Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • Ik Lap Het Aan Mijn Laars, Dagboek van een Opperrabbijn 17 november

     

    Gisteravond een telefoontje over Ysselsteyn. Weer Ysselsteyn? Ja en nee. Een goede bekende van mij, oud-collega vanuit het Sinai Centrum, vraagt mij wat ik tegen zijn vriend Dhr. X heb. Hoewel ik hoop dat ik niet aan geheugenverlies lijd, had ik geen idee wie de heer X zou moeten zijn. Maar, zo gaf mijn oud-collega mij aan, ik was erg hard ten onrechte tegen hem uitgevallen in mijn dagboek en dat was dan weer overgenomen door het NRC. Wanneer het gaat om namen en soms ook om gezichten, dan heb ik gelukkig een echtgenote die altijd iedereen kent en zelfs aan kinderen kan zien wie de ouders zijn. Ik ben daarin niet zo goed, om het maar even zachtjes uit te drukken. Als verzachtende omstandigheden geldt dat als ik een zaal toespreek met honderd mensen, dan onthouden die mensen mij makkelijker dan ik die honderd mensen. Ik herinner mij een lewaja, begrafenis, op Muiderberg, de begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam. Het was snikheet en na afloop bij de koffie stond een oude man letterlijk tegen de muur te zweten. Ik naar hem toe met de vraag of ik een kop koffie voor hem mag halen. Dat mocht en ik dus door de meute, neem de koffie en weer terug. Z’n zoon stopt mij en begint een praatje, zoals dat regelmatig geschiedt. ‘Als je het niet erg vindt, dan kom ik zo terug, maar ik breng eerst even de koffie naar je vader’, zei ik tegen de zoon. Waarop de zoon mij ietwat geïrriteerd antwoordde: ‘Dat is knap, want mijn vader is acht jaar geleden overleden…’. Het leek mij toen verstandiger om even niets te zeggen. Ik had dus absoluut geen idee wie Dhr. X was en het leek mij onwaarschijnlijk dat ik hem in de media met naam en toenaam beledigd zou hebben. Maar ja, mijn oud-collega was erg stellig in zijn bewering en gaf aan dat X bezig was een DOEboek te schrijven in overleg met Ysselsteyn en nu beticht werd van Holocaust ontkenning. Er zou aangifte tegen hem worden gedaan. Ik hield vol dat ik geen idee had waarover dit ging, maar vroeg mijn oud-collega om zijn telefoonnummer opdat ik e.e.a. kon rechtzetten. Nadat ik vannacht online op zoek was gegaan naar dat DOEboek en dat vluchtig had doorgelezen, snapte ik er helemaal niets meer van. Een goed werkboek dat kinderen prikkelt om na te denken over de verschrikkingen van de oorlog. Dat boek zou, als ik het goed had begrepen, gebruikt worden in het educatieve centrum op de Duitse Begraafplaats Ysselsteyn. Vanochtend dus gebeld naar de heer X en hem gerustgesteld en aangeboden dat als hij voor de rechter moet verschijnen, ik meekom en de verdediging zal voeren. Totale waanzin! Ik heb na ampel beraad een petitie getekend tegen het eervol herdenken van landverraders op de begraafplaats Ysselsteyn, ben er inmiddels achter, na Ysselsteyn bezocht te hebben, dat het geen zwart-wit verhaal is, maar een ‘herdenking met nuance’, en dus gaat het keurig netjes opgelost worden want ieder is in dezen te goeder trouw. Maar omdat mijn handtekening onder A stond, is die handtekening zonder mijn medeweten ook onder B beland. En dus zal ik voorzichtiger moeten zijn met het ondertekenen van petities! De heer X voelde zich, totdat we elkaar spraken, diep door ‘de opperrabbijn’ gekwetst! Verder heb ik hopelijk niemand het leven direct of indirect zuur gemaakt. Ik schrijf er wat lichtvaardig over, maar dit soort geintjes doen mij pijn.

     

    Ook pijnlijk was de hulpvraag van een Israëliër die gescheiden is en wiens ex in Nederland woont met hun gezamenlijke kinderen. Hij heeft, om reden die mij nog niet geheel duidelijk is, toestemming nodig van de ambassadeur der Nederlanden in Israël om Nederland binnen te komen. Waarschijnlijk speelt corona hier een rol. Ik heb inmiddels al zijn gegevens, maar wacht nog op zijn telefoontje waarin hij mij uitlegt wat precies het probleem is.

     

    In de avond had ik een zoom-cursus voor de Joodse Gemeente Noord-Holland Noordwest met als onderwerp ‘orgaandonatie’, ik had me uiteraard voorbereid. En dan nog iets moois: ik ben gevraagd zitting te nemen in een bestuur van een niet-joodse organisatie. Een hele eer, maar daarom gaat het mij niet. Het is goed omdat ik vanuit die positie een uitbreiding van mijn netwerk verwacht en dat kan ik dan weer gebruiken voor wie weet wat. Welke Stichting? Mijn Advisory Board, waarin adviseurs zitten en geen vriendjes(!), vindt het verstandiger om niet de naam van de organisatie te vermelden. Er zijn er namelijk die dan meteen de organisatie zouden kunnen gaan bellen…waarom Jacobs? Dat is niet leuk, maar dit soort pesterijen is een deel van mijn Rabbinale functie. Een van de leden van mijn Advisory Board gaf mij het volgende advies:

     

     

    Je hoofd omhoog, je neus in de wind.

    En lap aan je laars, wat een ander ervan vindt.

     

    Klinkt goed, alleen ik ben niet zo goed in het aan mijn laars lappen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Ik stop er (niet) mee! Dagboek 8 okt. 2020

    Het is vandaag wel en niet mijn laatste dagboek. Laat ik nog iets duidelijker zijn. Vlak voor Pesach werd ik benaderd door Prof. Emile Schrijver van het Joods Cultureel Kwartier. Het Joods Historisch Museum, onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier, wil graag dat ik een dagboek ga bijhouden, “Dagboek van een opperrabbijn in Coronatijd”. Mijn wellicht ietwat onnozele vraag was wat er dan gaat gebeuren met dat dagboek. Het antwoord was ontluisterend duidelijk: voorlopig niets. Misschien in de toekomst voor een tentoonstelling, of een uitgave, of….we zien wel.

     

    Ik dus braaf in de digitale pen geklommen vanuit mijn quarantaine in Montreal. Een paar weken voor Pesach was ik daar namelijk aangekomen in de veronderstelling dat voor Pesach alles weer normaal zou zijn! Hoe het verder is gegaan ondervindt u allen nog steeds aan den lijve. Maar na enige tijd was mijn werk toch een beetje een monnikenwerk, wat voor een rabbijn natuurlijk niet fijn is. Werken zonder respons, spreken voor een lege zaal. En toen kwam CIP in mijn gedachten opwellen.

     

    Misschien is mijn vriendje Rik Bokelman, bekend van de Rab en Rik show van enige jaren geleden, en ook nog de baas van CIP, wellicht geïnteresseerd voor zijn CIP. Prof. Schrijver helemaal akkoord en ook Rik. En zie, maanden achtereen vijf keer per week op een christelijke website een Joodse rabbijn. Ondertussen verschijnt het dagboek ook op diverse facebooken, op Joods bij de EO, Christenen voor Israël en is enige tijd geleden is het enige Nederlands Israëlitische Weekblad, het NIW, ook mee gaan doen.

     

    Maar even los van de inhoud van de dagboeken en het bereik: in een periode waarin het eeuwenoude virus genaamd antisemitisme weer stevig aan het opleven is, is het juist van belang dat er geen geestelijke social distance is, maar dat er coalities worden gevormd. Antisemitisme is namelijk niet alleen een Joods probleem, maar het probleem van de brede samenleving. In de Tweede Wereldoorlog waren er niet uitsluitend 6 miljoen Joden vermoord, maar kwamen meer dan 52 miljoen mensen om het leven! Mijn dagboek voelde ik als een soort brugbouwproject. Een handreiking, een teken van verbondenheid, een demonstratie van eenheid in diversiteit.

     

    CIP gaat dus nu stoppen met mijn dagboek. Maar www.niw.nl en de diverse facebooken gaan gewoon verder, omdat het Joods Cultureel Kwartier, mijn oorspronkelijke opdrachtgever, mij geen rust gunt.

    Maar neem ik dan afscheid van CIP?

    Zeker niet.

     

    Rab & Rik gaan op een andere manier samen verder. Direct na Soekot, het Loofhuttenfeest. Iedere sjabbat wordt er in de hele wereld een vastgelegd deel, een Sidra, uit de Thora voorgelezen. Drie keer per week ga ik gedachten uit de Sidra van de week brengen. Op maandag, woensdag en vrijdag zullen die gedachten verschijnen. Dat is dus de taak van Rab(bijn). Rik (Bokelman) zal, voordat het op CIP verschijnt, de tekst hebben doorgenomen en Rik zal dan aan Rab per gedachte twee vragen stellen die Rab dan weer mag gaan beantwoorden.  En dan precies over een jaar hebben we de hele Thora doorgelernd en gaat CIP dit in boekvorm uitgeven.

    We stoppen dus zeker niet en toch ook weer een beetje wel. Maar het belangrijkste is, dat er een brug is geslagen tussen jullie, de CIP-lezers, en wij, de Joodse Gemeenschap. Dat we hopelijk ervan doordrongen zijn dat we veel gemeen hebben en moeten proberen met ons gemeengoed samen op te trekken in een samenleving die dreigt steeds verder van de Eeuwige af te dwalen. Een samenleving ook die momenteel gebukt gaat onder het coronavirus. Corona zal worden aangepakt, daar komt met G’ds hulp zeer spoedig een vaccin voor. Maar tegen dat eeuwenoude virus genaamd antisemitisme zal het veel lastiger zijn te strijden. Dat virus ondergaat bij voortduring mutaties. In de tijd van de Kruistochten was het virus dodelijk omdat de Joden de oprichter van het Christendom gedood zouden hebben. In de Middeleeuwen veroorzaakten wij de pest en waren wij zelf dus het virus. Mijn ouders hadden in de Shoah het verkeerde ras. En ik ben zionist.

     

    En toch geven we de moed niet op en hoop ik dat ik met mijn dagboeken op CIP coalities heb mogen maken om samen eensgezind te strijden voor een betere wereld.  Een wereld waar de echte shalom zal heersen voor ‘alle bewoners van Uw aarde’.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceerde  deze bijzondere stukken dagelijks en het NIW gaat er gewoon mee door!

    Naschrift CIP.nl:Gedurende het Joods jaar wordt de hele Thora gelezen in de synagoge. Opperrabbijn Jacobs deelt drie keer per week een wijze levensles aan de hand van het schriftgedeelte van die week. Naar aanleiding van die les stelt Rik enkele vragen, waar de rabbijn weer antwoord op geeft. Rab en Rik is een boeiend initiatief waarbij je uit het oudste boek ter wereld lessen leert voor vandaag! Vanaf volgende week vind je bij ons iedere week drie nieuwe levenslessen en inspirerende antwoorden op vragen die je wellicht altijd hebt willen stellen! En het dagboek? Gaat gewoon verder en is te volgen via www.niw.nl.

     

  • IS-fotograaf, resoluties en de burgemeester, Dagboek van een Opperrabbijn 16 november

    Vanochtend mocht ik weer een brief ontvangen gericht aan “Het Secretariaat”. Waarvan dat secretariaat “Het Secretariaat” is weet ik niet en ook de inhoud overstijgt mijn beperkte verstand. Ik laat u even meelezen: “Ds. de Reuver. Abel doodt een lam, Abel wordt zelf gedood, Kaïn wordt verjaagd. De eerste mens in de Bijbel die een dier offert, wordt zelf gedood. Genesis 1 vers 29 is het plantaardige voedsel voor de mens.” Dat weet ik dan ook weer, dacht ik na lezing. Maar een brief kan erg eenvoudig in de blauwe papier-Kliko verdwijnen, maar taarten (niet koosjer), een tiental vlaggen van Israël, bloemen en grote dozen zijn iets lastiger te verwerken. Behalve het dagelijks ritueel van e-mails lezen en beantwoorden, dagboek schrijven en zoom-cursussen voorbereiden, had ik een fotograaf op bezoek die een foto kwam nemen (dat doen fotografen wel vaker!). In mijn zoom-cursus van vorige week hadden we de mitswa, het gebod van gastvrijheid behandeld. Gastvrijheid, het ontvangen van gasten, kent twee aspecten. Het daadwerkelijk geven van een maaltijd, maar daarnaast, en Maimonides de filosoof, arts en rechtsgeleerde benadrukt dat, is er het tonen aan de gast dat hij welkom is. De gast moet zich thuis voelen, dat is een essentieel onderdeel van echte gastvrijheid. Toen de fotograaf klaar was en ik weer eens op een digitale gevoelige plaat was vastgelegd, bood ik, gastvrij als ik probeer te zijn, de man een kopje koffie aan met een oer Nederlands koekje. Hij wilde dat echter niet en dus heb ik hem netjes naar de deur begeleid en informeerde naar zijn doen en laten als fotograaf, om hem het gevoel te geven van ‘gastvrijheid’. Nou bleek hij dus jarenlang de fotograaf te zijn geweest van IS!

