Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • Reprimande van ministerie voor Nederlandse consul die duizenden Joden redde

    Gisteren waren we fruit plukken met de kleinkinderen uit Almere en daarna een bezoek aan het Israël Product Centrum in Nijkerk. Een week eerder hadden we hetzelfde uitstapje gemaakt met onze kleinkinderen uit Londen. Er is daar, in Nijkerk, een imposante tentoonstelling, speciaal gericht op de jeugd van het Basis Onderwijs, over verzetsstrijders die met gevaar voor eigen leven Joodse medeburgers ondergedoken hadden of anderzijds zich hebben ingezet om o.a. mijn moeder te redden.

     

    De oorlog komt daar voor mij erg dichtbij. Ik denk daar aan de mensen in Friesland die mijn ouders en ik in mijn kinderjaren regelmatig bezochten. Duikouders van mijn moeder. Zonder die mensen zou mijn moeder de oorlog niet hebben overleefd. De naam Wiersma komt in mij op. Hij was de politieagent uit Boskoop die aan het hoofd stond van de verzetsbeweging die voor mijn moeder en mijn oom en voor vele vele anderen de onderduikplaatsen regelde. Ik heb me voorgenomen om mijn enige nog in leven zijnde tante namen en adressen te vragen. Misschien weet zij die nog. En dan nazaten opsporen en hun vertellen dat ik leef dankzij hun ouders/grootouders/overgrootouders.

     

    Na gezellig fruitplukken in Putten op de plukboerderij, naar Nijkerk, verre van gezellig. En toch neem ik mijn kleinkinderen mee. Ik wil dat ze weten dat ondanks het opkomend antisemitisme er ook goede niet-joden waren aan wie wij en zij ook hun leven te danken hebben. Jan Zwartendijk, de medewerker van het consulaat der Nederlanden die duizenden Joden in Litouwen voorzien heeft van een stempel waarmee ze naar de Nederlandse Antillen konden reizen en de hel van de nazi’s ontvluchten. Zijn zoon Piet heb ik mogen ontmoeten enige jaren geleden in Brussel op de ambassade van Litouwen waar zijn vader en de consul van Japan, Sugihara, die al die Joden een doorreisvisum verleende, geëerd werden.

    Zwartendijk heeft na de oorlog van het ministerie van Binnenlandse Zaken een reprimande gekregen want wat hij had gedaan (tussen de 3000-10.000 Joden het leven gered!) was niet conform de wettelijke regels, illegaal. Sic! En ook de Japanse consul Sugihara is gestraft voor zijn illegale doorreisvisa. In Brussel waren zoon Piet Zwartendijk en de kleindochter van Sugihara aanwezig. Ik herinner me dat ik die kleindochter, een volwassen vrouw, wel wilde omhelzen om haar te danken. Mijn kleinkinderen moeten weten dat er ondanks de Holocaust, ondanks het opkomend antisemitisme, er ook niet-joden waren die ons gered hebben. De tentoonstelling is niet eng, maar wel confronterend. Misschien voor mij wel meer als voor mijn kleinkinderen.

     

    Terug naar het nu. Rabbijn Mendel uit Mariupol heeft financiële steun nodig om een andere locatie te krijgen voor zijn synagoge annex Joods Centrum. Na de aanslag van enige weken geleden is hij bang. En terecht. De synagoge staat op een plaats die niet te beveiligen valt, ondanks de beveiliger die voor de deur staat. En hoewel het Mendel en zijn vrouw niet ontbreekt aan Godsvertrouwen is er een belangrijke regel in de Halaga -de Joodse wet- dat we niet mogen vertrouwen op wonderen. En dus mag ik meedenken hoe we dit nieuwe complex financieel van de grond kunnen krijgen.

     

    Het gaat lukken want in de Joodse wereld staat tsedaka hoog in het vaandel. Tsedaka zouden wij in het Nederlands liefdadigheid noemen. Maar de letterlijke vertaling van tsedaka is niet liefdadigheid, maar gerechtigheid. De arme man of vrouw heeft recht op mijn financiële steun, het komt hem toe. Want de rijkdom die ik bezit is een zegen van Boven. En ik heb die zegen uitsluitend gekregen om er anderen mee te helpen. Dit nog even los van de Joods wettelijke verplichting dat iedere Jood verplicht is om minstens tien procent van zijn inkomen aan tsedaka te geven. Maar ook vanuit de niet-joodse achterban, speciaal vanuit de christelijke hoek, verwacht ik bijdragen.

    Ik werd vandaag met nog een vraag om financiële steun geconfronteerd. Een van mijn Joodse Gemeenten was benaderd door een man die, naar zijn zeggen, in grote financiële nood zit. Het bestuur weet geen raad met dit verzoek en wendt zich dus tot hun geestelijk leider met een puur niet-geestelijke vraag: moeten we dit materiele verzoek wel of niet honoreren? Natuurlijk moeten we ieder medemens in nood bijstaan, maar de vraag is vaak of je iemand helpt door hem geld te geven of dat het wellicht beter is om hem geld te lenen, ook als je weet dat hij die lening niet kan terugbetalen. Door een lening te geven moedig je hem namelijk aan om te werken en niet uitsluitend van de bedelstaf te leven. Als je de medemens middels een lening (weer) in het arbeidsproces kan krijgen, dan heb je een veel betere daad verricht dan als je hem uitsluitend cash zou hebben gegeven.

    Maar in dit specifieke geval is het nog iets ingewikkelder. De man schrijft aan de Joodse Gemeente dat hij in het buitenland woonachtig was, gescheiden is van zijn wettige echtgenote, voor zijn ex moest vluchten, dat hij zeer orthodox is, inwoont bij zijn moeder, wellicht Nederland wordt uitgezet en een vriendin heeft en een baby. Natuurlijk moeten we zo’n man helpen, maar de vraag is waarmee. De eerste vraag die in mij opwelt en mij een nare bijsmaak geeft is: Waarom benadrukt hij dat hij orthodox is? En waarom ontvluchtte hij zijn ex? Moet hij wellicht alimentatie betalen? Meent hij daarmee dan extra recht te hebben op financiële ondersteuning van de Joodse Gemeente? En als hij dan zo orthodox is, waarom woont hij in een dorp waar geen Joodse Gemeente is? En sinds wanneer woont een orthodoxe Jood samen zonder burgerlijk en religieus huwelijk? Ik ga ervan uit dat hij niet wettelijk is getrouwd, omdat hij spreekt over zijn vriendin en niet over zijn echtgenote! Misschien is hij niet officieel gehuwd omdat hij nog niet is gescheiden van zijn (eerste) vrouw. Vraagtekens, vraagtekens, vraagtekens.

     

    En ondertussen zet hij goedwillende vrijwillige bestuurders van de kleine Joodse Gemeente onder morele druk. En dus mag ik ertussen springen en neem ik het op mijn rabbinale schouders om deze man met zijn warrige verhaal vooral geen financiële steun te bieden uit de tsedaka-kas van de Joodse Gemeente. We zien wel hoe hij gaat reageren. Ik zal de goedwillende bestuurders steunen, want hij zal ze niet zo snel met rust laten als hij een afwijzing zal ontvangen. Hij zal morele druk uitoefenen en niet iedereen is daartegen opgewassen.

     

    Morgen is de eerste van de maand Elloel, de maand voorafgaande aan Rosj Hasjana, Joodse Nieuwjaar. Er wordt dan op de sjofar, de ramshoorn, geblazen als voorbereiding voor de Hoge Feestdagen. Vandaag heb ik al even een enkele toon geblazen om te oefenen. Lukte prima, ik heb een gezonde blaas……….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Binnen 24 uur begraven! Dagboek van een Opperrabbijn, 11 oktober 2020

    Ik had me een plezieriger Hosjana Rabba voorgesteld. Hosjana Rabba is de laatste dag van de tussendagen Soekot, de laatste dag dat we, als we in de soeka een maaltijd gebruiken, de lofzegging over de Soeka uitspreken. Een lewaja, begrafenis. Een goede bekende van mij, een klinisch psycholoog, die ooit zo’n 35 jaar geleden af en toe een sjabbat bij ons doorbracht. En vervolgens ontmoette ik hem ieder jaar bij de herdenking van de ‘ontruiming van het Apeldoornsche Bosch’, het Joodse psychiatrisch ziekenhuis in Apeldoorn en af en toe hadden we professioneel contact. Hij stuurde cliënten naar mij en ik ook naar hem. Hij was een ‘mensch’! Klaar staan voor de medemens in geestelijke nood, was zijn devies.

     

    Maar enige maanden geleden belde hij mij op, huilend. Ernstig ziek. Hij wist dat hij het niet zou halen. Ik hoop dat ik hem nog een beetje tot steun heb kunnen zijn. Zijn wens was dat ik de lewaja zou leiden en dat hij begraven zou worden op de begraafplaats waar velen van zijn familieleden ook begraven hadden willen worden…….en dus naar Zutphen gereden op deze feestelijke Soekot dag. Het zal u wellicht verbazen, maar ik kan hier helemaal niet tegen. Nooit heb ik kunnen wennen aan begrafenissen, zeker niet als het schrijnende gevallen betreft en er nagenoeg geen familie is en geen nazaten. Hij was een goed mens, stond klaar om te helpen en heeft er nog met veel inzet voor gezorgd vanaf zijn ziekbed dat zijn cliënten werden overgedragen aan andere therapeuten.

     

    Het was indrukwekkend hoe de kleine Joodse Gemeente Stedendriehoek binnen 24 uur alles heeft weten te regelen opdat de lewaja nog voor de Sjabbat en de Jom Tov kon plaatsvinden: Verlof tot begraven, transport, wassing, graf delven en de lewaja met minjan zodat alle gebeden konden worden uitgesproken! Kol hakawod – een prestatie! Ook hadden ze nog een cameraman en een geluidsman georganiseerd zodat de familie in Israël toch nog een beetje aanwezig kon zijn. Meer dan driehonderd mensen hadden meegekeken, vertelde de cameraman mij na afloop. Was de begrafenis toch nog aanzienlijk minder eenzaam dan ik aanvankelijk verwachtte.

     

    Inmiddels is het zondagavond en waren we Sjemini Atseret (het Slotfeest) en Simchat Thora (Vreugde der Wet) in Amsterdam bij onze zoon, schoondochter en de kleinkinderen (met inachtneming van de 1.50 m. We hadden zelfs een eigen appartement). Even weg van alles. Vanwege Jom Tov geen e-mail, geen Whatsapp en zelfs geen krant en radio. Wel corona, niet corona, het is even aan mij voorbijgegaan. Naar welke sjoel ik was in Amsterdam? Twee bekende vooraanstaande leden van de Joodse Gemeente Amsterdam, hebben direct na de eerste coronageluiden in de tuin een grote tent met verwarming, stoelen en eenpersoons tafeltjes gekocht en sindsdien is daar twee keer daags coronavrij sjoeldienst. Ik mocht daar sjabbat en zondag alle Jom Tov diensten bijwonen, want het aantal aanwezigen moet uiteraard beperkt blijven. Geweldig! Wat een gastvrijheid en wat een sfeer en saamhorigheid.

     

    Ondertussen zit ik in dubio over Ysselsteyn. Ysselsteyn, hoor ik u denken. Er gaat weer een herdenking plaatsvinden op de begraafplaats in Ysselsteyn waar Duitse soldaten begraven liggen, waaronder ook grote schurken en verraders die vele Joden de dood in gedreven hebben. Hiertegen is nu een petitie in omloop. Voor mij is het duidelijk dat dit niet aanvaardbaar is, maar voordat ik teken wil ik toch eerst weten hoe de vork precies in de steel zit. Want het gerucht gaat dat notabelen als Hirsch Ballin en Donner deze herdenking steunen en daar zullen ze zeker een reden voor hebben. Anderzijds zie ik dat het prominente lid van mijn persoonlijke adviesraad, Hans Knoop, ook de petitie heeft getekend. Wat is mijn twijfel? Mijn oma had een achterneef die met een niet-joodse vrouw was getrouwd. Hij was in 1938 uit Duitsland gevlucht, vrouw en kinderen achterlatend in Hamburg. Zijn kinderen werden gedwongen als soldaten op het Oostfront te vechten….Ik herinner mij dat ik met mijn ouders die achterachterneven van mijn vader als kind heb ontmoet. Voelt u mijn dubio om te tekenen? Zeer velen van die omgekomen Duitse soldaten waren niet per se ‘fout’, Ik ga dus eerst natrekken alvorens een besluit te nemen. Want ik plaats nooit zomaar even snel een handtekening!

     

    Overigens heb ik wel een brief ondertekend aan de President van Polen met het dringende verzoek om de wet die export van koosjer vlees verbiedt tegen te houden. Als die wet wordt aangenomen is dat een enorme klap voor Joods Europa. In steeds meer landen wordt koosjer slachten verboden en dus wordt er geslacht in bijvoorbeeld Polen. Maar als dan Polen de export gaat verbieden, hebben we een probleem. Met dierenwelzijn heeft dit echt niets te maken, puur antisemitisme. Het dierenleed in de slachthuizen is zeker een wezenlijk probleem, maar heeft niets te maken met koosjer slachten. Ook het vervoer naar de slachthuizen deugt vaak niet. Maar dat wordt, en ik beperk me maar even tot Nederland, niet aangepakt want de Voedsel en Warenautoriteit heeft het te druk met het zeuren over een paar flesjes wijn uit de zogenaamde Bezette Gebieden! Waarbij ik niet wil zeggen dat de voorstanders van zo’n exportverbod antisemieten zouden zijn, dat weet ik gewoonweg niet. Maar het fenomeen van het verbod op de sjechieta is door de eeuwen heen een voorloper geweest van Jodenvervolging. De eerste wet die in Nederland na de bezetting werd uitgevaardigd door de bezetter was, in juni 1940: verbod op koosjer slachten.

     

    Ondertussen ontving ik weer een verzoek om na te gaan of iemand die nu in Israël woont nog familie heeft in Nederland. In dit specifieke geval kwam de vraag bij mij vanuit een organisatie die tegen betaling dit soort onderzoeken doet. Maar dat opsporingsbedrijf komt er niet uit en dus: Gewoon Jacobs vragen om diep in archieven te gaan duiken, zelf uit te vissen of die archieven überhaupt bestaan en hopend dat Jacobs met minimale informatie de speld in de hooiberg kan vinden. Jacobs mag dus het werk doen en het bedrijf int de gelden! Daar pas ik dus netjes voor. Ik help graag, ben bereid ingewikkelde klussen op te lossen, maar ik weiger misbruikt te worden.

     

    De Feestdagen liggen achter ons, de soeka ga ik morgen afbreken en dan naar Den Haag. Een afspraak met de ambassadeur van Polen over die brief aan zijn President. De rust van twee heerlijke dagen is voorbij.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl.

  • Ik voelde me gediscrimineerd, Dagboek van een Opperrabbijn 19 november 2020

    De dag begon niet goed. Een gescheiden man uit Israël wil zijn jonge kinderen bezoeken die bij zijn ex in Nederland wonen. Dat deed hij twee keer per jaar, maar nu moet hij een visum hebben vanwege corona. En om dat visum te kunnen krijgen heeft hij mij gevraagd om een brief waarin ik verklaar dat ik hem ken en dat hij wat mij betreft meer dan welkom is in ons land, althans zo had ik het begrepen. Maar omdat hij zich per WhatsApp tot mij had gewend en de Whatsapp ‘naar beneden schuift’ en daardoor uit het zicht verdwijnt, was ik het vergeten. Ik verwijt mezelf deze omissie. Want juist dit soort hulp, achter de schermen, bij persoonlijke individuele drama’s helpen, daarvoor ben ik rabbijn. Ik dus alsnog in de telefoon, WhatsApp en email om deze vader te helpen. En terwijl ik mijn verklaring aan het typen was, kreeg ik een verzoek van een jonge joodse vrouw, die in Israel al meer dan vijf jaar woonachtig is, om iets op te lossen. Het Jood-zijn van haar man hebben ze nooit kunnen aantonen waardoor ze nooit een choepa hebben gehad en dat zit ze beiden dwars. Aan mij dus om te helpen zoeken naar bewijs van zijn Jood-zijn. Ik kan me voorstellen dat sommige van mijn dagboekeniers zich zullen afvragen waarom dit nagezocht moet worden. Je bent wie je bent! Maar zo eenvoudig is het niet. Ik ben momenteel met vier mensen in contact die willen weten of ze wel of niet Joods zijn. Het betreft nazaten van voorouders uit de voormalige USSR en uit Polen. De voorouders zijn gevlucht en om te voorkomen dat hun nazaten ook in Auschwitz zouden belanden, hebben ze hun Jood-zijn geheim gehouden. Bij vele nazaten zal hun Jood-zijn nooit aandacht krijgen omdat het geheel onbekend is. Maar vaak ook sijpelt er wel wat door en zitten nazaten, meestal kleinkinderen, met een emotioneel probleem. Dit kan zeker ook nazaten betreffen die misschien alleen maar één Joodse opa hadden en dus, halagisch beschouwd, niet Joods zijn. Maar toch willen ze weten of die opa wel/niet Joods was. Een van die vier is speciaal naar Oekraïne afgereisd op zoek naar haar Joodse wortels, hetgeen duidelijk aangeeft hoe gevoelig en belangrijk dit voor de betrokkene is en dus hoe dankbaar ik ben om hierin te begeleiden. Maar ik kan me voorstellen dat u zich afvraagt of ik me met dit soort problematiek moet bezighouden, speciaal dat als die ene opa inderdaad Joods zou zijn, dat kleinkind toch niet Joods is. Het antwoord op deze vraag las ik vandaag in een soort ‘gedachte van de dag’ chassidisch boekwerkje: “Waar een mens zich bevindt, daar is zijn plaats. Daar wordt van hem verlangd dat hij akkert, zaait om uiteindelijk te oogsten.” En dus hoor ik wat op mijn weg komt op te pakken, ongeacht of de nazaten uiteindelijk wel of niet Joods zijn! En dus heb ik ook de twee telefoontjes, een uit België en een uit Engeland, nauwkeurig aangehoord. Beide telefoontjes waren van mensen eind twintig op zoek naar een Joodse partner. Waarom ze mij bellen? Geen idee, maar als ze bellen, als het op mijn weg komt, moet ik luisteren en kijken wat ik kan doen. En wat heb ik dan hiermee gedaan? Ik gaf de telefoon aan mij echtgenote. Die heeft een soort fotografisch geheugen voor namen, gezichten en geschiedenis. Luistert de kandidaat aan en gaat meteen op zoek. Lukt het dan altijd? Helaas meestal niet, maar soms ook wel. En ook als het niet lukt, heeft de kandidaat een luisterend oor gekregen en ook dat is belangrijk. Maar soms moet ik ook afhaken, niet ingaan op een verzoek. Bijvoorbeeld een verzoek van iemand die een gioer zou hebben gedaan en die door het Opperrabbinaat van Londen, een gerenommeerd collega, niet erkend wordt en vervolgens bijval verzoekt van mij. Daar doe ik dus niet aan mee, ik laat me niet uitspelen. Indien de persoon mijn hulp zou hebben gevraagd, advies hoe te handelen, akkoord. Maar een epistel naar mij waarin de vloer wordt aangeveegd met collega’s, terwijl ik de persoon nog nooit heb ontmoet, niet ken en hij geen enkele connectie heeft met Nederland, dan verdwijnt de e-mail in de Prullenbak.  Na nog een aantal van dit soort e-mails te hebben verwerkt, was er een vergadering van OJEC, Overlegorgaan Joden-Christenen. Prima bijeenkomst waar uiteraard ook de Schuldverklaring vanuit de Kerken werd behandeld. En voordat ik mijn computer sluit en me richting nachtrust begeef, blik ik terug op een volle dag. Wat viel me vandaag op? Wat was anders dan andere dagen? Ik voelde me gediscrimineerd! Ik heb gisteren mijn nieuwe baan als ROVA-medewerker bekend gemaakt. Voor hen die mijn dagboek van gisteren niet hebben gelezen: we kregen een nieuwe vorm van inzamelen van afval. Het gaat over een stuk of vijf separate containers waarvan een met een pasje werkt, drie worden afgehaald van huis via drie anders gekleurde kliko’s en twee andere soorten moeten worden afgeleverd aan het eind van onze straat. En daar werd ik gediscrimineerd! Bij de glasafvalcontainer kan ik niet zomaar het glas erin stoppen, maar moet ik onderscheid maken tussen wit, groen en bruin glas. Wit lukt me, daarmee kan ik leven. Maar groen en bruin is voor mij een crime: ik ben namelijk kleurenblind.  Het verschil tussen groen en bruin wordt door mij niet (h)erkend, gelijk het verschil tussen geel en oranje, blauw en paars, donkerrood en zwart……Ik voelde me dus daar voor die glasbak redelijk onnozel en zelfs een beetje gediscrimineerd!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Rouholla Zam (47). Dagboek van een Opperrabbijn 17 december 2020

    Deze week werd in Iran Rouholla Zam (47), de Iraanse journalist, geëxecuteerd. In de Telegraaf stond hierover een uitstekende column waarop ik door iemand werd geattendeerd net voordat ik vertrok naar Bourtange om daar de Menora in zijn volle glorie, alle acht kaarsen, te laten branden.  Dit dagboek is slechts een dagboek van ‘een opperrabbijn in Coronatijd’. Niet meer en niet minder. En dus gaat het niet over de wereldpolitiek, maar gewoon over wat ik, met alle beperkingen, onmogelijkheden maar ook mogelijkheden in deze duistere periode zoal doe of juist moet nalaten. Maar bovenal: ‘Wat houdt me bezig?’ Nou precies ook dit soort tegenstrijdigheden. Waarschijnlijk zullen over enige tijd de sancties tegen Iran worden opgeheven omdat Iran zijn goede wil toont door een paar controleurs toe te laten die onder begeleiding van het Iraanse gezag op een aantal goed voorbereide plaatsen zullen mogen zien dat Iran wat betreft het niet aanmaken van atoombommen echt het braafste jongetje van de klas is. En Rouholla Zam (47)? Ach, dat was gewoon verleden tijd, zal er gezegd worden, terwijl geen normaal denkende hond dat gelooft. De schrijver van deze column in de Telegraaf, zelf een vluchteling uit Iran, toont de rijkdom van ons land. Terwijl onze Rutte de Coronamaatregelen aanscherpt wordt er luidkeels tegen zijn maatregelen geprotesteerd. Niemand wordt verdreven, niemand gearresteerd en niemand zal worden geëxecuteerd! Dat is in ons land GZD normaal. Zijn we ons bewust van die rijkdom of zijn we dat alweer vergeten? Inmiddels meer dan 75 jaar geleden was dat nog anders in ons Nederland en was het normaal dat in opstand komen tegen het gezag als hoogverraad werd beschouwd. Maar niet uitsluitend in opstand komen: ook anders zijn qua afkomst of qua zienswijze. Betekent dat dan dat ik het eens ben met de anti-Rutte fluiters? Helemaal niet! Maar ik ben wel erg dankbaar dat er gefloten kan worden.

     

    Regelmatig hoort u van mij dat ik me zorgen maak over de nieuwe godsdienst genaamd: secularisatie. Nog recentelijk stond er een artikel van twee pagina’s in het Reformatorisch Dagblad over de dwingelandij van de Inspectie van het Onderwijs ten aanzien van het vak Burgerschap.  Op zichzelf is het mijns inziens een vereiste sine qua non dat onze kinderen worden opgevoed met respect voor andersdenkenden. Ook als dat anders denken volledig afwijkt van mijn/onze zienswijze, mijn/onze kijk op de wereld. Maar gelijk ik mijn kinderen moet opvoeden met dit respect, mag ik mijn kinderen ook opvoeden vanuit mijn eigen levensvisie en ik mag ze ook uitleggen dat een andere manier van leven niet goed is omdat dit vanuit de Bijbel bezien indruist tegen de Wil van de Eeuwige. Het volledig oneens zijn met de leefwijze van een ander is niet hetzelfde als de ander als persoon haten of verachten. Ik ben het 100% oneens met secularisatie, maar heb goede seculiere vrienden. Trouwens heb ik ook heel goede zeer gelovige Christelijke contacten, terwijl het Christendom echt niet mijn manier is om de Eeuwige te dienen.

    Ja, ik ben van mening dat secularisatie een probleem is. Maar problemen mogen er zijn want G’d heeft een wereld geschapen vol met problemen, verleidingen en valkuilen. Aan ieder van ons om de juiste keuzes te maken en niet blind in valkuilen te belanden. Niets mis met al die dagelijkse beproevingen. Waarom G’d al die verleidingen en beproevingen heeft meegenomen in Zijn Schepping? Waarom de diversiteit? Geen idee. Maar we zullen ermee moeten leven.  

     

    Maar als polarisatie om zich heen grijpt, dan verandert een verschil van mening van een ernstig en elementair meningsverschil tot een Staatsgevaarlijke activiteit en wordt de andersdenkende geëxecuteerd. Zie Iran. En laten we toch ook niet vergeten wat er gebeurt in China met de Oeigoeren of met Christenen in vele landen. We naderen Kerstmis. Weten Christenen die anti-Israel zijn, ik denk aan een organisatie als Sabeel, dat sinds de Palestijnse Autoriteit het gezag heeft overgenomen van Israel in Bethlehem, het aantal Christenen dat de wijk heeft genomen gigantisch is? Reden? Polarisatie! Anders dan Islamitisch denken werd niet getolereerd op straffe van….

     

    Ik heb vandaag in Bourtange de acht lichtjes van de Menora aangestoken. Het was een goede en mooie bijeenkomst. Buiten aansteken leek ons niet verstandig omdat de burgemeester dan wellicht in de problemen zou kunnen komen. En dus in sjoel met een piepklein gezelschap. Maar de journalisten waren er, zoals afgesproken, om het licht te verspreiden in het Noorden van ons land. En nog voor ik thuis was en 410 km had afgelegd, stond het al op de site van Het Dagblad van het Noorden en op Westerwolde Actueel. De acht kaarsjes brandden in dat hele kleine sjoeltje in die hele kleine Vesting. Maar de boodschap was gigantisch groot. Als die Iraanse rechters de betekenis van Chanoeka hadden gekend en tot zich genomen, zou Rouholla Zam (47) zeker nog bij ons zijn geweest.

     

    Gedurende decoronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Zeer geachte Opperrabbijn, dagboek van een opperrabbijn Zondag 29 november 2020

    “Steeds frequenter en steeds intenser lees ik de volgende aflevering van uw dagboek.

    Het is voor mij (vooral) de ethiek, de aanwijzingen daarvan, waar (ook) ik zoveel aan heb. Zo belangrijk (vooral ook) in deze tijd.

    Het is vooral ook zo belangrijk dat u ons daarmee richting geeft dat wij (vooral van u) zo nodig hebben.

     

    Ik denk daarbij, om maar iets te noemen, wat dat betreft wat u zegt over de Ysselsteyn-kwestie. Wat mij zo goed doet is dat u uw eerste visie, resultaat van oppervlakkige waarneming, feitelijk gedeeltelijk herroept en nuanceert nadat u zelf in Ysselsteyn bent geweest en u uzelf heeft laten voorlichten en goed heeft geluisterd naar de achterliggende bedoeling, waardoor u de nuance kon aanbrengen.  Zeer gefeliciteerd.”

