Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…. Dagboek van een opperrabbijn 14 oktober 2020

     

    Vandaag heb ik enige uren op Muiderberg rondgelopen en gezocht naar de graven van mijn overgrootouders, de ouders van mijn opa. Vandaag precies acht jaar geleden is mijn moeder overleden en had ik dus vandaag Jaartijd. Extra aan tsedaka, liefdadigheid, gedoneerd en natuurlijk lang bij het graf van mijn moeder gestaan. Zevenennegentig jaar heeft mijn moeder op deze aarde doorgebracht. Meer dan zestig jaar mocht ik haar als moeder hebben. En omdat ik toch op Muiderberg was heb ik uiteraard ook de graven van mijn grootouders bezocht en ook die van de ouders van mijn opa Jacobs. Veld C, rij 46, graf 82 en 83.  Maar ook heb ik gezocht en helaas niet gevonden.

     

    Een Israëlische arts die nu in België aan een van de Universitaire Ziekenhuizen is verbonden, probeert uit te vinden wie haar Nederlandse groot- en overgrootouders waren. En dus werd ze in contact gebracht met mij. We hebben al familie weten op te sporen waarvan zij het bestaan überhaupt niet wist. En ook die opgespoorde familie wist niet dat er nog nazaten van hun overgrootvader in leven waren. Vanochtend, net voordat ik naar Muiderberg vertrok, ontving ik de foto van haar oma. Oma was 43 jaar toen zij, haar man en haar kinderen stierven. Op 15 mei 1940 stierven ze allen, ze zagen de bui al hangen en namen zich het leven. Ik hoopte hun graven op Muiderberg te kunnen vinden, gezocht maar niet gevonden. Waar ze dan wel hun laatste rustplaats hebben gevonden wil ik nog uitvinden. Hun kleindochter, de arts, wil hun graven bezoeken. En al zoekend kwam ik het graf tegen van notaris Joseph Sanders, geboren in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma. Moet de oom zijn geweest van mijn oma, gezien de verdere namen op de zerk. Nooit van zijn bestaan geweten. Maar ik heb zoveel niet geweten, want mijn lieve vader en moeder wilden mij, hun enige kind, niet belasten met al het verdriet dat zij moesten meemaken. En dus weet ik niet wie hun ooms en tantes, neven en nichten waren. Ik heb er ook nooit naar gevraagd. Ik denk dat ik intuïtief aanvoelde dat er over de oorlog niet gesproken mocht worden, hoewel wel alles zich voor of na de oorlog afspeelde. Kennelijk heeft die periode tussen voor en na de oorlog niet bestaan. Mijn kinderen weten meer over het leven van mijn ouders in die periode dan ik. Maar één opmerking van mijn opa, de vader van mijn moeder, bleef en blijft in mijn geheugen gegrift. Mijn moeder vertelde me ieder jaar weer op 10 mei dat toen opa, haar vader, de vliegtuigen van de moffen boven Steenwijk hoorde en zag vliegen, hij zijn handen omhoog hief en uitriep: Mijn G’d, de moffen, we gaan er allemaal aan…… Opa, oma en mijn moeder en haar twee broers hebben de oorlog wel overleefd. Wat er gebeurd is met hun twee pleegkinderen, Joodse vluchtelingetjes uit Oostenrijk, weet ik niet. Is nooit over gesproken. Steeds weer die oorlog en de vertaalslag naar het opkomend antisemitisme van nu. Misschien trek ik het aan, lok ik het uit. Ik weet het niet. Morgen spreek ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Den Helder. Weer dus de oorlog. En ook weer die oorlog toen ik een telefoontje kreeg van een hoogleraar. Hij wil me spreken want hij is een ‘vader-Jood’’. Een afschuwelijke benaming voor iemand die alleen een Joodse vader heeft en dus niet Joods is. Zijn grootvader was een orthodoxe Jood uit Polen. Hun zoontje weten ze net voor de Duitse bezetting naar Nederland te krijgen. En dan komt ook hier een bezetting en het jongetje, dan inmiddels al een puber is, duikt onder. Het jongetje gaat na de oorlog trouwen met de dochter van zijn duikouders. En dus heeft hun zoon, de hoogleraar, een probleem. Hij valt tussen de niet-joodse wal en het Joodse schip. En wie lijdt hieronder het meest? De dochter van de Professor. We, de Professor en ik, gaan een kop koffie drinken, kijken waar ik iets kan betekenen voor hem en zijn dochter. Zeggen dat hij toch Joods is omdat ook vader-joden Joods zijn, klinkt leuk, lost niets op en klopt niet. Vergelijkbaar met een arts die een zieke patiënt vertelt dat de ziekte nauwelijks een ziekte is. Ja. Professor, u heeft een probleem. Ontkennen lost het probleem niet op, maar misschien stoppen we te spreken over de vader-jood als probleem. Laten we het een uitdaging noemen, klinkt beter oplosbaar. Tenslotte nog dit: mijn enige oude lieve tante, vandaag 93 geworden en die ik net heb gesproken, is van mening dat de schuld van de noodzaak tot verscherping van de corona-regels bij de veertigers ligt, die weigerden afstand te houden en zich aan de corona-wetten te onderwerpen. Waarom weigerden ze volgens mijn tante zich aan de corona-regels te houden? Ze hadden de oorlog niet meegemaakt!

     

    Ziet u het? Zelfs mij lieve intelligente tante die ik alleen maar belde om haar mazzeltov te wensen, lukte het om de oorlog weer op tafel te krijgen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Omdat het virus blijft: symptoombestrijding. Dagboek van een Opperrabbijn. 25 november 2020

    Ik ben nu officieel auteur! In het Joods Historisch Museum heb ik in aanwezigheid van Emile Schrijver mijn handtekening gezet onder het contract met uitgeverij Scholten. Er werden gedurende de korte ceremonie foto’s genomen en ik moest na afloop nog even wandelen met de uitgever en daar werden we, de uitgever en mijn persoontje, dan ook weer gefotografeerd. Hoe is dat boek tot stand gekomen? Wilde ik een boek? Had ik überhaupt gedacht aan een boek? Helemaal dus niet. Aan het begin van de coronatijd, net na Poerim, toen ik nog maar enige dagen in Montreal was om Pesach bij onze kinderen en kleinkinderen te vieren, kreeg ik een telefoontje van Prof. Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier. Of ik bereid was om een dagboek te schrijven met als titel: Opperrabbijn in coronatijd. Ik heb daar snel over nagedacht en omdat ik altijd met veel liefde “Kuifje in Afrika” had gelezen, trok het me wel “Opperrabbijn in Corona”. En wat zouden ze doen met dit dagboek? Nog niets. Te zijner tijd een tentoonstelling of een uitgave of niets. Ik dus braaf aan het schrijven vanuit het principe dat als iets op mijn weg komt, het wel een doel zal hebben. Maar na een paar weken schrijven met als enige lezer Emile Schrijver en ik inmiddels weer terug was in Nederland, belandde ik bij CIP, Christelijk Informatie Platform die mijn dagboeken erg graag online wilde zetten. Het zou uniek zijn volgens CIP: een opperrabbijn op een Christelijke site! Ondertussen plaatste ook Joods bij de EO drie keer per week mijn dagboek en verscheen het ook op een aantal andere Facebooken. Ik maar trouw en braaf schrijven en er maar op vertrouwen dat ik niet voor dovemans oren mijn tijd aan het verprutsen was/ben. Het dagboek belandde bij de EJA, European Jewish Association, en die lieten het vertalen in het Engels en ook daar wordt het één keer per week geplaatst. En naar ik langzaam begin te vernemen wordt het ook door Nederlanders in Israël gelezen. Maar wat is er nou zo interessant aan mijn dagboek? “Een inkijk in het leven van een rabbijn”, krijg ik steeds te horen. Maar begrijpen doe ik het nog steeds niet. Maar, en dat is een belangrijke regel in mijn leven, ik probeer niet alles te begrijpen.

