om voorbereidingen te treffen voor de ultieme shalom ten behoeve van de gehele mensheid, zweeg en zwijgt de wereld als het duidelijk is dat hier de voorbereiding lag, al vele jaren, voor het tegenovergestelde van shalom. Waar zijn de Verenigde Naties? Waarom niet nu meteen een resolutie tegen Libanon conform de voortvarendheid waarmee resoluties tegen Israël worden aangenomen? En waarom nooit eerder opgemerkt en uitgelicht door de media, want al veel vaker waren er kleinere ontploffingen. Kennelijk waren die niet luidruchtig genoeg en/of lagen ze aan de verkeerde kant van de grens. De wekker was al meerdere keren afgegaan, maar de wereld sliep. Israël is wakker, klaarwakker. Niet om te verwijten, maar om te helpen! Of ze zullen mogen helpen is nog niet bekend, maar ik hoop en bid dat de hulp aanvaard zal worden, ook als die om politieke redenen buiten het radar moet blijven, want als het gaat om mensenlevens moeten we de politiek maar even politiek laten en de media de media.

  • Dagboek van een Opperrabbijn - 4 augustus 2020

    Mijn dagboek wordt wel gelezen!

     

    Het heeft me goed gedaan dat ik vandaag een aantal dankbetuigingen heb gekregen. De arts uit het Academische Ziekenhuis dankte mij voor mijn bemiddeling tussen hem en een patiënt in Zuid-Amerika. Enige dagen geleden kreeg ik een telefoontje uit Israel. Een mij onbekende man vertelde mij dat zijn nicht op sterven ligt, geen lid is van de Joodse Gemeente en dus ook niet van een begrafenisvereniging, maar hij wilde graag dat ze desondanks een Joodse begrafenis zou krijgen. Ze is overleden en de Joodse Gemeente waar ze woonachtig was, was een en al begrip en gisteren was de begrafenis. Gewoonlijk zou het dan daarbij gebleven zijn, maar niet in dit geval. De neef, ook al op leeftijd en woonachtig in Israel, heeft mij uitgebreid per whatsapp bedankt. En tijdens mijn dagelijkse snel-wandeling weer een dame die me een warm shalom toeroept. De begrafenis van de veel te vroeg overleden echtgenoot en vader, verliep naar tevredenheid van de naaste familie. En dat is belangrijk, want een begrafenis van een dierbare blijft bij…….Weer vandaag enige keren contact gehad met rabbijn Mendel Cohen uit Mariupol. De aanslag heeft hij fysiek overleefd, maar er is schade bij hem ontstaan, psychisch. De terrorist loopt nog steeds vrij rond en Mendel en zijn echtgenote zijn daarom bezorgd, bang dat de antisemiet na een korte pauze weer bij hun voor de niet-te-beschermen-deur van de synagoge staat. Rabbijn Mendel en zijn vrouw willen zo spoedig mogelijk verhuizen, naar een gebouw dat beveiligd kan worden. Ze hebben al een gebouw op het oog, alle informatie al ingewonnen. Voor een jaar hebben ze de huur al weten te verkrijgen.  Ze kunnen het niet goed meer aan, de voortdurende angst gonst ze door het hoofd. Maar er komt hulp. De ambassadeur van Oekraïne in Nederland, een goede bekende uit mijn netwerk, heeft rabbijn Mendel gebeld en voor hem een afspraak gemaakt met een hoge functionaris bij de nationale politie in Kiev. Politie gaat alles op alles zetten om de terrorist in het gevang te krijgen. Toch handig om een (Joodse) ambassadeur van Oekraïne in Nederland als vriendje te hebben!  Komt nu bijzonder goed van pas, want rabbijn Mendel weet zich echt door hem bemoedigd.

     

    Ondertussen heb ik laten uitzoeken of mijn dagboek wel wordt gelezen. Iedere dag schrijven en nadenken wat ik heb kunnen en mogen doen voor Joods Nederland. Het Joods Cultureel Kwartier had hierom gevraagd. Maar, laat ik heel eerlijk zijn, schrijven en schrijven, weten dat er te zijner tijd iets mee gebeurt, is fijn om in het achterhoofd te hebben, maar ik heb behoefte aan iets tastbaars. En dus verschijnt mijn dagboek ook op ‘Joods bij de EO’, op Facebook van IPOR, mijn eigen facebook genaamd ‘opperrabbijn’ en op de website van het IPOR. Bij navraag heb ik in de maand juli 36.911 lezers gehad op bovenstaande FB’s.  De FB secretaris van de Opperrabbijn, de website www.christenenvoorisrael.nl  en de grootste christelijke online CIP www.cip.nl niet meegerekend! Ik schrijf dus niet voor niets. Ik heb die zekerheid nodig als stimulans. Maar ik weet dat ik onzin verkondig want als ik slechts een enkele lezer zou hebben en die ben ik tot steun met mijn dagboek………loont die inspanning al.

     

    Maar vanavond, toen ik met mijn echtgenote wandelde kwam er een kink in de kabel van mijn blijde gevoel: Een auto kwam ons tegemoet, gaat plotseling met een rotvaart onze richting op, we worden in een vreemde taal scherp en keihard uitgescholden en de auto scheurt verder.  De rest van de wandeling luister ik naar het geluid van iedere auto en sta klaar om opzij te springen. Het was kennelijk een te positieve dag, het mocht niet mooi blijven. Mijn gedachten dwalen af naar mijn studententijd in de Ecole Rabbinique de Paris. Toen was het volstrekt normaal dat auto’s op je inreden, omdat je er Joods uitzag. En rond de tijd van Kerstmis zaten we bij toerbeurt op wacht om te voorkomen dat een auto of brommer de binnenplaats zou binnenrijden om lukraak met een mes willekeurige studenten te lijf te gaan, zoals al eens was geschied.

     

    En toch laat ik het fijne gevoel van vandaag overheersen. De ambassadeur van Oekraïne die te hulp is gekomen in Mariupol; Dat Pieter Omtzigt en Martijn van Helvert scherpe Kamervragen hebben gesteld aan de minister over de financiële steun aan de Palestijnen, zo informeerden ze mij per whatsapp. O ja, al bijna vergeten. Ik kreeg recentelijk een telefoontje van een onbekende die de mening is toegedaan dat de opa van zijn vrouw, de man achter de februari-staking in 1941, tekort is gedaan. Hij stelt mij financieel aansprakelijk en dus moet ik hem schadevergoeding betalen. Enige tonnen, en zo niet……Enfin, ik natuurlijk de politie gebeld. Ze gingen er meteen achteraan. Vandaag de conclusie van hun onderzoek: de man is verward en dus heb ik niets te vrezen………. Maar die conclusie deel ik niet, want ik meen me vaag te herinneren dat de meeste terroristen verward zijn! Maar toch: de politie ging er meteen achteraan en dat voelt erg goed en dankbaar!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

  • Dagboek van een Opperrabbijn 17 september 2020

    shofar

      

    Enige tijd geleden viel mijn blik op een artikel over een nieuwe uitvinding. Op het hoofd van een mens wordt een sensor geplaatst en als hij dan een bepaald woord, cijfer of formule denkt gaat de televisie in zijn kamer aan óf het licht óf de vaatwasmachine, …….afhankelijk dus van wat hij denkt en via de sensor uitzendt. Over enige tijd zal dus, zo vervolgde het artikel, geen afstandsbediening meer nodig zijn: alles kan vanuit de hersenen worden bestuurd.

