Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

columns

  • Binnen 24 uur begraven! Dagboek van een Opperrabbijn, 11 oktober 2020

    Ik had me een plezieriger Hosjana Rabba voorgesteld. Hosjana Rabba is de laatste dag van de tussendagen Soekot, de laatste dag dat we, als we in de soeka een maaltijd gebruiken, de lofzegging over de Soeka uitspreken. Een lewaja, begrafenis. Een goede bekende van mij, een klinisch psycholoog, die ooit zo’n 35 jaar geleden af en toe een sjabbat bij ons doorbracht. En vervolgens ontmoette ik hem ieder jaar bij de herdenking van de ‘ontruiming van het Apeldoornsche Bosch’, het Joodse psychiatrisch ziekenhuis in Apeldoorn en af en toe hadden we professioneel contact. Hij stuurde cliënten naar mij en ik ook naar hem. Hij was een ‘mensch’! Klaar staan voor de medemens in geestelijke nood, was zijn devies.

     

    Maar enige maanden geleden belde hij mij op, huilend. Ernstig ziek. Hij wist dat hij het niet zou halen. Ik hoop dat ik hem nog een beetje tot steun heb kunnen zijn. Zijn wens was dat ik de lewaja zou leiden en dat hij begraven zou worden op de begraafplaats waar velen van zijn familieleden ook begraven hadden willen worden…….en dus naar Zutphen gereden op deze feestelijke Soekot dag. Het zal u wellicht verbazen, maar ik kan hier helemaal niet tegen. Nooit heb ik kunnen wennen aan begrafenissen, zeker niet als het schrijnende gevallen betreft en er nagenoeg geen familie is en geen nazaten. Hij was een goed mens, stond klaar om te helpen en heeft er nog met veel inzet voor gezorgd vanaf zijn ziekbed dat zijn cliënten werden overgedragen aan andere therapeuten.

     

    Het was indrukwekkend hoe de kleine Joodse Gemeente Stedendriehoek binnen 24 uur alles heeft weten te regelen opdat de lewaja nog voor de Sjabbat en de Jom Tov kon plaatsvinden: Verlof tot begraven, transport, wassing, graf delven en de lewaja met minjan zodat alle gebeden konden worden uitgesproken! Kol hakawod – een prestatie! Ook hadden ze nog een cameraman en een geluidsman georganiseerd zodat de familie in Israël toch nog een beetje aanwezig kon zijn. Meer dan driehonderd mensen hadden meegekeken, vertelde de cameraman mij na afloop. Was de begrafenis toch nog aanzienlijk minder eenzaam dan ik aanvankelijk verwachtte.

     

    Inmiddels is het zondagavond en waren we Sjemini Atseret (het Slotfeest) en Simchat Thora (Vreugde der Wet) in Amsterdam bij onze zoon, schoondochter en de kleinkinderen (met inachtneming van de 1.50 m. We hadden zelfs een eigen appartement). Even weg van alles. Vanwege Jom Tov geen e-mail, geen Whatsapp en zelfs geen krant en radio. Wel corona, niet corona, het is even aan mij voorbijgegaan. Naar welke sjoel ik was in Amsterdam? Twee bekende vooraanstaande leden van de Joodse Gemeente Amsterdam, hebben direct na de eerste coronageluiden in de tuin een grote tent met verwarming, stoelen en eenpersoons tafeltjes gekocht en sindsdien is daar twee keer daags coronavrij sjoeldienst. Ik mocht daar sjabbat en zondag alle Jom Tov diensten bijwonen, want het aantal aanwezigen moet uiteraard beperkt blijven. Geweldig! Wat een gastvrijheid en wat een sfeer en saamhorigheid.

     

    Ondertussen zit ik in dubio over Ysselsteyn. Ysselsteyn, hoor ik u denken. Er gaat weer een herdenking plaatsvinden op de begraafplaats in Ysselsteyn waar Duitse soldaten begraven liggen, waaronder ook grote schurken en verraders die vele Joden de dood in gedreven hebben. Hiertegen is nu een petitie in omloop. Voor mij is het duidelijk dat dit niet aanvaardbaar is, maar voordat ik teken wil ik toch eerst weten hoe de vork precies in de steel zit. Want het gerucht gaat dat notabelen als Hirsch Ballin en Donner deze herdenking steunen en daar zullen ze zeker een reden voor hebben. Anderzijds zie ik dat het prominente lid van mijn persoonlijke adviesraad, Hans Knoop, ook de petitie heeft getekend. Wat is mijn twijfel? Mijn oma had een achterneef die met een niet-joodse vrouw was getrouwd. Hij was in 1938 uit Duitsland gevlucht, vrouw en kinderen achterlatend in Hamburg. Zijn kinderen werden gedwongen als soldaten op het Oostfront te vechten….Ik herinner mij dat ik met mijn ouders die achterachterneven van mijn vader als kind heb ontmoet. Voelt u mijn dubio om te tekenen? Zeer velen van die omgekomen Duitse soldaten waren niet per se ‘fout’, Ik ga dus eerst natrekken alvorens een besluit te nemen. Want ik plaats nooit zomaar even snel een handtekening!

     

    Overigens heb ik wel een brief ondertekend aan de President van Polen met het dringende verzoek om de wet die export van koosjer vlees verbiedt tegen te houden. Als die wet wordt aangenomen is dat een enorme klap voor Joods Europa. In steeds meer landen wordt koosjer slachten verboden en dus wordt er geslacht in bijvoorbeeld Polen. Maar als dan Polen de export gaat verbieden, hebben we een probleem. Met dierenwelzijn heeft dit echt niets te maken, puur antisemitisme. Het dierenleed in de slachthuizen is zeker een wezenlijk probleem, maar heeft niets te maken met koosjer slachten. Ook het vervoer naar de slachthuizen deugt vaak niet. Maar dat wordt, en ik beperk me maar even tot Nederland, niet aangepakt want de Voedsel en Warenautoriteit heeft het te druk met het zeuren over een paar flesjes wijn uit de zogenaamde Bezette Gebieden! Waarbij ik niet wil zeggen dat de voorstanders van zo’n exportverbod antisemieten zouden zijn, dat weet ik gewoonweg niet. Maar het fenomeen van het verbod op de sjechieta is door de eeuwen heen een voorloper geweest van Jodenvervolging. De eerste wet die in Nederland na de bezetting werd uitgevaardigd door de bezetter was, in juni 1940: verbod op koosjer slachten.

     

    Ondertussen ontving ik weer een verzoek om na te gaan of iemand die nu in Israël woont nog familie heeft in Nederland. In dit specifieke geval kwam de vraag bij mij vanuit een organisatie die tegen betaling dit soort onderzoeken doet. Maar dat opsporingsbedrijf komt er niet uit en dus: Gewoon Jacobs vragen om diep in archieven te gaan duiken, zelf uit te vissen of die archieven überhaupt bestaan en hopend dat Jacobs met minimale informatie de speld in de hooiberg kan vinden. Jacobs mag dus het werk doen en het bedrijf int de gelden! Daar pas ik dus netjes voor. Ik help graag, ben bereid ingewikkelde klussen op te lossen, maar ik weiger misbruikt te worden.

     

    De Feestdagen liggen achter ons, de soeka ga ik morgen afbreken en dan naar Den Haag. Een afspraak met de ambassadeur van Polen over die brief aan zijn President. De rust van twee heerlijke dagen is voorbij.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl.

  • Ik voelde me gediscrimineerd, Dagboek van een Opperrabbijn 19 november 2020

    De dag begon niet goed. Een gescheiden man uit Israël wil zijn jonge kinderen bezoeken die bij zijn ex in Nederland wonen. Dat deed hij twee keer per jaar, maar nu moet hij een visum hebben vanwege corona. En om dat visum te kunnen krijgen heeft hij mij gevraagd om een brief waarin ik verklaar dat ik hem ken en dat hij wat mij betreft meer dan welkom is in ons land, althans zo had ik het begrepen. Maar omdat hij zich per WhatsApp tot mij had gewend en de Whatsapp ‘naar beneden schuift’ en daardoor uit het zicht verdwijnt, was ik het vergeten. Ik verwijt mezelf deze omissie. Want juist dit soort hulp, achter de schermen, bij persoonlijke individuele drama’s helpen, daarvoor ben ik rabbijn. Ik dus alsnog in de telefoon, WhatsApp en email om deze vader te helpen. En terwijl ik mijn verklaring aan het typen was, kreeg ik een verzoek van een jonge joodse vrouw, die in Israel al meer dan vijf jaar woonachtig is, om iets op te lossen. Het Jood-zijn van haar man hebben ze nooit kunnen aantonen waardoor ze nooit een choepa hebben gehad en dat zit ze beiden dwars. Aan mij dus om te helpen zoeken naar bewijs van zijn Jood-zijn. Ik kan me voorstellen dat sommige van mijn dagboekeniers zich zullen afvragen waarom dit nagezocht moet worden. Je bent wie je bent! Maar zo eenvoudig is het niet. Ik ben momenteel met vier mensen in contact die willen weten of ze wel of niet Joods zijn. Het betreft nazaten van voorouders uit de voormalige USSR en uit Polen. De voorouders zijn gevlucht en om te voorkomen dat hun nazaten ook in Auschwitz zouden belanden, hebben ze hun Jood-zijn geheim gehouden. Bij vele nazaten zal hun Jood-zijn nooit aandacht krijgen omdat het geheel onbekend is. Maar vaak ook sijpelt er wel wat door en zitten nazaten, meestal kleinkinderen, met een emotioneel probleem. Dit kan zeker ook nazaten betreffen die misschien alleen maar één Joodse opa hadden en dus, halagisch beschouwd, niet Joods zijn. Maar toch willen ze weten of die opa wel/niet Joods was. Een van die vier is speciaal naar Oekraïne afgereisd op zoek naar haar Joodse wortels, hetgeen duidelijk aangeeft hoe gevoelig en belangrijk dit voor de betrokkene is en dus hoe dankbaar ik ben om hierin te begeleiden. Maar ik kan me voorstellen dat u zich afvraagt of ik me met dit soort problematiek moet bezighouden, speciaal dat als die ene opa inderdaad Joods zou zijn, dat kleinkind toch niet Joods is. Het antwoord op deze vraag las ik vandaag in een soort ‘gedachte van de dag’ chassidisch boekwerkje: “Waar een mens zich bevindt, daar is zijn plaats. Daar wordt van hem verlangd dat hij akkert, zaait om uiteindelijk te oogsten.” En dus hoor ik wat op mijn weg komt op te pakken, ongeacht of de nazaten uiteindelijk wel of niet Joods zijn! En dus heb ik ook de twee telefoontjes, een uit België en een uit Engeland, nauwkeurig aangehoord. Beide telefoontjes waren van mensen eind twintig op zoek naar een Joodse partner. Waarom ze mij bellen? Geen idee, maar als ze bellen, als het op mijn weg komt, moet ik luisteren en kijken wat ik kan doen. En wat heb ik dan hiermee gedaan? Ik gaf de telefoon aan mij echtgenote. Die heeft een soort fotografisch geheugen voor namen, gezichten en geschiedenis. Luistert de kandidaat aan en gaat meteen op zoek. Lukt het dan altijd? Helaas meestal niet, maar soms ook wel. En ook als het niet lukt, heeft de kandidaat een luisterend oor gekregen en ook dat is belangrijk. Maar soms moet ik ook afhaken, niet ingaan op een verzoek. Bijvoorbeeld een verzoek van iemand die een gioer zou hebben gedaan en die door het Opperrabbinaat van Londen, een gerenommeerd collega, niet erkend wordt en vervolgens bijval verzoekt van mij. Daar doe ik dus niet aan mee, ik laat me niet uitspelen. Indien de persoon mijn hulp zou hebben gevraagd, advies hoe te handelen, akkoord. Maar een epistel naar mij waarin de vloer wordt aangeveegd met collega’s, terwijl ik de persoon nog nooit heb ontmoet, niet ken en hij geen enkele connectie heeft met Nederland, dan verdwijnt de e-mail in de Prullenbak.  Na nog een aantal van dit soort e-mails te hebben verwerkt, was er een vergadering van OJEC, Overlegorgaan Joden-Christenen. Prima bijeenkomst waar uiteraard ook de Schuldverklaring vanuit de Kerken werd behandeld. En voordat ik mijn computer sluit en me richting nachtrust begeef, blik ik terug op een volle dag. Wat viel me vandaag op? Wat was anders dan andere dagen? Ik voelde me gediscrimineerd! Ik heb gisteren mijn nieuwe baan als ROVA-medewerker bekend gemaakt. Voor hen die mijn dagboek van gisteren niet hebben gelezen: we kregen een nieuwe vorm van inzamelen van afval. Het gaat over een stuk of vijf separate containers waarvan een met een pasje werkt, drie worden afgehaald van huis via drie anders gekleurde kliko’s en twee andere soorten moeten worden afgeleverd aan het eind van onze straat. En daar werd ik gediscrimineerd! Bij de glasafvalcontainer kan ik niet zomaar het glas erin stoppen, maar moet ik onderscheid maken tussen wit, groen en bruin glas. Wit lukt me, daarmee kan ik leven. Maar groen en bruin is voor mij een crime: ik ben namelijk kleurenblind.  Het verschil tussen groen en bruin wordt door mij niet (h)erkend, gelijk het verschil tussen geel en oranje, blauw en paars, donkerrood en zwart……Ik voelde me dus daar voor die glasbak redelijk onnozel en zelfs een beetje gediscrimineerd!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Zeer geachte Opperrabbijn, dagboek van een opperrabbijn Zondag 29 november 2020

    “Steeds frequenter en steeds intenser lees ik de volgende aflevering van uw dagboek.

    Het is voor mij (vooral) de ethiek, de aanwijzingen daarvan, waar (ook) ik zoveel aan heb. Zo belangrijk (vooral ook) in deze tijd.

    Het is vooral ook zo belangrijk dat u ons daarmee richting geeft dat wij (vooral van u) zo nodig hebben.

     

    Ik denk daarbij, om maar iets te noemen, wat dat betreft wat u zegt over de Ysselsteyn-kwestie. Wat mij zo goed doet is dat u uw eerste visie, resultaat van oppervlakkige waarneming, feitelijk gedeeltelijk herroept en nuanceert nadat u zelf in Ysselsteyn bent geweest en u uzelf heeft laten voorlichten en goed heeft geluisterd naar de achterliggende bedoeling, waardoor u de nuance kon aanbrengen.  Zeer gefeliciteerd.”

     

    Bovenstaande geeft mij een goed gevoel, want ik ben mezelf voortdurend aan het afvragen of ik wel goed bezig ben. Ik herinner mij Prof. Hans Bloemendal, de chazan-voorzanger, die na afloop van een uitvoering meestal drijvend nat van het zweet was, zo heeft hij mij persoonlijk verteld. Altijd weer was hij bang niet optimaal te hebben gezongen! Als ik een toespraak houd of een lezing geef, voel en zie ik of het overkwam. Maar een digitaal dagboek dat bij de lezer ergens heel ver weg op een scherm verschijnt, verklapt geen enkele reactie. Ik weet zelfs niet of het wordt gelezen! En als er wel reacties zijn, dan verschijnen die op facebook, waartoe ikzelf geen toegang heb. Maar mijn doel en mijn opdracht als rabbijn is om mensen tot steun te zijn vanuit het Jodendom. En daarom was bovenstaande reactie belangrijk voor mij. Binnen dit kader was het ook fijn dat ik een korte bijdrage mocht leveren aan een vergadering van zakenmensen die bijeenkwamen om te spreken over de ethiek van het zakendoen. Ik heb daar de volgende geschiedenis verteld. Een succesvolle zakenman bracht een bezoek aan zijn Rebbe. Het was de eerste keer dat hij de Rebbe thuis bezocht en wat hem opviel was de armoedige inrichting. Alles wat nodig was, was er, maar meer dan ook niet. Rebbe, vroeg de zakenman, waarom woont u zo armoedig? Een man van uw niveau, met uw contacten en uw invloed behoort in een riante villa te wonen, niet in een armoedig flatje. Mag ik je wat vragen, vroeg de Rebbe op zijn beurt. Waar woon jij dan? Ik, antwoordde de zakenman, ik woon in een paleis van een huis met alle voorstelbare luxe. En, vroeg de Rebbe verder, als je voor inkopen naar Leipzig gaat, waar woon je dan? In Leipzig, waar ik slechts een paar keer per jaar kom, heb ik een flatje. Maar, zo vervolgde de Rebbe, het past toch niet voor een groot zakenman als u om in een eenvoudig flatje te vertoeven! Dat klopt antwoordde de zakenman, en daarom heb ik een schitterende woning in mijn vaste woon- en verblijfplaats, maar in Leipzig ben ik maar tijdelijk. Hetzelfde geldt voor mij ook, reageerde de Rebbe. Mijn vaste woonplaats bevindt zich na dit aardse bestaan en daar hoop ik een riante bungalow te verwerven. Maar mijn verblijf hier op aarde is slechts tijdelijk. Geld is een middel, maar geld is niet het doel, probeerde ik de zakenlui bij te brengen. Of ze het hebben begrepen, weet ik dus niet want niemand was aanwezig.

    Omdat ik afgelopen week toch nog even voor een gesprek op mijn Rabbinaat was in Amsterdam, bemerkte ik post die daar al wekenlang op mij lag te wachten. Waarom niemand even de moeite had genomen om de post door te sturen, is mij onduidelijk. Een van de brieven was van meer dan een maand geleden. Een drama wordt beschreven. Een Joodse grootvader die door zijn niet-joodse vrouw wordt verraden en zo in Auschwitz belandt en vergast.  Na de oorlog werd de vrouw door haar kinderen voor het gerecht gedaagd en belandt ze in de gevangenis. Haar kinderen worden op verschillende adressen ondergebracht. Een van hen, die dus volgens de Joodse wet niet-joods is, is nu hoogbejaard en wil graag Joods begraven worden op een Joodse begraafplaats. Haar dochter vraagt mij om te helpen, hoe dat zou moeten weet ik nog niet. Maar zeker is dat ik mijn uiterste best ga doen, maar niet nadat ik eerst mijn excuus zal hebben aangeboden, want een brief van 18 oktober beantwoorden op 26 november, is niet juist, eigenlijk onacceptabel! Welke oplossing het zal zijn, weet ik dus niet, maar ik zal er alles aan doen om een oplossing te vinden. Aan mij om creatief te denken, zonder de halaga ook maar op enigerlei geweld aan te doen, want halaga is halaga. Halaga betekent ‘wet’, maar in het woord halaga zit ook het woord ‘beweging’. Of er bewogen kan worden in dezen en hoe die beweging zal zijn: We gaan het zien. En als het onverhoopt niet gaat lukken, omdat er geen beweging in te krijgen is? Dan heeft dat dan ook zo moeten zijn en gaan we dat accepteren. Maar eerst op zoek naar ruimte om te bewegen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • “De arts belandt in de hel” Dagboek van een Opperrabbijn1 December 2020,

    Een bezoek aan iemand die ziek is neemt volgens het Jodendom een deel van zijn ziekte weg. Vandaar dat we dagelijks in het begin van het ochtendgebed vermelden dat het gebod om zieken te bezoeken vruchten afwerpt tijdens het aardse bestaan, maar de echte beloning wordt pas verkregen na dit aardse bestaan. Dit is mij natuurlijk al vele decennia bekend. En ik beken dat ik even zo lang tegen mezelf twijfelend zei: als een zieke maar genoeg bezoek krijgt, zou hij in principe gezond moeten worden. Daar heb je dus geen arts voor nodig! En het antwoord dat ik mezelf gaf was dan dat het natuurlijk niet zo letterlijk is als het er staat. Het is meer een beeldspraak. Met dat antwoord heb ik het al die jaren gedaan. Maar enige dagen geleden heb ik een passender antwoord gevonden, naar aanleiding van een ‘medisch’ advies dat ik aan iemand min of meer ongevraagd had gegeven. En ook naar aanleiding van een recent artikel in de weekend bijdrage van het RD.
    In de Talmoed staat geschreven: “de beste der artsen belandt in de hel”. Het woord dat hier wordt gebruikt voor “de beste” is het Hebreeuwse woord “tov”. Ook als u het Hebreeuws niet beheerst dan nog kent u dit woord van bijvoorbeeld “mazzeltov” of van “een toffe jongen”. “Tov” betekent “goed”. Maar als dat zo is, wat vertelt ons dan de Talmoed met de bemerking dat “de beste der artsen belandt in de hel”? “Tov” is in numerieke waarde zeventien. Het hoofdgebed dat wij drie keer per dag uitspreken is het achttien gebed. Dit gebed wordt het achttien-gebed genoemd omdat er achttien lofzeggingen in voorkomen. Welke arts maakt een goede kans om na dit aardse bestaan in de hel te eindigen? Die artsen die weigeren om alle achttien lofzeggingen uit te spreken. Ze zijn bereid om er zeventien te vermelden. Zeventien keer G’d te danken. Maar de achttiende weigeren ze te zeggen, in die achttiende geloven ze niet: “Geprezen bent U onze G’d, die de zieken geneest”. Ze denken namelijk dat zij de zieken genezen! Vol hoogmoed benaderen zij hun patiënten, want zij, de dokteren, zijn immers de beslissers over leven en dood, over ziek en gezond. Artsen met zo’n opstelling belanden uiteindelijk in de hel.
    Maar andersom werkt het ook. De arts die bescheidenheid uitstraalt, naar de patiënt luistert, meeleeft. Zo’n arts zal na dit aardse bestaan rijkelijk beloond worden. Maar dat niet alleen. Zijn begripvolle opstelling, zijn oprecht meeleven is voor de patiënten van wezenlijk belang. Ook bij een hopeloze medische diagnose zal de patiënt zich aanzienlijk minder gestrest voelen, want de arts leeft met hem mee. En daarover ging dat artikel in de bijlage van het RD. De genezende of op z’n minst de kalmerende werking die uitgaat van het woord van medeleven. De arts moet dus ook een beetje rabbijn zijn, zoals de rabbijn ook een beetje arts. Recentelijk had ik contact met een redelijk depressieve jonge vrouw. De pilletjes van de dokter nam ze niet, want ze had geen vertrouwen in het pilletje en al helemaal niet in de behandelend arts. Door goed naar haar te luisteren, door haar aandacht te geven, door oprecht begrip en medeleven te tonen, heb ik haar langzaam aan de medicatie gekregen en voelt ze zich recentelijk aanzienlijk beter. Pillen werken, maar woorden ook. En soms is medicatie de primaire genezer en het woord en begrip zijn slechts de hulptroepen. Maar vaak ook heeft het medicijn slechts een placebo werking en doet het woord de hoofdzaak. Toen het beroep “arts” nog niet bestond waren de rabbijnen vaak de artsen en de artsen de rabbijnen. De arts moet ervan doordrongen zijn dat hem door de Eeuwige de taak is gegeven om te genezen, maar dat alleen pilletjes niet voldoende zijn. En tegen mezelf zeg ik: wees er steeds van doordrongen hoe waardevol aandacht en begrip van de rabbijn kan zijn. Ik moet mezelf niet onderschatten en vooral in deze niet denken: wie ben ik? Hoogmoed: neen! Maar met valse bescheidenheid wordt ook niemand geholpen. Ja zeker, over het leven wordt uiteindelijk Boven beslist. Maar tot die beslissing er is.........

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • “Er zijn geheimen die je meeneemt in je graf” Dagboek van een opperrabbijn 11 november 2020

    In het NRC van vorige week verscheen een artikel over het mysterie van de verdwenen SS-Kampcommandant Walter Heinrich. Hij was een van de beulen van Kamp Amersfoort, verdween na de oorlog en is nooit gevonden. Ik moest hieraan denken tijdens een vergadering, per zoom natuurlijk, over de restitutie van… Er wordt dus al langere tijd gesproken over de terugbetaling van erfpacht die de Joden na terugkomst moesten betalen. Welkom back! Die vergadering was geweldig. Geweldig omdat bijvoorbeeld de onderzoekster die het oorlogsverleden van die plaats in opdracht van de burgemeester had onderzocht, zichzelf indrukwekkend kwetsbaar opstelde. Vragen die haar werden gesteld nam zij meer dan serieus. Zij zat niet aan het scherm (we spreken dus niet meer over ‘zij zat aan tafel’) als de deskundige die alles weet, maar als de kwetsbare onderzoekster die eigenlijk aangaf dat door de complexiteit van de materie niets is uitgesloten en zeker heeft zij nog niet alles aan idiotie kunnen achterhalen. Wat bedoel ik? Zij had als opdracht om in kaart te brengen of de burgerlijke gemeente na de oorlog naheffingen heeft gedaan bij overlevenden. Bijvoorbeeld of ze alsnog erfpacht moesten betalen. Nu zou dat bij de desbetreffende gemeente zeker niet het geval zijn geweest, omdat in die gemeente geen erfpacht bestond. Maar achterstallige rioolbelasting over de periode dat ze in Auschwitz zaten, behoorde wel tot de mogelijkheden. Maar al zoekend ziet zij dat tijdens de oorlog de gemeente een rekening stuurt naar de Joodse Raad in Amsterdam en om vergoeding vraagt voor ‘de begeleiding van vertrekkende Joden’. Ik vroeg me dus even af waaruit die ‘begeleiding van vertrekkende Joden’ bestond. Even dacht ik dat het toch wel erg vriendelijk was dat de Joden werden begeleid bij hun vertrek. Waarschijnlijk waren er maatschappelijk werkers die de vertrekkende Joden, zoals dat zo sensitief werd genoemd op de factuur, van eten en drinken voorzagen. Maar dat bleek dus toch iets onvriendelijker in elkaar te zitten. Maar terwijl de vergadering verder-zoomde werd het steeds vreemder. Huizen die waren geconfisqueerd en vervolgens door de Gemeente verkocht, Joden die na de oorlog moesten procederen om hun eigen huis in te mogen gaan.

     

    Huizenbezitters van nu die toen voor een prikje huizen van Joden hadden “gekocht”, privacy wetten die de privacy van oorlogsmisdadigers nog steeds beschermen en dus de onderzoekster belemmeren bij haar onderzoek. De rekening die de voorzitter van de Joodse Gemeente kreeg voor de lekkage die in de synagoge was ontstaan gedurende de oorlog als gevolg van een bombardement…… Na de vergadering zag ik dat ik een whatsapp had ontvangen van burgemeester Marcouch (die Whatsapp had ik ongezien kunnen bekijken door mijn mobile onder het scherm te plaatsen, maar dat had ik niet gedaan. De vergadering was te schokkend). Marcouch had het dus in z’n Islamitische hoofd gehaald om een krans te leggen bij het Joodse monument. Hem werd verweten dat hij naast mij had gestaan (schande!) en ook nog een keppeltje droeg en daarmee voor deining zorgde binnen de Islamitische gemeenschap. Ik ben er zeker van dat hij, nadat hij in de krant was verschenen op de foto naast mij staande (met meer dan de vereiste social distance), weer overstelpt is met twitters vol verwensingen. In de vergadering betrof het de jaren ’40-’45, maar de haat-twitters waren van vandaag en verzonden door mensen van nu. Mocht u de mening zijn toegedaan dat ik overdrijf, klik dan zelf op:  https://www.nadorcity.com/%D9%87%D9%88%D9%84%D9%86%D8%AF%D8%A7-%D8%B9%D9%85%D8%AF%D8%A9-%D9%85%D8%AF%D9%8A%D9%86%D8%A9-%D8%B1%D9%8A%D9%81%D9%8A-%D9%85%D8%B3%D9%84%D9%85-%D9%8A%D8%AB%D9%8A%D8%B1-%D8%B6%D8%AC%D9%91%D8%A9-%D8%A8%D8%B9%D8%AF-%D8%B8%D9%87%D9%88%D8%B1%D9%87-%D9%85%D8%B9%D8%AA%D9%85%D8%B1%D8%A7-%D9%82%D8%A8%D8%B9%D8%A9_a95612.html.

     

    Wat heeft dit te maken met het begin van dit dagboek? Herinneringscentrum Kamp Amersfoort werd officieel in 2000 geopend en werd toen een Nationaal Monument. Maar tot het officieel een Nationaal Monument werd, was er een lange weg vol hobbels afgelegd. Om de een of andere reden moest Kamp Amersfoort vergeten worden. De man die zich vol overgave inzette om Kamp Amersfoort uit de vergetelheid te onttrekken, werd met ontslag bedreigd. Ik werd ingeschakeld, jaren voordien, om via de commissaris van de Koningin, Jhr. Beelaerts van Blokland, het Herinneringscentrum van de grond te krijgen. En toen mij gevraagd was om bij de opening, waar een indrukwekkende menigte aanwezig was, het woord te voeren, waren er brieven binnengekomen met het verzoek om de rabbijn van de sprekerslijst te verwijderen. De dag na de opening zat ik in de gevangenis van Groningen, bij de herdenking van de ex-politieke gevangen. Naast mij zat een oude militair in uniform voorzien van een indrukwekkende waslijn met medailles. Deze oude militair gaf mij een compliment voor mijn toespraak bij Kamp Amersfoort waarbij hij, als oud-gevangene, ook aanwezig was. Ik zag mijn kans schoon en vroeg hem wat er toch speelde rondom Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Zijn antwoord zal ik nooit vergeten: Rabbijn, zei hij zachtjes tegen mij, er zijn geheimen die je meeneemt in je graf.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Alle Nederlanders zijn een beetje calvinistisch

    Het is nu 4:30 uur in de ochtend. Ik ben op, heb 5 uur geslapen en voel me heerlijk uitgeslapen. Het nadeel van die korte nachten is dat ik dan ergens overdag toch de neiging vertoon om een half uurtje iets minder goed bij de les te zijn.

     

    Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en dus zit ik achter mijn computer om mijn dagprogramma in te vullen, want het moge dan zo zijn dat ik qua stroming binnen het Jodendom tot het chassidisme behoor, van huis-uit ben ik een typische jekke. Morgen zal ik dat nog uitleggen, maar het komt erop neer dat ik nogal georganiseerd ben. Niets mis mee, hoor ik u denken. Klopt, want de meeste Nederlanders zijn ook georganiseerd. Alle Nederlanders zijn ondanks verschillende geloven, toch een beetje calvinistisch. Tien uur is tien uur. Niet vijf voor tien en niet tien over tien.

     

    Als iemand met mij een afspraak heeft om elf uur dan zie ik ze soms al om een paar minuten voor elf voor de deur staan, maar om precies elf uur bellen ze aan. Zo zitten wij Nederlanders in elkaar. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar af en toe gaan we iets te neurotisch om met onze punctualiteit. En dus moet ik voor mezelf weten wat ik vandaag moet doen. Agenda: mijn toespraak voorbereiden voor Jom Kippoer; dagboek voor vandaag; voor morgenavond een Zoom-les voor de Joodse gemeenschap voorbereiden; toespraak voorbereiden voor zondagochtend op de begraafplaats te Haarlem; een paar pastorale telefoontjes; mensen bedanken voor de bloemen die we voor Rosj Hasjana ontvingen. Dat is het, maar ik moet altijd ruimte hebben voor het beantwoorden van e-mails en het te woord staan van mensen die me bellen.

     

    Die oningevulde ruimte, die iedere dag zichzelf vult, is de dagelijkse onzekere factor in mijn agenda waarmee ik rekening moet houden. Overigens ben ik vergeten te vermelden dat ik om 14:30 uur naar Den Haag moet voor de opening van een tentoonstelling op de ambassade van Litouwen. De tentoonstelling genaamd “Kindness of one’, is geïnspireerd door de Japanse diplomaat Chiune Sugihare en de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk, die beiden in Kaunas (Litouwen) aan duizenden Joden ‘visas for life’ hebben uitgereikt in een paar dagen tijd en met hun heldendaad duizenden Joden het leven hebben gered. Na de oorlog werd Sugihare in Japan ontslagen en heeft Jan Zwartendijk in plaats van erkenning en een meer dan verdiende Koninklijke Onderscheiding, een reprimande gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verstrekken van deze illegale visums.

     

    Boosheid voel ik in mezelf opkomen als ik dan eraan denk dat de burgemeester van een plaats in de nabijheid van Utrecht, zo werd me gisteren door iemand verteld, geheel vrijwillig en nog voordat het van burgemeesters werd gevraagd door de nazi's, reeds een lijst met Joden had gemaakt. Soms is het braafste-jongetje-van-de-klas-zijn een kwalijke en criminele eigenschap. Hier moest ik gisteravond ook even aan denken toen ik onze minister van Buitenlandse Zaken vanuit Brussel hoorde vertellen dat het besluit om de oppositie in Wit-Rusland te steunen niet meteen ten uitvoer kan worden gebracht want er moet eerst nog een formele weg worden bewandeld via het ambtelijke EU-apparaat. En ondertussen worden de moedige demonstranten in Minsk en in vele anderen steden hardhandig de gevangenissen ingetrapt…. Ik verlaat dit dagboek nu even, want me opwinden zo vroeg in de ochtend is niet gezond. Ik ga nog even een uurtje naar bed. Tot straks!

     

    Inmiddels 22:30 uur en een volle dag achter de rug. De bijeenkomst in de ambassade van Litouwen was fijn, waardig en indrukwekkend. Een telefoontje van iemand die mij ooit ergens had ontmoet. Of ik contact kan opnemen met een hoogbejaarde dame bij wie de oorlog weer helemaal bovenkomt. Ook nog even een aanbevelingsbrief geschreven voor de aanvraag van een Koninklijke Onderscheiding voor iemand die het echt verdient. En een verzoek om voor iemand anders ook zo’n aanbevelingsbrief te schrijven. Maar of ik dat wil doen weet ik niet. Soms weet ik namelijk te veel…

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Ambassadeurs lijken wel Rabbijnen. Dagboek van Opperrrabbijn 21 oktober 2020

     

    Vandaag stond in het teken van het buitenland. De ambassadeur van Hongarije had mij uitgenodigd voor een lunch op zijn ambassade. We kennen elkaar al een paar jaar, ontmoeten elkaar van tijd tot tijd en vandaag dus weer. Reden van het bezoek? Geen. Gewoon weer even bijpraten over koosjer slachten, dat een probleem dreigde te worden in Polen, de relatie Hongarije-Israel en w.v.t.t.k.* Omdat het nu niet bepaald eenvoudig zou zijn om op de Hongaarse ambassade een koosjere maaltijd te regelen, hebben wij, mijn Blouma en ik dus, hem bij ons voor de lunch uitgenodigd. De ambassadeur dus naar Amersfoort en wij niet naar Den Haag. Omdat hij niet met lege handen wilde komen had hij een enorme bos bloemen meegenomen en een fles koosjere wijn.

     

    Hoe was hij aan die wijn gekomen? De ambassadeur heeft z’n vriendje Naor (de ambassadeur van Israel) gebeld en die heeft ervoor gezorgd dat er een fles koosjere Israëlische wijn die afkomstig was van het IPC –het Israel Producten Centrum- te Nijkerk op de Hongaarse ambassade hedenochtend werd afgeleverd. En omdat de ambassadeur van Hongarije niet van het bestaan afwist van het IPC, dat op tien minuten van mijn huis ligt, heb ik hem na de lunch daarheen genomen. Uiteraard heb ik ervoor gezorgd dat hij naast de rondleiding en uitleg over de doelstelling van IPC en Christenen voor Israel, ook een pak koekjes kreeg. Want: morgen komt de ambassadeur van Israel op bezoek bij de Hongaarse ambassadeur en dan leek het me wel aardig dat ik dan de fles wijn terugbetaal via een rol koosjere Israëlische koekjes. Los daarvan heb ik een masker aan de ambassadeur gegeven met daarop “I love Israel”, zodat de Hongaarse ambassadeur dat dan kan dragen als de Israëlische ambassadeur zijn opwacht komt maken. Netwerken heet zoiets. Levert meestal ter plekke niets op, maar is wel belangrijk voor wanneer nodig. Ambassadeurs doen niet anders, lijken wel rabbijnen, althans mijn soort rabbijnen. Want ik ben van mening dat de rabbijn er uiteraard primair is voor de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte. Maar voor die Joodse gemeenschap is ook het contact met buiten die gemeenschap van vitaal belang, want we zijn een onderdeel van de brede samenleving: Noach moest op last van G’d de Ark verlaten! Los van het belang voor de Joodse gemeenschap hebben wij ook de plicht, mijns inziens, om mee te werken aan het welzijn van de ons omringende maatschappij. Gisteren had ik ander soort ambassadeur op bezoek, namelijk Dr. Pieter de Boer, lid van het deputaat Kerk en Israel van de CGK-Christelijk Gereformeerde Kerken- en de woordvoerder van de Interkerkelijke Werkgroep. Die Werkgroep had een schuldverklaring opgesteld over de houding van de kerken tijdens en kort na de oorlog. Vandaag is die schuldverklaring officieel naar buiten gebracht. Hoewel voor mij zo’n schuldverklaring niet echt hoeft, gaf het me toch een goed gevoel. Speciaal de opmerking over wat er mis is gegaan na de oorlog raakte me. Neefjes en nichtjes van mijn opa en oma mochten niet bij mijn opa en oma grootgebracht worden, maar moesten in de Christelijke gezinnen blijven waar ze ondergedoken waren geweest. Natuurlijk hadden die duikouders een band met hun duikkinderen ontwikkeld, hadden ze hun levens gered, maar……hun vermoorde ouders hadden ze echt niet afgestaan met de bedoeling dat ze zouden worden grootgebracht als Christenen.

     

    En nu we toch aan het ambassadeuren zijn: een telefoontje uit Oekraïne. Een van de rabbijnen zat in een conflictsituatie met Christenen voor Israel die hem steunen met een adoptie project. Mensen in Nederland adopteren een straatarm Joods gezin in Oekraïne voor €25 per maand. In Kirovograd liep de communicatie tussen de Nederlandse gevers en de lokale rabbijn even niet goed. En dus word ik gebeld door de rabbijn en sla ik aan het bemiddelen of aan het oplossen, als een soort ambassadeur van wie weet ik eigenlijk niet, maar ik zit wel ergens tussen. Na de nodige telefoontjes hoop ik dat ik alles weer recht heb kunnen strijken en het ook in Kirovograd weer vlekkeloos verloopt. Lastig is hier wel dat de lokale rabbijn wel vloeiend Russisch spreekt, maar geen Jiddisch, gebrekkig Engels en ook niet optimaal Ivriet en al helemaal geen Nederlands! Ondertussen wacht ik op de uitslag van een archiefonderzoek om iemand zijn Jood-zijn te kunnen bevestigen. Voor mijn gevoel is dat zo na te kijken, maar niet iedereen deelt mijn mening dat (bijna) alles meteen moet worden opgepakt. In principe beantwoord ik ook altijd e-mail per direct. Moet ik interessant doen en pas na een week antwoorden als ik het ook meteen kan doen? Gevolg is wel dat ik soms tot diep in de nacht achter die stomme computer zit, die mijn hele leven aan het beheersen is!

     

    Goed nieuws! Althans voor mijn gevoel. Want hoewel het natuurlijk echt niet zo is dat honderd toehoorders bij een lezing belangrijker zijn dan tien, en hetzelfde geldt voor het aantal lezers van mijn dagboeken, toch, ik moet mijn zwakte in deze bekennen, vind ik het wel fijn dat mijn dagboeken breed worden gelezen. En dus: Goed nieuws voor mij! Toevallig (hoewel ik dus echt van mening ben dat toeval niet bestaat) heeft de EJA –European Jewish Association- een van mijn dagboeken gezien, met google vertaald en toestemming gevraagd om een paar keer per week dit dagboek te mogen plaatsen op hun website en hun Facebook. En dus weer meer lezers. Mijn dagboek gaat Europees!

     

    *w.v.t.t.k.: wat verder ter tafel komt.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Antisemitisme op Jom Kippoer in Zweden

    In Brussel was vandaag een conferentie met verschillende Europarlementariërs georganiseerd door EJA, de European Jewish Association. Onderwerpen: veiligheid, koosjer slachten, besnijdenis. De hele conferentie uiteraard via zoom met slechts enkelen fysiek aanwezig, waaronder mijn persoon. Om 10:15 uur vertrokken en zojuist weer thuis aangekomen, precies 12 uur later. De vertegenwoordiger van Zweden mv. Saskia Pantell, voorzitter van de Zweeds-Israëlisch samenwerkingsverband, had afgezegd vanwege de nazi-demonstraties op Jom Kippoer.

     

    U leest het goed. Demonstraties tegen Joden op Jom Kippoer in Zweden waar slechts een handjevol Joden woonachtig zijn. Geen demonstratie tegen Israël, maar gewoon puur tegen de Joden. Joodse Zweden kregen brieven in hun bus met o.a. de opmerking dat Joden hun kinderen besnijden om kinderbloed te kunnen proeven. Kijkt u hier maar even. Ik hoop dat de Nederlandse media hieraan ook aandacht willen besteden ondanks het feit dat de demonstratie en de antisemitische folders niet tegen Israël waren gericht. Mijn fijne en optimistische Jom Kippoer gevoel was plotsklaps verdwenen. Niet goed.

     

    De Israëlische minister van Diaspora Mv. Omer Yankelevich deed ook mee aan de conferentie, als zoomer. Duidelijk stelde zij dat om als Joods volk te overleven wij niet onze keppeltjes moeten gaan verbergen of anderzijds ons moeten verstoppen. Integendeel: om te overleven moet de Joodse gemeenschap zijn identiteit juist behouden en versterken. Maar om antisemitisme te bestrijden moeten er ook coalities worden gevormd met niet-Joodse groeperingen, hetgeen we in Nederland duidelijk doen.

     

    Duidelijk werd verwoord dat antisemitisme van alle kanten komt: extreemrechts, extreem-links en Moslimextremisme. Om te voorkomen dat ik te depressief zou worden heb ik maar naar mijn autogarage gebeld om te vragen wanneer mijn nieuwe leaseauto klaarstaat. De auto was inmiddels wel al gearriveerd. Mijn depressie was al bijna verdwenen.

     

    Maar denkend aan de nieuwe auto dwaalden mijn gedachten af naar Jom Kippoer: G’d vroeg ons echt niet in welke auto wij hebben gereden. Wel zal Hij ons hebben gevraagd of wij onze medemensen geholpen hebben om op de juiste plaats aan te komen, hun doel te bereiken. G’d vroeg ons ook niet hoe groot ons huis was, maar wel hoeveel gasten er over de vloer kwamen. G’d zal ook geen navraag hebben gedaan over de grootte van onze klerenkast, onze garderobe, maar Hij zal wel graag weten hoeveel arme mensen we hebben mogen kleden. En, zo kwam het in mijn gedachten op, zal G’d ook niet geïnteresseerd zijn geweest in het aantal vrienden dat wij hadden, maar wel zal Hij benieuwd zijn aan hoeveel medemensen we vriendschap hebben gegeven. En tenslotte is het zelfs niet belangrijk in welke buurt we woonden, maar essentieel is wel hoe we omgingen met onze naasten.

     

    Ondertussen werd er gesproken over de veiligheid en beveiliging van synagogen en andere Joodse gebouwen. De veiligheidsdeskundige waarschuwde dat politici de neiging hebben te vergeten want het is alweer een tijdje geleden dat er een terreuraanslag heeft plaatsgevonden. Het moge stil zijn, maar de vijand slaapt niet en dus, waarschuwde de EU-deskundige, mogen de Joodse instellingen niet indommelen.

    Het was het dagje wel. Na overleg met mijn (lijf)arts zag hij geen bezwaar aan mijn deelname aan deze EU-conferentie, mits 1,50 m social distance, handen wassen en ventilatie, ventilatie, ventilatie. Ondertussen heb ik ervoor gezorgd dat ik de conferentie voor 18:00 uur heb verlaten zodat ik geen verplichting/advies heb om in quarantaine te gaan. Onderweg nog een hele tijd stilgestaan op een parking voor een belangrijk telefoongesprek.

     

    En nu dus thuis en rustig naar bed, dacht ik. Want er kwam nog een telefoontje want er was iets misgegaan bij een begrafenis. De functionaris functioneerde niet, was niet genoeg zichtbaar en kwam knullig over, zo in het kort was de inhoud van het gesprek dat ik met de zoon mocht voeren. Ik voel me schuldig, want ik had dus de lokale jonge rabbijn beter moeten uitleggen hoe e.e.a. in z’n werk gaat. Een gemiste kans. Juist bij een begrafenis is de pastorale zorg zo heel erg belangrijk. Of de kritiek op de rabbijn terecht was of niet, is niet relevant: het blijft een triest gegeven dat de zoon en ook de kleinkinderen met een naar gevoel zijn blijven zitten, en dat had niet gehoeven…..

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ben ik rabbijn of predikant? Dagboek van een Opperrabbijn 23 november 2020

    Het was vandaag een ouderwetse Mediene-dag. Gewoon om 7:30 uur in de auto, met chauffeur nr. 1 van Amersfoort naar Almere voor de maandagochtend sjoeldienst, snel-ontbijt in Amersfoort en daarna, met chauffeur nr.2 naar Winterswijk, Aalten, Borculo om vervolgens om 19:00 uur weer thuis te zijn in Amersfoort. En daarna, als een soort dagsluiting, een zoom-vergadering. Het was me het dagje dus wel. Onderweg bezig geweest met Chanoeka. Geregeld zijn nu Bourtange, Arnhem, Eindhoven en Kampen. Nijmegen is bijna rond. In deze plaatsen zal ik dus gewoon, gelijk andere jaren, aanwezig zijn. Uiteraard met alle RIVM-restricties. Maar onderweg was ik bezig met het organiseren van de eerste avond, donderdag 10 december om  19:30 uur een life-stream landelijke uitzending. In Winterswijk heb ik naast een paar bezoeken-met-mondkapje alle Thora-rollen in de sjoel gecontroleerd. Zijn ze wel of niet koosjer. En in Borculo een kijkje genomen in de deels gerestaureerde sjoel. Eens was hier een grote orthodox Joodse Gemeente. Nog slechts één Jood telt Borculo. Hij was een van de drie bestuursleden van de Stichting Synagoge Borculo die mij ontvingen. Alle drie gedreven om op z’n minst de herinnering aan wat eens was, levend te houden. Een plaquette met namen van de vermoorde Joden, het mikwa, boeken en relikwieën. Een reliëf plattegrond van Borculo voor de oorlog met lampjes van alle woningen en bedrijven die Joods waren. En terwijl ik dat bekijk vertelt mij de voorzitter dat de Stichting probeert om de sjoelruimte, die nu verhuurd is aan een sociale werkplaats, tot een educatief herinneringscentrum te maken, maar ze hebben het geld van de huur nodig. Ik voel boosheid opkomen. Wat is er gebeurd met alle Joodse huizen? Alle Joodse bankrekeningen? Een van de overlevenden, zo werd mij verteld, woonde na terugkomst in het huis van zijn opa, maar moest wel huur betalen. Neen, niet aan zijn opa, want die was vergast, maar aan de koopjesjager die in de oorlog het huis had overgenomen zonder een cent te betalen aan zijn opa. Ik ben trouwens vergeten of ik dat in Winterswijk heb gehoord vandaag of inderdaad in Borculo, want overal komt de oorlog boven. Maar het zou niet meer dan redelijk zijn als de Gemeente Borculo de sjoel aan de Stichting schenkt. Er is heel wat van ons gestolen.

     

    Het waren fijne bezoekjes vandaag, maar de eenzaamheid is groot. Eens woonden al deze oudere mensen in bloeiende Joodse Gemeenten, nu zijn ze stuk voor stuk de laatste der Mohikanen. In Winterswijk vernam ik van de voorzitter dat haar zus in Israël dagelijks mijn dagboek leest. Dat is nou weer eens leuk. Mooi was ook te horen van de ambassadeur van Duitsland per e-mail dat hij in het NIW had gelezen in mijn dagboek dat ik net voordat ik bij hem kwam, mijn auto in de vangrail had gereden en dat hij daarvan niets had gemerkt in mijn houding. Zo hoort het. Als ik bezig ben met gebed, met een lezing, met een pastoraal gesprek of met een ambassadeur, dan moet ik niet ergens anders met mijn gedachten zijn. De Ba’al Shem Tov heeft ooit gezegd: de mens is waar zijn gedachten zijn. En dus was ik toen ik bij de Duitse Ambassadeur was, in zijn residentie, in gesprek met de ambassadeur en was mijn gedachte niet bij mijn nieuwe auto die ik net van de nodige deuken en krassen had voorzien.

     

    Het slot van mijn werkzame dag was de zoom-vergadering van OJEC met vertegenwoordigers van Christelijke en Joodse organisaties. Een goede vergadering die van de voorzitter, Piet van Midden, een 7½ kreeg. Ik kreeg daar ook iets, wat voor mij volledig nieuw was. Het kan u niet ontgaan zijn in de loop van mijn dagboeken dat een rabbijn met van alles en nog wat bezig is. Maar heden heb ik een functie erbij gekregen die waarschijnlijk uniek in de hele wereld is. Er werd gesproken over de opstelling van de Kerk ten opzichte van Joden. Antisemitisme, antizionisme en bekering. Hoe het precies ter sprake kwam is me niet helemaal duidelijk, maar vanuit de Christelijke hoek kwam er kritiek op Christenen voor Israël. Christenen voor Israël zou als doel hebben het bekeren van Joden. Ik denk niet dat dit soort interne Christelijke meningsverschillen in deze groep aan de orde dienen te komen. Gelijk ook verschil tussen Traditioneel Jodendom en Reform niet in dit gremium thuishoort. Maar de aanval op Christenen voor Israël kwam dus toch ter sprake en aan mij, de rabbijn, werd verzocht om de Christenen voor Israël te hulp te komen en uitleg te geven waarom op grond van het Christelijk denken zending niet past bij Christenen voor Israël. Ik vroeg mezelf bijna af: ben ik rabbijn of predikant?

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Beroepsgeheim! Dagboek van een Opperrabbijn 19 oktober 2020

    Vandaag kon ik min of meer de hele dag niet op de computer want er werd een nieuwe geïnstalleerd. Ik was redelijk bevreesd omdat het een hoogwaardige computer ging worden met daaraan ook een hoogwaardig prijskaartje. Ik wachtte al enige maanden tot het nieuwe wonder eindelijk vandaag zou arriveren. Waarom niet een eenvoudige goedkope die direct leverbaar was?  Bij een goede bekende, een oud-leerling, advies ingewonnen en toen kwam er dus een combinatie uit van een kleine lichte laptop en een groot zwaar scherm met toetsenbord en ingebouwde camera. Het grote scherm voor thuis op mijn Opperrabbinaal Hoofdkantoor (mijn Rabbinaat heeft de afmeting van één vierkante meter en bevindt zich in de hoek van onze woonkamer) met de kleine zeer lichte laptop die het scherm aanstuurt. Maar die kleine lichte laptop kan ook makkelijk meegenomen worden zodat ik zelfs vanuit de auto (als ik niet zelf achter het stuur zit!) verder kan met het beantwoorden van e-mails, het schrijven van mijn dagelijkse dagboek, het in elkaar fabriceren van Rab@Rik - levenslessen van de Opperrabbijn - dat op www.cip.nl verschijnt, het bekijken van diverse documenten en archieven, het in contact blijven met buitenlandse collega’s enz.  De operatie, het overzetten van al mijn gegevens, die bijna een hele dag duurde, viel mee. En u, beste dagboekenier, heeft de primeur om de eerste productie te mogen ontvangen. Lijst dus s.v.p. dit dagboek in, wie weet wat voor waarde dit in de toekomst zal krijgen!

     

    Hoewel dus per e-mail vandaag moeizaam bereikbaar, werkte de telefoon normaal. Weer van alles en nog wat door mekaar. Maar ik observeer iets vreemds. Regelmatig word ik gevraagd om naspeurwerk te verrichten over Joodse afkomst. Maar het aantal dat mij deze weken bereikt is wel erg groot. Met maar liefst zes gevallen ben ik bezig, bijna allemaal van niet-Nederlanders wier ouders of grootouders uit ons land afkomstig zijn. Bij bijna allemaal weten of vermoeden ze sinds kort dat ze afkomstig zijn van Joodse voorouders. Bij allen hadden de grootouders na de oorlog alles in het werk gesteld om de Joodse afkomst te verbergen en sinds kort is dat dan toch uitgekomen. En dus gaan de nazaten op zoek naar hun afstamming en dan kom je uiteraard uit bij de rabbijn, waar anders zou ik bijna zeggen. Ik voel me soms een gediplomeerd Joods vuilnisvat. Ik ben nu bezig met twee Nederlandse gevallen, een uit Nieuw-Zeeland, een uit Israel, een uit België en een heel lastige uit de voormalige Sovjet-Unie. Lastige klusjes die enerzijds een heel zakelijke aanpak behoeven, anderzijds erg gevoelig en emotioneel liggen. Ik heb het gevoel dat dit soort identiteitsproblematiek wordt aangewakkerd door het vele thuiszitten en ook door de confrontatie met de relativiteit van het leven, het wegvallen van zekerheden, die nu toch minder zeker blijken te zijn.

     

    Vragen of wij iemand kennen die een geschikte huwelijkspartner zou zijn voor zoon of dochter bereiken ons ook regelmatig, maar die zitten in de portefeuille van Blouma. Die kent altijd iedereen, weet de juiste vragen te stellen en heeft erg vaak al voor het kennismakingsgesprek per telefoon al een paar ideeën. Maar dan is er nog niemand getrouwd, zo snel gaat het ook weer niet. Deze week werden we gebeld door een vader die voor zijn dochter in Israel via een datelijst een keurige jongen had gevonden. Maar wat bleek, de jongen oorspronkelijk uit Nederland afkomstig, had niet de hele waarheid over zichzelf opgegeven. En aan mij nu het verzoek of ik even de datasite kan aanspreken en/of ook de jongen een reprimande kan geven. Ja, wat moet ik daar nou weer mee, gonsde het door mijn hoofd. Ik ken die jongen nauwelijks tot niet. Maar het probleem loste zich automatisch op. Tien minuten na het telefoontje van de boze vader van het meisje belt de jongen uit Israel me zelf op. Hij heeft een probleem. Moet hij wel of niet meteen nog voor het eerste gesprek het kleine probleem dat hij met zich meedraagt vermelden. Als hij dat doet, zal niemand in hem geïnteresseerd zijn omdat hij a priori zal worden afgewezen. Anderzijds wil hij absoluut de waarheid niet verzwijgen. Na enig flitsend denkwerk heb ik hem een advies gegeven waarmee komende vaders niet boos kunnen worden en hij zonder onwaarheid te verkondigen, zonder bewust te verzwijgen en zonder zijn kansen op de datesite huwelijksmarkt te verkleinen, gewoon verder kan. Wat ik hem heb geadviseerd? Beroepsgeheim!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • Betrapt met pet! Dagboek van een Opperrabbijn 2 december 2020

    Het is lastig om het midden te vinden tussen overdrijven en naïviteit. De gulden middenweg is de juiste weg om te bewandelen, dat moge duidelijk zijn. Maar waar ligt die gulden middenweg? Van een oudere intelligente dame, een moedige vrouw, had ik al enige weken niet meer vernomen. En dus belde ik haar op en bleek ze al een tijdje een beetje te sukkelen met haar gezondheid. Goed dat ik haar had gebeld, maar ik voel me wel schuldig dat ik nu pas, na een paar weken, haar afwezigheid had bemerkt. Ondertussen, omdat ik haar had gebeld, is ze een paar van mijn dagboeken gaan lezen en stuurt me de volgende reactie: “Beste rabbijn Jacobs. Ik lees uit uw dagboeken dat u veel mensen ontmoet met persoonlijke problemen en dat u zich ernstige zorgen maakt over het opkomend antisemitisme. Dat lijkt me erg zwaar. Ikzelf vind het verschrikkelijk die ervaringen te lezen. Het is me te veel. Ikzelf ben groot geworden met de woorden ‘mag niet, anders maken ze je dood’ gedurende de oorlog. En na de oorlog moest ik in geuren en kleuren alle verschrikkingen aanhoren van overlevenden van de kampen. Voor mij begon de oorlog na 5 mei ’45. Ik wil al die ellende die u moet aanhoren liever niet lezen.” En dus, na deze reactie, vraag ik me af wat de gulden middenweg is. Ik probeer te waarschuwen voor het opkomend antisemitisme, maar ik moet, mag en wil absoluut geen paniek zaaien en zeker niemand die al pijn heeft, nog meer pijn bezorgen. Heel veel WhatsApps ontvangen om ‘het Joodse geluid’ te laten horen over de rel rondom Forum voor Democratie. Maar wat is ‘het Joodse geluid’? En ben ik dan ‘het Joodse geluid’? Maar zwijgen? Een goede vriend van mij, een niet-joodse psychiater, heb ik mijn probleem voorgelegd. Als ik m’n mond open doe gaan sommigen gillen of doe ik, bijvoorbeeld deze moedige vrouw, onnodig pijn. En als ik zwijg krijg ik klachten dat ik niets laat horen. Zijn reactie was heel duidelijk: “Als je nu je mond niet opendoet, ben je voor mij geen rabbijn meer. En als mensen door jouw opmerkingen verdrietig worden, help ze. Dat is toch jouw primaire taak als rabbijn.” Maar naast zorgen over het opkomend antisemitisme en alle daaraan gekoppelde spanningen, begint Chanoeka erg dichtbij te komen. Vandaag een telefoontje uit Jeruzalem om tijdens het aansteken van de menora bij mij thuis, zonder gasten, een filmpje te maken met een oproep om ook als het buiten niet mogelijk is vanwege corona de menora aan te steken, het vooral wel binnen te doen. De oproep moet in het Nederlands na het aansteken van het derde lichtje. Een tweede telefoontje, ook vandaag dus, uit Brussel om, ook na het aansteken van het derde lichtje, een boodschap in het Engels over een niet-religieus onderwerp, maar wel over Chanoeka. En de derde opdracht/verzoek kwam uit Zuid-Amerika om een toespraak te houden in het Nederlands van 25 minuten. Dat zal aan nog zeven opperrabbijnen gevraagd worden. Iedere avond zal een rabbijn uit een ander land spreken en voor ondertiteling zal gezorgd worden. Los hiervan heb ik komende week ook nog drie tv-opnames over…Chanoeka! Na al die telefonische verzoeken voor TV, zoom, video’s, Whatsapps en YouTube vraag ik mezelf af of ik wellicht beter regisseur kan worden. Maar ondertussen zal ik de komende week keihard aan de voorbereiding moeten werken. Voor het opnemen van de video’s heb ik al een vrijwillige professional gevonden. Maar aan mij de teksten! Dat is ook een spanning, maar wel fijn. Maar toch geven al die problemen spanning, verdriet en teleurstelling. Het werd me een beetje te veel. En dus heb ik vanavond gespijbeld. Blouma en ik hebben de auto genomen, naar het strand gegaan. Uiteraard ging ik niet met mijn hoed op, maar met een pet. Even incognito. Uitwaaien. Heerlijk! We lopen nog geen twintig minuten op de boulevard, ruiken het water, voelen de wind of plotseling roept iemand achter mij: rabbijn Jacobs! Waarom draagt u geen hoed. U zegt toch altijd dat we niet moeten zwichten voor het antisemitisme en onze Joodse kleding moeten behouden gelijk onze voorouders in Egypte. U zegt toch altijd dat u niet bereid bent uw hoed in te wisselen voor een baseball-cap! Ik wist even niet wat te antwoorden, ik voelde me betrapt met mijn pet, maar de wandeling was wel erg verfrissend.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek 16 sept 2020. Laten we ons levend begraven?

    Het lernen met mijn eigen lerngroep 60+ was fijn. Even uitleggen: al enige jaren ben ik vaste docent van een 65+ lerngroep in Amsterdam. Naamgenoot Paul Jacobs heeft die lerngroep opgericht ter nagedachtenis aan zijn echtgenote. Ongeveer een jaar geleden dacht ik dat het een goed idee zou zijn om ook in Amersfoort een lerngroep op te richten voor de 60-plussers. Ik verkoos te spreken over 60+ in plaats van 65+ omdat dat de deelnemers een jonger gevoel geeft gezien de meesten 70+ zijn. Niet te veel mensen, ongeveer tien. Dit om te voorkomen dat mijn lerngroep ontaardt in een lezing. Nu ben ik niet tegen lezingen (ik doe bijna niet anders!), maar ‘ik geef een lezing’ en het publiek luistert.

     

    Nou ja, luistert? Bij een lezing moet ik maar hopen dat er geluisterd wordt. Ik zeg weleens midden in de lezing, om de luisteraars bij de les te houden, dat ik er geen moeite mee heb als de toehoorders af en toe op hun horloge kijken omdat ze willen weten hoe lang ze nog moeten. Ik raak pas geïrriteerd als ze, nadat ze op hun horloge hebben gekeken, het horloge tegen hun oor aandrukken om te luisteren of het nog wel werkt!

     

    Mijn lerngroep draagt de naam “Lernen met diepgang”. En dat is nu precies wat er gebeurt. We lernen samen en verdiepen ons juist door het gesprek met als leidraad G’ds Thora en Traditie. En dat ‘samen’ is essentieel en geeft een extra en noodzakelijke dimensie. En die dimensie hebben we ook nodig in het gesprek met PKN, RK en andere kerkelijke organisaties. Vanochtend ontving ik een Nieuwjaarswens van PKN en in mijn reactie naar de scriba, mijn vriend Dr. de Reuver, stel ik voor om het komende jaar elkaar te spreken over antisemitisme, dat hij vermeldt in zijn nieuwjaarswens, en ook over antizionisme en dus over de positie van de PKN ten opzichte van Israel en de problematiek in het Midden-Oosten. Alleen middels erover ‘lernen’ kunnen we er hopelijk uitkomen. Via allerlei verklaringen en interne discussies over de ‘onverbrekelijke band met Israël’ wijzigen in ‘onverbrekelijke band met Jodendom’,  komen we er niet uit, maar groeit de kloof die we beiden niet wensen en niet willen. En dus is dat een van de goede voornemens die ik op me heb genomen. Voor het komende nieuwe jaar. Verder heb ik onderweg naar Arnhem de afspraak vastgelegd met de ambassadeur van Hongarije. Geen idee wat hij wil, maar ‘je weet maar nooit’. Zoiets heet netwerken. Die netwerken bouw je op zonder concreet doel voor ogen, maar zodra er noodzaak toe bestaat heb je een adres. En geloof me, die adressen heb ik al meerdere keren moeten gebruiken. In Arnhem hadden we een Selichot-bijeenkomt op de Joodse begraafplaats. Selichot zijn speciale gebeden die uitgesproken worden in de week voor Joods Nieuwjaar. Er was geen grote opkomst, maar de bijeenkomst was warm, fijn en inspirerend. Het was eigenlijk een lern-bijeenkomst, maar dan niet bij mij thuis, niet in de synagoge, niet op zoom, maar op de begraafplaats. En aan het eind heb ik alle aanwezigen een fles wijn gegeven. Ze durven vanwege corona geen dienst te houden gedurende de Ontzagwekkende Dagen. Mijn doel was om ze toch iets mee te geven. Een fles Israëlische wijn en een inspirerende gedachte. De gedachte kwam over en zal ze hopelijk tot steun zijn. Ik bracht een parabel. Een boer hoorde een enorm gejank van zijn oude ezel in het veld. Hij z’n huis uit, hoort het gejank, maar ziet geen ezel. Na enig rondkijken vindt de boer zijn ezel in een diepe put. Water stond er lang niet meer in die put en het leek een onmogelijke klus om de oude ezel eruit te slepen. En dus besloot de boer met een van zijn knechten (en zonder toestemming van de Partij voor de Dieren) om zand in de put te scheppen en zo de oude ezel (levend!) te begraven. De boer en zijn knecht nemen beiden een schep en beginnen het graf dicht te gooien. Ondertussen jankt de ezel maar door. Na een uur scheppen horen ze niets meer, kijken de put in en zien dat de put inmiddels tot de rand is gevuld. Maar ze zien nog iets: de ezel loopt tot hun stomme verbazing vrolijk rond in de weide! Wat was er gebeurd? Iedere schep aarde die de ezel over zich heen kreeg had hij van zich afgeschud.  En toen de bodem van de put op niveau was gekomen van de weide, heeft de ezel vrolijk de put verlaten.

     

    In deze corona periode krijgen wij van een veelheid aan narigheden over ons heen. Laten we ons eronder begraven of schudden we het van ons af? Mijn advies: volg de oude ezel!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek van een Opperrabbijn 17 september 2020

    shofar

      

    Enige tijd geleden viel mijn blik op een artikel over een nieuwe uitvinding. Op het hoofd van een mens wordt een sensor geplaatst en als hij dan een bepaald woord, cijfer of formule denkt gaat de televisie in zijn kamer aan óf het licht óf de vaatwasmachine, …….afhankelijk dus van wat hij denkt en via de sensor uitzendt. Over enige tijd zal dus, zo vervolgde het artikel, geen afstandsbediening meer nodig zijn: alles kan vanuit de hersenen worden bestuurd.

     

    Eindelijk een bewijs, dacht ik, dat onze gedachten een tastbare uitstraling hebben. Het was dus niet louter bijgeloof dat mijn oma op de vraag hoe het met haar kleinkinderen ging steevast haar antwoord begon met ‘unbeschrieben en unberoefen,’. Dit om te voorkomen dat door haar lovende woorden mogelijkerwijs, G’d behoede, haar kleinkinderen beschadigd zouden kunnen worden. Het was dus geen onzinnig bijgeloof van mijn oma, want gedachten en dus zeker ook woorden hebben een bepaalde kracht!

     

    Tijdens de Hoge Feestdagen of beter omschreven als de Ontzagwekkend Dagen, hebben we vele tekenen die wijzen op eenheid. Vandaag, op Rosj Hasjana-Nieuwjaar, staan jullie allen voor de Allerhoogste, van de stamhoofden tot de waterdragers. De maatschappelijke verschillen zijn verdwenen, we vormen een eenheid, we zijn in essentie allen gelijkwaardig: met deze gedachte betreden we Rosj Hasjana.

     

    En voor Jom Kippoer-Grote Verzoendag vragen we elkaar vergiffenis voor alles wat we elkaar hebben misdaan in gedachten, woord en daad …..weer die eenheid.

     

    En dan Soekot-Loofhuttenfeest met de loelav (dadelpalm – lekkere smaak), de hadas (mirthetakje – lekkere geur), de arawa (treurwilg - geen smaak en geen geur) en de etrog (citrusvrucht - heerlijke geur en lekkere smaak), die symbool staan voor de vier soorten mensen. De een heeft Thora-kennis, de ander concentreert zich meer op het verrichten van goede daden, weer een ander is geen kop-mens en wat betreft het verrichten van goede daden is hij ook maar zwakjes en tenslotte heb je mensen die veel kennis bezitten en die kennis ook in praktijk brengen. We binden ze allen samen en spreken de lofzegging uit over de loelav….weer die eenheid.

    Dan worden de Ontzagwekkende Dagen afgesloten met Simchat Thora- Vreugde der Wet: we dansen allen samen met de Thora. Of je een groot geleerde bent of een beginner: we sluiten ons aaneen en uiten onze gezamenlijke vreugde vanuit eenheid….

    Allemaal woorden, symboliek, uitingen. Maar leidt dit ook daadwerkelijk tot de eenheid?

     

    Als we in gedachte geld geven aan de armen, daar hebben ze helemaal niets aan. Het gebod van tsedaka-liefdadigheid alleen in gedachte is waardeloos. Maar als we per ongeluk geld verliezen en het verloren bedrag wordt door een arme man gevonden, dan hebben we toch, hoewel onbewust, toch het gebod vervuld. Het resultaat telt, niet de intentie!

     

    Maar deze redenering gaat niet altijd op: als we bijvoorbeeld een gast ontvangen telt niet alleen de maaltijd die we hem voorschotelen, maar zeker ook de wijze waarop we hem bejegenen. Voelt hij zich op z’n gemak?  En als hij vertrekt, begeleiden we hem dan naar de deur om te tonen dat we zijn aanwezigheid waardeerden?

    Met de Hoge Feestdagen spreken we vele gebeden uit, verrichten we vele handelingen, dus we veroorzaken veel ‘straling’. Soms gaat het om de daad, soms uitsluitend om de uitstraling en vaak ook om beide.

     

    Het samen-in-de synagoge-zijn zal dit jaar anders verlopen. In vele gemeenten zal er überhaupt geen dienst zijn en zullen we zelfs op Vreugde der Wet niet samen met de Thora kunnen dansen.

     

    Maar zelfs of juist als we niet samen onze gebeden kunnen uitspreken en niet samen met de Thora kunnen dansen, ligt de nadruk, meer dan andere jaren, op onze ‘uitstraling’.

     

    Gelijk de sensor op mijn hoofd over enige jaren de tastbare afstandsbediening zal vervangen, zo ook wens ik ons allen toe dat de ‘uitstraling’ dit jaar dermate krachtig zal zijn dat het een jaar zal worden van zegen, gezondheid en shalom, voor ons allen en voor de gehele mensheid waar ook ter wereld.

    לשנה טובה ומתוקה, een goed en zoet jaar, materieel en geestelijk voor al mijn trouwe en ook minder trouwe dagboekeniers.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

              

     

     

     

     

                         

  • Dagboek van een Opperrabbijn 21 sept. 2020, Wie zijn schuldig? Ultraorthodoxe Joden en Arabieren…..

    Vandaag was ik aan het bijkomen van twee dagen Rosj Hasjana. Intensieve dagen en voor het eerst sinds lange tijd weer in de ´echte’ synagoge. De ventilatie was dusdanig goed dat er wordt gekeken of het misschien iets minder kan, om te voorkomen dat de ventilatie weliswaar beschermt tegen corona, maar we worden weggetocht vanwege de ijzige kou. En de helaas benodigde beveiliging was ook helemaal goed, als vanouds, voor de coronacrisis. Uiteraard en helaas waren er minder mensen aanwezig bij de diensten vanwege angst voor besmetting, hetgeen gerespecteerd moet worden, maar niet leuk is. En daarom toch even tot de leden van de Joodse Gemeente die dit jaar verstek lieten gaan vanwege corona: jullie hebben wel wat gemist! Het waren inspirerende diensten.

     

    Anders dan andere jaren was ook het sjofarblazen. De tonen waren uiteraard dezelfde, maar de locatie was aangepast. Ik blies namelijk voor de open tuindeur en dus kon de hele binnenstad meegenieten omdat ik namelijk over een zeer goede blaas beschik (Grapje. Leuk?) De beveiligers kregen van een buurvrouw de vraag of dat geluid uit de synagoge kwam, waarop de niet van humor gespeende beveiliger antwoordde dat het geschal waarschijnlijk afkomstig was van een pand achter de synagoge. Voor de sjoeltuin had zich een groep toeristen verzameld om mee te luisteren! Ik geloof dat het monumentendag was en indien dat niet zo was: het wemelde van de dagjesmensen die de binnenstad aandoen en verrast werden door een echte rabbijn, blazend op een echte ramshoorn in het echte stadshart.

     

    Uitgaande Rosj Hasjana trof ik op mijn WhatsApp: “Voor de Joodse gemeenschap; gelukkig nieuwjaar. Zo mooi, de kruimels die straks in stromend water gestrooid worden als zonden die in het diepst van de zee worden geworpen. Zo goed voor de zoete dagen van inkeer richting Grote Verzoendag Jom Kippoer. Cruciaal, verzoenen brengt ons van ‘steeds opnieuw’ naar ‘nooit meer’, zei ik bij de herdenking van de fatale Slag om Arnhem, die de bevrijding ernstig vertraagde.” De afzender? Ahmed Marcouch, de burgemeester van Arnhem. Een mooi begin voor het nieuwe Joodse jaar. Meteen na afloop, zondagavond dus, kreeg ik een telefoontje van rabbijn Mendel Cohen, de rabbijn van Mariupol die, net bijgekomen van een aanslag, corona had gekregen, via Odessa naar Israel was overgebracht in een privé ambulancevliegtuig en nu in een ziekenhuis in Israel ligt. Omdat ik hem voor sjabbat niet kon bereiken, was ik bezorgd en tijdens de gebeden kwam hij vele keren op in mijn gedachten. G’d zij dank is het goed met hem. Nou ja, goed?  Het ademhalen blijft een probleem, maar het zal goedkomen, verzekerde hij mij. Wat niet goed ging en waaraan ik me blijf ergeren, is de column in het Reformatorisch Dagblad van Alfred Muller. Ik citeer: “De belangrijkste oorzaak (van de tweede lockdown in Israel) is dat te veel burgers het te gemakkelijk hebben genomen om de kansen van de pandemie te verkleinen. Dat was voornamelijk het geval onder ultraorthodoxe Joden en Arabieren.” Terwijl wij in onze gebeden shalom vroegen aan de Eeuwige voor alle inwoners van Uw aarde, kon de heer Muller het niet nalaten om een polariserende opmerking te plaatsen. Het ware netjes geweest als hij zijn Israel column op Rosj Hasjana gebruikt zou hebben om Israel toe te wensen dat meer Israel omringende landen, Arabieren, het pad van de vrede zouden kiezen. Maar ja, denk ik dan heel stout, als er rust komt in het Midden-Oosten, waarover zal Muller dan moeten schrijven? En klopt het dat ultraorthodoxe Joden de coronaregels aan hun laars lappen? Zeker zullen er zijn die dat doen. Maar er zij ook ultra-anti-orthodoxe seculiere Joden die hetzelfde gedrag vertonen. Idem bij christenen, bij Islamieten bij….en bij…. En er zijn ook ultraorthodoxe Joden die fanatiek de coronaregels wel in acht nemen. Maar ja, dat vermelden polariseert niet en trekt dus geen lezers. Maar goed dat ik zijn column pas na Rosj Hasjana las, zodat ik me er op Rosj Hasjana niet aan hoefde te ergeren. En na Rosj Hasjana had ik eerst ook nog de bemoedigende WhatsApp van de Arnhemse burgermeester Ahmed Marcouch gelezen. Ik was dus gelukkig niet van mijn optimistische en goede Rosj Hasjana gevoel af te krijgen. En alsnog, want een goede wens komt nooit te laat: een goed, voorspoedig, gezond en vredig 5781, voor u en voor alle bewoners van Uw aarde.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Dagboek van een Opperrabbijn 8 november 2020

    Ik heb gespijbeld met mijn dagboek. In plaats van een dagboek, hieronder de reflectie die ik heb gehouden voor “Joods bij de EO” naar aanleiding van de Verklaring van Schuldbelijdenis van de PKN. Die Schuldbelijdenis werd vandaag voorgelezen bij de Kristallnacht-herdenking door de scriba van de PKN, Ds. de Reuver. Ik mocht reageren op die verklaring op NPO2, zojuist om 23:00 uur!

    Het is lofwaardig dat de huidige kerkleiding volmondig en in niet mis te verstane bewoordingen toegeeft dat de kerk als instituut meer had kunnen en moeten doen. Voor die erkenning ben ik dankbaar, die verklaring is belangrijk. Maar ik wil van mijn kant duidelijk aangeven dat ik de huidige kerkleiders niets kwalijk neem, want zij hebben niets misdaan. Zij zijn van na de oorlog, hun kan niets verweten worden. Zij hebben mijn familie niet naar de gaskamers gestuurd, zij hebben zelfs niet toegekeken.

    Toen ik gevraagd was door de PKN om aanwezig te zijn op 31 oktober 2017 bij de officiële viering van 500 jaar Reformatie, wilde ik aanvankelijk die uitnodiging niet aanvaarden. Ik weigerde plaats te nemen bij een bijeenkomst waar een notoire antisemiet zou worden geëerd. Natuurlijk kan de huidige scriba er niets aan doen dat zijn over-overgrootvader de foute theologie van Luther ten aanzien van de Joden hoog in het christelijk vaandel had. Sterker nog: hij was het volstrekt oneens met de antisemitische uitlatingen van de grote christelijke meester. Maar hoe kan ik als Jood daar gaan zitten meevieren? “Toon dat je afstand doet van zijn antisemitische uitlatingen, roep uit dat je dat onacceptabel vindt”, zei ik tegen mijn vriend ds. de Reuver. Hij stemde hiermee van harte in. Publiekelijk werd tot twee keer toe bij die bijeenkomst, in aanwezigheid van onze koning, afstand genomen van de antisemitische geschriften en uitlatingen. 

    Vijftig jaar na de oorlog werd ik geconfronteerd met een vloedgolf aan monumenten ter nagedachtenis aan vermoorde Joden. Onthulling na onthulling. Ik herinner mij dat ik aan het begin van die periode aan een jonge burgemeester vroeg: waarom nu pas? Was er niet eerder opgemerkt dat de Joodse medeburgers niet waren teruggekeerd? En zijn antwoord is mij altijd bijgebleven: “mijn voorganger wenste niet herinnerd te worden aan de jaren ’40-’45. Die periode zat hem niet lekker, die jaren moesten zoveel mogelijk in de doofpot”.

    Binnen dat kader zie ik deze verklaring. Ik ben innig dankbaar aan de helden die zonder enig vorm van winstbejag, om niet, met groot gevaar voor eigen leven, mijn moeder en vele anderen het leven hebben gered. Ik denk aan ds. Overduin, aan ds. Slomp, ds. Koopmans, ds. Buskes en ik denk ook aan Mgr. de Jong. En zeker denk ik aan verzetsstrijders die door laf verraad werden opgepakt nog voordat ze iets hadden kunnen doen. Niemand heeft van ze gehoord, ze werden bruut geëlimineerd omdat ze weigerden toe te kijken. Laten wij vooral hen nooit vergeten en blijven herdenken, ondanks hun anonimiteit.

    Maar tegelijkertijd weten we dat er veel te weinig is gedaan in de oorlog, dat er zeker ook door de kerken te veel is gezwegen en “dat in de loop der eeuwen de kerk mede de voedingsbodem heeft bereid waarop het zaad van antisemitisme en haat kon groeien”, zoals we de scriba hoorden verklaren. Joden werden eeuwenlang weggezet als godsmoordenaars die hun verdiende loon zouden ontvangen.

    En het was goed dat ook de periode na de oorlog werd vermeld. Mijn grootouders hebben alles in het werk gesteld om hun neefjes en nichtjes van wie de ouders waren vermoord, in huis te nemen. Ze te behouden voor het Jodendom, zoals hun ouders dat zeker hadden gewild. Gedreven door hun geloof weigerden de duikouders, die hun geheel belangeloos het leven hadden gered, hun Joodse onderduikkinderen terug te geven naar waar ze behoorden te zijn. Vele van dit soort weeskinderen lijdt nog steeds aan de hen aangedane identiteitscrisis, resultaat van een ongezonde en onacceptabele bekeringsdrang.

    De Christelijke Kerken hebben met hun schuldbelijdenis en erkenning voor mijn gevoel een streep achter het verleden gezet. Maar, en dat was voor mij veel belangrijker, duidelijk is er verklaard dat ze zich voornemen om samen met ons te strijden tegen het hedendaagse antisemitisme. In de tijd van de kruistochten hadden wij het verkeerde geloof en werden er door de kruisvaarders hele Joodse gemeenten uitgeroeid. In de middeleeuwen waren wij het virus dat de pest veroorzaakte en dus moesten wij verdelgd worden, mijn lieve ouders hadden het verkeerde ras. En ik ben zionist! Natuurlijk mag er kritiek zijn op het regeringsbeleid van Israel, half Israel is tegen Netanyahu, gelijk ook niet iedere Nederlander voor Rutte is (ik trouwens wel!). Maar antizionisme heeft in het vaandel de vernietiging van de Staat Israel, de uitroeiing van het Joodse volk. Antizionisme is antisemitisme. Dagelijks door de eeuwen heen, spreken wij onze gebeden uit richting Jeruzalem. Jeruzalem, waar vandaag alle godsdiensten ter wereld in vrijheid hun godsdienst mogen beleven, is onlosmakelijk met het Joodse volk verbonden, met de overlevenden van de jaren ’40-’45, met mij. Schoenmaker houd je bij je leest. Kerken laat politiek over aan politici. Herken het gemuteerde virus dat door de eeuwen heen miljoenen en miljoenen van mijn volk heeft vernietigd en dat nu antizionisme heet.

    De PKN van nu had voor mij niet het mea culpa hoeven te verklaren, het verleden is voorbij. Maar de koppeling die zo duidelijk werd gelegd vanuit de vervolging van de Joden door de eeuwen heen en de passieve opstelling van de meerderheid van de kerken toen mijn familie werd afgevoerd om nimmer weer te keren, die koppeling naar het nu en naar de toekomst, het voornemen om de joods-christelijke relaties uit te laten groeien tot een diepe vriendschap, waarbij ieder zichzelf mag blijven en er dus geen pogingen worden ondernomen om ons te bekeren, verbonden te willen zijn in de strijd tegen het hedendaags antisemitisme, die voornemens, die verklaring stemt mij tot innige dankbaarheid. De woorden van de scriba, van de christelijke kerken, waren goed. Ik heb hoop en verwachting!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn van 30 november 2020

    https://collive.com/91st-street-shul-shul-for-a-blossoming-neighborhood/

     

    Klikt u even op deze link. Mijn zoon in New York heeft in zijn basement een sjoel. Waarom deel ik dat met u? Trotse vader? Zeker, maar daarom deel ik het niet. Vorige week mocht ik Amir en Annet Betsalel toespreken via een Zoom-bijeenkomst van de Joodse Gemeente Bussum. Even een uitleg: Amir is de chazan van deze bloeiende Joodse Gemeente. Ze zijn al vijfentwintig jaar in dienst van deze bloeiende  Joodse Gemeente. Ik schrijf heel duidelijk ‘ze’, want Annet is niet bepaald het type dat in de schaduw van Amir staat. Ze is ook zeer duidelijk aanwezig, zicht- en hoorbaar!  Als een van u, mijn trouwe dagboekeniers, nu denkt dat ik in de aanval ben en haar beticht van te luidruchtig, dan heeft u het mis. Net zoals Amir er altijd is voor zijn kehilla, zo ook is Annet 24/7 bereikbaar en aanwezig. Ze vierden dus beiden hun vijfentwintig-jarige-verbintenis met Joods Bussum. Vanaf deze plaats dus nogmaals: Mazzeltov! Mazzeltov! De nieuwe voorzitter van de Joodse Gemeente Miriam Nir had, met drie medebestuurders, een prachtige corona-proof party georganiseerd. Amir en Annet waren uitgenodigd ten huize van de oud-voorzitter Paul Joseph (Oud? Hoge leeftijd maar verre van oud). Daar stond een koosjer gecaterd diner klaar en na de maaltijd kwam bijna de hele kehilla op bezoek. Maar niet alleen de kehilla, ook kinderen en kleinkinderen vanuit de hele wereld. En ook ik mocht aanwezig zijn en gedurende drie minuten het jubilerende echtpaar toespreken. En dus ging mijn toespraakje over het getal drie. 1: Hashem (G’d), 2: het aardse en 3: de verbintenis leggen tussen Boven en het aardse: en dat is nu precies de taak van Amir en Annet die ze zo voortreffelijk tot uiting brengen, implementeren, om een modern woord te gebruiken. Maar ik heb nog iets gezegd, waarvan ik vermoed dat niet iedereen dat begrepen zal hebben en dat alles te maken heeft met bovenstaande link. Mijn zoon (Dovid) in Brooklyn New York heeft een sjoelgemeenschap opgericht, overigens al jaren geleden. Die sjoel groeide op de vorige locatie uit zijn voegen, is nu alweer enige jaren in zijn basement en dat is ook alweer te klein vanwege de groeiende gemeenschap. En dus gaan ze nu een echte grote sjoel bouwen, zoeken de publiciteit en hopen zo de financiën bijeen te krijgen. Maar daarvoor stuur ik u niet bovenstaande link! De naam van de sjoel is “Awraham Jitschak”. Jitschak was de schoonvader van een van de oprichters van de sjoel. Maar ook was hij een van de Rabbinale rechters van de grote chassidische Joodse gemeenschap van Crown Heights-Brooklyn. Omdat hij geen geld wilde verdienen met zijn rabbijn-schap was hij ook accountant en vanuit die hoedanigheid was hij de oudere collega van mijn zoon, die dus ook accountant is. Deze zeergeleerde rabbijn Yitschak overleed geheel onverwacht en op veel te jonge leeftijd.

     

    Maar de sjoel draagt nog een naam: Awraham. Awremmel was het oudere broertje van Dovid, de oprichter van de sjoel. Onze Awremmel zl. overleed op 15-jarige leeftijd. In die sjoel leeft hij dus ook voort. Annet en Amir hebben ook een zoontje verloren als gevolg van een dramatische gebeurtenis. We delen onze werkzaamheden met Joods Nederland, maar ook delen we een soortgelijk verdriet dat een diepe en hechte band heeft gesmeed, wel en niet helaas. Volgens Blouma, die een ijzeren geheugen heeft, woonden Annet en Amir ten tijde van het drama nog in Oss en was het mijn idee dat Betsalel naar Bussum zou gaan. Ik herinner me dat niet meer, maar mocht dat kloppen (en dat zal haast wel als mijn Blouma dat zegt), dan ben ik erg trots dat ik de koppelaar ben geweest van die verbintenis. Jammer dat ik dan niet ook een persoonlijke mazzeltov heb gekregen van de Joodse Gemeente Bussum. Want als het klopt, had ik dat toch echt wel verdiend! Treur niet, bestuur van de Joods Gemeente. Ik ben bereid om alsnog de mazzeltov’s te ontvangen, want voor een mazzel-tov, (letterlijk: een goed gesternte) een goede wens, is het nooit te laat!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 10 november 2020

    Wat ben ik dankbaar dat ik nu een piepkleine laptop heb met een los toetsenbord en een kanjer van een scherm. Zo’n beetje de hele dag door-gezoomd en dan is een groot scherm een verademing. Los hiervan zijn de muis, het toetsenbord en zelfs de printer zonder draden. De eerste zoom-bijeenkomst, een sjioer voor 60+, had een technisch probleem aan het begin. Namelijk geen geluid en geen beeld. Ieder kon ik zien en horen, maar niemand kon mij waarnemen. Dat is natuurlijk heel goed voor pastorale rabbinale zorg: goed de ander horen spreken en nauwkeurig de ander gadeslaan. Lichaamstaal spreekt vaak boekdelen en de meest belangrijke seinen zitten tussen de regels door. Jezelf tegelijkertijd volledig uitschakelen, als het ware onzichtbaar aanwezig zijn, dat wordt van mij verwacht als hulp-rabbijn. Niet te verwarren met een Hulpbisschop, want dat is een totaal ander RK-verhaal.

     

    Met hulp-rabbijn bedoel ik dat de rabbijn hulp moet bieden, moet klaarstaan, tot steun moet zijn. Er werd mij recentelijk verteld “u bent misschien wel het gezicht van Joods Nederland”. Ik ben daarmee niet erg verheugd. Een rabbijn moet proberen om primair het hart te zijn, en niet het gezicht. Als ik terugdenk aan mijn prille eerste decennia rabbijn dan voel ik weer het Sinai-Centrum, mensen met heel veel verdriet, daardoor echt ziek geworden en dan naast ze te mogen zitten, soms geen woord te zeggen, luisteren, luisteren, luisteren, naar mensen naar wie niemand meer wenste te luisteren. Heb ik ze wel voldoende oor gegeven? Voldoende geduld getoond?

     

    Maar toch is alleen hulp-rabbijn niet voldoende. Soms moet ik juist niet rustig en geduldig luisteren, maar moeten er contacten worden gelegd, netwerken opgebouwd en onderhouden, mobiliseren.

    Er dreigde met het nieuwe wetsvoorstel “huwelijkse gevangenschap” iets mis te gaan. Waarover gaat dit? Een huwelijk loopt kapot en er wordt burgerlijk gescheiden. Het gebeurt helaas af en toe dat een van de partners weigert om ook aan het godsdienstige huwelijk een eind te maken, meestal om te treiteren. Gevolg is dat hoewel gescheiden, er toch nog steeds sprake van een religieuze gebondenheid. Dat dit om vele redenen ongewenst is, moge duidelijk zijn. En dus heeft de Minister van Rechtsbescherming besloten om hieraan iets te doen en is er een wetsvoorstel dat de rechter in de gelegenheid stelt om de echt-scheidende exen te verplichten om ook het religieuze huwelijk te ontbinden. Dankzij de oplettendheid van Mr. Loonstein, de bekende advocaat en vechtersbaas, werd er bemerkt dat de manier waarop de wet werd geformuleerd voor de Joodse echtscheiding juist het tegendeel bereikt. De details zal ik u besparen, maar kort verwoord: er was sprake van een directe dwang en dat is een halagisch probleem, terwijl indirecte dwang juist meer dan welkom is. En dus werd o.a. ik uit de rabbinale stal gehaald, werd er een zoom-vergadering georganiseerd, een aantal brieven en gesprekken en het probleem werd door onze Minister Sander Dekker herkend en erkend en het wetsvoorstel werd dusdanig aangepast dat ook de Joodse gemeenschap van het “huwelijkse gevangenschap” in Nederland verlost is. Fijn dat ik daaraan een (kiezel)steentje mocht bijdragen. Mooi was trouwens ook die Prof. Dr. Ir. die me een erg boze brief schreef naar aanleiding van een van mijn dagboeken. Hij had deels gelijk en dus heb ik hem meteen gebeld om het gesprek aan te gaan. Ik bleek inderdaad deels ongelijk te hebben, maar na enig gedraai over en weer hadden we beiden helemaal gelijk. Een paar dagboeken later (want ik spreek al enige maanden niet meer in dagen, maar in dag-boek-en) kreeg ik een e-mail van de Prof. inmiddels mijn goede kennis. Hij bood aan om me te helpen met het natrekken van stambomen als ik dat nodig heb om iemands Joodse afkomst te bewijzen. En nog geen dag later word ik geconfronteerd met een Joodse vrouw die in de oorlog op een niet-joodse begraafplaats is beland. De lokale niet-Joodse historicus heeft haar achtergrond nagetrokken en vermoedt dat deze vrij anonieme dame in het graf zonder zerk een Joodse vrouw was, waarschijnlijk overleden aan een natuurlijke dood tijdens de onderduik. De historicus is de mening toegedaan dat deze vrouw op een Joodse begraafplaats thuishoort. En dus komt het bij mij terecht en mag ik proberen te achterhalen wat wel en wat niet klopt. Kijk en dan komt zo’n professor goed van pas!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een opperrabbijn, 12 november 2020

    Na 5 uur in de auto te hebben gezeten, 403 km te hebben gereden en 11 uur en 10 minuten onderweg te zijn geweest, was ik dan eindelijk redelijk uitgeput weer thuis. Waar was ik? Eerst in Ysselsteyn (u leest het goed!). De Duitse begraafplaats waar die moordenaars liggen (maar zeker niet rusten). Daarna naar Den Haag naar de Ambassade van Israël. Toen nog even, gezien ik toch in Den Haag was, een bezoekje aan de heer Dirk Brengelmann, Botschafter van de Deutsche Bundesrepublik.  En daarna gewoon weer naar huis. Niet slim gepland, hoor ik u denken. U heeft gelijk, maar mijn rabbinale leven is nauwelijks te plannen. Nadat ik reeds geregeld had (een chauffeur) om toch eens stiekem te gaan kijken wat er wel of niet waar is van Ysselsteyn, kreeg ik een dringend verzoek om aanwezig te zijn in Den Haag in de Ambassade van Israël omdat enkele vertegenwoordigers van de Remonstrantse Kerken aan het volk van Israël en aan de Joodse Gemeenschap hun schuldbelijdenis wilden aanbieden. En gezien ik ook, onverwacht, dinsdag jl. een e-mail ontving van de Botschafter van de Deutsche Bundesrepublik die mij uitnodigde voor een gesprek, naar ik aannam over Ysselsteyn, en omdat ik toch al in Den Haag zou zijn….En zo is ’t gekoome, zou Wim Sonneveld hebben gezegd, met een zachte ‘g’.

     

    Mooie bijkomstigheid was dat ik dankzij zo’n krankzinnige dag, met in de auto telefoontjes, WhatsApps en e-mails, voor enige (dagboek)dagen genoeg inspiratie heb opgedaan om mijn dagboekeniers te informeren wat een opperrabbijn zoals doet in corona-tijd, want dat was het verzoek van het Joods Cultureel Kwartier zo’n half jaar geleden. Maar laat ik bij het begin beginnen en pogen zo weinig mogelijk afslagen te nemen in de trant van: nu ik het hierover heb, herinner ik me dat x, y of z. Uiteindelijk heeft er geen plechtigheid plaatsgevonden op Ysselsteyn, maar als excuus werd gebracht ‘corona’. Dat zet dus geen zoden aan de (Ysselsteynse) dijk, want waar het de tegenstanders van de Ysselsteyn herdenking om ging en gaat is het onaanvaardbare dat SS-ers, SD-ers, collaborateurs en gruwelijke moordenaars niet geëerd mogen worden. Ik schrijf bewust niet ‘in mijn optiek’ want ik vind dat iedereen hierover zo moet denken. Maar de voorstanders van de herdenking geven bijna allen aan dat dat ook absoluut niet de bedoeling was. Maar wat was dan wel de bedoeling? Tonen, met name aan de jeugd, dat er in oorlogstijden altijd (1) goede mensen zijn, (2) zij die zich bewust bewegen in het grijze gebied en (3) criminele schurken, waarvan er dus zeer velen in Ysselsteyn zijn gedumpt. Ik gebruik het woord ‘gedumpt’, omdat na de oorlog diverse gemeenten dit tuig niet wilde hebben op hun eigen begraafplaats en dus heeft het Ministerie van Defensie een stuk grond ter beschikking gesteld ergens ver weg om van de kadavers van die moordenaars verlost te zijn. Enige jaren geleden was er een discussie over de zogenaamde Muur van Mussert. Wel of niet overeind laten staan. Die muur zou gebruikt kunnen worden als een plaats van educatie om aan de jongere generatie aan te geven hoe verkeerd mensen kunnen handelen. Prima dus! Maar die muur zou ook misbruikt kunnen worden en verheven tot een soort bedevaartsoord voor kwade geesten! Voor beide opvattingen valt iets te zeggen. Maar beide opvattingen zijn duidelijk de mening toegedaan dat nimmer en nooit de landverrader Anton Mussert vereerd mag worden. Hier in Ysselsteyn kan dezelfde discussie gevoerd worden. Gaan we de graven gebruiken als een educatief project als een keiharde waarschuwing. Of verbergen we de graven juist om te voorkomen dat het een bedevaartsoord gaat worden voor recht- of links gespuis. In die discussie heb ik me indertijd met betrekking tot de Mussert-muur gemengd, maar die discussie speelt hier vooralsnog niet. We hebben hier te maken met een protest tegen verering. Een plechtigheid op een begraafplaats in aanwezigheid van de Duitse Ambassadeur, de burgemeester en vele anderen. Er worden kransen gelegd. Ja, hier liggen ook kindsoldaten en gewone soldaten die op straffe van veroordeling tot zware straffen vanwege insubordinatie geen keus hadden. Natuurlijk hebben die recht op een normaal graf. Uiteraard mogen naasten hier hun familie komen gedenken. De vraag is of er dan wel/niet kransen gelegd moeten worden, wel/niet een grootschalige herdenking, want het waren toch soldaten van een leger dat tegen ons streed. Maar die discussie speelt nog niet. Het pijnpunt is hier uitsluitend: de verering van schurken, moordenaars, landverraders. En ervan uitgaande dat niemand dat voor ogen heeft en dat de plechtigheid juist tot doel heeft om te waarschuwen, dan is het probleem dat die goede bedoeling niet overkomt bij het brede publiek en dat ook ik fel protesteer tegen de verering van de moordenaars van tachtig procent van mijn familie. Ik begrijp het systeem van oorlog, overwinning, vergeven. Ja, ik verzoen me volledig met het Duitsland van vandaag. De Duitse Overheid toont duidelijk afstand te hebben genomen van het verleden. Een kind van een SS-er die lijdt onder het foute verleden van zijn vader, zal ik omarmen. Hij/zij heeft niets misdaan. Maar de SS-er zelf, de landverrader, de collaborateur leefde als moordenaar, stierf of werd door het verzet gefusilleerd als moordenaar en blijft voor mij altijd een moordenaar. Vergeven: Nooit! Verzoening met zijn nazaten: altijd!

     

    Ik stop voor nu. Het dagboek is al lang genoeg en ik wil nu echt mijn bed induiken. Wordt vervolgd.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een Opperrabbijn, 18 november 2020

    Vandaag heel veel tijd besteed aan Chanoeka. Hoe gaan we het dit jaar invullen? De grote Menora waarin ik omhoog werd gehesen, zes jaar lang, staat in Sderot en zal daar dus branden. Maar wat doen we hier? Wat met mijn jaarlijkse Chanoeka-toer? Ik probeer de Joodse Gemeenten te overtuigen om alles zo gewoon mogelijk te laten doorgaan, desnoods met alleen de aanwezigheid van de burgemeester, organisatoren, lokale functionaris en lokale pers, zodat er toch nog bereik zal zijn om de duisternis te verdrijven. En dus staat er nu op het programma: Na afloop van de sjabbat race ik naar Kampen om daar in de voormalige synagoge het derde lichtje te ontsteken. Het vierde lichtje gaat in Eindhoven aangestoken worden. Of we dat doen op het Stadhuisplein of in de synagoge is nog niet geheel uitgewerkt. Het vijfde vlammetje gaat voor of in de synagoge van Arnhem plaatsvinden. Marcouch is daar de grote stimulator. Geweldig! Hoewel: het lijkt een soort zelfkastijding want zijn naast-mij-staan prikkelt vele negatieve, om het maar even netjes te verwoorden, verwensingen. Het zesde lichtje wordt op de Markt aangestoken in Nijmegen. Precies tijdstip hangt nog even af van de burgemeester die zijn jaarlijkse medewerking weer heeft toegezegd. Dank en hulde! De laatste en achtste dag zal ik in Bourtange zijn. Het zevende lichtje heb ik nog niet ingevuld en ook het eerste ligt nog niet helemaal vast. Aan Zutphen en Apeldoorn wordt nog gewerkt. Maar voor de eerste dag hoop ik op iets heel bijzonders, maar dat wordt morgenochtend pas beslist. Vrijdagavond zal ik gewoon thuis zijn of misschien bij mijn kinderen, afhankelijk van……inderdaad: de coronamaatregelen. Verder heb ik hedenochtend een gesprek gehad met ‘mijn uitgever’. Een paar goedwillende kennissen hebben besloten dat mijn dagboek wordt gepubliceerd. En dus moest ik vandaag kiezen tussen vijf opties voor de kaft, want er komt maar één kaft (grapje!).  De komende week moet ik mijn handtekening zetten onder het contract met de uitgever. Naast rabbijn ben ik nu dus ook columnist. Ik voel me soms een soort Simon Carmiggelt, maar nog meer Efraïm Kisjon. Efraïm Kisjon sneed namelijk ook duidelijk misstanden aan. Maar naast columnist heb ik er sinds eergisteren nog een nieuw baantje bij. Ik ben namelijk, althans voor mijn gevoel, medewerker van de ROVA geworden. Of iets duidelijker geformuleerd: ik ben vuilnisman! We beschikten over een groene, een blauwe en een grijze kliko. De grijze was voor REST. Alles wat dus niet paste in blauw en/of groen kon in grijs. Dat mag dus niet meer. We hebben een pasje gekregen. Met dat pasje moet ik zo’n halve kilometer lopen om bij “mijn” restafvalmachine te komen. Ik dus met een plastic zak, zo dacht ik te goeder trouw, naar deze afvalverwerkingsmachine, waarin ik dus mijn rest kan deponeren met mijn pasje. Maar wat klopt hier dus niet: plastic mag niet in de restafval machine! Voor plastic moeten we naar een andere ondergrondse machine aan de andere kant van onze straat. Naar die andere kant moet ik overigens ook met al mijn plastic afval, waaronder ook kartonnen verpakkingen. Nu hebben we er een nieuwe kliko bijgekregen, die, als ik het goed begrepen heb, voor de voedselverpakking is die geen plastic bevat. Maar er is bijna geen rest meer, las ik op de gebruiksaanwijzing, dus hoef ik niet dagelijks met pasje en voedselverpakkingen, in een niet-plastic zak, naar “mijn” vuilnis verwerkende container. Hoewel ik op mijn eindexamen gymnasium voor Nederlands een zeer hoog cijfer had, heeft de bestudering van hoe het vuil verwerkt moet worden mij enige uren gekost. En om heel eerlijk te zijn: ik begrijp nog steeds niet goed hoe het werkt. Wel herinner ik mij dat in het personeelsrestaurant van het Sinai Centrum ooit een afvalopening zat voor plastic bestek en een opening voor voedselresten. Na sluiting van de kantine kwam een medewerker van de Civiele Dienst (de schoonmaakster dus) met een grote blauwe vuilniszak en daarin verdwenen dan de etensresten en het plastic broederlijk samen! Maar nu kan dat echt niet meer. Er komen ook controleurs langs de vuilnisvaten om te controleren of ik me wel aan de spelregels houd. O ja, we vergeten het glas en de batterijen. Voor glas moet ik weer ‘naar de andere kant van mijn straat’. En batterijen en ander chemisch afval wordt naar ik meen een keer per maand afgehaald met een speciale ROVA chemisch-afval-auto waar ik dan, zonder het pasje, dien te verschijnen. Ik overweeg nu deze materie diepgaand te bestuderen en dan een soort spoedcursus aan te bieden aan onwetenden. Als reclametekst zal ik dan schrijven: “Opleiding vuil sorteren voor beginners.” Naast een telefoontje van een mij volstrekt onbekende Diana die mij probeert uit te leggen dat ik ben uitgekozen om goedkopere energie te krijgen, bleek ik vandaag ook nog een gelukkige winnaar te zijn. Ik mag namelijk gratis een maandlang Gillette scheermesjes gaan testen. Maar helaas: 1/ ik scheer mijn baard nooit 2/ van de Joodse wet mag je het gezicht niet scheren tot op de huid. Dus de gelukkige (Joodse) winnaar kan vergeleken worden met de gelukkige winnaar van de Postcode loterij die mij ook regelmatig gelukkig verklaart met voedselcadeaus die voor mij ongeoorloofd zijn om te consumeren.

     

    Later op de dag zijn we mijn enige oude, wijze en vitale tante gaan bezoeken, daarna naar Den Haag op sjiwwe-bezoek (condoleance), weer naar huis om een zoom-cursus van bijna 1½ uur te geven, een boze e-mail van iemand die me al de hele week zegt te bellen en toen…. Via bed naar een afspraak in Nijkerk om 9:30 uur, maar zal wel in mijn dagboek van morgen te lezen zijn.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Dagboek van een opperrabbijn, 26 oktober 2020

    Het is dus, en dat vergeet ik bijna, een dagboek in coronatijd. Die coronatijd voelde ik vandaag wel extra. Het is niet uitsluitend de knagende onzekerheid, maar ook de media die maar niet stoppen erover te spreken en de discussie binnen de Joodse gemeenschap zelf. Overigens zal die discussie binnen en buiten de Joodse gemeenschap geheel identiek zijn. Ik denk dat we globaal drie stromingen kennen. De ultraorthodoxie, de gematigden en de afvalligen. De ultraorthodoxie houdt zich bijna dwangmatig aan de RIVM-regels, neemt geen enkel risico en probeert anderen te overtuigen om vooral in afzondering te gaan leven. De afvalligen vinden alles onzin. Niemand weet het toch en je kunt het toch niet voorkomen, bovendien wordt het allemaal chronisch overdreven. Ik reken mijzelf tot de tweede stroming, de gematigden, die proberen kalm te blijven, niet te overdrijven, maar die weigeren om de realiteit te bagatelliseren. Maar in dat kalm blijven zat vanochtend een krak. En wat doe ik dan? Even een WhatsApp naar mijn professor. Wie is mijn professor? De echtgenoot van een oud-leerlinge met wie ik regelmatig contact heb over van alles en nog wat, maar speciaal over juridische zaken.  Even een voorbeeld van zo’n contact: die oud-leerlinge van mij, inmiddels dus een advocaat van middelbare leeftijd, heeft een beetje hetzelfde probleem als ik. Zij kan geen neen zeggen! En dus als ik eens weer iets heb, haal ik haar van stal, zoals dat zo ongenuanceerd heet. Jaren geleden ontmoette ik een oude man, die nog best jong van geest was. Hij leek qua uiterlijk op mijn opa. Hij behoorde tot de weinigen die, als kind, Auschwitz hadden overleefd. Hij was vriendelijk, gemoedelijk, betrouwbaar. Ik zou hem zondermeer durven vragen om €100.000 cash van A naar B te brengen. Híj had echter een lastig probleem: hij had de gewoonte om te stelen! Niet zomaar, maar uitsluitend als hij iets nodig had. Zo heeft hij Auschwitz weten te overleven. Na de oorlog was, zoals ik al vaker heb neergeschreven, het welkom-thuis-in-Nederland niet altijd van harte (cynisch!). Zijn ouders waren vermoord, familie had hij niet en ook bezittingen, een dak boven zijn hoofd en enige vorm van inkomsten ontbraken. En dus, indien hij iets nodig had, kleding of eten, zette hij zijn aangeleerde overlevingstechniek voort en had er geen moeite mee om te stelen. En nu was hij betrapt. Hij had, als ik me goed herinner, Fl. 4000 gekregen van de WUV, Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers, voor de aanschaf van zo’n elektrisch aangepast invalide autootje. Dat autootje had hij weten te verkrijgen voor Fl. 2000 (zwart betaald) en de resterende Fl. 2000 had hij in z’n zak gestoken. Betrapt! En dus een rechtszaak. Ik mijn oud-leerlinge ingeschakeld en daar stonden we dan in de rechtszaal voor drie edelachtbaren in toga. Op verzoek van de advocaat van de verdachte, mijn oud-leerlinge dus, werd mij verzocht helemaal aan het eind van de rechtsgang (heet dat zo?) ook een paar woorden te zeggen. Edelachtbaren, hoor ik mezelf nog zeggen, uiteraard is diefstal strafbaar. U heeft de plicht om de wet te handhaven. Maar realiseert u zich dat diezelfde wet die terecht aangeeft dat verdachte iets heeft gedaan dat tegen de wet indruist, realiseert u zich dat diezelfde wet hem naar Auschwitz heeft gestuurd? En tegen de vertegenwoordiger van de WUV, die aanwezig was als eiser, heb ik gezegd dat ik weiger te begrijpen hoe hij, als Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers, het in z’n hoofd haalt (ik had het iets netter geformuleerd) om deze overlevende voor het gerecht te dagen. De rechters hebben het begrepen: vrijspraak.

     

    Die oud-leerlinge is dus inmiddels moeder en getrouwd met een internist-hoogleraar. Dat is dus mijn professor. We kennen elkaar eigenlijk uitsluitend via WhatsApp en telefoon, hebben nooit echt contact gehad, maar hij is nu mijn aanspreekpunt voor alle wetenswaardigheden op het gebied van corona. Wat is onzinnige complottheorie en wat klopt wel. Waar ligt de grens tussen ultraorthodox, gematigd en afvalligen. En dus vanochtend, toen ik het net even te weinig zag zitten en dreigde van gematigd naar ultraorthodox over te gaan, even een WhatsApp naar mijn medisch geestelijk raadsheer de professor, en zie, ik behoor weer bij de gematigden.

     

    De link naar de oorlog wordt door mij wel sterk gevoeld. Ik begin te beseffen dat onze Lockdown van geen kant te vergelijken valt met de twee jaar en acht maanden dat mijn vader zat opgesloten, zonder laptop, zonder telefoon, zonder enig contact met de buitenwereld die levensbedreigend was. Ik voel me schuldig dat ik dat nooit heb aangevoeld. Ik begrijp nu erg goed dat mijn vader, zoals bijna alle vaders van mijn generatie, nooit iets verteld hebben over hun Lockdown. Ze wilden en konden er niet over spreken. Na het overlijden van mijn lieve en verstandige vader, heb ik met zijn nicht, tante Wies, die ook op hetzelfde onderduikadres zat, willen spreken over hun onderduikperiode. Alsjeblieft, zei ze, doe me dit niet aan. Ik kan en wil er niet aan terugdenken!

    Maar doordat mijn professor, die voor mij altijd bereikbaar is en regelmatig mij terugbelt vanuit de operatiekamer, mij weer op het rechte mentale spoor had gezet, kon ik weer rustig een aantal telefoontjes beantwoorden van mensen die bij mij steun zochten. En dat waren er vandaag meer dan gewoonlijk, helaas (?).

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl