Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Minister Slob: boete refoscholen. Dagboek van een Opperrabbijn 22 december 2020

    Toen ik de krantenkop “Slob: in uiterste geval boete refoscholen” zag in het RD, moest ik denken aan een moeder van een schoolgaande zoon die ik zo’n tien jaar geleden heb gesproken. Wat was er aan de hand? De school had besloten dat er een boek behandeld zou worden voor het vak Nederlands dat, ik druk me voorzichtig uit, qua inhoud niet geheel strookte met de levensvisie van de moeder en van de school. Het ging niet over homoseksualiteit, waarover Minister Slob wel spreekt, maar over pedofilie. Uitgebreid en gedetailleerd wordt beschreven hoe een oudere man omgang heeft met een meisje van negen jaar. De omgang wordt dusdanig goed, levendig en gedetailleerd beschreven dat het zonder enige twijfel valt onder het begrip pornografie. Wat er ontbrak waren alleen nog de foto’s. Doel van het verplichte lezen van dit boek was om kinderen weerbaar te maken tegen misbruik. Fantastisch. En dat terwijl het vak Inburgering nog niet eens was uitgevonden.

     

    Dat ‘weerbaar te maken tegen misbruik’ kan mijn volledige instemming krijgen. Als kinderen niet weten waar gevaren op de loer liggen kan dat tot ernstige en uiterst schadelijke situaties leiden. Daarom moeten we onze kinderen waarschuwen tegen misbruik en andere gevaren die helaas in de huidige samenleving veelvuldig aanwezig zijn. En zelfs als ze in vorige generaties ook al aanwezig waren en in het onderwijs werd er geen aandacht aan besteed, dan is dat meer dan betreurenswaardig. Maar daar kunnen we helaas nu niets meer aan doen. De klok kan niet teruggedraaid worden. Dus ik ben er een fervent voorstander van dat de huidige jeugd weerbaar wordt gemaakt om misbruik te voorkomen. En weerbaar maken kan niet door om de hete brei heen te draaien en niet duidelijk te benoemen waar de gevaren zijn. Ook ben ik de mening toegedaan dat nooit en nimmer medemensen gediscrimineerd mogen worden om welke reden dan ook. Maar weerbaar maken tegen misbruik moet niet gedaan worden door kinderen pornografische literatuur voor te schotelen. Is dat nodig om weerbaar te maken? Helemaal niet. Integendeel! Je loopt het risico dat het kind door dit soort beelden inderdaad geen slachtoffer zal worden, maar misschien wel dader. Dit soort beelden worden, juist bij kinderen, opgeslagen en kunnen, G’d behoede, gebruikt worden om te ge(mis)bruiken op latere leeftijd. Niemand wordt als zedendelinquent geboren. Een zedenmisdadiger wordt gemaakt door zichzelf of door zijn entourage. Als iemand een boek doorbladert, een ongepaste foto ziet en snel verder gaat, is het beeld al opgeslagen en kan toeslaan op het moment dat het niet gewenst is. U zult mij waarschijnlijk ouderwets en niet van deze tijd vinden. Klopt. Maar wat is daar mis mee? Beter ouderwets en gezond, dan modern en ziek. Ja, een samenleving waarin overspel en ontrouw gewoon zijn geworden, een maatschappij waarin foto’s van schaars geklede dames gebruikt worden als lokmiddel om aandacht te trekken voor producten die niets van doen hebben met deze dames, vind ik ziek en schadelijk. En hoewel het soms veel beter kan zijn als ouders gaan scheiden dan dag en nacht ruzie maken, betekent het niet dat een scheiding van ouders goed is en een zegen voor kinderen. Een scheiding is voor de kinderen een drama, waarmee waar nodig omgegaan moet worden, maar dat wel zoveel mogelijk voorkomen dient te worden. Ook pedofilie is een fenomeen dat zeer onwenselijk is, onacceptabel. Maar dat ga je niet verdrijven door kinderen te laten ‘meegenieten’ van een pedofiel die geniet van zijn misdaad. En zelfs als het lezende kind fysiek nog niet kan ‘meegenieten’ omdat hij nog te jong is: het beeld blijft in zijn hoofd aanwezig en kan opspelen op het moment dat het kwaad zijn slag wil slaan.

     

    Ik ben het volledig eens met de boete van de minister, maar wel zie ik graag dat die boete niet alleen bij discriminatie van geaardheid wordt toegepast maar ook bij het laten lezen van pornografische teksten die misdadigers kunnen fabriceren.

     

    Een trouwe lezer van mijn dagboeken gaf me een compliment voor de inhoud, maar vond dat ik te veel het zoetste jongetje van de klas speel. Ik moest prikkelender zijn, scherper en aanvallender. En vooral niet alleen uitspraken doen die de goegemeente mooi vindt. Vandaag heb ik, denk ik, wel tegen de nodige schenen getrapt en verwacht een storm aan kritiek. Ik hoop dat ik nog lezers behoud.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Mocht Abdelkader Benali mijn dagboek lezen………. Dagboek van een Opperrabbijn 21 januari 2021

    Herdenking van het Apeldoornsche Bosch, hedenochtend van 10:30 tot 11:15 uur. Jaar in jaar uit was ik aanwezig bij de herdenking op 21 januari. Ieder jaar weer hetzelfde publiek, hetzelfde onderwerp, dezelfde slachtoffers die we herdenken sinds de onthulling van het monument op 23 april 1990 door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana. Vorig jaar was ik voor het eerst afwezig omdat ik toen met Europarlementariërs in Auschwitz was voor een symposium over antisemitisme. Ieder jaar weer moet ik hetzelfde zeggen in andere bewoordingen en ieder jaar weer grijpt het mij aan. Toen de trein met patiënten aankwam in Auschwitz was er al een aantal onderweg overleden. Anderen kwamen lachend naar buiten, anderen gillend van angst. En daartussen de verpleegkundigen en artsen die hun patiënten niet zonder begeleiding wilden laten vertrekken. Nog even was er een discussie tussen de nazi-schurken of de begeleiders (nog) niet vermoord zouden worden, maar uiteindelijk bleven ze bij hun patiënten, ook op de brandstapels. En vandaag dan wederom de herdenking, maar zonder publiek. De burgemeester, drie bestuurders van de Stichting het Apeldoornsche Bosch, een paar journalisten en een paar camera’s die de herdenking vastlegden. Het is onbeschrijfelijk en onaanvaardbaar wat er toen is gebeurd.

     

    Ieder jaar dus min of meer dezelfde herdenking? Neen. In 1990 waren de namen van de meeste bewoners nog onbekend. Daarna werden archieven gevonden, weer later worden de namen op twee plaquettes naast het monument vereeuwigd. Weer later werd ook op het terrein van het vroegere Apeldoornsche Bosch zichtbaar gemaakt wie waar woonde en vorig jaar een tentoonstelling op het terrein van het voormalige Apeldoornsche Bosch die de geschiedenis beschrijft vanaf de oprichting tot de vernietiging van dit psychiatrisch ziekenhuis dat bekend stond om zijn kwalitatief hoogstaande zorg en patiënt vriendelijkheid. Als u gelegenheid heeft kijk naar deze documentaire. https://www.apeldoornschebosch.nl/nieuws/herdenkingsfilm-het-apeldoornsche-bosch

    Naar mijn aandeel hoeft u niet te luisteren, maar richt uw blik op de bewoners, hoe gelukkig ze er uitzien. Hoe ze zich vermaken. Hoe één het personeel is met de bewoners. Allen vermoord omdat ze Joods waren. Er waren vandaag, vanwege corona geen belangstellenden. Er was geen publiek. Slechts één krans werd er gelegd. We waren alleen met het monument, hun grafzerk zonder graf. We waren alleen met hun namen. Eigenlijk was dit goed en passend. Toen ze afgevoerd werden, in de beestenwagens geduwd, op elkaar gestapeld, gillend, waren ze ook alleen. Een enkeling, woonachtig in de buurt van het station, herinnert zich nog steeds het gekerm. Om 12:15 uur was ik thuis, maar eigenlijk ook niet, want mijn hele dag stond in het kader van deze herdenking, het laat me wederom niet los.  Afstand nemen van deze misère kan ik nog steeds niet. En als ik, van na de oorlog, als kind van overlevenden, als second generation, zo aangegrepen wordt, dan is het toch duidelijk dat mijn stelling de keiharde waarheid is: als iemand de hel van de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven, dan is hij gestoord. Maar het leven gaat verder. De onacceptabele spreker voor de 4 mei herdenking op de Dam, waarover ik me gisteren opwond, heeft zich teruggetrokken. Weet u, ik zou zo graag met hem in gesprek willen komen. Vernemen wat er wel en wat er niet klopt. Misschien is zijn kijk op Joden in de loop der jaren ten goede bijgesteld. Wellicht kijkt hij nu anders aan tegen Israel nu hij heeft vernomen dat met betrekking tot vaccinatie alle inwoners van Israel ongeacht geloof, afkomst of woonplaats gevaccineerd worden. De mens is niet van nature slecht, de mens kan tot ander inzicht komen. Maar misschien ben ik te naïef, te goedgelovig, te tolerant.  Maar toch, mocht Abdelkader Benali mijn dagboek lezen en wil hij mijn uitnodiging accepteren: welkom! Ik zal het vertrouwelijk houden.

     

    Ik moet nog even gaan lopen, maar het blijft maar regenen. Mijn kleinzoon uit Engeland die naar Potsdam had zullen gaan met zijn echtgenote (het pasgetrouwde stel) komt niet. Haar ouders wonen dus in Potsdam en zij wonen in Londen. Onderweg hadden ze bij ons de sjabbat zullen doorbrengen. Maar het feest gaat niet door want zij heeft een Israëlisch paspoort en kan dus Frankrijk niet in. Wel Duitsland omdat ze daar een verblijfsvergunning heeft. En hij kan Duitsland niet in omdat hij uit Engeland komt. Nederland zou hem wel lukken vanwege zijn NL-paspoort, maar dat is voor haar dan weer niet mogelijk vanwege haar Israëlische paspoort. Los hiervan zitten we nu met het maximaal aantal bezoekers van één, en zij zijn dus met twee. Dat hun broer/zwager ook bij ons in huis is (die was dus onderweg van Londen naar Israel en kwam hier inmiddels vier weken geleden voor slechts vier uur!) is geen probleem want hij behoort inmiddels tot ons gezin.

     

    Verder is de afspraak voor de opname voor NTR TV  over Jodendom vastgelegd voor maandag van 10:00-14:30 uur deels bij ons thuis en deels in de synagoge, om 15:00 uur een bijeenkomst met het Rode Kruis over de cartotheek van de Joodse Raad en woensdag moet ik spreken bij de EJA Holocaust Remembrance Day Commemoration. De oorlog houdt me helaas wel bezig. Of dat goed is, betwijfel ik.

     

    En net voordat ik mijn dagboek afrond bemerk ik dat mijn echtgenote druk doende is om onderdak te zoeken voor een hondje. Ras onbekend, klein, krulletjes, ‘dameshondje’. De eigenaar is bereid voor de opvang te betalen. U ziet het: het rabbinale leven is niet altijd eenvoudig, maar wel afwisselend.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Moeder, kind en adoptieouders. Dagboek van een Opperrabbijn 9 februari 2021

    Het corona-gezeur blijft maar voortsukkelen. Vijftien mensen zijn in ons land na toediening van het vaccin overleden, in Zuid-Afrika wordt een bepaald merk niet meer gebruikt en we worden allen gebombardeerd met adviezen, waarschuwingen en complottheorieën. Dit vaccin werkt niet voor de 65-plusser, dat weer niet voor ouderen, of juist voor jongeren, er worden via het vaccin chips ingespoten, enz. Kort samengevat: geen touw meer aan vast te knopen. Vanmiddag heb ik even al die onduidelijkheden en de daaraan gekoppelde twijfels van me af laten sneeuwen. En met succes, want toen ik na een uur wandelen weer thuis was, was ik bijna vergeten dat we in het corona- tijdperk leven. Maar het nieuws en de krant die ik las vulde deze lacune meteen weer op. Het meest interessant en hoopgevend vond ik het bericht dat omdat de testlocaties vanwege de sneeuw gesloten waren, er minder besmettingen werden gemeld. Een briljante conclusie van zo’n journalist. Duidelijk dat hij ervoor heeft geleerd!  En ook echt hoopgevend! Maar, ondanks mijn bereidheid om me te laten vaccineren, begin ik me toch een heel klein beetje af te vragen of dat verstandig is. Maar ja, niet vaccineren zal wellicht betekenen dat ik te zijner tijd geen vliegtuig meer binnen wordt gelaten. Hoe los ik dit voor mezelf op een Joodse wijze op?  In het Jodendom is er een regel die uitgaat van het principe dat als er gekozen moet worden tussen zekeren misschien, zeker voorgaat. En hier dus ook. Het is zekerdat corona een dreigend gevaar is en misschien krijgt een enkeling ernstige bijwerkingen. En dus geldt ook hier de regel dat zekervoorgaat. En dus wacht ik geduldig op het vaccin dat de redding moet brengen. Een collega van mij, een rabbijn uit Detroit, heeft zich luidkeels, agressief en publiekelijk anti-vaccinatie verklaard en heeft opgeroepen om vooral niet te laten vaccineren! Hij werd onmiddellijk van de lijst van rabbijnen geschrapt en mijns inziens volkomen terecht. Als een arts van mening is dat vaccineren niet juist is, mag hij dat zeggen. Sterker nog: hij moet dat kenbaar maken. Maar beste collega rabbijn: schoenmaker, houd je bij je leest! Wij rabbijnen willen niet dat artsen Halagische - Joods wettelijke - uitspraken gaan doen, zo ook moeten wij geen medische adviezen gaan geven. Ieder zo zijn/haar vak!

