Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Reprimande van ministerie voor Nederlandse consul die duizenden Joden redde

    Gisteren waren we fruit plukken met de kleinkinderen uit Almere en daarna een bezoek aan het Israël Product Centrum in Nijkerk. Een week eerder hadden we hetzelfde uitstapje gemaakt met onze kleinkinderen uit Londen. Er is daar, in Nijkerk, een imposante tentoonstelling, speciaal gericht op de jeugd van het Basis Onderwijs, over verzetsstrijders die met gevaar voor eigen leven Joodse medeburgers ondergedoken hadden of anderzijds zich hebben ingezet om o.a. mijn moeder te redden.

     

    De oorlog komt daar voor mij erg dichtbij. Ik denk daar aan de mensen in Friesland die mijn ouders en ik in mijn kinderjaren regelmatig bezochten. Duikouders van mijn moeder. Zonder die mensen zou mijn moeder de oorlog niet hebben overleefd. De naam Wiersma komt in mij op. Hij was de politieagent uit Boskoop die aan het hoofd stond van de verzetsbeweging die voor mijn moeder en mijn oom en voor vele vele anderen de onderduikplaatsen regelde. Ik heb me voorgenomen om mijn enige nog in leven zijnde tante namen en adressen te vragen. Misschien weet zij die nog. En dan nazaten opsporen en hun vertellen dat ik leef dankzij hun ouders/grootouders/overgrootouders.

     

    Na gezellig fruitplukken in Putten op de plukboerderij, naar Nijkerk, verre van gezellig. En toch neem ik mijn kleinkinderen mee. Ik wil dat ze weten dat ondanks het opkomend antisemitisme er ook goede niet-joden waren aan wie wij en zij ook hun leven te danken hebben. Jan Zwartendijk, de medewerker van het consulaat der Nederlanden die duizenden Joden in Litouwen voorzien heeft van een stempel waarmee ze naar de Nederlandse Antillen konden reizen en de hel van de nazi’s ontvluchten. Zijn zoon Piet heb ik mogen ontmoeten enige jaren geleden in Brussel op de ambassade van Litouwen waar zijn vader en de consul van Japan, Sugihara, die al die Joden een doorreisvisum verleende, geëerd werden.

    Zwartendijk heeft na de oorlog van het ministerie van Binnenlandse Zaken een reprimande gekregen want wat hij had gedaan (tussen de 3000-10.000 Joden het leven gered!) was niet conform de wettelijke regels, illegaal. Sic! En ook de Japanse consul Sugihara is gestraft voor zijn illegale doorreisvisa. In Brussel waren zoon Piet Zwartendijk en de kleindochter van Sugihara aanwezig. Ik herinner me dat ik die kleindochter, een volwassen vrouw, wel wilde omhelzen om haar te danken. Mijn kleinkinderen moeten weten dat er ondanks de Holocaust, ondanks het opkomend antisemitisme, er ook niet-joden waren die ons gered hebben. De tentoonstelling is niet eng, maar wel confronterend. Misschien voor mij wel meer als voor mijn kleinkinderen.

     

    Terug naar het nu. Rabbijn Mendel uit Mariupol heeft financiële steun nodig om een andere locatie te krijgen voor zijn synagoge annex Joods Centrum. Na de aanslag van enige weken geleden is hij bang. En terecht. De synagoge staat op een plaats die niet te beveiligen valt, ondanks de beveiliger die voor de deur staat. En hoewel het Mendel en zijn vrouw niet ontbreekt aan Godsvertrouwen is er een belangrijke regel in de Halaga -de Joodse wet- dat we niet mogen vertrouwen op wonderen. En dus mag ik meedenken hoe we dit nieuwe complex financieel van de grond kunnen krijgen.

     

    Het gaat lukken want in de Joodse wereld staat tsedaka hoog in het vaandel. Tsedaka zouden wij in het Nederlands liefdadigheid noemen. Maar de letterlijke vertaling van tsedaka is niet liefdadigheid, maar gerechtigheid. De arme man of vrouw heeft recht op mijn financiële steun, het komt hem toe. Want de rijkdom die ik bezit is een zegen van Boven. En ik heb die zegen uitsluitend gekregen om er anderen mee te helpen. Dit nog even los van de Joods wettelijke verplichting dat iedere Jood verplicht is om minstens tien procent van zijn inkomen aan tsedaka te geven. Maar ook vanuit de niet-joodse achterban, speciaal vanuit de christelijke hoek, verwacht ik bijdragen.

    Ik werd vandaag met nog een vraag om financiële steun geconfronteerd. Een van mijn Joodse Gemeenten was benaderd door een man die, naar zijn zeggen, in grote financiële nood zit. Het bestuur weet geen raad met dit verzoek en wendt zich dus tot hun geestelijk leider met een puur niet-geestelijke vraag: moeten we dit materiele verzoek wel of niet honoreren? Natuurlijk moeten we ieder medemens in nood bijstaan, maar de vraag is vaak of je iemand helpt door hem geld te geven of dat het wellicht beter is om hem geld te lenen, ook als je weet dat hij die lening niet kan terugbetalen. Door een lening te geven moedig je hem namelijk aan om te werken en niet uitsluitend van de bedelstaf te leven. Als je de medemens middels een lening (weer) in het arbeidsproces kan krijgen, dan heb je een veel betere daad verricht dan als je hem uitsluitend cash zou hebben gegeven.

    Maar in dit specifieke geval is het nog iets ingewikkelder. De man schrijft aan de Joodse Gemeente dat hij in het buitenland woonachtig was, gescheiden is van zijn wettige echtgenote, voor zijn ex moest vluchten, dat hij zeer orthodox is, inwoont bij zijn moeder, wellicht Nederland wordt uitgezet en een vriendin heeft en een baby. Natuurlijk moeten we zo’n man helpen, maar de vraag is waarmee. De eerste vraag die in mij opwelt en mij een nare bijsmaak geeft is: Waarom benadrukt hij dat hij orthodox is? En waarom ontvluchtte hij zijn ex? Moet hij wellicht alimentatie betalen? Meent hij daarmee dan extra recht te hebben op financiële ondersteuning van de Joodse Gemeente? En als hij dan zo orthodox is, waarom woont hij in een dorp waar geen Joodse Gemeente is? En sinds wanneer woont een orthodoxe Jood samen zonder burgerlijk en religieus huwelijk? Ik ga ervan uit dat hij niet wettelijk is getrouwd, omdat hij spreekt over zijn vriendin en niet over zijn echtgenote! Misschien is hij niet officieel gehuwd omdat hij nog niet is gescheiden van zijn (eerste) vrouw. Vraagtekens, vraagtekens, vraagtekens.

     

    En ondertussen zet hij goedwillende vrijwillige bestuurders van de kleine Joodse Gemeente onder morele druk. En dus mag ik ertussen springen en neem ik het op mijn rabbinale schouders om deze man met zijn warrige verhaal vooral geen financiële steun te bieden uit de tsedaka-kas van de Joodse Gemeente. We zien wel hoe hij gaat reageren. Ik zal de goedwillende bestuurders steunen, want hij zal ze niet zo snel met rust laten als hij een afwijzing zal ontvangen. Hij zal morele druk uitoefenen en niet iedereen is daartegen opgewassen.

     

    Morgen is de eerste van de maand Elloel, de maand voorafgaande aan Rosj Hasjana, Joodse Nieuwjaar. Er wordt dan op de sjofar, de ramshoorn, geblazen als voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Vandaag heb ik al even een enkele toon geblazen om te oefenen. Lukte prima, ik heb een gezonde blaas……….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • 36 Joden bestaan alleen nog in het mapje 'Iran' op mijn compute

    Twee bestuurders van een van mijn Gemeenten kwamen op bezoek om iets te bespreken. Omdat het onderwerp voor iemand een plezierige verrassing moet zijn, kan ik dus niet aangeven wat dat ‘iets’ inhoudt. Uiteraard zaten we om corona-technische reden in onze tuin, ontworpen en onderhouden door mijn Blouma. Een klein paradijsje in het hectische leven van een rabbijn. (Ik bedoel dus de tuin….) 

    Van het een komt het ander en Blouma toont een speciaal tafelkleed uit Iran dat wij ooit cadeau hebben gekregen, omdat ik iemand heb mogen en vooral kunnen helpen via mijn netwerk. Netwerken zijn leuk. Recepties, acte de préséance geven, vooraan zitten, foto’s, maar vooral: netwerken zijn nuttig en zijn er om te gebruiken! Door dat tafelkleed kwam bij mij Iran weer opborrelen in mijn herinnering en ik begon spontaan te vertellen, misschien wel omdat het precies op de dag af 9 jaar geleden is dat ik een VIP-ontvangst had geregeld op een van onze ministeries om hulp te bieden aan een groep Joden die in Iran in grote nood verkeerden.

    Van de ene gedachte komt de andere boven: Een telefoontje van bekende advocaat. Een probleem waarbij mijn hulp noodzakelijk is. De advocaat en ik zijn tegenpolen van elkaar. Hij is van de harde aanpak, ik niet. Als mensen kwaad op hem zijn, is hij tevreden. Ik kan daar niet zo goed tegen. Maar juist die karakterverschillen maken het dat wij vaak heel veel mooie zaken samen mochten oplossen. Mochten? Momenteel zijn we weer samen iets aan het regelen. Hij de felle jurist, ik de aantrekkelijke verpakking.

    Maar in het geval van het telefoontje lag de nadruk niet zozeer op onze samenwerking, maar op mijn zorgvuldig opgebouwde netwerk. Op Schiphol was een man gearresteerd met een vals paspoort. Hij zou ten hoogste twee weken in het gevang kunnen belanden en dan zou de KLM, die toen nog volledig in de lucht was, hem naar zijn land van herkomst moeten terugsturen. In dit geval: Iran. Wat speelde hier? De man, zeventig jaar oud, was geboren en getogen in Iran. Daar had deze rijke zakenman ook nog steeds vele panden, hoewel hij inmiddels met kinderen en kleinkinderen in Israël woonde. Maar om zijn Iraanse nationaliteit niet kwijt te raken en daardoor al zijn onroerend goed in Teheran te verliezen, heeft hij de Israëlische nationaliteit nooit aangenomen en zijn Iraanse paspoort behouden.

    In 2002, als ik me goed herinner, was zijn Iraanse paspoort verlopen en in Israël was er nog geen consulaat van de Iraanse Republiek, zelfs niet in Jeruzalem. En dus probeerde hij in verschillende landen op het consulaat van Iran een nieuw paspoort te krijgen. Overal werd hij weggestuurd omdat hij niet woonachtig was in het land waar dat consulaat gevestigd was. Uiteindelijk, vlak voor de datum dat het paspoort verliep, vond hij een consulaat dat bereid was om hem, voor veel geld, een nieuw paspoort te geven. Vanaf 2002 tot 2008 reisde hij hiermee de wereld rond, totdat hij in 2008 Nederland wilde binnenkomen en hij werd gearresteerd omdat zijn paspoort vals was. Het probleem was niet dat hij veroordeeld zou worden en twee weken de cel zou indraaien. Neen, probleem was de serieuze dreiging dat hij na de twee weken detentie per KLM teruggestuurd zou worden naar Iran. Hoe de ontvangst van deze Joodse Israëliër in Iran zou zijn, laat zich raden. En dus werd ik ingeschakeld door deze advocaat. 

    Het was vrijdagmiddag, een paar uur voor sjabbat. Ik bel een contactpersoon uit mijn netwerk waarvan ik denk dat hij hierin iets kan betekenen. Hij zal er meteen achteraangaan en inderdaad, een paar minuten na sjabbat, inmiddels diep in de nacht, belt hij terug: “Binyomin, maak je geen zorgen. Het komt goed!” En het kwam goed, want de daaropvolgende maandag werd door de rechter asiel aangeboden. En mocht hij daarin niet geïnteresseerd zijn, dan zal de marechaussee hem op het vliegtuig zetten naar een land van zijn keuze. Maar naar één land mogen ze de zakenman niet terugsturen: Iran. Ik mocht een schakeltje zijn in de redding van één mens.

    Ja, met Iran heb ik nog een succes geboekt. Een bruid, al meer dan 13 jaar in de USA woonachtig, maar afkomstig uit Iran, wil zo graag dat haar moeder bij haar choepa-bruiloft aanwezig zal zijn. Maar de moeder kan in Iran geen visum krijgen voor de USA. Ook daar heb ik iets mogen betekenen. Als dank heb ik dat tafelkleed gekregen dat bij mij Iran weer in mijn gedachten bracht. Twee successen. Maar in een andere kwestie waar het tientallen levens betrof en waarin ik wederom een heel klein schakeltje had kunnen zijn, mislukte het volledig. Mijn netwerk deed het prima. Buitenlandse Zaken deed meer dan ze konden, maar toch liep het mis en verdwenen zesendertig gevangengenomen Iraanse Joden in het duistere gat der vergetelheid. Alleen hun namen en het vermoedelijke adres van hun gevangenis zit nog ergens in het mapje ‘Iran’ op mijn computer.

    En ondertussen wordt er nauwelijks, gewoon hier in ons eigen landje, aandacht besteed aan de bekladding van een viaduct in Wildervanksterdallen. “Arbeit macht Frei”. “Verboden voor Joden”. Het is wel onleesbaar gemaakt. De racistische tekst is visueel verdwenen, maar het onderliggende antisemitische probleem niet. Waarschijnlijk waren de daders jongeren of verward……….

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Aangevallen en bedreigd: Advies gevraagd!

