Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • Comité van Aanbeveling alert! Dagboek van een Opperrabbijn 16 februari 2021

    Dagboek 16 febr. 2021

    Comité van Aanbeveling alert!

    Ik heb er weer een paar baantjes bij! Baantjes hoor ik u denken. Is rabbijn dan een baan? Inderdaad! Rabbijn is geen baan (en zeker niet voor een nette Joodse jongen (!), had ik maar een vak gekozen, denk ik stiekem af en toe). Vandaag had ik dus voor mezelf ingeruimd om mijn twee zoom-cursussen van morgen goed voor te bereiden. Ook had ik een bestuurder van de Joodse Gemeente Amersfoort, voormalig bestuurder van het IPOR, wandelend archief en vriend, willen bezoeken, zomaar even. Zomaar? Hij wil na bijna 30 jaar terugtreden uit het bestuur. Ik ben daar absoluut op tegen. Maar ja, ik ben geen bestuurder en rabbijnen moeten zich nooit (nou ja, bijna nooit) bemoeien met bestuurlijke aangelegenheden.

     

    Maar door ingevlogen klusjes is er dus niets van terecht gekomen van mijn goede voornemens. Niet van de voorbereiding van de cursussen, niet van het bezoek, niet van de telefoontjes die ik had willen plegen. Reden? Ergens is er weer gezeur, en niet zo’n beetje ook, en dat heeft een halve dag opgevreten. Bovendien zal ik aan een van die klusjes de eerstkomende weken blijven hangen, hetgeen me voorlopig zeker een dag per week gaat kosten, maar het klusje zal geklaard worden, we gaan het oplossen! Overigens heb ik er wel weer, om dat specifieke klusje te klaren, een secretaresse bij gekregen, hetgeen helpt. Maar hoe het ook zij, wel of niet secretariële ondersteuning, het gaat tijd kosten. En dus, beste dagboekenier, heb ik helaas moeten besluiten om voorlopig niet ieder dag meer een dagboek te schrijven, dus niet vijf keer per week, maar drie keer per week.  Mijn dagboek zal verschijnen op maandag, woensdag en vrijdag.  Dinsdag en donderdag zult u dus zonder mij moeten zien te overleven. Lukt dat echt niet? Schroom dan niet en stuur mij een e-mail op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of bel gewoon even 033 - 4799247. Het overleven is natuurlijk grappig bedoeld, hoop ik, maar mijn contactaanbod is serieus. Overigens is de nieuwe secretaresse dusdanig actief dat zij mijn agenda bijna helemaal volstopt met afspraken, bijna allemaal met een pastoraal karakter. Ik word dus door de omstandigheden daarheen gesleept waar mijn passie ligt.

    Los van deze lokale klus heb ik nu te maken, al bijna een jaar, met vier gevallen van gioer, toetreding tot het Jodendom, die al bijna een jaar in de wacht staan. Pas op, het betreft hier niet Nederland maar de RCE, Rabbinical Center of Europe dat in Brussel is gevestigd. Wat ik met Brussel heb te maken? Het RCE is een soort vakbond voor rabbijnen. Meer dan 800 Europese rabbijnen, allen verbonden aan een Europees Joodse Gemeente, zijn hier lid van. Stel je bent nog een jonge rabbijn (dat wordt iedere dag een minder groot probleem) en je hebt iemand in je gemeente die joods wil worden maar je beschikt niet over een eigen Beth Din, Joodse Rechtbank. Je voelt jezelf te jong of niet voldoende toegerust om zo’n proces af te ronden, dan word ik van stal gehaald en adviseer de lokale rabbijn en verzorg, na grondig eigen onderzoek en diverse contacten, de procedure van toetreding. Maar er zitten nu dus vier cases in de wacht. We hebben contact per zoom, maar tot een afronding kan het niet komen vanwege alle corona restricties, social distance, avondklok, opsluiting in corona-hotel, quarantaine. Naast gioer heb ik ook de politiek in mijn RCE-portefeuille, zoiets heet heel chic: Intergovernmental Relationships. Als er een nationaal gezeur is of dreigt in een Europees land en er moeten gesprekken plaatsvinden met Overheden, dan kan ik erbij gesleept worden. Vrij vertaald: kopje koffiedrinken met Parlementariërs en/of Ministers. Ik ben overigens niet de enige oproepbare rabbijn. Nog vier andere rabbijnen zijn stand-by. Een in Antwerpen, een in Londen, een in Parijs en een in Israël. Vanavond heb ik een gesprek met een Joodse professor uit IJsland en vanochtend werd ik uit Israël gebeld. Waarom ik plotseling over de RCE begin te schrijven? Rabbijn Garelik uit Milaan, Italië is gisteren op hoge leeftijd overleden. Hij was een van mijn medeoprichters van de RCE. Beter geformuleerd: Ik was een van zijn medeoprichters.  

     

    O ja, bijna vergeten te vermelden, ik ben benoemd tot lid van de Adviesraad van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting. Wat en aan wie ik precies advies moet geven is me nog niet helemaal duidelijk. En ook werd ik eergisteren benaderd om lid te worden van het Comité van Aanbeveling van? Omdat het niet schriftelijk bevestigd is weet ik niet meer welk Comité van Aanbeveling het betrof. Dus bij deze een “Comité van Aanbeveling alert”. Mocht iemand weten om welk comité het gaat, bel mij s.v.p. en niet de lokale politie! Denkt u dat ik dan voor joker zit in zo’n Comité van Aanbeveling? Vaak wel, maar soms word je weer van stal gehaald en dan mag ik in actie komen! Zoals in dat tijdelijke nieuwe klusje dat mij de eerste maanden gaat bezighouden en dusdanig intensief zal zijn dat ik er niet onderuit kon komen om mijn dagboek van vijf naar drie te beperken.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/

  • Dagboek 16 sept 2020. Laten we ons levend begraven?

    Het lernen met mijn eigen lerngroep 60+ was fijn. Even uitleggen: al enige jaren ben ik vaste docent van een 65+ lerngroep in Amsterdam. Naamgenoot Paul Jacobs heeft die lerngroep opgericht ter nagedachtenis aan zijn echtgenote. Ongeveer een jaar geleden dacht ik dat het een goed idee zou zijn om ook in Amersfoort een lerngroep op te richten voor de 60-plussers. Ik verkoos te spreken over 60+ in plaats van 65+ omdat dat de deelnemers een jonger gevoel geeft gezien de meesten 70+ zijn. Niet te veel mensen, ongeveer tien. Dit om te voorkomen dat mijn lerngroep ontaardt in een lezing. Nu ben ik niet tegen lezingen (ik doe bijna niet anders!), maar ‘ik geef een lezing’ en het publiek luistert.

     

    Nou ja, luistert? Bij een lezing moet ik maar hopen dat er geluisterd wordt. Ik zeg weleens midden in de lezing, om de luisteraars bij de les te houden, dat ik er geen moeite mee heb als de toehoorders af en toe op hun horloge kijken omdat ze willen weten hoe lang ze nog moeten. Ik raak pas geïrriteerd als ze, nadat ze op hun horloge hebben gekeken, het horloge tegen hun oor aandrukken om te luisteren of het nog wel werkt!

     

    Mijn lerngroep draagt de naam “Lernen met diepgang”. En dat is nu precies wat er gebeurt. We lernen samen en verdiepen ons juist door het gesprek met als leidraad G’ds Thora en Traditie. En dat ‘samen’ is essentieel en geeft een extra en noodzakelijke dimensie. En die dimensie hebben we ook nodig in het gesprek met PKN, RK en andere kerkelijke organisaties. Vanochtend ontving ik een Nieuwjaarswens van PKN en in mijn reactie naar de scriba, mijn vriend Dr. de Reuver, stel ik voor om het komende jaar elkaar te spreken over antisemitisme, dat hij vermeldt in zijn nieuwjaarswens, en ook over antizionisme en dus over de positie van de PKN ten opzichte van Israel en de problematiek in het Midden-Oosten. Alleen middels erover ‘lernen’ kunnen we er hopelijk uitkomen. Via allerlei verklaringen en interne discussies over de ‘onverbrekelijke band met Israël’ wijzigen in ‘onverbrekelijke band met Jodendom’,  komen we er niet uit, maar groeit de kloof die we beiden niet wensen en niet willen. En dus is dat een van de goede voornemens die ik op me heb genomen. Voor het komende nieuwe jaar. Verder heb ik onderweg naar Arnhem de afspraak vastgelegd met de ambassadeur van Hongarije. Geen idee wat hij wil, maar ‘je weet maar nooit’. Zoiets heet netwerken. Die netwerken bouw je op zonder concreet doel voor ogen, maar zodra er noodzaak toe bestaat heb je een adres. En geloof me, die adressen heb ik al meerdere keren moeten gebruiken. In Arnhem hadden we een Selichot-bijeenkomt op de Joodse begraafplaats. Selichot zijn speciale gebeden die uitgesproken worden in de week voor Joods Nieuwjaar. Er was geen grote opkomst, maar de bijeenkomst was warm, fijn en inspirerend. Het was eigenlijk een lern-bijeenkomst, maar dan niet bij mij thuis, niet in de synagoge, niet op zoom, maar op de begraafplaats. En aan het eind heb ik alle aanwezigen een fles wijn gegeven. Ze durven vanwege corona geen dienst te houden gedurende de Ontzagwekkende Dagen. Mijn doel was om ze toch iets mee te geven. Een fles Israëlische wijn en een inspirerende gedachte. De gedachte kwam over en zal ze hopelijk tot steun zijn. Ik bracht een parabel. Een boer hoorde een enorm gejank van zijn oude ezel in het veld. Hij z’n huis uit, hoort het gejank, maar ziet geen ezel. Na enig rondkijken vindt de boer zijn ezel in een diepe put. Water stond er lang niet meer in die put en het leek een onmogelijke klus om de oude ezel eruit te slepen. En dus besloot de boer met een van zijn knechten (en zonder toestemming van de Partij voor de Dieren) om zand in de put te scheppen en zo de oude ezel (levend!) te begraven. De boer en zijn knecht nemen beiden een schep en beginnen het graf dicht te gooien. Ondertussen jankt de ezel maar door. Na een uur scheppen horen ze niets meer, kijken de put in en zien dat de put inmiddels tot de rand is gevuld. Maar ze zien nog iets: de ezel loopt tot hun stomme verbazing vrolijk rond in de weide! Wat was er gebeurd? Iedere schep aarde die de ezel over zich heen kreeg had hij van zich afgeschud.  En toen de bodem van de put op niveau was gekomen van de weide, heeft de ezel vrolijk de put verlaten.

     

    In deze corona periode krijgen wij van een veelheid aan narigheden over ons heen. Laten we ons eronder begraven of schudden we het van ons af? Mijn advies: volg de oude ezel!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek van een Opperrabbijn 17 september 2020

    shofar

      

    Enige tijd geleden viel mijn blik op een artikel over een nieuwe uitvinding. Op het hoofd van een mens wordt een sensor geplaatst en als hij dan een bepaald woord, cijfer of formule denkt gaat de televisie in zijn kamer aan óf het licht óf de vaatwasmachine, …….afhankelijk dus van wat hij denkt en via de sensor uitzendt. Over enige tijd zal dus, zo vervolgde het artikel, geen afstandsbediening meer nodig zijn: alles kan vanuit de hersenen worden bestuurd.

     

    Eindelijk een bewijs, dacht ik, dat onze gedachten een tastbare uitstraling hebben. Het was dus niet louter bijgeloof dat mijn oma op de vraag hoe het met haar kleinkinderen ging steevast haar antwoord begon met ‘unbeschrieben en unberoefen,’. Dit om te voorkomen dat door haar lovende woorden mogelijkerwijs, G’d behoede, haar kleinkinderen beschadigd zouden kunnen worden. Het was dus geen onzinnig bijgeloof van mijn oma, want gedachten en dus zeker ook woorden hebben een bepaalde kracht!

     

    Tijdens de Hoge Feestdagen of beter omschreven als de Ontzagwekkend Dagen, hebben we vele tekenen die wijzen op eenheid. Vandaag, op Rosj Hasjana-Nieuwjaar, staan jullie allen voor de Allerhoogste, van de stamhoofden tot de waterdragers. De maatschappelijke verschillen zijn verdwenen, we vormen een eenheid, we zijn in essentie allen gelijkwaardig: met deze gedachte betreden we Rosj Hasjana.

     

    En voor Jom Kippoer-Grote Verzoendag vragen we elkaar vergiffenis voor alles wat we elkaar hebben misdaan in gedachten, woord en daad …..weer die eenheid.

     

    En dan Soekot-Loofhuttenfeest met de loelav (dadelpalm – lekkere smaak), de hadas (mirthetakje – lekkere geur), de arawa (treurwilg - geen smaak en geen geur) en de etrog (citrusvrucht - heerlijke geur en lekkere smaak), die symbool staan voor de vier soorten mensen. De een heeft Thora-kennis, de ander concentreert zich meer op het verrichten van goede daden, weer een ander is geen kop-mens en wat betreft het verrichten van goede daden is hij ook maar zwakjes en tenslotte heb je mensen die veel kennis bezitten en die kennis ook in praktijk brengen. We binden ze allen samen en spreken de lofzegging uit over de loelav….weer die eenheid.

    Dan worden de Ontzagwekkende Dagen afgesloten met Simchat Thora- Vreugde der Wet: we dansen allen samen met de Thora. Of je een groot geleerde bent of een beginner: we sluiten ons aaneen en uiten onze gezamenlijke vreugde vanuit eenheid….

    Allemaal woorden, symboliek, uitingen. Maar leidt dit ook daadwerkelijk tot de eenheid?

     

    Als we in gedachte geld geven aan de armen, daar hebben ze helemaal niets aan. Het gebod van tsedaka-liefdadigheid alleen in gedachte is waardeloos. Maar als we per ongeluk geld verliezen en het verloren bedrag wordt door een arme man gevonden, dan hebben we toch, hoewel onbewust, toch het gebod vervuld. Het resultaat telt, niet de intentie!