     

    In de gang was het redelijk schemerig waardoor hij mijn ongetwijfeld verkleurende gezicht niet kon opmerken. Camera’s om mijn huis tegen terroristische aanvallers, mondkapjes, ventilatie en 1.5 m afstand tegen corona, geweldig! Maar ik laat me fotograferen door de IS fotograaf! Gelukkig bleek die IS niets te maken te hebben met de IS. IS was de afkorting van Internationale Samenwerking, een organisatie die, via via bekostigd werd door Buitenlandse Zaken en als doel had om juiste informatie te geven over van alles en nog wat uit de internationale wereld van oorlog en politiek. Die IS bestaat inmiddels niet meer en moet mijn fotograaf als freelance-fotograaf de kost zien te verdienen, hetgeen hem, naar eigen zeggen, prima lukt. Maar op zichzelf een prima zaak dat er gepoogd werd, indirect dus via ons ministerie van Buitenlandse Zaken, om eerlijke apolitieke informatie te verspreiden. Want er wordt wat ge- en verdraaid in de politiek. De WHO, de Wereld Gezondheidsorganisatie, heeft het gepresteerd om vier uur te spreken over de Israel-Palestijnen-kwestie tijdens een corona-overleg! Deed me even denken aan dat grapje: Vraag: Wie is er schuldig? De Joden of de lantaarnpaal? Reactie: Hoezo lantaarnpaal?

     

    Maar gelukkig houden de Verenigde Naties zich wel bezig met waarvoor ze zijn opgericht, namelijk het bedrijven van politiek. Ze hebben namelijk in een van hun anti-Israel resoluties van de afgelopen week besloten dat de Tempelberg waarop de Tempel stond niet langer (ook) de Tempelberg heet, maar uitsluitend Haram al-Sharif. Onze Nederlandse vertegenwoordiging bij de VN presteerde het om voor de resolutie te stemmen evenals voor zes andere anti-Israel resoluties en onthielden ze zich van stemming bij een zevende resolutie. Ik hoop dat de Kerken, na hun indrukwekkende verklaringen, hun stem in dezen zullen laten horen, hetzij publiekelijk, hetzij achter de schermen. De Kerk moet zich zeker niet inlaten met politiek.  Maar politici erop wijzen om hun toezegging, niet mee te gaan in eenzijdige veroordelingen van Israel, gestand te doen, is niet zozeer politiek, maar meer een kwestie van moraliteit en behoort mijns inziens ook tot de taak van religieuze leiders, zeker gezien die politieke toezegging voortkwam uit een initiatief van de christelijke partijen in de Tweede Kamer.  

     

    Een onverwacht telefoontje van een burgemeester/politicus. Hij belde niet als politicus, niet als burgemeester, maar als mens. Zijn korte fluisterende maar onverbloemde boodschap luidde: “Binyomin, als je in de problemen komt, kun je op mij rekenen.” Warm en beangstigend. Ook mijn opa en oma hadden na de Duitse inval een telefoontje gekregen van (hun) burgemeester. En inderdaad heeft hij ze enige tijd met valse papieren en gesjoemel uit de klauwen van de nazi’s weten te houden. Maandenlang waren ze met een besmettelijke ziekte in het lokale ziekenhuis opgenomen, tot ook dat niet meer afdoende was…….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Koffie met gebak om landverraders te herdenken! Dagboek van een Opperrabbijn 2 november 2020

    Vandaag had ik me moeten concentreren op het voorbereiden van een Zoom Cursus binnen de Joodse gemeenschap en voor de Stream Uitzending van morgenavond over “de Plaats van het gebed in de Joodse Traditie” voor Christenen voor Israël. Daarnaast rustig nog wat zelfstudie (moet ook kunnen) en mijn dagelijkse snel-wandeling. Maar ik was nog nauwelijks mijn bed uit of de consulent voor de Joodse begraafplaatsen aan de telefoon met een probleem over noodzakelijke herstelwerkzaamheden op de Joodse begraafplaats te Leerdam. En dus morgenochtend naar Leerdam om e.e.a. ter plekke te bekijken, want grote zorgvuldigheid is vereist. Het betreft de stoffelijke overschotten van onze voorouders en hun eeuwige grafrust. Dit is niet effe af te doen per telefoon of met Whatsapp. En gezien ik toch morgen naar Den Haag moet voor een afspraak over een ander onderwerp, dat hoog op de lijst van importantie staat, gaan we het combineren. En onderweg kan ik gewoon mijn werk doen, want mijn chauffeur rijdt! Maar het rustige dagje werd chronisch verstoord. Bij de Joodse Gemeente Twente was een schrijven in de brievenbus gevallen met het volgende verzoek:

     

    “Enschede, vrijdag 23 oktober 2020. Dag mensen. Graag uw aandacht voor de aanplant van de olijfgaard “Hope from Enschede (NL) in Palestina. Voor de sponsering van dit project vragen wij u bijgaande informatie te delen via uw medium, nieuwsbrief of anderszins. Dank namens de Palestina Werkgroep Enschede”. En dus belt de voorzitter van de Joodse Gemeente mij op of hiermee wel of niet iets te doen. Een waanzinnig verzoek uiteraard en direct de prullenbak in, wilde ik adviseren. Iedere minuut die we hieraan kwijt zijn is er een teveel.

     

    Maar toen kreeg ik een website onder ogen met naast een paar mooie bijna idyllische foto’s de volgende tekst: “Onze Brasserie is gevestigd op een van de meest bijzondere plekjes van de regio. Herdenken op de begraafplaats en overdenken in de brasserie bij een vers kopje koffie met gebak en een heerlijke lunch”. Reclame voor een vrij recent geopende Brasserie op de Duitse Oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn waar nazi’s begraven liggen die zonder enige twijfel vallen onder de categorie weerzinwekkende moordenaars, collaborateurs en landverraders. Die kunnen we dus gaan herdenken bij een vers kopje koffie met gebak. En nog steeds heeft de ambassadeur van Duitsland niet aangegeven dat hij principieel niet aan deze herdenking wenst deel te nemen. Zelfs afzeggen met als smoesje corona, zal het niet worden.

     

    Maar ook, en dan ga ik even een dag terug, mooie dingen meegemaakt. In Nijmegen gesproken met een familie die het Joodzijn niet kan bewijzen, maar wel generatie na generatie, al vanaf de tijd van de Inquisitie, per overlevering heeft meegekregen dat “wij stammen van Joden”. En nu willen ze terug en natuurlijk gaan we daarbij helpen. Dat wil zeggen dat de lokale rabbijn Levine hen steunt en helpt en ik ben (helaas, dat is mijn lot) de tegenpartij. Want toetreden tot het Jodendom is best lastig. Maar als de motivatie er is, is het een mooi dankbaar groeiproces. Natuurlijk, als het aantoonbaar zou zijn geweest dat ze inderdaad via moederslijn afstammen van Joodse voorouders, is er geen vuiltje aan de Joodse lucht. Zielig? We hebben erover gesproken. Alles komt van Boven, ook de positie waarin iemand is beland, waarin ik me bevind en waarin zij zich bevinden. Aan de lokale rabbijn dus om te steunen en aan mij om te beproeven. Maar ik had er een goed gevoel bij, ook rabbijn Levine en ook het echtpaar! We gaan het met z’n drieën maken. Ondertussen zie ik dan ook meteen de inzet van de lokale, onder mij ressorterende rabbijn, zijn gedrevenheid en zijn overgave. Stemt tot dankbaarheid. Dat gevoel van dankbaarheid bekroop me ook toen mijn echtgenote en ik een ‘werkbezoek’ brachten aan een rabbijn die het erg moeilijk moet hebben. Rabbijn Dov Pinkovitch en zijn echtgenote. Nog maar pas in Nederland zijn zij belast met het Beth Chabad, een soort zoete inval voor toeristen, in de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De meesten zijn uit Israë l afkomstig en als ze dan Amsterdam aandoen willen ze toch, in het Centrum, ergens een plekje hebben waar ze koosjer kunnen eten, gebeden uitspreken en, kort samengevat, gewoon “thuis-weg-van-huis”, speciaal op de Sjabbat. Met veel enthousiasme en speciaal op Sjabbat een volle zaal met zang, woorden uit de Thora en bovenal een echte Sjabbatsfeer, zijn ze begonnen. En toen corona! En toch gaan ze verder, zonder toeristen, met veel kleinere aantallen, maar met een ongekende gedrevenheid en met de weet dat uiteindelijk “alles van Boven komt”. En rabbijn Steinberg en zijn echtgenote Rina Aidel, dochter van de Nederlandse rabbijn Heintz uit Utrecht, die met veel inzet en overgave Joods Brabant aan het opbouwen zijn. Lichtenpunten in de duisternis. De belachelijke Brasserie op de nazi begraafplaats te Ysselsteyn en het idiote verzoek van het Palestina Comité Enschede met het verzoek aan het bestuur van de Joodse Gemeente om hun eigen leden aan te sporen Israël de zee in te drijven (want dat staat nog steeds in de doelstellingen van de Palestijnse Autoriteit, die veel geld heeft, maar geen autoriteit!) vervaagt en maakt plaats voor dankbaarheid als ik deze hardwerkende rabbijnen de duisternis op een positieve wijze zie bestrijden en verdrijven.

     

    En net voor ik naar bed wilde gaan: Wenen! Whatsapp’s stromen binnen. In Karlsruhe heeft de politie laten weten aan de lokale rabbijn dat alle synagogen in Duitsland nu bewaakt gaan worden, maar de herdenking in Ysselsteyn gaat gewoon door……..

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Laat die anderen maar eens uitverkoren zijn

    Maandag zal er geen dagboek van mij te lezen zijn. Natuurlijk zal er zich op vrijdag, sjabbat en zondag van alles en nog wat hebben afgespeeld, maar maandag is het Jom Kippoer-Grote Verzoendag en gelijk ik geen publicaties wil op de sjabbat, wil ik ook geen publicaties op de Grote Verzoendag omdat het dagboek dan op de Grote Verzoendag zelf geplaatst zal worden. Dus u en ik een vrije dagboek-dag! En dinsdag ben ik dus weer in de lucht of beter gezegd: online!

    Ondertussen heb ik vandaag lichamelijk werk verricht: de soeka-loofhut gebouwd. De dinsdag na Jom Kippoer word ik in Brussel verwacht voor een after-Rosh Hashana receptie voor Europarlementariërs. Voorafgaande aan deze bijeenkomst is er een bespreking met EU-leiders over antisemitisme, vrijheid van godsdienst en veiligheid. Maar of ik naar Brussel kan, weet ik nog niet want de provincie Utrecht is inmiddels rood, heeft men mij verteld. (Dit moest mij verteld worden want, omdat ik kleurenblind ben, zie ik het zelf niet!).

    Het was vandaag een volle Halagische dag. Meer dan gewoonlijk kreeg ik allerlei Joods wettelijke vragen voorgelegd: wel of niet medicijnen innemen op de Grote Verzoendag waarop we meer dan 25 uur niet eten en niet drinken; vragen over wel/niet Joods zijn; een vraag over lidmaatschap; een herziening van een reglement lidmaatschap Joodse Gemeente; een vraag ten aanzien van een Joods religieuze huwelijksinzegening; ……: …… . Het was vandaag echt een Halagische potporie! En ondertussen stromen de e-mails binnen over de sjoeldiensten op de Grote Verzoendag die worden afgelast in Israël en in vele andere landen.

    Helaas heb ik door de potporie mijn voorgaan in de dienst nog niet kunnen voorbereiden. Ingaande Jom Kippoer ga ik voor van 20:15 – 21:30 uur en dan de volgende dag van 9:30 – 13:00 uur non stop, dan weer van 16:30 – 20:30 uur en dan ook nog een toespraak. Hoe zal het dit jaar zijn? Veel minder mensen dan andere jaren. Maar op z’n minst hebben we een dienst, terwijl elders…Overigens houdt mijn gewaardeerde collega rabbijn Shimon Evers de toespraak maandagavond en doet hij dienst van 13:00-16:15 uur overdag op de Grote Verzoendag, ook geen sinecure.

    Vanavond nog een zoom-cursus gegeven voor RabbijnenNL en zag ik tot mijn vreugde op CIP dat SGP-fractievoorzitter Kees vd Staaij z’n verbazing kenbaar maakt, of beter geformuleerd zijn verbijstering, dat het ministerie van Buitenlandse Zaken van mening is en blijft dat de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) terecht investeert in het bekeuren van het Israël Producten Centrum vanwege in hun ogen foutief gelabelde flessen wijn. Wat een opwinding om niets! Maar goed, wel goede gratis reclame voor het IPC in Nijkerk. Dat de dreiging vanuit Libanon steeds grilliger wordt en dat ook in diverse landen in de EU-opslagplaatsen liggen met dat levensgevaarlijke materiaal waarmee recentelijk half Beroet van de kaart is geveegd, krijgt geen aandacht. Neen, die paar flesjes wijn uit Israël, dat is hoofdprioriteit.

    Wij Joden, Israël dus, zijn het Uitverkoren Volk, vandaar waarschijnlijk die extra aandacht? Regelmatig hoor ik vanuit de Joodse Gemeenschap: laat die anderen maar eens een tijdje uitverkoren zijn! Het deed me even denken aan de uitspraak van Albert Einstein: “De wereld is een gevaarlijke plek om te wonen; niet vanwege de mensen die kwaad willen, maar vanwege de mensen die daar niets tegen doen.” Wellicht een idee om deze wijsheid boven de ingang van ons eigen Ministerie van Buitenlandse Zaken te plakken.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Licht in de duisternis!

    Af en toe zie ik het even niet meer zitten. Ik ben dan aan het zwartkijken en het wordt me duister voor de ogen door alle pessimistische en zwartgallige berichtgevingen. Ik stuur dan een WhatsApp naar “mijn professor”. Hij is de echtgenoot van een oud-leerlinge van mij. Hij belt altijd terug, soms vanuit de operatiekamer, maar nooit tijdens de operatie zelf (hoop ik!) en na het consult zit ik weer in de realiteit. Zijn echtgenote is een advocaat met een gebrek. Een gebrek waaraan ik ook lijd. Beiden kunnen we niet zo goed ‘neen’ zeggen. En dus als ik weer eens iets heb dat een advocaat behoeft, roep ik haar hulp in.

    Jaren geleden ontmoette ik een oude man die als tiener Auschwitz had overleefd. Hij was vriendelijk, gemoedelijk, betrouwbaar. Ik zou hem zondermeer durven vragen om

    €100.000 cash van A naar B te brengen. Hij had echter een probleem: hij stal! Niet zomaar, maar uitsluitend als hij iets nodig had. Zo heeft hij Auschwitz weten te overleven. Na de oorlog was er voor hem geen welkom-thuis-in-Nederland. Zijn ouders waren vermoord, familie had hij niet en ook geen bezittingen, geen dak boven zijn hoofd en inkomsten ontbraken. En dus waar nodig maakte hij gebruik van zijn aangeleerde overlevingstechniek en ging het dievenpad op.

    En nu was het mis gegaan. Hij had Fl. 4000 gekregen van de WUV voor de aanschaf van een aangepast invalide autootje. Dat autootje had hij weten te verkrijgen voor Fl. 2000 (zwart betaald) en de resterende Fl. 2000 had hij in z’n eigen broekzak gestopt.

    Betrapt! En dus een rechtszaak.

     

    Ik mijn oud-leerlinge meteen ingeschakeld en daar stonden we dan in de rechtszaal voor drie edelachtbare rechters. Op verzoek mijn oud-leerlinge zou ik aan het eind van de rechtsgang ook een paar woorden te zeggen. “Edelachtbaren, uiteraard is diefstal strafbaar. U heeft de plicht om de wet te handhaven. Maar vergeet alstublieft niet dat hetzelfde rechtssysteem dat hem nu beticht van diefstal en hem zal veroordelen, hem toen naar Auschwitz heeft gestuurd!” En tegen de vertegenwoordiger van de WUV, de eisende partij, heb ik gezegd dat ik weiger te begrijpen hoe hij, als Wet Uitkering

    Vervolgingsslachtoffers, het in z’n hoofd haalt om deze overlevende voor het Gerecht te

    dagen. De rechters hadden het begrepen: vrijspraak!

    Die oud-leerlinge is dus inmiddels moeder en getrouwd met een internist-hoogleraar. Dat is dus “mijn professor”. We kennen elkaar eigenlijk uitsluitend via WhatsApp en telefoon, hebben nooit echt contact gehad, maar hij is nu mijn aanspreekpunt voor alle wetenswaardigheden op het gebied van corona. Waar eindigt medische waarheid en waar begint opgeklopte sensatie?

    Maar waar die grens ook moge liggen: ik begin juist nu te beseffen dat onze Lockdown niet te vergelijken valt met de bijna twee jaar dat die oude man in Auschwitz had gezeten en met de twee jaar en acht maanden dat mijn vader zat ondergedoken:

    zonder laptop, zonder mobile, zonder enig contact met de buitenwereld die levensbedreigend was en zonder voldoende eten.

    Ik voel me schuldig dat ik dat nooit heb aangevoeld. Ik begrijp juist nu erg goed dat mijn vader, zoals bijna alle vaders van mijn generatie, nooit iets verteld hebben over hun Lockdown. Ze wilden en konden er niet over spreken.

    Van de corona-beperkingen die ons worden opgelegd en waaraan we ons ook Halagisch bezien absoluut moeten houden, worden we niet vrolijk.

    Maar als we aan de generatie van onze ouders denken tijdens hun onderduik of nog erger, dan mogen we ook dankbaar zijn dat de Lockdown van nu niet in de verste verte vergelijkbaar is met de Lockdown van toen.

    Blijf gezond!

    Chanoeka is in aantocht, de vlammetjes brengen licht in duisternis!

    Laten we dawenen dat nog ver voor Chanoeka de duisternis verdreven zal zijn en dat we gedurende deze donkere periode ook oog mogen hebben voor de vele lichtpunten, die er echt ook zijn.

    Sjabbath Sjalom

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn

    11 Chesjwan 5780

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

    Inter Provinciaal Opper Rabbinaat

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

    Het Rabbinaat omvat: Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland, Noord-Holland (m.u.v. Amsterdam), Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg

  • Liegende asielzoekers

    Enige weken geleden heb ik kennis mogen maken met Ds. Pieter de Boer en we hebben binnenkort een ontmoeting. Ik vroeg me eigenlijk een beetje af waarom ik deze ‘strenggelovige predikant’ zou moeten ontmoeten. Maar, zo is mijn levensregel inmiddels geworden, ga nooit kennismakingen uit de weg.

     

    Toen ik gisteren op CIP een video bekeek over wel/niet dames met broeken in de kerk, dacht ik: nu begrijp ik waarom Ds. de Boer mij wil spreken! Ik denk dat we veel gemeenschappelijk zullen hebben en vermoed dat hij interpretaties van Bijbelteksten aan de Joodse wijze van omgaan met teksten wil toetsen. Het Jodendom kent zijn grondteksten, Tenach-Oude Testament, en hoe uit die grondteksten conclusies te halen of wetten af te leiden, daartoe is dan weer een G’ddelijk systeem dat van meet af aan de Tenach-basis zat gekoppeld. Een rabbijn is geschoold in het afleiden uit de grondteksten aan de hand van dat ‘systeem’. Wat dat betreft heb ik het veel makkelijker dan Ds. de Boer die zelf iets zal moeten vinden. Bij ons, het Traditionele Jodendom, is het vergelijkbaar met een computer, er is sprake van input en output. Ik ben dus benieuwd naar ons gesprek!

     

    Ondertussen heeft mijn Blouma net gelezen dat op Soekot een sjoelbezoeker in Hamburg voor de sjoel is aangevallen door een verwarde man die een papiertje in zijn zak had waarop stond geschreven dat hij een nazi was. De Joodse man ligt ernstig gewond in het ziekenhuis. Het is toch wel frappant dat steeds meer verwarde mensen aanslagen plegen op Joodse doelen. Kennelijk zijn ze ondanks hun verwardheid wel in staat het onderscheid tussen Joden en niet-joden te kunnen bepalen!

     

    Tussen het afhalen van mijn nieuwe leaseauto en het lezen van de handleiding door, hadden we natuurlijk gasten in onze soeka die even een kopje koffie kwamen drinken en de lofzegging uitspreken over de loelav. Overigens heb ik wel een toepasselijk nummerbord gekregen: J-000-RT. De J natuurlijk van Joods en RT is de afkorting van Rabbinaal Toezicht. Dan uiteraard de vraag wat de betekenis is van de drie cijfers die ik maar even als 000 heb weergegeven. Het zou kunnen zijn dat ik aan de drie cijfers ook een bepaalde betekenis zou kunnen geven, maar zelfs als dat mogelijk zou zijn geweest weiger ik dat te doen omdat ik een tegenstander ben van eigen gemaakt gegoochel met getallen. Dus ik beperk me tot Joods Rabbinaal Toezicht hetgeen een mooie ezelsbrug is om mijn nummerbord te onthouden. En over mijn aversie tegen het spelen met getallen zal ik nog weleens een andere keer schrijven.

     

    Waar ik me in mijn gedachten mee bezig hield, was een kop in de Telegraaf die luidde: “Bij honderden ‘minderjarige’ asielzoekers was afgelopen jaar ernstige twijfel of ze wel de waarheid spraken over hun leeftijd.” En verder in het artikel werd ook belicht dat honderden Oegandese vluchtelingen pretendeerden homoseksueel te zijn om zo voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen. Wat een oplichters, flitste het door mijn hoofd. Maar na de eerste flits: wat is er mis mee dat ze een verkeerde leeftijd hebben opgegeven? Mijn eigen schoonvader was volgens de officiële papieren 4½ jaar jonger dan hij feitelijk was. Oplichter? Zeker! Maar als hij niet had opgelicht in de voormalige USSR zou mijn echtgenote naar alle waarschijnlijkheid nooit het levenslicht hebben kunnen aanschouwen omdat mijn schoonvader als gelovige Jood er in het Russische leger nooit levend zou hebben afgebracht.

     

    Hij heeft door die valse papieren 4½ jaar langer moeten werken om recht te hebben op pensioen en zijn smoesje dat hij ouder was werd in Engeland niet geaccepteerd. Overigens zijn/waren zowel mijn schoonmoeder alsook mijn schoonvader Poolse vluchtelingen, terwijl ze nog nooit in Polen waren geweest. O ja, mijn eigen vader heette niet Aron Salomon Jacobs, maar Arie Bijlsma, volgens zijn vervalste persoonsbewijs en er stond op zijn persoonsbewijs geen grote vette J terwijl hij toch echt volledig Joods was. En de opa van een van mijn schoonzoons had zich in de rij na aankomst in Auschwitz een paar jaar ouder opgegeven omdat hij begreep dat te jong de gaskamer zou betekenen. Het is dus allemaal niet zo zwart-wit. Natuurlijk kunnen wij in Nederland niet de hele wereld opnemen, maar ik begrijp dat mensen proberen te overleven…………wat een tragedies!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Loofhuttenfeest

    Het voelde vreemd, maar langzaam ben ik eraan gaan wennen om mensen niet meer op kantoor en zelfs niet meer in huis maar in onze tentsjoel te ontvangen. En zo ontving ik vandaag vier mensen in de Jacobs’ tent. Ondertussen raak ik wel een beetje gestrest van alle (terechte?) paniek. Wel mondkapjes, geen mondkapjes. Vervolgens wordt er bij mij op aangedrongen dat ik alle bestuurders benader met advies wat ze wel en/of niet moeten doen met wel/niet bijeenkomsten en/of wel/niet synagogediensten gedurende het Loofhuttenfeest-Soekot. Na enig polderwerk heb ik de volgende tekst samengesteld, door twee hoogleraren laten bekijken en vervolgens laten versturen aan de Joodse Gemeenten:

     

    Aan de besturen, rabbijnen en voorgangers van de Joodse Gemeenten,

    Allereerst wens ik u allen nog vele jaren in voorspoed, goede gezondheid en shalom.

    Waarschijnlijk ten overvloede wil ik u erop attenderen dat in het geval er in uw kehilla sjoeldiensten de komende Jom Tov dagen zullen plaatsvinden, het een absolute vereiste is de regels van het RIVM te volgen. Met name is het van belang dat ook en juist in kleinere sjoels de afstand van 1½ meter wordt gerespecteerd en ik kan niet genoeg benadrukken dat ventilatie van essentieel belang is.

    Gezien de grootte en de ventilatiemogelijkheden van sjoel tot sjoel verschillen, verwacht ik dat er per gemeente naar bevind van zaken wordt gehandeld en het advies van de regering t.a.v. het dragen van mondkapjes ook in deze wordt meegenomen.

    Gut shabbos en gut Jom Tov!

     

    Uiteindelijk is iedere synagoge anders qua oppervlakte, qua ventilatiemogelijkheden en qua bezetting. Ondertussen is mijn loelav-stel aangekomen en ook de etrog en zitten we nog te tobben of we de eerste dagen Soekot, sjabbat en zondag wel/niet naar Maastricht zullen gaan. In Maastricht zal namelijk een catering zijn (vanuit Antwerpen) die andere jaren in Beekbergen is en onder mijn rabbinale toezicht staat. Er zullen nu maar weinig mensen komen en de cateraar is nog nerveuser dan als alles gewoon is. Er zijn twee geboden gekoppeld aan Soekot. 1: het ‘wonen’ is de soeka- loofhut gedurende het gehele Loofhuttenfeest en 2: het loelav-bensjen. En hoewel dit mijn dagboek is en geen cursus Jodendom voor beginners, toch even een minimale uitleg.

     

    Nadat we de Ontzagwekkende Dagen achter ons hebben gelaten, gaan we nu feitelijk alles opnieuw beleven, maar dan vanuit vreugde. We weten ons omringd door de loofhut en beseffen dat we afhankelijk zijn van Boven. De essentie van de loofhut is namelijk het dak dat van riet of andere takken is gemaakt. Je kunt door het riet de hemel zien en voelen (als het regent) en beseft de relativiteit van het beschermende huis. Maar ook nemen we vier soorten vruchten in onze hand. De loelav (dadelpalm), 3 Mirthe-takjes, 2 wilgentakjes en de etrog, een citrusvrucht. Die vier vruchten nemen we samen en spreken daarover een lofzegging uit. De dadel heeft een heerlijke smaak, maar ruikt niet. De Mirthe-takjes ruiken heerlijk, maar hebben geen smaak. De wilgentakjes ruiken niet en hebben ook geen smaak. De etrog ruikt heerlijk en smaakt voortreffelijk.

     

    Dit wijst op de vier soorten Joden. Sommige hebben veel kennis (smaak). Anderen leggen de nadruk op het doen van goede daden, maar qua kennis scoren ze niet hoog. Dan zijn er ook nog mensen die niet veel geboden naleven en ook hun kennis is minimaal. Tenslotte is er de etrog die uitmunt in kennis en in het naleven van de geboden in de praktijk. We nemen deze vier soorten samen en zwaaien ermee naar alle kanten en benadrukken hiermee o.a. de eenheid die het Joodse volk steeds moet nastreven en ook in de wereld moet brengen aan andere volkeren. Een mondiale eenheid in diversiteit!

     

    De loofhut zal in Maastricht bij de synagoge staan want om een loofhut bij het hotel te bouwen moest er een bouwvergunning zijn, die niet werd verkregen. Doet me denken aan die man die zijn loofhut voor zijn huis midden op de straat had gebouwd. Politie komt en sommeert hem om de loofhut af te breken. Na langdurig gefilosofeer en tegenpruttelen, stemt de man eindelijk in om de loofhut, die hij net had opgebouwd, af te breken maar, zo heeft hij netjes weten te bedingen: het afbreken hoeft pas over acht dagen! (En mocht u het niet snappen: over acht dagen is het geen Loofhuttenfeest meer en hebben we geen soeka meer nodig!)

