Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Ik voelde me een koorddanser, zonder hoogtevrees. Dagboek van een Opperrabbijn 2 februari 2021

    Het begint weer normaal druk te worden: afspraken, vergaderingen en contacten met rabbijnen in het buitenland. Een serieus geval van gioer, toetreding tot het Jodendom, van een jong echtpaar dat in het buitenland woonachtig is. Ik was al door de nodige lokale rabbijnen benaderd over dit ‘geval’, maar een ontmoeting is niet mogelijk vanwege ‘u begrijpt wel, social distance’. De aanbevelingen zijn absoluut zeer goed, maar ik ga geen enkele stap ondernemen richting een afronding van het gioer-proces tot ik met eigen ogen en oren de situatie en dus vooral de oprechtheid heb geconstateerd. En dus heb ik twee uitgebreide levensverhalen op schrift tot me moeten nemen. In totaal achtentwintig A4-tjes leeswerk. Ik kreeg ook bericht dat er een boek was verschenen over onderwijs waaraan ook ik heb meegewerkt. Laat ik nou gedacht hebben dat ik een van de weinige auteurs was, maar vandaag zag ik dat ik een van de honderdveertig schrijvers was!  Er is ook nog een ander boek in de maak, maar daar zullen zeker geen 140 auteurs aan verbonden zijn. Ik moest even mijn korte cv aangeven dat voor of achterin dat andere boek zal verschijnen. Vandaag had ik kennelijk wat met boeken en schrijven. Los van de boeken waaraan ik een bijdrage heb geleverd, schreef ook nog een directeur van een Overheidsinstantie in een artikel van hem een quote van mij. Pro forma vroeg hij mijn instemming, hetgeen ik zeer waardeerde. Want, en dat kwam ik vandaag toevallig een paar keer tegen, het is steeds een balanceren tussen diverse manieren van ‘vertalen’. Steeds moet ik wat ik schrijf, zeg en zelfs denk vanuit diverse invalshoeken bekijken. Laat ik iets duidelijker zijn: als ik vermeld dat de zon schijnt, dan valt daarover weinig te discussiëren. Maar als ik zeg dat het koud is, dan kan ik daarover worden aangevallen. Er kan een ingezonden reactie komen die zegt dat het warm is, maar dat Jacobs omdat hij tegen koud weer is, speciaal warm koud noemt omdat x, y of z. Met andere woorden moet ik steeds mijn woorden op een weegschaaltje leggen, want één verkeerde opmerking en ik krijg een kanonnade over me heen. Wat ik nu neerschrijf klinkt, denk ik, negatief. Ik moet steeds me anders voordoen dan ik ben. Maar dat is niet zo, want ik ben van nature geen zwart-wit denker. Ik ben steeds aan het afwegen en probeer steeds alles vanuit meerdere invalshoeken te bekijken zonder voor mezelf een vooringenomen standpunt in te nemen, waarbij ik me er ook rekenschap van moet geven dat wat ik zeg ook vertaald kan worden als het standpunt van de gehele Joodse gemeenschap. Is mijn mening de mening van Joods Nederland? Ik denk het niet, maar het kan wel, als het tegenstanders uitkomt, die vertaalslag krijgen en dus mag ik niet redeneren dat de ander gek is, maar zal ik me in de gedachtewereld van de andere moeten verplaatsen. Twee voorbeelden van vandaag. Voor www.cip.nl schrijf ik drie keer per week Rab&Rik. Aan de hand van de Sidra van de week, de wekelijkse lezing uit de Thora, schrijf ik gedachten, levenslessen. Aan het eind worden er dan door Rik (de hoofdredacteur van de site) twee vragen gesteld die ik, Rab, dan beantwoord. Vandaag kreeg ik als vraag waarom vrouwen geen rabbijn kunnen worden. Ik gaf in eerste instantie een naar ik meende bevredigend antwoord, maar Rik ervaarde het toch als een vorm van negatieve uitsluiting. Nou kan ik dus denken dat Rik gek is, maar ten eerste is dat niet zo en ten tweede lost het niets op om zo te denken. Ik zal dus veel dieper in zijn huid moeten kruipen om ‘mijn’ antwoord te geven in ‘zijn’ taal. Wat dat antwoord is heb ik nog niet uitgewerkt, maar zo zit ik dus in mekaar. Een ander stukje van koorddansen was een discussie per telefoon over de vraag in hoeverre mijn contacten in de christelijke wereld verstandig zijn. ‘U moet uzelf niet te veel inlaten met die Christenen, want dat schaadt uw imago. Niet iedereen binnen Joods Nederland kan dat waarderen.’ Ik ben van mening dat wij in Nederland een harmonieuze samenleving hebben met als motto (althans dat zou het motto moeten zijn) ‘eenheid in diversiteit’, een moderne vertaling van ‘multiculturele samenleving’. Juist omdat het gevaar van polarisatie op de loer ligt is het van belang om coalities te sluiten, zeker ook met de Islamitische gemeenschap waarmee ik langzaam maar zeker ook in contact kom. Ik ben van mening dat dit soort coalities van belang zijn voor Joods Nederland en dus zet ik me daarvoor in. Maar natuurlijk zijn er christenen die het contact met mij uitsluitend willen hebben met als verborgen agenda ‘bekering’. Maar die agenda heeft niet iedere christen. Gelijk ook niet iedere Islamiet Israël de zee wil indrijven. Betekent dat dan dat ik naïef mijn ogen moet en mag sluiten voor haatdragend antizionisme dat antisemitisme pur sang is? Betekent dat dan dat ik denk dat bekeringsdrang dat onze voorouders o.a. op de brandstapels heeft gedreven niet meer bestaat? Vandaag was echt zo’n balanceer-dag, ik voelde me een koorddanser, maar wel een zonder hoogtevrees.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ik was niet bij de Auschwitz Herdenking. Dagboek van een Opperrabbijn 4 februari 2021

    Mijn 60+ sjioer had ik netjes voorbereid, alleen werd er gestoord door mijn echtgenote. Klinkt niet vriendelijk en een beetje aanvallend, maar het was mijn fout. Mijn Blouma kreeg visite, hetgeen ik wist, maar ik realiseerde me niet dat dan haar gesprek als een stoorzender werkt voor de toehoorders van mijn onlinecursus. Conclusie: meer alertheid en afstemmen, juist nu wij, en met ons zeer veel anderen, veel meer samen zitten en veel meer op elkaar zijn aangewezen dan in pre-Coroniaansche tijden. En dus heb ik meteen gecontroleerd hoe haar programma vandaag zou zijn. Want ik heb een interview met twee docenten uit het VO die aan hun leerlingen iets willen vertellen over Jodendom. En mijn echtgenote zal ik de vanaf vandaag t/m zondag min of meer (ik vermoed meer) moeten missen want de jaarlijkse Kinus Shluchot staat op het programma. Even uitleg. Gelijk alle Lubavitscher Shluchim (rabbijnen die vanuit een chassidische benadering opereren en outgoing zijn) een keer per jaar in New York bijeenkomen voor een halve week ‘bijtanken’, zo ook is er jaarlijks een soortgelijke bijeenkomst voor de Shluchot, de echtgenotes van de Shluchim (mannelijk vorm van Shluchot).  Jaarlijks nemen daaraan deel zo’n 3000 dames. Maar gelijk dit jaar de bijeenkomst voor de heren online was, zo ook dit jaar voor de dames. En dus zal mijn echtgenote de komende dagen achter de computer zitten. Het programma? Bijscholing op vele fronten, topsprekers, in Engels, Hebreeuws en Frans. Mocht u geïnteresseerd zijn om even een kijkje te nemen: www.kinus.com.

     

    In het NIW van vrijdag, dat vanaf donderdag online stond, een schitterende foto van duizenden orthodoxe Joden die in Israel de begrafenis bijwoonden van een beroemde rabbijn. Die foto is prachtig, maar de boodschap erachter triest en slecht. Er wordt totaal geen rekening gehouden met social distance, mondkapjes en het verbod van samenscholing. Ik heb hiervoor geen goed woord, maar, zet u schrap, er zijn ook duizenden en duizenden ultra-orthodoxen (ik ben tegen dit soort betitelingen omdat het polariseert) die zich wel braaf houden aan alle regels. Ik weet dat bij mijn kinderen in Montreal, die daar in een zeer grote Joodse wijk wonen, al bijna een jaar geen synagoge meer open is en scholen dan weer open en dan weer dicht zijn. Mijn dochter is directeur van een grote rijks gesubsidieerde kleuterschool in die wijk en als we haar per whatsapp spreken (in haar pauze) en ze zit op haar werk kunnen we haar nauwelijks herkennen want ze draagt een mondkapje en een scherm. Maar van de tienduizenden ultra-orthodoxen die zich wel strikt aan de regels houden zijn er uiteraard geen foto’s voorhanden! Terug naar ons eigen land: gisteren was in het journaal een verslag van de Auschwitz herdenking. En prompt ben ik verwijtend benaderd, van verschillende kanten, met de vraag waarom ik daar niet aanwezig was. ‘U had daar moeten zijn!’ Mijn antwoord: Klopt, maar ik had geen uitnodiging ontvangen. En dus vandaag in de telefoon geklommen om herhaling te voorkomen. Wat er een beetje speelt is het volgende. In het (bijna grijze) verleden zag je mij nooit bij nationale herdenkingen. Niet op de Dam, niet in de Hollandsche Schouwburg, niet bij de Kristallnachtherdenking in de Snoge en niet bij de Auschwitz Herdenking. Ik zag daar voor mijn aanwezigheid geen toegevoegde waarde. Ik huppelde al van de ene naar de andere plaatselijke herdenking, waaronder de jaarlijkse herdenking Kindertransporten in Vught, Herinneringscentrum Westerbork, Kamp Amersfoort, Apeldoornsche Bosch en vele lokale jaarlijkse en eenmalige herdenkingen. Ik doe dat nog steeds, uiteraard, en zal dat absoluut blijven doen want ik voel me hiertoe verplicht en meer nog geroepen. Maar los van dat lokale ben ik steeds meer, al dan niet vrijwillig, ook landelijk actief. En dus werd ik terecht gemist bij de Nationale Auschwitz herdenking van gisteren. Ik beloof beterschap en Jacques Grishaver, voorzitter van het Auschwitz Comité, die ik dus heb gebeld en mij niet had uitgenodigd, heeft dat ook beloofd. Want uiteindelijk mogen we elkaar en staan hij en ik voor precies hetzelfde: de herinnering aan onze vermoorde familieleden levend houden (en alle Joden zijn uiteindelijk familie van elkaar, zoals de Talmoed ook vermeldt) en hen zoveel mogelijk alsnog een plaats geven in hun Nederland waar ze bruut werden weggerukt om nimmer weer te keren. Wel was ik virtueel aanwezig bij de Europese Holocaust Memorial. Kijkt en leest u zelf maar op mijn (splinternieuwe) blog:opperrabbijn.nl

  • In memoriam Manfred Gerstenfeld zl.

    ב''ה

     

    Afbeelding1

    In memoriam Manfred Gerstenfeld zl.

    “Met grote droefenis delen wij hiermee mee dat onze geliefde vader en grootvader

    Dr. Manfred Gerstenfeld vredig is overleden op woensdagavond 24 februari 2021. 

    De begrafenis zal plaatsvinden: donderdag 25 februari 2021 om 12:00 uur

    Op de begraafplaats: Kehillat Yerushalayim, Har HaMenuchot, Givat Shaul”.

     

    Een dag voor zijn overlijden, om precies te zijn om 13:03 uur, ontving ik een e-mail van zijn secretaresse:

    “Geachte opperrabbijn Jacobs,

    Manfred is zeer ernstig ziek. Hij heeft mij gevraagd om u te schrijven dat de contacten met u altijd zeer plezierig zijn geweest en dat hij graag wilde dat u op de hoogte bent van hoe zeer hij die contacten op prijs heeft gesteld. Vanwege extreme lichamelijke zwakte is hij persoonlijk niet in staat om verdere correspondentie of gesprekken te voeren.

    Met vriendelijke groeten,

    Wendy Cohen-Wierda

    Kantoor Manfred Gerstenfeld”

     

    En diezelfde dag heb ik nog geantwoord om 15:20 uur niet beseffend dat hij een dag later hij niet meer onder de levenden zou zijn:

     

    “Doet u hem mijn heel hartelijke groeten. Laat hem weten dat ik de contacten met hem, zijn opstelling, zijn keiharde en gedreven strijd tegen antisemitisme, door mij buitengewoon werden/worden gewaardeerd. Hij is echt bijna een deel van mijn identiteit geworden.

    Moge Hashem hem bijstaan en veel kracht geven.

    Met vriendelijke groetבברכת כל טוב ”.

     

    Onze band gaat heel veel jaar terug. Hij was een van mijn eerste leraren. Ik een klein kind en hij student. Hij leerde mij toen nog niet over de gevaren van het opkomend antisemitisme. Neen, hij was een van mijn eerste leraren voor Joodse les. Maar de band met Gerstenfeld gaat nog verder. Zijn vader, alom bekend als Dr. Gerstenfeld, was hoofd van de pastorale zorg van de Joodse Gemeente Amsterdam sinds 1945 en actief, zo herinner ik mij, binnen vele besturen en ook bij JMW, Joods Maatschappelijk Werk. En daar lag dan de link met Jacobs, want ook mijn opa, voor de oorlog, en mijn vader, na de oorlog, deden iets met JMW.

     

    Manfred was uit mijn zicht verdwenen en toen, out of the blue, kwam hij weer in beeld. Maar nu niet om mij de grondbeginselen van het Jodendom bij te brengen, maar om te waarschuwen over het opkomend antisemitisme in Nederland. Dr. Manfred Gerstenfeld (1937, geboren in Wenen, groeide op in Amsterdam. In 1964 emigreerde hij naar Parijs en vier jaar later naar Jeruzalem. Hij studeerde chemie, economie, milieukunde en Judaïca. Gerstenfeld adviseerde multinationals als Fiat en Ford op het gebeid van strategie en duurzaamheid. Elie Wiesel prees hem voor zijn inzicht en moed.

     

    Ja, hij werd door velen beschouwd als extreem, maar ik heb die extremiteit niet als extremiteit ervaren, maar als duidelijkheid en keiharde waarschuwing. Toen ik nog nauwelijks durfde te geloven dat antisemitisme ook in ons land niet meer tot het verleden behoort, schudde hij mij confronterend wakker. Uiteraard behield ik mijn eigen stijl want ik zat hier in Nederland en hij in Jeruzalem. Haarfijn en vlijmscherp volgde hij de Nederlandse samenleving. Ik vroeg mezelf weleens af of hij eigenlijk wel in Israel woonde en of hij inderdaad Nederland had verlaten. Tot op de millimeter observeerde hij met als enig doel: waarschuwing, alertheid, strijden tegen “kop in het zand steken”.

     

    Maar heel bescheiden werd hij na zo’n 65 jaar weer mijn leraar. In zijn boek, dat in 2010 verscheen en de naam draagt “Het Verval. Joden in een stuurloos Nederland”, heeft mijn leraar een paar woorden met de hand geschreven: בס''ד   Beste Binyomin. Ik vind het leuk om na dit interview contact te hebben. Ik wens je veel succes in je werk en minder problemen met de lastpakken. Vanuit vriendschap, Manfred”.

     

    Met zijn overlijden is niet alleen een groot geleerde vertrokken, een waakhond tegen het opkomend antisemitisme, een geliefd vader en grootvader, maar ook een stuk Joods Nederland van net voor en vooral van direct na de oorlog. Ja, hij woonde hier niet meer, maar was eigenlijk nooit vertrokken. En voor mij persoonlijk: een vriend en leraar.

     

    ת' נ' צ' ב' ה'

     

    Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

     

  • IS-fotograaf, resoluties en de burgemeester, Dagboek van een Opperrabbijn 16 november

    Vanochtend mocht ik weer een brief ontvangen gericht aan “Het Secretariaat”. Waarvan dat secretariaat “Het Secretariaat” is weet ik niet en ook de inhoud overstijgt mijn beperkte verstand. Ik laat u even meelezen: “Ds. de Reuver. Abel doodt een lam, Abel wordt zelf gedood, Kaïn wordt verjaagd. De eerste mens in de Bijbel die een dier offert, wordt zelf gedood. Genesis 1 vers 29 is het plantaardige voedsel voor de mens.” Dat weet ik dan ook weer, dacht ik na lezing. Maar een brief kan erg eenvoudig in de blauwe papier-Kliko verdwijnen, maar taarten (niet koosjer), een tiental vlaggen van Israël, bloemen en grote dozen zijn iets lastiger te verwerken. Behalve het dagelijks ritueel van e-mails lezen en beantwoorden, dagboek schrijven en zoom-cursussen voorbereiden, had ik een fotograaf op bezoek die een foto kwam nemen (dat doen fotografen wel vaker!). In mijn zoom-cursus van vorige week hadden we de mitswa, het gebod van gastvrijheid behandeld. Gastvrijheid, het ontvangen van gasten, kent twee aspecten. Het daadwerkelijk geven van een maaltijd, maar daarnaast, en Maimonides de filosoof, arts en rechtsgeleerde benadrukt dat, is er het tonen aan de gast dat hij welkom is. De gast moet zich thuis voelen, dat is een essentieel onderdeel van echte gastvrijheid. Toen de fotograaf klaar was en ik weer eens op een digitale gevoelige plaat was vastgelegd, bood ik, gastvrij als ik probeer te zijn, de man een kopje koffie aan met een oer Nederlands koekje. Hij wilde dat echter niet en dus heb ik hem netjes naar de deur begeleid en informeerde naar zijn doen en laten als fotograaf, om hem het gevoel te geven van ‘gastvrijheid’. Nou bleek hij dus jarenlang de fotograaf te zijn geweest van IS!

     

    In de gang was het redelijk schemerig waardoor hij mijn ongetwijfeld verkleurende gezicht niet kon opmerken. Camera’s om mijn huis tegen terroristische aanvallers, mondkapjes, ventilatie en 1.5 m afstand tegen corona, geweldig! Maar ik laat me fotograferen door de IS fotograaf! Gelukkig bleek die IS niets te maken te hebben met de IS. IS was de afkorting van Internationale Samenwerking, een organisatie die, via via bekostigd werd door Buitenlandse Zaken en als doel had om juiste informatie te geven over van alles en nog wat uit de internationale wereld van oorlog en politiek. Die IS bestaat inmiddels niet meer en moet mijn fotograaf als freelance-fotograaf de kost zien te verdienen, hetgeen hem, naar eigen zeggen, prima lukt. Maar op zichzelf een prima zaak dat er gepoogd werd, indirect dus via ons ministerie van Buitenlandse Zaken, om eerlijke apolitieke informatie te verspreiden. Want er wordt wat ge- en verdraaid in de politiek. De WHO, de Wereld Gezondheidsorganisatie, heeft het gepresteerd om vier uur te spreken over de Israel-Palestijnen-kwestie tijdens een corona-overleg! Deed me even denken aan dat grapje: Vraag: Wie is er schuldig? De Joden of de lantaarnpaal? Reactie: Hoezo lantaarnpaal?

     

    Maar gelukkig houden de Verenigde Naties zich wel bezig met waarvoor ze zijn opgericht, namelijk het bedrijven van politiek. Ze hebben namelijk in een van hun anti-Israel resoluties van de afgelopen week besloten dat de Tempelberg waarop de Tempel stond niet langer (ook) de Tempelberg heet, maar uitsluitend Haram al-Sharif. Onze Nederlandse vertegenwoordiging bij de VN presteerde het om voor de resolutie te stemmen evenals voor zes andere anti-Israel resoluties en onthielden ze zich van stemming bij een zevende resolutie. Ik hoop dat de Kerken, na hun indrukwekkende verklaringen, hun stem in dezen zullen laten horen, hetzij publiekelijk, hetzij achter de schermen. De Kerk moet zich zeker niet inlaten met politiek.  Maar politici erop wijzen om hun toezegging, niet mee te gaan in eenzijdige veroordelingen van Israel, gestand te doen, is niet zozeer politiek, maar meer een kwestie van moraliteit en behoort mijns inziens ook tot de taak van religieuze leiders, zeker gezien die politieke toezegging voortkwam uit een initiatief van de christelijke partijen in de Tweede Kamer.  

     

    Een onverwacht telefoontje van een burgemeester/politicus. Hij belde niet als politicus, niet als burgemeester, maar als mens. Zijn korte fluisterende maar onverbloemde boodschap luidde: “Binyomin, als je in de problemen komt, kun je op mij rekenen.” Warm en beangstigend. Ook mijn opa en oma hadden na de Duitse inval een telefoontje gekregen van (hun) burgemeester. En inderdaad heeft hij ze enige tijd met valse papieren en gesjoemel uit de klauwen van de nazi’s weten te houden. Maandenlang waren ze met een besmettelijke ziekte in het lokale ziekenhuis opgenomen, tot ook dat niet meer afdoende was…….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Isabel Gómez. Dagboek van een Opperrabbijn 18 februari 2021

    Wel of geen avondklok? De ene rechter zegt neen en de andere rechter zegt ja. Maar ook hebben de virologen verschillende meningen. Wij Nederlanders, allen Calvinistisch denkend, kunnen hier geen touw aan vastknopen. Het moet of wel of niet. Zwart of wit en grijs bestaat gewoonweg niet, dat ontkennen we gewoon. Maar de waarheid is toch echt grijs. Zolang het virus nog niet helemaal volledig in beeld is en er dus ook nog geen duidelijk afdoende oplossing is om corona uit te bannen, blijft corona een grijs gebied. Er is iets vóór de avondklok te zeggen en even zozeer vele redenen om tegen te zijn. Ik, als rabbijn, heb het hier niet zo moeilijk mee. Want ook de Halaga, de Joodse wetgeving, is niet altijd zwart-wit, maar heel vaak grijs. En als iets grijs is, kan de een dat naar het zwart vertalen en de ander richting wit.

    Gioer, toetreden tot het Jodendom, is ook erg grijs. Ja, er zijn er die de boel belazeren. Om zijdelingse motieven Joods willen worden, bijvoorbeeld om een uitkering te krijgen van de WUV – de Wet Uitkering Oorlogsslachtoffers of vanwege een Joods vriendje of vriendinnetje die je wel erg aardig vindt maar graag wil dat je omwille van hem/haar Joods wordt, maar ik heb ook redenen meegemaakt die u gewoon niet voor mogelijk zou houden.  Hoewel we toetreding echt niet stimuleren, kan het wel. En als iemand een gioer heeft ondergaan dan is hij/zij Joods, net zo Joods als een kind van een Joodse moeder. Alleen de een werd het en de ander was het, niet meer en niet minder.

     

    “Beste rabbijn. Ik hoop dat u mijn email wilt lezen. Mijn naam is, althans volgens mijn paspoort, Isabel Gómez en in 1981 ben ik als meisje van twee jaar uit Midden-Amerika naar Nederland gehaald. Ik schrijf bewust gehaald, want als mijn vader gevraagd werd hoe het hem was gelukt om mij te adopteren dan zei hij trots: Ik heb wat extra geld aan de advocaat gegeven en toen konden we haar ophalen. Dat zo’n opmerking voor mij pijnlijk was, realiseerde hij zich hij niet. Het ging om hem, want hij wilde een kind, zo voelde ik dat dan op dat moment. Mijn moeder gaf mij altijd het gevoel van een echte moeder, hoewel ik natuurlijk niet weet hoe het bezit van een echte moeder voelt. Als mijn vader kwaad was op mij, en dat gebeurde nogal eens want ik kon behoorlijk stout zijn, was mijn verweer: waarom heb je me dan gekocht? Ondanks de spanningen, die er natuurlijk ook zijn in een normaal gezin met echte kinderen, werd ik toch liefdevol opgevoed, ook door mijn vader. Mijn ouders,  hebben me een warme oprechte christelijke opvoeding gegeven en daardoor ken ik veel verhalen uit het Oude Testament uit mijn hoofd (ik noem het nu Thora) en raakte ik onder andere ontroerd door het zingen van bijvoorbeeld psalm 122. Als kind voelde ik een liefde voor Israël, voelde ik liefde voor het Joodse volk, en was Ruth mijn voorbeeld. Ik heb vaak gebeden: G’d, wilt u ook mijn G’d zijn? Mag ik bij Uw volk horen? Onbewust deed het me pijn toen ik leerde dat de Joden het hadden afgedaan omdat ze ……. Ik ben nu 42. Na mijn scheiding klonken de woorden van Ruth steeds luider in mijn hoofd: Uw volk is mijn volk, en Uw G’d is mijn G’d. Ik wilde erbij horen. Ik deed een DNA test om iets te kunnen vinden over mijn biologische familie en stilletjes hopend dat er ‘iets Joods’ uit zou komen. En inderdaad: ik had Joods DNA! Het dubbeltje was gevallen. Ik ben op weg naar huis, terug naar mijn roots. Rabbijn Jacobs, helpt u mij alstublieft…”

     

    Gioer is een moeizaam proces. Vaak hoor ik vanuit de Joodse gemeenschap roepen: ze zijn dan wel uitgekomen, maar toch. De nesjomme zit er niet in. Onjuist! Bij een echte gioer, oprecht gemeend en uitgevoerd door oprechte rabbijnen, mag er geen enkele discussie zijn: Joods=Joods!  Het is, nadat natuurlijk het kaf van het koren is gescheiden, voor velen een soort thuiskomen, zoals voor Isabel die het zeker gaat halen. Alvast van harte welkom! Overigens is het toetreden niet het eind van een moeizame tocht, het is het begin van een nieuwe reis.  Jood of Jodin zijn, zeker met het opkomend antisemitisme, dat alleen maar toeneemt naarmate corona langer duurt, is niet altijd even simpel. Vaak hoor ik mede-Joden zeggen als we weer eens het Uitverkoren Volk worden genoemd door de niet-Joodse vrienden: Uitverkoren? Laat de anderen maar eens uitverkoren zijn!

