Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • Loofhuttenfeest

    Het voelde vreemd, maar langzaam ben ik eraan gaan wennen om mensen niet meer op kantoor en zelfs niet meer in huis maar in onze tentsjoel te ontvangen. En zo ontving ik vandaag vier mensen in de Jacobs’ tent. Ondertussen raak ik wel een beetje gestrest van alle (terechte?) paniek. Wel mondkapjes, geen mondkapjes. Vervolgens wordt er bij mij op aangedrongen dat ik alle bestuurders benader met advies wat ze wel en/of niet moeten doen met wel/niet bijeenkomsten en/of wel/niet synagogediensten gedurende het Loofhuttenfeest-Soekot. Na enig polderwerk heb ik de volgende tekst samengesteld, door twee hoogleraren laten bekijken en vervolgens laten versturen aan de Joodse Gemeenten:

     

    Aan de besturen, rabbijnen en voorgangers van de Joodse Gemeenten,

    Allereerst wens ik u allen nog vele jaren in voorspoed, goede gezondheid en shalom.

    Waarschijnlijk ten overvloede wil ik u erop attenderen dat in het geval er in uw kehilla sjoeldiensten de komende Jom Tov dagen zullen plaatsvinden, het een absolute vereiste is de regels van het RIVM te volgen. Met name is het van belang dat ook en juist in kleinere sjoels de afstand van 1½ meter wordt gerespecteerd en ik kan niet genoeg benadrukken dat ventilatie van essentieel belang is.

    Gezien de grootte en de ventilatiemogelijkheden van sjoel tot sjoel verschillen, verwacht ik dat er per gemeente naar bevind van zaken wordt gehandeld en het advies van de regering t.a.v. het dragen van mondkapjes ook in deze wordt meegenomen.

    Gut shabbos en gut Jom Tov!

     

    Uiteindelijk is iedere synagoge anders qua oppervlakte, qua ventilatiemogelijkheden en qua bezetting. Ondertussen is mijn loelav-stel aangekomen en ook de etrog en zitten we nog te tobben of we de eerste dagen Soekot, sjabbat en zondag wel/niet naar Maastricht zullen gaan. In Maastricht zal namelijk een catering zijn (vanuit Antwerpen) die andere jaren in Beekbergen is en onder mijn rabbinale toezicht staat. Er zullen nu maar weinig mensen komen en de cateraar is nog nerveuser dan als alles gewoon is. Er zijn twee geboden gekoppeld aan Soekot. 1: het ‘wonen’ is de soeka- loofhut gedurende het gehele Loofhuttenfeest en 2: het loelav-bensjen. En hoewel dit mijn dagboek is en geen cursus Jodendom voor beginners, toch even een minimale uitleg.

     

    Nadat we de Ontzagwekkende Dagen achter ons hebben gelaten, gaan we nu feitelijk alles opnieuw beleven, maar dan vanuit vreugde. We weten ons omringd door de loofhut en beseffen dat we afhankelijk zijn van Boven. De essentie van de loofhut is namelijk het dak dat van riet of andere takken is gemaakt. Je kunt door het riet de hemel zien en voelen (als het regent) en beseft de relativiteit van het beschermende huis. Maar ook nemen we vier soorten vruchten in onze hand. De loelav (dadelpalm), 3 Mirthe-takjes, 2 wilgentakjes en de etrog, een citrusvrucht. Die vier vruchten nemen we samen en spreken daarover een lofzegging uit. De dadel heeft een heerlijke smaak, maar ruikt niet. De Mirthe-takjes ruiken heerlijk, maar hebben geen smaak. De wilgentakjes ruiken niet en hebben ook geen smaak. De etrog ruikt heerlijk en smaakt voortreffelijk.

     

    Dit wijst op de vier soorten Joden. Sommige hebben veel kennis (smaak). Anderen leggen de nadruk op het doen van goede daden, maar qua kennis scoren ze niet hoog. Dan zijn er ook nog mensen die niet veel geboden naleven en ook hun kennis is minimaal. Tenslotte is er de etrog die uitmunt in kennis en in het naleven van de geboden in de praktijk. We nemen deze vier soorten samen en zwaaien ermee naar alle kanten en benadrukken hiermee o.a. de eenheid die het Joodse volk steeds moet nastreven en ook in de wereld moet brengen aan andere volkeren. Een mondiale eenheid in diversiteit!

     

    De loofhut zal in Maastricht bij de synagoge staan want om een loofhut bij het hotel te bouwen moest er een bouwvergunning zijn, die niet werd verkregen. Doet me denken aan die man die zijn loofhut voor zijn huis midden op de straat had gebouwd. Politie komt en sommeert hem om de loofhut af te breken. Na langdurig gefilosofeer en tegenpruttelen, stemt de man eindelijk in om de loofhut, die hij net had opgebouwd, af te breken maar, zo heeft hij netjes weten te bedingen: het afbreken hoeft pas over acht dagen! (En mocht u het niet snappen: over acht dagen is het geen Loofhuttenfeest meer en hebben we geen soeka meer nodig!)

     

    We gaan dus, zoals het er nu voorstaat, morgen naar Maastricht en maandag, als we weer terug hopen te zijn, komt m’n nieuwe auto en hopelijk ook de nieuwe computer, want de computer die ik nu gebruik heeft bijna de snelheid van een invalide slak. De nieuwe computer is er al bijna, want de factuur had ik al ontvangen en zelfs al betaald ook. Naar ik begrijp zal de nieuwe computer twee keer zo snel werken als de huidige. Met als resultaat: of het schrijven van uw dagboek kost mij de helft van de tijd of het dagboek zal 2 x zo lang zijn, want ik werk per uur, niet per woord.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Maar als vrijheid betekent dat alles kan en alles mag…. Dagboek van een Opperrabbijn 5 november 2020

    Mijn oog viel vanochtend op een Duits rapport van Markus Grübel, de gezant voor godsdienstvrijheid van de Duitse Bondsdag.  Hij stelt dat godsdienstvrijheid mondiaal steeds meer wordt beknot. Er is, volgens hem, sprake van een groeiend aantal landen dat strenge wetten invoert tegen godslastering en bekering. In een honderdtal landen riskeren mensen gevangenisstraf als zij anderen proberen te bekeren of daarvan verdacht worden. In een dozijn landen riskeren mensen zelfs de doodstraf als zij zich van hun geloof afkeren.  Het probleem betreft christenen, moslims, jezidi’s en Joden. 

    Zijn constatering sluit aan bij hetgeen ik gisteren, een beetje terloops, mij afvroeg in mijn dagboek. Waar begint vrijheid van godsdienst en waar eindigt die vrijheid?  En dan verder redenerend de vraag: waar begint de vrijheid van meningsuiting en is het goed dat die vrijheid onbegrensd is?

    Laat ik een voorbeeld geven. Ik als Jood heb een grote afkeer van mensen die mij proberen te bekeren. Even los van het probleem dat als ik me bekeer ik mijn baantje als rabbijn kwijt ben: Ik wil niet bekeerd worden! Laat me met rust! Maar ben ik van mening dat een missionaris of een zendeling in de gevangenis moet? Absoluut niet, tenzij hij mij fysiek of verbaal gaat bedreigen, want dat is net een stap te ver. Als dat gebeurt wordt er een grens overschreden en moet er wettelijk worden ingegrepen. Want zijn vrijheid mag niet leiden tot mijn onvrijheid!  Het moge duidelijk zijn dat, hoewel Jodendom niet aan bekeren doet, ik het wel als mijn plicht zie om mijn mede-joden de Joodse weg te wijzen. Daarvoor ben ik ‘ingehuurd’. Er moet van mij een niet dwangmatige inspirerende werking uitgaan. En die plicht, die opdracht, is ook aan de imam, de predikant, de humanistisch raadsman en de pastoor voorbehouden. En ook naar de niet-joodse samenleving hoor ik, als rabbijn, het geloof in de Eeuwige en het naleven van de zeven Noachidische Wetten te bepleiten. Het moet mij toegestaan zijn om aan te geven dat secularisatie in mijn optiek niet de juiste weg is. Wel dien ik steeds voor ogen te houden, dat ik een richting verkeerd mag vinden, maar de richting staat los van het individu. En dus, hoezeer ook ik secularisatie een onjuiste richting vind, betekent dat dus echt niet dat iemand die seculier is, dus niet deugt. Richting en individu, zijn aparte grootheden!

    In het Sinai Centrum, Joods psychiatrisch Centrum, waar ik meer dan 40 jaar als geestelijk verzorger aan verbonden was, heb ik steeds mijzelf en de medewerkers van de Dienst Geestelijk Verzorging erop gewezen dat, en ik breng het een beetje zwart-wit, als een patient onze kliniek binnenkomt als een orthodox levende Jood, hij ook bij vertrek weer orthodox-Joods moet zijn. Maar even zozeer andersom: als een Joodse patient ziek binnenkomt en hij/zij weliswaar Joods is, maar totaal ongelovig, dan moet hij ook als ongelovige onze kliniek verlaten. Gedurende zijn verblijf in ons psychiatrisch centrum is hij ziek, geestesziek. Het is onethisch om die periode te gebruiken, of beter gezegd te misbruiken, om hem de richting op te krijgen waarvan ik geloof dat dat de juiste is. Als duikouders in de oorlog, en dat is gebeurd, Joodse kinderen in die periode losrukten van hun Joodse geloof en ze bekeerden, ook dat vind ik niet correct, eigenlijk onaanvaardbaar.

    Ben ik dus voor vrijheid van Godsdienst? Zeker! Ben ik voor vrijheid van meningsuiting? Zeker! Ben ik voor persvrijheid? Zeker! Heb ik de vrijheid om de ander te overtuigen van mijn gelijk? Zeker!

    Maar iedere vrijheid moet wel met grenzen zijn omgeven.

    Bij de herdenking van 65 jaar bevrijding in Ter Apel op 14 juni 2010 heb ik het als volgt verwoord:

     

    Voor de bevrijding werd gestreden

    Voor toen, voor morgen en voor het heden.

     

    Maar als vrijheid betekent, alles kan en alles mag

    En respect verdwijnt voor Overheid en voor gezag.

     

    Als waarden en normen vervagen en verdwijnen

    Als mensen alleen denken aan zichzelf en aan de zijnen.

     

    En voor de ander is geen plaats en is geen oord

    Als het aanvaard is te denken dat dat zo hoort.

     

    Dan is de bevrijding van toen niet de bevrijding van het heden

    Is het niet de vrijheid waarvoor toen werd gestreden.

     

    Laten wij de helden van toen memoreren en eren

    Door antisemitisme, discriminatie en rassenhaat niet te tolereren

     

    We gedenken de slachtoffers in vrede

    Sjalom voor ieder mens, is onze bede….

     

    Polarisatie is een groot gevaar en vormt een wezenlijke bedreiging voor onze samenleving. Die oude wijze Joodse dame die me gisteren belde naar aanleiding van de aanslag in Wenen, nota bene de geboorteplaats van haar ouders, was met verdriet en zorg vervuld over de onschuldige slachtoffers. Maar tegelijkertijd, en dat maakt haar voor mij zo wijs, was ze bezorgd over polarisatie waaronder zij ook heel voorzichtig vermeldde het onnodig kwetsen van de godsdienst van een ander. Ik begrijp haar. Iedere vrijheid moet grenzen hebben, anders is de vrijheid een soort gevangenschap die fanatisme en polarisatie in de hand werkt. Fanatiek vrij kan net zo problematisch zijn als fanatiek gelovig. Of, zoals we dat lezen in de Spreuken der Vaderen (hoofdstuk 2:1): “Wat is de juiste weg die de mens moet kiezen? Iedere weg die eer geeft aan hem die hem volgt en waardoor hij bij mensen geëerd wordt.”

     

    En verder ben ik nog bezig geweest, achter de schermen, met de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn waar vele collaborateurs en moordenaars begraven liggen. En mijn wekelijkse zoomcursus voor RabbijnenNL. En, heel belangrijk: ik heb mijn snel-wandeling gemaakt!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Mijn auto in de vangrail! Dagboek van Een Opperrabbijn 15 november 2020

    Direct na de uitgang van de sjabbat kwam er een fotograaf van het Nederlands Dagblad om mij in sjabbat-kleding op de gevoelige plaat vast te leggen. Zondag was hij er weer, maar toen om mij in door-de-weekse kleding, wederom te vereeuwigen. Ik heb hiermee het ND (Nederlands Dagblad) aan vulling voor 2 pagina’s geholpen. Bij iedere foto een korte uitleg.

    Na sjabbat vond ik in mijn Inbox een e-mail van een bejaarde dame: “Lieve Rebbe, Ik hoop, dat het goed met u gaat en dat u in goede gezondheid bent. In de stilte van corona ben ik Thora gaan lezen en dat bevalt erg goed, dat heeft me de nodige positieve energie gegeven. Ik vind het leuk, als u iets terug schrijft.” Toch geweldig om, zonder dat ik er eigenlijk iets voor hoef te doen, iemand tot steun te mogen zijn.