     

    Eindelijk een bewijs, dacht ik, dat onze gedachten een tastbare uitstraling hebben. Het was dus niet louter bijgeloof dat mijn oma op de vraag hoe het met haar kleinkinderen ging steevast haar antwoord begon met ‘unbeschrieben en unberoefen,’. Dit om te voorkomen dat door haar lovende woorden mogelijkerwijs, G’d behoede, haar kleinkinderen beschadigd zouden kunnen worden. Het was dus geen onzinnig bijgeloof van mijn oma, want gedachten en dus zeker ook woorden hebben een bepaalde kracht!

     

    Tijdens de Hoge Feestdagen of beter omschreven als de Ontzagwekkend Dagen, hebben we vele tekenen die wijzen op eenheid. Vandaag, op Rosj Hasjana-Nieuwjaar, staan jullie allen voor de Allerhoogste, van de stamhoofden tot de waterdragers. De maatschappelijke verschillen zijn verdwenen, we vormen een eenheid, we zijn in essentie allen gelijkwaardig: met deze gedachte betreden we Rosj Hasjana.

     

    En voor Jom Kippoer-Grote Verzoendag vragen we elkaar vergiffenis voor alles wat we elkaar hebben misdaan in gedachten, woord en daad …..weer die eenheid.

     

    En dan Soekot-Loofhuttenfeest met de loelav (dadelpalm – lekkere smaak), de hadas (mirthetakje – lekkere geur), de arawa (treurwilg - geen smaak en geen geur) en de etrog (citrusvrucht - heerlijke geur en lekkere smaak), die symbool staan voor de vier soorten mensen. De een heeft Thora-kennis, de ander concentreert zich meer op het verrichten van goede daden, weer een ander is geen kop-mens en wat betreft het verrichten van goede daden is hij ook maar zwakjes en tenslotte heb je mensen die veel kennis bezitten en die kennis ook in praktijk brengen. We binden ze allen samen en spreken de lofzegging uit over de loelav….weer die eenheid.

    Dan worden de Ontzagwekkende Dagen afgesloten met Simchat Thora- Vreugde der Wet: we dansen allen samen met de Thora. Of je een groot geleerde bent of een beginner: we sluiten ons aaneen en uiten onze gezamenlijke vreugde vanuit eenheid….

    Allemaal woorden, symboliek, uitingen. Maar leidt dit ook daadwerkelijk tot de eenheid?

     

    Als we in gedachte geld geven aan de armen, daar hebben ze helemaal niets aan. Het gebod van tsedaka-liefdadigheid alleen in gedachte is waardeloos. Maar als we per ongeluk geld verliezen en het verloren bedrag wordt door een arme man gevonden, dan hebben we toch, hoewel onbewust, toch het gebod vervuld. Het resultaat telt, niet de intentie!

     

    Maar deze redenering gaat niet altijd op: als we bijvoorbeeld een gast ontvangen telt niet alleen de maaltijd die we hem voorschotelen, maar zeker ook de wijze waarop we hem bejegenen. Voelt hij zich op z’n gemak?  En als hij vertrekt, begeleiden we hem dan naar de deur om te tonen dat we zijn aanwezigheid waardeerden?

    Met de Hoge Feestdagen spreken we vele gebeden uit, verrichten we vele handelingen, dus we veroorzaken veel ‘straling’. Soms gaat het om de daad, soms uitsluitend om de uitstraling en vaak ook om beide.

     

    Het samen-in-de synagoge-zijn zal dit jaar anders verlopen. In vele gemeenten zal er überhaupt geen dienst zijn en zullen we zelfs op Vreugde der Wet niet samen met de Thora kunnen dansen.

     

    Maar zelfs of juist als we niet samen onze gebeden kunnen uitspreken en niet samen met de Thora kunnen dansen, ligt de nadruk, meer dan andere jaren, op onze ‘uitstraling’.

     

    Gelijk de sensor op mijn hoofd over enige jaren de tastbare afstandsbediening zal vervangen, zo ook wens ik ons allen toe dat de ‘uitstraling’ dit jaar dermate krachtig zal zijn dat het een jaar zal worden van zegen, gezondheid en shalom, voor ons allen en voor de gehele mensheid waar ook ter wereld.

    לשנה טובה ומתוקה, een goed en zoet jaar, materieel en geestelijk voor al mijn trouwe en ook minder trouwe dagboekeniers.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

              

     

     

     

     

                         

  • Dagboek van een Opperrabbijn 2 augustus 2020

    Ik vroeg me af of ik niet te veel refereer naar de Holocaust en dus ben ik gaan kijken naar NIW en ook internationale Joodse pers zoals JTA (Jewish Telegraph Association) en Daily Briefing. Conclusie: ik zie dat ik toch echt niet de enige ben.
     
    Maar los hiervan: nog nooit heb ik zoveel e-mails/telefoontjes gehad van kinderen of bekenden van oorlogsoverlevenden die juist nu in een depressie belanden, gekoppeld aan de onderduik of de kampen. Bijna allemaal slikken ze medicijnen, maar medicijnen zijn slechts hulpmiddelen - de oorzaak nemen ze niet weg. Sterker nog: de oorzaak ís niet weg te nemen. Mijn stelling dat ‘iemand die de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven is gestoord’ blijkt helaas meer en meer te kloppen. Maar vandaag werd mij door een ontwikkelde intelligente vrouw verteld dat ook mijn generatie van direct na de oorlog, beschadigd is door onze gestoorde opvoeding. En ik denk dat deze psychologe gelijk heeft.
     
    Begrijp me niet verkeerd: ik heb een geweldige opvoeding genoten. Pas nu besef ik hoezeer ik tekort ben geschoten in het uiten van dankbaarheid aan mijn ouders. Alles gaven ze voor mij. En als ik spreek over mezelf, dan bedoel ik de hele generatie van na de oorlog. Maar: óf alles werd verzwegen, óf precies het tegenovergestelde en alles werd gekoppeld aan voor-en-na-de-oorlog. Overbezorgde ouders die gezworen hadden dat hun kinderen nooit zouden mogen meemaken wat zij hadden doorgemaakt. En dus denk ik dat die vriendelijke en intelligente psychologe gelijk heeft als ze mij vertelt dat ik toch een beetje gestoord ben net zoals zijzelf, naar eigen zeggen.
     
    Maar behalve deze ontluisterende diagnose, heb ik verder een fijne sjabbat gehad. Op sjabbat hadden we sjoeltuin of tuinsjoel. Ik bedoel te zeggen dat we in plaats van in de synagoge de sjabbatdienst in onze tuin hadden. Alle medewerking van de politie die zelfs een deel van de dienst heeft bijgewoond. Voordeel? Perfecte coronaproof ventilatie, daar kan geen synagogegebouw tegenop.
    Overigens is het natuurlijk niet zo dat iedere Joodse overlevende depressief is. G’d zij dank niet. Alleen ik krijg natuurlijk geen telefoontje als iemand zich goed voelt, vrolijk is, ondanks alles, en er op geweldige wijze in is geslaagd om het verleden het verleden te laten en ook de voordelen van de coronaperiode te ervaren. Dus ik besef goed dat niet alles kommer en kwelling is. Dat bleek ook weer uit het volgende: na afloop van de tuinsjoeldienst heb ik met Avi, mijn leerling en leermaatje, de gebruikelijke sjabbat-natuur-wandeling gemaakt door het achter ons huis liggende natuurgebied. Veel mensen kom je daar niet tegen en toch: drie keer werd ons toegeroepen door niet-joodse fietsers: sjabbat shalom! Dat was warm en fijn. Het geeft de (Joodse) burger moed. Niet één keer nagescholden, wel drie keer warme en oprechte shalom.
     
    Maar uitgaande sjabbat (na 22:30 uur!) en zondagochtend weer nare berichten. Twee sterfgevallen. Niets van doen met corona, maar gewoon overleden aan een nare ziekte. Beiden veel te jong en beiden verdriet achterlatend. En dus begrafenissen regelen, bijstand verlenen, er zijn voor de nabestaanden. Maar dit soort tragedies laten me verre van onberoerd. Praktisch kan ik gelukkig altijd bouwen op mijn collega-rabbijnen Spiero en Evers die waar nodig overnemen, maar de emotie blijft bij mij.
    Tussendoor nog een medewerker van een Joodse instelling, die door zijn bestuur geplaagd wordt, mogen adviseren. Juist vanwege mijn jarenlange ervaring als hoofd van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum en als lid van het Scheidsgerecht van het Ziekenhuiswezen, ken ik de slagen van de personeelszweep en weet ik hoe te overleven en meen ik goed te kunnen adviseren als een medewerker zich in het nauw gedreven voelt.
     
    Maar het hoogtepunt van dit weekend: een enorm fijne bijeenkomst ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’. Ik zal iets duidelijker zijn. Omdat in Enschede al een tijdje helaas geen sjoeldiensten hebben plaatsgevonden vanwege corona, heeft het bestuur besloten om een lunch te organiseren in tenten achter de prachtige synagoge. Een geweldige opkomst. Een perfecte lunch en na een introductie van de voorzitter mocht ik de goegemeente toespreken. Om een lang verhaal kort te houden (waarin ik overigens niet zo goed ben!): toen de Thora op verzoek van de Griekse koning Talmi in het Grieks was vertaald door vijf grote rabbijnen, viel er een duisternis over de wereld. Vreemd, want ook Mozes had de Thora vertaald en wel in zeventig talen, waaronder het Grieks. Wat was er mis met de vertaling in opdracht van koning Talmi? Vertaling is toch juist erg goed; het maakt de Thora toegankelijk?! Inderdaad. Vertalingen zijn goed, maar ook beperkend. Ieder woord in de Thora heeft vele betekenissen, maar in een vertaling kun je slechts één betekenis weergeven. De rest gaat verloren. En zelfs kunnen vertalingen misleidend zijn: sjabbat is bijvoorbeeld echt geen rustdag. En rein en onrein hebben niets te maken met schoon en smerig. Maar waarom was de vertaling die Mozes maakte dan wel goed? Heel in het kort: bij de vijf rabbijnen was de opdrachtgever een Griekse koning, een afgodendienaar. Mozes vertaalde op verzoek van de Eeuwige. We maakten daar ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’ een vertaalslag naar de politieke actualiteit. Kritiek op het beleid van Israël mag, maar de grote vraag is: wie uit die kritiek? Door welk gedachtegoed wordt de journalist of de politicus gedreven? Afhankelijk van de ‘opdrachtgever’ is die kritiek koosjer of niet-koosjer en dus een uiting van antizionisme=antisemitisme. De gemoederen van de toehoorders raakten in beroering. Verhalen kwamen boven. Zorg over de toekomst van Joden in Nederland. Onze overheid is ons goed gezind, beschermt ons en doet z’n best om de Joodse Gemeenschap voor Nederland te behouden. Maar toch: onze ouders dachten in groten getale in de jaren voor de oorlog dat het ‘ons’ niet zou gebeuren want wij zijn Nederlanders. Onze overheid zal dit niet tolereren. Maar het gebeurde toch… Het was duidelijk dat bij alle Joodse Tukkers de algemene harde conclusie luidde: alertheid is geboden, want het gevaar ligt op de loer, zelfs ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’.
    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
  • Dagboek van een Opperrabbijn 21 sept. 2020, Wie zijn schuldig? Ultraorthodoxe Joden en Arabieren…..

    Vandaag was ik aan het bijkomen van twee dagen Rosj Hasjana. Intensieve dagen en voor het eerst sinds lange tijd weer in de ´echte’ synagoge. De ventilatie was dusdanig goed dat er wordt gekeken of het misschien iets minder kan, om te voorkomen dat de ventilatie weliswaar beschermt tegen corona, maar we worden weggetocht vanwege de ijzige kou. En de helaas benodigde beveiliging was ook helemaal goed, als vanouds, voor de coronacrisis. Uiteraard en helaas waren er minder mensen aanwezig bij de diensten vanwege angst voor besmetting, hetgeen gerespecteerd moet worden, maar niet leuk is. En daarom toch even tot de leden van de Joodse Gemeente die dit jaar verstek lieten gaan vanwege corona: jullie hebben wel wat gemist! Het waren inspirerende diensten.

     

    Anders dan andere jaren was ook het sjofarblazen. De tonen waren uiteraard dezelfde, maar de locatie was aangepast. Ik blies namelijk voor de open tuindeur en dus kon de hele binnenstad meegenieten omdat ik namelijk over een zeer goede blaas beschik (Grapje. Leuk?) De beveiligers kregen van een buurvrouw de vraag of dat geluid uit de synagoge kwam, waarop de niet van humor gespeende beveiliger antwoordde dat het geschal waarschijnlijk afkomstig was van een pand achter de synagoge. Voor de sjoeltuin had zich een groep toeristen verzameld om mee te luisteren! Ik geloof dat het monumentendag was en indien dat niet zo was: het wemelde van de dagjesmensen die de binnenstad aandoen en verrast werden door een echte rabbijn, blazend op een echte ramshoorn in het echte stadshart.