     

    We gaan dus, zoals het er nu voorstaat, morgen naar Maastricht en maandag, als we weer terug hopen te zijn, komt m’n nieuwe auto en hopelijk ook de nieuwe computer, want de computer die ik nu gebruik heeft bijna de snelheid van een invalide slak. De nieuwe computer is er al bijna, want de factuur had ik al ontvangen en zelfs al betaald ook. Naar ik begrijp zal de nieuwe computer twee keer zo snel werken als de huidige. Met als resultaat: of het schrijven van uw dagboek kost mij de helft van de tijd of het dagboek zal 2 x zo lang zijn, want ik werk per uur, niet per woord.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Maar als vrijheid betekent dat alles kan en alles mag…. Dagboek van een Opperrabbijn 5 november 2020

    Mijn oog viel vanochtend op een Duits rapport van Markus Grübel, de gezant voor godsdienstvrijheid van de Duitse Bondsdag.  Hij stelt dat godsdienstvrijheid mondiaal steeds meer wordt beknot. Er is, volgens hem, sprake van een groeiend aantal landen dat strenge wetten invoert tegen godslastering en bekering. In een honderdtal landen riskeren mensen gevangenisstraf als zij anderen proberen te bekeren of daarvan verdacht worden. In een dozijn landen riskeren mensen zelfs de doodstraf als zij zich van hun geloof afkeren.  Het probleem betreft christenen, moslims, jezidi’s en Joden. 

    Zijn constatering sluit aan bij hetgeen ik gisteren, een beetje terloops, mij afvroeg in mijn dagboek. Waar begint vrijheid van godsdienst en waar eindigt die vrijheid?  En dan verder redenerend de vraag: waar begint de vrijheid van meningsuiting en is het goed dat die vrijheid onbegrensd is?

    Laat ik een voorbeeld geven. Ik als Jood heb een grote afkeer van mensen die mij proberen te bekeren. Even los van het probleem dat als ik me bekeer ik mijn baantje als rabbijn kwijt ben: Ik wil niet bekeerd worden! Laat me met rust! Maar ben ik van mening dat een missionaris of een zendeling in de gevangenis moet? Absoluut niet, tenzij hij mij fysiek of verbaal gaat bedreigen, want dat is net een stap te ver. Als dat gebeurt wordt er een grens overschreden en moet er wettelijk worden ingegrepen. Want zijn vrijheid mag niet leiden tot mijn onvrijheid!  Het moge duidelijk zijn dat, hoewel Jodendom niet aan bekeren doet, ik het wel als mijn plicht zie om mijn mede-joden de Joodse weg te wijzen. Daarvoor ben ik ‘ingehuurd’. Er moet van mij een niet dwangmatige inspirerende werking uitgaan. En die plicht, die opdracht, is ook aan de imam, de predikant, de humanistisch raadsman en de pastoor voorbehouden. En ook naar de niet-joodse samenleving hoor ik, als rabbijn, het geloof in de Eeuwige en het naleven van de zeven Noachidische Wetten te bepleiten. Het moet mij toegestaan zijn om aan te geven dat secularisatie in mijn optiek niet de juiste weg is. Wel dien ik steeds voor ogen te houden, dat ik een richting verkeerd mag vinden, maar de richting staat los van het individu. En dus, hoezeer ook ik secularisatie een onjuiste richting vind, betekent dat dus echt niet dat iemand die seculier is, dus niet deugt. Richting en individu, zijn aparte grootheden!

    In het Sinai Centrum, Joods psychiatrisch Centrum, waar ik meer dan 40 jaar als geestelijk verzorger aan verbonden was, heb ik steeds mijzelf en de medewerkers van de Dienst Geestelijk Verzorging erop gewezen dat, en ik breng het een beetje zwart-wit, als een patient onze kliniek binnenkomt als een orthodox levende Jood, hij ook bij vertrek weer orthodox-Joods moet zijn. Maar even zozeer andersom: als een Joodse patient ziek binnenkomt en hij/zij weliswaar Joods is, maar totaal ongelovig, dan moet hij ook als ongelovige onze kliniek verlaten. Gedurende zijn verblijf in ons psychiatrisch centrum is hij ziek, geestesziek. Het is onethisch om die periode te gebruiken, of beter gezegd te misbruiken, om hem de richting op te krijgen waarvan ik geloof dat dat de juiste is. Als duikouders in de oorlog, en dat is gebeurd, Joodse kinderen in die periode losrukten van hun Joodse geloof en ze bekeerden, ook dat vind ik niet correct, eigenlijk onaanvaardbaar.

    Ben ik dus voor vrijheid van Godsdienst? Zeker! Ben ik voor vrijheid van meningsuiting? Zeker! Ben ik voor persvrijheid? Zeker! Heb ik de vrijheid om de ander te overtuigen van mijn gelijk? Zeker!

    Maar iedere vrijheid moet wel met grenzen zijn omgeven.

    Bij de herdenking van 65 jaar bevrijding in Ter Apel op 14 juni 2010 heb ik het als volgt verwoord:

     

    Voor de bevrijding werd gestreden

    Voor toen, voor morgen en voor het heden.

     

    Maar als vrijheid betekent, alles kan en alles mag

    En respect verdwijnt voor Overheid en voor gezag.

     

    Als waarden en normen vervagen en verdwijnen

    Als mensen alleen denken aan zichzelf en aan de zijnen.

     

    En voor de ander is geen plaats en is geen oord

    Als het aanvaard is te denken dat dat zo hoort.

     

    Dan is de bevrijding van toen niet de bevrijding van het heden

    Is het niet de vrijheid waarvoor toen werd gestreden.

     

    Laten wij de helden van toen memoreren en eren

    Door antisemitisme, discriminatie en rassenhaat niet te tolereren

     

    We gedenken de slachtoffers in vrede

    Sjalom voor ieder mens, is onze bede….

     

    Polarisatie is een groot gevaar en vormt een wezenlijke bedreiging voor onze samenleving. Die oude wijze Joodse dame die me gisteren belde naar aanleiding van de aanslag in Wenen, nota bene de geboorteplaats van haar ouders, was met verdriet en zorg vervuld over de onschuldige slachtoffers. Maar tegelijkertijd, en dat maakt haar voor mij zo wijs, was ze bezorgd over polarisatie waaronder zij ook heel voorzichtig vermeldde het onnodig kwetsen van de godsdienst van een ander. Ik begrijp haar. Iedere vrijheid moet grenzen hebben, anders is de vrijheid een soort gevangenschap die fanatisme en polarisatie in de hand werkt. Fanatiek vrij kan net zo problematisch zijn als fanatiek gelovig. Of, zoals we dat lezen in de Spreuken der Vaderen (hoofdstuk 2:1): “Wat is de juiste weg die de mens moet kiezen? Iedere weg die eer geeft aan hem die hem volgt en waardoor hij bij mensen geëerd wordt.”

     

    En verder ben ik nog bezig geweest, achter de schermen, met de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn waar vele collaborateurs en moordenaars begraven liggen. En mijn wekelijkse zoomcursus voor RabbijnenNL. En, heel belangrijk: ik heb mijn snel-wandeling gemaakt!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Mazzeltov Eli! Dagboek van een Opperrabbijn 26 januari 2021

    Onze kleinzoon Eli is drie jaar geworden! Mijn dochter, zijn moeder, had er 150 ballonnen voor opgeblazen en het werd een drive-in party. Ik kom er dadelijk op terug.

     

    We worden geteisterd door relschoppers, tuig. Natuurlijk worden de rellen voorzien van een rationeel sausje. De jeugd voelt zich niet gehoord, het vaccin deugt niet en zo zullen er nog wel meer verklaringen zijn waarom er geplunderd wordt. Auto’s worden in brand gestoken, ruiten ingegooid, politieauto’s omgekieperd. Second love moet kunnen en gedwongen prostitutie is aanvaard. En tegelijkertijd spreken we met terechte afschuw en afgrijzen over toppers als Epstein, Weinstein en modekoning Jean-Luc Brunel die ondanks hun criminele leven zich alles konden en mochten veroorloven. Als alles mag en alles kan, is het dan verwonderlijk dat dit soort crimineel stinkend rijk tuig z’n gang kon en mocht gaan?! Moraliteit is totaal zoek. Is er sprake van een nieuw fenomeen? In de Pirkee Awoth, de Spreuken der Vaderen, lezen we (3:2) dat we moeten bidden voor het welzijn van het Koningshuis want als er geen gezag is verslinden mensen elkaar levend. En dat is precies wat er nu gebeurt. Anarchie en daardoor doelloos plunderen, auto’s in brand steken, ingangen naar ziekenhuizen blokkeren en individuele keihard werkende mensen totaal kapot maken.

     

    Gelijk het een half jaar geleden echt nog onvoorstelbaar was dat het Capitool in de USA kon worden binnengedrongen, is het in ons eigen vredige polderlandje niet ondenkbeeldig meer dat zoiets ook hier kan gebeuren in onze regeringsgebouwen. Ik kan me niet voorstellen dat hiermee door politie nog geen rekening wordt gehouden. Op de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn is een educatief centrum in oprichting waar wordt getoond hoe eenvoudig mensen zich laten veranderen in onmensen. Daar liggen SS-moordenaars en Nederlandse landverraders begraven naast reguliere soldaten die vaak gedwongen werden, tegen wil en dank, een oorlog in te gaan die ze absoluut niet wilden. Maar velen van hen, nog jong, ondergingen een hersenspoeling en geloofden dat goed slecht is en dat er Ariërs en Joden zíjn, Menschen en Übermenschen. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste relschoppers over tien of twintig jaar met afgrijzen terugblikken naar het heden van nu en met schaamte terugblikken.

    Ik kwam toevallig (hoewel toeval dus echt niet bestaat!) een toespraak tegen die ik in 2010 heb gehouden t.g.v. 65 jaar bevrijding:

     

    Vrijheid is niet alles mag en alles kan en vrijheid betekent ook niet dat we alles mogen en moeten tolereren. Vrijheid kent grenzen en vergt individuele inzet, vorming, educatie, respect voor de ander. Vrijheid kan niet alles tolereren, vrijheid kent z’n beperkingen, vrijheid begint bij u, bij mij, omwille van ons allen.

     

    Voor vrijheid hebben zij gestreden

    Voor toen, voor morgen en voor het heden

     

    Maar als vrijheid betekent, alles kan en alles mag

    En respect verdwijnt voor Overheid en voor gezag

     

    Als waarden en normen vervagen en verdwijnen

    Als mensen alleen denken aan zichzelf en aan de zijnen

     

    En voor de ander is geen plaats en is geen oord

    Als het gewoon is te denken dat dat zo hoort

     

    Dan is de vrijheid van toen niet de vrijheid van het heden

    Is het niet de vrijheid waarvoor zij streden

     

    Ik wil de jaren ’40-’45 er niet bij halen. Ondanks de rellen, ondanks vergelijkingen die getrokken zouden kunnen worden, hebben wij een Overheid die misschien niet uitmunt in snelheid met betrekking tot Corona, maar betrouwbaar is. Rutte kan absoluut niet vergeleken worden met welke schurkachtige potentaat dan ook. Hij is een goed mens die het goede voorheeft met zijn onderdanen.

    Maar toch wil ik even vermelden dat het morgen, vandaag voor u trouwe dagboekenier, de International Holocaust Remembrance Day is. Die begon ook met plundering, hersenspoeling, indoctrinatie, verderfelijke opvoeding.

     

    Mijn kleinzoon Eli die in Montreal woont is vandaag drie jaar geworden. Er bestaat een gewoonte om het haar van een jongetje niet te knippen tot zijn derde verjaardag want de mens wordt in de Thora vergeleken met een boom in het veld. En net zoals de eerste drie jaar de vruchten van de boom ongemoeid gelaten moeten worden, zo ook wordt het haar pas geknipt als het jongetje drie is. Eli heeft cadeautjes gekregen, geld in het tsedaka-busje gestopt, hij mocht het aleph beet zeggen en de letters, die met honing waren besmeerd, aflikken. Morgen wordt hij in een talliet gewikkeld de Joodse school ingedragen en worden er snoepjes naar hem gegooid. Uiteraard is corona hier een spelbreker, maar ik ben ervan overtuigd dat mijn schoonzoon en dochter alles zoveel mogelijk normaal zullen doen met inachtneming van de corona-regels. Eli wordt dus vanaf dag één opgevoed met positieve gedachten, daden en cadeautjes. Van zijn opa’s en oma’s zal hij geen pistooltje krijgen of een bangmakende draak. Wij gaven hem, via zoom, zijn eigen kidoesjbeker, een kleine uiteraard. Hij is nu een keppeltje gaan dragen en tsitsiet.

     

    En zo investeren zijn ouders al vanaf heel jong in zijn Joodse opvoeding en bidden zij dagelijks dat Eli de juiste weg zal mogen blijven volgen, de weg van Thora en Traditie, opdat hij een zegen zal zijn niet alleen voor zijn eigen familie maar ook voor de samenleving in het geheel.

    Eli, vanuit plunderend Nederland: mazzeltov!

     

    Zaide oen Bobbe foen Holland.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Mijn auto in de vangrail! Dagboek van Een Opperrabbijn 15 november 2020

    Direct na de uitgang van de sjabbat kwam er een fotograaf van het Nederlands Dagblad om mij in sjabbat-kleding op de gevoelige plaat vast te leggen. Zondag was hij er weer, maar toen om mij in door-de-weekse kleding, wederom te vereeuwigen. Ik heb hiermee het ND (Nederlands Dagblad) aan vulling voor 2 pagina’s geholpen. Bij iedere foto een korte uitleg.

