Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • Dagboek 16 sept 2020. Laten we ons levend begraven?

    Het lernen met mijn eigen lerngroep 60+ was fijn. Even uitleggen: al enige jaren ben ik vaste docent van een 65+ lerngroep in Amsterdam. Naamgenoot Paul Jacobs heeft die lerngroep opgericht ter nagedachtenis aan zijn echtgenote. Ongeveer een jaar geleden dacht ik dat het een goed idee zou zijn om ook in Amersfoort een lerngroep op te richten voor de 60-plussers. Ik verkoos te spreken over 60+ in plaats van 65+ omdat dat de deelnemers een jonger gevoel geeft gezien de meesten 70+ zijn. Niet te veel mensen, ongeveer tien. Dit om te voorkomen dat mijn lerngroep ontaardt in een lezing. Nu ben ik niet tegen lezingen (ik doe bijna niet anders!), maar ‘ik geef een lezing’ en het publiek luistert.

     

    Nou ja, luistert? Bij een lezing moet ik maar hopen dat er geluisterd wordt. Ik zeg weleens midden in de lezing, om de luisteraars bij de les te houden, dat ik er geen moeite mee heb als de toehoorders af en toe op hun horloge kijken omdat ze willen weten hoe lang ze nog moeten. Ik raak pas geïrriteerd als ze, nadat ze op hun horloge hebben gekeken, het horloge tegen hun oor aandrukken om te luisteren of het nog wel werkt!

     

    Mijn lerngroep draagt de naam “Lernen met diepgang”. En dat is nu precies wat er gebeurt. We lernen samen en verdiepen ons juist door het gesprek met als leidraad G’ds Thora en Traditie. En dat ‘samen’ is essentieel en geeft een extra en noodzakelijke dimensie. En die dimensie hebben we ook nodig in het gesprek met PKN, RK en andere kerkelijke organisaties. Vanochtend ontving ik een Nieuwjaarswens van PKN en in mijn reactie naar de scriba, mijn vriend Dr. de Reuver, stel ik voor om het komende jaar elkaar te spreken over antisemitisme, dat hij vermeldt in zijn nieuwjaarswens, en ook over antizionisme en dus over de positie van de PKN ten opzichte van Israel en de problematiek in het Midden-Oosten. Alleen middels erover ‘lernen’ kunnen we er hopelijk uitkomen. Via allerlei verklaringen en interne discussies over de ‘onverbrekelijke band met Israël’ wijzigen in ‘onverbrekelijke band met Jodendom’,  komen we er niet uit, maar groeit de kloof die we beiden niet wensen en niet willen. En dus is dat een van de goede voornemens die ik op me heb genomen. Voor het komende nieuwe jaar. Verder heb ik onderweg naar Arnhem de afspraak vastgelegd met de ambassadeur van Hongarije. Geen idee wat hij wil, maar ‘je weet maar nooit’. Zoiets heet netwerken. Die netwerken bouw je op zonder concreet doel voor ogen, maar zodra er noodzaak toe bestaat heb je een adres. En geloof me, die adressen heb ik al meerdere keren moeten gebruiken. In Arnhem hadden we een Selichot-bijeenkomt op de Joodse begraafplaats. Selichot zijn speciale gebeden die uitgesproken worden in de week voor Joods Nieuwjaar. Er was geen grote opkomst, maar de bijeenkomst was warm, fijn en inspirerend. Het was eigenlijk een lern-bijeenkomst, maar dan niet bij mij thuis, niet in de synagoge, niet op zoom, maar op de begraafplaats. En aan het eind heb ik alle aanwezigen een fles wijn gegeven. Ze durven vanwege corona geen dienst te houden gedurende de Ontzagwekkende Dagen. Mijn doel was om ze toch iets mee te geven. Een fles Israëlische wijn en een inspirerende gedachte. De gedachte kwam over en zal ze hopelijk tot steun zijn. Ik bracht een parabel. Een boer hoorde een enorm gejank van zijn oude ezel in het veld. Hij z’n huis uit, hoort het gejank, maar ziet geen ezel. Na enig rondkijken vindt de boer zijn ezel in een diepe put. Water stond er lang niet meer in die put en het leek een onmogelijke klus om de oude ezel eruit te slepen. En dus besloot de boer met een van zijn knechten (en zonder toestemming van de Partij voor de Dieren) om zand in de put te scheppen en zo de oude ezel (levend!) te begraven. De boer en zijn knecht nemen beiden een schep en beginnen het graf dicht te gooien. Ondertussen jankt de ezel maar door. Na een uur scheppen horen ze niets meer, kijken de put in en zien dat de put inmiddels tot de rand is gevuld. Maar ze zien nog iets: de ezel loopt tot hun stomme verbazing vrolijk rond in de weide! Wat was er gebeurd? Iedere schep aarde die de ezel over zich heen kreeg had hij van zich afgeschud.  En toen de bodem van de put op niveau was gekomen van de weide, heeft de ezel vrolijk de put verlaten.

     

    In deze corona periode krijgen wij van een veelheid aan narigheden over ons heen. Laten we ons eronder begraven of schudden we het van ons af? Mijn advies: volg de oude ezel!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek van een Opperrabbijn 17 september 2020

    shofar

      

    Enige tijd geleden viel mijn blik op een artikel over een nieuwe uitvinding. Op het hoofd van een mens wordt een sensor geplaatst en als hij dan een bepaald woord, cijfer of formule denkt gaat de televisie in zijn kamer aan óf het licht óf de vaatwasmachine, …….afhankelijk dus van wat hij denkt en via de sensor uitzendt. Over enige tijd zal dus, zo vervolgde het artikel, geen afstandsbediening meer nodig zijn: alles kan vanuit de hersenen worden bestuurd.

     

    Eindelijk een bewijs, dacht ik, dat onze gedachten een tastbare uitstraling hebben. Het was dus niet louter bijgeloof dat mijn oma op de vraag hoe het met haar kleinkinderen ging steevast haar antwoord begon met ‘unbeschrieben en unberoefen,’. Dit om te voorkomen dat door haar lovende woorden mogelijkerwijs, G’d behoede, haar kleinkinderen beschadigd zouden kunnen worden. Het was dus geen onzinnig bijgeloof van mijn oma, want gedachten en dus zeker ook woorden hebben een bepaalde kracht!

     

    Tijdens de Hoge Feestdagen of beter omschreven als de Ontzagwekkend Dagen, hebben we vele tekenen die wijzen op eenheid. Vandaag, op Rosj Hasjana-Nieuwjaar, staan jullie allen voor de Allerhoogste, van de stamhoofden tot de waterdragers. De maatschappelijke verschillen zijn verdwenen, we vormen een eenheid, we zijn in essentie allen gelijkwaardig: met deze gedachte betreden we Rosj Hasjana.

     

    En voor Jom Kippoer-Grote Verzoendag vragen we elkaar vergiffenis voor alles wat we elkaar hebben misdaan in gedachten, woord en daad …..weer die eenheid.

     

    En dan Soekot-Loofhuttenfeest met de loelav (dadelpalm – lekkere smaak), de hadas (mirthetakje – lekkere geur), de arawa (treurwilg - geen smaak en geen geur) en de etrog (citrusvrucht - heerlijke geur en lekkere smaak), die symbool staan voor de vier soorten mensen. De een heeft Thora-kennis, de ander concentreert zich meer op het verrichten van goede daden, weer een ander is geen kop-mens en wat betreft het verrichten van goede daden is hij ook maar zwakjes en tenslotte heb je mensen die veel kennis bezitten en die kennis ook in praktijk brengen. We binden ze allen samen en spreken de lofzegging uit over de loelav….weer die eenheid.

    Dan worden de Ontzagwekkende Dagen afgesloten met Simchat Thora- Vreugde der Wet: we dansen allen samen met de Thora. Of je een groot geleerde bent of een beginner: we sluiten ons aaneen en uiten onze gezamenlijke vreugde vanuit eenheid….

    Allemaal woorden, symboliek, uitingen. Maar leidt dit ook daadwerkelijk tot de eenheid?

     

    Als we in gedachte geld geven aan de armen, daar hebben ze helemaal niets aan. Het gebod van tsedaka-liefdadigheid alleen in gedachte is waardeloos. Maar als we per ongeluk geld verliezen en het verloren bedrag wordt door een arme man gevonden, dan hebben we toch, hoewel onbewust, toch het gebod vervuld. Het resultaat telt, niet de intentie!

     

    Maar deze redenering gaat niet altijd op: als we bijvoorbeeld een gast ontvangen telt niet alleen de maaltijd die we hem voorschotelen, maar zeker ook de wijze waarop we hem bejegenen. Voelt hij zich op z’n gemak?  En als hij vertrekt, begeleiden we hem dan naar de deur om te tonen dat we zijn aanwezigheid waardeerden?