     

    Uitgaande Rosj Hasjana trof ik op mijn WhatsApp: “Voor de Joodse gemeenschap; gelukkig nieuwjaar. Zo mooi, de kruimels die straks in stromend water gestrooid worden als zonden die in het diepst van de zee worden geworpen. Zo goed voor de zoete dagen van inkeer richting Grote Verzoendag Jom Kippoer. Cruciaal, verzoenen brengt ons van ‘steeds opnieuw’ naar ‘nooit meer’, zei ik bij de herdenking van de fatale Slag om Arnhem, die de bevrijding ernstig vertraagde.” De afzender? Ahmed Marcouch, de burgemeester van Arnhem. Een mooi begin voor het nieuwe Joodse jaar. Meteen na afloop, zondagavond dus, kreeg ik een telefoontje van rabbijn Mendel Cohen, de rabbijn van Mariupol die, net bijgekomen van een aanslag, corona had gekregen, via Odessa naar Israel was overgebracht in een privé ambulancevliegtuig en nu in een ziekenhuis in Israel ligt. Omdat ik hem voor sjabbat niet kon bereiken, was ik bezorgd en tijdens de gebeden kwam hij vele keren op in mijn gedachten. G’d zij dank is het goed met hem. Nou ja, goed?  Het ademhalen blijft een probleem, maar het zal goedkomen, verzekerde hij mij. Wat niet goed ging en waaraan ik me blijf ergeren, is de column in het Reformatorisch Dagblad van Alfred Muller. Ik citeer: “De belangrijkste oorzaak (van de tweede lockdown in Israel) is dat te veel burgers het te gemakkelijk hebben genomen om de kansen van de pandemie te verkleinen. Dat was voornamelijk het geval onder ultraorthodoxe Joden en Arabieren.” Terwijl wij in onze gebeden shalom vroegen aan de Eeuwige voor alle inwoners van Uw aarde, kon de heer Muller het niet nalaten om een polariserende opmerking te plaatsen. Het ware netjes geweest als hij zijn Israel column op Rosj Hasjana gebruikt zou hebben om Israel toe te wensen dat meer Israel omringende landen, Arabieren, het pad van de vrede zouden kiezen. Maar ja, denk ik dan heel stout, als er rust komt in het Midden-Oosten, waarover zal Muller dan moeten schrijven? En klopt het dat ultraorthodoxe Joden de coronaregels aan hun laars lappen? Zeker zullen er zijn die dat doen. Maar er zij ook ultra-anti-orthodoxe seculiere Joden die hetzelfde gedrag vertonen. Idem bij christenen, bij Islamieten bij….en bij…. En er zijn ook ultraorthodoxe Joden die fanatiek de coronaregels wel in acht nemen. Maar ja, dat vermelden polariseert niet en trekt dus geen lezers. Maar goed dat ik zijn column pas na Rosj Hasjana las, zodat ik me er op Rosj Hasjana niet aan hoefde te ergeren. En na Rosj Hasjana had ik eerst ook nog de bemoedigende WhatsApp van de Arnhemse burgermeester Ahmed Marcouch gelezen. Ik was dus gelukkig niet van mijn optimistische en goede Rosj Hasjana gevoel af te krijgen. En alsnog, want een goede wens komt nooit te laat: een goed, voorspoedig, gezond en vredig 5781, voor u en voor alle bewoners van Uw aarde.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek van een Opperrabbijn 25 augustus Opperrabbijn (bijna) betrapt bij oplichting.

    Om onze rol als opa en oma ook naar behoren te vervullen en we met de kleinkinderen uit Londen een uitstapje hadden gemaakt, was het een grootouderlijke verplichting om ook aandacht te besteden aan de kleinkinderen van de Zuidas in Amsterdam. En dus met de auto van onze zoon, vanwege de kinderzitjes, naar de Zaanse Schans. Zeepjes gemaakt, een molen bezocht, de kaasfabriek aangedaan en een boottocht. Bij de boottocht moest ik even ervoor waken om geen onwaarheid te verkondigen. Onze kleinzoon is namelijk net 4 jaar, maar als ik hem opgeef voor drie zal niemand dat bemerken en het zou me €7,50 schelen. Maar is dat de moeite waard, gonsde het door mijn hoofd. Is dat geen diefstal en wat als onze dierbare pientere kleinzoon zelf gaat uitroepen dat hij al vier is? En wat voor opvoeding geef ik aan de twee oudere meisjes als ze horen dat ik lieg om een paar euro te besparen? Dadelijk haal ik de voorpagina van de Telegraaf: Opperrabbijn betrapt bij oplichting. De kop zou het goed doen en het antisemitisme door mijzelf nota bene goed gevoed: Joden-zwendelaars. En dus heb ik gewoon de waarheid gezegd: hij is vier! Achteraf bezien maakte het trouwens niets uit of hij drie of vier was, want we kwamen in aanmerking voor een familiekaart! Maar toch, het kwaad had toch even door mijn brein geflitst en dat klopt niet. Ik heb dus nog wel e.e.a. te repareren voor de Grote Verzoendag! Het uitstapje was verder prima en thuisgekomen opende ik mijn email en lees de volgende anekdote die mijn schoondochter uit Londen, onwetend van ons uitje naar de Zaanse Schans, mij heeft gestuurd:

     

    Een rabbijn had een nieuwe aanstelling gekregen in een van de synagogen in Houston, USA. In de eerste week van zijn benoeming bezocht hij een van zijn gemeenteleden. Omdat hij nog geen auto had maakte hij gebruik van de bus. Nadat hij het kaartje had gekocht bij de chauffeur en plaats had genomen, bemerkte hij dat de chauffeur hem een quarter (25 $ cent) te veel wisselgeld had gegeven. Hij stond op het punt om naar de chauffeur te gaan om hem de quarter terug te geven, maar bedacht zich. Het busbedrijf zal nooit merken dat hij een quarter te weinig heeft betaald. Los daarvan verdienen ze belachelijk veel aan al die ritten, dus waarom teruggeven? Ik beschouw het als een gift van G’d, een soort welkomstgeschenk van Boven en een stimulans om me in te zetten voor mijn gemeenteleden. Toen hij was aangekomen op de plaats van bestemming en voorbij de chauffeur moest uitstappen, gaf hij toch aan de buschauffeur de quarter terug. De chauffeur glimlachte en zei tegen hem: Rabbi, ik ben ook Joods. Ik wist dat u de nieuwe rabbijn was geworden. Al weken denk ik eraan om me toch weer aan te sluiten bij een synagoge. Maar de ziel van de Joodse Gemeente is de rabbijn. Toen ik u zag instappen heb ik u opzettelijk een quarter te veel teruggegeven. Ik wilde weten hoe u hiermee omgaat, hoe uw bezieling, uw gedrag is in het gewone alledaagse leven buiten de synagogale diensten. Aanstaande sjabbat ziet u mij in de synagoge! Maar als u de quarter niet zou hebben teruggegeven, dan.......

     

    Toen de rabbijn de bus was uitgestapt hief hij zijn handen ten hemel en zei: Lieve G’d. Het had niet veel gescheeld of ik had voor een quarter een mede-Jood de toegang tot de synagoge en de Joodse gemeenschap ontzegd.

