Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • Wederzijds respect. Dagboek van een Opperrabbijn 27 december 2020

    Ik heb een bijna echte dagboek-vakantie gehad, want zowel donderdag, vrijdag, sjabbath en zondag hebt u niets van mij ontvangen.  Was ik dagboek-moe? Helemaal niet! Integendeel, want ik begon al bijna afkickverschijnselen te vertonen. Laat ik een rabbinale uitleg geven aan mijn korte dagboekvakantie: Op sjabbat mag ik geen ‘werkzaamheden’ verrichten. Maar ook is het mij niet toegestaan om niet-joden, die geen werkverbod hebben op de sjabbat, voor mij te laten werken. Voorbeeld: mijn auto moet gerepareerd worden. Ik lever de auto een minuut voor het begin van de sjabbat af bij de garage en haal hem direct na de sjabbat weer op. De garagemonteur moet dus voor mij op de sjabbat werk verrichten. Niet geoorloofd! Maar wat als ik de auto voor het begin van de sjabbat breng en aangeef dat ik de auto, waaraan maar een paar uurtjes gewerkt zal moeten worden, in de loop van maandag kom afhalen en de garagemonteur besluit om mijn auto toch op de sjabbat te gaan repareren, dan is dat zijn keus waarvan ik geen voordeel en geen nadeel ondervind en dat voor mij ook zeker niet nodig was. Zonder verdere vragen te gaan beantwoorden, want zo’n wet roept natuurlijk veel vragen op, leer ik hieruit een prachtig principe: Ik mag de niet-joodse garagemonteur niet dwingen om voor mij op de sjabbat te werken, maar ik moet hem ook de gelegenheid geven om de reparatie op een dag te doen die voor hem aanvaardbaar is. Met andere woorden: we houden rekening met elkaar!

     

    En daarom schrijf ik nooit dagboeken op vrijdag, omdat die op onze Joodse rustdag, de sjabbat, bij de lezers aankomen. Maar ik wil ook niet dat niet-joodse lezers van mij op zondag een dagboek ontvangen, de christelijke rustdag. En dus verkeerde ik heel even in dubio: wat doe ik met de kerstdagen? Voor mij zijn het gewone-door-de-weekse dagen, maar voor vele van mijn dagboekeniers hebben die dagen een religieuze betekenis. En dus vind ik het niet passend dat mijn dagboek in de niet-joodse Inbox verschijnt op voor de ontvanger gewijde dagen, gelijk ik het fijn vind als met mijn Hoogtijdagen ook rekening wordt gehouden.

     

    Dit ‘rekening houden met’ heeft me jaren geleden een probleem opgeleverd. Ik was namelijk uitgenodigd bij de kroning van koning Willem-Alexander, hetgeen ik een enorme eer vond, maar ik was teleurgesteld dat het afscheid van koningin Beatrix op Jom Kippoer had zullen plaatsvinden in de Ahoy Hallen in Rotterdam. Waarom was ik teleurgesteld? Joodse Feestdagen stonden toen sinds enkele jaren niet meer vermeld in de diverse agenda’s en kalenders, waardoor door de organisatoren, naar ik vermoedde, Jom Kippoer over het hoofd was gezien. De reden was/is natuurlijk dat wij dermate klein waren geworden dat vermelding in agenda’s niet meer nodig werd bevonden. Dát deed me verdriet. De vertaalslag die mijn verdriet toen kreeg o.a. in het NRC was dat ik teleurgesteld was in koningin Beatrix en dat bericht zou de koningin hebben bereikt. Totale verkeerde weergave gevolg van mijn kennelijk onduidelijke boodschap. Ik heb de eer gehad uitgebreid met koningin Beatrix te hebben gesproken en haar opstelling richting Joodse gemeenschap en die van Prins Claus was zonder enige twijfel zeer pro-joods en pro-Israël. Maar mijn dubbel te interpreteren droefenis lag ten grondslag aan de ‘verkeerde’ interpretatie van het NRC. En dus ben ik sindsdien nog oplettender om al hetgeen uit mijn pen voortkomt op meerdere vertaalslagen te controleren. En zelfs als ik iets zeg voor een microfoon schiet er vooraf een soort ‘spellingscontrole’ door mijn hoofd.