     

    En toch ben ik dankbaar en blij dat ik Joods ben en ik weet zeker dat dat ook zal gelden voor Isabel als ze de finish heeft bereikt en de nieuwe levensreis gaat beginnen

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Israelisch Covid-medicijn sneeuwde bekering in. Dagboek van een Opperrabbijn 7 februari 2021

    “De aandacht voor Israël neemt in veel Nederlandse Kerken toe. Toch kan het wel wat meer. De Hersteld Hervormde Kerk (HHK) heeft nu opnieuw haar visie op papier gezet. De Kerk is geroepen om antisemitisme te ontmaskeren als haat tegen de G’d van Israel”, aldus las ik in het Reformatorisch Dagblad. Aan het eind van het artikel werd van verschillende christelijke kerkgenootschappen vermeld hoe hun houding is tegenover Joden. Wat mij natuurlijk interesseerde was hun opstelling ten opzichte van het bekeren van Joden en hun mening over de vervangingstheologie. Even een korte uitleg voor mijn Joodse en minder christelijk onderlegde niet-joodse dagboeklezers: de vevangingstheologie verkondigt dat overal waar in Tenach het Joodse volk wordt vermeld, dat vervangen moet worden door ‘christenen’. Deze theologie is door de eeuwen heen de bron van zeer veel antisemitisme en Jodenvervolging geweest.  Om een interessant artikel kort samen te vatten: de diverse kerkgenootschappen hebben diverse meningen over hoe aan te kijken tegen Joden en hoe ze wel of niet bekeerd mogen/moeten worden. En die drang of wens om te bekeren zette mij zondag (nota bene de christelijke rustdag!) aan het denken. Dat de bekeringsdrang geleid heeft door de eeuwen heen tot miljoenen slachtoffers is een feit. Dat vervangingstheologie daardoor voor mij als uiterst verwerpelijk wordt beleefd, moge duidelijk zijn. Maar hoe kijk ik aan tegen een christen die mij wil bekeren? Kan ik dat accepteren? Uiteraard laat ik me niet bekeren en zal actief pogingen om bekeren te bestrijden, maar…Vind ik dat de ander het verlangen mag hebben om mij te bekeren?

     

    Wij Joden hebben het makkelijk want wij zijn van mening dat Joden op een Joodse manier de Eeuwige moeten dienen, maar niet-joden hoeven dat niet. Voor hen gelden de zogenaamde Zeven Noachidische Wetten. Als de niet-jood leeft volgens deze wetten, toch nog een heel pakket, dan is dat prima. Zal ik dan, vroeg ik mezelf af, proberen om seculiere niet-joden ervan te overtuigen om zich aan deze wetten te houden? En zal ik zo genaamde Messias belijdende Joden wijzen op hun dwaling? En mijn antwoord is dan een duidelijk ‘ja’. Maar, zo vroeg ik mezelf toen af, dan doe ik toch ook aan zending! Kijk naar Chanoeka als we publiekelijk de Menora aansteken? Dat is niet zomaar een gezellig feestje. Het heeft een duidelijke boodschap: licht brengen in spirituele duisternis! En waarom zit ik dan te zeuren als christenen ons willen bekeren?

     

    Het was een interessante en felle discussie met mezelf, maar uiteindelijk denk ik dat ik gelijk heb gekregen (een doordenkertje!). Ik ben eruit gekomen. Ik geloof, ben er zelfs van overtuigd, dat iedere gelovige christen mij graag ziet overstappen naar het christendom. Ik zal dat nooit doen omdat 1: ik mijn baantje als opperrabbijn dan kwijt ben en 2: ik als Jood zit rotsvast in mijn geloof en zal daar (helaas dus voor de zendeling) echt niet van af te brengen zijn. Maar: hoe kijk ik aan tegen die zendeling, bekeringsdrang of, ook als er geen bekeringspoging wordt ondernomen, tegen het fenomeen dat, hoewel ik nu met rust gelaten moet worden, de stellige overtuiging leeft dat ik uiteindelijk het “licht” zal zien.

     

    Ik kwam bij mezelf tot de conclusie dat ik hiermee geen moeite heb. Ieder mens mag denken en geloven zoals hijzelf wil. Ieder mens mag van mij ook denken dat zijn manier van leven de juiste is en de ander fout zit. Maar op het moment dat zijn geloof ruimte geeft of oproept om de andersdenkende te doden, om te kopen met geld of geestelijk te chanteren, dan wordt het voor mij onacceptabel.

    Overigens werd de bekering volledig ingesneeuwd door het bericht in de media dat er twee medicijnen zijn ontdekt in Israel die corona patiënten schijnen te genezen. Geen vaccins dus, maar geneesmiddelen. Het FD spreekt van een “gamechanger”. Ik hoop van harte dat zeer snel zal blijken dat het inderdaad werkt en daarmee voor een gigantische mondiale doorbraak zal zorgen.  Geweldig ook dat Israel dan voor die doorbraak zorgt. Geeft me een geweldig fijn en trots gevoel.  Maar het zal natuurlijk ook een prachtige gelegenheid zijn om de complottheorieën te bevestigen. Joden zijn schuldig aan corona en zie het bewijs: ze gaan nu weer smakken geld verdienen aan het geneesmiddel. Gaat het Internationale Gerechtshof in Den Haag zich hiermee ook bemoeien en komen er dadelijk invallen bij onze apotheken die niet vermelden in hun bijsluiter “made in Israel”? Want er zal vast wel een klacht over komen of een VN-resolutie omdat misschien een van de artsen die de ontdekking heeft gedaan in de ‘bezette gebieden’ woonachtig is. En zo niet dan waarschijnlijk een van de patiënten die met een van deze middelen is genezen. Of denk ik te negatief?  Want ook tegen mobiele telefoons, computers en tal van andere geneesmiddelen die van mondiale waarde zijn en ‘made in Israel’ is nooit een boycot uitgeroepen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Jarenlang stiekem met de trein

    Iemand vroeg mij hoe ik mijn dagboek maak. Ga ik ervoor zitten? Heb ik een vast tijdstip in de avond? Schrijf ik achterelkaar door? Hoeveel uur staat ervoor en heb ik nog wel genoeg om te schrijven? Ik vermoed dat mijn dagboekschrijverij vergeleken kan worden met de schrijver van de oudejaarsconference. Ik denk dat de acteur het hele jaar dag en nacht een antenne uit heeft staan, waarneemt en opschrijft en dan enige weken voor Oudejaar hij alle aantekeningen uitwerkt.

    Ik doe het ook zo. De hele dag door staat mijn antenne uit (of moet ik zeggen de antenne staat aan?) en meteen noteer ik wat ik denk dat zou passen in het dagboek. En tot mijn stomme verbazing zijn er voortdurend gebeurtenissen, gedachten, confrontaties die wellicht in het dagboek van morgen passen. En dan ’s avonds laat of ’s morgens vroeg aan de computer in mijn rabbinaatskamer, bestaande uit niet meer dan 1 vierkante meter van onze gewone woonkamer en op afstand een secretaresse/assistente die waar nodig overneemt.

    De politie wil liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer.

    Het gebeurt regelmatig dat ik mensen ontmoet die ik ergens in den lande Joodse les heb gegeven. Toen ik namelijk pas in Nederland was gaf ik twee dagen per week Joodse les aan kinderen in de Mediene(Joodse gemeenschap buiten Amsterdam). Vijf jaar lang ben ik iedere zondag naar Leeuwarden gegaan met de trein. Dat kon toen nog want heden ten dage wil de politie liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer vanwege veiligheid. Anno 2020, 75 jaar na de bevrijding!

    Maar ook in Neede gaf ik Joodse les, en in Winterswijk, Breda, Roosendaal, Zwolle, Aalten, Baarn en natuurlijk in mijn vaste standplaats Amersfoort. Recentelijk heeft een van mijn oud-leerlingen een hoge positie gekregen binnen de gezondheidszorg. Hij had me ook advies gevraagd hoe hij zich het best kon opstellen bij de sollicitatie, alsof hij nog de leerling van 8 jaar was! Zo’n hernieuwd contact is leuk. Maar ik kom uiteraard ook mensen tegen ‘van vroeger’ met wie ik aanvaringen heb gehad. We stonden soms fel tegenover elkaar, omdat hij bestuurder was en ik rabbijn. Er behoort een natuurlijke spanning te zijn tussen rabbijn en bestuurder. Dat houdt beiden scherp en is dus mijns inziens goed. Maar escalatie is niet zeldzaam en ontaardt van tijd tot tijd in een conflict tussen rabbijn en leek.

    Inmiddels weet ik dat ook in niet-joodse kringen predikanten, bisschoppen en ook imams niet onbekend zijn met dit soort spanningen. Ik heb in de loop der jaren een aantal escalaties meegemaakt. Ik durf mezelf op dit terrein dan ook een ervaringsdeskundige te noemen. Overigens heb ik juist door het overleven van dit soort toestanden anderen die in soortgelijke situaties waren beland kunnen helpen, ook nog recentelijk.

    Een paar dagen geleden ontmoette ik zo’n conflicterende bestuurder van decennia geleden. Ik denk dat wij beiden beseffen dat verleden tot het verleden behoort en dat nu het vandaag speelt. Hij is geen bestuurder meer van een Joodse Gemeente en ik ben gewoon rabbijn gebleven. En dus is de grond van de spanning van toen niet meer aanwezig en hebben we prima contact. We zitten zelfs samen in een Raad van Toezicht en zullen elkaar helpen waar nodig. En het verleden? Is niet vergeten, maar wel vergeven.

    Even een aardige anekdote die in mij opkwam toen ik deze bestuurder van toen ontmoette: Er werd van mij verlangd dat ik eens per week van Amersfoort met de auto naar Aalten reed, van Aalten naar Winterswijk en dan daartussen door ook nog even les in Neede bij een familie thuis. Nog recentelijk heb ik de Needense ouders, die inmiddels in Enschede wonen, bezocht. In die tijd waren de wegen in die omgeving verre van ideaal. ’s Avonds slecht zicht, bomen aan weerskanten. Tel daarbij op dat ik vermoeid was van het geven van de lessen. Dat ik in de winter verkleumde van de kou omdat in de sjoel van Aalten de kachel werd aangestoken als ik de les begon en het dus bij vertrek pas warm was.

    En dus kwam ik op het volgende idee: ik neem vanuit Amersfoort de sneltrein naar Apeldoorn. Vanuit Apeldoorn de boemeltrein naar Lichtenvoorde. Niet ver van het station van Lichtenvoorde was een garage die ook een taxibedrijf had. Ze waren bereid mij wekelijks bij de trein op te halen. Ik reed de chauffeur naar de garage terug, reed naar Aalten, Winterswijk en Neede. Daarna weer naar Lichtenvoorde om de auto terug te brengen. Kosten? Trein + huurauto Fl. 70,00. Briljant, dacht ik. Ik zou dan een uur langer onderweg zijn, maar qua vermoeidheid en veiligheid veel beter. En bovendien: Fl.10,00 goedkoper dan de vergoeding die ik kreeg voor de gereden kilometers. Ik enthousiast naar mijn werkgever/bestuurder. Besparing van fl.10,00 per week! Ik was weliswaar een uur langer onderweg, maar ik werd per dag betaald, dus wat salaris betreft geen verschil.

    Maar tot mijn stomme verbazing werd mijn voorstel afgewezen. Reden: als ik gebruik maak van de trein moet ik ook de bus gebruiken. Een huurauto behoorde niet tot de mogelijkheden. Ik probeerde nog uit te leggen dat het op deze manier veiliger zou zijn, beter voor de lessen omdat ik minder moe zou zijn en fl.10 goedkoper! Het bestuurlijke neen bleef overeind. Ook mijn argument dat de busverbindingen daar dermate slecht waren dat ik niet alle leerlingen na vier uur (einde van de school) en zeven (bedtijd) kon bereiken, werd niet geaccepteerd. En wat heb ik gedaan? Jarenlang stiekem met de sneltrein, boemeltrein en taxi en fl.80, 00 gedeclareerd zodat ze dachten dat ik met eigen auto de kilometers had afgelegd. Niet helemaal koosjer dus, wel veiliger en inmiddels meer dan 40 jaar geleden en dus verjaard.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Joods worden is géén geneesmiddel. Dagboek van een Opperrabbijn van 6 april 2021

    Pesach zit er weer op. Acht dagen helemaal weggeweest van de gewone dagelijkse sleur. Nou ja sleur? Over afwisseling heb ik nooit te klagen gehad. Maar toch. Die acht dagen Pesach werden door mij gevoeld als een prachtig onbewoond eiland. Als ik terugdenk: wat een rijkdom, wat een geschiedenis, wat een ‘met jezelf bezig zijn’. Maar dan niet ‘met jezelf bezig zijn’ om jezelf te promoten en/of je bezittingen uit te breiden. Neen! Aan jezelf werken aan dat ongerezen matze gevoel, bescheidenheid, jezelf kunnen wegcijferen en tegelijkertijd er duidelijk zijn met al je capaciteiten wanneer er op jou een beroep wordt gedaan.

    Vanuit Canada, Toronto, ben ik benaderd met het verzoek zitting te nemen in de Advisory Board van een mondiale organisatie die de strijd gaat aanbinden tegen antisemitisme en tegen iedere andere vorm van discriminatie, bijvoorbeeld in China. En tegelijkertijd wil die organisatie waar mogelijk Israël bijstaan in de strijd tegen BDS. Vandaag met de oprichter van deze organisatie een Zoom gesprek gevoerd. Het ziet er interessant uit. Ik moet nu een CV opsturen en een professionele foto voor als dadelijk de organisatie aan de pers wordt getoond. ‘

     

    Ook nog een livestream gehad over Pesach met op YouTube al bijna 3300 lezers.

     

    Maar, zoals gezegd, never a dull moment. Grote zaken en kleine kwesties. Wat is groot? Wat is klein?

     

    Een telefoontje om 23:20 uur ’s avonds. Op zichzelf voor mij geen probleem. In principe moet een rabbijn dag en nacht beschikbaar zijn, maar toch. Een mevrouw die ik niet ken, in het buitenland woont maar van Nederlandse origine aan de lijn. Netjes vroeg zij of het nu schikte. Ik gaf aan dat ik met iemand in gesprek was aan de andere telefoon. Het is maar een korte vraag, gaf zij aan. “Ik ben niet Joods en wil u geen Halagische vraag voorleggen, maar een probleempje bespreken op ethisch gebied. Mijn rabbijn had mij naar u verwezen. Ik ben bezig om Joods te worden, maar mijn man staat hier niet achter. Adviseert u mij om door te gaan met de gioer – het toetredingsproces of om te stoppen?” In feite vraagt ze mij om even te beslissen voor haar, of beter gezegd om haar te adviseren, of ze wel of niet moet gaan scheiden! Onder het mom van een kort klein vraagje mag ik dus haar eventjes om 23:30 uur ’s nachts een richting aangeven! Hoe gestoord kun je het maken? En wat met haar man, vraag ik me natuurlijk af. Op mijn vraag hoe oud ze is, hoe lang getrouwd en of er kinderen uit het huwelijk zijn voortgekomen wordt netjes geantwoord. Bijna 25 jaar getrouwd en een zoon van 16 jaar die nog thuis woont. Mijn antwoord is altijd in dit soort gevallen: blijf wie/wat je bent. Maar de essentie: ik peins er niet over om een huwelijk kapot te gaan maken, want een van de twee partners wel Joods en de ander niet, maakt een complexe situatie die onhaalbaar is. Zij houdt wel sjabbat, hij niet? Zij eet wel koosjer en hij niet? Zij houdt zich wel aan de huwelijkswetten en hij niet?  Dus was mijn antwoord al heel snel: geen gioer gaan doen. En toen, zoals zo vaak bij dit soort vragen, kwam haar hele huwelijksproblematiek tot in de kleinste en meest privé-details aan de orde, om inmiddels 23:55 uur. Ze wilde in feite scheiden, van hem af.  Het Joods worden zou dan als het ware het excuus of het geneesmiddel zijn. Nou, ongeacht of deze vrouw wel of niet een eind aan haar 25-Jarig huwelijk wil maken en in het midden latend of ze wel of niet bij elkaar moeten blijven, laat ik me hier absoluut niet voor een karretje spannen. En dus liet ik haar niet uitpraten, raakte ze geïrriteerd en gaf ik aan dat ik nu het gesprek wilde beëindigen en mijn advies: lost u zelf uw huwelijksprobleem op. Als dat wel of niet gebeurd is, kunt u uw eigen rabbijn wellicht nogmaals benaderen over wel/niet toetreden tot het Jodendom. De persoon aan de andere lijn, die ik even on hold had gezegd voor een zeer kort vraagje, had inmiddels de hoorn neergelegd, begrijpelijk. En dus heb ik er twee boze mensen bij. De mevrouw die ik in het holst van de nacht niet even Joods wilde laten worden en de man die met mij in gesprek was aan de andere telefoon en die ik gewoon helemaal was vergeten.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

  • Joods worden is géén geneesmiddel. Dagboek van een Opperrabbijn van 6 april 2021

    Pesach zit er weer op. Acht dagen helemaal weggeweest van de gewone dagelijkse sleur. Nou ja sleur? Over afwisseling heb ik nooit te klagen gehad. Maar toch. Die acht dagen Pesach werden door mij gevoeld als een prachtig onbewoond eiland. Als ik terugdenk: wat een rijkdom, wat een geschiedenis, wat een ‘met jezelf bezig zijn’. Maar dan niet ‘met jezelf bezig zijn’ om jezelf te promoten en/of je bezittingen uit te breiden. Neen! Aan jezelf werken aan dat ongerezen matze gevoel, bescheidenheid, jezelf kunnen wegcijferen en tegelijkertijd er duidelijk zijn met al je capaciteiten wanneer er op jou een beroep wordt gedaan.

    Vanuit Canada, Toronto, ben ik benaderd met het verzoek zitting te nemen in de Advisory Board van een mondiale organisatie die de strijd gaat aanbinden tegen antisemitisme en tegen iedere andere vorm van discriminatie, bijvoorbeeld in China. En tegelijkertijd wil die organisatie waar mogelijk Israël bijstaan in de strijd tegen BDS. Vandaag met de oprichter van deze organisatie een Zoom gesprek gevoerd. Het ziet er interessant uit. Ik moet nu een CV opsturen en een professionele foto voor als dadelijk de organisatie aan de pers wordt getoond. ‘

     

    Ook nog een livestream gehad over Pesach met op YouTube al bijna 3300 lezers.

     

    Maar, zoals gezegd, never a dull moment. Grote zaken en kleine kwesties. Wat is groot? Wat is klein?

     

    Een telefoontje om 23:20 uur ’s avonds. Op zichzelf voor mij geen probleem. In principe moet een rabbijn dag en nacht beschikbaar zijn, maar toch. Een mevrouw die ik niet ken, in het buitenland woont maar van Nederlandse origine aan de lijn. Netjes vroeg zij of het nu schikte. Ik gaf aan dat ik met iemand in gesprek was aan de andere telefoon. Het is maar een korte vraag, gaf zij aan. “Ik ben niet Joods en wil u geen Halagische vraag voorleggen, maar een probleempje bespreken op ethisch gebied. Mijn rabbijn had mij naar u verwezen. Ik ben bezig om Joods te worden, maar mijn man staat hier niet achter. Adviseert u mij om door te gaan met de gioer – het toetredingsproces of om te stoppen?” In feite vraagt ze mij om even te beslissen voor haar, of beter gezegd om haar te adviseren, of ze wel of niet moet gaan scheiden! Onder het mom van een kort klein vraagje mag ik dus haar eventjes om 23:30 uur ’s nachts een richting aangeven! Hoe gestoord kun je het maken? En wat met haar man, vraag ik me natuurlijk af. Op mijn vraag hoe oud ze is, hoe lang getrouwd en of er kinderen uit het huwelijk zijn voortgekomen wordt netjes geantwoord. Bijna 25 jaar getrouwd en een zoon van 16 jaar die nog thuis woont. Mijn antwoord is altijd in dit soort gevallen: blijf wie/wat je bent. Maar de essentie: ik peins er niet over om een huwelijk kapot te gaan maken, want een van de twee partners wel Joods en de ander niet, maakt een complexe situatie die onhaalbaar is. Zij houdt wel sjabbat, hij niet? Zij eet wel koosjer en hij niet? Zij houdt zich wel aan de huwelijkswetten en hij niet?  Dus was mijn antwoord al heel snel: geen gioer gaan doen. En toen, zoals zo vaak bij dit soort vragen, kwam haar hele huwelijksproblematiek tot in de kleinste en meest privé-details aan de orde, om inmiddels 23:55 uur. Ze wilde in feite scheiden, van hem af.  Het Joods worden zou dan als het ware het excuus of het geneesmiddel zijn. Nou, ongeacht of deze vrouw wel of niet een eind aan haar 25-Jarig huwelijk wil maken en in het midden latend of ze wel of niet bij elkaar moeten blijven, laat ik me hier absoluut niet voor een karretje spannen. En dus liet ik haar niet uitpraten, raakte ze geïrriteerd en gaf ik aan dat ik nu het gesprek wilde beëindigen en mijn advies: lost u zelf uw huwelijksprobleem op. Als dat wel of niet gebeurd is, kunt u uw eigen rabbijn wellicht nogmaals benaderen over wel/niet toetreden tot het Jodendom. De persoon aan de andere lijn, die ik even on hold had gezegd voor een zeer kort vraagje, had inmiddels de hoorn neergelegd, begrijpelijk. En dus heb ik er twee boze mensen bij. De mevrouw die ik in het holst van de nacht niet even Joods wilde laten worden en de man die met mij in gesprek was aan de andere telefoon en die ik gewoon helemaal was vergeten.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

  • Kan ik beter zwijgen? – Dagboek van een opperrabbijn

    Het was donderdag 17 Tammoez, een vastendag. Op deze dag werd er een bres geslagen in de muren van Jeruzalem en precies drie weken later werd de Tempel verwoest. Niet eten en niet drinken. En dus was ik minder actief als gewoonlijk. Maar gelukkig hoefde ik me niet te vervelen want in de Telegraaf stond op pagina 2 en 3, de best gelezen pagina’s van een krant, een artikel over BLM. Een erg goed verhaal dat wijst op het gevaar van deze wereld hysterie. Vanwege mijn dagboek van een paar dagen geleden met als titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” ben ik door Silvan Schoonhoven, journalist van De Telegraaf, gebeld om mijn mening over de demonstraties tegen racisme te geven en word ik dus geciteerd.

     

    Ik weet van mezelf dat ik nogal scherp uit de hoek kan komen en daarom is een korte aanvulling op mijn dagboek wel verstandig. Uiteraard ben ik tegen iedere vorm van racisme. Ik ben er zo fanatiek tegen dat indien mensen aanstoot nemen aan Zwarte Piet (waarbij bij mij geen enkel gevoel van discriminatie opwelt!) mijns inziens Piet moet worden afgeschaft of minstens verkleurd (sorry voor dit wellicht ongepaste grapje dat zomaar uit mijn digitale pen schoot). Ter illustratie: zo’n half jaar geleden nam ik deel aan een expertmeeting over polarisatie in onze Nederlandse samenleving. De vraag of levensbeschouwingen kritiek mogen uiten op elkaar kwam aan de orde. Mijn stellige mening is dat kritiek mogelijk moet zijn op voorwaarde dat je de ander niet beledigt of dat je weet of vermoedt dat jouw kritiek door de ander als beledigend wordt ervaren!

     

    Een voorbeeld? Gezien mijn dagboek ook op www.cip.nl verschijnt zag ik een podcast over burgemeester Halsema. Er werd gesproken over de positie van de vrouw en er werd uitgelegd dat de vrouw werd onderdrukt ten tijde van het Oude Testament, maar dat daarin verandering kwam na het begin van het Nieuwe Testament. Zonder erop in te gaan of dit überhaupt klopt, voel ik mij hierdoor gekwetst, want de vrije vertaling hiervan luidt: Joodse mannen onderdrukten (en onderdrukken dus nog steeds!) hun echtgenotes, maar het christendom heeft hierin gelukkig verandering gebracht. Kort samengevat om ieder misverstand uit te sluiten: ik ben fel tegen iedere vorm van discriminatie!

    Toch blijf ik uitgesproken van mening dat de BLM-beweging, of de hysterie zoals ik het noem, uiterst eng is. Eng, omdat de grote meute totaal niet weet wat er aan kwalijke ideologieën aan deze fanatieke nieuwe godsdienst ten grondslag liggen.

     

    Maar nu genoeg hierover, want ik breng dit onderwerp hier alleen te berde vanwege een telefoontje uit de Joodse Gemeenschap van een kundige, eerlijke en oprechte bestuurder. Hij belde mij en maakte mij zijn zorg kenbaar over de strekking van mijn dagboek met de titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” en over mijn quote over BLM in de Telegraaf van vandaag. Doordat ik zo uitgesproken tegen de antidiscriminatie-beweging schrijf, zou dat ertoe kunnen leiden dat t.z.t. mijn opstelling de vertaalslag zou kunnen krijgen dat ik, en dus ‘wij Joden’, vóór discriminatie zijn. En om dat mogelijke misverstand te voorkomen doe ik er beter aan om te zwijgen over dit gevoelige onderwerp. En dus heb ik vandaag zitten puzzelen bij mijzelf en vroeg mezelf af of het juist is om te zwijgen als mijn verstand en mijn geweten mij oproepen om demonstratief te waarschuwen?

     

    Aanstaande sjabbath lezen we uit de Thora de geschiedenis van Pinchas (numeri 25:11). Ik ga ervan uit dat u de geschiedenis kent. Pinchas had keihard ingegrepen en Zimri met zijn Moabitische gedood vanwege de verboden relatie die ze waren aangegaan. Niet iedereen kon zijn keiharde duidelijke optreden waarderen en dus ontstonden er roddels en afkeurende geluiden. Was het juist dat Pinchas zo keihard was opgetreden? Werd hij misschien gedreven door onzuivere belangen?

     

    Tot twee keer toe laat de Thora ons weten dat Pinchas de kleinzoon was van Aäron de Hoge Priester. Waarom moet die afstamming vermeld worden, het ware toch genoeg geweest als alleen zijn vader vermeld zou zijn? Het antwoord luidt: Pinchas was een en al naastenliefde gelijk zijn grootvader Aäron. Maar vanwaar dan dat harde optreden? Om te tonen dat juist vanuit liefde soms keihard moet worden gehandeld, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

     

    Ja, het ware misschien vriendelijker geweest indien ik niet zo duidelijk mijn grote zorg richting BLM had kenbaar gemaakt. Vriendelijker: ja! Maar soms is juist vanuit liefde duidelijkheid een vereiste. En dus waardeer ik het telefoontje met de goedbedoelde waarschuwing, maar ik neem mijn woorden niet terug. Uit liefde voor de brede samenleving blijf ik mijn zorgen uitspreken over de gevaarlijke aspecten van BLM, terwijl ik tegelijkertijd ieder vorm van racisme keihard veroordeel.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Koffie met gebak om landverraders te herdenken! Dagboek van een Opperrabbijn 2 november 2020

    Vandaag had ik me moeten concentreren op het voorbereiden van een Zoom Cursus binnen de Joodse gemeenschap en voor de Stream Uitzending van morgenavond over “de Plaats van het gebed in de Joodse Traditie” voor Christenen voor Israël. Daarnaast rustig nog wat zelfstudie (moet ook kunnen) en mijn dagelijkse snel-wandeling. Maar ik was nog nauwelijks mijn bed uit of de consulent voor de Joodse begraafplaatsen aan de telefoon met een probleem over noodzakelijke herstelwerkzaamheden op de Joodse begraafplaats te Leerdam. En dus morgenochtend naar Leerdam om e.e.a. ter plekke te bekijken, want grote zorgvuldigheid is vereist. Het betreft de stoffelijke overschotten van onze voorouders en hun eeuwige grafrust. Dit is niet effe af te doen per telefoon of met Whatsapp. En gezien ik toch morgen naar Den Haag moet voor een afspraak over een ander onderwerp, dat hoog op de lijst van importantie staat, gaan we het combineren. En onderweg kan ik gewoon mijn werk doen, want mijn chauffeur rijdt! Maar het rustige dagje werd chronisch verstoord. Bij de Joodse Gemeente Twente was een schrijven in de brievenbus gevallen met het volgende verzoek:

     

    “Enschede, vrijdag 23 oktober 2020. Dag mensen. Graag uw aandacht voor de aanplant van de olijfgaard “Hope from Enschede (NL) in Palestina. Voor de sponsering van dit project vragen wij u bijgaande informatie te delen via uw medium, nieuwsbrief of anderszins. Dank namens de Palestina Werkgroep Enschede”. En dus belt de voorzitter van de Joodse Gemeente mij op of hiermee wel of niet iets te doen. Een waanzinnig verzoek uiteraard en direct de prullenbak in, wilde ik adviseren. Iedere minuut die we hieraan kwijt zijn is er een teveel.

