Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Reprimande van ministerie voor Nederlandse consul die duizenden Joden redde

    Gisteren waren we fruit plukken met de kleinkinderen uit Almere en daarna een bezoek aan het Israël Product Centrum in Nijkerk. Een week eerder hadden we hetzelfde uitstapje gemaakt met onze kleinkinderen uit Londen. Er is daar, in Nijkerk, een imposante tentoonstelling, speciaal gericht op de jeugd van het Basis Onderwijs, over verzetsstrijders die met gevaar voor eigen leven Joodse medeburgers ondergedoken hadden of anderzijds zich hebben ingezet om o.a. mijn moeder te redden.

     

    De oorlog komt daar voor mij erg dichtbij. Ik denk daar aan de mensen in Friesland die mijn ouders en ik in mijn kinderjaren regelmatig bezochten. Duikouders van mijn moeder. Zonder die mensen zou mijn moeder de oorlog niet hebben overleefd. De naam Wiersma komt in mij op. Hij was de politieagent uit Boskoop die aan het hoofd stond van de verzetsbeweging die voor mijn moeder en mijn oom en voor vele vele anderen de onderduikplaatsen regelde. Ik heb me voorgenomen om mijn enige nog in leven zijnde tante namen en adressen te vragen. Misschien weet zij die nog. En dan nazaten opsporen en hun vertellen dat ik leef dankzij hun ouders/grootouders/overgrootouders.

     

    Na gezellig fruitplukken in Putten op de plukboerderij, naar Nijkerk, verre van gezellig. En toch neem ik mijn kleinkinderen mee. Ik wil dat ze weten dat ondanks het opkomend antisemitisme er ook goede niet-joden waren aan wie wij en zij ook hun leven te danken hebben. Jan Zwartendijk, de medewerker van het consulaat der Nederlanden die duizenden Joden in Litouwen voorzien heeft van een stempel waarmee ze naar de Nederlandse Antillen konden reizen en de hel van de nazi’s ontvluchten. Zijn zoon Piet heb ik mogen ontmoeten enige jaren geleden in Brussel op de ambassade van Litouwen waar zijn vader en de consul van Japan, Sugihara, die al die Joden een doorreisvisum verleende, geëerd werden.

    Zwartendijk heeft na de oorlog van het ministerie van Binnenlandse Zaken een reprimande gekregen want wat hij had gedaan (tussen de 3000-10.000 Joden het leven gered!) was niet conform de wettelijke regels, illegaal. Sic! En ook de Japanse consul Sugihara is gestraft voor zijn illegale doorreisvisa. In Brussel waren zoon Piet Zwartendijk en de kleindochter van Sugihara aanwezig. Ik herinner me dat ik die kleindochter, een volwassen vrouw, wel wilde omhelzen om haar te danken. Mijn kleinkinderen moeten weten dat er ondanks de Holocaust, ondanks het opkomend antisemitisme, er ook niet-joden waren die ons gered hebben. De tentoonstelling is niet eng, maar wel confronterend. Misschien voor mij wel meer als voor mijn kleinkinderen.

     

    Terug naar het nu. Rabbijn Mendel uit Mariupol heeft financiële steun nodig om een andere locatie te krijgen voor zijn synagoge annex Joods Centrum. Na de aanslag van enige weken geleden is hij bang. En terecht. De synagoge staat op een plaats die niet te beveiligen valt, ondanks de beveiliger die voor de deur staat. En hoewel het Mendel en zijn vrouw niet ontbreekt aan Godsvertrouwen is er een belangrijke regel in de Halaga -de Joodse wet- dat we niet mogen vertrouwen op wonderen. En dus mag ik meedenken hoe we dit nieuwe complex financieel van de grond kunnen krijgen.

     

    Het gaat lukken want in de Joodse wereld staat tsedaka hoog in het vaandel. Tsedaka zouden wij in het Nederlands liefdadigheid noemen. Maar de letterlijke vertaling van tsedaka is niet liefdadigheid, maar gerechtigheid. De arme man of vrouw heeft recht op mijn financiële steun, het komt hem toe. Want de rijkdom die ik bezit is een zegen van Boven. En ik heb die zegen uitsluitend gekregen om er anderen mee te helpen. Dit nog even los van de Joods wettelijke verplichting dat iedere Jood verplicht is om minstens tien procent van zijn inkomen aan tsedaka te geven. Maar ook vanuit de niet-joodse achterban, speciaal vanuit de christelijke hoek, verwacht ik bijdragen.

    Ik werd vandaag met nog een vraag om financiële steun geconfronteerd. Een van mijn Joodse Gemeenten was benaderd door een man die, naar zijn zeggen, in grote financiële nood zit. Het bestuur weet geen raad met dit verzoek en wendt zich dus tot hun geestelijk leider met een puur niet-geestelijke vraag: moeten we dit materiele verzoek wel of niet honoreren? Natuurlijk moeten we ieder medemens in nood bijstaan, maar de vraag is vaak of je iemand helpt door hem geld te geven of dat het wellicht beter is om hem geld te lenen, ook als je weet dat hij die lening niet kan terugbetalen. Door een lening te geven moedig je hem namelijk aan om te werken en niet uitsluitend van de bedelstaf te leven. Als je de medemens middels een lening (weer) in het arbeidsproces kan krijgen, dan heb je een veel betere daad verricht dan als je hem uitsluitend cash zou hebben gegeven.

    Maar in dit specifieke geval is het nog iets ingewikkelder. De man schrijft aan de Joodse Gemeente dat hij in het buitenland woonachtig was, gescheiden is van zijn wettige echtgenote, voor zijn ex moest vluchten, dat hij zeer orthodox is, inwoont bij zijn moeder, wellicht Nederland wordt uitgezet en een vriendin heeft en een baby. Natuurlijk moeten we zo’n man helpen, maar de vraag is waarmee. De eerste vraag die in mij opwelt en mij een nare bijsmaak geeft is: Waarom benadrukt hij dat hij orthodox is? En waarom ontvluchtte hij zijn ex? Moet hij wellicht alimentatie betalen? Meent hij daarmee dan extra recht te hebben op financiële ondersteuning van de Joodse Gemeente? En als hij dan zo orthodox is, waarom woont hij in een dorp waar geen Joodse Gemeente is? En sinds wanneer woont een orthodoxe Jood samen zonder burgerlijk en religieus huwelijk? Ik ga ervan uit dat hij niet wettelijk is getrouwd, omdat hij spreekt over zijn vriendin en niet over zijn echtgenote! Misschien is hij niet officieel gehuwd omdat hij nog niet is gescheiden van zijn (eerste) vrouw. Vraagtekens, vraagtekens, vraagtekens.

     

    En ondertussen zet hij goedwillende vrijwillige bestuurders van de kleine Joodse Gemeente onder morele druk. En dus mag ik ertussen springen en neem ik het op mijn rabbinale schouders om deze man met zijn warrige verhaal vooral geen financiële steun te bieden uit de tsedaka-kas van de Joodse Gemeente. We zien wel hoe hij gaat reageren. Ik zal de goedwillende bestuurders steunen, want hij zal ze niet zo snel met rust laten als hij een afwijzing zal ontvangen. Hij zal morele druk uitoefenen en niet iedereen is daartegen opgewassen.

     

    Morgen is de eerste van de maand Elloel, de maand voorafgaande aan Rosj Hasjana, Joodse Nieuwjaar. Er wordt dan op de sjofar, de ramshoorn, geblazen als voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Vandaag heb ik al even een enkele toon geblazen om te oefenen. Lukte prima, ik heb een gezonde blaas……….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Binnen 24 uur begraven! Dagboek van een Opperrabbijn, 11 oktober 2020

    Ik had me een plezieriger Hosjana Rabba voorgesteld. Hosjana Rabba is de laatste dag van de tussendagen Soekot, de laatste dag dat we, als we in de soeka een maaltijd gebruiken, de lofzegging over de Soeka uitspreken. Een lewaja, begrafenis. Een goede bekende van mij, een klinisch psycholoog, die ooit zo’n 35 jaar geleden af en toe een sjabbat bij ons doorbracht. En vervolgens ontmoette ik hem ieder jaar bij de herdenking van de ‘ontruiming van het Apeldoornsche Bosch’, het Joodse psychiatrisch ziekenhuis in Apeldoorn en af en toe hadden we professioneel contact. Hij stuurde cliënten naar mij en ik ook naar hem. Hij was een ‘mensch’! Klaar staan voor de medemens in geestelijke nood, was zijn devies.

     

    Maar enige maanden geleden belde hij mij op, huilend. Ernstig ziek. Hij wist dat hij het niet zou halen. Ik hoop dat ik hem nog een beetje tot steun heb kunnen zijn. Zijn wens was dat ik de lewaja zou leiden en dat hij begraven zou worden op de begraafplaats waar velen van zijn familieleden ook begraven hadden willen worden…….en dus naar Zutphen gereden op deze feestelijke Soekot dag. Het zal u wellicht verbazen, maar ik kan hier helemaal niet tegen. Nooit heb ik kunnen wennen aan begrafenissen, zeker niet als het schrijnende gevallen betreft en er nagenoeg geen familie is en geen nazaten. Hij was een goed mens, stond klaar om te helpen en heeft er nog met veel inzet voor gezorgd vanaf zijn ziekbed dat zijn cliënten werden overgedragen aan andere therapeuten.

     

    Het was indrukwekkend hoe de kleine Joodse Gemeente Stedendriehoek binnen 24 uur alles heeft weten te regelen opdat de lewaja nog voor de Sjabbat en de Jom Tov kon plaatsvinden: Verlof tot begraven, transport, wassing, graf delven en de lewaja met minjan zodat alle gebeden konden worden uitgesproken! Kol hakawod – een prestatie! Ook hadden ze nog een cameraman en een geluidsman georganiseerd zodat de familie in Israël toch nog een beetje aanwezig kon zijn. Meer dan driehonderd mensen hadden meegekeken, vertelde de cameraman mij na afloop. Was de begrafenis toch nog aanzienlijk minder eenzaam dan ik aanvankelijk verwachtte.

     

    Inmiddels is het zondagavond en waren we Sjemini Atseret (het Slotfeest) en Simchat Thora (Vreugde der Wet) in Amsterdam bij onze zoon, schoondochter en de kleinkinderen (met inachtneming van de 1.50 m. We hadden zelfs een eigen appartement). Even weg van alles. Vanwege Jom Tov geen e-mail, geen Whatsapp en zelfs geen krant en radio. Wel corona, niet corona, het is even aan mij voorbijgegaan. Naar welke sjoel ik was in Amsterdam? Twee bekende vooraanstaande leden van de Joodse Gemeente Amsterdam, hebben direct na de eerste coronageluiden in de tuin een grote tent met verwarming, stoelen en eenpersoons tafeltjes gekocht en sindsdien is daar twee keer daags coronavrij sjoeldienst. Ik mocht daar sjabbat en zondag alle Jom Tov diensten bijwonen, want het aantal aanwezigen moet uiteraard beperkt blijven. Geweldig! Wat een gastvrijheid en wat een sfeer en saamhorigheid.

     

    Ondertussen zit ik in dubio over Ysselsteyn. Ysselsteyn, hoor ik u denken. Er gaat weer een herdenking plaatsvinden op de begraafplaats in Ysselsteyn waar Duitse soldaten begraven liggen, waaronder ook grote schurken en verraders die vele Joden de dood in gedreven hebben. Hiertegen is nu een petitie in omloop. Voor mij is het duidelijk dat dit niet aanvaardbaar is, maar voordat ik teken wil ik toch eerst weten hoe de vork precies in de steel zit. Want het gerucht gaat dat notabelen als Hirsch Ballin en Donner deze herdenking steunen en daar zullen ze zeker een reden voor hebben. Anderzijds zie ik dat het prominente lid van mijn persoonlijke adviesraad, Hans Knoop, ook de petitie heeft getekend. Wat is mijn twijfel? Mijn oma had een achterneef die met een niet-joodse vrouw was getrouwd. Hij was in 1938 uit Duitsland gevlucht, vrouw en kinderen achterlatend in Hamburg. Zijn kinderen werden gedwongen als soldaten op het Oostfront te vechten….Ik herinner mij dat ik met mijn ouders die achterachterneven van mijn vader als kind heb ontmoet. Voelt u mijn dubio om te tekenen? Zeer velen van die omgekomen Duitse soldaten waren niet per se ‘fout’, Ik ga dus eerst natrekken alvorens een besluit te nemen. Want ik plaats nooit zomaar even snel een handtekening!

     

    Overigens heb ik wel een brief ondertekend aan de President van Polen met het dringende verzoek om de wet die export van koosjer vlees verbiedt tegen te houden. Als die wet wordt aangenomen is dat een enorme klap voor Joods Europa. In steeds meer landen wordt koosjer slachten verboden en dus wordt er geslacht in bijvoorbeeld Polen. Maar als dan Polen de export gaat verbieden, hebben we een probleem. Met dierenwelzijn heeft dit echt niets te maken, puur antisemitisme. Het dierenleed in de slachthuizen is zeker een wezenlijk probleem, maar heeft niets te maken met koosjer slachten. Ook het vervoer naar de slachthuizen deugt vaak niet. Maar dat wordt, en ik beperk me maar even tot Nederland, niet aangepakt want de Voedsel en Warenautoriteit heeft het te druk met het zeuren over een paar flesjes wijn uit de zogenaamde Bezette Gebieden! Waarbij ik niet wil zeggen dat de voorstanders van zo’n exportverbod antisemieten zouden zijn, dat weet ik gewoonweg niet. Maar het fenomeen van het verbod op de sjechieta is door de eeuwen heen een voorloper geweest van Jodenvervolging. De eerste wet die in Nederland na de bezetting werd uitgevaardigd door de bezetter was, in juni 1940: verbod op koosjer slachten.