     

    Ik had een uitgebreid gesprekje (ik zet het maar even in het verkleinwoord omdat het gesprek van bijna een uur slechts vijf minuten had zullen zijn…) met een journalist over Forum voor Democratie. Uiteraard niet over hun politieke opstelling, want daarmee houd ik me niet bezig, maar over antisemitisme in ons land en dan specifiek de emotie rondom dit fenomeen. Welke oplossing ik zie. Heel simpel: ik zie geen oplossing. Antisemitisme was er, is er en zal blijven. Het is een onuitroeibaar virus. Is dat logisch, neen. Kunnen we er iets aan doen? Neen. Maar wel kunnen we werken aan het bestrijden van de symptomen. Het was een fijn gesprek dat voor mij ook erg interessant was. De journalist was namelijk toch wel erg verbaasd en geschrokken over de brede aanwezigheid van antisemitisme in onze huidige samenleving. Het leek nieuw voor hem. Dus het was goed dat ik hem heb gesproken. Hoe moet mijns inziens de symptoombestrijding worden aangepakt? Wat is de grote boosdoener? POLARISATIE.  En dus moet de nadruk liggen op de NUANCE. Maar, en nu ga ik weer terug naar mijn onbegrip over het kennelijke nut van mijn dagboek: hoezo belde de journalist naar mij om mijn mening te horen over Forum voor Democratie? Hoe wist hij van mijn bestaan? Hij had mijn dagboek een paar keer gelezen!

     

    Ondertussen ligt Nijmegen nu definitief vast. De Menora wordt publiekelijk aangestoken op 15 december. Burgemeester zal spreken, de Nijmeegse rabbijn Mendel Levine steekt aan, muziek van mijn tandarts en daarna spreek ik. Even een korte uitleg over ‘muziek van mijn tandarts’. Hij is Joods, afkomstig uit Armenië (vluchteling), heeft in Israël gewoond, nu woonachtig in Nijmegen en heeft een tandartsenpraktijk genaamd Welcome in Arnhem. Klinkt dus erg Joods! Joden leven nu eenmaal erg verspreid over de wereld als gevolg van vluchten door de eeuwen heen. Op vliegvelden tref je, althans in mijn beleving, veel Joden. Als een kind uit een gezin in Bunschoten gaat verhuizen na zijn huwelijk naar bijvoorbeeld Amersfoort, is dat al heel wat, bijna een traumatische ervaring voor de ouders vanwege de afstand. Als wij onze kinderen willen zien, moeten wij per KLM en niet met de lokale bus of trein. Dat is ons normaal.  Als ik bij ‘mijn muzikale tandarts’ in de stoel zit is de helft van de tijd het gezeur in mijn mond en de andere helft kletsen we bij in het Ivriet over de situatie van Joods Nederland en in de rest van de wereld. Ook hij leest mijn dagboek, af en toe, zoals hij me vertelde. Ik denk trouwens dat het meer af is dan toe. Maar los hiervan ben ik benieuwd hoe de muziek van mijn tandarts, na het ontsteken van de Menora, zal klinken. Ik hoop beter dan het geluid van zijn boor.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Opperrabbijn als rechter

    Hoewel het vandaag niet echt soeka-weer was, want er waren enorme plensbuien, toch was het iedere keer als we wilden gaan eten kurkdroog. En dus heb ik niet een keer moeten uitwijken naar de woonkamer of, en dat zou ik dan gedaan hebben, in de soeka gegeten met een dicht dak!

     

    Vanochtend heb ik weer wat ‘gewoon’ rabbinaal werk verricht. Een baby geboren en die moet een brith milah hebben, een besnijdenis. Omdat de ouders geen bekenden zijn van de Joodse Gemeente moet ik op het laatste moment uitzoeken of de moeder inderdaad Joods is, want ervaring heeft me geleerd dat velen pas op het allerlaatste moment mij benaderen. En dus mag ik weer het vuile werk doen. Nou hoor ik u redeneren: als de moeder zegt dat ze Joods is waarom zou ze het dan niet zijn? U stelt een goede vraag, maar ik moet als rechter, want dan ben ik dan even, tot een rabbinale uitspraak komen. Ik ben dan even geen psycholoog en ook geen pastorale werker. Feiten! Overigens heeft de Brith Milah, de besnijdenis, inmiddels plaatsgevonden. Mazzeltov. Weer een Joods jongetje opgenomen in het oeroude verbond.

     

    En dus heb ik niets te maken met de vraag waarom iemand zich zou willen uitgeven als Jood of Jodin als hij of zij dat niet is. Maar even ter informatie: vele keren heb ik aangetoond dat mensen een bewijs van Jood-zijn willen hebben die van geen kant iets met Joden te maken hebben of hebben gehad. Ik herinner mij een mevrouw die aangaf dat ze Joods was, niemand die daaraan twijfelde, ook ik niet. Alleen op een gegeven moment wilde zij voor haar dochter een verklaring hebben dat haar dochter een Joodse moeder heeft. Toen er geen enkel bewijs bestond gaf ze aan dat ze was geadopteerd. Haar ouders hadden haar op weg naar de concentratiekampen afgestaan aan haar pleegmoeder. Maar die pleegmoeder mocht ik niet benaderen, want dat was voor haar te emotioneel. En de naam van haar echte ouders wist ze ook niet.

    Van mij wordt dat verwacht uiteraard vriendelijk te blijven en heel erg goed te luisteren. Waar klopt haar verhaal wel en waar niet. Mijn taak is om haar te helpen in het aantonen van haar Jood-zijn, maar het moet waar zijn. Het betrof hier een keurige, gestudeerde en vermogende vrouw. Ze maakte absoluut niet de indruk dat er iets mis met haar zou zijn. Maar het bevreemde mij wel dat ik haar pleegmoeder niet mocht benaderen. En ook navraag bij het ziekenhuis in Parijs waar zij zeker wist dat ze daar was geboren, werd mij door haar niet toegestaan. Uiteindelijk bleek er iets heel essentieels in haar verhaal niet te kloppen. Haar ouders hadden haar op weg naar Auschwitz afgegeven aan haar pleegmoeder, alleen de datum die ze opgaf en waarover ze zeer stellig was, klopte niet. Auschwitz bestond toen nog niet en er waren toen nog geen deportaties vanuit Frankrijk naar de vernietigingskampen. Ik heb haar dat stuk van haar geschiedenis laten opschrijven, nog een extra keer nagevraagd of alles klopte en speciaal de datum. Nadat ik haar had geconfronteerd met deze onmogelijke datum van transport van haar ouders, vertrok ze bij de Joodse gemeente. Nooit meer van haar ook maar iets vernomen.

     

    Maar ook vandaag werd ik gebeld door een Israëlische arts die ergens binnen de EU werkzaam is in een Academisch Ziekenhuis. Zijn Jood-zijn leidt geen twijfel. Maar hij wil weten wie zijn grootouders waren, Nederlanders van ver voor de oorlog. Niets weet hij over hen. Ik meteen in de telefoon geklommen en kijk, na enige uren heb ik familie boven weten te krijgen waarvan hij het bestaan überhaupt niet wist. De arts en de familie zijn met elkaar in contact gekomen. Beiden zijn erg verheugd. De jonge arts had niet kunnen dromen dat er van zijn voorgeslacht nog overlevenden zouden zijn.

     

    Maar om even terug te keren naar het begin van mijn dagboek van vandaag: Terwijl ik aan het schrijven ben heb ik al drie keer het regen-dak van de Soeka mogen openen en sluiten omdat het begon te regenen of omdat het juist weer droog was.

     

    Zojuist zijn we teruggekeerd van een feestje in de soeka van Almere. Het was uiteraard rustiger dan andere jaren, maar aan Simcha ontbrak het niet. Volop te eten in de grote soeka, alles p.p. verpakt.

    Een prachtige show met vuur. Fakkels, vuurspuwen, met vuur een soort levend roulette spelen en dat alles onder een aandachtig luisterend publiek en in een maar niet stoppende regenbui die bijna deed denken aan de vloedgolf uit de tijd van Noach.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • PKN biedt excuses aan voor rol in Jodenvervolging, Dagboek van een Opperrabbijn

    https://www.nporadio1.nl/dit-is-de-dag/onderwerpen/66735-2020-10-22-pkn-biedt-excuses-aan-voor-rol-in-jodenvervolging

     

    Soms verlopen dagen totaal anders dan verwacht, en dat was dus vandaag het geval. PKN had bekend gemaakt dat ze een verklaring gaan uitgeven waarin ze schuldbelijden voor de houding van de kerken in de oorlog. En dus kreeg ik het eerste telefoontje al om 8 uur vanochtend van het Reformatorisch Dagblad met de vraag: Wat vindt de Joodse Gemeenschap hiervan? Lastig, want als er wordt gevraagd wat ik ervan vind, kan ik meteen een antwoord geven, maar als ik de woordvoerder word van de gehele Joodse Gemeenschap, wordt het ingewikkelder. En toch meen ik wel globaal te weten hoe er over de schuldbelijdenis gedacht wordt binnen Joods Nederland. Maar ik had hierover nog nauwelijks kunnen nadenken of Family7 aan de lijn, toen Grootnieuws radio, daarna de Telegraaf en uiteindelijk NPO1 Dit is de Dag. En omdat de titel van mijn dagboek gewoonlijk de kortste samenvatting is van mijn dagvulling, werdhttps://etc> vandaag de kop!

     

    Overigens werd ik tussendoor wel nog geïnterviewd door een student van de school voor de journalistiek uit Zwolle, maar dit ging niet over de schuldbelijdenis, maar “gewoon” over antisemitisme. Als u wilt weten hoe ik denk over die schuldbelijdenis, klik dan op de titel van vandaag of kijk op de voorpagina van het Reformatorisch Dagblad. Eigenlijk heb ik niet veel meer kunnen doen dan die schuldbelijdenissen, want hoewel ik niet veel moest voorbereiden, vroeg het wel veel tijd, want iedere tien minuten in de lucht vereist minstens het vierdubbele aan voorbesprekingen.  Dus eerst vanochtend een half uur de vraag van Dit is de Dag of ik wil meewerken en of ze mij überhaupt wel willen. Toen om 15: 00 uur een voorbereidingsgesprek, een half uur naar Hilversum rijden, een uur in de studio en toen weer een half uur terug. Hoewel de andere uitzendingen via zoom verliepen, waren ook daar voorbesprekingen en het testen van geluid, inloggen, telefoon uitproberen en ook nog bij Family7 een storing eerst in beeld en toen dat was opgelost in het geluid.

     

    O ja, ik vergat bijna dat ik vanochtend een zoom-vergadering had met Stieneke van de Graaf. Zij is fractielid van de CU in de Tweede Kamer. Wat moest ik van haar? Er is een wetsvoorstel in aantocht die het mogelijk maakt dat bij een burgelijke echtscheiding ook door de rechter uitspraak wordt gedaan dat de man of de vrouw op straffe van een dwangsom aan een religieuze echtscheiding moet meewerken. Zondermeer een prima zaak. Voorkomt treiterende mannen die weigeren mee te werken aan een religieuze echtscheiding nadat de civiele echtscheiding reeds heeft plaatsgevonden. Deze wet zal zeker soulaas bieden aan de Islamitische Gemeenschap in ons land. Maar door deze goedbedoelde wetswijziging, komen wij Joden juist in de knel. Als de rechter namelijk de man, die doet meestal het moeilijkst en treitert het graagst, dwingt een get (religieuze scheiding) af te geven, dan is die get volgens Joods religieus recht ongeldig omdat de man de get niet uit vrije wil heeft afgegeven. En dus, hoewel het goed is dat er een wetsvoorstel in de maak is die wil voorkomen dat mensen die civiel gescheiden zijn, toch nog religieus aan elkaar vast blijven zitten, werkt dit wetsvoorstel voor de Joden precies averechts en zal er voor de Joodse gemeenschap hier ter lande een kleine aanpassing in het wetsvoorstel moeten komen, zodat de vervelende echtgenoot niet kan treiteren. Hoe dat wetsvoorstel jurdisch dan in mekaar moet zitten, wist ik niet precies en dus had ik Mr. Loonstein mee laten zoomen.

     

    Geheel los van zoom, radio, tv en andere media, had ik een probleempje: ik krijg bijna iedere dag een e-mail met verzoek om te doneren. En dat doe ik graag, maar toch aarzel ik. Wie geef ik wel, wie geef ik niet? Sinds een week ontvang ik bijna dagelijks een e-mail van een vader wiens dochter van 16 jaar op het vliegveld van Bulgarije is gearresteerd vanwege een ‘onschuldig’ pakje dat ze had meegenomen uit Israel. Een tragedie! Het kind hangt een gevangenisstraf van meer dan tien jaar boven het hoofd. Vader vraagt geld om zijn dochter vrij te krijgen en om een goede advocaat te regelen.  Bovendien is vader een appartement in Bulgarije gaan betrekken om in de buurt van zijn dochter te kunnen blijven die hij wel iedere dag mag bezoeken. Ramp! En dus heeft hij dringend geld nodig. Maar hoe weet ik of dit verhaal klopt? Iedere dag krijg ik tragedies lijkend op deze bedel-e-mail in mijn inbox. Dan weer een kind dat ongeneeslijk ziek is en een operatie behoeft, dan weer etc etc. Je kunt het zo tragisch niet noemen of ik ontvang er wel een bedel-e-mail over. Wel geven? Niet geven? Bij twijfel, niet inhalen? Maar wat heet hier “niet inhalen”? Lastig!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

     

     

     

     

     

  • Rariteitenkabinet. Dagboek van een Opperrabbijn, 25 oktober 2020

    Soms lijken mijn e-mail INBOX en mijn brievenbus, waar slechts spaarzaam wat invalt,  op een rariteitenkabinet. Ik laat u meelezen in een paar e-mails en brieven die ik de laatste dagen ontving:

     

    • “Ik ben een tiener die op onverklaarbare wijze een enorme aantrekkingskracht ervaart naar uw prachtige religie. Alles in mij trekt ernaartoe”. Netjes doorgestuurd naar iemand, een Joodse dame, die ik eerst had benaderd en die ze mag bellen om al haar vragen te stellen. Ik vermoed een stuk eenzaamheid achter haar hunker naar Jodendom, of problemen thuis of inderdaad een diepreligieus gevoel. Graag wil ik haar helpen, maar ik moet wel oppassen, geen idee wie zij is, waar ze woont en hoe ze aan mijn adres komt.
    • “Mijn vader wordt volgende week 80 jaar. Mijn moeder is vorig jaar plotseling overleden en dus is vader erg verdrietig en vooral eenzaam. Ik en mijn broer wilden een mooi feest voor hem maken, maar corona heeft het onmogelijk gemaakt. U kent mij en mijn vader niet, maar vader kent u wel en leest, als gelovig christen, met belangstelling uw dagboeken. Speciaal de grappen vindt hij erg leuk. Ben ik erg onfatsoenlijk als ik u vraag om mijn vader op zijn verjaardag maandag aanstaande te bellen.” Natuurlijk ga ik bellen, al ware het alleen al om de zoon, die zich zo ontroerend inzet voor zijn vader, te ondersteunen.
    • Een brief (reguliere post bestaat dus kennelijk ook nog!) uit Duitsland aan “the relatives of Carolina Fronica A Jacobs de Leeuw”. Wat die A erin doet weet ik niet, maar dit is dus mijn moeder die 8 jaar geleden op 97-jarige leeftijd is overleden. Afzender is Conference on Jewish Material Claims Against Germany. Mijn vader, die 20 jaar geleden op 82-jarige leeftijd is overleden, heeft, zo staat in de brief, recht op €1539,00 per kwartaal. Voorwaarde is wel dat mijn vader, op het moment dat het bedrag zal worden uitgekeerd, nog in leven is. Fijn dat mijn vader op zo’n mooi bedrag recht zou hebben gehad. Misschien krijg ik over een paar jaar een brief gericht aan the relatives van mijn vader, dat mijn moeder eenzelfde bedrag zou hebben mogen ontvangen! Het geeft me in ieder geval een rijk gevoel!
    • En wat denkt u van onderstaande:

    Datum uitspraak : 19 maart 2018

    AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

    Uitspraak in het geding tussen:

    Stichting Werkgroep Behoud de Peel, gevestigd te Deurne

    apellante

    en

    Het College van gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

    verweerde

    Een grote brand eind april 2020 legde 800 van de 1200 hectare veengebeid in de Deurnsche Peel in de as. Onder leiding van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost hebben brandweer, politie en brandweer dagenlang samengewerkt onder moeilijke omstandigheden

     

    Bovenstaande kwam per reguliere post, gericht aan Het Secretariaat en dan mijn huisadres. Afzender staat nergens vermeld! Het is me niet echt duidelijk wat er nu van mij wordt verlangd. Als iemand een idee heeft: ik houd me aanbevolen!

    • En dan een verzoek van een niet-joodse historicus. Hij heeft uitgevonden dat een Joodse vrouw in de oorlog is overleden aan een natuurlijke dood. Zij zat ondergedoken en is in het geheim begraven, uiteraard op een algemene begraafplaats. De historicus heeft haar graf gevonden en verzoekt aan mij, via BenW van het dorp waar ze begraven ligt, of zij alsnog begraven kan worden op een Joodse begraafplaats. Geweldig! Ik meteen contact opgenomen met mijn Rabbinale Archeoloog. Dat is gewoon een archeoloog die Joods is en zich heeft gespecialiseerd in de halagische aspecten van dit soort klussen onder mijn rabbinale leiding. (Dat betekent dus in praktijk dat hij al het graafwerk verricht, met grote zorgvuldigheid, en ik sta erbij en geef als een van de stuurlui aan de wal hier en daar aanwijzingen en prevel de nodige gebeden.) Maar even los van dit tussen haakjes ge(mis)plaatste grapje: Wat een bijzondere klus. Wij, mijn archeoloog Drs. Leo Smole en ik, hebben echt het gevoel dat we haar thuis mogen brengen, na waarschijnlijk in het holst van de nacht, vestoken van haar familie, in groot geheim en eenzaamheid te zijn begraven en meer dan 75 jaar in volledige anonimiteit te hebben verkeerd. We beginnen aan de klus, gaan eerst nog proberen te achterhalen of er nog ergens familieleden in leven zijn en willen haar dan alsnog een waardige Joodse begrafenis geven. Uiteraard zullen de Joodse Gemeente die de eigenaar is van de begraafplaats waar zij nu verder zal mogen rusten, en Eduard Huisman, de functionaris van het NIK die belast is met alle Joodse begraafplaatsen, er zo spoedig mogelijk bij betrokken worden. Er zullen vergunningen tot herbegraving moeten zijn, een kist, transport en dan een begrafenis met het vereiste quorum van tien Joodse mannen opdat er kadiesj, het gebed voor de zielerust van de overledene, kan worden uitgesproken na al die jaren. En in een later stadium ook een waardige grafzerk waarop Leo en ik willen proberen de namen te vereeuwigen van haar famlieleden, waarvan bijna zeker het merendeel zal zijn vergast. Voor hen dus nergens een graf en van hen ook geen stoffelijke resten, verdwenen via de schoorstenen van de crematoria in het duistere gat der vergetelheid. Nu dus aan de slag! Leo en ik zijn dankbaar dat we ons hiervoor mogen inzetten.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Stromingen, Dagboek van een Opperrabbijn 23 september

    Gisteren had ik beloofd om uitleg te geven over de diverse stromingen binnen het Jodendom en hoewel uitleg en leringen niet echt tot een dagboek behoren, ben ik toch maar zo vrij om de vrijheid die ik heb te misbruiken.  Van-huis-uit ben ik een typische jekke. Ik vermoed dat u, speciaal mijn niet-joodse lezer, het even niet kunt volgen. Het Jodendom bestaat uit stromingen die weliswaar precies dezelfde uitgangspunten hebben qua wetgeving (halaga) en qua geloofspunten, maar die onderling verschillen in beleving. Uitleg: een gezin met tien kinderen. Allen gaan ze dagelijks naar school (althans in het precorona tijdperk), ze doen allen aan sport, eten allemaal, slapen, lezen etc. Allen doen ze alles, alleen de een legt meer de nadruk op sport, de ander is meer een boekenwurm. Zo ook bestaat het Traditionele Jodendom, dat de eeuwen heeft weten te trotseren, uit stromingen die onderling geen dogmatische verschillen kennen, maar wel andere aspecten benadrukken. Een voorbeeld: er is een stroming die vrij in zichzelf is gekeerd, om zichzelf een muur heeft gebouwd om het moreel verval van onze huidige maatschappij buiten de deur te houden. Een andere stroming zal juist omdat er ‘buiten’ veel rotzooi is, geen muur opwerpen maar juist het ‘buiten’ opzoeken om de wereld te verbeteren. Beide benaderingen hebben hun voor en tegen. Door om mezelf en om mijn gezin een muur te bouwen, loop ik het risico dat de sfeer thuis verstikkend werkt en de kinderen als het ware uitbreken, de engte van het geloof niet meer aankunnen en hun leven buiten het geloof gaan plaatsen. En als er geen muren meer zijn, bestaat het risico dat niet de rabbijn de samenleving beïnvloedt, maar de alles-mag-en-en-alles-kan-cultuur de rabbijn. Welk van de twee stromingen is de juiste? Antwoord: beiden zijn juist, maar verschillend. Ik zit dus bij die tweede stroming, vandaar mijn naar-buiten-treden, vandaar dit dagboek, vandaar contact met andersdenkenden. Maar vandaar ook dat ik voortdurend moet oppassen geen grenzen te overschrijden en me niet door de omgeving te laten beïnvloeden. Maar ook moet ik ervoor waken geen situaties te creëren die verkeerd vertaald zouden kunnen worden. Was het veertig jaar geleden geen enkel probleem om een bejaarde dame thuis te bezoeken, heden ten dage moet ik daar erg voorzichtig mee omgaan. Derden zouden vertaalslagen kunnen maken die ongepast zijn en schadelijk. Maar dat is toch niet uw probleem, hoor ik u denken. Mis! Gelijk kwaadsprekerij een verbod is, is het ook verboden door je eigen gedrag anderen de gelegenheid te bieden om over jou te gaan roddelen. En dus trek ik erop uit en ben voortdurend mezelf aan het afvragen: waar ligt de grens? Maar, en daarmee begon ik dit dagboek, wat is een jekke? Jekkes zijn Duitse en Nederlandse Joden. Heel punctueel, altijd op tijd, alles van tevoren vastgelegd, een dagelijks ritme dat weinig ruimte laat voor het toeval. In het Nederlands zouden we zeggen: typisch Calvinistisch. Maar ik heb een beetje en langzaam dat jekkische huis verlaten en vertoef nu in de sfeer van dat Jodendom zonder muren, maar wel met die ietwat neurotische drang naar geordendheid. Vandaar onder andere dit dagboek, dat dus al maandenlang verschijnt en dagelijks precies op tijd klaar is. Mijn geordende achtergrond laat het niet toe om af en toe toch een dagje over te slaan!  U kunt me nu dus een beetje beter plaatsen.

     

    Maar vandaag had ik geen goed omlijnd programma. Voorbereiding voor Jom Kippoer, de Grote Verzoendag, zondagavond en de gehele maandag. Toespraak voorbereiden. Ook nog morgenavond een zoom-lezing. En natuurlijk, omdat ik voorga in de gebeden, dat weer voorbereiden. Ik ken de gezangen en melodieën wel, maar toch moet ik dat ieder jaar weer opnieuw vooraf doornemen. Een jonge collega wil dat ik een bepaald deel van de dienst inzing op zijn whatsapp, dus dat heb ik vandaag ook nog even gedaan en, zeer belangrijk, mijn wandeling-op-tempo ontbrak vandaag niet, hoewel ik de laatste dagen wel te veel spijbel in dezen. Niet goed en strookt niet met mijn jekkisch geordende gedrag.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks

  • Vaccin verliest van de Minister, Dagboek van een Opperrabbijn, 1 november 2020

    Mijn blik viel vandaag op de column in het NIW van Michel Waterman waarin hij schrijft: “Ik moet vandaag mijn column inleveren en heb nog geen onderwerp. Ik kan u verklappen dat mijn bewondering voor columnisten die dagelijks produceren, sterk is toegenomen.”

     

    Toen ik dit had gelezen vroeg ik mezelf gevleid af of dat compliment voor mij bedoeld was. En dus rees bij mij de vraag: Ben ik nou rabbijn of columnist? Maar toen dacht ik ook even terug aan die psychotherapeut die mijn dagboek zag als een therapie. Na enig denkwerk kwam ik tot de conclusie dat mijn dagboek een combinatie is van 1: rabbijn 2: columnist 3: therapie. En dus was het compliment van Waterman niet aan mij gericht. Jammer, want af en toe heb ik wel behoefte aan een schouderklopje (met de ellenboog uiteraard, vanwege corona!), speciaal als ik weer eens onder vuur lig.

     

    Een ietwat uit de context gehaalde krantenkop haalde een paar voorpagina’s, waarna mensen gingen reageren. Dat was geweldig want dat betekent dat ik niet tegen dovenmansoren schrijf, mijn boodschap komt aan. Wat mij bijna stoorde was dat een (buitenlandse) collega, die kennelijk weinig anders te doen heeft dan het volgen van mijn dagboek, in contact is getreden met de niet-joodse journalist om tegen de (onhandige) krantenkop te protesteren. Het vloog even door mijn gedachte om hem een WhatsApp te sturen met mijn telefoonnummer. Dan kan hij bij een volgende gelegenheid eerst even bellen alvorens van een mug een olifant te maken bij de journalist die mij dan weer belt en niet snapt waarom hij boos wordt benaderd. Maar die WhatsApp heb ik niet gestuurd en ga ik ook niet sturen. Reden?

     

    Geleerd uit het gesprek tussen Awraham en Lot waarover sjabbat jl. werd gelezen in alle synagogen ter wereld: “Er ontstond twist tussen de herders van de kudden van Awram en de herders van de kudden van Lot…. Toen zei Awram tegen Lot: Laat er toch geen twist zijn tussen mij en jou en tussen mijn herders en jouw herders….Maak je toch los van mij; als het naar links is, ga ik naar rechts, is het naar rechts, dan ga ik naar links (Bereesjiet/Genesis 13:7-9). Waarom, mogen we ons afvragen, laat Awraham de keus aan Lot. Het gebied, het latere Israël, was toch het eigendom van Awraham. G’d had hem dit stuk grond toegezegd. Hij had Lot kunnen aantonen dat hij de beste papieren had!? Als we de Hebreeuwse tekst even grammaticaal bekijken zien we dat het Hebreeuwse woord voor twist de eerste keer in de mannelijke vorm staat en de tweede keer in het vrouwelijk. Twisten ontstaan het snelst tussen mensen die heel veel met elkaar samen zijn. De meest geschikte plaats voor twisten is dus het huwelijk! Hoe gaan we hiermee om? Moet de man proberen zijn gelijk te halen? Moet de vrouw voet bij stuk houden? De beste manier om met (huwelijkse) meningsverschillen te dealen is: accepteren! En daarom staat het woord twisteen keer in de vrouwelijke verbuiging en een keer in de mannelijke. Awraham begreep dat hij zijn gelijk had kunnen halen bij Lot, maar was er ook van doordrongen dat het beter is om de tegenstander, Lot in dit geval, gewoon z’n zin te geven. Voor de toekomst betekent dit winst. En dus zal ik mijn weleerwaarde collega in dezen niet benaderen en als we elkaar weer tegenkomen gewoon doen alsof mijn neus bloedt! Therapeutisch (3) heb ik het dus bij deze van me afgeschreven, ik heb er een column (2) van gemaakt en, het meest belangrijk, ik heb geleerd (1) van onze aartsvader Awraham!

     

    Wat we dus merken is, dat mensen vaak niet in staat zijn om buiten hun eigen beperkte cocon te kijken en/of te denken. Zoiets heet egoïsme, gevolg van de afgod IK. En dat probleem komen we helaas veelvuldig in onze samenleving tegen en kan zeer schadelijk zijn.

     

    Dr. Marcel Levi, medisch directeur van tien ziekenhuizen in Londen en de zoon van mijn voormalige voorzitter van het Sinai Centrum, is van mening dat het vaccin tegen corona reeds nu toegediend zou moeten worden. Maar de Britse Minister wil dat nog niet omdat misschien één van de 50.000 last zou kunnen krijgen van een bijwerking omdat het vaccin nog niet 100% is uitgetest. Levi legde de Minister uit dat zelfs als één op de 50.000 een ongewenste bijwerking krijgt, het nog steeds de moeite waard is om het vaccin reeds nu in te zetten, omdat daarmee voorkomen kan worden dat honderden besmet worden met corona en een algehele Lockdown de samenleving ernstig ontwricht. De Minister reageerde hierop, volgens de krant die Dr. Levi citeerde, dat als honderden sterven aan corona, hij, de Minister, nauwelijks verwijten zal krijgen. Maar als er ook maar één persoon slachtoffer wordt van het vaccin dat hij heeft goedgekeurd, hij met kritiek zal worden overstelpt. De Britse Minister is dus ook een volgeling van de afgod IK, gelijk mijn collega, met dien verstande dat er door het gedrag van de Minister, G’d behoede, mensen komen te overlijden, maar het gedrag van mijn collega heeft een positief resultaat: een onderwerp voor mijn dagboek van vandaag!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

     

  • Van Den Helder naar Sobibor, Dagboek van een Opperrabbijn 15 oktober 2020

    Ik ben weer ouderwets pré-coronaansch gevloerd. Om 11:30 uur vertrokken en nu om 19:00 uur thuis. Ik werd gereden door mijn vaste driver en omdat ik dus zelf niet reed, had ik alle tijd om mijn zoom-sjioer die ik om 20:00 uur moest geven voor RabbijnenNL voor te bereiden. En natuurlijk de telefoontjes en e-mails. De eerste stop was Den Helder. Onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de 118 Joden die werden weggevoerd. Uiteraard was alles in de open lucht en in zeer afgeslankte vorm. Burgemeester had eerst niet willen komen om te voorkomen dat hem verweten zou worden toch ergens publiekelijk aanwezig te zijn. Maar uiteindekijk was hij er toch, hield een gloedvol betoog voor het kleine selecte gezelschap. Het was goed, zo gaf ik aan in mijn toespraak na de onthulling, dat we toch bijeenkwamen. Goed omdat er fotografen en journalisten gekomen waren om de boodschap van dit monument verder uit te dragen. Afgelasten had ik onjuist gevonden. Voor mijn gevoel zou het ongepast en oneerbiedig zijn voor hen die hier toch nog hun eigen ‘grafzerk’ hebben gekregen na meer dan 75 jaar.

    Luister hoe treffend de staddichter Regina Kikkert het verwoordde:

    Deze stenen in Den-Helder

    vertellen een geschiedenis

    van liefdeloze onvrede,

    een tijd van diepe duisternis.

     

    Steen is onvergankelijk,

    markeert de Eeuwigheid op aard

    zelfs weer en wind kan het doorstaan

    en blijft ten allen tijd bewaard.

     

    Verzonken in Helderse grond

    zijn Joodse namen thuis gebracht,

    een teken van identiteit

    en in een monument herdacht.

     

    Beschermd door de dijk en pieren,

    dicht bij de duinen, zee en kust,

    veilig beschut in de luwte

    komt een levensverhaal tot rust.

     

    In herinnering verbonden

    spreekt elke steen, zijn eigen taal.

    Geëerd wordt heel het mensbestaan

    als medeburgers, allemaal.

     

    Met stil respect, vertraagd de pas,

    verleden tijd….. maakt nieuw begin.

    ZIJ ZULLEN NOOIT VERGETEN ZIJN,

    want zij gaan mee, de toekomst in.

     

    De Vrede is een kostbaar goed

    die wordt gekoesterd en bewaakt.

    Onder de Nederlandse vlag

    wordt een stil, eerbetoon gemaakt.

     

    Voor allen die gestorven zijn

    klinkt een SHALOM als welkomstgroet,

    in het Huis van de Eeuwige

    rust hun ziel in Vrede, voorgoed.

     

    Maar los hiervan: we zien in onze huidige corona-bubbel dat corona alles en iedereen overheerst. Ziekenhuizen zijn aan het afschalen.  Ik begrijp het, want corona is een zeer gevaarlijk virus. Maar antisemitisme is minstens zo sluw en onberekenbaar. We weten allen dat het coronavirus een beperkte levensverwachting heeft, uiteindelijk zal het uitgeroeid zijn of op z’n minst behandelbaar. Maar met het virus antisemitisme zal het niet zo goed aflopen. Dat venijn heeft zich bewezen onuitroeibaar te zijn en zit in een bijna voortdurend proces van mutaties. We hadden eerst het verkeerde geloof, toen veroorzaakten wij de pest, mijn ouders hadden het verkeerde ras en ik ben zionist en wordt ook al op social media verklaard tot de fabrikant van Covid-19. En daarom was de korte bijeenkomst met een zeer beperkt publiek zo enorm goed en indrukwekkend.

    Van Den Helder naar Heemstede voor een bespreking met het bestuur van de Joodse Gemeente Noord-Holland Noordwest en toen naar huis na onderweg nog een telefoontje uit IJsland te hebben gehad. Toch onbegrijpelijk dat iemand uit IJsland mij zomaar weet te vinden tussen de Kanaalweg in Den Helder en de synagoge in Heemstede. We vinden het allemaal maar gewoon, maar dat is het toch echt niet!

    Het was dus een positieve dag en met een goed gevoel kwam ik weer thuis. Ik gaf mijn Zoom cursus en in plaats van naar bed gaan, ging ik toch nog de documentaire over de opstand in Sobibor bekijken. Alles kwam weer boven. Ik ben de generatie van direct na de oorlog. Ik ben grootgebracht met vóór en ná de oorlog, ik weet nog dat mijn ouders hebben geleden en alles in het werk hebben gesteld om mij er niet mee te confronteren. Wij, de generatie die nu al in de zeventig is, wij moeten doorvertellen wat onze ouders niet durfden bespreekbaar te maken. In het Sinai Centrum woonden de mensen die de oorlog wel en niet hebben overleefd. Streepjes-pyjama’s waren niet toegestaan. De verpleegsters mochten geen laarzen dragen en douchen kon ook echt niet. Onze bewoners wisten namelijk niet of er water of gas uit de douchekoppen zou komen……Ik verwijt mijzelf dat ik misschien niet goed genoeg doordrongen was van hun pijn. Ik weet zelfs niet hoe mijn lieve vader en mijn lieve moeder wel of niet nog hebben geleden van hun onderduik en verlies van hun naasten en hun angsten. Van mijn moeder hoorde ik de innige dankbaarheid voor de mensen bij wie zij is huis was geweest en die door en door goed waren. Haar angsten heeft ze nauwelijks met mij gedeeld. “Wij hebben het goed gehad, want wij waren niet in de kampen” heb ik honderden keren van mijn moeder moeten horen. Ik stop. Ik moet nog kunnen slapen. Den Helder was goed. Maar ook de onthulling in Warnsveld die zojuist is afgelast, moet mijns inziens doorgaan. Dan maar met minder mensen. En ik moet luisteren naar Jules Schelvis die in de documentaire de opdracht gaf om het door te vertellen……Wij, de second generation, moeten de opdracht “om niet te vergeten” overnemen, ook als dat onszelf schaadt, want het terugdenken aan en het zien van dit soort documentaires laat me niet onberoerd.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Verstoord contact, Dagboek van een opperrabbijn, 27 oktober 2020

    Als rabbijn mag je steeds vooraan staan, ik mag rondlopen met mijn koninklijke onderscheiding, verschijn in de media en nog veel meer van dit soort leuke dingen. Maar verkijk u niet! Er zijn vele nare klussen. Werk achter de schermen. Fouten begaan door derden die ik mag rechtbreien. Tragedies die ik mag proberen te begeleiden. Beslissingen nemen voor andere mensen die op mijn kompas willen varen. Jaloezie! Gisteren kwam iemand naar me toe met de oprechte vraag waarom ik niet gewoon stop met mijn werk. Gewoon met pensioen, genieten van de natuur, veel op vakantie gaan. Maar zo zit ik niet in mekaar. Ik ben naar Nederland gekomen om de Joodse gemeenschap te steunen, daar waar mogelijk te bouwen, een bijdrage te leveren. Is dat altijd makkelijk? Altijd leuk? Zeker niet! Maar het leven is nu eenmaal niet altijd gezellig.

     

    Ik herinner mij toen mijn voorganger Opperrabbijn Berlinger zl. mij vroeg om hem op te volgen. Hij zat al in een rolstoel toen hij mij, bij het 25-jarig bestaan van het Sinai Centrum in Amersfoort, publiekelijk aankondigde als zijn opvolger. Nadien vroeg hij of ik taken van hem wilde overnemen. Ik heb daarop positief geantwoord, maar, zo gaf ik aan, problemen die gekoppeld zitten aan het afgeven van zogenaamde Rabbinale Verklaringen en het erkennen van buitenlandse gioer-toetredingsverklaringen, dat wil ik graag zo lang mogelijk bij u laten. Daar tuimelde hij niet in: alles of niets! En dus koos ik voor het ‘alles’. En dus zit ik mijn hele rabbinale loopbaan (hoewel ik me afvraag of rabbijn überhaupt wel een baan is!) vast aan vele erg onplezierige klussen waarmee je echt geen vrienden maakt!

    Wat speelde er dan bijvoorbeeld vandaag? Een hoogbejaarde aardige man is al jarenlang lid van een Joodse Gemeente. Het sukkelige is dat het bestuur in wijsheid (want over wijsheid menen de meeste bestuurders royaal te beschikken!) had besloten de man lid te laten worden zonder na te laten trekken door ons Opperrabbinaat of hij überhaupt wel Joods is. En nu is hij ziekelijk, begint zich zorgen te maken over zijn begrafenis op de Joodse begraafplaats, zegt zelf dat hij waarschijnlijk niet Joods is en mag ik nu uitzoeken wat zijn status is. En na enig speurwerk is het antwoord op die vraag: Neen! Een erg aardige en vriendelijke man, maar niet Joods dus! Aan mij was vandaag de eer om hem dat te gaan vertellen!

     

    En dan ook nog een gesprek met een niet-joodse man die erg geïnteresseerd is in Jodendom, nadrukkelijk zonder joods te willen worden. En dus heeft hij een vereniging opgericht, genaamd Vrienden van de Voormalige Synagoge X. om de niet meer in gebruik zijnde vroegere synagoge weer min of meer in ere te herstellen en hebben ze een lokale Joodse man zo’n beetje als hun Rebbe aangenomen. De Rebbe geeft cursussen, houdt lezingen, treedt naar buiten als het gezicht van Joods X., laat zich goed betalen, kraamt de nodige onzin uit over Joodse tradities en blijkt van geen kant Joods te zijn! Zoiets heet dus misleiding en/of oplichting. En nu mocht ik vanochtend een gesprek hebben met de voorzitter van de Stichting Vrienden van de Voormalige Synagoge X. om te kijken hoe alle aangerichte schade weg te werken, waaronder een financieel probleem want de zogenaamde Joodse Rebbe heeft het ook nog gepresteerd om er met een gedeelte van de kas vandoor te gaan.

     

    Dan is er op een andere plaats een klein foutje gemaakt door een lokale functionaris en is er iemand begraven op de Joodse begraafplaats die achteraf bezien helemaal niet Joods is. De niet-joodse familie is hierover redelijk kwaad en wil een her-begraving op een niet-joodse begraafplaats op kosten van de Joodse Gemeente. Maar we kunnen natuurlijk niet zomaar gaan opgraven en verplaatsen!  Hoe dit op te lossen weet ik nog niet, maar ik zal er wel weer iets op (moeten) vinden. Ik krijg soms van die oplossende ingevingen out of the blue, waarover ik mezelf verbaas.

     

    Ondertussen had ik eindelijk mijn nieuwe laptop gekregen. Een groot scherm gekoppeld aan een hoogwaardige kleine laptop. Maar totdat ik dat volledig aan de praat had gekregen, was ik een halve dag verder. Het grote scherm is een verademing en de kleine laptop pijlsnel. Alleen klopte er iets niet in de verbinding tussen de pijlsnelle laptop en het grote scherm. Maar na uren experimenteren heb ik, na de aanwijzingen van een deskundige te hebben opgevolgd, de laptop en het scherm aan elkaar weten te koppelen. En in feite is dat een essentieel onderdeel van mijn rabbinale baantje: verstoorde koppelingen repareren en zorgen dat als gevolg van een goede samenwerking de juiste beelden worden gevormd. Ik moest hieraan speciaal denken toen ik een telefoontje kreeg van Koen. Koen werkt voor Christenen voor Israel in Oekraïne. Zijn enige doel is: lokale rabbijnen helpen met hun werk voor de Joodse gemeenschap. Koen belt me omdat hij ontevreden is over de opstelling van een van de rabbijnen die hij met honderden voedselpakketten en medicijnen heeft gesteund. De rabbijn wil/kan geen verantwoording afleggen over de hem geschonken pakketten. Tien minuten later een totaal ander verhaal van de jonge rabbijn. Hun probleem lijkt erg veel op dat probleem tussen mijn kleine pijlsnelle laptop en het grote zichtbare scherm. Ze spraken verschillende talen, werkten niet op dezelfde golflengte, ergens een verkeerde instelling met als gevolg: een communicatiestoornis. Dat computerprobleem is dus inmiddels opgelost, maar samenwerking tussen de jonge rabbijn en de keihard werkende Koen nog niet….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Vrijheid van meningsuiting…maar wel met grenzen! Dagboek van een Opperrabbijn 9 november 2020

    Geïnspireerd door een wijze oude dame die heel voorzichtig mijn mening vroeg over het beledigen van andersdenkenden bijvoorbeeld in een cartoon, kwam ik tot de conclusie dat vrijheid ook grenzen behoeft. De eerste vraag is natuurlijk: wat is beledigen? Ik las in ‘mijn eigen NIW’: “Er moet worden gevreesd dat het beleid van de vliegtuigmaatschappij (ELAL) er alleen maar orthodoxer op zal worden”. Wat wordt hiermee bedoeld? En wat is orthodox? Je wel of niet aan de wetten houden, als dat bedoeld wordt met orthodox, is niet hetzelfde als goed of slecht. Ik herinner mij Gerhard en Beppie Caneel, overlevenden van de oorlog. Door en door goede lieve zachtaardige mensen. Beiden ernstig beschadigd uit de oorlog gekomen en toch altijd opgewekt. Iedere sjabbath kwamen ze naar de sjoel, maar verder leefden ze niet echt volgens de Joodse wetten. Mijn Jodendom zit ik mijn hart, zei Gerhard vaak. En dat was een zichtbare waarheid. Maar zij werden wel als orthodox beschouwd door gemeenteleden die alleen op de Hoge Feestdagen in de synagoge verschenen, dus drie keer per jaar. En mensen die alleen op de Grote Verzoendag in de synagoge kwamen vonden die Hoge Feestdags-Joden orthodox en mij waarschijnlijk zeer orthodox. Met andere woorden: wie legt waar welke grens? En de allerbelangrijkste vraag: moeten er wel grenzen worden gelegd? Waarom al die hokjes? Ik ben Joods en net zo Joods als Beppie en Gerhard. En of ik goed ben? Dat wordt Boven bepaald! Maar ik weet 100% dat Beppie en Gerhard door en door goede mensen waren. En dus vind ik ‘de vrees dat de ELAL orthodoxer zal worden’ een polariserende vermelding. En polarisatie is gevaarlijk, ongeacht of dit in woord is of in beeld.

     

    En ik dus gevraagd aan een aantal overlevenden wat zij vinden van de zorg van die wijze oude dame over het bewust beledigen van andersdenkenden. Alle overlevenden die ik heb benaderd deelden haar mening dat er grenzen moeten zijn aan vrijheid van meningsuiting. Ieder mag vinden dat zijn manier van denken de enige juiste is, maar er moet wel ruimte zijn voor anderen om er een andere mening op na te houden. Als ik in vlijmscherpe woorden een andere godsdienst of leefwijze veroordeel, dan moet dat mogelijk zijn. Maar als mijn veroordeling oproept om de ander te doden of te discrimineren, dan moet ik keihard tot de orde worden geroepen en wegens opruiing achter slot en grendel verdwijnen.

     

    Maar wat als ik alleen maar beledig? Als dat mag, waarom hebben wij, als Joodse gemeenschap, ons dan zo opgewonden over de praalwagens in Aalst? Alles-mag-en-alles-kan toch?

     

    Enige jaren geleden werd ik geconfronteerd met een educatief audiovisueel programma vanuit de kerken. De beelden werden met zand gevormd. Er waren beelden en een verteller. Het onderwerp was het ontstaan van het Christendom. Voor- en tegenstanders van de nieuwe godsdienst waren allen Joden. Maar in de uitzending hadden de tegenstanders lange neuzen, keken allemaal erg boos en wekten de indruk dat het slechte mensen waren. Wat voor invloed zullen die beelden hebben op de jeugdige kijkers van dat programma? Met een bevriende predikant zijn we naar de makers van het programma gegaan met als resultaat dat zij het hele programma hebben aangepast. Hun bedoeling was absoluut niet om haat te zaaien!  Ik ben een keiharde fanatieke super ultraorthodoxe voorstander van de vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van pers.  Maar wat als er niet wordt opgeroepen tot geweld, maar er wordt ‘slechts’ beledigd. Wat dan?  Die oude wijze dame is de mening toegedaan dat ook beledigen onjuist is. Ik deel haar mening. De medemens geestelijk de grond inboren, diep kwetsen vind ik onaanvaardbaar. En dus mag ik protesteren tegen de praalwagen in Aalst omdat ik dat ervaar als beledigend. De Jood met lange neus, bakken met geld en dollartekens. Ik mag ook naar de rechter stappen. Maar geweld tegen een praalwagen die een boodschap verkondigt die ik gevaarlijk vind, het recht in eigen hand nemen of oproepen om het recht in eigen hand te nemen: no way! En dus denk ik dat die oude wijze dame, zelf een overlevende van de Shoah, gelijk heeft. Alles-kan-en-alles-mag moet kunnen, maar niet onbegrensd. En daarom was ik zo verheugd dat ik zondag jongstleden ondanks corona toch met burgemeester Marcouch in Arnhem voor het Joodse monument een krans mocht leggen. Een Islamitische burgemeester en een Joodse rabbijn, stonden (vanwege corona alleen in geest) hand in hand te demonstreren dat wat toen kon gebeuren nooit weer mag geschieden. En enige uren later verklaarde de scriba van de PKN, tijdens de virtuele herdenking van de Kristallnacht, luid en duidelijk dat we samen, vanuit een diep gevoel van verbondenheid, gaan strijden tegen antisemitisme en voor vriendschap. Vrijheid van meningsuiting, van pers, van geloof: Zeker. Maar…….wel met grenzen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Ze hebben mijn schoonvader niet kapot gekregen, Dagboek 4 november 2020

    Aanstaande zondag wordt de Kristallnacht herdacht. Uiteraard, helaas, zonder publiek. Met weemoed, als je zo kunt spreken over een herdenkingsbijeenkomst, denk ik terug aan al die jaren dat ik aanwezig was in de Portugese Synagoge in Amsterdam. Toch kan het heel wel zijn dat juist dit jaar er meer deelnemers zullen zijn. Gisteravond sprak ik namelijk via Livestream over “Gebed in de Joodse traditie”. Als er een volle zaal zou zijn geweest, dan hadden we misschien honderd deelnemers gehad. Maar nu waren het minstens vier keer zoveel, en dit dan nog even los van mensen die op een later tijdstip gaan kijken. Overigens was ik wel enigszins beducht dat er veel minder kijkers zouden zijn dan gewoonlijk als ik via Livestream spreek, vanwege de persconferentie van premier Rutte. Ik had vermoedelijk wel iets minder kijkers dan de premier, maar toch, volgens de deskundigen, had ik een hoge score! Toen ik begon te spreken bekroop mij wel even het negatieve gevoel dat er geen hond zou luisteren. Maar dat gevoel werd meteen in de kiem gesmoord omdat de presentatrice, Sara, haar hondje had meegenomen die zonder een keer te blaffen de hele lezing braaf heeft gevolgd.

     

    Het is dus bijna zeker dat er dit jaar veel meer ‘aanwezigheid’ zal zijn bij de Kristallnacht herdenking, die via een of andere inloglink te volgen zal zijn, dan vorige jaren. 

     

    ‘Joods bij de EO’ wil graag na afloop van de uitzending van zondag 16:00 uur een reactie van mij in hun tv-uitzending later die avond NPO2 om 23:00 uur. En dus zat ik vandaag van 12:15 uur tot 15:30 uur in de synagoge van Amersfoort met een cameraploeg die 8:40 minuten heeft opgenomen met mijn reactie en dan ook nog 3:53 minuten van Eddo Verdoner, voorzitter van het CJO, het Collectief Joods Overleg. Overigens was de cameraploeg al in de synagoge om 11:00 uur. Dus al met al: vier en een half uur opname voor 12 minuten en drieëndertig seconden uitzending. Maar het gaat wel een mooie uitzending worden vanuit de prachtige oudste-in-gebruik-zijnde synagoge van West-Europa, met ook nog wat beelden van de pittoreske omgeving, de binnenstad van Amersfoort.

     

    Op tafel staat bij ons een 24-uurs kaarsje te branden, net aangestoken. Mijn vrouw heeft Jaartijd van haar vader. Jaartijd is de sterfdag. Acht jaar geleden is hij in Londen overleden. Hij was een Refugé Polonais, een Pools vluchteling. Maar dat was hij dus geheel niet. Hij is een overlevende van de USSR, de Sovjet-Unie, en van de Duitsers. Na de oorlog in Poking, een ontheemdenkamp in Duitsland, opgevangen door de Joint, een Amerikaans Joodse organisatie die Joodse vluchtelingen hielp. Vandaar naar Parijs, Dublin en tenslotte beland in Londen. Daar heeft hij de Britse nationaliteit aangenomen, maar hij bleef vijf jaar ouder dan hij was vanwege de valse papieren als Refugé Polonais. Dus vijf jaar langer moeten doorwerken en in het ziekenhuis moest er steeds worden uitgelegd dat hij jonger is dan hij was, want 65 is niet gelijk 70. En 90 is net iets ouder als 85! Hij kreeg overigens vaak te horen door de artsen dat hij er jonger uitzag dan hij was. Mijn schoonvader heeft een geschiedenis meegemaakt onder het communisme, die hier in Nederland nauwelijks bekend is. Alleen het communisme was goed. Anders denken was een doodzonde, een staatsgevaarlijke activiteit waarop verbanning naar Siberië stond, ondervraging door de NKGB, martelingen, uithongering, veelal tot de dood erop volgde. Ieder was verplicht gelijk te denken. Vrijheid van meningsuiting werd beschouwd als een poging om het regime omver te werpen…….Hoe dankbaar moeten wij dan zijn met onze vrijheid van Godsdienst en vrijheid van meningsuiting. Hoewel: een telefoontje van een oude wijze dame. Ze maakt zich zorgen en geeft aan dat ze mij een gekke vraag gaat stellen. Wat is mijn mening over de vrijheid van pers. Wat vind ik ervan dat alles vandaag gezegd mag worden. Cartoons gemaakt mogen worden die andere godsdiensten belachelijk maken. Ze refereert aan de afschuwelijke aanslag in Wenen, die van geen kant goed te praten is. Maar is het juist dat….. Mijn mening als rabbijn en als mezelf is dat vrijheid van godsdienst een groot goed is, dat we moeten koesteren. Ook vrijheid van meningsuiting, is goud waard. Kijk hoe mijn schoonvader heeft geleden onder een gezag dat godsdienst en vrije meningsuiting verbood op straffe van verbanning. En toch ben ik de mening toegedaan dat ook godsdienstvrijheid zijn beperkingen moet hebben en idem vrijheid van meningsuiting. Stel ik richt vandaag een nieuwe godsdienst op en een van mijn Tien Geboden is om ieder medemens van het vrouwelijk geslacht in het gezicht te spuwen. Moeten we dat dan tolereren? En het tweede gebod oproept om alle ongelovigen te doden. Mag ik dat klakkeloos aanvaarden, vanwege vrijheid van Godsdienst? En hetzelfde geldt ten aanzien van vrijheid van meningsuiting. We moeten innig dankbaar zijn dat ieder zijn eigen mening mag vormen en uiten. Maar ook daar dienen er beperkingen te zijn. Als mijn mening andersdenkenden vervloekt of hun Godsdienst diep beledigt, dan wordt er misbruik gemaakt van de vrijheid van meningsuiting en vereist die vrijheid een grens die niet mag worden overschreden. 18 Chesjwan, morgen dus, is de Jaartijd van mijn schoonvader. Vanavond dus begonnen, omdat de nacht voorafgaat aan de dag op de Joodse kalender. Maar vandaag was het 17 Chesjwan. De dag waarop de hele Joodse gemeenschap van Bobroisk, niet ver van Moscou, in 1942 werd uitgeroeid door de moffen, nadat ze Rusland waren binnengevallen. Een klein meisje van twee jaar die bij niet-joden in huis was, heeft het overleefd. Maar niemand weet waar ze is en wie ze is. Bobroisk was de geboorteplaats van mijn schoonvader. Zijn ouders, hun gezin en familieleden waren nog net op tijd uit Bobroisk gevlucht. Waarheen? Niet meer te achterhalen. Velen zijn in weeshuizen terecht gekomen, anderen moesten het leger in, weer anderen verbannen naar Siberië en weer anderen in Duitse concentratiekampen vermoord. Mijn schoonvader had acht kinderen, zevenenzestig kleinkinderen en bijna twee honderd achterkleinkinderen toen hij het aardse bestaan acht jaar geleden inruilde voor een hoger leven. Niet het communisme en niet de nazi’s hebben hem kapot gekregen!

     

    Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Zegt u maar jij. Dagboek van een Opperrabbijn 24 november 2020

    Een voormalig leerling van mij ging solliciteren bij een niet nader te noemen instantie. Om die baan te krijgen moest er eerst een sollicitatiegesprek zijn. Twee weken geleden had dat plaatsgevonden. Voordien had hij mij advies gevraagd wat wel te vermelden en wat achterwege te laten. Onwaarheden vermelden, liegen dus, is absoluut niet toegestaan, maar het is niet altijd noodzakelijk en verstandig om ongevraagd alles ter sprake te brengen. Ik legde hem uit hoe mijns inziens het best zo’n gesprek in te gaan en om voor het begin van het gesprek aan de personeelschef, die ik toevallig kende, mijn hartelijke groeten over te brengen. Zogezegd, zo gedaan. Na een goed kwartier stond hij alweer op straat, terwijl voor zo’n gesprek een uur is uitgetrokken. Uitslag zou per e-mail worden bekend gemaakt. Vandaag ontving hij per e-mail de mededeling: aangenomen! En dus kreeg ik, meteen vandaag nog, per e-mail achter in mijn auto het mooie bericht met de toevoeging: dankzij uw groeten heb ik de baan gekregen. Zo’n e-mail achter in mijn auto ontvangen doet me goed. Ik heb van tijd tot tijd bevestiging nodig. Wat me niet goed doet is het achter in de auto zitten. Ik vind dat gewoonweg gênant. Helaas vanwege corona heb ik geen keus, maar dat als een koning achter in de auto zitten, stuit me tegen de borst. Als ik een taxi neem, ligt dat anders. Zo’n chauffeur wil liever niemand naast zich hebben, automatisch neem je achterin plaats. Maar een onbezoldigde chauffeur die mij rijdt omdat hij dat plezierig vindt, niet naast hem gaan zitten, ervaar ik als gênant. Überhaupt vind ik het lastig om ergens vooraan te gaan zitten, terwijl dat wel van mij verwacht wordt. Vaak, als ik ergens acte de préséance moet geven, word ik opgewacht door een delegatie, word ik naar mijn plaats begeleid, braaf handjes geven en vriendelijk knikken, vooral niemand vergeten. Ik kan daar eigenlijk helemaal niet tegen. Reden? Ik ben van nature verlegen. Misschien ziet u dat niet aan mij af, maar dat is wel de waarheid. Alleen ik besef dat ik vanuit mijn positie vooraan moet staan, ongeacht in welke hoedanigheid ik aanwezig ben, in functie of privé. Er bestaat voor mij nauwelijks een privé, zoals er ook bijna geen in functie bestaat: ik ben altijd en onder bijna alle omstandigheden ‘Rabbijn’. En in het spaarzame geval dat ik even niet als rabbijn herkenbaar aanwezig ben, ben ik toch nog altijd de zichtbare orthodoxe Jood. Je kunt het vergelijken met een rechter in toga die de Rechtbank betreedt als iedereen al zit. “De Rechtbank”, wordt uitgeroepen, waarop iedereen zich verheft. Toen ik pas als jonge en nog onervaren rabbijn in Nederland arriveerde en ik voor de eerste keer in de synagoge aanwezig was, kwam een vriend van mij de sjoel binnen en riep duidelijk hoorbaar, de dienst was nog niet begonnen, gut shabbos Binyomin. De toenmalige voorzitter raakte daarover redelijk geïrriteerd en maakte zeer wel duidelijk aan mijn vriendje: Je noemt de rabbijn niet bij z’n voornaam! En tegen mij: mijnheer Jacobs, u bent rabbijn, u wordt geacht steeds enige afstand te bewaren. Hoewel zo’n opstelling niet echt bij mij past, klopt het wel halagisch. Van de Joodse wet wordt een rabbijn geacht enige afstand te houden. Als ik, bijvoorbeeld in Antwerpen, in orthodox Joodse kringen vertoef, word ik in de derde persoon aangesproken. “Heeft u, mijnheer de rabbijn, een goede reis gehad?” Hoewel dit soort protocollaire beleefdheden mij tegen de borst stuiten, hoewel ik er inmiddels toch wel aan gewend ben en het lijdelijk onderga, is het wel van belang. Ondanks mijn jonge leeftijd werd ik ook door mensen die zelfs ouder waren dan mijn eigen ouders, gevraagd te bemiddelen bij bijvoorbeeld huwelijksconflicten. Een collega van mij die zich vanaf dag één bij de voornaam liet noemen, werd nooit gevraagd voor dit soort problematiek. Gevolg is wel dat hij nog steeds lijdt onder het gevoel niet met respect behandeld te worden en het niet aanvaardbaar vindt dat hij publiekelijk met zijn voornaam wordt aangekondigd. De witte jas van de dokter heeft een functie, gelijk de toga van de rechter. En dus schik ik me al jaren in mijn lot. Dit betekent overigens niet dat bijvoorbeeld de geneesheer-directeur van het Sinai Centrum en ik elkaar met U aanspraken. Absoluut niet. Maar als we over elkaar spraken, bijvoorbeeld bij een toespraak, was het Dr. Lansen en Opperrabbijn Jacobs. Doet me even denken aan: zegt u maar jij, want ik haat u.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/