     

    Wat vandaag ook uitgebreid ter sprake kwam was het gesjoemel met adoptie. Wat een tragedie, iedereen begrijpt dat dit onacceptabel is. Gestolen kinderen, ontvoerd. Om maar te zwijgen over de babyfokboerderijen waar kinderen werden geproduceerd. En wie worden hiervan slachtoffer? De biologische moeder die misbruikt is en misschien nog steeds op zoek is naar haar kind, het geadopteerde kind die niet weet wie hij/zij is en de volledig te goedertrouwe adoptieouders.  Maar, en nu komt het ei dat ik kwijt wil, als ik zo’n twintig jaar geleden het gewaagd zou hebben om iets tegen adoptie te vermelden, dan was ik niet van de rabbijnenlijst geschrapt, omdat ik mijn mening nooit agressief zou hebben verkondigd, maar ik zou wel met vele argusogen zijn bekeken. Hoe durf ik officiële van overheidswege zo goed gecontroleerde adoptie in twijfel te trekken? Over orgaandonatie maak ik me zorgen. Waar komen die organen vandaan? Wordt daarmee ook gesjoemeld? Maar dat mag ik niet zeggen, maar als er over tien jaar blijkt dat…en dat de Overheid nog braaf heeft meegewerkt ook!

     

    Mijn boek, 54 dagen uit het leven van de Opperrabbijn, wordt momenteel gedrukt, naar ik begreep in Polen. En dus werd ik vandaag benaderd door revive.nl (nog nooit van gehoord) voor een interview. En ook weer een verzoek van drie middelbare scholieren die een werkstuk moeten maken over Jodendom en mij een aantal schriftelijke vragen voorleggen. Ik heb ze verzocht om me te bellen en dan het gesprek op te nemen. Dat spaart me schrijftijd en, en dat vind ik veel belangrijker, ik kan dan contact krijgen en goodwill kweken, een brug bouwen. Is dat nodig? Moet ik mijn tijd verkwisten aan dit soort onbelangrijke activiteiten? Aan de Vrije Universiteit is per 1 februari als hoogleraar Joodse Studies benoemd prof. dr. Jessica Roitman. “Nederlanders weten te weinig over Joden” heeft zij duidelijk aangegeven bij haar aantreden. Helemaal gelijk! En dus geef ik graag dat interview aan die drie middelbare scholieren in de stellige verwachting dat ik daarmee een bijdrage lever aan wederzijdse tolerantie en begrip. Wat de link is met adoptie? Onjuiste vooringenomen denkbeelden die geen tegenspraak duld(d)en maar die ik zo graag, op z’n minst (te) laat, wil weerleggen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit naar Dubai. Dagboek van een Opperrabbijn 9 december 2020

    Het was weer een aaneenschakeling van e-mails beantwoorden. Verrassend was het initiatief van een mij onbekende die alleen een Joodse vader heeft. Hij wil een website opzetten met als titel: “vraag het de rabbijn”. Ik vond het fijn dat juist iemand die dus halagisch niet-joods is mij hiervoor benadert. Ik heb dus meteen contact gemaakt en mijn participatie toegezegd. De bedoeling is dat mensen hun vraag online stellen en dat de beheerder, hij dus, dan de vragen doorstuurt naar een van de deelnemende rabbijnen. Dat er een soort voorselectie plaatsvindt lijkt me verstandig, maar hoewel hij dacht dat de vragen zich zouden beperken tot vragen over kennis, verwacht ik veel meer hulpvragen. Een hulpvraag is erg lastig schriftelijk te beantwoorden. En dus is mijn voorstel dat de rabbijn vanaf een onherkenbaar nummer de vraagsteller belt. De ervaring heeft mij geleerd dat de meeste vragen die bij mij komen verkleed zijn in een eenvoudige feitelijke vraag, maar dat achter die simpele vraagstelling een veel diepere vraag of probleem schuilgaat. Die problematiek kan ik niet bemerken als de vraag schriftelijk is gesteld. En dus gaat de master van de website aan de slag en kijken hoe we het kaf van het koren kunnen scheiden, maar tegelijkertijd het kind niet weggooien met het waswater. Ik ben benieuwd! Hoewel ik dus te laat was opgestaan, doordat ik veel te laat naar bed was gegaan, werd mijn werkdag te klein. Speciaal ook omdat ik voor de SGP naar Veldhoven moest komen voor een Israel uitzending waarin een soort debat over antisemitisme en over de vraag hoe de politiek omgaat met Israël. En dat was dan net leuk. Ik had namelijk aan mijn vriend Louk de Liever een fles Israëlische wijn gebracht speciaal uit Judea en Samaria, die door de anti-Joodse-lobby gebombardeerd zijn tot zogenaamde ‘bezette gebieden’ en deze besmette producten moeten voorzien worden van een label waarop de origine herkenbaar is. Dus product van Israël is natuurlijk uit den boze, maar ook afkomstig uit Judea en Samaria wordt niet geaccepteerd. Er moet staan: product uit ‘bezet gebied’. En terwijl ik net na mijn wandeling uit de binnenstad van Amersfoort, waar Louk woont, was teruggekomen, zie ik een bericht dat in Dubai producten uit de zogenaamde ‘bezette gebieden’ mogen worden verkocht zonder label omdat dat de economie van de Palestijnen ondersteunt. Ik ben benieuwd of de Verenigde Naties nu een resolutie gaan aannemen tegen de Verenigde Arabische Emiraten en nog meer ben ik benieuwd hoe ons Ministerie van Buitenlandse zaken zal reageren. Sturen ze nu een aantal medewerkers om de Kamer van Koophandel in Dubai te bekeuren, zoals ze dat een paar maanden geleden in Nijkerk hebben gedaan? Ervoor zorgen dat het dierenleed in de abattoirs wordt beperkt, daarvoor was er niet genoeg personeel beschikbaar, maar die paar flesjes heerlijke Israëlische wijn uit de ‘bezette gebieden’, daarvoor was kennelijk genoeg tijd en personeel en dat was echt belangrijker dan onnodig dierenleed. Maar zelfs als die berichtgeving nog niet klopt, maakt dat niet uit. Want in de politiek kan de waarheid van vandaag, de leugen van morgen zijn of andersom!

     

    Om 18:00 uur vertrokken naar Veldhoven, vlakbij Eindhoven, voor de Israël-avond van de SGP. Het begon om 20:00 uur en duurde tot 21:15 uur. Wat een geweldig programma, wat een energie heeft de SGP hier ingestopt. Wat een pro-Israël warmte.  En wat ben ik dankbaar dat ik hieraan mocht meewerken. De achtergrond was een grote foto van Jeruzalem met daarvoor de brandende menora. Perfecte muziek, live-interview met iemand uit Israël en iemand anders uit Irak. Het was geweldig. Maar ik moest natuurlijk wel nadenken wat ik zou zeggen. Het kost energie, maar G.Z.D. heb ik die. Om 23:15 uur was ik thuis, gevloerd. Het dagboek geschreven en nog een gesprek gehad met een politieke topper om te proberen een visum te krijgen voor een vader die in Israël woont, gescheiden is en zijn twee kleine kinderen, die bij zijn ex wonen in Nederland, wil bezoeken. Probleem: een visum wordt niet toegekend vanwege corona. De topper gaat kijken wat hij kan betekenen. En nu, mijn trouwe dagboekenier, als u een uur en vijftien minuten niet weet wat te doen met uw tijd, klik dan op deze link:  https://youtu.be/NYJQaIjQIt8 . Geniet van onze Israël vrienden, want die hebben we echt!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Niets bereikt, maar wel geluisterd. Dagboek van een Opperrabbijn 29 december 2020

    Een ietwat saaie dag ligt in het verschiet. Het is nu 7:00 uur en dus de perfecte tijd voor mijn ochtendkoffie maar nog te vroeg voor het ochtendgebed. Mijn agenda is leeg voor vandaag en dus ben ik bezorgd wat te doen. Als ik helemaal niets dreig te moeten doen kan ik altijd nog gaan schrijven of bellen. Bellen naar mensen die eenzaam zijn is altijd, helaas, buitengewoon zinvol. En ook kan ik vooruit gaan schrijven. Dagboeken vooruit schrijven kan niet, want dan is het geen dagboek meer. Maar Rab&Rik moet ik zelfs vooruit schrijven want het moet optrekken met de Sidra-Schriftlezing van de week. Rab (dan ben ik) schrijft de levensles en Rik stelt daarop per keer twee vragen die ik dan weer moet beantwoorden voordat de week begint. Wellicht weet u niet wat Rab&Rik is, dan hierbij een korte uitleg zo overgenomen van www.cip.nl :

     

    Gedurende het Joods jaar wordt de hele Thora gelezen in de synagoge. Opperrabbijn Jacobs deelt drie keer per week een wijze levensles aan de hand van het Schriftgedeelte van die week. Naar aanleiding van die les stelt Rik enkele vragen, waar de rabbijn weer antwoord op geeft. Rab en Rik is een boeiend initiatief waarbij je vanuit het oudste boek ter wereld lessen leert voor vandaag!

     

    Ik lig inmiddels met vier weken voor op Rik en kan de voorsprong natuurlijk verder opvoeren. Er liggen ook nog twee lange e-mails die ik telefonisch moet beantwoorden. De ene schrijver is ziedend teleurgesteld op G’d en daarom indirect ook op mij. Waar was G’d in de Auschwitz? De schrijfster, een weduwe die in de jaren ’50 is geboren en haar problemen staan volledig los van de jaren ’40- ‘45, koppelt die vraag aan de woorden bij de schepping “Want Hij zag dat het goed was”: Mijn leven was een grote hel, maar Hij zag dat het goed was! E-mail-schrijver nummer twee vertrouwt mijn relatie met de christelijke wereld niet. Volgens hem word ik onbewust doelwit van een sluwe manier van bekering. Beide e-mailschrijvers geven aan ongelovig te zijn. Dat e-mail-schrijver twee dat zegt, begrijp ik. Maar dat e-mail-schrijfster nummer één dat verkondigt, kan ik niet goed plaatsen. Want als er dan volgens haar geen Schepper is, waarom dan boos worden op die Schepper?

     

    Ik verlaat dit dagboek. Het is inmiddels klokke acht en dus tijd voor mijn derde kop koffie en het ochtendgebed. Tot straks!

     

    Inmiddels heb ik een langdurig gesprek gehad met de weduwe. Uiteraard heb ik eerst heel goed geluisterd, haar de tijd gegeven, geen telefoontjes tussentijds opgenomen van derden. Ik was er voor haar. Heb ik wat bereikt? Denk ik dat ik haar boosheid heb kunnen wegnemen? Denk ik dat ze nu een gelovige vrouw is geworden? Heeft ze begrepen dat als G’d volgens haar überhaupt niet bestaat dat het dan ook niet aan de orde kan zijn om op Hem boos te worden? Geloof ik dat ik haar heb kunnen overtuigen van haar tegenstrijdige gedachtegangen? Neen, neen en neen. Maar, en dat verwacht u waarschijnlijk niet van mij, ik had ook niet de illusie om haar op andere gedachten te brengen. Waarom ik haar dan had gebeld? Ze wilde haar boosheid uiten, afreageren, aandacht en begrip. Die belangrijke aandacht heb ik haar mogen geven. Niet meer en niet minder. Ik was niet uit op resultaat. En wat zij verder met ons gesprek wil doen, is aan haar. Maar uiteraard heb ik haar wel met woorden toegesproken, we hebben gediscussieerd over haar boosheid richting G’d die voor haar dus niet bestaat. Wat heb ik kort samengevat gezegd?