    Na sjabbat vond ik in mijn Inbox een e-mail van een bejaarde dame: “Lieve Rebbe, Ik hoop, dat het goed met u gaat en dat u in goede gezondheid bent. In de stilte van corona ben ik Thora gaan lezen en dat bevalt erg goed, dat heeft me de nodige positieve energie gegeven. Ik vind het leuk, als u iets terug schrijft.” Toch geweldig om, zonder dat ik er eigenlijk iets voor hoef te doen, iemand tot steun te mogen zijn.

     

    Ondertussen ben ik bijgekomen van donderdag. Ik bedoel niet zozeer de vierhonderd kilometers en ook niet de spanning van de bezoeken. Neen. Ik doel op de aanrijding die ik had en de zware blikschade aan mijn auto. Laat ik even in het kort uitleggen wat er is gebeurd. Ik was dus op de omstreden Duitse begraafplaats Ysselsteyn, daarna in Den Haag in de ambassade van Israël waar de Gereformeerde Kerken hun Schuldbelijdenis officieel overhandigden en daarna een gesprek met de ambassadeur van Duitsland in zijn Haagse residentie. Een rabbijn wordt geacht om, voordat hij tot een oordeel komt, zich eerst goed te verdiepen in de problematiek. Mij werd verzocht om te oordelen over de kranslegging op de nazi-begraafplaats in Ysselsteyn. Hoe dat verzoek bij mij kwam is niet relevant, maar het kwam van verschillende kanten. En dus wilde ik zien en ter plekke horen wat hier speelt. Wordt hier herdacht? Wordt hier eer betoond aan Nederlandse landverraders en SS-ers? Of liggen hier uitsluitend gewone soldaten? En wie waren de kindsoldaten waarover wordt gesproken? Onschuldige kinderen van 10 jaar? Ik heb me een goed beeld weten te vormen. Daarna dus de Schuldbelijdenis van de Gereformeerde Kerken en daarna het gesprek met de Duitse ambassadeur. Maar daartussen een aanrijding. Hoe verliep die aanrijding: Ik reed de parkeergarage uit van de Israëlische Ambassade. Dat was eenvoudiger gezegd dan gedaan. Iemand moest met mij mee vanaf de ambassade op de zesde verdieping via allerlei beveiligde deuren, een lift die voor mij bediend werd en vervolgens mijn auto in en de parkeergarage UIT. Maar die parkeergarage was op slot en moest voor mij geopend worden. Ik reed dus naar de uitgang. Voor mij verscheen plotseling de man die voor mij de slagboom moest openen. Waarom hij daar midden op de weg stond en niet aan de kant, was mij niet duidelijk. Bovendien was het donker. Door mijn hoofd flitste de vraag waarom hij mij de weg blokkeerde en omdat ik hem niet omver moest rijden zocht ik naar de slagboom. Die slagboom was er niet, maar naast hem, aan de rechterkant zag ik iets dat kon duiden op een nog gesloten rolluik. Het rolluik ging toen inderdaad omhoog en ik dus netjes naar rechts om voor het rolluik te komen en om de medewerker van de ambassade niet te dicht te benaderen draaide ik op tijd naar rechts. Maar ik had niet gezien dat er rechts van mij een lage vangrail was…Auto naar de garage gebracht op vrijdag en nu rijd ik dus in ‘vervangend voertuig’. Ik had er goed de pest in. Kost tijd, gezeur en geld. Maar nadat ik in mijn voorbereiding naar de sjabbat weer eens duidelijk had gelezen dat zelfs de beweging van een grassprietje al vanuit het Boven was geregeld, zoveel te meer wat de mens overkomt. En dus, op weg naar sjoel voor de vrijdagavonddienst, zocht ik de diepere betekenis van die botsing: 1/ De medewerker van de ambassade stond voor de botsing midden op de weg. 2/ Ik zag geen uitgang, want er was geen slagboom 3/ Omdat de vangrail heel laag was onttrok die vangrail zich aan mijn gezichtsveld en veroorzaakte de botsing. Het enige doel van de vangrail was dus om mij te treiteren! Zo beleefde ik het op donderdag. Maar al lopend naar de synagoge, vrijdagavond, toen ik mijn aanrijding nog eens in gedachte herbeleefde en er iets zakelijker tegenaan keek, begreep ik dat 1/ de medewerker er speciaal stond om mij de uitgang te wijzen. 2/ de uitgang was een rolluik en geen slagboom als extra beveiliging om ongewenste figuren buiten te houden en 3/ de vangrail moest aanrijdingen voorkomen tussen ingaand en uitgaand verkeer.

    Waarom keek ik er een dag later anders tegenaan?  Donderdag overheerste mijn gevoel. Een dag later, op weg naar de synagoge, mocht ook mijn verstand meekijken en kreeg ik dus oog voor de nuance. Het was dus een dag van nuances, maar niet alleen bij de botsing: 1/ Ysselsteyn was voor mij toch iets anders dan ik in eerste instantie vermoedde. De brasserie bleek een gelegenheid waar een kopje koffie werd gedronken in aansluiting op het bezoek aan een indrukwekkende educatieve tentoonstelling waarin gewaarschuwd werd tegen de gruwelen van oorlog. 2/ Tijdens de ceremonie op de Israëlische Ambassade begreep ik dat de Schuldbelijdenis aanvankelijk niet door alle kerken werd gedragen en dus gecompliceerder was dan ik vermoedde en 3/ bij de Duitse Ambassadeur ben ik tot het besef gekomen dat zijn Duitse “Gedenken” een andere betekenis heeft dan ons Nederlandse “Herdenken”.

     

    De klap tegen de vangrail had mijn ogen geopend voor de nuance, en dat is goed!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…. Dagboek van een opperrabbijn 14 oktober 2020

     

    Vandaag heb ik enige uren op Muiderberg rondgelopen en gezocht naar de graven van mijn overgrootouders, de ouders van mijn opa. Vandaag precies acht jaar geleden is mijn moeder overleden en had ik dus vandaag Jaartijd. Extra aan tsedaka, liefdadigheid, gedoneerd en natuurlijk lang bij het graf van mijn moeder gestaan. Zevenennegentig jaar heeft mijn moeder op deze aarde doorgebracht. Meer dan zestig jaar mocht ik haar als moeder hebben. En omdat ik toch op Muiderberg was heb ik uiteraard ook de graven van mijn grootouders bezocht en ook die van de ouders van mijn opa Jacobs. Veld C, rij 46, graf 82 en 83.  Maar ook heb ik gezocht en helaas niet gevonden.

     

    Een Israëlische arts die nu in België aan een van de Universitaire Ziekenhuizen is verbonden, probeert uit te vinden wie haar Nederlandse groot- en overgrootouders waren. En dus werd ze in contact gebracht met mij. We hebben al familie weten op te sporen waarvan zij het bestaan überhaupt niet wist. En ook die opgespoorde familie wist niet dat er nog nazaten van hun overgrootvader in leven waren. Vanochtend, net voordat ik naar Muiderberg vertrok, ontving ik de foto van haar oma. Oma was 43 jaar toen zij, haar man en haar kinderen stierven. Op 15 mei 1940 stierven ze allen, ze zagen de bui al hangen en namen zich het leven. Ik hoopte hun graven op Muiderberg te kunnen vinden, gezocht maar niet gevonden. Waar ze dan wel hun laatste rustplaats hebben gevonden wil ik nog uitvinden. Hun kleindochter, de arts, wil hun graven bezoeken. En al zoekend kwam ik het graf tegen van notaris Joseph Sanders, geboren in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma. Moet de oom zijn geweest van mijn oma, gezien de verdere namen op de zerk. Nooit van zijn bestaan geweten. Maar ik heb zoveel niet geweten, want mijn lieve vader en moeder wilden mij, hun enige kind, niet belasten met al het verdriet dat zij moesten meemaken. En dus weet ik niet wie hun ooms en tantes, neven en nichten waren. Ik heb er ook nooit naar gevraagd. Ik denk dat ik intuïtief aanvoelde dat er over de oorlog niet gesproken mocht worden, hoewel wel alles zich voor of na de oorlog afspeelde. Kennelijk heeft die periode tussen voor en na de oorlog niet bestaan. Mijn kinderen weten meer over het leven van mijn ouders in die periode dan ik. Maar één opmerking van mijn opa, de vader van mijn moeder, bleef en blijft in mijn geheugen gegrift. Mijn moeder vertelde me ieder jaar weer op 10 mei dat toen opa, haar vader, de vliegtuigen van de moffen boven Steenwijk hoorde en zag vliegen, hij zijn handen omhoog hief en uitriep: Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…… Opa, oma en mijn moeder en haar twee broers hebben de oorlog wel overleefd. Wat er gebeurd is met hun twee pleegkinderen, Joodse vluchtelingetjes uit Oostenrijk, weet ik niet. Is nooit over gesproken. Steeds weer die oorlog en de vertaalslag naar het opkomend antisemitisme van nu. Misschien trek ik het aan, lok ik het uit. Ik weet het niet. Morgen spreek ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Den Helder. Weer dus de oorlog. En ook weer die oorlog toen ik een telefoontje kreeg van een hoogleraar. Hij wil me spreken want hij is een ‘vader-Jood’’. Een afschuwelijke benaming voor iemand die alleen een Joodse vader heeft en dus niet Joods is. Zijn grootvader was een orthodoxe Jood uit Polen. Hun zoontje weten ze net voor de Duitse bezetting naar Nederland te krijgen. En dan komt ook hier een bezetting en het jongetje, dan inmiddels al een puber is, duikt onder. Het jongetje gaat na de oorlog trouwen met de dochter van zijn duikouders. En dus heeft hun zoon, de hoogleraar, een probleem. Hij valt tussen de niet-joodse wal en het Joodse schip. En wie lijdt hieronder het meest? De dochter van de Professor. We, de Professor en ik, gaan een kop koffie drinken, kijken waar ik iets kan betekenen voor hem en zijn dochter. Zeggen dat hij toch Joods is omdat ook vader-joden Joods zijn, klinkt leuk, lost niets op en klopt niet. Vergelijkbaar met een arts die een zieke patiënt vertelt dat de ziekte nauwelijks een ziekte is. Ja. Professor, u heeft een probleem. Ontkennen lost het probleem niet op, maar misschien stoppen we te spreken over de vader-jood als probleem. Laten we het een uitdaging noemen, klinkt beter oplosbaar. Tenslotte nog dit: mijn enige oude lieve tante, vandaag 93 geworden en die ik net heb gesproken, is van mening dat de schuld van de noodzaak tot verscherping van de corona-regels bij de veertigers ligt, die weigerden afstand te houden en zich aan de corona-wetten te onderwerpen. Waarom weigerden ze volgens mijn tante zich aan de corona-regels te houden? Ze hadden de oorlog niet meegemaakt!

     

    Ziet u het? Zelfs mij lieve intelligente tante die ik alleen maar belde om haar mazzeltov te wensen, lukte het om de oorlog weer op tafel te krijgen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Minister Slob: boete refoscholen. Dagboek van een Opperrabbijn 22 december 2020

    Toen ik de krantenkop “Slob: in uiterste geval boete refoscholen” zag in het RD, moest ik denken aan een moeder van een schoolgaande zoon die ik zo’n tien jaar geleden heb gesproken. Wat was er aan de hand? De school had besloten dat er een boek behandeld zou worden voor het vak Nederlands dat, ik druk me voorzichtig uit, qua inhoud niet geheel strookte met de levensvisie van de moeder en van de school. Het ging niet over homoseksualiteit, waarover Minister Slob wel spreekt, maar over pedofilie. Uitgebreid en gedetailleerd wordt beschreven hoe een oudere man omgang heeft met een meisje van negen jaar. De omgang wordt dusdanig goed, levendig en gedetailleerd beschreven dat het zonder enige twijfel valt onder het begrip pornografie. Wat er ontbrak waren alleen nog de foto’s. Doel van het verplichte lezen van dit boek was om kinderen weerbaar te maken tegen misbruik. Fantastisch. En dat terwijl het vak Inburgering nog niet eens was uitgevonden.

     

    Dat ‘weerbaar te maken tegen misbruik’ kan mijn volledige instemming krijgen. Als kinderen niet weten waar gevaren op de loer liggen kan dat tot ernstige en uiterst schadelijke situaties leiden. Daarom moeten we onze kinderen waarschuwen tegen misbruik en andere gevaren die helaas in de huidige samenleving veelvuldig aanwezig zijn. En zelfs als ze in vorige generaties ook al aanwezig waren en in het onderwijs werd er geen aandacht aan besteed, dan is dat meer dan betreurenswaardig. Maar daar kunnen we helaas nu niets meer aan doen. De klok kan niet teruggedraaid worden. Dus ik ben er een fervent voorstander van dat de huidige jeugd weerbaar wordt gemaakt om misbruik te voorkomen. En weerbaar maken kan niet door om de hete brei heen te draaien en niet duidelijk te benoemen waar de gevaren zijn. Ook ben ik de mening toegedaan dat nooit en nimmer medemensen gediscrimineerd mogen worden om welke reden dan ook. Maar weerbaar maken tegen misbruik moet niet gedaan worden door kinderen pornografische literatuur voor te schotelen. Is dat nodig om weerbaar te maken? Helemaal niet. Integendeel! Je loopt het risico dat het kind door dit soort beelden inderdaad geen slachtoffer zal worden, maar misschien wel dader. Dit soort beelden worden, juist bij kinderen, opgeslagen en kunnen, G’d behoede, gebruikt worden om te ge(mis)bruiken op latere leeftijd. Niemand wordt als zedendelinquent geboren. Een zedenmisdadiger wordt gemaakt door zichzelf of door zijn entourage. Als iemand een boek doorbladert, een ongepaste foto ziet en snel verder gaat, is het beeld al opgeslagen en kan toeslaan op het moment dat het niet gewenst is. U zult mij waarschijnlijk ouderwets en niet van deze tijd vinden. Klopt. Maar wat is daar mis mee? Beter ouderwets en gezond, dan modern en ziek. Ja, een samenleving waarin overspel en ontrouw gewoon zijn geworden, een maatschappij waarin foto’s van schaars geklede dames gebruikt worden als lokmiddel om aandacht te trekken voor producten die niets van doen hebben met deze dames, vind ik ziek en schadelijk. En hoewel het soms veel beter kan zijn als ouders gaan scheiden dan dag en nacht ruzie maken, betekent het niet dat een scheiding van ouders goed is en een zegen voor kinderen. Een scheiding is voor de kinderen een drama, waarmee waar nodig omgegaan moet worden, maar dat wel zoveel mogelijk voorkomen dient te worden. Ook pedofilie is een fenomeen dat zeer onwenselijk is, onacceptabel. Maar dat ga je niet verdrijven door kinderen te laten ‘meegenieten’ van een pedofiel die geniet van zijn misdaad. En zelfs als het lezende kind fysiek nog niet kan ‘meegenieten’ omdat hij nog te jong is: het beeld blijft in zijn hoofd aanwezig en kan opspelen op het moment dat het kwaad zijn slag wil slaan.

     

    Ik ben het volledig eens met de boete van de minister, maar wel zie ik graag dat die boete niet alleen bij discriminatie van geaardheid wordt toegepast maar ook bij het laten lezen van pornografische teksten die misdadigers kunnen fabriceren.

     

    Een trouwe lezer van mijn dagboeken gaf me een compliment voor de inhoud, maar vond dat ik te veel het zoetste jongetje van de klas speel. Ik moest prikkelender zijn, scherper en aanvallender. En vooral niet alleen uitspraken doen die de goegemeente mooi vindt. Vandaag heb ik, denk ik, wel tegen de nodige schenen getrapt en verwacht een storm aan kritiek. Ik hoop dat ik nog lezers behoud.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Mocht Abdelkader Benali mijn dagboek lezen………. Dagboek van een Opperrabbijn 21 januari 2021

    Herdenking van het Apeldoornsche Bosch, hedenochtend van 10:30 tot 11:15 uur. Jaar in jaar uit was ik aanwezig bij de herdenking op 21 januari. Ieder jaar weer hetzelfde publiek, hetzelfde onderwerp, dezelfde slachtoffers die we herdenken sinds de onthulling van het monument op 23 april 1990 door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana. Vorig jaar was ik voor het eerst afwezig omdat ik toen met Europarlementariërs in Auschwitz was voor een symposium over antisemitisme. Ieder jaar weer moet ik hetzelfde zeggen in andere bewoordingen en ieder jaar weer grijpt het mij aan. Toen de trein met patiënten aankwam in Auschwitz was er al een aantal onderweg overleden. Anderen kwamen lachend naar buiten, anderen gillend van angst. En daartussen de verpleegkundigen en artsen die hun patiënten niet zonder begeleiding wilden laten vertrekken. Nog even was er een discussie tussen de nazi-schurken of de begeleiders (nog) niet vermoord zouden worden, maar uiteindelijk bleven ze bij hun patiënten, ook op de brandstapels. En vandaag dan wederom de herdenking, maar zonder publiek. De burgemeester, drie bestuurders van de Stichting het Apeldoornsche Bosch, een paar journalisten en een paar camera’s die de herdenking vastlegden. Het is onbeschrijfelijk en onaanvaardbaar wat er toen is gebeurd.

     

    Ieder jaar dus min of meer dezelfde herdenking? Neen. In 1990 waren de namen van de meeste bewoners nog onbekend. Daarna werden archieven gevonden, weer later worden de namen op twee plaquettes naast het monument vereeuwigd. Weer later werd ook op het terrein van het vroegere Apeldoornsche Bosch zichtbaar gemaakt wie waar woonde en vorig jaar een tentoonstelling op het terrein van het voormalige Apeldoornsche Bosch die de geschiedenis beschrijft vanaf de oprichting tot de vernietiging van dit psychiatrisch ziekenhuis dat bekend stond om zijn kwalitatief hoogstaande zorg en patiënt vriendelijkheid. Als u gelegenheid heeft kijk naar deze documentaire. https://www.apeldoornschebosch.nl/nieuws/herdenkingsfilm-het-apeldoornsche-bosch

    Naar mijn aandeel hoeft u niet te luisteren, maar richt uw blik op de bewoners, hoe gelukkig ze er uitzien. Hoe ze zich vermaken. Hoe één het personeel is met de bewoners. Allen vermoord omdat ze Joods waren. Er waren vandaag, vanwege corona geen belangstellenden. Er was geen publiek. Slechts één krans werd er gelegd. We waren alleen met het monument, hun grafzerk zonder graf. We waren alleen met hun namen. Eigenlijk was dit goed en passend. Toen ze afgevoerd werden, in de beestenwagens geduwd, op elkaar gestapeld, gillend, waren ze ook alleen. Een enkeling, woonachtig in de buurt van het station, herinnert zich nog steeds het gekerm. Om 12:15 uur was ik thuis, maar eigenlijk ook niet, want mijn hele dag stond in het kader van deze herdenking, het laat me wederom niet los.  Afstand nemen van deze misère kan ik nog steeds niet. En als ik, van na de oorlog, als kind van overlevenden, als second generation, zo aangegrepen wordt, dan is het toch duidelijk dat mijn stelling de keiharde waarheid is: als iemand de hel van de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven, dan is hij gestoord. Maar het leven gaat verder. De onacceptabele spreker voor de 4 mei herdenking op de Dam, waarover ik me gisteren opwond, heeft zich teruggetrokken. Weet u, ik zou zo graag met hem in gesprek willen komen. Vernemen wat er wel en wat er niet klopt. Misschien is zijn kijk op Joden in de loop der jaren ten goede bijgesteld. Wellicht kijkt hij nu anders aan tegen Israel nu hij heeft vernomen dat met betrekking tot vaccinatie alle inwoners van Israel ongeacht geloof, afkomst of woonplaats gevaccineerd worden. De mens is niet van nature slecht, de mens kan tot ander inzicht komen. Maar misschien ben ik te naïef, te goedgelovig, te tolerant.  Maar toch, mocht Abdelkader Benali mijn dagboek lezen en wil hij mijn uitnodiging accepteren: welkom! Ik zal het vertrouwelijk houden.

     

    Ik moet nog even gaan lopen, maar het blijft maar regenen. Mijn kleinzoon uit Engeland die naar Potsdam had zullen gaan met zijn echtgenote (het pasgetrouwde stel) komt niet. Haar ouders wonen dus in Potsdam en zij wonen in Londen. Onderweg hadden ze bij ons de sjabbat zullen doorbrengen. Maar het feest gaat niet door want zij heeft een Israëlisch paspoort en kan dus Frankrijk niet in. Wel Duitsland omdat ze daar een verblijfsvergunning heeft. En hij kan Duitsland niet in omdat hij uit Engeland komt. Nederland zou hem wel lukken vanwege zijn NL-paspoort, maar dat is voor haar dan weer niet mogelijk vanwege haar Israëlische paspoort. Los hiervan zitten we nu met het maximaal aantal bezoekers van één, en zij zijn dus met twee. Dat hun broer/zwager ook bij ons in huis is (die was dus onderweg van Londen naar Israel en kwam hier inmiddels vier weken geleden voor slechts vier uur!) is geen probleem want hij behoort inmiddels tot ons gezin.

     

    Verder is de afspraak voor de opname voor NTR TV  over Jodendom vastgelegd voor maandag van 10:00-14:30 uur deels bij ons thuis en deels in de synagoge, om 15:00 uur een bijeenkomst met het Rode Kruis over de cartotheek van de Joodse Raad en woensdag moet ik spreken bij de EJA Holocaust Remembrance Day Commemoration. De oorlog houdt me helaas wel bezig. Of dat goed is, betwijfel ik.

     

    En net voordat ik mijn dagboek afrond bemerk ik dat mijn echtgenote druk doende is om onderdak te zoeken voor een hondje. Ras onbekend, klein, krulletjes, ‘dameshondje’. De eigenaar is bereid voor de opvang te betalen. U ziet het: het rabbinale leven is niet altijd eenvoudig, maar wel afwisselend.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit naar Dubai. Dagboek van een Opperrabbijn 9 december 2020

    Het was weer een aaneenschakeling van e-mails beantwoorden. Verrassend was het initiatief van een mij onbekende die alleen een Joodse vader heeft. Hij wil een website opzetten met als titel: “vraag het de rabbijn”. Ik vond het fijn dat juist iemand die dus halagisch niet-joods is mij hiervoor benadert. Ik heb dus meteen contact gemaakt en mijn participatie toegezegd. De bedoeling is dat mensen hun vraag online stellen en dat de beheerder, hij dus, dan de vragen doorstuurt naar een van de deelnemende rabbijnen. Dat er een soort voorselectie plaatsvindt lijkt me verstandig, maar hoewel hij dacht dat de vragen zich zouden beperken tot vragen over kennis, verwacht ik veel meer hulpvragen. Een hulpvraag is erg lastig schriftelijk te beantwoorden. En dus is mijn voorstel dat de rabbijn vanaf een onherkenbaar nummer de vraagsteller belt. De ervaring heeft mij geleerd dat de meeste vragen die bij mij komen verkleed zijn in een eenvoudige feitelijke vraag, maar dat achter die simpele vraagstelling een veel diepere vraag of probleem schuilgaat. Die problematiek kan ik niet bemerken als de vraag schriftelijk is gesteld. En dus gaat de master van de website aan de slag en kijken hoe we het kaf van het koren kunnen scheiden, maar tegelijkertijd het kind niet weggooien met het waswater. Ik ben benieuwd! Hoewel ik dus te laat was opgestaan, doordat ik veel te laat naar bed was gegaan, werd mijn werkdag te klein. Speciaal ook omdat ik voor de SGP naar Veldhoven moest komen voor een Israel uitzending waarin een soort debat over antisemitisme en over de vraag hoe de politiek omgaat met Israël. En dat was dan net leuk. Ik had namelijk aan mijn vriend Louk de Liever een fles Israëlische wijn gebracht speciaal uit Judea en Samaria, die door de anti-Joodse-lobby gebombardeerd zijn tot zogenaamde ‘bezette gebieden’ en deze besmette producten moeten voorzien worden van een label waarop de origine herkenbaar is. Dus product van Israël is natuurlijk uit den boze, maar ook afkomstig uit Judea en Samaria wordt niet geaccepteerd. Er moet staan: product uit ‘bezet gebied’. En terwijl ik net na mijn wandeling uit de binnenstad van Amersfoort, waar Louk woont, was teruggekomen, zie ik een bericht dat in Dubai producten uit de zogenaamde ‘bezette gebieden’ mogen worden verkocht zonder label omdat dat de economie van de Palestijnen ondersteunt. Ik ben benieuwd of de Verenigde Naties nu een resolutie gaan aannemen tegen de Verenigde Arabische Emiraten en nog meer ben ik benieuwd hoe ons Ministerie van Buitenlandse zaken zal reageren. Sturen ze nu een aantal medewerkers om de Kamer van Koophandel in Dubai te bekeuren, zoals ze dat een paar maanden geleden in Nijkerk hebben gedaan? Ervoor zorgen dat het dierenleed in de abattoirs wordt beperkt, daarvoor was er niet genoeg personeel beschikbaar, maar die paar flesjes heerlijke Israëlische wijn uit de ‘bezette gebieden’, daarvoor was kennelijk genoeg tijd en personeel en dat was echt belangrijker dan onnodig dierenleed. Maar zelfs als die berichtgeving nog niet klopt, maakt dat niet uit. Want in de politiek kan de waarheid van vandaag, de leugen van morgen zijn of andersom!

     

    Om 18:00 uur vertrokken naar Veldhoven, vlakbij Eindhoven, voor de Israël-avond van de SGP. Het begon om 20:00 uur en duurde tot 21:15 uur. Wat een geweldig programma, wat een energie heeft de SGP hier ingestopt. Wat een pro-Israël warmte.  En wat ben ik dankbaar dat ik hieraan mocht meewerken. De achtergrond was een grote foto van Jeruzalem met daarvoor de brandende menora. Perfecte muziek, live-interview met iemand uit Israël en iemand anders uit Irak. Het was geweldig. Maar ik moest natuurlijk wel nadenken wat ik zou zeggen. Het kost energie, maar G.Z.D. heb ik die. Om 23:15 uur was ik thuis, gevloerd. Het dagboek geschreven en nog een gesprek gehad met een politieke topper om te proberen een visum te krijgen voor een vader die in Israël woont, gescheiden is en zijn twee kleine kinderen, die bij zijn ex wonen in Nederland, wil bezoeken. Probleem: een visum wordt niet toegekend vanwege corona. De topper gaat kijken wat hij kan betekenen. En nu, mijn trouwe dagboekenier, als u een uur en vijftien minuten niet weet wat te doen met uw tijd, klik dan op deze link:  https://youtu.be/NYJQaIjQIt8 . Geniet van onze Israël vrienden, want die hebben we echt!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Niets bereikt, maar wel geluisterd. Dagboek van een Opperrabbijn 29 december 2020

    Een ietwat saaie dag ligt in het verschiet. Het is nu 7:00 uur en dus de perfecte tijd voor mijn ochtendkoffie maar nog te vroeg voor het ochtendgebed. Mijn agenda is leeg voor vandaag en dus ben ik bezorgd wat te doen. Als ik helemaal niets dreig te moeten doen kan ik altijd nog gaan schrijven of bellen. Bellen naar mensen die eenzaam zijn is altijd, helaas, buitengewoon zinvol. En ook kan ik vooruit gaan schrijven. Dagboeken vooruit schrijven kan niet, want dan is het geen dagboek meer. Maar Rab&Rik moet ik zelfs vooruit schrijven want het moet optrekken met de Sidra-Schriftlezing van de week. Rab (dan ben ik) schrijft de levensles en Rik stelt daarop per keer twee vragen die ik dan weer moet beantwoorden voordat de week begint. Wellicht weet u niet wat Rab&Rik is, dan hierbij een korte uitleg zo overgenomen van www.cip.nl :

     

    Gedurende het Joods jaar wordt de hele Thora gelezen in de synagoge. Opperrabbijn Jacobs deelt drie keer per week een wijze levensles aan de hand van het Schriftgedeelte van die week. Naar aanleiding van die les stelt Rik enkele vragen, waar de rabbijn weer antwoord op geeft. Rab en Rik is een boeiend initiatief waarbij je vanuit het oudste boek ter wereld lessen leert voor vandaag!

     

    Ik lig inmiddels met vier weken voor op Rik en kan de voorsprong natuurlijk verder opvoeren. Er liggen ook nog twee lange e-mails die ik telefonisch moet beantwoorden. De ene schrijver is ziedend teleurgesteld op G’d en daarom indirect ook op mij. Waar was G’d in de Auschwitz? De schrijfster, een weduwe die in de jaren ’50 is geboren en haar problemen staan volledig los van de jaren ’40- ‘45, koppelt die vraag aan de woorden bij de schepping “Want Hij zag dat het goed was”: Mijn leven was een grote hel, maar Hij zag dat het goed was! E-mail-schrijver nummer twee vertrouwt mijn relatie met de christelijke wereld niet. Volgens hem word ik onbewust doelwit van een sluwe manier van bekering. Beide e-mailschrijvers geven aan ongelovig te zijn. Dat e-mail-schrijver twee dat zegt, begrijp ik. Maar dat e-mail-schrijfster nummer één dat verkondigt, kan ik niet goed plaatsen. Want als er dan volgens haar geen Schepper is, waarom dan boos worden op die Schepper?

     

    Ik verlaat dit dagboek. Het is inmiddels klokke acht en dus tijd voor mijn derde kop koffie en het ochtendgebed. Tot straks!

     

    Inmiddels heb ik een langdurig gesprek gehad met de weduwe. Uiteraard heb ik eerst heel goed geluisterd, haar de tijd gegeven, geen telefoontjes tussentijds opgenomen van derden. Ik was er voor haar. Heb ik wat bereikt? Denk ik dat ik haar boosheid heb kunnen wegnemen? Denk ik dat ze nu een gelovige vrouw is geworden? Heeft ze begrepen dat als G’d volgens haar überhaupt niet bestaat dat het dan ook niet aan de orde kan zijn om op Hem boos te worden? Geloof ik dat ik haar heb kunnen overtuigen van haar tegenstrijdige gedachtegangen? Neen, neen en neen. Maar, en dat verwacht u waarschijnlijk niet van mij, ik had ook niet de illusie om haar op andere gedachten te brengen. Waarom ik haar dan had gebeld? Ze wilde haar boosheid uiten, afreageren, aandacht en begrip. Die belangrijke aandacht heb ik haar mogen geven. Niet meer en niet minder. Ik was niet uit op resultaat. En wat zij verder met ons gesprek wil doen, is aan haar. Maar uiteraard heb ik haar wel met woorden toegesproken, we hebben gediscussieerd over haar boosheid richting G’d die voor haar dus niet bestaat. Wat heb ik kort samengevat gezegd?

     

    Door de eeuwen heen heeft het Joodse volk vele ballingschappen moeten doorstaan. Vele keren stonden ze aan de vooravond van een nieuw en onbekend ballingschap. Steeds weer waren ze ervan overtuigd dat uiteindelijk ook aan dat ballingschap weer een eind zou komen. En ook ik, als individu, maak ballingschappen mee. Moeizame perioden in het leven. Hoe kijk ik tegen het voor mij liggende ballingschap aan? Ontken ik dat het eraan komt? Raak ik in paniek? Word ik suïcidaal?

    De Thora brengt een levensles die van vitaal belang is. De les dat we voordat we proberen te begrijpen, er eerst van doordrongen dienen te zijn dat we niet alles kunnen vatten. Slavernij, intens lijden, ondragelijke pijn en verdriet kunnen wij mensen niet begrijpen. Maar we dienen er wel van doordrongen te zijn dat al dat van Boven komt in essentie goed is, ook als we er geen touw aan kunnen vastknopen. En die kracht om ondanks alles toch te aanvaarden, hebben wij van onze voorouders Awraham, Jitschak en Ja’akov meegekregen. Als rabbijn in een Psychiatrisch Ziekenhuis werd ik dagelijks met afschuwelijke geestelijke pijn geconfronteerd. Mensen die kampten met ziekten, dwangmatige stemmen hoorden, met onaanvaardbare spanningen thuis of op het werk, met huiselijke vetes, met kinderen die niet de weg bewandelen die hun ouders graag hadden gezien en met verlies van dierbaren. Mijn taak was om te helpen waar mogelijk. Wat ik leerde en leer ik nog steeds van al die misère? Van de meeste narigheid leer ik dat ik niet moet zeuren over mijn eigen pijn en dat ik zeker niet moet proberen om alles te willen begrijpen!

     

    Met e-mail-schrijver twee heb ik nog geen contact gehad. Heeft ook minder haast, want hij lijdt niet, maar is bang dat ik ga lijden als ik me laat bekeren. Maar gezien ik me echt niet laat bekeren (alleen al niet omdat ik dan mijn baantje als opperrabbijn wel kan schudden) en mijn christelijke vrienden dat ook echt niet willen, bel ik morgen wel of overmorgen. Zijn er dan geen christenen die Joden willen bekeren? Zeker wel, maar die behoren niet tot mijn christelijke vriendenkring!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Omdat het virus blijft: symptoombestrijding. Dagboek van een Opperrabbijn. 25 november 2020

    Ik ben nu officieel auteur! In het Joods Historisch Museum heb ik in aanwezigheid van Emile Schrijver mijn handtekening gezet onder het contract met uitgeverij Scholten. Er werden gedurende de korte ceremonie foto’s genomen en ik moest na afloop nog even wandelen met de uitgever en daar werden we, de uitgever en mijn persoontje, dan ook weer gefotografeerd. Hoe is dat boek tot stand gekomen? Wilde ik een boek? Had ik überhaupt gedacht aan een boek? Helemaal dus niet. Aan het begin van de coronatijd, net na Poerim, toen ik nog maar enige dagen in Montreal was om Pesach bij onze kinderen en kleinkinderen te vieren, kreeg ik een telefoontje van Prof. Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier. Of ik bereid was om een dagboek te schrijven met als titel: Opperrabbijn in coronatijd. Ik heb daar snel over nagedacht en omdat ik altijd met veel liefde “Kuifje in Afrika” had gelezen, trok het me wel “Opperrabbijn in Corona”. En wat zouden ze doen met dit dagboek? Nog niets. Te zijner tijd een tentoonstelling of een uitgave of niets. Ik dus braaf aan het schrijven vanuit het principe dat als iets op mijn weg komt, het wel een doel zal hebben. Maar na een paar weken schrijven met als enige lezer Emile Schrijver en ik inmiddels weer terug was in Nederland, belandde ik bij CIP, Christelijk Informatie Platform die mijn dagboeken erg graag online wilde zetten. Het zou uniek zijn volgens CIP: een opperrabbijn op een Christelijke site! Ondertussen plaatste ook Joods bij de EO drie keer per week mijn dagboek en verscheen het ook op een aantal andere Facebooken. Ik maar trouw en braaf schrijven en er maar op vertrouwen dat ik niet voor dovemans oren mijn tijd aan het verprutsen was/ben. Het dagboek belandde bij de EJA, European Jewish Association, en die lieten het vertalen in het Engels en ook daar wordt het één keer per week geplaatst. En naar ik langzaam begin te vernemen wordt het ook door Nederlanders in Israël gelezen. Maar wat is er nou zo interessant aan mijn dagboek? “Een inkijk in het leven van een rabbijn”, krijg ik steeds te horen. Maar begrijpen doe ik het nog steeds niet. Maar, en dat is een belangrijke regel in mijn leven, ik probeer niet alles te begrijpen.

     

    Ik had een uitgebreid gesprekje (ik zet het maar even in het verkleinwoord omdat het gesprek van bijna een uur slechts vijf minuten had zullen zijn…) met een journalist over Forum voor Democratie. Uiteraard niet over hun politieke opstelling, want daarmee houd ik me niet bezig, maar over antisemitisme in ons land en dan specifiek de emotie rondom dit fenomeen. Welke oplossing ik zie. Heel simpel: ik zie geen oplossing. Antisemitisme was er, is er en zal blijven. Het is een onuitroeibaar virus. Is dat logisch, neen. Kunnen we er iets aan doen? Neen. Maar wel kunnen we werken aan het bestrijden van de symptomen. Het was een fijn gesprek dat voor mij ook erg interessant was. De journalist was namelijk toch wel erg verbaasd en geschrokken over de brede aanwezigheid van antisemitisme in onze huidige samenleving. Het leek nieuw voor hem. Dus het was goed dat ik hem heb gesproken. Hoe moet mijns inziens de symptoombestrijding worden aangepakt? Wat is de grote boosdoener? POLARISATIE.  En dus moet de nadruk liggen op de NUANCE. Maar, en nu ga ik weer terug naar mijn onbegrip over het kennelijke nut van mijn dagboek: hoezo belde de journalist naar mij om mijn mening te horen over Forum voor Democratie? Hoe wist hij van mijn bestaan? Hij had mijn dagboek een paar keer gelezen!

     

    Ondertussen ligt Nijmegen nu definitief vast. De Menora wordt publiekelijk aangestoken op 15 december. Burgemeester zal spreken, de Nijmeegse rabbijn Mendel Levine steekt aan, muziek van mijn tandarts en daarna spreek ik. Even een korte uitleg over ‘muziek van mijn tandarts’. Hij is Joods, afkomstig uit Armenië (vluchteling), heeft in Israël gewoond, nu woonachtig in Nijmegen en heeft een tandartsenpraktijk genaamd Welcome in Arnhem. Klinkt dus erg Joods! Joden leven nu eenmaal erg verspreid over de wereld als gevolg van vluchten door de eeuwen heen. Op vliegvelden tref je, althans in mijn beleving, veel Joden. Als een kind uit een gezin in Bunschoten gaat verhuizen na zijn huwelijk naar bijvoorbeeld Amersfoort, is dat al heel wat, bijna een traumatische ervaring voor de ouders vanwege de afstand. Als wij onze kinderen willen zien, moeten wij per KLM en niet met de lokale bus of trein. Dat is ons normaal.  Als ik bij ‘mijn muzikale tandarts’ in de stoel zit is de helft van de tijd het gezeur in mijn mond en de andere helft kletsen we bij in het Ivriet over de situatie van Joods Nederland en in de rest van de wereld. Ook hij leest mijn dagboek, af en toe, zoals hij me vertelde. Ik denk trouwens dat het meer af is dan toe. Maar los hiervan ben ik benieuwd hoe de muziek van mijn tandarts, na het ontsteken van de Menora, zal klinken. Ik hoop beter dan het geluid van zijn boor.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Opperrabbijn als rechter

    Hoewel het vandaag niet echt soeka-weer was, want er waren enorme plensbuien, toch was het iedere keer als we wilden gaan eten kurkdroog. En dus heb ik niet een keer moeten uitwijken naar de woonkamer of, en dat zou ik dan gedaan hebben, in de soeka gegeten met een dicht dak!

     

    Vanochtend heb ik weer wat ‘gewoon’ rabbinaal werk verricht. Een baby geboren en die moet een brith milah hebben, een besnijdenis. Omdat de ouders geen bekenden zijn van de Joodse Gemeente moet ik op het laatste moment uitzoeken of de moeder inderdaad Joods is, want ervaring heeft me geleerd dat velen pas op het allerlaatste moment mij benaderen. En dus mag ik weer het vuile werk doen. Nou hoor ik u redeneren: als de moeder zegt dat ze Joods is waarom zou ze het dan niet zijn? U stelt een goede vraag, maar ik moet als rechter, want dan ben ik dan even, tot een rabbinale uitspraak komen. Ik ben dan even geen psycholoog en ook geen pastorale werker. Feiten! Overigens heeft de Brith Milah, de besnijdenis, inmiddels plaatsgevonden. Mazzeltov. Weer een Joods jongetje opgenomen in het oeroude verbond.

     

    En dus heb ik niets te maken met de vraag waarom iemand zich zou willen uitgeven als Jood of Jodin als hij of zij dat niet is. Maar even ter informatie: vele keren heb ik aangetoond dat mensen een bewijs van Jood-zijn willen hebben die van geen kant iets met Joden te maken hebben of hebben gehad. Ik herinner mij een mevrouw die aangaf dat ze Joods was, niemand die daaraan twijfelde, ook ik niet. Alleen op een gegeven moment wilde zij voor haar dochter een verklaring hebben dat haar dochter een Joodse moeder heeft. Toen er geen enkel bewijs bestond gaf ze aan dat ze was geadopteerd. Haar ouders hadden haar op weg naar de concentratiekampen afgestaan aan haar pleegmoeder. Maar die pleegmoeder mocht ik niet benaderen, want dat was voor haar te emotioneel. En de naam van haar echte ouders wist ze ook niet.