     

    Maar toen kreeg ik een website onder ogen met naast een paar mooie bijna idyllische foto’s de volgende tekst: “Onze Brasserie is gevestigd op een van de meest bijzondere plekjes van de regio. Herdenken op de begraafplaats en overdenken in de brasserie bij een vers kopje koffie met gebak en een heerlijke lunch”. Reclame voor een vrij recent geopende Brasserie op de Duitse Oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn waar nazi’s begraven liggen die zonder enige twijfel vallen onder de categorie weerzinwekkende moordenaars, collaborateurs en landverraders. Die kunnen we dus gaan herdenken bij een vers kopje koffie met gebak. En nog steeds heeft de ambassadeur van Duitsland niet aangegeven dat hij principieel niet aan deze herdenking wenst deel te nemen. Zelfs afzeggen met als smoesje corona, zal het niet worden.

     

    Maar ook, en dan ga ik even een dag terug, mooie dingen meegemaakt. In Nijmegen gesproken met een familie die het Joodzijn niet kan bewijzen, maar wel generatie na generatie, al vanaf de tijd van de Inquisitie, per overlevering heeft meegekregen dat “wij stammen van Joden”. En nu willen ze terug en natuurlijk gaan we daarbij helpen. Dat wil zeggen dat de lokale rabbijn Levine hen steunt en helpt en ik ben (helaas, dat is mijn lot) de tegenpartij. Want toetreden tot het Jodendom is best lastig. Maar als de motivatie er is, is het een mooi dankbaar groeiproces. Natuurlijk, als het aantoonbaar zou zijn geweest dat ze inderdaad via moederslijn afstammen van Joodse voorouders, is er geen vuiltje aan de Joodse lucht. Zielig? We hebben erover gesproken. Alles komt van Boven, ook de positie waarin iemand is beland, waarin ik me bevind en waarin zij zich bevinden. Aan de lokale rabbijn dus om te steunen en aan mij om te beproeven. Maar ik had er een goed gevoel bij, ook rabbijn Levine en ook het echtpaar! We gaan het met z’n drieën maken. Ondertussen zie ik dan ook meteen de inzet van de lokale, onder mij ressorterende rabbijn, zijn gedrevenheid en zijn overgave. Stemt tot dankbaarheid. Dat gevoel van dankbaarheid bekroop me ook toen mijn echtgenote en ik een ‘werkbezoek’ brachten aan een rabbijn die het erg moeilijk moet hebben. Rabbijn Dov Pinkovitch en zijn echtgenote. Nog maar pas in Nederland zijn zij belast met het Beth Chabad, een soort zoete inval voor toeristen, in de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De meesten zijn uit Israë l afkomstig en als ze dan Amsterdam aandoen willen ze toch, in het Centrum, ergens een plekje hebben waar ze koosjer kunnen eten, gebeden uitspreken en, kort samengevat, gewoon “thuis-weg-van-huis”, speciaal op de Sjabbat. Met veel enthousiasme en speciaal op Sjabbat een volle zaal met zang, woorden uit de Thora en bovenal een echte Sjabbatsfeer, zijn ze begonnen. En toen corona! En toch gaan ze verder, zonder toeristen, met veel kleinere aantallen, maar met een ongekende gedrevenheid en met de weet dat uiteindelijk “alles van Boven komt”. En rabbijn Steinberg en zijn echtgenote Rina Aidel, dochter van de Nederlandse rabbijn Heintz uit Utrecht, die met veel inzet en overgave Joods Brabant aan het opbouwen zijn. Lichtenpunten in de duisternis. De belachelijke Brasserie op de nazi begraafplaats te Ysselsteyn en het idiote verzoek van het Palestina Comité Enschede met het verzoek aan het bestuur van de Joodse Gemeente om hun eigen leden aan te sporen Israël de zee in te drijven (want dat staat nog steeds in de doelstellingen van de Palestijnse Autoriteit, die veel geld heeft, maar geen autoriteit!) vervaagt en maakt plaats voor dankbaarheid als ik deze hardwerkende rabbijnen de duisternis op een positieve wijze zie bestrijden en verdrijven.

     

    En net voor ik naar bed wilde gaan: Wenen! Whatsapp’s stromen binnen. In Karlsruhe heeft de politie laten weten aan de lokale rabbijn dat alle synagogen in Duitsland nu bewaakt gaan worden, maar de herdenking in Ysselsteyn gaat gewoon door……..

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Laat die anderen maar eens uitverkoren zijn

    Maandag zal er geen dagboek van mij te lezen zijn. Natuurlijk zal er zich op vrijdag, sjabbat en zondag van alles en nog wat hebben afgespeeld, maar maandag is het Jom Kippoer-Grote Verzoendag en gelijk ik geen publicaties wil op de sjabbat, wil ik ook geen publicaties op de Grote Verzoendag omdat het dagboek dan op de Grote Verzoendag zelf geplaatst zal worden. Dus u en ik een vrije dagboek-dag! En dinsdag ben ik dus weer in de lucht of beter gezegd: online!

    Ondertussen heb ik vandaag lichamelijk werk verricht: de soeka-loofhut gebouwd. De dinsdag na Jom Kippoer word ik in Brussel verwacht voor een after-Rosh Hashana receptie voor Europarlementariërs. Voorafgaande aan deze bijeenkomst is er een bespreking met EU-leiders over antisemitisme, vrijheid van godsdienst en veiligheid. Maar of ik naar Brussel kan, weet ik nog niet want de provincie Utrecht is inmiddels rood, heeft men mij verteld. (Dit moest mij verteld worden want, omdat ik kleurenblind ben, zie ik het zelf niet!).

    Het was vandaag een volle Halagische dag. Meer dan gewoonlijk kreeg ik allerlei Joods wettelijke vragen voorgelegd: wel of niet medicijnen innemen op de Grote Verzoendag waarop we meer dan 25 uur niet eten en niet drinken; vragen over wel/niet Joods zijn; een vraag over lidmaatschap; een herziening van een reglement lidmaatschap Joodse Gemeente; een vraag ten aanzien van een Joods religieuze huwelijksinzegening; ……: …… . Het was vandaag echt een Halagische potporie! En ondertussen stromen de e-mails binnen over de sjoeldiensten op de Grote Verzoendag die worden afgelast in Israël en in vele andere landen.

    Helaas heb ik door de potporie mijn voorgaan in de dienst nog niet kunnen voorbereiden. Ingaande Jom Kippoer ga ik voor van 20:15 – 21:30 uur en dan de volgende dag van 9:30 – 13:00 uur non stop, dan weer van 16:30 – 20:30 uur en dan ook nog een toespraak. Hoe zal het dit jaar zijn? Veel minder mensen dan andere jaren. Maar op z’n minst hebben we een dienst, terwijl elders…Overigens houdt mijn gewaardeerde collega rabbijn Shimon Evers de toespraak maandagavond en doet hij dienst van 13:00-16:15 uur overdag op de Grote Verzoendag, ook geen sinecure.

    Vanavond nog een zoom-cursus gegeven voor RabbijnenNL en zag ik tot mijn vreugde op CIP dat SGP-fractievoorzitter Kees vd Staaij z’n verbazing kenbaar maakt, of beter geformuleerd zijn verbijstering, dat het ministerie van Buitenlandse Zaken van mening is en blijft dat de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) terecht investeert in het bekeuren van het Israël Producten Centrum vanwege in hun ogen foutief gelabelde flessen wijn. Wat een opwinding om niets! Maar goed, wel goede gratis reclame voor het IPC in Nijkerk. Dat de dreiging vanuit Libanon steeds grilliger wordt en dat ook in diverse landen in de EU-opslagplaatsen liggen met dat levensgevaarlijke materiaal waarmee recentelijk half Beroet van de kaart is geveegd, krijgt geen aandacht. Neen, die paar flesjes wijn uit Israël, dat is hoofdprioriteit.

    Wij Joden, Israël dus, zijn het Uitverkoren Volk, vandaar waarschijnlijk die extra aandacht? Regelmatig hoor ik vanuit de Joodse Gemeenschap: laat die anderen maar eens een tijdje uitverkoren zijn! Het deed me even denken aan de uitspraak van Albert Einstein: “De wereld is een gevaarlijke plek om te wonen; niet vanwege de mensen die kwaad willen, maar vanwege de mensen die daar niets tegen doen.” Wellicht een idee om deze wijsheid boven de ingang van ons eigen Ministerie van Buitenlandse Zaken te plakken.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Licht in de duisternis!

    Af en toe zie ik het even niet meer zitten. Ik ben dan aan het zwartkijken en het wordt me duister voor de ogen door alle pessimistische en zwartgallige berichtgevingen. Ik stuur dan een WhatsApp naar “mijn professor”. Hij is de echtgenoot van een oud-leerlinge van mij. Hij belt altijd terug, soms vanuit de operatiekamer, maar nooit tijdens de operatie zelf (hoop ik!) en na het consult zit ik weer in de realiteit. Zijn echtgenote is een advocaat met een gebrek. Een gebrek waaraan ik ook lijd. Beiden kunnen we niet zo goed ‘neen’ zeggen. En dus als ik weer eens iets heb dat een advocaat behoeft, roep ik haar hulp in.

    Jaren geleden ontmoette ik een oude man die als tiener Auschwitz had overleefd. Hij was vriendelijk, gemoedelijk, betrouwbaar. Ik zou hem zondermeer durven vragen om

    €100.000 cash van A naar B te brengen. Hij had echter een probleem: hij stal! Niet zomaar, maar uitsluitend als hij iets nodig had. Zo heeft hij Auschwitz weten te overleven. Na de oorlog was er voor hem geen welkom-thuis-in-Nederland. Zijn ouders waren vermoord, familie had hij niet en ook geen bezittingen, geen dak boven zijn hoofd en inkomsten ontbraken. En dus waar nodig maakte hij gebruik van zijn aangeleerde overlevingstechniek en ging het dievenpad op.

    En nu was het mis gegaan. Hij had Fl. 4000 gekregen van de WUV voor de aanschaf van een aangepast invalide autootje. Dat autootje had hij weten te verkrijgen voor Fl. 2000 (zwart betaald) en de resterende Fl. 2000 had hij in z’n eigen broekzak gestopt.

    Betrapt! En dus een rechtszaak.

     

    Ik mijn oud-leerlinge meteen ingeschakeld en daar stonden we dan in de rechtszaal voor drie edelachtbare rechters. Op verzoek mijn oud-leerlinge zou ik aan het eind van de rechtsgang ook een paar woorden te zeggen. “Edelachtbaren, uiteraard is diefstal strafbaar. U heeft de plicht om de wet te handhaven. Maar vergeet alstublieft niet dat hetzelfde rechtssysteem dat hem nu beticht van diefstal en hem zal veroordelen, hem toen naar Auschwitz heeft gestuurd!” En tegen de vertegenwoordiger van de WUV, de eisende partij, heb ik gezegd dat ik weiger te begrijpen hoe hij, als Wet Uitkering

    Vervolgingsslachtoffers, het in z’n hoofd haalt om deze overlevende voor het Gerecht te

    dagen. De rechters hadden het begrepen: vrijspraak!

    Die oud-leerlinge is dus inmiddels moeder en getrouwd met een internist-hoogleraar. Dat is dus “mijn professor”. We kennen elkaar eigenlijk uitsluitend via WhatsApp en telefoon, hebben nooit echt contact gehad, maar hij is nu mijn aanspreekpunt voor alle wetenswaardigheden op het gebied van corona. Waar eindigt medische waarheid en waar begint opgeklopte sensatie?

    Maar waar die grens ook moge liggen: ik begin juist nu te beseffen dat onze Lockdown niet te vergelijken valt met de bijna twee jaar dat die oude man in Auschwitz had gezeten en met de twee jaar en acht maanden dat mijn vader zat ondergedoken:

    zonder laptop, zonder mobile, zonder enig contact met de buitenwereld die levensbedreigend was en zonder voldoende eten.

    Ik voel me schuldig dat ik dat nooit heb aangevoeld. Ik begrijp juist nu erg goed dat mijn vader, zoals bijna alle vaders van mijn generatie, nooit iets verteld hebben over hun Lockdown. Ze wilden en konden er niet over spreken.