     

    Ondertussen ontving ik weer een verzoek om na te gaan of iemand die nu in Israël woont nog familie heeft in Nederland. In dit specifieke geval kwam de vraag bij mij vanuit een organisatie die tegen betaling dit soort onderzoeken doet. Maar dat opsporingsbedrijf komt er niet uit en dus: Gewoon Jacobs vragen om diep in archieven te gaan duiken, zelf uit te vissen of die archieven überhaupt bestaan en hopend dat Jacobs met minimale informatie de speld in de hooiberg kan vinden. Jacobs mag dus het werk doen en het bedrijf int de gelden! Daar pas ik dus netjes voor. Ik help graag, ben bereid ingewikkelde klussen op te lossen, maar ik weiger misbruikt te worden.

     

    De Feestdagen liggen achter ons, de soeka ga ik morgen afbreken en dan naar Den Haag. Een afspraak met de ambassadeur van Polen over die brief aan zijn President. De rust van twee heerlijke dagen is voorbij.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl.

  • 36 Joden bestaan alleen nog in het mapje 'Iran' op mijn compute

    Twee bestuurders van een van mijn Gemeenten kwamen op bezoek om iets te bespreken. Omdat het onderwerp voor iemand een plezierige verrassing moet zijn, kan ik dus niet aangeven wat dat ‘iets’ inhoudt. Uiteraard zaten we om corona-technische reden in onze tuin, ontworpen en onderhouden door mijn Blouma. Een klein paradijsje in het hectische leven van een rabbijn. (Ik bedoel dus de tuin….) 

    Van het een komt het ander en Blouma toont een speciaal tafelkleed uit Iran dat wij ooit cadeau hebben gekregen, omdat ik iemand heb mogen en vooral kunnen helpen via mijn netwerk. Netwerken zijn leuk. Recepties, acte de préséance geven, vooraan zitten, foto’s, maar vooral: netwerken zijn nuttig en zijn er om te gebruiken! Door dat tafelkleed kwam bij mij Iran weer opborrelen in mijn herinnering en ik begon spontaan te vertellen, misschien wel omdat het precies op de dag af 9 jaar geleden is dat ik een VIP-ontvangst had geregeld op een van onze ministeries om hulp te bieden aan een groep Joden die in Iran in grote nood verkeerden.

    Van de ene gedachte komt de andere boven: Een telefoontje van bekende advocaat. Een probleem waarbij mijn hulp noodzakelijk is. De advocaat en ik zijn tegenpolen van elkaar. Hij is van de harde aanpak, ik niet. Als mensen kwaad op hem zijn, is hij tevreden. Ik kan daar niet zo goed tegen. Maar juist die karakterverschillen maken het dat wij vaak heel veel mooie zaken samen mochten oplossen. Mochten? Momenteel zijn we weer samen iets aan het regelen. Hij de felle jurist, ik de aantrekkelijke verpakking.

    Maar in het geval van het telefoontje lag de nadruk niet zozeer op onze samenwerking, maar op mijn zorgvuldig opgebouwde netwerk. Op Schiphol was een man gearresteerd met een vals paspoort. Hij zou ten hoogste twee weken in het gevang kunnen belanden en dan zou de KLM, die toen nog volledig in de lucht was, hem naar zijn land van herkomst moeten terugsturen. In dit geval: Iran. Wat speelde hier? De man, zeventig jaar oud, was geboren en getogen in Iran. Daar had deze rijke zakenman ook nog steeds vele panden, hoewel hij inmiddels met kinderen en kleinkinderen in Israël woonde. Maar om zijn Iraanse nationaliteit niet kwijt te raken en daardoor al zijn onroerend goed in Teheran te verliezen, heeft hij de Israëlische nationaliteit nooit aangenomen en zijn Iraanse paspoort behouden.

    In 2002, als ik me goed herinner, was zijn Iraanse paspoort verlopen en in Israël was er nog geen consulaat van de Iraanse Republiek, zelfs niet in Jeruzalem. En dus probeerde hij in verschillende landen op het consulaat van Iran een nieuw paspoort te krijgen. Overal werd hij weggestuurd omdat hij niet woonachtig was in het land waar dat consulaat gevestigd was. Uiteindelijk, vlak voor de datum dat het paspoort verliep, vond hij een consulaat dat bereid was om hem, voor veel geld, een nieuw paspoort te geven. Vanaf 2002 tot 2008 reisde hij hiermee de wereld rond, totdat hij in 2008 Nederland wilde binnenkomen en hij werd gearresteerd omdat zijn paspoort vals was. Het probleem was niet dat hij veroordeeld zou worden en twee weken de cel zou indraaien. Neen, probleem was de serieuze dreiging dat hij na de twee weken detentie per KLM teruggestuurd zou worden naar Iran. Hoe de ontvangst van deze Joodse Israëliër in Iran zou zijn, laat zich raden. En dus werd ik ingeschakeld door deze advocaat. 

    Het was vrijdagmiddag, een paar uur voor sjabbat. Ik bel een contactpersoon uit mijn netwerk waarvan ik denk dat hij hierin iets kan betekenen. Hij zal er meteen achteraangaan en inderdaad, een paar minuten na sjabbat, inmiddels diep in de nacht, belt hij terug: “Binyomin, maak je geen zorgen. Het komt goed!” En het kwam goed, want de daaropvolgende maandag werd door de rechter asiel aangeboden. En mocht hij daarin niet geïnteresseerd zijn, dan zal de marechaussee hem op het vliegtuig zetten naar een land van zijn keuze. Maar naar één land mogen ze de zakenman niet terugsturen: Iran. Ik mocht een schakeltje zijn in de redding van één mens.

    Ja, met Iran heb ik nog een succes geboekt. Een bruid, al meer dan 13 jaar in de USA woonachtig, maar afkomstig uit Iran, wil zo graag dat haar moeder bij haar choepa-bruiloft aanwezig zal zijn. Maar de moeder kan in Iran geen visum krijgen voor de USA. Ook daar heb ik iets mogen betekenen. Als dank heb ik dat tafelkleed gekregen dat bij mij Iran weer in mijn gedachten bracht. Twee successen. Maar in een andere kwestie waar het tientallen levens betrof en waarin ik wederom een heel klein schakeltje had kunnen zijn, mislukte het volledig. Mijn netwerk deed het prima. Buitenlandse Zaken deed meer dan ze konden, maar toch liep het mis en verdwenen zesendertig gevangengenomen Iraanse Joden in het duistere gat der vergetelheid. Alleen hun namen en het vermoedelijke adres van hun gevangenis zit nog ergens in het mapje ‘Iran’ op mijn computer.

    En ondertussen wordt er nauwelijks, gewoon hier in ons eigen landje, aandacht besteed aan de bekladding van een viaduct in Wildervanksterdallen. “Arbeit macht Frei”. “Verboden voor Joden”. Het is wel onleesbaar gemaakt. De racistische tekst is visueel verdwenen, maar het onderliggende antisemitische probleem niet. Waarschijnlijk waren de daders jongeren of verward……….

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Aangevallen en bedreigd: Advies gevraagd!

    Afgelopen sjabbat, terwijl ik mij sjabbat-middag-dutje deed, werd ik wakker door een enorm lawaai. Ik dacht aan het geluid van de luchtballonnen die vaak op sjabbatmiddag over ons huis vliegen en dan hoor je een geluid van, naar ik vermoed, het gas dat wordt ontstoken of zoiets. Maar dat was het dus niet. Neen, voor ons huis, midden op de rijweg, een Turkse bruiloft.
    Dat het een Turkse was werd duidelijk door de vele Turkse vlaggen. Maar los van die zichtbare vlaggen was luidkeels hoorbaar een trommel, een of andere fluit, heel veel witte auto’s met loeiende motoren, dansen, lawaai. Kortom: Heel gezellig en het deed mij even de drukkende bedomptheid van de hittegolf vergeten. Het verkeer kon er niet echt meer door en ook een autobus stond braaf te wachten. Een passerende auto, die er toch in slaagde door de meute heen te komen, raakte een van de feestvierders, al dan niet opzettelijk, aan zijn hand. Gevolg: boosheid, irritatie, een gewonde hand en vier feestvierders die hun witte auto insprongen en de achtervolging inzetten. En dan zie je iets gebeuren in die groep. Een heel klein aantal is erg geëmotioneerd en opgewonden, maar de meerderheid is rustig en probeert te kalmeren.
     
    En zo gaat het ook, dacht ik, in Gaza en in vele andere brandhaarden van onze woelige verhitte aarde. Verreweg de meeste mensen, ongeacht afkomst, ras, of geloof willen gewoon rust en vrede. Maar ze worden geïndoctrineerd, in een denkpatroon geperst via media en schoolboeken Het vormen van een eigen mening bestaat niet, niet in praktijk en zelfs niet in theorie. Het ‘kleine groepje’ beheerst namelijk alles. Dit soort criminele overheersing leidt tot gijzeling, willekeurige schietpartijen, zelfmoordaanslagen, totale onderdrukking. Vaak vecht het groepje elkaar ook de tent uit en overheerst alles en iedereen, desnoods onder het mom van religie.
     
    Recentelijk kwam mij een boek onder ogen over de interne intriges in het leiderschap van nazi-Duitsland. Vrienden werden geëlimineerd, vijanden naar voren geschoven. Het enige doel was en is: het dienen van de afgod IK, buiten en binnen de groep.
    Maar helaas bestaat in die meeste brandhaarden geen mogelijkheid om het ‘kleine groepje’ te kalmeren, zoals voor mijn deur in de straat wel het geval was. Maar wat doen we eraan? Wat kunnen we eraan doen? Geen idee, helaas.
     
    Waarom ik dit nu naar voren breng? Ik zit zelf met een dilemma. In mijn dagboek van een paar dagen geleden vermeldde ik dat er 1. een auto op mij was ingereden en dat ik, geheel los hiervan, 2. een dreigtelefoontje had gekregen. Ik zou namelijk geschreven hebben, hoewel ik het niet heb kunnen natrekken, dat de BLM-beweging marxistisch is. Nogmaals mijn opvatting over BLM: Ik veroordeel iedere vorm van racisme. Als Zwarte Piet door mensen als beledigend wordt opgevat, moeten we ermee stoppen. Maar ik vind BLM een gevaarlijke beweging alleen al vanwege de antisemitische spreekkoren die bij demonstraties tegen racisme worden gescandeerd en vanwege hun felle antizionistische opstelling.
     
    Terug naar mijn 1. en 2. Hoe ga ik hiermee om? Door te vermelden dat iemand op mij inreed of het dreigtelefoontje van een ‘verward persoon’, zoals de politie hem omschreef, in mijn dagboek op te nemen, krijgt de intimidatie precies de aandacht die ze willen. Bovendien kan het anderen op gedachten brengen om ook te dreigen of daadwerkelijk te beschadigen. En dus kreeg ik een telefoontje van een goede vriend met de opmerking: Dit had je niet moeten vermelden. Geef ze geen platform!
    Een korte piepkleine enquête bij een paar bekenden leverde echter ook de zienswijze op dat verzwijgen onacceptabel is. Niet benoemen betekent aanvaarden. Het zal wel goedkomen als we maar stil zijn, heeft geen resultaat gehad in de holocaust, zelfs niet in Nederland.
     
    Beste lezer van mijn dagboek: ik zit in dubio. Ik heb gekozen om wel te benoemen en wil daarmee eigenlijk verder gaan. Maar is dit een goede keus? Of breng ik mezelf hierdoor nodeloos in gevaar? Ik hoor het graag van u. Mag het per e-mail? U kunt mij (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) bereiken.
  • Adviezen van lezers, Dagboek van een opperrabbijn

    Vandaag heb ik me voornamelijk beziggehouden om alle e-mails te lezen die ik heb ontvangen vanwege mijn verzoek om advies. Herinnert u zich mijn vraag nog uit mijn dagboek van een paar dagen geleden? Ik had vermeld dat 1. een auto op ons was ingereden en ons getrakteerd had op een niet vriendelijk klinkende antisemitische scheld kanonnade en 2. had ik een dreigtelefoontje ontvangen van een, volgens de politie, verwarde man. Mijn dilemma was, achteraf geredeneerd, of het verstandig was dat ik deze twee voorvallen vermeld en dus platform geef aan de belagers of dat ik er niet over had moeten schrijven.

     

    En toen dacht ik: ik vraag aan mijn dagboekeniers een advies. En aldus geschiedde met als gevolg tegen de honderd e-mails in mijn digitale brievenbus. En toen, hoor ik u denken. Maimonides, de grote Joodse geleerde schrijft in zijn beroemde werk Jad Hachazaka: De leerlingen geven de leraar meer wijsheid en verbreden zijn gevoelens. Zoals de Wijzen hebben gezegd: veel heb ik van mijn leerlingen geleerd en nog meer van mijn vrienden. Aan deze halaga, wetsbepaling, moest ik denken toen ik vandaag alle adviezen bekeek, die ik op mijn emailadres had ontvangen.