     

    Maar deze redenering gaat niet altijd op: als we bijvoorbeeld een gast ontvangen telt niet alleen de maaltijd die we hem voorschotelen, maar zeker ook de wijze waarop we hem bejegenen. Voelt hij zich op z’n gemak?  En als hij vertrekt, begeleiden we hem dan naar de deur om te tonen dat we zijn aanwezigheid waardeerden?

    Met de Hoge Feestdagen spreken we vele gebeden uit, verrichten we vele handelingen, dus we veroorzaken veel ‘straling’. Soms gaat het om de daad, soms uitsluitend om de uitstraling en vaak ook om beide.

     

    Het samen-in-de synagoge-zijn zal dit jaar anders verlopen. In vele gemeenten zal er überhaupt geen dienst zijn en zullen we zelfs op Vreugde der Wet niet samen met de Thora kunnen dansen.

     

    Maar zelfs of juist als we niet samen onze gebeden kunnen uitspreken en niet samen met de Thora kunnen dansen, ligt de nadruk, meer dan andere jaren, op onze ‘uitstraling’.

     

    Gelijk de sensor op mijn hoofd over enige jaren de tastbare afstandsbediening zal vervangen, zo ook wens ik ons allen toe dat de ‘uitstraling’ dit jaar dermate krachtig zal zijn dat het een jaar zal worden van zegen, gezondheid en shalom, voor ons allen en voor de gehele mensheid waar ook ter wereld.

    לשנה טובה ומתוקה, een goed en zoet jaar, materieel en geestelijk voor al mijn trouwe en ook minder trouwe dagboekeniers.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

              

     

     

     

     

                         

  • Dagboek van een Opperrabbijn 21 sept. 2020, Wie zijn schuldig? Ultraorthodoxe Joden en Arabieren…..

    Vandaag was ik aan het bijkomen van twee dagen Rosj Hasjana. Intensieve dagen en voor het eerst sinds lange tijd weer in de ´echte’ synagoge. De ventilatie was dusdanig goed dat er wordt gekeken of het misschien iets minder kan, om te voorkomen dat de ventilatie weliswaar beschermt tegen corona, maar we worden weggetocht vanwege de ijzige kou. En de helaas benodigde beveiliging was ook helemaal goed, als vanouds, voor de coronacrisis. Uiteraard en helaas waren er minder mensen aanwezig bij de diensten vanwege angst voor besmetting, hetgeen gerespecteerd moet worden, maar niet leuk is. En daarom toch even tot de leden van de Joodse Gemeente die dit jaar verstek lieten gaan vanwege corona: jullie hebben wel wat gemist! Het waren inspirerende diensten.

     

    Anders dan andere jaren was ook het sjofarblazen. De tonen waren uiteraard dezelfde, maar de locatie was aangepast. Ik blies namelijk voor de open tuindeur en dus kon de hele binnenstad meegenieten omdat ik namelijk over een zeer goede blaas beschik (Grapje. Leuk?) De beveiligers kregen van een buurvrouw de vraag of dat geluid uit de synagoge kwam, waarop de niet van humor gespeende beveiliger antwoordde dat het geschal waarschijnlijk afkomstig was van een pand achter de synagoge. Voor de sjoeltuin had zich een groep toeristen verzameld om mee te luisteren! Ik geloof dat het monumentendag was en indien dat niet zo was: het wemelde van de dagjesmensen die de binnenstad aandoen en verrast werden door een echte rabbijn, blazend op een echte ramshoorn in het echte stadshart.

     

    Uitgaande Rosj Hasjana trof ik op mijn WhatsApp: “Voor de Joodse gemeenschap; gelukkig nieuwjaar. Zo mooi, de kruimels die straks in stromend water gestrooid worden als zonden die in het diepst van de zee worden geworpen. Zo goed voor de zoete dagen van inkeer richting Grote Verzoendag Jom Kippoer. Cruciaal, verzoenen brengt ons van ‘steeds opnieuw’ naar ‘nooit meer’, zei ik bij de herdenking van de fatale Slag om Arnhem, die de bevrijding ernstig vertraagde.” De afzender? Ahmed Marcouch, de burgemeester van Arnhem. Een mooi begin voor het nieuwe Joodse jaar. Meteen na afloop, zondagavond dus, kreeg ik een telefoontje van rabbijn Mendel Cohen, de rabbijn van Mariupol die, net bijgekomen van een aanslag, corona had gekregen, via Odessa naar Israel was overgebracht in een privé ambulancevliegtuig en nu in een ziekenhuis in Israel ligt. Omdat ik hem voor sjabbat niet kon bereiken, was ik bezorgd en tijdens de gebeden kwam hij vele keren op in mijn gedachten. G’d zij dank is het goed met hem. Nou ja, goed?  Het ademhalen blijft een probleem, maar het zal goedkomen, verzekerde hij mij. Wat niet goed ging en waaraan ik me blijf ergeren, is de column in het Reformatorisch Dagblad van Alfred Muller. Ik citeer: “De belangrijkste oorzaak (van de tweede lockdown in Israel) is dat te veel burgers het te gemakkelijk hebben genomen om de kansen van de pandemie te verkleinen. Dat was voornamelijk het geval onder ultraorthodoxe Joden en Arabieren.” Terwijl wij in onze gebeden shalom vroegen aan de Eeuwige voor alle inwoners van Uw aarde, kon de heer Muller het niet nalaten om een polariserende opmerking te plaatsen. Het ware netjes geweest als hij zijn Israel column op Rosj Hasjana gebruikt zou hebben om Israel toe te wensen dat meer Israel omringende landen, Arabieren, het pad van de vrede zouden kiezen. Maar ja, denk ik dan heel stout, als er rust komt in het Midden-Oosten, waarover zal Muller dan moeten schrijven? En klopt het dat ultraorthodoxe Joden de coronaregels aan hun laars lappen? Zeker zullen er zijn die dat doen. Maar er zij ook ultra-anti-orthodoxe seculiere Joden die hetzelfde gedrag vertonen. Idem bij christenen, bij Islamieten bij….en bij…. En er zijn ook ultraorthodoxe Joden die fanatiek de coronaregels wel in acht nemen. Maar ja, dat vermelden polariseert niet en trekt dus geen lezers. Maar goed dat ik zijn column pas na Rosj Hasjana las, zodat ik me er op Rosj Hasjana niet aan hoefde te ergeren. En na Rosj Hasjana had ik eerst ook nog de bemoedigende WhatsApp van de Arnhemse burgermeester Ahmed Marcouch gelezen. Ik was dus gelukkig niet van mijn optimistische en goede Rosj Hasjana gevoel af te krijgen. En alsnog, want een goede wens komt nooit te laat: een goed, voorspoedig, gezond en vredig 5781, voor u en voor alle bewoners van Uw aarde.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek van een Opperrabbijn 8 november 2020

    Ik heb gespijbeld met mijn dagboek. In plaats van een dagboek, hieronder de reflectie die ik heb gehouden voor “Joods bij de EO” naar aanleiding van de Verklaring van Schuldbelijdenis van de PKN. Die Schuldbelijdenis werd vandaag voorgelezen bij de Kristallnacht-herdenking door de scriba van de PKN, Ds. de Reuver. Ik mocht reageren op die verklaring op NPO2, zojuist om 23:00 uur!

    Het is lofwaardig dat de huidige kerkleiding volmondig en in niet mis te verstane bewoordingen toegeeft dat de kerk als instituut meer had kunnen en moeten doen. Voor die erkenning ben ik dankbaar, die verklaring is belangrijk. Maar ik wil van mijn kant duidelijk aangeven dat ik de huidige kerkleiders niets kwalijk neem, want zij hebben niets misdaan. Zij zijn van na de oorlog, hun kan niets verweten worden. Zij hebben mijn familie niet naar de gaskamers gestuurd, zij hebben zelfs niet toegekeken.

    Toen ik gevraagd was door de PKN om aanwezig te zijn op 31 oktober 2017 bij de officiële viering van 500 jaar Reformatie, wilde ik aanvankelijk die uitnodiging niet aanvaarden. Ik weigerde plaats te nemen bij een bijeenkomst waar een notoire antisemiet zou worden geëerd. Natuurlijk kan de huidige scriba er niets aan doen dat zijn over-overgrootvader de foute theologie van Luther ten aanzien van de Joden hoog in het christelijk vaandel had. Sterker nog: hij was het volstrekt oneens met de antisemitische uitlatingen van de grote christelijke meester. Maar hoe kan ik als Jood daar gaan zitten meevieren? “Toon dat je afstand doet van zijn antisemitische uitlatingen, roep uit dat je dat onacceptabel vindt”, zei ik tegen mijn vriend ds. de Reuver. Hij stemde hiermee van harte in. Publiekelijk werd tot twee keer toe bij die bijeenkomst, in aanwezigheid van onze koning, afstand genomen van de antisemitische geschriften en uitlatingen. 

    Vijftig jaar na de oorlog werd ik geconfronteerd met een vloedgolf aan monumenten ter nagedachtenis aan vermoorde Joden. Onthulling na onthulling. Ik herinner mij dat ik aan het begin van die periode aan een jonge burgemeester vroeg: waarom nu pas? Was er niet eerder opgemerkt dat de Joodse medeburgers niet waren teruggekeerd? En zijn antwoord is mij altijd bijgebleven: “mijn voorganger wenste niet herinnerd te worden aan de jaren ’40-’45. Die periode zat hem niet lekker, die jaren moesten zoveel mogelijk in de doofpot”.

    Binnen dat kader zie ik deze verklaring. Ik ben innig dankbaar aan de helden die zonder enig vorm van winstbejag, om niet, met groot gevaar voor eigen leven, mijn moeder en vele anderen het leven hebben gered. Ik denk aan ds. Overduin, aan ds. Slomp, ds. Koopmans, ds. Buskes en ik denk ook aan Mgr. de Jong. En zeker denk ik aan verzetsstrijders die door laf verraad werden opgepakt nog voordat ze iets hadden kunnen doen. Niemand heeft van ze gehoord, ze werden bruut geëlimineerd omdat ze weigerden toe te kijken. Laten wij vooral hen nooit vergeten en blijven herdenken, ondanks hun anonimiteit.

    Maar tegelijkertijd weten we dat er veel te weinig is gedaan in de oorlog, dat er zeker ook door de kerken te veel is gezwegen en “dat in de loop der eeuwen de kerk mede de voedingsbodem heeft bereid waarop het zaad van antisemitisme en haat kon groeien”, zoals we de scriba hoorden verklaren. Joden werden eeuwenlang weggezet als godsmoordenaars die hun verdiende loon zouden ontvangen.

    En het was goed dat ook de periode na de oorlog werd vermeld. Mijn grootouders hebben alles in het werk gesteld om hun neefjes en nichtjes van wie de ouders waren vermoord, in huis te nemen. Ze te behouden voor het Jodendom, zoals hun ouders dat zeker hadden gewild. Gedreven door hun geloof weigerden de duikouders, die hun geheel belangeloos het leven hadden gered, hun Joodse onderduikkinderen terug te geven naar waar ze behoorden te zijn. Vele van dit soort weeskinderen lijdt nog steeds aan de hen aangedane identiteitscrisis, resultaat van een ongezonde en onacceptabele bekeringsdrang.

    De Christelijke Kerken hebben met hun schuldbelijdenis en erkenning voor mijn gevoel een streep achter het verleden gezet. Maar, en dat was voor mij veel belangrijker, duidelijk is er verklaard dat ze zich voornemen om samen met ons te strijden tegen het hedendaagse antisemitisme. In de tijd van de kruistochten hadden wij het verkeerde geloof en werden er door de kruisvaarders hele Joodse gemeenten uitgeroeid. In de middeleeuwen waren wij het virus dat de pest veroorzaakte en dus moesten wij verdelgd worden, mijn lieve ouders hadden het verkeerde ras. En ik ben zionist! Natuurlijk mag er kritiek zijn op het regeringsbeleid van Israel, half Israel is tegen Netanyahu, gelijk ook niet iedere Nederlander voor Rutte is (ik trouwens wel!). Maar antizionisme heeft in het vaandel de vernietiging van de Staat Israel, de uitroeiing van het Joodse volk. Antizionisme is antisemitisme. Dagelijks door de eeuwen heen, spreken wij onze gebeden uit richting Jeruzalem. Jeruzalem, waar vandaag alle godsdiensten ter wereld in vrijheid hun godsdienst mogen beleven, is onlosmakelijk met het Joodse volk verbonden, met de overlevenden van de jaren ’40-’45, met mij. Schoenmaker houd je bij je leest. Kerken laat politiek over aan politici. Herken het gemuteerde virus dat door de eeuwen heen miljoenen en miljoenen van mijn volk heeft vernietigd en dat nu antizionisme heet.

    De PKN van nu had voor mij niet het mea culpa hoeven te verklaren, het verleden is voorbij. Maar de koppeling die zo duidelijk werd gelegd vanuit de vervolging van de Joden door de eeuwen heen en de passieve opstelling van de meerderheid van de kerken toen mijn familie werd afgevoerd om nimmer weer te keren, die koppeling naar het nu en naar de toekomst, het voornemen om de joods-christelijke relaties uit te laten groeien tot een diepe vriendschap, waarbij ieder zichzelf mag blijven en er dus geen pogingen worden ondernomen om ons te bekeren, verbonden te willen zijn in de strijd tegen het hedendaags antisemitisme, die voornemens, die verklaring stemt mij tot innige dankbaarheid. De woorden van de scriba, van de christelijke kerken, waren goed. Ik heb hoop en verwachting!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn van 30 november 2020

    https://collive.com/91st-street-shul-shul-for-a-blossoming-neighborhood/

     

    Klikt u even op deze link. Mijn zoon in New York heeft in zijn basement een sjoel. Waarom deel ik dat met u? Trotse vader? Zeker, maar daarom deel ik het niet. Vorige week mocht ik Amir en Annet Betsalel toespreken via een Zoom-bijeenkomst van de Joodse Gemeente Bussum. Even een uitleg: Amir is de chazan van deze bloeiende Joodse Gemeente. Ze zijn al vijfentwintig jaar in dienst van deze bloeiende  Joodse Gemeente. Ik schrijf heel duidelijk ‘ze’, want Annet is niet bepaald het type dat in de schaduw van Amir staat. Ze is ook zeer duidelijk aanwezig, zicht- en hoorbaar!  Als een van u, mijn trouwe dagboekeniers, nu denkt dat ik in de aanval ben en haar beticht van te luidruchtig, dan heeft u het mis. Net zoals Amir er altijd is voor zijn kehilla, zo ook is Annet 24/7 bereikbaar en aanwezig. Ze vierden dus beiden hun vijfentwintig-jarige-verbintenis met Joods Bussum. Vanaf deze plaats dus nogmaals: Mazzeltov! Mazzeltov! De nieuwe voorzitter van de Joodse Gemeente Miriam Nir had, met drie medebestuurders, een prachtige corona-proof party georganiseerd. Amir en Annet waren uitgenodigd ten huize van de oud-voorzitter Paul Joseph (Oud? Hoge leeftijd maar verre van oud). Daar stond een koosjer gecaterd diner klaar en na de maaltijd kwam bijna de hele kehilla op bezoek. Maar niet alleen de kehilla, ook kinderen en kleinkinderen vanuit de hele wereld. En ook ik mocht aanwezig zijn en gedurende drie minuten het jubilerende echtpaar toespreken. En dus ging mijn toespraakje over het getal drie. 1: Hashem (G’d), 2: het aardse en 3: de verbintenis leggen tussen Boven en het aardse: en dat is nu precies de taak van Amir en Annet die ze zo voortreffelijk tot uiting brengen, implementeren, om een modern woord te gebruiken. Maar ik heb nog iets gezegd, waarvan ik vermoed dat niet iedereen dat begrepen zal hebben en dat alles te maken heeft met bovenstaande link. Mijn zoon (Dovid) in Brooklyn New York heeft een sjoelgemeenschap opgericht, overigens al jaren geleden. Die sjoel groeide op de vorige locatie uit zijn voegen, is nu alweer enige jaren in zijn basement en dat is ook alweer te klein vanwege de groeiende gemeenschap. En dus gaan ze nu een echte grote sjoel bouwen, zoeken de publiciteit en hopen zo de financiën bijeen te krijgen. Maar daarvoor stuur ik u niet bovenstaande link! De naam van de sjoel is “Awraham Jitschak”. Jitschak was de schoonvader van een van de oprichters van de sjoel. Maar ook was hij een van de Rabbinale rechters van de grote chassidische Joodse gemeenschap van Crown Heights-Brooklyn. Omdat hij geen geld wilde verdienen met zijn rabbijn-schap was hij ook accountant en vanuit die hoedanigheid was hij de oudere collega van mijn zoon, die dus ook accountant is. Deze zeergeleerde rabbijn Yitschak overleed geheel onverwacht en op veel te jonge leeftijd.

     

    Maar de sjoel draagt nog een naam: Awraham. Awremmel was het oudere broertje van Dovid, de oprichter van de sjoel. Onze Awremmel zl. overleed op 15-jarige leeftijd. In die sjoel leeft hij dus ook voort. Annet en Amir hebben ook een zoontje verloren als gevolg van een dramatische gebeurtenis. We delen onze werkzaamheden met Joods Nederland, maar ook delen we een soortgelijk verdriet dat een diepe en hechte band heeft gesmeed, wel en niet helaas. Volgens Blouma, die een ijzeren geheugen heeft, woonden Annet en Amir ten tijde van het drama nog in Oss en was het mijn idee dat Betsalel naar Bussum zou gaan. Ik herinner me dat niet meer, maar mocht dat kloppen (en dat zal haast wel als mijn Blouma dat zegt), dan ben ik erg trots dat ik de koppelaar ben geweest van die verbintenis. Jammer dat ik dan niet ook een persoonlijke mazzeltov heb gekregen van de Joodse Gemeente Bussum. Want als het klopt, had ik dat toch echt wel verdiend! Treur niet, bestuur van de Joods Gemeente. Ik ben bereid om alsnog de mazzeltov’s te ontvangen, want voor een mazzel-tov, (letterlijk: een goed gesternte) een goede wens, is het nooit te laat!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 10 november 2020

    Wat ben ik dankbaar dat ik nu een piepkleine laptop heb met een los toetsenbord en een kanjer van een scherm. Zo’n beetje de hele dag door-gezoomd en dan is een groot scherm een verademing. Los hiervan zijn de muis, het toetsenbord en zelfs de printer zonder draden. De eerste zoom-bijeenkomst, een sjioer voor 60+, had een technisch probleem aan het begin. Namelijk geen geluid en geen beeld. Ieder kon ik zien en horen, maar niemand kon mij waarnemen. Dat is natuurlijk heel goed voor pastorale rabbinale zorg: goed de ander horen spreken en nauwkeurig de ander gadeslaan. Lichaamstaal spreekt vaak boekdelen en de meest belangrijke seinen zitten tussen de regels door. Jezelf tegelijkertijd volledig uitschakelen, als het ware onzichtbaar aanwezig zijn, dat wordt van mij verwacht als hulp-rabbijn. Niet te verwarren met een Hulpbisschop, want dat is een totaal ander RK-verhaal.

     

    Met hulp-rabbijn bedoel ik dat de rabbijn hulp moet bieden, moet klaarstaan, tot steun moet zijn. Er werd mij recentelijk verteld “u bent misschien wel het gezicht van Joods Nederland”. Ik ben daarmee niet erg verheugd. Een rabbijn moet proberen om primair het hart te zijn, en niet het gezicht. Als ik terugdenk aan mijn prille eerste decennia rabbijn dan voel ik weer het Sinai-Centrum, mensen met heel veel verdriet, daardoor echt ziek geworden en dan naast ze te mogen zitten, soms geen woord te zeggen, luisteren, luisteren, luisteren, naar mensen naar wie niemand meer wenste te luisteren. Heb ik ze wel voldoende oor gegeven? Voldoende geduld getoond?

     

    Maar toch is alleen hulp-rabbijn niet voldoende. Soms moet ik juist niet rustig en geduldig luisteren, maar moeten er contacten worden gelegd, netwerken opgebouwd en onderhouden, mobiliseren.

    Er dreigde met het nieuwe wetsvoorstel “huwelijkse gevangenschap” iets mis te gaan. Waarover gaat dit? Een huwelijk loopt kapot en er wordt burgerlijk gescheiden. Het gebeurt helaas af en toe dat een van de partners weigert om ook aan het godsdienstige huwelijk een eind te maken, meestal om te treiteren. Gevolg is dat hoewel gescheiden, er toch nog steeds sprake van een religieuze gebondenheid. Dat dit om vele redenen ongewenst is, moge duidelijk zijn. En dus heeft de Minister van Rechtsbescherming besloten om hieraan iets te doen en is er een wetsvoorstel dat de rechter in de gelegenheid stelt om de echt-scheidende exen te verplichten om ook het religieuze huwelijk te ontbinden. Dankzij de oplettendheid van Mr. Loonstein, de bekende advocaat en vechtersbaas, werd er bemerkt dat de manier waarop de wet werd geformuleerd voor de Joodse echtscheiding juist het tegendeel bereikt. De details zal ik u besparen, maar kort verwoord: er was sprake van een directe dwang en dat is een halagisch probleem, terwijl indirecte dwang juist meer dan welkom is. En dus werd o.a. ik uit de rabbinale stal gehaald, werd er een zoom-vergadering georganiseerd, een aantal brieven en gesprekken en het probleem werd door onze Minister Sander Dekker herkend en erkend en het wetsvoorstel werd dusdanig aangepast dat ook de Joodse gemeenschap van het “huwelijkse gevangenschap” in Nederland verlost is. Fijn dat ik daaraan een (kiezel)steentje mocht bijdragen. Mooi was trouwens ook die Prof. Dr. Ir. die me een erg boze brief schreef naar aanleiding van een van mijn dagboeken. Hij had deels gelijk en dus heb ik hem meteen gebeld om het gesprek aan te gaan. Ik bleek inderdaad deels ongelijk te hebben, maar na enig gedraai over en weer hadden we beiden helemaal gelijk. Een paar dagboeken later (want ik spreek al enige maanden niet meer in dagen, maar in dag-boek-en) kreeg ik een e-mail van de Prof. inmiddels mijn goede kennis. Hij bood aan om me te helpen met het natrekken van stambomen als ik dat nodig heb om iemands Joodse afkomst te bewijzen. En nog geen dag later word ik geconfronteerd met een Joodse vrouw die in de oorlog op een niet-joodse begraafplaats is beland. De lokale niet-Joodse historicus heeft haar achtergrond nagetrokken en vermoedt dat deze vrij anonieme dame in het graf zonder zerk een Joodse vrouw was, waarschijnlijk overleden aan een natuurlijke dood tijdens de onderduik. De historicus is de mening toegedaan dat deze vrouw op een Joodse begraafplaats thuishoort. En dus komt het bij mij terecht en mag ik proberen te achterhalen wat wel en wat niet klopt. Kijk en dan komt zo’n professor goed van pas!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een opperrabbijn, 12 november 2020

    Na 5 uur in de auto te hebben gezeten, 403 km te hebben gereden en 11 uur en 10 minuten onderweg te zijn geweest, was ik dan eindelijk redelijk uitgeput weer thuis. Waar was ik? Eerst in Ysselsteyn (u leest het goed!). De Duitse begraafplaats waar die moordenaars liggen (maar zeker niet rusten). Daarna naar Den Haag naar de Ambassade van Israël. Toen nog even, gezien ik toch in Den Haag was, een bezoekje aan de heer Dirk Brengelmann, Botschafter van de Deutsche Bundesrepublik.  En daarna gewoon weer naar huis. Niet slim gepland, hoor ik u denken. U heeft gelijk, maar mijn rabbinale leven is nauwelijks te plannen. Nadat ik reeds geregeld had (een chauffeur) om toch eens stiekem te gaan kijken wat er wel of niet waar is van Ysselsteyn, kreeg ik een dringend verzoek om aanwezig te zijn in Den Haag in de Ambassade van Israël omdat enkele vertegenwoordigers van de Remonstrantse Kerken aan het volk van Israël en aan de Joodse Gemeenschap hun schuldbelijdenis wilden aanbieden. En gezien ik ook, onverwacht, dinsdag jl. een e-mail ontving van de Botschafter van de Deutsche Bundesrepublik die mij uitnodigde voor een gesprek, naar ik aannam over Ysselsteyn, en omdat ik toch al in Den Haag zou zijn….En zo is ’t gekoome, zou Wim Sonneveld hebben gezegd, met een zachte ‘g’.

     

    Mooie bijkomstigheid was dat ik dankzij zo’n krankzinnige dag, met in de auto telefoontjes, WhatsApps en e-mails, voor enige (dagboek)dagen genoeg inspiratie heb opgedaan om mijn dagboekeniers te informeren wat een opperrabbijn zoals doet in corona-tijd, want dat was het verzoek van het Joods Cultureel Kwartier zo’n half jaar geleden. Maar laat ik bij het begin beginnen en pogen zo weinig mogelijk afslagen te nemen in de trant van: nu ik het hierover heb, herinner ik me dat x, y of z. Uiteindelijk heeft er geen plechtigheid plaatsgevonden op Ysselsteyn, maar als excuus werd gebracht ‘corona’. Dat zet dus geen zoden aan de (Ysselsteynse) dijk, want waar het de tegenstanders van de Ysselsteyn herdenking om ging en gaat is het onaanvaardbare dat SS-ers, SD-ers, collaborateurs en gruwelijke moordenaars niet geëerd mogen worden. Ik schrijf bewust niet ‘in mijn optiek’ want ik vind dat iedereen hierover zo moet denken. Maar de voorstanders van de herdenking geven bijna allen aan dat dat ook absoluut niet de bedoeling was. Maar wat was dan wel de bedoeling? Tonen, met name aan de jeugd, dat er in oorlogstijden altijd (1) goede mensen zijn, (2) zij die zich bewust bewegen in het grijze gebied en (3) criminele schurken, waarvan er dus zeer velen in Ysselsteyn zijn gedumpt. Ik gebruik het woord ‘gedumpt’, omdat na de oorlog diverse gemeenten dit tuig niet wilde hebben op hun eigen begraafplaats en dus heeft het Ministerie van Defensie een stuk grond ter beschikking gesteld ergens ver weg om van de kadavers van die moordenaars verlost te zijn. Enige jaren geleden was er een discussie over de zogenaamde Muur van Mussert. Wel of niet overeind laten staan. Die muur zou gebruikt kunnen worden als een plaats van educatie om aan de jongere generatie aan te geven hoe verkeerd mensen kunnen handelen. Prima dus! Maar die muur zou ook misbruikt kunnen worden en verheven tot een soort bedevaartsoord voor kwade geesten! Voor beide opvattingen valt iets te zeggen. Maar beide opvattingen zijn duidelijk de mening toegedaan dat nimmer en nooit de landverrader Anton Mussert vereerd mag worden. Hier in Ysselsteyn kan dezelfde discussie gevoerd worden. Gaan we de graven gebruiken als een educatief project als een keiharde waarschuwing. Of verbergen we de graven juist om te voorkomen dat het een bedevaartsoord gaat worden voor recht- of links gespuis. In die discussie heb ik me indertijd met betrekking tot de Mussert-muur gemengd, maar die discussie speelt hier vooralsnog niet. We hebben hier te maken met een protest tegen verering. Een plechtigheid op een begraafplaats in aanwezigheid van de Duitse Ambassadeur, de burgemeester en vele anderen. Er worden kransen gelegd. Ja, hier liggen ook kindsoldaten en gewone soldaten die op straffe van veroordeling tot zware straffen vanwege insubordinatie geen keus hadden. Natuurlijk hebben die recht op een normaal graf. Uiteraard mogen naasten hier hun familie komen gedenken. De vraag is of er dan wel/niet kransen gelegd moeten worden, wel/niet een grootschalige herdenking, want het waren toch soldaten van een leger dat tegen ons streed. Maar die discussie speelt nog niet. Het pijnpunt is hier uitsluitend: de verering van schurken, moordenaars, landverraders. En ervan uitgaande dat niemand dat voor ogen heeft en dat de plechtigheid juist tot doel heeft om te waarschuwen, dan is het probleem dat die goede bedoeling niet overkomt bij het brede publiek en dat ook ik fel protesteer tegen de verering van de moordenaars van tachtig procent van mijn familie. Ik begrijp het systeem van oorlog, overwinning, vergeven. Ja, ik verzoen me volledig met het Duitsland van vandaag. De Duitse Overheid toont duidelijk afstand te hebben genomen van het verleden. Een kind van een SS-er die lijdt onder het foute verleden van zijn vader, zal ik omarmen. Hij/zij heeft niets misdaan. Maar de SS-er zelf, de landverrader, de collaborateur leefde als moordenaar, stierf of werd door het verzet gefusilleerd als moordenaar en blijft voor mij altijd een moordenaar. Vergeven: Nooit! Verzoening met zijn nazaten: altijd!

     

    Ik stop voor nu. Het dagboek is al lang genoeg en ik wil nu echt mijn bed induiken. Wordt vervolgd.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 18 november 2020

    Vandaag heel veel tijd besteed aan Chanoeka. Hoe gaan we het dit jaar invullen? De grote Menora waarin ik omhoog werd gehesen, zes jaar lang, staat in Sderot en zal daar dus branden. Maar wat doen we hier? Wat met mijn jaarlijkse Chanoeka-toer? Ik probeer de Joodse Gemeenten te overtuigen om alles zo gewoon mogelijk te laten doorgaan, desnoods met alleen de aanwezigheid van de burgemeester, organisatoren, lokale functionaris en lokale pers, zodat er toch nog bereik zal zijn om de duisternis te verdrijven. En dus staat er nu op het programma: Na afloop van de sjabbat race ik naar Kampen om daar in de voormalige synagoge het derde lichtje te ontsteken. Het vierde lichtje gaat in Eindhoven aangestoken worden. Of we dat doen op het Stadhuisplein of in de synagoge is nog niet geheel uitgewerkt. Het vijfde vlammetje gaat voor of in de synagoge van Arnhem plaatsvinden. Marcouch is daar de grote stimulator. Geweldig! Hoewel: het lijkt een soort zelfkastijding want zijn naast-mij-staan prikkelt vele negatieve, om het maar even netjes te verwoorden, verwensingen. Het zesde lichtje wordt op de Markt aangestoken in Nijmegen. Precies tijdstip hangt nog even af van de burgemeester die zijn jaarlijkse medewerking weer heeft toegezegd. Dank en hulde! De laatste en achtste dag zal ik in Bourtange zijn. Het zevende lichtje heb ik nog niet ingevuld en ook het eerste ligt nog niet helemaal vast. Aan Zutphen en Apeldoorn wordt nog gewerkt. Maar voor de eerste dag hoop ik op iets heel bijzonders, maar dat wordt morgenochtend pas beslist. Vrijdagavond zal ik gewoon thuis zijn of misschien bij mijn kinderen, afhankelijk van……inderdaad: de coronamaatregelen. Verder heb ik hedenochtend een gesprek gehad met ‘mijn uitgever’. Een paar goedwillende kennissen hebben besloten dat mijn dagboek wordt gepubliceerd. En dus moest ik vandaag kiezen tussen vijf opties voor de kaft, want er komt maar één kaft (grapje!).  De komende week moet ik mijn handtekening zetten onder het contract met de uitgever. Naast rabbijn ben ik nu dus ook columnist. Ik voel me soms een soort Simon Carmiggelt, maar nog meer Efraïm Kisjon. Efraïm Kisjon sneed namelijk ook duidelijk misstanden aan. Maar naast columnist heb ik er sinds eergisteren nog een nieuw baantje bij. Ik ben namelijk, althans voor mijn gevoel, medewerker van de ROVA geworden. Of iets duidelijker geformuleerd: ik ben vuilnisman! We beschikten over een groene, een blauwe en een grijze kliko. De grijze was voor REST. Alles wat dus niet paste in blauw en/of groen kon in grijs. Dat mag dus niet meer. We hebben een pasje gekregen. Met dat pasje moet ik zo’n halve kilometer lopen om bij “mijn” restafvalmachine te komen. Ik dus met een plastic zak, zo dacht ik te goeder trouw, naar deze afvalverwerkingsmachine, waarin ik dus mijn rest kan deponeren met mijn pasje. Maar wat klopt hier dus niet: plastic mag niet in de restafval machine! Voor plastic moeten we naar een andere ondergrondse machine aan de andere kant van onze straat. Naar die andere kant moet ik overigens ook met al mijn plastic afval, waaronder ook kartonnen verpakkingen. Nu hebben we er een nieuwe kliko bijgekregen, die, als ik het goed begrepen heb, voor de voedselverpakking is die geen plastic bevat. Maar er is bijna geen rest meer, las ik op de gebruiksaanwijzing, dus hoef ik niet dagelijks met pasje en voedselverpakkingen, in een niet-plastic zak, naar “mijn” vuilnis verwerkende container. Hoewel ik op mijn eindexamen gymnasium voor Nederlands een zeer hoog cijfer had, heeft de bestudering van hoe het vuil verwerkt moet worden mij enige uren gekost. En om heel eerlijk te zijn: ik begrijp nog steeds niet goed hoe het werkt. Wel herinner ik mij dat in het personeelsrestaurant van het Sinai Centrum ooit een afvalopening zat voor plastic bestek en een opening voor voedselresten. Na sluiting van de kantine kwam een medewerker van de Civiele Dienst (de schoonmaakster dus) met een grote blauwe vuilniszak en daarin verdwenen dan de etensresten en het plastic broederlijk samen! Maar nu kan dat echt niet meer. Er komen ook controleurs langs de vuilnisvaten om te controleren of ik me wel aan de spelregels houd. O ja, we vergeten het glas en de batterijen. Voor glas moet ik weer ‘naar de andere kant van mijn straat’. En batterijen en ander chemisch afval wordt naar ik meen een keer per maand afgehaald met een speciale ROVA chemisch-afval-auto waar ik dan, zonder het pasje, dien te verschijnen. Ik overweeg nu deze materie diepgaand te bestuderen en dan een soort spoedcursus aan te bieden aan onwetenden. Als reclametekst zal ik dan schrijven: “Opleiding vuil sorteren voor beginners.” Naast een telefoontje van een mij volstrekt onbekende Diana die mij probeert uit te leggen dat ik ben uitgekozen om goedkopere energie te krijgen, bleek ik vandaag ook nog een gelukkige winnaar te zijn. Ik mag namelijk gratis een maandlang Gillette scheermesjes gaan testen. Maar helaas: 1/ ik scheer mijn baard nooit 2/ van de Joodse wet mag je het gezicht niet scheren tot op de huid. Dus de gelukkige (Joodse) winnaar kan vergeleken worden met de gelukkige winnaar van de Postcode loterij die mij ook regelmatig gelukkig verklaart met voedselcadeaus die voor mij ongeoorloofd zijn om te consumeren.

     

    Later op de dag zijn we mijn enige oude, wijze en vitale tante gaan bezoeken, daarna naar Den Haag op sjiwwe-bezoek (condoleance), weer naar huis om een zoom-cursus van bijna 1½ uur te geven, een boze e-mail van iemand die me al de hele week zegt te bellen en toen…. Via bed naar een afspraak in Nijkerk om 9:30 uur, maar zal wel in mijn dagboek van morgen te lezen zijn.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een opperrabbijn, 26 oktober 2020

    Het is dus, en dat vergeet ik bijna, een dagboek in coronatijd. Die coronatijd voelde ik vandaag wel extra. Het is niet uitsluitend de knagende onzekerheid, maar ook de media die maar niet stoppen erover te spreken en de discussie binnen de Joodse gemeenschap zelf. Overigens zal die discussie binnen en buiten de Joodse gemeenschap geheel identiek zijn. Ik denk dat we globaal drie stromingen kennen. De ultraorthodoxie, de gematigden en de afvalligen. De ultraorthodoxie houdt zich bijna dwangmatig aan de RIVM-regels, neemt geen enkel risico en probeert anderen te overtuigen om vooral in afzondering te gaan leven. De afvalligen vinden alles onzin. Niemand weet het toch en je kunt het toch niet voorkomen, bovendien wordt het allemaal chronisch overdreven. Ik reken mijzelf tot de tweede stroming, de gematigden, die proberen kalm te blijven, niet te overdrijven, maar die weigeren om de realiteit te bagatelliseren. Maar in dat kalm blijven zat vanochtend een krak. En wat doe ik dan? Even een WhatsApp naar mijn professor. Wie is mijn professor? De echtgenoot van een oud-leerlinge met wie ik regelmatig contact heb over van alles en nog wat, maar speciaal over juridische zaken.  Even een voorbeeld van zo’n contact: die oud-leerlinge van mij, inmiddels dus een advocaat van middelbare leeftijd, heeft een beetje hetzelfde probleem als ik. Zij kan geen neen zeggen! En dus als ik eens weer iets heb, haal ik haar van stal, zoals dat zo ongenuanceerd heet. Jaren geleden ontmoette ik een oude man, die nog best jong van geest was. Hij leek qua uiterlijk op mijn opa. Hij behoorde tot de weinigen die, als kind, Auschwitz hadden overleefd. Hij was vriendelijk, gemoedelijk, betrouwbaar. Ik zou hem zondermeer durven vragen om €100.000 cash van A naar B te brengen. Híj had echter een lastig probleem: hij had de gewoonte om te stelen! Niet zomaar, maar uitsluitend als hij iets nodig had. Zo heeft hij Auschwitz weten te overleven. Na de oorlog was, zoals ik al vaker heb neergeschreven, het welkom-thuis-in-Nederland niet altijd van harte (cynisch!). Zijn ouders waren vermoord, familie had hij niet en ook bezittingen, een dak boven zijn hoofd en enige vorm van inkomsten ontbraken. En dus, indien hij iets nodig had, kleding of eten, zette hij zijn aangeleerde overlevingstechniek voort en had er geen moeite mee om te stelen. En nu was hij betrapt. Hij had, als ik me goed herinner, Fl. 4000 gekregen van de WUV, Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers, voor de aanschaf van zo’n elektrisch aangepast invalide autootje. Dat autootje had hij weten te verkrijgen voor Fl. 2000 (zwart betaald) en de resterende Fl. 2000 had hij in z’n zak gestoken. Betrapt! En dus een rechtszaak. Ik mijn oud-leerlinge ingeschakeld en daar stonden we dan in de rechtszaal voor drie edelachtbaren in toga. Op verzoek van de advocaat van de verdachte, mijn oud-leerlinge dus, werd mij verzocht helemaal aan het eind van de rechtsgang (heet dat zo?) ook een paar woorden te zeggen. Edelachtbaren, hoor ik mezelf nog zeggen, uiteraard is diefstal strafbaar. U heeft de plicht om de wet te handhaven. Maar realiseert u zich dat diezelfde wet die terecht aangeeft dat verdachte iets heeft gedaan dat tegen de wet indruist, realiseert u zich dat diezelfde wet hem naar Auschwitz heeft gestuurd? En tegen de vertegenwoordiger van de WUV, die aanwezig was als eiser, heb ik gezegd dat ik weiger te begrijpen hoe hij, als Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers, het in z’n hoofd haalt (ik had het iets netter geformuleerd) om deze overlevende voor het gerecht te dagen. De rechters hebben het begrepen: vrijspraak.

     

    Die oud-leerlinge is dus inmiddels moeder en getrouwd met een internist-hoogleraar. Dat is dus mijn professor. We kennen elkaar eigenlijk uitsluitend via WhatsApp en telefoon, hebben nooit echt contact gehad, maar hij is nu mijn aanspreekpunt voor alle wetenswaardigheden op het gebied van corona. Wat is onzinnige complottheorie en wat klopt wel. Waar ligt de grens tussen ultraorthodox, gematigd en afvalligen. En dus vanochtend, toen ik het net even te weinig zag zitten en dreigde van gematigd naar ultraorthodox over te gaan, even een WhatsApp naar mijn medisch geestelijk raadsheer de professor, en zie, ik behoor weer bij de gematigden.

     

    De link naar de oorlog wordt door mij wel sterk gevoeld. Ik begin te beseffen dat onze Lockdown van geen kant te vergelijken valt met de twee jaar en acht maanden dat mijn vader zat opgesloten, zonder laptop, zonder telefoon, zonder enig contact met de buitenwereld die levensbedreigend was. Ik voel me schuldig dat ik dat nooit heb aangevoeld. Ik begrijp nu erg goed dat mijn vader, zoals bijna alle vaders van mijn generatie, nooit iets verteld hebben over hun Lockdown. Ze wilden en konden er niet over spreken. Na het overlijden van mijn lieve en verstandige vader, heb ik met zijn nicht, tante Wies, die ook op hetzelfde onderduikadres zat, willen spreken over hun onderduikperiode. Alsjeblieft, zei ze, doe me dit niet aan. Ik kan en wil er niet aan terugdenken!

    Maar doordat mijn professor, die voor mij altijd bereikbaar is en regelmatig mij terugbelt vanuit de operatiekamer, mij weer op het rechte mentale spoor had gezet, kon ik weer rustig een aantal telefoontjes beantwoorden van mensen die bij mij steun zochten. En dat waren er vandaag meer dan gewoonlijk, helaas (?).

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 29 oktober 2020

    Het was vandaag een dag van papierwerk. Verklaringen ondertekenen, reglementen doorworstelen, verjaardagbrieven van een persoonlijke noot voorzien en de nodige lezingen voorbereiden. Met dit laatste ben ik nog niet klaar, maar ik moet nu echt even onderbreken om mijn dagboek klaar te hebben. Aanstaande dinsdag spreek ik via Stream (een soort Zoom maar dan net weer anders) voor Christenen voor Israël. Onderwerp: “Gebed in de Joodse Traditie.” Geen idee wat ik moet gaan zeggen, maar we vinden wel wat. Er valt genoeg over te zeggen, want door de eeuwen heen hebben we heel wat afgebeden! Maar het eerst dat ik wil uitleggen is dat het Nederlandse woord ‘bidden’ betrekking heeft op ‘vragen’, ‘beten’ in het Duits. Maar ons ‘gebed’ heeft een andere betekenis. Maar meer daarover niet nu, anders heb ik niets meer over voor de Stream. Vanmiddag ontving ik een interessante e-mail van een oudere dame, een psychologe. Ik had haar gevraagd om eens naar mijn dagboeken te kijken en mij te laten weten wat ze ervan vond. Haar reactie was heel interessant. Een dagboek bijhouden, zo gaf ze aan, is een therapie. En therapeutisch bezien moet je zo’n dagboek dan niet publiceren, want je toont daarin ook je zwaktes. Ik denk dat ze gelijk heeft, alleen ik schrijf mijn dagboek niet op advies van een psychiater maar op verzoek van een museumdirecteur! Ik schrijf  ook niet voor mezelf, maar voor de lezer. Maar, zo begon ik me dan maar meteen af te vragen, heeft mijn dagboek-schrijven misschien toch een psychologische component, is het misschien toch een soort, wellicht onbewuste, therapie die ik nodig heb. Toch maar eens vragen aan de directeur van het Joods Cultureel Kwartier wat zijn echte bedoeling was of dat er ook therapeutische bijbedoelingen waren. Verder voel ik me wel goed, hoewel de coronatoestand het gewone leven ontwricht, maar voor mij valt dat nogal mee, ik heb geen klagen. Ik reisde weliswaar veel, maar zit niet in de reisbranche. En hoewel we altijd veel gasten hebben/hadden (waaronder ook af en toe erg vreemde gasten) toch zitten we niet in de horeca. Maar ik zit wel een beetje in de wereld der psychologen omdat juist in deze tijden mensen eenzaam zijn, angstig en zelfs af en toe suïcidaal. Als ik zeg dat ik ‘een beetje’ in de psychologische wereld vertoef, bedoel ik te zeggen dat een rabbijn natuurlijk alles te maken heeft met gedrag en gevoel van mensen. Ik mag nooit de mens oppervlakkig bekijken, afgaan op de eerste indruk. Ik word geacht altijd heel goed te luisteren en door te dringen tot de essentie van de vraag. Ik zal me verduidelijken want anders denkt u dat ik psychologische onzin uitkraam.

     

    In mijn dagboek van enige dagen geleden citeerde ik een binnengekomen e-mail:

    “Ik ben een tiener die op onverklaarbare wijze een enorme aantrekkingskracht ervaart naar uw prachtige religie. Alles in mij trekt ernaartoe”.

     

    Hoe ben ik hiermee omgegaan. Wellicht had u verwacht dat ik de tiener zou uitnodigen en helpen met haar verlangen om Joods te worden. Maar ik heb dat heel bewust niet gedaan. Ten eerste zal ik nooit een onbekende zomaar bij mij thuis ontvangen. Ik mag geen kwaad denken, maar naïviteit verdient ook niet de hoofdprijs! Om een lang verhaal kort te maken: de tiener is de twintig reeds gepasseerd, is moeder van een baby en heeft een echtgenoot. De echtgenoot is een gelovige moslim. Hij weet niet dat zij contact heeft gezocht met de opperrabbijn, hij weet ook niet dat zij aangeeft Joods te willen worden. Ervan uitgaande dat dit geen vooropgezet plan is om met een list en met een kwade bedoeling bij de rabbijn in huis te komen, wat gaat hier passeren? Hij vindt uit dat zij bezig is Joods te worden. Los van het feit dat zij dan met een Joodse man zal moeten trouwen en van hem zou moeten gaan scheiden, wat zijn de gevolgen voor hun baby? Maar misschien wil hij ook Joods worden. En wat gaat dat dan weer betekenen voor dit gezin ten opzichte van hun familie? Enfin, er is haar uitgelegd dat Joods-worden er momenteel niet inzit. Maar dan maar, zo gaf ze aan, gewoon veel lernen over Jodendom. Mag ze cursussen bijwonen? Ook dat heb ik ten stelligste afgeraden. Ik wil graag mensen helpen, maar hier ga ik meewerken aan het kapotmaken van een normaal regulier gezin. Hij een moslim, zij een moslima. Wat is de toegevoegde waarde om haar te steunen met kennis van het Jodendom. Als zij met hem een problematische relatie heeft, moet ze naar de psycholoog, niet naar de rabbijn. Ook niet als die rabbijn toevallig in een psychiatrisch Centrum meer dan 40 jaar heeft gewerkt, want zijn professie is en blijft: rabbijn! En een rabbijn moet helpen, ook als het helpen lijkt op tegenwerking, want zij was niet blij met mijn weigering haar bij te staan!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 3 november 2020

    Vandaag heb ik maar eens, bij hoge uitzondering, een agenda voor mezelf gemaakt:

    • 7:30 opstaan en ochtendgebed
    • 9:00 uur e-mails bekijken en beantwoorden en bordje havermout
    • 11:00 u vertrek naar Leerdam met mijn trouwe chauffeur *
    • 12:00-12:45 uur begraafplaats ontmoeting met Eduard Huisman, consulent voor de begraafplaatsen
    • 14:00 – 16:00 uur overleg met rabbijn Den Haag en PC-leden in synagoge Den Haag over het Brit Mila besnijdenis protocol.
    • 18:00 uur thuis overleg op hoog niveau over Ysselsteyn
    • 19:00 uur vertrek naar Nijkerk
    • 19:30-20:30 uur lezing via Stream over “de plaats van het gebed in het Jodendom”
    • 21:30 uur gevloerd thuis
    • 21:30-22:00 uur w.v.t.t.k. (wat verder ter tafel komt)
    • 22:00 uur: dagboek

    * Onderweg in de auto: lezing voorbereiden voor vanavond; e-mails bekijken; telefoontjes; Bat Mitswa op Kerstmis zien op te lossen.

    Nu zit ik dus bij punt 11 na een bomvolle dag. Maar wel een goede dag, in de betekenis dat er van alles soepel is verlopen. De begraafplaats in Leerdam. De consulent van de begraafplaatsen, Huisman, doet zijn werk met veel overgave en inzet. Het probleem was een muur van het huisje dat dreigt weg te zakken en/of om te vallen en zou dan terecht komen op de onderliggende Joodse begraafplaats. En dus moet er een L vormige stut worden geplaatst op de Joodse begraafplaats…maar ik zal u er niet verder mee vermoeien. Het eind is dat alles goed en naar tevredenheid van weerskanten, B&W en NIK, wordt opgelost. Het huisje wordt gered en de grafrust op de Joodse begraafplaats wordt niet aangetast. En dus heb ik het weer goed gedaan, vind ik van mezelf.

    Onderweg ook de Bat-Mitswa opgelost. Wat was het probleem: het meisje zou Bat Mitswa moeten worden op de eerste Kerstdag. Maar dan krijg je niet zo snel je vriendjes en vriendinnetjes. Klopt! Maar die krijg je dus naar alle waarschijnlijk toch al niet vanwege Corona en dus: uitstellen tot betere tijden en een gelukkigere datum. Natuurlijk wordt zij Bat Mitswa – Joods meerderjarig, op de dag van haar 12de verjaardag, maar het feestje kan later. En, zo heb ik aangeboden, ik zal dan ook graag aanwezig zijn.

     

    Wat ik niet heb kunnen oplossen was een mevrouw, waarvan ik me niet herinner haar ooit ontmoet te hebben, die me al eerder deze week had gebeld. Ze geeft aan dat wij elkaar al een keer hebben ontmoet in Brussel, op mijn kantoor van de RCE Rabbinical Center for Europe, in verband met een gioer, toetreding tot het Jodendom. We spreken met elkaar in het Frans, geen probleem, maar ik weet haar dus echt niet te plaatsen. Hoe doe ik zoiets? Ik heb thuis een schrift met alle ontmoetingen en de daarbij behorende aantekeningen. Maar met dat schrift loop ik niet dag en nacht rond. Ik dus braaf geluisterd en proberen uit te vinden wat precies haar vraag is en, nog belangrijker, wie zijzelf eigenlijk is. Mijn Frans is redelijk, maar haar Frans buitengewoon gebrekkig en met een enorm Russisch accent. Uiteindelijk heb ik begrepen dat ze me uitlegt dat er een probleem is met corona en dat ze daarom nu niet haar zoon naar Antwerpen kan brengen naar de Joodse school en ook de afspraak met mij op mijn Brussels kantoor aanstaande zondag moet afzeggen. Dat komt mij overigens wel goed uit omdat 1: er een negatief reisadvies is naar België en 2: ik helemaal niet van plan was om aanstaande zondag naar Brussel te gaan, dat nergens in mijn agenda staat en ook ons secretariaat hiervan niet op de hoogte was. Het is mij dus nu niet helemaal duidelijk of ik wel of niet iets heb opgelost. Maar ik ga dus niet naar Brussel, dat is het enige dat duidelijk is.  Dat komt prima uit, want ik word zondag aanstaande op 11:00 uur in Arnhem verwacht. Daar mag ik een krans leggen met een bestuurslid van de Joodse Gemeente Arnhem bij het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Arnhemse Joden. Ik zal wel een paar woorden spreken en ook de burgemeester komt. Hopelijk zal de lokale omroep aandacht hieraan besteden, anders sta ik tegen mezelf te spreken of alleen tegen burgemeester Marcouch, die ook aanwezig zal zijn, hoewel ik het woord ‘ook’ beter kan weglaten.

     

    Overigens heb ik vanavond wel een training gehad om tegen niemand te spreken. Bijna 1½ uur een lezing over de “De plaats van het gebed in het Jodendom’. Ik stond dus letterlijk tegen niemand te praten, uitsluitend tegen een camera die niet reageert en zelfs niet in slaap valt van verveling. Een leuke grap verteld, en niemand lacht. Een spitsvondige opmerking, en niemand reageert. Ik vraag me af of als ik halverwege in slaap zou zijn gevallen, of iemand dat zou hebben opgemerkt! Ik ben gewend dat ik tegen een groep mensen spreek. Dat niet iedereen altijd aandachtig luistert, het is niet anders. Ook als mensen ongeduldig op hun horloge kijken aanvaard ik gedwee. Als ze na het kijken op hun horloge gaan luisteren of het klokje nog werkt, raak ik pas geïrriteerd!

     

    Maar er is vandaag nog iets gebeurd. Een belangrijke bespreking in verband met de onacceptabele herdenking van SS-ers en SD-ers op de begraafplaats in Ysselsteyn. Die bespreking heb ik niet geagendeerd en ook de positieve uitkomst die heeft geleid dat ik morgen weer een overleg heb, treft u niet vermeld. Heel vaak is een gevoelig probleem het best oplosbaar als het achter de schermen is en onzichtbaar blijft. Het lastige is alleen dat als het zichtbaar wordt dat het probleem is opgelost, er velen uitroepen dat zij het hebben opgelost. Twee weken geleden sprak ik een predikant wiens vader zwaar in het verzet had gezeten. Hij vertelde mij dat in de oorlog in hun dorp er maar weinig verzetsstrijders waren, maar na de oorlog was iedereen een verzetsstrijder geweest!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 30 september 2020

    Doordat ik gisteren de hele dag niet heb bewogen, want ik zat of bij die conferentie of in de auto, ben ik nu al wakker. Het is tien voor drie in de ochtend. En dus heb ik me voorgenomen om dadelijk, als het echt ochtend is en ik het ochtendgebed heb uitgesproken, een stevige wandeling te gaan maken. En de rest van de dag? Vanmiddag komen er een aantal mensen op bezoek. Mensen die anders op mijn Rabbinaat zouden zijn gekomen. Maar omdat ik vanuit huis werk, komen ze nu naar Amersfoort en worden ze ontvangen in de tentsjoel/sjoeltent en niet in ons huis vanwege ventilatie en social distance. En verder zie ik wel wat er op mij afkomt. Of niet. Maar meestal is er altijd wel wat aan de rabbinale hand. Sowieso moet ik mijn zoomcursus voor de 60+, die ik donderdagmiddag ga geven, voorbereiden. Zo’n voorbereiding is qua tijd lastig in te schatten, maar enige uren zal het vergen. En ondertussen, als ik van verveling niet meer zou weten wat te doen, kan ik vast mijn toespraken voor de eerste dagen Soekot, het Loofhuttenfeest, voorbereiden. Dat zullen we in ieder geval al vier zijn. Een voor ingaande Soekot, dus vrijdagavond, een overdag bij de sjoeldienst, dan weer een toespraak zondagavond en dan zondag overdag bij de sjoeldienst. Voor mezelf moet ik wel aantekeningen maken wanneer ik wat zeg. Geen uitgeschreven toespraken, maar wel punten per toespraak op schrift om te voorkomen dat ik niet alle vier de toespraken door mekaar haal. Vier toespreken fabriceren neemt een fiks aantal uren die ik vandaag of morgen zal moeten inplannen.

     

    Maar het regulier kantoorwerk gaat ook door, maar dan vanuit huis. Zojuist een zogenaamde rabbinale verklaring afgegeven. Om lid te kunnen worden van een Joodse Gemeente of om elders in de wereld een Choepa, een Joods religieus huwelijk, te kunnen krijgen of om aan een pasgeboren jongetje een Brit Mila, besnijdenis, te kunnen geven, moet er een bewijs van Jood-zijn worden getoond. En dus wordt er van mij regelmatig om zo’n verklaring gevraagd. Uiteraard geef ik uitsluitend zo’n verklaring af als het Jood-zijn, hetzij van geboorte of vanwege een toetredingsprocedure, bewezen is. In feite heet zoiets een Jood-Verklaring, maar vanwege alle nare mogelijke associaties noem ik dat altijd een Rabbinale-Verklaring. Klinkt iets vriendelijker!

     

    Overigens heeft die boze meneer van gisteren (zijn boosheid was terecht!) het gesprek, nadat ik excuus had aangeboden en toegezegd persoonlijk de plechtigheid rond de onthulling van de grafzerk te zullen leiden, afgesloten met de volgende woorden: “zo, nu ben ik het kwijt en heeft u (dat ben ik dus) het probleem.” Dat deed me denken aan Moos en Saar. Het is midden in de nacht en Moos kan maar niet slapen. “Waarom slaap je niet?”, vraagt Saar. “Nou”, zegt Moos, “ik heb van onze buurman en onze goede vriend Sam tienduizend Euro geleend maar ik zie geen enkele mogelijkheid om het terug te betalen en pieker me dus suf.” Saar begint hierop te bonken op de muur. Sam wordt wakker en brult wat er aan de hand is. “Sam”, antwoordt Saar, “Moos kan je die tienduizend Euro onmogelijk terugbetalen.”  Dit gezegd hebbend zegt ze tegen haar Moos: “Zo, nu kan hij verder piekeren en jij rustig slapen”.

     

    En toch ben ik tevreden dat die boze mijnheer met zijn klacht over de niet goed verlopen begrafenis mij heeft gebeld. Natuurlijk ben ik niet schuldig, maar wel verantwoordelijk en dus was mijn excuus oprecht gemeend en hoop ik dat de boosheid, of beter verwoord de teleurstelling, door mij is overgenomen en bij de familie enigszins verzacht is.  Hij reageerde in ieder geval zeer positief op mijn voorstel dat ik zelf de plechtigheid ga leiden bij de onthulling van de matsewa-grafzerk.

    Maar: Ik heb inderdaad slecht geslapen, maar dat doe ik al jaren!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Dagboek van een Opperrabbijn. 14 december 2020

    Probleem!  In deze Chanoeka periode gebeurt er zoveel per dag dat het onmogelijk is om in één dagboek het dagelijks gebeuren te kunnen verwerken en dus loop ik achter. Aan het derde lichtje, dat na afloop van sjabbat werd aangestoken, heb ik nog geen aandacht kunnen besteden. Maar los van Chanoeka gaat het dagelijkse gewoon door. In gewone niet-corona-dagen was ik bijna uitsluitend bezig gedurende Chanoeka met Chanoeka. Vergaderingen en besprekingen vonden gewoonweg niet plaats. Maar in dit corona-Chanoeka-jaar gaan de reguliere besprekingen gewoon door, want die gaan toch per zoom. Dat is het gewone vergaderen geworden.

     

    Dus even recapituleren: Vrijdag, een dag dat ik zeker in deze periode van het jaar vanwege het vroege begin van de sjabbat, nooit vergaderingen heb, had ik dus een vergadering van 1½ uur. Ik zit q.q. in tal van Comités van Aanbeveling. Daarin doe je niet meer dan ‘erin zitten’. Maar er zijn besturen die geen ‘in-zit’ maar ‘in-zet’ vereisen. Speciaal als die te maken hebben met ethische vraagstukken die op gespannen voet kunnen staan met de gangbare huidige visies van alles-mag-en-alles-kan. Als er wetgeving is, dan is het duidelijk, maar niet alles laat zich in wetgeving vertalen en dan ontstaat er een ‘strijd’ tussen opvatting over vrijheid van G’dsdienst, over ‘mijn waarden’ en ‘hun waarden’. Eigenlijk dus de Chanoeka-strijd. Laat ik iets concreter zijn. In een van de dagbladen las ik dat er ook in Nigeria baby-fabrieken zijn. Straatarme tienermeisjes worden van de straat geplukt, zwanger gemaakt met als doel kinderen te kweken die verkocht kunnen worden. Onacceptabel! Wij Nederlanders nemen hiervan met afschuw kennis. Maar in ons geciviliseerde Nederland gebeurt precies hetzelfde! Iedereen weet het! Vrouwen uit Oostbloklanden worden naar Nederland gelokt en belanden als slavinnen in de prostitutie. En niemand doet er iets aan. Waarom hiertegen niets wordt ondernomen? Vraag het de verantwoordelijken die bij machte zijn om er nu iets tegen te ondernemen, maar dat nalaten. Te zijner tijd over een x aantal jaren krijgen we vast en zeker een analoge toestand over dit onderwerp, gelijk er nu gaande is over de kindertoeslagaffaire. Maar het leed is dan al geschied en zal onherstelbaar zijn. De vergadering ging niet over de kindertoeslag-affaire en zelfs niet over de uitbuiting van buitenlandse vrouwen, maar wel over waarden en normen die onder vuur liggen. Nederland is een multiculturele samenleving waar ook voor afwijkende visies, binnen het kader van de wet, ruimte moet zijn.

     

    Na deze vergadering snel bloemen gekocht, mijn taken verricht die ik altijd doe voor het begin van de sjabbat, de menora aangestoken en toen: kwam sjabbat, kwam rust!

     

    En direct na sjabbat, zaterdagavond om 17:23 uur, begon bijna meteen de voortzetting van de Chanoeka-toer. Om 17:30 uur was Sara van Oordt hier met camera. Ik moest het derde kaarsje aansteken en daarbij in het Nederlands een Chanoeka gedachte brengen. Die moest dan meteen worden opgestuurd naar het secretariaat van de RCE, Rabbinical Center of Europe ten behoeve van LIGHTINGEUROPE#. Wat ze er precies mee gaan doen, was me niet helemaal duidelijk, maar: u vraagt en wij draaien. Daarna met het derde lichtje op de achtergrond brandend een toespraak in het Engels met daarin een oproep om juist vooral thuis de menora aan te steken, juist nu het buiten niet kan. Ik ben een half uur bij de menora blijven zitten en toen naar Kampen, waar in de voormalige sjoel de Menora zou worden aangestoken.

     

    Voorafgaand aan Kampen was er donderdag onduidelijkheid ontstaan. Vorige jaren werd een grote Menora voor de voormalige synagoge aangestoken, buiten aan de IJsselkade. Maar dit jaar werd, zo had ik het begrepen, geen toestemming gegeven om deze happening buiten te doen in verband met Cororna. En dus bood de conservator van Gemeentemuseum, waaronder de voormalige synagoge valt, aan om het aansteken van de Menora in de voormalige synagoge te doen. Maar dan kunnen er slechts een paar mensen aanwezig zijn. Uiteindelijk had de burgemeester geen bezwaar tegen buiten, maar toen had de idee om binnen de Menora aan te steken al zoveel emoties losgemaakt, dat het organiserend comité niet meer naar buiten wilde. Maar nu bleek binnen ook een probleem te hebben want je kunt natuurlijk niet in een museum, waar waardevolle kunstwerken aanwezig zijn, een vuurtje gaan stoken. En hoewel het vlammetje van de Menora maar heel klein is, toch… Uiteindelijk werd ik dus zaterdagavond om 19:45 uur in de Gouden Zaal van het Stedelijk Museum van Kampen ontvangen door de conservator van het museum en de burgemeester en de bestuurders van het organiserend comité. Waarom al die eer en dankbaarheid? Ik weet het niet en om heel eerlijk te zijn: ik kan er niet zo goed tegen. Maar ik heb het bijzonder gewaardeerd. Die bijeenkomst had een heel merkwaardig karakter. Chanoeka is het inwijding -feest. Het is dus een feest. Maar toen ik de kaarsjes in de voormalige sjoel aanstak benam de emotie mij. Sinds 1942 was in deze synagoge geen menora meer aangestoken, omdat er in Kampen geen Jood meer was overgebleven. En daar stond ik dan. Gesteund door de conservator van het museum, de burgemeester en de leden van het organiserend comité en een scala aan lokale pers. De vlammetjes van de Menora in de sjoel van Kampen spraken boekdelen. Hoop, verwachting. Vlammetjes die de eeuwen hebben weten te trotseren, ondanks alles. Maar ook vlammetjes waarin de namen van allen die vermoord waren bijna te lezen waren. Iets van voor de oorlog kwam heel kort weer even terug, dertig minuten lang……

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dakloze mag ’s nachts op straat blijven…. Dagboek van een Opperrabbijn 24 januari 2021

    Deze krantenkop zag ik in het RD van zaterdag. In eerste instantie dacht ik een mooie en legale uitweg te hebben gevonden om ook na 21:00 uur en voor 4:30 uur gewoon op straat te kunnen blijven. Stel ik word aangehouden dan kan ik zeggen dat ik ruzie had met mijn dierbare echtgenote en het huis ben uitgezet. En dus ben ik dakloos, geen speld tussen te krijgen! Maar na mijn primaire inventieve reactie, schrok ik. Een medemens dat dusdanig arm of ziek is, om welke reden dan ook, mag gedurende de koude nachten gewoon op straat blijven.Wat een gunst van de Overheid. Hij hoeft zelfs geen verklaring te tonen dat hij dakloos is. Lieve lezers van mijn dagboek, u leest het echt goed: een straatarme dakloze mag dakloos blijven. Ik herhaal: een dakloze mag ’s nachts gewoon op straat blijven! Ik denk dat de beste reactie hierop is ……………………… om sprakeloos een paar regels over te slaan!

     

    Mijn vriend en collega rabbijn Shimon Evers hield sjabbat, zoals iedere week, een prachtige leerzame toespraak. Maar ook legde hij een grappig verband met de Sidra van de week. Donderdag jl. werd er door onze regering besloten om over te gaan tot het instellen van de avondklok. En wat was de Thora tekst die donderdag centraal stond: ‘Geen mens gaat de deur van zijn huis uit tot de morgen (Exodus, 12:22).’De avondklok is dus voor ons Joden niets nieuws, want de Thora maakt er reeds gewag van! Een niet-joodse vriend, voormalig collega in het Sinai Centrum en top-psycholoog heeft mij eens omstandig uitgelegd dat humor een mechanisme is om te overleven en dat daarom bij Joden zoveel humor aanwezig is. Dus lach ik maar om de beperkingen die de avondklok met zich meebrengt. Maar ik neem ze wel uiterst serieus. Dat er discussie is over het nut hiervan moge duidelijk zijn, maar niet aan mij om me in de discussie te mengen. Wij moeten ons gewoon aan de wet houden en ik ben ervan overtuigd dat als iedereen van meet af aan zich had gehouden aan de beperkende bepalingen er nu geen avondklok zou zijn geweest. Maar het is zoals het is. We gaan verder en maken er het beste van, met, en af en toe ook zonder, humor!

    Mijn dagboek van donderdag over de Nationale 4 mei Herdenking op de Dam heeft een gigantisch bereik gehad. Zelfs in HP/de Tijd werd ik geciteerd, waarschijnlijk overgenomen van de Twitter die het NIW de wereld had ingestuurd.

     

    Overigens las ik in het papieren NIW een ingezonden mededeling waarmee ik het niet eens ben. “Een rabbijn maakte bij de burgemeester van Amstelveen bezwaar tegen struikelstenen ter herinnering aan onze geloofsgenoten die in de Holocaust vermoord werden. Dit omdat de (niet-Joodse) bedenker ervan de stenen soms op sjabbat zou plaatsen………Ik denk niet dat mijn grootouders, vergast in Sobibor, de dag van de plaatsing bezwaarlijk hadden gevonden…”Ik weet niet of het inderdaad klopt dat de rabbijn dat gezegd zou hebben, weet ook helemaal niet wie die rabbijn is, wil dat ook niet weten, maar voel de behoefte om deze mogelijke uitspraak van de rabbijn te nuanceren omdat rekening houden met elkaar en wederzijdse tolerantie voor mij belangrijk zijn. Struikelstenen worden doorgaans voor meerdere huizen tegelijk neergelegd. Het lijkt mij dat het dan niet juist is dat sommige nabestaanden/familieleden wel kunnen komen en anderen, die er wellicht erg graag bij hadden willen zijn, niet kunnen komen omdat de plechtigheid op sjabbat valt. Een goede vriend van mij (een bestuurder van een Joodse gemeente) die absoluut thuis en ook op vakantie niet-koosjer eet, eist dat als er ergens in den lande een plechtigheid is, dat er dan voor mij én voor hem een koosjere maaltijd of koosjere cake is. Hij vindt het ongepast dat ik met een koosjer gebakje zit en hij, als vertegenwoordiger van de Joodse Gemeente en vooral als mede-Jood, met een niet-koosjer taartje wordt opgezadeld. De meeste Joden zijn fel gekant tegen een verbod op koosjer slachten, ook Joden die zelf nooit koosjer vlees eten. Ik vind het dus respectvol, en velen met mij, dat er bij het leggen van Struikelstenen rekening wordt gehouden met het Jodendom op zo’n manier dat alle Joden, ongeacht wel of niet zich aan de wetten houdend, aanwezig kunnen zijn. Enige jaren geleden werd ik gevraagd of ik een toespraak wilde komen houden bij zo’n plechtigheid. De voorgestelde datum was echter de eerste dag Pesach. Ik heb het organiserend comité uitgelegd dat ik erg graag wil komen, maar op Pesach is mij dat helaas niet mogelijk omdat het Jom Tov is en ik dan in sjoel moet zijn en überhaupt dan niet kan rijden met de auto. Na enige dagen kreeg ik als antwoord dat de datum niet gewijzigd kon worden en dat Hitler ook geen rekening hield met de Joodse Feestdagen. Ik heb dit antwoord als zeer kwetsend ervaren en getuigen van weinig tolerantie. Ik vind niet dat een rabbijn het leggen van Struikelstenen moet willen tegenhouden, maar hij mag wel proberen dat de plechtigheden op dagen worden gehouden waarop alle Joden, vroom en vrij, aanwezig kunnen zijn zonder gewetensbezwaren. Dat dat verlangen voorzichtig en zorgvuldig gepresenteerd moest worden en misschien in dit geval niet juist is gebracht of begrepen, snap ik. Maar met enig creatief denken moet dat toch echt lukken en toont het dat wij als Joodse gemeenschap ondanks onze diversiteit toch een eenheid vormen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Dat gaat naar Den Bosch toe Zoete lieve Gerritje; Dagboek van een Opperrabbijn 20 oktober 2020

    Nadat ik gisteravond mijn dagboek had gesloten en verstuurd, ontving ik een bericht dat in Den Bosch, die vriendelijke stad van “Zoete lieve Gerritje”, een demonstratie had plaatsgevonden tegen de corona-maatregelen en dat tijdens deze demonstratie antisemitische kreten pur sang werden gescandeerd. Wie had ooit kunnen bevroeden dat anno 2020 die “Zoete Lieve Gerritje” vanuit mijn jeugd naar Den Bosch zou gaan om daar antisemitische en anti-politie leuzen te gaan verkondigen? Een duidelijke bevestiging van mijn grap over de vraag wie er schuldig is: “De Joden of de lantaarnpaal? Waarop dan als reactie komt: Hoezo de lantaarnpaal?” Een beangstigende ontwikkeling, waarvoor we onze ogen niet mogen sluiten.  Dat was dus het slechte nieuws of toch niet? Want hiermee is het wel duidelijk geworden dat de Joden niet schuldig kunnen zijn aan het Covid-19 virus omdat zij juist de veroorzakers zijn van de anti-coronamaatregelen en dus duidelijk niet van Covid-19 zelf! Of zie ik dat nu precies verkeerd en is dit een te optimistische vertaalslag en zijn wij Joden schuldig én aan het virus zelf én aan de antivirus maatregelen? Maar het echte goede nieuws, want dat is er ook altijd, is de boom van Anne Frank:

     

    Mijn echtgenote ontving van onze vriendelijke, uit oost Europa afkomstige en bejaarde tuinman de volgende e-mail: U e-mail heb ik gelezen. Deze week zal alle dagen regenen, behalve zaterdag. Maar dan viert u Sabbat. Volgende week maandag en dinsdag zal droog zijn. Maar dat moeten te zijner tijd nog een keer bekijken. Natuurlijk kom ik, als droog is. Een heel zeldzaam nieuws wil ik U vertellen: afgelopen week was ik gast bij mijn vriend in Flevoland. Hij was de directeur van de vermeerdering bedrijf daar voor de boomkwekerij. Hij heeft in zij tuin een jonge wilde kastanjeboom (Aesculus hippocastanum), die dit jaar droeg eerst vruchten. Hij vertelde, dat die kastanjeboom een van de 8 Kastanjebomen zijn die zijn broer heeft van Anne Frank Kastanje boom vermeerderd. Hij gaf me twee vruchten met de opzet een aan U te geven, een aan onze Dominee. Dat vond ik heel attent van hem. Maar, die heb ik nu in de koelkast gestopt om koude inductie te krijgen. In maart probeer ik in een pot bij mij te ontkiemen, en als dat lukt, kan ik de ene voor U voor € 0,- aanbieden. Ik hoop dat de vrucht gaat ontkiemen en ben onder de indruk van zijn bemoedigende schrijven. Gewoon, direct uit het hart, zonder franje en het zal geen krant of Facebook halen, alleen dus mijn dagboek.

     

    Ik was vandaag verder bezig met naspeurwerk over de vraag of iemand wel/niet Joods is, de organisatie rondom een overlijden en Ysselsteyn is nog steeds niet over, want er zijn er die inderdaad van mening zijn dat ook onze agressors en moordenaars geëerd moeten worden binnen het kader van verzoening! Er wordt mij hierbij vermeld dat inwoners van Ysselsteyn door geallieerde soldaten vermoord waren en dat ook de Nederlands soldaten in Indonesië herdacht worden, ondanks hun begane oorlogsmisdaden. Dat de moordenaar van Anne Frank, die ook op het ereveld ligt van Ysselsteyn, geen lof dient te verkrijgen, begrijpt de schrijver van de brief aan mij, maar toch……! Hij schijnt te vergeten dat ik geen bezwaar heb tegen respect tonen naar de jonge Duitse soldaten die gesneuveld zijn en gedwongen in het leger zaten. Mijn bezwaar betreft de SS’ers en SD’ers die geheel vrijwillig aan de Endlösung meewerkten en die daar ook in groten getale begraven liggen.

     

    Ondertussen ben ik benieuwd hoe er vanuit de Bisschoppen gereageerd gaat worden op het artikel in het laatste NIW over de (niet goede) positie van Paus Pius XII, de oorlogspaus. Verder was ik vandaag onaangenaam verrast over een artikel op de opiniepagina van het RD over de zorg in Christelijke kring dat christenen aan de voeten van rabbijnen het Oude testament gaan leren. Dit gaat uit van een Christelijke organisatie die vanuit Israel werkzaam is. Ik was ook gevraagd om regelmatig artikeltjes voor ze te gaan schrijven, maar bij nader inzien heb ik me hiervan gedistantieerd om redenen die ik niet aan het digitale papier wil toevertrouwen. Ondertussen heb ik mezelf ook een spiegel voorgehouden, want ik heb best veel Christelijke contacten. Wil ik Christenen bekeren? Absoluut niet. Ik wil coalities vormen, samen strijden voor de terugkomst van het geloof in G’d, voor moraliteit gebaseerd op Bijbelse waarden, voor het gezin als hoeksteen van onze samenleving en tegen antisemitisme. En als ik spreek over strijden, denk ik niet, G’d behoede, aan wapens maar aan gesprek, aan shalom, met gelovigen van andere denominaties en ook met ongelovigen, want ook ongeloof is een religie.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Dat zo’n figuur mijn familie moet gaan herdenken……. Dagboek van een Opperrabbijn 20 januari 2021

    Het is inmiddels woensdag 23:15 uur. Ik ben net thuis. Een lezing gegeven in Gorinchem. Uiteraard zonder zichtbaar publiek, maar wel in een professionele studio en enige honderden die thuis zaten te kijken en naar verwacht vele duizenden die nog naar de uitzending op een later tijdstip zullen kijken. Ik ben er ondertussen wel aan gewend. Als ik dadelijk weer voor zichtbare mensen mag spreken zal het nog wennen worden om voor echte toehoorders een lezing te houden. Een lezing met in het midden een kwartier pauze met thee. Publiek dat mij gewoon in het echt kan zien en ik die de aanwezigen kan aankijken. Nu moet u weten dat ik gewoon was om van de gezichten af te lezen of ik dieper op de materie moest ingaan, of het tijd werd voor een parabel of een grap om de mensen bij de les te houden. Omdat ik nu begin te beseffen dat we eind deze week nog nauwelijks naar buiten mogen (goed voor m’n conditie? Niet dus.) heb ik vandaag mijn snel-wandeling van een uur gehouden in plaats van de gewoonlijke 25 minuten.

     

    Ondertussen blijven de condoleances binnenkomen per e-mail, op facebook (zo is me verteld, want ikzelf kom niet op facebook) en de telefoon staat nauwelijks stil. Zoveel warme en mooie woorden. Ook een e-mail die me adviseerde om me te bekeren. Was goed bedoeld, maar het voorstel heb ik resoluut afgewezen zonder enige vorm van overweging. Mocht de schrijfster van die ellenlange e-mail dit dagboek lezen, dan hoort ze bij deze dat ik niet gecharmeerd was van haar poging tot bekering en ik ook niet de moeite heb genomen om op haar e-mail te reageren. Bekering is voor ons Joden een beladen onderwerp dat nog steeds leeft. ‘En’, zo hoor ik u denken, ‘je bent toch zo goed met de Christenen voor Israel?’ Lieve mensen: zij doen niet aan bekering! Ik ken hun drijfveren, ik weet hun achtergrond, ik ben op de hoogte van hun statuten en ben in bijna dagelijks contact met ze. Samen vechten we voor Israel en tegen antizionisme. Bekeren? Zij hebben vele geloofsgenoten die hun pro-Israel optreden sterk afkeuren en hun euvel duiden dat zij niet aan zending onder Joden doen. Want ze doen wel aan bekering, maar dat is een andere bekering. Zij proberen de kerken te bekeren om hun anti-Israel houding te wijzigen in een pro-Israel benadering!

     

    Waarom ik dat nu aankaart? Niet vanwege die sukkelige brief van die mevrouw, maar omdat de Jewish Agency de samenwerking met een Canadese christelijke organisatie, genaamd Return Ministries, is gestaakt omdat er een gerucht de ronde deed dat ze proberen te bekeren. De voorzitter van die organisatie is een Messias belijdende Jood. En hoewel ieder mens voor zichzelf verantwoordelijk is en mag doen wat hij niet laten kan, is dit wel storend. Een bekeerde Jood die Joden naar Israël wil brengen? Zelf dus zijn Jodendom overboord heeft gegooid, maar niet zijn mede-Joden wil bekeren? Voor mij een contradictio interminis! En dus begrijp ik de Jewish Agency volledig.

     

    En terwijl die mevrouw me dus probeert weg te troggelen bij het Jodendom las ik vandaag in het gezaghebbende Brits dagblad the Guardian dat uit een recent onderzoek blijkt dat vele Britse Joden bang zijn om met tekenen van hun religie, zoals een keppel en een davidster, zich in het openbaar te vertonen. Opkomend antisemitisme, dat steeds meer het ‘normaal’ wordt! Laat die bekerende mevrouw daaraan haar tijd besteden en mij met rust laten. Deze bekeringspoging koppelen aan het overlijden van onze zoon ervaar ik als onfris, want dat deed ze!

    Ondertussen blijkt uit de gigantische hoeveelheid steunbetuigingen, resultaat van mijn dagboek, dat ik een breed lezerspubliek heb opgebouwd. Kennelijk ben ik niet de enige die dat weet. Want, en nu komt het, ik ben vandaag vanuit vier verschillende kanten benaderd met het verzoek om aandacht te besteden in mijn dagboek aan de keuze van de spreker bij de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking op 4 mei. De keuze van het Comité 4 en 5 mei is zowaar gevallen op een figuur die bij diverse gelegenheden zich antisemitisch zou hebben uitgelaten. De Jewish Telegraph Association (JTA), die doorgaans goed geïnformeerd en secuur is, heeft er een heel artikel aan gewijd en de uitspraken die de spreker gedaan zou hebben, liegen er niet om. Ik ben er zeker van dat ook het NIW van deze week er onderbouwd aandacht aan zal besteden. Onbegrijpelijk dat deze Abdelkader Benali, die niets heeft met de jaren ’40-’45, bij dezelfde herdenking gaat spreken waar vorig jaar onze koning Willem Alexander op briljante wijze precies dat heeft verwoord waarop speciaal Joods Nederland al zolang zat te wachten. Wat was dat een bemoediging! En nu komt deze figuur…? Ik snap het niet, ik heb het gevoel dat 4 mei mij wordt ontnomen, maar ik hoop dat ik alles verkeerd begrepen heb, de JTA verkeerde informatie heeft gekregen en de verschillende e-mails met quotes die verre van Jood-vriendelijk zijn, gewoonweg op een misverstand berusten en nooit zijn geuit. Maar mocht onverhoopt alles wel kloppen: Dat zo’n figuur mijn familie moet gaan herdenken……ik snap het gewoonweg niet.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • De ambassadeur als beproeving

    Hoewel het Joods Nieuwjaar en de Grote Verzoendag in het Nederlands vaak worden aangeduid als de Hoge Feestdagen, is het beter om te spreken van de Ontzagwekkende Dagen.  Om de een of andere onverklaarbare reden is het behalve de week voor de Ontzagwekkende Dagen, dagen van diepe bezinning, voor mij dit jaar ook de Maand van de Ambassadeurs.

     

    Met de ambassadeur van Israël heb ik zeker wekelijks whatsapp contact en de laatste weken hebben we elkaar ook fysiek vele keren ontmoet. Maar vandaag ontving ik een uitnodiging van de ambassadeur van Hongarije om op zijn ambassade te komen lunchen.  Maar indien ik niet reis, zo schrijft hij, dan is hij zeker bereid om naar mij te komen. Wat hij precies bedoelde met “indien ik niet reis” weet ik niet, want voor mijn gevoel “doe ik niet anders dan reizen”.

     

    Maar behalve Hongarije en Israel ontving ik ook een uitnodiging van de ambassadeur van Litouwen en de ambassadeur van Japan om aanwezig te zijn bij de opening van een fototentoonstelling genaamd “Kindness of One” geïnspireerd door het verhaal van de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk en de Japanse diplomaat Chiune Sugihara die in 1940 duizenden visums hebben geregeld om Joden in Litouwen daarmee de gelegenheid te geven Litouwen te ontvluchten en zo aan de Endlösung te ontkomen.

     

    Jan Zwartendijk en Chiune Sugihara zijn ook uitgebreid aanwezig op de tentoonstelling “Redders in Nood” in het Israel Producten Centrum in Nijkerk. Het trieste is dat deze twee reddende engelen niet alleen na de oorlog geen erkenning hebben gekregen, maar integendeel: Sugihara heeft in de gevangenis gezeten en onze Zwartendijk kreeg na de oorlog in plaats van een Koninklijke Onderscheiding een reprimande van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het redden van duizenden Joden. Sick! Die reprimande heeft hem zeer diep geraakt, zijn leven werd hier verder door getekend.

     

    Dat heette dus bevrijd Nederland. Ik voel de woede in mij opkomen en denk dan meteen aan mijn lieve vader die ook na zijn afschuwelijke onderduikperiode verre van een 'welkom-terug' heeft gekregen, gelijk de overgrote meerderheid van de Joodse overlevenden. Na de oorlog, ja u leest het goed, zijn nog bij mijn vader ruiten ingeslagen. Niet door moslims, maar door ‘gewone’ Nederlanders!

    Even terug naar al die ambassadeurs: Waarom, zo vroeg ik me af, plotseling al die ambassadeurs zo vlak voor de Ontzagwekkende Dagen?

     

    De Baal Sjemtov, de stichter van het Chassidisme, heeft steeds onderstreept dat uit alles dat een mens tegenkomt een les valt te halen. Op Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, wordt het komende jaar vastgelegd en bepaald. Wie rijk zal worden, gezond, enz. Maar ook wordt het gehele wereldgebeuren vastgelegd. Wordt het Trump of Biden.

     

    Natuurlijk zullen beiden campagne moeten voeren en zal het Amerikaanse volk moeten stemmen, maar wie er wint wordt op Rosj Hasjana al bepaald. Of we dan wel of niet nog invloed kunnen uitoefenen op het verloop van 5781, zal ik nog wel een van de komende dagboeken behandelen, vermoed ik.

     

    Maar een ding is zeker: onze gebeden en onze opstelling gedurende de Ontzagwekkende Dagen zijn op het komende jaar van invloed. En dus, als ik plotsklaps een aantal onverwachte ontmoetingen krijg met ambassadeurs, is dat geen toeval maar wordt van mij kennelijk verwacht dat ik hun beïnvloed om ten opzichte van Israël en de Joodse Gemeenschap in hun landen een positieve opstelling te betrachten. Kennelijk wil G’d van mij dat ik niet uitsluitend mezelf probeer te verbeteren (en dat is al een flinke klus!), maar dat ik ook mijn opgebouwde netwerk breed ga inzetten om voor de samenleving een goed en gezegend jaar te verkrijgen. Zo heeft ieder zijn taak en opdracht.

     

    Maar waar ook ik voor moet waken is hoogmoed. Die ambassadeurs zijn poppetjes die ik ten goede kan aanwenden, maar diezelfde poppetjes kunnen ook valkuilen zijn of zelfs handlangers van de afgod genaamd “IK”.  Die ambassadeurs bieden dus niet alleen de mogelijkheid voor mij om ze te gebruiken in de strijd tegen antisemitisme, antizionisme en iedere andere vorm van onrecht, maar ze zijn multifunctioneel. Want ze zijn ook allen beproevingen: gebruik ik ze ten goede of misbruik ik ze voor mijn eigen roem en hunker naar eer?

     

    Zondag jl. was ik in Postdam, Duitsland. Er was een feestelijke bijeenkomst vanwege een nieuwe Thora die de Joodse Gemeente, de Synagogengemeinde, had gekregen. De Joodse Gemeente beschikt weliswaar over een aantal gehuurde lokalen waar de synagogediensten worden gehouden, maar een eigen gebouw, een echte sjoel, is er nog niet. Maar die is wel in de maak. De Landesregierung van Brandenburg, waar Postdam onder valt, heeft de Joodse Gemeenschap toegezegd om een plaatsvervanger te bouwen voor de vorige synagoge die in de Kristalnacht in vlammen opging.

     

    Geweldig dat ze een nieuwe synagoge gaan bekostigen! Maar één probleem: de Landesregierung wil bepalen hoe die synagoge er uit gaat zien en geeft geen ruimte aan de Joodse gemeenschap om zelf de inrichting en het aangezicht te bepalen. In mijn toespraak omschreef ik dit als volgt: normaliter is er eerst een synagoge en daarna wordt de Thora binnengeleid. Hier was het precies andersom: de Thora is er al, maar de synagoge moet nog gebouwd worden. De les: de Thora moet de synagoge, het omhulsel, bepalen en niet het omhulsel, het gebouw, de Thora.

     

    Van alles wat op onze weg komt moeten we iets leren, speciaal in deze week voor de Ontzagwekkende Dagen. Mijn lichaam is de synagoge en de Thora mijn bezieling. Wie laat ik de boventoon voeren?   

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • De echte Zeven Wereldwonderen, Dagboek van een Opperrabbijn 13 oktober 2020

    Uiteraard ontvang ik vele e-mails over van alles en nog wat. Fijn dat we ondanks alle lockdown-maatregelen toch nog de mogelijkheid hebben om te communiceren. Zelfs bestaat de mogelijkheid om indien er door de week geen mogelijkheid bestaat om naar de synagoge te gaan voor het ochtend-, middag- en avondgebed mee te doen met de diensten bij de Klaagmuur in Jeruzalem! Het klinkt natuurlijk erg interessant om aan te geven dat je dermate veel e-mails ontvangt dat je geen tijd hebt om ze allemaal te lezen en dus blokkeert. Ik blokkeer niet, geef openhartig toe dat ze niet allemaal mijn interesse krijgen, maar er zitten soms prachtige gedachten tussen. Neem bijvoorbeeld deze, die mooi past bij het Scheppingsverhaal dat we aanstaande sjabbat in alles sjoels ter wereld lezen (als ze nog open mogen zijn!):

     

    Aan een klas op school wordt door de juffrouw gevraagd aan de kinderen om de Zeven Wereldwonderen op te schrijven. Uiteindelijk, na stemmen, kwamen de volgende wonderen eruit: 1/de Pyramides in Egypte; 2/de Taj Mahal; 3/ Grand Canyon; 4/ het Panamakanaal; 5/ Empire State Building; 6/ St Pieters Basiliek; 7/ de Chinese Muur. Er was echter één meisje in de klas dat haar papiertje nog niet had ingeleverd. Op de vraag waarom zij nog niets had opgeschreven zei ze dat ze er niet uit kwam. Er zijn zoveel wonderen op deze wereld, zoveel gebouwen, natuurverschijnselen, technieken, medicijnen. Ik weet niet welke een groter wonder is. Maar eigenlijk denk ik aan heel iets anders als we spreken over wonderen, zei het meisje. Voor mij zijn er wonderen die al die gebouwen, uitvindingen en natuurverschijnselen overtreffen. Ik denk eraan dat ik kan 1/ aanraken; 2/ smaken; 3/ zien; 4/ horen; 5/ voelen; 6/ lachen; 7/ liefhebben. Dat zijn voor mij de Zeven Wereldwonderen. Dat kleine meisje heeft gelijk. En weet u, ik ontmoet juist in deze coronatijd mensen die zo intens dankbaar zijn dat ze gezond zijn, dat al hun zintuigen werken en dat ze ook nog kunnen lachen en houden van.  Wie is gelukkig, wordt gevraagd in de Spreuken der Vaderen, hij die tevreden is met wat hij bezit. En dus ben ik dankbaar dat zoveel mensen aan mij denken en mij e-mails sturen, ook als ze slechts hiervoor eenmaal op een knopje hoeven te drukken.

     

    Ik heb een beetje een soft day. Niets schokkends, maar wel iets heel moois in lijn met de Zeven allergrootste Wereldwonderen. Vandaag was ik in Etrog Amerpoort. Dit is de voortzetting van wat eens de afdeling verstandelijk gehandicapten van het Sinai Centrum was, bekend als de ‘kinderafdeling’. Nog Zeven bewoners van weleer wonen hier in hun nieuwe thuis. Ze eten koosjer, weten zich in een Joodse omgeving en worden met liefde omringd. Maar inmiddels zijn alle kinderen van toen hoogbejaard. Ludwig vierde vorige week zijn 80ste verjaardag. Jaap Kleve is daar een van de ‘oude’ medewerkers en hij zorgt er met een enorme overgave voor dat alles zoveel mogelijk Joods en koosjer blijft. Geweldig zijn inzet. Vanwege de verhuizing naar een nieuwe locatie waren er ook veel nieuwe medewerkers en mocht ik dus aantreden om te vertellen over Jodendom. Altijd weer is het schitterend, bijna ontroerend, te zien hoe medewerkers in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zich inzetten voor ‘hun’ bewoners. Zij beschouwen hun werk niet als werk maar als roeping en dus willen ze goed de achtergrond van ‘hun’ bewoners weten en bovenal aanvoelen. En dus mag ik terugkomen na dit eerste hernieuwde contact. Ik vind dat ook fijn, want zo kan ik iets betekenen voor medemensen die niet de top van de samenleving vormen, maar gewoon oprecht en kinderlijk eerlijk zijn. Hier ligt mijn hart. Ik denk terug aan mijn werkzaamheden in het Sinai Centrum, aan de gerontopsychiatrische afdeling, de psychiatrie, ambulante zorg en ‘de kinderafdeling’.  Ik mocht ze Joodse les geven. Alef, beet, weet, gimmel….de melodie welt weer in me op. Ze klapten allemaal mee. Zij die konden zingen zongen. Ze omhelsden me, wuifden als ik wegging. En een week later zongen we weer precies dezelfde liedjes. Alef, beet, weet, gimmel, dalet… Jarenlang! En ook vandaag wuifde Sakia naar me toen ze me zag. Ik had haar moeder beloofd altijd een oogje in het zeil te houden, waar nodig voor haar belangen op te komen, als haar moeder er niet meer zou zijn. Waarschijnlijk gelooft u mij niet, maar het werk in de Sinai was zo mooi. Er viel weliswaar geen eer mee te behalen, maar dat was juist het mooie. Als rabbijn krijg je applaus. Ook veel tegenstand, maar als het applaus de tegenwerking overstemt, ben je geslaagd. Steeds politiek, commentaar, politiek. Maar natuurlijk ook steun en instemming. Maar altijd spanning! In mijn Sinai werk was alles uitsluitend gericht op hulp aan de medemens in geestelijke nood of aan de medemens die geestelijk zwaar of geheel hulpbehoevend was. Ik droom terug naar die tijd. Ik voel me weer aanwezig bij de patiëntenbesprekingen. Ik waan me weer in Londen op mijn driemaandelijkse reis met een psychiater en een specialist op het gebied van ouderenzorg om daar de lokale Joodse gemeenschap te helpen, want het Sinai was een topper van een ongekend hoog niveau. Drie dagen waren we dan in Londen voorzien van een bomvolle agenda om te helpen, te helpen en nogmaals te helpen.

     

    Ik word wakker. Die Sinai-tijd is voorbij. Maar is dat zo? Waak je ervoor, zo spreek ik tegen mezelf, om de essentie uit het oog te verliezen. Staar jezelf niet bot op het grote en imponerende werk waarmee je als opperrabbijn kunt scoren! Luister naar dat ene meisje dat de echte Zeven Wereldwonderen wist te benoemen.

     

    Het was een goede dag. Even terug bij het Sinai Centrum. En wat ik eraan overhield? “Een prachtige bos bloemen voor uw Blouma”. Geweldig!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • De eerste Lockdown, de Ark van Noach. Dagboek van een opperrabbijn18 oktober 2020

    Om 8:10 uur viel sjabbat jl. plotseling de stroom uit. Dat is altijd lastig, maar speciaal op sjabbat omdat ik geen storingsdienst kan bellen (Ook als de telefoon het nog zou doen). Water voor koffie en thee in de sjabbat-ketel was keurig vrijdagavond voor het begin van de sjabbat aangezet, de maaltijd voor sjabbatmiddag stond in de slow cooker te pruttelen, verlichting, freezer en koelkast, verwarming…..niets werkte meer. Ik naar de elektriciteitkast, naast de voordeur, om te kijken of de aardschakelaar wellicht de schuldige was. Maar ook als dit het geval zou zijn geweest, dan nog had ik weinig kunnen doen: Sjabbat! En toen kwam mijn Reformatorisch Dagblad de brievenbus binnenvallen.

     

    Ik meteen de deur opengedaan en mijn elektrische probleem aan de bezorger kenbaar gemaakt. De bezorger van het RD begreep het probleem meteen. “Ik kijk wel even wat er aan de hand is, want u kunt dat niet vanwege sjabbat!”. Hij dook meteen de elektriciteitskast in, kon niets afwijkends vinden en ging vervolgens kijken of er elders in de wijk ook problemen waren. Vijf minuten later was hij terug en vertelde mij dat de hele buurt zonder stroom zit. Op dat moment ging het licht weer aan. Wat was ik blij met mijn Reformatorisch Dagblad dat dus niet alleen de krant brengt, maar ook het licht! En dus ging ik met een gerust hart naar de synagoge waar het begin van Genesis werd gelezen met daarin o.a.: Toen zei G’d “Er zij licht” en er was licht!

     

    Vorige week had ik in mijn dagboek mijn ongenoegen kenbaar gemaakt over de voorgenomen herdenking op de oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. Reden: daar liggen Duitsers en Nederlanders die in de oorlog zwaar fout waren geweest. Vrijdagmiddag, ruim voor het begin van de sjabbat, een journalist aan de telefoon. Kennelijk was mijn https://niw.nl/een-gezonde-winter/ in de Limburgse mediawereld doorgedrongen. Ik heb de journalist netjes te woord gestaan met als gevolg dat ik na de sjabbat veel reacties op mijn e-mail aantrof. Mijn Ysselsteyn-afkeer had het brede Limburgse publiek via de Limburgse Radio, TV en andere media bereikt.

     

    De Sjabbat en de aan de Sjabbat gekoppelde sjabbatrust was nog nauwelijks voorbij of een collega belt op vanwege een sterfgeval. De vrouw van de voormalige voorzitter van de Joodse gemeente Zwolle was op hoge leeftijd overleden, gewoon ouderdom, maar toch. Heinneringen komen bij mij boven. Regelmatig was ik bij hun thuis voor overleg. Ook een e-mail met de vraag om een oudere man te bellen die vrijdag een slecht-nieuws-bericht had gekregen van zijn huisarts. Ik dus meteen in de telefoon. Kijken wat ik voor hem zou kunnen betekenen. We hebben lang gesproken en blijven contact houden.

     

    En op Sjabbat zelf? Sjoeldienst, maar met minder mensen dan gewoonlijk. ’s Middags gelernd met mijn leerling, de computeringenieur, met wie ik al meer dan tien jaar iedere sjabbatmiddag eerst een uur wandel en dan enige uren lern. Omdat aanstaande sjabbat de geschiedenis van Noach wordt gelezen, doken wij de Ark in (niet fysiek!). Noach kreeg voor het uitbreken van de zondvloed de opdracht van G’d om in de Ark te gaan. En toen het buiten weer droog was moest hij de Ark weer te verlaten. Waarom, zo wordt de vraag gesteld, moest hij opdracht krijgen om de Ark te verlaten. Het was toch droog! Het antwoord bevat een belangrijke levensles. In de Ark heerste een sfeer van echte Sjalom, vergelijkbaar met het Paradijs. Noach vond dat fijn. Waarom de wereld met al zijn beslommeringen en misère intrekken? Maar G’d gaf duidelijk aan dat het afzonderen van de samenleving onjuist is. In die wereld met al zijn beproevingen hebben wij de opdracht om Hem te dienen door juist een bijdrage te leveren aan de ons omringende samenleving, ook als afsluiten voor ons persoonlijk plezieriger zou zijn. Geen Joodse kloosters dus!

     

    Maar voordat de Zondvloed begon kreeg Noach de opdracht om juist de Ark binnen te gaan en zich wel af te sluiten van de wereld. Zonder corona te willen vergelijken met de Zondvloed, zijn er tijden dat wij, u en ik, juist midden in de wereld moeten staan om de medemens te helpen en om te socialiseren, maar er zijn ook perioden dat we tijdelijk juist niet naar buiten mogen, social distance. Hoelang moeten we binnenblijven? Weten we niet. Maar gelijk Noach niet protesteerde en in de Ark bleef toen dat van hem werd verlangd, zo ook moeten wij binnenblijven, ook als we dat lastig vinden. Het is buiten even te gevaarlijk, helaas. Aanstaande sjabbat wordt in alle synagogen ter wereld gelezen over de Ark van Noach, de eerste mondiale Lockdown.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl