Wie is Joods? Dagboek van een Opperrabbijn 1 februari 2021

De vraag wie er nu eigenlijk Joods is wordt me regelmatig gesteld. Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig: hij die geboren is uit een Joodse moeder of toegetreden is conform de halaga, de traditioneel Joodse wetgeving. In mijn jeugd was dat, naar ik me herinner, gewoon duidelijk. Maar later verwordt deze vanzelfsprekendheid en hoor je regelmatig zeggen dat iemand weliswaar Joods is, maar niet halagisch. Ieder die één Joodse grootouder heeft, ongedacht of dat via de vader of via de moederlijn loopt, kan aanspraak maken op de ‘wet op de terugkeer’ en dus Israel als Jood binnenkomen. Terecht, want die wet is gemaakt om Joden die in hun geboorteland, waar ze vaak al eeuwenlang wonen, vervolgd worden een toevluchtsoord te bieden. En de heer Cohen, ook als hij slechts één Joodse opa heeft en die opa heet toevallig Cohen, wordt slachtoffer van vervolging. En dus is hij welkom in Israel, het land dat behalve het Heilige Bijbelse land, ook het land is waar de vervolgde Jood heen kan gaan. Maar iemand met vier joodse grootouders, die dus volledig Joods is, kan op die wet geen aanspraak maken als hij een ander geloof is gaan belijden. Als een christen zegt atheïst te zijn, is hij dus niet meer christelijk, duidelijk.  Maar er bestaan wel Joodse atheïsten! Want de Jood blijft Jood. Ja, hoor ik u redeneren, er bestaan ook zwarte atheïsten. Een rake bemerking, maar: Jood is geen ras. Joden uit Siberië zijn vaak hoogblond en Joden uit Jemen negroïde. En vervolgens kreeg ik gisteren een artikel onder ogen, geschreven door een dominee, dat de Joden zelf een zogenaamde Messias belijdende Jood niet meer als Jood beschouwen. Onwaar! De Jood blijft Jood, ook als hij zijn geloof zegt te hebben afgezworen.  Ook kreeg ik vandaag een telefoontje van iemand die zich keihard voelt aangevallen door een mede-jood, die niet Joods is, over een politieke kwestie. Maar de aanvaller is echt niet Joods, maar wordt door de samenleving wel als zodanig beschouwd omdat hij een Joodse betovergrootvader had van vaders kant en een duidelijk herkenbaar Joodse achternaam heeft geërfd. Omdat het belangrijk is om juist in deze periode contacten te onderhouden met alleenstaanden, belde ik vandaag een man die net met pensioen is gegaan. We babbelden wat en hij vertelde mij dat zijn Marokkaanse buurman hem vroeg wanneer hij nu teruggaat naar Israël nu hij niet meer hoeft te werken. Voeg daar nog aan toe dat ikzelf zojuist een e-mail ontving met een compliment voor mijn goede beheersing van de Nederlandse taal en, ik heb het al vaker vermeld, de verbazing als ik vermeld dat ik in Amsterdam ben geboren, want men dacht dat ik uit Israël kwam. Om het nog iets complexer te maken: ik ken een scala aan Joden die bijna principieel niet naar de synagoge komen, maar als ze op vakantie gaan (als u nog weet wat dat is!) steevast synagogen bezoeken. En zelfs als ze duidelijk tegen keppels en baarden zijn, mij toch enthousiast op het vliegveld sjalom groeten, op een manier die doet denken dat we elkaar al eeuwen kennen. Kortom: Jood-zijn is iets heel dieps en misschien is daarom ook het antisemitisme, als een soort tegenpool, ook zo diep en bijna onverklaarbaar.  

 

Omdat een journalist mij benaderde met de vraag wanneer nou eigenlijk iemand Joods is, heb ik er maar een dagboekje aan gewijd. Ik had namelijk wel twee loei interessante gebeurtenissen kunnen vermelden die vandaag mijn rabbinale revue passeerden, maar helaas. Ik weet dat mijn schrijfwijze als openhartig wordt gezien, maar vaak kan ik de echte interessante dagelijkse gebeurtenissen vanwege vertrouwelijkheid niet delen. U, beste dagboekenier, zult het dus vaak met de minder spannende gebeurtenissen moeten doen. En dus vandaag een uitleg in het ogenschijnlijke doolhof van de vraag wie er nou eigenlijk Joods is. En waarom die vraag vandaag beantwoorden? Vanwege die journalist die er geen (Joods) touw meer aan kon vastknopen.

 

Het schilderijtje, waarover ik gisteren schreef, is aangekomen. We gaan het een ereplaats geven aan de muur vanwege de emotionele waarde die eraan gekoppeld zit. Alleen wordt het lastig zoeken omdat bijna al onze muren al bezet zijn met boeken. Ik wens mezelf en ons allen geen groter probleem dan een muur vol Joodse geschriften.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.