     

    In de Joodse wetgeving is een wet die zegt dat een rabbijn niet mag rondlopen met een vlek op zijn kleren, want als hij met een vlek rondloopt dan kan dat tot gevolg hebben dat er wordt gegeneraliseerd en wordt verteld dat alle Joden vies en onverzorgd zijn. Die wet geldt niet alleen voor tastbare vlekken, maar vooral ook voor vlekken in het gedrag. En die vlek, die hijzelf heeft veroorzaakt, zal dan weer gebruikt kunnen worden om het antisemitisme aan te wakkeren. Maar ook geestelijken van andere denominaties mogen deze wet tot zich nemen. Want wangedrag van een geestelijke is een wapen in de strijd tegen religie in het algemeen, het is een vlek tegen de Eeuwige onze G’d en kan gebruikt worden als een troef om secularisatie te vergoelijken. Kijk maar, zal geredeneerd worden, geestelijken prediken goede zeden, maar zelf leven ze er maar op los! Mijn kleinzoon is dus pas kortgeleden vier jaar geworden. En vier is vier en echt niet drie, ook als dat een paar euro bespaart.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Dagboek van een Opperrabbijn 3 augustus 2020

    Of het nu ligt aan het dagboek of aan iets anders, ik weet het niet, maar ik krijg verzoek na verzoek over van alles en nog wat. En het vervelende is dat ik eigenlijk alle verzoeken wil honoreren. Een voorbeeld: een stichting die zich inzet voor een nauwere band tussen Joden en christenen wil graag dat ik regelmatig voor ze ga schrijven. Een man die zich inzet voor het welzijn van de Oeigoeren wil graag mijn daadwerkelijke steun om zijn strijd voor gerechtigheid kracht bij te zetten en een historicus geeft een wetenschappelijk boek uit over moraliteit. En omdat ik in een van mijn dagboeken aangaf dat ik van mening ben dat secularisatie bestreden moet worden en de historicus het hier faliekant meer oneens is, ben ik verzocht om in zijn boek een artikel te schrijven. Overigens ben ik niet de enige schrijver, maar er zijn er nog honderddertig, vertelde hij mij vanochtend. Laat ik nou gedacht hebben dat ik een van hooguit drie zou zijn! Maar toegezegd is toegezegd en dus ga ik schrijven, als eenling tégen secularisatie omringt door honderdnegenentwintig vóór. Ondertussen een belletje van rabbijn Mendel uit Mariupol. Hij blijft uiteraard in Mariupol bij zijn mensen en niemand van zijn sjoelbezoekers en deelnemers aan andere activiteiten komt uit angst niet opdagen, integendeel: iedereen komt, ook zij die tot heden minder vaak kwamen. Maar Mendel en zijn vrouw zijn wel bang. De aanslagpleger is niet opgepakt, loopt dus nog vrij rond. Het sjoelgebouw is in feite niet te beschermen want ook een hotel en een kantoor gebruiken dezelfde entree. Ja, dankzij Christenen voor Israel stond er een beveiliger. En ja, die bewaker heeft niet te veel nagedacht en met blote handen de aanvaller zijn bijl ontfutseld. En ja, het was een wonder en alles komt uiteindelijk van Boven. Maar een Joodse regel is: op wonderen mag je niet vertrouwen. Dat er hier niets gebeurd was, was een wonder. Zonder wonder had het scenario er echt anders uitgezien. Mendel en zijn vrouw voelen zich niet meer veilig in dit gebouw. Hun kinderen die tot voor de aanslag vrijdagmiddag challot, sjabbat-broden, brachten naar de oude en eenzame mensen, mogen van Esty, de vrouw van Mendel, niet meer alleen over straat. Esty heeft vanochtend bij Blouma uitgehuild. Ze huilde niet letterlijk, maar is bezorgd. Heel bezorgd en bijna panisch als ze bedenkt wat er had kunnen gebeuren als de beveiliger zijn verstand had gebruikt en tot de conclusie zou zijn gekomen dat hij nooit had kunnen winnen van een jonge man van rond de twintig die vastbesloten was om met een bijl….het is goed dat Esty haar angsten aan mijn Blouma kenbaar maakt, maar toch moeten wij hen aansporen om zo snel mogelijk een ander gebouw te betrekken. En wat dan met de nieuwe keuken die er nog maar pas inzit? Die kan mee! Maar zelfs als hij niet mee kan. Wat is belangrijker, de keuken of……. In Voorthuizen zijn een paar Joodse families neergestreken in een bungalowpark. Ze zijn van plan om op maandagochtend en op donderdagochtend de ochtenddienst in Tuinsjoel Jacobs te houden. Maandag en donderdagochtend wordt er namelijk uit de Thora voorgelezen, net zoals op sjabbat en wij zijn in het bezit van een koosjere Thora. Alleen is de Thoralezing op sjabbat langer. Ondertussen heeft de caterer uit Antwerpen, die gewoonlijk de hele zomer een hotel heeft afgehuurd in Beekbergen en onder mijn rabbinale toezicht gasten uit de hele wereld ontvangt, net een whatsapp gestuurd of het akkoord is dat hij volgende week in Baarlo opengaat. Onder mijn verantwoordelijkheid dus. Maar ik weet het niet. Er naartoe gaan wil ik al helemaal niet. Het kasjroet is geen probleem, maar corona wel. Ik vind het veel te riskant. Afstand is in een hotel nauwelijks te handhaven als de mensen dat onzin zouden vinden. De caterer zal het respecteren, ik ook. Maar wie weet of de gasten die komen het afstand houden wel of niet accepteren. En als ze het protocol overtreden: wat kan ik daaraan doen? Dus door mijn certificaat dat de maaltijden koosjer zijn, breng ik mensen in corona gevaar. Ik ben er nog niet uit. Misschien zie ik het te zwart, maar wellicht ook niet. Ik ga even wandelen. Mijn hoofd leeg maken. Mijn les voor mijn 60+ groepje van morgen voorbereiden. En nadenken wat te zeggen bij de begrafenis morgen. Hans zl. was veel te jong, slechts 56 jaar. Meer dan tien jaar ziek met ups en downs. Drie dochters en een zorgzame echtgenote blijven achter. Op wonderen mag je niet vertrouwen, maar als ook hier een wonder zou zijn geweest, had dat veel verdriet voorkomen. Maar ja: Uw wegen zij niet MIJN wegen. En uw gedachten zijn niet MIJN gedachten. We bidden, hopen, verwachten. Maar uiteindelijk kunnen we slechts accepteren, hoe moeilijk dat soms ook moge zijn.
    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
  • Dagboek van een Opperrabbijn 8 november 2020

    Ik heb gespijbeld met mijn dagboek. In plaats van een dagboek, hieronder de reflectie die ik heb gehouden voor “Joods bij de EO” naar aanleiding van de Verklaring van Schuldbelijdenis van de PKN. Die Schuldbelijdenis werd vandaag voorgelezen bij de Kristallnacht-herdenking door de scriba van de PKN, Ds. de Reuver. Ik mocht reageren op die verklaring op NPO2, zojuist om 23:00 uur!

    Het is lofwaardig dat de huidige kerkleiding volmondig en in niet mis te verstane bewoordingen toegeeft dat de kerk als instituut meer had kunnen en moeten doen. Voor die erkenning ben ik dankbaar, die verklaring is belangrijk. Maar ik wil van mijn kant duidelijk aangeven dat ik de huidige kerkleiders niets kwalijk neem, want zij hebben niets misdaan. Zij zijn van na de oorlog, hun kan niets verweten worden. Zij hebben mijn familie niet naar de gaskamers gestuurd, zij hebben zelfs niet toegekeken.