    Van de corona-beperkingen die ons worden opgelegd en waaraan we ons ook Halagisch bezien absoluut moeten houden, worden we niet vrolijk.

    Maar als we aan de generatie van onze ouders denken tijdens hun onderduik of nog erger, dan mogen we ook dankbaar zijn dat de Lockdown van nu niet in de verste verte vergelijkbaar is met de Lockdown van toen.

    Blijf gezond!

    Chanoeka is in aantocht, de vlammetjes brengen licht in duisternis!

    Laten we dawenen dat nog ver voor Chanoeka de duisternis verdreven zal zijn en dat we gedurende deze donkere periode ook oog mogen hebben voor de vele lichtpunten, die er echt ook zijn.

    Sjabbath Sjalom

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn

    11 Chesjwan 5780

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

    Inter Provinciaal Opper Rabbinaat

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

    Het Rabbinaat omvat: Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland, Noord-Holland (m.u.v. Amsterdam), Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg

  • Liegende asielzoekers

    Enige weken geleden heb ik kennis mogen maken met Ds. Pieter de Boer en we hebben binnenkort een ontmoeting. Ik vroeg me eigenlijk een beetje af waarom ik deze ‘strenggelovige predikant’ zou moeten ontmoeten. Maar, zo is mijn levensregel inmiddels geworden, ga nooit kennismakingen uit de weg.

     

    Toen ik gisteren op CIP een video bekeek over wel/niet dames met broeken in de kerk, dacht ik: nu begrijp ik waarom Ds. de Boer mij wil spreken! Ik denk dat we veel gemeenschappelijk zullen hebben en vermoed dat hij interpretaties van Bijbelteksten aan de Joodse wijze van omgaan met teksten wil toetsen. Het Jodendom kent zijn grondteksten, Tenach-Oude Testament, en hoe uit die grondteksten conclusies te halen of wetten af te leiden, daartoe is dan weer een G’ddelijk systeem dat van meet af aan de Tenach-basis zat gekoppeld. Een rabbijn is geschoold in het afleiden uit de grondteksten aan de hand van dat ‘systeem’. Wat dat betreft heb ik het veel makkelijker dan Ds. de Boer die zelf iets zal moeten vinden. Bij ons, het Traditionele Jodendom, is het vergelijkbaar met een computer, er is sprake van input en output. Ik ben dus benieuwd naar ons gesprek!

     

    Ondertussen heeft mijn Blouma net gelezen dat op Soekot een sjoelbezoeker in Hamburg voor de sjoel is aangevallen door een verwarde man die een papiertje in zijn zak had waarop stond geschreven dat hij een nazi was. De Joodse man ligt ernstig gewond in het ziekenhuis. Het is toch wel frappant dat steeds meer verwarde mensen aanslagen plegen op Joodse doelen. Kennelijk zijn ze ondanks hun verwardheid wel in staat het onderscheid tussen Joden en niet-joden te kunnen bepalen!

     

    Tussen het afhalen van mijn nieuwe leaseauto en het lezen van de handleiding door, hadden we natuurlijk gasten in onze soeka die even een kopje koffie kwamen drinken en de lofzegging uitspreken over de loelav. Overigens heb ik wel een toepasselijk nummerbord gekregen: J-000-RT. De J natuurlijk van Joods en RT is de afkorting van Rabbinaal Toezicht. Dan uiteraard de vraag wat de betekenis is van de drie cijfers die ik maar even als 000 heb weergegeven. Het zou kunnen zijn dat ik aan de drie cijfers ook een bepaalde betekenis zou kunnen geven, maar zelfs als dat mogelijk zou zijn geweest weiger ik dat te doen omdat ik een tegenstander ben van eigen gemaakt gegoochel met getallen. Dus ik beperk me tot Joods Rabbinaal Toezicht hetgeen een mooie ezelsbrug is om mijn nummerbord te onthouden. En over mijn aversie tegen het spelen met getallen zal ik nog weleens een andere keer schrijven.

     

    Waar ik me in mijn gedachten mee bezig hield, was een kop in de Telegraaf die luidde: “Bij honderden ‘minderjarige’ asielzoekers was afgelopen jaar ernstige twijfel of ze wel de waarheid spraken over hun leeftijd.” En verder in het artikel werd ook belicht dat honderden Oegandese vluchtelingen pretendeerden homoseksueel te zijn om zo voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen. Wat een oplichters, flitste het door mijn hoofd. Maar na de eerste flits: wat is er mis mee dat ze een verkeerde leeftijd hebben opgegeven? Mijn eigen schoonvader was volgens de officiële papieren 4½ jaar jonger dan hij feitelijk was. Oplichter? Zeker! Maar als hij niet had opgelicht in de voormalige USSR zou mijn echtgenote naar alle waarschijnlijkheid nooit het levenslicht hebben kunnen aanschouwen omdat mijn schoonvader als gelovige Jood er in het Russische leger nooit levend zou hebben afgebracht.

     

    Hij heeft door die valse papieren 4½ jaar langer moeten werken om recht te hebben op pensioen en zijn smoesje dat hij ouder was werd in Engeland niet geaccepteerd. Overigens zijn/waren zowel mijn schoonmoeder alsook mijn schoonvader Poolse vluchtelingen, terwijl ze nog nooit in Polen waren geweest. O ja, mijn eigen vader heette niet Aron Salomon Jacobs, maar Arie Bijlsma, volgens zijn vervalste persoonsbewijs en er stond op zijn persoonsbewijs geen grote vette J terwijl hij toch echt volledig Joods was. En de opa van een van mijn schoonzoons had zich in de rij na aankomst in Auschwitz een paar jaar ouder opgegeven omdat hij begreep dat te jong de gaskamer zou betekenen. Het is dus allemaal niet zo zwart-wit. Natuurlijk kunnen wij in Nederland niet de hele wereld opnemen, maar ik begrijp dat mensen proberen te overleven…………wat een tragedies!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Loofhuttenfeest

    Het voelde vreemd, maar langzaam ben ik eraan gaan wennen om mensen niet meer op kantoor en zelfs niet meer in huis maar in onze tentsjoel te ontvangen. En zo ontving ik vandaag vier mensen in de Jacobs’ tent. Ondertussen raak ik wel een beetje gestrest van alle (terechte?) paniek. Wel mondkapjes, geen mondkapjes. Vervolgens wordt er bij mij op aangedrongen dat ik alle bestuurders benader met advies wat ze wel en/of niet moeten doen met wel/niet bijeenkomsten en/of wel/niet synagogediensten gedurende het Loofhuttenfeest-Soekot. Na enig polderwerk heb ik de volgende tekst samengesteld, door twee hoogleraren laten bekijken en vervolgens laten versturen aan de Joodse Gemeenten:

     

    Aan de besturen, rabbijnen en voorgangers van de Joodse Gemeenten,

    Allereerst wens ik u allen nog vele jaren in voorspoed, goede gezondheid en shalom.

    Waarschijnlijk ten overvloede wil ik u erop attenderen dat in het geval er in uw kehilla sjoeldiensten de komende Jom Tov dagen zullen plaatsvinden, het een absolute vereiste is de regels van het RIVM te volgen. Met name is het van belang dat ook en juist in kleinere sjoels de afstand van 1½ meter wordt gerespecteerd en ik kan niet genoeg benadrukken dat ventilatie van essentieel belang is.

    Gezien de grootte en de ventilatiemogelijkheden van sjoel tot sjoel verschillen, verwacht ik dat er per gemeente naar bevind van zaken wordt gehandeld en het advies van de regering t.a.v. het dragen van mondkapjes ook in deze wordt meegenomen.

    Gut shabbos en gut Jom Tov!

     

    Uiteindelijk is iedere synagoge anders qua oppervlakte, qua ventilatiemogelijkheden en qua bezetting. Ondertussen is mijn loelav-stel aangekomen en ook de etrog en zitten we nog te tobben of we de eerste dagen Soekot, sjabbat en zondag wel/niet naar Maastricht zullen gaan. In Maastricht zal namelijk een catering zijn (vanuit Antwerpen) die andere jaren in Beekbergen is en onder mijn rabbinale toezicht staat. Er zullen nu maar weinig mensen komen en de cateraar is nog nerveuser dan als alles gewoon is. Er zijn twee geboden gekoppeld aan Soekot. 1: het ‘wonen’ is de soeka- loofhut gedurende het gehele Loofhuttenfeest en 2: het loelav-bensjen. En hoewel dit mijn dagboek is en geen cursus Jodendom voor beginners, toch even een minimale uitleg.

     

    Nadat we de Ontzagwekkende Dagen achter ons hebben gelaten, gaan we nu feitelijk alles opnieuw beleven, maar dan vanuit vreugde. We weten ons omringd door de loofhut en beseffen dat we afhankelijk zijn van Boven. De essentie van de loofhut is namelijk het dak dat van riet of andere takken is gemaakt. Je kunt door het riet de hemel zien en voelen (als het regent) en beseft de relativiteit van het beschermende huis. Maar ook nemen we vier soorten vruchten in onze hand. De loelav (dadelpalm), 3 Mirthe-takjes, 2 wilgentakjes en de etrog, een citrusvrucht. Die vier vruchten nemen we samen en spreken daarover een lofzegging uit. De dadel heeft een heerlijke smaak, maar ruikt niet. De Mirthe-takjes ruiken heerlijk, maar hebben geen smaak. De wilgentakjes ruiken niet en hebben ook geen smaak. De etrog ruikt heerlijk en smaakt voortreffelijk.

     

    Dit wijst op de vier soorten Joden. Sommige hebben veel kennis (smaak). Anderen leggen de nadruk op het doen van goede daden, maar qua kennis scoren ze niet hoog. Dan zijn er ook nog mensen die niet veel geboden naleven en ook hun kennis is minimaal. Tenslotte is er de etrog die uitmunt in kennis en in het naleven van de geboden in de praktijk. We nemen deze vier soorten samen en zwaaien ermee naar alle kanten en benadrukken hiermee o.a. de eenheid die het Joodse volk steeds moet nastreven en ook in de wereld moet brengen aan andere volkeren. Een mondiale eenheid in diversiteit!

     

    De loofhut zal in Maastricht bij de synagoge staan want om een loofhut bij het hotel te bouwen moest er een bouwvergunning zijn, die niet werd verkregen. Doet me denken aan die man die zijn loofhut voor zijn huis midden op de straat had gebouwd. Politie komt en sommeert hem om de loofhut af te breken. Na langdurig gefilosofeer en tegenpruttelen, stemt de man eindelijk in om de loofhut, die hij net had opgebouwd, af te breken maar, zo heeft hij netjes weten te bedingen: het afbreken hoeft pas over acht dagen! (En mocht u het niet snappen: over acht dagen is het geen Loofhuttenfeest meer en hebben we geen soeka meer nodig!)

     

    We gaan dus, zoals het er nu voorstaat, morgen naar Maastricht en maandag, als we weer terug hopen te zijn, komt m’n nieuwe auto en hopelijk ook de nieuwe computer, want de computer die ik nu gebruik heeft bijna de snelheid van een invalide slak. De nieuwe computer is er al bijna, want de factuur had ik al ontvangen en zelfs al betaald ook. Naar ik begrijp zal de nieuwe computer twee keer zo snel werken als de huidige. Met als resultaat: of het schrijven van uw dagboek kost mij de helft van de tijd of het dagboek zal 2 x zo lang zijn, want ik werk per uur, niet per woord.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Maar als vrijheid betekent dat alles kan en alles mag…. Dagboek van een Opperrabbijn 5 november 2020

    Mijn oog viel vanochtend op een Duits rapport van Markus Grübel, de gezant voor godsdienstvrijheid van de Duitse Bondsdag.  Hij stelt dat godsdienstvrijheid mondiaal steeds meer wordt beknot. Er is, volgens hem, sprake van een groeiend aantal landen dat strenge wetten invoert tegen godslastering en bekering. In een honderdtal landen riskeren mensen gevangenisstraf als zij anderen proberen te bekeren of daarvan verdacht worden. In een dozijn landen riskeren mensen zelfs de doodstraf als zij zich van hun geloof afkeren.  Het probleem betreft christenen, moslims, jezidi’s en Joden. 

    Zijn constatering sluit aan bij hetgeen ik gisteren, een beetje terloops, mij afvroeg in mijn dagboek. Waar begint vrijheid van godsdienst en waar eindigt die vrijheid?  En dan verder redenerend de vraag: waar begint de vrijheid van meningsuiting en is het goed dat die vrijheid onbegrensd is?

    Laat ik een voorbeeld geven. Ik als Jood heb een grote afkeer van mensen die mij proberen te bekeren. Even los van het probleem dat als ik me bekeer ik mijn baantje als rabbijn kwijt ben: Ik wil niet bekeerd worden! Laat me met rust! Maar ben ik van mening dat een missionaris of een zendeling in de gevangenis moet? Absoluut niet, tenzij hij mij fysiek of verbaal gaat bedreigen, want dat is net een stap te ver. Als dat gebeurt wordt er een grens overschreden en moet er wettelijk worden ingegrepen. Want zijn vrijheid mag niet leiden tot mijn onvrijheid!  Het moge duidelijk zijn dat, hoewel Jodendom niet aan bekeren doet, ik het wel als mijn plicht zie om mijn mede-joden de Joodse weg te wijzen. Daarvoor ben ik ‘ingehuurd’. Er moet van mij een niet dwangmatige inspirerende werking uitgaan. En die plicht, die opdracht, is ook aan de imam, de predikant, de humanistisch raadsman en de pastoor voorbehouden. En ook naar de niet-joodse samenleving hoor ik, als rabbijn, het geloof in de Eeuwige en het naleven van de zeven Noachidische Wetten te bepleiten. Het moet mij toegestaan zijn om aan te geven dat secularisatie in mijn optiek niet de juiste weg is. Wel dien ik steeds voor ogen te houden, dat ik een richting verkeerd mag vinden, maar de richting staat los van het individu. En dus, hoezeer ook ik secularisatie een onjuiste richting vind, betekent dat dus echt niet dat iemand die seculier is, dus niet deugt. Richting en individu, zijn aparte grootheden!

