Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Met sandalen in de regen - dagboek van een opperrabbijn 2 juli 2020

Als ik heel eerlijk ben was ik de laatste dagen, zonder dat u dat heeft gemerkt in mijn dagboek, bezig met de aanschaf van een nieuwe leaseauto. Over twee maanden moet de huidige worden ingeleverd en moet ik een nieuwe hebben. Van een garage naar de andere gehuppeld, prijzen vergeleken en natuurlijk veiligheid. Dodehoekverklikker met piep en dodehoekverklikker zonder piep, voor-sensoren en achter-sensoren, elektrische motor, benzine of hybride, metallic of gewone lak, winter- en zomerbanden of all season banden. En dan natuurlijk ook nog: te luxe past niet voor een rabbijn, te iel ook weer niet. Tussenmaat is goed, maar wat is een tussenmaatauto?

 

Enfin, na een heleboel proefritten uiteindelijk besteld. Opluchting bij mij. En nu dus het volgende project: een nieuwe computer. De huidige is erg langzaam aan het worden en nog even en hij heeft de snelheid van een invalide slak. Ik moet er ook niet aan denken dat de computer het begeeft, want decennia oude brieven en artikelen zijn dan verloren. Dat moet ik zien te voorkomen en dus allerlei winkels gebeld, online vergeleken en hopelijk kan ik ook hier snel beslissen.

 

Maar ondertussen gaat het gewone rabbinale werk uiteraard door. Voor het eerst in mijn leven ’s-Heerenberg bezocht. Een zogenaamd werkbezoek want er is daar een Joodse begraafplaats die volledig overwoekerd is door bomen. Op initiatief van de NIK consulent begraafplaatsen, Eduard Huisman, wil de Gemeente de begraafplaats weer zichtbaar maken. Maar dat gaat natuurlijk niet zomaar: kapvergunningen, instemming omwonenden, medewerking van de lokale heemkunde, bekostiging, onderhoud, wethouder educatie en uiteraard mag ik ook meedenken om aan te geven wat wel en wat niet kan van de Joodse Wet.

 

Na een reis van 1½ uur kwam ik aan. Het goot pijpenstelen en dus werd de bijeenkomst van de begraafplaats verplaats naar de bioscoop. En daar ging het bijna mis. Want om 11:30 uur werd aangekondigd dat het om 11:35 uur tien minuten droog zal zijn en of ik dan in een paar minuten even wil aangeven wat er allemaal van de Joodse Wet niet is toegestaan op een Joodse begraafplaats. Drie uur reistijd om niet meer dan twee minuten, hooguit drie, te vertellen wat verboden is? Daar doe ik dus niet aan mee, dacht ik bij mijzelf. Drie uur rijden en vervolgens alleen maar opsommen dat dit verboden is en dat dat verboden is. Jodendom is zeker niet alleen wat niet mag, maar veel meer wat wel mag en wel kan!

Enfin, toen mij die twee minuten met een uitloop naar drie waren gegeven heb ik me eerst even netjes voorgesteld, vervolgens uitgelegd dat de Joodse wet niet zwart-wit (Oeps! Mag ik dat nog wel zo zeggen?) is en dat ik eigenlijk helemaal niets kan zeggen zonder ter plekke gekeken te hebben. Ik heb het dus gepresteerd om 20 á 30 minuten uiteen te zetten dat ik niets kan zeggen. Maar de aanwezigen, zo vernam ik van de wethouder die mij die twee minuten met uitloop tot drie had toebedeeld, hingen aan mijn lippen. Gevolg: goodwill gekweekt en er gaat een mooie, respectvolle begraafplaats uitkomen, voorzien van bordjes waarop de geschiedenis van de Joodse Gemeenschap in ’s-Heerenberg. En de scholen zullen de begraafplaats bezichtigen om ervan bewust te zijn dat hier ooit Joden hebben gewoond. 

 

Waarschijnlijk komt er ook nog als toegift een monument voor de leden van de Joodse Gemeenschap die in de jaren ’40-’45 werden gedeporteerd en vermoord. Naast Isaac Cohen, de laatste Jood die hier ter aarde werd besteld in 1942, zijn lege plaatsen. Plaatsen waar zijn naasten begraven hadden moeten worden als het hen zou zijn vergund om gewoon te overlijden in hun eigen huis, in hun ’s-Heerenberg.

 

In de Gelderlander stond een verslag van de bijeenkomst met een foto van mij onder een paraplu. Mijn echtgenote was niet erg blij met de foto. Zij zorgt er altijd voor dat ik een net pak draag, passende stropdas en een schoon overhemd. Op de foto bemerkte ze tot haar schrik dat ik onder die paraplu op de drassige begraafplaats in de stromende regen stond met sandalen! Volgende keer beter, dacht ik. Maar zij vond die sandalen niet kunnen. Ook een bisschop loopt toch niet met sandalen, hoorde ik haar denken. Of dat inderdaad klopt, weet ik niet. Maar in de toekomst zult u mij niet meer in de krant zien staan met geborstelde hoed, passende stropdas, een net kostuum, schoon wit overhemd en sandalen!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.