    • Wanneer wij zwijgen en mensen er niet op attent maken, dat zij verkeerd bezig zijn, hoe kunnen zij zich dan verbeteren? Versterk je dan eigenlijk niet het akelige, verkeerde gedrag? We proberen toch een betere wereld te maken? Daarbij, uw voorbeeld geeft ook aan ons, uw lezers, een richting aan, een houvast, iets om over na te denken.
    • Als je zonder compromis met elkaar schrijft is er een mogelijkheid om je te verrijken in kennis en zienswijzen.
    • U brengt misschien wel uw leven in gevaar. Maar ik vind het wel heel moedig dat u ook onderwerpen als dit ter sprake brengt in uw dagboek. Eenieder heeft het recht om zijn mening te uiten. Want hier in Nederland geldt dat we allen het recht van vrijheid van mening hebben. Soms te vrij. Dat is mijn mening. Men denkt niet na. Maar ik vind het wel te ver gaan als men met uw uitgesproken mening groepen uitsluit of kwetst. En soms moet je wel je mening over iets ventileren, zeker als het in uw ogen heel wat kwaad kan doen aan mensen.
    • Nogmaals: Ik vind het heel dapper dat u dit ter sprake brengt in uw blog. Want soms is alleen toekijken niet genoeg.
    • Ik zal met de deur in huis vallen: U had dit niet moeten vermelden. Ik stel dit aan de hand van de vraag: wat wilt u bereiken en denkt u dat u datgene bereikt wat u zou willen bereiken met een en ander te vermelden? U had moeten zwijgen en dat heeft niets te maken met aanvaarden en het zal wel goedkomen, maar met dat u op deze wijze niet datgene bereikt wat u zou willen bereiken.
    • Het verzwijgen, of je hoofd in het zand steken, struisvogelpolitiek, is in het verleden niet de juiste optie gebleken. Ik zie dat heel plastisch voor me, die vogel stopt zijn hoofd weg, maar de rest van zijn lijf is voor iedereen zichtbaar en hij zelf ziet niets meer en is daardoor veel kwetsbaarder.
    • Het blijven benoemen en kenbaar maken aan zoveel mogelijk mensen is denk ik de beste optie, al besef ik wel dat dit ook wel de heftigste is. Er is veel moed voor nodig, die heeft u. De door u gekozen weg lijkt mij wel de beste.
    • Uw ontzetting, ongerustheid e.d. zijn wellicht deel van hun ‘brandstof’ voor het organiseren van verdere ellende.
    • Speak softly and carry a big stick. Die grote stok heeft u, gezien uw persoonlijke bekendheid en uw toegang tot politiek en media, altijd op uw bureau liggen.
    • Als je dus veel op het internet zit als Jood, moet je incalculeren dat je geconcentreerd veel antisemitisme tegenkomt, omdat de communicatie enorm verbeterd is. Naast de nuchterheid dat inderdaad alle onderzoeken van de wereld, een stijging laten zien de afgelopen jaren.
    • Ik denk dat je nooit mag zwijgen. Hebben we al te lang gedaan en het heeft ons niets opgeleverd. Beter staande te sterven dan op je knieën te leven. Wij van dit oeroude joodse geslacht zijn van de JLMT (Jewish Lives Matter Too), een club met weinig leden.

    Bovenstaande is een bloemlezing uit het grote aantal reacties die ik op mijn e-mail mocht ontvangen en nog steeds komen er meer binnen. Bijna iedereen was van mening dat zwijgen niet acceptabel is. En ten aanzien van gevaar, wat natuurlijk best reëel is, adviseerde een van de schrijvers mij om mijn echtgenote te laten beslissen. Een heel goed antwoord. Zo goed, dat ik moet bekennen dat ik dat advies al jarenlang opvolg. En met betrekking tot mijn coronadagboek: Twee keer overleefde een coronadagboek de censuur niet en was ik tot in de late uurtjes bezig met herschrijven totdat mijn Blouma haar koosjer-stempel kon geven. En dan zijn er nog steeds mensen die denken dat in het Jodendom de vrouw is achtergesteld. Ze moesten eens weten!*

     

    *Deze laatste woorden zijn na de censuur toegevoegd!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Alle Nederlanders zijn een beetje calvinistisch

    Het is nu 4:30 uur in de ochtend. Ik ben op, heb 5 uur geslapen en voel me heerlijk uitgeslapen. Het nadeel van die korte nachten is dat ik dan ergens overdag toch de neiging vertoon om een half uurtje iets minder goed bij de les te zijn.

     

    Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en dus zit ik achter mijn computer om mijn dagprogramma in te vullen, want het moge dan zo zijn dat ik qua stroming binnen het Jodendom tot het chassidisme behoor, van huis-uit ben ik een typische jekke. Morgen zal ik dat nog uitleggen, maar het komt erop neer dat ik nogal georganiseerd ben. Niets mis mee, hoor ik u denken. Klopt, want de meeste Nederlanders zijn ook georganiseerd. Alle Nederlanders zijn ondanks verschillende geloven, toch een beetje calvinistisch. Tien uur is tien uur. Niet vijf voor tien en niet tien over tien.

     

    Als iemand met mij een afspraak heeft om elf uur dan zie ik ze soms al om een paar minuten voor elf voor de deur staan, maar om precies elf uur bellen ze aan. Zo zitten wij Nederlanders in elkaar. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar af en toe gaan we iets te neurotisch om met onze punctualiteit. En dus moet ik voor mezelf weten wat ik vandaag moet doen. Agenda: mijn toespraak voorbereiden voor Jom Kippoer; dagboek voor vandaag; voor morgenavond een Zoom-les voor de Joodse gemeenschap voorbereiden; toespraak voorbereiden voor zondagochtend op de begraafplaats te Haarlem; een paar pastorale telefoontjes; mensen bedanken voor de bloemen die we voor Rosj Hasjana ontvingen. Dat is het, maar ik moet altijd ruimte hebben voor het beantwoorden van e-mails en het te woord staan van mensen die me bellen.

     

    Die oningevulde ruimte, die iedere dag zichzelf vult, is de dagelijkse onzekere factor in mijn agenda waarmee ik rekening moet houden. Overigens ben ik vergeten te vermelden dat ik om 14:30 uur naar Den Haag moet voor de opening van een tentoonstelling op de ambassade van Litouwen. De tentoonstelling genaamd “Kindness of one’, is geïnspireerd door de Japanse diplomaat Chiune Sugihare en de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk, die beiden in Kaunas (Litouwen) aan duizenden Joden ‘visas for life’ hebben uitgereikt in een paar dagen tijd en met hun heldendaad duizenden Joden het leven hebben gered. Na de oorlog werd Sugihare in Japan ontslagen en heeft Jan Zwartendijk in plaats van erkenning en een meer dan verdiende Koninklijke Onderscheiding, een reprimande gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verstrekken van deze illegale visums.

     

    Boosheid voel ik in mezelf opkomen als ik dan eraan denk dat de burgemeester van een plaats in de nabijheid van Utrecht, zo werd me gisteren door iemand verteld, geheel vrijwillig en nog voordat het van burgemeesters werd gevraagd door de nazi's, reeds een lijst met Joden had gemaakt. Soms is het braafste-jongetje-van-de-klas-zijn een kwalijke en criminele eigenschap. Hier moest ik gisteravond ook even aan denken toen ik onze minister van Buitenlandse Zaken vanuit Brussel hoorde vertellen dat het besluit om de oppositie in Wit-Rusland te steunen niet meteen ten uitvoer kan worden gebracht want er moet eerst nog een formele weg worden bewandeld via het ambtelijke EU-apparaat. En ondertussen worden de moedige demonstranten in Minsk en in vele anderen steden hardhandig de gevangenissen ingetrapt…. Ik verlaat dit dagboek nu even, want me opwinden zo vroeg in de ochtend is niet gezond. Ik ga nog even een uurtje naar bed. Tot straks!

     

    Inmiddels 22:30 uur en een volle dag achter de rug. De bijeenkomst in de ambassade van Litouwen was fijn, waardig en indrukwekkend. Een telefoontje van iemand die mij ooit ergens had ontmoet. Of ik contact kan opnemen met een hoogbejaarde dame bij wie de oorlog weer helemaal bovenkomt. Ook nog even een aanbevelingsbrief geschreven voor de aanvraag van een Koninklijke Onderscheiding voor iemand die het echt verdient. En een verzoek om voor iemand anders ook zo’n aanbevelingsbrief te schrijven. Maar of ik dat wil doen weet ik niet. Soms weet ik namelijk te veel…

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Ambassadeurs lijken wel Rabbijnen. Dagboek van Opperrrabbijn 21 oktober 2020

     

    Vandaag stond in het teken van het buitenland. De ambassadeur van Hongarije had mij uitgenodigd voor een lunch op zijn ambassade. We kennen elkaar al een paar jaar, ontmoeten elkaar van tijd tot tijd en vandaag dus weer. Reden van het bezoek? Geen. Gewoon weer even bijpraten over koosjer slachten, dat een probleem dreigde te worden in Polen, de relatie Hongarije-Israel en w.v.t.t.k.* Omdat het nu niet bepaald eenvoudig zou zijn om op de Hongaarse ambassade een koosjere maaltijd te regelen, hebben wij, mijn Blouma en ik dus, hem bij ons voor de lunch uitgenodigd. De ambassadeur dus naar Amersfoort en wij niet naar Den Haag. Omdat hij niet met lege handen wilde komen had hij een enorme bos bloemen meegenomen en een fles koosjere wijn.

     

    Hoe was hij aan die wijn gekomen? De ambassadeur heeft z’n vriendje Naor (de ambassadeur van Israel) gebeld en die heeft ervoor gezorgd dat er een fles koosjere Israëlische wijn die afkomstig was van het IPC –het Israel Producten Centrum- te Nijkerk op de Hongaarse ambassade hedenochtend werd afgeleverd. En omdat de ambassadeur van Hongarije niet van het bestaan afwist van het IPC, dat op tien minuten van mijn huis ligt, heb ik hem na de lunch daarheen genomen. Uiteraard heb ik ervoor gezorgd dat hij naast de rondleiding en uitleg over de doelstelling van IPC en Christenen voor Israel, ook een pak koekjes kreeg. Want: morgen komt de ambassadeur van Israel op bezoek bij de Hongaarse ambassadeur en dan leek het me wel aardig dat ik dan de fles wijn terugbetaal via een rol koosjere Israëlische koekjes. Los daarvan heb ik een masker aan de ambassadeur gegeven met daarop “I love Israel”, zodat de Hongaarse ambassadeur dat dan kan dragen als de Israëlische ambassadeur zijn opwacht komt maken. Netwerken heet zoiets. Levert meestal ter plekke niets op, maar is wel belangrijk voor wanneer nodig. Ambassadeurs doen niet anders, lijken wel rabbijnen, althans mijn soort rabbijnen. Want ik ben van mening dat de rabbijn er uiteraard primair is voor de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte. Maar voor die Joodse gemeenschap is ook het contact met buiten die gemeenschap van vitaal belang, want we zijn een onderdeel van de brede samenleving: Noach moest op last van G’d de Ark verlaten! Los van het belang voor de Joodse gemeenschap hebben wij ook de plicht, mijns inziens, om mee te werken aan het welzijn van de ons omringende maatschappij. Gisteren had ik ander soort ambassadeur op bezoek, namelijk Dr. Pieter de Boer, lid van het deputaat Kerk en Israel van de CGK-Christelijk Gereformeerde Kerken- en de woordvoerder van de Interkerkelijke Werkgroep. Die Werkgroep had een schuldverklaring opgesteld over de houding van de kerken tijdens en kort na de oorlog. Vandaag is die schuldverklaring officieel naar buiten gebracht. Hoewel voor mij zo’n schuldverklaring niet echt hoeft, gaf het me toch een goed gevoel. Speciaal de opmerking over wat er mis is gegaan na de oorlog raakte me. Neefjes en nichtjes van mijn opa en oma mochten niet bij mijn opa en oma grootgebracht worden, maar moesten in de Christelijke gezinnen blijven waar ze ondergedoken waren geweest. Natuurlijk hadden die duikouders een band met hun duikkinderen ontwikkeld, hadden ze hun levens gered, maar……hun vermoorde ouders hadden ze echt niet afgestaan met de bedoeling dat ze zouden worden grootgebracht als Christenen.

     

    En nu we toch aan het ambassadeuren zijn: een telefoontje uit Oekraïne. Een van de rabbijnen zat in een conflictsituatie met Christenen voor Israel die hem steunen met een adoptie project. Mensen in Nederland adopteren een straatarm Joods gezin in Oekraïne voor €25 per maand. In Kirovograd liep de communicatie tussen de Nederlandse gevers en de lokale rabbijn even niet goed. En dus word ik gebeld door de rabbijn en sla ik aan het bemiddelen of aan het oplossen, als een soort ambassadeur van wie weet ik eigenlijk niet, maar ik zit wel ergens tussen. Na de nodige telefoontjes hoop ik dat ik alles weer recht heb kunnen strijken en het ook in Kirovograd weer vlekkeloos verloopt. Lastig is hier wel dat de lokale rabbijn wel vloeiend Russisch spreekt, maar geen Jiddisch, gebrekkig Engels en ook niet optimaal Ivriet en al helemaal geen Nederlands! Ondertussen wacht ik op de uitslag van een archiefonderzoek om iemand zijn Jood-zijn te kunnen bevestigen. Voor mijn gevoel is dat zo na te kijken, maar niet iedereen deelt mijn mening dat (bijna) alles meteen moet worden opgepakt. In principe beantwoord ik ook altijd e-mail per direct. Moet ik interessant doen en pas na een week antwoorden als ik het ook meteen kan doen? Gevolg is wel dat ik soms tot diep in de nacht achter die stomme computer zit, die mijn hele leven aan het beheersen is!

     

    Goed nieuws! Althans voor mijn gevoel. Want hoewel het natuurlijk echt niet zo is dat honderd toehoorders bij een lezing belangrijker zijn dan tien, en hetzelfde geldt voor het aantal lezers van mijn dagboeken, toch, ik moet mijn zwakte in deze bekennen, vind ik het wel fijn dat mijn dagboeken breed worden gelezen. En dus: Goed nieuws voor mij! Toevallig (hoewel ik dus echt van mening ben dat toeval niet bestaat) heeft de EJA –European Jewish Association- een van mijn dagboeken gezien, met google vertaald en toestemming gevraagd om een paar keer per week dit dagboek te mogen plaatsen op hun website en hun Facebook. En dus weer meer lezers. Mijn dagboek gaat Europees!