     

    Ondertussen ben ik bijgekomen van donderdag. Ik bedoel niet zozeer de vierhonderd kilometers en ook niet de spanning van de bezoeken. Neen. Ik doel op de aanrijding die ik had en de zware blikschade aan mijn auto. Laat ik even in het kort uitleggen wat er is gebeurd. Ik was dus op de omstreden Duitse begraafplaats Ysselsteyn, daarna in Den Haag in de ambassade van Israël waar de Gereformeerde Kerken hun Schuldbelijdenis officieel overhandigden en daarna een gesprek met de ambassadeur van Duitsland in zijn Haagse residentie. Een rabbijn wordt geacht om, voordat hij tot een oordeel komt, zich eerst goed te verdiepen in de problematiek. Mij werd verzocht om te oordelen over de kranslegging op de nazi-begraafplaats in Ysselsteyn. Hoe dat verzoek bij mij kwam is niet relevant, maar het kwam van verschillende kanten. En dus wilde ik zien en ter plekke horen wat hier speelt. Wordt hier herdacht? Wordt hier eer betoond aan Nederlandse landverraders en SS-ers? Of liggen hier uitsluitend gewone soldaten? En wie waren de kindsoldaten waarover wordt gesproken? Onschuldige kinderen van 10 jaar? Ik heb me een goed beeld weten te vormen. Daarna dus de Schuldbelijdenis van de Gereformeerde Kerken en daarna het gesprek met de Duitse ambassadeur. Maar daartussen een aanrijding. Hoe verliep die aanrijding: Ik reed de parkeergarage uit van de Israëlische Ambassade. Dat was eenvoudiger gezegd dan gedaan. Iemand moest met mij mee vanaf de ambassade op de zesde verdieping via allerlei beveiligde deuren, een lift die voor mij bediend werd en vervolgens mijn auto in en de parkeergarage UIT. Maar die parkeergarage was op slot en moest voor mij geopend worden. Ik reed dus naar de uitgang. Voor mij verscheen plotseling de man die voor mij de slagboom moest openen. Waarom hij daar midden op de weg stond en niet aan de kant, was mij niet duidelijk. Bovendien was het donker. Door mijn hoofd flitste de vraag waarom hij mij de weg blokkeerde en omdat ik hem niet omver moest rijden zocht ik naar de slagboom. Die slagboom was er niet, maar naast hem, aan de rechterkant zag ik iets dat kon duiden op een nog gesloten rolluik. Het rolluik ging toen inderdaad omhoog en ik dus netjes naar rechts om voor het rolluik te komen en om de medewerker van de ambassade niet te dicht te benaderen draaide ik op tijd naar rechts. Maar ik had niet gezien dat er rechts van mij een lage vangrail was…Auto naar de garage gebracht op vrijdag en nu rijd ik dus in ‘vervangend voertuig’. Ik had er goed de pest in. Kost tijd, gezeur en geld. Maar nadat ik in mijn voorbereiding naar de sjabbat weer eens duidelijk had gelezen dat zelfs de beweging van een grassprietje al vanuit het Boven was geregeld, zoveel te meer wat de mens overkomt. En dus, op weg naar sjoel voor de vrijdagavonddienst, zocht ik de diepere betekenis van die botsing: 1/ De medewerker van de ambassade stond voor de botsing midden op de weg. 2/ Ik zag geen uitgang, want er was geen slagboom 3/ Omdat de vangrail heel laag was onttrok die vangrail zich aan mijn gezichtsveld en veroorzaakte de botsing. Het enige doel van de vangrail was dus om mij te treiteren! Zo beleefde ik het op donderdag. Maar al lopend naar de synagoge, vrijdagavond, toen ik mijn aanrijding nog eens in gedachte herbeleefde en er iets zakelijker tegenaan keek, begreep ik dat 1/ de medewerker er speciaal stond om mij de uitgang te wijzen. 2/ de uitgang was een rolluik en geen slagboom als extra beveiliging om ongewenste figuren buiten te houden en 3/ de vangrail moest aanrijdingen voorkomen tussen ingaand en uitgaand verkeer.

    Waarom keek ik er een dag later anders tegenaan?  Donderdag overheerste mijn gevoel. Een dag later, op weg naar de synagoge, mocht ook mijn verstand meekijken en kreeg ik dus oog voor de nuance. Het was dus een dag van nuances, maar niet alleen bij de botsing: 1/ Ysselsteyn was voor mij toch iets anders dan ik in eerste instantie vermoedde. De brasserie bleek een gelegenheid waar een kopje koffie werd gedronken in aansluiting op het bezoek aan een indrukwekkende educatieve tentoonstelling waarin gewaarschuwd werd tegen de gruwelen van oorlog. 2/ Tijdens de ceremonie op de Israëlische Ambassade begreep ik dat de Schuldbelijdenis aanvankelijk niet door alle kerken werd gedragen en dus gecompliceerder was dan ik vermoedde en 3/ bij de Duitse Ambassadeur ben ik tot het besef gekomen dat zijn Duitse “Gedenken” een andere betekenis heeft dan ons Nederlandse “Herdenken”.

     

    De klap tegen de vangrail had mijn ogen geopend voor de nuance, en dat is goed!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…. Dagboek van een opperrabbijn 14 oktober 2020

     

    Vandaag heb ik enige uren op Muiderberg rondgelopen en gezocht naar de graven van mijn overgrootouders, de ouders van mijn opa. Vandaag precies acht jaar geleden is mijn moeder overleden en had ik dus vandaag Jaartijd. Extra aan tsedaka, liefdadigheid, gedoneerd en natuurlijk lang bij het graf van mijn moeder gestaan. Zevenennegentig jaar heeft mijn moeder op deze aarde doorgebracht. Meer dan zestig jaar mocht ik haar als moeder hebben. En omdat ik toch op Muiderberg was heb ik uiteraard ook de graven van mijn grootouders bezocht en ook die van de ouders van mijn opa Jacobs. Veld C, rij 46, graf 82 en 83.  Maar ook heb ik gezocht en helaas niet gevonden.

     

    Een Israëlische arts die nu in België aan een van de Universitaire Ziekenhuizen is verbonden, probeert uit te vinden wie haar Nederlandse groot- en overgrootouders waren. En dus werd ze in contact gebracht met mij. We hebben al familie weten op te sporen waarvan zij het bestaan überhaupt niet wist. En ook die opgespoorde familie wist niet dat er nog nazaten van hun overgrootvader in leven waren. Vanochtend, net voordat ik naar Muiderberg vertrok, ontving ik de foto van haar oma. Oma was 43 jaar toen zij, haar man en haar kinderen stierven. Op 15 mei 1940 stierven ze allen, ze zagen de bui al hangen en namen zich het leven. Ik hoopte hun graven op Muiderberg te kunnen vinden, gezocht maar niet gevonden. Waar ze dan wel hun laatste rustplaats hebben gevonden wil ik nog uitvinden. Hun kleindochter, de arts, wil hun graven bezoeken. En al zoekend kwam ik het graf tegen van notaris Joseph Sanders, geboren in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma. Moet de oom zijn geweest van mijn oma, gezien de verdere namen op de zerk. Nooit van zijn bestaan geweten. Maar ik heb zoveel niet geweten, want mijn lieve vader en moeder wilden mij, hun enige kind, niet belasten met al het verdriet dat zij moesten meemaken. En dus weet ik niet wie hun ooms en tantes, neven en nichten waren. Ik heb er ook nooit naar gevraagd. Ik denk dat ik intuïtief aanvoelde dat er over de oorlog niet gesproken mocht worden, hoewel wel alles zich voor of na de oorlog afspeelde. Kennelijk heeft die periode tussen voor en na de oorlog niet bestaan. Mijn kinderen weten meer over het leven van mijn ouders in die periode dan ik. Maar één opmerking van mijn opa, de vader van mijn moeder, bleef en blijft in mijn geheugen gegrift. Mijn moeder vertelde me ieder jaar weer op 10 mei dat toen opa, haar vader, de vliegtuigen van de moffen boven Steenwijk hoorde en zag vliegen, hij zijn handen omhoog hief en uitriep: Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…… Opa, oma en mijn moeder en haar twee broers hebben de oorlog wel overleefd. Wat er gebeurd is met hun twee pleegkinderen, Joodse vluchtelingetjes uit Oostenrijk, weet ik niet. Is nooit over gesproken. Steeds weer die oorlog en de vertaalslag naar het opkomend antisemitisme van nu. Misschien trek ik het aan, lok ik het uit. Ik weet het niet. Morgen spreek ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Den Helder. Weer dus de oorlog. En ook weer die oorlog toen ik een telefoontje kreeg van een hoogleraar. Hij wil me spreken want hij is een ‘vader-Jood’’. Een afschuwelijke benaming voor iemand die alleen een Joodse vader heeft en dus niet Joods is. Zijn grootvader was een orthodoxe Jood uit Polen. Hun zoontje weten ze net voor de Duitse bezetting naar Nederland te krijgen. En dan komt ook hier een bezetting en het jongetje, dan inmiddels al een puber is, duikt onder. Het jongetje gaat na de oorlog trouwen met de dochter van zijn duikouders. En dus heeft hun zoon, de hoogleraar, een probleem. Hij valt tussen de niet-joodse wal en het Joodse schip. En wie lijdt hieronder het meest? De dochter van de Professor. We, de Professor en ik, gaan een kop koffie drinken, kijken waar ik iets kan betekenen voor hem en zijn dochter. Zeggen dat hij toch Joods is omdat ook vader-joden Joods zijn, klinkt leuk, lost niets op en klopt niet. Vergelijkbaar met een arts die een zieke patiënt vertelt dat de ziekte nauwelijks een ziekte is. Ja. Professor, u heeft een probleem. Ontkennen lost het probleem niet op, maar misschien stoppen we te spreken over de vader-jood als probleem. Laten we het een uitdaging noemen, klinkt beter oplosbaar. Tenslotte nog dit: mijn enige oude lieve tante, vandaag 93 geworden en die ik net heb gesproken, is van mening dat de schuld van de noodzaak tot verscherping van de corona-regels bij de veertigers ligt, die weigerden afstand te houden en zich aan de corona-wetten te onderwerpen. Waarom weigerden ze volgens mijn tante zich aan de corona-regels te houden? Ze hadden de oorlog niet meegemaakt!

     

    Ziet u het? Zelfs mij lieve intelligente tante die ik alleen maar belde om haar mazzeltov te wensen, lukte het om de oorlog weer op tafel te krijgen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Minister Slob: boete refoscholen. Dagboek van een Opperrabbijn 22 december 2020

    Toen ik de krantenkop “Slob: in uiterste geval boete refoscholen” zag in het RD, moest ik denken aan een moeder van een schoolgaande zoon die ik zo’n tien jaar geleden heb gesproken. Wat was er aan de hand? De school had besloten dat er een boek behandeld zou worden voor het vak Nederlands dat, ik druk me voorzichtig uit, qua inhoud niet geheel strookte met de levensvisie van de moeder en van de school. Het ging niet over homoseksualiteit, waarover Minister Slob wel spreekt, maar over pedofilie. Uitgebreid en gedetailleerd wordt beschreven hoe een oudere man omgang heeft met een meisje van negen jaar. De omgang wordt dusdanig goed, levendig en gedetailleerd beschreven dat het zonder enige twijfel valt onder het begrip pornografie. Wat er ontbrak waren alleen nog de foto’s. Doel van het verplichte lezen van dit boek was om kinderen weerbaar te maken tegen misbruik. Fantastisch. En dat terwijl het vak Inburgering nog niet eens was uitgevonden.

     

    Dat ‘weerbaar te maken tegen misbruik’ kan mijn volledige instemming krijgen. Als kinderen niet weten waar gevaren op de loer liggen kan dat tot ernstige en uiterst schadelijke situaties leiden. Daarom moeten we onze kinderen waarschuwen tegen misbruik en andere gevaren die helaas in de huidige samenleving veelvuldig aanwezig zijn. En zelfs als ze in vorige generaties ook al aanwezig waren en in het onderwijs werd er geen aandacht aan besteed, dan is dat meer dan betreurenswaardig. Maar daar kunnen we helaas nu niets meer aan doen. De klok kan niet teruggedraaid worden. Dus ik ben er een fervent voorstander van dat de huidige jeugd weerbaar wordt gemaakt om misbruik te voorkomen. En weerbaar maken kan niet door om de hete brei heen te draaien en niet duidelijk te benoemen waar de gevaren zijn. Ook ben ik de mening toegedaan dat nooit en nimmer medemensen gediscrimineerd mogen worden om welke reden dan ook. Maar weerbaar maken tegen misbruik moet niet gedaan worden door kinderen pornografische literatuur voor te schotelen. Is dat nodig om weerbaar te maken? Helemaal niet. Integendeel! Je loopt het risico dat het kind door dit soort beelden inderdaad geen slachtoffer zal worden, maar misschien wel dader. Dit soort beelden worden, juist bij kinderen, opgeslagen en kunnen, G’d behoede, gebruikt worden om te ge(mis)bruiken op latere leeftijd. Niemand wordt als zedendelinquent geboren. Een zedenmisdadiger wordt gemaakt door zichzelf of door zijn entourage. Als iemand een boek doorbladert, een ongepaste foto ziet en snel verder gaat, is het beeld al opgeslagen en kan toeslaan op het moment dat het niet gewenst is. U zult mij waarschijnlijk ouderwets en niet van deze tijd vinden. Klopt. Maar wat is daar mis mee? Beter ouderwets en gezond, dan modern en ziek. Ja, een samenleving waarin overspel en ontrouw gewoon zijn geworden, een maatschappij waarin foto’s van schaars geklede dames gebruikt worden als lokmiddel om aandacht te trekken voor producten die niets van doen hebben met deze dames, vind ik ziek en schadelijk. En hoewel het soms veel beter kan zijn als ouders gaan scheiden dan dag en nacht ruzie maken, betekent het niet dat een scheiding van ouders goed is en een zegen voor kinderen. Een scheiding is voor de kinderen een drama, waarmee waar nodig omgegaan moet worden, maar dat wel zoveel mogelijk voorkomen dient te worden. Ook pedofilie is een fenomeen dat zeer onwenselijk is, onacceptabel. Maar dat ga je niet verdrijven door kinderen te laten ‘meegenieten’ van een pedofiel die geniet van zijn misdaad. En zelfs als het lezende kind fysiek nog niet kan ‘meegenieten’ omdat hij nog te jong is: het beeld blijft in zijn hoofd aanwezig en kan opspelen op het moment dat het kwaad zijn slag wil slaan.

     

    Ik ben het volledig eens met de boete van de minister, maar wel zie ik graag dat die boete niet alleen bij discriminatie van geaardheid wordt toegepast maar ook bij het laten lezen van pornografische teksten die misdadigers kunnen fabriceren.