    Afgelopen sjabbat, terwijl ik mij sjabbat-middag-dutje deed, werd ik wakker door een enorm lawaai. Ik dacht aan het geluid van de luchtballonnen die vaak op sjabbatmiddag over ons huis vliegen en dan hoor je een geluid van, naar ik vermoed, het gas dat wordt ontstoken of zoiets. Maar dat was het dus niet. Neen, voor ons huis, midden op de rijweg, een Turkse bruiloft.
    Dat het een Turkse was werd duidelijk door de vele Turkse vlaggen. Maar los van die zichtbare vlaggen was luidkeels hoorbaar een trommel, een of andere fluit, heel veel witte auto’s met loeiende motoren, dansen, lawaai. Kortom: Heel gezellig en het deed mij even de drukkende bedomptheid van de hittegolf vergeten. Het verkeer kon er niet echt meer door en ook een autobus stond braaf te wachten. Een passerende auto, die er toch in slaagde door de meute heen te komen, raakte een van de feestvierders, al dan niet opzettelijk, aan zijn hand. Gevolg: boosheid, irritatie, een gewonde hand en vier feestvierders die hun witte auto insprongen en de achtervolging inzetten. En dan zie je iets gebeuren in die groep. Een heel klein aantal is erg geëmotioneerd en opgewonden, maar de meerderheid is rustig en probeert te kalmeren.
     
    En zo gaat het ook, dacht ik, in Gaza en in vele andere brandhaarden van onze woelige verhitte aarde. Verreweg de meeste mensen, ongeacht afkomst, ras, of geloof willen gewoon rust en vrede. Maar ze worden geïndoctrineerd, in een denkpatroon geperst via media en schoolboeken Het vormen van een eigen mening bestaat niet, niet in praktijk en zelfs niet in theorie. Het ‘kleine groepje’ beheerst namelijk alles. Dit soort criminele overheersing leidt tot gijzeling, willekeurige schietpartijen, zelfmoordaanslagen, totale onderdrukking. Vaak vecht het groepje elkaar ook de tent uit en overheerst alles en iedereen, desnoods onder het mom van religie.
     
    Recentelijk kwam mij een boek onder ogen over de interne intriges in het leiderschap van nazi-Duitsland. Vrienden werden geëlimineerd, vijanden naar voren geschoven. Het enige doel was en is: het dienen van de afgod IK, buiten en binnen de groep.
    Maar helaas bestaat in die meeste brandhaarden geen mogelijkheid om het ‘kleine groepje’ te kalmeren, zoals voor mijn deur in de straat wel het geval was. Maar wat doen we eraan? Wat kunnen we eraan doen? Geen idee, helaas.
     
    Waarom ik dit nu naar voren breng? Ik zit zelf met een dilemma. In mijn dagboek van een paar dagen geleden vermeldde ik dat er 1. een auto op mij was ingereden en dat ik, geheel los hiervan, 2. een dreigtelefoontje had gekregen. Ik zou namelijk geschreven hebben, hoewel ik het niet heb kunnen natrekken, dat de BLM-beweging marxistisch is. Nogmaals mijn opvatting over BLM: Ik veroordeel iedere vorm van racisme. Als Zwarte Piet door mensen als beledigend wordt opgevat, moeten we ermee stoppen. Maar ik vind BLM een gevaarlijke beweging alleen al vanwege de antisemitische spreekkoren die bij demonstraties tegen racisme worden gescandeerd en vanwege hun felle antizionistische opstelling.
     
    Terug naar mijn 1. en 2. Hoe ga ik hiermee om? Door te vermelden dat iemand op mij inreed of het dreigtelefoontje van een ‘verward persoon’, zoals de politie hem omschreef, in mijn dagboek op te nemen, krijgt de intimidatie precies de aandacht die ze willen. Bovendien kan het anderen op gedachten brengen om ook te dreigen of daadwerkelijk te beschadigen. En dus kreeg ik een telefoontje van een goede vriend met de opmerking: Dit had je niet moeten vermelden. Geef ze geen platform!
    Een korte piepkleine enquête bij een paar bekenden leverde echter ook de zienswijze op dat verzwijgen onacceptabel is. Niet benoemen betekent aanvaarden. Het zal wel goedkomen als we maar stil zijn, heeft geen resultaat gehad in de holocaust, zelfs niet in Nederland.
     
    Beste lezer van mijn dagboek: ik zit in dubio. Ik heb gekozen om wel te benoemen en wil daarmee eigenlijk verder gaan. Maar is dit een goede keus? Of breng ik mezelf hierdoor nodeloos in gevaar? Ik hoor het graag van u. Mag het per e-mail? U kunt mij (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) bereiken.
  • Adviezen van lezers, Dagboek van een opperrabbijn

    Vandaag heb ik me voornamelijk beziggehouden om alle e-mails te lezen die ik heb ontvangen vanwege mijn verzoek om advies. Herinnert u zich mijn vraag nog uit mijn dagboek van een paar dagen geleden? Ik had vermeld dat 1. een auto op ons was ingereden en ons getrakteerd had op een niet vriendelijk klinkende antisemitische scheld kanonnade en 2. had ik een dreigtelefoontje ontvangen van een, volgens de politie, verwarde man. Mijn dilemma was, achteraf geredeneerd, of het verstandig was dat ik deze twee voorvallen vermeld en dus platform geef aan de belagers of dat ik er niet over had moeten schrijven.

     

    En toen dacht ik: ik vraag aan mijn dagboekeniers een advies. En aldus geschiedde met als gevolg tegen de honderd e-mails in mijn digitale brievenbus. En toen, hoor ik u denken. Maimonides, de grote Joodse geleerde schrijft in zijn beroemde werk Jad Hachazaka: De leerlingen geven de leraar meer wijsheid en verbreden zijn gevoelens. Zoals de Wijzen hebben gezegd: veel heb ik van mijn leerlingen geleerd en nog meer van mijn vrienden. Aan deze halaga, wetsbepaling, moest ik denken toen ik vandaag alle adviezen bekeek, die ik op mijn emailadres had ontvangen.

    • Wanneer wij zwijgen en mensen er niet op attent maken, dat zij verkeerd bezig zijn, hoe kunnen zij zich dan verbeteren? Versterk je dan eigenlijk niet het akelige, verkeerde gedrag? We proberen toch een betere wereld te maken? Daarbij, uw voorbeeld geeft ook aan ons, uw lezers, een richting aan, een houvast, iets om over na te denken.
    • Als je zonder compromis met elkaar schrijft is er een mogelijkheid om je te verrijken in kennis en zienswijzen.
    • U brengt misschien wel uw leven in gevaar. Maar ik vind het wel heel moedig dat u ook onderwerpen als dit ter sprake brengt in uw dagboek. Eenieder heeft het recht om zijn mening te uiten. Want hier in Nederland geldt dat we allen het recht van vrijheid van mening hebben. Soms te vrij. Dat is mijn mening. Men denkt niet na. Maar ik vind het wel te ver gaan als men met uw uitgesproken mening groepen uitsluit of kwetst. En soms moet je wel je mening over iets ventileren, zeker als het in uw ogen heel wat kwaad kan doen aan mensen.
    • Nogmaals: Ik vind het heel dapper dat u dit ter sprake brengt in uw blog. Want soms is alleen toekijken niet genoeg.
    • Ik zal met de deur in huis vallen: U had dit niet moeten vermelden. Ik stel dit aan de hand van de vraag: wat wilt u bereiken en denkt u dat u datgene bereikt wat u zou willen bereiken met een en ander te vermelden? U had moeten zwijgen en dat heeft niets te maken met aanvaarden en het zal wel goedkomen, maar met dat u op deze wijze niet datgene bereikt wat u zou willen bereiken.
    • Het verzwijgen, of je hoofd in het zand steken, struisvogelpolitiek, is in het verleden niet de juiste optie gebleken. Ik zie dat heel plastisch voor me, die vogel stopt zijn hoofd weg, maar de rest van zijn lijf is voor iedereen zichtbaar en hij zelf ziet niets meer en is daardoor veel kwetsbaarder.
    • Het blijven benoemen en kenbaar maken aan zoveel mogelijk mensen is denk ik de beste optie, al besef ik wel dat dit ook wel de heftigste is. Er is veel moed voor nodig, die heeft u. De door u gekozen weg lijkt mij wel de beste.
    • Uw ontzetting, ongerustheid e.d. zijn wellicht deel van hun ‘brandstof’ voor het organiseren van verdere ellende.
    • Speak softly and carry a big stick. Die grote stok heeft u, gezien uw persoonlijke bekendheid en uw toegang tot politiek en media, altijd op uw bureau liggen.
    • Als je dus veel op het internet zit als Jood, moet je incalculeren dat je geconcentreerd veel antisemitisme tegenkomt, omdat de communicatie enorm verbeterd is. Naast de nuchterheid dat inderdaad alle onderzoeken van de wereld, een stijging laten zien de afgelopen jaren.
    • Ik denk dat je nooit mag zwijgen. Hebben we al te lang gedaan en het heeft ons niets opgeleverd. Beter staande te sterven dan op je knieën te leven. Wij van dit oeroude joodse geslacht zijn van de JLMT (Jewish Lives Matter Too), een club met weinig leden.

    Bovenstaande is een bloemlezing uit het grote aantal reacties die ik op mijn e-mail mocht ontvangen en nog steeds komen er meer binnen. Bijna iedereen was van mening dat zwijgen niet acceptabel is. En ten aanzien van gevaar, wat natuurlijk best reëel is, adviseerde een van de schrijvers mij om mijn echtgenote te laten beslissen. Een heel goed antwoord. Zo goed, dat ik moet bekennen dat ik dat advies al jarenlang opvolg. En met betrekking tot mijn coronadagboek: Twee keer overleefde een coronadagboek de censuur niet en was ik tot in de late uurtjes bezig met herschrijven totdat mijn Blouma haar koosjer-stempel kon geven. En dan zijn er nog steeds mensen die denken dat in het Jodendom de vrouw is achtergesteld. Ze moesten eens weten!*

     

    *Deze laatste woorden zijn na de censuur toegevoegd!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Dagboek 10 september 2020

    Ik spijbel vandaag! In plaats van mijn dagboek ontvangt u de toespraak die ik vandaag heb uitgesproken ter herinnering aan de eerste razzia in Twente. Na een verzetsdaad werden in Twente 105 Joodse mannen opgepakt, afgevoerd en vermoord in Mauthausen.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten…..en zij zullen op rechtvaardige wijze rechtspreken(Deuteronomium 16:18).

    De enige oorzaak van ons jaarlijkse samenzijn hier in Enschede is omdat toen, in die afschuwelijke jaren, het recht krom was en de rechters en politieagenten weliswaar waren aangesteld, bij alle poorten stonden, maar met een doel dat tegen iedere vorm van rechtvaardigheid indruiste. Het gevolg?

    Voor enkelingen, ook hier vandaag aanwezig, is die razzia hun hele leven beangstigend actueel gebleven. Grootgebracht zonder vader, raak je nooit meer kwijt, ook niet als je inmiddels hoogbejaard bent. Als je je vader op hoge leeftijd verliest, dan is dat verdrietig, maar normaal. Je bent dankbaar dat je zo lang een vader mocht hebben. En zelfs een vader verliezen op jonge leeftijd als gevolg van een natuurlijke ziekte, is tot op zekere hoogte aanvaardbaar. Maar als je jonge vader bij de razzia werd opgepakt en je je bijna niets meer van hem herinnert, dan is er sprake van een gapende wond waarmee je weliswaar leert leven, maar die altijd schrijnend blijft. Die jonge vaders gedenken wij hier vandaag.

    Maar de meeste mannen/vaders die bij de razzia werden opgepakt, afgevoerd en vermoord lieten geen gapende wonden achter, omdat ook hun kinderen, hun ouders en andere naasten in die duistere jaren werden afgevoerd om nimmer weer te keren. Laten wij speciaal die slachtoffers, die helemaal geen familie meer hebben en aan wie niemand kan terugdenken, niet vergeten, terwijl ze al lang vergeten zijn.

    Kwam die razzia plotsklaps en onverwacht?

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Deze razzia, en überhaupt de moord op onze 103.000 Joodse Nederlanders, had een prelude. Het recht was juridisch verkromt. Wellicht is het u bekend dat toen in het voorjaar van 1940 in ons eigen land de verplichting kwam van de Ariërverklaring, er door onze eigen Nederlandse Hoge Raad aan onze eigen vertegenwoordiger in de Volkerenbond, Mr. Francois, is gevraagd of volgens het Internationale Recht de Hoge Raad aan het uitsluiten van Joden mocht meewerken? Het antwoord was klip en klaar duidelijk: Nederland mocht op grond van het Internationaal Recht meewerken aan het afgeven van Ariërverklaringen. Recht werd krom. Meer dan 200.000 Nederlanders ondertekenden, slechts tientallen weigerden.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Kan ik deze verplichting heden ten dage naleven? Ik, zoals ik voor u sta, ik heb geen poorten, heb geen landerijen. Maar de Thora is eeuwig en het moge dan zo zijn dat sommige wetten alleen kunnen worden uitgevoerd in bepaalde tijden of onder bepaalde omstandigheden, toch blijft de eeuwigheidwaarde behouden. En dus hebben wij allen hier ook de opdracht om rechters en politie aan te stellen bij onze poorten.

    Allen hier bijeen hebben we poorten: onze ogen, onze oren en onze mond zijn onze huidige poorten. Bij onze ogen, oren en bij onze mond worden wij geacht rechters en beveiligers te plaatsen. Wat komt er uit mijn mond? Zijn het opbeurende woorden of richten mijn woorden schade aan. Woorden kunnen dodelijk zijn, woorden kunnen traumatiseren, woorden kunnen indoctrineren. En ook bij mijn oren moet ik bewakers plaatsen. Wat hoor ik wel en wat niet? En wat voor vertaalslagen geef ik aan hetgeen ik hoor. Hoor ik alles negatief, terwijl het wellicht zeer goed bedoeld is? Of versta ik in al wat ik hoor juist het goede en het mooie en heeft dat onverantwoorde naïviteit tot gevolg?

    En mijn ogen? Hoe kijk ik aan tegen de medemens? Ik ken mensen die in de ander alleen maar slecht ontwaarden. Voor het goede hebben ze geen oog. Om nog maar te zwijgen van de ogen die doen hunkeren naar macht, geld en ontucht.