    Van mij wordt dat verwacht uiteraard vriendelijk te blijven en heel erg goed te luisteren. Waar klopt haar verhaal wel en waar niet. Mijn taak is om haar te helpen in het aantonen van haar Jood-zijn, maar het moet waar zijn. Het betrof hier een keurige, gestudeerde en vermogende vrouw. Ze maakte absoluut niet de indruk dat er iets mis met haar zou zijn. Maar het bevreemde mij wel dat ik haar pleegmoeder niet mocht benaderen. En ook navraag bij het ziekenhuis in Parijs waar zij zeker wist dat ze daar was geboren, werd mij door haar niet toegestaan. Uiteindelijk bleek er iets heel essentieels in haar verhaal niet te kloppen. Haar ouders hadden haar op weg naar Auschwitz afgegeven aan haar pleegmoeder, alleen de datum die ze opgaf en waarover ze zeer stellig was, klopte niet. Auschwitz bestond toen nog niet en er waren toen nog geen deportaties vanuit Frankrijk naar de vernietigingskampen. Ik heb haar dat stuk van haar geschiedenis laten opschrijven, nog een extra keer nagevraagd of alles klopte en speciaal de datum. Nadat ik haar had geconfronteerd met deze onmogelijke datum van transport van haar ouders, vertrok ze bij de Joodse gemeente. Nooit meer van haar ook maar iets vernomen.

     

    Maar ook vandaag werd ik gebeld door een Israëlische arts die ergens binnen de EU werkzaam is in een Academisch Ziekenhuis. Zijn Jood-zijn leidt geen twijfel. Maar hij wil weten wie zijn grootouders waren, Nederlanders van ver voor de oorlog. Niets weet hij over hen. Ik meteen in de telefoon geklommen en kijk, na enige uren heb ik familie boven weten te krijgen waarvan hij het bestaan überhaupt niet wist. De arts en de familie zijn met elkaar in contact gekomen. Beiden zijn erg verheugd. De jonge arts had niet kunnen dromen dat er van zijn voorgeslacht nog overlevenden zouden zijn.

     

    Maar om even terug te keren naar het begin van mijn dagboek van vandaag: Terwijl ik aan het schrijven ben heb ik al drie keer het regen-dak van de Soeka mogen openen en sluiten omdat het begon te regenen of omdat het juist weer droog was.

     

    Zojuist zijn we teruggekeerd van een feestje in de soeka van Almere. Het was uiteraard rustiger dan andere jaren, maar aan Simcha ontbrak het niet. Volop te eten in de grote soeka, alles p.p. verpakt.

    Een prachtige show met vuur. Fakkels, vuurspuwen, met vuur een soort levend roulette spelen en dat alles onder een aandachtig luisterend publiek en in een maar niet stoppende regenbui die bijna deed denken aan de vloedgolf uit de tijd van Noach.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • PKN biedt excuses aan voor rol in Jodenvervolging, Dagboek van een Opperrabbijn

    https://www.nporadio1.nl/dit-is-de-dag/onderwerpen/66735-2020-10-22-pkn-biedt-excuses-aan-voor-rol-in-jodenvervolging

     

    Soms verlopen dagen totaal anders dan verwacht, en dat was dus vandaag het geval. PKN had bekend gemaakt dat ze een verklaring gaan uitgeven waarin ze schuldbelijden voor de houding van de kerken in de oorlog. En dus kreeg ik het eerste telefoontje al om 8 uur vanochtend van het Reformatorisch Dagblad met de vraag: Wat vindt de Joodse Gemeenschap hiervan? Lastig, want als er wordt gevraagd wat ik ervan vind, kan ik meteen een antwoord geven, maar als ik de woordvoerder word van de gehele Joodse Gemeenschap, wordt het ingewikkelder. En toch meen ik wel globaal te weten hoe er over de schuldbelijdenis gedacht wordt binnen Joods Nederland. Maar ik had hierover nog nauwelijks kunnen nadenken of Family7 aan de lijn, toen Grootnieuws radio, daarna de Telegraaf en uiteindelijk NPO1 Dit is de Dag. En omdat de titel van mijn dagboek gewoonlijk de kortste samenvatting is van mijn dagvulling, werdhttps://etc> vandaag de kop!

     

    Overigens werd ik tussendoor wel nog geïnterviewd door een student van de school voor de journalistiek uit Zwolle, maar dit ging niet over de schuldbelijdenis, maar “gewoon” over antisemitisme. Als u wilt weten hoe ik denk over die schuldbelijdenis, klik dan op de titel van vandaag of kijk op de voorpagina van het Reformatorisch Dagblad. Eigenlijk heb ik niet veel meer kunnen doen dan die schuldbelijdenissen, want hoewel ik niet veel moest voorbereiden, vroeg het wel veel tijd, want iedere tien minuten in de lucht vereist minstens het vierdubbele aan voorbesprekingen.  Dus eerst vanochtend een half uur de vraag van Dit is de Dag of ik wil meewerken en of ze mij überhaupt wel willen. Toen om 15: 00 uur een voorbereidingsgesprek, een half uur naar Hilversum rijden, een uur in de studio en toen weer een half uur terug. Hoewel de andere uitzendingen via zoom verliepen, waren ook daar voorbesprekingen en het testen van geluid, inloggen, telefoon uitproberen en ook nog bij Family7 een storing eerst in beeld en toen dat was opgelost in het geluid.

     

    O ja, ik vergat bijna dat ik vanochtend een zoom-vergadering had met Stieneke van de Graaf. Zij is fractielid van de CU in de Tweede Kamer. Wat moest ik van haar? Er is een wetsvoorstel in aantocht die het mogelijk maakt dat bij een burgelijke echtscheiding ook door de rechter uitspraak wordt gedaan dat de man of de vrouw op straffe van een dwangsom aan een religieuze echtscheiding moet meewerken. Zondermeer een prima zaak. Voorkomt treiterende mannen die weigeren mee te werken aan een religieuze echtscheiding nadat de civiele echtscheiding reeds heeft plaatsgevonden. Deze wet zal zeker soulaas bieden aan de Islamitische Gemeenschap in ons land. Maar door deze goedbedoelde wetswijziging, komen wij Joden juist in de knel. Als de rechter namelijk de man, die doet meestal het moeilijkst en treitert het graagst, dwingt een get (religieuze scheiding) af te geven, dan is die get volgens Joods religieus recht ongeldig omdat de man de get niet uit vrije wil heeft afgegeven. En dus, hoewel het goed is dat er een wetsvoorstel in de maak is die wil voorkomen dat mensen die civiel gescheiden zijn, toch nog religieus aan elkaar vast blijven zitten, werkt dit wetsvoorstel voor de Joden precies averechts en zal er voor de Joodse gemeenschap hier ter lande een kleine aanpassing in het wetsvoorstel moeten komen, zodat de vervelende echtgenoot niet kan treiteren. Hoe dat wetsvoorstel jurdisch dan in mekaar moet zitten, wist ik niet precies en dus had ik Mr. Loonstein mee laten zoomen.

     

    Geheel los van zoom, radio, tv en andere media, had ik een probleempje: ik krijg bijna iedere dag een e-mail met verzoek om te doneren. En dat doe ik graag, maar toch aarzel ik. Wie geef ik wel, wie geef ik niet? Sinds een week ontvang ik bijna dagelijks een e-mail van een vader wiens dochter van 16 jaar op het vliegveld van Bulgarije is gearresteerd vanwege een ‘onschuldig’ pakje dat ze had meegenomen uit Israel. Een tragedie! Het kind hangt een gevangenisstraf van meer dan tien jaar boven het hoofd. Vader vraagt geld om zijn dochter vrij te krijgen en om een goede advocaat te regelen.  Bovendien is vader een appartement in Bulgarije gaan betrekken om in de buurt van zijn dochter te kunnen blijven die hij wel iedere dag mag bezoeken. Ramp! En dus heeft hij dringend geld nodig. Maar hoe weet ik of dit verhaal klopt? Iedere dag krijg ik tragedies lijkend op deze bedel-e-mail in mijn inbox. Dan weer een kind dat ongeneeslijk ziek is en een operatie behoeft, dan weer etc etc. Je kunt het zo tragisch niet noemen of ik ontvang er wel een bedel-e-mail over. Wel geven? Niet geven? Bij twijfel, niet inhalen? Maar wat heet hier “niet inhalen”? Lastig!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

     

     

     

     

     

  • Rariteitenkabinet. Dagboek van een Opperrabbijn, 25 oktober 2020

    Soms lijken mijn e-mail INBOX en mijn brievenbus, waar slechts spaarzaam wat invalt,  op een rariteitenkabinet. Ik laat u meelezen in een paar e-mails en brieven die ik de laatste dagen ontving:

     

    • “Ik ben een tiener die op onverklaarbare wijze een enorme aantrekkingskracht ervaart naar uw prachtige religie. Alles in mij trekt ernaartoe”. Netjes doorgestuurd naar iemand, een Joodse dame, die ik eerst had benaderd en die ze mag bellen om al haar vragen te stellen. Ik vermoed een stuk eenzaamheid achter haar hunker naar Jodendom, of problemen thuis of inderdaad een diepreligieus gevoel. Graag wil ik haar helpen, maar ik moet wel oppassen, geen idee wie zij is, waar ze woont en hoe ze aan mijn adres komt.
    • “Mijn vader wordt volgende week 80 jaar. Mijn moeder is vorig jaar plotseling overleden en dus is vader erg verdrietig en vooral eenzaam. Ik en mijn broer wilden een mooi feest voor hem maken, maar corona heeft het onmogelijk gemaakt. U kent mij en mijn vader niet, maar vader kent u wel en leest, als gelovig christen, met belangstelling uw dagboeken. Speciaal de grappen vindt hij erg leuk. Ben ik erg onfatsoenlijk als ik u vraag om mijn vader op zijn verjaardag maandag aanstaande te bellen.” Natuurlijk ga ik bellen, al ware het alleen al om de zoon, die zich zo ontroerend inzet voor zijn vader, te ondersteunen.
    • Een brief (reguliere post bestaat dus kennelijk ook nog!) uit Duitsland aan “the relatives of Carolina Fronica A Jacobs de Leeuw”. Wat die A erin doet weet ik niet, maar dit is dus mijn moeder die 8 jaar geleden op 97-jarige leeftijd is overleden. Afzender is Conference on Jewish Material Claims Against Germany. Mijn vader, die 20 jaar geleden op 82-jarige leeftijd is overleden, heeft, zo staat in de brief, recht op €1539,00 per kwartaal. Voorwaarde is wel dat mijn vader, op het moment dat het bedrag zal worden uitgekeerd, nog in leven is. Fijn dat mijn vader op zo’n mooi bedrag recht zou hebben gehad. Misschien krijg ik over een paar jaar een brief gericht aan the relatives van mijn vader, dat mijn moeder eenzelfde bedrag zou hebben mogen ontvangen! Het geeft me in ieder geval een rijk gevoel!
    • En wat denkt u van onderstaande:

    Datum uitspraak : 19 maart 2018

    AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

    Uitspraak in het geding tussen:

    Stichting Werkgroep Behoud de Peel, gevestigd te Deurne

    apellante

    en

    Het College van gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

    verweerde

    Een grote brand eind april 2020 legde 800 van de 1200 hectare veengebeid in de Deurnsche Peel in de as. Onder leiding van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost hebben brandweer, politie en brandweer dagenlang samengewerkt onder moeilijke omstandigheden

     

    Bovenstaande kwam per reguliere post, gericht aan Het Secretariaat en dan mijn huisadres. Afzender staat nergens vermeld! Het is me niet echt duidelijk wat er nu van mij wordt verlangd. Als iemand een idee heeft: ik houd me aanbevolen!

    • En dan een verzoek van een niet-joodse historicus. Hij heeft uitgevonden dat een Joodse vrouw in de oorlog is overleden aan een natuurlijke dood. Zij zat ondergedoken en is in het geheim begraven, uiteraard op een algemene begraafplaats. De historicus heeft haar graf gevonden en verzoekt aan mij, via BenW van het dorp waar ze begraven ligt, of zij alsnog begraven kan worden op een Joodse begraafplaats. Geweldig! Ik meteen contact opgenomen met mijn Rabbinale Archeoloog. Dat is gewoon een archeoloog die Joods is en zich heeft gespecialiseerd in de halagische aspecten van dit soort klussen onder mijn rabbinale leiding. (Dat betekent dus in praktijk dat hij al het graafwerk verricht, met grote zorgvuldigheid, en ik sta erbij en geef als een van de stuurlui aan de wal hier en daar aanwijzingen en prevel de nodige gebeden.) Maar even los van dit tussen haakjes ge(mis)plaatste grapje: Wat een bijzondere klus. Wij, mijn archeoloog Drs. Leo Smole en ik, hebben echt het gevoel dat we haar thuis mogen brengen, na waarschijnlijk in het holst van de nacht, vestoken van haar familie, in groot geheim en eenzaamheid te zijn begraven en meer dan 75 jaar in volledige anonimiteit te hebben verkeerd. We beginnen aan de klus, gaan eerst nog proberen te achterhalen of er nog ergens familieleden in leven zijn en willen haar dan alsnog een waardige Joodse begrafenis geven. Uiteraard zullen de Joodse Gemeente die de eigenaar is van de begraafplaats waar zij nu verder zal mogen rusten, en Eduard Huisman, de functionaris van het NIK die belast is met alle Joodse begraafplaatsen, er zo spoedig mogelijk bij betrokken worden. Er zullen vergunningen tot herbegraving moeten zijn, een kist, transport en dan een begrafenis met het vereiste quorum van tien Joodse mannen opdat er kadiesj, het gebed voor de zielerust van de overledene, kan worden uitgesproken na al die jaren. En in een later stadium ook een waardige grafzerk waarop Leo en ik willen proberen de namen te vereeuwigen van haar famlieleden, waarvan bijna zeker het merendeel zal zijn vergast. Voor hen dus nergens een graf en van hen ook geen stoffelijke resten, verdwenen via de schoorstenen van de crematoria in het duistere gat der vergetelheid. Nu dus aan de slag! Leo en ik zijn dankbaar dat we ons hiervoor mogen inzetten.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl