Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • De file lijkt opgelost, maar de schade is groot. Dagboek van een opperrabbijn 5 januari 2021

    Ik wou dat ik eindelijk kon stoppen met mijn dagboek. Niet dat er niet genoeg gebeurt, niet dat ik het saai vind om iedere dag te schrijven of dat ik het te belastend vind, helemaal niet. Ik hoop te kunnen stoppen omdat mijn dagboek een dagboek is van ‘opperrabbijn in coronatijd’ en de coronaperiode me begint te irriteren. Het klinkt allemaal prachtig. Via zoom veel meer bereik dan voorheen, de bijeenkomsten hebben veel meer deelnemers, we moeten ook na corona vooral gebruik blijven maken van, etc. etc. De waarheid is dat persoonlijk sociaal contact onvervangbaar is. Het is niet voor niets dat bijvoorbeeld de sjoeldiensten een quorum van tien man nodig hebben om het tot een volwaardige dienst te kunnen maken. Natuurlijk moeten we ook als we niet over een minjan (het vereiste quorum) kunnen beschikken onze dagelijkse gebeden uitspreken, maar ideaal is dat niet. Mijn telefoontje aan die mijnheer die moederziel al maanden alleen thuiszit is een slecht surrogaatmiddel voor het bezoekje dat ik zo graag had gebracht. Ja, door de telefoon kunnen we heel veel zeggen. Maar de lichaamstaal ontbreekt. Omdat ik me kennelijk even verveelde ben ik gaan kijken naar de diverse YouTube ’s die op de een of andere manier de wereld zijn in geslingerd nadat ik ergens een lezing had gehouden (zonder publiek). Ik zie dan indrukwekkende getallen. Het wonder van Chanoeka: 4929 keer bekeken. Het echte verhaal van antisemitisme: 5628. Israel event SGP: 9230. Hoe lezen Joden de Bijbel: 22.000. Dit is dan uitsluitend op YouTube. Maar die lezingen zijn kennelijk ook nog te volgen geweest via livestream, facebook en nog meer van die termen die door mijn kleinkinderen goed worden beheerst en voor mij nog niet helemaal duidelijk zijn. Maar ondanks die indrukwekkende getallen ben ik niet tevreden. Als ik een lezing geef heb ik respons nodig. Ik moet gezichten zien, lichaamstaal, visueel contact. Toen ik in 1985 officieel benoemd werd en geïnstalleerd tot rabbijn van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat, dat toen nog de verwarrende naam Opperrabbinaat Utrecht droeg, kreeg ik meteen van diverse kanten kritiek. Dat hoort kennelijk zo. U weet wel: hoofd boven maaiveld. Of het wel of niet verstandig is weet ik nog steeds niet, maar ik neem iedere vorm van kritiek serieus. Ik herinner me twee kritische opmerkingen die ik ter hand had genomen. De eerste luidde dat mijn uitspraak van het Nederlands te plat Amsterdams was. Met name de L klonk niet goed. Ik dus naar de logopedist. Haar reactie: onzin. Maar ondertussen heeft ze me wel leren ademen via mijn buik hetgeen ervoor zorgt dat je minder vermoeid raakt bij het geven van lezingen. Een tweede kritiek was dat ik te emotioneel sprak. Ik dus naar een gezaghebbende tv-presentator en mijn probleem voorgelegd. Zijn reactie was duidelijk: een verslaggever moet afstandelijk en neutraal overkomen. Een rabbijn moet juist betrokkenheid en positieve emotie uitstralen. Ook Ton Lutz, hoogleraar dramatologie, had me eens ‘bekeken’ en mij geadviseerd om steeds met de toehoorders oogcontact te houden. Dat oogcontact is van belang voor mijzelf en voor de toehoorder. Ik kan namelijk via het oogcontact zien hoe de aandacht is en aan de hand van die vluchtige analyse mijn woorden aanpassen. En het oogcontact prikkelt de toehoorder om te luisteren. Al met al is het dus duidelijk dat Zoom, BlueJeans, Microsoft Teams, Facebook, YouTube en Livestream allemaal erg fijn zijn, maar gewoon lijfelijk aanwezigheid is echt niet vervangbaar. En dat ontbreekt dus en maakte me vanochtend verdrietig omdat door corona het menselijke sociale contact ernstig wordt beschadigd. Maar het is zoals het is, het gaat zoals het gaat. Depressief worden is niet goed. Maar we moeten er wel voor waken om het nieuwe-normaal als normaal te gaan aanvaarden, want dat nieuwe-normaal heeft weliswaar het fileprobleem opgelost en milieutechnisch is het een zegen, maar we mogen onze ogen niet sluiten voor de sociale schade die velen psychisch diep beschadigt. Grote alertheid is geboden!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • De lege spaarrekening van mijn moeder, Dagboek 7 oktober ’20

    Al tientallen jaren streef ik ernaar om bij bijzondere verjaardagen een felicitatiebrief te sturen aan mijn gemeenteleden. Omdat ik afhankelijk ben van de lokale vrijwillige bestuurders in het aanleveren van de data, heeft dat af en toe tot gevolg dat sommige leden geen mazzeltov ontvangen. En dan zijn er onder hen die dat jammer vinden omdat ze een officiële felicitatie vanuit ons Opperrabbinaat toch op prijs hadden gesteld. Het oogt allemaal zo eenvoudig, maar soms kunnen juist de eenvoudige klusjes erg gecompliceerd worden door allerlei langs elkaar lopende gebeurtenissen.

     

    Want als er dan geen schrijven van mij bij de jubilaris verschijnt, of veel te laat, dan heeft dat teleurstelling tot gevolg. Doordat het Joods Cultureel Centrum in Amsterdam vanwege corona gesloten is, gaat het dus niet goed met mijn verjaardagbrieven. Mijn gewaardeerde collega rabbijn Spiero stuurde mij de brieven voor deze maand (we zijn al halverwege de Joodse maand Tisjrei!) gisteravond laat op (hij kon niet eerder het kantoor binnen!) en dus ben ik vanochtend vroeg, toen ik toch wakker was, alles gaan printen en van een paar persoonlijke woorden met de hand gaan voorzien.  Bij sommigen excuus aangeboden vanwege te late verzending, een bijlage over de Hoge Feestdagen bijgevoegd, in de enveloppe gestopt, postzegel geplakt en klaar om naar de brievenbus te brengen. Opgestaan om 3:15 uur en pas klaar om 6 uur! Reden: printer werkte niet. Overigens is het in mijn meer dan 40 jaar mazzeltov-brieven-schrijven ook sporadisch fout gegaan. Een felicitatie naar iemand die net was overleden. Is me twee keer gebeurd. Reden: de eerste keer overleed de jarige nadat ik mijn felicitatiebrief keurig op tijd had verstuurd en de tweede keer had de vrijwillige secretaris van een Joodse Gemeente ons Rabbinaat vergeten te informeren van het overlijden. Sindsdien bellen we vooraf al jarenlang  alle gemeenten op om te vragen of…. Maar los hiervan vinden velen het fijn om ook officieel een mazzeltov te ontvangen. Een kleinigheidje, en niet op het niveau van bijvoorbeeld mijn gesprek maandag aanstaande in Den Haag met de Ambassadeur van Polen over het verbod op export vanuit Polen van koosjer geslacht vlees. Als die wet wordt aangenomen is dat voor heel Europa een groot probleem en los daarvan: welke landen gaan volgen? Maar wie zegt mij dat mijn verjaardagbriefje aan een hoogbejaarde, dat kleinigheidje, minder belangrijk is? En omdat ik dus toch al achter de computer zat vanochtend in de vroege uurtjes, heb ik ook nog even het volgende briefje opgesteld:

     

     I Join the chorus of prominent Jewish leaders in asking Am Israel to join together as one to help save the life of Rueven Michaelli who has already sacrificed so much and who has suffered greatly in his life. I cannot stress enough the need for us to join together in the coming days before the last days of Sukkot and to quickly raise the amount of money needed to help save Reuven's life. His life is in imminent danger now, and we are fighting to keep him alive. Together we can and must save an innocent Jewish life! 

     

    Een man in grote nood. Ken ik hem? Helemaal niet. Maar een jongere collega (de meeste collega’s zijn inmiddels jonger!) die werkzaam is in Canada als gevangenisrabbijn benaderde mij met dit kennelijk schrijnenede geval. Klopt het? Is deze persoon een schrijnend geval? Ik ken deze rabbijn en weet dat hij zich met hart en ziel inzet om de medemens in nood te helpen met gedrevenheid en overgave. En dus heb ik hem bovenstaande tekst gestuurd, mijn logo en een fotootje van mezelf. Dankbaar ben ik dat ik hier iets kan betekenen. Het tekstje had ik in een kwartiertje gefabriceerd. Een kwartier even nadenken en hiermee een collega behulpzaam zijn en een medemens in deplorabele omstandigheden vitale hulp verlenen. Ik dank G’d dat ik zo gedurende de Soeka-dagen iets voor de medemens mag betekenen.

     

    Maar verdrietig word ik van de omkoopaffaire in de Gemeente Rotterdam. Het geeft een deuk in mijn vertrouwen in onze overheid. Toen wij pas in Amersfoort woonden wilden wij een aanbouw doen. Onze kleine keuken uitbreiden met een paar meter en aan de zijkant van ons rijtjeshuis een kantoortje voor mij. Keihard werd dat afgewezen door iemand van de Gemeente. Tot huilens toe heeft mij echtgenote op het stadhuis gezeten. Nu, 40 jaar later, mag iedereen aanbouwen wat hij maar wil. Op de millimeter werden wij gecontroleerd op het kleine stukje dat wij wel mochten aanbouwen aan onze keuken. Ik had dus kennelijk een Rolex horloge moeten aanbieden, ware het niet dat omkopen van het ouderwetse Jodendom verboden is…….en waar is het geld op de spaarrekening gebleven van mijn moeder. Zuinig als ze was heeft ze voor de oorlog, nog ongetrouwd, heel braaf gespaard. Na de oorlog was de rekening leeg en niemand wist waar het geld was gebleven. En al die bankrekeningen van de tientallen ooms en tantes van mijn vader, neven en nichten? En de huizen waarin ze woonden? Ik herinner mij dat ik aan een burgemeester vroeg, vijftig jaar na de oorlog, waarom nu pas een monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joodse ingezetenen. Want in die periode was ik bijna wekelijks aan het onthullen. Als ik bij ons thuis op tafel een tafelkleed zag had ik bijna automatisch de neiging om die van de tafel te trekken. De nog redelijk jonge burgemeester legde me het uit: zijn voorganger wilde liever de jaren ’40-’45 zo stil mogelijk houden. Maar de bescherming, beveiliging, die onze Overheid mij nu biedt, ongevraagd en met bezieling, geeft mij een heel dankbaar gevoel en doet mij de lege spaarrekening van mijn moeder bijna vergeten.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • De nuance is zoek, Dagboek van een Opperrabbijn 28 oktober 2020

     

    Die schuldbelijdenis van de PKN blijft nog wel even mijn dagelijkse programma, en dus mijn dagboek, beheersen. Vanochtend ontving ik een uitnodiging om daags nadat de schuldbelijdenis van de PKN is voorgelezen, een gesprek te hebben met de makers van de verklaring. De Reuver, de scriba, had dit mij al laten weten. En ook de EO wil in een TV-uitzending commentaar. Ondertussen heb ik al commentaar geleverd op de PKN verklaring in het Reformatorisch Dagblad, het Nederlands Dagblad, bij EO-radio in Dit is de Dag, uiteraard in mijn dagboek, opwww.CIP.nl , het grootste christelijke netwerk van Nederland, en bijwww.christenenvoorisrael.nl, TV van Family7, nog een paar radio programma’s, op de website van de EJAhttps://ejassociation.eu/hot-topics/ in het Engels, op de website van het NIWwww.niw.nl en in het echte (alleen de papieren NIW vind ik echt!) NIW van vrijdag aanstaande. Het houdt me wel van de straat! Nu even iets interessants: ik geef dus commentaar op de verklaring van de PKN, maar die is nog helemaal niet gepubliceerd en die heb ik ook nog niet gezien! Vind ik best knap van mezelf! Wat speelt hier? Een fenomeen waaraan velen zich schuldig maken: generalisatie!

     

    In de Sjoelchan Aroeg, het Joodse Wetboek, staat een wet die een Joodse geleerde verbiedt om met vlekken op z’n kleding rond te lopen, want als hij gezien wordt met vlekken, dan zijn meteen alle Joden vies! Generalisatie! Overigens geldt diezelfde wet natuurlijk ook met vlekken ten aanzien van gedrag. Even vertaald naar het heden: als ergens een crimineel wordt opgepakt met een Joodse voornaam, of zelfs alleen met zijn initialen maar erbij staat dat hij uit Israel afkomstig is, dan ben ik ervan overtuigd dat menigeen zal zeggen of denken: daar heb je de Joden weer. Toen ik meer dan 50 jaar geleden in Frankrijk studeerde aan de Ecole Rabbinique de Paris, studeerden daar ook een paar jongens afkomstig uit New York. De manier waarop zij spraken over negers maakte mij woedend en vooral moedeloos, want ik haat discriminatie! Mensen zijn mensen en übermenschen bestaan voor mij niet. Toen ik in New York mijn studie voortzette werd ik gewaarschuwd om niet door een bepaalde straat te lopen, “want daar wonen negers en die zijn gevaarlijk”. En dus ben ik, uit protest, juist wel door die straat gegaan. Resultaat: naschelden en lege flessen naar me gegooid. Mijn zoon, een accountant, woont nu, anno 2020, in een straat in Brooklyn waar verreweg de meerderheid der bewoners een zwarte huidskleur heeft.  Een en al vriendelijkheid, altijd groetend en waar nodig hulpvaardig. Zij blijken uit de Caraïbische gebieden te komen en niet uit die ene straat. Alle moslims zijn terroristen! Maar ho, denk ik dan, zijn niet de meeste slachtoffers van het IS-terrorisme juist moslims? Er blijken dus Sjiieten en Soennieten te zijn. Maar voor ons komt het op hetzelfde neer: generalisatie!En zo zijn er dus ook binnen de christelijke kerk verschillende stromingen. Verschillende Reformatorische Kerken hebben een schuldbelijdenis afgegeven en willen dat die in hun kerk op 15 november wordt voorgelezen. En de verklaring van PKN (daar vallen de  Reformatorische Kerken dus niet onder!) is nog helemaal niet naar buiten, nog niet gepubliceerd en wordt pas tijdens de herdenking van de Kristallnacht openbaar. Maar wij, de gemiddelde Nederlander, kennen geen verschil tussen Christen en Christen. En dus geef ik vast mijn mening op vele media over Schuldbelijdenis 2 terwijl het gaat over Schuldbelijdenis 1. Is dit erg? Ach nee. Geen ramp en 1 en 2 zullen wel sterk op elkaar lijken. Maar als generalisatie de Soennieten en de Sjiieten op een hoop gooit, en als ik de problematiek van die ene straat doortrek naar heel New York, en als ik iedere Marokkaan link aan die ene zakkenroller en die ene Israëliër, die betrapt was op witwassen, doortrek naar alle Joden….en als de samenleving dan ook nog eens chronisch polariseert, dan is er een kanjer van een probleem. Want polarisatie is blind voor de nuance. En wat heeft dat van doen met Corona? Wel Lockdown, geen Lockdown. Het is geen zwart-wit verhaal. Maar als het wel ongenuanceerd, zwart-wit, wordt beleefd, dan gaan de tegenstanders van de maatregelen niet rustig aan de verantwoordelijke Overheid hun ongenoegen kenbaar maken, maar dan worden ze agressief, gooien ruiten in, plunderen. De nuance is totaal zoek en: de vloer is aan de polarisatie! Er vallen slachtoffers, niet aan corona, maar aan het generalisatie-virus.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Een cartotheek van grafzerken. Dagboek van een Opperrabbijn 25 januari 2021

    Om 12:00 uur precies een week geleden had ik overleg met de directeur van het Rode Kruis (Niet per Zoom maar per Teams. Voor het coronatijdperk had ik nog nooit gehoord van Zoom en al helemaal niet van Teams!) De fysieke kaarten van de Joodse Raad, waarop de namen van allen die werden afgevoerd om nimmer terug te keren, gaan een plaats krijgen in het Holocaust Museum. Het overleg was echter geen overleg maar een informatief gesprek. En dus hoefde ik niet na te denken, mocht aanhoren en raakte diep onder de indruk van de zorgvuldigheid waarmee deze cartotheek wordt omgeven. Maar ik mocht er nog niets over naar buiten brengen, want het was nog onder embargo. Vandaag echter was de presentatie van het advies van de commissie Toekomst Joodse Raad Cartotheek en nu mag ik het dus aan mijn dagboek toevertrouwen. Aan het gesprek nam ook Karen de Jager deel die al meer dan vijftien jaar als een soort ambassadeur van de Joodse Gemeenschap binnen het Rode Kruis werkzaam is. Na afloop van het gesprek van vorige week besefte ik dat deze cartotheek veel meer is dan een cartotheek. Veel meer dan kaarten met namen. Iedere kaart is eigenlijk een matsewa-grafzerk. Het enige wat er van hen is overgebleven.

    Vandaag was dus de officiële presentatie en heb ik dus de beelden gezien, meters archief, meters aantekeningen wie wanneer is afgevoerd naar Westerbork, naar Sobibor, naar Auschwitz, wie wanneer werd vergast. In mijn rabbinale gebied bevinden zich meer dan tweehonderd begraafplaatsen, dat is normaal. Maar deze cartotheek is het summum van abnormaal. Het is goed dat deze gruwelijke abnormaliteit nu een plaats krijgt waar het met liefde en respect wordt omgeven.

     

    ת' נ' צ' ב' ה'

    “Moge hun zielen gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven”

     

    Maar het gewone werk gaat door. Ook de conflicten en spanningen. Vandaag uitgebreid gesproken met iemand uit Nederland die nu in Israël woonachtig is en bezig is om wel/niet binnenkort zich te gaan verloven met een Israëlisch meisje. Hij is in een situatie gedreven en is zichzelf aan het verdedigen. Heeft me drie telefoontjes gekost en een zoomgesprek van 50 minuten. Een geweldige jongen, maar er zit in hem ook een aspect dat de ‘tegenpartij’ vertaalt als een probleem. En wat gebeurt er dus: hij schiet in de verdediging. Terwijl ik zat te wachten op verbinding met Israël voor het videogesprek krijg ik een telefoontje gewoon uit Nederland. Een vrouw die ik best goed ken maar met wie ik eigenlijk alleen maar contact heb als er problemen zijn. Ze condoleert mij welgemeend en gooit vervolgens haar probleem in de ring. Ze heeft een uitnodiging gekregen om bij de rechtbank te verschijnen vanwege belediging. Daar zal ze keihard tegenin gaan. Omdat de aanklager ook mij beledigd zou hebben wil ze van mij dat ook ik me ga verweren en dat we samen in de verdediging gaan. Goede vrienden van hem hadden hem ook geadviseerd dat hij mij mee moet slepen in de strijd tegen de onterechte aanval. Tussen neus en lippen door wordt me ook nog even gezegd dat de aanklager ‘zoals u zeker weet’ patiënt was in de Sinai Kliniek. Deze bewering zal ik natuurlijk nooit en te nimmer beamen of ontkennen, maar dit even terzijde. Wat gebeurt hier? Derden komen met een al dan niet terechte beschuldiging en de persoon die beschuldigd wordt schiet in de verdediging. Met andere woorden: derden nemen de regie over je eigen doen en laten over. En daaraan weiger ik dus principieel mee te werken. Ik beslis wat ik wil, laat me nooit (moreel) chanteren en behoud de regie over mijn eigen leven. Het is makkelijker neergeschreven dan gedaan, maar het is een belangrijke regel.

     

    Zowel de jongeman uit Israël alsook de oudere vrouw uit Nederland zitten nog steeds met hun probleem, maar voor hun eigen gevoel zitten ze nu aan de andere kant van de tafel en dat zit aanzienlijk comfortabeler.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Een gemiste kans. Dagboek van eeen Opperrabbijn 8 december 2020

    Vanochtend werd ik pas om 9:15 uur wakker. Geen idee waarom. De meest voor de hand liggende reden was dat ik gewoon moe was en dus langer sliep dan normaal. Om 10:15 uur was ik klaar met het ochtendgebed en om 14:30 uur ontbeten. Wel natuurlijk een flink aantal koppen koffie, maar voor het ontbijt wel eerst nog even kijken naar de WhatsApps en e-mails. Dat is bij mij een bijna neurotische verplichting alvorens ik mag ontbijten. Gevolg is vaak dat er zoveel te beantwoorden is, dat het ontbijt automatisch verandert in een lunch en nog net niet de avondmaaltijd wordt. Nog voordat ik dus aan de e-mail ging, het klinkt bijna als een verslaving, kreeg ik een onverwacht telefoontje van een goede vriend die al bijna negen jaar in Israel woont. Tot zijn vertrek spraken we elkaar bijna dagelijks. Hij was ook werkzaam in het Nederlands Joodse circuit en zodoende hadden we veel gemeen aan ervaringen. Het was leuk om hem even te spreken. Dat even duurde overigens meer dan een uur. En daarna dus eerst de Apps. Een noodkreet van een vader die in Israel woont, gescheiden is en die van plan is om zijn kleine kinderen, die bij zijn ex in Nederland wonen, te bezoeken. Hij doet dat twee keer per jaar. Probleem is dat hij nu geen visum krijgt vanwege corona. Of ik dat even kan regelen. Was daar dus meteen mee aan de slag gegaan, maar is nog steeds niet gelukt. Maar ik geef niet op! De vader heeft zich laten testen en heeft dus volgens hem en volgens het ziekenhuis in Rechovot, dusdanig veel antibodies dat hij niet meer ziek kan worden en ook niet anderen ziek kan maken. Het is me nog niet gelukt. Iemand die wellicht soelaas zou kunnen bieden stuurt me zojuist (om 23:52 uur) een bericht dat het nu te laat is om te bellen. Misschien kan ik morgen iets bereiken voor deze zielige, aardige en zachtmoedige vader.

    In de e-mail een adviesvraag. De persoon woont in een buurt waar het vuurwerk de hele dag door weerklinkt. Hij voelt zich daar niet meer veilig, durft niet meer de straat op en weet niet wat te doen. Ik werd dus kennelijk geacht het antwoord te geven.

     

    Dan een mevrouw die duidelijk uit een zwaar Christelijk milieu afkomstig is, maar recentelijk heeft uitgevonden dat haar overgrootmoeder Joods was via de vrouwelijke tak en zelfs op een Joodse begraafplaats ligt begraven. En dus is ze Joods en wil ze terug naar haar oorsprong. Wel lastig voor haar man en kinderen die trouwe kerkgangers zijn. Ik heb haar meteen gebeld en uitgenodigd voor een ontmoeting, waarbij ik wil dat ook haar niet-joodse man aanwezig zal zijn. Voor hem is haar verlangen om naar haar Jodendom terug te keren een schok en een bedreiging, juist omdat ze samen christelijk zijn grootgebracht en zij een kant opgaat die met de christelijk opvoeding niet te rijmen valt. Overigens is ze erg dankbaar aan haar betovergrootmoeder, want doordat die zich had afgekeerd van het Jodendom zijn haar nazaten in staat geweest de oorlog te overleven. Terwijl haar broer en zus in Sobibor werden vermoord.

     

    Een artikel uit het FD, dat ik al had gelezen, werd me toegestuurd. Roofkunst die niet is teruggegeven aan de Joodse eigenaren of hun nazaten. Lag en ligt gewoon in Nederlandse musea. Er is heel wat afgestolen door de Nederlanders. Denk even aan die kwestie Menten. Vele Nederlandse grootheden hadden schalen met boter op hun hoofd.

     

    Aan Kamp Amersfoort heb ik nog niets kunnen doen: wat was er gaande in Kamp Amersfoort in en na de oorlog? Welk geheim nam die oud-gedetineerde mee z’n graf in?

     

    Om 16:00 uur had ik mijn tweewekelijkse Zoom cursus voor de 65-plussers uit Amersfoort. Die had ik dus grondig willen voorbereiden, maar om 15:00 uur een telefoontje van iemand die het echt niet meer zag zitten. Ik moest hem dus even uit het dal halen. Gelukt! En dan nog net voor het begin van de cursus een jonge man die geschorst is omdat hij voor zijn religieuze waarden wilde opkomen, en dat was uiteraard in ons landje niet geoorloofd. De cursus had ik dus helaas niet kunnen voorbereiden, maar misschien juist daarom liep het gesmeerd. Later op de dag kwam er nog onverwacht bezoek en helemaal aan het eind een e-mail uit Brussel van de EJA – European Jewish Association met de vraag of ik bekend was met Huize Doorn. In Der Spiegel had een heel artikel gestaan over roof van Joodse kunst of zoiets, want ik had het nog niet echt begrepen. Zal er mogen voor gaan zitten, want het is een groot artikel en voordat ik reageer is het wel zaaks dat ik weet waarop ik reageer. Tijdens de 65+ cursus werd er gebeld. Ik even de cursus, die ik zelf dus geef, verlaten om open te doen. Een pakje met een dure fles wijn, zoals ik later uitvond. De bezorgster vroeg wat die (Joodse) letters op mijn deur betekenden. Ze vroeg het met belangstelling, maar ik kon haar niet antwoorden omdat ik dus midden in die cursus zat. Jammer want ze wilde het echt begrijpen en door niet te antwoorden kweekte ik geen goodwill, terwijl we dat echt nodig hebben als Joodse Gemeenschap in Nederland. Helaas dus een gemiste kans.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Een gezonde winter! Dagboek van een Opperrabbijn, 12 oktober 2020

    Tijdens de oorlog werden Duitsers die zich vrijwillig bij de SS en de SD hadden aangesloten en Nederlandse handlangers van de Nazi’s begraven in de Gemeenten waar ze waren doodgegaan of gefusilleerd. Na de oorlog wilden de Gemeenten waar die Jodenjagers en ander gespuis begraven lagen hun stoffelijke resten niet langer op die lokale kerkhoven dulden. Het Ministerie van Defensie stelde toen een stuk grond in Ysselsteyn beschikbaar waar dat tuig herbegraven moest worden. Die dodenakker in Ysselsteyn is dus een verzamelbak van SS-tuig, Nederlandse SD-ers, collaborateurs, waarvan een aantal door het verzet was gefusilleerd, en ook nog ‘gewone’ Duitse soldaten. Ook de persoon die Anne Frank en haar familie op transport liet stellen ligt daar begraven.

     

    Een herdenking op een begraafplaats waar alleen gesneuvelde ‘gewone’ soldaten begraven liggen, zelfs als dat uitsluitend Duitse soldaten zouden zijn, is in mijn optiek een totaal ander verhaal. Daar herdenken is het overwegen zeker waard. Maar hier in Ysselsteyn eer betonen aan verraders en moordenaars die er vrijwillig voor gekozen hebben om o.a. mijn familie uit te moorden en/of ze naar de gaskamers te hebben gestuurd? No way! En dus heb ik de petitie alsnog getekend, hoewel ik van nature niet zo’n ondertekenaar ben. Ik voegde mijn naam toe aan de petitie om te voorkomen dat ook maar iemand zou kunnen denken dat ik hen hun gruweldaden heb vergeven, omdat het al zolang geleden zich heeft afgespeeld, omdat het inmiddels geschiedenis is geworden, omdat de misdaden zijn verjaard…. Neen dus. Dit soort misdaden tegen de menselijkheid kan en mag niet verjaren en verworden tot oude spannende geschiedenis. Ben ik dan haatdragend? Toen jaren geleden in het Sinai Centrum (Joods psychiatrisch centrum) de vraag kwam of wij als Joodse instelling kinderen van foute ouders willen behandelen, liet ik duidelijk horen: zeker! Wij mogen kinderen niet straffen voor fouten van hun ouders en ik ben dankbaar dat ik die slachtoffers van de oorlog mocht helpen, omdat ook zij slachtoffers zijn van die afschuwelijke donkere jaren. Dat hun ouders tegenover mijn ouders stonden, maakt hen niet minder slachtoffer, niet minder second generation. Uiteraard spreken we hier wel over kinderen die lijden omdat ook in hun optiek hun ouders ‘fout’ waren. Ik herinner mij een ontmoeting in Israel van mijn echtgenote met een dochter van een Duitse SS-er. Huilend omarmden die dochter en mijn Blouma elkaar: een hartverscheurend en indrukwekkend tafereel!

     

    En terwijl ik vanuit mijn auto bovenstaande informatie over Ysselsteyn bevestigd wist te krijgen, was ik op weg naar Den Haag samen met de secretaris van het NIK. Een afspraak met de Ambassadeur van Polen de heer Marcin Czepelak. (Vraag me niet hoe deze naam uit te spreken. Ik merk dat die ambassadeurs uit die voormalige Oostbloklanden allemaal van die onuitspreekbare namen hebben.)  Het was een goed en vriendschappelijk gesprek. Het ging over de dreigende nieuwe wet die export van in Polen geslacht koosjer vlees wil gaan verbieden. De Poolse Joden zullen voor binnenlands gebruik koosjer mogen blijven slachten, maar export? Dat zou een brug te ver moeten worden. De ambassadeur begreep goed dat het hier niet alleen een praktisch en zakelijk probleem betreft. Hij voorzag heel duidelijk dat indien Polen de export gaat verbieden meerdere EU-landen zullen volgen en aan het eind van de politieke rit zal er geen koosjer vlees meer te verkrijgen zijn binnen de EU, ook niet in Nederland. Daarover bestond bij de Ambassadeur geen twijfel. Maar hij voelde ook haarscherp dat het verbod op export van koosjer vlees de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte een pijnlijke dreun zou geven, hun Jood-zijn diep zou raken. Ook Joden die nooit koosjer eten en misschien koosjer eten als onzin en niet-meer-van-deze-tijd beschouwen, worden, zo gaf de ambassadeur zelf aan, net zozeer getroffen door deze maatregel. Want het moge dan zo zijn dat zij geen koosjer vlees nuttigen, toch is het verbod op de export van koosjer vlees een aanslag op hun Joodse identiteit.

     

    En nu dan aan het eind van deze dag dit dagboek aan het digitale papier toevertrouwd en hopelijk nog puf om de Soeka, de Loofhut, vanavond nog af te breken en weg te zetten tot volgend jaar. En tot dan? Hopelijk rust en een zeer spoedige verlossing van het kwaad dat corona wordt genoemd en ook het Joodse leven in ons polderlandje behoorlijk, of beter geformuleerd ‘onbehoorlijk’, onder druk zet! Zelfs op Jom Kippoer waren er Joodse Gemeenten die geen sjoeldienst hadden. En dit jaar moeten nu veel minder loofhutten die bij de synagogen stonden worden afgebroken. Reden? Ze werden helaas vanwege corona ook niet opgebouwd! Aan het eind van al deze Joodse Feestdagen wensen wij elkaar, en ik u dus ook: een gezonde winter!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl.

  • Een paar losse schroefjes. Dagboek van een Opperrabbijn 7 januari 2021

    Doordat ik momenteel bijna de hele dag achter de computer zit kwam ik toevallig 587 foto’s tegen van ‘mijn feestje’ ter gelegenheid van mijn 40-jarig jubileum als rabbijn, inmiddels bijna zeven jaar geleden. Pas nu besef ik, want ik had de foto’s nog niet eerder bemerkt, hoe breed de opkomst was. Met breed bedoel ik dat er vertegenwoordigers waren vanuit de gehele Joodse gemeenschap, leden en niet-leden, vroom en vrij, vriendjes van mij en ook velen die me af en toe het leven onaangenaam maakten. Maar ook vanuit de niet-joodse gemeenschap zie ik kerkelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers en ook vele oud-medewerkers van het Sinai Centrum. Ik zie iedereen met elkaar praten, gemoedelijk, eendrachtig. Het ging eigenlijk helemaal niet meer om mij, maar om de ontmoeting. Dicht naast elkaar staan, elkaar in de ogen kijken, warmte uitstralen, handen schudden, schouderklopjes. In deze eerste week van het nieuwe jaar gaf ik meestal acte de présance op Nieuwjaarsrecepties van de Commissaris van de Koning in de diverse provincies. Zoveel mogelijk bezocht ik dit soort evenementen vanwege de persoonlijke ontmoeting, het sociale contact. Het moet haast wel zeker zijn dat ik nu kwantitatief bezien meer contacten heb dan ooit. Meer mensen bereik ik via livestream, via YouTube, via facebook en websites. Maar kwalitatief heb ik zo mijn ernstige twijfels en mijns inziens moet een rabbijn primair gaan voor kwaliteit. Zoom, Microsoft Teams, Tweets, Instagram en Facebook zijn echter uitsluitend geïnteresseerd in de grote getallen, helaas. Maar het is zoals het is, meer dan ooit voelen we dat uiteindelijk alles van Boven komt. Gisternacht ben ik veel te laat naar bed gegaan. Ik moest mijn ESTA en mijn eTA verlengen. Een soort visum om de Verenigde Staten binnen te kunnen komen, de ESTA, en om naar Canada te kunnen gaan moeten je in het bezit zijn van een geldig eTA. Niet dat ik morgen naar de andere kant van de Oceaan ga vliegen, maar mijn waarschuwingssysteem van de (computer van de) ABN-AMRO attendeerde mij erop dat die dingen bijna verlopen waren. In lang vervlogen tijd moest ik voor zoiets naar de ambassade, sprak je een medemens, kon je een vraag stellen, werd je keurig afgeblaft en moest je met een vulpen (een soort niet-digitaal toetsenbord waarin inkt werd gestopt die uit een inktpot werd opgezogen) je naam invullen en verklaren dat je nooit was gearresteerd, geen spion was en niet lijdt aan allerlei nare ziektes. Dankzij corona en dankzij de mondiale digitalisering dreigt ieder intermenselijk contact te verdwijnen: ik word er verdrietig van. Een qua leeftijd hoogbejaarde man die nog steeds jong van geest is, had gehoopt dat ondanks de recentelijk opgetreden fysieke klachten, uit het bloedonderzoek toch zou blijken dat er niets aan de hand zou zijn of op zijn minst dat het zou meevallen. Hij hoopte dat alles met een sisser zou aflopen, zo liet hij mij per email weten. Maar de uitslagen vielen helaas tegen. Hoe graag had ik hem nu thuis bezocht. Even er voor hem zijn. Waarschijnlijk niets zeggen, maar gewoon mijn aanwezigheid voor hem en zeker ook zijn aanwezigheid voor mij. Laten we bidden dat hij ondanks de niet vrolijke ziekenhuis uitslagen, hij toch weer die oude wordt. Dan ook nog een email van een ‘leerling’ van mij. Hij kwam eens per zes weken, in bijna lang vervlogen tijden, vanuit het hoge Noorden des Vaderlands naar Amsterdam. We gingen eerst een broodje Meijer eten en daarna op mijn kantoor lernen. Ik heb hem al meer dan een jaar niet gezien. Hij geeft aan boos te zijn, niet op mij, niet op de Joodse Gemeenschap in ons land, maar vanwege de Oranje versus Joden uitzending op NPO2. Ik kom daar nog weleens op terug, maar nu wilde ik met u delen de inhoud van een brief die ik zojuist ontving. Op zichzelf is het ontvangen van gewone niet digitale brieven al iets heel bijzonders, want de post brengt wel bijna dagelijks pakketjes, maar brieven blijven uit. Maar nu dus wel een envelop met daarin een echte brief op papier en een dvd. Nu kan ik die dvd gelukkig niet afspelen want met de aanschaf van mijn nieuwe hoogwaardige vrij dure laptop, beschik ik niet meer over een dvd-speler. De schrijver is een niet-joodse man uit Duitsland die z’n beklag doet over de kerk waarbij hij is aangesloten. Naar ik begrijp uit zijn schrijven is hij wel of niet homoseksueel, heeft hij geen adamsappel en voelt hij zich alleen door rabbijnen geaccepteerd en niet door de pastors van zijn eigen kerk. Vervolgens legt hij mij uit wat hem wel en wat hem niet lichamelijk aantrekt en op de dvd zou hij een en ander ook in een soort ‘seksuele voorlichting voor beginners’ visueel uitleggen. Wat moet ik hier nu weer mee? Hoe gek en gestoord hij ook moge zijn, is het wel een medemens in nood. Maar omdat hij ook cc’s per reguliere post heeft verzonden, ga ik er maar van uit dat Duitse rabbijnen hem maar moeten benaderen en nog logischer zou het zijn als de Kerkelijke Gemeenschap waartoe hij zegt te behoren hem van een goede psychiater kan voorziet, want er zitten wel een paar schroefjes los.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Een reactie op een reactie op mijn dagboek. Dagboek van een opperrabbijn 28 december 2020

    Sjabbat aanstaande zal er een bar-mitswa zijn in de sjoel van Amersfoort. Het zal een ingetogen en bescheiden feest worden. Ouders hebben voor de ‘gasten’ die na afloop van sjabbat per zoom een bijeenkomst hebben, een pakket rondgebracht met een flesje wodka om Lechajim te kunnen zeggen, een gevlochten kaars waarmee we afscheid maken van de sjabbat en het door-de-weekse weer beginnen, een flesje druivensap en nog van alles en nog wat. Zielig? Los van al het coronagezeur is deze manier van bar mitswa vieren eigenlijk perfect en voor mijn gevoel écht bar mitswa. Ik herinner mij van jaren geleden een bar mitswa feest dat eigenlijk niets meer te maken had met zogenaamde kerkelijke meerderjarigheid. Een medewerker van het Okura Hotel in Amsterdam wist me te vertellen dat enige dagen voorafgaand aan een bar mitswa diner het personeel door de gangen achter flamingo’s moest aanhollen. Die beesten waren ingehuurd om bij het feest acte de présence te geven, maar moesten wel vooraf een soort gewenningsperiode ondergaan en dat liep dus niet zo best. Nog even los van het dierenwelzijn vind ik dan zo’n corona bar mitswa feest toch meer bar mitswa.

     

    Ik was weer druk aan het zoomen. Een sjioer-cursus voor de Jarchei Kallo. Een jaarlijks terugkerend evenement eind december georganiseerd door Rabbijn Katz uit Amsterdam die jaar in jaar uit de organisatie op zich neemt met sprekers uit binnen- en buitenland. Dit jaar dus alles per zoom. Ik heb gesproken over geestelijke verzorging. Kern van mijn verhaal was dat een geestelijk verzorger geestelijkmoet blijven en geen psycholoog moet gaan spelen. Sterker nog. Ik ben de mening toegedaan dat, hoewel het natuurlijk een vereiste is dat de geestelijk verzorger (in de psychiatrie) goed weet wat er speelt bij patiënten met een psychiatrisch defect, toch moet de geestelijk verzorger zichzelf blijven. Als volgt heb ik dat verwoord: Als jonge frisse Geestelijk Verzorger begon ik 46 jaar geleden mijn prachtige taak als Geestelijk Verzorger in de psychiatrie en in de zorg voor de verstandelijk gehandicapten. Ik voelde me onnozel, niet medisch, niet echt aanvaard. En dus leerde ik de namen van de pilletjes uit m’n hoofd en kende hun bijwerkingen. Termen als manisch depressief, schizofreen, paranoia werden een deel van mijn dagelijkse taalgebruik. Ik deed het zo goed dat mij werd aangeboden om een studie klinische psychologie te gaan volgen. En toen schrok ik wakker! Wie ben ik dan dadelijk? De psycholoog of de rabbijn? Ik was voorgoed genezen van mijn medische façade. Natuurlijk wist en kende ik ook de wereld van de psychiatrie en was ik er heel goed van doordrongen dat ik werkzaam was in een psychiatrische setting en niet in een synagoge, maar ik was heel alert om toch vooral mezelf te blijven, Geestelijk Verzorger die putte uit zijn eigen religieuze bronnen, opdat de geestelijke dimensie geestelijk blijft.Mocht u geïnteresseerd zijn om een samenvatting van mijn lezing te ontvangen? Schroom niet en stuur me dan even een e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .

    Vanochtend sjoeldienst (ochtendgebed) in Almere. Mijn schoonzoon, rabbijn van Almere, staat met een niet aflatende energie midden in de polder. Overal treft hij Joodse gezinnen voor wie Amsterdam en Amstelveen te duur zijn, die dus dan maar naar de polder trekken maar toch hun Jodendom niet willen vergeten. Ieder sjabbat is er dienst en regelmatig ook op maandagochtend. Nu is de maandagochtend nog kantje boord om het minjan, het vereiste quorum van tien man, bij mekaar te krijgen, maar wacht maar af: het gaat er komen zonder hangen en wurgen.

     

    Verder ontving ik per WhatsApp een aangrijpende reactie op een reactie op mijn dagboek van 24 december. (Kunt u het nog volgen, een reactie op een reactie op mijn dagboek?) Ik citeer: Ik ben me wezenloos geschrokken en kan er niet van slapen. Ik heb uw dagboek van 24 december nog maar eens gelezen en de reactie (op CIP) die eronder stond. Het is voor mij duidelijk dat het antisemitisme nog steeds door vele christelijke aderen klotst. Wij worden gehaat. Dat komt door onszelf, staat er. We zijn een etniciteit met vele nare eigenschappen, zoals o.a. hoogmoed. En omdat dat niet wenselijk is, is de enige manier om vrede te brengen op deze aardbol: " het afschaffen van het Joodse ras!" Ik werd er ziek van, het bleef spoken in mijn hoofd.  

    Ik heb aan bovenstaande niets meer toe te voegen.

     

    De dag werd afgesloten met een zoom-vergadering over de aangepaste verordening Brit Mila, waarmee maar weer eens duidelijk wordt:

     

    Vervolgingen komen en gaan. Maar Thora en Traditie blijven gewoon bestaan.

     

    Opperrabbijn Jacobs houdt een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Extra duisternis en dus: extra licht. Dagboek van een Opperrabbijn 15 december 2020

    Er liep weer van alles door mekaar. Laten we beginnen met het leukste. Omdat de coördinator antisemitisme bestrijding nu toch echt in aantocht lijkt te zijn, kreeg ik een mazzeltov-email van de ambassadeur van Oekraïne in Nederland., mijn vriend Vsevolod Chentsov. Kennelijk dacht hij dat óf ik het had geregeld óf vermoedde hij dat ik benoemd was als de coördinator! Andere positieve gebeurtenissen: meegewerkt aan twee tv-programma’s die reeds nu, gedurende Chanoeka, zijn opgenomen, maar pas omstreeks Oud en Nieuw worden uitgezonden. Het ene programma is een terugblik op o.a. de positie van Israël in 2020, met name vanwege de Abraham akkoorden. Het tweede programma is meer een Nieuwjaars-show van twee uur waar ik een stichtelijk woord moest inbrengen van acht minuten. (Vanwege de acht kaarsjes van de Menora of gewoon toeval?) Ook heb ik vandaag een opname laten maken van een half uur, waarin ik een sjioer, college, moest geven over de laatste Sidra, Schriftlezing, van Bereesjiet-Genesis. Het is bestemd voor een breed Europees publiek en moest in het Nederlands worden gegeven!? En ik moest de opname/link naar een collega in Midden-Amerika sturen. Geen idee waarom voor een niet Nederlands sprekend publiek een cursus in het Nederlands. Maar ik heb het braaf gedaan en soms is het verstandig om gewoon niets te vragen. Zondag waren mijn echtgenote en ik in Eindhoven. Voor het Stadhuis werd de Menora aangestoken, alles werd opgenomen en kon door de leden van de Joodse Gemeente gevolgd worden via zoom. Mooi om te zien hoe rabbijn Steinberg en zijn echtgenote bijna uit het niets hebben opgebouwd en het Joodse leven weer langzaam aan het terugkomen is.  En geweldig dat de burgemeester aanwezig was en ook een toespraak hield. Mijn oprechte dankbaarheid betreft ook de burgemeester van Kampen die zaterdagavond in de voormalige synagoge van Kampen had gesproken. En heden in Nijmegen sprak burgemeester Bruls in de synagoge bij het zesde kaarsje. In principe had er een grote menora aangestoken moeten worden midden in de stad, maar, hoewel toegestaan, verwachtte de burgemeester dat daaruit gezeur zou kunnen voortkomen en dus, op zijn nadrukkelijke verzoek: Wel aansteken, maar in de synagoge! Het licht moet doorgaan, zo was de boodschap van burgemeester Bruls. Het is nu 23:50 uur.

     

    PAUZE

    Omdat ik te moe was, was ik gisteravond gestopt. Het is inmiddels 7 uur in de ochtend. Het is nog te vroeg om het ochtendgebed uit te spreken. Terug dus naar eergisteren, want ik lig achter. Ik ontving een e-mail van een bekende. Een man van mijn generatie, dus van direct na de oorlog. Zijn ouders hadden de oorlog overleefd, maar wel ernstig beschadigd. In die ernstig beschadigde entourage werd hij grootgebracht. De vraag die hij mij stelde was: waar was G’d in Auschwitz? Waarom zoveel misère op deze wereld. Natuurlijk kan ik hem uitleggen dat G’ds wegen niet te doorgronden zijn en de vergelijking brengen met de pijnlijke operatie waarmee dit zijn op aarde wordt vergeleken. Er is iets vóór en er is iets ná. De operatie kan zeer pijnlijk zijn, maar heeft een doel. Probleem is dat wij mensen kunnen zien bij een fysieke operatie hoe de toestand vóór was, we volgen de operatie en zien vervolgens het resultaat na de operatie. De patiënt was ziek, ondergaat de operatie en vervolgens is hij beter. Maar bij de operatie die ‘het leven hier op aarde’ heet, kunnen we niet ervoor en niet erna kijken. Het heeft geen zin om hem dit te schrijven. Ik moet hem bellen, spreken, luisteren, aanhoren, proberen licht te brengen in zijn leven. Het was eergisteren, maandagavond dus, het vijfde lichtje van de Menora. Het vijfde kaarsje valt nooit op een vrijdagavond, nooit dus op de sjabbat. Als de menora op een vrijdagavond brandt, is er dubbel licht. Het licht van de menora en het licht van de sjabbat-kaarsen die we iedere vrijdagavond, ingaande sjabbat, aansteken. Het vijfde lichtje heeft dus een extra zware taak, namelijk nog meer duisternis verdrijven dan de andere zeven lichtjes. Want op de andere dagen is er eens in de zoveel tijd toch ook nog, behalve de duisternis, het licht van de sjabbat. En dus bestaat de gewoonte om juist op de avond dat we het vijfde lichtje aansteken extra vrolijk te zijn. We geven de kinderen “Chanoeka-geld”. Want als er duisternis heerst moeten we daartegenover iets positiefs stellen, een extra inzet, extra licht. En dus zal ik schrijver van de e-mail, die gebukt gaat onder de duisternis, moeten gaan bezoeken of op z’n minst bellen. Aanhoren, heel goed luisteren en op z’n minst de duisternis met hem delen. Dat is namelijk de boodschap van Chanoeka: waar mogelijk licht brengen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Foute rechters, Dagboek van een Opperrabbijn, 6 december 2020,

    Probleem: voor het eerst sinds mijn corona dagboek nr. 1 heb ik het dagboek van donderdag jongstleden niet geschreven. Heeft niets met Corona te maken gehad, maar met Chanoeka moet ik op zoveel plaatsen spreken, dat ik dat even liet voorgaan. Maar, hoor ik u denken, dat doe je toch ieder jaar? Klopt, alleen dit jaar wordt er in de week vóór Chanoeka reeds van alles opgenomen op YouTube, Webex, Livestream, Microsoft-teams en allemaal nieuwe woorden/systemen waarvan ik tot voor Corona nog nooit had gehoord, laat staan gedroomd, omdat ik van het bestaan geheel niet op de hoogte was. Een toespraakje is voor mij nooit zo’n probleem, maar als ik bijvoorbeeld morgen drie verschillenden toespraken moet inspreken, voor verschillende groepen maar wel over hetzelfde onderwerp, namelijk Chanoeka, dan moet ik voorbereiden en aantekeningen op schrift zetten om te voorkomen dat ik alles door mekaar ga halen. Vandaar dus mijn eerste spijbelen, waarvoor excuus. Mocht u nu denken dat ik dus voor morgen alles al klaar heb op dit tijdstip van de dag (het is inmiddels 22:00 uur) dan vergist u zich. Zonder dat u dat hebt gemerkt was ik een paar dagen afwezig en ben vannacht weer thuisgekomen. Waar ik was? Privé! En dat mag, want op mijn dagboek waarin ik melding maakte dat ik mijn hoed had thuisgelaten en naar het strand was gegaan met pet en dus zonder hoed werd betrapt, kreeg ik veel bijval met de opmerking dat ik, ondanks mijn rabbijn-schap, toch recht heb op privacy. Dus ik was een paar dagen privé afwezig. Nou ja afwezig: de e-mails en telefoontjes gingen gewoon door. Maar vandaag werd ik opgeslorpt door een bericht in het FD waarin een Duitse rechter openbaar maakte dat 50% van de rechters na de oorlog een nazi verleden hadden. Onder hen ook een rechter die in Den Haag belast was met het ontvreemden van het geld van o.a. mijn familie. Hun foto’s hangen voor eerbetoon aan de muur van een officieel Duits Regeringsgebouw! Daarna las ik dat Biden Trump had vergeleken met Göbbels, de public relation man van het Duitse Rijk, en vervolgens viel mijn aandacht op een aantal artikelen over Forum voor Democratie waar het antisemitisme welig schijnt te tieren. Om de dag nog ‘gezelliger’ te maken werd mij een YouTube gestuurd waarin een Joodse man zijn zware en emotionele afkeer kenbaar maakte over een tentoonstelling in het Holocaust Museum in New York. https://www.youtube.com/watch?v=luawko-fboA&feature=youtu.be De tentoonstelling had niets met de Holocaust te maken, maar was een soort eerbetoon aan de door de politie gedode/vermoorde George Floyd. De Joodse man met keppeltje had geen goed woord voor de moord op deze Floyd, maar de vergelijking met de Holocaust vond hij onacceptabel en onaanvaardbaar. Meer dan zes miljoen mensen weren vermoord. Het plan was om een heel volk uit te roeien middels een buitengewoon goed georganiseerd misdadig en industrieel systeem. Nadat de hele wereld zweeg hebben de Joden recht op een gedenkplaats dat uitsluitend voor hen is, althans dat was de mening van de Joodse man die geëmotioneerd pleitte om de Holocaust niet te gaan veralgemeniseren door een man als George Floyd als het ware te gaan maken tot een deel van die Holocaust. Pijn moet niet met pijn worden vergeleken. Ieder verdriet mag zijn eigen plaats hebben. Die plaats wegkapen, want zo wordt dat beleefd, maakt de pijn buitengewoon en nodeloos pijnlijk. Gun de overgebleven Joden een plaats voor hun eigen verdriet, kaap die plaats niet weg! Ondertussen werd ik gebeld door een man en vrouw die een gigantisch huwelijksprobleem hebben. Goed luisteren en proberen advies te geven.

     

    Inmiddels was ik een beetje wakker geschud door die nazi’s die nu plotseling netjes als hoogst betrouwbare rechters prijkten aan de muur van een of ander Regeringsgebouw. En daardoor kwam bij mij iets heel anders, maar toch soortgelijk naar boven: Voormalig Kamp Amersfoort! Cees Biezeveld, toenmalige directeur van de Politieschool die op het terrein van het voormalige kamp wilde een herinneringscentrum maken om te voorkomen dat de herinnering aan Kamp Amersfoort zou vervagen. Zijn plan werd niet door iedereen met gejuich ontvangen. Het herinneringscentrum mocht er niet echt komen. Ik herinner me dat ik toen een afspraak heb gemaakt met de toenmalige Commissaris van de Koningin, Jkh. Beelaerts van Blokland. Het herinneringscentrum kwam er uiteindelijk. Een dag na de onthulling, waarbij ik had gesproken, zat ik in de gevangenis van Groningen vanwege een herdenking van de Expoge, ex-politieke gevangenen. Naast mij een oude man met een waslijn aan medailles. Hij had mij horen spreken bij de inwijding van het herinneringscentrum Kamp Amersfoort. Hij was daar aanwezig als voormalig gevangene. Ik, nieuwsgierig als ik ben, vroeg hem wat er precies speelde rondom   de onwil om een herdenkingsruimte te maken. Zijn antwoord luidde: Ach er zijn van  die afschuwelijke kwesties die je liever meeneemt in je graf……….Daar kon ik het mee doen. Maar nu, geprikkeld door de nazirechters, wil ik toch proberen uit te vinden wat er heeft gespeeld in Kamp Amersfoort

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Gedoopt ‘met de beste bedoelingen’. Dagboek van een Opperrabbijn 26 november 2020

    Omdat ik bijna niet op het rabbinaatskantoor kom verstuur ik mijn papieren post, voor zover die nog bestaat, met een papieren enveloppe waarop ik een postzegel moet plakken. Omdat ik door mijn vorige tien postzegels heen was ging ik naar het postkantoor. Het postkantoor bestaat trouwens al heel lang niet meer in onze regio. Het is gewoon een kantoorboekwinkel die ook postzegels verkoopt en waar een doos staat waarin brieven gedeponeerd kunnen worden. Ik geef dus netjes aan dat ik een vel postzegels van €1 wil kopen. De mevrouw achter de balie en dus achter een plastic scherm, toont mij de postzegels en vraagt mij of de afbeeldingen op de postzegels aan mijn wens voldoen of dat ik misschien een ander soort postzegel wil hebben. Vervolgens, nadat ik ingestemd heb met de postzegels zoals ze mij die toonde en ik betaald had, wilde ik een van de postzegels op de enveloppe plakken die ik bij me had en die verstuurd moest worden. Ik had er nog even aan gedacht om de enveloppe op de weegschaal te leggen om te kijken of een postzegel van €1 voldoende was, maar op de weegschaal was een papier geplakt met daarop geschreven: storing. De dame achter de balie begreep kennelijk mijn twijfel en vroeg mij om haar mijn brief te geven opdat ze die kon wegen. En vervolgens legt ze de brief op de weegschaal waarop ‘storing’ stond en liet me weten dat €1 voldoende was. Ik vroeg me toen even af: wie is er gestoord: de weegschaal, de mevrouw achter de balie of ik? Maar na al deze extra service bij de aankoop van 12 postzegels, kwam de aap uit de mouw van de mevrouw achter de balie. ‘Mag ik u wat vragen? Wat vindt u van de hele toestand in de wereld rondom corona? Bent u ook van mening dat we allen in een trechter worden geplaatst?’ Ze heeft dus kennelijk het gevoel dat we door de Overheid of door de corona in een situatie belanden die onomkeerbaar aan het worden is. Ze was duidelijk erg bezorgd. Ik heb haar aangegeven dat uiteindelijk alles van Boven komt en dat we moeten aanvaarden zonder doemdenken en zonder onszelf in een trechter te duwen. Het wegen op de gestoorde weegschaal en de vraag aan mij of de afbeeldingen op de postzegels mij bevielen waren introducties die ze kennelijk nodig had om haar vraag te durven stellen. Ik verliet de winkel en hoop ik dat ik haar heb mogen helpen. Een onbelangrijk voorval, maar wie zegt mij dat deze ontmoeting minder waardevol was dan mijn quotes in het Financieel Dagblad in de krant van heden naar aanleiding van het gedoe rondom het Forum voor Democratie. Wat op onze weg komt moeten we oppakken, daar ligt op dat moment onze opdracht die van Hogerhand wordt aangereikt. Zo ook het gesprek rondom die postegels en zeker ook de ontmoeting die ik had met een overlevende van de oorlog. Als baby hadden zijn ouders hem weggegeven aan een katholieke vriendin. Zijn ouders werden vergast, de baby overleefde. Hij heeft nog wel herinneringen aan zijn onderduiktijd. Zo is hem bijgebleven dat zijn pleegouders hem ‘met de beste bedoelingen’ hebben laten dopen. Een Joods jongetje ‘met de beste bedoelingen’ laten dopen, gonsde het in mijn gedachte. Maar de uitleg volgde meteen. Het kleine Joodse mannetje had zowel hersenvliesontsteking alsook kinderverlamming gekregen, tegelijkertijd. Hij zou het niet overleven. Maar waar zou hij begraven moeten worden? De Joodse begraafplaats was natuurlijk niet aan de orde. Maar de Katholieke begraafplaats kon ook niet want hij was niet gedoopt. En dus hebben ze hem laten dopen opdat hij op z’n minst een graf zou kunnen krijgen. Laconiek reageert hij: ik kan nu dus alle kanten op! Het klinkt leuk, maar toont een tragedie. Hij is al decennialang bestuurder van een van de kleine Joodse gemeenten in ons land, omdat hij zich verbonden voelt met zijn ouders die hij nooit heeft gezien, maar die vermoord werden omdat ze Joden waren. Voor mij is deze man een held! En terwijl ik in het nu leef en vooruitdenk aan hoe we Chanoeka toch nog een beetje Chanoeka kunnen maken en dit jaar juist meer licht in duisternis, ben ik vandaag gebeld door Family7, door Christenen voor Israel en door EO-podcast van Margje Fikse NPO1 met het verzoek om mee te werken aan een oudejaars programma waarin ik met nog een aantal genodigden ga terugblikken op het afgelopen jaar, dat voor mij vandaag, met Chanoeka voor de boeg, nog lang niet voorbij is.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Gezocht: aardappelschilmesje. Dagboek van een Opperrabbijn, 23 maart 2021

    Hoewel het bijna Pesach is en ik me normaliter zou moeten bezighouden met de grote Pesach schoonmaak, gaat het gewone werk gewoon door. Wel Pesach, niet Pesach. Een telefoontje van een mij onbekende mevrouw. Helemaal overstuur biedt ze mij haar excuus aan omdat ze mij vier jaar geleden ‘had overrompeld’. Dat stoort haar al vier jaar. Slapeloze nachten heeft ze ervan en nu dus eindelijk heeft ze de stoute schoenen aangetrokken om mij vergiffenis te vragen voor haar ongepaste optreden naar mij toe. Geen idee waarover dit gaat. Ik ken de hele vrouw niet, nog nooit van gehoord. Uiteraard heb ik haar volledig vergeven maar zit ik nu met een probleem. Ik voel me schuldig dat ik haar, de onbekende, kennelijk vier jaar lang heb gekwetst, het zou namelijk een totaal verzinsel kunnen zijn, maar misschien ook niet. En dus had ik vannacht haar slapeloze nacht!

     

    Nadat ik gisteravond 1/ aan een web seminar met zo’n 120 deelnemers van OJEC, overlegorgaan Joden Christenen, een bijdrage had mogen leveren over Pesach, 2/ in Arnhem handgebakken matzes had afgeleverd bij het bestuur die voor de verdere verspreiding gaat zorgen, 3/ vanavond mocht optreden bij een livestream over Pesach, 4/ ik voor Family7 TV een praatje heb gehouden over de verkiezingen in Israel, mocht ik 5/ aan de ambassadeur van Oekraïne in Nederland drie matzes uitdelen. Eén voor hemzelf (Joods), één voor de (Joodse) Premier en de derde voor de (Joodse) President.

     

    Fijn dat er zoveel bezorgdheid is over de ramadan en de avondklok. Maar wat met de Seideravond? Maar helaas zijn wij zo klein (geworden) dat daarvoor totaal geen oog meer is en velen de familieavond bij uitstek in eenzaamheid zullen moeten doorbrengen. Wel kreeg ik een aantal telefoontjes of ik even kon regelen dat gasten na de Sederavond gewoon over straat kunnen lopen zonder boete te krijgen. Een lieve door-en-door goede vrouw verzocht mij om even Rutte te bellen en toestemming te vragen dat haar twee gasten zonder problemen na de Sederavond naar huis mogen lopen. Ik kon dan aan Rutte beloven dat we niemand zouden vertellen dat hij voor deze twee gasten toestemming had verleend. Hoe ik haar ook probeerde uit te leggen dat het zo niet werkt, het drong niet door. Maar toen ik haar adviseerde dat ze zelf Rutte mocht bellen en ik haar wel het mobiele nummer van Rutte zou geven, gaf ze mij te verstaan dat dat niet realistisch is. Mijn diagnose als rabbijn met meer dan 40 jaar ervaring in de psychiatrie: ze gaat selectief om met de realiteit. Hoewel, ik moet dat helaas toegeven, ik soms de realiteit van de coronamaatregelen ook niet altijd kan vatten. Neem nou bijvoorbeeld mijn echtgenote. Dit jaar met Pesach zijn we niet, zoals vorig jaar, bij de kinderen in Montreal. Omdat we al jaren achtereen Pesach niet meer thuis waren, had Blouma het hele Pesach servies aan een jong gezin gegeven dat toen voor het eerst in Nederland was om de gelederen van de rabbijnen te komen versterken. En dus moest er een nieuw servies, potten en pannen en verder keukengerei worden aangeschaft, waaronder een aardappelschiller. Op zichzelf is de aanschaf van een aardappelschiller geen probleem, maar hier bij de AH toch wel, want hoewel ze de aardappelschiller braaf in haar mandje had gelegd, bleek het onbetaalbaar. Reden: Omdat een aardappelschilmesje onder alcohol valt en alcoholische dranken niet na 20:00 uur verkocht mogen worden en zeker niet aan klanten die jonger zijn dan 16 jaar, kon, zo gaf de caissière aan, mijn echtgenote het mesje niet betalen.Hoewel mijn echtgenote al enige tijd geleden de 16 was gepasseerd en zich dus bijzonder gevleid voelde met de haar toebedeelde leeftijd, hebben we nog steeds geen aardappelschilmesje en speciaal is dat lastig met Pesach vanwege de grote hoeveelheid aardappels dat gegeten wordt. Bij deze dus een oproep: wie heeft er nog een Pesach aardappelschilmesje over?

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Goedbedoelde verkeerde woorden. Dagboek van een Opperrabbijn 18 januari 2021

     

    We zijn weer terug naar normaal, althans bijna normaal, want e-mails en telefoontjes blijven nog steeds binnenkomen met woorden van medeleven. Die woorden van medeleven zijn ontzettend belangrijk en hebben invloed. Wat ik merk is dat sommige woorden van troost door de treurende volkomen verkeerd kunnen worden opgevat. Ikzelf heb hiervan totaal geen last gehad omdat ik weet dat de woorden goedbedoeld waren, maar het waren soms echt wel precies de verkeerde. Een klein voorbeeld: iemand ging me uitgebreid uitleggen dat ik het verlies van mijn zoon nooit meer te boven zal komen en mijn hele verdere leven zal ik eronder lijden. Het bewijs: hij kende een naast familielid die hetzelfde had meegemaakt en tot op zijn sterfbed door het verlies van een dochter van twintig depressief is gebleven, werkeloos is geworden en een wegkwijnend bestaan heeft geleden. Ik denk niet dat deze woorden echt troostend waren, ietwat knullig, maar zeker wel goedbedoeld. De meeste woorden waren echter begripvol, meelevend, bemoedigend. Wat ik persoonlijk erg ‘fijn’ heb gevonden dat er toch best een flink aantal mensen waren die dusdanig meeleefden dat hun eigen soortgelijke verdriet boven kwam en ik het gevoel kreeg dat ik hun meer tot steun was dan zij mij. Maar juist deze ontmoetingen waren voor mij heel erg waardevol en speciaal als mij dan werd gezegd, en dat gebeurde menigmaal: ik kwam hier om u te steunen, maar u heeft mij juist gesteund.

    Veelvuldig kreeg ik de (ook weer goed bedoelde) opmerking dat men begreep dat ik voor anderen onder soortgelijke omstandigheden de juiste woorden wist te vinden, maar nu het mezelf betreft dat zeker anders ligt. “De woorden waarmee u anderen troost, kunt u natuurlijk niet tegen uzelf zeggen.” Ik begrijp die bemerking erg goed, maar het klopt helemaal niet. Als ik aan een ander uitleg hoe om te gaan met verlies en verdriet, hoe een gemis van een dierbare te plaatsen, dan sta ik volledig achter die woorden. Het zijn niet slechts woorden die uit een boekje zijn gehaald dat de titel had kunnen dragen: “Hoe troost ik de medemens (voor beginners)”. Ik zit zo helemaal niet in mekaar. Het nadeel hiervan is dat ik het verdriet van anderen die ik mag adviseren en/of steunen wel degelijk ‘mee naar huis neem’. En na een dramatische begrafenis of een onthulling van een monument ter nagedachtenis aan hen die werden vermoord, neig ik altijd een beetje richting ongezonde depressiviteit. Maar omdat ik duizend procent achter mijn woorden stond/sta die ik tot anderen richt in dit soort situaties, kan ik precies dezelfde woorden ook tegen mezelf zeggen en heb dat ook gedaan.

    Ik stop nu, althans dat is mijn voornemen, met het terugblikken in mijn dagboek naar het verdriet dat ons is overkomen. Het leven gaat door en mijn dagboek over ‘Opperrabbijn in coronatijd’ moet gaan over mijn werkzaamheden in coronatijd. Nog een kort afrondende corona opmerking: de begrafenis in Londen hebben we bijgewoond per zoom. Zaterdagnacht hadden wij met nachtboot van de Stena Line naar Engeland willen gaan, maar Stena nam geen passagiers mee vanwege corona omdat 40 bemanningsleden positief waren getest.  En overdag per vliegtuig lukte niet vanwege coronatest die we niet op tijd konden krijgen. Uitstellen van de begrafenis is vanuit Joods halagisch perspectief niet juist. En los hiervan hebben mijn in Londen wonende kinderen sterk aangedrongen om niet te komen vanwege corona. Desalniettemin hebben wij natuurlijk sterk overwogen, wel gaan, niet gaan. En dus is het telefoontje, uiteraard goed bedoeld, dat we vanochtend kregen uit Londen met de mededeling dat we toch eigenlijk wel hadden moeten gaan ‘want dat was het laatste wat we nog voor hem konden doen’ minder geslaagd.

    Ondertussen is onze kleinzoon uit Engeland, die bij ons kwam voor vier uurtjes op doorreis naar zijn Jesjiwa in Tel Aviv, alweer een maand bij ons. Wel gezellig. We hebben een fiets voor hem geregeld en hopen dat hij snapt dat we hier rechts rijden. Zijn pasgetrouwde broer met onze aangetrouwde kleindochter (hoe heet zoiets eigenlijk?) hebben aangekondigd om hier van donderdagavond tot zondag te komen (beiden voorzien van een negatieve test!) op doorreis naar Potsdam waar haar ouders wonen. Als de vier uur van zijn jongere broer veranderden in vier weken, dan leert mij een eenvoudige vermenigvuldiging dat de twee dagen al snel enige maanden zouden kunnen betekenen. Uiteraard zijn ze meer dan welkom, maar ik herinner mij een uitspraak van onze tante uit Israel. “Als de kinderen komen is dat een genoegen, maar als ze daarna vertrekken een opluchting”. Het zal de leeftijd wel zijn, hoewel mijn kleinzoon (die van de vier uur op doorreis), zich niet kan voorstellen dat zijn opa de zeventig al gepasseerd is vanwege het tempo van de dagelijkse snel-wandeling. Voor www.cip.nl heb ik vandaag zes artikeltjes geschreven en ik heb een aantal e-mails beantwoord die vanwege de treurweek onbeantwoord waren gebleven. Ook een vervolggesprek gehad voor een Tv-documentaire voor een opname voor een programma over, raadt u maar: Jodendom! Ze komen opnemen eind volgende week. Of mijn voorkeur uitging naar de ochtend of de middag. Ik koos voor de ochtend en vervolgens is er aangekondigd dat ze om 10:00 uur komen en tegen vieren weer huiswaarts keren. Als ik middag gezegd zou hebben waren ze waarschijnlijk blijven overnachten! De snel-wandeling duurde vandaag negentig minuten in plaats van een half uur. Conditie op peil houden is beter, denk ik, dan al die vitamine pillen. Zeker is het in ieder geval dat mijn snelwandelen aanzienlijk goedkoper uitpakt!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Het hondje en het schilderijtje. Dagboek van een Opperrabbijn 31 januari 2021

    Een van onze vaste gasten was Reb Moshe zl. Het was niet zijn echte naam, maar wij noemden hem zo. Met onze oudste zoon zl., die hij een paar keer bij ons thuis jaren geleden had ontmoet, had hij bijna dagelijks telefonisch contact. Reb Moshe heeft steeds aangegeven dat hij een “Joods” schilderijtje heeft en wil dat als hij er niet meer is dat schilderijtje, portret van een rabbijn, bij ons aan de muur komt te hangen. Reb Moshe is niet meer en ik was bijna het schilderijtje vergeten. Het schilderijtje had ik wel eens aan zijn muur zien prijken op zijn kamer. Of het enige waarde vertegenwoordigt? Geen idee. Maar voor ons wel van emotionele waarde. Reb Moshe is niet meer, maar onze oudste zoon dus ook niet en juist daarom ben ik achter het schilderijtje aangegaan. Zojuist ontvang ik van mijn dochter uit Almere dat zij het schilderijtje heeft ontvangen. Hoe het bij haar is gekomen, weet ik niet, maar het is dus op weg naar ons. Reb Moshe was alleen, een typisch beschadigde man die een product was van de oorlog. Hij was eenzaam en boos. Boos dat toen zijn moeder kwam te overlijden hij voor de begrafenis moest tekenen dat hij zou betalen, terwijl er al betaald was. Zijn woorden werden niet geloofd. Ik begrijp dat eigenlijk wel, maar in deze was er sprake van een fout van de bank. Hoe ik met Reb Moshe in contact ben gekomen? Hij was woest op de penningmeester van de Joodse Gemeente die hem dwong te tekenen zo vlak voor de lewaja. Hij dreigde hem te vermoorden. Had hij dat kunnen doen? Ik denk van wel, ongeremd als hij kon zijn. Maar hij was een goed mens, maar o zo eenzaam. En dus belde mijn zoon Yisrolik zl. hem jarenlang dagelijks op. Beiden zijn niet meer en juist daarom wil ik dat schilderijtje snel aan de muur hebben, als een herinnering. Een schilderijtje dat boekdelen spreekt, maar die boekdelen zijn uitsluitend aan mijzelf bekend en dat houden we zo. Ik wacht vol emotie op het schilderijtje…….schilderij Reb Moshe

     

    Aan het schattige hondje waarvoor ik via, via gevraagd was om een nieuw baasje te verzorgen kleven ondertussen een paar teleurstellingen. De huidige eigenaar van het lieve beestje zoekt vanwege zeer trieste omstandigheden, een persoonlijke tragedie gekoppeld aan corona, met spoed een nieuw baasje. Ik dus meteen een paar pionnetjes uitgezet, mijn Blouma ook nog een paar en vervolgens in een mum van tijd hadden wij zeven adressen gevonden. Maar het hondje kan maar naar één adres, en dus heb ik zes mensen blij gemaakt met een dode mus (ik bedoel dus een levend lief hondje). Maar waarschijnlijk zitten alle zeven met die dode mus, want inmiddels blijkt nog een rabbijn op zoek te zijn geweest en kan het dus zijn dat al onze kandidaten buiten de prijzen, het hondje dus, zijn gevallen. Ik begrijp dat het geval met het hondje door u, trouwe dagboeklezer van mij, als verkwisting van tijd wordt ervaren. En wellicht vraagt u zich af of de opperrabbijn niets beters te doen heeft. Als u zo redeneert begrijpt u mijn positie niet. Althans de wijze waarop ik tegen mijn positie aankijk verschilt dan van uw voorstelling van (rabbinale) zaken.

     

    Ik herinner mij een brief van de Lubavitscher Rebbe aan een vrij simpele man uit Amsterdam. Hij had de Rebbe advies gevraagd over het verjaardagscadeau dat hij z’n jongste zus wilde geven.  De Rebbe die dagelijks postzakken met brieven ontving vanuit allerlei kringen der samenleving met vaak de meest ingewikkelde vragen op het gebied van politiek, Israël, educatie, financiën etc., heeft de jongeman twee A4-tjes vol geschreven met uitleg hoe hij voor zijn zus een cadeau moest kopen. Belachelijk? Helemaal niet! Groots, want voor deze man was de kwestie van het verjaardagscadeau net zo belangrijk als voor een hoogleraar een knellende vraag over kernenergie die van belang kon zijn voor de gehele mensheid. En daarom was het zoeken van een nieuw baasje voor dit hondje net zo essentieel en tot mijn taak behorend als een uur onderricht op hoog niveau in de Talmoed of een gesprek met een Minister over een kwestie die de Joodse gemeenschap betreft.  Mijn taak als rabbijn ligt daar waar het (niet bestaande) toeval mij mee in contact brengt. Of het nu de kwestie Ysselsteyn betreft, waarover ik vorige week in mijn column in het NIW schreef, of de International Holocaust Remembrance Day, waaraan ik woensdag jl. een bescheiden bijdrage mocht leveren ten overstaan van meer dan 25.000 deelnemers, of het schilderijtje van Reb Moshe of het hondje dat acuut een nieuw baasje nodig heeft, voor mij behoort dit allemaal tot mijn rabbinale afwisselende baantje.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Het kind van foute ouders

    Ik meen dat ik het al een keer aan mijn dagboek had toevertrouwd. In het gebouw van het IPC, het Israel Producten Centrum te Nijkerk, is een expositie gaande, genaamd “Redders in nood”. Een must voor de jeugd om te zien hoe mensen bereid waren met gevaar voor eigen leven zich in te zetten voor de medemens. Daar heb je hem weer, denk u waarschijnlijk, want ik heb deze expositie al meerdere keren genoemd in mijn dagboek.

     

    Een onderdeel van de expositie zijn drie deuren. Je wordt uitgenodigd om bij alle drie aan te bellen en dan krijg je het volgende te horen. Er wordt opengedaan en Ds. Overduin vraagt de bewoner of voor één enkele nacht twee Joden die in grote nood verkeren bij hun mogen overnachten. Huis één wordt kwaad en beschuldigd Ds. Overduin van het nodeloos in gevaar brengen van zijn gemeenteleden. Deur twee wil graag helpen, maar is bang. Deur drie zegt spontaan 'ja'. Waarom ik dit wederom vermeld? Bij de herdenking van de razzia in Twente vermeldde de burgemeester van Enschede dat ds. Overduin, een Enschedese predikant, meer dan duizend Joden aan onderduikplaatsen had geholpen. Dit was mij uiteraard bekend. Maar daarna vertelde de burgemeester nog iets, hetgeen voor mij nieuw was.

     

    Na de oorlog heeft ds. Overduin geld ingezameld om kinderen en vrouwen van NSB-ers te helpen. Overduin heeft ook aangeklopt bij een rijke Joodse man die de verschrikkingen van de oorlog had overleefd, maar uiteraard bijna al zijn naasten had verloren. De Joodse man weigerde over de brug te komen. Geld aan vrouwen en kinderen van NSB-ers? Absoluut niet. Daarop heeft Overduin de zoon van die rijke man benaderd en hem gevraagd zijn vader te overtuigen om wel te geven, hetgeen uiteindelijk is gelukt. Ik vroeg mij tijdens de toespraak van de burgemeester pijlsnel af hoe ik gehandeld zou hebben. Wel of niet kinderen van foute ouders steunen?

    In het Sinai Centrum werd mij, ik schat zo’n twintig jaar geleden, een soortgelijk dilemma voorgelegd. Als Sinai Centrum waren/zijn wij gespecialiseerd in trauma’s ten gevolge van oorlogsgeweld. En ook de second generation behoort tot onze expertise. Kinderen van ouders die de hel van Auschwitz hebben overleefd hebben het soms erg moeilijk gehad in hun jeugd want zij werden opgevoed door ouders die erg beschadigd waren. Maar hetzelfde gold natuurlijk ook voor kinderen wier vader en/of moeder na de bevrijding werden opgepakt, wellicht jaren in de gevangenis moesten doorbrengen en zeker sociaal werden geïsoleerd. In feite hadden die kinderen hetzelfde probleem als de Joodse kinderen. Aan mij werd toen gevraagd of het ethisch verantwoord was, vanuit de Joodse optiek, om ook kinderen van foute ouders te behandelen. Mijn antwoord op die vraag was een stellig ‘ja’.

     

    De kinderen, mits ze uiteraard niet zelf ook antisemieten waren, zijn niet schuldig aan de fouten van hun ouders. Ik had wel als voorwaarde gesteld dat het Joodse kind en het NSB-kind niet in dezelfde wachtkamer mogen zitten. Dat zou zeker voor het Joodse kind te confronterend kunnen zijn, te emotioneel. Vergeet niet dat beide kinderen, inmiddels natuurlijk volwassen, psychisch in de knel zitten. Ik mag van beiden niet verwachten dat ze met dezelfde zakelijkheid waarmee ik ernaar kijk, de emotionele afstand weten te bewaren.

     

    Dit gonsde pijlsnel door mijn hoofd toen ik de Enschedese burgemeester hoorde vertellen dat ds. Overduin ook kinderen van foute ouders hielp. Even dacht ik dat Overduin na de bevrijding de fout was ingegaan, onze tegenstander was geworden. Maar direct kwam de link naar het Sinai Centrum in mij op en ben ik ter plekke ds. Overduin nog meer gaan waarderen.

     

    En ook flitste door mijn hoofd die Nederlandse vrouw die op mijn vrouw, Blouma, afkwam in Jeruzalem, en tegen haar zei: "Waarschijnlijk wil je mij geen hand geven, want mijn vader was in de oorlog een SS'er." Mijn Blouma gaf haar wel de hand, met innige warmte. En toen ze afscheid van elkaar namen, omhelsden ze elkaar. Ik herinner me dat de tranen in mij opkwamen toen ik die omhelzing zag.

     

    Na de toespraken, na de gebeden, na het blazen op de sjofar en na de twee minuten stilte, kwam een mij onbekende niet-joodse mevrouw naar mij toe. Haar naam was Overduin, een nichtje van de verzetsheld. Zij wist niet van de tentoonstelling in Nijkerk. En als ik het goed heb begrepen wist ze ook niet van de razzia herdenking in Enschede. Maar, en nu komt het, zij volgt trouw mijn dagboek en vernam daar over de jaarlijkse herdenking en besloot te gaan.

     

    We gaan een afspraak maken en ik wil haar persoonlijk bij de expositie rondleiden. Maar vooral wil ik haar de drie deuren laten zien en de drie verschillende reacties laten horen toen dominee Overduin aanbelde. 

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Het Tabernakel is verdwenen. Dagboek van een Opperrabbijn 30 december 2020

    Dit wordt dan het laatste dagboek van 2020. Als ik terugblik heb ik heel wat afgeschreven. En hoewel Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, niet te vergelijken valt met Oud en Nieuw, kan het toch echt geen kwaad om ook even bij de wisseling van het maatschappelijke jaar op een Joodse manier stil te staan.

     

    De Joodse Gemeente waar ik woonachtig ben begint het nieuwe jaar erg goed, want op sjabbat 2 januari vindt er al in de oudst in gebruik zijnde synagoge van West-Europa een bar-mitswa viering plaatst. En ‘mijn gemeente’ (tussen aanhalingstekens, want alle gemeenten in mijn Inter Provinciaal Opperrabbinaat voelen en zijn ‘Mijn Gemeenten’) had gisteravond een Algemene Leden Vergadering. Dat was een goede zoom-bijeenkomst. Wat was het algemene beeld dat ik eraan overhield? Leden die betrokken zijn, bestuurders die zich uit de naad lopen. Hoewel er sprake is van een kleine gemeente en een outsider zich dan kan afvragen of er dan wel zoveel te besturen valt, werd het duidelijk gemaakt, iets dat voor mij niet nieuw is, dat een Joodse Gemeente allerlei verplichtingen krijgt toebedeeld door de maatschappij waarin we leven. Juist omdat we zo klein zijn en juist omdat antisemitisme helaas sterk aan het toenemen is, komen er vragen vanuit de niet-Joodse omgeving voor rondleidingen, lezingen, representatie. In feite zijn alle bestuurders ook een beetje rabbijn en is de rabbijn ook parttime bestuurder, zoals u inmiddels wel uit mijn dagboeken duidelijk zal zijn geworden.

     

    In de niet-Joodse gemeenschap worden er voor verenigingen en organisaties veelal verkiezingen gehouden. In Joods Nederland gebeurt dat uiteraard ook, omdat dat statutair een verplichting is. Maar helaas is de spoeling erg klein en zijn daarom vaak dezelfde personen die je op verschillende bestuurlijke bestuurszetels tegenkomt. Geweldig dat die enkelingen zoveel op zich nemen en zo de continuïteit garanderen, maar tegelijkertijd is te lang dezelfde bestuurders ook weer niet goed. Wat zich in mijn gemeente afspeelt zien we helaas in heel Joods Nederland. Zwoegende bestuurders die geheel belangeloos tijd en vaak ook eigen geld om-niet ter beschikking stellen. Om-niet? Neen! Hun inzet zal na dit aardse bestaan, en hopelijk ook al gedurende het leven, beloond worden. Zij houden ondanks alles, het Nederlandse Jodendom in stand. Hulde!

     

    Ondertussen bemerk ik dat ik al een algemene terugblik op het digitale papier heb vastgelegd.

    Wat heb ik zelf gedaan? En wat is er voor mij gedaan? Mijn echtgenote had in allerijl twee grote partytenten begin mei in onze tuin laten plaatsen opdat de sjoeldiensten gedurende het Wekenfeest en alle daaropvolgende diensten op de sjabbat en in de zomerperiode ook iedere ochtend, ondanks corona en met voldoende ventilatie doorgang konden vinden. Inmiddels maken we weer gebruik van de echte sjoel en stonden die tenten maar in onze tuin te staan. Gezien ik geen goede klusjesman ben, bleven ze ook maar staan, want dat is niet zomaar even weer ingeklapt. En wat gebeurde er vandaag? Drie sterke jonge Amersfoortse jongens en een krachtig Australisch meisje, geen van hen Joods, kwamen ons Tabernakel, de Tent-Sjoel, afbreken! Ongevraagd, spontaan aangeboden, zomaar om ons te helpen. Geweldig toch! Een van hen heeft ons ook, ook weer ongevraagd, enige jaren geleden geholpen om alle glasscherven bijeen te vegen nadat een van onze ramen met drie keien aan gruzelementen was gegooid. En omdat hij er toen toch al was heeft hij iets van een traliewerk op onze toenmalige schutting gemonteerd om herhaling te voorkomen.

     

    Vandaag heb ik ook alle maandelijkse automatische overschrijvingen voor 2021 online ingepland. Tussen de 10% en de 20% van mijn inkomen behoor ik van de Joodse wet aan Tsedaka, goede doelen, te geven. Gelijk ik op een vaste datum mijn geld binnenkrijg, zo ook wil ik direct na ontvangst, dit mooie gebod vervullen. Bovendien zal ik het zo nooit vergeten. Dat ik daarnaast natuurlijk afhankelijk van de vraag ook spontaan ga geven, staat hierbuiten en kan ik niet inplannen. Maar die 10% ligt dus vast! Misschien vraagt u zich af waarom er aan dit gebod een maximum zit.

    Ik heb veel contact met iemand die moet zien rond te komen van een broodmager salaris. Hoe hij het redt weet ik echt niet. Maar desondanks is hij altijd aan het geven. Geweldig! Maar…de 20% bovengrens geeft een soort ingebouwde waarschuwing af: pas op. Tot hier en niet verder. Het is geweldig om de medemens te helpen, maar dat helpen mag er niet toe leiden dat jijzelf aan de bedelstaf geraakt.

    Oud en Nieuw is voor velen een kwestie van gezelligheid, het glas heffen, vuurwerk en helaas ook voor te veel losbandigheid. Dit jaar zal het allemaal helaas veel ingetogener moeten. Maar laten we van de nood een deugd maken. Laten we allen proberen om Oud en Nieuw zinvoller te maken. Gebruiken om terug te blikken. Niet omdat het leuk is om dat te doen, maar om te leren van het toen naar het nu en het morgen. Laten we ons door het afgelopen jaar laten inspireren. Waar kunnen we onszelf verbeteren? Hoe kunnen we voor de medemens meer betekenen? En voor onszelf? Wat er allemaal fout is gegaan is verleden tijd, maar door de foutjes op een rij te zetten kunnen we een prachtig beleidsplan maken voor 2021.

     

    Een goede jaarwisseling, een gezegend beleidsplan en goede gezondheid, fysiek en geestelijk.

     

    En terwijl ik deze wens net heb neergeschreven zie ik door het raam dat ons Tabernakel, de Tent-Sjoel, verdwenen is.

    Met dank aan die drie sterke jongens en dat ene meisje. En natuurlijk ook aan mijn Blouma die de oprichtster was van het Tabernakel in onze tuin.

     

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Hij was soldaat in Libanon. Dagboek van een Opperrabbijn 21 maart 2021

    Toen we sjabbath-ochtend naar sjoel liepen weerklonk het vanuit een kantoorgebouw, dat verbouwd is tot appartementen building, een luid “Jóóóden”. Hoewel ik natuurlijk trots ben op mijn Jood-zijn en ik het fijn vond herkend te worden, bedoelde, naar ik aanneem, de roeper het niet als compliment of bemoediging. Maar het negatieve naroepen werd ’s middags dubbel en dwars goed gemaakt. Voorafgaand aan mijn sjioer-op-niveau op sjabbatmiddag gaan mijn lern-maatje en ik iedere sjabbat het natuurgebied achter ons huis in en hebben een wandeling van vijftig gezonde sjabbat-minuten. Maar sjabbat jl. waren we een half uur langer onderweg. Toen wij de plaats van waaruit de vogels kunnen worden geobserveerd al een paar meter voorbij waren, weerklonk plotseling vanuit het groepje dat de vogels stond te bekijken een ‘sjabbat sjalom’. Het naroepen van ‘sjabbat sjalom’ komt regelmatig voor en aanzienlijk vaker dan het “Jóóóden”. Bijna altijd komt zo’n ‘sjabbat sjalom’ van niet-joden die met hun welgemeende groet hun steun aan Israël willen betuigen. Zo voel ik dat en zo is het ook. Bemoediging! Het ‘sjabbat sjalom’ vertoonde dit keer een Israëlisch accent en na ons te hebben omgedraaid zagen wij de roeper met ijsmuts, verrekijker en fiets. U weet toch hoe dat gaat. Over en weer namen uitwisselen, waar woon je, waar kom je vandaan? Hij woont al dertig jaar in Nederland en heeft in de Libanon-oorlog gestreden. Heeft geen contact met de Joodse gemeenschap, beroemt zich erop dat hij moslimvrienden heeft, heeft een niet-joodse echtgenote en heeft me uitgelegd dat hij tegen het beleid is van Netanyahu en daarom op GroenLinks heeft gestemd. We hadden een heel fijn gesprek en we voelden onvermeld een snelgroeiende vriendschap. Hij vertelde trots dat hij twee jaar geleden Jom Kippoer in de sjoel van Amersfoort is geweest en dat zijn echtgenote de hele dag in sjoel was gebleven, maar hij niet. Op mijn speels tussen de regels door gesuggereerde voorstel of hij misschien nog iets vaker naar sjoel zou kunnen komen, gaf hij aan dat hij het ook weer niet wil overdrijven en gewoon wil vasthouden aan regelmatig één keer per jaar. We spraken over de plaats van de Joden in Nederland en ongevraagd begon hij zich min of meer te excuseren dat hij Israël heeft verlaten, fysiek en geestelijk. Hij was soldaat geweest in het Israëlische leger ten tijde van de Libanon oorlog. Hij had het overleefd, maar te nauwer nood. Na hersteld te zijn van zijn verwondingen heeft hij Israël de rug toegekeerd. ‘Mijn moeder heeft liever een levende zoon in een huis in Nederland, dan een dode zoon in een kist in Israël’. Ik hoop dat ik iets voor hem mocht betekenen, want hij straalde zichtbaar tijdens ons gesprek. Het was alsof we elkaar al jaren kenden.

     

    Er is een Joodse wet die zegt dat een Joods Geleerde niet mag rondlopen met een vlek op zijn kleren. En hoewel, zeker met Pesach voor de deur en de bescheidenheid van het ‘ongerezen’ brood/gevoel centraal moet staan, moet ieder zichzelf ten aanzien van deze wet beschouwen als een Joods Geleerde. De reden van het verbod om met vlekken rond te lopen is de uitstraling naar de brede samenleving waarvan wij een onderdeel vormen. Als ik er onverzorgd uitzie, zijn alle Joden vies. Uiteraard is die veralgemenisering onterecht, maar zo werkt het. En dus heeft ieder van ons de verplichting om er verzorgd bij te lopen. Maar het gaat hier niet uitsluitend over echte vlekken. Een vieze vlek in mijn gedrag is nog veel schadelijker.

     

    De hele zondag was ik bezig met de grote Pesach schoonmaak. Er mag geen kruimeltje chameets-brood in huis zijn. Mijn auto is al helemaal ‘Pesach-dik’. Maar die kruimeltjes gerezen deeg zijn gekoppeld aan het gerezen gevoel: hoogmoed. Terwijl ik al het gerezene uit mijn huis haal, moet ik tegelijkertijd ook het gerezene uit mezelf verwijderen, zelfs een vlek mag niet achterblijven. Heeft die Pesach-schoonmaak alleen betekenis voor mezelf? Zeker niet. Want mijn gedrag, mijn zuiverheid, straalt ook uit en heeft daardoor invloed, ook als ik die invloed zelf niet bemerk. Gisteren, sjabbath, wist ik dus dat ik werd opgemerkt, maar ook als niemand reageert is het heel wel mogelijk dat er wordt gekeken.

     

    Ik ga me voorbereiden voor de zoom-toespraak om 20:00 uur voor het NIK. Onderwerp: “Welke invloed hebben wij op de brede samenleving.” Geïnspireerd dus door mijn nieuwe vriend de Israëliër, heb ik dat onderwerp net bedacht. Ik hoop dat ik voor hem iets mocht betekenen. Misschien had het luisteren naar zijn moeizame legerperiode voor hem een genezende invloed. Of was mijn begrijpende blik dat ik hem niet veroordeel omdat hij Israël heeft verlaten en nu al dertig jaar hier woont, voor hem van geestelijk belang. Of wellicht heeft ons gesprek positief bijgedragen aan zijn worsteling met zijn geboorteland Israël, zijn identiteit, zijn Joodse nesjomme.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Hij werd uit de trein gegooid. Dagboek van een Opperrabbijn 22 november 2020

    Een rustig weekend. Alleen vrijdagavond na de sjoeldienst werden we, toen we braaf voor het stoplicht stonden te wachten, vanuit een voorbijrijdende auto uitgescholden. Ik kon niet zo goed horen wat er precies werd gezegd, en dat was waarschijnlijk maar goed ook. Maar sjabbat ochtend werd er wederom vanuit een auto geroepen. En toen hoorde ik het wel: sjabbat sjalom! Uitzondering? Neen. Het aantal keren dat er door fietsers of vanuit auto’s mij een warm sjalom wordt toegeroepen, en op sjabbat zelfs sjabbat sjalom, overtreft de negatieve verwensingen volledig! Waarbij opgemerkt dat de verwensingen die me naar het hoofd worden geslingerd geen onderscheid maken tussen door-de-week en sjabbat, maar misschien weten de rijdende brullers het onderscheid tussen sjabbat en de andere dagen van de week niet zo goed doordat er op hun school geen aandacht is besteed aan het vak burgerschap. Misschien een idee voor de Inspectie van het Onderwijs om hiernaar eens te kijken! Wellicht kan dan het naschelden (of erger) op een educatieve manier voorkomen worden. En met erger bedoel ik dan het bekladden van een poster die oproept tot het naleven van coronamaatregelen met een davidster en een hakenkruis, gewoon hier in Nederland, in Etten-Leur. In Oekraïne ging het iets harder toe, afgelopen week. Ik kreeg beelden onder ogen van bekladdingen op een Joodse begraafplaats in Zhytomyr, nam meteen contact op met de rabbijn aldaar die ik goed ken en kreeg deze reactie: “We inform you that this happened not in Zhytomyr, but in the Zhytomyr region, in the city of Malin (Korosten district of Zhytomyr region). This event is already being dealt with by the competent authorities.” Goed dat van overheidswege dit wordt aangepakt, want in het verleden is er daar wel e.e.a. fout gegaan, om het even zachtjes uit te drukken. Ik doel op een gesprek dat mijn echtgenote had met een bejaard familielid. Enige weken geleden was het de 100ste sterfdag van de overgrootvader van mijn Blouma, Menachem Mendel Kaplan, de grootvader van haar vader. Op 56-jarige leeftijd was hij door Russische soldaten de trein uitgegooid toen hij onderweg was van Bobroisk naar Rostov en als Jood werd herkend. Enige tijd later is hij aan zijn verwondingen overleden. Nu was er door dat bejaarde familielid, een vitale kleindochter van 85, een zoom bijeenkomst georganiseerd van nazaten: derde, vierde en vijfde generatie. Honderdvijfendertig adressen namen deel vanuit tientallen plaatsen in Israël, Buenos Aires, Melbourne, New York, Montreal, Londen, Nederland, Florida, Detroit, Moskou en ik zal er nog wel een paar vergeten zijn. Indrukwekkend. Wat een éénheid, ondanks de diversiteit. Menachem Mendel Kaplan was een chassidische orthodoxe Jood en dus zijn veel nazaten ook orthodox levend. Maar velen ook niet meer. Door het communisme gedwongen hadden ze het religieuze Jodendom moeten verlaten. Op school was godsdienst een taboe (ik ben dankbaar dat wij in Nederland artikel 23 nog in de grondwet hebben staan!), maar ook was het levensgevaarlijk om thuis iets aan Jodendom, of enige andere vorm van religie, te bedrijven (ik verwacht niet dat dat in ons land kan gebeuren!). Als dat werd bemerkt, werden kinderen naar een communistisch opvoedingsgesticht gebracht en de ouders naar Siberië verbannen. Een van de nazaten, een professor aan de Universiteit van Moskou, wist niets meer van Jodendom en snakte naar informatie over zijn roots. De voormalige burgemeester van Arad (Israël) gaat jaarlijks naar de geboorteplaats van zijn grootvader om daar kadiesj voor hem te zeggen, hoewel hijzelf niet echt religieus levend is. Schrijnend kwam naar voren dat Menachem Mendel Kaplan elf broers en zusters moet hebben gehad. Dertig namen kwamen tijdens de zoom-bijeenkomst naar boven. Aviva, de 85-jarige initiatiefneemster van de virtuele reünie, heeft gepoogd bij Yad Vashem in Jeruzalem uit te vinden of er iets bekend was over hun plaats van overlijden…totaal onbekend! Niet alleen de locatie waar ze vermoord zouden zijn was niet te vinden, maar zelfs hun namen kwamen überhaupt niet voor in geen enkel register! Volledig verdwenen, met hun gezinnen. Ik denk terug aan mijn bezoeken aan Oekraïne, deel van de voormalige USSR. Op honderden plaatsen waren massagraven. Hele Joodse gemeenten werden letterlijk in een paar dagen volledig uitgeroeid. Niemand kent ze meer, niemand weet nog van hun bestaan. Zelfs Yad Vashem heeft nooit van ze gehoord. Ik ontmoette in Mariupol enige jaren geleden een hoogbejaarde vrouw die als meisje van negen jaar dichtbij de moord op 16.000 Joden woonde. Ze herinnerde zich het geschreeuw van de slachtoffers, het gebrul van de Duitse moordenaars. Eén baby hebben ze ’s nachts aangetroffen, weet ze te vertellen, die nog leefde. Een buurvrouw heeft die meegenomen. Die baby moet de enige overlevende zijn geweest. Maar waar die nu is? Of die baby van toen weet wie ze is? Mijn schoonmoeder heeft het beleg van Leningrad overleefd. Rondom Leningrad lagen de Duitsers, binnen de communisten. Haar broertje, zusje, vader en moeder zijn van de honger gestorven. Zij werd als weesmeisje van elf jaar van ziekenhuis naar ziekenhuis, van opvoedingsgesticht naar gesticht gebracht. Dat ze Joods was moest vooral verzwegen worden…Mijn schoonmoeder heeft het overleefd en nieuwe bewust Joodse generaties nagelaten. De grootvader van mijn schoonvader, Menachem Mendel Kaplan idem. Maar het werd wel duidelijk, en wordt steeds duidelijker dat hele Joodse gemeenten zijn weggevaagd zonder enig teken na te laten. Geen graf, geen geschiedenis, geen naam. Des te warmer klinkt dat sjabbat sjalom van gisteren nog na in mijn hoofd en ben ik dankbaar voor de vele warme contacten en vriendschappen die ik in de niet-joodse wereld heb mogen opbouwen. En voor nu: een goede week!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Ik ben rabbijn en was een beetje imam. Dagboek van een Opperrabbijn 27 januari 2021

    Een TV opname voor een programma dat eind april op de TV zal verschijnen. Om 9:30 uur ben ik naar sjoel gelopen, was daar om 9:50 uur en om 10:00 uur was de cameraploeg gearriveerd. Om 16:30 uur waren de opnames klaar. In de sjoel, voor de sjoel, in de stad op een bankje, voor mijn huis, in mijn huis, vertrek uit ons huis. Mijn snel-wandeling heb ik dus vandaag niet gemaakt, want heen en terug naar sjoel was vandaag voldoende. Ik was er wel in geslaagd om deel II bij ons thuis te laten plaatsvinden en daar kon ik gewoon mijn e-mails beantwoorden en telefoontjes plegen, terwijl mijn echtgenote de cameraploeg te woord stond. Was een slimme zet van mij, toonde onze samenwerking en gaf mij wat ruimte om mijn reguliere corona-werk te doen. Dat de tv-ploeg nog nooit in een synagoge was geweest begreep ik vanaf seconde één, want ze boden braaf aan om hun schoenen uit te doen. Ze wisten wel dat ik rabbijn was en geen imam, hetgeen dus meeviel. Het was allemaal nieuw voor hen en ze snakten naar kennis, los van de tv-opname. Het was een fijne dag en ik hoop dat ik door het contact een stukje bruggenbouwen heb mogen leveren. Bruggenbouwen speciaal ook met de presentator, een islamiet die me qua opstelling erg deed denken aan Marcouch, die hij inderdaad goed bleek te kennen. Die verwarring over het uittrekken van schoeisel en de moskee en de synagoge door mekaar te halen, deed me denken aan mijn beginjaren in het Sinai Centrum. Op de dag dat ik op de poli was in Amsterdam had ik regelmatig islamitische vrouwen op bezoek die met hun huwelijksproblemen bij mij kwamen. De reden? Ook in Marokko gingen ze met hun relationele problemen naar de rabbi en niet naar de imam want, zo werd me verteld, die stelde de man doorgaans in het gelijk. Of dat wel of niet waar was, was voor mij onbelangrijk. Het mooie was voor mij dat ik als Joodse rabbijn (de meeste rabbijnen zijn Joods…) deze vrouwen mocht helpen en steunen. Overigens wilden sommigen van hen dat ik op een stukje perkament zinnen uit de Thora zou schrijven en dat zouden zij dan bij zich dragen als bescherming, want de rabbi in Marokko deed dat ook en dat hielp. Ik hielp ze graag, besprak de problematiek, gaf advies, maar tot het schrijven van beschermende teksten heb ik me niet laten verleiden. Dagboeken schrijf ik graag, maar amuletten dus niet.

     

    Ondertussen was de huidige eigenaresse van het schattige witte hondje erin geslaagd om een onderdak te vinden voor haar, wegens onvoorziene omstandigheden, bijna dakloze beestje. Het was wel jammer dat zowel mijn echtgenote inmiddels drie adressen had gevonden, ik een en mijn dochter uit Almere ook een. Nu moeten we allen die zich als pleeggezin hadden aangemeld en zich al helemaal hadden verheugd, weer teleurstellen. Overigens geef ik volmondig toe dat hoewel het werk van een rabbijn afwisselend is, het zoeken van onderdak voor dakloze hondjes, niet tot mijn dagelijkse rabbinale werkzaamheden behoort. Maar toch fijn dat dat hondje een nieuw baasje gaat krijgen!

     

    Minder fijn was het dat mij ook een pijnlijke klacht bereikte. Ik had bij iemand de indruk gewekt dat ik mijn beroepsgeheim had geschonden. Nou ben ik altijd erg secuur met mijn beroepsgeheim, speciaal wanneer het iets betreft dat gekoppeld zit/zat aan mijn werkzaamheden binnen het Sinai Centrum. Ik zal het bijna relletje even uitleggen. Ik had iemand met een persoonlijk probleem geholpen en na afloop van het laatste gesprek en nadat het probleem was opgelost, krijg ik van haar een e-mail met het dringende verzoek om met niemand over haar probleem te spreken. Dat neem ik dan voor kennisgeving aan, temeer daar ik echt niet van plan was om met derden over haar probleem te spreken al ware het alleen al omdat niemand in haar probleem geïnteresseerd zou zijn. Een dag nadat ik de waarschuwing, waarin het verzoek om niet aan derden haar probleem te vertellen, had ontvangen, krijg ik wederom een e-mail met de vraag waarom ik mijn beroepsgeheim had geschonden en wel met derden over haar probleem had gesproken. Na een lang telefoongesprek met haar werd duidelijk dat zijzelf haar probleem met een mij onbekende vriendin te hebben besproken. Die vriendin had het op haar beurt weer met haar rabbijn besproken en dat is dan weer bij haar terecht gekomen. En omdat ik dus die rabbijn ken, was het in haar ogen duidelijk dat ik m’n mond voorbij had gepraat. Inmiddels is het dus opgelost en is de beschuldiging naar mij toe van tafel en gaat zij zelf oppassen om niet alles met die vriendin te bespreken.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ik heb de balans opgemaakt voor 2021. Dagboek van een Opperrabbijn 23 december 2020

     

    “De Joden zijn de hele geschiedenis door gehaat. Dat komt niet door de mensheid maar door de Joden zelf vanwege het feit dat ze een ras of een etniciteit vormen. Een gesloten systeem dat veel nare eigenschappen in zich heeft, zoals hoogmoed en wat de wereld nooit zal en kan accepteren. Als wij vroeger een Arisch ras hadden gevestigd, zoals Hitler wilde, waren de effecten hetzelfde geweest…Het enige dat vrede brengt in de wereld is afschaffen van het Joodse ras…”. 

     

    Laat ik nou nooit kijken of er reacties komen op mijn dagboeken of andere artikeltjes.  Eén keer doe ik dat wel en zie bovenstaande reactie op CIP, het christelijk informatie platform.

     

    De vraag die in mij opkomt is of deze reactie op een christelijke website een uitzondering is of wordt deze zienswijze breed gedragen maar niet zo breed aan het digitale papier toevertrouwd. Of misschien is dit soort gedachten wel op vele sites en in vele boeken te vinden. Ik ben een beetje verbaasd dat de redactie van CIP, die dit soort opmerkingen zeker afkeurt, niet verwijdert. Maar misschien is het juist beter dat het blijft staan, zodat op z’n minst ondergetekende geconfronteerd werd met de realiteit van het dagelijks leven. Waarom ben ik eigenlijk gaan kijken naar reacties? Omdat het erg stil was, buiten in de straat, maar ook qua telefoontjes en e-mails. Misschien was het trieste weer hier debet aan. Los hiervan is de eindejaar periode altijd een stille tijd. En wat heb ik gedaan om de tijd te vullen, behalve kijken naar mallotige reacties? Ik ben financieel aan de slag gegaan! Daar kijkt u van op, vermoed en hoop ik. Waarom hoop ik dat? Omdat ik het niet passend vind dat een rabbijn in verband wordt gebracht met geld. Mijn lieve moeder heeft mij 46 jaar geleden, toen ik naar Nederland terugkwam om binnen de Joodse gemeenschap te gaan werken, het volgende advies gegeven: Neem nooit geld aan als een fooi, want het zal je altijd blijven achtervolgen! En omdat ik altijd een braaf, gehoorzaam en verlegen jongetje was, heb ik dat ook bijna nooit gedaan. Bijnanooit. Want een keer werd mij na afloop van een huwelijk, dat ik net had ingezegend, ten overstaan van alle gasten met veel bombarie een enveloppe overhandigd. Als mensen aandrongen om toch iets te geven, dan maakte ik dat bedrag over naar een goed doel en liet een kwitantie sturen. Overigens herinner ik mij dat in die enveloppe het gigantische bedrag van Fl. 5 (zegge: vijf gulden) zat. Betekent dit dan dat ik geen geld wil hebben of tegen betaling ben? Zeker niet. Maar ik ben er sterk tegen gekant dat een rabbijn, een dominee, een pastoor of een imam zichzelf degraderen tot zakenlui. Ik weet dat in bepaalde christelijke gemeenschappen de predikant een zeer bescheiden salaris krijgen en ik denk dat dat goed is. Een geestelijke moet geestelijk blijven! Helaas zijn er plaatsen in de wereld waar de rabbijn een hoog salaris krijgt en als hij een aanbieding krijgt voor een positie waar hij meer kan verdienen, vertrekt hij. Begrijp me niet verkeerd, ik wil graag financieel niet in de problemen zitten en ik wil best comfortabel kunnen leven, maar no way wil ik verworden tot een zakenman. Had mijn vader gewild dat ik een zakenman zou worden, dan had hij er zeker op aangedrongen om zijn zaak over te nemen. Hij was opticien/optometrist en had een bloeiende zaak.  Hij heeft er bij mij op aangedrongen om rabbijn te worden, gelijk zijn grootvader die Opperrabbijn was van Overijssel en waarnemend Opperrabbijn van Brabant.

     

    Maar waarmee was ik dan financieel bezig, vraagt u zich af. Niet de balans opmaken, want die heb ik nauwelijks, maar met het invoeren van periodieke afschrijvingen. Ik weet namelijk precies wat mijn pensioen en AOW uitkeren. En ik weet ook dat ik van de Joodse wet tussen de 10% en de 20% aan liefdadigheid moet geven. En dus heb ik braaf zitten uitrekenen hoeveel en waarheen ik mijn jaarlijkse tsedaka-liefdadigheid maandelijks ga vastleggen. En daarnaast wil ik natuurlijk een bedrag overhouden voor onvoorziene giften. Overigens heb ik een verkeerde vertaling gegeven van het woord tsedaka. Tsedaka is geen liefdadigheid. Liefdadigheid benadrukt dat het lief is van mij als ik vrijwillig arme mensen steun. De letterlijke vertaling van tsedaka luidt: gerechtigheid. Het is niet meer dan rechtvaardig dat ik het geld dat de Eeuwige mij heeft toevertrouwd deel met de medemens die niet genoeg heeft om van te leven. Sterker nog. Ik ben dankbaar dat iemand mij in de gelegenheid stelt om het gebod van G’d uit te voeren. En dus was ik bezig om mijn financiële beleid voor 2021 vast te leggen. Heb ik toch nog mijn tijd nuttig besteed!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/