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    Vanaf de jaren dertig werd er gewerkt aan een beïnvloeding die de weg heeft vrijgemaakt voor de razzia die wij hier herdenken. De Jood werd gedemoniseerd via karikaturen, zoals we die nog vrij recentelijk in Aalst bij een onschuldig ogende carnavalsstoet konden bewonderen. Via de weg der geleidelijkheid werd de samenleving opgevoed met de gedachte dat het uitroeien van Joden een ethisch verantwoorde plicht was. De public relation man van nazi-Duitsland, Göbbels, heeft het goed weten uit te leggen en het Duitse en ook het Nederlandse geweten, voor zover nog aanwezig, tot kalmerende rust weten te brengen. Slechts enkelingen, helden, weigerden de verkeerde rechters en de corrupte plichtsgetrouwe politieagenten te accepteren. Zij zwichtten niet voor de aanlokkelijke Fl. 7,50 kopgeld voor iedere verraadde Jood. Dankzij dit soort mensen, die weigerden het onderscheid te maken tussen mensen en übermenschen, sta ik hier. Kind van ouders die gered werden door mensen die met gevaar voor eigen leven weigerden zich te laten beïnvloeden en vasthielden aan:

    Rechters en politieagenten zult u aanstellen bij al uw poorten……….

     

    We moeten alert zijn: de razzia en Mauthausen zijn niet plotseling uit het niets ontstaan.  Het antisemitisme werd langzaam maar zeker ingevoerd, verblindde, werd verbaal overgebracht en werd aan de hand van karikaturen zichtbaar, salonfähig, gemaakt.

    En hoe is de situatie nu? Bestaat Göbbels nog? Wat krijgen wij, en speciaal onze jeugd, te horen? Te zien? En welke beveiliging bewaken de huidige poorten? Wat in de jaren ’30, de prelude voor de jaren ’40-’45, langzaam maar zeker werd voorbereid, zou zich zomaar kunnen herhalen. Of druk ik me nu te naïef uit omdat het zich niet zou kunnenherhalen, maar zich reeds herhaalt! Op 14 augustus jl. stond in de grootste Franstalige Belgische krant een cartoon waarin de Joodse wijk in Antwerpen Coronadorp wordt genoemd en er letterlijk staat als onderschrift: Le foyer du Covid-19 ne peut qu’être Juif. Sociale media zijn pijlsnel en nagenoeg ongrijpbaar. De beïnvloeding is beangstigend. De demonisering van Joden bloeit tierig. Antisemitisme is nu verpakt in antizionisme, waardoor het aanvaardbaar wordt gemaakt. Het zijn dezelfde karikaturen die toen het klimaat voor razzia en Mauthausen zorgvuldig, doelbewust maar langzaam hebben voorbereid, die nu onze ogen, oren en mond, bijna 24/7 indringend en pijlsnel beïnvloeden.

    Waartoe dit gaat leiden? Ik weet het niet.

    Maar ons samenzijn hier is om te herdenken en nimmer te vergeten, die 105 Joodse mannen.

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn

    Enschede 10 september 2020, jaarlijkse herdenking Razzia Twente

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

                         

  • Dagboek 16 sept 2020. Laten we ons levend begraven?

    Het lernen met mijn eigen lerngroep 60+ was fijn. Even uitleggen: al enige jaren ben ik vaste docent van een 65+ lerngroep in Amsterdam. Naamgenoot Paul Jacobs heeft die lerngroep opgericht ter nagedachtenis aan zijn echtgenote. Ongeveer een jaar geleden dacht ik dat het een goed idee zou zijn om ook in Amersfoort een lerngroep op te richten voor de 60-plussers. Ik verkoos te spreken over 60+ in plaats van 65+ omdat dat de deelnemers een jonger gevoel geeft gezien de meesten 70+ zijn. Niet te veel mensen, ongeveer tien. Dit om te voorkomen dat mijn lerngroep ontaardt in een lezing. Nu ben ik niet tegen lezingen (ik doe bijna niet anders!), maar ‘ik geef een lezing’ en het publiek luistert.

     

    Nou ja, luistert? Bij een lezing moet ik maar hopen dat er geluisterd wordt. Ik zeg weleens midden in de lezing, om de luisteraars bij de les te houden, dat ik er geen moeite mee heb als de toehoorders af en toe op hun horloge kijken omdat ze willen weten hoe lang ze nog moeten. Ik raak pas geïrriteerd als ze, nadat ze op hun horloge hebben gekeken, het horloge tegen hun oor aandrukken om te luisteren of het nog wel werkt!

     

    Mijn lerngroep draagt de naam “Lernen met diepgang”. En dat is nu precies wat er gebeurt. We lernen samen en verdiepen ons juist door het gesprek met als leidraad G’ds Thora en Traditie. En dat ‘samen’ is essentieel en geeft een extra en noodzakelijke dimensie. En die dimensie hebben we ook nodig in het gesprek met PKN, RK en andere kerkelijke organisaties. Vanochtend ontving ik een Nieuwjaarswens van PKN en in mijn reactie naar de scriba, mijn vriend Dr. de Reuver, stel ik voor om het komende jaar elkaar te spreken over antisemitisme, dat hij vermeldt in zijn nieuwjaarswens, en ook over antizionisme en dus over de positie van de PKN ten opzichte van Israel en de problematiek in het Midden-Oosten. Alleen middels erover ‘lernen’ kunnen we er hopelijk uitkomen. Via allerlei verklaringen en interne discussies over de ‘onverbrekelijke band met Israël’ wijzigen in ‘onverbrekelijke band met Jodendom’,  komen we er niet uit, maar groeit de kloof die we beiden niet wensen en niet willen. En dus is dat een van de goede voornemens die ik op me heb genomen. Voor het komende nieuwe jaar. Verder heb ik onderweg naar Arnhem de afspraak vastgelegd met de ambassadeur van Hongarije. Geen idee wat hij wil, maar ‘je weet maar nooit’. Zoiets heet netwerken. Die netwerken bouw je op zonder concreet doel voor ogen, maar zodra er noodzaak toe bestaat heb je een adres. En geloof me, die adressen heb ik al meerdere keren moeten gebruiken. In Arnhem hadden we een Selichot-bijeenkomt op de Joodse begraafplaats. Selichot zijn speciale gebeden die uitgesproken worden in de week voor Joods Nieuwjaar. Er was geen grote opkomst, maar de bijeenkomst was warm, fijn en inspirerend. Het was eigenlijk een lern-bijeenkomst, maar dan niet bij mij thuis, niet in de synagoge, niet op zoom, maar op de begraafplaats. En aan het eind heb ik alle aanwezigen een fles wijn gegeven. Ze durven vanwege corona geen dienst te houden gedurende de Ontzagwekkende Dagen. Mijn doel was om ze toch iets mee te geven. Een fles Israëlische wijn en een inspirerende gedachte. De gedachte kwam over en zal ze hopelijk tot steun zijn. Ik bracht een parabel. Een boer hoorde een enorm gejank van zijn oude ezel in het veld. Hij z’n huis uit, hoort het gejank, maar ziet geen ezel. Na enig rondkijken vindt de boer zijn ezel in een diepe put. Water stond er lang niet meer in die put en het leek een onmogelijke klus om de oude ezel eruit te slepen. En dus besloot de boer met een van zijn knechten (en zonder toestemming van de Partij voor de Dieren) om zand in de put te scheppen en zo de oude ezel (levend!) te begraven. De boer en zijn knecht nemen beiden een schep en beginnen het graf dicht te gooien. Ondertussen jankt de ezel maar door. Na een uur scheppen horen ze niets meer, kijken de put in en zien dat de put inmiddels tot de rand is gevuld. Maar ze zien nog iets: de ezel loopt tot hun stomme verbazing vrolijk rond in de weide! Wat was er gebeurd? Iedere schep aarde die de ezel over zich heen kreeg had hij van zich afgeschud.  En toen de bodem van de put op niveau was gekomen van de weide, heeft de ezel vrolijk de put verlaten.

     

    In deze corona periode krijgen wij van een veelheid aan narigheden over ons heen. Laten we ons eronder begraven of schudden we het van ons af? Mijn advies: volg de oude ezel!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek 27 juli 2020, De derde Tempel, licht in duisternis

    Toen ik afgelopen Sjabbat een ommetje maakte werd ik aangesproken door een islamitische dame met de vraag “Spreek je Arabisch?”. Wat ik daarvan moet denken weet ik niet, maar ik heb maar gewoon in het Nederlands geantwoord. Tenslotte wonen we in ons eigen Nederland met onze eigen Nederlandse taal en cultuur, waarvan ik, met meer dan tien generaties Nederlands Jodendom en de Nederlandse taal als moedertaal, deel uitmaak.

     

    Gisteren was ik aanwezig bij de begrafenis van de heer David Rosenberg. Op bijna 96-jarige leeftijd overleden. Hij laat zijn echtgenote, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na, hetgeen voor wat eens Joods Nederland was een unicum. Bij de meeste Joodse begrafenissen is niet eens het vereiste quorum van tien volwassen mannen te realiseren. Rosenberg behoorde tot de generatie die voor de oorlog nog een gedegen Joodse kennis had gekregen, was ondergedoken tot begin 1945, toen verraden (waardoor een paar foute Nederlanders fl. 7,50 rijker konden worden) en vervolgens vanuit een ongekende gedrevenheid probeerde de Joodse gemeenschap weer op te bouwen. Letterlijk op de ruïnes van een rijk bloeiend Joods leven. Beilen, Stadskanaal, Emmen… Ja, in Emmen staat nog een sjoel of beter geformuleerd: het gebouw dat eens een sjoel was.

     

    Ik had dus eigenlijk op vakantie moeten zijn, een paar dagen naar het zuiden des lands in een hotel van een goede vriend van ons. Maar mijn vrouw Blouma vond dat ik het niet kon maken om vanwege vakantie bij deze begrafenis te ontbreken. En gezien de positie van de vrouw binnen het Joodse gezin bepaalt zij… Maar het was goed dat ik aanwezig was. Immers, ook de heer Rosenberg was altijd aanwezig als er ergens in het noorden van het land een begrafenis was en er op hem een beroep werd gedaan. Vaak wordt er niet beseft dat wij als Joode gemeenschap in Nederland nog maar piepklein zijn. Er was bijna geen stad of dorp waar een synagoge, begraafplaats of een mikwa, een kerkelijk bad, ontbrak. En toch waren er die in de concentratiekampen, en ik weet over wie ik spreek, die gezworen hadden dat als ze er levend uit zouden komen ze op de resten van Joods Nederland zouden gaan herbouwen. En dat hebben een aantal overlevenden op ongelofelijke wijze gedaan. Ze hebben na de oorlog gestreden. Mijn generatie heeft dit soort mensen als voorbeeld, is door hen grootgebracht.

     

    En dus vechten ik en velen van mijn naoorlogse generatie om het Jodendom voor Nederland te behouden. Onze strijd is tegen antizionisme=antisemitisme=BLM=BDS. Is het leuk om strijdend door het leven te gaan? Zeker niet. Maar er is geen alternatief. Vechten in tijden van duisternis zit in onze Joodse genen. Ook in de duisternis weten wij dat er uiteindelijk weer licht zal zijn.

     

    Wij bevinden ons in de zogenaamde Negen Dagen. De dagen voorafgaande aan Tisje Be’Av. Op die dag werd de Tempel in Jeruzalem verwoest en begon de ballingschap waarin we ons bevinden. Vanwege deze duistere periode heet afgelopen Sjabbat de ‘Zwarte Sjabbat’. Maar op die ‘Zwarte Sjabbat’ wordt juist gedacht aan de Derde Tempel die door G’d zelf herbouwd zal worden. Juist in de zwarte duisternis straalt het summum van bevrijding, echte bevrijding. Er wordt niet alleen gedacht aan de Derde Tempel met de daaraan gekoppelde komst van de Mosjiach, maar de Derde Tempel wordt zelfs getóónd. Hij wordt als het ware zichtbaar voor allen die hiervoor oog hebben.

     

    En als dan eindelijk de Mosjiach er zal zijn, dan betekenen BDS en BLM en zelfs de Verenigde Naties helemaal niets meer. De Eeuwige zal dan door allen (h)erkend worden, er zal echte Sjalom zijn en niet alleen voor Joden, maar voor de gehele mensheid. Jeruzalem zal zonder enige discussie de eeuwige hoofdstad zijn van Israël, Joden en niet-Joden zullen dringen om de muren van de Tempel te mogen aanraken.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

     

  • Dagboek 5 augustus 2020, Stond de wekker aan de verkeer kant van de Libanese grens?

    Vandaag is het 15de van de Joodse maand Menachem Aw. Op deze dag is er in het verleden van alles en nog wat gebeurd en wordt deze dag in zekere zin gelijkgesteld aan de Grote Verzoendag. Deze dag is gekoppeld aan diverse vreugdevolle gebeurtenissen.  Een van die gebeurtenissen is dat vanaf de eerste Niesan (niet die auto, maar de maand van de Uittocht uit Egypte!) tot 15 Menachem Aw, dus gedurende 3½ maand, hout werd gesprokkeld dat bedoeld was om te gebruiken in de Tempel voor de offerdienst. Ik vermoed dat u nog niet van uw stoel valt van verbazing en dat u wellicht reageert: nou en? Maar laat ik het uitleggen. 15 Menachem Aw was een grote feestdag omdat op die dag de voorbereidingklaar was, er werd vanaf die dag geen nieuw hout meer gesprokkeld om de offerdienst uit te voeren. Op de negende van dezelfde maand, dus zes dagen eerder, herdachten we de vernietiging van de Tempel, het begin van het Ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden. Het summum dus van misère. En vandaag gedenken we de voorbereiding die nodig was en nodig is om de Tempel weer te laten terugkeren naar zijn religieuze functie. Het bericht is erg duidelijk: voorbereiding naar iets positiefs is essentieel. Als we allen de neuzen de goede kant op hebben staan, komen we er. Dan krijgen we uiteindelijk de echte shalom, voor de gehele mensheid. De Derde Tempel in Jeruzalem zit onlosmakelijk gekoppeld aan de komst van de Mosjiach, of beter geformuleerd: de echte shalom voor elk en ieder schepsel. Die voorbereiding vieren we.