     

    Bovenstaande geeft mij een goed gevoel, want ik ben mezelf voortdurend aan het afvragen of ik wel goed bezig ben. Ik herinner mij Prof. Hans Bloemendal, de chazan-voorzanger, die na afloop van een uitvoering meestal drijvend nat van het zweet was, zo heeft hij mij persoonlijk verteld. Altijd weer was hij bang niet optimaal te hebben gezongen! Als ik een toespraak houd of een lezing geef, voel en zie ik of het overkwam. Maar een digitaal dagboek dat bij de lezer ergens heel ver weg op een scherm verschijnt, verklapt geen enkele reactie. Ik weet zelfs niet of het wordt gelezen! En als er wel reacties zijn, dan verschijnen die op facebook, waartoe ikzelf geen toegang heb. Maar mijn doel en mijn opdracht als rabbijn is om mensen tot steun te zijn vanuit het Jodendom. En daarom was bovenstaande reactie belangrijk voor mij. Binnen dit kader was het ook fijn dat ik een korte bijdrage mocht leveren aan een vergadering van zakenmensen die bijeenkwamen om te spreken over de ethiek van het zakendoen. Ik heb daar de volgende geschiedenis verteld. Een succesvolle zakenman bracht een bezoek aan zijn Rebbe. Het was de eerste keer dat hij de Rebbe thuis bezocht en wat hem opviel was de armoedige inrichting. Alles wat nodig was, was er, maar meer dan ook niet. Rebbe, vroeg de zakenman, waarom woont u zo armoedig? Een man van uw niveau, met uw contacten en uw invloed behoort in een riante villa te wonen, niet in een armoedig flatje. Mag ik je wat vragen, vroeg de Rebbe op zijn beurt. Waar woon jij dan? Ik, antwoordde de zakenman, ik woon in een paleis van een huis met alle voorstelbare luxe. En, vroeg de Rebbe verder, als je voor inkopen naar Leipzig gaat, waar woon je dan? In Leipzig, waar ik slechts een paar keer per jaar kom, heb ik een flatje. Maar, zo vervolgde de Rebbe, het past toch niet voor een groot zakenman als u om in een eenvoudig flatje te vertoeven! Dat klopt antwoordde de zakenman, en daarom heb ik een schitterende woning in mijn vaste woon- en verblijfplaats, maar in Leipzig ben ik maar tijdelijk. Hetzelfde geldt voor mij ook, reageerde de Rebbe. Mijn vaste woonplaats bevindt zich na dit aardse bestaan en daar hoop ik een riante bungalow te verwerven. Maar mijn verblijf hier op aarde is slechts tijdelijk. Geld is een middel, maar geld is niet het doel, probeerde ik de zakenlui bij te brengen. Of ze het hebben begrepen, weet ik dus niet want niemand was aanwezig.

    Omdat ik afgelopen week toch nog even voor een gesprek op mijn Rabbinaat was in Amsterdam, bemerkte ik post die daar al wekenlang op mij lag te wachten. Waarom niemand even de moeite had genomen om de post door te sturen, is mij onduidelijk. Een van de brieven was van meer dan een maand geleden. Een drama wordt beschreven. Een Joodse grootvader die door zijn niet-joodse vrouw wordt verraden en zo in Auschwitz belandt en vergast.  Na de oorlog werd de vrouw door haar kinderen voor het gerecht gedaagd en belandt ze in de gevangenis. Haar kinderen worden op verschillende adressen ondergebracht. Een van hen, die dus volgens de Joodse wet niet-joods is, is nu hoogbejaard en wil graag Joods begraven worden op een Joodse begraafplaats. Haar dochter vraagt mij om te helpen, hoe dat zou moeten weet ik nog niet. Maar zeker is dat ik mijn uiterste best ga doen, maar niet nadat ik eerst mijn excuus zal hebben aangeboden, want een brief van 18 oktober beantwoorden op 26 november, is niet juist, eigenlijk onacceptabel! Welke oplossing het zal zijn, weet ik dus niet, maar ik zal er alles aan doen om een oplossing te vinden. Aan mij om creatief te denken, zonder de halaga ook maar op enigerlei geweld aan te doen, want halaga is halaga. Halaga betekent ‘wet’, maar in het woord halaga zit ook het woord ‘beweging’. Of er bewogen kan worden in dezen en hoe die beweging zal zijn: We gaan het zien. En als het onverhoopt niet gaat lukken, omdat er geen beweging in te krijgen is? Dan heeft dat dan ook zo moeten zijn en gaan we dat accepteren. Maar eerst op zoek naar ruimte om te bewegen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • “De arts belandt in de hel” Dagboek van een Opperrabbijn1 December 2020,

    Een bezoek aan iemand die ziek is neemt volgens het Jodendom een deel van zijn ziekte weg. Vandaar dat we dagelijks in het begin van het ochtendgebed vermelden dat het gebod om zieken te bezoeken vruchten afwerpt tijdens het aardse bestaan, maar de echte beloning wordt pas verkregen na dit aardse bestaan. Dit is mij natuurlijk al vele decennia bekend. En ik beken dat ik even zo lang tegen mezelf twijfelend zei: als een zieke maar genoeg bezoek krijgt, zou hij in principe gezond moeten worden. Daar heb je dus geen arts voor nodig! En het antwoord dat ik mezelf gaf was dan dat het natuurlijk niet zo letterlijk is als het er staat. Het is meer een beeldspraak. Met dat antwoord heb ik het al die jaren gedaan. Maar enige dagen geleden heb ik een passender antwoord gevonden, naar aanleiding van een ‘medisch’ advies dat ik aan iemand min of meer ongevraagd had gegeven. En ook naar aanleiding van een recent artikel in de weekend bijdrage van het RD.
    In de Talmoed staat geschreven: “de beste der artsen belandt in de hel”. Het woord dat hier wordt gebruikt voor “de beste” is het Hebreeuwse woord “tov”. Ook als u het Hebreeuws niet beheerst dan nog kent u dit woord van bijvoorbeeld “mazzeltov” of van “een toffe jongen”. “Tov” betekent “goed”. Maar als dat zo is, wat vertelt ons dan de Talmoed met de bemerking dat “de beste der artsen belandt in de hel”? “Tov” is in numerieke waarde zeventien. Het hoofdgebed dat wij drie keer per dag uitspreken is het achttien gebed. Dit gebed wordt het achttien-gebed genoemd omdat er achttien lofzeggingen in voorkomen. Welke arts maakt een goede kans om na dit aardse bestaan in de hel te eindigen? Die artsen die weigeren om alle achttien lofzeggingen uit te spreken. Ze zijn bereid om er zeventien te vermelden. Zeventien keer G’d te danken. Maar de achttiende weigeren ze te zeggen, in die achttiende geloven ze niet: “Geprezen bent U onze G’d, die de zieken geneest”. Ze denken namelijk dat zij de zieken genezen! Vol hoogmoed benaderen zij hun patiënten, want zij, de dokteren, zijn immers de beslissers over leven en dood, over ziek en gezond. Artsen met zo’n opstelling belanden uiteindelijk in de hel.
    Maar andersom werkt het ook. De arts die bescheidenheid uitstraalt, naar de patiënt luistert, meeleeft. Zo’n arts zal na dit aardse bestaan rijkelijk beloond worden. Maar dat niet alleen. Zijn begripvolle opstelling, zijn oprecht meeleven is voor de patiënten van wezenlijk belang. Ook bij een hopeloze medische diagnose zal de patiënt zich aanzienlijk minder gestrest voelen, want de arts leeft met hem mee. En daarover ging dat artikel in de bijlage van het RD. De genezende of op z’n minst de kalmerende werking die uitgaat van het woord van medeleven. De arts moet dus ook een beetje rabbijn zijn, zoals de rabbijn ook een beetje arts. Recentelijk had ik contact met een redelijk depressieve jonge vrouw. De pilletjes van de dokter nam ze niet, want ze had geen vertrouwen in het pilletje en al helemaal niet in de behandelend arts. Door goed naar haar te luisteren, door haar aandacht te geven, door oprecht begrip en medeleven te tonen, heb ik haar langzaam aan de medicatie gekregen en voelt ze zich recentelijk aanzienlijk beter. Pillen werken, maar woorden ook. En soms is medicatie de primaire genezer en het woord en begrip zijn slechts de hulptroepen. Maar vaak ook heeft het medicijn slechts een placebo werking en doet het woord de hoofdzaak. Toen het beroep “arts” nog niet bestond waren de rabbijnen vaak de artsen en de artsen de rabbijnen. De arts moet ervan doordrongen zijn dat hem door de Eeuwige de taak is gegeven om te genezen, maar dat alleen pilletjes niet voldoende zijn. En tegen mezelf zeg ik: wees er steeds van doordrongen hoe waardevol aandacht en begrip van de rabbijn kan zijn. Ik moet mezelf niet onderschatten en vooral in deze niet denken: wie ben ik? Hoogmoed: neen! Maar met valse bescheidenheid wordt ook niemand geholpen. Ja zeker, over het leven wordt uiteindelijk Boven beslist. Maar tot die beslissing er is.........

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • “Er zijn geheimen die je meeneemt in je graf” Dagboek van een opperrabbijn 11 november 2020

    In het NRC van vorige week verscheen een artikel over het mysterie van de verdwenen SS-Kampcommandant Walter Heinrich. Hij was een van de beulen van Kamp Amersfoort, verdween na de oorlog en is nooit gevonden. Ik moest hieraan denken tijdens een vergadering, per zoom natuurlijk, over de restitutie van… Er wordt dus al langere tijd gesproken over de terugbetaling van erfpacht die de Joden na terugkomst moesten betalen. Welkom back! Die vergadering was geweldig. Geweldig omdat bijvoorbeeld de onderzoekster die het oorlogsverleden van die plaats in opdracht van de burgemeester had onderzocht, zichzelf indrukwekkend kwetsbaar opstelde. Vragen die haar werden gesteld nam zij meer dan serieus. Zij zat niet aan het scherm (we spreken dus niet meer over ‘zij zat aan tafel’) als de deskundige die alles weet, maar als de kwetsbare onderzoekster die eigenlijk aangaf dat door de complexiteit van de materie niets is uitgesloten en zeker heeft zij nog niet alles aan idiotie kunnen achterhalen. Wat bedoel ik? Zij had als opdracht om in kaart te brengen of de burgerlijke gemeente na de oorlog naheffingen heeft gedaan bij overlevenden. Bijvoorbeeld of ze alsnog erfpacht moesten betalen. Nu zou dat bij de desbetreffende gemeente zeker niet het geval zijn geweest, omdat in die gemeente geen erfpacht bestond. Maar achterstallige rioolbelasting over de periode dat ze in Auschwitz zaten, behoorde wel tot de mogelijkheden. Maar al zoekend ziet zij dat tijdens de oorlog de gemeente een rekening stuurt naar de Joodse Raad in Amsterdam en om vergoeding vraagt voor ‘de begeleiding van vertrekkende Joden’. Ik vroeg me dus even af waaruit die ‘begeleiding van vertrekkende Joden’ bestond. Even dacht ik dat het toch wel erg vriendelijk was dat de Joden werden begeleid bij hun vertrek. Waarschijnlijk waren er maatschappelijk werkers die de vertrekkende Joden, zoals dat zo sensitief werd genoemd op de factuur, van eten en drinken voorzagen. Maar dat bleek dus toch iets onvriendelijker in elkaar te zitten. Maar terwijl de vergadering verder-zoomde werd het steeds vreemder. Huizen die waren geconfisqueerd en vervolgens door de Gemeente verkocht, Joden die na de oorlog moesten procederen om hun eigen huis in te mogen gaan.

     

    Huizenbezitters van nu die toen voor een prikje huizen van Joden hadden “gekocht”, privacy wetten die de privacy van oorlogsmisdadigers nog steeds beschermen en dus de onderzoekster belemmeren bij haar onderzoek. De rekening die de voorzitter van de Joodse Gemeente kreeg voor de lekkage die in de synagoge was ontstaan gedurende de oorlog als gevolg van een bombardement…… Na de vergadering zag ik dat ik een whatsapp had ontvangen van burgemeester Marcouch (die Whatsapp had ik ongezien kunnen bekijken door mijn mobile onder het scherm te plaatsen, maar dat had ik niet gedaan. De vergadering was te schokkend). Marcouch had het dus in z’n Islamitische hoofd gehaald om een krans te leggen bij het Joodse monument. Hem werd verweten dat hij naast mij had gestaan (schande!) en ook nog een keppeltje droeg en daarmee voor deining zorgde binnen de Islamitische gemeenschap. Ik ben er zeker van dat hij, nadat hij in de krant was verschenen op de foto naast mij staande (met meer dan de vereiste social distance), weer overstelpt is met twitters vol verwensingen. In de vergadering betrof het de jaren ’40-’45, maar de haat-twitters waren van vandaag en verzonden door mensen van nu. Mocht u de mening zijn toegedaan dat ik overdrijf, klik dan zelf op:  https://www.nadorcity.com/%D9%87%D9%88%D9%84%D9%86%D8%AF%D8%A7-%D8%B9%D9%85%D8%AF%D8%A9-%D9%85%D8%AF%D9%8A%D9%86%D8%A9-%D8%B1%D9%8A%D9%81%D9%8A-%D9%85%D8%B3%D9%84%D9%85-%D9%8A%D8%AB%D9%8A%D8%B1-%D8%B6%D8%AC%D9%91%D8%A9-%D8%A8%D8%B9%D8%AF-%D8%B8%D9%87%D9%88%D8%B1%D9%87-%D9%85%D8%B9%D8%AA%D9%85%D8%B1%D8%A7-%D9%82%D8%A8%D8%B9%D8%A9_a95612.html.

     

    Wat heeft dit te maken met het begin van dit dagboek? Herinneringscentrum Kamp Amersfoort werd officieel in 2000 geopend en werd toen een Nationaal Monument. Maar tot het officieel een Nationaal Monument werd, was er een lange weg vol hobbels afgelegd. Om de een of andere reden moest Kamp Amersfoort vergeten worden. De man die zich vol overgave inzette om Kamp Amersfoort uit de vergetelheid te onttrekken, werd met ontslag bedreigd. Ik werd ingeschakeld, jaren voordien, om via de commissaris van de Koningin, Jhr. Beelaerts van Blokland, het Herinneringscentrum van de grond te krijgen. En toen mij gevraagd was om bij de opening, waar een indrukwekkende menigte aanwezig was, het woord te voeren, waren er brieven binnengekomen met het verzoek om de rabbijn van de sprekerslijst te verwijderen. De dag na de opening zat ik in de gevangenis van Groningen, bij de herdenking van de ex-politieke gevangen. Naast mij zat een oude militair in uniform voorzien van een indrukwekkende waslijn met medailles. Deze oude militair gaf mij een compliment voor mijn toespraak bij Kamp Amersfoort waarbij hij, als oud-gevangene, ook aanwezig was. Ik zag mijn kans schoon en vroeg hem wat er toch speelde rondom Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Zijn antwoord zal ik nooit vergeten: Rabbijn, zei hij zachtjes tegen mij, er zijn geheimen die je meeneemt in je graf.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • 36 Joden bestaan alleen nog in het mapje 'Iran' op mijn compute

    Twee bestuurders van een van mijn Gemeenten kwamen op bezoek om iets te bespreken. Omdat het onderwerp voor iemand een plezierige verrassing moet zijn, kan ik dus niet aangeven wat dat ‘iets’ inhoudt. Uiteraard zaten we om corona-technische reden in onze tuin, ontworpen en onderhouden door mijn Blouma. Een klein paradijsje in het hectische leven van een rabbijn. (Ik bedoel dus de tuin….) 

    Van het een komt het ander en Blouma toont een speciaal tafelkleed uit Iran dat wij ooit cadeau hebben gekregen, omdat ik iemand heb mogen en vooral kunnen helpen via mijn netwerk. Netwerken zijn leuk. Recepties, acte de préséance geven, vooraan zitten, foto’s, maar vooral: netwerken zijn nuttig en zijn er om te gebruiken! Door dat tafelkleed kwam bij mij Iran weer opborrelen in mijn herinnering en ik begon spontaan te vertellen, misschien wel omdat het precies op de dag af 9 jaar geleden is dat ik een VIP-ontvangst had geregeld op een van onze ministeries om hulp te bieden aan een groep Joden die in Iran in grote nood verkeerden.

    Van de ene gedachte komt de andere boven: Een telefoontje van bekende advocaat. Een probleem waarbij mijn hulp noodzakelijk is. De advocaat en ik zijn tegenpolen van elkaar. Hij is van de harde aanpak, ik niet. Als mensen kwaad op hem zijn, is hij tevreden. Ik kan daar niet zo goed tegen. Maar juist die karakterverschillen maken het dat wij vaak heel veel mooie zaken samen mochten oplossen. Mochten? Momenteel zijn we weer samen iets aan het regelen. Hij de felle jurist, ik de aantrekkelijke verpakking.

    Maar in het geval van het telefoontje lag de nadruk niet zozeer op onze samenwerking, maar op mijn zorgvuldig opgebouwde netwerk. Op Schiphol was een man gearresteerd met een vals paspoort. Hij zou ten hoogste twee weken in het gevang kunnen belanden en dan zou de KLM, die toen nog volledig in de lucht was, hem naar zijn land van herkomst moeten terugsturen. In dit geval: Iran. Wat speelde hier? De man, zeventig jaar oud, was geboren en getogen in Iran. Daar had deze rijke zakenman ook nog steeds vele panden, hoewel hij inmiddels met kinderen en kleinkinderen in Israël woonde. Maar om zijn Iraanse nationaliteit niet kwijt te raken en daardoor al zijn onroerend goed in Teheran te verliezen, heeft hij de Israëlische nationaliteit nooit aangenomen en zijn Iraanse paspoort behouden.

    In 2002, als ik me goed herinner, was zijn Iraanse paspoort verlopen en in Israël was er nog geen consulaat van de Iraanse Republiek, zelfs niet in Jeruzalem. En dus probeerde hij in verschillende landen op het consulaat van Iran een nieuw paspoort te krijgen. Overal werd hij weggestuurd omdat hij niet woonachtig was in het land waar dat consulaat gevestigd was. Uiteindelijk, vlak voor de datum dat het paspoort verliep, vond hij een consulaat dat bereid was om hem, voor veel geld, een nieuw paspoort te geven. Vanaf 2002 tot 2008 reisde hij hiermee de wereld rond, totdat hij in 2008 Nederland wilde binnenkomen en hij werd gearresteerd omdat zijn paspoort vals was. Het probleem was niet dat hij veroordeeld zou worden en twee weken de cel zou indraaien. Neen, probleem was de serieuze dreiging dat hij na de twee weken detentie per KLM teruggestuurd zou worden naar Iran. Hoe de ontvangst van deze Joodse Israëliër in Iran zou zijn, laat zich raden. En dus werd ik ingeschakeld door deze advocaat. 

    Het was vrijdagmiddag, een paar uur voor sjabbat. Ik bel een contactpersoon uit mijn netwerk waarvan ik denk dat hij hierin iets kan betekenen. Hij zal er meteen achteraangaan en inderdaad, een paar minuten na sjabbat, inmiddels diep in de nacht, belt hij terug: “Binyomin, maak je geen zorgen. Het komt goed!” En het kwam goed, want de daaropvolgende maandag werd door de rechter asiel aangeboden. En mocht hij daarin niet geïnteresseerd zijn, dan zal de marechaussee hem op het vliegtuig zetten naar een land van zijn keuze. Maar naar één land mogen ze de zakenman niet terugsturen: Iran. Ik mocht een schakeltje zijn in de redding van één mens.

    Ja, met Iran heb ik nog een succes geboekt. Een bruid, al meer dan 13 jaar in de USA woonachtig, maar afkomstig uit Iran, wil zo graag dat haar moeder bij haar choepa-bruiloft aanwezig zal zijn. Maar de moeder kan in Iran geen visum krijgen voor de USA. Ook daar heb ik iets mogen betekenen. Als dank heb ik dat tafelkleed gekregen dat bij mij Iran weer in mijn gedachten bracht. Twee successen. Maar in een andere kwestie waar het tientallen levens betrof en waarin ik wederom een heel klein schakeltje had kunnen zijn, mislukte het volledig. Mijn netwerk deed het prima. Buitenlandse Zaken deed meer dan ze konden, maar toch liep het mis en verdwenen zesendertig gevangengenomen Iraanse Joden in het duistere gat der vergetelheid. Alleen hun namen en het vermoedelijke adres van hun gevangenis zit nog ergens in het mapje ‘Iran’ op mijn computer.

    En ondertussen wordt er nauwelijks, gewoon hier in ons eigen landje, aandacht besteed aan de bekladding van een viaduct in Wildervanksterdallen. “Arbeit macht Frei”. “Verboden voor Joden”. Het is wel onleesbaar gemaakt. De racistische tekst is visueel verdwenen, maar het onderliggende antisemitische probleem niet. Waarschijnlijk waren de daders jongeren of verward……….

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Aangevallen en bedreigd: Advies gevraagd!

    Afgelopen sjabbat, terwijl ik mij sjabbat-middag-dutje deed, werd ik wakker door een enorm lawaai. Ik dacht aan het geluid van de luchtballonnen die vaak op sjabbatmiddag over ons huis vliegen en dan hoor je een geluid van, naar ik vermoed, het gas dat wordt ontstoken of zoiets. Maar dat was het dus niet. Neen, voor ons huis, midden op de rijweg, een Turkse bruiloft.
    Dat het een Turkse was werd duidelijk door de vele Turkse vlaggen. Maar los van die zichtbare vlaggen was luidkeels hoorbaar een trommel, een of andere fluit, heel veel witte auto’s met loeiende motoren, dansen, lawaai. Kortom: Heel gezellig en het deed mij even de drukkende bedomptheid van de hittegolf vergeten. Het verkeer kon er niet echt meer door en ook een autobus stond braaf te wachten. Een passerende auto, die er toch in slaagde door de meute heen te komen, raakte een van de feestvierders, al dan niet opzettelijk, aan zijn hand. Gevolg: boosheid, irritatie, een gewonde hand en vier feestvierders die hun witte auto insprongen en de achtervolging inzetten. En dan zie je iets gebeuren in die groep. Een heel klein aantal is erg geëmotioneerd en opgewonden, maar de meerderheid is rustig en probeert te kalmeren.
     
    En zo gaat het ook, dacht ik, in Gaza en in vele andere brandhaarden van onze woelige verhitte aarde. Verreweg de meeste mensen, ongeacht afkomst, ras, of geloof willen gewoon rust en vrede. Maar ze worden geïndoctrineerd, in een denkpatroon geperst via media en schoolboeken Het vormen van een eigen mening bestaat niet, niet in praktijk en zelfs niet in theorie. Het ‘kleine groepje’ beheerst namelijk alles. Dit soort criminele overheersing leidt tot gijzeling, willekeurige schietpartijen, zelfmoordaanslagen, totale onderdrukking. Vaak vecht het groepje elkaar ook de tent uit en overheerst alles en iedereen, desnoods onder het mom van religie.
     
    Recentelijk kwam mij een boek onder ogen over de interne intriges in het leiderschap van nazi-Duitsland. Vrienden werden geëlimineerd, vijanden naar voren geschoven. Het enige doel was en is: het dienen van de afgod IK, buiten en binnen de groep.
    Maar helaas bestaat in die meeste brandhaarden geen mogelijkheid om het ‘kleine groepje’ te kalmeren, zoals voor mijn deur in de straat wel het geval was. Maar wat doen we eraan? Wat kunnen we eraan doen? Geen idee, helaas.
     
    Waarom ik dit nu naar voren breng? Ik zit zelf met een dilemma. In mijn dagboek van een paar dagen geleden vermeldde ik dat er 1. een auto op mij was ingereden en dat ik, geheel los hiervan, 2. een dreigtelefoontje had gekregen. Ik zou namelijk geschreven hebben, hoewel ik het niet heb kunnen natrekken, dat de BLM-beweging marxistisch is. Nogmaals mijn opvatting over BLM: Ik veroordeel iedere vorm van racisme. Als Zwarte Piet door mensen als beledigend wordt opgevat, moeten we ermee stoppen. Maar ik vind BLM een gevaarlijke beweging alleen al vanwege de antisemitische spreekkoren die bij demonstraties tegen racisme worden gescandeerd en vanwege hun felle antizionistische opstelling.
     
    Terug naar mijn 1. en 2. Hoe ga ik hiermee om? Door te vermelden dat iemand op mij inreed of het dreigtelefoontje van een ‘verward persoon’, zoals de politie hem omschreef, in mijn dagboek op te nemen, krijgt de intimidatie precies de aandacht die ze willen. Bovendien kan het anderen op gedachten brengen om ook te dreigen of daadwerkelijk te beschadigen. En dus kreeg ik een telefoontje van een goede vriend met de opmerking: Dit had je niet moeten vermelden. Geef ze geen platform!
    Een korte piepkleine enquête bij een paar bekenden leverde echter ook de zienswijze op dat verzwijgen onacceptabel is. Niet benoemen betekent aanvaarden. Het zal wel goedkomen als we maar stil zijn, heeft geen resultaat gehad in de holocaust, zelfs niet in Nederland.
     
    Beste lezer van mijn dagboek: ik zit in dubio. Ik heb gekozen om wel te benoemen en wil daarmee eigenlijk verder gaan. Maar is dit een goede keus? Of breng ik mezelf hierdoor nodeloos in gevaar? Ik hoor het graag van u. Mag het per e-mail? U kunt mij (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) bereiken.
  • Adviezen van lezers, Dagboek van een opperrabbijn

    Vandaag heb ik me voornamelijk beziggehouden om alle e-mails te lezen die ik heb ontvangen vanwege mijn verzoek om advies. Herinnert u zich mijn vraag nog uit mijn dagboek van een paar dagen geleden? Ik had vermeld dat 1. een auto op ons was ingereden en ons getrakteerd had op een niet vriendelijk klinkende antisemitische scheld kanonnade en 2. had ik een dreigtelefoontje ontvangen van een, volgens de politie, verwarde man. Mijn dilemma was, achteraf geredeneerd, of het verstandig was dat ik deze twee voorvallen vermeld en dus platform geef aan de belagers of dat ik er niet over had moeten schrijven.

     

    En toen dacht ik: ik vraag aan mijn dagboekeniers een advies. En aldus geschiedde met als gevolg tegen de honderd e-mails in mijn digitale brievenbus. En toen, hoor ik u denken. Maimonides, de grote Joodse geleerde schrijft in zijn beroemde werk Jad Hachazaka: De leerlingen geven de leraar meer wijsheid en verbreden zijn gevoelens. Zoals de Wijzen hebben gezegd: veel heb ik van mijn leerlingen geleerd en nog meer van mijn vrienden. Aan deze halaga, wetsbepaling, moest ik denken toen ik vandaag alle adviezen bekeek, die ik op mijn emailadres had ontvangen.

    • Wanneer wij zwijgen en mensen er niet op attent maken, dat zij verkeerd bezig zijn, hoe kunnen zij zich dan verbeteren? Versterk je dan eigenlijk niet het akelige, verkeerde gedrag? We proberen toch een betere wereld te maken? Daarbij, uw voorbeeld geeft ook aan ons, uw lezers, een richting aan, een houvast, iets om over na te denken.
    • Als je zonder compromis met elkaar schrijft is er een mogelijkheid om je te verrijken in kennis en zienswijzen.
    • U brengt misschien wel uw leven in gevaar. Maar ik vind het wel heel moedig dat u ook onderwerpen als dit ter sprake brengt in uw dagboek. Eenieder heeft het recht om zijn mening te uiten. Want hier in Nederland geldt dat we allen het recht van vrijheid van mening hebben. Soms te vrij. Dat is mijn mening. Men denkt niet na. Maar ik vind het wel te ver gaan als men met uw uitgesproken mening groepen uitsluit of kwetst. En soms moet je wel je mening over iets ventileren, zeker als het in uw ogen heel wat kwaad kan doen aan mensen.
    • Nogmaals: Ik vind het heel dapper dat u dit ter sprake brengt in uw blog. Want soms is alleen toekijken niet genoeg.
    • Ik zal met de deur in huis vallen: U had dit niet moeten vermelden. Ik stel dit aan de hand van de vraag: wat wilt u bereiken en denkt u dat u datgene bereikt wat u zou willen bereiken met een en ander te vermelden? U had moeten zwijgen en dat heeft niets te maken met aanvaarden en het zal wel goedkomen, maar met dat u op deze wijze niet datgene bereikt wat u zou willen bereiken.
    • Het verzwijgen, of je hoofd in het zand steken, struisvogelpolitiek, is in het verleden niet de juiste optie gebleken. Ik zie dat heel plastisch voor me, die vogel stopt zijn hoofd weg, maar de rest van zijn lijf is voor iedereen zichtbaar en hij zelf ziet niets meer en is daardoor veel kwetsbaarder.
    • Het blijven benoemen en kenbaar maken aan zoveel mogelijk mensen is denk ik de beste optie, al besef ik wel dat dit ook wel de heftigste is. Er is veel moed voor nodig, die heeft u. De door u gekozen weg lijkt mij wel de beste.
    • Uw ontzetting, ongerustheid e.d. zijn wellicht deel van hun ‘brandstof’ voor het organiseren van verdere ellende.
    • Speak softly and carry a big stick. Die grote stok heeft u, gezien uw persoonlijke bekendheid en uw toegang tot politiek en media, altijd op uw bureau liggen.
    • Als je dus veel op het internet zit als Jood, moet je incalculeren dat je geconcentreerd veel antisemitisme tegenkomt, omdat de communicatie enorm verbeterd is. Naast de nuchterheid dat inderdaad alle onderzoeken van de wereld, een stijging laten zien de afgelopen jaren.
    • Ik denk dat je nooit mag zwijgen. Hebben we al te lang gedaan en het heeft ons niets opgeleverd. Beter staande te sterven dan op je knieën te leven. Wij van dit oeroude joodse geslacht zijn van de JLMT (Jewish Lives Matter Too), een club met weinig leden.

    Bovenstaande is een bloemlezing uit het grote aantal reacties die ik op mijn e-mail mocht ontvangen en nog steeds komen er meer binnen. Bijna iedereen was van mening dat zwijgen niet acceptabel is. En ten aanzien van gevaar, wat natuurlijk best reëel is, adviseerde een van de schrijvers mij om mijn echtgenote te laten beslissen. Een heel goed antwoord. Zo goed, dat ik moet bekennen dat ik dat advies al jarenlang opvolg. En met betrekking tot mijn coronadagboek: Twee keer overleefde een coronadagboek de censuur niet en was ik tot in de late uurtjes bezig met herschrijven totdat mijn Blouma haar koosjer-stempel kon geven. En dan zijn er nog steeds mensen die denken dat in het Jodendom de vrouw is achtergesteld. Ze moesten eens weten!*

     

    *Deze laatste woorden zijn na de censuur toegevoegd!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Afscheid van onze zoon zl. Dagboek van een opperrrabbijn 17 januari 2021

    Een week was ik uit de lucht. Geen vakantie, maar het overlijden van onze oudste zoon. Hij lag al bijna drie weken in coma en de prognose was verre van gunstig. Maar waar leven is, is hoop en we hoopten op een wonder. Maar helaas, het wonder bleef uit en vorige week sjabbat om 3:30 uur in de ochtend heeft de Eeuwige hem tot zich genomen nadat wij hem 47 jaar als ons kind mochten hebben. Vorige week zondag was de lewaja, de begrafenis, in Londen. Zijn vrouw laat hij achter. Vanwege corona konden we er niet naartoe. We hadden uitgaande sjabbat met de nachtboot naar Engeland willen varen, maar omdat ongeveer veertig van de tachtig bemanningsleden positief waren getest, konden er geen passagiers aan boord. En de volgende ochtend lukte ook niet omdat we geen test konden krijgen en los hiervan werd ons afgeraden om naar Engeland te gaan……

     

    En toen dus de treurweek. Niet thuis want dat kon niet vanwege social distance, maar in de zaal van een hotel. Voor ons schermen tegen corona. Maar ook ervoor gezorgd dat het bezoek verspreid over de dag zou komen. Van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat werden we beziggehouden. Tijd om na te denken was er eigenlijk niet. En nu, zondag, is de treurweek voorbij. We hoeven niet meer op een lage stoel te zitten. We mogen weer zelf koken en denken met innige dankbaarheid terug aan al die lieve mensen die voor ons de hele week hebben gekookt. De ingescheurde kleren hebben we uiteraard uitgedaan en we mogen weer gewoon naar buiten.

     

    Ik denk terug aan die week. Aan die honderden e-mails, telefoontjes, WhatsApps en zelfs reguliere brieven. Ik wist niet dat mensen nog gewoon met een vulpen of ballpoint konden schrijven. Wat ging en gaat er in ons/mij om? Wil ik dat met u delen? Ik weet dat ik erg open kan zijn, maar mijn gevoelens en gedachten van zoiets privés met derden delen, lukt me niet. Allereerst is er al geen sprake van ‘ons’. Ik weet dat mijn echtgenote het anders verwerkt dan ik. Hetzelfde geldt voor onze andere kinderen. En dat ‘er anders mee omgaan’ mag en moet ruimte krijgen. Maar één ding hebben wij gemeen, zonder dat dat is uitgesproken: wij weten en zijn ervan doordrongen dat uiteindelijk alles van Boven komt. Onze zoon had kennelijk zijn taak op deze aarde volbracht en keerde terug na een zeer succesvolle vaart. Overal verschijnen artikelen over hem. Omdat hij het summum was van bescheidenheid vertelde hij nooit zoveel. Vandaag heb ik mijn gewone werk weer een beetje opgepakt. Een voormalig collega van mij heeft gezeur op z’n werk en dus telefoongesprekken. En dan de vele condoleances, die nog steeds binnenkomen. Steunbetuigingen, telefoontjes uit Australië, USA, Canada, Zweden, Oekraïne, Israel, België, Frankrijk, IJsland, Zwitserland, Brazilië, Hongarije, Nederland…….Iedereen zegt bijna hetzelfde, maar toch is iedere keer ‘hetzelfde’ waardevol en van grote steun. Hoe belangrijk woorden kunnen zijn. Hoe geweldig zelfs een zwijgend telefoontje. Ik wil daarover in mijn dagboek van morgen verder gaan. Voor vandaag een stukje van een artikel dat in een Israelisch magazine is verschenen en ook in het Engels werd verspreid en dat ik graag met u wil delen:

    -----------------------------------------------------------------

    • Rabbi Reuveni Garbarchik from London writes a farewell column on Yisroel Jacobs, who passed away last Shabbos at the age of 47.

    Yisrolik, the heart refuses to believe, to accept, that you are not with us, for several days since you were taken from us abruptly and I still do not find peace of mind.

    Taken to the hospital in the dead of night and after weeks of praying and waiting for a miracle came the bitter news, you are gone, God has taken you, all of a sudden.

    We will no longer hear your voice declare, “Tracht Gut, Vet Zayn Gut” or “We must thank the Almighty for what we have and ask for more”, not to mention the expectation of the revelation of Moshiach that flowed in your veins and that you made sure to constantly remind us.

    You were all full of life, full of a strong desire to experience life to the fullest, to pour real content into your smile, you were a true messenger, of encouragement, of reinforcement, of planting confidence and faith in those around you, in those who came in contact with you, who lived by your side. For others, you have been a wonderful interlocutor, full of interest, know what to respond, feel others, sensitive and encouraging.

    You were full of incredible force of a strong desire to succeed in achieving your goals despite the difficulties, despite the limitations, you did not make assumptions, whether it was attending praying with a minyan, whether it was attending class. With incredible determination, you succeeded where others had failed. You opened the door where others saw no way out.

    I remember you from many years ago, the student from Holland who studied in Kfar Chabad. Your kind European appearance as well as the quiet you projected caught the eye, you were all full of life in the classes, events, and did not give up experiencing anything.

    About two decades ago we crossed paths and since then we have lived together in the same community, in Stamford Hill in London. We met each other while flying from New York to London, when I was travelling to my wedding and you as a cousin of my future wife (the daughter of your uncle) served as my ‘guard’. We got to speak a lot, in fact only then I began to get to know you, understand your greatness, the depth of your understanding, your piety, your pure soul.

     

    Over the next few years, we got to spend many hours together, we would sit in classes together, at Farbrengens, at family events, your presence could not be ignored. I remember you sitting in the weekly classes we had here in the community, despite your visual impairment you would sit and at first glance you would seem to be in your own world as if you were not following and not interested, but then suddenly you asked something about what was said in the conversation, and immediately it became clear that you understand and listen well to what was said in class, the questions you asked, the discussions that followed your questions showed you had broad knowledge and deep understanding of the Jewish teachings.

    Yisrolik, we will forever remember you as a miraculous figure, strong in the face of challenges, strong in the face of difficulties, as a follower full of innocence, warmth, vitality, love and reverence for G-d. Thank you for the merit of knowing you, the much encouragement that I would receive from you, for the many hours and days together

    “And God wiped away a tear from every face” and we will see you very soon speedily with the complete redemption.

    Now I will send my heartfelt condolences to your family, the dear Jacobs Family,המקום ינחם אתכם בתוך שאר אבלי ציון וירושלים ולא תוסיפו לדאבה עוד.

    The writer in tears and many longings, Reuven Garbarchik

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Alle Nederlanders zijn een beetje calvinistisch

    Het is nu 4:30 uur in de ochtend. Ik ben op, heb 5 uur geslapen en voel me heerlijk uitgeslapen. Het nadeel van die korte nachten is dat ik dan ergens overdag toch de neiging vertoon om een half uurtje iets minder goed bij de les te zijn.

     

    Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en dus zit ik achter mijn computer om mijn dagprogramma in te vullen, want het moge dan zo zijn dat ik qua stroming binnen het Jodendom tot het chassidisme behoor, van huis-uit ben ik een typische jekke. Morgen zal ik dat nog uitleggen, maar het komt erop neer dat ik nogal georganiseerd ben. Niets mis mee, hoor ik u denken. Klopt, want de meeste Nederlanders zijn ook georganiseerd. Alle Nederlanders zijn ondanks verschillende geloven, toch een beetje calvinistisch. Tien uur is tien uur. Niet vijf voor tien en niet tien over tien.

     

    Als iemand met mij een afspraak heeft om elf uur dan zie ik ze soms al om een paar minuten voor elf voor de deur staan, maar om precies elf uur bellen ze aan. Zo zitten wij Nederlanders in elkaar. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar af en toe gaan we iets te neurotisch om met onze punctualiteit. En dus moet ik voor mezelf weten wat ik vandaag moet doen. Agenda: mijn toespraak voorbereiden voor Jom Kippoer; dagboek voor vandaag; voor morgenavond een Zoom-les voor de Joodse gemeenschap voorbereiden; toespraak voorbereiden voor zondagochtend op de begraafplaats te Haarlem; een paar pastorale telefoontjes; mensen bedanken voor de bloemen die we voor Rosj Hasjana ontvingen. Dat is het, maar ik moet altijd ruimte hebben voor het beantwoorden van e-mails en het te woord staan van mensen die me bellen.

     

    Die oningevulde ruimte, die iedere dag zichzelf vult, is de dagelijkse onzekere factor in mijn agenda waarmee ik rekening moet houden. Overigens ben ik vergeten te vermelden dat ik om 14:30 uur naar Den Haag moet voor de opening van een tentoonstelling op de ambassade van Litouwen. De tentoonstelling genaamd “Kindness of one’, is geïnspireerd door de Japanse diplomaat Chiune Sugihare en de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk, die beiden in Kaunas (Litouwen) aan duizenden Joden ‘visas for life’ hebben uitgereikt in een paar dagen tijd en met hun heldendaad duizenden Joden het leven hebben gered. Na de oorlog werd Sugihare in Japan ontslagen en heeft Jan Zwartendijk in plaats van erkenning en een meer dan verdiende Koninklijke Onderscheiding, een reprimande gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verstrekken van deze illegale visums.

     

    Boosheid voel ik in mezelf opkomen als ik dan eraan denk dat de burgemeester van een plaats in de nabijheid van Utrecht, zo werd me gisteren door iemand verteld, geheel vrijwillig en nog voordat het van burgemeesters werd gevraagd door de nazi's, reeds een lijst met Joden had gemaakt. Soms is het braafste-jongetje-van-de-klas-zijn een kwalijke en criminele eigenschap. Hier moest ik gisteravond ook even aan denken toen ik onze minister van Buitenlandse Zaken vanuit Brussel hoorde vertellen dat het besluit om de oppositie in Wit-Rusland te steunen niet meteen ten uitvoer kan worden gebracht want er moet eerst nog een formele weg worden bewandeld via het ambtelijke EU-apparaat. En ondertussen worden de moedige demonstranten in Minsk en in vele anderen steden hardhandig de gevangenissen ingetrapt…. Ik verlaat dit dagboek nu even, want me opwinden zo vroeg in de ochtend is niet gezond. Ik ga nog even een uurtje naar bed. Tot straks!

     

    Inmiddels 22:30 uur en een volle dag achter de rug. De bijeenkomst in de ambassade van Litouwen was fijn, waardig en indrukwekkend. Een telefoontje van iemand die mij ooit ergens had ontmoet. Of ik contact kan opnemen met een hoogbejaarde dame bij wie de oorlog weer helemaal bovenkomt. Ook nog even een aanbevelingsbrief geschreven voor de aanvraag van een Koninklijke Onderscheiding voor iemand die het echt verdient. En een verzoek om voor iemand anders ook zo’n aanbevelingsbrief te schrijven. Maar of ik dat wil doen weet ik niet. Soms weet ik namelijk te veel…

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Alles komt van Boven. Zowel corona alsook het vaccin. Dagboek van een Opperrabbijn 19 januari 2021

    Publicaties, discussies, waarschuwingen. En ook mij bereikt regelmatig de vraag: wel of geen vaccin tegen corona? Ik heb er vannacht over liggen nadenken, omdat mij werd gevraagd om hierover een uitspraak te doen. En de eerste vraag die dan in mij opwelt is of ik deze vraag überhaupt kan, moet of wil beantwoorden. Ik herinner mij dat enige jaren geleden mij werd gevraagd om een artikel te schrijven over de vraag of het Halagisch-Joods wettelijk toegestaan is om te vliegen in een Boeing 737 MAX. Ik heb toen bedankt voor de eer omdat ik allereerst geen enkel verstand heb van vliegtuigen en ten tweede dit niet beschouw als een Halagische vraag. Maar, hoor ik u dan denken, de Halaga is toch niet beperkt tot religieuze onderwerpen. Jodendom is toch een manier van leven en de Halaga ‘bemoeit’ zich toch met al dat in het leven speelt. Klopt! De Talmoed, en dus het Jodendom, houdt zich bezig met alles dat zich in het leven kan voordoen. Van de wieg tot het graf, vierentwintig uur per dag. Voor de wieg en na het graf. En dus werd mij, als rabbijn=Joods jurist gevraagd wel of niet vliegen in een Boeing 737 MAX. Ik moest ook terugdenken aan weet-ik-hoe-lang-geleden toen ik nog ieder jaar aanwezig was bij het defilé in Wageningen ter herdenking aan de capitulatie. Nagenoeg alle aanwezigen waren militairen met hele waslijnen aan medailles. Daartussen zat ik dus met mijn zwarte hoed en zonder medaille. (Ik heb nog een keer in een poging om erbij te horen mijn twee medailles van de avondvierdaagse opgespeld, maar dat maakte weinig tot geen indruk!). Tijdens een van die bijeenkomsten zat ik naast een generaal met waslijn en op zijn revers stond te lezen: Pastor. Hoera dacht ik. Een collega, weliswaar van een andere denominatie, maar toch. Het bleek echter niet te kloppen, want toen ik hem aansprak bleek hij geen pastor te zijn, maar Pastor was zijn achternaam. Maar omdat wij in gesprek waren gekomen en het programma nog niet was begonnen wisselden we over en weer een en ander uit. Hij was, zo vertelde hij mij, gedetacheerd geweest bij de troepen van de Verenigde Naties in Libanon. En dus greep ik de kans aan en vroeg hem naar zijn mening over het wel of niet teruggeven van de ‘bezette gebieden’. Zijn antwoord was klip en klaar: strategisch bezien totaal onverantwoord! De Halaga geeft duidelijk aan dat als iemand ziek is hij dan naar de dokter moet gaan, omdat de dokter gespecialiseerd is in medicijnen. En als er een vraag is op het gebied van de strategie dan moet een strateeg benaderd worden. Dat er ook politieke aspecten kunnen spelen is een feit, maar primair hebben we het over strategie en dus veiligheid. De rabbijn kan in zicht komen als er raakvlakken zijn met de Halaga, maar ook hier is de eerste vraag de veiligheid. Hetzelfde antwoord gold voor het dilemma om wel of niet in een Boeing 737 MAX te stappen. Wat zeggen betrouwbare deskundigen. En als deskundigen duidelijk aangeven dat er een onverantwoord risico aan zit, dan is het duidelijk: bij twijfel niet inhalen. Idem ten aanzien van het corona vaccin. Momenteel is verreweg de meerderheid van artsen van mening dat er gevaccineerd moet worden. Natuurlijk zijn er ook medici die hun twijfels hebben, maar moet ik daarnaar luisteren? Er waren ook deskundigen die aangaven dat de Boeing 737 MAX wel veilig was. En er zullen ongetwijfeld ook strategen zijn die aangeven dat het strategisch wel te verdedigen valt als Israël de betwiste gebieden teruggeeft aan (ja, aan wie eigenlijk?). De vraag die ik dus eigenlijk moet beantwoorden is niet of het corona vaccin wel/niet schadelijk is, maar naar welke medicus ik moet luisteren.

     

    Ik ben meer dan veertig jaar in de psychiatrie werkzaam geweest als geestelijk verzorger. Ik durf dus te beweren dat ik de wereld van de psychiatrie van binnenuit zeer goed ken. Ik was geen rabbijn die af en toe op bezoek kwam. Neen, ik was een deel van het Sinai Centrum, dat in het verre verleden nog gewoon genoemd werd zoals het was: Sinai Kliniek. (Overigens bestaan er ook geen patiënten meer, maar cliënten) Ik kan u een ding verzekeren. Als iemand goed gek wil worden moet hij zich door meerdere psychiaters tegelijkertijd laten behandelen. Natuurlijk mag ik, mits van tevoren aangekondigd, meerdere artsen een advies vragen en besluiten om de meerderheid te volgen. Stel er is sprake van een ingrijpende medische ingreep. Prima om dan drie deskundige artsen te raadplegen. Het zou helemaal mooi zijn om de drie deskundigen gezamenlijk te laten overleggen. Hun conclusie is dan dus ook het rabbinale advies. En wat als achteraf bezien de operatie toch is mislukt? Dan heb ik gehandeld zoals ik moest handelen en besef ik dat desondanks uiteindelijk alles van Boven komt. En wat als deskundige artsen aangeven dat ‘voltooid leven’ een goede zaak is? Gelijk de strateeg deskundig is op strategisch gebied, is de arts er om te genezen en pijn te bestrijden. Wel of niet ‘voltooid leven’ is een ethische vraag en dan verschijnt de rabbijn, de ethicus, ten tonele.

     

    Het corona-vaccin? Een puur medisch gebeuren. En dus heb ik drie deskundige en, in mijn optiek, zeer betrouwbare artsen benaderd. Ik wist niet van tevoren wat hun mening zou zijn. Zij zeiden eensluidend: wel vaccineren. En wat als zij vanwege voortschrijdend inzicht hun visie bijstellen? Dan zal ook de halaga tot een andere conclusie komen. De letterlijke vertaling van halaga is dan ook ‘beweging’. Dus wel of niet vaccineren? Vraag het s.v.p. niet aan mij maar aan uw betrouwbare (huis)arts en weet dat uiteindelijk alles van Boven komt, zowel corona alsook het vaccin.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Ambassadeurs lijken wel Rabbijnen. Dagboek van Opperrrabbijn 21 oktober 2020

     

    Vandaag stond in het teken van het buitenland. De ambassadeur van Hongarije had mij uitgenodigd voor een lunch op zijn ambassade. We kennen elkaar al een paar jaar, ontmoeten elkaar van tijd tot tijd en vandaag dus weer. Reden van het bezoek? Geen. Gewoon weer even bijpraten over koosjer slachten, dat een probleem dreigde te worden in Polen, de relatie Hongarije-Israel en w.v.t.t.k.* Omdat het nu niet bepaald eenvoudig zou zijn om op de Hongaarse ambassade een koosjere maaltijd te regelen, hebben wij, mijn Blouma en ik dus, hem bij ons voor de lunch uitgenodigd. De ambassadeur dus naar Amersfoort en wij niet naar Den Haag. Omdat hij niet met lege handen wilde komen had hij een enorme bos bloemen meegenomen en een fles koosjere wijn.

     

    Hoe was hij aan die wijn gekomen? De ambassadeur heeft z’n vriendje Naor (de ambassadeur van Israel) gebeld en die heeft ervoor gezorgd dat er een fles koosjere Israëlische wijn die afkomstig was van het IPC –het Israel Producten Centrum- te Nijkerk op de Hongaarse ambassade hedenochtend werd afgeleverd. En omdat de ambassadeur van Hongarije niet van het bestaan afwist van het IPC, dat op tien minuten van mijn huis ligt, heb ik hem na de lunch daarheen genomen. Uiteraard heb ik ervoor gezorgd dat hij naast de rondleiding en uitleg over de doelstelling van IPC en Christenen voor Israel, ook een pak koekjes kreeg. Want: morgen komt de ambassadeur van Israel op bezoek bij de Hongaarse ambassadeur en dan leek het me wel aardig dat ik dan de fles wijn terugbetaal via een rol koosjere Israëlische koekjes. Los daarvan heb ik een masker aan de ambassadeur gegeven met daarop “I love Israel”, zodat de Hongaarse ambassadeur dat dan kan dragen als de Israëlische ambassadeur zijn opwacht komt maken. Netwerken heet zoiets. Levert meestal ter plekke niets op, maar is wel belangrijk voor wanneer nodig. Ambassadeurs doen niet anders, lijken wel rabbijnen, althans mijn soort rabbijnen. Want ik ben van mening dat de rabbijn er uiteraard primair is voor de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte. Maar voor die Joodse gemeenschap is ook het contact met buiten die gemeenschap van vitaal belang, want we zijn een onderdeel van de brede samenleving: Noach moest op last van G’d de Ark verlaten! Los van het belang voor de Joodse gemeenschap hebben wij ook de plicht, mijns inziens, om mee te werken aan het welzijn van de ons omringende maatschappij. Gisteren had ik ander soort ambassadeur op bezoek, namelijk Dr. Pieter de Boer, lid van het deputaat Kerk en Israel van de CGK-Christelijk Gereformeerde Kerken- en de woordvoerder van de Interkerkelijke Werkgroep. Die Werkgroep had een schuldverklaring opgesteld over de houding van de kerken tijdens en kort na de oorlog. Vandaag is die schuldverklaring officieel naar buiten gebracht. Hoewel voor mij zo’n schuldverklaring niet echt hoeft, gaf het me toch een goed gevoel. Speciaal de opmerking over wat er mis is gegaan na de oorlog raakte me. Neefjes en nichtjes van mijn opa en oma mochten niet bij mijn opa en oma grootgebracht worden, maar moesten in de Christelijke gezinnen blijven waar ze ondergedoken waren geweest. Natuurlijk hadden die duikouders een band met hun duikkinderen ontwikkeld, hadden ze hun levens gered, maar……hun vermoorde ouders hadden ze echt niet afgestaan met de bedoeling dat ze zouden worden grootgebracht als Christenen.

     

    En nu we toch aan het ambassadeuren zijn: een telefoontje uit Oekraïne. Een van de rabbijnen zat in een conflictsituatie met Christenen voor Israel die hem steunen met een adoptie project. Mensen in Nederland adopteren een straatarm Joods gezin in Oekraïne voor €25 per maand. In Kirovograd liep de communicatie tussen de Nederlandse gevers en de lokale rabbijn even niet goed. En dus word ik gebeld door de rabbijn en sla ik aan het bemiddelen of aan het oplossen, als een soort ambassadeur van wie weet ik eigenlijk niet, maar ik zit wel ergens tussen. Na de nodige telefoontjes hoop ik dat ik alles weer recht heb kunnen strijken en het ook in Kirovograd weer vlekkeloos verloopt. Lastig is hier wel dat de lokale rabbijn wel vloeiend Russisch spreekt, maar geen Jiddisch, gebrekkig Engels en ook niet optimaal Ivriet en al helemaal geen Nederlands! Ondertussen wacht ik op de uitslag van een archiefonderzoek om iemand zijn Jood-zijn te kunnen bevestigen. Voor mijn gevoel is dat zo na te kijken, maar niet iedereen deelt mijn mening dat (bijna) alles meteen moet worden opgepakt. In principe beantwoord ik ook altijd e-mail per direct. Moet ik interessant doen en pas na een week antwoorden als ik het ook meteen kan doen? Gevolg is wel dat ik soms tot diep in de nacht achter die stomme computer zit, die mijn hele leven aan het beheersen is!

     

    Goed nieuws! Althans voor mijn gevoel. Want hoewel het natuurlijk echt niet zo is dat honderd toehoorders bij een lezing belangrijker zijn dan tien, en hetzelfde geldt voor het aantal lezers van mijn dagboeken, toch, ik moet mijn zwakte in deze bekennen, vind ik het wel fijn dat mijn dagboeken breed worden gelezen. En dus: Goed nieuws voor mij! Toevallig (hoewel ik dus echt van mening ben dat toeval niet bestaat) heeft de EJA –European Jewish Association- een van mijn dagboeken gezien, met google vertaald en toestemming gevraagd om een paar keer per week dit dagboek te mogen plaatsen op hun website en hun Facebook. En dus weer meer lezers. Mijn dagboek gaat Europees!

     

    *w.v.t.t.k.: wat verder ter tafel komt.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Antenne ‘aan’ of ‘uit’ ? Dagboek van een Opperrabbijn 6 januari 2021

    sjoel Terborg 2 2Soms word ik blij en na enig nadenken een beetje verdrietig. Vanuit Israël werd mij bovenstaande foto gestuurd van de sjoel uit Terborg! Eerst dacht ik dat een Israëlische toerist in Terborg was geweest, maar toen realiseerde ik me dat er vanwege corona geen Israëlische toeristen in Nederland kunnen zijn en dat de sjoel in 1945, net voor het einde van de oorlog, getroffen was door een bom van de geallieerden en totaal verwoest. Maar na even nadenken en het bijgevoegde bericht gelezen te hebben begreep ik dat het een replica betreft van de sjoel die eens in Terborg stond en nu in een stadje in Israël staat. Prachtig, dacht ik. Een soort eerbetoon aan de leden van Terborg die niet ‘terugkwamen’. Leeft Terborg toch nog een beetje en dan nog wel in Israël. Maar anderzijds een keihard teken dat wat eens was er echt niet meer is. De Thorarollen waren overigens in de oorlog verborgen en overleefden dus wel. De leden van de Joodse gemeente nauwelijks.

    Eindelijk kwam Mishpacha weer in de bus. Mishpacha is een magazine dat wekelijks uitkomt in het Engels en in het Ivriet. Een wereld aan bijzonder interessante artikelen vanuit de gehele Joods orthodoxe wereld. Al meer dan twee maanden niets meer ontvangen, terwijl ons abonnement echt betaald was. Na de nodige telefoontjes werd het een paar weken in een reguliere onherkenbare envelop gestuurd. Dat het ‘Joodse post’ was, kon niet gezien worden. Het kwam aan, en daar ging het om. En vandaag weer de eerste ontvangen zonder onherkenbare envelop maar gewoon in een doorzichtige plastic verpakking. Duidelijk herkenbaar Joods. Aangekomen uit Israël, alleen op de kop af twee maanden te laat. Ik ben benieuwd of de andere zeven ontbrekende uitgaven ook nog aankomen. Ik denk nu iets wat ik eigenlijk niet mag denken: misschien werd het niet doorgestuurd omdat het duidelijk Joods oogde. Niet goed dat ik zo denk! Maar het blijft vreemd dat hetzelfde magazine in een onherkenbare envelop moeiteloos op tijd komt en een zichtbaar Joods tijdschrift maanden later of helemaal niet. En toch zie ik absoluut niet achter iedere boom een antisemiet. Maar soms is het lastig om de balans te vinden tussen naïviteit, realiteit en achterdocht.

