Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Een paar losse schroefjes. Dagboek van een Opperrabbijn 7 januari 2021

Doordat ik momenteel bijna de hele dag achter de computer zit kwam ik toevallig 587 foto’s tegen van ‘mijn feestje’ ter gelegenheid van mijn 40-jarig jubileum als rabbijn, inmiddels bijna zeven jaar geleden. Pas nu besef ik, want ik had de foto’s nog niet eerder bemerkt, hoe breed de opkomst was. Met breed bedoel ik dat er vertegenwoordigers waren vanuit de gehele Joodse gemeenschap, leden en niet-leden, vroom en vrij, vriendjes van mij en ook velen die me af en toe het leven onaangenaam maakten. Maar ook vanuit de niet-joodse gemeenschap zie ik kerkelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers en ook vele oud-medewerkers van het Sinai Centrum. Ik zie iedereen met elkaar praten, gemoedelijk, eendrachtig. Het ging eigenlijk helemaal niet meer om mij, maar om de ontmoeting. Dicht naast elkaar staan, elkaar in de ogen kijken, warmte uitstralen, handen schudden, schouderklopjes. In deze eerste week van het nieuwe jaar gaf ik meestal acte de présance op Nieuwjaarsrecepties van de Commissaris van de Koning in de diverse provincies. Zoveel mogelijk bezocht ik dit soort evenementen vanwege de persoonlijke ontmoeting, het sociale contact. Het moet haast wel zeker zijn dat ik nu kwantitatief bezien meer contacten heb dan ooit. Meer mensen bereik ik via livestream, via YouTube, via facebook en websites. Maar kwalitatief heb ik zo mijn ernstige twijfels en mijns inziens moet een rabbijn primair gaan voor kwaliteit. Zoom, Microsoft Teams, Tweets, Instagram en Facebook zijn echter uitsluitend geïnteresseerd in de grote getallen, helaas. Maar het is zoals het is, meer dan ooit voelen we dat uiteindelijk alles van Boven komt. Gisternacht ben ik veel te laat naar bed gegaan. Ik moest mijn ESTA en mijn eTA verlengen. Een soort visum om de Verenigde Staten binnen te kunnen komen, de ESTA, en om naar Canada te kunnen gaan moeten je in het bezit zijn van een geldig eTA. Niet dat ik morgen naar de andere kant van de Oceaan ga vliegen, maar mijn waarschuwingssysteem van de (computer van de) ABN-AMRO attendeerde mij erop dat die dingen bijna verlopen waren. In lang vervlogen tijd moest ik voor zoiets naar de ambassade, sprak je een medemens, kon je een vraag stellen, werd je keurig afgeblaft en moest je met een vulpen (een soort niet-digitaal toetsenbord waarin inkt werd gestopt die uit een inktpot werd opgezogen) je naam invullen en verklaren dat je nooit was gearresteerd, geen spion was en niet lijdt aan allerlei nare ziektes. Dankzij corona en dankzij de mondiale digitalisering dreigt ieder intermenselijk contact te verdwijnen: ik word er verdrietig van. Een qua leeftijd hoogbejaarde man die nog steeds jong van geest is, had gehoopt dat ondanks de recentelijk opgetreden fysieke klachten, uit het bloedonderzoek toch zou blijken dat er niets aan de hand zou zijn of op zijn minst dat het zou meevallen. Hij hoopte dat alles met een sisser zou aflopen, zo liet hij mij per email weten. Maar de uitslagen vielen helaas tegen. Hoe graag had ik hem nu thuis bezocht. Even er voor hem zijn. Waarschijnlijk niets zeggen, maar gewoon mijn aanwezigheid voor hem en zeker ook zijn aanwezigheid voor mij. Laten we bidden dat hij ondanks de niet vrolijke ziekenhuis uitslagen, hij toch weer die oude wordt. Dan ook nog een email van een ‘leerling’ van mij. Hij kwam eens per zes weken, in bijna lang vervlogen tijden, vanuit het hoge Noorden des Vaderlands naar Amsterdam. We gingen eerst een broodje Meijer eten en daarna op mijn kantoor lernen. Ik heb hem al meer dan een jaar niet gezien. Hij geeft aan boos te zijn, niet op mij, niet op de Joodse Gemeenschap in ons land, maar vanwege de Oranje versus Joden uitzending op NPO2. Ik kom daar nog weleens op terug, maar nu wilde ik met u delen de inhoud van een brief die ik zojuist ontving. Op zichzelf is het ontvangen van gewone niet digitale brieven al iets heel bijzonders, want de post brengt wel bijna dagelijks pakketjes, maar brieven blijven uit. Maar nu dus wel een envelop met daarin een echte brief op papier en een dvd. Nu kan ik die dvd gelukkig niet afspelen want met de aanschaf van mijn nieuwe hoogwaardige vrij dure laptop, beschik ik niet meer over een dvd-speler. De schrijver is een niet-joodse man uit Duitsland die z’n beklag doet over de kerk waarbij hij is aangesloten. Naar ik begrijp uit zijn schrijven is hij wel of niet homoseksueel, heeft hij geen adamsappel en voelt hij zich alleen door rabbijnen geaccepteerd en niet door de pastors van zijn eigen kerk. Vervolgens legt hij mij uit wat hem wel en wat hem niet lichamelijk aantrekt en op de dvd zou hij een en ander ook in een soort ‘seksuele voorlichting voor beginners’ visueel uitleggen. Wat moet ik hier nu weer mee? Hoe gek en gestoord hij ook moge zijn, is het wel een medemens in nood. Maar omdat hij ook cc’s per reguliere post heeft verzonden, ga ik er maar van uit dat Duitse rabbijnen hem maar moeten benaderen en nog logischer zou het zijn als de Kerkelijke Gemeenschap waartoe hij zegt te behoren hem van een goede psychiater kan voorziet, want er zitten wel een paar schroefjes los.

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/