     

    Ik moest speciaal hieraan denken n.a.v. de afschuwelijke ramp in Beiroet. De hele wereldpers staat bol van de informatie over de (onverhoopte) corruptie van Netanyahu. De rechter zal hierin uitspraak moeten doen en dat gaat ook gebeuren. We spreken hier over financiële malversaties, die niet kunnen, zeker niet voor een premier. Over Beiroet wordt nu geschreven, nu letterlijk heel Beiroet ontploft is, dat de HH-politici van dat land corrupt zijn. Waarom hebben we daarover tot nu toe nauwelijks iets in de media gezien of gehoord. Goed dat dat nu zichtbaar wordt. Ik hoop, maar verwacht het niet, dat die corruptie nu dan eindelijk de volle aandacht krijgt die het verdient. Maar ook de corruptie van de Libanese Overheid vind ik minder interessant. Mijn verbijstering is: waarom geen aandacht voor de vraag waarom 2750 ton Ammoniumnitraat, oorzaak van de gigantische ontploffingen, daar überhaupt lag opgeslagen als we weten dat dit stofje gebruikt wordt bij terroristische aanslagen. Het dringt nu spaarzaam door tot de media dat er al eerder ontploffingen waren geweest. Wat deed dat vernietigende spul daar? En waarom heb ik nooit eerder in de media gelezen over de opslag en dus de voorbereiding van deze gevaarlijke stof die daar opgeslagen lag als voorbereiding voor…….Terwijl de Joodse kalender benadrukt hoe belangrijk het is om voorbereidingen te treffen voor de ultieme shalom ten behoeve van de gehele mensheid, zweeg en zwijgt de wereld als het duidelijk is dat hier de voorbereiding lag, al vele jaren, voor het tegenovergestelde van shalom. Waar zijn de Verenigde Naties? Waarom niet nu meteen een resolutie tegen Libanon conform de voortvarendheid waarmee resoluties tegen Israël worden aangenomen? En waarom nooit eerder opgemerkt en uitgelicht door de media, want al veel vaker waren er kleinere ontploffingen. Kennelijk waren die niet luidruchtig genoeg en/of lagen ze aan de verkeerde kant van de grens. De wekker was al meerdere keren afgegaan, maar de wereld sliep. Israël is wakker, klaarwakker. Niet om te verwijten, maar om te helpen! Of ze zullen mogen helpen is nog niet bekend, maar ik hoop en bid dat de hulp aanvaard zal worden, ook als die om politieke redenen buiten het radar moet blijven, want als het gaat om mensenlevens moeten we de politiek maar even politiek laten en de media de media.

  • Dagboek van een Opperrabbijn - 4 augustus 2020

    Mijn dagboek wordt wel gelezen!

     

    Het heeft me goed gedaan dat ik vandaag een aantal dankbetuigingen heb gekregen. De arts uit het Academische Ziekenhuis dankte mij voor mijn bemiddeling tussen hem en een patiënt in Zuid-Amerika. Enige dagen geleden kreeg ik een telefoontje uit Israel. Een mij onbekende man vertelde mij dat zijn nicht op sterven ligt, geen lid is van de Joodse Gemeente en dus ook niet van een begrafenisvereniging, maar hij wilde graag dat ze desondanks een Joodse begrafenis zou krijgen. Ze is overleden en de Joodse Gemeente waar ze woonachtig was, was een en al begrip en gisteren was de begrafenis. Gewoonlijk zou het dan daarbij gebleven zijn, maar niet in dit geval. De neef, ook al op leeftijd en woonachtig in Israel, heeft mij uitgebreid per whatsapp bedankt. En tijdens mijn dagelijkse snel-wandeling weer een dame die me een warm shalom toeroept. De begrafenis van de veel te vroeg overleden echtgenoot en vader, verliep naar tevredenheid van de naaste familie. En dat is belangrijk, want een begrafenis van een dierbare blijft bij…….Weer vandaag enige keren contact gehad met rabbijn Mendel Cohen uit Mariupol. De aanslag heeft hij fysiek overleefd, maar er is schade bij hem ontstaan, psychisch. De terrorist loopt nog steeds vrij rond en Mendel en zijn echtgenote zijn daarom bezorgd, bang dat de antisemiet na een korte pauze weer bij hun voor de niet-te-beschermen-deur van de synagoge staat. Rabbijn Mendel en zijn vrouw willen zo spoedig mogelijk verhuizen, naar een gebouw dat beveiligd kan worden. Ze hebben al een gebouw op het oog, alle informatie al ingewonnen. Voor een jaar hebben ze de huur al weten te verkrijgen.  Ze kunnen het niet goed meer aan, de voortdurende angst gonst ze door het hoofd. Maar er komt hulp. De ambassadeur van Oekraïne in Nederland, een goede bekende uit mijn netwerk, heeft rabbijn Mendel gebeld en voor hem een afspraak gemaakt met een hoge functionaris bij de nationale politie in Kiev. Politie gaat alles op alles zetten om de terrorist in het gevang te krijgen. Toch handig om een (Joodse) ambassadeur van Oekraïne in Nederland als vriendje te hebben!  Komt nu bijzonder goed van pas, want rabbijn Mendel weet zich echt door hem bemoedigd.

     

    Ondertussen heb ik laten uitzoeken of mijn dagboek wel wordt gelezen. Iedere dag schrijven en nadenken wat ik heb kunnen en mogen doen voor Joods Nederland. Het Joods Cultureel Kwartier had hierom gevraagd. Maar, laat ik heel eerlijk zijn, schrijven en schrijven, weten dat er te zijner tijd iets mee gebeurt, is fijn om in het achterhoofd te hebben, maar ik heb behoefte aan iets tastbaars. En dus verschijnt mijn dagboek ook op ‘Joods bij de EO’, op Facebook van IPOR, mijn eigen facebook genaamd ‘opperrabbijn’ en op de website van het IPOR. Bij navraag heb ik in de maand juli 36.911 lezers gehad op bovenstaande FB’s.  De FB secretaris van de Opperrabbijn, de website www.christenenvoorisrael.nl  en de grootste christelijke online CIP www.cip.nl niet meegerekend! Ik schrijf dus niet voor niets. Ik heb die zekerheid nodig als stimulans. Maar ik weet dat ik onzin verkondig want als ik slechts een enkele lezer zou hebben en die ben ik tot steun met mijn dagboek………loont die inspanning al.

     

    Maar vanavond, toen ik met mijn echtgenote wandelde kwam er een kink in de kabel van mijn blijde gevoel: Een auto kwam ons tegemoet, gaat plotseling met een rotvaart onze richting op, we worden in een vreemde taal scherp en keihard uitgescholden en de auto scheurt verder.  De rest van de wandeling luister ik naar het geluid van iedere auto en sta klaar om opzij te springen. Het was kennelijk een te positieve dag, het mocht niet mooi blijven. Mijn gedachten dwalen af naar mijn studententijd in de Ecole Rabbinique de Paris. Toen was het volstrekt normaal dat auto’s op je inreden, omdat je er Joods uitzag. En rond de tijd van Kerstmis zaten we bij toerbeurt op wacht om te voorkomen dat een auto of brommer de binnenplaats zou binnenrijden om lukraak met een mes willekeurige studenten te lijf te gaan, zoals al eens was geschied.

     

    En toch laat ik het fijne gevoel van vandaag overheersen. De ambassadeur van Oekraïne die te hulp is gekomen in Mariupol; Dat Pieter Omtzigt en Martijn van Helvert scherpe Kamervragen hebben gesteld aan de minister over de financiële steun aan de Palestijnen, zo informeerden ze mij per whatsapp. O ja, al bijna vergeten. Ik kreeg recentelijk een telefoontje van een onbekende die de mening is toegedaan dat de opa van zijn vrouw, de man achter de februari-staking in 1941, tekort is gedaan. Hij stelt mij financieel aansprakelijk en dus moet ik hem schadevergoeding betalen. Enige tonnen, en zo niet……Enfin, ik natuurlijk de politie gebeld. Ze gingen er meteen achteraan. Vandaag de conclusie van hun onderzoek: de man is verward en dus heb ik niets te vrezen………. Maar die conclusie deel ik niet, want ik meen me vaag te herinneren dat de meeste terroristen verward zijn! Maar toch: de politie ging er meteen achteraan en dat voelt erg goed en dankbaar!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

  • Dagboek van een Opperrabbijn 17 september 2020

    shofar

      

    Enige tijd geleden viel mijn blik op een artikel over een nieuwe uitvinding. Op het hoofd van een mens wordt een sensor geplaatst en als hij dan een bepaald woord, cijfer of formule denkt gaat de televisie in zijn kamer aan óf het licht óf de vaatwasmachine, …….afhankelijk dus van wat hij denkt en via de sensor uitzendt. Over enige tijd zal dus, zo vervolgde het artikel, geen afstandsbediening meer nodig zijn: alles kan vanuit de hersenen worden bestuurd.

     

    Eindelijk een bewijs, dacht ik, dat onze gedachten een tastbare uitstraling hebben. Het was dus niet louter bijgeloof dat mijn oma op de vraag hoe het met haar kleinkinderen ging steevast haar antwoord begon met ‘unbeschrieben en unberoefen,’. Dit om te voorkomen dat door haar lovende woorden mogelijkerwijs, G’d behoede, haar kleinkinderen beschadigd zouden kunnen worden. Het was dus geen onzinnig bijgeloof van mijn oma, want gedachten en dus zeker ook woorden hebben een bepaalde kracht!

     

    Tijdens de Hoge Feestdagen of beter omschreven als de Ontzagwekkend Dagen, hebben we vele tekenen die wijzen op eenheid. Vandaag, op Rosj Hasjana-Nieuwjaar, staan jullie allen voor de Allerhoogste, van de stamhoofden tot de waterdragers. De maatschappelijke verschillen zijn verdwenen, we vormen een eenheid, we zijn in essentie allen gelijkwaardig: met deze gedachte betreden we Rosj Hasjana.

     

    En voor Jom Kippoer-Grote Verzoendag vragen we elkaar vergiffenis voor alles wat we elkaar hebben misdaan in gedachten, woord en daad …..weer die eenheid.

     

    En dan Soekot-Loofhuttenfeest met de loelav (dadelpalm – lekkere smaak), de hadas (mirthetakje – lekkere geur), de arawa (treurwilg - geen smaak en geen geur) en de etrog (citrusvrucht - heerlijke geur en lekkere smaak), die symbool staan voor de vier soorten mensen. De een heeft Thora-kennis, de ander concentreert zich meer op het verrichten van goede daden, weer een ander is geen kop-mens en wat betreft het verrichten van goede daden is hij ook maar zwakjes en tenslotte heb je mensen die veel kennis bezitten en die kennis ook in praktijk brengen. We binden ze allen samen en spreken de lofzegging uit over de loelav….weer die eenheid.

    Dan worden de Ontzagwekkende Dagen afgesloten met Simchat Thora- Vreugde der Wet: we dansen allen samen met de Thora. Of je een groot geleerde bent of een beginner: we sluiten ons aaneen en uiten onze gezamenlijke vreugde vanuit eenheid….

    Allemaal woorden, symboliek, uitingen. Maar leidt dit ook daadwerkelijk tot de eenheid?

     

    Als we in gedachte geld geven aan de armen, daar hebben ze helemaal niets aan. Het gebod van tsedaka-liefdadigheid alleen in gedachte is waardeloos. Maar als we per ongeluk geld verliezen en het verloren bedrag wordt door een arme man gevonden, dan hebben we toch, hoewel onbewust, toch het gebod vervuld. Het resultaat telt, niet de intentie!

     

    Maar deze redenering gaat niet altijd op: als we bijvoorbeeld een gast ontvangen telt niet alleen de maaltijd die we hem voorschotelen, maar zeker ook de wijze waarop we hem bejegenen. Voelt hij zich op z’n gemak?  En als hij vertrekt, begeleiden we hem dan naar de deur om te tonen dat we zijn aanwezigheid waardeerden?

    Met de Hoge Feestdagen spreken we vele gebeden uit, verrichten we vele handelingen, dus we veroorzaken veel ‘straling’. Soms gaat het om de daad, soms uitsluitend om de uitstraling en vaak ook om beide.

     

    Het samen-in-de synagoge-zijn zal dit jaar anders verlopen. In vele gemeenten zal er überhaupt geen dienst zijn en zullen we zelfs op Vreugde der Wet niet samen met de Thora kunnen dansen.

     

    Maar zelfs of juist als we niet samen onze gebeden kunnen uitspreken en niet samen met de Thora kunnen dansen, ligt de nadruk, meer dan andere jaren, op onze ‘uitstraling’.

     

    Gelijk de sensor op mijn hoofd over enige jaren de tastbare afstandsbediening zal vervangen, zo ook wens ik ons allen toe dat de ‘uitstraling’ dit jaar dermate krachtig zal zijn dat het een jaar zal worden van zegen, gezondheid en shalom, voor ons allen en voor de gehele mensheid waar ook ter wereld.

    לשנה טובה ומתוקה, een goed en zoet jaar, materieel en geestelijk voor al mijn trouwe en ook minder trouwe dagboekeniers.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

              

     

     

     

     

                         

  • Dagboek van een Opperrabbijn 2 augustus 2020

    Ik vroeg me af of ik niet te veel refereer naar de Holocaust en dus ben ik gaan kijken naar NIW en ook internationale Joodse pers zoals JTA (Jewish Telegraph Association) en Daily Briefing. Conclusie: ik zie dat ik toch echt niet de enige ben.
     
    Maar los hiervan: nog nooit heb ik zoveel e-mails/telefoontjes gehad van kinderen of bekenden van oorlogsoverlevenden die juist nu in een depressie belanden, gekoppeld aan de onderduik of de kampen. Bijna allemaal slikken ze medicijnen, maar medicijnen zijn slechts hulpmiddelen - de oorzaak nemen ze niet weg. Sterker nog: de oorzaak ís niet weg te nemen. Mijn stelling dat ‘iemand die de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven is gestoord’ blijkt helaas meer en meer te kloppen. Maar vandaag werd mij door een ontwikkelde intelligente vrouw verteld dat ook mijn generatie van direct na de oorlog, beschadigd is door onze gestoorde opvoeding. En ik denk dat deze psychologe gelijk heeft.
     
    Begrijp me niet verkeerd: ik heb een geweldige opvoeding genoten. Pas nu besef ik hoezeer ik tekort ben geschoten in het uiten van dankbaarheid aan mijn ouders. Alles gaven ze voor mij. En als ik spreek over mezelf, dan bedoel ik de hele generatie van na de oorlog. Maar: óf alles werd verzwegen, óf precies het tegenovergestelde en alles werd gekoppeld aan voor-en-na-de-oorlog. Overbezorgde ouders die gezworen hadden dat hun kinderen nooit zouden mogen meemaken wat zij hadden doorgemaakt. En dus denk ik dat die vriendelijke en intelligente psychologe gelijk heeft als ze mij vertelt dat ik toch een beetje gestoord ben net zoals zijzelf, naar eigen zeggen.
     
    Maar behalve deze ontluisterende diagnose, heb ik verder een fijne sjabbat gehad. Op sjabbat hadden we sjoeltuin of tuinsjoel. Ik bedoel te zeggen dat we in plaats van in de synagoge de sjabbatdienst in onze tuin hadden. Alle medewerking van de politie die zelfs een deel van de dienst heeft bijgewoond. Voordeel? Perfecte coronaproof ventilatie, daar kan geen synagogegebouw tegenop.
    Overigens is het natuurlijk niet zo dat iedere Joodse overlevende depressief is. G’d zij dank niet. Alleen ik krijg natuurlijk geen telefoontje als iemand zich goed voelt, vrolijk is, ondanks alles, en er op geweldige wijze in is geslaagd om het verleden het verleden te laten en ook de voordelen van de coronaperiode te ervaren. Dus ik besef goed dat niet alles kommer en kwelling is. Dat bleek ook weer uit het volgende: na afloop van de tuinsjoeldienst heb ik met Avi, mijn leerling en leermaatje, de gebruikelijke sjabbat-natuur-wandeling gemaakt door het achter ons huis liggende natuurgebied. Veel mensen kom je daar niet tegen en toch: drie keer werd ons toegeroepen door niet-joodse fietsers: sjabbat shalom! Dat was warm en fijn. Het geeft de (Joodse) burger moed. Niet één keer nagescholden, wel drie keer warme en oprechte shalom.
     
    Maar uitgaande sjabbat (na 22:30 uur!) en zondagochtend weer nare berichten. Twee sterfgevallen. Niets van doen met corona, maar gewoon overleden aan een nare ziekte. Beiden veel te jong en beiden verdriet achterlatend. En dus begrafenissen regelen, bijstand verlenen, er zijn voor de nabestaanden. Maar dit soort tragedies laten me verre van onberoerd. Praktisch kan ik gelukkig altijd bouwen op mijn collega-rabbijnen Spiero en Evers die waar nodig overnemen, maar de emotie blijft bij mij.
    Tussendoor nog een medewerker van een Joodse instelling, die door zijn bestuur geplaagd wordt, mogen adviseren. Juist vanwege mijn jarenlange ervaring als hoofd van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum en als lid van het Scheidsgerecht van het Ziekenhuiswezen, ken ik de slagen van de personeelszweep en weet ik hoe te overleven en meen ik goed te kunnen adviseren als een medewerker zich in het nauw gedreven voelt.
     
    Maar het hoogtepunt van dit weekend: een enorm fijne bijeenkomst ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’. Ik zal iets duidelijker zijn. Omdat in Enschede al een tijdje helaas geen sjoeldiensten hebben plaatsgevonden vanwege corona, heeft het bestuur besloten om een lunch te organiseren in tenten achter de prachtige synagoge. Een geweldige opkomst. Een perfecte lunch en na een introductie van de voorzitter mocht ik de goegemeente toespreken. Om een lang verhaal kort te houden (waarin ik overigens niet zo goed ben!): toen de Thora op verzoek van de Griekse koning Talmi in het Grieks was vertaald door vijf grote rabbijnen, viel er een duisternis over de wereld. Vreemd, want ook Mozes had de Thora vertaald en wel in zeventig talen, waaronder het Grieks. Wat was er mis met de vertaling in opdracht van koning Talmi? Vertaling is toch juist erg goed; het maakt de Thora toegankelijk?! Inderdaad. Vertalingen zijn goed, maar ook beperkend. Ieder woord in de Thora heeft vele betekenissen, maar in een vertaling kun je slechts één betekenis weergeven. De rest gaat verloren. En zelfs kunnen vertalingen misleidend zijn: sjabbat is bijvoorbeeld echt geen rustdag. En rein en onrein hebben niets te maken met schoon en smerig. Maar waarom was de vertaling die Mozes maakte dan wel goed? Heel in het kort: bij de vijf rabbijnen was de opdrachtgever een Griekse koning, een afgodendienaar. Mozes vertaalde op verzoek van de Eeuwige. We maakten daar ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’ een vertaalslag naar de politieke actualiteit. Kritiek op het beleid van Israël mag, maar de grote vraag is: wie uit die kritiek? Door welk gedachtegoed wordt de journalist of de politicus gedreven? Afhankelijk van de ‘opdrachtgever’ is die kritiek koosjer of niet-koosjer en dus een uiting van antizionisme=antisemitisme. De gemoederen van de toehoorders raakten in beroering. Verhalen kwamen boven. Zorg over de toekomst van Joden in Nederland. Onze overheid is ons goed gezind, beschermt ons en doet z’n best om de Joodse Gemeenschap voor Nederland te behouden. Maar toch: onze ouders dachten in groten getale in de jaren voor de oorlog dat het ‘ons’ niet zou gebeuren want wij zijn Nederlanders. Onze overheid zal dit niet tolereren. Maar het gebeurde toch… Het was duidelijk dat bij alle Joodse Tukkers de algemene harde conclusie luidde: alertheid is geboden, want het gevaar ligt op de loer, zelfs ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’.
    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
  • Dagboek van een Opperrabbijn 25 augustus Opperrabbijn (bijna) betrapt bij oplichting.

    Om onze rol als opa en oma ook naar behoren te vervullen en we met de kleinkinderen uit Londen een uitstapje hadden gemaakt, was het een grootouderlijke verplichting om ook aandacht te besteden aan de kleinkinderen van de Zuidas in Amsterdam. En dus met de auto van onze zoon, vanwege de kinderzitjes, naar de Zaanse Schans. Zeepjes gemaakt, een molen bezocht, de kaasfabriek aangedaan en een boottocht. Bij de boottocht moest ik even ervoor waken om geen onwaarheid te verkondigen. Onze kleinzoon is namelijk net 4 jaar, maar als ik hem opgeef voor drie zal niemand dat bemerken en het zou me €7,50 schelen. Maar is dat de moeite waard, gonsde het door mijn hoofd. Is dat geen diefstal en wat als onze dierbare pientere kleinzoon zelf gaat uitroepen dat hij al vier is? En wat voor opvoeding geef ik aan de twee oudere meisjes als ze horen dat ik lieg om een paar euro te besparen? Dadelijk haal ik de voorpagina van de Telegraaf: Opperrabbijn betrapt bij oplichting. De kop zou het goed doen en het antisemitisme door mijzelf nota bene goed gevoed: Joden-zwendelaars. En dus heb ik gewoon de waarheid gezegd: hij is vier! Achteraf bezien maakte het trouwens niets uit of hij drie of vier was, want we kwamen in aanmerking voor een familiekaart! Maar toch, het kwaad had toch even door mijn brein geflitst en dat klopt niet. Ik heb dus nog wel e.e.a. te repareren voor de Grote Verzoendag! Het uitstapje was verder prima en thuisgekomen opende ik mijn email en lees de volgende anekdote die mijn schoondochter uit Londen, onwetend van ons uitje naar de Zaanse Schans, mij heeft gestuurd:

     

    Een rabbijn had een nieuwe aanstelling gekregen in een van de synagogen in Houston, USA. In de eerste week van zijn benoeming bezocht hij een van zijn gemeenteleden. Omdat hij nog geen auto had maakte hij gebruik van de bus. Nadat hij het kaartje had gekocht bij de chauffeur en plaats had genomen, bemerkte hij dat de chauffeur hem een quarter (25 $ cent) te veel wisselgeld had gegeven. Hij stond op het punt om naar de chauffeur te gaan om hem de quarter terug te geven, maar bedacht zich. Het busbedrijf zal nooit merken dat hij een quarter te weinig heeft betaald. Los daarvan verdienen ze belachelijk veel aan al die ritten, dus waarom teruggeven? Ik beschouw het als een gift van G’d, een soort welkomstgeschenk van Boven en een stimulans om me in te zetten voor mijn gemeenteleden. Toen hij was aangekomen op de plaats van bestemming en voorbij de chauffeur moest uitstappen, gaf hij toch aan de buschauffeur de quarter terug. De chauffeur glimlachte en zei tegen hem: Rabbi, ik ben ook Joods. Ik wist dat u de nieuwe rabbijn was geworden. Al weken denk ik eraan om me toch weer aan te sluiten bij een synagoge. Maar de ziel van de Joodse Gemeente is de rabbijn. Toen ik u zag instappen heb ik u opzettelijk een quarter te veel teruggegeven. Ik wilde weten hoe u hiermee omgaat, hoe uw bezieling, uw gedrag is in het gewone alledaagse leven buiten de synagogale diensten. Aanstaande sjabbat ziet u mij in de synagoge! Maar als u de quarter niet zou hebben teruggegeven, dan.......

     

    Toen de rabbijn de bus was uitgestapt hief hij zijn handen ten hemel en zei: Lieve G’d. Het had niet veel gescheeld of ik had voor een quarter een mede-Jood de toegang tot de synagoge en de Joodse gemeenschap ontzegd.

     

    In de Joodse wetgeving is een wet die zegt dat een rabbijn niet mag rondlopen met een vlek op zijn kleren, want als hij met een vlek rondloopt dan kan dat tot gevolg hebben dat er wordt gegeneraliseerd en wordt verteld dat alle Joden vies en onverzorgd zijn. Die wet geldt niet alleen voor tastbare vlekken, maar vooral ook voor vlekken in het gedrag. En die vlek, die hijzelf heeft veroorzaakt, zal dan weer gebruikt kunnen worden om het antisemitisme aan te wakkeren. Maar ook geestelijken van andere denominaties mogen deze wet tot zich nemen. Want wangedrag van een geestelijke is een wapen in de strijd tegen religie in het algemeen, het is een vlek tegen de Eeuwige onze G’d en kan gebruikt worden als een troef om secularisatie te vergoelijken. Kijk maar, zal geredeneerd worden, geestelijken prediken goede zeden, maar zelf leven ze er maar op los! Mijn kleinzoon is dus pas kortgeleden vier jaar geworden. En vier is vier en echt niet drie, ook als dat een paar euro bespaart.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Dagboek van een Opperrabbijn 3 augustus 2020

    Of het nu ligt aan het dagboek of aan iets anders, ik weet het niet, maar ik krijg verzoek na verzoek over van alles en nog wat. En het vervelende is dat ik eigenlijk alle verzoeken wil honoreren. Een voorbeeld: een stichting die zich inzet voor een nauwere band tussen Joden en christenen wil graag dat ik regelmatig voor ze ga schrijven. Een man die zich inzet voor het welzijn van de Oeigoeren wil graag mijn daadwerkelijke steun om zijn strijd voor gerechtigheid kracht bij te zetten en een historicus geeft een wetenschappelijk boek uit over moraliteit. En omdat ik in een van mijn dagboeken aangaf dat ik van mening ben dat secularisatie bestreden moet worden en de historicus het hier faliekant meer oneens is, ben ik verzocht om in zijn boek een artikel te schrijven. Overigens ben ik niet de enige schrijver, maar er zijn er nog honderddertig, vertelde hij mij vanochtend. Laat ik nou gedacht hebben dat ik een van hooguit drie zou zijn! Maar toegezegd is toegezegd en dus ga ik schrijven, als eenling tégen secularisatie omringt door honderdnegenentwintig vóór. Ondertussen een belletje van rabbijn Mendel uit Mariupol. Hij blijft uiteraard in Mariupol bij zijn mensen en niemand van zijn sjoelbezoekers en deelnemers aan andere activiteiten komt uit angst niet opdagen, integendeel: iedereen komt, ook zij die tot heden minder vaak kwamen. Maar Mendel en zijn vrouw zijn wel bang. De aanslagpleger is niet opgepakt, loopt dus nog vrij rond. Het sjoelgebouw is in feite niet te beschermen want ook een hotel en een kantoor gebruiken dezelfde entree. Ja, dankzij Christenen voor Israel stond er een beveiliger. En ja, die bewaker heeft niet te veel nagedacht en met blote handen de aanvaller zijn bijl ontfutseld. En ja, het was een wonder en alles komt uiteindelijk van Boven. Maar een Joodse regel is: op wonderen mag je niet vertrouwen. Dat er hier niets gebeurd was, was een wonder. Zonder wonder had het scenario er echt anders uitgezien. Mendel en zijn vrouw voelen zich niet meer veilig in dit gebouw. Hun kinderen die tot voor de aanslag vrijdagmiddag challot, sjabbat-broden, brachten naar de oude en eenzame mensen, mogen van Esty, de vrouw van Mendel, niet meer alleen over straat. Esty heeft vanochtend bij Blouma uitgehuild. Ze huilde niet letterlijk, maar is bezorgd. Heel bezorgd en bijna panisch als ze bedenkt wat er had kunnen gebeuren als de beveiliger zijn verstand had gebruikt en tot de conclusie zou zijn gekomen dat hij nooit had kunnen winnen van een jonge man van rond de twintig die vastbesloten was om met een bijl….het is goed dat Esty haar angsten aan mijn Blouma kenbaar maakt, maar toch moeten wij hen aansporen om zo snel mogelijk een ander gebouw te betrekken. En wat dan met de nieuwe keuken die er nog maar pas inzit? Die kan mee! Maar zelfs als hij niet mee kan. Wat is belangrijker, de keuken of……. In Voorthuizen zijn een paar Joodse families neergestreken in een bungalowpark. Ze zijn van plan om op maandagochtend en op donderdagochtend de ochtenddienst in Tuinsjoel Jacobs te houden. Maandag en donderdagochtend wordt er namelijk uit de Thora voorgelezen, net zoals op sjabbat en wij zijn in het bezit van een koosjere Thora. Alleen is de Thoralezing op sjabbat langer. Ondertussen heeft de caterer uit Antwerpen, die gewoonlijk de hele zomer een hotel heeft afgehuurd in Beekbergen en onder mijn rabbinale toezicht gasten uit de hele wereld ontvangt, net een whatsapp gestuurd of het akkoord is dat hij volgende week in Baarlo opengaat. Onder mijn verantwoordelijkheid dus. Maar ik weet het niet. Er naartoe gaan wil ik al helemaal niet. Het kasjroet is geen probleem, maar corona wel. Ik vind het veel te riskant. Afstand is in een hotel nauwelijks te handhaven als de mensen dat onzin zouden vinden. De caterer zal het respecteren, ik ook. Maar wie weet of de gasten die komen het afstand houden wel of niet accepteren. En als ze het protocol overtreden: wat kan ik daaraan doen? Dus door mijn certificaat dat de maaltijden koosjer zijn, breng ik mensen in corona gevaar. Ik ben er nog niet uit. Misschien zie ik het te zwart, maar wellicht ook niet. Ik ga even wandelen. Mijn hoofd leeg maken. Mijn les voor mijn 60+ groepje van morgen voorbereiden. En nadenken wat te zeggen bij de begrafenis morgen. Hans zl. was veel te jong, slechts 56 jaar. Meer dan tien jaar ziek met ups en downs. Drie dochters en een zorgzame echtgenote blijven achter. Op wonderen mag je niet vertrouwen, maar als ook hier een wonder zou zijn geweest, had dat veel verdriet voorkomen. Maar ja: Uw wegen zij niet MIJN wegen. En uw gedachten zijn niet MIJN gedachten. We bidden, hopen, verwachten. Maar uiteindelijk kunnen we slechts accepteren, hoe moeilijk dat soms ook moge zijn.
    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
  • Dagboek van een Opperrabbijn, 18 augustus 2020, Er is zoveel dat ik niet begrijp...