     

    *w.v.t.t.k.: wat verder ter tafel komt.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Antisemitisme op Jom Kippoer in Zweden

    In Brussel was vandaag een conferentie met verschillende Europarlementariërs georganiseerd door EJA, de European Jewish Association. Onderwerpen: veiligheid, koosjer slachten, besnijdenis. De hele conferentie uiteraard via zoom met slechts enkelen fysiek aanwezig, waaronder mijn persoon. Om 10:15 uur vertrokken en zojuist weer thuis aangekomen, precies 12 uur later. De vertegenwoordiger van Zweden mv. Saskia Pantell, voorzitter van de Zweeds-Israëlisch samenwerkingsverband, had afgezegd vanwege de nazi-demonstraties op Jom Kippoer.

     

    U leest het goed. Demonstraties tegen Joden op Jom Kippoer in Zweden waar slechts een handjevol Joden woonachtig zijn. Geen demonstratie tegen Israël, maar gewoon puur tegen de Joden. Joodse Zweden kregen brieven in hun bus met o.a. de opmerking dat Joden hun kinderen besnijden om kinderbloed te kunnen proeven. Kijkt u hier maar even. Ik hoop dat de Nederlandse media hieraan ook aandacht willen besteden ondanks het feit dat de demonstratie en de antisemitische folders niet tegen Israël waren gericht. Mijn fijne en optimistische Jom Kippoer gevoel was plotsklaps verdwenen. Niet goed.

     

    De Israëlische minister van Diaspora Mv. Omer Yankelevich deed ook mee aan de conferentie, als zoomer. Duidelijk stelde zij dat om als Joods volk te overleven wij niet onze keppeltjes moeten gaan verbergen of anderzijds ons moeten verstoppen. Integendeel: om te overleven moet de Joodse gemeenschap zijn identiteit juist behouden en versterken. Maar om antisemitisme te bestrijden moeten er ook coalities worden gevormd met niet-Joodse groeperingen, hetgeen we in Nederland duidelijk doen.

     

    Duidelijk werd verwoord dat antisemitisme van alle kanten komt: extreemrechts, extreem-links en Moslimextremisme. Om te voorkomen dat ik te depressief zou worden heb ik maar naar mijn autogarage gebeld om te vragen wanneer mijn nieuwe leaseauto klaarstaat. De auto was inmiddels wel al gearriveerd. Mijn depressie was al bijna verdwenen.

     

    Maar denkend aan de nieuwe auto dwaalden mijn gedachten af naar Jom Kippoer: G’d vroeg ons echt niet in welke auto wij hebben gereden. Wel zal Hij ons hebben gevraagd of wij onze medemensen geholpen hebben om op de juiste plaats aan te komen, hun doel te bereiken. G’d vroeg ons ook niet hoe groot ons huis was, maar wel hoeveel gasten er over de vloer kwamen. G’d zal ook geen navraag hebben gedaan over de grootte van onze klerenkast, onze garderobe, maar Hij zal wel graag weten hoeveel arme mensen we hebben mogen kleden. En, zo kwam het in mijn gedachten op, zal G’d ook niet geïnteresseerd zijn geweest in het aantal vrienden dat wij hadden, maar wel zal Hij benieuwd zijn aan hoeveel medemensen we vriendschap hebben gegeven. En tenslotte is het zelfs niet belangrijk in welke buurt we woonden, maar essentieel is wel hoe we omgingen met onze naasten.

     

    Ondertussen werd er gesproken over de veiligheid en beveiliging van synagogen en andere Joodse gebouwen. De veiligheidsdeskundige waarschuwde dat politici de neiging hebben te vergeten want het is alweer een tijdje geleden dat er een terreuraanslag heeft plaatsgevonden. Het moge stil zijn, maar de vijand slaapt niet en dus, waarschuwde de EU-deskundige, mogen de Joodse instellingen niet indommelen.

    Het was het dagje wel. Na overleg met mijn (lijf)arts zag hij geen bezwaar aan mijn deelname aan deze EU-conferentie, mits 1,50 m social distance, handen wassen en ventilatie, ventilatie, ventilatie. Ondertussen heb ik ervoor gezorgd dat ik de conferentie voor 18:00 uur heb verlaten zodat ik geen verplichting/advies heb om in quarantaine te gaan. Onderweg nog een hele tijd stilgestaan op een parking voor een belangrijk telefoongesprek.

     

    En nu dus thuis en rustig naar bed, dacht ik. Want er kwam nog een telefoontje want er was iets misgegaan bij een begrafenis. De functionaris functioneerde niet, was niet genoeg zichtbaar en kwam knullig over, zo in het kort was de inhoud van het gesprek dat ik met de zoon mocht voeren. Ik voel me schuldig, want ik had dus de lokale jonge rabbijn beter moeten uitleggen hoe e.e.a. in z’n werk gaat. Een gemiste kans. Juist bij een begrafenis is de pastorale zorg zo heel erg belangrijk. Of de kritiek op de rabbijn terecht was of niet, is niet relevant: het blijft een triest gegeven dat de zoon en ook de kleinkinderen met een naar gevoel zijn blijven zitten, en dat had niet gehoeven…..

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Beroepsgeheim! Dagboek van een Opperrabbijn 19 oktober 2020

    Vandaag kon ik min of meer de hele dag niet op de computer want er werd een nieuwe geïnstalleerd. Ik was redelijk bevreesd omdat het een hoogwaardige computer ging worden met daaraan ook een hoogwaardig prijskaartje. Ik wachtte al enige maanden tot het nieuwe wonder eindelijk vandaag zou arriveren. Waarom niet een eenvoudige goedkope die direct leverbaar was?  Bij een goede bekende, een oud-leerling, advies ingewonnen en toen kwam er dus een combinatie uit van een kleine lichte laptop en een groot zwaar scherm met toetsenbord en ingebouwde camera. Het grote scherm voor thuis op mijn Opperrabbinaal Hoofdkantoor (mijn Rabbinaat heeft de afmeting van één vierkante meter en bevindt zich in de hoek van onze woonkamer) met de kleine zeer lichte laptop die het scherm aanstuurt. Maar die kleine lichte laptop kan ook makkelijk meegenomen worden zodat ik zelfs vanuit de auto (als ik niet zelf achter het stuur zit!) verder kan met het beantwoorden van e-mails, het schrijven van mijn dagelijkse dagboek, het in elkaar fabriceren van Rab@Rik - levenslessen van de Opperrabbijn - dat op www.cip.nl verschijnt, het bekijken van diverse documenten en archieven, het in contact blijven met buitenlandse collega’s enz.  De operatie, het overzetten van al mijn gegevens, die bijna een hele dag duurde, viel mee. En u, beste dagboekenier, heeft de primeur om de eerste productie te mogen ontvangen. Lijst dus s.v.p. dit dagboek in, wie weet wat voor waarde dit in de toekomst zal krijgen!

     

    Hoewel dus per e-mail vandaag moeizaam bereikbaar, werkte de telefoon normaal. Weer van alles en nog wat door mekaar. Maar ik observeer iets vreemds. Regelmatig word ik gevraagd om naspeurwerk te verrichten over Joodse afkomst. Maar het aantal dat mij deze weken bereikt is wel erg groot. Met maar liefst zes gevallen ben ik bezig, bijna allemaal van niet-Nederlanders wier ouders of grootouders uit ons land afkomstig zijn. Bij bijna allemaal weten of vermoeden ze sinds kort dat ze afkomstig zijn van Joodse voorouders. Bij allen hadden de grootouders na de oorlog alles in het werk gesteld om de Joodse afkomst te verbergen en sinds kort is dat dan toch uitgekomen. En dus gaan de nazaten op zoek naar hun afstamming en dan kom je uiteraard uit bij de rabbijn, waar anders zou ik bijna zeggen. Ik voel me soms een gediplomeerd Joods vuilnisvat. Ik ben nu bezig met twee Nederlandse gevallen, een uit Nieuw-Zeeland, een uit Israel, een uit België en een heel lastige uit de voormalige Sovjet-Unie. Lastige klusjes die enerzijds een heel zakelijke aanpak behoeven, anderzijds erg gevoelig en emotioneel liggen. Ik heb het gevoel dat dit soort identiteitsproblematiek wordt aangewakkerd door het vele thuiszitten en ook door de confrontatie met de relativiteit van het leven, het wegvallen van zekerheden, die nu toch minder zeker blijken te zijn.

     

    Vragen of wij iemand kennen die een geschikte huwelijkspartner zou zijn voor zoon of dochter bereiken ons ook regelmatig, maar die zitten in de portefeuille van Blouma. Die kent altijd iedereen, weet de juiste vragen te stellen en heeft erg vaak al voor het kennismakingsgesprek per telefoon al een paar ideeën. Maar dan is er nog niemand getrouwd, zo snel gaat het ook weer niet. Deze week werden we gebeld door een vader die voor zijn dochter in Israel via een datelijst een keurige jongen had gevonden. Maar wat bleek, de jongen oorspronkelijk uit Nederland afkomstig, had niet de hele waarheid over zichzelf opgegeven. En aan mij nu het verzoek of ik even de datasite kan aanspreken en/of ook de jongen een reprimande kan geven. Ja, wat moet ik daar nou weer mee, gonsde het door mijn hoofd. Ik ken die jongen nauwelijks tot niet. Maar het probleem loste zich automatisch op. Tien minuten na het telefoontje van de boze vader van het meisje belt de jongen uit Israel me zelf op. Hij heeft een probleem. Moet hij wel of niet meteen nog voor het eerste gesprek het kleine probleem dat hij met zich meedraagt vermelden. Als hij dat doet, zal niemand in hem geïnteresseerd zijn omdat hij a priori zal worden afgewezen. Anderzijds wil hij absoluut de waarheid niet verzwijgen. Na enig flitsend denkwerk heb ik hem een advies gegeven waarmee komende vaders niet boos kunnen worden en hij zonder onwaarheid te verkondigen, zonder bewust te verzwijgen en zonder zijn kansen op de datesite huwelijksmarkt te verkleinen, gewoon verder kan. Wat ik hem heb geadviseerd? Beroepsgeheim!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Columnist in RD schrijft demoniserende verhalen

    Nog vele jaren wens ik u allen, terwijl ik vermoeid na bijna 26 uur niet gegeten en niet gedronken te hebben, achter mijn computer ben gekropen om dit dagboek te schrijven. Met de wens dat het een goed en zoet jaar voor alle bewoners van Uw aarde moge worden, eindigde ik mijn toespraak voordat het Slotgebed werd uitgesproken. Waarom ‘goed en zoet’? Is alleen goed of alleen zoet niet voldoende? En waarom dopen we op Joods Nieuwjaar de appel in de honing? Het ware logischer geweest dat we bijvoorbeeld mierikswortel, het bittere kruid, in de honing dopen. De symboliek is dan veel aansprekender: we wensen dat het bittere het komende jaar uitsluitend zoet zal mogen worden.

     

    Dus waarom goed en zoet? Een operatie is pijnlijk, maar leidt tot genezing. Het voelt verre van goed, maar het resultaat, de genezing, is goed, daar gaat het om. Andersom: een heerlijke sigaar, zoet, kan ernstige ziekte tot gevolg hebben. Van vele kanten hoor ik de positieve benadering dat corona een onverwachte éénheid brengt. Mensen staan klaar voor elkaar, helpen elkaar, jongeren doen boodschappen voor de ouderen. En ten aanzien van onze Schepper: ieder voelt dat uiteindelijk wij mensen niets voor het zeggen hebben, de verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen. De Almachtige wordt veel zichtbaarder.

     

    De verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen.

     

    En toch is dit niet wat we elkaar wensen aan het begin van het Joodse Nieuwjaar. We willen geen verleiding die een tijdelijk goed en bevredigend gevoel geeft, maar leidt tot misère en zelfs geen bittere tijden, corona, die genezing brengen, lichamelijk of geestelijk. Neen, wij vragen de Eeuwige een goed en een zoet jaar! Vrede die eenheid brengt of eenheid die overvloeit in vrede, een totale en echte shalom, voor ieder mens en voor de gehele mensheid.

     

    De dienst ingaande Jom Kippoer, zondagavond, en vandaag van 9:30 uur tot 20:30 uur non-stop was goed. Normaliter is de sjoel op Jom Kippoer vol. Dit jaar helaas dus niet. Kon ook niet vanwege de 1,5 meter afstand. Maar speelt bij andere geloofsgemeenschappen alleen corona, bij ons Joden zitten we met het probleem dat ventilatie lastig kan zijn, want er mogen vanwege onverhoopte terreur geen deuren open en ook geen ramen aan de straatkant! En dus, als er wel een deur in de synagoge waar ik vandaag was open moet, moet er beveiliging worden geregeld. Welkom in Nederland anno 2020!

    Omdat een goede vriend niet naar zijn synagoge kon deze Jom Kippoer omdat ‘zijn’ synagoge geen dienst had vanwege….. verbleef hij bij ons de gehele Jom Kippoer en uiteraard heeft hij na Jom Kippoer de maaltijd bij ons genuttigd alvorens huiswaarts te keren. Om reden die verder niet relevant is, vertelde hij dat hij een broertje heeft gehad. Dat wil zeggen zijn ouders hadden net voor de oorlog een zoontje gekregen. Dat jongetje zat ondergedoken met de duiknaam Keesje. In 1945 werd hij ziek en namen zijn (duik)ouders hem naar de huisarts. Die weigerde het vijfjarige kind te behandelen omdat hij besneden was en dus is Keesje overleden……een gewone Nederlandse huisarts!

     

    Jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving.

     

    Misschien een goed idee voor de Israël columnist van het RD om daarover eens iets te schrijven in plaats van polariserende en demoniserende verhalen over ultraorthodoxe Joden. Waarschijnlijk was Alfred Muller op z’n vingers getikt omdat hij had geschreven dat ultraorthodoxe Joden en Arabieren de schuld zijn van corona in Israël. In de zaterdageditie op blz. 7 heeft hij dat hersteld door te schrijven: “In Israël is veel geklaagd over het gedrag van haredim. Vele ultraorthodoxen houden zich onvoldoende aan de afstandsregels en blijven bij elkaar komen-met alle risico’s van dien……” en nu komt het: “Met name de Chassidim die een derde deel van de haredim vormen, willen daarvan niet afwijken …”.

     

    Weet de columnist überhaupt wat haredim en wat Chassidim zijn? Ik behoor zelf tot een chassidische stroming en herken mij hierin totaal niet. Ik ga zeer zorgvuldig om met de coronamaatregelen. Maar gelukkig is er ook nog iets goeds aan de Grote Verzoendag want, en hij zegt dan een rabbijn Pfeffer te citeren, “De Misjna (de oudste rabbijnse neerslag van de mondelinge Thora) zegt dat op de Grote Verzoendag de ongetrouwde meisjes naar de wijngaarden gaan. Daar komen jonge mannen om hun partners te kiezen. Het is een dag van liefde tussen God en het Joodse volk en de wereld in het algemeen.”

    Misschien kan de columnist mij even laten weten waar in Israël of elders in de wereld ongetrouwde meisjes op de Grote Verzoendag de wijngaarden zijn ingetrokken. (Of misschien alleen dit jaar niet vanwege de 1,5 m afstand?) Het is jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving. Typisch een voorbeeld van de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. Jammer, triest en niet goed in een tijd van opkomend antisemitisme.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Dagboek 10 september 2020

    Ik spijbel vandaag! In plaats van mijn dagboek ontvangt u de toespraak die ik vandaag heb uitgesproken ter herinnering aan de eerste razzia in Twente. Na een verzetsdaad werden in Twente 105 Joodse mannen opgepakt, afgevoerd en vermoord in Mauthausen.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten…..en zij zullen op rechtvaardige wijze rechtspreken(Deuteronomium 16:18).

    De enige oorzaak van ons jaarlijkse samenzijn hier in Enschede is omdat toen, in die afschuwelijke jaren, het recht krom was en de rechters en politieagenten weliswaar waren aangesteld, bij alle poorten stonden, maar met een doel dat tegen iedere vorm van rechtvaardigheid indruiste. Het gevolg?

    Voor enkelingen, ook hier vandaag aanwezig, is die razzia hun hele leven beangstigend actueel gebleven. Grootgebracht zonder vader, raak je nooit meer kwijt, ook niet als je inmiddels hoogbejaard bent. Als je je vader op hoge leeftijd verliest, dan is dat verdrietig, maar normaal. Je bent dankbaar dat je zo lang een vader mocht hebben. En zelfs een vader verliezen op jonge leeftijd als gevolg van een natuurlijke ziekte, is tot op zekere hoogte aanvaardbaar. Maar als je jonge vader bij de razzia werd opgepakt en je je bijna niets meer van hem herinnert, dan is er sprake van een gapende wond waarmee je weliswaar leert leven, maar die altijd schrijnend blijft. Die jonge vaders gedenken wij hier vandaag.

    Maar de meeste mannen/vaders die bij de razzia werden opgepakt, afgevoerd en vermoord lieten geen gapende wonden achter, omdat ook hun kinderen, hun ouders en andere naasten in die duistere jaren werden afgevoerd om nimmer weer te keren. Laten wij speciaal die slachtoffers, die helemaal geen familie meer hebben en aan wie niemand kan terugdenken, niet vergeten, terwijl ze al lang vergeten zijn.

    Kwam die razzia plotsklaps en onverwacht?

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Deze razzia, en überhaupt de moord op onze 103.000 Joodse Nederlanders, had een prelude. Het recht was juridisch verkromt. Wellicht is het u bekend dat toen in het voorjaar van 1940 in ons eigen land de verplichting kwam van de Ariërverklaring, er door onze eigen Nederlandse Hoge Raad aan onze eigen vertegenwoordiger in de Volkerenbond, Mr. Francois, is gevraagd of volgens het Internationale Recht de Hoge Raad aan het uitsluiten van Joden mocht meewerken? Het antwoord was klip en klaar duidelijk: Nederland mocht op grond van het Internationaal Recht meewerken aan het afgeven van Ariërverklaringen. Recht werd krom. Meer dan 200.000 Nederlanders ondertekenden, slechts tientallen weigerden.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Kan ik deze verplichting heden ten dage naleven? Ik, zoals ik voor u sta, ik heb geen poorten, heb geen landerijen. Maar de Thora is eeuwig en het moge dan zo zijn dat sommige wetten alleen kunnen worden uitgevoerd in bepaalde tijden of onder bepaalde omstandigheden, toch blijft de eeuwigheidwaarde behouden. En dus hebben wij allen hier ook de opdracht om rechters en politie aan te stellen bij onze poorten.

    Allen hier bijeen hebben we poorten: onze ogen, onze oren en onze mond zijn onze huidige poorten. Bij onze ogen, oren en bij onze mond worden wij geacht rechters en beveiligers te plaatsen. Wat komt er uit mijn mond? Zijn het opbeurende woorden of richten mijn woorden schade aan. Woorden kunnen dodelijk zijn, woorden kunnen traumatiseren, woorden kunnen indoctrineren. En ook bij mijn oren moet ik bewakers plaatsen. Wat hoor ik wel en wat niet? En wat voor vertaalslagen geef ik aan hetgeen ik hoor. Hoor ik alles negatief, terwijl het wellicht zeer goed bedoeld is? Of versta ik in al wat ik hoor juist het goede en het mooie en heeft dat onverantwoorde naïviteit tot gevolg?

    En mijn ogen? Hoe kijk ik aan tegen de medemens? Ik ken mensen die in de ander alleen maar slecht ontwaarden. Voor het goede hebben ze geen oog. Om nog maar te zwijgen van de ogen die doen hunkeren naar macht, geld en ontucht.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Vanaf de jaren dertig werd er gewerkt aan een beïnvloeding die de weg heeft vrijgemaakt voor de razzia die wij hier herdenken. De Jood werd gedemoniseerd via karikaturen, zoals we die nog vrij recentelijk in Aalst bij een onschuldig ogende carnavalsstoet konden bewonderen. Via de weg der geleidelijkheid werd de samenleving opgevoed met de gedachte dat het uitroeien van Joden een ethisch verantwoorde plicht was. De public relation man van nazi-Duitsland, Göbbels, heeft het goed weten uit te leggen en het Duitse en ook het Nederlandse geweten, voor zover nog aanwezig, tot kalmerende rust weten te brengen. Slechts enkelingen, helden, weigerden de verkeerde rechters en de corrupte plichtsgetrouwe politieagenten te accepteren. Zij zwichtten niet voor de aanlokkelijke Fl. 7,50 kopgeld voor iedere verraadde Jood. Dankzij dit soort mensen, die weigerden het onderscheid te maken tussen mensen en übermenschen, sta ik hier. Kind van ouders die gered werden door mensen die met gevaar voor eigen leven weigerden zich te laten beïnvloeden en vasthielden aan:

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    We moeten alert zijn: de razzia en Mauthausen zijn niet plotseling uit het niets ontstaan.  Het antisemitisme werd langzaam maar zeker ingevoerd, verblindde, werd verbaal overgebracht en werd aan de hand van karikaturen zichtbaar, salonfähig, gemaakt.

    En hoe is de situatie nu? Bestaat Göbbels nog? Wat krijgen wij, en speciaal onze jeugd, te horen? Te zien? En welke beveiliging bewaken de huidige poorten? Wat in de jaren ’30, de prelude voor de jaren ’40-’45, langzaam maar zeker werd voorbereid, zou zich zomaar kunnen herhalen. Of druk ik me nu te naïef uit omdat het zich niet zou kunnenherhalen, maar zich reeds herhaalt! Op 14 augustus jl. stond in de grootste Franstalige Belgische krant een cartoon waarin de Joodse wijk in Antwerpen Coronadorp wordt genoemd en er letterlijk staat als onderschrift: Le foyer du Covid-19 ne peut qu’être Juif. Sociale media zijn pijlsnel en nagenoeg ongrijpbaar. De beïnvloeding is beangstigend. De demonisering van Joden bloeit tierig. Antisemitisme is nu verpakt in antizionisme, waardoor het aanvaardbaar wordt gemaakt. Het zijn dezelfde karikaturen die toen het klimaat voor razzia en Mauthausen zorgvuldig, doelbewust maar langzaam hebben voorbereid, die nu onze ogen, oren en mond, bijna 24/7 indringend en pijlsnel beïnvloeden.

    Waartoe dit gaat leiden? Ik weet het niet.

    Maar ons samenzijn hier is om te herdenken en nimmer te vergeten, die 105 Joodse mannen.

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn

    Enschede 10 september 2020, jaarlijkse herdenking Razzia Twente

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

                         

  • Dagboek 16 sept 2020. Laten we ons levend begraven?

    Het lernen met mijn eigen lerngroep 60+ was fijn. Even uitleggen: al enige jaren ben ik vaste docent van een 65+ lerngroep in Amsterdam. Naamgenoot Paul Jacobs heeft die lerngroep opgericht ter nagedachtenis aan zijn echtgenote. Ongeveer een jaar geleden dacht ik dat het een goed idee zou zijn om ook in Amersfoort een lerngroep op te richten voor de 60-plussers. Ik verkoos te spreken over 60+ in plaats van 65+ omdat dat de deelnemers een jonger gevoel geeft gezien de meesten 70+ zijn. Niet te veel mensen, ongeveer tien. Dit om te voorkomen dat mijn lerngroep ontaardt in een lezing. Nu ben ik niet tegen lezingen (ik doe bijna niet anders!), maar ‘ik geef een lezing’ en het publiek luistert.

     

    Nou ja, luistert? Bij een lezing moet ik maar hopen dat er geluisterd wordt. Ik zeg weleens midden in de lezing, om de luisteraars bij de les te houden, dat ik er geen moeite mee heb als de toehoorders af en toe op hun horloge kijken omdat ze willen weten hoe lang ze nog moeten. Ik raak pas geïrriteerd als ze, nadat ze op hun horloge hebben gekeken, het horloge tegen hun oor aandrukken om te luisteren of het nog wel werkt!

     

    Mijn lerngroep draagt de naam “Lernen met diepgang”. En dat is nu precies wat er gebeurt. We lernen samen en verdiepen ons juist door het gesprek met als leidraad G’ds Thora en Traditie. En dat ‘samen’ is essentieel en geeft een extra en noodzakelijke dimensie. En die dimensie hebben we ook nodig in het gesprek met PKN, RK en andere kerkelijke organisaties. Vanochtend ontving ik een Nieuwjaarswens van PKN en in mijn reactie naar de scriba, mijn vriend Dr. de Reuver, stel ik voor om het komende jaar elkaar te spreken over antisemitisme, dat hij vermeldt in zijn nieuwjaarswens, en ook over antizionisme en dus over de positie van de PKN ten opzichte van Israel en de problematiek in het Midden-Oosten. Alleen middels erover ‘lernen’ kunnen we er hopelijk uitkomen. Via allerlei verklaringen en interne discussies over de ‘onverbrekelijke band met Israël’ wijzigen in ‘onverbrekelijke band met Jodendom’,  komen we er niet uit, maar groeit de kloof die we beiden niet wensen en niet willen. En dus is dat een van de goede voornemens die ik op me heb genomen. Voor het komende nieuwe jaar. Verder heb ik onderweg naar Arnhem de afspraak vastgelegd met de ambassadeur van Hongarije. Geen idee wat hij wil, maar ‘je weet maar nooit’. Zoiets heet netwerken. Die netwerken bouw je op zonder concreet doel voor ogen, maar zodra er noodzaak toe bestaat heb je een adres. En geloof me, die adressen heb ik al meerdere keren moeten gebruiken. In Arnhem hadden we een Selichot-bijeenkomt op de Joodse begraafplaats. Selichot zijn speciale gebeden die uitgesproken worden in de week voor Joods Nieuwjaar. Er was geen grote opkomst, maar de bijeenkomst was warm, fijn en inspirerend. Het was eigenlijk een lern-bijeenkomst, maar dan niet bij mij thuis, niet in de synagoge, niet op zoom, maar op de begraafplaats. En aan het eind heb ik alle aanwezigen een fles wijn gegeven. Ze durven vanwege corona geen dienst te houden gedurende de Ontzagwekkende Dagen. Mijn doel was om ze toch iets mee te geven. Een fles Israëlische wijn en een inspirerende gedachte. De gedachte kwam over en zal ze hopelijk tot steun zijn. Ik bracht een parabel. Een boer hoorde een enorm gejank van zijn oude ezel in het veld. Hij z’n huis uit, hoort het gejank, maar ziet geen ezel. Na enig rondkijken vindt de boer zijn ezel in een diepe put. Water stond er lang niet meer in die put en het leek een onmogelijke klus om de oude ezel eruit te slepen. En dus besloot de boer met een van zijn knechten (en zonder toestemming van de Partij voor de Dieren) om zand in de put te scheppen en zo de oude ezel (levend!) te begraven. De boer en zijn knecht nemen beiden een schep en beginnen het graf dicht te gooien. Ondertussen jankt de ezel maar door. Na een uur scheppen horen ze niets meer, kijken de put in en zien dat de put inmiddels tot de rand is gevuld. Maar ze zien nog iets: de ezel loopt tot hun stomme verbazing vrolijk rond in de weide! Wat was er gebeurd? Iedere schep aarde die de ezel over zich heen kreeg had hij van zich afgeschud.  En toen de bodem van de put op niveau was gekomen van de weide, heeft de ezel vrolijk de put verlaten.

     

    In deze corona periode krijgen wij van een veelheid aan narigheden over ons heen. Laten we ons eronder begraven of schudden we het van ons af? Mijn advies: volg de oude ezel!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek 27 juli 2020, De derde Tempel, licht in duisternis

    Toen ik afgelopen Sjabbat een ommetje maakte werd ik aangesproken door een islamitische dame met de vraag “Spreek je Arabisch?”. Wat ik daarvan moet denken weet ik niet, maar ik heb maar gewoon in het Nederlands geantwoord. Tenslotte wonen we in ons eigen Nederland met onze eigen Nederlandse taal en cultuur, waarvan ik, met meer dan tien generaties Nederlands Jodendom en de Nederlandse taal als moedertaal, deel uitmaak.

     

    Gisteren was ik aanwezig bij de begrafenis van de heer David Rosenberg. Op bijna 96-jarige leeftijd overleden. Hij laat zijn echtgenote, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na, hetgeen voor wat eens Joods Nederland was een unicum. Bij de meeste Joodse begrafenissen is niet eens het vereiste quorum van tien volwassen mannen te realiseren. Rosenberg behoorde tot de generatie die voor de oorlog nog een gedegen Joodse kennis had gekregen, was ondergedoken tot begin 1945, toen verraden (waardoor een paar foute Nederlanders fl. 7,50 rijker konden worden) en vervolgens vanuit een ongekende gedrevenheid probeerde de Joodse gemeenschap weer op te bouwen. Letterlijk op de ruïnes van een rijk bloeiend Joods leven. Beilen, Stadskanaal, Emmen… Ja, in Emmen staat nog een sjoel of beter geformuleerd: het gebouw dat eens een sjoel was.

     

    Ik had dus eigenlijk op vakantie moeten zijn, een paar dagen naar het zuiden des lands in een hotel van een goede vriend van ons. Maar mijn vrouw Blouma vond dat ik het niet kon maken om vanwege vakantie bij deze begrafenis te ontbreken. En gezien de positie van de vrouw binnen het Joodse gezin bepaalt zij… Maar het was goed dat ik aanwezig was. Immers, ook de heer Rosenberg was altijd aanwezig als er ergens in het noorden van het land een begrafenis was en er op hem een beroep werd gedaan. Vaak wordt er niet beseft dat wij als Joode gemeenschap in Nederland nog maar piepklein zijn. Er was bijna geen stad of dorp waar een synagoge, begraafplaats of een mikwa, een kerkelijk bad, ontbrak. En toch waren er die in de concentratiekampen, en ik weet over wie ik spreek, die gezworen hadden dat als ze er levend uit zouden komen ze op de resten van Joods Nederland zouden gaan herbouwen. En dat hebben een aantal overlevenden op ongelofelijke wijze gedaan. Ze hebben na de oorlog gestreden. Mijn generatie heeft dit soort mensen als voorbeeld, is door hen grootgebracht.

     

    En dus vechten ik en velen van mijn naoorlogse generatie om het Jodendom voor Nederland te behouden. Onze strijd is tegen antizionisme=antisemitisme=BLM=BDS. Is het leuk om strijdend door het leven te gaan? Zeker niet. Maar er is geen alternatief. Vechten in tijden van duisternis zit in onze Joodse genen. Ook in de duisternis weten wij dat er uiteindelijk weer licht zal zijn.

     

    Wij bevinden ons in de zogenaamde Negen Dagen. De dagen voorafgaande aan Tisje Be’Av. Op die dag werd de Tempel in Jeruzalem verwoest en begon de ballingschap waarin we ons bevinden. Vanwege deze duistere periode heet afgelopen Sjabbat de ‘Zwarte Sjabbat’. Maar op die ‘Zwarte Sjabbat’ wordt juist gedacht aan de Derde Tempel die door G’d zelf herbouwd zal worden. Juist in de zwarte duisternis straalt het summum van bevrijding, echte bevrijding. Er wordt niet alleen gedacht aan de Derde Tempel met de daaraan gekoppelde komst van de Mosjiach, maar de Derde Tempel wordt zelfs getóónd. Hij wordt als het ware zichtbaar voor allen die hiervoor oog hebben.

     

    En als dan eindelijk de Mosjiach er zal zijn, dan betekenen BDS en BLM en zelfs de Verenigde Naties helemaal niets meer. De Eeuwige zal dan door allen (h)erkend worden, er zal echte Sjalom zijn en niet alleen voor Joden, maar voor de gehele mensheid. Jeruzalem zal zonder enige discussie de eeuwige hoofdstad zijn van Israël, Joden en niet-Joden zullen dringen om de muren van de Tempel te mogen aanraken.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

     

  • Dagboek 5 augustus 2020, Stond de wekker aan de verkeer kant van de Libanese grens?

    Vandaag is het 15de van de Joodse maand Menachem Aw. Op deze dag is er in het verleden van alles en nog wat gebeurd en wordt deze dag in zekere zin gelijkgesteld aan de Grote Verzoendag. Deze dag is gekoppeld aan diverse vreugdevolle gebeurtenissen.  Een van die gebeurtenissen is dat vanaf de eerste Niesan (niet die auto, maar de maand van de Uittocht uit Egypte!) tot 15 Menachem Aw, dus gedurende 3½ maand, hout werd gesprokkeld dat bedoeld was om te gebruiken in de Tempel voor de offerdienst. Ik vermoed dat u nog niet van uw stoel valt van verbazing en dat u wellicht reageert: nou en? Maar laat ik het uitleggen. 15 Menachem Aw was een grote feestdag omdat op die dag de voorbereidingklaar was, er werd vanaf die dag geen nieuw hout meer gesprokkeld om de offerdienst uit te voeren. Op de negende van dezelfde maand, dus zes dagen eerder, herdachten we de vernietiging van de Tempel, het begin van het Ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden. Het summum dus van misère. En vandaag gedenken we de voorbereiding die nodig was en nodig is om de Tempel weer te laten terugkeren naar zijn religieuze functie. Het bericht is erg duidelijk: voorbereiding naar iets positiefs is essentieel. Als we allen de neuzen de goede kant op hebben staan, komen we er. Dan krijgen we uiteindelijk de echte shalom, voor de gehele mensheid. De Derde Tempel in Jeruzalem zit onlosmakelijk gekoppeld aan de komst van de Mosjiach, of beter geformuleerd: de echte shalom voor elk en ieder schepsel. Die voorbereiding vieren we.

     

    Ik moest speciaal hieraan denken n.a.v. de afschuwelijke ramp in Beiroet. De hele wereldpers staat bol van de informatie over de (onverhoopte) corruptie van Netanyahu. De rechter zal hierin uitspraak moeten doen en dat gaat ook gebeuren. We spreken hier over financiële malversaties, die niet kunnen, zeker niet voor een premier. Over Beiroet wordt nu geschreven, nu letterlijk heel Beiroet ontploft is, dat de HH-politici van dat land corrupt zijn. Waarom hebben we daarover tot nu toe nauwelijks iets in de media gezien of gehoord. Goed dat dat nu zichtbaar wordt. Ik hoop, maar verwacht het niet, dat die corruptie nu dan eindelijk de volle aandacht krijgt die het verdient. Maar ook de corruptie van de Libanese Overheid vind ik minder interessant. Mijn verbijstering is: waarom geen aandacht voor de vraag waarom 2750 ton Ammoniumnitraat, oorzaak van de gigantische ontploffingen, daar überhaupt lag opgeslagen als we weten dat dit stofje gebruikt wordt bij terroristische aanslagen. Het dringt nu spaarzaam door tot de media dat er al eerder ontploffingen waren geweest. Wat deed dat vernietigende spul daar? En waarom heb ik nooit eerder in de media gelezen over de opslag en dus de voorbereiding van deze gevaarlijke stof die daar opgeslagen lag als voorbereiding voor…….Terwijl de Joodse kalender benadrukt hoe belangrijk het is om voorbereidingen te treffen voor de ultieme shalom ten behoeve van de gehele mensheid, zweeg en zwijgt de wereld als het duidelijk is dat hier de voorbereiding lag, al vele jaren, voor het tegenovergestelde van shalom. Waar zijn de Verenigde Naties? Waarom niet nu meteen een resolutie tegen Libanon conform de voortvarendheid waarmee resoluties tegen Israël worden aangenomen? En waarom nooit eerder opgemerkt en uitgelicht door de media, want al veel vaker waren er kleinere ontploffingen. Kennelijk waren die niet luidruchtig genoeg en/of lagen ze aan de verkeerde kant van de grens. De wekker was al meerdere keren afgegaan, maar de wereld sliep. Israël is wakker, klaarwakker. Niet om te verwijten, maar om te helpen! Of ze zullen mogen helpen is nog niet bekend, maar ik hoop en bid dat de hulp aanvaard zal worden, ook als die om politieke redenen buiten het radar moet blijven, want als het gaat om mensenlevens moeten we de politiek maar even politiek laten en de media de media.

  • Dagboek van een Opperrabbijn - 4 augustus 2020

    Mijn dagboek wordt wel gelezen!

     

    Het heeft me goed gedaan dat ik vandaag een aantal dankbetuigingen heb gekregen. De arts uit het Academische Ziekenhuis dankte mij voor mijn bemiddeling tussen hem en een patiënt in Zuid-Amerika. Enige dagen geleden kreeg ik een telefoontje uit Israel. Een mij onbekende man vertelde mij dat zijn nicht op sterven ligt, geen lid is van de Joodse Gemeente en dus ook niet van een begrafenisvereniging, maar hij wilde graag dat ze desondanks een Joodse begrafenis zou krijgen. Ze is overleden en de Joodse Gemeente waar ze woonachtig was, was een en al begrip en gisteren was de begrafenis. Gewoonlijk zou het dan daarbij gebleven zijn, maar niet in dit geval. De neef, ook al op leeftijd en woonachtig in Israel, heeft mij uitgebreid per whatsapp bedankt. En tijdens mijn dagelijkse snel-wandeling weer een dame die me een warm shalom toeroept. De begrafenis van de veel te vroeg overleden echtgenoot en vader, verliep naar tevredenheid van de naaste familie. En dat is belangrijk, want een begrafenis van een dierbare blijft bij…….Weer vandaag enige keren contact gehad met rabbijn Mendel Cohen uit Mariupol. De aanslag heeft hij fysiek overleefd, maar er is schade bij hem ontstaan, psychisch. De terrorist loopt nog steeds vrij rond en Mendel en zijn echtgenote zijn daarom bezorgd, bang dat de antisemiet na een korte pauze weer bij hun voor de niet-te-beschermen-deur van de synagoge staat. Rabbijn Mendel en zijn vrouw willen zo spoedig mogelijk verhuizen, naar een gebouw dat beveiligd kan worden. Ze hebben al een gebouw op het oog, alle informatie al ingewonnen. Voor een jaar hebben ze de huur al weten te verkrijgen.  Ze kunnen het niet goed meer aan, de voortdurende angst gonst ze door het hoofd. Maar er komt hulp. De ambassadeur van Oekraïne in Nederland, een goede bekende uit mijn netwerk, heeft rabbijn Mendel gebeld en voor hem een afspraak gemaakt met een hoge functionaris bij de nationale politie in Kiev. Politie gaat alles op alles zetten om de terrorist in het gevang te krijgen. Toch handig om een (Joodse) ambassadeur van Oekraïne in Nederland als vriendje te hebben!  Komt nu bijzonder goed van pas, want rabbijn Mendel weet zich echt door hem bemoedigd.

     

    Ondertussen heb ik laten uitzoeken of mijn dagboek wel wordt gelezen. Iedere dag schrijven en nadenken wat ik heb kunnen en mogen doen voor Joods Nederland. Het Joods Cultureel Kwartier had hierom gevraagd. Maar, laat ik heel eerlijk zijn, schrijven en schrijven, weten dat er te zijner tijd iets mee gebeurt, is fijn om in het achterhoofd te hebben, maar ik heb behoefte aan iets tastbaars. En dus verschijnt mijn dagboek ook op ‘Joods bij de EO’, op Facebook van IPOR, mijn eigen facebook genaamd ‘opperrabbijn’ en op de website van het IPOR. Bij navraag heb ik in de maand juli 36.911 lezers gehad op bovenstaande FB’s.  De FB secretaris van de Opperrabbijn, de website www.christenenvoorisrael.nl  en de grootste christelijke online CIP www.cip.nl niet meegerekend! Ik schrijf dus niet voor niets. Ik heb die zekerheid nodig als stimulans. Maar ik weet dat ik onzin verkondig want als ik slechts een enkele lezer zou hebben en die ben ik tot steun met mijn dagboek………loont die inspanning al.

     

    Maar vanavond, toen ik met mijn echtgenote wandelde kwam er een kink in de kabel van mijn blijde gevoel: Een auto kwam ons tegemoet, gaat plotseling met een rotvaart onze richting op, we worden in een vreemde taal scherp en keihard uitgescholden en de auto scheurt verder.  De rest van de wandeling luister ik naar het geluid van iedere auto en sta klaar om opzij te springen. Het was kennelijk een te positieve dag, het mocht niet mooi blijven. Mijn gedachten dwalen af naar mijn studententijd in de Ecole Rabbinique de Paris. Toen was het volstrekt normaal dat auto’s op je inreden, omdat je er Joods uitzag. En rond de tijd van Kerstmis zaten we bij toerbeurt op wacht om te voorkomen dat een auto of brommer de binnenplaats zou binnenrijden om lukraak met een mes willekeurige studenten te lijf te gaan, zoals al eens was geschied.