    Toen ik gevraagd was door de PKN om aanwezig te zijn op 31 oktober 2017 bij de officiële viering van 500 jaar Reformatie, wilde ik aanvankelijk die uitnodiging niet aanvaarden. Ik weigerde plaats te nemen bij een bijeenkomst waar een notoire antisemiet zou worden geëerd. Natuurlijk kan de huidige scriba er niets aan doen dat zijn over-overgrootvader de foute theologie van Luther ten aanzien van de Joden hoog in het christelijk vaandel had. Sterker nog: hij was het volstrekt oneens met de antisemitische uitlatingen van de grote christelijke meester. Maar hoe kan ik als Jood daar gaan zitten meevieren? “Toon dat je afstand doet van zijn antisemitische uitlatingen, roep uit dat je dat onacceptabel vindt”, zei ik tegen mijn vriend ds. de Reuver. Hij stemde hiermee van harte in. Publiekelijk werd tot twee keer toe bij die bijeenkomst, in aanwezigheid van onze koning, afstand genomen van de antisemitische geschriften en uitlatingen. 

    Vijftig jaar na de oorlog werd ik geconfronteerd met een vloedgolf aan monumenten ter nagedachtenis aan vermoorde Joden. Onthulling na onthulling. Ik herinner mij dat ik aan het begin van die periode aan een jonge burgemeester vroeg: waarom nu pas? Was er niet eerder opgemerkt dat de Joodse medeburgers niet waren teruggekeerd? En zijn antwoord is mij altijd bijgebleven: “mijn voorganger wenste niet herinnerd te worden aan de jaren ’40-’45. Die periode zat hem niet lekker, die jaren moesten zoveel mogelijk in de doofpot”.

    Binnen dat kader zie ik deze verklaring. Ik ben innig dankbaar aan de helden die zonder enig vorm van winstbejag, om niet, met groot gevaar voor eigen leven, mijn moeder en vele anderen het leven hebben gered. Ik denk aan ds. Overduin, aan ds. Slomp, ds. Koopmans, ds. Buskes en ik denk ook aan Mgr. de Jong. En zeker denk ik aan verzetsstrijders die door laf verraad werden opgepakt nog voordat ze iets hadden kunnen doen. Niemand heeft van ze gehoord, ze werden bruut geëlimineerd omdat ze weigerden toe te kijken. Laten wij vooral hen nooit vergeten en blijven herdenken, ondanks hun anonimiteit.

    Maar tegelijkertijd weten we dat er veel te weinig is gedaan in de oorlog, dat er zeker ook door de kerken te veel is gezwegen en “dat in de loop der eeuwen de kerk mede de voedingsbodem heeft bereid waarop het zaad van antisemitisme en haat kon groeien”, zoals we de scriba hoorden verklaren. Joden werden eeuwenlang weggezet als godsmoordenaars die hun verdiende loon zouden ontvangen.

    En het was goed dat ook de periode na de oorlog werd vermeld. Mijn grootouders hebben alles in het werk gesteld om hun neefjes en nichtjes van wie de ouders waren vermoord, in huis te nemen. Ze te behouden voor het Jodendom, zoals hun ouders dat zeker hadden gewild. Gedreven door hun geloof weigerden de duikouders, die hun geheel belangeloos het leven hadden gered, hun Joodse onderduikkinderen terug te geven naar waar ze behoorden te zijn. Vele van dit soort weeskinderen lijdt nog steeds aan de hen aangedane identiteitscrisis, resultaat van een ongezonde en onacceptabele bekeringsdrang.

    De Christelijke Kerken hebben met hun schuldbelijdenis en erkenning voor mijn gevoel een streep achter het verleden gezet. Maar, en dat was voor mij veel belangrijker, duidelijk is er verklaard dat ze zich voornemen om samen met ons te strijden tegen het hedendaagse antisemitisme. In de tijd van de kruistochten hadden wij het verkeerde geloof en werden er door de kruisvaarders hele Joodse gemeenten uitgeroeid. In de middeleeuwen waren wij het virus dat de pest veroorzaakte en dus moesten wij verdelgd worden, mijn lieve ouders hadden het verkeerde ras. En ik ben zionist! Natuurlijk mag er kritiek zijn op het regeringsbeleid van Israel, half Israel is tegen Netanyahu, gelijk ook niet iedere Nederlander voor Rutte is (ik trouwens wel!). Maar antizionisme heeft in het vaandel de vernietiging van de Staat Israel, de uitroeiing van het Joodse volk. Antizionisme is antisemitisme. Dagelijks door de eeuwen heen, spreken wij onze gebeden uit richting Jeruzalem. Jeruzalem, waar vandaag alle godsdiensten ter wereld in vrijheid hun godsdienst mogen beleven, is onlosmakelijk met het Joodse volk verbonden, met de overlevenden van de jaren ’40-’45, met mij. Schoenmaker houd je bij je leest. Kerken laat politiek over aan politici. Herken het gemuteerde virus dat door de eeuwen heen miljoenen en miljoenen van mijn volk heeft vernietigd en dat nu antizionisme heet.

    De PKN van nu had voor mij niet het mea culpa hoeven te verklaren, het verleden is voorbij. Maar de koppeling die zo duidelijk werd gelegd vanuit de vervolging van de Joden door de eeuwen heen en de passieve opstelling van de meerderheid van de kerken toen mijn familie werd afgevoerd om nimmer weer te keren, die koppeling naar het nu en naar de toekomst, het voornemen om de joods-christelijke relaties uit te laten groeien tot een diepe vriendschap, waarbij ieder zichzelf mag blijven en er dus geen pogingen worden ondernomen om ons te bekeren, verbonden te willen zijn in de strijd tegen het hedendaags antisemitisme, die voornemens, die verklaring stemt mij tot innige dankbaarheid. De woorden van de scriba, van de christelijke kerken, waren goed. Ik heb hoop en verwachting!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn van 30 november 2020

    https://collive.com/91st-street-shul-shul-for-a-blossoming-neighborhood/

     