    Mijn schoolvriendje van de lagere school die ik een paar maanden geleden na bijna zestig jaar weer heb ontmoet, plaatste een kritische opmerking. Hij kreeg het gevoel dat ik hem benaderde als rabbijn en niet als vriendje. En die opmerking zette mij aan het denken over de vraag: Wie ben ik? En alras kwam ik tot de conclusie dat ik ook in het privéleven rabbijn ben en dat rabbijn ook mijn privéleven is. Recentelijk maakte een collega van mij verschil tussen zijn persoonlijke mening en zijn rabbinale visie. Dat onderscheid werd niet echt geaccepteerd. Neem bijvoorbeeld de professionele entourage van het Sinai Centrum, waarin ik meer dan 40 jaar mocht werken. Voor iedereen was het duidelijk dat een psychiater soms geen dienst heeft. Dan was hij gewoonweg niet bereikbaar, ook niet voor een spoedgeval, want hij heeft vrij. Maar van mij werd 24/7 verwacht, want een rabbijn heeft geen baan. Een baan zit gekoppeld aan een dienst. Je werkt van 9:00 - 17:00 uur en uiteraard heb je een vijfdaagse werkweek, dat is algemeen aanvaard. Maar een rabbijn hoort er altijd te zijn, ook buiten diensttijd. De reden: hij heeft geen dienst, want hij heeft geen baan. Voor mijn gevoel ben ik werkeloos en word ik door de gemeenschap onderhouden. Vandaar ook dat er voor mij geen verschil bestaat tussen voor en na de pensioengerechtigde leeftijd. Sterker nog: na mijn 65ste is het voor mij nog duidelijker dat ik werkeloos ben, zonder baan, maar wel 24/7 beschikbaar. Waarbij uiteraard als kanttekening dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen de 24/6 en die ene 24/1=de sjabbat. Dit wat betreft de uren. Maar wat met de inhoud? In de Joodse filosofie wordt uitgelegd dat alles van Boven komt en dat het aan de mens is om al hetgeen op zijn weg komt te gebruiken om Hem te dienen. Met andere woorden: met al hetgeen ik op mijn levensweg ontmoet, moet ik iets doen. In een valkuil moet ik niet vallen en als iemand in nood aanklopt is het aan mij om te helpen en de hulpvraag niet te negeren. En dus was ik vorige week een avond naar Baarlo. De cateraar die jaarlijks in Beekbergen gedurende de gehele zomer orthodox-Joodse gasten heeft uit Engeland, België, Israel, Zwitserland, USA zag zijn zomerseizoen volledig uitvallen. Een weekje was hij nog open in Baarlo. En omdat ikzelf liever niet vanwege corona tussen zijn gasten wilde vertoeven, ben ik gewoon een paar keer heen en weer gereden. Waarom dat? Omdat zijn gasten willen dat het eten 100% koosjer is. En hoewel de cateraar zelf echt niet iets zal doen met de maaltijden dat ritueel ongeoorloofd is, is hij natuurlijk partijdig. Het is denkbaar dat hij te soepel omgaat met de wetten van kasjroeth. En dus moet hij als het ware gedekt zijn met een soort Joods religieus rabbinaal KEMA-keur. En dat ben ik. Wat ik hieraan verdien? Niets dus. Want als ik eraan zou verdienen dan ben ik weer partijdig. Maar stiekem verdien ik er toch wel aan. Ik vind het namelijk fijn om het te mogen doen. Ik houd iedere ochtend na het ochtendgebed een korte predicatie. Ik heb hiermee in de loop der decennia een bekendheid opgebouwd in de orthodox-Joodse internationale wereld, wat dan weer gebruikt kan worden voor andere aangelegenheden. Maar dit jaar dus waren de zes weken gereduceerd tot een krappe zes dagen. En de normaal meer dan tweehonderd gasten overstegen dit keer de twintig nauwelijks. Het is zoals het is. Uiteindelijk komt dus alles van Boven en is het aan ons om ermee om te gaan. Wat er nu wel is bijgekomen: choepot. Een choepa is een bruiloft. Choepot is de meervoudsvorm. In datzelfde Hotel in Baarlo heeft een choepa plaatsgevonden en binnenkort weer een. Ik leg uit: het schijnt dat in België de beperkingen voor een huwelijksfeest net iets strikter zijn of waren (want de coronaregels veranderen naar mijn gevoel per dag) als in Nederland. En dus is een bruiloft uitgeweken, een paar weken geleden, naar Baarlo en is er vooralsnog een choepa in aantocht. Op zichzelf heeft die Belgische choepa met mij niet van doen. maar: omdat het zich afspeelt binnen mijn rabbinale ressort zorg ik er wel voor, uiteraard na collegiaal overleg, dat de choepa ook bij ons wordt geregistreerd en dat de religieuze inzegening voorafgegaan is door een burgerlijk huwelijk, conform de Nederlandse wet. In Israel is de religieuze huwelijksvoltrekking tevens de burgerlijke. Maar in Nederland zijn dat twee aparte aangelegenheden. Ik ben uiteraard voor een religieuze inzegening en voor een burgerlijke administratieve vastlegging. Het instituut huwelijk mag geen wankel gebouw zijn, niet administratief en niet religieus. Maar wat ik niet kan vatten is: van de burgerlijke wet is het toegestaan om zonder enige vorm van binding samen te wonen al dan niet langdurig, aan partnerruil te doen, pornografie te bekijken, prostitutie is toegestaan…..Maar als ik een choepa geef zonder burgerlijk huwelijk vooraf ben ik strafbaar. Maar ja, denk ik dan, er is zoveel dat ik niet begrijp…….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 24 augustus 2020 . Even geen wereldpolitiek.

    De maand Elloel is begonnen, de Hoge Feestdagen naderen. Iedere dag blazen we al tien tonen (anderen vier) op de sjofar, de ramshoorn als voorbereiding voor Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar. Ik voel de gebruikelijke spanning. Rosj Hasjana, tien dagen daarna Jom Kippoer, de Grote Verzoendag en dan daarna Soekot, het Loofhuttenfeest. De spanning heeft te maken met de voorbereidingen voor de diensten, het uitnodigen van de gasten, de aanschaf van de loelav (zal ik over enige weken wel uitleggen), de loofhut……………….maar dit jaar worden deze Elloel gedachten overschaduwd door de vraag of en hoe we überhaupt synagogediensten kunnen hebben. Juist voor de minder betrokkenen van de Joodse gemeenschap zijn dit de dagen die ze nodig hebben voor de versterking en instandhouding van hun Joodse identiteit. De diensten ingaande Jom Kippoer, uitgaande Jom Kippoer, het blazen op de sjofar. Zal het doorgang kunnen vinden dit jaar? Ik voel me de depressieve kant opgaan. Maar, zeg ik dan tegen mezelf, kop op. Waar klaag je over? En als jij het niet meer ziet zitten, hoe komt dat over? Je bent opperrabbijn, voorbeeldfunctie, gedraag je ernaar! In je toespraken roep je mensen op om steeds G’d met vreugde te dienen. Klopt! En dus, zeg ik tegen mezelf, stop met het negatieve gezeur tegen jezelf en kijk hoe mooi de afgelopen sjabbat was verlopen. Geen sjoeldienst in onze prachtige synagoge in de binnenstad, maar wel een nieuwe stevige professionele tent in onze tuin. Onze synagoge is een probleem. Niet de 1½ m. Het wekelijkse aantal bezoekers vormt (helaas!) geen probleem, hoewel dat wel met de Hoge Feestdagen (hopelijk!) een probleem gaat opleveren. Neen, het probleem zit hem in de ventilatie. Nou kan dat ventilatieprobleem eenvoudig worden opgelost door ramen en deuren te openen, maar dan lopen we op tegen het veiligheidsprobleem. Waar de kerken alleen van doen hebben met de 1½ m. en de ventilatie, zitten wij met veiligheid. Open ramen en deuren is belachelijk als je als Joodse gemeente voor kapitalen aan kogelvrij glas hebt geïnvesteerd. Maar de synagoge gesloten houden is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. In onze tuin hebben we nu twee stevige wind en weer bestendige tenten staan met perfecte natuurlijke ventilatie. En daar houden we nu onze diensten. Maar dat is een surrogaatoplossing. Veiligheid speelt hier veel minder omdat mijn huis en dus ook mijn tuin zeer goed beveiligd zijn. Alles uiteraard in overleg met politie die geen oogje, enkelvoud, in het (tent)zeil houdt, maar meerdere ogen! Bij deze: dank aan mijn politie! Maar waarvoor we moeten waken is interne spanning. Niet dus alleen in mijzelf, maar binnen de gemeenschap. Wel dienst, geen dienst? Is het verantwoord om op de sjofar-ramshoorn te blazen in de synagoge of moeten we dit uitsluitend in de tuin van de synagoge doen? Minimumaantal sjofarklanken of gewoon als andere jaren alle honderd klanken? Aan het uiteinde van de sjofar een mondkapje? Moeten we strikter zijn dan RIVM of niet vromer dan de paus? Al dit soort discussies, die af en toe ontaarden in felle discussies en interne spanningen veroorzaken, zijn onnodige en ongewenste neveneffecten van de hele coronatoestand. En natuurlijk word ik hierin ook weer meegesleept. Want wees ervan doordrongen dat er altijd vriendjes zijn die waar mogelijk toeslaan. U kent het wel: “hoofd boven het maaiveld.”  Moet ik me dan gedeisd houden? Zwijgen? Niet van me laten horen? In de luwte blijven? Dan krijg ik te horen: Jacobs doet niets. En dus blijf ik actief. Bewust heb ik vandaag even niet te veel nagedacht over de grote gebeurtenissen in de grote wereld.  Wie zal beter zijn voor Israel: Trump of Biden?  Is het historische vredesverdrag tussen Israel en de Emiraten inderdaad zo historisch, er was toch al vrede met Egypte en Jordanië? En hoe zit het met het diepgewortelde anti-Israel gevoel, is dat nu plotseling verdwenen? Aan een voormalig Opperrabbijn van Israel werd eens gevraagd wanneer hij vrede met de Israel omringende landen verwacht. Zijn antwoord was kernachtig en to the point: zolang er in de schoolboeken in de Arabische landen haat wordt gekweekt tegen Joden en tegen Israel, zal geen duurzame vrede mogelijk zijn.

    Ik heb me even beperkt vandaag tot gewoon het telefoontje naar de bejaarde mevrouw Pompstock en gewoon met haar even gekletst over Hollandse koetjes en kalfjes. Eenzaamheid doorbreken, gewoon even aandacht. Op de verkiezingsuitslag in de USA heb ik toch geen invloed. En ook Netanyahu gaat niet bij mij te rade. Maar aan die eenzaamheid bij de hoogbejaarde mevrouw Pompstock kan ik wel wat doen, hoewel zij daarmee haar in de oorlog vermoorde man en kinderen natuurlijk niet terugkrijgt.

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 28 juli 2020

    Waarom weet ik niet, maar hier in Maastricht voel ik me even volledig weg van alles, hoewel ik nu u dit leest alweer thuis ben. Nou ja, volledig? Eigenlijk gaat het gewone rabbinale door. Een Nederlandse collega benadert mij. Een kindje van nog geen drie jaar uit Zuid-Amerika lijdt aan een zeldzame ziekte en nu schijnt er in Nederland een mogelijke behandeling in ontwikkeling te zijn. En dus wordt mijn collega benaderd door een collega uit Zuid-Amerika die de rabbijn is van de vader van het kindje. En gezien Jacobs toch in de psychiatrie werkte…

     

    En dus probeer ik de vader via via met de betreffende artsen in contact te brengen. Maar de vader moet wel eerst een online formulier invullen. Een formulier in het Nederlands en dus zit ik met mijn computer voor me en mijn smartphone aan mijn oor de vader te vertellen wat hij moet invullen. En dat speelt zich dan af op een terrasje op het Onze Lieve Vrouwenplein in Maastricht.

    Terwijl ik wacht op mijn auto die uit de garage van het hotel wordt gehaald, word ik nog even door Benoit Wesly, voorzitter van de Joodse Gemeente Limburg en eigenaar van Hotel Derlon waar we verblijven, voorgesteld aan de nieuwe trainer van voetbalclub MVV.

     

    De auto in, tien minuten rijden en we zijn bij de startplaats van onze wandeling. We gingen de rode pijltjes volgen. Maar toen kwamen de telefoontjes en e-mails. Een paar klussen waar ik volledig buiten wil blijven en waarmee ik ook helemaal niets te maken heb. 

     

    Blouma heeft nog snel even mevrouw Cohen uit Leeuwarden gebeld die vandaag 85 jaar is geworden. Een paar weken geleden waren we nog bij haar op (corona) bezoek. Vijf jaar lang, meer dan 40 jaar geleden, reisde ik iedere zondag naar Leeuwarden om onder anderen haar kinderen les te geven - nostalgie. De band is altijd gebleven. 

     

    Een telefoontje over een tekst op een grafzerk.

     

    Een telefoontje van een Joodse Gemeente die de sjoeldiensten op de binnenplaats wil beginnen.

     

    En toen een telefoontje uit Mariupol, Oekraïne: onze dag werd volledig anders dan gedacht. Rabbijn Mendel Cohen, een Israëliër die daar de rabbijn is, aan de telefoon. In shock vertelt hij mij dat hij nog leeft dankzij de steun vanuit Nederland en dankzij mij.

     

    Waarover heeft hij het, vroeg ik mezelf verbouwereerd af. ‘s Ochtends probeerde een man met een bijl de synagoge binnen te dringen. De beveiliger heeft met hem gevochten en hem zijn bijl weten te ontfutselen. De aanvaller is gevlucht, maar is duidelijk te zien op camerabeelden. De beveiliger heeft wonden opgelopen aan hoofd en nek, maar hij maakt het GZD goed.

    De politie was nu in de synagoge en Mendel belde mij volledig in shock op, innig dankbaar dat Christenen voor Israël nu al vijf jaar de beveiliging van de synagoge bekostigt. Blouma natuurlijk meteen gebeld naar zijn vrouw Esty die uiteraard ook helemaal overstuur is. Ze was slechts een paar meter verwijderd van het weduwschap.

     

    En dan NIW aan de lijn. Esther Voet, de hoofdredacteur, was vorig jaar nog in Mariupol om een verslag te maken van hun inzet. Duizenden kilometers weg van de bewoonde wereld, oorlogsgebied, separatisten, armoede, een massagraf van 10 meter breed en 11,6 kilometer lang. Maar antisemitisme, daarvan was geen sprake. Er waren veel te veel andere problemen.

     

    Rabbijn Mendel hoort nu, uren later, nog steeds het geroep van de schurk: ‘waar is de synagoge, waar is de synagoge?!’… De beveiliger heeft vandaag al een grote bonus gekregen. Hij heeft zijn leven geriskeerd, met blote handen de bijl aan de schurk ontfutseld, en zo vele levens weten te redden. Maar de aanvaller is nog niet gepakt. Mendel en Esty voelen zich nog verre van veilig. Blouma en ik hebben de kilometers van de wandeling wel afgelegd, maar onze gedachten waren in Mariupol, bij Mendel en zijn gezin. Toen ik vijf jaar geleden het contact heb gelegd tussen rabbijn Mendel Cohen en Christenen voor Israël in de hoop dat laatstgenoemde Mendel zouden willen steunen en helpen aan beveiliging, kon ik echt niet bevroeden dat die kennismaking toen, nu zijn leven heeft gered. Morgenavond begint de vastendag van 9 Av, de herinnering aan de verwoesting van de Tempel en het begin van de ballingschap. Eén van de gevolgen van die verwoesting: de aanslag op rabbijn Mendel en zijn gemeenschap.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 30 juli 2020

    De heer Ruth Marion Weile, geboren 25 juni 1928 in Magdenburg. Hij woonde van 2 april 1941 t/m 9 februari 1943 aan Poorthofsweg 26 Haren. Hij is op 10 september 1943 in Auschwitz vermoord.

    Negen Av, de meest trieste dag van de Joodse kalender. Ik ontvang een e-mail.  Bij het leegruimen van een huis vindt iemand een fotoboek, het behoorde toe aan Ruth Marion Weile. De heer Weile heeft indertijd het fotoboek afgegeven aan de heer L. Wind in Haren.

    Misschien is er nog ergens een familielid van Ruth Marion Weile die graag dit gewone fotoboek wil hebben, de herinnering in ere houden aan? Het is een nietszeggend fotoboek.  Maar juist vanwege het nietszeggende, getuigt het van het grote drama. En als er zelfs niemand meer bestaat die Ruth Marion Weile nog ergens kan plaatsen, gaat het naar het Joods Historisch Museum.

    Maar voor het zover is, ga ik zoeken. In Westerbork bijvoorbeeld. Ik heb zelf een kistje met foto’s. Geen idee wie al die mensen zijn. Mijn vader had het mij zeker kunnen vertellen, maar ik heb het hem nooit gevraagd en hij mij eigener beweging nooit over verteld. Ze werden allen vermoord, met hun herinnering. Ik herinner mij dat ik enige jaren geleden een medaillon van mijn moeder opende om te kijken wat erin zat. Een foto van een man met een pet en een baard. Geen idee wie dat was. Als mensen, zo speelt het in mijn hoofd, gewoon vergeten zijn vanwege de jaren, dan is dat normaal. Ze blijven voortleven in hun nageslacht, ook als de nazaten niet meer weten wie ze waren. Maar op jonge leeftijd vermoord, met en zonder nageslacht…

     

    Terwijl ik in de synagoge ben van Maastricht gonzen deze gedachten door mijn hoofd. Mijn gedachten dwalen af van de Klaagliederen die we op Negen Av uitspreken gedurende de ochtenddienst. Aan het einde van de dienst vraagt de rabbijn van Limburg om iets te lernen voor de aanwezigen, voordat we weer huiswaarts keren. Ik houd een voordracht over onderlinge onverdraagzaamheid en over het gevaar van Bijbelvertaling. Iedere vertaling is immers een verklaring. Nog nauwelijks in de auto belt de specialist van het Erasmus Medisch Centrum mij. Over dat kindje uit Zuid-Amerika die hier in Nederland geholpen hoopt te worden. Het contact tussen de vader en de medicus is gelegd en dus kan ik er tussenuit. Dat gebeurt vaker. Er komt een probleem op me af. Ik treed op als een soort koppelaar en ga er dan tussenuit.

     

    Toen ik twee uur later in Amersfoort aankwam, mocht ik weer ergens tussen gaan zitten. Een belletje uit Israël. Er ligt iemand in Nederland op sterven. De familie in Israël wil graag dat ‘in geval dat’ er een Joodse begrafenis zal plaatsvinden. De zieke vrouw, middelbare leeftijd, is Joods maar heeft nooit iets gedaan met haar Jodendom en is dus nergens lid van een begrafenisvereniging. In feite dus onverzekerd. Via het belletje uit Israël kom ik in contact met de kinderen.

     

    De dochter legt me uit dat ze niet weet wat ze moet doen want ze weet niets van het Jodendom omdat ze als Nederlander is opgevoed. Ik ben er maar even niet op ingegaan, maar ik had de neiging om even corrigerend op te merken dat ook ik Nederlander ben en ook als Nederlander ben opgevoed. Enfin, na de dochter gesproken te hebben en aangeboden om moeder te gaan bezoeken en waar mogelijk behulpzaam te zijn, heb ik de voorzitter van de betreffende Joodse Gemeente in contact gebracht met de dochter en mocht ik er weer tussenuit wat betreft de financiële regeling. En weer was ik dus de koppelaar.

     

    Ondertussen ontvang ik een appje van de journalist van de Telegraaf dat het bericht over de aanslag in Mariupol online is gelezen door 187.677 mensen en direct daarna een appje dat een jongeman van 47 jaar, vader van zes kinderen, zoon van een vriend van mij uit Londen, plotseling aan een hartaanval is overleden. Het is inmiddels 19:15 uur.

     

    Om 22:14 uur is de vastendag voorbij. Meer dan 24 uur niet eten en niet drinken. Wel nare confrontaties. Het ballingschap in optima forma. Door de eeuwen heen een moeizame periode voor het Joodse volk. Een aaneenschakeling van vervolgingen, pogroms, juist in deze periode. Daarom zie je dat orthodoxe Joden doorgaans pas na deze periode op vakantie gaan. Onderweg loert er altijd gevaar, zeker in ‘den vreemde’.

     

    Het hotel in Beekbergen waar wij ieder jaar enige weken vertoeven omdat het in de vakantie vanaf Negen Av al bijna twintig jaar ‘koosjer draait’, gaat dit jaar niet door. Een koosjere cateraar uit Antwerpen neemt dat gewone hotel over gedurende de zomer. Maar om Joodse toeristen te krijgen moet hij een koosjer certificaat hebben van een rabbijn, een soort Kema Keur, maar dan voor koosjer. Ik ben ieder jaar dat certificaat. Ik zie het niet als business, want mijn handel is ‘mensen helpen en bruggen bouwen’, maar het is leuk. Maar dit jaar dus even niet: want corona!

     

    Met nog een paar Joodse mannen vertrekken we dadelijk naar de synagoge in Almere voor de middag- en avonddienst. En dan snel naar huis. Eten kan nog even wachten, maar een kop koffie, daar snak ik naar. Ik ga nu nog even naar Mariupol bellen om te kijken hoe het gaat met rabbijn Mendel, met z’n shock. O ja, bijna vergeten, een appje van de ambassadeur van Oekraïne in Nederland. Hij gaat ook naar rabbijn Mendel bellen. De ambassadeur is ook Joods. Hij doet er weliswaar niets aan, maar toch. Overigens zijn de president en de premier van Oekraïne ook beiden Joods. Schertsend vroeg ik eens aan de ambassadeur of ook niet-joden bij hun een regeringsbaantje kunnen krijgen.

     

    Maar het antisemitisme is er zeer aanwezig, in een land dat eens de bakermat was van een gigantisch Joods leven. Van die rijkdom is nagenoeg niets meer over. Wat rest zijn keihard werkende rabbijnen die redden wat er nog te redden valt en die honderden massagraven proberen te beschermen tegen grafschennis. Ik zie mezelf nog zo staan bij dat massagraf in Mariupol: 16.000 Joden werden daar vermoord, omdat ze Joods waren… Laten we bidden dat deze negende Av volgend jaar een feestdag zal zijn, omdat het ballingschap ten einde is.

     

    Opperrabbijn B. Jacobs

     

    bron: https://www.christenenvoorisrael.nl/artikelen/trieste-dag

  • Dank politie, ik voel me veilig! Dagboek van een Opperrabbijn 17 augustus 2020

    Omdat ik af en toe wat achter loop en nooit de hele krant lees viel mij nu pas een artikel op met als titel:” Namenmonument doet geen recht aan werkelijkheid (RD zaterdag editie)”. De schrijver, mijn vriend en gewaardeerde collega Lody B. van de Kamp, eindigt met een duidelijk en begrijpelijk “ik kan niet anders dan me verzetten tegen dit bouwwerk”. Wat speelt hier? De nazi’s organiseerden hun moordmachines op zo’n manier dat Joden zelf een onderdeel werden van de vernietiging. In de kampen werden Joden aangesteld om hun mede-Joden als slavendrijvers te pijnigen, te kwellen, dood te slaan. En als de treinen aankwamen in Sobibor werden ze opgewacht door mede-Joden die vooral opgewekt moesten kijken opdat de aangekomen slachtoffers niets vermoedend de gaskamers zouden ingaan voor een ‘ontsmettingsdouche’.  En als ze niet zorgeloos genoeg klaarstonden, gingen ze zelf de gaskamers in. Het oprichten van de Joodse Raad was ook een onderdeel van de moordmachine. Joden moesten mede-Joden opdragen om braaf op transport te gaan. Van de Kamp vindt het onacceptabel dat op een en dezelfde Namenwand slachtoffers en daders worden genoemd. Tussen haakjes: er waren zeker vele Joden die zichzelf lieten doden en weigerden ook maar iets hun medegevangenen aan te doen. Hun zielen bevinden zich nu gigantisch hoog in het Gan Eden. het Paradijs, en een Eeuwige beloning is hun deel geworden.