     

    En toch laat ik het fijne gevoel van vandaag overheersen. De ambassadeur van Oekraïne die te hulp is gekomen in Mariupol; Dat Pieter Omtzigt en Martijn van Helvert scherpe Kamervragen hebben gesteld aan de minister over de financiële steun aan de Palestijnen, zo informeerden ze mij per whatsapp. O ja, al bijna vergeten. Ik kreeg recentelijk een telefoontje van een onbekende die de mening is toegedaan dat de opa van zijn vrouw, de man achter de februari-staking in 1941, tekort is gedaan. Hij stelt mij financieel aansprakelijk en dus moet ik hem schadevergoeding betalen. Enige tonnen, en zo niet……Enfin, ik natuurlijk de politie gebeld. Ze gingen er meteen achteraan. Vandaag de conclusie van hun onderzoek: de man is verward en dus heb ik niets te vrezen………. Maar die conclusie deel ik niet, want ik meen me vaag te herinneren dat de meeste terroristen verward zijn! Maar toch: de politie ging er meteen achteraan en dat voelt erg goed en dankbaar!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

  • Dagboek van een Opperrabbijn 17 september 2020

    shofar

      

    Enige tijd geleden viel mijn blik op een artikel over een nieuwe uitvinding. Op het hoofd van een mens wordt een sensor geplaatst en als hij dan een bepaald woord, cijfer of formule denkt gaat de televisie in zijn kamer aan óf het licht óf de vaatwasmachine, …….afhankelijk dus van wat hij denkt en via de sensor uitzendt. Over enige tijd zal dus, zo vervolgde het artikel, geen afstandsbediening meer nodig zijn: alles kan vanuit de hersenen worden bestuurd.

     

    Eindelijk een bewijs, dacht ik, dat onze gedachten een tastbare uitstraling hebben. Het was dus niet louter bijgeloof dat mijn oma op de vraag hoe het met haar kleinkinderen ging steevast haar antwoord begon met ‘unbeschrieben en unberoefen,’. Dit om te voorkomen dat door haar lovende woorden mogelijkerwijs, G’d behoede, haar kleinkinderen beschadigd zouden kunnen worden. Het was dus geen onzinnig bijgeloof van mijn oma, want gedachten en dus zeker ook woorden hebben een bepaalde kracht!

     

    Tijdens de Hoge Feestdagen of beter omschreven als de Ontzagwekkend Dagen, hebben we vele tekenen die wijzen op eenheid. Vandaag, op Rosj Hasjana-Nieuwjaar, staan jullie allen voor de Allerhoogste, van de stamhoofden tot de waterdragers. De maatschappelijke verschillen zijn verdwenen, we vormen een eenheid, we zijn in essentie allen gelijkwaardig: met deze gedachte betreden we Rosj Hasjana.

     

    En voor Jom Kippoer-Grote Verzoendag vragen we elkaar vergiffenis voor alles wat we elkaar hebben misdaan in gedachten, woord en daad …..weer die eenheid.

     

    En dan Soekot-Loofhuttenfeest met de loelav (dadelpalm – lekkere smaak), de hadas (mirthetakje – lekkere geur), de arawa (treurwilg - geen smaak en geen geur) en de etrog (citrusvrucht - heerlijke geur en lekkere smaak), die symbool staan voor de vier soorten mensen. De een heeft Thora-kennis, de ander concentreert zich meer op het verrichten van goede daden, weer een ander is geen kop-mens en wat betreft het verrichten van goede daden is hij ook maar zwakjes en tenslotte heb je mensen die veel kennis bezitten en die kennis ook in praktijk brengen. We binden ze allen samen en spreken de lofzegging uit over de loelav….weer die eenheid.

    Dan worden de Ontzagwekkende Dagen afgesloten met Simchat Thora- Vreugde der Wet: we dansen allen samen met de Thora. Of je een groot geleerde bent of een beginner: we sluiten ons aaneen en uiten onze gezamenlijke vreugde vanuit eenheid….

    Allemaal woorden, symboliek, uitingen. Maar leidt dit ook daadwerkelijk tot de eenheid?

     

    Als we in gedachte geld geven aan de armen, daar hebben ze helemaal niets aan. Het gebod van tsedaka-liefdadigheid alleen in gedachte is waardeloos. Maar als we per ongeluk geld verliezen en het verloren bedrag wordt door een arme man gevonden, dan hebben we toch, hoewel onbewust, toch het gebod vervuld. Het resultaat telt, niet de intentie!

     

    Maar deze redenering gaat niet altijd op: als we bijvoorbeeld een gast ontvangen telt niet alleen de maaltijd die we hem voorschotelen, maar zeker ook de wijze waarop we hem bejegenen. Voelt hij zich op z’n gemak?  En als hij vertrekt, begeleiden we hem dan naar de deur om te tonen dat we zijn aanwezigheid waardeerden?

    Met de Hoge Feestdagen spreken we vele gebeden uit, verrichten we vele handelingen, dus we veroorzaken veel ‘straling’. Soms gaat het om de daad, soms uitsluitend om de uitstraling en vaak ook om beide.

     

    Het samen-in-de synagoge-zijn zal dit jaar anders verlopen. In vele gemeenten zal er überhaupt geen dienst zijn en zullen we zelfs op Vreugde der Wet niet samen met de Thora kunnen dansen.

     

    Maar zelfs of juist als we niet samen onze gebeden kunnen uitspreken en niet samen met de Thora kunnen dansen, ligt de nadruk, meer dan andere jaren, op onze ‘uitstraling’.

     

    Gelijk de sensor op mijn hoofd over enige jaren de tastbare afstandsbediening zal vervangen, zo ook wens ik ons allen toe dat de ‘uitstraling’ dit jaar dermate krachtig zal zijn dat het een jaar zal worden van zegen, gezondheid en shalom, voor ons allen en voor de gehele mensheid waar ook ter wereld.

    לשנה טובה ומתוקה, een goed en zoet jaar, materieel en geestelijk voor al mijn trouwe en ook minder trouwe dagboekeniers.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

              

     

     

     

     

                         

  • Dagboek van een Opperrabbijn 2 augustus 2020

    Ik vroeg me af of ik niet te veel refereer naar de Holocaust en dus ben ik gaan kijken naar NIW en ook internationale Joodse pers zoals JTA (Jewish Telegraph Association) en Daily Briefing. Conclusie: ik zie dat ik toch echt niet de enige ben.
     
    Maar los hiervan: nog nooit heb ik zoveel e-mails/telefoontjes gehad van kinderen of bekenden van oorlogsoverlevenden die juist nu in een depressie belanden, gekoppeld aan de onderduik of de kampen. Bijna allemaal slikken ze medicijnen, maar medicijnen zijn slechts hulpmiddelen - de oorzaak nemen ze niet weg. Sterker nog: de oorzaak ís niet weg te nemen. Mijn stelling dat ‘iemand die de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven is gestoord’ blijkt helaas meer en meer te kloppen. Maar vandaag werd mij door een ontwikkelde intelligente vrouw verteld dat ook mijn generatie van direct na de oorlog, beschadigd is door onze gestoorde opvoeding. En ik denk dat deze psychologe gelijk heeft.
     
    Begrijp me niet verkeerd: ik heb een geweldige opvoeding genoten. Pas nu besef ik hoezeer ik tekort ben geschoten in het uiten van dankbaarheid aan mijn ouders. Alles gaven ze voor mij. En als ik spreek over mezelf, dan bedoel ik de hele generatie van na de oorlog. Maar: óf alles werd verzwegen, óf precies het tegenovergestelde en alles werd gekoppeld aan voor-en-na-de-oorlog. Overbezorgde ouders die gezworen hadden dat hun kinderen nooit zouden mogen meemaken wat zij hadden doorgemaakt. En dus denk ik dat die vriendelijke en intelligente psychologe gelijk heeft als ze mij vertelt dat ik toch een beetje gestoord ben net zoals zijzelf, naar eigen zeggen.
     
    Maar behalve deze ontluisterende diagnose, heb ik verder een fijne sjabbat gehad. Op sjabbat hadden we sjoeltuin of tuinsjoel. Ik bedoel te zeggen dat we in plaats van in de synagoge de sjabbatdienst in onze tuin hadden. Alle medewerking van de politie die zelfs een deel van de dienst heeft bijgewoond. Voordeel? Perfecte coronaproof ventilatie, daar kan geen synagogegebouw tegenop.
    Overigens is het natuurlijk niet zo dat iedere Joodse overlevende depressief is. G’d zij dank niet. Alleen ik krijg natuurlijk geen telefoontje als iemand zich goed voelt, vrolijk is, ondanks alles, en er op geweldige wijze in is geslaagd om het verleden het verleden te laten en ook de voordelen van de coronaperiode te ervaren. Dus ik besef goed dat niet alles kommer en kwelling is. Dat bleek ook weer uit het volgende: na afloop van de tuinsjoeldienst heb ik met Avi, mijn leerling en leermaatje, de gebruikelijke sjabbat-natuur-wandeling gemaakt door het achter ons huis liggende natuurgebied. Veel mensen kom je daar niet tegen en toch: drie keer werd ons toegeroepen door niet-joodse fietsers: sjabbat shalom! Dat was warm en fijn. Het geeft de (Joodse) burger moed. Niet één keer nagescholden, wel drie keer warme en oprechte shalom.
     
    Maar uitgaande sjabbat (na 22:30 uur!) en zondagochtend weer nare berichten. Twee sterfgevallen. Niets van doen met corona, maar gewoon overleden aan een nare ziekte. Beiden veel te jong en beiden verdriet achterlatend. En dus begrafenissen regelen, bijstand verlenen, er zijn voor de nabestaanden. Maar dit soort tragedies laten me verre van onberoerd. Praktisch kan ik gelukkig altijd bouwen op mijn collega-rabbijnen Spiero en Evers die waar nodig overnemen, maar de emotie blijft bij mij.
    Tussendoor nog een medewerker van een Joodse instelling, die door zijn bestuur geplaagd wordt, mogen adviseren. Juist vanwege mijn jarenlange ervaring als hoofd van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum en als lid van het Scheidsgerecht van het Ziekenhuiswezen, ken ik de slagen van de personeelszweep en weet ik hoe te overleven en meen ik goed te kunnen adviseren als een medewerker zich in het nauw gedreven voelt.
     
    Maar het hoogtepunt van dit weekend: een enorm fijne bijeenkomst ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’. Ik zal iets duidelijker zijn. Omdat in Enschede al een tijdje helaas geen sjoeldiensten hebben plaatsgevonden vanwege corona, heeft het bestuur besloten om een lunch te organiseren in tenten achter de prachtige synagoge. Een geweldige opkomst. Een perfecte lunch en na een introductie van de voorzitter mocht ik de goegemeente toespreken. Om een lang verhaal kort te houden (waarin ik overigens niet zo goed ben!): toen de Thora op verzoek van de Griekse koning Talmi in het Grieks was vertaald door vijf grote rabbijnen, viel er een duisternis over de wereld. Vreemd, want ook Mozes had de Thora vertaald en wel in zeventig talen, waaronder het Grieks. Wat was er mis met de vertaling in opdracht van koning Talmi? Vertaling is toch juist erg goed; het maakt de Thora toegankelijk?! Inderdaad. Vertalingen zijn goed, maar ook beperkend. Ieder woord in de Thora heeft vele betekenissen, maar in een vertaling kun je slechts één betekenis weergeven. De rest gaat verloren. En zelfs kunnen vertalingen misleidend zijn: sjabbat is bijvoorbeeld echt geen rustdag. En rein en onrein hebben niets te maken met schoon en smerig. Maar waarom was de vertaling die Mozes maakte dan wel goed? Heel in het kort: bij de vijf rabbijnen was de opdrachtgever een Griekse koning, een afgodendienaar. Mozes vertaalde op verzoek van de Eeuwige. We maakten daar ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’ een vertaalslag naar de politieke actualiteit. Kritiek op het beleid van Israël mag, maar de grote vraag is: wie uit die kritiek? Door welk gedachtegoed wordt de journalist of de politicus gedreven? Afhankelijk van de ‘opdrachtgever’ is die kritiek koosjer of niet-koosjer en dus een uiting van antizionisme=antisemitisme. De gemoederen van de toehoorders raakten in beroering. Verhalen kwamen boven. Zorg over de toekomst van Joden in Nederland. Onze overheid is ons goed gezind, beschermt ons en doet z’n best om de Joodse Gemeenschap voor Nederland te behouden. Maar toch: onze ouders dachten in groten getale in de jaren voor de oorlog dat het ‘ons’ niet zou gebeuren want wij zijn Nederlanders. Onze overheid zal dit niet tolereren. Maar het gebeurde toch… Het was duidelijk dat bij alle Joodse Tukkers de algemene harde conclusie luidde: alertheid is geboden, want het gevaar ligt op de loer, zelfs ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’.
    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
  • Dagboek van een Opperrabbijn 21 sept. 2020, Wie zijn schuldig? Ultraorthodoxe Joden en Arabieren…..

    Vandaag was ik aan het bijkomen van twee dagen Rosj Hasjana. Intensieve dagen en voor het eerst sinds lange tijd weer in de ´echte’ synagoge. De ventilatie was dusdanig goed dat er wordt gekeken of het misschien iets minder kan, om te voorkomen dat de ventilatie weliswaar beschermt tegen corona, maar we worden weggetocht vanwege de ijzige kou. En de helaas benodigde beveiliging was ook helemaal goed, als vanouds, voor de coronacrisis. Uiteraard en helaas waren er minder mensen aanwezig bij de diensten vanwege angst voor besmetting, hetgeen gerespecteerd moet worden, maar niet leuk is. En daarom toch even tot de leden van de Joodse Gemeente die dit jaar verstek lieten gaan vanwege corona: jullie hebben wel wat gemist! Het waren inspirerende diensten.

     

    Anders dan andere jaren was ook het sjofarblazen. De tonen waren uiteraard dezelfde, maar de locatie was aangepast. Ik blies namelijk voor de open tuindeur en dus kon de hele binnenstad meegenieten omdat ik namelijk over een zeer goede blaas beschik (Grapje. Leuk?) De beveiligers kregen van een buurvrouw de vraag of dat geluid uit de synagoge kwam, waarop de niet van humor gespeende beveiliger antwoordde dat het geschal waarschijnlijk afkomstig was van een pand achter de synagoge. Voor de sjoeltuin had zich een groep toeristen verzameld om mee te luisteren! Ik geloof dat het monumentendag was en indien dat niet zo was: het wemelde van de dagjesmensen die de binnenstad aandoen en verrast werden door een echte rabbijn, blazend op een echte ramshoorn in het echte stadshart.

