Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

Bijna vier opnames, Dagboek van een Opperrabbijn 7 december 2020

Het was een opnamedag. In mijn Sinai periode, toen ik daar nog zeer actief was als geestelijk verzorger, was dat gewoonlijk een zwaarbeladen dag, want wie wil er nou worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis? Opname in de psychiatrie is toch immers een schande! Fel heb ik steeds gestreden tegen deze zienswijze. Het is geen schande om naar een huisarts, een internist, een oogarts of psychiater te gaan. Sterker nog: het getuigt van moed en realiteitsbewustzijn als iemand de moed heeft en het gezond verstand om zo nodig een psychiater in te schakelen. Het taboe dat er hangt rondom de psychiater moet doorbroken worden. Anderzijds heeft een patiënt ook het recht om zich te generen. Ik mag hem of haar niet forceren om zich niet te schamen, hoe onterecht ik dit persoonlijk ook vind. Mezelf verplaatsen in de gedachtewereld van de ander vind ik essentieel. Bekend is toch die grap van A en B die een meningsverschil hebben. A komt bij de rabbijn, legt zijn visie uit en de rabbijn geeft hem gelijk. B gaat ook naar dezelfde rabbijn en krijgt ook gelijk. C gaat naar de rabbijn en zegt tegen de rabbijn dat het toch niet zo kan zijn dat de rabbijn zowel A alsook B gelijk geeft. Waarop de rabbijn aan C zegt: U hebt ook gelijk! Deze grap heeft u wellicht al eens gehoord. Het toont het gedraai van een rabbijn, erg komisch! Maar in feite is dit helemaal geen grap. Als ik A heb aangehoord en mij verplaatst heb in zijn gedachtewereld en in zijn specifieke situatie, dan is het heel wel mogelijk dat ik van mening ben dat hij gelijk heeft. Idem kan ik ook overtuigd zijn van het gelijk van B die vanuit zijn perspectief inderdaad volkomen gelijk kan hebben. En ook C heeft gelijk. Vanuit mijn eigen beleefwereld zal ik of het eens moeten zijn met A of met B. Alleen word ik geacht om niet vanuit mijn eigen zienswijze te luisteren, maar van mij wordt verwacht dat ik me in de wereld van de vraagsteller verplaats. Toen ik zojuist een langdurig gesprek had met een mevrouw die slaande ruzie had met haar man, vond ik dat zij echt gelijk had, nadat ik me in haar situatie geheel had ingeleefd. Alleen gelijk hebben en gelijk krijgen is niet hetzelfde. En dus moest ik me gaan verplaatsen in de denkwereld van haar man, die ik nauwelijks ken, om haar in zijn denkpatroon in te voeren en zo tot een oplossing te komen. Zoiets heet dus ook tolerantie. Bereid zijn om vanuit de zienswijze van de medemens te denken en zo tot respect voor de ander te komen, ook als zijn achtergrond, manier van denken, intelligentie, gender, financiële situatie enz. enz. sterk van de jouwe verschilt. Betekent dat dan ook dat ik een crimineel moet respecteren? Of iemand die overspel pleegt of anderzijds verslaafd is aan een onzedelijk gedrag of aan gokken of drugs? Natuurlijk niet, maar de vraag is wel of ik optreed als rechter of als hulpverlener. En als hulpverlener is het natuurlijk goed als ik zelfs de crimineel begrijp. Maar als zijn optreden tegen de Wil van G’d ingaat, zal mijn doel toch echt moeten zijn: correctie. Ik benader hem met liefde, want ik begrijp hem. Maar krom mag ik niet recht praten. In onze alles-mag-en-alles-kan samenleving wordt onder tolerantie verstaan een bijna onbegrensd “alles accepteren”. In het Jodendom bestaan er grenzen en wordt liefde soms tot uitdrukking gebracht door correctie. Maar om te kunnen corrigeren zal ik hem of haar toch echt moeten begrijpen.

 

Maar, en nu ga ik even terug naar het begin van mijn dagboek van vandaag: het was vandaag een opname dag! Eerst een opname voor een toespraak van iets meer dan zeven minuten die een onderdeel gaat worden van de jaarlijkse (virtuele) overhandiging en de (virtuele) plaatsing van een Menora in het gebouw van de Eerste en Tweede kamer, daarna een toespraakje van drie minuten voor de derde dag Chanoeka, vervolgens een opname voor Family7 van een uur en tenslotte zou ik in de sjoel van Amersfoort zijn van 20:00 tot 21:30 uur voor een gesprek met Roelof Bisschop, de parlementariër van de SGP, over antisemitisme. Dat had dus vandaag mijn vierde opname zullen zijn! Had zullen zijn, want net voor ik naar sjoel zou gaan werd het gesprek afgelast omdat de cameraman in quarantaine moest en naar ik begreep ook de heer Bisschop zelf. Maar geen zorgen. Aanstaande woensdag krijg ik een herkansing met Cees van der Staaij. Maar dan niet in de sjoel van Amersfoort, maar op een corona-vrije locatie in Eindhoven! Wat ik dan vanavond doe? Gewoon voorbereiden voor de komende week met vele Chanoeka toespraken. En, o ja, zojuist een telefoontje uit IJsland van de echtgenote van de nog jonge rabbijn die daar vrij recentelijk vanuit de USA naartoe is verhuisd. Een van de leden van de Joodse Gemeente heeft een kanjer van een probleem. En dan mag ik, als bestuurslid van de RCE, the Rabbinical Center of Europe, te hulp schieten met advies. Wel leuk! Het probleem helemaal niet, maar dat er een hulpvraag bij mij komt van een jonge collega, geeft een nuttig en fijn gevoel. Hopelijk zal ik goed kunnen adviseren en het probleem oplossen of op z’n minst verkleinen.

 

En het gesprek met de mevrouw die echt in een erg conflicterende situatie zit met haar man, van wie zij zegt dat hij moet worden opgenomen, omdat hij hard aan een psychiater toe is? We gaan er uitkomen. Het zal de nodige uurtjes gaan kosten. Haar man is bereid tot een gesprek. Een opname gaat er G.Z.D niet van komen!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/