    Klikt u even op deze link. Mijn zoon in New York heeft in zijn basement een sjoel. Waarom deel ik dat met u? Trotse vader? Zeker, maar daarom deel ik het niet. Vorige week mocht ik Amir en Annet Betsalel toespreken via een Zoom-bijeenkomst van de Joodse Gemeente Bussum. Even een uitleg: Amir is de chazan van deze bloeiende Joodse Gemeente. Ze zijn al vijfentwintig jaar in dienst van deze bloeiende  Joodse Gemeente. Ik schrijf heel duidelijk ‘ze’, want Annet is niet bepaald het type dat in de schaduw van Amir staat. Ze is ook zeer duidelijk aanwezig, zicht- en hoorbaar!  Als een van u, mijn trouwe dagboekeniers, nu denkt dat ik in de aanval ben en haar beticht van te luidruchtig, dan heeft u het mis. Net zoals Amir er altijd is voor zijn kehilla, zo ook is Annet 24/7 bereikbaar en aanwezig. Ze vierden dus beiden hun vijfentwintig-jarige-verbintenis met Joods Bussum. Vanaf deze plaats dus nogmaals: Mazzeltov! Mazzeltov! De nieuwe voorzitter van de Joodse Gemeente Miriam Nir had, met drie medebestuurders, een prachtige corona-proof party georganiseerd. Amir en Annet waren uitgenodigd ten huize van de oud-voorzitter Paul Joseph (Oud? Hoge leeftijd maar verre van oud). Daar stond een koosjer gecaterd diner klaar en na de maaltijd kwam bijna de hele kehilla op bezoek. Maar niet alleen de kehilla, ook kinderen en kleinkinderen vanuit de hele wereld. En ook ik mocht aanwezig zijn en gedurende drie minuten het jubilerende echtpaar toespreken. En dus ging mijn toespraakje over het getal drie. 1: Hashem (G’d), 2: het aardse en 3: de verbintenis leggen tussen Boven en het aardse: en dat is nu precies de taak van Amir en Annet die ze zo voortreffelijk tot uiting brengen, implementeren, om een modern woord te gebruiken. Maar ik heb nog iets gezegd, waarvan ik vermoed dat niet iedereen dat begrepen zal hebben en dat alles te maken heeft met bovenstaande link. Mijn zoon (Dovid) in Brooklyn New York heeft een sjoelgemeenschap opgericht, overigens al jaren geleden. Die sjoel groeide op de vorige locatie uit zijn voegen, is nu alweer enige jaren in zijn basement en dat is ook alweer te klein vanwege de groeiende gemeenschap. En dus gaan ze nu een echte grote sjoel bouwen, zoeken de publiciteit en hopen zo de financiën bijeen te krijgen. Maar daarvoor stuur ik u niet bovenstaande link! De naam van de sjoel is “Awraham Jitschak”. Jitschak was de schoonvader van een van de oprichters van de sjoel. Maar ook was hij een van de Rabbinale rechters van de grote chassidische Joodse gemeenschap van Crown Heights-Brooklyn. Omdat hij geen geld wilde verdienen met zijn rabbijn-schap was hij ook accountant en vanuit die hoedanigheid was hij de oudere collega van mijn zoon, die dus ook accountant is. Deze zeergeleerde rabbijn Yitschak overleed geheel onverwacht en op veel te jonge leeftijd.

     

    Maar de sjoel draagt nog een naam: Awraham. Awremmel was het oudere broertje van Dovid, de oprichter van de sjoel. Onze Awremmel zl. overleed op 15-jarige leeftijd. In die sjoel leeft hij dus ook voort. Annet en Amir hebben ook een zoontje verloren als gevolg van een dramatische gebeurtenis. We delen onze werkzaamheden met Joods Nederland, maar ook delen we een soortgelijk verdriet dat een diepe en hechte band heeft gesmeed, wel en niet helaas. Volgens Blouma, die een ijzeren geheugen heeft, woonden Annet en Amir ten tijde van het drama nog in Oss en was het mijn idee dat Betsalel naar Bussum zou gaan. Ik herinner me dat niet meer, maar mocht dat kloppen (en dat zal haast wel als mijn Blouma dat zegt), dan ben ik erg trots dat ik de koppelaar ben geweest van die verbintenis. Jammer dat ik dan niet ook een persoonlijke mazzeltov heb gekregen van de Joodse Gemeente Bussum. Want als het klopt, had ik dat toch echt wel verdiend! Treur niet, bestuur van de Joods Gemeente. Ik ben bereid om alsnog de mazzeltov’s te ontvangen, want voor een mazzel-tov, (letterlijk: een goed gesternte) een goede wens, is het nooit te laat!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 10 november 2020

    Wat ben ik dankbaar dat ik nu een piepkleine laptop heb met een los toetsenbord en een kanjer van een scherm. Zo’n beetje de hele dag door-gezoomd en dan is een groot scherm een verademing. Los hiervan zijn de muis, het toetsenbord en zelfs de printer zonder draden. De eerste zoom-bijeenkomst, een sjioer voor 60+, had een technisch probleem aan het begin. Namelijk geen geluid en geen beeld. Ieder kon ik zien en horen, maar niemand kon mij waarnemen. Dat is natuurlijk heel goed voor pastorale rabbinale zorg: goed de ander horen spreken en nauwkeurig de ander gadeslaan. Lichaamstaal spreekt vaak boekdelen en de meest belangrijke seinen zitten tussen de regels door. Jezelf tegelijkertijd volledig uitschakelen, als het ware onzichtbaar aanwezig zijn, dat wordt van mij verwacht als hulp-rabbijn. Niet te verwarren met een Hulpbisschop, want dat is een totaal ander RK-verhaal.

     

    Met hulp-rabbijn bedoel ik dat de rabbijn hulp moet bieden, moet klaarstaan, tot steun moet zijn. Er werd mij recentelijk verteld “u bent misschien wel het gezicht van Joods Nederland”. Ik ben daarmee niet erg verheugd. Een rabbijn moet proberen om primair het hart te zijn, en niet het gezicht. Als ik terugdenk aan mijn prille eerste decennia rabbijn dan voel ik weer het Sinai-Centrum, mensen met heel veel verdriet, daardoor echt ziek geworden en dan naast ze te mogen zitten, soms geen woord te zeggen, luisteren, luisteren, luisteren, naar mensen naar wie niemand meer wenste te luisteren. Heb ik ze wel voldoende oor gegeven? Voldoende geduld getoond?

     

    Maar toch is alleen hulp-rabbijn niet voldoende. Soms moet ik juist niet rustig en geduldig luisteren, maar moeten er contacten worden gelegd, netwerken opgebouwd en onderhouden, mobiliseren.

    Er dreigde met het nieuwe wetsvoorstel “huwelijkse gevangenschap” iets mis te gaan. Waarover gaat dit? Een huwelijk loopt kapot en er wordt burgerlijk gescheiden. Het gebeurt helaas af en toe dat een van de partners weigert om ook aan het godsdienstige huwelijk een eind te maken, meestal om te treiteren. Gevolg is dat hoewel gescheiden, er toch nog steeds sprake van een religieuze gebondenheid. Dat dit om vele redenen ongewenst is, moge duidelijk zijn. En dus heeft de Minister van Rechtsbescherming besloten om hieraan iets te doen en is er een wetsvoorstel dat de rechter in de gelegenheid stelt om de echt-scheidende exen te verplichten om ook het religieuze huwelijk te ontbinden. Dankzij de oplettendheid van Mr. Loonstein, de bekende advocaat en vechtersbaas, werd er bemerkt dat de manier waarop de wet werd geformuleerd voor de Joodse echtscheiding juist het tegendeel bereikt. De details zal ik u besparen, maar kort verwoord: er was sprake van een directe dwang en dat is een halagisch probleem, terwijl indirecte dwang juist meer dan welkom is. En dus werd o.a. ik uit de rabbinale stal gehaald, werd er een zoom-vergadering georganiseerd, een aantal brieven en gesprekken en het probleem werd door onze Minister Sander Dekker herkend en erkend en het wetsvoorstel werd dusdanig aangepast dat ook de Joodse gemeenschap van het “huwelijkse gevangenschap” in Nederland verlost is. Fijn dat ik daaraan een (kiezel)steentje mocht bijdragen. Mooi was trouwens ook die Prof. Dr. Ir. die me een erg boze brief schreef naar aanleiding van een van mijn dagboeken. Hij had deels gelijk en dus heb ik hem meteen gebeld om het gesprek aan te gaan. Ik bleek inderdaad deels ongelijk te hebben, maar na enig gedraai over en weer hadden we beiden helemaal gelijk. Een paar dagboeken later (want ik spreek al enige maanden niet meer in dagen, maar in dag-boek-en) kreeg ik een e-mail van de Prof. inmiddels mijn goede kennis. Hij bood aan om me te helpen met het natrekken van stambomen als ik dat nodig heb om iemands Joodse afkomst te bewijzen. En nog geen dag later word ik geconfronteerd met een Joodse vrouw die in de oorlog op een niet-joodse begraafplaats is beland. De lokale niet-Joodse historicus heeft haar achtergrond nagetrokken en vermoedt dat deze vrij anonieme dame in het graf zonder zerk een Joodse vrouw was, waarschijnlijk overleden aan een natuurlijke dood tijdens de onderduik. De historicus is de mening toegedaan dat deze vrouw op een Joodse begraafplaats thuishoort. En dus komt het bij mij terecht en mag ik proberen te achterhalen wat wel en wat niet klopt. Kijk en dan komt zo’n professor goed van pas!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een opperrabbijn, 12 november 2020

