Ben ik rabbijn of predikant? Dagboek van een Opperrabbijn 23 november 2020

Het was vandaag een ouderwetse Mediene-dag. Gewoon om 7:30 uur in de auto, met chauffeur nr. 1 van Amersfoort naar Almere voor de maandagochtend sjoeldienst, snel-ontbijt in Amersfoort en daarna, met chauffeur nr.2 naar Winterswijk, Aalten, Borculo om vervolgens om 19:00 uur weer thuis te zijn in Amersfoort. En daarna, als een soort dagsluiting, een zoom-vergadering. Het was me het dagje dus wel. Onderweg bezig geweest met Chanoeka. Geregeld zijn nu Bourtange, Arnhem, Eindhoven en Kampen. Nijmegen is bijna rond. In deze plaatsen zal ik dus gewoon, gelijk andere jaren, aanwezig zijn. Uiteraard met alle RIVM-restricties. Maar onderweg was ik bezig met het organiseren van de eerste avond, donderdag 10 december om  19:30 uur een life-stream landelijke uitzending. In Winterswijk heb ik naast een paar bezoeken-met-mondkapje alle Thora-rollen in de sjoel gecontroleerd. Zijn ze wel of niet koosjer. En in Borculo een kijkje genomen in de deels gerestaureerde sjoel. Eens was hier een grote orthodox Joodse Gemeente. Nog slechts één Jood telt Borculo. Hij was een van de drie bestuursleden van de Stichting Synagoge Borculo die mij ontvingen. Alle drie gedreven om op z’n minst de herinnering aan wat eens was, levend te houden. Een plaquette met namen van de vermoorde Joden, het mikwa, boeken en relikwieën. Een reliëf plattegrond van Borculo voor de oorlog met lampjes van alle woningen en bedrijven die Joods waren. En terwijl ik dat bekijk vertelt mij de voorzitter dat de Stichting probeert om de sjoelruimte, die nu verhuurd is aan een sociale werkplaats, tot een educatief herinneringscentrum te maken, maar ze hebben het geld van de huur nodig. Ik voel boosheid opkomen. Wat is er gebeurd met alle Joodse huizen? Alle Joodse bankrekeningen? Een van de overlevenden, zo werd mij verteld, woonde na terugkomst in het huis van zijn opa, maar moest wel huur betalen. Neen, niet aan zijn opa, want die was vergast, maar aan de koopjesjager die in de oorlog het huis had overgenomen zonder een cent te betalen aan zijn opa. Ik ben trouwens vergeten of ik dat in Winterswijk heb gehoord vandaag of inderdaad in Borculo, want overal komt de oorlog boven. Maar het zou niet meer dan redelijk zijn als de Gemeente Borculo de sjoel aan de Stichting schenkt. Er is heel wat van ons gestolen.

 

Het waren fijne bezoekjes vandaag, maar de eenzaamheid is groot. Eens woonden al deze oudere mensen in bloeiende Joodse Gemeenten, nu zijn ze stuk voor stuk de laatste der Mohikanen. In Winterswijk vernam ik van de voorzitter dat haar zus in Israël dagelijks mijn dagboek leest. Dat is nou weer eens leuk. Mooi was ook te horen van de ambassadeur van Duitsland per e-mail dat hij in het NIW had gelezen in mijn dagboek dat ik net voordat ik bij hem kwam, mijn auto in de vangrail had gereden en dat hij daarvan niets had gemerkt in mijn houding. Zo hoort het. Als ik bezig ben met gebed, met een lezing, met een pastoraal gesprek of met een ambassadeur, dan moet ik niet ergens anders met mijn gedachten zijn. De Ba’al Shem Tov heeft ooit gezegd: de mens is waar zijn gedachten zijn. En dus was ik toen ik bij de Duitse Ambassadeur was, in zijn residentie, in gesprek met de ambassadeur en was mijn gedachte niet bij mijn nieuwe auto die ik net van de nodige deuken en krassen had voorzien.

 

Het slot van mijn werkzame dag was de zoom-vergadering van OJEC met vertegenwoordigers van Christelijke en Joodse organisaties. Een goede vergadering die van de voorzitter, Piet van Midden, een 7½ kreeg. Ik kreeg daar ook iets, wat voor mij volledig nieuw was. Het kan u niet ontgaan zijn in de loop van mijn dagboeken dat een rabbijn met van alles en nog wat bezig is. Maar heden heb ik een functie erbij gekregen die waarschijnlijk uniek in de hele wereld is. Er werd gesproken over de opstelling van de Kerk ten opzichte van Joden. Antisemitisme, antizionisme en bekering. Hoe het precies ter sprake kwam is me niet helemaal duidelijk, maar vanuit de Christelijke hoek kwam er kritiek op Christenen voor Israël. Christenen voor Israël zou als doel hebben het bekeren van Joden. Ik denk niet dat dit soort interne Christelijke meningsverschillen in deze groep aan de orde dienen te komen. Gelijk ook verschil tussen Traditioneel Jodendom en Reform niet in dit gremium thuishoort. Maar de aanval op Christenen voor Israël kwam dus toch ter sprake en aan mij, de rabbijn, werd verzocht om de Christenen voor Israël te hulp te komen en uitleg te geven waarom op grond van het Christelijk denken zending niet past bij Christenen voor Israël. Ik vroeg mezelf bijna af: ben ik rabbijn of predikant?

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/