    In het Sinai Centrum, Joods psychiatrisch Centrum, waar ik meer dan 40 jaar als geestelijk verzorger aan verbonden was, heb ik steeds mijzelf en de medewerkers van de Dienst Geestelijk Verzorging erop gewezen dat, en ik breng het een beetje zwart-wit, als een patient onze kliniek binnenkomt als een orthodox levende Jood, hij ook bij vertrek weer orthodox-Joods moet zijn. Maar even zozeer andersom: als een Joodse patient ziek binnenkomt en hij/zij weliswaar Joods is, maar totaal ongelovig, dan moet hij ook als ongelovige onze kliniek verlaten. Gedurende zijn verblijf in ons psychiatrisch centrum is hij ziek, geestesziek. Het is onethisch om die periode te gebruiken, of beter gezegd te misbruiken, om hem de richting op te krijgen waarvan ik geloof dat dat de juiste is. Als duikouders in de oorlog, en dat is gebeurd, Joodse kinderen in die periode losrukten van hun Joodse geloof en ze bekeerden, ook dat vind ik niet correct, eigenlijk onaanvaardbaar.

    Ben ik dus voor vrijheid van Godsdienst? Zeker! Ben ik voor vrijheid van meningsuiting? Zeker! Ben ik voor persvrijheid? Zeker! Heb ik de vrijheid om de ander te overtuigen van mijn gelijk? Zeker!

    Maar iedere vrijheid moet wel met grenzen zijn omgeven.

    Bij de herdenking van 65 jaar bevrijding in Ter Apel op 14 juni 2010 heb ik het als volgt verwoord:

     

    Voor de bevrijding werd gestreden

    Voor toen, voor morgen en voor het heden.

     

    Maar als vrijheid betekent, alles kan en alles mag

    En respect verdwijnt voor Overheid en voor gezag.

     

    Als waarden en normen vervagen en verdwijnen

    Als mensen alleen denken aan zichzelf en aan de zijnen.

     

    En voor de ander is geen plaats en is geen oord

    Als het aanvaard is te denken dat dat zo hoort.

     

    Dan is de bevrijding van toen niet de bevrijding van het heden

    Is het niet de vrijheid waarvoor toen werd gestreden.

     

    Laten wij de helden van toen memoreren en eren

    Door antisemitisme, discriminatie en rassenhaat niet te tolereren

     

    We gedenken de slachtoffers in vrede

    Sjalom voor ieder mens, is onze bede….

     

    Polarisatie is een groot gevaar en vormt een wezenlijke bedreiging voor onze samenleving. Die oude wijze Joodse dame die me gisteren belde naar aanleiding van de aanslag in Wenen, nota bene de geboorteplaats van haar ouders, was met verdriet en zorg vervuld over de onschuldige slachtoffers. Maar tegelijkertijd, en dat maakt haar voor mij zo wijs, was ze bezorgd over polarisatie waaronder zij ook heel voorzichtig vermeldde het onnodig kwetsen van de godsdienst van een ander. Ik begrijp haar. Iedere vrijheid moet grenzen hebben, anders is de vrijheid een soort gevangenschap die fanatisme en polarisatie in de hand werkt. Fanatiek vrij kan net zo problematisch zijn als fanatiek gelovig. Of, zoals we dat lezen in de Spreuken der Vaderen (hoofdstuk 2:1): “Wat is de juiste weg die de mens moet kiezen? Iedere weg die eer geeft aan hem die hem volgt en waardoor hij bij mensen geëerd wordt.”

     

    En verder ben ik nog bezig geweest, achter de schermen, met de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn waar vele collaborateurs en moordenaars begraven liggen. En mijn wekelijkse zoomcursus voor RabbijnenNL. En, heel belangrijk: ik heb mijn snel-wandeling gemaakt!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Mazzeltov Eli! Dagboek van een Opperrabbijn 26 januari 2021

    Onze kleinzoon Eli is drie jaar geworden! Mijn dochter, zijn moeder, had er 150 ballonnen voor opgeblazen en het werd een drive-in party. Ik kom er dadelijk op terug.

     

    We worden geteisterd door relschoppers, tuig. Natuurlijk worden de rellen voorzien van een rationeel sausje. De jeugd voelt zich niet gehoord, het vaccin deugt niet en zo zullen er nog wel meer verklaringen zijn waarom er geplunderd wordt. Auto’s worden in brand gestoken, ruiten ingegooid, politieauto’s omgekieperd. Second love moet kunnen en gedwongen prostitutie is aanvaard. En tegelijkertijd spreken we met terechte afschuw en afgrijzen over toppers als Epstein, Weinstein en modekoning Jean-Luc Brunel die ondanks hun criminele leven zich alles konden en mochten veroorloven. Als alles mag en alles kan, is het dan verwonderlijk dat dit soort crimineel stinkend rijk tuig z’n gang kon en mocht gaan?! Moraliteit is totaal zoek. Is er sprake van een nieuw fenomeen? In de Pirkee Awoth, de Spreuken der Vaderen, lezen we (3:2) dat we moeten bidden voor het welzijn van het Koningshuis want als er geen gezag is verslinden mensen elkaar levend. En dat is precies wat er nu gebeurt. Anarchie en daardoor doelloos plunderen, auto’s in brand steken, ingangen naar ziekenhuizen blokkeren en individuele keihard werkende mensen totaal kapot maken.

     

    Gelijk het een half jaar geleden echt nog onvoorstelbaar was dat het Capitool in de USA kon worden binnengedrongen, is het in ons eigen vredige polderlandje niet ondenkbeeldig meer dat zoiets ook hier kan gebeuren in onze regeringsgebouwen. Ik kan me niet voorstellen dat hiermee door politie nog geen rekening wordt gehouden. Op de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn is een educatief centrum in oprichting waar wordt getoond hoe eenvoudig mensen zich laten veranderen in onmensen. Daar liggen SS-moordenaars en Nederlandse landverraders begraven naast reguliere soldaten die vaak gedwongen werden, tegen wil en dank, een oorlog in te gaan die ze absoluut niet wilden. Maar velen van hen, nog jong, ondergingen een hersenspoeling en geloofden dat goed slecht is en dat er Ariërs en Joden zíjn, Menschen en Übermenschen. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste relschoppers over tien of twintig jaar met afgrijzen terugblikken naar het heden van nu en met schaamte terugblikken.

    Ik kwam toevallig (hoewel toeval dus echt niet bestaat!) een toespraak tegen die ik in 2010 heb gehouden t.g.v. 65 jaar bevrijding:

     

    Vrijheid is niet alles mag en alles kan en vrijheid betekent ook niet dat we alles mogen en moeten tolereren. Vrijheid kent grenzen en vergt individuele inzet, vorming, educatie, respect voor de ander. Vrijheid kan niet alles tolereren, vrijheid kent z’n beperkingen, vrijheid begint bij u, bij mij, omwille van ons allen.

     

    Voor vrijheid hebben zij gestreden

    Voor toen, voor morgen en voor het heden

     

    Maar als vrijheid betekent, alles kan en alles mag

    En respect verdwijnt voor Overheid en voor gezag

     

    Als waarden en normen vervagen en verdwijnen

    Als mensen alleen denken aan zichzelf en aan de zijnen

     

    En voor de ander is geen plaats en is geen oord

    Als het gewoon is te denken dat dat zo hoort

     

    Dan is de vrijheid van toen niet de vrijheid van het heden

    Is het niet de vrijheid waarvoor zij streden

     

    Ik wil de jaren ’40-’45 er niet bij halen. Ondanks de rellen, ondanks vergelijkingen die getrokken zouden kunnen worden, hebben wij een Overheid die misschien niet uitmunt in snelheid met betrekking tot Corona, maar betrouwbaar is. Rutte kan absoluut niet vergeleken worden met welke schurkachtige potentaat dan ook. Hij is een goed mens die het goede voorheeft met zijn onderdanen.

    Maar toch wil ik even vermelden dat het morgen, vandaag voor u trouwe dagboekenier, de International Holocaust Remembrance Day is. Die begon ook met plundering, hersenspoeling, indoctrinatie, verderfelijke opvoeding.

     

    Mijn kleinzoon Eli die in Montreal woont is vandaag drie jaar geworden. Er bestaat een gewoonte om het haar van een jongetje niet te knippen tot zijn derde verjaardag want de mens wordt in de Thora vergeleken met een boom in het veld. En net zoals de eerste drie jaar de vruchten van de boom ongemoeid gelaten moeten worden, zo ook wordt het haar pas geknipt als het jongetje drie is. Eli heeft cadeautjes gekregen, geld in het tsedaka-busje gestopt, hij mocht het aleph beet zeggen en de letters, die met honing waren besmeerd, aflikken. Morgen wordt hij in een talliet gewikkeld de Joodse school ingedragen en worden er snoepjes naar hem gegooid. Uiteraard is corona hier een spelbreker, maar ik ben ervan overtuigd dat mijn schoonzoon en dochter alles zoveel mogelijk normaal zullen doen met inachtneming van de corona-regels. Eli wordt dus vanaf dag één opgevoed met positieve gedachten, daden en cadeautjes. Van zijn opa’s en oma’s zal hij geen pistooltje krijgen of een bangmakende draak. Wij gaven hem, via zoom, zijn eigen kidoesjbeker, een kleine uiteraard. Hij is nu een keppeltje gaan dragen en tsitsiet.

     

    En zo investeren zijn ouders al vanaf heel jong in zijn Joodse opvoeding en bidden zij dagelijks dat Eli de juiste weg zal mogen blijven volgen, de weg van Thora en Traditie, opdat hij een zegen zal zijn niet alleen voor zijn eigen familie maar ook voor de samenleving in het geheel.

    Eli, vanuit plunderend Nederland: mazzeltov!

     

    Zaide oen Bobbe foen Holland.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Mijn auto in de vangrail! Dagboek van Een Opperrabbijn 15 november 2020

    Direct na de uitgang van de sjabbat kwam er een fotograaf van het Nederlands Dagblad om mij in sjabbat-kleding op de gevoelige plaat vast te leggen. Zondag was hij er weer, maar toen om mij in door-de-weekse kleding, wederom te vereeuwigen. Ik heb hiermee het ND (Nederlands Dagblad) aan vulling voor 2 pagina’s geholpen. Bij iedere foto een korte uitleg.

    Na sjabbat vond ik in mijn Inbox een e-mail van een bejaarde dame: “Lieve Rebbe, Ik hoop, dat het goed met u gaat en dat u in goede gezondheid bent. In de stilte van corona ben ik Thora gaan lezen en dat bevalt erg goed, dat heeft me de nodige positieve energie gegeven. Ik vind het leuk, als u iets terug schrijft.” Toch geweldig om, zonder dat ik er eigenlijk iets voor hoef te doen, iemand tot steun te mogen zijn.

     

    Ondertussen ben ik bijgekomen van donderdag. Ik bedoel niet zozeer de vierhonderd kilometers en ook niet de spanning van de bezoeken. Neen. Ik doel op de aanrijding die ik had en de zware blikschade aan mijn auto. Laat ik even in het kort uitleggen wat er is gebeurd. Ik was dus op de omstreden Duitse begraafplaats Ysselsteyn, daarna in Den Haag in de ambassade van Israël waar de Gereformeerde Kerken hun Schuldbelijdenis officieel overhandigden en daarna een gesprek met de ambassadeur van Duitsland in zijn Haagse residentie. Een rabbijn wordt geacht om, voordat hij tot een oordeel komt, zich eerst goed te verdiepen in de problematiek. Mij werd verzocht om te oordelen over de kranslegging op de nazi-begraafplaats in Ysselsteyn. Hoe dat verzoek bij mij kwam is niet relevant, maar het kwam van verschillende kanten. En dus wilde ik zien en ter plekke horen wat hier speelt. Wordt hier herdacht? Wordt hier eer betoond aan Nederlandse landverraders en SS-ers? Of liggen hier uitsluitend gewone soldaten? En wie waren de kindsoldaten waarover wordt gesproken? Onschuldige kinderen van 10 jaar? Ik heb me een goed beeld weten te vormen. Daarna dus de Schuldbelijdenis van de Gereformeerde Kerken en daarna het gesprek met de Duitse ambassadeur. Maar daartussen een aanrijding. Hoe verliep die aanrijding: Ik reed de parkeergarage uit van de Israëlische Ambassade. Dat was eenvoudiger gezegd dan gedaan. Iemand moest met mij mee vanaf de ambassade op de zesde verdieping via allerlei beveiligde deuren, een lift die voor mij bediend werd en vervolgens mijn auto in en de parkeergarage UIT. Maar die parkeergarage was op slot en moest voor mij geopend worden. Ik reed dus naar de uitgang. Voor mij verscheen plotseling de man die voor mij de slagboom moest openen. Waarom hij daar midden op de weg stond en niet aan de kant, was mij niet duidelijk. Bovendien was het donker. Door mijn hoofd flitste de vraag waarom hij mij de weg blokkeerde en omdat ik hem niet omver moest rijden zocht ik naar de slagboom. Die slagboom was er niet, maar naast hem, aan de rechterkant zag ik iets dat kon duiden op een nog gesloten rolluik. Het rolluik ging toen inderdaad omhoog en ik dus netjes naar rechts om voor het rolluik te komen en om de medewerker van de ambassade niet te dicht te benaderen draaide ik op tijd naar rechts. Maar ik had niet gezien dat er rechts van mij een lage vangrail was…Auto naar de garage gebracht op vrijdag en nu rijd ik dus in ‘vervangend voertuig’. Ik had er goed de pest in. Kost tijd, gezeur en geld. Maar nadat ik in mijn voorbereiding naar de sjabbat weer eens duidelijk had gelezen dat zelfs de beweging van een grassprietje al vanuit het Boven was geregeld, zoveel te meer wat de mens overkomt. En dus, op weg naar sjoel voor de vrijdagavonddienst, zocht ik de diepere betekenis van die botsing: 1/ De medewerker van de ambassade stond voor de botsing midden op de weg. 2/ Ik zag geen uitgang, want er was geen slagboom 3/ Omdat de vangrail heel laag was onttrok die vangrail zich aan mijn gezichtsveld en veroorzaakte de botsing. Het enige doel van de vangrail was dus om mij te treiteren! Zo beleefde ik het op donderdag. Maar al lopend naar de synagoge, vrijdagavond, toen ik mijn aanrijding nog eens in gedachte herbeleefde en er iets zakelijker tegenaan keek, begreep ik dat 1/ de medewerker er speciaal stond om mij de uitgang te wijzen. 2/ de uitgang was een rolluik en geen slagboom als extra beveiliging om ongewenste figuren buiten te houden en 3/ de vangrail moest aanrijdingen voorkomen tussen ingaand en uitgaand verkeer.

    Waarom keek ik er een dag later anders tegenaan?  Donderdag overheerste mijn gevoel. Een dag later, op weg naar de synagoge, mocht ook mijn verstand meekijken en kreeg ik dus oog voor de nuance. Het was dus een dag van nuances, maar niet alleen bij de botsing: 1/ Ysselsteyn was voor mij toch iets anders dan ik in eerste instantie vermoedde. De brasserie bleek een gelegenheid waar een kopje koffie werd gedronken in aansluiting op het bezoek aan een indrukwekkende educatieve tentoonstelling waarin gewaarschuwd werd tegen de gruwelen van oorlog. 2/ Tijdens de ceremonie op de Israëlische Ambassade begreep ik dat de Schuldbelijdenis aanvankelijk niet door alle kerken werd gedragen en dus gecompliceerder was dan ik vermoedde en 3/ bij de Duitse Ambassadeur ben ik tot het besef gekomen dat zijn Duitse “Gedenken” een andere betekenis heeft dan ons Nederlandse “Herdenken”.

     

    De klap tegen de vangrail had mijn ogen geopend voor de nuance, en dat is goed!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…. Dagboek van een opperrabbijn 14 oktober 2020

     

    Vandaag heb ik enige uren op Muiderberg rondgelopen en gezocht naar de graven van mijn overgrootouders, de ouders van mijn opa. Vandaag precies acht jaar geleden is mijn moeder overleden en had ik dus vandaag Jaartijd. Extra aan tsedaka, liefdadigheid, gedoneerd en natuurlijk lang bij het graf van mijn moeder gestaan. Zevenennegentig jaar heeft mijn moeder op deze aarde doorgebracht. Meer dan zestig jaar mocht ik haar als moeder hebben. En omdat ik toch op Muiderberg was heb ik uiteraard ook de graven van mijn grootouders bezocht en ook die van de ouders van mijn opa Jacobs. Veld C, rij 46, graf 82 en 83.  Maar ook heb ik gezocht en helaas niet gevonden.

     

    Een Israëlische arts die nu in België aan een van de Universitaire Ziekenhuizen is verbonden, probeert uit te vinden wie haar Nederlandse groot- en overgrootouders waren. En dus werd ze in contact gebracht met mij. We hebben al familie weten op te sporen waarvan zij het bestaan überhaupt niet wist. En ook die opgespoorde familie wist niet dat er nog nazaten van hun overgrootvader in leven waren. Vanochtend, net voordat ik naar Muiderberg vertrok, ontving ik de foto van haar oma. Oma was 43 jaar toen zij, haar man en haar kinderen stierven. Op 15 mei 1940 stierven ze allen, ze zagen de bui al hangen en namen zich het leven. Ik hoopte hun graven op Muiderberg te kunnen vinden, gezocht maar niet gevonden. Waar ze dan wel hun laatste rustplaats hebben gevonden wil ik nog uitvinden. Hun kleindochter, de arts, wil hun graven bezoeken. En al zoekend kwam ik het graf tegen van notaris Joseph Sanders, geboren in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma. Moet de oom zijn geweest van mijn oma, gezien de verdere namen op de zerk. Nooit van zijn bestaan geweten. Maar ik heb zoveel niet geweten, want mijn lieve vader en moeder wilden mij, hun enige kind, niet belasten met al het verdriet dat zij moesten meemaken. En dus weet ik niet wie hun ooms en tantes, neven en nichten waren. Ik heb er ook nooit naar gevraagd. Ik denk dat ik intuïtief aanvoelde dat er over de oorlog niet gesproken mocht worden, hoewel wel alles zich voor of na de oorlog afspeelde. Kennelijk heeft die periode tussen voor en na de oorlog niet bestaan. Mijn kinderen weten meer over het leven van mijn ouders in die periode dan ik. Maar één opmerking van mijn opa, de vader van mijn moeder, bleef en blijft in mijn geheugen gegrift. Mijn moeder vertelde me ieder jaar weer op 10 mei dat toen opa, haar vader, de vliegtuigen van de moffen boven Steenwijk hoorde en zag vliegen, hij zijn handen omhoog hief en uitriep: Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…… Opa, oma en mijn moeder en haar twee broers hebben de oorlog wel overleefd. Wat er gebeurd is met hun twee pleegkinderen, Joodse vluchtelingetjes uit Oostenrijk, weet ik niet. Is nooit over gesproken. Steeds weer die oorlog en de vertaalslag naar het opkomend antisemitisme van nu. Misschien trek ik het aan, lok ik het uit. Ik weet het niet. Morgen spreek ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Den Helder. Weer dus de oorlog. En ook weer die oorlog toen ik een telefoontje kreeg van een hoogleraar. Hij wil me spreken want hij is een ‘vader-Jood’’. Een afschuwelijke benaming voor iemand die alleen een Joodse vader heeft en dus niet Joods is. Zijn grootvader was een orthodoxe Jood uit Polen. Hun zoontje weten ze net voor de Duitse bezetting naar Nederland te krijgen. En dan komt ook hier een bezetting en het jongetje, dan inmiddels al een puber is, duikt onder. Het jongetje gaat na de oorlog trouwen met de dochter van zijn duikouders. En dus heeft hun zoon, de hoogleraar, een probleem. Hij valt tussen de niet-joodse wal en het Joodse schip. En wie lijdt hieronder het meest? De dochter van de Professor. We, de Professor en ik, gaan een kop koffie drinken, kijken waar ik iets kan betekenen voor hem en zijn dochter. Zeggen dat hij toch Joods is omdat ook vader-joden Joods zijn, klinkt leuk, lost niets op en klopt niet. Vergelijkbaar met een arts die een zieke patiënt vertelt dat de ziekte nauwelijks een ziekte is. Ja. Professor, u heeft een probleem. Ontkennen lost het probleem niet op, maar misschien stoppen we te spreken over de vader-jood als probleem. Laten we het een uitdaging noemen, klinkt beter oplosbaar. Tenslotte nog dit: mijn enige oude lieve tante, vandaag 93 geworden en die ik net heb gesproken, is van mening dat de schuld van de noodzaak tot verscherping van de corona-regels bij de veertigers ligt, die weigerden afstand te houden en zich aan de corona-wetten te onderwerpen. Waarom weigerden ze volgens mijn tante zich aan de corona-regels te houden? Ze hadden de oorlog niet meegemaakt!

     

    Ziet u het? Zelfs mij lieve intelligente tante die ik alleen maar belde om haar mazzeltov te wensen, lukte het om de oorlog weer op tafel te krijgen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Mijn zorgen om politiek. Dagboek van een Opperrabbijn 18 maart 2021

    Een van de prominenten van Joods Nederland, die kennelijk af en toe gekweld wordt door de ziekte die jaloezie heet, benaderde mij met de opmerking dat hij had vernomen dat ik zondag aanstaande spreek voor het NIK op zoom vanwege Pesach en sprak de hoop uit dat ik niet weer zou spreken over antisemitisme en ook niet mijn boodschap/lezing zou laten opnemen bij ‘die Christenen’. Nou hoef ik me natuurlijk niet te verantwoorden en mag ik doen wat ik wil, maar het stoorde me toch. Omdat bij ‘die christenen’ professionele opname apparatuur aanwezig was en ‘die christenen’ waren bereid om geheel kosteloos een goede opname te maken, had ik mijn NIK Chanoeka presentatie bij en door ‘die christenen’ gemaakt. Enige jaren geleden had ik ook zo’n opmerking gekregen, van diezelfde persoon, over ‘die christenen’. Ik moest wat minder contact met ze hebben. Ik begrijp die opstelling wel. Wat ik echter niet helemaal snapte was dat diezelfde criticus vervolgens wel naar ‘die christenen’ ging om financiele steun te vragen voor zijn, overigens prima, projecten.

     

    Niets nieuws onder de zon. Ik herinner mij dat ik enige tijd geleden een top-arts sprak. Dat ‘top’, zo vertelde hij mij hoogstpersoonlijk, zat niet zozeer in zijn deskundigheid op zijn vakgebied, maar wel in zijn politieke kwaliteiten. Neen, hij zat niet in de politiek, hij doelde op de politiek in de top van zijn academische ziekenhuis. Toen ik een beetje van die politiek hoorde dacht ik meteen aan de rabbinale wereld! (Grapje natuurlijk, want rabbijnen doen niet aan politiek!) Want er bestaat dus overal politiek. Zeker in de echte en noodzakelijke democratische politiek: De verkiezingen!

     

    De hele nacht heb ik niet kunnen slapen. Als ik naar de nieuwe samenstelling van de Tweede Kamer keek, werd ik door bezorgdheid overmand. Ik hoop en bid dat ik het volkomen verkeerd inschat, maar ik ben er bang voor. Natuurlijk mag er kritiek zijn op de Israëlische Politiek, dat hoeft geen teken van antisemitisme te zijn. Maar als er uitsluitend wordt gemekkerd over Israel en geen woord wordt er vermeld over de feodale dictaturen van de landen rondom Israel, dan snap ik dat even niet. Ik begrijp en accepteer dat een van onze vooraanstaande burgemeesters in een speech bij #MayorsAgainstAntisemtism# beweert dat kritiek op Netanyahu toegestaan is, gelijk er ook kritiek mag zijn op Rutte. Maar daar ligt het probleem niet. Kritiek op Netanyahu mag, 50% van Israel heeft kritiek op hem en daarmee worden ze niet tot antisemieten gedegradeerd. Het probleem is dat er nagenoeg uitsluitend op Israel kritiek is. Dat Israel verreweg de grootste winnaar is van veroordelende VN Resoluties.  Dat een burgemeester moet proberen zijn stedelingen met elkaar te verbinden en dat gebeurt niet door gevoelige buitenlandse conflicten te importeren. Denk ik dat deze burgemeester antisemitisch is? Absoluut niet! Vind ik dat deze burgemeester kritiek mag hebben op Netanyahu? Zeker! Maar wat ik betreur is dat kritiek op Israel helaas en vaak ongewild leidt tot antisemitisme. Hoe vaak mag ik niet uitleggen dat ik Nederlands spreek, wel Jood ben maar niet in Israel geboren. De oppervlakkige eenzijdigheid in de beleving, hoe genuanceerd een burgemeester het ook brengt, veroorzaken hier in ons land antisemitisme. En dus: als de burgemeester van mening is dat we het probleem van het Midden-Oosten buiten de stad moeten houden, uit dan kritiek op Israel, op Jordanië, op Jemen, op Saoedi-Arabië, op Egypte, op Noord-Korea, op China, op… en op…. Maar nog veel beter: laat de burgemeester proberen de diverse bevolkingsgroepen binnen de stadsgrenzen aan elkaar te binden en oproepen om samen activiteiten te ontplooien die verenigen. En dan, als er verbanden zijn ontstaan en vriendschappen, dan kan, ondanks de diversiteit, vanuit de vriendschap zelf gekeken worden naar knelpunten en naar meningsverschillen die onbespreekbaar leken. Denkt u dat dat kan slagen? Vaak niet, maar soms wel. En dat soms koester ik, want ik heb dit soms vaak mogen beleven!

     

    En tegen de prominente Joodse Nederlander zou ik willen zeggen: volgende week is het Pesach en lezen Joden overal ter wereld de Hagada, waarin de toenmalige Uittocht uit Egypte wordt beschreven. En wat lezen we daar over het heden en nu? “Want in iedere generatie wordt er tegen ons opgestaan om ons te vernietigen”, letterlijk. En dan gaat de tekst verder en vertelt dat G’d ons uiteindelijk redt. Het Joodse volk leeft en overleeft, maar onderweg gebeurt er wel van alles. Dat moeten we weten, zien te voorkomen en bestrijden, maar niet ontkennen! Ik hoop dat de nieuwe Tweede Kamer met ons die strijd zal willen voeren en de alertheid zal willen betrachten.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/