     

    Uitgaande Rosj Hasjana trof ik op mijn WhatsApp: “Voor de Joodse gemeenschap; gelukkig nieuwjaar. Zo mooi, de kruimels die straks in stromend water gestrooid worden als zonden die in het diepst van de zee worden geworpen. Zo goed voor de zoete dagen van inkeer richting Grote Verzoendag Jom Kippoer. Cruciaal, verzoenen brengt ons van ‘steeds opnieuw’ naar ‘nooit meer’, zei ik bij de herdenking van de fatale Slag om Arnhem, die de bevrijding ernstig vertraagde.” De afzender? Ahmed Marcouch, de burgemeester van Arnhem. Een mooi begin voor het nieuwe Joodse jaar. Meteen na afloop, zondagavond dus, kreeg ik een telefoontje van rabbijn Mendel Cohen, de rabbijn van Mariupol die, net bijgekomen van een aanslag, corona had gekregen, via Odessa naar Israel was overgebracht in een privé ambulancevliegtuig en nu in een ziekenhuis in Israel ligt. Omdat ik hem voor sjabbat niet kon bereiken, was ik bezorgd en tijdens de gebeden kwam hij vele keren op in mijn gedachten. G’d zij dank is het goed met hem. Nou ja, goed?  Het ademhalen blijft een probleem, maar het zal goedkomen, verzekerde hij mij. Wat niet goed ging en waaraan ik me blijf ergeren, is de column in het Reformatorisch Dagblad van Alfred Muller. Ik citeer: “De belangrijkste oorzaak (van de tweede lockdown in Israel) is dat te veel burgers het te gemakkelijk hebben genomen om de kansen van de pandemie te verkleinen. Dat was voornamelijk het geval onder ultraorthodoxe Joden en Arabieren.” Terwijl wij in onze gebeden shalom vroegen aan de Eeuwige voor alle inwoners van Uw aarde, kon de heer Muller het niet nalaten om een polariserende opmerking te plaatsen. Het ware netjes geweest als hij zijn Israel column op Rosj Hasjana gebruikt zou hebben om Israel toe te wensen dat meer Israel omringende landen, Arabieren, het pad van de vrede zouden kiezen. Maar ja, denk ik dan heel stout, als er rust komt in het Midden-Oosten, waarover zal Muller dan moeten schrijven? En klopt het dat ultraorthodoxe Joden de coronaregels aan hun laars lappen? Zeker zullen er zijn die dat doen. Maar er zij ook ultra-anti-orthodoxe seculiere Joden die hetzelfde gedrag vertonen. Idem bij christenen, bij Islamieten bij….en bij…. En er zijn ook ultraorthodoxe Joden die fanatiek de coronaregels wel in acht nemen. Maar ja, dat vermelden polariseert niet en trekt dus geen lezers. Maar goed dat ik zijn column pas na Rosj Hasjana las, zodat ik me er op Rosj Hasjana niet aan hoefde te ergeren. En na Rosj Hasjana had ik eerst ook nog de bemoedigende WhatsApp van de Arnhemse burgermeester Ahmed Marcouch gelezen. Ik was dus gelukkig niet van mijn optimistische en goede Rosj Hasjana gevoel af te krijgen. En alsnog, want een goede wens komt nooit te laat: een goed, voorspoedig, gezond en vredig 5781, voor u en voor alle bewoners van Uw aarde.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek van een Opperrabbijn 25 augustus Opperrabbijn (bijna) betrapt bij oplichting.

    Om onze rol als opa en oma ook naar behoren te vervullen en we met de kleinkinderen uit Londen een uitstapje hadden gemaakt, was het een grootouderlijke verplichting om ook aandacht te besteden aan de kleinkinderen van de Zuidas in Amsterdam. En dus met de auto van onze zoon, vanwege de kinderzitjes, naar de Zaanse Schans. Zeepjes gemaakt, een molen bezocht, de kaasfabriek aangedaan en een boottocht. Bij de boottocht moest ik even ervoor waken om geen onwaarheid te verkondigen. Onze kleinzoon is namelijk net 4 jaar, maar als ik hem opgeef voor drie zal niemand dat bemerken en het zou me €7,50 schelen. Maar is dat de moeite waard, gonsde het door mijn hoofd. Is dat geen diefstal en wat als onze dierbare pientere kleinzoon zelf gaat uitroepen dat hij al vier is? En wat voor opvoeding geef ik aan de twee oudere meisjes als ze horen dat ik lieg om een paar euro te besparen? Dadelijk haal ik de voorpagina van de Telegraaf: Opperrabbijn betrapt bij oplichting. De kop zou het goed doen en het antisemitisme door mijzelf nota bene goed gevoed: Joden-zwendelaars. En dus heb ik gewoon de waarheid gezegd: hij is vier! Achteraf bezien maakte het trouwens niets uit of hij drie of vier was, want we kwamen in aanmerking voor een familiekaart! Maar toch, het kwaad had toch even door mijn brein geflitst en dat klopt niet. Ik heb dus nog wel e.e.a. te repareren voor de Grote Verzoendag! Het uitstapje was verder prima en thuisgekomen opende ik mijn email en lees de volgende anekdote die mijn schoondochter uit Londen, onwetend van ons uitje naar de Zaanse Schans, mij heeft gestuurd:

     

    Een rabbijn had een nieuwe aanstelling gekregen in een van de synagogen in Houston, USA. In de eerste week van zijn benoeming bezocht hij een van zijn gemeenteleden. Omdat hij nog geen auto had maakte hij gebruik van de bus. Nadat hij het kaartje had gekocht bij de chauffeur en plaats had genomen, bemerkte hij dat de chauffeur hem een quarter (25 $ cent) te veel wisselgeld had gegeven. Hij stond op het punt om naar de chauffeur te gaan om hem de quarter terug te geven, maar bedacht zich. Het busbedrijf zal nooit merken dat hij een quarter te weinig heeft betaald. Los daarvan verdienen ze belachelijk veel aan al die ritten, dus waarom teruggeven? Ik beschouw het als een gift van G’d, een soort welkomstgeschenk van Boven en een stimulans om me in te zetten voor mijn gemeenteleden. Toen hij was aangekomen op de plaats van bestemming en voorbij de chauffeur moest uitstappen, gaf hij toch aan de buschauffeur de quarter terug. De chauffeur glimlachte en zei tegen hem: Rabbi, ik ben ook Joods. Ik wist dat u de nieuwe rabbijn was geworden. Al weken denk ik eraan om me toch weer aan te sluiten bij een synagoge. Maar de ziel van de Joodse Gemeente is de rabbijn. Toen ik u zag instappen heb ik u opzettelijk een quarter te veel teruggegeven. Ik wilde weten hoe u hiermee omgaat, hoe uw bezieling, uw gedrag is in het gewone alledaagse leven buiten de synagogale diensten. Aanstaande sjabbat ziet u mij in de synagoge! Maar als u de quarter niet zou hebben teruggegeven, dan.......

     

    Toen de rabbijn de bus was uitgestapt hief hij zijn handen ten hemel en zei: Lieve G’d. Het had niet veel gescheeld of ik had voor een quarter een mede-Jood de toegang tot de synagoge en de Joodse gemeenschap ontzegd.

     

    In de Joodse wetgeving is een wet die zegt dat een rabbijn niet mag rondlopen met een vlek op zijn kleren, want als hij met een vlek rondloopt dan kan dat tot gevolg hebben dat er wordt gegeneraliseerd en wordt verteld dat alle Joden vies en onverzorgd zijn. Die wet geldt niet alleen voor tastbare vlekken, maar vooral ook voor vlekken in het gedrag. En die vlek, die hijzelf heeft veroorzaakt, zal dan weer gebruikt kunnen worden om het antisemitisme aan te wakkeren. Maar ook geestelijken van andere denominaties mogen deze wet tot zich nemen. Want wangedrag van een geestelijke is een wapen in de strijd tegen religie in het algemeen, het is een vlek tegen de Eeuwige onze G’d en kan gebruikt worden als een troef om secularisatie te vergoelijken. Kijk maar, zal geredeneerd worden, geestelijken prediken goede zeden, maar zelf leven ze er maar op los! Mijn kleinzoon is dus pas kortgeleden vier jaar geworden. En vier is vier en echt niet drie, ook als dat een paar euro bespaart.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Dagboek van een Opperrabbijn 3 augustus 2020

    Of het nu ligt aan het dagboek of aan iets anders, ik weet het niet, maar ik krijg verzoek na verzoek over van alles en nog wat. En het vervelende is dat ik eigenlijk alle verzoeken wil honoreren. Een voorbeeld: een stichting die zich inzet voor een nauwere band tussen Joden en christenen wil graag dat ik regelmatig voor ze ga schrijven. Een man die zich inzet voor het welzijn van de Oeigoeren wil graag mijn daadwerkelijke steun om zijn strijd voor gerechtigheid kracht bij te zetten en een historicus geeft een wetenschappelijk boek uit over moraliteit. En omdat ik in een van mijn dagboeken aangaf dat ik van mening ben dat secularisatie bestreden moet worden en de historicus het hier faliekant meer oneens is, ben ik verzocht om in zijn boek een artikel te schrijven. Overigens ben ik niet de enige schrijver, maar er zijn er nog honderddertig, vertelde hij mij vanochtend. Laat ik nou gedacht hebben dat ik een van hooguit drie zou zijn! Maar toegezegd is toegezegd en dus ga ik schrijven, als eenling tégen secularisatie omringt door honderdnegenentwintig vóór. Ondertussen een belletje van rabbijn Mendel uit Mariupol. Hij blijft uiteraard in Mariupol bij zijn mensen en niemand van zijn sjoelbezoekers en deelnemers aan andere activiteiten komt uit angst niet opdagen, integendeel: iedereen komt, ook zij die tot heden minder vaak kwamen. Maar Mendel en zijn vrouw zijn wel bang. De aanslagpleger is niet opgepakt, loopt dus nog vrij rond. Het sjoelgebouw is in feite niet te beschermen want ook een hotel en een kantoor gebruiken dezelfde entree. Ja, dankzij Christenen voor Israel stond er een beveiliger. En ja, die bewaker heeft niet te veel nagedacht en met blote handen de aanvaller zijn bijl ontfutseld. En ja, het was een wonder en alles komt uiteindelijk van Boven. Maar een Joodse regel is: op wonderen mag je niet vertrouwen. Dat er hier niets gebeurd was, was een wonder. Zonder wonder had het scenario er echt anders uitgezien. Mendel en zijn vrouw voelen zich niet meer veilig in dit gebouw. Hun kinderen die tot voor de aanslag vrijdagmiddag challot, sjabbat-broden, brachten naar de oude en eenzame mensen, mogen van Esty, de vrouw van Mendel, niet meer alleen over straat. Esty heeft vanochtend bij Blouma uitgehuild. Ze huilde niet letterlijk, maar is bezorgd. Heel bezorgd en bijna panisch als ze bedenkt wat er had kunnen gebeuren als de beveiliger zijn verstand had gebruikt en tot de conclusie zou zijn gekomen dat hij nooit had kunnen winnen van een jonge man van rond de twintig die vastbesloten was om met een bijl….het is goed dat Esty haar angsten aan mijn Blouma kenbaar maakt, maar toch moeten wij hen aansporen om zo snel mogelijk een ander gebouw te betrekken. En wat dan met de nieuwe keuken die er nog maar pas inzit? Die kan mee! Maar zelfs als hij niet mee kan. Wat is belangrijker, de keuken of……. In Voorthuizen zijn een paar Joodse families neergestreken in een bungalowpark. Ze zijn van plan om op maandagochtend en op donderdagochtend de ochtenddienst in Tuinsjoel Jacobs te houden. Maandag en donderdagochtend wordt er namelijk uit de Thora voorgelezen, net zoals op sjabbat en wij zijn in het bezit van een koosjere Thora. Alleen is de Thoralezing op sjabbat langer. Ondertussen heeft de caterer uit Antwerpen, die gewoonlijk de hele zomer een hotel heeft afgehuurd in Beekbergen en onder mijn rabbinale toezicht gasten uit de hele wereld ontvangt, net een whatsapp gestuurd of het akkoord is dat hij volgende week in Baarlo opengaat. Onder mijn verantwoordelijkheid dus. Maar ik weet het niet. Er naartoe gaan wil ik al helemaal niet. Het kasjroet is geen probleem, maar corona wel. Ik vind het veel te riskant. Afstand is in een hotel nauwelijks te handhaven als de mensen dat onzin zouden vinden. De caterer zal het respecteren, ik ook. Maar wie weet of de gasten die komen het afstand houden wel of niet accepteren. En als ze het protocol overtreden: wat kan ik daaraan doen? Dus door mijn certificaat dat de maaltijden koosjer zijn, breng ik mensen in corona gevaar. Ik ben er nog niet uit. Misschien zie ik het te zwart, maar wellicht ook niet. Ik ga even wandelen. Mijn hoofd leeg maken. Mijn les voor mijn 60+ groepje van morgen voorbereiden. En nadenken wat te zeggen bij de begrafenis morgen. Hans zl. was veel te jong, slechts 56 jaar. Meer dan tien jaar ziek met ups en downs. Drie dochters en een zorgzame echtgenote blijven achter. Op wonderen mag je niet vertrouwen, maar als ook hier een wonder zou zijn geweest, had dat veel verdriet voorkomen. Maar ja: Uw wegen zij niet MIJN wegen. En uw gedachten zijn niet MIJN gedachten. We bidden, hopen, verwachten. Maar uiteindelijk kunnen we slechts accepteren, hoe moeilijk dat soms ook moge zijn.
    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!