     

    Door de eeuwen heen heeft het Joodse volk vele ballingschappen moeten doorstaan. Vele keren stonden ze aan de vooravond van een nieuw en onbekend ballingschap. Steeds weer waren ze ervan overtuigd dat uiteindelijk ook aan dat ballingschap weer een eind zou komen. En ook ik, als individu, maak ballingschappen mee. Moeizame perioden in het leven. Hoe kijk ik tegen het voor mij liggende ballingschap aan? Ontken ik dat het eraan komt? Raak ik in paniek? Word ik suïcidaal?

    De Thora brengt een levensles die van vitaal belang is. De les dat we voordat we proberen te begrijpen, er eerst van doordrongen dienen te zijn dat we niet alles kunnen vatten. Slavernij, intens lijden, ondragelijke pijn en verdriet kunnen wij mensen niet begrijpen. Maar we dienen er wel van doordrongen te zijn dat al dat van Boven komt in essentie goed is, ook als we er geen touw aan kunnen vastknopen. En die kracht om ondanks alles toch te aanvaarden, hebben wij van onze voorouders Awraham, Jitschak en Ja’akov meegekregen. Als rabbijn in een Psychiatrisch Ziekenhuis werd ik dagelijks met afschuwelijke geestelijke pijn geconfronteerd. Mensen die kampten met ziekten, dwangmatige stemmen hoorden, met onaanvaardbare spanningen thuis of op het werk, met huiselijke vetes, met kinderen die niet de weg bewandelen die hun ouders graag hadden gezien en met verlies van dierbaren. Mijn taak was om te helpen waar mogelijk. Wat ik leerde en leer ik nog steeds van al die misère? Van de meeste narigheid leer ik dat ik niet moet zeuren over mijn eigen pijn en dat ik zeker niet moet proberen om alles te willen begrijpen!

     

    Met e-mail-schrijver twee heb ik nog geen contact gehad. Heeft ook minder haast, want hij lijdt niet, maar is bang dat ik ga lijden als ik me laat bekeren. Maar gezien ik me echt niet laat bekeren (alleen al niet omdat ik dan mijn baantje als opperrabbijn wel kan schudden) en mijn christelijke vrienden dat ook echt niet willen, bel ik morgen wel of overmorgen. Zijn er dan geen christenen die Joden willen bekeren? Zeker wel, maar die behoren niet tot mijn christelijke vriendenkring!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Oeigoeren beheersen mijn geweten - Dagboek van een opperrabbijn

    Ik zit in een dubio, een gewetensconflict. Verschillende keren ben ik benaderd door iemand die aangeeft aandacht te vragen voor de Oeigoeren. Het doet me denken aan die tentoonstelling in Nijkerk over de “Redders in Nood”, een tentoonstelling speciaal voor kinderen over mensen die in de jaren ’40-’45 verzet boden met gevaar voor eigen leven.

     

    In die tentoonstelling sta je op een gegeven moment voor drie deuren. Als je op de bel drukt van deur 1 hoor je een geluidsopname die laat horen hoe Ds. Verduin, de verzetsstrijder, aanbelt bij een lid van zijn gemeente en vraagt of dat gemeentelid voor slechts een nacht onderdak kan bieden aan twee Joden die in grote nood verkeren. Bewoner van huis 1 reageert woedend en verwijt de dominee dat hij zijn gemeenteleden in gevaar brengt. Bewoner 2 geeft aan erg graag te willen helpen, maar is bang voor onverhoopte gevolgen voor haarzelf en haar gezin. Ze durft niet. Bewoner 3 neemt de twee Joodse mannen in huis.

     

    Oeigoeren worden in China niet erg netjes behandeld, om het maar even zeer cynisch te verwoorden. Mij wordt nu gevraagd om hen te steunen, de politiek in te schakelen, een petitie te ondertekenen. De man die mij benadert is een mij onbekende en op mijn vraag aan hem of de leadership van de Rooms Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland ook de petitie ondertekenen, krijg ik als antwoord het verzoek of ik hen wil benaderen. Ik kan me er eenvoudig uitdraaien door aan te geven dat ik geestelijke ben en geen bestuurder en dat het CJO, Collectief Joodse Overleg, zijn aanspreekpunt moet zijn.

    Maar ja, denk ik dan, dat heeft Ds. Verduin ook niet gedaan. En zelfs als CJO al benaderd zou zijn en actie heeft ondernomen, waarom zou ik dat dan ook niet doen. Anderzijds word ik mogelijk in een politiek gesleept waarop ik echt niet zit te wachten, vraagt hij van mij actief betrokken te zijn en zegt een satanisch stemmetje in mij dat ik niet de verantwoordelijkheid op me kan nemen voor de gehele wereld. Ook weet ik niet wie die persoon is die mij benadert. Is hij wie hij zegt te zijn? In de oorlog zijn vele niets vermoedende echte verzetshelden omgekomen door intern verraad. Het knaagt aan mij, ook nadat navraag over deze wellicht zeer oprechte persoon niets negatiefs over hem oplevert. Hij komt ietwat naïef over, is naar zijn zeggen naar mij verwezen omdat ‘Jacobs overal binnen kan komen’, maar wie hem naar mij heeft verwezen weet ik niet en of hij inderdaad de Oeigoeren vertegenwoordigt is mij ook niet duidelijk. Maar dat Oeigoeren worden vervolgd lijdt helaas geen enkele twijfel.

    De drie deuren in Nijkerk blijven maar in mijn gedachten bovenkomen.

     

    Ondertussen weer een verzoek voor een rabbinale verklaring die iemand nodig heeft om lid te kunnen worden in het buitenland van een Joodse Gemeente. Op zichzelf geen probleem, alleen beschik ik niet over een goede secretariële ondersteuning die hiermee kan omgaan en ben ikzelf al maanden niet meer op kantoor geweest. Niemand die zich afvraagt hoe ik e.e.a. draaiende houd in de coronese tijden. Ook nog een hulpvraag van een gescheiden Joodse vrouw met vier kinderen die in Italië woonachtig is, geen contact meer heeft met haar man, een vriendin heeft in een van mijn zeer kleine Joodse Gemeenten en door die vriendin geadviseerd is om in die piepkleine Joodse Gemeente te gaan wonen ‘want daar kunnen haar kinderen aan het Joodse leven deelnemen en wekelijkse Joodse lessen krijgen’. Of ik het even kan regelen.

    O ja, ook nog een vraag van de functionaris die belast is met de begraafplaatsen. Op een van de meer dan 200 Joodse begraafplaatsen die Nederland rijk is, stond een zieke iep. Die is gekapt en de vraag is nu wat er moet of mag gedaan worden met het hout: Op de begraafplaats laten liggen of weg laten halen. En wat te doen dan met de opbrengst van het hout als het hout wordt verkocht.

    Een vriend van mij is stadarcheoloog, wordt door mij ingeschakeld bij het (sporadische) herbegraven, werkt vanwege corona van huis uit (even onduidelijk voor mij hoe een archeoloog van huis uit opgraaft!) en wil graag weten hoe de katholieken dat doen. En dus legt hij deze vraag bij mij neer, omdat hij geen bisschoppen kent. We zijn er inmiddels uit. Niet via de bisschop, want niet iedere bisschop zal zich in deze materie verdiept hebben, maar wel via een Hoogleraar die ik goed ken en die in mijn (Joodse) optiek het summum is van kennis over Rome en alles daaromheen.

     

    En inderdaad binnen een halve dag weten de archeoloog en ik beiden hoe Rome omgaat met grafrust. Ik citeer: “Graven mogen nooit geschonden worden. Daar staan kerkrechtelijke straffen op. Maar mensen mogen wel worden herbegraven. Dat wordt niet gezien als een schending van de grafrust. Vaak gebeurt dat bij mensen die worden zalig- of heiligverklaard. Als dat is gebeurd, wordt het stoffelijk overschot vaak overgebracht (translatio) naar een altaar, waar het onder de altaarsteen wordt bijgezet.” Interessant om te weten, maar of deze kennis past in het dagboek van een rabbijn betwijfel ik ten zeerste.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Omdat het virus blijft: symptoombestrijding. Dagboek van een Opperrabbijn. 25 november 2020

    Ik ben nu officieel auteur! In het Joods Historisch Museum heb ik in aanwezigheid van Emile Schrijver mijn handtekening gezet onder het contract met uitgeverij Scholten. Er werden gedurende de korte ceremonie foto’s genomen en ik moest na afloop nog even wandelen met de uitgever en daar werden we, de uitgever en mijn persoontje, dan ook weer gefotografeerd. Hoe is dat boek tot stand gekomen? Wilde ik een boek? Had ik überhaupt gedacht aan een boek? Helemaal dus niet. Aan het begin van de coronatijd, net na Poerim, toen ik nog maar enige dagen in Montreal was om Pesach bij onze kinderen en kleinkinderen te vieren, kreeg ik een telefoontje van Prof. Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier. Of ik bereid was om een dagboek te schrijven met als titel: Opperrabbijn in coronatijd. Ik heb daar snel over nagedacht en omdat ik altijd met veel liefde “Kuifje in Afrika” had gelezen, trok het me wel “Opperrabbijn in Corona”. En wat zouden ze doen met dit dagboek? Nog niets. Te zijner tijd een tentoonstelling of een uitgave of niets. Ik dus braaf aan het schrijven vanuit het principe dat als iets op mijn weg komt, het wel een doel zal hebben. Maar na een paar weken schrijven met als enige lezer Emile Schrijver en ik inmiddels weer terug was in Nederland, belandde ik bij CIP, Christelijk Informatie Platform die mijn dagboeken erg graag online wilde zetten. Het zou uniek zijn volgens CIP: een opperrabbijn op een Christelijke site! Ondertussen plaatste ook Joods bij de EO drie keer per week mijn dagboek en verscheen het ook op een aantal andere Facebooken. Ik maar trouw en braaf schrijven en er maar op vertrouwen dat ik niet voor dovemans oren mijn tijd aan het verprutsen was/ben. Het dagboek belandde bij de EJA, European Jewish Association, en die lieten het vertalen in het Engels en ook daar wordt het één keer per week geplaatst. En naar ik langzaam begin te vernemen wordt het ook door Nederlanders in Israël gelezen. Maar wat is er nou zo interessant aan mijn dagboek? “Een inkijk in het leven van een rabbijn”, krijg ik steeds te horen. Maar begrijpen doe ik het nog steeds niet. Maar, en dat is een belangrijke regel in mijn leven, ik probeer niet alles te begrijpen.

     

    Ik had een uitgebreid gesprekje (ik zet het maar even in het verkleinwoord omdat het gesprek van bijna een uur slechts vijf minuten had zullen zijn…) met een journalist over Forum voor Democratie. Uiteraard niet over hun politieke opstelling, want daarmee houd ik me niet bezig, maar over antisemitisme in ons land en dan specifiek de emotie rondom dit fenomeen. Welke oplossing ik zie. Heel simpel: ik zie geen oplossing. Antisemitisme was er, is er en zal blijven. Het is een onuitroeibaar virus. Is dat logisch, neen. Kunnen we er iets aan doen? Neen. Maar wel kunnen we werken aan het bestrijden van de symptomen. Het was een fijn gesprek dat voor mij ook erg interessant was. De journalist was namelijk toch wel erg verbaasd en geschrokken over de brede aanwezigheid van antisemitisme in onze huidige samenleving. Het leek nieuw voor hem. Dus het was goed dat ik hem heb gesproken. Hoe moet mijns inziens de symptoombestrijding worden aangepakt? Wat is de grote boosdoener? POLARISATIE.  En dus moet de nadruk liggen op de NUANCE. Maar, en nu ga ik weer terug naar mijn onbegrip over het kennelijke nut van mijn dagboek: hoezo belde de journalist naar mij om mijn mening te horen over Forum voor Democratie? Hoe wist hij van mijn bestaan? Hij had mijn dagboek een paar keer gelezen!