     

    Een trouwe lezer van mijn dagboeken gaf me een compliment voor de inhoud, maar vond dat ik te veel het zoetste jongetje van de klas speel. Ik moest prikkelender zijn, scherper en aanvallender. En vooral niet alleen uitspraken doen die de goegemeente mooi vindt. Vandaag heb ik, denk ik, wel tegen de nodige schenen getrapt en verwacht een storm aan kritiek. Ik hoop dat ik nog lezers behoud.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Mocht Abdelkader Benali mijn dagboek lezen………. Dagboek van een Opperrabbijn 21 januari 2021

    Herdenking van het Apeldoornsche Bosch, hedenochtend van 10:30 tot 11:15 uur. Jaar in jaar uit was ik aanwezig bij de herdenking op 21 januari. Ieder jaar weer hetzelfde publiek, hetzelfde onderwerp, dezelfde slachtoffers die we herdenken sinds de onthulling van het monument op 23 april 1990 door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana. Vorig jaar was ik voor het eerst afwezig omdat ik toen met Europarlementariërs in Auschwitz was voor een symposium over antisemitisme. Ieder jaar weer moet ik hetzelfde zeggen in andere bewoordingen en ieder jaar weer grijpt het mij aan. Toen de trein met patiënten aankwam in Auschwitz was er al een aantal onderweg overleden. Anderen kwamen lachend naar buiten, anderen gillend van angst. En daartussen de verpleegkundigen en artsen die hun patiënten niet zonder begeleiding wilden laten vertrekken. Nog even was er een discussie tussen de nazi-schurken of de begeleiders (nog) niet vermoord zouden worden, maar uiteindelijk bleven ze bij hun patiënten, ook op de brandstapels. En vandaag dan wederom de herdenking, maar zonder publiek. De burgemeester, drie bestuurders van de Stichting het Apeldoornsche Bosch, een paar journalisten en een paar camera’s die de herdenking vastlegden. Het is onbeschrijfelijk en onaanvaardbaar wat er toen is gebeurd.

     

    Ieder jaar dus min of meer dezelfde herdenking? Neen. In 1990 waren de namen van de meeste bewoners nog onbekend. Daarna werden archieven gevonden, weer later worden de namen op twee plaquettes naast het monument vereeuwigd. Weer later werd ook op het terrein van het vroegere Apeldoornsche Bosch zichtbaar gemaakt wie waar woonde en vorig jaar een tentoonstelling op het terrein van het voormalige Apeldoornsche Bosch die de geschiedenis beschrijft vanaf de oprichting tot de vernietiging van dit psychiatrisch ziekenhuis dat bekend stond om zijn kwalitatief hoogstaande zorg en patiënt vriendelijkheid. Als u gelegenheid heeft kijk naar deze documentaire. https://www.apeldoornschebosch.nl/nieuws/herdenkingsfilm-het-apeldoornsche-bosch

    Naar mijn aandeel hoeft u niet te luisteren, maar richt uw blik op de bewoners, hoe gelukkig ze er uitzien. Hoe ze zich vermaken. Hoe één het personeel is met de bewoners. Allen vermoord omdat ze Joods waren. Er waren vandaag, vanwege corona geen belangstellenden. Er was geen publiek. Slechts één krans werd er gelegd. We waren alleen met het monument, hun grafzerk zonder graf. We waren alleen met hun namen. Eigenlijk was dit goed en passend. Toen ze afgevoerd werden, in de beestenwagens geduwd, op elkaar gestapeld, gillend, waren ze ook alleen. Een enkeling, woonachtig in de buurt van het station, herinnert zich nog steeds het gekerm. Om 12:15 uur was ik thuis, maar eigenlijk ook niet, want mijn hele dag stond in het kader van deze herdenking, het laat me wederom niet los.  Afstand nemen van deze misère kan ik nog steeds niet. En als ik, van na de oorlog, als kind van overlevenden, als second generation, zo aangegrepen wordt, dan is het toch duidelijk dat mijn stelling de keiharde waarheid is: als iemand de hel van de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven, dan is hij gestoord. Maar het leven gaat verder. De onacceptabele spreker voor de 4 mei herdenking op de Dam, waarover ik me gisteren opwond, heeft zich teruggetrokken. Weet u, ik zou zo graag met hem in gesprek willen komen. Vernemen wat er wel en wat er niet klopt. Misschien is zijn kijk op Joden in de loop der jaren ten goede bijgesteld. Wellicht kijkt hij nu anders aan tegen Israel nu hij heeft vernomen dat met betrekking tot vaccinatie alle inwoners van Israel ongeacht geloof, afkomst of woonplaats gevaccineerd worden. De mens is niet van nature slecht, de mens kan tot ander inzicht komen. Maar misschien ben ik te naïef, te goedgelovig, te tolerant.  Maar toch, mocht Abdelkader Benali mijn dagboek lezen en wil hij mijn uitnodiging accepteren: welkom! Ik zal het vertrouwelijk houden.

     

    Ik moet nog even gaan lopen, maar het blijft maar regenen. Mijn kleinzoon uit Engeland die naar Potsdam had zullen gaan met zijn echtgenote (het pasgetrouwde stel) komt niet. Haar ouders wonen dus in Potsdam en zij wonen in Londen. Onderweg hadden ze bij ons de sjabbat zullen doorbrengen. Maar het feest gaat niet door want zij heeft een Israëlisch paspoort en kan dus Frankrijk niet in. Wel Duitsland omdat ze daar een verblijfsvergunning heeft. En hij kan Duitsland niet in omdat hij uit Engeland komt. Nederland zou hem wel lukken vanwege zijn NL-paspoort, maar dat is voor haar dan weer niet mogelijk vanwege haar Israëlische paspoort. Los hiervan zitten we nu met het maximaal aantal bezoekers van één, en zij zijn dus met twee. Dat hun broer/zwager ook bij ons in huis is (die was dus onderweg van Londen naar Israel en kwam hier inmiddels vier weken geleden voor slechts vier uur!) is geen probleem want hij behoort inmiddels tot ons gezin.

     

    Verder is de afspraak voor de opname voor NTR TV  over Jodendom vastgelegd voor maandag van 10:00-14:30 uur deels bij ons thuis en deels in de synagoge, om 15:00 uur een bijeenkomst met het Rode Kruis over de cartotheek van de Joodse Raad en woensdag moet ik spreken bij de EJA Holocaust Remembrance Day Commemoration. De oorlog houdt me helaas wel bezig. Of dat goed is, betwijfel ik.

     

    En net voordat ik mijn dagboek afrond bemerk ik dat mijn echtgenote druk doende is om onderdak te zoeken voor een hondje. Ras onbekend, klein, krulletjes, ‘dameshondje’. De eigenaar is bereid voor de opvang te betalen. U ziet het: het rabbinale leven is niet altijd eenvoudig, maar wel afwisselend.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit naar Dubai. Dagboek van een Opperrabbijn 9 december 2020

    Het was weer een aaneenschakeling van e-mails beantwoorden. Verrassend was het initiatief van een mij onbekende die alleen een Joodse vader heeft. Hij wil een website opzetten met als titel: “vraag het de rabbijn”. Ik vond het fijn dat juist iemand die dus halagisch niet-joods is mij hiervoor benadert. Ik heb dus meteen contact gemaakt en mijn participatie toegezegd. De bedoeling is dat mensen hun vraag online stellen en dat de beheerder, hij dus, dan de vragen doorstuurt naar een van de deelnemende rabbijnen. Dat er een soort voorselectie plaatsvindt lijkt me verstandig, maar hoewel hij dacht dat de vragen zich zouden beperken tot vragen over kennis, verwacht ik veel meer hulpvragen. Een hulpvraag is erg lastig schriftelijk te beantwoorden. En dus is mijn voorstel dat de rabbijn vanaf een onherkenbaar nummer de vraagsteller belt. De ervaring heeft mij geleerd dat de meeste vragen die bij mij komen verkleed zijn in een eenvoudige feitelijke vraag, maar dat achter die simpele vraagstelling een veel diepere vraag of probleem schuilgaat. Die problematiek kan ik niet bemerken als de vraag schriftelijk is gesteld. En dus gaat de master van de website aan de slag en kijken hoe we het kaf van het koren kunnen scheiden, maar tegelijkertijd het kind niet weggooien met het waswater. Ik ben benieuwd! Hoewel ik dus te laat was opgestaan, doordat ik veel te laat naar bed was gegaan, werd mijn werkdag te klein. Speciaal ook omdat ik voor de SGP naar Veldhoven moest komen voor een Israel uitzending waarin een soort debat over antisemitisme en over de vraag hoe de politiek omgaat met Israël. En dat was dan net leuk. Ik had namelijk aan mijn vriend Louk de Liever een fles Israëlische wijn gebracht speciaal uit Judea en Samaria, die door de anti-Joodse-lobby gebombardeerd zijn tot zogenaamde ‘bezette gebieden’ en deze besmette producten moeten voorzien worden van een label waarop de origine herkenbaar is. Dus product van Israël is natuurlijk uit den boze, maar ook afkomstig uit Judea en Samaria wordt niet geaccepteerd. Er moet staan: product uit ‘bezet gebied’. En terwijl ik net na mijn wandeling uit de binnenstad van Amersfoort, waar Louk woont, was teruggekomen, zie ik een bericht dat in Dubai producten uit de zogenaamde ‘bezette gebieden’ mogen worden verkocht zonder label omdat dat de economie van de Palestijnen ondersteunt. Ik ben benieuwd of de Verenigde Naties nu een resolutie gaan aannemen tegen de Verenigde Arabische Emiraten en nog meer ben ik benieuwd hoe ons Ministerie van Buitenlandse zaken zal reageren. Sturen ze nu een aantal medewerkers om de Kamer van Koophandel in Dubai te bekeuren, zoals ze dat een paar maanden geleden in Nijkerk hebben gedaan? Ervoor zorgen dat het dierenleed in de abattoirs wordt beperkt, daarvoor was er niet genoeg personeel beschikbaar, maar die paar flesjes heerlijke Israëlische wijn uit de ‘bezette gebieden’, daarvoor was kennelijk genoeg tijd en personeel en dat was echt belangrijker dan onnodig dierenleed. Maar zelfs als die berichtgeving nog niet klopt, maakt dat niet uit. Want in de politiek kan de waarheid van vandaag, de leugen van morgen zijn of andersom!

     

    Om 18:00 uur vertrokken naar Veldhoven, vlakbij Eindhoven, voor de Israël-avond van de SGP. Het begon om 20:00 uur en duurde tot 21:15 uur. Wat een geweldig programma, wat een energie heeft de SGP hier ingestopt. Wat een pro-Israël warmte.  En wat ben ik dankbaar dat ik hieraan mocht meewerken. De achtergrond was een grote foto van Jeruzalem met daarvoor de brandende menora. Perfecte muziek, live-interview met iemand uit Israël en iemand anders uit Irak. Het was geweldig. Maar ik moest natuurlijk wel nadenken wat ik zou zeggen. Het kost energie, maar G.Z.D. heb ik die. Om 23:15 uur was ik thuis, gevloerd. Het dagboek geschreven en nog een gesprek gehad met een politieke topper om te proberen een visum te krijgen voor een vader die in Israël woont, gescheiden is en zijn twee kleine kinderen, die bij zijn ex wonen in Nederland, wil bezoeken. Probleem: een visum wordt niet toegekend vanwege corona. De topper gaat kijken wat hij kan betekenen. En nu, mijn trouwe dagboekenier, als u een uur en vijftien minuten niet weet wat te doen met uw tijd, klik dan op deze link:  https://youtu.be/NYJQaIjQIt8 . Geniet van onze Israël vrienden, want die hebben we echt!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Niets bereikt, maar wel geluisterd. Dagboek van een Opperrabbijn 29 december 2020

    Een ietwat saaie dag ligt in het verschiet. Het is nu 7:00 uur en dus de perfecte tijd voor mijn ochtendkoffie maar nog te vroeg voor het ochtendgebed. Mijn agenda is leeg voor vandaag en dus ben ik bezorgd wat te doen. Als ik helemaal niets dreig te moeten doen kan ik altijd nog gaan schrijven of bellen. Bellen naar mensen die eenzaam zijn is altijd, helaas, buitengewoon zinvol. En ook kan ik vooruit gaan schrijven. Dagboeken vooruit schrijven kan niet, want dan is het geen dagboek meer. Maar Rab&Rik moet ik zelfs vooruit schrijven want het moet optrekken met de Sidra-Schriftlezing van de week. Rab (dan ben ik) schrijft de levensles en Rik stelt daarop per keer twee vragen die ik dan weer moet beantwoorden voordat de week begint. Wellicht weet u niet wat Rab&Rik is, dan hierbij een korte uitleg zo overgenomen van www.cip.nl :

     

    Gedurende het Joods jaar wordt de hele Thora gelezen in de synagoge. Opperrabbijn Jacobs deelt drie keer per week een wijze levensles aan de hand van het Schriftgedeelte van die week. Naar aanleiding van die les stelt Rik enkele vragen, waar de rabbijn weer antwoord op geeft. Rab en Rik is een boeiend initiatief waarbij je vanuit het oudste boek ter wereld lessen leert voor vandaag!

     

    Ik lig inmiddels met vier weken voor op Rik en kan de voorsprong natuurlijk verder opvoeren. Er liggen ook nog twee lange e-mails die ik telefonisch moet beantwoorden. De ene schrijver is ziedend teleurgesteld op G’d en daarom indirect ook op mij. Waar was G’d in de Auschwitz? De schrijfster, een weduwe die in de jaren ’50 is geboren en haar problemen staan volledig los van de jaren ’40- ‘45, koppelt die vraag aan de woorden bij de schepping “Want Hij zag dat het goed was”: Mijn leven was een grote hel, maar Hij zag dat het goed was! E-mail-schrijver nummer twee vertrouwt mijn relatie met de christelijke wereld niet. Volgens hem word ik onbewust doelwit van een sluwe manier van bekering. Beide e-mailschrijvers geven aan ongelovig te zijn. Dat e-mail-schrijver twee dat zegt, begrijp ik. Maar dat e-mail-schrijfster nummer één dat verkondigt, kan ik niet goed plaatsen. Want als er dan volgens haar geen Schepper is, waarom dan boos worden op die Schepper?

     

    Ik verlaat dit dagboek. Het is inmiddels klokke acht en dus tijd voor mijn derde kop koffie en het ochtendgebed. Tot straks!

     

    Inmiddels heb ik een langdurig gesprek gehad met de weduwe. Uiteraard heb ik eerst heel goed geluisterd, haar de tijd gegeven, geen telefoontjes tussentijds opgenomen van derden. Ik was er voor haar. Heb ik wat bereikt? Denk ik dat ik haar boosheid heb kunnen wegnemen? Denk ik dat ze nu een gelovige vrouw is geworden? Heeft ze begrepen dat als G’d volgens haar überhaupt niet bestaat dat het dan ook niet aan de orde kan zijn om op Hem boos te worden? Geloof ik dat ik haar heb kunnen overtuigen van haar tegenstrijdige gedachtegangen? Neen, neen en neen. Maar, en dat verwacht u waarschijnlijk niet van mij, ik had ook niet de illusie om haar op andere gedachten te brengen. Waarom ik haar dan had gebeld? Ze wilde haar boosheid uiten, afreageren, aandacht en begrip. Die belangrijke aandacht heb ik haar mogen geven. Niet meer en niet minder. Ik was niet uit op resultaat. En wat zij verder met ons gesprek wil doen, is aan haar. Maar uiteraard heb ik haar wel met woorden toegesproken, we hebben gediscussieerd over haar boosheid richting G’d die voor haar dus niet bestaat. Wat heb ik kort samengevat gezegd?

     

    Door de eeuwen heen heeft het Joodse volk vele ballingschappen moeten doorstaan. Vele keren stonden ze aan de vooravond van een nieuw en onbekend ballingschap. Steeds weer waren ze ervan overtuigd dat uiteindelijk ook aan dat ballingschap weer een eind zou komen. En ook ik, als individu, maak ballingschappen mee. Moeizame perioden in het leven. Hoe kijk ik tegen het voor mij liggende ballingschap aan? Ontken ik dat het eraan komt? Raak ik in paniek? Word ik suïcidaal?

    De Thora brengt een levensles die van vitaal belang is. De les dat we voordat we proberen te begrijpen, er eerst van doordrongen dienen te zijn dat we niet alles kunnen vatten. Slavernij, intens lijden, ondragelijke pijn en verdriet kunnen wij mensen niet begrijpen. Maar we dienen er wel van doordrongen te zijn dat al dat van Boven komt in essentie goed is, ook als we er geen touw aan kunnen vastknopen. En die kracht om ondanks alles toch te aanvaarden, hebben wij van onze voorouders Awraham, Jitschak en Ja’akov meegekregen. Als rabbijn in een Psychiatrisch Ziekenhuis werd ik dagelijks met afschuwelijke geestelijke pijn geconfronteerd. Mensen die kampten met ziekten, dwangmatige stemmen hoorden, met onaanvaardbare spanningen thuis of op het werk, met huiselijke vetes, met kinderen die niet de weg bewandelen die hun ouders graag hadden gezien en met verlies van dierbaren. Mijn taak was om te helpen waar mogelijk. Wat ik leerde en leer ik nog steeds van al die misère? Van de meeste narigheid leer ik dat ik niet moet zeuren over mijn eigen pijn en dat ik zeker niet moet proberen om alles te willen begrijpen!

     

    Met e-mail-schrijver twee heb ik nog geen contact gehad. Heeft ook minder haast, want hij lijdt niet, maar is bang dat ik ga lijden als ik me laat bekeren. Maar gezien ik me echt niet laat bekeren (alleen al niet omdat ik dan mijn baantje als opperrabbijn wel kan schudden) en mijn christelijke vrienden dat ook echt niet willen, bel ik morgen wel of overmorgen. Zijn er dan geen christenen die Joden willen bekeren? Zeker wel, maar die behoren niet tot mijn christelijke vriendenkring!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Omdat het virus blijft: symptoombestrijding. Dagboek van een Opperrabbijn. 25 november 2020

    Ik ben nu officieel auteur! In het Joods Historisch Museum heb ik in aanwezigheid van Emile Schrijver mijn handtekening gezet onder het contract met uitgeverij Scholten. Er werden gedurende de korte ceremonie foto’s genomen en ik moest na afloop nog even wandelen met de uitgever en daar werden we, de uitgever en mijn persoontje, dan ook weer gefotografeerd. Hoe is dat boek tot stand gekomen? Wilde ik een boek? Had ik überhaupt gedacht aan een boek? Helemaal dus niet. Aan het begin van de coronatijd, net na Poerim, toen ik nog maar enige dagen in Montreal was om Pesach bij onze kinderen en kleinkinderen te vieren, kreeg ik een telefoontje van Prof. Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier. Of ik bereid was om een dagboek te schrijven met als titel: Opperrabbijn in coronatijd. Ik heb daar snel over nagedacht en omdat ik altijd met veel liefde “Kuifje in Afrika” had gelezen, trok het me wel “Opperrabbijn in Corona”. En wat zouden ze doen met dit dagboek? Nog niets. Te zijner tijd een tentoonstelling of een uitgave of niets. Ik dus braaf aan het schrijven vanuit het principe dat als iets op mijn weg komt, het wel een doel zal hebben. Maar na een paar weken schrijven met als enige lezer Emile Schrijver en ik inmiddels weer terug was in Nederland, belandde ik bij CIP, Christelijk Informatie Platform die mijn dagboeken erg graag online wilde zetten. Het zou uniek zijn volgens CIP: een opperrabbijn op een Christelijke site! Ondertussen plaatste ook Joods bij de EO drie keer per week mijn dagboek en verscheen het ook op een aantal andere Facebooken. Ik maar trouw en braaf schrijven en er maar op vertrouwen dat ik niet voor dovemans oren mijn tijd aan het verprutsen was/ben. Het dagboek belandde bij de EJA, European Jewish Association, en die lieten het vertalen in het Engels en ook daar wordt het één keer per week geplaatst. En naar ik langzaam begin te vernemen wordt het ook door Nederlanders in Israël gelezen. Maar wat is er nou zo interessant aan mijn dagboek? “Een inkijk in het leven van een rabbijn”, krijg ik steeds te horen. Maar begrijpen doe ik het nog steeds niet. Maar, en dat is een belangrijke regel in mijn leven, ik probeer niet alles te begrijpen.

     

    Ik had een uitgebreid gesprekje (ik zet het maar even in het verkleinwoord omdat het gesprek van bijna een uur slechts vijf minuten had zullen zijn…) met een journalist over Forum voor Democratie. Uiteraard niet over hun politieke opstelling, want daarmee houd ik me niet bezig, maar over antisemitisme in ons land en dan specifiek de emotie rondom dit fenomeen. Welke oplossing ik zie. Heel simpel: ik zie geen oplossing. Antisemitisme was er, is er en zal blijven. Het is een onuitroeibaar virus. Is dat logisch, neen. Kunnen we er iets aan doen? Neen. Maar wel kunnen we werken aan het bestrijden van de symptomen. Het was een fijn gesprek dat voor mij ook erg interessant was. De journalist was namelijk toch wel erg verbaasd en geschrokken over de brede aanwezigheid van antisemitisme in onze huidige samenleving. Het leek nieuw voor hem. Dus het was goed dat ik hem heb gesproken. Hoe moet mijns inziens de symptoombestrijding worden aangepakt? Wat is de grote boosdoener? POLARISATIE.  En dus moet de nadruk liggen op de NUANCE. Maar, en nu ga ik weer terug naar mijn onbegrip over het kennelijke nut van mijn dagboek: hoezo belde de journalist naar mij om mijn mening te horen over Forum voor Democratie? Hoe wist hij van mijn bestaan? Hij had mijn dagboek een paar keer gelezen!

     

    Ondertussen ligt Nijmegen nu definitief vast. De Menora wordt publiekelijk aangestoken op 15 december. Burgemeester zal spreken, de Nijmeegse rabbijn Mendel Levine steekt aan, muziek van mijn tandarts en daarna spreek ik. Even een korte uitleg over ‘muziek van mijn tandarts’. Hij is Joods, afkomstig uit Armenië (vluchteling), heeft in Israël gewoond, nu woonachtig in Nijmegen en heeft een tandartsenpraktijk genaamd Welcome in Arnhem. Klinkt dus erg Joods! Joden leven nu eenmaal erg verspreid over de wereld als gevolg van vluchten door de eeuwen heen. Op vliegvelden tref je, althans in mijn beleving, veel Joden. Als een kind uit een gezin in Bunschoten gaat verhuizen na zijn huwelijk naar bijvoorbeeld Amersfoort, is dat al heel wat, bijna een traumatische ervaring voor de ouders vanwege de afstand. Als wij onze kinderen willen zien, moeten wij per KLM en niet met de lokale bus of trein. Dat is ons normaal.  Als ik bij ‘mijn muzikale tandarts’ in de stoel zit is de helft van de tijd het gezeur in mijn mond en de andere helft kletsen we bij in het Ivriet over de situatie van Joods Nederland en in de rest van de wereld. Ook hij leest mijn dagboek, af en toe, zoals hij me vertelde. Ik denk trouwens dat het meer af is dan toe. Maar los hiervan ben ik benieuwd hoe de muziek van mijn tandarts, na het ontsteken van de Menora, zal klinken. Ik hoop beter dan het geluid van zijn boor.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Opperrabbijn als rechter

    Hoewel het vandaag niet echt soeka-weer was, want er waren enorme plensbuien, toch was het iedere keer als we wilden gaan eten kurkdroog. En dus heb ik niet een keer moeten uitwijken naar de woonkamer of, en dat zou ik dan gedaan hebben, in de soeka gegeten met een dicht dak!

     

    Vanochtend heb ik weer wat ‘gewoon’ rabbinaal werk verricht. Een baby geboren en die moet een brith milah hebben, een besnijdenis. Omdat de ouders geen bekenden zijn van de Joodse Gemeente moet ik op het laatste moment uitzoeken of de moeder inderdaad Joods is, want ervaring heeft me geleerd dat velen pas op het allerlaatste moment mij benaderen. En dus mag ik weer het vuile werk doen. Nou hoor ik u redeneren: als de moeder zegt dat ze Joods is waarom zou ze het dan niet zijn? U stelt een goede vraag, maar ik moet als rechter, want dan ben ik dan even, tot een rabbinale uitspraak komen. Ik ben dan even geen psycholoog en ook geen pastorale werker. Feiten! Overigens heeft de Brith Milah, de besnijdenis, inmiddels plaatsgevonden. Mazzeltov. Weer een Joods jongetje opgenomen in het oeroude verbond.

     

    En dus heb ik niets te maken met de vraag waarom iemand zich zou willen uitgeven als Jood of Jodin als hij of zij dat niet is. Maar even ter informatie: vele keren heb ik aangetoond dat mensen een bewijs van Jood-zijn willen hebben die van geen kant iets met Joden te maken hebben of hebben gehad. Ik herinner mij een mevrouw die aangaf dat ze Joods was, niemand die daaraan twijfelde, ook ik niet. Alleen op een gegeven moment wilde zij voor haar dochter een verklaring hebben dat haar dochter een Joodse moeder heeft. Toen er geen enkel bewijs bestond gaf ze aan dat ze was geadopteerd. Haar ouders hadden haar op weg naar de concentratiekampen afgestaan aan haar pleegmoeder. Maar die pleegmoeder mocht ik niet benaderen, want dat was voor haar te emotioneel. En de naam van haar echte ouders wist ze ook niet.

    Van mij wordt dat verwacht uiteraard vriendelijk te blijven en heel erg goed te luisteren. Waar klopt haar verhaal wel en waar niet. Mijn taak is om haar te helpen in het aantonen van haar Jood-zijn, maar het moet waar zijn. Het betrof hier een keurige, gestudeerde en vermogende vrouw. Ze maakte absoluut niet de indruk dat er iets mis met haar zou zijn. Maar het bevreemde mij wel dat ik haar pleegmoeder niet mocht benaderen. En ook navraag bij het ziekenhuis in Parijs waar zij zeker wist dat ze daar was geboren, werd mij door haar niet toegestaan. Uiteindelijk bleek er iets heel essentieels in haar verhaal niet te kloppen. Haar ouders hadden haar op weg naar Auschwitz afgegeven aan haar pleegmoeder, alleen de datum die ze opgaf en waarover ze zeer stellig was, klopte niet. Auschwitz bestond toen nog niet en er waren toen nog geen deportaties vanuit Frankrijk naar de vernietigingskampen. Ik heb haar dat stuk van haar geschiedenis laten opschrijven, nog een extra keer nagevraagd of alles klopte en speciaal de datum. Nadat ik haar had geconfronteerd met deze onmogelijke datum van transport van haar ouders, vertrok ze bij de Joodse gemeente. Nooit meer van haar ook maar iets vernomen.

     

    Maar ook vandaag werd ik gebeld door een Israëlische arts die ergens binnen de EU werkzaam is in een Academisch Ziekenhuis. Zijn Jood-zijn leidt geen twijfel. Maar hij wil weten wie zijn grootouders waren, Nederlanders van ver voor de oorlog. Niets weet hij over hen. Ik meteen in de telefoon geklommen en kijk, na enige uren heb ik familie boven weten te krijgen waarvan hij het bestaan überhaupt niet wist. De arts en de familie zijn met elkaar in contact gekomen. Beiden zijn erg verheugd. De jonge arts had niet kunnen dromen dat er van zijn voorgeslacht nog overlevenden zouden zijn.

     

    Maar om even terug te keren naar het begin van mijn dagboek van vandaag: Terwijl ik aan het schrijven ben heb ik al drie keer het regen-dak van de Soeka mogen openen en sluiten omdat het begon te regenen of omdat het juist weer droog was.

     

    Zojuist zijn we teruggekeerd van een feestje in de soeka van Almere. Het was uiteraard rustiger dan andere jaren, maar aan Simcha ontbrak het niet. Volop te eten in de grote soeka, alles p.p. verpakt.

    Een prachtige show met vuur. Fakkels, vuurspuwen, met vuur een soort levend roulette spelen en dat alles onder een aandachtig luisterend publiek en in een maar niet stoppende regenbui die bijna deed denken aan de vloedgolf uit de tijd van Noach.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • PKN biedt excuses aan voor rol in Jodenvervolging, Dagboek van een Opperrabbijn

    https://www.nporadio1.nl/dit-is-de-dag/onderwerpen/66735-2020-10-22-pkn-biedt-excuses-aan-voor-rol-in-jodenvervolging

     

    Soms verlopen dagen totaal anders dan verwacht, en dat was dus vandaag het geval. PKN had bekend gemaakt dat ze een verklaring gaan uitgeven waarin ze schuldbelijden voor de houding van de kerken in de oorlog. En dus kreeg ik het eerste telefoontje al om 8 uur vanochtend van het Reformatorisch Dagblad met de vraag: Wat vindt de Joodse Gemeenschap hiervan? Lastig, want als er wordt gevraagd wat ik ervan vind, kan ik meteen een antwoord geven, maar als ik de woordvoerder word van de gehele Joodse Gemeenschap, wordt het ingewikkelder. En toch meen ik wel globaal te weten hoe er over de schuldbelijdenis gedacht wordt binnen Joods Nederland. Maar ik had hierover nog nauwelijks kunnen nadenken of Family7 aan de lijn, toen Grootnieuws radio, daarna de Telegraaf en uiteindelijk NPO1 Dit is de Dag. En omdat de titel van mijn dagboek gewoonlijk de kortste samenvatting is van mijn dagvulling, werdhttps://etc> vandaag de kop!