     

    Maar mijn spellingscontrole functioneert af en toe ook als een soort voorgeprogrammeerde antwoordmachine. U heeft waarschijnlijk wel eens meegemaakt dat uw telefoontje of uw computer automatisch woorden neerschrijft die u dan weer moet deleten om verder te kunnen of u verstuurt berichten die kant nog wal raken, maar wel al verstuurd zijn. Zoiets heb ik ook af en toe bij het beantwoorden van lastige vragen. Voorbeeld (echt gebeurd): Premier Netanyahu had de Joden uit Frankrijk opgeroepen om naar Israel te verhuizen vanwege het opkomend antisemitisme. Prompt krijg ik een microfoon voor mijn mond gedrukt met de vraag: Wat vindt u hiervan? Dat was een lastige, voelde ik meteen aan. Als ik namelijk zeg dat ik het met hem eens ben, dan zeggen Nederlanders die me niet zo mogen dat dit bewijst dat ik geen Nederlander ben of op z’n best zullen ze kunnen zeggen dat ik hier niet thuishoor. En als ik zeg dat Netanyahu niets over ons, EU-Joden, te zeggen heeft, dan beschaam ik Netanyahu. En dus kwam de volgende reactie uit mijn mond: ‘Geweldig dat Israel bestaat en dat Joden daarheen kunnen als het in Europa te antisemitisch wordt. Natuurlijk bestond deze open uitnodiging al veel langer want met de oprichting van de Staat Israel kreeg iedere Jood ter wereld een plaats waar hij als Jood kon leven zonder vervolgd te worden. Maar of ik wel of niet mijn Nederland verlaat laat ik niet bepalen door angst voor terreur’. Nadat ik deze paar zinnen had gezegd aan de jouranalist, was ik zelf verbaasd over mijn antwoord. Want: ten eerste viel ik Netanyahu niet af en ten tweede toonde ik duidelijk dat Nederland mijn geboorteland is en ikzelf bepaal of ik Nederland wel/niet wil verlaten. Ik was onder de indruk van mijn briljante reactie. U ziet, af en toe komt de hulp zichtbaar van Boven!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Wie is Joods? Dagboek van een Opperrabbijn 1 februari 2021

    De vraag wie er nu eigenlijk Joods is wordt me regelmatig gesteld. Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig: hij die geboren is uit een Joodse moeder of toegetreden is conform de halaga, de traditioneel Joodse wetgeving. In mijn jeugd was dat, naar ik me herinner, gewoon duidelijk. Maar later verwordt deze vanzelfsprekendheid en hoor je regelmatig zeggen dat iemand weliswaar Joods is, maar niet halagisch. Ieder die één Joodse grootouder heeft, ongedacht of dat via de vader of via de moederlijn loopt, kan aanspraak maken op de ‘wet op de terugkeer’ en dus Israel als Jood binnenkomen. Terecht, want die wet is gemaakt om Joden die in hun geboorteland, waar ze vaak al eeuwenlang wonen, vervolgd worden een toevluchtsoord te bieden. En de heer Cohen, ook als hij slechts één Joodse opa heeft en die opa heet toevallig Cohen, wordt slachtoffer van vervolging. En dus is hij welkom in Israel, het land dat behalve het Heilige Bijbelse land, ook het land is waar de vervolgde Jood heen kan gaan. Maar iemand met vier joodse grootouders, die dus volledig Joods is, kan op die wet geen aanspraak maken als hij een ander geloof is gaan belijden. Als een christen zegt atheïst te zijn, is hij dus niet meer christelijk, duidelijk.  Maar er bestaan wel Joodse atheïsten! Want de Jood blijft Jood. Ja, hoor ik u redeneren, er bestaan ook zwarte atheïsten. Een rake bemerking, maar: Jood is geen ras. Joden uit Siberië zijn vaak hoogblond en Joden uit Jemen negroïde. En vervolgens kreeg ik gisteren een artikel onder ogen, geschreven door een dominee, dat de Joden zelf een zogenaamde Messias belijdende Jood niet meer als Jood beschouwen. Onwaar! De Jood blijft Jood, ook als hij zijn geloof zegt te hebben afgezworen.  Ook kreeg ik vandaag een telefoontje van iemand die zich keihard voelt aangevallen door een mede-jood, die niet Joods is, over een politieke kwestie. Maar de aanvaller is echt niet Joods, maar wordt door de samenleving wel als zodanig beschouwd omdat hij een Joodse betovergrootvader had van vaders kant en een duidelijk herkenbaar Joodse achternaam heeft geërfd. Omdat het belangrijk is om juist in deze periode contacten te onderhouden met alleenstaanden, belde ik vandaag een man die net met pensioen is gegaan. We babbelden wat en hij vertelde mij dat zijn Marokkaanse buurman hem vroeg wanneer hij nu teruggaat naar Israël nu hij niet meer hoeft te werken. Voeg daar nog aan toe dat ikzelf zojuist een e-mail ontving met een compliment voor mijn goede beheersing van de Nederlandse taal en, ik heb het al vaker vermeld, de verbazing als ik vermeld dat ik in Amsterdam ben geboren, want men dacht dat ik uit Israël kwam. Om het nog iets complexer te maken: ik ken een scala aan Joden die bijna principieel niet naar de synagoge komen, maar als ze op vakantie gaan (als u nog weet wat dat is!) steevast synagogen bezoeken. En zelfs als ze duidelijk tegen keppels en baarden zijn, mij toch enthousiast op het vliegveld sjalom groeten, op een manier die doet denken dat we elkaar al eeuwen kennen. Kortom: Jood-zijn is iets heel dieps en misschien is daarom ook het antisemitisme, als een soort tegenpool, ook zo diep en bijna onverklaarbaar.  

     

    Omdat een journalist mij benaderde met de vraag wanneer nou eigenlijk iemand Joods is, heb ik er maar een dagboekje aan gewijd. Ik had namelijk wel twee loei interessante gebeurtenissen kunnen vermelden die vandaag mijn rabbinale revue passeerden, maar helaas. Ik weet dat mijn schrijfwijze als openhartig wordt gezien, maar vaak kan ik de echte interessante dagelijkse gebeurtenissen vanwege vertrouwelijkheid niet delen. U, beste dagboekenier, zult het dus vaak met de minder spannende gebeurtenissen moeten doen. En dus vandaag een uitleg in het ogenschijnlijke doolhof van de vraag wie er nou eigenlijk Joods is. En waarom die vraag vandaag beantwoorden? Vanwege die journalist die er geen (Joods) touw meer aan kon vastknopen.

     

    Het schilderijtje, waarover ik gisteren schreef, is aangekomen. We gaan het een ereplaats geven aan de muur vanwege de emotionele waarde die eraan gekoppeld zit. Alleen wordt het lastig zoeken omdat bijna al onze muren al bezet zijn met boeken. Ik wens mezelf en ons allen geen groter probleem dan een muur vol Joodse geschriften.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • YouTube met echte mensen en echte lichtjes, Dagboek van een Opperrabbijn 16 december 2020

    Het was vandaag wel en niet gezellig. Wel gezellig omdat we onze kleinkinderen in Nederland Chanoeka-geld zijn gaan brengen. Maar niet gezellig vanwege een woedende e-mail die ik kreeg. Niet woedend op mij, maar ik was de uitverkorene om het probleem op te lossen! Wat was, en is nog steeds, het probleem? De briefschrijver is een student, die naar ik begrijp tot de categorie eeuwige studenten behoort. Dat eeuwige zit echter niet vast aan het studeren. De student heeft al meer dan tien jaar een betalende baan en is sindsdien niet meer op de universiteit geweest. Maar voordat hij afgestudeerd was, was hij dus student en was daarom lid van een Joodse Gemeente tegen betaling van een studententarief. Maar inmiddels heeft de eeuwige student, die niet meer studeert, dus een baan, een echtgenote en twee kleine kinderen. Qua gezin is hij dus uitgebreid ten opzichte van zo’n tien jaar geleden. En ook qua inkomen. Maar, en nu komt het, zijn lidmaatschap van de Joodse Gemeente zit nog onveranderd op het studentenniveau! Hij was daarop door de penningmeester geattendeerd, maar het kwam niet verder dan attenderen. Want verzoeken van de penningmeester werden gewoon niet beantwoord. En dus toen er recentelijk, ondanks de corona, een Chanoeka feestje was met 1.5 m afstand en alle anderen RIVM-verordeningen, werd hem verzocht om, gelijk niet-leden, een bescheiden bijdrage te leveren aan het feestje. En omdat de eeuwige niet studerende student van mening is dat leden niet hoeven te betalen voor een feestje van de Joodse Gemeente en hij en zijn dochtertje dus onder de categorie leden vallen, weigerde hij een kleine bijdrage die nodig is om de kosten te dekken. En dus ontstonden er ‘woorden’ en liepen vader en dochtertje boos weg. En wat doe je dan als je thuiskomt? Een brief met een zware klacht naar Jacobs. Ik mag het dus kennelijk oplossen! Maar ik doe hieraan even niet mee! Ik heb gewoon de klacht doorgestuurd naar de penningmeester van de desbetreffende Joodse Gemeente.

     

    Ma Nisjtana – Wat verschilt dit jaar Chanoeka van alle andere jaren Chanoeka? Alle andere jaren Chanoeka kan de Menora zonder problemen ook buiten worden aangestoken, dit jaar geeft dat problemen. En dus waren er verschillende Joodse Gemeenten die ervoor kozen om maar niets te doen dit jaar en andere Joodse Gemeenten waren van mening om juist dit jaar extra actief te zijn. Andere jaren had ik hiermee geen enkele bemoeienis, dit jaar werd ik op verschillende plaatsen ingeschakeld om óf het bestuur over de Chanoeka-streep te krijgen óf de burgemeester. En daar waar ik werd ingeschakeld of (stiekem) mezelf inschakelde kregen we óf buiten óf binnen een gloedvolle Chanoeka bijeenkomst. De laatste hobbel is morgen. Bourtange, de 31ste keer. Op het Marktplein wordt het toch niet, maar in de synagoge wel. Met helaas  een heel klein aantal aanwezigen. Maar in aanwezigheid van een paar journalisten die het Chanoeka-wonder in Bourtange breed zullen laten stralen in de extra duisternis van dit corona-Chanoeka-jaar tot ver buiten de muren van de Vesting.

     

    En die extra brede uitstraling zien we nu al! Kijk even naar de synagoge van Middelburg https://www.youtube.com/watch?v=FbVUX-511t0. En als u gaat zoeken vindt u dat de YouTube van de eerste avond gezien is door meer dan 4.400 geïnteresseerden en het SGP-programma over Israel, waar achter mij de menora brandde, heeft al 6.500 kijkers mogen verwelkomen. Ook het programma van de CU dat de titel droeg: “Licht in het Parlement” staat op een blog (vraag me niet wat dat betekent!), maar ook op twitter en daar was het een paar dagen geleden meer dan 10.000 keer bekeken.

     

    En dus, ondanks de extra corona-duisternis, is het licht van de Menora dit jaar (met nog één dag te gaan) waarschijnlijk veel breder gekomen dan andere jaren. Wat leren we hieruit? Dat we ook andere jaren meer gebruik moeten maken van social media, maar dan wel samen met het echte aansteken. Want voor mij blijft dat vlammetje voor het Stadhuis met mensen die echt voor me staan indrukwekkender dan de vele YouTube ’s, hoe mooi, indrukwekkend, professioneel en warm ze ook mogen zijn. Hoewel: bij sommige lokale Joodse Gemeenten waren de YouTube ‘s een beetje sukkelig waardoor de leden van de joodse gemeente wel de Menora konden zien, maar nagenoeg niets konden horen. Dus volgend jaar dus gewoon weer in de open lucht met goede livestream, zoom en/of YouTube.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Ze hebben mijn schoonvader niet kapot gekregen, Dagboek 4 november 2020

    Aanstaande zondag wordt de Kristallnacht herdacht. Uiteraard, helaas, zonder publiek. Met weemoed, als je zo kunt spreken over een herdenkingsbijeenkomst, denk ik terug aan al die jaren dat ik aanwezig was in de Portugese Synagoge in Amsterdam. Toch kan het heel wel zijn dat juist dit jaar er meer deelnemers zullen zijn. Gisteravond sprak ik namelijk via Livestream over “Gebed in de Joodse traditie”. Als er een volle zaal zou zijn geweest, dan hadden we misschien honderd deelnemers gehad. Maar nu waren het minstens vier keer zoveel, en dit dan nog even los van mensen die op een later tijdstip gaan kijken. Overigens was ik wel enigszins beducht dat er veel minder kijkers zouden zijn dan gewoonlijk als ik via Livestream spreek, vanwege de persconferentie van premier Rutte. Ik had vermoedelijk wel iets minder kijkers dan de premier, maar toch, volgens de deskundigen, had ik een hoge score! Toen ik begon te spreken bekroop mij wel even het negatieve gevoel dat er geen hond zou luisteren. Maar dat gevoel werd meteen in de kiem gesmoord omdat de presentatrice, Sara, haar hondje had meegenomen die zonder een keer te blaffen de hele lezing braaf heeft gevolgd.

     

    Het is dus bijna zeker dat er dit jaar veel meer ‘aanwezigheid’ zal zijn bij de Kristallnacht herdenking, die via een of andere inloglink te volgen zal zijn, dan vorige jaren. 

     

    ‘Joods bij de EO’ wil graag na afloop van de uitzending van zondag 16:00 uur een reactie van mij in hun tv-uitzending later die avond NPO2 om 23:00 uur. En dus zat ik vandaag van 12:15 uur tot 15:30 uur in de synagoge van Amersfoort met een cameraploeg die 8:40 minuten heeft opgenomen met mijn reactie en dan ook nog 3:53 minuten van Eddo Verdoner, voorzitter van het CJO, het Collectief Joods Overleg. Overigens was de cameraploeg al in de synagoge om 11:00 uur. Dus al met al: vier en een half uur opname voor 12 minuten en drieëndertig seconden uitzending. Maar het gaat wel een mooie uitzending worden vanuit de prachtige oudste-in-gebruik-zijnde synagoge van West-Europa, met ook nog wat beelden van de pittoreske omgeving, de binnenstad van Amersfoort.

     

    Op tafel staat bij ons een 24-uurs kaarsje te branden, net aangestoken. Mijn vrouw heeft Jaartijd van haar vader. Jaartijd is de sterfdag. Acht jaar geleden is hij in Londen overleden. Hij was een Refugé Polonais, een Pools vluchteling. Maar dat was hij dus geheel niet. Hij is een overlevende van de USSR, de Sovjet-Unie, en van de Duitsers. Na de oorlog in Poking, een ontheemdenkamp in Duitsland, opgevangen door de Joint, een Amerikaans Joodse organisatie die Joodse vluchtelingen hielp. Vandaar naar Parijs, Dublin en tenslotte beland in Londen. Daar heeft hij de Britse nationaliteit aangenomen, maar hij bleef vijf jaar ouder dan hij was vanwege de valse papieren als Refugé Polonais. Dus vijf jaar langer moeten doorwerken en in het ziekenhuis moest er steeds worden uitgelegd dat hij jonger is dan hij was, want 65 is niet gelijk 70. En 90 is net iets ouder als 85! Hij kreeg overigens vaak te horen door de artsen dat hij er jonger uitzag dan hij was. Mijn schoonvader heeft een geschiedenis meegemaakt onder het communisme, die hier in Nederland nauwelijks bekend is. Alleen het communisme was goed. Anders denken was een doodzonde, een staatsgevaarlijke activiteit waarop verbanning naar Siberië stond, ondervraging door de NKGB, martelingen, uithongering, veelal tot de dood erop volgde. Ieder was verplicht gelijk te denken. Vrijheid van meningsuiting werd beschouwd als een poging om het regime omver te werpen…….Hoe dankbaar moeten wij dan zijn met onze vrijheid van Godsdienst en vrijheid van meningsuiting. Hoewel: een telefoontje van een oude wijze dame. Ze maakt zich zorgen en geeft aan dat ze mij een gekke vraag gaat stellen. Wat is mijn mening over de vrijheid van pers. Wat vind ik ervan dat alles vandaag gezegd mag worden. Cartoons gemaakt mogen worden die andere godsdiensten belachelijk maken. Ze refereert aan de afschuwelijke aanslag in Wenen, die van geen kant goed te praten is. Maar is het juist dat….. Mijn mening als rabbijn en als mezelf is dat vrijheid van godsdienst een groot goed is, dat we moeten koesteren. Ook vrijheid van meningsuiting, is goud waard. Kijk hoe mijn schoonvader heeft geleden onder een gezag dat godsdienst en vrije meningsuiting verbood op straffe van verbanning. En toch ben ik de mening toegedaan dat ook godsdienstvrijheid zijn beperkingen moet hebben en idem vrijheid van meningsuiting. Stel ik richt vandaag een nieuwe godsdienst op en een van mijn Tien Geboden is om ieder medemens van het vrouwelijk geslacht in het gezicht te spuwen. Moeten we dat dan tolereren? En het tweede gebod oproept om alle ongelovigen te doden. Mag ik dat klakkeloos aanvaarden, vanwege vrijheid van Godsdienst? En hetzelfde geldt ten aanzien van vrijheid van meningsuiting. We moeten innig dankbaar zijn dat ieder zijn eigen mening mag vormen en uiten. Maar ook daar dienen er beperkingen te zijn. Als mijn mening andersdenkenden vervloekt of hun Godsdienst diep beledigt, dan wordt er misbruik gemaakt van de vrijheid van meningsuiting en vereist die vrijheid een grens die niet mag worden overschreden. 18 Chesjwan, morgen dus, is de Jaartijd van mijn schoonvader. Vanavond dus begonnen, omdat de nacht voorafgaat aan de dag op de Joodse kalender. Maar vandaag was het 17 Chesjwan. De dag waarop de hele Joodse gemeenschap van Bobroisk, niet ver van Moscou, in 1942 werd uitgeroeid door de moffen, nadat ze Rusland waren binnengevallen. Een klein meisje van twee jaar die bij niet-joden in huis was, heeft het overleefd. Maar niemand weet waar ze is en wie ze is. Bobroisk was de geboorteplaats van mijn schoonvader. Zijn ouders, hun gezin en familieleden waren nog net op tijd uit Bobroisk gevlucht. Waarheen? Niet meer te achterhalen. Velen zijn in weeshuizen terecht gekomen, anderen moesten het leger in, weer anderen verbannen naar Siberië en weer anderen in Duitse concentratiekampen vermoord. Mijn schoonvader had acht kinderen, zevenenzestig kleinkinderen en bijna twee honderd achterkleinkinderen toen hij het aardse bestaan acht jaar geleden inruilde voor een hoger leven. Niet het communisme en niet de nazi’s hebben hem kapot gekregen!

     

    Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Zegt u maar jij. Dagboek van een Opperrabbijn 24 november 2020

    Een voormalig leerling van mij ging solliciteren bij een niet nader te noemen instantie. Om die baan te krijgen moest er eerst een sollicitatiegesprek zijn. Twee weken geleden had dat plaatsgevonden. Voordien had hij mij advies gevraagd wat wel te vermelden en wat achterwege te laten. Onwaarheden vermelden, liegen dus, is absoluut niet toegestaan, maar het is niet altijd noodzakelijk en verstandig om ongevraagd alles ter sprake te brengen. Ik legde hem uit hoe mijns inziens het best zo’n gesprek in te gaan en om voor het begin van het gesprek aan de personeelschef, die ik toevallig kende, mijn hartelijke groeten over te brengen. Zogezegd, zo gedaan. Na een goed kwartier stond hij alweer op straat, terwijl voor zo’n gesprek een uur is uitgetrokken. Uitslag zou per e-mail worden bekend gemaakt. Vandaag ontving hij per e-mail de mededeling: aangenomen! En dus kreeg ik, meteen vandaag nog, per e-mail achter in mijn auto het mooie bericht met de toevoeging: dankzij uw groeten heb ik de baan gekregen. Zo’n e-mail achter in mijn auto ontvangen doet me goed. Ik heb van tijd tot tijd bevestiging nodig. Wat me niet goed doet is het achter in de auto zitten. Ik vind dat gewoonweg gênant. Helaas vanwege corona heb ik geen keus, maar dat als een koning achter in de auto zitten, stuit me tegen de borst. Als ik een taxi neem, ligt dat anders. Zo’n chauffeur wil liever niemand naast zich hebben, automatisch neem je achterin plaats. Maar een onbezoldigde chauffeur die mij rijdt omdat hij dat plezierig vindt, niet naast hem gaan zitten, ervaar ik als gênant. Überhaupt vind ik het lastig om ergens vooraan te gaan zitten, terwijl dat wel van mij verwacht wordt. Vaak, als ik ergens acte de préséance moet geven, word ik opgewacht door een delegatie, word ik naar mijn plaats begeleid, braaf handjes geven en vriendelijk knikken, vooral niemand vergeten. Ik kan daar eigenlijk helemaal niet tegen. Reden? Ik ben van nature verlegen. Misschien ziet u dat niet aan mij af, maar dat is wel de waarheid. Alleen ik besef dat ik vanuit mijn positie vooraan moet staan, ongeacht in welke hoedanigheid ik aanwezig ben, in functie of privé. Er bestaat voor mij nauwelijks een privé, zoals er ook bijna geen in functie bestaat: ik ben altijd en onder bijna alle omstandigheden ‘Rabbijn’. En in het spaarzame geval dat ik even niet als rabbijn herkenbaar aanwezig ben, ben ik toch nog altijd de zichtbare orthodoxe Jood. Je kunt het vergelijken met een rechter in toga die de Rechtbank betreedt als iedereen al zit. “De Rechtbank”, wordt uitgeroepen, waarop iedereen zich verheft. Toen ik pas als jonge en nog onervaren rabbijn in Nederland arriveerde en ik voor de eerste keer in de synagoge aanwezig was, kwam een vriend van mij de sjoel binnen en riep duidelijk hoorbaar, de dienst was nog niet begonnen, gut shabbos Binyomin. De toenmalige voorzitter raakte daarover redelijk geïrriteerd en maakte zeer wel duidelijk aan mijn vriendje: Je noemt de rabbijn niet bij z’n voornaam! En tegen mij: mijnheer Jacobs, u bent rabbijn, u wordt geacht steeds enige afstand te bewaren. Hoewel zo’n opstelling niet echt bij mij past, klopt het wel halagisch. Van de Joodse wet wordt een rabbijn geacht enige afstand te houden. Als ik, bijvoorbeeld in Antwerpen, in orthodox Joodse kringen vertoef, word ik in de derde persoon aangesproken. “Heeft u, mijnheer de rabbijn, een goede reis gehad?” Hoewel dit soort protocollaire beleefdheden mij tegen de borst stuiten, hoewel ik er inmiddels toch wel aan gewend ben en het lijdelijk onderga, is het wel van belang. Ondanks mijn jonge leeftijd werd ik ook door mensen die zelfs ouder waren dan mijn eigen ouders, gevraagd te bemiddelen bij bijvoorbeeld huwelijksconflicten. Een collega van mij die zich vanaf dag één bij de voornaam liet noemen, werd nooit gevraagd voor dit soort problematiek. Gevolg is wel dat hij nog steeds lijdt onder het gevoel niet met respect behandeld te worden en het niet aanvaardbaar vindt dat hij publiekelijk met zijn voornaam wordt aangekondigd. De witte jas van de dokter heeft een functie, gelijk de toga van de rechter. En dus schik ik me al jaren in mijn lot. Dit betekent overigens niet dat bijvoorbeeld de geneesheer-directeur van het Sinai Centrum en ik elkaar met U aanspraken. Absoluut niet. Maar als we over elkaar spraken, bijvoorbeeld bij een toespraak, was het Dr. Lansen en Opperrabbijn Jacobs. Doet me even denken aan: zegt u maar jij, want ik haat u.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Zo Joods als de poes van mijn buren. Dagboek van een opperrabbijn 7 maart 2021

    Af en toe ontmoet ik ook mensen in het echt. Een van die ‘echte’ mensen was een nog vrij jonge vrouw die ik eigenlijk min of meer toevallig tegenkwam toen ik op weg was naar mijn kantoor. Ze is een medewerker van een fiscaal adviesbureau. Zo’n bedrijf met van die chique stoelen en tafels en een al even chique uurtarief. We kenden elkaar van lang geleden en dus groette ik haar vriendelijk. Maar die oppervlakkige groet ontaardde in een, wat genoemd wordt, pastoraal gesprek.  Ze kwam letterlijk bij mij uithuilen vanwege de rampen die ze moet meemaken. Een aantal van haar cliënten ziet het dusdanig niet meer zitten dat ze spelen met de gedachte om een eind aan hun leven te maken. Het betreft kleine zelfstandige ondernemers die vanwege corona volledig zijn uitgeschakeld. Of ik haar kan adviseren hoe met deze ‘gestoorde’ mensen om te gaan, want ze vreest dat een aantal zich gaat suïcideren.

     

    Onbewust deed dit mij denken aan een ervaring decennia geleden. Op Muiderberg, de Joodse begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam waar mijn ouders, grootouders en overgrootouders begraven liggen, bemerkte ik een paar rijen met graven van hele gezinnen en allen met dezelfde datum van overlijden, ergens in mei 1940. Ouders die na de inval van de moffen op 10 mei 1940 besloten om zichzelf en hun gezin de vervolging te besparen en de gaskraan hebben opengedraaid. Hoe weet ik dat ze een eind hebben gemaakt aan hun leven met de gaskraan? Weet ik niet, maar vermoed ik. Want ik kende twee mensen die op die manier ook hun leven ‘uit voorzorg’ hadden willen beëindigen, maar door naasten ervan zijn weerhouden, op het laatste moment. Die twee hebben zonder concentratiekamp en met ‘slechts’ onderduiken, de oorlog overleefd. Zelfmoord (en ook de moderne versie genaamd: voltooid leven) is een zware overtreding en mensen die bewust zich van het leven hebben beroofd mogen daarom ook niet zomaar begraven worden. Voor hen een plaats helemaal aan de zijkant van de begraafplaats, op afstand van de reguliere graven. En toch waren die rijen op Muiderberg niet aan de kant van de begraafplaats.  Ook ik heb helaas een aantal geslaagde zelfmoordpogingen meegemaakt in de loop van mijn rabbinale carrière. Maar nog nooit zijn de overledenen ‘aan de kant’ van de begraafplaats begraven. Gij zult niet doden, geldt ook ten aanzien van jezelf. Maar ‘aan de kant’ is uitsluitend van toepassing indien de zelfmoord volledig bewust is gepleegd. Die mensen uit mei 1940 werden door een gigantische en zeer begrijpelijke angst overmeesterd. En ook de mensen die vanuit wanhoop het niet meer zagen zitten en ik heb moeten begraven waren ziek, niet slecht. Zo ook moeten we aankijken tegen mensen die het gevoel hebben dat alles wat ze gedurende tientallen jaren hebben opgebouwd door corona in een enkel jaar kapot is gemaakt. Ik begrijp hun gevoel en bied de medewerker aan om waar mogelijk te helpen. Ze mag radeloze cliënten naar me toesturen, misschien kan ik iets betekenen of regelen dat de persoon op korte termijn een psychiater kan spreken. Het is geen toeval dat ik sinds kort weer in het Sinai Centrum werk. Maar de les die ik aan de medewerker gaf was dat ze deze radeloze cliënten niet als gestoord kan en mag beschouwen. Ze zijn ziek en een zieke moet je helpen, niet veroordelen. “Regel jij de financiële kant van de zaak. Geef mij de geestelijke begeleiding”.

     

    Nadat ik vorige week door een collega benaderd was over een meisje van een jaar of twintig dat voor de Joodse wet wil gaan trouwen in Marseille, kreeg ik net voor de aanvang van de sjabbat haar aanstaande aan de lijn. Haar aanstaande is Joods en naar vermoeden ook zijn verloofde. De ouders van haar opa en oma, van moeders kant, hadden namelijk in 1937 choepa, religieuze inzegening van het huwelijk, in Nederland gehad. En dus als de moeder van de moeder van haar moeder Joods is, is zij dat dus ook. Of ik het even kan uitzoeken. Allereerst heb ik natuurlijk de aanstaande bruidegom van harte mazzeltov gewenst en verzocht of zijn verloofde mij zelf kan bellen. Dit gaat dus een puzzelwerk worden. Goed luisteren naar haar verhaal en zoeken naar aanknopingspunten. Had haar betovergrootmoeder broers en/of zussen? Waar leven die nu? Waar waren die in de oorlog? Wie van de familie is waar begraven. Als alles gewoon geregistreerd staat en er zijn documenten, is het natrekken of iemand Joods een kwestie van minuten. Maar bij mij komen de moeizame gevallen. Detective Jacobs wordt ingeschakeld. Percentage succesvolle opsporing? Rond de 80%! De ontbrekende 20% lukt niet omdat er totaal niets aan papieren of aanwijzingen te vinden zijn. En een gedeelte van hen blijkt ook gewoonweg niet Joods te zijn, maar hadden slechts een vermoeden in die richting of hoopten dat. En een zeer klein percentage heeft bewust geprobeerd om de boel op te lichten. Waarom? Kan een geldkwestie zijn, een erfenis, een uitkering of zomaar een kronkel in het hoofd. Ik herinner mij een geval van een mevrouw die bij hoog en laag beweerde dat haar ouders begraven lagen op de Joodse begraafplaats in Parijs, maar welke wist ze niet meer. Belachelijk dat ik haar niet accepteerde als Jodin. Na ettelijke maanden zeuren, zoeken, schrijven blijkt de moeder in Amersfoort te zijn gecremeerd en de mevrouw zo Joods is als de poes van mijn buren.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel
    Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op
    https://niw.nl/category/dagboek/