     

    Ondertussen ligt Nijmegen nu definitief vast. De Menora wordt publiekelijk aangestoken op 15 december. Burgemeester zal spreken, de Nijmeegse rabbijn Mendel Levine steekt aan, muziek van mijn tandarts en daarna spreek ik. Even een korte uitleg over ‘muziek van mijn tandarts’. Hij is Joods, afkomstig uit Armenië (vluchteling), heeft in Israël gewoond, nu woonachtig in Nijmegen en heeft een tandartsenpraktijk genaamd Welcome in Arnhem. Klinkt dus erg Joods! Joden leven nu eenmaal erg verspreid over de wereld als gevolg van vluchten door de eeuwen heen. Op vliegvelden tref je, althans in mijn beleving, veel Joden. Als een kind uit een gezin in Bunschoten gaat verhuizen na zijn huwelijk naar bijvoorbeeld Amersfoort, is dat al heel wat, bijna een traumatische ervaring voor de ouders vanwege de afstand. Als wij onze kinderen willen zien, moeten wij per KLM en niet met de lokale bus of trein. Dat is ons normaal.  Als ik bij ‘mijn muzikale tandarts’ in de stoel zit is de helft van de tijd het gezeur in mijn mond en de andere helft kletsen we bij in het Ivriet over de situatie van Joods Nederland en in de rest van de wereld. Ook hij leest mijn dagboek, af en toe, zoals hij me vertelde. Ik denk trouwens dat het meer af is dan toe. Maar los hiervan ben ik benieuwd hoe de muziek van mijn tandarts, na het ontsteken van de Menora, zal klinken. Ik hoop beter dan het geluid van zijn boor.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Ondanks coronagezeur ook mooie ervaringen. Dagboek van een Opperrabbijn. Zondag 14 februar 2021

    Onze kleinzoon uit Engeland die in de Jesjiwa leert in Israel en die hier voor 4 uur kwam voor een tussenstop, vertrekt morgen naar de USA na bijna 6 weken Nederland. Zodra Israël zijn grenzen weer heeft geopend voor studenten komt hij weer terug naar Nederland, krijgt hier een visum via de Israëlische Ambassade in Nederland, en vervolgt zijn studie in Israël. Ondertussen hebben wij, mijn echtgenote en ik, het plan om gedurende Pesach in Montreal te zijn. De vluchten zijn inmiddels geboekt en weer omgeboekt, we zijn op een andere vlucht geplaatst, maar of we gaan weten we nog niet. Want we moeten een test maken binnen 72 uur voor vertrek en dan bij aankomst krijgen we nogmaals een zogenaamde sneltest, moeten dan ongeacht de uitslag 3 dagen in quarantaine in een hotel in Canada. Dat hotel (een soort gevangenis dus) mogen we niet verlaten. Ik vermoed wel dat we over onze mobile vrijelijk mogen beschikken. Die drie dagen verplicht hotel kosten ons CAD 2000 per persoon. Mochten we in die drie dagen positief worden (ik bedoel dus positief getest Covid-19, niet qua geestelijke gesteldheid) dan worden we afgevoerd naar een verplicht ander Hotel. Indien we dan erin slagen om ons bijna vrijelijk in Canada te mogen bewegen, dan moeten we voor de terugweg voor het begin van de vlucht een nieuwe test tonen die niet ouder mag zijn dan 4 uur!

     

    Of onze kleinzoon inderdaad morgen kan vertrekken hing af van de uitslag van de test die hij hedenochtend had gedaan. Uitslag kwam om 19:00 uur. Hij was negatief en mag dus weg. Kosten van de test: €139!

    Maar naast dit coronagezeur, heb ik ook een paar mooie ervaringen opgedaan dat mijn vertrouwen in de medemens duidelijk positief heeft versterkt. Omdat ik de test voor mijn kleinzoon online moest betalen en daarbij iets fout ging, heb ik het testbedrijf gebeld. De medewerker aan de telefoon begreep dat ik al iets ouder was, omdat ik aangaf dat het een test betrof voor een kleinzoon, en bood spontaan alle benodigde hulp aan (zowel materieel alsook geestelijk) bij het verwerken van alle gegevens. Hij was ook in de USA geweest en daarover hebben we uitgebreid gesproken. Omdat mijn email adres verraadt dat ik Joods ben (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) hebben we ook nog over Jodendom gefilosofeerd, want hij had nog nooit met een Jood gesproken en al helemaal niet met een rabbijn. Overigens waren ze ook bij de KLM buitengewoon vriendelijk. Of die juffrouw die ik aan de lijn had wel of niet in de USA was geweest, heeft ze me niet verteld en ik vermoed dat ze weleens een Jood had gezien of gesproken want, hoewel ze zag dat we koosjere maaltijden hadden besteld, ze ging daar verder niet op in. Ik vermoed dat de KLM psychologen aan de telefoon heeft geplaatst om ontdane en gestrande reizigers geestelijk te begeleiden.

    Wat heb ik verder vandaag nog gedaan? Weer twee afspraken verplaatst. Eén betrof een onthulling van een plaquette en de ander Stolpersteinen in Epe.  Ze stonden in mijn agenda voor eind maart, maar organisatoren willen verplaatsen naar oktober en november.

     

    Verder heb ik mijn sjioer/cursus voorbereid voor morgenochtend, drie “levenslessen” geschreven voor CIP en een artikeltje geschreven voor een bijeenkomst over Jeruzalem. Mijn NIW-column voor het papieren NIW (niet te verwarren met mijn dagboek voor het digitale NIW) van 26 februari (Poerim) dat ik een week eerder moet inleveren, heb ik reeds klaargemaakt en een aantal verjaardag brieven gepost. Mijn leraar en vriend rabbijn Vorst heeft me een schrijven doorgestuurd, aan hem gericht, van een stichting “Gezin in gevaar” met de vraag of hij daaraan mee moet werken. Dit moet ik nog gaan uitpuzzelen want net een verkeerde handtekening of ik, in dit geval dus Rabbijn Vorst, heeft zich begeven op een plaats waar hij/ik beter niet hadden kunnen gaan staan. Natuurlijk zijn wij beiden enthousiaste voorstanders van het gezin als hoeksteen van de samenleving, maar soms oogt de verpakking anders dan de inhoud.

     

    En dan nog mijn boekpresentatie: nog anderhalve week en mijn dagboek in boekvorm zal verschijnen. Waar en hoe hieraan aandacht zal worden besteed, weet ik nog niet. Ik wacht wel braaf af. Ik verwacht niet dat het een bestseller gaat worden, want ik snap nog steeds niet waarom iemand zo’n boek zou willen kopen. Mijn beoogde doel van het schrijven van mijn dagboek was en is uitsluitend een vervanging voor de lezingen en bijeenkomsten die er (tijdelijk) niet zijn. Als zo’n gedrukte versie hiertoe kan bijdragen, dan is dat winst. Maar ik blijf de ontmoeting prefereren.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ook als alleen de betbetovergrootvader van Cohen Joods was zou ik hem helpen - Dagboek van een Opperrabbijn

    Omdat ik zondag naar Berlijn vlieg, zal landen om 11:30 uur op vliegveld Tegel en ik om 12:00 uur in Melbourne-Australië word verwacht, heb ik rabbi Riesenberg, organisator van de bijeenkomst in Melbourne, gebeld of ik in plaats van de eerste spreker de laatste kan zijn, zodat ik pas om 12:45 uur aan de beurt ben. Mocht u het niet helemaal begrijpen: ik zal dus niet fysiek in Australië zijn, maar ik word vanuit Berlijn naar Melbourne gezoomd. In Melbourne zitten ze al weken in een lockdown en verwachten ze niet dat ze de Hoge Feestdagen naar sjoel kunnen. De rabbijn klonk redelijk pessimistisch, verdrietig en ook boos. Boos op de Overheid die, zoals hij mij mededeelde, verkeerd was omgegaan met corona en nu moest laten zien het braafste jongetje van de klas te zijn...

     

    Verder ben ik vandaag aan een nieuw coronatijd-ritme begonnen. Vroeg opstaan, dan mijn snel-wandeling, daarna het ochtendgebed en dan aan de computerslag, want het meeste werk loopt via de computer. Vanmiddag had ik een interview met Frans Bromet, de bekende documentairemaker. Onderwerp: antisemitisme! Erg origineel. Het wordt een documentaire van 55 minuten met tien interviews. Een aantal van de geïnterviewden zijn ook, zo vertelde Bromet me, notoire antisemieten. Was een fijne kennismaking met een goed gesprek. Hoeveel ervan zal worden uitgezonden is nog maar de vraag, maar veel kan het niet zijn, hoewel hij hier een uur en een kwartier aan het opnemen was.

     

    Wat me tegenviel was zijn opstelling ten opzichte van Israel. Hij wist me te vertellen dat Israëlische soldaten willekeurige huizen binnenvallen om te plunderen en nog een paar van dit soort verhalen, zoals het gericht schieten op vredig demonstrerende Palestijnen, door Israëlische soldaten. Er viel moeilijk tegenin te praten want hij gaf aan het met eigen ogen gezien te hebben. Jammer!

    Verder een fijn interview met toch nog een positief verrassend slot: dat bij het Israel Producten Centrum invallen waren gedaan door de NVWA (de Voedsel en Waren Autoriteit) was hem totaal onbekend. Hij had überhaupt nog nooit gehoord van IPC en van Christenen voor Israel. En dus maakte ik van de gelegenheid gebruik om de video van Sara van Oordt te tonen waarin zij uiteenzet hoe verkeerd NVWA bezig is. Ik heb hem uitgelegd dat NVWA geen tijd heeft om in de slachthuizen te kijken hoe het gesteld is met sadisme en dierenleed. Ze hebben daarvoor absoluut geen tijd. Tijdgebrek schijnt bij de NVWA een chronisch probleem te zijn en dus laten ze dat liggen waarmee ze feitelijk mee bezig zouden moeten zijn en laten de dieren creperen. Maar voor die paar flessen heerlijke Israelisch wijn uit 'Israëlische dorpen in Judea en Samaria' hebben de dames en heren van de NVWA alle tijd van de wereld. Tegen het eind van het interview heb ik de YouTube getoond waarin Sara aan het kromme NVWA uitlegt hoe verkeerd ze bezig zijn en heb voorgesteld dat hij haar ook interviewt. 

     

    We zien wel wat ervan komt. Interessant was dat het onderwerp vrij onverwacht overging naar de vraag wie er nu eigenlijk Joods is. Hij bleek een Joodse vader te hebben en leefde een beetje in de veronderstelling dat ik dan dus antisemitisme niet zou afkeuren als het hem zou treffen, omdat hij joods-wettelijk bezien niet Joods is. Onzin met een uitroepteken! Ook als de heer Cohen tien generaties geleden Joods zou zijn geweest vanwege een betbetovergrootvader en antisemitisch bejegend zou worden, dan zou ik vooraan staan om hem te helpen. Dat was voor Bromet een eyeopener, merkte ik. Volgens hem mochten BDS mensen Israel niet binnen. En ik geloof niet dat hij wist dat er behalve Palestijnse vluchtelingen ook Joodse vluchtelingen bestaan die al hun bezittingen in hun Arabische vaderlanden moesten achterlaten en van wie vele familieleden, voordat ze konden vluchten, vermoord werden.

    De moeite waard om deze YouTube te bekijken en te verspreiden (als u vóór Israel bent en dus tegen antisemitisme!).

    https://www.youtube.com/watch?v=1COVgAM1bRY

     

    Tussen gesprekken door met politie over sjoels in den lande wel of niet open gedurende de Hoge Feestdagen, ben ik begonnen aan zoomtoespraak voor zondagavond voor het NIK, het Nederland Israëlitisch Kerkgenootschap, federatie van Joodse Gemeenten. En ook als tussendoortje las ik in het RD dat Dr. de Boer waarneemt dat “Antisemitisme ook voorkomt in de gereformeerde gezindte”. Triest dat dat het geval is en fijn dat de Boer dat aan de kaak stelt. Dat was eigenlijk ook de oproep van die Frans Bromet: “Treedt naar buiten als Joodse gemeenschap. Laat zien wie je bent. Geef cursussen voor niet-Joden opdat zij weten wat Joden zijn. En vergeet vooral de scholen niet! Want de jeugd maakt of breekt de toekomst”. Ik ben helemaal vóór, maar één klein probleem: Wij, Nederlandse Joden, zijn nog maar een kleine groep en doen wat we kunnen aan lezingen op scholen en geven overal in den lande rondleidingen in synagogen, maar zijn maar met weinigen.

     

    Ook een gesprek gehad met rabbijn Shimon Evers over de sjoeldiensten gedurende de aanstaande Feestdagen. En een whatsapp van de Belgische cateraar die onder mijn rabbinale toezicht met het Loofhuttenfeest open wil. Ook nog een e-mail van een journalist van een bekend Nederlands Tijdschrift die mij confronteert met een YouTube waarop wordt beweerd dat de Joden alle media beheersen. Dat weet ik dan ook weer, dacht ik enthousiast. Fijn dat wij Joden zoveel macht hebben, want hoe meer macht, hoe meer goed gedaan kan worden om deze samenleving tot de uiteindelijke en alomvattende shalom te brengen, zonder antisemitisme.

  • Op bezoek bij coalitiepartners. Dagboek van een opperrabbijn 16 maart 2021

    Het was vandaag een mengelmoesje van Nederland, Europa, naar buiten treden en gewoon Jodendom in het heden en in het verleden.

     

    Het heden was dat ik me aan het voorbereiden was voor mijn twee zoom-cursussen van morgen. Maar daardoorheen kwamen twee Joodse verzoeken gekoppeld aan het verleden. Ik werd geattendeerd op een grafzerk ergens in Overijssel op een Joodse begraafplaats in een stadje waar sinds ’40-’45 geen Joodse gemeenschap meer bestaat. In 1943 werd er een Joodse man begraven, midden in de oorlog dus. En op zijn graf staat i.p.v. een Mageen David, een Davidster, een kruis. Niet echt passend. Ik ga ervan uit dat dat kruis met de beste bedoeling werd afgebeeld. Wie zal hem daar in 1943 begraven hebben? Waarschijnlijk niet-joden. Maar nu word ik door een Joodse man, die in Amsterdam woonachtig is, hierop gewezen met het verzoek om het even te regelen. Nou ga ik dat zeker doen, maar dat wordt natuurlijk niet ‘even regelen’ want wie is de eigenaar van de begraafplaats en ‘even’ een kruis veranderen in een ‘Mageen David’ is niet ‘even’ gedaan! Maar we pakken het op. Ook een gesprek gehad met een Joodse man, iemand die aan een van mijn zoom-cursussen deelneemt. Hij woont in een ander stadje waar ook eens een Joodse Gemeente was en nu als enige herinnering is er nog een Joodse begraafplaats. Hij wil die begraafplaats een plaats geven binnen de gemeenschap. Als een educatief middel om te laten zien wie hier eens woonden, als een waarschuwing dat geschiedenis zich kan herhalen en als eerbetoon aan voorouders die moederziel op hun begraafplaats liggen en geen bezoek hoeven te verwachten omdat hun nazaten,  de potentiële bezoekers, niet meer leven en ook geen graf hebben gekregen op hun begraafplaats in hun woonplaats waar ze zo graag ‘normaal’ hadden willen sterven. Nadat ik hedenochtend eerst een korte zoom-vergadering had met een van mijn medewerkers, overleg had gehad over een begrafenis en een paar problemen die daaraan gekoppeld zaten, gingen we naar het kantoor van de Christen Unie. Wie zijn ‘we’ hoor ik u vragen. Sinds vandaag ben ik chairman, voorzitter dus, van het Comité ter bestrijding van het antisemitisme van de EJA- Europees Joodse Associatie (maar dan alles in het Engels). Een organisatie die gevestigd is in Brussel en strijdt tegen iedere vorm van antisemitisme. Vanuit die organisatie mocht ik per vandaag meteen al in actie komen en omdat ik voorzie dat die eervolle positie veel werk zal geven, heb ik een plaatsgenoot en medelid van de Joodse Gemeente Amersfoort maar meteen tot medewerker gebombardeerd tegen een aantrekkelijk salaris van €0 per uur. De eerste actie was het bedanken van Gert-Jan Segers en Dilan Yesilgöz voor hun initiatief en inzet voor de aanstelling van een coördinator antisemitisme bestrijding. En hoewel ik van mening ben dat er beter een niet-jood deze positie had kunnen krijgen, hoop ik dat Eddo Verdoner vanuit deze positie de aan deze gekoppelde taak naar behoren zal kunnen uitvoeren en een essentiële bijdrage zal kunnen leveren aan de bestrijding van het antisemitisme. Interessant te zien hoezeer mijn dank-je-wel werd gewaardeerd. Beide parlementariërs stuurden meteen via de media allerlei berichten rond en zelfs bij het lijsttrekkersdebat voor de televisie werd naar ons gesprek gerefereerd. Waarom ik liever een niet-jood als coördinator antisemitisme-bestrijding had gezien? Als een Jood iets antisemitisch vindt loopt hij de kans beschuldigd te worden van overgevoeligheid vanwege zijn eigen Joodse identiteit. Waarvandaan die zorg? In de film “de Zaak Menten”, van het lid van mijn Advisory Board Hans Knoop, werd hem overgevoeligheid verweten door zijn medejournalisten en redactieleden van de Telegraaf toen hij het onderzoek wilde beginnen naar de gestolen kunst van Menten. Hans Knoop zou, als gevolg van zijn Jood-zijn, spoken zien en de kwestie gigantisch overdrijven! Dat zie ik hier ook gebeuren indien Verdoner melding maakt van een incident. Een niet-jood is mijns inziens neutraler en dus acceptabeler. Maar het is zoals het is gegaan en natuurlijk wens ik vanaf deze plaats aan de nieuwe en eerste coördinator veel succes. Ik heb Dilan en Gert-Jan mogen toespreken alvorens ik ze bedankte en uitgelegd dat er in de Hagada staat dat er in iedere generatie (on) mensen zijn die het Joodse Volk willen uitroeien, maar onze kracht om ze te verslaan putten we uit éénheid. Een éénheid die niet uitsluitend op onszelf van toepassing is, maar ook duidt op vriendschap met niet-joodse vrienden en instanties. In een oorlog hebben de troepen namelijk munitie nodig, een actieplan, een strategie, timing en zeker ook coalities. De initiatiefnemers zijn onze coalitiepartners. Met hen zijn wij één. Het ontbreken van coalitiepartners kan catastrofaal zijn, speciaal in Nederland, waar wij als Joodse gemeenschap piepklein zijn.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Opperrabbijn als rechter

    Hoewel het vandaag niet echt soeka-weer was, want er waren enorme plensbuien, toch was het iedere keer als we wilden gaan eten kurkdroog. En dus heb ik niet een keer moeten uitwijken naar de woonkamer of, en dat zou ik dan gedaan hebben, in de soeka gegeten met een dicht dak!

     

    Vanochtend heb ik weer wat ‘gewoon’ rabbinaal werk verricht. Een baby geboren en die moet een brith milah hebben, een besnijdenis. Omdat de ouders geen bekenden zijn van de Joodse Gemeente moet ik op het laatste moment uitzoeken of de moeder inderdaad Joods is, want ervaring heeft me geleerd dat velen pas op het allerlaatste moment mij benaderen. En dus mag ik weer het vuile werk doen. Nou hoor ik u redeneren: als de moeder zegt dat ze Joods is waarom zou ze het dan niet zijn? U stelt een goede vraag, maar ik moet als rechter, want dan ben ik dan even, tot een rabbinale uitspraak komen. Ik ben dan even geen psycholoog en ook geen pastorale werker. Feiten! Overigens heeft de Brith Milah, de besnijdenis, inmiddels plaatsgevonden. Mazzeltov. Weer een Joods jongetje opgenomen in het oeroude verbond.

     

    En dus heb ik niets te maken met de vraag waarom iemand zich zou willen uitgeven als Jood of Jodin als hij of zij dat niet is. Maar even ter informatie: vele keren heb ik aangetoond dat mensen een bewijs van Jood-zijn willen hebben die van geen kant iets met Joden te maken hebben of hebben gehad. Ik herinner mij een mevrouw die aangaf dat ze Joods was, niemand die daaraan twijfelde, ook ik niet. Alleen op een gegeven moment wilde zij voor haar dochter een verklaring hebben dat haar dochter een Joodse moeder heeft. Toen er geen enkel bewijs bestond gaf ze aan dat ze was geadopteerd. Haar ouders hadden haar op weg naar de concentratiekampen afgestaan aan haar pleegmoeder. Maar die pleegmoeder mocht ik niet benaderen, want dat was voor haar te emotioneel. En de naam van haar echte ouders wist ze ook niet.

    Van mij wordt dat verwacht uiteraard vriendelijk te blijven en heel erg goed te luisteren. Waar klopt haar verhaal wel en waar niet. Mijn taak is om haar te helpen in het aantonen van haar Jood-zijn, maar het moet waar zijn. Het betrof hier een keurige, gestudeerde en vermogende vrouw. Ze maakte absoluut niet de indruk dat er iets mis met haar zou zijn. Maar het bevreemde mij wel dat ik haar pleegmoeder niet mocht benaderen. En ook navraag bij het ziekenhuis in Parijs waar zij zeker wist dat ze daar was geboren, werd mij door haar niet toegestaan. Uiteindelijk bleek er iets heel essentieels in haar verhaal niet te kloppen. Haar ouders hadden haar op weg naar Auschwitz afgegeven aan haar pleegmoeder, alleen de datum die ze opgaf en waarover ze zeer stellig was, klopte niet. Auschwitz bestond toen nog niet en er waren toen nog geen deportaties vanuit Frankrijk naar de vernietigingskampen. Ik heb haar dat stuk van haar geschiedenis laten opschrijven, nog een extra keer nagevraagd of alles klopte en speciaal de datum. Nadat ik haar had geconfronteerd met deze onmogelijke datum van transport van haar ouders, vertrok ze bij de Joodse gemeente. Nooit meer van haar ook maar iets vernomen.

     

    Maar ook vandaag werd ik gebeld door een Israëlische arts die ergens binnen de EU werkzaam is in een Academisch Ziekenhuis. Zijn Jood-zijn leidt geen twijfel. Maar hij wil weten wie zijn grootouders waren, Nederlanders van ver voor de oorlog. Niets weet hij over hen. Ik meteen in de telefoon geklommen en kijk, na enige uren heb ik familie boven weten te krijgen waarvan hij het bestaan überhaupt niet wist. De arts en de familie zijn met elkaar in contact gekomen. Beiden zijn erg verheugd. De jonge arts had niet kunnen dromen dat er van zijn voorgeslacht nog overlevenden zouden zijn.

     

    Maar om even terug te keren naar het begin van mijn dagboek van vandaag: Terwijl ik aan het schrijven ben heb ik al drie keer het regen-dak van de Soeka mogen openen en sluiten omdat het begon te regenen of omdat het juist weer droog was.

     

    Zojuist zijn we teruggekeerd van een feestje in de soeka van Almere. Het was uiteraard rustiger dan andere jaren, maar aan Simcha ontbrak het niet. Volop te eten in de grote soeka, alles p.p. verpakt.

    Een prachtige show met vuur. Fakkels, vuurspuwen, met vuur een soort levend roulette spelen en dat alles onder een aandachtig luisterend publiek en in een maar niet stoppende regenbui die bijna deed denken aan de vloedgolf uit de tijd van Noach.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Over rust en spanning. Dagboek van een Opperrabbijn 4 maart 2021

    Voor mijn gevoel heb ik weer eens iets moois mogen doen. En dat heb ik echt wel nodig als stimulans. Want er zijn van die dagen dat er meer kritiek komt dan anders. Maar ja, kritiek hoort er natuurlijk wel bij. Sterker nog: als er geen kritiek is, moet ik me echt afvragen of ik wel goed bezig ben, want kennelijk is de Satan dus tevreden met mijn inzet en dat deugt dus echt niet.

     

    Wat was het mooie? Ik had een gesprek met een mevrouw met een fysiek probleem. Ze probeerde een afspraak met een internist te krijgen en belandde op een wachtlijst die dusdanig lang was dat ze echt de eerste vier maanden niet aan de beurt zou kunnen komen. Het gesprek met de internist zou niet gaan over zweetvoeten, maar er kon een ernstig probleem in haar lichaam zitten. Niet levensbedreigend, maar voor haar emotioneel zeer belastend en dus was ze zeer en zeer bang en zenuwachtig. Ik dus enig bel- en netwerk verricht en zie: Nog deze week krijgt ze de afspraak! Weliswaar als laatste die dag, extra toegevoegd, maar wel een afspraak. En nu maar hopen dat het meevalt. Maar op z’n minst is haar weken extra en onnodige zenuwen bespaard. En, omdat ze extra is toegevoegd, hoef ik me niet schuldig te voelen dat door mijn interventie een andere patient later aan de beurt zou komen.

     

    In een uithoek van Europa (neen, niet Oekraïne! Een uithoek ‘aan de andere kant’) speelt een totaal ander maar wel ingewikkelder probleem. Een Joodse man uit Israël afkomstig wil Joods gaan leven en komt langzaam maar zeker weer terug naar zijn Jodendom, dankzij de lokale jonge rabbijn die nog maar korte tijd daar in Verweggistan in functie is gekomen. Probleem is dat hij een niet-joodse vriendin heeft. Om een lang verhaal kort te maken: Zij wil haar vriend en vader van de baby in haar baarmoeder volgen en Joods worden. Hij is Joods, maar was toch ver weg van het traditioneel Joodse leven. En dus trekken ze samen op. Voor hem: terug van weggeweest. Voor haar: helemaal weg van het verleden en een totaal nieuwe toekomst. De jonge rabbijn is blij. De vrouw van de rabbijn is blij, de Joodse man en de nog-niet-Joodse vrouw zijn ook blij. Iedereen happy. En dan blijkt: hij is een Cohen. Hij is een nazaat van Aäron de Hoge Priester. Geweldig, denken ze. Nog van adel ook! Beiden vertellen ze dit trots en verheugd aan de jonge rabbijn. Maar hier begint de tragedie. Want diezelfde Halaga die ze beiden oprecht willen gaan volgen, waarop ze hun gezinnetje willen gaan bouwen, verbiedt een Cohen om in het huwelijk te treden met een vrouw die Joods in geworden. Waarom? Is dat eerlijk? Oneerlijk? Heeft het een reden? Allemaal leuke vragen voor een discussieavond. Maar de Halaga, de Joodse wet, is gewoon duidelijk. En dus is er een probleem. Probleem voor de man, de vrouw en zeker ook een probleem voor de jonge nog nauwelijks gelande nieuwe rabbijn. Pas begonnen en nu al een probleem dat de populariteit en dus zijn opbouwwerk niet ten goede komt, om het maar even zachtjes uit te drukken. Ik heb aangeboden om zodra het mogelijk is naar hun toe te vliegen, zelf met de Joodse man en de nog-niet-Joodse vrouw te gaan spreken. Te zoeken naar oplossingen binnen het kader van de Halaga. En mochten er onverhoopt geen oplossingen zijn, dan zal ik het op me nemen om het jonge rabbijnenpaar, dat zich nog volledig zal moeten bewijzen, te sparen. Er moet dus of een oplossing komen binnen het kader van de Halaga. En als er onverhoopt geen Halagische mouw aan valt te passen, dan heeft dat kennelijk zo moeten zijn.  En dan zijn er twee opties: 1: Ze accepteren de situatie en beseffen dat uiteindelijk alles Boven wordt bepaald en dit dus ook. 2: Ze worden ziedend van woede. Ik zal dan de boosheid over me laten afroepen om de lokale jonge rabbijn en zijn vrouw te sparen en geen bom te leggen onder zijn nog nauwelijks begonnen carrière.

     

    Terwijl iedereen min of meer rustig achter de computer zit te wachten op de versoepeling van de corona restricties, mocht ik een verre vlucht gaan boeken met hopelijk een happy end, maar misschien ook niet.  En dus stopte ik even met mijn dagboek en ging vluchten en corona-eisen bekijken om even een dagje op-en-neer te gaan. Resultaat: voorlopig geen vluchten. En dus de jonge rabbijn gebeld en geadviseerd om het probleem voorzichtig te vermelden en uit te leggen dat Europese rabbijnen al drukdoende zijn om een oplossing te vinden.

     

    Dus voor die mevrouw heb ik de spanning aanzienlijk kunnen inperken en voor de jonge rabbijn en zijn leerlingen precies het tegenovergestelde. Het blijft een wereld van uitersten. Maar ja, zo is het nu eenmaal. Bij de een breng ik rust en bij de ander hopelijk ook, maar nu nog even niet, helaas.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • PKN biedt excuses aan voor rol in Jodenvervolging, Dagboek van een Opperrabbijn

    https://www.nporadio1.nl/dit-is-de-dag/onderwerpen/66735-2020-10-22-pkn-biedt-excuses-aan-voor-rol-in-jodenvervolging

     

    Soms verlopen dagen totaal anders dan verwacht, en dat was dus vandaag het geval. PKN had bekend gemaakt dat ze een verklaring gaan uitgeven waarin ze schuldbelijden voor de houding van de kerken in de oorlog. En dus kreeg ik het eerste telefoontje al om 8 uur vanochtend van het Reformatorisch Dagblad met de vraag: Wat vindt de Joodse Gemeenschap hiervan? Lastig, want als er wordt gevraagd wat ik ervan vind, kan ik meteen een antwoord geven, maar als ik de woordvoerder word van de gehele Joodse Gemeenschap, wordt het ingewikkelder. En toch meen ik wel globaal te weten hoe er over de schuldbelijdenis gedacht wordt binnen Joods Nederland. Maar ik had hierover nog nauwelijks kunnen nadenken of Family7 aan de lijn, toen Grootnieuws radio, daarna de Telegraaf en uiteindelijk NPO1 Dit is de Dag. En omdat de titel van mijn dagboek gewoonlijk de kortste samenvatting is van mijn dagvulling, werdhttps://etc> vandaag de kop!

     

    Overigens werd ik tussendoor wel nog geïnterviewd door een student van de school voor de journalistiek uit Zwolle, maar dit ging niet over de schuldbelijdenis, maar “gewoon” over antisemitisme. Als u wilt weten hoe ik denk over die schuldbelijdenis, klik dan op de titel van vandaag of kijk op de voorpagina van het Reformatorisch Dagblad. Eigenlijk heb ik niet veel meer kunnen doen dan die schuldbelijdenissen, want hoewel ik niet veel moest voorbereiden, vroeg het wel veel tijd, want iedere tien minuten in de lucht vereist minstens het vierdubbele aan voorbesprekingen.  Dus eerst vanochtend een half uur de vraag van Dit is de Dag of ik wil meewerken en of ze mij überhaupt wel willen. Toen om 15: 00 uur een voorbereidingsgesprek, een half uur naar Hilversum rijden, een uur in de studio en toen weer een half uur terug. Hoewel de andere uitzendingen via zoom verliepen, waren ook daar voorbesprekingen en het testen van geluid, inloggen, telefoon uitproberen en ook nog bij Family7 een storing eerst in beeld en toen dat was opgelost in het geluid.

     

    O ja, ik vergat bijna dat ik vanochtend een zoom-vergadering had met Stieneke van de Graaf. Zij is fractielid van de CU in de Tweede Kamer. Wat moest ik van haar? Er is een wetsvoorstel in aantocht die het mogelijk maakt dat bij een burgelijke echtscheiding ook door de rechter uitspraak wordt gedaan dat de man of de vrouw op straffe van een dwangsom aan een religieuze echtscheiding moet meewerken. Zondermeer een prima zaak. Voorkomt treiterende mannen die weigeren mee te werken aan een religieuze echtscheiding nadat de civiele echtscheiding reeds heeft plaatsgevonden. Deze wet zal zeker soulaas bieden aan de Islamitische Gemeenschap in ons land. Maar door deze goedbedoelde wetswijziging, komen wij Joden juist in de knel. Als de rechter namelijk de man, die doet meestal het moeilijkst en treitert het graagst, dwingt een get (religieuze scheiding) af te geven, dan is die get volgens Joods religieus recht ongeldig omdat de man de get niet uit vrije wil heeft afgegeven. En dus, hoewel het goed is dat er een wetsvoorstel in de maak is die wil voorkomen dat mensen die civiel gescheiden zijn, toch nog religieus aan elkaar vast blijven zitten, werkt dit wetsvoorstel voor de Joden precies averechts en zal er voor de Joodse gemeenschap hier ter lande een kleine aanpassing in het wetsvoorstel moeten komen, zodat de vervelende echtgenoot niet kan treiteren. Hoe dat wetsvoorstel jurdisch dan in mekaar moet zitten, wist ik niet precies en dus had ik Mr. Loonstein mee laten zoomen.

     

    Geheel los van zoom, radio, tv en andere media, had ik een probleempje: ik krijg bijna iedere dag een e-mail met verzoek om te doneren. En dat doe ik graag, maar toch aarzel ik. Wie geef ik wel, wie geef ik niet? Sinds een week ontvang ik bijna dagelijks een e-mail van een vader wiens dochter van 16 jaar op het vliegveld van Bulgarije is gearresteerd vanwege een ‘onschuldig’ pakje dat ze had meegenomen uit Israel. Een tragedie! Het kind hangt een gevangenisstraf van meer dan tien jaar boven het hoofd. Vader vraagt geld om zijn dochter vrij te krijgen en om een goede advocaat te regelen.  Bovendien is vader een appartement in Bulgarije gaan betrekken om in de buurt van zijn dochter te kunnen blijven die hij wel iedere dag mag bezoeken. Ramp! En dus heeft hij dringend geld nodig. Maar hoe weet ik of dit verhaal klopt? Iedere dag krijg ik tragedies lijkend op deze bedel-e-mail in mijn inbox. Dan weer een kind dat ongeneeslijk ziek is en een operatie behoeft, dan weer etc etc. Je kunt het zo tragisch niet noemen of ik ontvang er wel een bedel-e-mail over. Wel geven? Niet geven? Bij twijfel, niet inhalen? Maar wat heet hier “niet inhalen”? Lastig!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

     

     

     

     

     

  • Psychologisch handboek in Coronatijden, פורים שמח-een vrolijke Poerim. Dagboek van een Opperrabbijn 25 februari 2021 Poerim

    Afbeelding1

    Het is nu Poerim, het Lotenfeest. We zijn net terug uit sjoel en hebben de megilla-de rol van Esther gehoord.  De snode Haman, personificatie van het kwaad, wilde de Joodse bevolking uitroeien en middels een lot bepaalde hij een datum.

     

    In de Rol van Ester staat de hele geschiedenis beschreven. Het was een strijd tussen het kwaad en het goed, tussen de snode Haman en de goedhartige Mordechaj. Uiteindelijk na gebed en diplomatie zegeviert de Jood Mordechaj, symbool van het goede. Maar de geschiedenis van toen is niet alleen iets uit een ver verleden. Dagelijks wordt er gestreden tussen goed en kwaad, tussen vreugde en verdriet. Constant vallen er slachtoffers en ook worden er vaak overwinningen behaald. Lees de krant, kijk de televisie en luister naar de radio.

     

    Maar wat kunnen wij doen aan al die oorlogen, brandhaarden en, dichter bij huis, de coronaplaag? Wie zijn wij, eenvoudige zielen? En dus de vraag: waarom moeten wij de Rol van Ester lezen? Alleen als geschiedenis?

    De Rol van Ester is actueel, want in ieder van ons speelt zich bij voortduring de strijd af tussen goed en kwaad. Roddel ik wel of niet? Voel ik mijzelf wel of niet beledigd? Word ik wel of niet kwaad? Zijn mijn gedachten wel of niet zuiver? Blijf ik geestelijk sterk of geef ik mezelf over aan doemdenken en depressie? De Rol van Ester is een psychologisch handboek voor ons allemaal om te leren hoe in onszelf het goede het kwade kan en moet overwinnen, hoe we overeind moeten blijven ook onder moeizame omstandigheden.

     

    Maar waarom staat het ‘lot’ dan zo centraal? De bepaling van de datum waarop de Joden zouden moeten worden uitgeroeid is toch slechts een uiterst klein detail in een veel en veel groter gebeuren!?

     

    Op het ‘lot’ hebben wij als mens geen grip. Van ons wordt actie verwacht. Als iemand onverhoopt ziek is, moet hij naar de dokter gaan. Om eten te krijgen, moeten wij werken. En in ons dagelijks leven dienen wij ook steeds te vechten tegen het kwaad en voor het goede, tegen neerslachtigheid en voor optimisme. Juist ook in onszelf. Daarover spreekt de Rol van Ester.

     

    Maar ondanks onze rationele inzet, mogen wij niet vergeten dat uiteindelijk wij het leven niet kunnen vatten. Er gebeurt heel veel dat wij geen plaats in ons verstand willen en kunnen geven, maar toch gebeurt het. Waarom is de ene mens steeds ziek en de ander nooit? Waarom is de een arm en de ander rijk? Waarom wordt de hele wereld geteisterd door een plaag die geheel onverwacht kwam opdagen en die zoveel onrust, eenzaamheid en tragedies teweegbrengt?

     

    Het ‘Lotenfeest-Poerim’ toont ons dat we enerzijds steeds moeten strijden en bestrijden, maar dat ook aanvaarding van vitaal belang is. De waaromvraag is begrijpelijk, maar aanvaarding zonder te begrijpen, is ook van onmetelijk belang en essentieel in ons leven. Soms willen mensen alles begrijpen en als ze het uiteindelijk niet snappen, accepteren ze het niet. Ze komen innerlijk in opstand. Poerim, het Lotenfeest, geeft aan dat de mens eerst moet accepteren en daarna gaat hij kijken of het te verklaren is en hoe e.e.a. opgelost kan worden. Aanvaarding van wat wij niet kunnen begrijpen, maakt het leven aanzienlijk makkelijker.

     

    Vandaag is het dus Poerim in bijna de hele wereld, want in ons aller Jeruzalem wordt zondag Poerim gevierd omdat Jeruzalem in de tijd van Jehosjoea een ommuurde stad was en daarom wordt daar Poerim pas op zondag gevierd. En als u dus op Poerim de rol van Esther heeft gelezen en u wilt op Sjoesjan Poerim even genieten van een gezellig, vrolijk en een beetje leerzaam Poerimfeest, ga dan zondag om 14:00 uur achter uw computer en klik op https://youtu.be/6i3tuz6jy1c

     

    Overigens ben ik wel een beetje teleurgesteld dat er een foto vandaag in het NIW staat waarop ik met mijn nieuwe schattige teckel sta. De foto is prima, teckel staat er mooi op, maar het onderschrift klopt echt niet. Ik heb teckeltje niet in huis genomen als excuushondje, zoals NIW suggereert, maar ten eerste vanwege mijn liefde voor huisdieren en om ook na het ingaan van de avondklok pastorale bezoeken te kunnen afleggen omdat ik alleen niet naar buiten mag, maar met teckeltje wel.

     

    Lechajim, Lechajim: op het leven, op onze gezondheid, ook als wij dat leven al veel te lang niet kunnen plaatsen! En mocht u het even niet zien zitten, lees dan de Rol van Esther. Het is niet alleen geschiedenis, maar het is een psychologisch handboek hoe om te gaan met moeizame tijden.

  • Rabbinaal advies aan ministers Kaag en Blok Dagboek van een opperrabbijn

    In het deel van de Thora dat aanstaande sjabbat in alle Traditionele Synagogen ter wereld wordt gelezen staat dat Mozes de Thora uitlegde voordat het Joodse volk het land Israel zou binnentrekken (dewarim 1:5). En onze verklaarders vertellen ons dat hiermee bedoeld wordt dat Mozes de Thora vertaalde in zeventig talen overeenkomstig de zeventig volkeren waaruit de wereld bestaat. Een mooie verklaring, maar eigenlijk totaal onbegrijpelijk. Nagenoeg iedere Jood sprak toch Hebreeuws en voor die paar enkelingen die de taal niet machtig waren, moest het hele volk daaronder lijden? Een van de lessen die we hieruit halen is dat welke taal je ook spreekt, waar je ook woont, de lessen uit de Bijbel zijn er voor eeuwig, voor ieder en onder alle omstandigheden.

    Toen de vertaling van de Thora in het Grieks verscheen, eeuwen later, viel er een duisternis over de wereld. Wat was er aan de hand? Waarom duisternis? Omdat een vertaling altijd kan resulteren in een niet beoogde verklaring met alle gevolgen van dien. Sommige woorden of gedachten laten zich niet vertalen. Neem bijvoorbeeld de vertaling van ‘sjabbat’ met rustdag. Klopt die vertaling? En als die vertaling juist is, betekent het dan dat alles waarvan ik moe word niet is toegestaan want het valt onder de verboden ‘werkzaamheden’? De reinheidswetten worden vaak gekoppeld aan schoon en vies, terwijl het daarmee totaal niet van doen heeft en het beruchte ‘oog om oog, tand om tand’ heeft nog nooit binnen het Jodendom letterlijk bestaan.

    En daarom viel er een duisternis over de wereld toen de vertaling door een aantal grote Joodse Geleerden klaar was. De vertaling was zeker perfect, maar een vertaling kan leiden tot een niet beoogde verklaring en dat is gevaarlijk en dat kan dan weer tot gevol hebben: een bijna onuitroeibaar antisemitisme.

    Maar waarom heeft Mozes dan wel vertaald? Vertaling kan toch leiden tot (verkeerde) verklaring? Wat was het verschil tussen de vertaling van de Geleerden en de vertaling van Mozes?

    Tussen Mozes en de Geleerden bestond er niet echt een verschil! Klopt, maar het verschil zat in de opdrachtgever. De directe opdrachtgever van Mozes was G’d. De opdrachtgever van de Geleerden was de Griekse koning Talmi. Met andere woorden: wie of wat is de bron!

    Of dichter bij huis vertaald: wat is de drijfveer van een journalist of politicus?

    En zo wordt door de media het opkomend antisemitisme gevoed, gestimuleerd, aangewakkerd: In de ‘bezette gebieden’ wonen ‘kolonisten’. Er had ook neutraal kunnen staan: In de ‘betwiste gebieden’ wonen ‘mensen’. Door de woorden ‘bezet’ en ‘kolonisten’ te gebruiken worden de Joodse bewoners gedemoniseerd en wordt het antizionisme = antisemitisme gestimuleerd. Maar ook ten aanzien van wel/niet abortus, het ‘voltooide’ leven en nog vele andere onderwerpen die bovenaan de politieke agenda's prijken, worden meningen onbewust opgedrongen, ook door zogenaamde neutrale media. Verkeerde koppen zijn gevaarlijker dan corona. Door verkeerde koppen worden hele dorpen uitgemoord, vallen er veel meer slachtoffers dan nu als gevolg van corona. Dat we nu over sociale media beschikken is zeker een zegen. Maar verkeerd gebruik van media kan in een vloek ontaarden.

    Om te weten of een product koosjer is, en dus geoorloofd voor consumptie door Joden, zijn producten voorzien van een koosjer stempel of sticker. Ik laat me nooit verleiden door de koosjer-stempel maar ik wil weten wie er achter die stempel zit. Welk rabbinaat heeft verklaard dat het product koosjer is. Als ik bijvoorbeeld weet dat een hulpverleningsorganisatie onder de vlag van de Verenigde Naties actief is, dan vraag ik mij in alle oprechtheid af: Is dit wel koosjer? Hetzelfde kun je jezelf overigens afvragen bij BLM. Ieder die een beetje ingevoerd is in de politiek moet dit kunnen begrijpen. Jammer dat onze ministers Blok en Kaag deze keer vergeten waren dat sommige vaandels, zoals de UAWC, de aangegeven lading niet altijd goed dekken. Het siert ze dat ze dat ruiterlijk erkenden, na indringende Kamervragen. Maar toch een (rabbinaal) advies voor de toekomst:

    Beste Excellenties: Ga niet blindelings af op de fles zelf, maar kijk wat erin zit. (De Spreuken der Vaderen) Anders verwoord: Is de inhoud wel net zo koosjer als de naam doet vermoeden?

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Rariteitenkabinet. Dagboek van een Opperrabbijn, 25 oktober 2020

    Soms lijken mijn e-mail INBOX en mijn brievenbus, waar slechts spaarzaam wat invalt,  op een rariteitenkabinet. Ik laat u meelezen in een paar e-mails en brieven die ik de laatste dagen ontving:

     

    • “Ik ben een tiener die op onverklaarbare wijze een enorme aantrekkingskracht ervaart naar uw prachtige religie. Alles in mij trekt ernaartoe”. Netjes doorgestuurd naar iemand, een Joodse dame, die ik eerst had benaderd en die ze mag bellen om al haar vragen te stellen. Ik vermoed een stuk eenzaamheid achter haar hunker naar Jodendom, of problemen thuis of inderdaad een diepreligieus gevoel. Graag wil ik haar helpen, maar ik moet wel oppassen, geen idee wie zij is, waar ze woont en hoe ze aan mijn adres komt.
    • “Mijn vader wordt volgende week 80 jaar. Mijn moeder is vorig jaar plotseling overleden en dus is vader erg verdrietig en vooral eenzaam. Ik en mijn broer wilden een mooi feest voor hem maken, maar corona heeft het onmogelijk gemaakt. U kent mij en mijn vader niet, maar vader kent u wel en leest, als gelovig christen, met belangstelling uw dagboeken. Speciaal de grappen vindt hij erg leuk. Ben ik erg onfatsoenlijk als ik u vraag om mijn vader op zijn verjaardag maandag aanstaande te bellen.” Natuurlijk ga ik bellen, al ware het alleen al om de zoon, die zich zo ontroerend inzet voor zijn vader, te ondersteunen.
    • Een brief (reguliere post bestaat dus kennelijk ook nog!) uit Duitsland aan “the relatives of Carolina Fronica A Jacobs de Leeuw”. Wat die A erin doet weet ik niet, maar dit is dus mijn moeder die 8 jaar geleden op 97-jarige leeftijd is overleden. Afzender is Conference on Jewish Material Claims Against Germany. Mijn vader, die 20 jaar geleden op 82-jarige leeftijd is overleden, heeft, zo staat in de brief, recht op €1539,00 per kwartaal. Voorwaarde is wel dat mijn vader, op het moment dat het bedrag zal worden uitgekeerd, nog in leven is. Fijn dat mijn vader op zo’n mooi bedrag recht zou hebben gehad. Misschien krijg ik over een paar jaar een brief gericht aan the relatives van mijn vader, dat mijn moeder eenzelfde bedrag zou hebben mogen ontvangen! Het geeft me in ieder geval een rijk gevoel!
    • En wat denkt u van onderstaande:

    Datum uitspraak : 19 maart 2018

    AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

    Uitspraak in het geding tussen:

    Stichting Werkgroep Behoud de Peel, gevestigd te Deurne

    apellante

    en

    Het College van gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

    verweerde

    Een grote brand eind april 2020 legde 800 van de 1200 hectare veengebeid in de Deurnsche Peel in de as. Onder leiding van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost hebben brandweer, politie en brandweer dagenlang samengewerkt onder moeilijke omstandigheden

     

    Bovenstaande kwam per reguliere post, gericht aan Het Secretariaat en dan mijn huisadres. Afzender staat nergens vermeld! Het is me niet echt duidelijk wat er nu van mij wordt verlangd. Als iemand een idee heeft: ik houd me aanbevolen!

    • En dan een verzoek van een niet-joodse historicus. Hij heeft uitgevonden dat een Joodse vrouw in de oorlog is overleden aan een natuurlijke dood. Zij zat ondergedoken en is in het geheim begraven, uiteraard op een algemene begraafplaats. De historicus heeft haar graf gevonden en verzoekt aan mij, via BenW van het dorp waar ze begraven ligt, of zij alsnog begraven kan worden op een Joodse begraafplaats. Geweldig! Ik meteen contact opgenomen met mijn Rabbinale Archeoloog. Dat is gewoon een archeoloog die Joods is en zich heeft gespecialiseerd in de halagische aspecten van dit soort klussen onder mijn rabbinale leiding. (Dat betekent dus in praktijk dat hij al het graafwerk verricht, met grote zorgvuldigheid, en ik sta erbij en geef als een van de stuurlui aan de wal hier en daar aanwijzingen en prevel de nodige gebeden.) Maar even los van dit tussen haakjes ge(mis)plaatste grapje: Wat een bijzondere klus. Wij, mijn archeoloog Drs. Leo Smole en ik, hebben echt het gevoel dat we haar thuis mogen brengen, na waarschijnlijk in het holst van de nacht, vestoken van haar familie, in groot geheim en eenzaamheid te zijn begraven en meer dan 75 jaar in volledige anonimiteit te hebben verkeerd. We beginnen aan de klus, gaan eerst nog proberen te achterhalen of er nog ergens familieleden in leven zijn en willen haar dan alsnog een waardige Joodse begrafenis geven. Uiteraard zullen de Joodse Gemeente die de eigenaar is van de begraafplaats waar zij nu verder zal mogen rusten, en Eduard Huisman, de functionaris van het NIK die belast is met alle Joodse begraafplaatsen, er zo spoedig mogelijk bij betrokken worden. Er zullen vergunningen tot herbegraving moeten zijn, een kist, transport en dan een begrafenis met het vereiste quorum van tien Joodse mannen opdat er kadiesj, het gebed voor de zielerust van de overledene, kan worden uitgesproken na al die jaren. En in een later stadium ook een waardige grafzerk waarop Leo en ik willen proberen de namen te vereeuwigen van haar famlieleden, waarvan bijna zeker het merendeel zal zijn vergast. Voor hen dus nergens een graf en van hen ook geen stoffelijke resten, verdwenen via de schoorstenen van de crematoria in het duistere gat der vergetelheid. Nu dus aan de slag! Leo en ik zijn dankbaar dat we ons hiervoor mogen inzetten.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Rijkdom en armoede

     

    ipor RCE

     

     

    Tijdens de veertig jaar in de woestijn had het Joodse volk te maken met twee soorten beproevingen: de beproeving van rijkdom en de beproeving van armoede. En beide beproevingen hadden ze nodig omdat beide beproevingen ook later, na de voorbereidingsjaren in de woestijn, voortdurend aanwezig zouden zijn, in het leven van alledag.

    Het manna viel dagelijks uit de Hemel. Het had allerlei smaken, kwam kant-en-klaar aan, ze hoefden zich geen enkele inspanning te getroosten om het te verkrijgen: het was rijkdom! Anderzijds zag het manna er iedere dag hetzelfde uit en mocht er slechts één portie per dag worden genomen. Er kon en mocht niet gehamsterd worden. Dat kon ervaren worden als armoede. Een mens wil eten in zijn voorraadkast. Ook als hij zeker weet dat er morgen weer eten aanwezig zal zijn, zolang hij het niet tastbaar en zichtbaar heeft…..

     

    Zo vergaat het ons ook in het dagelijks leven. Het gaat je goed, maar je beseft het niet. Je waant je arm en bent daardoor ook niet bereid om met anderen je rijkdom te delen, Tsedaka, liefdadigheid, zit er niet in.

    Anderzijds kan het zijn dat je onverhoopt arm bent. Je hebt inderdaad te maken met armoede en problemen, maar jij ervaart die problemen niet als een probleem. Dat manna viel inderdaad maar één keer per dag uit de Hemel, maar zo moest het kennelijk zijn.

     

    We zitten in een moeizame coronatijd. Je ziet mensen in paniek, depressief, verdrietig. De financiële zorgen stapelen zich op. Beperkingen, eenzaamheid, sommigen zien het niet meer zitten.

    Maar ik zie ook velen die het in mijn optiek erg moeilijk zouden moeten hebben, maar zij besteden geen aandacht aan hetgeen hen ontbreekt, maar concentreren zich volledig op wat ze wel hebben en ze zijn ervan doordrongen dat alles van Boven komt.

    Aan het begin van de coronaperiode was het buiten nog muisstil. Haast geen verkeer. Die stilte kan depressief werken. Maar ik herinner mij een ietwat oudere vrouw die juist genoot van die serene stilte, van de rust, van het geluid van de vogeltjes.

     

    Was het manna rijkdom of armoede? Het antwoord is: beide! Hetzelfde manna werd door de een als armoede gevoeld en de ander herkende de rijkdom erin.

    Zo ook vergaat het ons speciaal in deze coronaperiode: we maken allen min of meer hetzelfde mee, dezelfde beproeving. En toch zien we gigantische verschillen in de beleving. Wat de een als armoede ervaart, voelt voor de ander juist als rijkdom.

    De les is duidelijk!

    I

                         

    Inter Provinciaal Opper Rabbinaat

    Postbus 7967, 1008 AD Amsterdam T 020 3018495  E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

    Het Rabbinaat omvat: Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland,

    Noord-Holland (m.u.v. Amsterdam), Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg

  • rooster Jeshivas Pensionariem ‘Shoshanas Ja’akov' en Rabbijnen NL

     

     

    datum

    Lokatie

    tijd

    spreker

    onderwerp

    Zondag

    11 oktober

     

     

     

     

    Maandag 12 oktober

    JCC & Zoom

    10:00 – 11:00

    Rav D. Stern

    De mondelinge Thora

    JCC & Zoom

    11:00 – 12:00

    Dr. E.D.E. Bialoglowski

    Gemara massechet Berachot

    Dinsdag 13 oktober

    Zoom

    10:00 – 11:00

    Rav S. Katzman

    Tanya hoofdstuk 1

    Zoom

    20:00 – 21:00

    Rav J. Vorst

    Pirke Avot

    Woensdag 14 oktober

    JCC & Zoom

    9:30 – 10:15

    Rav L.B. van de Kamp

    Megilat Esther met Malbim

    JCC & Zoom JCC & Zoom

    10:15 – 11:15

    11:15 – 12:15

    Dhr W. van Dijk Rav Y.U. Dunner

    Hoera, ik voel mij ongelukkig Gemara massechet Baba Kama

    Donderdag 15 oktober

    Zoom

    20:00 – 21:00

    Opperrabbijn B. Jacobs

    Het laatste woord van de Thora

    Zoom

    21:00 – 22:00

    Rav M. Stiefel

    Waarom de Thora met de letter Bet begint en andere inspirerende gedachten over Parshat Bereshiet

    Vrijdag

    16 oktober

    Zoom

    11:00 – 12:00

    Rav. A. Plancey

    Parshat Hashawoe’a

  • Rooster Shiurim zondag 1- november 6 november 2020, Shoshanas Ja'akov en Rabbijnen nl

    ד”בס

    In de week van zondag 1 november tot en met vrijdag 6 november a.s. vinden de volgende sjioerim Jeshivas Pensionariem ‘Shoshanas Ja’akov’ en Rabbijnen NL plaats

     

    datum

    Lokatie

    tijd

    spreker

    onderwerp

    Zondag

    1 november

    Zoom

    11:00 – 11:45

     

    20:00 – 21:00

    Dhr W. van Dijk

     

    Rav S. Katzman

    Hoera, ik voel mij ongelukkig

     

    Ramban op de Parasja

    Maandag

    2 november

    JCC & Zoom

     

    JCC & Zoom

    10:00 – 11:00

     

    11:00 – 12:00

    Dr. M. Bloemendal

     

    Dr. E.D.E. Bialoglowski

    Wajera: 3x engelen, wat zijn dat eigenlijk?

     

    Gemara massechet Berachot

    Dinsdag

    3 november

    Zoom

    10:00 – 11:00

    Rav S. Katzman

    Tanya hoofdstuk 3

    Zoom

    20:00 – 21:00

    Rav J. Vorst

    Pirke Avot

    Woensdag 4 november

    JCC & Zoom

    9:30– 10:15

    Drs. J.N. de Leeuwe

    Gemara Massechet Sanhedrin 91a+b

    JCC & Zoom JCC & Zoom Zoom

    10:15– 11:15

    11:15 – 12:15

    20:00 - 21:00

    Rav S. Katzman

     

    Rav Y.U. Dunner

     

     

    Rebbetsin S. Katzman

    Awraham, de eerste Jood?

     

    Gemara massechet Baba Kama

     

     

    Aan de keukentafel met… mevr. Shoshana Nass-Krammer

    Donderdag 5 november

    Zoom

     

    Zoom Zoom

    10:00 – 11:00

     

    20:00 – 21:00

    21:00 – 22:00

    Rav P. Padwa

     

     

    Opperrabbijn B. Jacobs

    Rav M. Stiefel

    Kashrus of oils and fats in preparation for Chanuka

     

    De eerste drie Sidrot

     

    De wetten van Thora leren, deel 3

     

     

     

     

     

     

    Zoomcode: 83241230157 Facebook.com/RabbijnenNL YouTube.com/TorahNL

     

    Met vriendelijke groet, gut shabbes

     

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

  • Rooster Shiurim zondag 8 november - 13 november 2020, Shoshanas Ja'akov en Rabbijnen nl

    Tot nadere aankondiging zullen alle sjioeriem via zoom plaatsvinden

     

    datum

    Lokatie

    tijd

    spreker

    onderwerp

    Zondag

    Zoom

    10:00 – 11:00

    Rav J.B. Serfaty

    Parsjat Hasjawoea

    8 november

     

     

     

    Meeting ID 88613947530 Password 2020

     

     

    11:00 – 11:45

    Dhr W. van Dijk

    Hoera, ik voel mij ongelukkig

     

     

    20:00 – 21:00

    Rav S. Katzman

    Ramban op de Parasja

    Maandag

    Zoom

    10:00 – 11:00

    Opperrabbijn B. Jacobs

    Gastvrijdheid

    9 november

    Zoom

    11:00 – 12:00

    Dr. E.D.E. Bialoglowski

    Gemara massechet Berachot

     

     

    20:00 – 21:00

    Rav M. Frankenhuis

    De halachot van een kosjer mikwe en de diepere achtergrond

    Dinsdag

    Zoom

    10:00 – 11:00

    Rav S. Katzman

    Tanya hoofdstuk 4

    10 november

    Zoom

    20:00 – 21:00

    Rav J. Vorst

    Pirke Avot

    Woensdag

    Zoom

    9:30– 10:15

    Rav L.B. van de Kamp

    Megilat Esther met Malbim

    11 november

    Zoom

     

    Zoom

    10:15– 11:15

     

    11:15 – 12:15

    Rav I. Vorst

     

    Rav Y.U. Dunner

    Wajecheeloe-en zij aten. Werkelijk of schijnbaar? Met of zonder mosterd? Gemara massechet Baba Kama

     

    Zoom

    20:00 – 21:00

    Rebbetsin S. Katzman

    Aan de keukentafel met… mevr.

     

     

     

     

    Esti Grossbaum-Van Halem

     

    Zoom

    21:00 – 22:00

    Opperrabbijn B. Jacobs

    Kitsoer Sjoelcah Aroech

    Donderdag

    Zoom

    10:00 – 11:00

    Opperrabbijn R. Evers

    Medisch onderzoek bij embryoachtige

    12 november

     

     

     

    structuren en operaties aan het DNA bij

     

     

     

     

    embryo’s vanuit Joods perspectief

     

     

    Zoom

     

    20:00 – 21:00

     

    Rav M. Stiefel

    (Halacha en Hasjkafa/Filosofie)

    De wetten van de 39 verboden

     

     

     

     

    werkzaamheden van Sjabbat (deel 1)

     

    Zoom

    21:00 – 22:00

    Rav A. Plancey

    Parsjat Hasjawoea

    Vrijdag

    13 november

     

     

     

     

    Zoomcode: 83241230157 Facebook.com/RabbijnenNL YouTube.com/TorahNL

     

    ד”בס

     

    Thema Opperrabbijn R. Evers – sjioer donderdag 11 november 2020

     

    MEDISCH ONDERZOEK BIJ EMBRYOACHTIGE STRUCTUREN EN OPERATIES AAN HET DNA BIJ EMBRYO'S VANUIT JOODS PERSPECTIEF (HALACHA EN HASJKAFA/FILOSOFIE)

     

    Hierbij beantwoorden we de volgende vragen en behandelen we de onderstaande casus:

     

    Voor de uit stamcellen gekweekte entiteiten die (een deel van) de embryogenese afbeelden worden verschillende termen gebruikt: ‘synthetische embryo’s’, ‘embryomodellen’, ‘embryoachtige structuren’. Welke term heeft de joodse voorkeur en waarom?

    • Er zijn verschillende definities van een(menselijk) embryo. Hoe zou het jodendom een embryo definiëren?

    • Zijn ‘embryoachtige structuren’ volgens het Jodendom “embryo’s”? Waarom (niet)?

    • Veel mensen zijn het erover eens dat levende wezens een zekere mate van beschermwaardigheid toekomt. Welke overwegingen zijn relevant voor het bepalen van de relatieve beschermwaardigheid van verschillende levende wezens, waaronder de mens?

    • Vindt het Jodendom dat bij IVF overgebleven embryo’s (zogenoemde restembryo’s) mogen worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek?

    • Vindt het Jodendom dat menselijke embryo’s speciaal tot stand mogen worden gebracht om als onderzoeksmateriaal te dienen?

    • Vindt het Jodendom dat ‘embryoachtige structuren’ voor wetenschappelijk onderzoek mogen worden gemaakt?

    • Het is onduidelijk of ‘embryoachtige structuren’ wel/niet embryo’s zijn in de zin van de Nederlandse Embryowet. Hoe moeten we omgaan met de onzekerheid daarover: moeten we ze als embryo’s beschouwen zolang het tegendeel niet vaststaat? Of omgekeerd: mogen we ze als niet-embryo’s beschouwen zolang onduidelijk is of ze onder de wettelijke definitie van een embryo vallen?

    • Een mogelijke manier om ze met zekerheid buiten de huidige wettelijke definitie te houden is het inbouwen van een gen-variant die maakt dat ze niet-levensvatbaar zijn.

      Zou het standaard inbouwen van zo’n beperking aanvaardbaar/gewenst zijn?

    • Wat vindt het Jodendom van de implicatie van de huidige wettelijke definitie, dat niet-levensvatbare embryo’s bij voorbaat geen embryo’s zijn en dus buiten de reikwijdte van de beschermingsdoelstelling van de wet vallen?

    • Wat vindt het Jodendom van de voorwaarden die in de Nederlandse Embryowet aan onderzoek met menselijke embryo’s worden gesteld?

    • Welke specifieke voorwaarden (if any) zouden volgens het Jodendom moeten worden gesteld aan het maken/gebruiken van ‘embryoachtige structuren’ voor wetenschappelijk onderzoek?

       

      BEHANDELING CASUS

       

      Casus: Een stel waarvan één partner de ziekte van Huntington heeft, heeft een kinderwens. De kans dat hun kind de ziekte van Huntington krijgt, is 50%. Als zij dit willen voorkomen, hebben zij nu twee mogelijkheden:

       

      • op natuurlijke wijze zwanger worden en daarna prenatale diagnostiek uitvoeren met eventueel abortus als het kind aangedaan is,

         

      • een IVF-traject met PGD (embryoselectie), waarbij de embryo’s getest worden en alleen als er een gezond embryo is, dit teruggeplaatst wordt in de baarmoeder.

     

    Een optie die nu nog niet beschikbaar is, maar mogelijk minder belastend is, is het aanpassen van DNA bij hun embryo.

     

    De vraag is: Als het mogelijk zou zijn, is in dit geval het aanpassen van embryo-DNA toegestaan en waarom? Welke onderliggende waarden vanuit de joodse levensbeschouwing spelen hierbij een rol ?