    Met de Hoge Feestdagen spreken we vele gebeden uit, verrichten we vele handelingen, dus we veroorzaken veel ‘straling’. Soms gaat het om de daad, soms uitsluitend om de uitstraling en vaak ook om beide.

     

    Het samen-in-de synagoge-zijn zal dit jaar anders verlopen. In vele gemeenten zal er überhaupt geen dienst zijn en zullen we zelfs op Vreugde der Wet niet samen met de Thora kunnen dansen.

     

    Maar zelfs of juist als we niet samen onze gebeden kunnen uitspreken en niet samen met de Thora kunnen dansen, ligt de nadruk, meer dan andere jaren, op onze ‘uitstraling’.

     

    Gelijk de sensor op mijn hoofd over enige jaren de tastbare afstandsbediening zal vervangen, zo ook wens ik ons allen toe dat de ‘uitstraling’ dit jaar dermate krachtig zal zijn dat het een jaar zal worden van zegen, gezondheid en shalom, voor ons allen en voor de gehele mensheid waar ook ter wereld.

    לשנה טובה ומתוקה, een goed en zoet jaar, materieel en geestelijk voor al mijn trouwe en ook minder trouwe dagboekeniers.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

              

     

     

     

     

                         

  • De ambassadeur als beproeving

    Hoewel het Joods Nieuwjaar en de Grote Verzoendag in het Nederlands vaak worden aangeduid als de Hoge Feestdagen, is het beter om te spreken van de Ontzagwekkende Dagen.  Om de een of andere onverklaarbare reden is het behalve de week voor de Ontzagwekkende Dagen, dagen van diepe bezinning, voor mij dit jaar ook de Maand van de Ambassadeurs.

     

    Met de ambassadeur van Israël heb ik zeker wekelijks whatsapp contact en de laatste weken hebben we elkaar ook fysiek vele keren ontmoet. Maar vandaag ontving ik een uitnodiging van de ambassadeur van Hongarije om op zijn ambassade te komen lunchen.  Maar indien ik niet reis, zo schrijft hij, dan is hij zeker bereid om naar mij te komen. Wat hij precies bedoelde met “indien ik niet reis” weet ik niet, want voor mijn gevoel “doe ik niet anders dan reizen”.

     

    Maar behalve Hongarije en Israel ontving ik ook een uitnodiging van de ambassadeur van Litouwen en de ambassadeur van Japan om aanwezig te zijn bij de opening van een fototentoonstelling genaamd “Kindness of One” geïnspireerd door het verhaal van de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk en de Japanse diplomaat Chiune Sugihara die in 1940 duizenden visums hebben geregeld om Joden in Litouwen daarmee de gelegenheid te geven Litouwen te ontvluchten en zo aan de Endlösung te ontkomen.

     

    Jan Zwartendijk en Chiune Sugihara zijn ook uitgebreid aanwezig op de tentoonstelling “Redders in Nood” in het Israel Producten Centrum in Nijkerk. Het trieste is dat deze twee reddende engelen niet alleen na de oorlog geen erkenning hebben gekregen, maar integendeel: Sugihara heeft in de gevangenis gezeten en onze Zwartendijk kreeg na de oorlog in plaats van een Koninklijke Onderscheiding een reprimande van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het redden van duizenden Joden. Sick! Die reprimande heeft hem zeer diep geraakt, zijn leven werd hier verder door getekend.

     

    Dat heette dus bevrijd Nederland. Ik voel de woede in mij opkomen en denk dan meteen aan mijn lieve vader die ook na zijn afschuwelijke onderduikperiode verre van een 'welkom-terug' heeft gekregen, gelijk de overgrote meerderheid van de Joodse overlevenden. Na de oorlog, ja u leest het goed, zijn nog bij mijn vader ruiten ingeslagen. Niet door moslims, maar door ‘gewone’ Nederlanders!

    Even terug naar al die ambassadeurs: Waarom, zo vroeg ik me af, plotseling al die ambassadeurs zo vlak voor de Ontzagwekkende Dagen?

     

    De Baal Sjemtov, de stichter van het Chassidisme, heeft steeds onderstreept dat uit alles dat een mens tegenkomt een les valt te halen. Op Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, wordt het komende jaar vastgelegd en bepaald. Wie rijk zal worden, gezond, enz. Maar ook wordt het gehele wereldgebeuren vastgelegd. Wordt het Trump of Biden.

     

    Natuurlijk zullen beiden campagne moeten voeren en zal het Amerikaanse volk moeten stemmen, maar wie er wint wordt op Rosj Hasjana al bepaald. Of we dan wel of niet nog invloed kunnen uitoefenen op het verloop van 5781, zal ik nog wel een van de komende dagboeken behandelen, vermoed ik.

     

    Maar een ding is zeker: onze gebeden en onze opstelling gedurende de Ontzagwekkende Dagen zijn op het komende jaar van invloed. En dus, als ik plotsklaps een aantal onverwachte ontmoetingen krijg met ambassadeurs, is dat geen toeval maar wordt van mij kennelijk verwacht dat ik hun beïnvloed om ten opzichte van Israël en de Joodse Gemeenschap in hun landen een positieve opstelling te betrachten. Kennelijk wil G’d van mij dat ik niet uitsluitend mezelf probeer te verbeteren (en dat is al een flinke klus!), maar dat ik ook mijn opgebouwde netwerk breed ga inzetten om voor de samenleving een goed en gezegend jaar te verkrijgen. Zo heeft ieder zijn taak en opdracht.

     

    Maar waar ook ik voor moet waken is hoogmoed. Die ambassadeurs zijn poppetjes die ik ten goede kan aanwenden, maar diezelfde poppetjes kunnen ook valkuilen zijn of zelfs handlangers van de afgod genaamd “IK”.  Die ambassadeurs bieden dus niet alleen de mogelijkheid voor mij om ze te gebruiken in de strijd tegen antisemitisme, antizionisme en iedere andere vorm van onrecht, maar ze zijn multifunctioneel. Want ze zijn ook allen beproevingen: gebruik ik ze ten goede of misbruik ik ze voor mijn eigen roem en hunker naar eer?

     

    Zondag jl. was ik in Postdam, Duitsland. Er was een feestelijke bijeenkomst vanwege een nieuwe Thora die de Joodse Gemeente, de Synagogengemeinde, had gekregen. De Joodse Gemeente beschikt weliswaar over een aantal gehuurde lokalen waar de synagogediensten worden gehouden, maar een eigen gebouw, een echte sjoel, is er nog niet. Maar die is wel in de maak. De Landesregierung van Brandenburg, waar Postdam onder valt, heeft de Joodse Gemeenschap toegezegd om een plaatsvervanger te bouwen voor de vorige synagoge die in de Kristalnacht in vlammen opging.

     

    Geweldig dat ze een nieuwe synagoge gaan bekostigen! Maar één probleem: de Landesregierung wil bepalen hoe die synagoge er uit gaat zien en geeft geen ruimte aan de Joodse gemeenschap om zelf de inrichting en het aangezicht te bepalen. In mijn toespraak omschreef ik dit als volgt: normaliter is er eerst een synagoge en daarna wordt de Thora binnengeleid. Hier was het precies andersom: de Thora is er al, maar de synagoge moet nog gebouwd worden. De les: de Thora moet de synagoge, het omhulsel, bepalen en niet het omhulsel, het gebouw, de Thora.

     

    Van alles wat op onze weg komt moeten we iets leren, speciaal in deze week voor de Ontzagwekkende Dagen. Mijn lichaam is de synagoge en de Thora mijn bezieling. Wie laat ik de boventoon voeren?   

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

     

  • Het kind van foute ouders

    Ik meen dat ik het al een keer aan mijn dagboek had toevertrouwd. In het gebouw van het IPC, het Israel Producten Centrum te Nijkerk, is een expositie gaande, genaamd “Redders in nood”. Een must voor de jeugd om te zien hoe mensen bereid waren met gevaar voor eigen leven zich in te zetten voor de medemens. Daar heb je hem weer, denk u waarschijnlijk, want ik heb deze expositie al meerdere keren genoemd in mijn dagboek.

     

    Een onderdeel van de expositie zijn drie deuren. Je wordt uitgenodigd om bij alle drie aan te bellen en dan krijg je het volgende te horen. Er wordt opengedaan en Ds. Overduin vraagt de bewoner of voor één enkele nacht twee Joden die in grote nood verkeren bij hun mogen overnachten. Huis één wordt kwaad en beschuldigd Ds. Overduin van het nodeloos in gevaar brengen van zijn gemeenteleden. Deur twee wil graag helpen, maar is bang. Deur drie zegt spontaan 'ja'. Waarom ik dit wederom vermeld? Bij de herdenking van de razzia in Twente vermeldde de burgemeester van Enschede dat ds. Overduin, een Enschedese predikant, meer dan duizend Joden aan onderduikplaatsen had geholpen. Dit was mij uiteraard bekend. Maar daarna vertelde de burgemeester nog iets, hetgeen voor mij nieuw was.

     

    Na de oorlog heeft ds. Overduin geld ingezameld om kinderen en vrouwen van NSB-ers te helpen. Overduin heeft ook aangeklopt bij een rijke Joodse man die de verschrikkingen van de oorlog had overleefd, maar uiteraard bijna al zijn naasten had verloren. De Joodse man weigerde over de brug te komen. Geld aan vrouwen en kinderen van NSB-ers? Absoluut niet. Daarop heeft Overduin de zoon van die rijke man benaderd en hem gevraagd zijn vader te overtuigen om wel te geven, hetgeen uiteindelijk is gelukt. Ik vroeg mij tijdens de toespraak van de burgemeester pijlsnel af hoe ik gehandeld zou hebben. Wel of niet kinderen van foute ouders steunen?

    In het Sinai Centrum werd mij, ik schat zo’n twintig jaar geleden, een soortgelijk dilemma voorgelegd. Als Sinai Centrum waren/zijn wij gespecialiseerd in trauma’s ten gevolge van oorlogsgeweld. En ook de second generation behoort tot onze expertise. Kinderen van ouders die de hel van Auschwitz hebben overleefd hebben het soms erg moeilijk gehad in hun jeugd want zij werden opgevoed door ouders die erg beschadigd waren. Maar hetzelfde gold natuurlijk ook voor kinderen wier vader en/of moeder na de bevrijding werden opgepakt, wellicht jaren in de gevangenis moesten doorbrengen en zeker sociaal werden geïsoleerd. In feite hadden die kinderen hetzelfde probleem als de Joodse kinderen. Aan mij werd toen gevraagd of het ethisch verantwoord was, vanuit de Joodse optiek, om ook kinderen van foute ouders te behandelen. Mijn antwoord op die vraag was een stellig ‘ja’.

     

    De kinderen, mits ze uiteraard niet zelf ook antisemieten waren, zijn niet schuldig aan de fouten van hun ouders. Ik had wel als voorwaarde gesteld dat het Joodse kind en het NSB-kind niet in dezelfde wachtkamer mogen zitten. Dat zou zeker voor het Joodse kind te confronterend kunnen zijn, te emotioneel. Vergeet niet dat beide kinderen, inmiddels natuurlijk volwassen, psychisch in de knel zitten. Ik mag van beiden niet verwachten dat ze met dezelfde zakelijkheid waarmee ik ernaar kijk, de emotionele afstand weten te bewaren.

     

    Dit gonsde pijlsnel door mijn hoofd toen ik de Enschedese burgemeester hoorde vertellen dat ds. Overduin ook kinderen van foute ouders hielp. Even dacht ik dat Overduin na de bevrijding de fout was ingegaan, onze tegenstander was geworden. Maar direct kwam de link naar het Sinai Centrum in mij op en ben ik ter plekke ds. Overduin nog meer gaan waarderen.

     

    En ook flitste door mijn hoofd die Nederlandse vrouw die op mijn vrouw, Blouma, afkwam in Jeruzalem, en tegen haar zei: "Waarschijnlijk wil je mij geen hand geven, want mijn vader was in de oorlog een SS'er." Mijn Blouma gaf haar wel de hand, met innige warmte. En toen ze afscheid van elkaar namen, omhelsden ze elkaar. Ik herinner me dat de tranen in mij opkwamen toen ik die omhelzing zag.

     

    Na de toespraken, na de gebeden, na het blazen op de sjofar en na de twee minuten stilte, kwam een mij onbekende niet-joodse mevrouw naar mij toe. Haar naam was Overduin, een nichtje van de verzetsheld. Zij wist niet van de tentoonstelling in Nijkerk. En als ik het goed heb begrepen wist ze ook niet van de razzia herdenking in Enschede. Maar, en nu komt het, zij volgt trouw mijn dagboek en vernam daar over de jaarlijkse herdenking en besloot te gaan.

     

    We gaan een afspraak maken en ik wil haar persoonlijk bij de expositie rondleiden. Maar vooral wil ik haar de drie deuren laten zien en de drie verschillende reacties laten horen toen dominee Overduin aanbelde. 

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.