     

    Ik begrijp van de Kamp, maar ik deel zijn mening niet. Ik zie die namenwand als een grafzerk voor hen die zelfs geen graf was vergund. Dat er dan tussen de slachtoffers ook namen worden vermeld van mensen die hun medegevangenen afranselden omwille van hun eigen levensbehoud………ook op een begraafplaats waar mensen hun laatste rustplaats hebben gevonden, liggen mensen begraven met wie je eigenlijk niet begraven had willen worden.  Dat dit schrijnend is begrijp ik erg goed. Ook ik ken een man die, volgens een overlevende, als een kapo in het concentratiekamp bijzonder goed (slecht dus!) zijn taak heeft uitgevoerd en daardoor heeft kunnen overleven. Hij werd zelfs een bestuurder binnen Joods Nederland en was niet altijd even vriendelijk tegen mij. Maar ik weigerde mijn kennis over zijn verleden te misbruiken. Want wat was de waarheid? Moeilijk achter te komen. Want ik ken namelijk ook een man die voor het oog van de wereld een wrede kapo was, maar juist daardoor vele heeft weten te redden. En hoezeer ook ik de opstelling van de Joodse Raad veroordeel, in Enschede heeft de Joodse Raad veel Joden juist weten over te halen om te gaan onderduiken. Maar ik wil het geheel nog gecompliceerder maken. Gisteren sprak ik een man die mij vertelde dat zijn vader in Westerbork belast was met het reinigen van de rioleringen. Met een kruiwagen vol poep liep hij dagelijks het kamp uit. En bij tijd en wijle verstopte hij dan een gevangene onder de viezigheid en reed hem zo het kamp uit, de vrijheid en kans op overleving tegemoet. De gevangene ademde, zo vertelde hij mij, via een rietje dat boven de viezigheid uitstak. Op deze manier heeft hij meerdere mensen het leven gered.  Twee neven van mijn moeder, oom Benno en oom Jacob uit Denekamp, hebben ook Westerbork weten te ontvluchten en hebben beiden de oorlog overleefd. Maar……….doordat zij of de mensen in de kruiwagen ontvlucht waren, werden anderen op transport gesteld. Want de trein moest vol. Ik ben voor de namenwand. Ieder mens heeft recht op een graf. Op z’n minst een grafzerk zonder graf. En de beoordeling of een enkeling er ten onrechte opstaat, laten we aan Boven over. Het Jodendom gaat in het strafrecht ervan uit dat het beter is om een schuldige ongestraft te laten rondlopen, dan een onschuldige ten onrechte te veroordelen. En bovendien: de grote meerderheid, 99,9%, was zonder meer slachtoffer. Zij gingen rechtstreeks de gaskamers in. Ik zie graag op z’n minst hun namen vereeuwigd, maar ik begrijp van de Kamp erg goed. Misschien kijk ik er anders tegenaan omdat alle vier mijn grootouders de oorlog wel hebben overleefd. Bij vd Kamp lag dat anders.

     

    Een telefoontje: u spreekt met Cees. Hier in Maastricht is zojuist een Jood op de markt in elkaar geslagen. Het gaat helemaal de verkeerde kant op. Blijft u vooral binnen en zorg dat uw vrouw en kinderen ook de straat niet opgaan. De politie doet niets. Op mijn vraag wie er dan wel in elkaar zou zijn geslagen, geeft Cees aan dat hij dat niet weet. Maar hoe hij dan weet of die man inderdaad Joods is? Ook dat wist hij niet zeker, maar zijn gevoel vertelde hem dat. Zeker is wel dat ik vooral binnen moet blijven, want de politie doet niets.

     

    Ja, alertheid ten aanzien van het opkomend antisemitisme is geboden, maar we leven echt nog wel in een rechtstaat. We zijn geen bananenrepubliek. Recht is in ons land zeker niet krom en de politie beschermt ons waar nodig. Met lede ogen aanschouw ik hoe in Utrecht en in Den Haag en ook in andere plaatsen in ons land politieagenten worden bekogeld en uitgescholden. Onacceptabel. Dag en nacht staat de politie  voor mij klaar. Toen ik een aantal maanden geleden midden in de nacht uit Engeland weer thuis kwam en om 2:30 uur voor mijn huis stond koffers uit te laden, was er binnen een mum van tijd een politieauto om te kijken wie daar voor het huis van de rabbijn stond geparkeerd. Toen ze mij zagen stopten ze meteen en droegen al mijn koffers naar binnen! Maar los van deze piccolo inzet:  Waar ook in den lande ik een lezing geef of aanwezig ben bij een publieke bijeenkomst, de politie is er! Dank Nederlandse politie: ik voel me veilig!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP  en NIW  publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

     

  • De ambassadeur als beproeving

    Hoewel het Joods Nieuwjaar en de Grote Verzoendag in het Nederlands vaak worden aangeduid als de Hoge Feestdagen, is het beter om te spreken van de Ontzagwekkende Dagen.  Om de een of andere onverklaarbare reden is het behalve de week voor de Ontzagwekkende Dagen, dagen van diepe bezinning, voor mij dit jaar ook de Maand van de Ambassadeurs.

     

    Met de ambassadeur van Israël heb ik zeker wekelijks whatsapp contact en de laatste weken hebben we elkaar ook fysiek vele keren ontmoet. Maar vandaag ontving ik een uitnodiging van de ambassadeur van Hongarije om op zijn ambassade te komen lunchen.  Maar indien ik niet reis, zo schrijft hij, dan is hij zeker bereid om naar mij te komen. Wat hij precies bedoelde met “indien ik niet reis” weet ik niet, want voor mijn gevoel “doe ik niet anders dan reizen”.

     

    Maar behalve Hongarije en Israel ontving ik ook een uitnodiging van de ambassadeur van Litouwen en de ambassadeur van Japan om aanwezig te zijn bij de opening van een fototentoonstelling genaamd “Kindness of One” geïnspireerd door het verhaal van de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk en de Japanse diplomaat Chiune Sugihara die in 1940 duizenden visums hebben geregeld om Joden in Litouwen daarmee de gelegenheid te geven Litouwen te ontvluchten en zo aan de Endlösung te ontkomen.

     

    Jan Zwartendijk en Chiune Sugihara zijn ook uitgebreid aanwezig op de tentoonstelling “Redders in Nood” in het Israel Producten Centrum in Nijkerk. Het trieste is dat deze twee reddende engelen niet alleen na de oorlog geen erkenning hebben gekregen, maar integendeel: Sugihara heeft in de gevangenis gezeten en onze Zwartendijk kreeg na de oorlog in plaats van een Koninklijke Onderscheiding een reprimande van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het redden van duizenden Joden. Sick! Die reprimande heeft hem zeer diep geraakt, zijn leven werd hier verder door getekend.

     

    Dat heette dus bevrijd Nederland. Ik voel de woede in mij opkomen en denk dan meteen aan mijn lieve vader die ook na zijn afschuwelijke onderduikperiode verre van een 'welkom-terug' heeft gekregen, gelijk de overgrote meerderheid van de Joodse overlevenden. Na de oorlog, ja u leest het goed, zijn nog bij mijn vader ruiten ingeslagen. Niet door moslims, maar door ‘gewone’ Nederlanders!

    Even terug naar al die ambassadeurs: Waarom, zo vroeg ik me af, plotseling al die ambassadeurs zo vlak voor de Ontzagwekkende Dagen?

     

    De Baal Sjemtov, de stichter van het Chassidisme, heeft steeds onderstreept dat uit alles dat een mens tegenkomt een les valt te halen. Op Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, wordt het komende jaar vastgelegd en bepaald. Wie rijk zal worden, gezond, enz. Maar ook wordt het gehele wereldgebeuren vastgelegd. Wordt het Trump of Biden.

     

    Natuurlijk zullen beiden campagne moeten voeren en zal het Amerikaanse volk moeten stemmen, maar wie er wint wordt op Rosj Hasjana al bepaald. Of we dan wel of niet nog invloed kunnen uitoefenen op het verloop van 5781, zal ik nog wel een van de komende dagboeken behandelen, vermoed ik.

     

    Maar een ding is zeker: onze gebeden en onze opstelling gedurende de Ontzagwekkende Dagen zijn op het komende jaar van invloed. En dus, als ik plotsklaps een aantal onverwachte ontmoetingen krijg met ambassadeurs, is dat geen toeval maar wordt van mij kennelijk verwacht dat ik hun beïnvloed om ten opzichte van Israël en de Joodse Gemeenschap in hun landen een positieve opstelling te betrachten. Kennelijk wil G’d van mij dat ik niet uitsluitend mezelf probeer te verbeteren (en dat is al een flinke klus!), maar dat ik ook mijn opgebouwde netwerk breed ga inzetten om voor de samenleving een goed en gezegend jaar te verkrijgen. Zo heeft ieder zijn taak en opdracht.

     

    Maar waar ook ik voor moet waken is hoogmoed. Die ambassadeurs zijn poppetjes die ik ten goede kan aanwenden, maar diezelfde poppetjes kunnen ook valkuilen zijn of zelfs handlangers van de afgod genaamd “IK”.  Die ambassadeurs bieden dus niet alleen de mogelijkheid voor mij om ze te gebruiken in de strijd tegen antisemitisme, antizionisme en iedere andere vorm van onrecht, maar ze zijn multifunctioneel. Want ze zijn ook allen beproevingen: gebruik ik ze ten goede of misbruik ik ze voor mijn eigen roem en hunker naar eer?

     

    Zondag jl. was ik in Postdam, Duitsland. Er was een feestelijke bijeenkomst vanwege een nieuwe Thora die de Joodse Gemeente, de Synagogengemeinde, had gekregen. De Joodse Gemeente beschikt weliswaar over een aantal gehuurde lokalen waar de synagogediensten worden gehouden, maar een eigen gebouw, een echte sjoel, is er nog niet. Maar die is wel in de maak. De Landesregierung van Brandenburg, waar Postdam onder valt, heeft de Joodse Gemeenschap toegezegd om een plaatsvervanger te bouwen voor de vorige synagoge die in de Kristalnacht in vlammen opging.

     

    Geweldig dat ze een nieuwe synagoge gaan bekostigen! Maar één probleem: de Landesregierung wil bepalen hoe die synagoge er uit gaat zien en geeft geen ruimte aan de Joodse gemeenschap om zelf de inrichting en het aangezicht te bepalen. In mijn toespraak omschreef ik dit als volgt: normaliter is er eerst een synagoge en daarna wordt de Thora binnengeleid. Hier was het precies andersom: de Thora is er al, maar de synagoge moet nog gebouwd worden. De les: de Thora moet de synagoge, het omhulsel, bepalen en niet het omhulsel, het gebouw, de Thora.

     

    Van alles wat op onze weg komt moeten we iets leren, speciaal in deze week voor de Ontzagwekkende Dagen. Mijn lichaam is de synagoge en de Thora mijn bezieling. Wie laat ik de boventoon voeren?   

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • De bisschop, Deuteronomium 11:20 en Beiroet - Dagboek van een opperrabbijn

    Een bisschop en een rabbijn wonen in dezelfde straat. Op een zekere dag komt de bisschop helemaal neurotisch bij de rabbijn. In de buurt wordt namelijk heel veel ingebroken en de bisschop, regelmatig slachtoffer, vraagt aan de rabbijn of hij er ook zoveel last van heeft. Tot zijn stomme verbazing antwoordt de rabbijn dat bij hem nooit wordt ingebroken. Hoe dat kan?

     

    De rabbijn legt uit dat hij aan zijn deurpost een mezoeza heeft, een perkamentje met een voorgeschreven Bijbeltekst (zie: Deuteronomium 11:20). Verrast door de beschermende kracht van een mezoeza vraagt de bisschop of zo’n mezoeza ook zijn huis beveiliging zal geven tegen inbraak. De rabbijn stelt voor om het te proberen en geeft de bisschop een mezoeza. Na twee weken komt de bisschop volledig over zijn toeren weer bij de rabbijn. En, vraagt de rabbijn, heeft de mezoeza gewerkt? Heb je geen last meer gehad van inbrekers? De bisschop geeft toe dat geen inbreker hem meer heeft bezocht, maar dat hij stapelgek werd van de bedelaars die dachten dat zijn huis een Joodse bewoner had en wisten dat Joden bedelaars niet met lege handen laten vertrekken………...

     

    Aan deze grap moest ik denken toen afgelopen sjabbat het deel uit de Thora centraal stond waarin onder andere de verplichting van het plaatsen van een mezoeza ‘aan al uw deurposten en poorten’ gelezen werd. Er staan meerdere wetten in de Thora vermeld waaraan een beloning zit gekoppeld. “Eert uw vader en uw moeder, opdat u een lang leven beschoren zal zijn” en zo kan ik nog vele voorbeelden brengen. En ook bij de mezoeza wordt vermeld dat het naleven van dit gebod jou en je nazaten een lang leven zal geven. Maar de vraag rijst dan of het juist is om de ge- en verboden te volgen vanwege een beloning. En als dat dan niet de juiste opstelling is, waarom vermeldt de Thora dan de beloning? Een van de verklaringen is dat het natuurlijk beter is om te geven met een bijbedoeling dan niet te geven. Vaak heeft iemand een aansporing nodig: een prijsje, een medaille, een applaus. Maar de meest zuivere vorm van het dienen van de Eeuwige is het dienen van Hem om-niet! Zonder bijbedoeling.

     

    Hetzelfde geldt ten aanzien van het geven van liefdadigheid. Geef ik uit eigenbelang, omdat ikzelf er beter van word, of geef ik om te geven? Liefdadigheid heet daarom ook niet in het Hebreeuws liefdadigheid, maar gerechtigheid-tsedaka. Als ik de arme man/vrouw geld geef is dat niet lief van mij, neen, het komt hem/haar toe. G’d heeft mij geld gegeven opdat ik er anderen mee behulpzaam kan zijn: mijn geven is dus een vorm van gerechtigheid, het komt hen toe.

     

    We hebben de afgrijselijke beelden gezien van de ontploffingen in Beiroet. Drama’s! En dus vind ik dat we uit humanitair oogpunt te hulp moeten komen en er keihard voor moeten zorgen dat het geld komt waar het moet zijn. Het feit dat wellicht corruptie de oorzaak van de ramp is, maakt het leed er niet minder om. En daarom ben ik trots en dankbaar dat Israël meteen voor en achter de schermen hulp heeft aangeboden. Voor de schermen door specialistische hulp aan te bieden bij de opsporing van mensen die onder het puin bedolven liggen. Dat vóór de schermen zou nog vertaald kunnen worden als een propagandastunt, een bijbedoeling, eigenbelang. Maar de hulp achter de schermen, is de echte en meest zuivere vorm van naastenliefde. Gaat u naar de ziekenhuizen en zie zelf wie daar ook behandeld worden, zonder enige vorm van publiciteit, en weet dat die vorm van individuele onbaatzuchtige naastenliefde, God zij dank, hoog in de Israëlische vaandel staat!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.