     

    Overigens werd ik tussendoor wel nog geïnterviewd door een student van de school voor de journalistiek uit Zwolle, maar dit ging niet over de schuldbelijdenis, maar “gewoon” over antisemitisme. Als u wilt weten hoe ik denk over die schuldbelijdenis, klik dan op de titel van vandaag of kijk op de voorpagina van het Reformatorisch Dagblad. Eigenlijk heb ik niet veel meer kunnen doen dan die schuldbelijdenissen, want hoewel ik niet veel moest voorbereiden, vroeg het wel veel tijd, want iedere tien minuten in de lucht vereist minstens het vierdubbele aan voorbesprekingen.  Dus eerst vanochtend een half uur de vraag van Dit is de Dag of ik wil meewerken en of ze mij überhaupt wel willen. Toen om 15: 00 uur een voorbereidingsgesprek, een half uur naar Hilversum rijden, een uur in de studio en toen weer een half uur terug. Hoewel de andere uitzendingen via zoom verliepen, waren ook daar voorbesprekingen en het testen van geluid, inloggen, telefoon uitproberen en ook nog bij Family7 een storing eerst in beeld en toen dat was opgelost in het geluid.

     

    O ja, ik vergat bijna dat ik vanochtend een zoom-vergadering had met Stieneke van de Graaf. Zij is fractielid van de CU in de Tweede Kamer. Wat moest ik van haar? Er is een wetsvoorstel in aantocht die het mogelijk maakt dat bij een burgelijke echtscheiding ook door de rechter uitspraak wordt gedaan dat de man of de vrouw op straffe van een dwangsom aan een religieuze echtscheiding moet meewerken. Zondermeer een prima zaak. Voorkomt treiterende mannen die weigeren mee te werken aan een religieuze echtscheiding nadat de civiele echtscheiding reeds heeft plaatsgevonden. Deze wet zal zeker soulaas bieden aan de Islamitische Gemeenschap in ons land. Maar door deze goedbedoelde wetswijziging, komen wij Joden juist in de knel. Als de rechter namelijk de man, die doet meestal het moeilijkst en treitert het graagst, dwingt een get (religieuze scheiding) af te geven, dan is die get volgens Joods religieus recht ongeldig omdat de man de get niet uit vrije wil heeft afgegeven. En dus, hoewel het goed is dat er een wetsvoorstel in de maak is die wil voorkomen dat mensen die civiel gescheiden zijn, toch nog religieus aan elkaar vast blijven zitten, werkt dit wetsvoorstel voor de Joden precies averechts en zal er voor de Joodse gemeenschap hier ter lande een kleine aanpassing in het wetsvoorstel moeten komen, zodat de vervelende echtgenoot niet kan treiteren. Hoe dat wetsvoorstel jurdisch dan in mekaar moet zitten, wist ik niet precies en dus had ik Mr. Loonstein mee laten zoomen.

     

    Geheel los van zoom, radio, tv en andere media, had ik een probleempje: ik krijg bijna iedere dag een e-mail met verzoek om te doneren. En dat doe ik graag, maar toch aarzel ik. Wie geef ik wel, wie geef ik niet? Sinds een week ontvang ik bijna dagelijks een e-mail van een vader wiens dochter van 16 jaar op het vliegveld van Bulgarije is gearresteerd vanwege een ‘onschuldig’ pakje dat ze had meegenomen uit Israel. Een tragedie! Het kind hangt een gevangenisstraf van meer dan tien jaar boven het hoofd. Vader vraagt geld om zijn dochter vrij te krijgen en om een goede advocaat te regelen.  Bovendien is vader een appartement in Bulgarije gaan betrekken om in de buurt van zijn dochter te kunnen blijven die hij wel iedere dag mag bezoeken. Ramp! En dus heeft hij dringend geld nodig. Maar hoe weet ik of dit verhaal klopt? Iedere dag krijg ik tragedies lijkend op deze bedel-e-mail in mijn inbox. Dan weer een kind dat ongeneeslijk ziek is en een operatie behoeft, dan weer etc etc. Je kunt het zo tragisch niet noemen of ik ontvang er wel een bedel-e-mail over. Wel geven? Niet geven? Bij twijfel, niet inhalen? Maar wat heet hier “niet inhalen”? Lastig!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

     

     

     

     

     

  • Rariteitenkabinet. Dagboek van een Opperrabbijn, 25 oktober 2020

    Soms lijken mijn e-mail INBOX en mijn brievenbus, waar slechts spaarzaam wat invalt,  op een rariteitenkabinet. Ik laat u meelezen in een paar e-mails en brieven die ik de laatste dagen ontving:

     

    • “Ik ben een tiener die op onverklaarbare wijze een enorme aantrekkingskracht ervaart naar uw prachtige religie. Alles in mij trekt ernaartoe”. Netjes doorgestuurd naar iemand, een Joodse dame, die ik eerst had benaderd en die ze mag bellen om al haar vragen te stellen. Ik vermoed een stuk eenzaamheid achter haar hunker naar Jodendom, of problemen thuis of inderdaad een diepreligieus gevoel. Graag wil ik haar helpen, maar ik moet wel oppassen, geen idee wie zij is, waar ze woont en hoe ze aan mijn adres komt.
    • “Mijn vader wordt volgende week 80 jaar. Mijn moeder is vorig jaar plotseling overleden en dus is vader erg verdrietig en vooral eenzaam. Ik en mijn broer wilden een mooi feest voor hem maken, maar corona heeft het onmogelijk gemaakt. U kent mij en mijn vader niet, maar vader kent u wel en leest, als gelovig christen, met belangstelling uw dagboeken. Speciaal de grappen vindt hij erg leuk. Ben ik erg onfatsoenlijk als ik u vraag om mijn vader op zijn verjaardag maandag aanstaande te bellen.” Natuurlijk ga ik bellen, al ware het alleen al om de zoon, die zich zo ontroerend inzet voor zijn vader, te ondersteunen.
    • Een brief (reguliere post bestaat dus kennelijk ook nog!) uit Duitsland aan “the relatives of Carolina Fronica A Jacobs de Leeuw”. Wat die A erin doet weet ik niet, maar dit is dus mijn moeder die 8 jaar geleden op 97-jarige leeftijd is overleden. Afzender is Conference on Jewish Material Claims Against Germany. Mijn vader, die 20 jaar geleden op 82-jarige leeftijd is overleden, heeft, zo staat in de brief, recht op €1539,00 per kwartaal. Voorwaarde is wel dat mijn vader, op het moment dat het bedrag zal worden uitgekeerd, nog in leven is. Fijn dat mijn vader op zo’n mooi bedrag recht zou hebben gehad. Misschien krijg ik over een paar jaar een brief gericht aan the relatives van mijn vader, dat mijn moeder eenzelfde bedrag zou hebben mogen ontvangen! Het geeft me in ieder geval een rijk gevoel!
    • En wat denkt u van onderstaande:

    Datum uitspraak : 19 maart 2018

    AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

    Uitspraak in het geding tussen:

    Stichting Werkgroep Behoud de Peel, gevestigd te Deurne

    apellante

    en

    Het College van gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

    verweerde

    Een grote brand eind april 2020 legde 800 van de 1200 hectare veengebeid in de Deurnsche Peel in de as. Onder leiding van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost hebben brandweer, politie en brandweer dagenlang samengewerkt onder moeilijke omstandigheden

     

    Bovenstaande kwam per reguliere post, gericht aan Het Secretariaat en dan mijn huisadres. Afzender staat nergens vermeld! Het is me niet echt duidelijk wat er nu van mij wordt verlangd. Als iemand een idee heeft: ik houd me aanbevolen!

    • En dan een verzoek van een niet-joodse historicus. Hij heeft uitgevonden dat een Joodse vrouw in de oorlog is overleden aan een natuurlijke dood. Zij zat ondergedoken en is in het geheim begraven, uiteraard op een algemene begraafplaats. De historicus heeft haar graf gevonden en verzoekt aan mij, via BenW van het dorp waar ze begraven ligt, of zij alsnog begraven kan worden op een Joodse begraafplaats. Geweldig! Ik meteen contact opgenomen met mijn Rabbinale Archeoloog. Dat is gewoon een archeoloog die Joods is en zich heeft gespecialiseerd in de halagische aspecten van dit soort klussen onder mijn rabbinale leiding. (Dat betekent dus in praktijk dat hij al het graafwerk verricht, met grote zorgvuldigheid, en ik sta erbij en geef als een van de stuurlui aan de wal hier en daar aanwijzingen en prevel de nodige gebeden.) Maar even los van dit tussen haakjes ge(mis)plaatste grapje: Wat een bijzondere klus. Wij, mijn archeoloog Drs. Leo Smole en ik, hebben echt het gevoel dat we haar thuis mogen brengen, na waarschijnlijk in het holst van de nacht, vestoken van haar familie, in groot geheim en eenzaamheid te zijn begraven en meer dan 75 jaar in volledige anonimiteit te hebben verkeerd. We beginnen aan de klus, gaan eerst nog proberen te achterhalen of er nog ergens familieleden in leven zijn en willen haar dan alsnog een waardige Joodse begrafenis geven. Uiteraard zullen de Joodse Gemeente die de eigenaar is van de begraafplaats waar zij nu verder zal mogen rusten, en Eduard Huisman, de functionaris van het NIK die belast is met alle Joodse begraafplaatsen, er zo spoedig mogelijk bij betrokken worden. Er zullen vergunningen tot herbegraving moeten zijn, een kist, transport en dan een begrafenis met het vereiste quorum van tien Joodse mannen opdat er kadiesj, het gebed voor de zielerust van de overledene, kan worden uitgesproken na al die jaren. En in een later stadium ook een waardige grafzerk waarop Leo en ik willen proberen de namen te vereeuwigen van haar famlieleden, waarvan bijna zeker het merendeel zal zijn vergast. Voor hen dus nergens een graf en van hen ook geen stoffelijke resten, verdwenen via de schoorstenen van de crematoria in het duistere gat der vergetelheid. Nu dus aan de slag! Leo en ik zijn dankbaar dat we ons hiervoor mogen inzetten.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Stromingen, Dagboek van een Opperrabbijn 23 september

    Gisteren had ik beloofd om uitleg te geven over de diverse stromingen binnen het Jodendom en hoewel uitleg en leringen niet echt tot een dagboek behoren, ben ik toch maar zo vrij om de vrijheid die ik heb te misbruiken.  Van-huis-uit ben ik een typische jekke. Ik vermoed dat u, speciaal mijn niet-joodse lezer, het even niet kunt volgen. Het Jodendom bestaat uit stromingen die weliswaar precies dezelfde uitgangspunten hebben qua wetgeving (halaga) en qua geloofspunten, maar die onderling verschillen in beleving. Uitleg: een gezin met tien kinderen. Allen gaan ze dagelijks naar school (althans in het precorona tijdperk), ze doen allen aan sport, eten allemaal, slapen, lezen etc. Allen doen ze alles, alleen de een legt meer de nadruk op sport, de ander is meer een boekenwurm. Zo ook bestaat het Traditionele Jodendom, dat de eeuwen heeft weten te trotseren, uit stromingen die onderling geen dogmatische verschillen kennen, maar wel andere aspecten benadrukken. Een voorbeeld: er is een stroming die vrij in zichzelf is gekeerd, om zichzelf een muur heeft gebouwd om het moreel verval van onze huidige maatschappij buiten de deur te houden. Een andere stroming zal juist omdat er ‘buiten’ veel rotzooi is, geen muur opwerpen maar juist het ‘buiten’ opzoeken om de wereld te verbeteren. Beide benaderingen hebben hun voor en tegen. Door om mezelf en om mijn gezin een muur te bouwen, loop ik het risico dat de sfeer thuis verstikkend werkt en de kinderen als het ware uitbreken, de engte van het geloof niet meer aankunnen en hun leven buiten het geloof gaan plaatsen. En als er geen muren meer zijn, bestaat het risico dat niet de rabbijn de samenleving beïnvloedt, maar de alles-mag-en-en-alles-kan-cultuur de rabbijn. Welk van de twee stromingen is de juiste? Antwoord: beiden zijn juist, maar verschillend. Ik zit dus bij die tweede stroming, vandaar mijn naar-buiten-treden, vandaar dit dagboek, vandaar contact met andersdenkenden. Maar vandaar ook dat ik voortdurend moet oppassen geen grenzen te overschrijden en me niet door de omgeving te laten beïnvloeden. Maar ook moet ik ervoor waken geen situaties te creëren die verkeerd vertaald zouden kunnen worden. Was het veertig jaar geleden geen enkel probleem om een bejaarde dame thuis te bezoeken, heden ten dage moet ik daar erg voorzichtig mee omgaan. Derden zouden vertaalslagen kunnen maken die ongepast zijn en schadelijk. Maar dat is toch niet uw probleem, hoor ik u denken. Mis! Gelijk kwaadsprekerij een verbod is, is het ook verboden door je eigen gedrag anderen de gelegenheid te bieden om over jou te gaan roddelen. En dus trek ik erop uit en ben voortdurend mezelf aan het afvragen: waar ligt de grens? Maar, en daarmee begon ik dit dagboek, wat is een jekke? Jekkes zijn Duitse en Nederlandse Joden. Heel punctueel, altijd op tijd, alles van tevoren vastgelegd, een dagelijks ritme dat weinig ruimte laat voor het toeval. In het Nederlands zouden we zeggen: typisch Calvinistisch. Maar ik heb een beetje en langzaam dat jekkische huis verlaten en vertoef nu in de sfeer van dat Jodendom zonder muren, maar wel met die ietwat neurotische drang naar geordendheid. Vandaar onder andere dit dagboek, dat dus al maandenlang verschijnt en dagelijks precies op tijd klaar is. Mijn geordende achtergrond laat het niet toe om af en toe toch een dagje over te slaan!  U kunt me nu dus een beetje beter plaatsen.

     

    Maar vandaag had ik geen goed omlijnd programma. Voorbereiding voor Jom Kippoer, de Grote Verzoendag, zondagavond en de gehele maandag. Toespraak voorbereiden. Ook nog morgenavond een zoom-lezing. En natuurlijk, omdat ik voorga in de gebeden, dat weer voorbereiden. Ik ken de gezangen en melodieën wel, maar toch moet ik dat ieder jaar weer opnieuw vooraf doornemen. Een jonge collega wil dat ik een bepaald deel van de dienst inzing op zijn whatsapp, dus dat heb ik vandaag ook nog even gedaan en, zeer belangrijk, mijn wandeling-op-tempo ontbrak vandaag niet, hoewel ik de laatste dagen wel te veel spijbel in dezen. Niet goed en strookt niet met mijn jekkisch geordende gedrag.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks

  • Toeslagenaffaires. Dagboek van een Opperrabbijn 3 januari 2021

    De dagboek-opzet van het JCK, Joods Cultureel Kwartier, was om een indruk te krijgen van mijn leven in coronatijd. Af en toe vergeet ik bijna dat er corona heerst, maar zo rond Oud en Nieuw werd ik wel keihard op de feiten gedrukt. Overvolle ziekenhuizen en de dreiging dat artsen moeten gaan oordelen over leven en dood. Wie nemen we op en wie laten we aan z’n lot over.

     

    Ondertussen heb ik voor het eerst in mijn leven Oudejaarsavond gekeken naar een Nieuwjaarsshow omdat ik nieuwsgierig was en omdat ik er zelf ook in optrad: ‘Oud en Nieuw van christenen voor Israël.’ En hoewel ik een beetje had voorgenomen om te gaan kijken naar de oudejaarsconference van Joep van het Hek, heb ik dat toch maar niet gedaan. Reden: 1: verkwisting van tijd. 2: hoewel ik zeer goed tegen grappen kan en er best met van alles en nog wat de spot mag worden gedreven, vind ik vloeken onacceptabel. Even een korte uitleg ad 1: Vanuit het Joodse denken is het onjuist om tijd te verkwisten. Ontspannen is prima. Ik wandel dan ook iedere dag omdat dat goed is voor lichaam en geest. Maar echt helemaal niets doen of iets dat volkomen zinloos is, dat niet. Waarom lees ik dan wel kranten en luister ik braaf naar het nieuws, vraagt u zich af. Want, laten we eerlijk zijn, of ik nu wel of niet op de hoogte ben van het aantal dagelijkse coronabesmettingen heeft niet veel nut. Integendeel! Ik word er redelijk depressief van en met mij vele anderen.  Ook al die waanzinnige complottheorieën over het vaccin behoren niet tot mijn geliefde lectuur. Anderzijds heb ik nieuwsinformatie nodig om te weten hoe wanneer te handelen of om in staat te blijven bijvoorbeeld mijn dagboek te schrijven en/of een Joodse visie te geven op de actualiteit. Maar iedere seconde het nieuws volgen is totaal onnodig. Het zinvol besteden van de tijd is een belangrijk Joods gebod. Wat betreft 2, het vloeken. Ik zit in het Comité van aanbeveling van de Bond tegen het Vloeken. Ik ben daarvoor indertijd benaderd en heb ja gezegd. Ik zit in tal van Comités van Aanbeveling (ik beveel dus heel wat aan!), maar zit nooit ergens in om er maar in te zitten, maar laat mijn naam alleen gebruiken als ik de doelstelling van de Stichting onderschrijf. En vloeken vind ik onaanvaardbaar omdat het kwetst. Dus: vrijheid van meningsuiting met een beperking. En juist vanwege die in mijn optiek noodzakelijke beperking, dus zit ik braaf in het Comité van Aanbeveling van de zwaar christelijke Bond tegen het Vloeken.

     

    Vrijdagavond en sjabbat verliepen zoals wekelijks, alleen maakte ik me zorgen over onze vrijdagavond ‘stamgast’ die duidelijk veel vermoeider was dan gewoonlijk, niet goed liep en aangaf dat hij op Oudejaarsavond in z’n eentje elf oliebollen had gegeten, terwijl hij juist erg moet oppassen met suiker. Meteen na sjabbat heb ik hem gebeld om te vragen hoe het hem is vergaan, maar G.Z.D. maakt hij het goed. Mijn kleinzoon uit Engeland die hier dus nog steeds klem zit tussen Engeland en Israël, waar hij studeert, weet eigenlijk bar weinig over zijn Nederlandse voorouders. En dus vertelde ik wat ik weet en kwam tot de conclusie dat ikzelf over de 80% van mijn familie die ‘niet terugkeerden’ helemaal niets weet. Er werd over hen thuis niet gesproken!  Terwijl ik uitleg wat voor verschrikkingen de oorlog hier teweeg heeft gebracht, besloot ik hem te laten kijken naar ‘De zaak Menten’ met Engelse ondertiteling. Ondertussen heb ik zelf ook voor de zoveelste keer (mee)gekeken. Los van de oorlogsmisdadiger en de oorlogsmisdaden die worden getoond en die niet vergeten mogen worden, blijf ik me ergeren aan de corruptie rondom Menten. Overheidsfunctionarissen die zich laten omkopen, met rechtszaken worden bedreigd, Hans Knoop die ontslagen wordt, zijn fotograaf die gigantisch aan hem verdiend moet hebben en uiteindelijk zich ook laat omkopen. Ik denk aan de Toeslagenaffaire. Hoe heeft dit kunnen gebeuren in ons landje! En dit soort kwesties gebeuren nog steeds, dagelijks.  Corona is een plaag, maar de Toeslagenaffaires zijn dat ook. Ik schrijf bewust Affaires in het meervoud. Want de Toeslagenaffaire is boven water gekomen (met dank aan de media!), maar wat speelt er nog meer aan affaires die onzichtbaar waren en/of zijn? Ik ken er nog wel een paar!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Toespraak Menora Tweede Kamer. Dagboek van een Opperrabbijn 10 december 2020

    Allereerst mijn oprechte dank aan mevrouw Arib, voorzitter van onze Tweede Kamer, omdat ze zelfs dit jaar weer bereid was de Menora in ontvangst te nemen en die Menora een plaats te geven in het hart van ons Parlement. Waarmee automatisch, zonder woorden, ook getoond wordt dat dat kleine Joodse vlammetje, de Nederlands Joodse Gemeenschap of wat daarvan nog over is, onlosmakelijk verbonden is met de brede Nederlandse samenleving.

     

    ‘Zelfs dit jaar’, want het gezamenlijk aansteken van de kaarsjes, de vlammetjes, met daaraan gekoppeld de ontvangst van de rabbijnen zoals voorafgaande jaren, heeft niet plaatsgevonden. De brandende vlammetjes, de essentie van het hele Chanoeka gebeuren, ontbraken dit jaar. De essentie ontbrak! En dus rijst de vraag: Hadden we dit jaar Chanoeka, het aansteken van de Menora wellicht moeten overslaan, in het Parlement en op zovele andere plaatsen?

     

    We weten allen dat de gedachte achter het kruikje olie en het vlammetje dat daaruit voortkomt is: het verlichten van duisternis. In de Sjoelchan Aroeg, het Joodse Wetboek, staat dat de Menora moet worden aangestoken als het buiten duister is en zolang er mensen buiten in de straat lopen. Maar wat als er niemand in de straat het licht kan zien en de boodschap van tolerantie niet kan horen? Als Joden in situaties verkeerden of verkeren waarin het voor het raam plaatsen van de Menora gevaarlijk is, of als er gewoon helemaal niemand buiten te zien is omdat ik bijvoorbeeld in woestijn woon, helemaal alleen?  Steken we dan geen Menora aan? Het antwoord op deze vraag is heel duidelijk: hoewel het tijdstip van aansteken alles te maken heeft met de zichtbaarheid, het verdrijven van duisternis juist bij de ander, toch moet de Menora zonder enige twijfel ook worden aangestoken als niemand maar dan ook niemand de zuivere vlammetjes kan zien.

     

    En dat is nu precies wat ook dit jaar gebeurt. Publiekelijk de Menora aansteken, met een grote menigte, zit er dit jaar niet in. Zelfs met een paar rabbijnen de Menora overhandigen en de lichtjes ontsteken in het gebouw van de Eerste en Tweede Kamer, hebben we niet willen doen. En desalniettemin wordt in ieder Joods huis het licht ontstoken. Een licht dat hoger is dan de ratio, een licht dat als taak heeft licht te verspreiden Maar ook als het niets verspreidt moet het toch branden.

     

    Is dat rationeel? Kunnen we dat verklaren? Neen, het is een soort contradictio interminis. Totaal niet te vatten. Zolang mensen het vlammetje kunnen zien moeten we de Menora aansteken, maar ook als niemand het ziet en het rationele deel dus ontbreekt, steken we het toch aan?! Laat ik het anders verwoorden: Stel we zetten een actie op poten om geld in te zamelen voor mensen die straatarm zijn. Ze hebben geen financiële mogelijkheid om eten te kopen. Iedereen zal doneren. Maar als op een gegeven moment de armen in staat zijn om zich in hun eigen levensonderhoud te voorzien hebben ze geen gaarkeuken meer nodig. Op dat moment is het zinloos om aan die gaarkeuken geld te geven. Sterker nog, volgens de Joodse wet mogen die armen, die inmiddels niet meer arm zijn, geen geld aannemen van Tsedaka, liefdadigheid, want het zou dan onterecht zijn, tegen de gerechtigheid indruisen.

     

    Wat zou er dus logischer zijn geweest dat de Menora alleen dan wordt aangestoken als de lichtjes van de Menora worden gezien door derden. Mensen die zich in de duisternis bevinden, ongeacht of dat een tastbare duisternis is, het is gewoon buiten donker, of een spirituele duisternis. De Menora zit gekoppeld aan het verspreiden van licht en dus het verdrijven van duisternis. Maar er bevindt zich niemand in duisternis!

     

    En dan zien we het volkomen onlogische: als de armen niet meer arm zijn, kunnen ze uiteraard niet meer nemen van de armenbedeling.

    Maar als er niemand aanwezig is die zich in de duisternis bevindt, zijn we toch verplicht om licht te brengen. Maar aan wie? Aan niemand. Totaal onlogisch! Niet te beredeneren.

     

    En dat is nu juist precies de essentie van Chanoeka. In de Talmoed wordt gevraagd: Wat is Chanoeka? En het antwoord is dan het wonder van het kruikje olie. Geen woord over het wonder dat een klein groepje onervaren strijders een gigantische Griekse professionele legerschare wist te verslaan. De reden?

     

    De Grieken waren geen antisemieten. Joden werden niet vervolgd zoals in de tijd van de inquisitie of in de Tweede Wereldoorlog. Joden mochten zelfs de Thora bestuderen. Maar er zat één maar aan: G’d, de spiritualiteit, de ziel moest eruit verwijderd worden. Alleen logica telde. Alles moest begrepen worden. De afgod Ratio moest vereerd worden.

     

    Dat was de strijd van toen en is ook de strijd van nu: Het licht van de Menora moet gezien worden, maar ook als niemand het ziet moeten we het toch aansteken.

     

    Het vlammetje van de Menora straalt uit dat we niet alles kunnen begrijpen. G’d moet aanwezig zijn in onze maatschappij. Niet alles is te vatten. We weten meer niet, dan wel. Als we daarvan doordrongen zijn, dan pas gaan we proberen te begrijpen. Die boodschap straalt dit jaar sterker uit dan andere jaren, met dank aan corona.

     

    Nog vele jaren Chanoeka, in gezondheid en met de echte sjalom, voor ieder medemens!

     

    Bovenstaande toespraak heb ik gebruikt als dagboekvulling: twee vliegen in één klap!

     

    Wat ik verder heb gedaan? Vanuit Zeeland waren een cameraman en een presentator gekomen naar ons huis om mij vijf minuten op te nemen voor TV Zeeland. Die vijf minuten worden dan wel, als ik het goed heb begrepen, zondag zes keer uitgezonden als onderdeel van een Chanoeka programmaatje waarin ook de menora wordt aangestoken in de sjoel van Middelburg door de onnavolgbare Luuc Smit, chazan van de Joodse Gemeente Zeeland. In datzelfde programma weerklinkt vanuit het carillon van de Grote Kerk het Ma’oz Tsoer.

     

    Vanavond bijna twee uur vanuit het Israel Producten Centrum in Nijkerk (bijna mijn tweede thuis!) het aansteken van het eerste kaarsje door Joop Elzas, voorzitter van het NIK, de federatie van Joodse Gemeenten, gevolgd door het zingen van Ma’oz Tsoer door mijn Canadese schoonzoon en aansluitend een lezing van mij over……Chanoeka! Ondertussen heb ik me nog wel even opgewonden over een relletje dat hopelijk na een gesprek met een burgemeester tot bedaren is gebracht. En ook begrijp ik nog steeds niet, waarschijnlijk vanwege mijn beperkte politieke verstand, waarom in Dubai producten uit de zogenaamde bezette gebieden zonder label mogen worden verkocht, maar in Nijkerk niet. Misschien moet het IPC – Israel Producten Centrum zijn wijn vanuit Israel naar Dubai laten sturen en dan vanuit Dubai naar Nederland. Als ons Ministerie dan gaat gillen krijgen ze de Verenigde Arabische Emiraten op hun dak. Ik snap dat dit voorstel niet erg klopt, maar dat is inherent aan de politiek. Als het maar goed en aannemelijk klinkt. En dat doet het zeker!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Vaccin verliest van de Minister, Dagboek van een Opperrabbijn, 1 november 2020

    Mijn blik viel vandaag op de column in het NIW van Michel Waterman waarin hij schrijft: “Ik moet vandaag mijn column inleveren en heb nog geen onderwerp. Ik kan u verklappen dat mijn bewondering voor columnisten die dagelijks produceren, sterk is toegenomen.”

     

    Toen ik dit had gelezen vroeg ik mezelf gevleid af of dat compliment voor mij bedoeld was. En dus rees bij mij de vraag: Ben ik nou rabbijn of columnist? Maar toen dacht ik ook even terug aan die psychotherapeut die mijn dagboek zag als een therapie. Na enig denkwerk kwam ik tot de conclusie dat mijn dagboek een combinatie is van 1: rabbijn 2: columnist 3: therapie. En dus was het compliment van Waterman niet aan mij gericht. Jammer, want af en toe heb ik wel behoefte aan een schouderklopje (met de ellenboog uiteraard, vanwege corona!), speciaal als ik weer eens onder vuur lig.