    Na 5 uur in de auto te hebben gezeten, 403 km te hebben gereden en 11 uur en 10 minuten onderweg te zijn geweest, was ik dan eindelijk redelijk uitgeput weer thuis. Waar was ik? Eerst in Ysselsteyn (u leest het goed!). De Duitse begraafplaats waar die moordenaars liggen (maar zeker niet rusten). Daarna naar Den Haag naar de Ambassade van Israël. Toen nog even, gezien ik toch in Den Haag was, een bezoekje aan de heer Dirk Brengelmann, Botschafter van de Deutsche Bundesrepublik.  En daarna gewoon weer naar huis. Niet slim gepland, hoor ik u denken. U heeft gelijk, maar mijn rabbinale leven is nauwelijks te plannen. Nadat ik reeds geregeld had (een chauffeur) om toch eens stiekem te gaan kijken wat er wel of niet waar is van Ysselsteyn, kreeg ik een dringend verzoek om aanwezig te zijn in Den Haag in de Ambassade van Israël omdat enkele vertegenwoordigers van de Remonstrantse Kerken aan het volk van Israël en aan de Joodse Gemeenschap hun schuldbelijdenis wilden aanbieden. En gezien ik ook, onverwacht, dinsdag jl. een e-mail ontving van de Botschafter van de Deutsche Bundesrepublik die mij uitnodigde voor een gesprek, naar ik aannam over Ysselsteyn, en omdat ik toch al in Den Haag zou zijn….En zo is ’t gekoome, zou Wim Sonneveld hebben gezegd, met een zachte ‘g’.

     

    Mooie bijkomstigheid was dat ik dankzij zo’n krankzinnige dag, met in de auto telefoontjes, WhatsApps en e-mails, voor enige (dagboek)dagen genoeg inspiratie heb opgedaan om mijn dagboekeniers te informeren wat een opperrabbijn zoals doet in corona-tijd, want dat was het verzoek van het Joods Cultureel Kwartier zo’n half jaar geleden. Maar laat ik bij het begin beginnen en pogen zo weinig mogelijk afslagen te nemen in de trant van: nu ik het hierover heb, herinner ik me dat x, y of z. Uiteindelijk heeft er geen plechtigheid plaatsgevonden op Ysselsteyn, maar als excuus werd gebracht ‘corona’. Dat zet dus geen zoden aan de (Ysselsteynse) dijk, want waar het de tegenstanders van de Ysselsteyn herdenking om ging en gaat is het onaanvaardbare dat SS-ers, SD-ers, collaborateurs en gruwelijke moordenaars niet geëerd mogen worden. Ik schrijf bewust niet ‘in mijn optiek’ want ik vind dat iedereen hierover zo moet denken. Maar de voorstanders van de herdenking geven bijna allen aan dat dat ook absoluut niet de bedoeling was. Maar wat was dan wel de bedoeling? Tonen, met name aan de jeugd, dat er in oorlogstijden altijd (1) goede mensen zijn, (2) zij die zich bewust bewegen in het grijze gebied en (3) criminele schurken, waarvan er dus zeer velen in Ysselsteyn zijn gedumpt. Ik gebruik het woord ‘gedumpt’, omdat na de oorlog diverse gemeenten dit tuig niet wilde hebben op hun eigen begraafplaats en dus heeft het Ministerie van Defensie een stuk grond ter beschikking gesteld ergens ver weg om van de kadavers van die moordenaars verlost te zijn. Enige jaren geleden was er een discussie over de zogenaamde Muur van Mussert. Wel of niet overeind laten staan. Die muur zou gebruikt kunnen worden als een plaats van educatie om aan de jongere generatie aan te geven hoe verkeerd mensen kunnen handelen. Prima dus! Maar die muur zou ook misbruikt kunnen worden en verheven tot een soort bedevaartsoord voor kwade geesten! Voor beide opvattingen valt iets te zeggen. Maar beide opvattingen zijn duidelijk de mening toegedaan dat nimmer en nooit de landverrader Anton Mussert vereerd mag worden. Hier in Ysselsteyn kan dezelfde discussie gevoerd worden. Gaan we de graven gebruiken als een educatief project als een keiharde waarschuwing. Of verbergen we de graven juist om te voorkomen dat het een bedevaartsoord gaat worden voor recht- of links gespuis. In die discussie heb ik me indertijd met betrekking tot de Mussert-muur gemengd, maar die discussie speelt hier vooralsnog niet. We hebben hier te maken met een protest tegen verering. Een plechtigheid op een begraafplaats in aanwezigheid van de Duitse Ambassadeur, de burgemeester en vele anderen. Er worden kransen gelegd. Ja, hier liggen ook kindsoldaten en gewone soldaten die op straffe van veroordeling tot zware straffen vanwege insubordinatie geen keus hadden. Natuurlijk hebben die recht op een normaal graf. Uiteraard mogen naasten hier hun familie komen gedenken. De vraag is of er dan wel/niet kransen gelegd moeten worden, wel/niet een grootschalige herdenking, want het waren toch soldaten van een leger dat tegen ons streed. Maar die discussie speelt nog niet. Het pijnpunt is hier uitsluitend: de verering van schurken, moordenaars, landverraders. En ervan uitgaande dat niemand dat voor ogen heeft en dat de plechtigheid juist tot doel heeft om te waarschuwen, dan is het probleem dat die goede bedoeling niet overkomt bij het brede publiek en dat ook ik fel protesteer tegen de verering van de moordenaars van tachtig procent van mijn familie. Ik begrijp het systeem van oorlog, overwinning, vergeven. Ja, ik verzoen me volledig met het Duitsland van vandaag. De Duitse Overheid toont duidelijk afstand te hebben genomen van het verleden. Een kind van een SS-er die lijdt onder het foute verleden van zijn vader, zal ik omarmen. Hij/zij heeft niets misdaan. Maar de SS-er zelf, de landverrader, de collaborateur leefde als moordenaar, stierf of werd door het verzet gefusilleerd als moordenaar en blijft voor mij altijd een moordenaar. Vergeven: Nooit! Verzoening met zijn nazaten: altijd!

     

    Ik stop voor nu. Het dagboek is al lang genoeg en ik wil nu echt mijn bed induiken. Wordt vervolgd.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/