    Wat belangrijk is voor een rabbijn, speciaal in deze periode, is om het Nederlands meer dan goed te beheersen. Ik herinner mij dat ik ooit een aanbod heb gekregen om de opperrabbijn van Zürich te worden. Hoog salaris, emolumenten, dienstwoning en de vorige rabbijn van Zürich, de voormalige opperrabbijn van het Israëlische leger Piron, had mij voorgedragen. Ik had dus zeer goede papieren, zoals dat heet. En toch heb ik er nauwelijks over nagedacht. Een van de redenen was dat ik, hoewel ik goed Duits sprak, toch bang was de nuances niet voldoende te kunnen oppakken. In het Nederlands meen ik daartoe erg goed in staat te zijn. En dus deed een heel onschuldig bijna inhoudsloos emailbericht, dat ik gisteravond heel laat ontving, mij vermoeden dat er achter de letters een grote zorg schuilging. Ik dus gewoon de telefoon genomen, hoewel het al tegen middernacht liep. Het klopte. De schrijfster, een door-en-door goede vrouw, was erg bezorgd. Angst voor corona, angst voor het welzijn van haar kleindochter die net met de corona was begonnen. Ik hoop en vermoed dat mijn telefoontje op het juiste moment met, naar ik meen, de passende woorden, heeft geholpen. Een rabbijn wordt geacht zijn antenne en voelhorens steeds uit te hebben staan. ‘Uit’ te hebben staan? Of moet ik schrijven ‘aan’ te hebben? Maar of het ‘uit’ of ‘aan’ is doet er niet echt toe, want het gaat om de vaak onzichtbare betekenis, emotie en diepgang die ‘achter’ de woorden verborgen kan liggen. Een diepgang die niet alleen te vinden is achter het geschreven woord, maar ook en vaak juist in het visuele contact, de lichaamshouding, de blik in de ogen. En dat uiterst belangrijke ‘vertalen’ gaat verloren in deze voor velen uiterst moeizame en deprimerende corona-periode. En dus wordt er een extra beroep gedaan op rabbijnen om ook achter geschreven en telefonische woorden vertaalslagen te maken en signalen op te vangen. Of die antenne nou uit of aan staat is niet relevant, zolang de drager van de antenne maar door de woorden kan heen kijken.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Antisemitisme op Jom Kippoer in Zweden

    In Brussel was vandaag een conferentie met verschillende Europarlementariërs georganiseerd door EJA, de European Jewish Association. Onderwerpen: veiligheid, koosjer slachten, besnijdenis. De hele conferentie uiteraard via zoom met slechts enkelen fysiek aanwezig, waaronder mijn persoon. Om 10:15 uur vertrokken en zojuist weer thuis aangekomen, precies 12 uur later. De vertegenwoordiger van Zweden mv. Saskia Pantell, voorzitter van de Zweeds-Israëlisch samenwerkingsverband, had afgezegd vanwege de nazi-demonstraties op Jom Kippoer.

     

    U leest het goed. Demonstraties tegen Joden op Jom Kippoer in Zweden waar slechts een handjevol Joden woonachtig zijn. Geen demonstratie tegen Israël, maar gewoon puur tegen de Joden. Joodse Zweden kregen brieven in hun bus met o.a. de opmerking dat Joden hun kinderen besnijden om kinderbloed te kunnen proeven. Kijkt u hier maar even. Ik hoop dat de Nederlandse media hieraan ook aandacht willen besteden ondanks het feit dat de demonstratie en de antisemitische folders niet tegen Israël waren gericht. Mijn fijne en optimistische Jom Kippoer gevoel was plotsklaps verdwenen. Niet goed.

     

    De Israëlische minister van Diaspora Mv. Omer Yankelevich deed ook mee aan de conferentie, als zoomer. Duidelijk stelde zij dat om als Joods volk te overleven wij niet onze keppeltjes moeten gaan verbergen of anderzijds ons moeten verstoppen. Integendeel: om te overleven moet de Joodse gemeenschap zijn identiteit juist behouden en versterken. Maar om antisemitisme te bestrijden moeten er ook coalities worden gevormd met niet-Joodse groeperingen, hetgeen we in Nederland duidelijk doen.

     

    Duidelijk werd verwoord dat antisemitisme van alle kanten komt: extreemrechts, extreem-links en Moslimextremisme. Om te voorkomen dat ik te depressief zou worden heb ik maar naar mijn autogarage gebeld om te vragen wanneer mijn nieuwe leaseauto klaarstaat. De auto was inmiddels wel al gearriveerd. Mijn depressie was al bijna verdwenen.

     

    Maar denkend aan de nieuwe auto dwaalden mijn gedachten af naar Jom Kippoer: G’d vroeg ons echt niet in welke auto wij hebben gereden. Wel zal Hij ons hebben gevraagd of wij onze medemensen geholpen hebben om op de juiste plaats aan te komen, hun doel te bereiken. G’d vroeg ons ook niet hoe groot ons huis was, maar wel hoeveel gasten er over de vloer kwamen. G’d zal ook geen navraag hebben gedaan over de grootte van onze klerenkast, onze garderobe, maar Hij zal wel graag weten hoeveel arme mensen we hebben mogen kleden. En, zo kwam het in mijn gedachten op, zal G’d ook niet geïnteresseerd zijn geweest in het aantal vrienden dat wij hadden, maar wel zal Hij benieuwd zijn aan hoeveel medemensen we vriendschap hebben gegeven. En tenslotte is het zelfs niet belangrijk in welke buurt we woonden, maar essentieel is wel hoe we omgingen met onze naasten.

     

    Ondertussen werd er gesproken over de veiligheid en beveiliging van synagogen en andere Joodse gebouwen. De veiligheidsdeskundige waarschuwde dat politici de neiging hebben te vergeten want het is alweer een tijdje geleden dat er een terreuraanslag heeft plaatsgevonden. Het moge stil zijn, maar de vijand slaapt niet en dus, waarschuwde de EU-deskundige, mogen de Joodse instellingen niet indommelen.

    Het was het dagje wel. Na overleg met mijn (lijf)arts zag hij geen bezwaar aan mijn deelname aan deze EU-conferentie, mits 1,50 m social distance, handen wassen en ventilatie, ventilatie, ventilatie. Ondertussen heb ik ervoor gezorgd dat ik de conferentie voor 18:00 uur heb verlaten zodat ik geen verplichting/advies heb om in quarantaine te gaan. Onderweg nog een hele tijd stilgestaan op een parking voor een belangrijk telefoongesprek.

     

    En nu dus thuis en rustig naar bed, dacht ik. Want er kwam nog een telefoontje want er was iets misgegaan bij een begrafenis. De functionaris functioneerde niet, was niet genoeg zichtbaar en kwam knullig over, zo in het kort was de inhoud van het gesprek dat ik met de zoon mocht voeren. Ik voel me schuldig, want ik had dus de lokale jonge rabbijn beter moeten uitleggen hoe e.e.a. in z’n werk gaat. Een gemiste kans. Juist bij een begrafenis is de pastorale zorg zo heel erg belangrijk. Of de kritiek op de rabbijn terecht was of niet, is niet relevant: het blijft een triest gegeven dat de zoon en ook de kleinkinderen met een naar gevoel zijn blijven zitten, en dat had niet gehoeven…..

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ben ik rabbijn of predikant? Dagboek van een Opperrabbijn 23 november 2020

    Het was vandaag een ouderwetse Mediene-dag. Gewoon om 7:30 uur in de auto, met chauffeur nr. 1 van Amersfoort naar Almere voor de maandagochtend sjoeldienst, snel-ontbijt in Amersfoort en daarna, met chauffeur nr.2 naar Winterswijk, Aalten, Borculo om vervolgens om 19:00 uur weer thuis te zijn in Amersfoort. En daarna, als een soort dagsluiting, een zoom-vergadering. Het was me het dagje dus wel. Onderweg bezig geweest met Chanoeka. Geregeld zijn nu Bourtange, Arnhem, Eindhoven en Kampen. Nijmegen is bijna rond. In deze plaatsen zal ik dus gewoon, gelijk andere jaren, aanwezig zijn. Uiteraard met alle RIVM-restricties. Maar onderweg was ik bezig met het organiseren van de eerste avond, donderdag 10 december om  19:30 uur een life-stream landelijke uitzending. In Winterswijk heb ik naast een paar bezoeken-met-mondkapje alle Thora-rollen in de sjoel gecontroleerd. Zijn ze wel of niet koosjer. En in Borculo een kijkje genomen in de deels gerestaureerde sjoel. Eens was hier een grote orthodox Joodse Gemeente. Nog slechts één Jood telt Borculo. Hij was een van de drie bestuursleden van de Stichting Synagoge Borculo die mij ontvingen. Alle drie gedreven om op z’n minst de herinnering aan wat eens was, levend te houden. Een plaquette met namen van de vermoorde Joden, het mikwa, boeken en relikwieën. Een reliëf plattegrond van Borculo voor de oorlog met lampjes van alle woningen en bedrijven die Joods waren. En terwijl ik dat bekijk vertelt mij de voorzitter dat de Stichting probeert om de sjoelruimte, die nu verhuurd is aan een sociale werkplaats, tot een educatief herinneringscentrum te maken, maar ze hebben het geld van de huur nodig. Ik voel boosheid opkomen. Wat is er gebeurd met alle Joodse huizen? Alle Joodse bankrekeningen? Een van de overlevenden, zo werd mij verteld, woonde na terugkomst in het huis van zijn opa, maar moest wel huur betalen. Neen, niet aan zijn opa, want die was vergast, maar aan de koopjesjager die in de oorlog het huis had overgenomen zonder een cent te betalen aan zijn opa. Ik ben trouwens vergeten of ik dat in Winterswijk heb gehoord vandaag of inderdaad in Borculo, want overal komt de oorlog boven. Maar het zou niet meer dan redelijk zijn als de Gemeente Borculo de sjoel aan de Stichting schenkt. Er is heel wat van ons gestolen.

     

    Het waren fijne bezoekjes vandaag, maar de eenzaamheid is groot. Eens woonden al deze oudere mensen in bloeiende Joodse Gemeenten, nu zijn ze stuk voor stuk de laatste der Mohikanen. In Winterswijk vernam ik van de voorzitter dat haar zus in Israël dagelijks mijn dagboek leest. Dat is nou weer eens leuk. Mooi was ook te horen van de ambassadeur van Duitsland per e-mail dat hij in het NIW had gelezen in mijn dagboek dat ik net voordat ik bij hem kwam, mijn auto in de vangrail had gereden en dat hij daarvan niets had gemerkt in mijn houding. Zo hoort het. Als ik bezig ben met gebed, met een lezing, met een pastoraal gesprek of met een ambassadeur, dan moet ik niet ergens anders met mijn gedachten zijn. De Ba’al Shem Tov heeft ooit gezegd: de mens is waar zijn gedachten zijn. En dus was ik toen ik bij de Duitse Ambassadeur was, in zijn residentie, in gesprek met de ambassadeur en was mijn gedachte niet bij mijn nieuwe auto die ik net van de nodige deuken en krassen had voorzien.

     

    Het slot van mijn werkzame dag was de zoom-vergadering van OJEC met vertegenwoordigers van Christelijke en Joodse organisaties. Een goede vergadering die van de voorzitter, Piet van Midden, een 7½ kreeg. Ik kreeg daar ook iets, wat voor mij volledig nieuw was. Het kan u niet ontgaan zijn in de loop van mijn dagboeken dat een rabbijn met van alles en nog wat bezig is. Maar heden heb ik een functie erbij gekregen die waarschijnlijk uniek in de hele wereld is. Er werd gesproken over de opstelling van de Kerk ten opzichte van Joden. Antisemitisme, antizionisme en bekering. Hoe het precies ter sprake kwam is me niet helemaal duidelijk, maar vanuit de Christelijke hoek kwam er kritiek op Christenen voor Israël. Christenen voor Israël zou als doel hebben het bekeren van Joden. Ik denk niet dat dit soort interne Christelijke meningsverschillen in deze groep aan de orde dienen te komen. Gelijk ook verschil tussen Traditioneel Jodendom en Reform niet in dit gremium thuishoort. Maar de aanval op Christenen voor Israël kwam dus toch ter sprake en aan mij, de rabbijn, werd verzocht om de Christenen voor Israël te hulp te komen en uitleg te geven waarom op grond van het Christelijk denken zending niet past bij Christenen voor Israël. Ik vroeg mezelf bijna af: ben ik rabbijn of predikant?

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Beroepsgeheim! Dagboek van een Opperrabbijn 19 oktober 2020

    Vandaag kon ik min of meer de hele dag niet op de computer want er werd een nieuwe geïnstalleerd. Ik was redelijk bevreesd omdat het een hoogwaardige computer ging worden met daaraan ook een hoogwaardig prijskaartje. Ik wachtte al enige maanden tot het nieuwe wonder eindelijk vandaag zou arriveren. Waarom niet een eenvoudige goedkope die direct leverbaar was?  Bij een goede bekende, een oud-leerling, advies ingewonnen en toen kwam er dus een combinatie uit van een kleine lichte laptop en een groot zwaar scherm met toetsenbord en ingebouwde camera. Het grote scherm voor thuis op mijn Opperrabbinaal Hoofdkantoor (mijn Rabbinaat heeft de afmeting van één vierkante meter en bevindt zich in de hoek van onze woonkamer) met de kleine zeer lichte laptop die het scherm aanstuurt. Maar die kleine lichte laptop kan ook makkelijk meegenomen worden zodat ik zelfs vanuit de auto (als ik niet zelf achter het stuur zit!) verder kan met het beantwoorden van e-mails, het schrijven van mijn dagelijkse dagboek, het in elkaar fabriceren van Rab@Rik - levenslessen van de Opperrabbijn - dat op www.cip.nl verschijnt, het bekijken van diverse documenten en archieven, het in contact blijven met buitenlandse collega’s enz.  De operatie, het overzetten van al mijn gegevens, die bijna een hele dag duurde, viel mee. En u, beste dagboekenier, heeft de primeur om de eerste productie te mogen ontvangen. Lijst dus s.v.p. dit dagboek in, wie weet wat voor waarde dit in de toekomst zal krijgen!

     

    Hoewel dus per e-mail vandaag moeizaam bereikbaar, werkte de telefoon normaal. Weer van alles en nog wat door mekaar. Maar ik observeer iets vreemds. Regelmatig word ik gevraagd om naspeurwerk te verrichten over Joodse afkomst. Maar het aantal dat mij deze weken bereikt is wel erg groot. Met maar liefst zes gevallen ben ik bezig, bijna allemaal van niet-Nederlanders wier ouders of grootouders uit ons land afkomstig zijn. Bij bijna allemaal weten of vermoeden ze sinds kort dat ze afkomstig zijn van Joodse voorouders. Bij allen hadden de grootouders na de oorlog alles in het werk gesteld om de Joodse afkomst te verbergen en sinds kort is dat dan toch uitgekomen. En dus gaan de nazaten op zoek naar hun afstamming en dan kom je uiteraard uit bij de rabbijn, waar anders zou ik bijna zeggen. Ik voel me soms een gediplomeerd Joods vuilnisvat. Ik ben nu bezig met twee Nederlandse gevallen, een uit Nieuw-Zeeland, een uit Israel, een uit België en een heel lastige uit de voormalige Sovjet-Unie. Lastige klusjes die enerzijds een heel zakelijke aanpak behoeven, anderzijds erg gevoelig en emotioneel liggen. Ik heb het gevoel dat dit soort identiteitsproblematiek wordt aangewakkerd door het vele thuiszitten en ook door de confrontatie met de relativiteit van het leven, het wegvallen van zekerheden, die nu toch minder zeker blijken te zijn.

     

    Vragen of wij iemand kennen die een geschikte huwelijkspartner zou zijn voor zoon of dochter bereiken ons ook regelmatig, maar die zitten in de portefeuille van Blouma. Die kent altijd iedereen, weet de juiste vragen te stellen en heeft erg vaak al voor het kennismakingsgesprek per telefoon al een paar ideeën. Maar dan is er nog niemand getrouwd, zo snel gaat het ook weer niet. Deze week werden we gebeld door een vader die voor zijn dochter in Israel via een datelijst een keurige jongen had gevonden. Maar wat bleek, de jongen oorspronkelijk uit Nederland afkomstig, had niet de hele waarheid over zichzelf opgegeven. En aan mij nu het verzoek of ik even de datasite kan aanspreken en/of ook de jongen een reprimande kan geven. Ja, wat moet ik daar nou weer mee, gonsde het door mijn hoofd. Ik ken die jongen nauwelijks tot niet. Maar het probleem loste zich automatisch op. Tien minuten na het telefoontje van de boze vader van het meisje belt de jongen uit Israel me zelf op. Hij heeft een probleem. Moet hij wel of niet meteen nog voor het eerste gesprek het kleine probleem dat hij met zich meedraagt vermelden. Als hij dat doet, zal niemand in hem geïnteresseerd zijn omdat hij a priori zal worden afgewezen. Anderzijds wil hij absoluut de waarheid niet verzwijgen. Na enig flitsend denkwerk heb ik hem een advies gegeven waarmee komende vaders niet boos kunnen worden en hij zonder onwaarheid te verkondigen, zonder bewust te verzwijgen en zonder zijn kansen op de datesite huwelijksmarkt te verkleinen, gewoon verder kan. Wat ik hem heb geadviseerd? Beroepsgeheim!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Beste Philip, voorzitter van de Joodse Gemeente Breda, Dagboek van een Opperrabbijn 13 december

    Ik ben wel een beetje boos. Een beetje maar natuurlijk, want boos worden op Philip Soesan kan niet zo makkelijk, want daarvoor ben je veel te beleefd en te vriendelijk. We hebben gedurende de twintig jaar veelvuldig contact gehad en vaak heb je mij vragen voorgelegd, maar de vraag of ik akkoord ben dat je je voorzitterschap van nog maar twintig jaar gaat neerleggen, heb ik (nog) niet voorgelegd gekregen. Het antwoord zou zijn: zeker niet! Maar je hebt me niets gevraagd en dus heb ik het maar te accepteren, helaas!

     

    Philip, weet dat ik je erg bewonder en heel veel van je heb geleerd. Waarop ik doel? Als baby de oorlog te hebben overleefd, nooit je ouders gekend te hebben, pas op latere leeftijd, toen je zelf al met Els was getrouwd en zelf al vader was, voor het eerst een foto van ze te hebben gezien en desondanks zo normaal te blijven, althans voor het oog van de buitenwereld, is erg knap, bijna onmogelijk. En dan ook nog in staat zijn om scholen te bezoeken en pogen uit te leggen aan de jeugd waartoe onderscheid maken tussen mensen en übermenschen kan leiden. En mij dan ook nog heel zakelijk, bijna zonder emotie, kunnen vertellen dat er leerlingen waren die demonstratief hun stoel omdraaiden omdat ze niet van hun ouders naar de Jood Soesan mochten luisteren… Dit alles getuigt van grote wijsheid en van een enorme kracht.

     

    Het is geen toeval, want toeval bestaat niet, dat je afscheid neemt gedurende Chanoeka. Chanoeka staat voor het verspreiden van licht, het verdrijven van duisternis, het brengen van warmte aan de medemens. Als voorzitter was je er voor iedereen, vaak als een zuiver vlammetje als anderen geen licht meer zagen. Dat is een voorzitter! En toen je vermoedde dat mijn persoon en/of mijn positie onder vuur lag vanwege bestuurlijke ressortale ruzie, waar ik overigens buiten stond, was je vraag aan mij: “Het is toch niet tegen jou, hè? Want dat zal ik niet accepteren.”  Maar het meest is mij bijgebleven het cadeau dat je me gaf na afloop van een lezing bij jouw/onze Joodse Gemeente Breda. Gewoonlijk krijg ik niets en als ik wel iets krijg is dat meestal een bos bloemen, hetgeen ik overigens zeer waardeer. Maar jij had iets afwijkends. In een interview met het NIW had gestaan dat ik iedere ochtend een bord Brinta eet. En dus kreeg ik maanden later na afloop van een sjioer een pak Brinta. Ik denk dat er weinig rabbijnen of geestelijken van andere denominaties zijn die thuiskomen met Brinta als een vergoeding voor een lezing. Moet ik dit pak Brinta opgeven aan de Belasting? Overigens ben ik inmiddels van de Brinta af en zit ik nu reeds jarenlang aan de Quaker Havermout Naturel. Dit even een seintje naar je opvolger.

     

    Philip, dank voor je inzet, je toewijding, je vriendschap en speciaal voor het licht dat je naar zovelen en zeker naar mij uitstraalde. Je was, bent en zult nog vele jaren gelijk een Menora zijn, die uitstraalt naar de medemens.

     

    Het ga je goed en we blijven zeker contact houden!

    Binyomin

     

    Bovenstaand mijn afscheidsbrief aan Philip Soesan, de inhoud spreekt voor zich. Hij is een van die mensen die getekend door de oorlog het Jodendom overeind wilde houden.

     

    Opperrabbijn Berlinger zijn echtgenote Dr. Wikler voorzitter van het NIK Drs Joop Sanders secr. van het NIK en ik. 2Toevallig, maar toeval bestaat niet, kreeg ik recentelijk een foto toegestuurd. Op de foto staan Joop Sanders, de voormalig secretaris van het NIK. Als weeskind kwam hij uit de oorlog. Dr. Manus Wikler zl., jarenlang voorzitter van het NIK en voordien voorzitter van het bestuur van mijn opperrabbinaat, Meir Groen zl., de opvolger van Wikler als voorzitter van het IPOR. Decennialang hebben wij samen opgetrokken. Hij was mijn steun en toeverlaat. Vele keren per dag hadden wij contact. Heel veel heb ik aan hem te danken. Samen zijn wij naar Israël gevlogen voor de lewaja-begrafenis van opperrabbijn Berlinger, mijn voorganger. En jaren en jaren later vloog ik alleen naar Israël voor de onthulling van zijn matsewa-grafzerk. En ook staan Mevrouw zl. en Opperrabbijn Berlinger zl. op die foto. Tijdens het 25-jarig bestaan van het Sinai Centrum heeft hij publiekelijk gesproken over “mijn opvolger rabbijn Jacobs”. Van het Chassidisme, waartoe ik mezelf reken, moest Berlinger niets hebben. Maar, zoals hij mij meerdere keren liet weten, “Uw opstelling om naar de mensen toe te gaan en niet te wachten tot men bij U komt, dat hebben wij gemeen”.  Berlinger was een van die mensen die achter het overbrengen heeft gezeten van de Joodse bevolking van Denemarken naar Zweden op die bewuste Jom Kippoer in de oorlog. Met die repatriëring van veroverd Denemarken naar neutraal Zweden werden duizenden levens gered. Berlinger was toen rabbijn in Malmö.  Tenslotte sta ook ik op die foto, als jong rabbijntje, maar reeds assistent van Berlinger zl. Wat hadden allen op de foto gemeen (behalve ik)? Allen overlevenden die gezworen hadden het Jodendom te herbouwen op de ruïnes van wat eens was. Voelt u de link naar oud-voorzitter Philip Soesan? En ziet u de relatie met Chanoeka? Het licht van de Menora trotseert de eeuwen, laat zich niet doven, dankzij het zuivere vlammetje van mensen als Joop Sanders, Manus Wikler zl., Meir Groen zl., Opperrabbijn Berlinger zl., mevrouw Berlinger zl. Wat ben ik trots om met deze overlevenden op de foto te mogen staan.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Betrapt met pet! Dagboek van een Opperrabbijn 2 december 2020

    Het is lastig om het midden te vinden tussen overdrijven en naïviteit. De gulden middenweg is de juiste weg om te bewandelen, dat moge duidelijk zijn. Maar waar ligt die gulden middenweg? Van een oudere intelligente dame, een moedige vrouw, had ik al enige weken niet meer vernomen. En dus belde ik haar op en bleek ze al een tijdje een beetje te sukkelen met haar gezondheid. Goed dat ik haar had gebeld, maar ik voel me wel schuldig dat ik nu pas, na een paar weken, haar afwezigheid had bemerkt. Ondertussen, omdat ik haar had gebeld, is ze een paar van mijn dagboeken gaan lezen en stuurt me de volgende reactie: “Beste rabbijn Jacobs. Ik lees uit uw dagboeken dat u veel mensen ontmoet met persoonlijke problemen en dat u zich ernstige zorgen maakt over het opkomend antisemitisme. Dat lijkt me erg zwaar. Ikzelf vind het verschrikkelijk die ervaringen te lezen. Het is me te veel. Ikzelf ben groot geworden met de woorden ‘mag niet, anders maken ze je dood’ gedurende de oorlog. En na de oorlog moest ik in geuren en kleuren alle verschrikkingen aanhoren van overlevenden van de kampen. Voor mij begon de oorlog na 5 mei ’45. Ik wil al die ellende die u moet aanhoren liever niet lezen.” En dus, na deze reactie, vraag ik me af wat de gulden middenweg is. Ik probeer te waarschuwen voor het opkomend antisemitisme, maar ik moet, mag en wil absoluut geen paniek zaaien en zeker niemand die al pijn heeft, nog meer pijn bezorgen. Heel veel WhatsApps ontvangen om ‘het Joodse geluid’ te laten horen over de rel rondom Forum voor Democratie. Maar wat is ‘het Joodse geluid’? En ben ik dan ‘het Joodse geluid’? Maar zwijgen? Een goede vriend van mij, een niet-joodse psychiater, heb ik mijn probleem voorgelegd. Als ik m’n mond open doe gaan sommigen gillen of doe ik, bijvoorbeeld deze moedige vrouw, onnodig pijn. En als ik zwijg krijg ik klachten dat ik niets laat horen. Zijn reactie was heel duidelijk: “Als je nu je mond niet opendoet, ben je voor mij geen rabbijn meer. En als mensen door jouw opmerkingen verdrietig worden, help ze. Dat is toch jouw primaire taak als rabbijn.” Maar naast zorgen over het opkomend antisemitisme en alle daaraan gekoppelde spanningen, begint Chanoeka erg dichtbij te komen. Vandaag een telefoontje uit Jeruzalem om tijdens het aansteken van de menora bij mij thuis, zonder gasten, een filmpje te maken met een oproep om ook als het buiten niet mogelijk is vanwege corona de menora aan te steken, het vooral wel binnen te doen. De oproep moet in het Nederlands na het aansteken van het derde lichtje. Een tweede telefoontje, ook vandaag dus, uit Brussel om, ook na het aansteken van het derde lichtje, een boodschap in het Engels over een niet-religieus onderwerp, maar wel over Chanoeka. En de derde opdracht/verzoek kwam uit Zuid-Amerika om een toespraak te houden in het Nederlands van 25 minuten. Dat zal aan nog zeven opperrabbijnen gevraagd worden. Iedere avond zal een rabbijn uit een ander land spreken en voor ondertiteling zal gezorgd worden. Los hiervan heb ik komende week ook nog drie tv-opnames over…Chanoeka! Na al die telefonische verzoeken voor TV, zoom, video’s, Whatsapps en YouTube vraag ik mezelf af of ik wellicht beter regisseur kan worden. Maar ondertussen zal ik de komende week keihard aan de voorbereiding moeten werken. Voor het opnemen van de video’s heb ik al een vrijwillige professional gevonden. Maar aan mij de teksten! Dat is ook een spanning, maar wel fijn. Maar toch geven al die problemen spanning, verdriet en teleurstelling. Het werd me een beetje te veel. En dus heb ik vanavond gespijbeld. Blouma en ik hebben de auto genomen, naar het strand gegaan. Uiteraard ging ik niet met mijn hoed op, maar met een pet. Even incognito. Uitwaaien. Heerlijk! We lopen nog geen twintig minuten op de boulevard, ruiken het water, voelen de wind of plotseling roept iemand achter mij: rabbijn Jacobs! Waarom draagt u geen hoed. U zegt toch altijd dat we niet moeten zwichten voor het antisemitisme en onze Joodse kleding moeten behouden gelijk onze voorouders in Egypte. U zegt toch altijd dat u niet bereid bent uw hoed in te wisselen voor een baseball-cap! Ik wist even niet wat te antwoorden, ik voelde me betrapt met mijn pet, maar de wandeling was wel erg verfrissend.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/