     

    Een ietwat uit de context gehaalde krantenkop haalde een paar voorpagina’s, waarna mensen gingen reageren. Dat was geweldig want dat betekent dat ik niet tegen dovenmansoren schrijf, mijn boodschap komt aan. Wat mij bijna stoorde was dat een (buitenlandse) collega, die kennelijk weinig anders te doen heeft dan het volgen van mijn dagboek, in contact is getreden met de niet-joodse journalist om tegen de (onhandige) krantenkop te protesteren. Het vloog even door mijn gedachte om hem een WhatsApp te sturen met mijn telefoonnummer. Dan kan hij bij een volgende gelegenheid eerst even bellen alvorens van een mug een olifant te maken bij de journalist die mij dan weer belt en niet snapt waarom hij boos wordt benaderd. Maar die WhatsApp heb ik niet gestuurd en ga ik ook niet sturen. Reden?

     

    Geleerd uit het gesprek tussen Awraham en Lot waarover sjabbat jl. werd gelezen in alle synagogen ter wereld: “Er ontstond twist tussen de herders van de kudden van Awram en de herders van de kudden van Lot…. Toen zei Awram tegen Lot: Laat er toch geen twist zijn tussen mij en jou en tussen mijn herders en jouw herders….Maak je toch los van mij; als het naar links is, ga ik naar rechts, is het naar rechts, dan ga ik naar links (Bereesjiet/Genesis 13:7-9). Waarom, mogen we ons afvragen, laat Awraham de keus aan Lot. Het gebied, het latere Israël, was toch het eigendom van Awraham. G’d had hem dit stuk grond toegezegd. Hij had Lot kunnen aantonen dat hij de beste papieren had!? Als we de Hebreeuwse tekst even grammaticaal bekijken zien we dat het Hebreeuwse woord voor twist de eerste keer in de mannelijke vorm staat en de tweede keer in het vrouwelijk. Twisten ontstaan het snelst tussen mensen die heel veel met elkaar samen zijn. De meest geschikte plaats voor twisten is dus het huwelijk! Hoe gaan we hiermee om? Moet de man proberen zijn gelijk te halen? Moet de vrouw voet bij stuk houden? De beste manier om met (huwelijkse) meningsverschillen te dealen is: accepteren! En daarom staat het woord twisteen keer in de vrouwelijke verbuiging en een keer in de mannelijke. Awraham begreep dat hij zijn gelijk had kunnen halen bij Lot, maar was er ook van doordrongen dat het beter is om de tegenstander, Lot in dit geval, gewoon z’n zin te geven. Voor de toekomst betekent dit winst. En dus zal ik mijn weleerwaarde collega in dezen niet benaderen en als we elkaar weer tegenkomen gewoon doen alsof mijn neus bloedt! Therapeutisch (3) heb ik het dus bij deze van me afgeschreven, ik heb er een column (2) van gemaakt en, het meest belangrijk, ik heb geleerd (1) van onze aartsvader Awraham!

     

    Wat we dus merken is, dat mensen vaak niet in staat zijn om buiten hun eigen beperkte cocon te kijken en/of te denken. Zoiets heet egoïsme, gevolg van de afgod IK. En dat probleem komen we helaas veelvuldig in onze samenleving tegen en kan zeer schadelijk zijn.

     

    Dr. Marcel Levi, medisch directeur van tien ziekenhuizen in Londen en de zoon van mijn voormalige voorzitter van het Sinai Centrum, is van mening dat het vaccin tegen corona reeds nu toegediend zou moeten worden. Maar de Britse Minister wil dat nog niet omdat misschien één van de 50.000 last zou kunnen krijgen van een bijwerking omdat het vaccin nog niet 100% is uitgetest. Levi legde de Minister uit dat zelfs als één op de 50.000 een ongewenste bijwerking krijgt, het nog steeds de moeite waard is om het vaccin reeds nu in te zetten, omdat daarmee voorkomen kan worden dat honderden besmet worden met corona en een algehele Lockdown de samenleving ernstig ontwricht. De Minister reageerde hierop, volgens de krant die Dr. Levi citeerde, dat als honderden sterven aan corona, hij, de Minister, nauwelijks verwijten zal krijgen. Maar als er ook maar één persoon slachtoffer wordt van het vaccin dat hij heeft goedgekeurd, hij met kritiek zal worden overstelpt. De Britse Minister is dus ook een volgeling van de afgod IK, gelijk mijn collega, met dien verstande dat er door het gedrag van de Minister, G’d behoede, mensen komen te overlijden, maar het gedrag van mijn collega heeft een positief resultaat: een onderwerp voor mijn dagboek van vandaag!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

     

  • Van Den Helder naar Sobibor, Dagboek van een Opperrabbijn 15 oktober 2020

    Ik ben weer ouderwets pré-coronaansch gevloerd. Om 11:30 uur vertrokken en nu om 19:00 uur thuis. Ik werd gereden door mijn vaste driver en omdat ik dus zelf niet reed, had ik alle tijd om mijn zoom-sjioer die ik om 20:00 uur moest geven voor RabbijnenNL voor te bereiden. En natuurlijk de telefoontjes en e-mails. De eerste stop was Den Helder. Onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de 118 Joden die werden weggevoerd. Uiteraard was alles in de open lucht en in zeer afgeslankte vorm. Burgemeester had eerst niet willen komen om te voorkomen dat hem verweten zou worden toch ergens publiekelijk aanwezig te zijn. Maar uiteindekijk was hij er toch, hield een gloedvol betoog voor het kleine selecte gezelschap. Het was goed, zo gaf ik aan in mijn toespraak na de onthulling, dat we toch bijeenkwamen. Goed omdat er fotografen en journalisten gekomen waren om de boodschap van dit monument verder uit te dragen. Afgelasten had ik onjuist gevonden. Voor mijn gevoel zou het ongepast en oneerbiedig zijn voor hen die hier toch nog hun eigen ‘grafzerk’ hebben gekregen na meer dan 75 jaar.

    Luister hoe treffend de staddichter Regina Kikkert het verwoordde:

    Deze stenen in Den-Helder

    vertellen een geschiedenis

    van liefdeloze onvrede,

    een tijd van diepe duisternis.

     

    Steen is onvergankelijk,

    markeert de Eeuwigheid op aard

    zelfs weer en wind kan het doorstaan

    en blijft ten allen tijd bewaard.

     

    Verzonken in Helderse grond

    zijn Joodse namen thuis gebracht,

    een teken van identiteit

    en in een monument herdacht.

     

    Beschermd door de dijk en pieren,

    dicht bij de duinen, zee en kust,

    veilig beschut in de luwte

    komt een levensverhaal tot rust.

     

    In herinnering verbonden

    spreekt elke steen, zijn eigen taal.

    Geëerd wordt heel het mensbestaan

    als medeburgers, allemaal.

     

    Met stil respect, vertraagd de pas,

    verleden tijd….. maakt nieuw begin.

    ZIJ ZULLEN NOOIT VERGETEN ZIJN,

    want zij gaan mee, de toekomst in.

     

    De Vrede is een kostbaar goed

    die wordt gekoesterd en bewaakt.

    Onder de Nederlandse vlag

    wordt een stil, eerbetoon gemaakt.

     

    Voor allen die gestorven zijn

    klinkt een SHALOM als welkomstgroet,

    in het Huis van de Eeuwige

    rust hun ziel in Vrede, voorgoed.

     

    Maar los hiervan: we zien in onze huidige corona-bubbel dat corona alles en iedereen overheerst. Ziekenhuizen zijn aan het afschalen.  Ik begrijp het, want corona is een zeer gevaarlijk virus. Maar antisemitisme is minstens zo sluw en onberekenbaar. We weten allen dat het coronavirus een beperkte levensverwachting heeft, uiteindelijk zal het uitgeroeid zijn of op z’n minst behandelbaar. Maar met het virus antisemitisme zal het niet zo goed aflopen. Dat venijn heeft zich bewezen onuitroeibaar te zijn en zit in een bijna voortdurend proces van mutaties. We hadden eerst het verkeerde geloof, toen veroorzaakten wij de pest, mijn ouders hadden het verkeerde ras en ik ben zionist en wordt ook al op social media verklaard tot de fabrikant van Covid-19. En daarom was de korte bijeenkomst met een zeer beperkt publiek zo enorm goed en indrukwekkend.

    Van Den Helder naar Heemstede voor een bespreking met het bestuur van de Joodse Gemeente Noord-Holland Noordwest en toen naar huis na onderweg nog een telefoontje uit IJsland te hebben gehad. Toch onbegrijpelijk dat iemand uit IJsland mij zomaar weet te vinden tussen de Kanaalweg in Den Helder en de synagoge in Heemstede. We vinden het allemaal maar gewoon, maar dat is het toch echt niet!

    Het was dus een positieve dag en met een goed gevoel kwam ik weer thuis. Ik gaf mijn Zoom cursus en in plaats van naar bed gaan, ging ik toch nog de documentaire over de opstand in Sobibor bekijken. Alles kwam weer boven. Ik ben de generatie van direct na de oorlog. Ik ben grootgebracht met vóór en ná de oorlog, ik weet nog dat mijn ouders hebben geleden en alles in het werk hebben gesteld om mij er niet mee te confronteren. Wij, de generatie die nu al in de zeventig is, wij moeten doorvertellen wat onze ouders niet durfden bespreekbaar te maken. In het Sinai Centrum woonden de mensen die de oorlog wel en niet hebben overleefd. Streepjes-pyjama’s waren niet toegestaan. De verpleegsters mochten geen laarzen dragen en douchen kon ook echt niet. Onze bewoners wisten namelijk niet of er water of gas uit de douchekoppen zou komen……Ik verwijt mijzelf dat ik misschien niet goed genoeg doordrongen was van hun pijn. Ik weet zelfs niet hoe mijn lieve vader en mijn lieve moeder wel of niet nog hebben geleden van hun onderduik en verlies van hun naasten en hun angsten. Van mijn moeder hoorde ik de innige dankbaarheid voor de mensen bij wie zij is huis was geweest en die door en door goed waren. Haar angsten heeft ze nauwelijks met mij gedeeld. “Wij hebben het goed gehad, want wij waren niet in de kampen” heb ik honderden keren van mijn moeder moeten horen. Ik stop. Ik moet nog kunnen slapen. Den Helder was goed. Maar ook de onthulling in Warnsveld die zojuist is afgelast, moet mijns inziens doorgaan. Dan maar met minder mensen. En ik moet luisteren naar Jules Schelvis die in de documentaire de opdracht gaf om het door te vertellen……Wij, de second generation, moeten de opdracht “om niet te vergeten” overnemen, ook als dat onszelf schaadt, want het terugdenken aan en het zien van dit soort documentaires laat me niet onberoerd.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Verstoord contact, Dagboek van een opperrabbijn, 27 oktober 2020

    Als rabbijn mag je steeds vooraan staan, ik mag rondlopen met mijn koninklijke onderscheiding, verschijn in de media en nog veel meer van dit soort leuke dingen. Maar verkijk u niet! Er zijn vele nare klussen. Werk achter de schermen. Fouten begaan door derden die ik mag rechtbreien. Tragedies die ik mag proberen te begeleiden. Beslissingen nemen voor andere mensen die op mijn kompas willen varen. Jaloezie! Gisteren kwam iemand naar me toe met de oprechte vraag waarom ik niet gewoon stop met mijn werk. Gewoon met pensioen, genieten van de natuur, veel op vakantie gaan. Maar zo zit ik niet in mekaar. Ik ben naar Nederland gekomen om de Joodse gemeenschap te steunen, daar waar mogelijk te bouwen, een bijdrage te leveren. Is dat altijd makkelijk? Altijd leuk? Zeker niet! Maar het leven is nu eenmaal niet altijd gezellig.

     

    Ik herinner mij toen mijn voorganger Opperrabbijn Berlinger zl. mij vroeg om hem op te volgen. Hij zat al in een rolstoel toen hij mij, bij het 25-jarig bestaan van het Sinai Centrum in Amersfoort, publiekelijk aankondigde als zijn opvolger. Nadien vroeg hij of ik taken van hem wilde overnemen. Ik heb daarop positief geantwoord, maar, zo gaf ik aan, problemen die gekoppeld zitten aan het afgeven van zogenaamde Rabbinale Verklaringen en het erkennen van buitenlandse gioer-toetredingsverklaringen, dat wil ik graag zo lang mogelijk bij u laten. Daar tuimelde hij niet in: alles of niets! En dus koos ik voor het ‘alles’. En dus zit ik mijn hele rabbinale loopbaan (hoewel ik me afvraag of rabbijn überhaupt wel een baan is!) vast aan vele erg onplezierige klussen waarmee je echt geen vrienden maakt!

    Wat speelde er dan bijvoorbeeld vandaag? Een hoogbejaarde aardige man is al jarenlang lid van een Joodse Gemeente. Het sukkelige is dat het bestuur in wijsheid (want over wijsheid menen de meeste bestuurders royaal te beschikken!) had besloten de man lid te laten worden zonder na te laten trekken door ons Opperrabbinaat of hij überhaupt wel Joods is. En nu is hij ziekelijk, begint zich zorgen te maken over zijn begrafenis op de Joodse begraafplaats, zegt zelf dat hij waarschijnlijk niet Joods is en mag ik nu uitzoeken wat zijn status is. En na enig speurwerk is het antwoord op die vraag: Neen! Een erg aardige en vriendelijke man, maar niet Joods dus! Aan mij was vandaag de eer om hem dat te gaan vertellen!

     

    En dan ook nog een gesprek met een niet-joodse man die erg geïnteresseerd is in Jodendom, nadrukkelijk zonder joods te willen worden. En dus heeft hij een vereniging opgericht, genaamd Vrienden van de Voormalige Synagoge X. om de niet meer in gebruik zijnde vroegere synagoge weer min of meer in ere te herstellen en hebben ze een lokale Joodse man zo’n beetje als hun Rebbe aangenomen. De Rebbe geeft cursussen, houdt lezingen, treedt naar buiten als het gezicht van Joods X., laat zich goed betalen, kraamt de nodige onzin uit over Joodse tradities en blijkt van geen kant Joods te zijn! Zoiets heet dus misleiding en/of oplichting. En nu mocht ik vanochtend een gesprek hebben met de voorzitter van de Stichting Vrienden van de Voormalige Synagoge X. om te kijken hoe alle aangerichte schade weg te werken, waaronder een financieel probleem want de zogenaamde Joodse Rebbe heeft het ook nog gepresteerd om er met een gedeelte van de kas vandoor te gaan.

     

    Dan is er op een andere plaats een klein foutje gemaakt door een lokale functionaris en is er iemand begraven op de Joodse begraafplaats die achteraf bezien helemaal niet Joods is. De niet-joodse familie is hierover redelijk kwaad en wil een her-begraving op een niet-joodse begraafplaats op kosten van de Joodse Gemeente. Maar we kunnen natuurlijk niet zomaar gaan opgraven en verplaatsen!  Hoe dit op te lossen weet ik nog niet, maar ik zal er wel weer iets op (moeten) vinden. Ik krijg soms van die oplossende ingevingen out of the blue, waarover ik mezelf verbaas.

     

    Ondertussen had ik eindelijk mijn nieuwe laptop gekregen. Een groot scherm gekoppeld aan een hoogwaardige kleine laptop. Maar totdat ik dat volledig aan de praat had gekregen, was ik een halve dag verder. Het grote scherm is een verademing en de kleine laptop pijlsnel. Alleen klopte er iets niet in de verbinding tussen de pijlsnelle laptop en het grote scherm. Maar na uren experimenteren heb ik, na de aanwijzingen van een deskundige te hebben opgevolgd, de laptop en het scherm aan elkaar weten te koppelen. En in feite is dat een essentieel onderdeel van mijn rabbinale baantje: verstoorde koppelingen repareren en zorgen dat als gevolg van een goede samenwerking de juiste beelden worden gevormd. Ik moest hieraan speciaal denken toen ik een telefoontje kreeg van Koen. Koen werkt voor Christenen voor Israel in Oekraïne. Zijn enige doel is: lokale rabbijnen helpen met hun werk voor de Joodse gemeenschap. Koen belt me omdat hij ontevreden is over de opstelling van een van de rabbijnen die hij met honderden voedselpakketten en medicijnen heeft gesteund. De rabbijn wil/kan geen verantwoording afleggen over de hem geschonken pakketten. Tien minuten later een totaal ander verhaal van de jonge rabbijn. Hun probleem lijkt erg veel op dat probleem tussen mijn kleine pijlsnelle laptop en het grote zichtbare scherm. Ze spraken verschillende talen, werkten niet op dezelfde golflengte, ergens een verkeerde instelling met als gevolg: een communicatiestoornis. Dat computerprobleem is dus inmiddels opgelost, maar samenwerking tussen de jonge rabbijn en de keihard werkende Koen nog niet….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Vrijheid van meningsuiting…maar wel met grenzen! Dagboek van een Opperrabbijn 9 november 2020

    Geïnspireerd door een wijze oude dame die heel voorzichtig mijn mening vroeg over het beledigen van andersdenkenden bijvoorbeeld in een cartoon, kwam ik tot de conclusie dat vrijheid ook grenzen behoeft. De eerste vraag is natuurlijk: wat is beledigen? Ik las in ‘mijn eigen NIW’: “Er moet worden gevreesd dat het beleid van de vliegtuigmaatschappij (ELAL) er alleen maar orthodoxer op zal worden”. Wat wordt hiermee bedoeld? En wat is orthodox? Je wel of niet aan de wetten houden, als dat bedoeld wordt met orthodox, is niet hetzelfde als goed of slecht. Ik herinner mij Gerhard en Beppie Caneel, overlevenden van de oorlog. Door en door goede lieve zachtaardige mensen. Beiden ernstig beschadigd uit de oorlog gekomen en toch altijd opgewekt. Iedere sjabbath kwamen ze naar de sjoel, maar verder leefden ze niet echt volgens de Joodse wetten. Mijn Jodendom zit ik mijn hart, zei Gerhard vaak. En dat was een zichtbare waarheid. Maar zij werden wel als orthodox beschouwd door gemeenteleden die alleen op de Hoge Feestdagen in de synagoge verschenen, dus drie keer per jaar. En mensen die alleen op de Grote Verzoendag in de synagoge kwamen vonden die Hoge Feestdags-Joden orthodox en mij waarschijnlijk zeer orthodox. Met andere woorden: wie legt waar welke grens? En de allerbelangrijkste vraag: moeten er wel grenzen worden gelegd? Waarom al die hokjes? Ik ben Joods en net zo Joods als Beppie en Gerhard. En of ik goed ben? Dat wordt Boven bepaald! Maar ik weet 100% dat Beppie en Gerhard door en door goede mensen waren. En dus vind ik ‘de vrees dat de ELAL orthodoxer zal worden’ een polariserende vermelding. En polarisatie is gevaarlijk, ongeacht of dit in woord is of in beeld.

     

    En ik dus gevraagd aan een aantal overlevenden wat zij vinden van de zorg van die wijze oude dame over het bewust beledigen van andersdenkenden. Alle overlevenden die ik heb benaderd deelden haar mening dat er grenzen moeten zijn aan vrijheid van meningsuiting. Ieder mag vinden dat zijn manier van denken de enige juiste is, maar er moet wel ruimte zijn voor anderen om er een andere mening op na te houden. Als ik in vlijmscherpe woorden een andere godsdienst of leefwijze veroordeel, dan moet dat mogelijk zijn. Maar als mijn veroordeling oproept om de ander te doden of te discrimineren, dan moet ik keihard tot de orde worden geroepen en wegens opruiing achter slot en grendel verdwijnen.

     

    Maar wat als ik alleen maar beledig? Als dat mag, waarom hebben wij, als Joodse gemeenschap, ons dan zo opgewonden over de praalwagens in Aalst? Alles-mag-en-alles-kan toch?

     

    Enige jaren geleden werd ik geconfronteerd met een educatief audiovisueel programma vanuit de kerken. De beelden werden met zand gevormd. Er waren beelden en een verteller. Het onderwerp was het ontstaan van het Christendom. Voor- en tegenstanders van de nieuwe godsdienst waren allen Joden. Maar in de uitzending hadden de tegenstanders lange neuzen, keken allemaal erg boos en wekten de indruk dat het slechte mensen waren. Wat voor invloed zullen die beelden hebben op de jeugdige kijkers van dat programma? Met een bevriende predikant zijn we naar de makers van het programma gegaan met als resultaat dat zij het hele programma hebben aangepast. Hun bedoeling was absoluut niet om haat te zaaien!  Ik ben een keiharde fanatieke super ultraorthodoxe voorstander van de vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van pers.  Maar wat als er niet wordt opgeroepen tot geweld, maar er wordt ‘slechts’ beledigd. Wat dan?  Die oude wijze dame is de mening toegedaan dat ook beledigen onjuist is. Ik deel haar mening. De medemens geestelijk de grond inboren, diep kwetsen vind ik onaanvaardbaar. En dus mag ik protesteren tegen de praalwagen in Aalst omdat ik dat ervaar als beledigend. De Jood met lange neus, bakken met geld en dollartekens. Ik mag ook naar de rechter stappen. Maar geweld tegen een praalwagen die een boodschap verkondigt die ik gevaarlijk vind, het recht in eigen hand nemen of oproepen om het recht in eigen hand te nemen: no way! En dus denk ik dat die oude wijze dame, zelf een overlevende van de Shoah, gelijk heeft. Alles-kan-en-alles-mag moet kunnen, maar niet onbegrensd. En daarom was ik zo verheugd dat ik zondag jongstleden ondanks corona toch met burgemeester Marcouch in Arnhem voor het Joodse monument een krans mocht leggen. Een Islamitische burgemeester en een Joodse rabbijn, stonden (vanwege corona alleen in geest) hand in hand te demonstreren dat wat toen kon gebeuren nooit weer mag geschieden. En enige uren later verklaarde de scriba van de PKN, tijdens de virtuele herdenking van de Kristallnacht, luid en duidelijk dat we samen, vanuit een diep gevoel van verbondenheid, gaan strijden tegen antisemitisme en voor vriendschap. Vrijheid van meningsuiting, van pers, van geloof: Zeker. Maar…….wel met grenzen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Wederzijds respect. Dagboek van een Opperrabbijn 27 december 2020

    Ik heb een bijna echte dagboek-vakantie gehad, want zowel donderdag, vrijdag, sjabbath en zondag hebt u niets van mij ontvangen.  Was ik dagboek-moe? Helemaal niet! Integendeel, want ik begon al bijna afkickverschijnselen te vertonen. Laat ik een rabbinale uitleg geven aan mijn korte dagboekvakantie: Op sjabbat mag ik geen ‘werkzaamheden’ verrichten. Maar ook is het mij niet toegestaan om niet-joden, die geen werkverbod hebben op de sjabbat, voor mij te laten werken. Voorbeeld: mijn auto moet gerepareerd worden. Ik lever de auto een minuut voor het begin van de sjabbat af bij de garage en haal hem direct na de sjabbat weer op. De garagemonteur moet dus voor mij op de sjabbat werk verrichten. Niet geoorloofd! Maar wat als ik de auto voor het begin van de sjabbat breng en aangeef dat ik de auto, waaraan maar een paar uurtjes gewerkt zal moeten worden, in de loop van maandag kom afhalen en de garagemonteur besluit om mijn auto toch op de sjabbat te gaan repareren, dan is dat zijn keus waarvan ik geen voordeel en geen nadeel ondervind en dat voor mij ook zeker niet nodig was. Zonder verdere vragen te gaan beantwoorden, want zo’n wet roept natuurlijk veel vragen op, leer ik hieruit een prachtig principe: Ik mag de niet-joodse garagemonteur niet dwingen om voor mij op de sjabbat te werken, maar ik moet hem ook de gelegenheid geven om de reparatie op een dag te doen die voor hem aanvaardbaar is. Met andere woorden: we houden rekening met elkaar!

     

    En daarom schrijf ik nooit dagboeken op vrijdag, omdat die op onze Joodse rustdag, de sjabbat, bij de lezers aankomen. Maar ik wil ook niet dat niet-joodse lezers van mij op zondag een dagboek ontvangen, de christelijke rustdag. En dus verkeerde ik heel even in dubio: wat doe ik met de kerstdagen? Voor mij zijn het gewone-door-de-weekse dagen, maar voor vele van mijn dagboekeniers hebben die dagen een religieuze betekenis. En dus vind ik het niet passend dat mijn dagboek in de niet-joodse Inbox verschijnt op voor de ontvanger gewijde dagen, gelijk ik het fijn vind als met mijn Hoogtijdagen ook rekening wordt gehouden.

     

    Dit ‘rekening houden met’ heeft me jaren geleden een probleem opgeleverd. Ik was namelijk uitgenodigd bij de kroning van koning Willem-Alexander, hetgeen ik een enorme eer vond, maar ik was teleurgesteld dat het afscheid van koningin Beatrix op Jom Kippoer had zullen plaatsvinden in de Ahoy Hallen in Rotterdam. Waarom was ik teleurgesteld? Joodse Feestdagen stonden toen sinds enkele jaren niet meer vermeld in de diverse agenda’s en kalenders, waardoor door de organisatoren, naar ik vermoedde, Jom Kippoer over het hoofd was gezien. De reden was/is natuurlijk dat wij dermate klein waren geworden dat vermelding in agenda’s niet meer nodig werd bevonden. Dát deed me verdriet. De vertaalslag die mijn verdriet toen kreeg o.a. in het NRC was dat ik teleurgesteld was in koningin Beatrix en dat bericht zou de koningin hebben bereikt. Totale verkeerde weergave gevolg van mijn kennelijk onduidelijke boodschap. Ik heb de eer gehad uitgebreid met koningin Beatrix te hebben gesproken en haar opstelling richting Joodse gemeenschap en die van Prins Claus was zonder enige twijfel zeer pro-joods en pro-Israël. Maar mijn dubbel te interpreteren droefenis lag ten grondslag aan de ‘verkeerde’ interpretatie van het NRC. En dus ben ik sindsdien nog oplettender om al hetgeen uit mijn pen voortkomt op meerdere vertaalslagen te controleren. En zelfs als ik iets zeg voor een microfoon schiet er vooraf een soort ‘spellingscontrole’ door mijn hoofd.

     

    Maar mijn spellingscontrole functioneert af en toe ook als een soort voorgeprogrammeerde antwoordmachine. U heeft waarschijnlijk wel eens meegemaakt dat uw telefoontje of uw computer automatisch woorden neerschrijft die u dan weer moet deleten om verder te kunnen of u verstuurt berichten die kant nog wal raken, maar wel al verstuurd zijn. Zoiets heb ik ook af en toe bij het beantwoorden van lastige vragen. Voorbeeld (echt gebeurd): Premier Netanyahu had de Joden uit Frankrijk opgeroepen om naar Israel te verhuizen vanwege het opkomend antisemitisme. Prompt krijg ik een microfoon voor mijn mond gedrukt met de vraag: Wat vindt u hiervan? Dat was een lastige, voelde ik meteen aan. Als ik namelijk zeg dat ik het met hem eens ben, dan zeggen Nederlanders die me niet zo mogen dat dit bewijst dat ik geen Nederlander ben of op z’n best zullen ze kunnen zeggen dat ik hier niet thuishoor. En als ik zeg dat Netanyahu niets over ons, EU-Joden, te zeggen heeft, dan beschaam ik Netanyahu. En dus kwam de volgende reactie uit mijn mond: ‘Geweldig dat Israel bestaat en dat Joden daarheen kunnen als het in Europa te antisemitisch wordt. Natuurlijk bestond deze open uitnodiging al veel langer want met de oprichting van de Staat Israel kreeg iedere Jood ter wereld een plaats waar hij als Jood kon leven zonder vervolgd te worden. Maar of ik wel of niet mijn Nederland verlaat laat ik niet bepalen door angst voor terreur’. Nadat ik deze paar zinnen had gezegd aan de jouranalist, was ik zelf verbaasd over mijn antwoord. Want: ten eerste viel ik Netanyahu niet af en ten tweede toonde ik duidelijk dat Nederland mijn geboorteland is en ikzelf bepaal of ik Nederland wel/niet wil verlaten. Ik was onder de indruk van mijn briljante reactie. U ziet, af en toe komt de hulp zichtbaar van Boven!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/