Joods Maastricht

Website van de Joodse Gemeente Maastricht

shiurim

  • De eerste Lockdown, de Ark van Noach. Dagboek van een opperrabbijn18 oktober 2020

    Om 8:10 uur viel sjabbat jl. plotseling de stroom uit. Dat is altijd lastig, maar speciaal op sjabbat omdat ik geen storingsdienst kan bellen (Ook als de telefoon het nog zou doen). Water voor koffie en thee in de sjabbat-ketel was keurig vrijdagavond voor het begin van de sjabbat aangezet, de maaltijd voor sjabbatmiddag stond in de slow cooker te pruttelen, verlichting, freezer en koelkast, verwarming…..niets werkte meer. Ik naar de elektriciteitkast, naast de voordeur, om te kijken of de aardschakelaar wellicht de schuldige was. Maar ook als dit het geval zou zijn geweest, dan nog had ik weinig kunnen doen: Sjabbat! En toen kwam mijn Reformatorisch Dagblad de brievenbus binnenvallen.

     

    Ik meteen de deur opengedaan en mijn elektrische probleem aan de bezorger kenbaar gemaakt. De bezorger van het RD begreep het probleem meteen. “Ik kijk wel even wat er aan de hand is, want u kunt dat niet vanwege sjabbat!”. Hij dook meteen de elektriciteitskast in, kon niets afwijkends vinden en ging vervolgens kijken of er elders in de wijk ook problemen waren. Vijf minuten later was hij terug en vertelde mij dat de hele buurt zonder stroom zit. Op dat moment ging het licht weer aan. Wat was ik blij met mijn Reformatorisch Dagblad dat dus niet alleen de krant brengt, maar ook het licht! En dus ging ik met een gerust hart naar de synagoge waar het begin van Genesis werd gelezen met daarin o.a.: Toen zei G’d “Er zij licht” en er was licht!

     

    Vorige week had ik in mijn dagboek mijn ongenoegen kenbaar gemaakt over de voorgenomen herdenking op de oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. Reden: daar liggen Duitsers en Nederlanders die in de oorlog zwaar fout waren geweest. Vrijdagmiddag, ruim voor het begin van de sjabbat, een journalist aan de telefoon. Kennelijk was mijn https://niw.nl/een-gezonde-winter/ in de Limburgse mediawereld doorgedrongen. Ik heb de journalist netjes te woord gestaan met als gevolg dat ik na de sjabbat veel reacties op mijn e-mail aantrof. Mijn Ysselsteyn-afkeer had het brede Limburgse publiek via de Limburgse Radio, TV en andere media bereikt.

     

    De Sjabbat en de aan de Sjabbat gekoppelde sjabbatrust was nog nauwelijks voorbij of een collega belt op vanwege een sterfgeval. De vrouw van de voormalige voorzitter van de Joodse gemeente Zwolle was op hoge leeftijd overleden, gewoon ouderdom, maar toch. Heinneringen komen bij mij boven. Regelmatig was ik bij hun thuis voor overleg. Ook een e-mail met de vraag om een oudere man te bellen die vrijdag een slecht-nieuws-bericht had gekregen van zijn huisarts. Ik dus meteen in de telefoon. Kijken wat ik voor hem zou kunnen betekenen. We hebben lang gesproken en blijven contact houden.

     

    En op Sjabbat zelf? Sjoeldienst, maar met minder mensen dan gewoonlijk. ’s Middags gelernd met mijn leerling, de computeringenieur, met wie ik al meer dan tien jaar iedere sjabbatmiddag eerst een uur wandel en dan enige uren lern. Omdat aanstaande sjabbat de geschiedenis van Noach wordt gelezen, doken wij de Ark in (niet fysiek!). Noach kreeg voor het uitbreken van de zondvloed de opdracht van G’d om in de Ark te gaan. En toen het buiten weer droog was moest hij de Ark weer te verlaten. Waarom, zo wordt de vraag gesteld, moest hij opdracht krijgen om de Ark te verlaten. Het was toch droog! Het antwoord bevat een belangrijke levensles. In de Ark heerste een sfeer van echte Sjalom, vergelijkbaar met het Paradijs. Noach vond dat fijn. Waarom de wereld met al zijn beslommeringen en misère intrekken? Maar G’d gaf duidelijk aan dat het afzonderen van de samenleving onjuist is. In die wereld met al zijn beproevingen hebben wij de opdracht om Hem te dienen door juist een bijdrage te leveren aan de ons omringende samenleving, ook als afsluiten voor ons persoonlijk plezieriger zou zijn. Geen Joodse kloosters dus!

     

    Maar voordat de Zondvloed begon kreeg Noach de opdracht om juist de Ark binnen te gaan en zich wel af te sluiten van de wereld. Zonder corona te willen vergelijken met de Zondvloed, zijn er tijden dat wij, u en ik, juist midden in de wereld moeten staan om de medemens te helpen en om te socialiseren, maar er zijn ook perioden dat we tijdelijk juist niet naar buiten mogen, social distance. Hoelang moeten we binnenblijven? Weten we niet. Maar gelijk Noach niet protesteerde en in de Ark bleef toen dat van hem werd verlangd, zo ook moeten wij binnenblijven, ook als we dat lastig vinden. Het is buiten even te gevaarlijk, helaas. Aanstaande sjabbat wordt in alle synagogen ter wereld gelezen over de Ark van Noach, de eerste mondiale Lockdown.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • De lege spaarrekening van mijn moeder, Dagboek 7 oktober ’20

    Al tientallen jaren streef ik ernaar om bij bijzondere verjaardagen een felicitatiebrief te sturen aan mijn gemeenteleden. Omdat ik afhankelijk ben van de lokale vrijwillige bestuurders in het aanleveren van de data, heeft dat af en toe tot gevolg dat sommige leden geen mazzeltov ontvangen. En dan zijn er onder hen die dat jammer vinden omdat ze een officiële felicitatie vanuit ons Opperrabbinaat toch op prijs hadden gesteld. Het oogt allemaal zo eenvoudig, maar soms kunnen juist de eenvoudige klusjes erg gecompliceerd worden door allerlei langs elkaar lopende gebeurtenissen.

     

    Want als er dan geen schrijven van mij bij de jubilaris verschijnt, of veel te laat, dan heeft dat teleurstelling tot gevolg. Doordat het Joods Cultureel Centrum in Amsterdam vanwege corona gesloten is, gaat het dus niet goed met mijn verjaardagbrieven. Mijn gewaardeerde collega rabbijn Spiero stuurde mij de brieven voor deze maand (we zijn al halverwege de Joodse maand Tisjrei!) gisteravond laat op (hij kon niet eerder het kantoor binnen!) en dus ben ik vanochtend vroeg, toen ik toch wakker was, alles gaan printen en van een paar persoonlijke woorden met de hand gaan voorzien.  Bij sommigen excuus aangeboden vanwege te late verzending, een bijlage over de Hoge Feestdagen bijgevoegd, in de enveloppe gestopt, postzegel geplakt en klaar om naar de brievenbus te brengen. Opgestaan om 3:15 uur en pas klaar om 6 uur! Reden: printer werkte niet. Overigens is het in mijn meer dan 40 jaar mazzeltov-brieven-schrijven ook sporadisch fout gegaan. Een felicitatie naar iemand die net was overleden. Is me twee keer gebeurd. Reden: de eerste keer overleed de jarige nadat ik mijn felicitatiebrief keurig op tijd had verstuurd en de tweede keer had de vrijwillige secretaris van een Joodse Gemeente ons Rabbinaat vergeten te informeren van het overlijden. Sindsdien bellen we vooraf al jarenlang  alle gemeenten op om te vragen of…. Maar los hiervan vinden velen het fijn om ook officieel een mazzeltov te ontvangen. Een kleinigheidje, en niet op het niveau van bijvoorbeeld mijn gesprek maandag aanstaande in Den Haag met de Ambassadeur van Polen over het verbod op export vanuit Polen van koosjer geslacht vlees. Als die wet wordt aangenomen is dat voor heel Europa een groot probleem en los daarvan: welke landen gaan volgen? Maar wie zegt mij dat mijn verjaardagbriefje aan een hoogbejaarde, dat kleinigheidje, minder belangrijk is? En omdat ik dus toch al achter de computer zat vanochtend in de vroege uurtjes, heb ik ook nog even het volgende briefje opgesteld:

     

     I Join the chorus of prominent Jewish leaders in asking Am Israel to join together as one to help save the life of Rueven Michaelli who has already sacrificed so much and who has suffered greatly in his life. I cannot stress enough the need for us to join together in the coming days before the last days of Sukkot and to quickly raise the amount of money needed to help save Reuven's life. His life is in imminent danger now, and we are fighting to keep him alive. Together we can and must save an innocent Jewish life! 

     

    Een man in grote nood. Ken ik hem? Helemaal niet. Maar een jongere collega (de meeste collega’s zijn inmiddels jonger!) die werkzaam is in Canada als gevangenisrabbijn benaderde mij met dit kennelijk schrijnenede geval. Klopt het? Is deze persoon een schrijnend geval? Ik ken deze rabbijn en weet dat hij zich met hart en ziel inzet om de medemens in nood te helpen met gedrevenheid en overgave. En dus heb ik hem bovenstaande tekst gestuurd, mijn logo en een fotootje van mezelf. Dankbaar ben ik dat ik hier iets kan betekenen. Het tekstje had ik in een kwartiertje gefabriceerd. Een kwartier even nadenken en hiermee een collega behulpzaam zijn en een medemens in deplorabele omstandigheden vitale hulp verlenen. Ik dank G’d dat ik zo gedurende de Soeka-dagen iets voor de medemens mag betekenen.

     

    Maar verdrietig word ik van de omkoopaffaire in de Gemeente Rotterdam. Het geeft een deuk in mijn vertrouwen in onze overheid. Toen wij pas in Amersfoort woonden wilden wij een aanbouw doen. Onze kleine keuken uitbreiden met een paar meter en aan de zijkant van ons rijtjeshuis een kantoortje voor mij. Keihard werd dat afgewezen door iemand van de Gemeente. Tot huilens toe heeft mij echtgenote op het stadhuis gezeten. Nu, 40 jaar later, mag iedereen aanbouwen wat hij maar wil. Op de millimeter werden wij gecontroleerd op het kleine stukje dat wij wel mochten aanbouwen aan onze keuken. Ik had dus kennelijk een Rolex horloge moeten aanbieden, ware het niet dat omkopen van het ouderwetse Jodendom verboden is…….en waar is het geld op de spaarrekening gebleven van mijn moeder. Zuinig als ze was heeft ze voor de oorlog, nog ongetrouwd, heel braaf gespaard. Na de oorlog was de rekening leeg en niemand wist waar het geld was gebleven. En al die bankrekeningen van de tientallen ooms en tantes van mijn vader, neven en nichten? En de huizen waarin ze woonden? Ik herinner mij dat ik aan een burgemeester vroeg, vijftig jaar na de oorlog, waarom nu pas een monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joodse ingezetenen. Want in die periode was ik bijna wekelijks aan het onthullen. Als ik bij ons thuis op tafel een tafelkleed zag had ik bijna automatisch de neiging om die van de tafel te trekken. De nog redelijk jonge burgemeester legde me het uit: zijn voorganger wilde liever de jaren ’40-’45 zo stil mogelijk houden. Maar de bescherming, beveiliging, die onze Overheid mij nu biedt, ongevraagd en met bezieling, geeft mij een heel dankbaar gevoel en doet mij de lege spaarrekening van mijn moeder bijna vergeten.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • De nuance is zoek, Dagboek van een Opperrabbijn 28 oktober 2020

     

    Die schuldbelijdenis van de PKN blijft nog wel even mijn dagelijkse programma, en dus mijn dagboek, beheersen. Vanochtend ontving ik een uitnodiging om daags nadat de schuldbelijdenis van de PKN is voorgelezen, een gesprek te hebben met de makers van de verklaring. De Reuver, de scriba, had dit mij al laten weten. En ook de EO wil in een TV-uitzending commentaar. Ondertussen heb ik al commentaar geleverd op de PKN verklaring in het Reformatorisch Dagblad, het Nederlands Dagblad, bij EO-radio in Dit is de Dag, uiteraard in mijn dagboek, opwww.CIP.nl , het grootste christelijke netwerk van Nederland, en bijwww.christenenvoorisrael.nl, TV van Family7, nog een paar radio programma’s, op de website van de EJAhttps://ejassociation.eu/hot-topics/ in het Engels, op de website van het NIWwww.niw.nl en in het echte (alleen de papieren NIW vind ik echt!) NIW van vrijdag aanstaande. Het houdt me wel van de straat! Nu even iets interessants: ik geef dus commentaar op de verklaring van de PKN, maar die is nog helemaal niet gepubliceerd en die heb ik ook nog niet gezien! Vind ik best knap van mezelf! Wat speelt hier? Een fenomeen waaraan velen zich schuldig maken: generalisatie!

     

    In de Sjoelchan Aroeg, het Joodse Wetboek, staat een wet die een Joodse geleerde verbiedt om met vlekken op z’n kleding rond te lopen, want als hij gezien wordt met vlekken, dan zijn meteen alle Joden vies! Generalisatie! Overigens geldt diezelfde wet natuurlijk ook met vlekken ten aanzien van gedrag. Even vertaald naar het heden: als ergens een crimineel wordt opgepakt met een Joodse voornaam, of zelfs alleen met zijn initialen maar erbij staat dat hij uit Israel afkomstig is, dan ben ik ervan overtuigd dat menigeen zal zeggen of denken: daar heb je de Joden weer. Toen ik meer dan 50 jaar geleden in Frankrijk studeerde aan de Ecole Rabbinique de Paris, studeerden daar ook een paar jongens afkomstig uit New York. De manier waarop zij spraken over negers maakte mij woedend en vooral moedeloos, want ik haat discriminatie! Mensen zijn mensen en übermenschen bestaan voor mij niet. Toen ik in New York mijn studie voortzette werd ik gewaarschuwd om niet door een bepaalde straat te lopen, “want daar wonen negers en die zijn gevaarlijk”. En dus ben ik, uit protest, juist wel door die straat gegaan. Resultaat: naschelden en lege flessen naar me gegooid. Mijn zoon, een accountant, woont nu, anno 2020, in een straat in Brooklyn waar verreweg de meerderheid der bewoners een zwarte huidskleur heeft.  Een en al vriendelijkheid, altijd groetend en waar nodig hulpvaardig. Zij blijken uit de Caraïbische gebieden te komen en niet uit die ene straat. Alle moslims zijn terroristen! Maar ho, denk ik dan, zijn niet de meeste slachtoffers van het IS-terrorisme juist moslims? Er blijken dus Sjiieten en Soennieten te zijn. Maar voor ons komt het op hetzelfde neer: generalisatie!En zo zijn er dus ook binnen de christelijke kerk verschillende stromingen. Verschillende Reformatorische Kerken hebben een schuldbelijdenis afgegeven en willen dat die in hun kerk op 15 november wordt voorgelezen. En de verklaring van PKN (daar vallen de  Reformatorische Kerken dus niet onder!) is nog helemaal niet naar buiten, nog niet gepubliceerd en wordt pas tijdens de herdenking van de Kristallnacht openbaar. Maar wij, de gemiddelde Nederlander, kennen geen verschil tussen Christen en Christen. En dus geef ik vast mijn mening op vele media over Schuldbelijdenis 2 terwijl het gaat over Schuldbelijdenis 1. Is dit erg? Ach nee. Geen ramp en 1 en 2 zullen wel sterk op elkaar lijken. Maar als generalisatie de Soennieten en de Sjiieten op een hoop gooit, en als ik de problematiek van die ene straat doortrek naar heel New York, en als ik iedere Marokkaan link aan die ene zakkenroller en die ene Israëliër, die betrapt was op witwassen, doortrek naar alle Joden….en als de samenleving dan ook nog eens chronisch polariseert, dan is er een kanjer van een probleem. Want polarisatie is blind voor de nuance. En wat heeft dat van doen met Corona? Wel Lockdown, geen Lockdown. Het is geen zwart-wit verhaal. Maar als het wel ongenuanceerd, zwart-wit, wordt beleefd, dan gaan de tegenstanders van de maatregelen niet rustig aan de verantwoordelijke Overheid hun ongenoegen kenbaar maken, maar dan worden ze agressief, gooien ruiten in, plunderen. De nuance is totaal zoek en: de vloer is aan de polarisatie! Er vallen slachtoffers, niet aan corona, maar aan het generalisatie-virus.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl

  • De predikant is niet-joods, de rabbijn we Dagboek van een opperrabbijn

    Omdat ik nu al maandenlang aan het “dagboeken” ben, ben ik benaderd met de vraag of ik er iets voor voel om een aantal van de dagboeken uit te geven in een boekvorm. De vraag kwam van meerdere kanten. Nou heb ik er weleens over nagedacht om mijn vijfenveertig jaar rabbijn-in-functie aan het papier en dus aan de historie toe te vertrouwen, maar het probleem is dat ik er dan niet onderuit zou kunnen om mensen te beschamen, en daarvoor pas ik, hoe interessant voor de toekomst dit ook moge zijn. En dus geen “Autobiografie Jacobs. Nooit zit hij op een kruk, want altijd is iemand bezig de poten onder zijn stoel vandaan te zagen”. Dat gaat het dus niet worden, terwijl de titel die ik wel al in mijn gedachte had, boekdelen spreekt.

     

    Maar een boek van dagboeken? In eerste instantie vroeg ik me af wat voor nut het zal hebben en wie zou daarin nou geïnteresseerd zijn? En het grootste probleem: Bitoel Thora! Ik leg het uit: we hebben als Jood/mens de verplichting om voortdurend te lernen of anderzijds bezig te zijn met het verrichten van goede daden. Niet onze tijd te verdoen. Bitoel Thora betekent: verkwisting van tijd. En die verkwisting van tijd is een overtreding. Ik had iets goeds kunnen doen, ik had een psalm kunnen uitspreken, een deel van de Talmoed bestuderen, iemand in nood kunnen bijstaan etc. en in plaats daarvan zit ik een film te bekijken of verdoe ik mijn tijd op een andere manier. Als ik mijn dagboek schrijf probeer ik mensen te inspireren en giet ik daartoe de inspiratie in een (hopelijk) aantrekkelijk jasje, ik bouw er een verhaal omheen opdat de boodschap gehoord wordt. Maar om nou al die dagboeken van mij te gaan bundelen? Schiet dat zijn/mijn doel niet voorbij? Is dat geen verkwisting van tijd? En bovenal: wie zit hier nou op te wachten?

    Vanochtend bracht ik een bezoek aan een echtpaar, overlevenden van de Sjoa, vanwege een bijzondere verjaardag, 90 jaar. Vitaal en goed van geest. Wat wil een mens nog meer? Er al kletsend vertelden ze mij dat ze een van mijn dagboeken hadden gestuurd naar een christelijke kennis. In zijn reactie op mijn dagboek stond het volgende te lezen: “De rabbijn heeft een heel eigen stijl die wij in onze kerk niet kennen. Een grapje, iets uit het gewone dagelijkse leven, daardoorheen een Bijbelse les aangereikt als handvat om met het gewone dagelijkse om te gaan.” Dat was voor mij interessant te vernemen want een van de partijen die mijn dagboeken wilde uitgeven gaf aan dat mijn benadering anders is dan de gemiddelde benadering van de predikant en dus zou ik iets verfrissends kunnen geven aan die predikant. Tegelijkertijd werd mij gevraagd, door een van de partijen voor wie ik het dagboek schrijf, om mijn stijl juist te veranderen, een ander format. Eerst een Bijbeltekst en die dan op een Joodse manier uitwerken. Dus in plaats dat ik de predikant mag veranderen, wordt mij gevraagd om mezelf te veranderen en meer de taal van de predikant te spreken.

     

    Ik herinner mij van tientallen jaren geleden een soortgelijk dilemma: ik was nog maar pas geestelijk verzorger in de psychiatrie en voelde me een beetje dom. Er liepen daar psychiaters, psychologen, psychiatrisch verpleegkundigen en zo’n beetje de enige die geen psy voor zijn naam had was ik als rabbijn. En dus ging ik me aanpassen. Mensen zaten niet meer in de put, maar waren manisch depressief. Mensen die minder stabiel waren, werden in mijn aangepast taalgebruik borderline patiënten en ik kende de namen van bijna alle pilletjes. Ik deed dat kennelijk zo goed dat de directie voorstelde dat ik op hun kosten en in hun tijd klinische psychologie kon gaan studeren. En toen schrok ik wakker. Want wie ben ik dan dadelijk na die opleiding? Ben ik dan psycholoog of rabbijn? De geestelijk verzorger in de psychiatrie heeft een eigen zeer specifieke taak. De psychiater geeft de medicatie, de psycholoog de therapie, de maatschappelijk werker zoekt naar zinvolle dagbesteding en de geestelijk verzorger, ongeacht van welke denominatie, steunt de patiënt met zingeving en acceptatie van het lijden. Als ik psycholoog word, wie neemt mijn specifieke taak van zingeving over? Valt het te combineren?

     

    En dus bleef ik gewoon rabbijn, geestelijk verzorger met uiteraard kennis van de wereld der psychiatrie. Maar mijn gereedschap is en bleef Thora en Traditie. Bij mij zagen de mensen het gewoon niet meer zitten en psychofarmaceutische medicatie waren gewoon pilletjes.

     

    Hetzelfde zien we hier ook. Het is prima als de predikant weet hoe de rabbijn zijn dagboek schrijft, zijn toespraak opbouwt. En voor mij is het fijn te zien hoe een priester of een dominee zijn predicatie samenstelt. Maar laat mij gewoon mezelf blijven. Zo niet dan zou je kunnen denken dat het enige verschil tussen een predikant/pastoor en een rabbijn eruit bestaat dat de predikant niet-joods is en de rabbijn wel! En dat zou toch jammer zijn, waarschijnlijk voor beiden!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Een gezonde winter! Dagboek van een Opperrabbijn, 12 oktober 2020

    Tijdens de oorlog werden Duitsers die zich vrijwillig bij de SS en de SD hadden aangesloten en Nederlandse handlangers van de Nazi’s begraven in de Gemeenten waar ze waren doodgegaan of gefusilleerd. Na de oorlog wilden de Gemeenten waar die Jodenjagers en ander gespuis begraven lagen hun stoffelijke resten niet langer op die lokale kerkhoven dulden. Het Ministerie van Defensie stelde toen een stuk grond in Ysselsteyn beschikbaar waar dat tuig herbegraven moest worden. Die dodenakker in Ysselsteyn is dus een verzamelbak van SS-tuig, Nederlandse SD-ers, collaborateurs, waarvan een aantal door het verzet was gefusilleerd, en ook nog ‘gewone’ Duitse soldaten. Ook de persoon die Anne Frank en haar familie op transport liet stellen ligt daar begraven.

     

    Een herdenking op een begraafplaats waar alleen gesneuvelde ‘gewone’ soldaten begraven liggen, zelfs als dat uitsluitend Duitse soldaten zouden zijn, is in mijn optiek een totaal ander verhaal. Daar herdenken is het overwegen zeker waard. Maar hier in Ysselsteyn eer betonen aan verraders en moordenaars die er vrijwillig voor gekozen hebben om o.a. mijn familie uit te moorden en/of ze naar de gaskamers te hebben gestuurd? No way! En dus heb ik de petitie alsnog getekend, hoewel ik van nature niet zo’n ondertekenaar ben. Ik voegde mijn naam toe aan de petitie om te voorkomen dat ook maar iemand zou kunnen denken dat ik hen hun gruweldaden heb vergeven, omdat het al zolang geleden zich heeft afgespeeld, omdat het inmiddels geschiedenis is geworden, omdat de misdaden zijn verjaard…. Neen dus. Dit soort misdaden tegen de menselijkheid kan en mag niet verjaren en verworden tot oude spannende geschiedenis. Ben ik dan haatdragend? Toen jaren geleden in het Sinai Centrum (Joods psychiatrisch centrum) de vraag kwam of wij als Joodse instelling kinderen van foute ouders willen behandelen, liet ik duidelijk horen: zeker! Wij mogen kinderen niet straffen voor fouten van hun ouders en ik ben dankbaar dat ik die slachtoffers van de oorlog mocht helpen, omdat ook zij slachtoffers zijn van die afschuwelijke donkere jaren. Dat hun ouders tegenover mijn ouders stonden, maakt hen niet minder slachtoffer, niet minder second generation. Uiteraard spreken we hier wel over kinderen die lijden omdat ook in hun optiek hun ouders ‘fout’ waren. Ik herinner mij een ontmoeting in Israel van mijn echtgenote met een dochter van een Duitse SS-er. Huilend omarmden die dochter en mijn Blouma elkaar: een hartverscheurend en indrukwekkend tafereel!

     

    En terwijl ik vanuit mijn auto bovenstaande informatie over Ysselsteyn bevestigd wist te krijgen, was ik op weg naar Den Haag samen met de secretaris van het NIK. Een afspraak met de Ambassadeur van Polen de heer Marcin Czepelak. (Vraag me niet hoe deze naam uit te spreken. Ik merk dat die ambassadeurs uit die voormalige Oostbloklanden allemaal van die onuitspreekbare namen hebben.)  Het was een goed en vriendschappelijk gesprek. Het ging over de dreigende nieuwe wet die export van in Polen geslacht koosjer vlees wil gaan verbieden. De Poolse Joden zullen voor binnenlands gebruik koosjer mogen blijven slachten, maar export? Dat zou een brug te ver moeten worden. De ambassadeur begreep goed dat het hier niet alleen een praktisch en zakelijk probleem betreft. Hij voorzag heel duidelijk dat indien Polen de export gaat verbieden meerdere EU-landen zullen volgen en aan het eind van de politieke rit zal er geen koosjer vlees meer te verkrijgen zijn binnen de EU, ook niet in Nederland. Daarover bestond bij de Ambassadeur geen twijfel. Maar hij voelde ook haarscherp dat het verbod op export van koosjer vlees de Joodse gemeenschap in zijn volle breedte een pijnlijke dreun zou geven, hun Jood-zijn diep zou raken. Ook Joden die nooit koosjer eten en misschien koosjer eten als onzin en niet-meer-van-deze-tijd beschouwen, worden, zo gaf de ambassadeur zelf aan, net zozeer getroffen door deze maatregel. Want het moge dan zo zijn dat zij geen koosjer vlees nuttigen, toch is het verbod op de export van koosjer vlees een aanslag op hun Joodse identiteit.

     

    En nu dan aan het eind van deze dag dit dagboek aan het digitale papier toevertrouwd en hopelijk nog puf om de Soeka, de Loofhut, vanavond nog af te breken en weg te zetten tot volgend jaar. En tot dan? Hopelijk rust en een zeer spoedige verlossing van het kwaad dat corona wordt genoemd en ook het Joodse leven in ons polderlandje behoorlijk, of beter geformuleerd ‘onbehoorlijk’, onder druk zet! Zelfs op Jom Kippoer waren er Joodse Gemeenten die geen sjoeldienst hadden. En dit jaar moeten nu veel minder loofhutten die bij de synagogen stonden worden afgebroken. Reden? Ze werden helaas vanwege corona ook niet opgebouwd! Aan het eind van al deze Joodse Feestdagen wensen wij elkaar, en ik u dus ook: een gezonde winter!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks opwww.niw.nl.

  • Een leeg hoofd, Dagboek van een opperrabbijn

    Het is gebruikelijk in Joodse kringen om als er een meningsverschil is, bijvoorbeeld over een erfenis, naar de rabbijn te gaan en hem als een arbiter te laten beslissen. Het oordeel zal uiteraard gebaseerd zijn op de halaga, de Joodse wet. Een goede rabbijn zal echter altijd eerst proberen om een realistisch compromis te vinden. Met een compromis zijn namelijk beide partijen tevreden. Want als het moet komen tot een rabbinale uitspraak is de winnaar verheugd en zal mogelijkerwijs de verliezer kwaad zijn en vaak zijn hele leven teleurgesteld blijven.

     

    En dus, nu ik gevraagd ben om een ingewikkeld financieel conflict op te lossen, ben ik eerst aan het begrijpen wat er precies speelt om daarna voorzichtig af te tasten waar een mogelijk compromis aanwezig is. Om een lang verhaal kort te maken (en daarin ben ik niet zo goed!): Ik kwam in contact met een voormalig landelijk politicus die mij wellicht meer details kon geven in deze zaak. Nou is het soms van belang om meteen ter zake te komen en soms is dat juist heel onverstandig. Hier was het dus beter om eerst over koetjes en kalfjes te spreken en zo kwam het gesprek op de “Onverwachte inval van de Handhavers”, de Israëlische politiek en het opkomend antisemitisme.

     

    Tot mijn verbazing was de politicus van mening dat antisemitisme uitsluitend voorkomt bij de allochtonen, had hij een zeer kritische mening over de Israëlische politiek en zag geen link tussen antizionisme en antisemitisme. Ons gesprek duurde bijna een uur en met de betrekking tot de zaak waarover ik belde bleek hij geheel niet betrokken te zijn geweest en had ik dus beter niet kunnen bellen! Maar zo gaat het niet in het leven: alles komt van Boven, behalve Godvrezendheid. Soms zien we direct de reden van het waarom. Zoals hier. Politicus had nooit van doen gehad met de zaak waarover ik hem belde, maar moest wel even bijgepraat worden over dat kleine maar o zo krachtige en beloofde landje aan de Middellandse Zee. Maar vaak ook verdwaal je als het ware en is en blijft het waarom onzichtbaar.

     

    Ondertussen ben ik nog geen steek verder gekomen met mijn oriëntatie in de zaak die ik hopelijk zal kunnen oplossen, maar hebben we er wel een politicus bijgekregen die minder anti-Israël zal zijn en ook duidelijk aangaf verbaasd te zijn over het optreden van de Keuringsdienst van Waren, de NVWA, in de kwestie rond de flesjes wijn uit een “Israëlisch dorp in Judea en Samaria”.

     

    Ook ben ik preventief aan het onderzoeken over een choepa. Een choepa is een bruiloft die door een rabbijn wordt ingezegend. Het woord ‘ingezegend’ klinkt nogal religieus, maar dat religieuze valt in deze nogal mee. Wat is hier nou weer aan de hand, hoor ik u denken. Een Joodse man die gescheiden zegt te zijn van zijn eerste vrouw die in het buitenland woont, wil nu choepa met zijn nieuwe vriendin. Beiden wonen reeds onder een dak in Nederland, maar hun officiële woon- en verblijfplaats is Israël of de USA. Heeft er inderdaad een officiële burgerlijke en godsdienstige scheiding plaatsgevonden? Zo niet, dan kan er zomaar sprake zijn van bigamie. En wat met een burgerlijk huwelijk? Of willen ze burgerlijk ongehuwd blijven om een bestaande uitkering niet in gevaar te brengen of om de belasting te ontduiken? En dus niet meteen een spontaan hoera, maar eerst onderzoek en dan pas verder kijken.

     

    Ondertussen was ik geïrriteerd over iets anders. Ik had een paar dagen geleden een spoedafspraak geregeld bij een psycholoog. Moeder belt me in paniek op dat zoonlief van in de twintig met spoed een psycholoog of psychiater nodig heeft. Ik regel dat keurig, de moeder mag de psycholoog zelfs op z’n privé nummer bellen, tijdens zijn vakantie. En vervolgens gebeurt er niets. Ze belt niet. Waarom? Ze hadden zelf al iemand gevonden. Prima, vertel ik de moeder, maar misschien dan toch even een belletje naar mijn psycholoog die bereid was om haar zoon direct te ontvangen tijdens vakantie. De bevriende psycholoog belde mij namelijk weer dat hij niet gebeld was. Ik had een punt, gaf de moeder begripvol aan. Maar inmiddels is er weer een dag verstreken, maar het fatsoen om even te bellen was er nog niet. Jammer, maar zo werkt dat dus.

     

    Wel vervelend want het toeval, dat dus niet bestaat, wil dat die mijnheer die wilde dat ik zijn tweede huwelijk eventjes snel zou inzegenen maar dan wel zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk, ook een psychiater nodig had. En ook voor hem had ik dat netjes binnen een uur geregeld. Maar hij had wel meteen gebeld en op het antwoordapparaat van de psychiater zijn telefoonnummer ingesproken waarop hij bereikbaar was. Helaas bestond dat nummer niet en belt de behandelaar mij of ik wellicht het juiste nummer heb. Ook daar eerst paniek, Jacobs regelt meteen, opent deuren en vervolgens gebeurt er niets. Ik kan hier niet zo goed tegen, nog steeds niet na al die jaren. Blouma en ik zijn de auto ingestapt en naar Bunschoten/Spakenburg gereden. Even weg, uitwaaien, proberen mijn hoofd leeg te krijgen.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Een rabbijn heeft nooit vakantie - dagboek van een opperrabbijn

    CIP neemt twee weken vakantie. Jammer, want wat doe ik dan met mijn dagboeken? Doorgaan? Ook vakantie nemen? Ik vraag me af wie wie meer nodig heeft in deze onzekere tijden. Ik het dagboek of het dagboek mij. Het zal wel 50/50 zijn zoals zoveel gebeurtenissen in het leven.

     

    Enige dagen geleden was ik op bezoek in Den Haag bij een vooraanstaand politicus. Tijdens ons gesprek, dat niet ging over koetjes en kalfjes, plaatse de politicus een opmerking die mij is bijgebleven. Tijdens een vergadering enige jaren geleden waarbij wij beiden aanwezig waren, werd er gesproken over tolerantie ten opzichte van iemand waarmee je het volledig oneens bent. Moet je de ander van jouw gelijk overtuigen of laat je hem in zijn waarde met zijn, in jouw optiek, kromme denkbeelden?

     

    De politicus was toen onder de indruk van de Joodse benadering waarbij het je verplaatsen in de gedachtewereld van de ander, ook als die wereld niet de jouwe is, steeds het uitgangspunt moet zijn. Op vele zonden staat in het de Bijbel de doodstraf. Maar de uitvoering van die doodstraf was nagenoeg onmogelijk omdat het Jodendom ervan uitgaat dat het beter is om een schuldige ongestraft te laten rondlopen dan een onschuldige ten onrechte te veroordelen. Dit typeert de opstelling naar de medemens: concentreer je op hetgeen hij wel kan en laat zijn tekortkomingen, zolang je daarin toch geen verandering kunt aanbrengen, voor wat ze zijn. Sterker nog: probeer die tekortkomingen te begrijpen, verplaats je in zijn verkeerde manier van leven, om hem te kunnen helpen met de problematiek waaraan hij lijdt. Als hij jou om hulp vraagt, biedt hem dan dat wat voor hem en ook in zijn optiek het best is.

     

    Hoewel een rabbijn soms recht moet spreken, is hij primair in mijn visie, een hulpverlener die als taak heeft om te helpen en niet om te (ver)oordelen. Ik scoorde dus hoog bij de politicus. Maar klopt het eigenlijk wel dat je altijd moet meegaan met het verlangen van degene die om hulp vraagt? Wat als hij anderen beschadigt? En wat als het overduidelijk is dat hij gesteund wil worden in het beschadigen van zichzelf? Er zijn grenzen ook aan het meegaan in de gedachtewereld van de ander. Maar desondanks moet het je primaire doel zijn om hulp te bieden en niet terechtwijzen. De nuance mag nooit ontbreken.

     

    Maar bij het bieden van hulp komt automatisch de vraag naar boven in hoeverre de problematiek, de misère van de ander, door jou naar huis wordt meegenomen. Afstand nemen, is het gebruikelijke advies. Maar om een naaste te helpen en te adviseren is afstand niet altijd haalbaar. Ik, na 45 jaar werkzaamheid, kan me nog steeds niet loskoppelen van tragedies. Het telefoontje vandaag van een jonge vrouw die nog maar kort te leven heeft, grijpt mij aan. Zij zoekt het contact met mij, wil dat ik haar bezoek in het hospice…..ze had zo graag haar kinderen zien opgroeien. Ik denk terug aan mijn vriend, de psychiater, die maar een korte periode van zijn pensioen kon genieten. Hij werd zieker en zieker. Hij kwam langs, gereden door zijn zoon, om afscheid te nemen. Zoveel hadden we samen mogen helpen en nu afscheid. En toch mag ik me niet door de emotie laten bevangen, maar langs me heen laten gaan ook weer niet.

     

    En terwijl ik net bovenstaande heb geschreven, belt een van mijn rabbijnen me op. Hij heeft een vrouw ontmoet, dochter van een Joodse moeder. Moeder, overlevende van de oorlog, wist eigenlijk tot voor kort niet dat ze Joods is. Het trekt haar vanwege haar vermoorde ouders die ze nooit heeft gekend. Haar dochter is dus ook Joods en heeft dat gisteren voor het eerst gehoord. Er gebeurt van alles met deze moeder en dochter. Zij worden op eigen verzoek geconfronteerd met hun identiteit, met voorouders generaties lang. Waarschijnlijk kwamen hun voorouders uit Polen en overleefden ze de pogroms. En nu willen ze terug naar het Jodendom, ze voelen zich een schakel in een eeuwenoude ketting. Maar wat zijn de implicaties? Ze weten eigenlijk niets. Beiden uiteraard met niet Joodse mannen getrouwd, prima huwelijken. Ze willen sjabbat houden, koosjer eten……geweldig! Maar ze lopen veel te hard van stapel. Ik adviseer mijn jongere collega om vooral te bouwen en ervoor te waken dat er niet gebroken gaat worden.

     

    Identiteitsprobleem voor de moeder en de dochter, maar even zozeer voor hun niet-joodse echtgenoten. Ook zij moeten ermee om gaan, er moeten wegen worden gevonden. De jongere rabbijn moet moeder, dochter, vader en echtgenoot begeleiden op hun pas ingeslagen nieuwe levensweg. Een weg die verbindt met eeuwenlange tradities. Maar de weg zit wel vol valkuilen en er geldt een duidelijke snelheidsbeperking, want bij te snel rijden kun je uit de bocht vliegen.

     

    Ik ga met mijn Blouma volgende week een paar dagen even weg. Maar of weg echt weg zal zijn weet ik nooit. De gemeenschap is klein, maar complex en een rabbijn heeft altijd dienst. Want laten we eerlijk zijn: rabbijn behoort geen baan te zijn, maar een 24/7 roeping. Het is mij gegeven om Hem 24/7 te dienen door mezelf dienstbaar te maken voor ieder, juist ook als hij/zij in nood verkeert.

    Een fijne en zegenrijke vakantie. En vergeet niet dat er voor Boven geen vakantie bestaat.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Een rabbijn moet ook politicus zijn. Dagboek van een opperrabbijn

    Lig ik net even bij te komen van de hitte, krijg ik een telefoontje. Een mij onbekende, die ik naar het schijnt ooit een keer tegen het lijf ben gelopen toen ik op vliegveld Ben Gurion in de rij stond voor paspoortcontrole, wil van mij een verklaring dat zijn opa, vergast in Auschwitz, Joods was. Op mijn vraag waarvoor hij dat nodig heeft vertelt hij mij dat hij jaarlijks in Israël, waar hij dus kennelijk woonachtig is, $100 moet betalen voor een verblijfsvergunning en hij vindt het belachelijk dat hij dat moet betalen ‘omdat zijn opa omwille van Israël is vermoord’.

     

    Normaliter raak ik niet geïrriteerd, maar dit schoot toch echt even in het verkeerde keelgat, na mijn niet afgemaakte dutje. Zijn opa, als het waar is wat hij verkondigt, is vermoord omdat hij Joods is en met de staat Israël, die toen echt nog niet bestond, heeft dat niet van doen. Bovendien is ook mijn familie vermoord, heb ik hem nogal onvriendelijk medegedeeld.

    Wat gebeurt hier? Een mij onbekende belt me op, woont niet in mijn rabbinale ressort, is geen lid van een van mijn Nederlandse Joodse Gemeenten en wil een verklaring dat zijn opa Joods was. Vraag 1: was zijn opa Joods? 2: is de persoon die hij zijn opa noemt, inderdaad zijn opa? 3: waarvoor wil hij die verklaring hebben? 4: waarom kiest hij mij uit om die verklaring te schrijven terwijl hij aangeeft in Israël te wonen en dus om de hoek bij het plaatselijke rabbinaat ook zo’n verklaring kan vragen? Nou kan ik me voorstellen dat u, mijn dierbare dagboeklezer, zich afvraagt waarom ik niet braaf zijn verzoek honoreer. Het antwoord is: van tijd tot tijd word ik op een aanvallende en dreigende manier benaderd voor verklaringen. Het is mij echt meer dan eens gebeurd, dat de persoon in kwestie van geen kant Joods was en uitsluitend mijn papiertje wilde hebben om in aanmerking te komen voor een uitkering waarop hij absoluut geen recht heeft.

     

    Een voorbeeld (naam en adres zijn bij de redactie bekend, zoals de Telegraaf regelmatig schrijft als ze geen namen willen noemen): een man wil in aanmerking komen voor een WUV-uitkering. WUV staat voor Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers. Hij zegt Joods te zijn en zijn ‘duikouders’ hebben hem geadopteerd. Maar na maanden en maanden speurwerk, een detective is er niets bij, heb ik kunnen bewijzen dat het verhaal een totaal verzinsel is. Er klopte aantoonbaar niets van. Pure oplichting. Maar ondertussen heb ik wel de nodige vijanden dankzij hem gekregen omdat ik zo ‘ultraorthodox’ ben en dus ‘zeer intolerant’ en daarom deze stumper weiger te erkennen. De WUV-uitkering heeft hij dan ook niet gekregen, maar nog wel Fl.5000 van Maror omdat een bekende Joodse persoonlijkheid ‘uit medelijden’ een briefje heeft geschreven dat hij wel Joods zou zijn. Ach, redeneerde de bekende Joodse persoonlijkheid, als je iemand kan helpen, waarom dan niet….en Maror, jaren en jaren geleden, controleerde niet en heeft mij bewust niet bij deze kwestie betrokken, terwijl bij vele andere zaken ik wel degelijk om advies werd gevraagd, juist bij dit soort twijfels. Hoe ik weet dat ik er bewust buiten ben gehouden? Ook in Joodse kringen is geen gebrek aan lekkages.

     

    Waarom deel ik dit eigenlijk met u, vraag ik me af. Er zit geen les in, geen boodschap. Het is wel een deel van mijn dagboek, omdat het me vandaag bezighield. Maar los hiervan. Een rabbijn is eigenlijk geen geestelijke. Van huis uit is een rabbijn een jurist. De opleiding is er een in Joods Talmoedisch recht, daarin heb ik mijn examens gedaan. Maar na dat examen en het verkrijgen van de rabbijnen -titel kan de rabbijn als theoreticus verder gaan. Hij wordt leraar of directeur van een Talmoed Hogeschool, zoals een van mijn kinderen. Of hij kan puur in het research gaan, publiceren, zoals mijn oudste schoonzoon. Of proberen een aanstelling te krijgen als rabbijn in een Joodse gemeente. Dan zal hij zich zeker ook pastoraal moeten inzetten, gelijk een geestelijke van een andere denominatie. En met politiek, binnen en buiten de gemeenschap, zal hij moeten omgaan. Denk ook aan representatie, want de rabbijn is vaak het gezicht van de gemeenschap.

     

    Ik heb dus een kleurrijk baantje, vervelen doe ik me bijna nooit. En als verveling dreigt te ontstaan, is er altijd wel weer een klusje waarbij de rabbijn de rotzooi mag opknappen. Voordat ik mijn baantje als rabbijn begon werd mij door een van mijn leraren gevraagd of ik het vijfde deel van de Sjoechan Aroeg goed kende. De Sjoelchan Aroeg is het uit vier delen bestaande wetboek waarin een rabbijn examen moet afleggen om de titel rabbijn te mogen voeren. En dus reageerde ik verbaasd naar mijn leraar met de opmerking dat de Sjoelchan Aroeg uit slechts vier delen bestaat en mij een vijfde deel onbekend is. Hierop legde mijn leraar mij uit, dat er weldegelijk ook een vijfde deel bestaat, ongeschreven. Dat vijfde deel omvat een slechts een enkele regel en die luidt: “hoe ga je om als rabbijn met je medemens.”

    Een rabbijn kan een zeer grote geleerde zijn, maar als hij de functie als rabbijn gaat bekleden, als hij aan een gemeenschap wordt gekoppeld, is de meest belangrijke uitdaging: hoe ga je om met je medemens. Of die medemens wel/niet lid is van de Joodse Gemeente, of die medemens wel/niet Joods is. Of die medemens professor is of zwakbegaafd. Een rabbijn moet altijd kunnen omgaan met……uiteraard denkend vanuit de Joodse Traditie. Maar die Joodse Traditie, de Bijbel, is niet het doel. Het is het middel om de Eeuwige te dienen en de naaste lief te hebben. Dat niet bestaande vijfde deel van het Joodse Wetboek is essentieel: hoe ga ik om met mijn medemens! Die les kreeg ik mee voordat ik als rabbijn werd losgelaten in de woelige wereld van onmensen en mensen, van politieke spelletjes en van oprechte religiositeit.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Er zijn meer rabbijnen die Jacobs heten

    We zijn weer terug in Nederland na twee nachten op de boot en twee nachten bij onze dochter in Londen. Wat er nu in mijn hoofd speelt zijn de toespraken die ik moet fabriceren: aanstaande donderdag de Mauthausen herdenking voor de synagoge van Enschede, zondagmiddag zoom-toespraak van een half uur voor Joodse gemeenschap in Melbourne Australië om 12:00 uur, 20:30 uur zoom-toespraak van een uur voor NIK, Joods Nederland.

     

    En nu zit ik te tobben wel of niet naar Brandenburg te gaan waar ik gevraagd ben als spreker bij de ceremonie rondom een nieuwe Thora-rol. Dat zit dan ook gekoppeld aan een nieuw indrukwekkend gebouw voor een nieuwe synagoge. Dat nieuwe gebouw staat er nog niet en verkeert nog in het prille stadium van de architectentafel. Inmiddels heb ik wel begrepen dat er fikse discussies gaande zijn binnen de Joodse Gemeente over het buitenaangezicht van het nieuwe G’dshuis. Nou ja, denk ik bij mezelf, over de inhoud schijnt er geen discussie te zijn want de Thora hebben ze al aangeschaft en die zal met vreugde, grote belangstelling en mij als gastspreker in de oude synagoge worden binnen gedanst, waarbij ik uiteraard de corona-adviezen streng in acht zal nemen. Want zo zit ik in elkaar. Uiterlijk is natuurlijk ook van belang, maar uiteindelijk draait het om de inhoud.

     

    Mijn twijfel/zorg betreft niet zozeer de Joodse Gemeente, maar: corona! De NIK-zoom kan ik doen vanuit Brandenburg, de Melbourne-zoom, direct na landing, vanaf het vliegveld mocht ik niet op tijd in mijn hotel zijn. In de week voorafgaande aan Joods Nieuwjaar bestaat de gewoonte om bijeen te komen op de begraafplaats en de graven van dierbaren te bezoeken en op de sjofar te blazen. Mijn jaarlijkse bijeenkomst op de begraafplaats in Putte (zonder n!) die ik al meer dan 40 jaar leid op die zondag voor Rosj Hasjana, is afgelast. Arnhem, ook jaarlijks op die zondag, heb ik naar woensdag verplaatst. En dus heb ik ruimte gecreëerd voor Brandenburg. Maar wel/niet gaan? En zo ja, is het vliegtuig veilig? Misschien businessclass, maar dat kost een kapitaal.

    Ondertussen een telefoontje van iemand uit Amsterdam die niet weet waar hij een sjofar kan kopen, want hij kan niet naar sjoel en wil dus zelf op Rosj Hasjana gaan blazen. Leuke gedachte, maar enige oefening om uit die hoorn geluid te krijgen, is toch echt geen luxe!

     

    Een telefoontje van AT5 over een of andere gemeentelijke subsidie voor het Joodse Onderwijs. Ik heb netjes geantwoord dat ik hiermee niets van doen heb omdat ik al meer dan twee jaar geen schoolbestuurder meer ben. Maar los hiervan: ik moet me nu even concentreren op die toespraken, hetgeen maar niet lukt want ik ben nog te moe van de nachtelijke reis.

    Weer een telefoontje. Ze ruiken kennelijk dat ik weer thuis ben na vier dagen afwezig. Waarom ik een rekening niet betaal? Ze hebben al meerdere keren een herinnering gestuurd en nu gaan ze een laatste aanmaning sturen. Nu moet u weten dat ik altijd alles direct betaal, niet uitstel en zeker niet een rekening onbetaald laat! Dus zodra ik kenbaar maak nooit een email te hebben ontvangen, zeggen ze mij dat ik dan maar in mijn spam moet kijken. Gekeken en ook daar niets. Klopt niet, krijg ik als reactie. Wij hebben kunnen zien dat u alle e-mails/facturen en aanmaningen hebt geopend! Waar lag dan uiteindelijk de fout, want ik had echt niets ontvangen en dus zeker niets geopend, vroeg ik mezelf af.

     

    Na mijn vraag welk e-mailadres ze gebruikten, kwam de aap uit de vals beschuldigende mouw: Het e-mailadres dat ze gebruikten luidde: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.. Maar hoewel Jacobs mijn achternaam is en ik mezelf ook rabbi mag noemen, is dit niet mijn adres. En hoe het dan kan dat dat emailadres werd geopend, werd mij voor de voeten geworpen. Ze hadden immers het bewijs hiervoor. Waarop ik reageerde: Gelijk er veel honden zijn die Vicky heten, zo ook zijn er talloze rabbijnen op G’ds aarde die Jacobs als achternaam hebben en waarvan er ongetwijfeld één zal zijn wiens e-mailadres luidt This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.. Die rabbi Jacobs zal ongetwijfeld de e-mail hebben geopend en, zoals ook uw rabbijn Jacobs dat gedaan zou hebben bij een onbekende aanmaning, direct richting prullenbak.

    Wat hier in mijn achterhoofd speelt is de angst dat door alle (niet ontvangen) aanmaningen er mensen kunnen zijn die zeggen of denken: “Die Joden zijn met geld niet te vertrouwen.” En dat is nou precies dat ik wil voorkomen! Want kwaadsprekerij is vergelijkbaar met een kussen vol met veertjes. Die veertjes heb je in een mum van tijd verspreid, maar ze terugkrijgen in het kussen is een monnikenwerk. Hoe moet ik het haar uitleggen? Stel, zei ik tegen haar, u bent katholiek en u stuurt een rekening per e-mail naar This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. en dat uw pastoor weliswaar Jacques heet, zoals honderden en honderden andere pastoors, maar een geheel ander e-mail adres heeft……Het werd begrepen en ik heb de rekening betaald en die andere mij onbekende rabbi Jacobs verlost van de aanmaningen die een steeds bozere en dreigendere vorm aannamen. Ik vermoed dat hij de boosheid niet heeft begrepen, want ik krijg ook af en toe aanmaningen in het Chinees.

     

    Overigens heb ik inmiddels mijn ticket naar Berlijn geboekt. Morgen krijg ik te horen wat wel en wat niet te zeggen in mijn toespraak, want er schijnt ook daar politiek te spelen niet alleen binnen de Joodse Gemeenschap, maar vooral met de lokale Overheid. Wat precies is me nog niet helemaal duidelijk, hoewel de Landesrabbiner het mij wel in een bijna twee uur durend gesprek heeft uitgelegd. Het gaat over poppetjes, groepen, politieke kleuren, scheiding van kerk en staat en, zoals altijd, precedentwerking.

     

    De Landesrabbiner was heel blij met ons gesprek. Ik had hem kennelijk goed geadviseerd en werd dáárom uitgenodigd. Maar voor mijn gevoel ontbreken er nog een paar schakeltjes. Ik zondag dus naar Berlijn-Tegel. “En als u er dan toch al bent, kunt u s.v.p. nog een dagdeel blijven om een en ander te bespreken!” Laat ik nou gedacht hebben: Hoera, een snoepreisje. Maar kennelijk wordt mij dat niet echt gegund!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Ethiek is eng

    Zoals wellicht bekend hebben alle letters in het Hebreeuws een getallenwaarde. De eerste letter, de Alef, is 1 in getallenwaarde. De tweede letter, de Beth, is 2. Mijn oog viel op de uitspraak van de Ba’al Shem Tov, de stichter van het Chassidisme, die benadrukte dat het Hebreeuwse woord voor ‘licht’ dezelfde getallenwaarde heeft als het Hebreeuwse woord voor ‘geheim’. Als een leraar het ‘geheim’ van de leerstof kent, kan hij bij zijn leerling ‘licht’ brengen. Anders geformuleerd: een leraar moet de materie door en door kennen om de les op de juiste wijze te kunnen overbrengen. Zo niet dan brengt hij geen licht, misschien nog net geen duisternis, maar zeker wel schemering.

    Helaas moet ik constateren dat er vaak meningen of visies worden verkondigd zonder het ‘geheim’ van de onderliggende materie goed te kennen en dus is de boodschap erg ‘schemerig’. Met andere woorden: zolang je geen zicht hebt op de echte betekenis, is wat je ziet duister. En dat is nu precies wat we dagelijks steeds vaker zien. Aan de hand van uiterlijk vertoon, misleidende demagogie, worden conclusies getrokken, hele volksstammen opgejut. Als volksleiders op de juiste manier de waarheid verkondigen is dat prima, maar helaas…….Hetzelfde geldt voor journalisten, de media. Media kunnen misleiden, weten vaak niet het ‘geheim’ van de situatie en doen daardoor aan berichtgeving die geen ‘licht’ brengt.

    Maar gelukkig heb ik het gevoel dat een deel van de media in ons land zich wel verdiept in de materie, aan grondig onderzoek doet, doordringt tot de kern en daardoor problemen blootlegt die onzichtbaar waren (gemaakt). Ik denk dan aan de onderzoekjournalistiek die zich nagenoeg niet laat afleiden door uiterlijk vertoon en misleidende demagogie. Deze tak van de journalistiek belicht de diepere achtergrond, die vaak heel anders is dan de zichtbare schijnvertoning. In vele andere landen echter blijft de oppervlakkigheid de waarheid verduisteren of is er sprake van censuur. Het gevolg: er ontstaat in onze brede mondiale samenleving een steeds groter wordende kloof tussen de leugen en de waarheid, tussen misleiding en verdieping, tussen duisternis en licht.

    Gisteren werd ik gebeld door een bevriende niet-Joodse huisarts (even notitie: ik heb ook niet-Joodse vrienden, mocht u daaraan twijfelen!) met een ethische vraag. Een van zijn patiënten ziet het leven niet meer zitten en wil er een eind aan maken: het zogenaamde voltooide leven, zoals de nieuwe naam voor zelfmoord luidt! De niet-Joodse huisarts zit ermee ‘in zijn medische maag’ of beter geformuleerd: ‘in zijn ethische maag’. Want met geneeskunde heeft dit niet van doen. Dit is een ethisch probleem dat door de Overheid geplaatst is in de spreekkamer van de medische huisarts. Dat is eng, want het politieke besluit wordt beïnvloed door propaganda, door wat de meute ervan vindt, door de potentiële kiezers. Ook natuurlijk door de media en daar speelt dat de krant moet verkocht worden, de TV naar kijkcijfers hunkert en de website naar likes en clicks snakt. Resultaat? Niets is variabeler dan ethiek. Wat vijftig jaar geleden als een doodzonde gold, is nu geaccepteerd. En wat nu onacceptabel is, was toen probleemloos. Dat visies opnieuw worden bekeken en getoetst is meer dan prima. Dat situaties veranderen is logisch. Dat land A niet land B is, moge duidelijk zijn, maar toch zijn er grenzen.

    We lazen sjabbat jl. in de synagoge (Deuteronomium 16;20) “Rechtvaardigheid, rechtvaardigheid zult gij najagen”. Waarom staat hier twee keer “rechtvaardigheid”? Een keer “rechtvaardigheid” ware toch voldoende geweest? Maar hier ligt een belangrijke les en levenswijsheid. Als een rechter om een oordeel wordt gevraagd en hij neemt, zonder aanziens des persoons, het wetboek, de Thora en/of de Talmoed, voor zich, hij verdiept zich in de materie, vindt het antwoord, kijkt op naar de vragensteller die voor hem staat en komt tot een rechterlijke uitspraak: Dat is “rechtvaardigheid”. Maar in de Thora staat twee keer na elkaar het woord “rechtvaardigheid” om ons te vertellen dat het alleen in de wet kijken en uitspraak doen niet voldoende is. Wie is de persoon die beoordeeld moet worden.

    Is hij rijk of arm, intelligent of zwakbegaafd, hoogbejaard of jong, uit welk milieu stamt hij? Oordelen over de medemens, mag nooit zwart-wit zijn, maar steeds genuanceerd. Vandaar “rechtvaardigheid, rechtvaardigheid”, twee keer.

    Ethiek is eng, kan ontsporen als wij mensen zelf de grenzen bepalen. Ethische beslissingen zijn vaak het resultaat van de demagogie van wereldleiders die primair zichzelf verafgoden. De politiek betaalt en bepaalt. Het Joodse standpunt is dat wij mensen te klein zijn om zelf waarden en normen te bepalen. De grote lijnen zijn in het Jodendom duidelijk weergegeven, liggen vast. Maar de toepassing is altijd maatwerk. Een mens mag vanuit de Joodse optiek bezien niet doden, niet anderen en ook niet zichzelf. Wanneer het leven voltooid is wordt Boven bepaald, dat mag geen mensenwerk zijn. Maar hoe ermee om te gaan als de politiek haar mening aan de gemeenschap oplegt en de arts gedwongen wordt om braaf te volgen, is een ander verhaal dan sec de vraag of voltooid leven acceptabel is volgens de halaga-de Joodse wet.

    Wat mijn antwoord was aan de bevriende niet-joodse huisarts? Dat vertel ik u dus niet, want mijn antwoord aan hem is niet per se mijn antwoord aan u.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Het bloedsprookje en McDonalds - dagboek van een Opperrabbijn

    Mijn dagboek dreigt te ontsporen van een Dagboek naar Memoires, dus van nu naar toen. En inderdaad zou het vastleggen van gebeurtenissen uit het verleden en speciaal ook ontwikkelingen, leerzaam kunnen zijn. Maar mijn opdrachtgever, het Joods Cultureel Kwartier, wil een Dagboek opdat na de coronatijd de huidige actualiteit de geschiedenis kan weergeven. Dus feitelijk schrijf ik nu dus toch de Memoires. Alleen niet de memoires van nu, maar de memoires van de toekomst.

     

    Vandaag reizen we weer terug, want, ik heb het bewust verzwegen, we varen dadelijk terug vanuit Harwich naar Hoek van Holland. Het weekend waren we in Londen voor de verloving van onze oudste Londense kleinzoon. Voor de heenreis moest ik in verband met corona stapels papieren invullen met alle adressen waar ik me zou bevinden, telefoonnummers en wie bereikbaar zal zijn in geval van nood. Niemand heeft bij binnenkomst in Engeland erom gevraagd, maar het invullen was wel een aardige vorm van vrijetijdsbesteding. Van GB naar Nederland hoef ik niets in te vullen. En in Londen wordt, in mijn beleving, het mondkapje als het anticorona-middel beschouwd en wordt er veel meer in geloofd dan bij ons.

     

    Behalve de verloving en de daaraan gekoppelde receptie, kennismaking met de aanstaande kleindochter en haar ouders en de nodige dagelijkse wandelingen, heb ik zitten peinzen over de toekomst van Joods Nederland. Is er toekomst? Een jonge rabbijn uit Edgware, Londen, stelde mij die vraag en zette mij aan het denken, speciaal vanwege een paar e-mails die ik vandaag ontving.

    Even ter verduidelijking van mijn persoon: vakantie en “er-even-tussenuit”, bestaat voor mij niet. Ik wil het wel, maar voel mij verplicht om steeds bereikbaar te zijn. En dus controleer ik voortdurend mijn e-mails. En zie: een hoopgevend schrijven van de Resonans groep uit Limburg, een regelmatig treffen van RK vertegenwoordigers met de Joodse gemeenschap. “Inmiddels heeft er een gesprek plaatsgevonden met de econoom van het bisdom Roermond. Hij bracht namens de bisschop heel goed nieuws mee. De bisschop vindt ons werk en onze activiteiten van grote waarde. We kunnen dus doorgaan, zoals we gewend zijn. Dat betekent: - we kunnen de sprekers vergoeden; - we kunnen gebruik maken van de ruimtes van het bisdom- - we mogen gebruik maken van secretariële ondersteuning.” Zo’n treffen tussen Joden en Katholieken is natuurlijk van groot belang. Elkaar leren kennen, wederzijds begrip, respect etc.

     

    Maar beperkt het Joodse leven zich in Nederland tot het verstevigen van de banden met de christelijke samenleving? Tot het voorlichting geven over de Shoah? Tot het vertellen over Jodendom op scholen? Tot het kweken van begrip en het bestrijden van antisemitisme? Weer een uitnodiging in mijn mailbox om te spreken voor een programma dat wordt uitgezonden op RTL 5, bij Family7 en zelfs in Suriname. Een bevestiging van een interview met Frans Bromet voor een documentaire over antisemitisme. Allemaal prima en positief.

     

    Maar mijn primaire taak hoort zich binnen de Joodse gemeenschap af te spelen: Joodse lessen, cursussen, lezingen in synagogen, geestelijk en pastorale zorg aan Joden die daaraan behoefte voelen, artikelen en toespraken. Gelukkig zat er ook een uitnodiging bij om gastspreker te zijn bij de inwijding van een nieuwe Thora-rol in de hoofdsynagoge van Brandenburg-Duitsland. En verder geeft mijn digitale agenda mij aan dat er komende weken een aantal zoomlessen gegeven moeten worden.

     

    Maar tussen alle WhatsApps en e-mails zat er ook een reactie op een van mijn dagboeken: een plaatje van een varken en het woord Juuuuuude. Een van mijn vaste dagboeklezers heeft kunnen achterhalen wie de schrijver was en wie zijn werkgever met als resultaat een e-mail: “N.a.v. ons telefoongesprek en uw e-mail, hebben wij gisteren een gesprek gevoerd met onze medewerker Piet. Hierin hebben wij expliciet aan hem aangegeven, dat wij ons distantiëren van zijn uitlatingen op social media. Binnen ons bedrijf is er geen enkele ruimte voor enige vorm van racisme of discriminatie. Ik hoop dat u kunt begrijpen dat het voor ons moeilijk te controleren is wat onze medewerkers in hun vrije tijd doen. Wij hebben daarom aan Piet mondeling en per brief aangegeven, dat wanneer hij ons bedrijf wederom in diskrediet brengt er gevolgen zullen zijn…….”.

     

    Fantastisch zo’n reactie die de (Joodse) burger weer moed geeft. Of beter gezegd “gaf”, want enige minuten later bereikte mij een alarmerend verzoek van een Joodse arts die het antisemitisme nauwgezet volgt. Een link doet hij mij toekomen. Een link naar een bericht waarin in klare taal wordt uitgelegd dat 90% van het vlees dat van McDonald’s afkomstig is van kleine kinderen die zijn geslacht door Joden. De Joden, zo wordt uitgebreid uitgelegd, slachten niet-Joodse kinderen omdat ze hun bloed nodig hebben voor het bakken van matzes. De rest van de gruwelijke e-mail zal ik u besparen, maar op verzoek kan ik u de link sturen. De Joodse arts vraagt mij om op te treden tegen deze moderne versie van het Middeleeuwse bloedsprookje. De geschiedenis van toen blijkt de realiteit van nu en de verschrikking van morgen.

    G’d zij dank zijn er lichtpunten in Limburg , wordt mijn dagboek op het christelijke CIP geplaatst, heb ik ook in de seculiere wereld vrienden en waakt de Overheid over onze veiligheid en accepteert geen enkele vorm van antisemitisme. En het mooie van al die negatieve duisternis is, dat juist in het donker het licht veel meer wordt opgemerkt.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

  • Het kind van foute ouders

    Ik meen dat ik het al een keer aan mijn dagboek had toevertrouwd. In het gebouw van het IPC, het Israel Producten Centrum te Nijkerk, is een expositie gaande, genaamd “Redders in nood”. Een must voor de jeugd om te zien hoe mensen bereid waren met gevaar voor eigen leven zich in te zetten voor de medemens. Daar heb je hem weer, denk u waarschijnlijk, want ik heb deze expositie al meerdere keren genoemd in mijn dagboek.

     

    Een onderdeel van de expositie zijn drie deuren. Je wordt uitgenodigd om bij alle drie aan te bellen en dan krijg je het volgende te horen. Er wordt opengedaan en Ds. Overduin vraagt de bewoner of voor één enkele nacht twee Joden die in grote nood verkeren bij hun mogen overnachten. Huis één wordt kwaad en beschuldigd Ds. Overduin van het nodeloos in gevaar brengen van zijn gemeenteleden. Deur twee wil graag helpen, maar is bang. Deur drie zegt spontaan 'ja'. Waarom ik dit wederom vermeld? Bij de herdenking van de razzia in Twente vermeldde de burgemeester van Enschede dat ds. Overduin, een Enschedese predikant, meer dan duizend Joden aan onderduikplaatsen had geholpen. Dit was mij uiteraard bekend. Maar daarna vertelde de burgemeester nog iets, hetgeen voor mij nieuw was.

     

    Na de oorlog heeft ds. Overduin geld ingezameld om kinderen en vrouwen van NSB-ers te helpen. Overduin heeft ook aangeklopt bij een rijke Joodse man die de verschrikkingen van de oorlog had overleefd, maar uiteraard bijna al zijn naasten had verloren. De Joodse man weigerde over de brug te komen. Geld aan vrouwen en kinderen van NSB-ers? Absoluut niet. Daarop heeft Overduin de zoon van die rijke man benaderd en hem gevraagd zijn vader te overtuigen om wel te geven, hetgeen uiteindelijk is gelukt. Ik vroeg mij tijdens de toespraak van de burgemeester pijlsnel af hoe ik gehandeld zou hebben. Wel of niet kinderen van foute ouders steunen?

    In het Sinai Centrum werd mij, ik schat zo’n twintig jaar geleden, een soortgelijk dilemma voorgelegd. Als Sinai Centrum waren/zijn wij gespecialiseerd in trauma’s ten gevolge van oorlogsgeweld. En ook de second generation behoort tot onze expertise. Kinderen van ouders die de hel van Auschwitz hebben overleefd hebben het soms erg moeilijk gehad in hun jeugd want zij werden opgevoed door ouders die erg beschadigd waren. Maar hetzelfde gold natuurlijk ook voor kinderen wier vader en/of moeder na de bevrijding werden opgepakt, wellicht jaren in de gevangenis moesten doorbrengen en zeker sociaal werden geïsoleerd. In feite hadden die kinderen hetzelfde probleem als de Joodse kinderen. Aan mij werd toen gevraagd of het ethisch verantwoord was, vanuit de Joodse optiek, om ook kinderen van foute ouders te behandelen. Mijn antwoord op die vraag was een stellig ‘ja’.

     

    De kinderen, mits ze uiteraard niet zelf ook antisemieten waren, zijn niet schuldig aan de fouten van hun ouders. Ik had wel als voorwaarde gesteld dat het Joodse kind en het NSB-kind niet in dezelfde wachtkamer mogen zitten. Dat zou zeker voor het Joodse kind te confronterend kunnen zijn, te emotioneel. Vergeet niet dat beide kinderen, inmiddels natuurlijk volwassen, psychisch in de knel zitten. Ik mag van beiden niet verwachten dat ze met dezelfde zakelijkheid waarmee ik ernaar kijk, de emotionele afstand weten te bewaren.

     

    Dit gonsde pijlsnel door mijn hoofd toen ik de Enschedese burgemeester hoorde vertellen dat ds. Overduin ook kinderen van foute ouders hielp. Even dacht ik dat Overduin na de bevrijding de fout was ingegaan, onze tegenstander was geworden. Maar direct kwam de link naar het Sinai Centrum in mij op en ben ik ter plekke ds. Overduin nog meer gaan waarderen.

     

    En ook flitste door mijn hoofd die Nederlandse vrouw die op mijn vrouw, Blouma, afkwam in Jeruzalem, en tegen haar zei: "Waarschijnlijk wil je mij geen hand geven, want mijn vader was in de oorlog een SS'er." Mijn Blouma gaf haar wel de hand, met innige warmte. En toen ze afscheid van elkaar namen, omhelsden ze elkaar. Ik herinner me dat de tranen in mij opkwamen toen ik die omhelzing zag.

     

    Na de toespraken, na de gebeden, na het blazen op de sjofar en na de twee minuten stilte, kwam een mij onbekende niet-joodse mevrouw naar mij toe. Haar naam was Overduin, een nichtje van de verzetsheld. Zij wist niet van de tentoonstelling in Nijkerk. En als ik het goed heb begrepen wist ze ook niet van de razzia herdenking in Enschede. Maar, en nu komt het, zij volgt trouw mijn dagboek en vernam daar over de jaarlijkse herdenking en besloot te gaan.

     

    We gaan een afspraak maken en ik wil haar persoonlijk bij de expositie rondleiden. Maar vooral wil ik haar de drie deuren laten zien en de drie verschillende reacties laten horen toen dominee Overduin aanbelde. 

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Het zogenaamde Andere Joodse Geluid

    Het was een fijne sjabbat in onze tuin-tent-synagoge. De ochtenddienst begon om 10 uur, maar om 9:30 uur was de eerste deelnemer al aanwezig. Nou ja, niet echt een deelnemer, maar een uiterst vriendelijke politieagent die kwam vragen of alles goed was. Voor de zekerheid was hij ook nog even langs de echte synagoge in de binnenstad gegaan, waarschijnlijk om te kijken of die er nog stond (grapje!). Ik ben dankbaar dat er zo over ons wordt gewaakt en speciaal met de manier waarop dat gebeurt. Absoluut niet afstandelijk. Vriendelijk en betrokken.

    Tijdens mijn sjabbatmiddag wandeling viel het weer op dat mensen vriendelijker worden. Bijna iedereen die ik op mijn wandeling ontmoet groet. En op sjabbat hoor ik meerdere keren sjabbat-shalom, uit de mond van niet-joden.

    Dat is voor mij dan een tegenwicht voor het geluid van EAJG, een piepklein groepje dat zichzelf noemt: Een Ander Joods Geluid. Ten eerste is het schandalig dat ze zich doen voorkomen alsof ze een grote Joodse achterban vertegenwoordigen, want ze maken veel Geluid en worden dus helaas gehoord. Het doet me denken aan een uitzending over vaccinatie. Er zijn dus duizenden en duizenden deskundige artsen die aan de hand van wetenschappelijk onderzoek bepleiten dat kleine kinderen worden ingeënt tegen de mazelen. Daar tegenover is er dan een piepklein groepje gedreven anti-vaccinatie-moeders die de wereld proberen uit te leggen, gebaseerd op onwetenschappelijk emotie, dat vaccinatie leidt tot autisme. En dan is er een tv-uitzending waarbij de arts en de anti-vaccinatie-moeder beiden evenveel zendtijd krijgen terwijl ze qua achterban onvergelijkbaar zijn.

    Zo zie ik dat zogenaamde andere Joodse geluid ook. Wie, behalve de heer Hamburger zelf, zit er nog meer in dat clubje? Waarom ik me daarover opwind? Ik weet dat hun geluid in Den Haag gehoord wordt. Jammer, want ze vertegenwoordigen bijna niemand. Maar wat ze nu weer in de wereld hebben geslingerd is “de mogelijkheid dat Israël een initiërende rol heeft gespeeld bij de rampzalige explosie in Beiroet”. En dan volgt hun zeer overtuigende wetenschappelijke onderbouwing: “Er is evenmin een aannemelijke andere verklaring voorhanden”. En dus is Israël schuldig! Sic. Het doet me denken aan dat ironische grapje dat ik enige maanden geleden met u heb gedeeld: Vraag: Wie is er schuldig? De Jood of de lantaarnpaal? Wedervraag: Hoezo de lantaarnpaal?

    Israël beschuldigen zonder enige vorm van onderbouwing is slecht, verfoeilijk en leidt tot niets. Sorry, het leidt tot bijna niets, want het bevordert wel het antisemitisme. Ik weet, heer Hamburger, dat uw clubje niet bedoelt het antisemitisme aan te wakkeren. Maar dat gebeurt wel, want de scheidslijn tussen antizionisme en antisemitisme is flinterdun. 

    We bevinden ons is de Joodse maand Elloel, de voorbereidingsmaand voor Joods Nieuwjaar. Iedere dag wordt er op de sjofar geblazen als oproep tot inkeer. Wordt wakker, kom terug naar de juiste weg. Heer Hamburger, weet dat het nooit te laat is, ook niet voor u, om naar de juiste weg terug te komen. En naar de Overheid, waarvan mij bekend is dat ze ook het geluid van die enkelingen die pretenderen een Joods Geluid te vertegenwoordigen horen, zou ik willen zeggen: Gelijk u geen aandacht besteed aan die paar anti-vaccinatie-moeders, die u niet serieus neemt, luister zo ook niet naar dat zogenaamde Andere (on)Joodse Geluid.

    Maar gelukkig heb ik ook weer iets moois mogen beleven. Ik ben gevraagd lid te worden van het Comité van Aanbeveling van een stichting die wil komen tot de uitgave van het boekje ´'Een ver-Urkte Israëliet, het levensverhaal van Japien de Joode'. ‘Op’ Urk (en niet ‘in’ Urk, voor de Neerlandici onder u) gaan een aantal vrijwilligers dit boekje nu als een stripverhaal uitgeven. In 1995 was het uitgegeven als gewoon boek. Ik heb voor dat boekje indertijd een inleiding geschreven, als ik me goed herinner. Het gaat over het leven van de enige Joodse familie die op Urk woonde en in de oorlog vermoord werd in Sobibor, de familie Kropveld. De uitgevers van vijfentwintig jaar geleden willen het nu uitgeven in de vorm van een stripverhaal dat op alle basisscholen op Urk onderdeel gaat worden van de lessen. Een geschiedenis die zich in hun eigen woonomgeving heeft afgespeeld, in dezelfde straat waar zij nu wonen of om de hoek, in een periode dat het normaal werd bevonden, zelfs ethisch volledig verantwoord, dat Joden niet meer naar de gewone school mochten, dat Joden moesten verhuizen naar Amsterdam, dat Joden op transport werden gesteld……

    Heer Hamburger: kijk hoe niet-joden zich voor ons inzetten. U mag van hen leren!

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

  • Hij maait het gras op de begraafplaats

    Tot nu toe heb ik er geen aandacht in mijn dagboek willen besteden aan het volledig onverwachte overlijden van de zoon van mijn collega rabbijn en mevrouw Heintz uit Utrecht. 24 jaar jong! Reden? Weet ik niet. Misschien vond ik het ongepast of lag het voor mij te emotioneel. Hij woonde in Brooklyn New York en was manager van twee koosjere bekende pizza stores. Eind vorige week viel hij weg, na een kort ziekbed. Iedereen kende hem, want hij was gewoon heel vriendelijk en aardig. Een door en door goede jongen.

     

    Het was dan ook niet verbazingwekkend dat honderden en honderden aanwezig waren, ondanks corona, bij zijn lewaja, begrafenis, op de Joodse begraafplaats waar ook de Lubavitscher Rebbe begraven ligt.  22 Jaar geleden verloren wij onze 15-jarige zoon Awremmel zl. op 5 Elloel en nu op 6 Elloel werd Levi Heintz zl. uit het aardse leven weggerukt. De komende jaren kunnen wij dus aansluitend aan elkaar de jaartijden in acht nemen met de daaraan gekoppelde sjoeldiensten.

     

    Hoe kan je de ouders tot steun zijn, vraag je jezelf bliksemsnel af? Troosten is nog niet aan de orde en überhaupt wat valt er te troosten? Verwerken heet zoiets. Er bestaan Joodse wetten en beschreven adviezen, afgeleid uit Thora en Talmoed, over ziekenbezoek. Maar ook over de begeleiding en bejegening van bloedverwanten bij onverhoopte sterfgevallen. Door die wetten heen voel ik een vette regel lopen: Zorg dat je er bent voor hen die getroost moeten worden. Maar nog belangrijker is: Dring je niet op en dring niet aan. Gun mensen de vrijheid om het verlies en het verdriet op een persoonlijke wijze te plaatsen en te verwerken! En ga vooral niet vertellen dat jij alles begrijpt want jij hebt hetzelfde meegemaakt! Klinkt logisch, maar is dat helaas niet. Zie het als volgt: ik ben bij de huisarts omdat ik pijn heb aan mijn grote teen. Nadat ik mijn pijn heb beschreven begint de dokter mij te vertellen dat hij ook pijn heeft aan zijn grote teen. Dat is natuurlijk zielig en ik zou hem best willen helpen, maar ik kom bij die huisarts om zelf geholpen te worden en ben eigenlijk, als ik het even ongenuanceerd mag zeggen, totaal niet in zijn teen geïnteresseerd. Gun mensen die verdriet hebben ruimte, probeer je in hun situatie te verplaatsen en schakel jezelf uit.

     

    Toen wij vorige week op de begraafplaats waren vanwege de jaartijd (de sterfdag) van onze zoon, schrokken wij van het achterstallige onderhoud. Er schijnt geen geld beschikbaar te zijn om het gras te maaien. Persoonlijk vind ik dat niet zo erg. Wel hoog gras, niet hoog gras. Maar sjabbatochtend na de sjoeldienst in onze privé tuintentsjoel/sjoeltenttuin bracht Blouma tijdens de sjabbat maaltijd het hoge gras ter sprake en vroeg onze gast of hij het misschien zou willen maaien. En zo heeft de begraafplaats in onze stad een begraafplaats die weer onderhouden gaat worden en waar het gras weer zal worden gemaaid. Deed me trouwens denken aan die Ierse vrouw die haar zoon schrijft dat zijn vader een ongeluk heeft gehad. Hij was gevallen in een groot vat whisky. De brandweer moest hem uit het whisky-vat redden, maar, zo schrijft de moeder “je vader heeft zich kranig geweerd”. En daarna schrijft de moeder verder en vertelt dat z’n vader promotie heeft gemaakt. “Hij heeft nu achthonderd mensen onder zich. Hij maait het gras op de begraafplaats!”

     

    Een zeer ervaren en kundig psycholoog in het Sinai Centrum heeft mij eens uitgelegd dat humor een mechanisme is om te overleven.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Hij werd uit de trein gegooid. Dagboek van een Opperrabbijn 22 november 2020

    Een rustig weekend. Alleen vrijdagavond na de sjoeldienst werden we, toen we braaf voor het stoplicht stonden te wachten, vanuit een voorbijrijdende auto uitgescholden. Ik kon niet zo goed horen wat er precies werd gezegd, en dat was waarschijnlijk maar goed ook. Maar sjabbat ochtend werd er wederom vanuit een auto geroepen. En toen hoorde ik het wel: sjabbat sjalom! Uitzondering? Neen. Het aantal keren dat er door fietsers of vanuit auto’s mij een warm sjalom wordt toegeroepen, en op sjabbat zelfs sjabbat sjalom, overtreft de negatieve verwensingen volledig! Waarbij opgemerkt dat de verwensingen die me naar het hoofd worden geslingerd geen onderscheid maken tussen door-de-week en sjabbat, maar misschien weten de rijdende brullers het onderscheid tussen sjabbat en de andere dagen van de week niet zo goed doordat er op hun school geen aandacht is besteed aan het vak burgerschap. Misschien een idee voor de Inspectie van het Onderwijs om hiernaar eens te kijken! Wellicht kan dan het naschelden (of erger) op een educatieve manier voorkomen worden. En met erger bedoel ik dan het bekladden van een poster die oproept tot het naleven van coronamaatregelen met een davidster en een hakenkruis, gewoon hier in Nederland, in Etten-Leur. In Oekraïne ging het iets harder toe, afgelopen week. Ik kreeg beelden onder ogen van bekladdingen op een Joodse begraafplaats in Zhytomyr, nam meteen contact op met de rabbijn aldaar die ik goed ken en kreeg deze reactie: “We inform you that this happened not in Zhytomyr, but in the Zhytomyr region, in the city of Malin (Korosten district of Zhytomyr region). This event is already being dealt with by the competent authorities.” Goed dat van overheidswege dit wordt aangepakt, want in het verleden is er daar wel e.e.a. fout gegaan, om het even zachtjes uit te drukken. Ik doel op een gesprek dat mijn echtgenote had met een bejaard familielid. Enige weken geleden was het de 100ste sterfdag van de overgrootvader van mijn Blouma, Menachem Mendel Kaplan, de grootvader van haar vader. Op 56-jarige leeftijd was hij door Russische soldaten de trein uitgegooid toen hij onderweg was van Bobroisk naar Rostov en als Jood werd herkend. Enige tijd later is hij aan zijn verwondingen overleden. Nu was er door dat bejaarde familielid, een vitale kleindochter van 85, een zoom bijeenkomst georganiseerd van nazaten: derde, vierde en vijfde generatie. Honderdvijfendertig adressen namen deel vanuit tientallen plaatsen in Israël, Buenos Aires, Melbourne, New York, Montreal, Londen, Nederland, Florida, Detroit, Moskou en ik zal er nog wel een paar vergeten zijn. Indrukwekkend. Wat een éénheid, ondanks de diversiteit. Menachem Mendel Kaplan was een chassidische orthodoxe Jood en dus zijn veel nazaten ook orthodox levend. Maar velen ook niet meer. Door het communisme gedwongen hadden ze het religieuze Jodendom moeten verlaten. Op school was godsdienst een taboe (ik ben dankbaar dat wij in Nederland artikel 23 nog in de grondwet hebben staan!), maar ook was het levensgevaarlijk om thuis iets aan Jodendom, of enige andere vorm van religie, te bedrijven (ik verwacht niet dat dat in ons land kan gebeuren!). Als dat werd bemerkt, werden kinderen naar een communistisch opvoedingsgesticht gebracht en de ouders naar Siberië verbannen. Een van de nazaten, een professor aan de Universiteit van Moskou, wist niets meer van Jodendom en snakte naar informatie over zijn roots. De voormalige burgemeester van Arad (Israël) gaat jaarlijks naar de geboorteplaats van zijn grootvader om daar kadiesj voor hem te zeggen, hoewel hijzelf niet echt religieus levend is. Schrijnend kwam naar voren dat Menachem Mendel Kaplan elf broers en zusters moet hebben gehad. Dertig namen kwamen tijdens de zoom-bijeenkomst naar boven. Aviva, de 85-jarige initiatiefneemster van de virtuele reünie, heeft gepoogd bij Yad Vashem in Jeruzalem uit te vinden of er iets bekend was over hun plaats van overlijden…totaal onbekend! Niet alleen de locatie waar ze vermoord zouden zijn was niet te vinden, maar zelfs hun namen kwamen überhaupt niet voor in geen enkel register! Volledig verdwenen, met hun gezinnen. Ik denk terug aan mijn bezoeken aan Oekraïne, deel van de voormalige USSR. Op honderden plaatsen waren massagraven. Hele Joodse gemeenten werden letterlijk in een paar dagen volledig uitgeroeid. Niemand kent ze meer, niemand weet nog van hun bestaan. Zelfs Yad Vashem heeft nooit van ze gehoord. Ik ontmoette in Mariupol enige jaren geleden een hoogbejaarde vrouw die als meisje van negen jaar dichtbij de moord op 16.000 Joden woonde. Ze herinnerde zich het geschreeuw van de slachtoffers, het gebrul van de Duitse moordenaars. Eén baby hebben ze ’s nachts aangetroffen, weet ze te vertellen, die nog leefde. Een buurvrouw heeft die meegenomen. Die baby moet de enige overlevende zijn geweest. Maar waar die nu is? Of die baby van toen weet wie ze is? Mijn schoonmoeder heeft het beleg van Leningrad overleefd. Rondom Leningrad lagen de Duitsers, binnen de communisten. Haar broertje, zusje, vader en moeder zijn van de honger gestorven. Zij werd als weesmeisje van elf jaar van ziekenhuis naar ziekenhuis, van opvoedingsgesticht naar gesticht gebracht. Dat ze Joods was moest vooral verzwegen worden…Mijn schoonmoeder heeft het overleefd en nieuwe bewust Joodse generaties nagelaten. De grootvader van mijn schoonvader, Menachem Mendel Kaplan idem. Maar het werd wel duidelijk, en wordt steeds duidelijker dat hele Joodse gemeenten zijn weggevaagd zonder enig teken na te laten. Geen graf, geen geschiedenis, geen naam. Des te warmer klinkt dat sjabbat sjalom van gisteren nog na in mijn hoofd en ben ik dankbaar voor de vele warme contacten en vriendschappen die ik in de niet-joodse wereld heb mogen opbouwen. En voor nu: een goede week!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Ik Lap Het Aan Mijn Laars, Dagboek van een Opperrabbijn 17 november

     

    Gisteravond een telefoontje over Ysselsteyn. Weer Ysselsteyn? Ja en nee. Een goede bekende van mij, oud-collega vanuit het Sinai Centrum, vraagt mij wat ik tegen zijn vriend Dhr. X heb. Hoewel ik hoop dat ik niet aan geheugenverlies lijd, had ik geen idee wie de heer X zou moeten zijn. Maar, zo gaf mijn oud-collega mij aan, ik was erg hard ten onrechte tegen hem uitgevallen in mijn dagboek en dat was dan weer overgenomen door het NRC. Wanneer het gaat om namen en soms ook om gezichten, dan heb ik gelukkig een echtgenote die altijd iedereen kent en zelfs aan kinderen kan zien wie de ouders zijn. Ik ben daarin niet zo goed, om het maar even zachtjes uit te drukken. Als verzachtende omstandigheden geldt dat als ik een zaal toespreek met honderd mensen, dan onthouden die mensen mij makkelijker dan ik die honderd mensen. Ik herinner mij een lewaja, begrafenis, op Muiderberg, de begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam. Het was snikheet en na afloop bij de koffie stond een oude man letterlijk tegen de muur te zweten. Ik naar hem toe met de vraag of ik een kop koffie voor hem mag halen. Dat mocht en ik dus door de meute, neem de koffie en weer terug. Z’n zoon stopt mij en begint een praatje, zoals dat regelmatig geschiedt. ‘Als je het niet erg vindt, dan kom ik zo terug, maar ik breng eerst even de koffie naar je vader’, zei ik tegen de zoon. Waarop de zoon mij ietwat geïrriteerd antwoordde: ‘Dat is knap, want mijn vader is acht jaar geleden overleden…’. Het leek mij toen verstandiger om even niets te zeggen. Ik had dus absoluut geen idee wie Dhr. X was en het leek mij onwaarschijnlijk dat ik hem in de media met naam en toenaam beledigd zou hebben. Maar ja, mijn oud-collega was erg stellig in zijn bewering en gaf aan dat X bezig was een DOEboek te schrijven in overleg met Ysselsteyn en nu beticht werd van Holocaust ontkenning. Er zou aangifte tegen hem worden gedaan. Ik hield vol dat ik geen idee had waarover dit ging, maar vroeg mijn oud-collega om zijn telefoonnummer opdat ik e.e.a. kon rechtzetten. Nadat ik vannacht online op zoek was gegaan naar dat DOEboek en dat vluchtig had doorgelezen, snapte ik er helemaal niets meer van. Een goed werkboek dat kinderen prikkelt om na te denken over de verschrikkingen van de oorlog. Dat boek zou, als ik het goed had begrepen, gebruikt worden in het educatieve centrum op de Duitse Begraafplaats Ysselsteyn. Vanochtend dus gebeld naar de heer X en hem gerustgesteld en aangeboden dat als hij voor de rechter moet verschijnen, ik meekom en de verdediging zal voeren. Totale waanzin! Ik heb na ampel beraad een petitie getekend tegen het eervol herdenken van landverraders op de begraafplaats Ysselsteyn, ben er inmiddels achter, na Ysselsteyn bezocht te hebben, dat het geen zwart-wit verhaal is, maar een ‘herdenking met nuance’, en dus gaat het keurig netjes opgelost worden want ieder is in dezen te goeder trouw. Maar omdat mijn handtekening onder A stond, is die handtekening zonder mijn medeweten ook onder B beland. En dus zal ik voorzichtiger moeten zijn met het ondertekenen van petities! De heer X voelde zich, totdat we elkaar spraken, diep door ‘de opperrabbijn’ gekwetst! Verder heb ik hopelijk niemand het leven direct of indirect zuur gemaakt. Ik schrijf er wat lichtvaardig over, maar dit soort geintjes doen mij pijn.

     

    Ook pijnlijk was de hulpvraag van een Israëliër die gescheiden is en wiens ex in Nederland woont met hun gezamenlijke kinderen. Hij heeft, om reden die mij nog niet geheel duidelijk is, toestemming nodig van de ambassadeur der Nederlanden in Israël om Nederland binnen te komen. Waarschijnlijk speelt corona hier een rol. Ik heb inmiddels al zijn gegevens, maar wacht nog op zijn telefoontje waarin hij mij uitlegt wat precies het probleem is.

     

    In de avond had ik een zoom-cursus voor de Joodse Gemeente Noord-Holland Noordwest met als onderwerp ‘orgaandonatie’, ik had me uiteraard voorbereid. En dan nog iets moois: ik ben gevraagd zitting te nemen in een bestuur van een niet-joodse organisatie. Een hele eer, maar daarom gaat het mij niet. Het is goed omdat ik vanuit die positie een uitbreiding van mijn netwerk verwacht en dat kan ik dan weer gebruiken voor wie weet wat. Welke Stichting? Mijn Advisory Board, waarin adviseurs zitten en geen vriendjes(!), vindt het verstandiger om niet de naam van de organisatie te vermelden. Er zijn er namelijk die dan meteen de organisatie zouden kunnen gaan bellen…waarom Jacobs? Dat is niet leuk, maar dit soort pesterijen is een deel van mijn Rabbinale functie. Een van de leden van mijn Advisory Board gaf mij het volgende advies:

     

     

    Je hoofd omhoog, je neus in de wind.

    En lap aan je laars, wat een ander ervan vindt.

     

    Klinkt goed, alleen ik ben niet zo goed in het aan mijn laars lappen!

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Ik stop er (niet) mee! Dagboek 8 okt. 2020

    Het is vandaag wel en niet mijn laatste dagboek. Laat ik nog iets duidelijker zijn. Vlak voor Pesach werd ik benaderd door Prof. Emile Schrijver van het Joods Cultureel Kwartier. Het Joods Historisch Museum, onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier, wil graag dat ik een dagboek ga bijhouden, “Dagboek van een opperrabbijn in Coronatijd”. Mijn wellicht ietwat onnozele vraag was wat er dan gaat gebeuren met dat dagboek. Het antwoord was ontluisterend duidelijk: voorlopig niets. Misschien in de toekomst voor een tentoonstelling, of een uitgave, of….we zien wel.

     

    Ik dus braaf in de digitale pen geklommen vanuit mijn quarantaine in Montreal. Een paar weken voor Pesach was ik daar namelijk aangekomen in de veronderstelling dat voor Pesach alles weer normaal zou zijn! Hoe het verder is gegaan ondervindt u allen nog steeds aan den lijve. Maar na enige tijd was mijn werk toch een beetje een monnikenwerk, wat voor een rabbijn natuurlijk niet fijn is. Werken zonder respons, spreken voor een lege zaal. En toen kwam CIP in mijn gedachten opwellen.

     

    Misschien is mijn vriendje Rik Bokelman, bekend van de Rab en Rik show van enige jaren geleden, en ook nog de baas van CIP, wellicht geïnteresseerd voor zijn CIP. Prof. Schrijver helemaal akkoord en ook Rik. En zie, maanden achtereen vijf keer per week op een christelijke website een Joodse rabbijn. Ondertussen verschijnt het dagboek ook op diverse facebooken, op Joods bij de EO, Christenen voor Israël en is enige tijd geleden is het enige Nederlands Israëlitische Weekblad, het NIW, ook mee gaan doen.

     

    Maar even los van de inhoud van de dagboeken en het bereik: in een periode waarin het eeuwenoude virus genaamd antisemitisme weer stevig aan het opleven is, is het juist van belang dat er geen geestelijke social distance is, maar dat er coalities worden gevormd. Antisemitisme is namelijk niet alleen een Joods probleem, maar het probleem van de brede samenleving. In de Tweede Wereldoorlog waren er niet uitsluitend 6 miljoen Joden vermoord, maar kwamen meer dan 52 miljoen mensen om het leven! Mijn dagboek voelde ik als een soort brugbouwproject. Een handreiking, een teken van verbondenheid, een demonstratie van eenheid in diversiteit.

     

    CIP gaat dus nu stoppen met mijn dagboek. Maar www.niw.nl en de diverse facebooken gaan gewoon verder, omdat het Joods Cultureel Kwartier, mijn oorspronkelijke opdrachtgever, mij geen rust gunt.

    Maar neem ik dan afscheid van CIP?

    Zeker niet.

     

    Rab & Rik gaan op een andere manier samen verder. Direct na Soekot, het Loofhuttenfeest. Iedere sjabbat wordt er in de hele wereld een vastgelegd deel, een Sidra, uit de Thora voorgelezen. Drie keer per week ga ik gedachten uit de Sidra van de week brengen. Op maandag, woensdag en vrijdag zullen die gedachten verschijnen. Dat is dus de taak van Rab(bijn). Rik (Bokelman) zal, voordat het op CIP verschijnt, de tekst hebben doorgenomen en Rik zal dan aan Rab per gedachte twee vragen stellen die Rab dan weer mag gaan beantwoorden.  En dan precies over een jaar hebben we de hele Thora doorgelernd en gaat CIP dit in boekvorm uitgeven.

    We stoppen dus zeker niet en toch ook weer een beetje wel. Maar het belangrijkste is, dat er een brug is geslagen tussen jullie, de CIP-lezers, en wij, de Joodse Gemeenschap. Dat we hopelijk ervan doordrongen zijn dat we veel gemeen hebben en moeten proberen met ons gemeengoed samen op te trekken in een samenleving die dreigt steeds verder van de Eeuwige af te dwalen. Een samenleving ook die momenteel gebukt gaat onder het coronavirus. Corona zal worden aangepakt, daar komt met G’ds hulp zeer spoedig een vaccin voor. Maar tegen dat eeuwenoude virus genaamd antisemitisme zal het veel lastiger zijn te strijden. Dat virus ondergaat bij voortduring mutaties. In de tijd van de Kruistochten was het virus dodelijk omdat de Joden de oprichter van het Christendom gedood zouden hebben. In de Middeleeuwen veroorzaakten wij de pest en waren wij zelf dus het virus. Mijn ouders hadden in de Shoah het verkeerde ras. En ik ben zionist.

     

    En toch geven we de moed niet op en hoop ik dat ik met mijn dagboeken op CIP coalities heb mogen maken om samen eensgezind te strijden voor een betere wereld.  Een wereld waar de echte shalom zal heersen voor ‘alle bewoners van Uw aarde’.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceerde  deze bijzondere stukken dagelijks en het NIW gaat er gewoon mee door!

    Naschrift CIP.nl:Gedurende het Joods jaar wordt de hele Thora gelezen in de synagoge. Opperrabbijn Jacobs deelt drie keer per week een wijze levensles aan de hand van het schriftgedeelte van die week. Naar aanleiding van die les stelt Rik enkele vragen, waar de rabbijn weer antwoord op geeft. Rab en Rik is een boeiend initiatief waarbij je uit het oudste boek ter wereld lessen leert voor vandaag! Vanaf volgende week vind je bij ons iedere week drie nieuwe levenslessen en inspirerende antwoorden op vragen die je wellicht altijd hebt willen stellen! En het dagboek? Gaat gewoon verder en is te volgen via www.niw.nl.

     

  • IS-fotograaf, resoluties en de burgemeester, Dagboek van een Opperrabbijn 16 november

    Vanochtend mocht ik weer een brief ontvangen gericht aan “Het Secretariaat”. Waarvan dat secretariaat “Het Secretariaat” is weet ik niet en ook de inhoud overstijgt mijn beperkte verstand. Ik laat u even meelezen: “Ds. de Reuver. Abel doodt een lam, Abel wordt zelf gedood, Kaïn wordt verjaagd. De eerste mens in de Bijbel die een dier offert, wordt zelf gedood. Genesis 1 vers 29 is het plantaardige voedsel voor de mens.” Dat weet ik dan ook weer, dacht ik na lezing. Maar een brief kan erg eenvoudig in de blauwe papier-Kliko verdwijnen, maar taarten (niet koosjer), een tiental vlaggen van Israël, bloemen en grote dozen zijn iets lastiger te verwerken. Behalve het dagelijks ritueel van e-mails lezen en beantwoorden, dagboek schrijven en zoom-cursussen voorbereiden, had ik een fotograaf op bezoek die een foto kwam nemen (dat doen fotografen wel vaker!). In mijn zoom-cursus van vorige week hadden we de mitswa, het gebod van gastvrijheid behandeld. Gastvrijheid, het ontvangen van gasten, kent twee aspecten. Het daadwerkelijk geven van een maaltijd, maar daarnaast, en Maimonides de filosoof, arts en rechtsgeleerde benadrukt dat, is er het tonen aan de gast dat hij welkom is. De gast moet zich thuis voelen, dat is een essentieel onderdeel van echte gastvrijheid. Toen de fotograaf klaar was en ik weer eens op een digitale gevoelige plaat was vastgelegd, bood ik, gastvrij als ik probeer te zijn, de man een kopje koffie aan met een oer Nederlands koekje. Hij wilde dat echter niet en dus heb ik hem netjes naar de deur begeleid en informeerde naar zijn doen en laten als fotograaf, om hem het gevoel te geven van ‘gastvrijheid’. Nou bleek hij dus jarenlang de fotograaf te zijn geweest van IS!

     

    In de gang was het redelijk schemerig waardoor hij mijn ongetwijfeld verkleurende gezicht niet kon opmerken. Camera’s om mijn huis tegen terroristische aanvallers, mondkapjes, ventilatie en 1.5 m afstand tegen corona, geweldig! Maar ik laat me fotograferen door de IS fotograaf! Gelukkig bleek die IS niets te maken te hebben met de IS. IS was de afkorting van Internationale Samenwerking, een organisatie die, via via bekostigd werd door Buitenlandse Zaken en als doel had om juiste informatie te geven over van alles en nog wat uit de internationale wereld van oorlog en politiek. Die IS bestaat inmiddels niet meer en moet mijn fotograaf als freelance-fotograaf de kost zien te verdienen, hetgeen hem, naar eigen zeggen, prima lukt. Maar op zichzelf een prima zaak dat er gepoogd werd, indirect dus via ons ministerie van Buitenlandse Zaken, om eerlijke apolitieke informatie te verspreiden. Want er wordt wat ge- en verdraaid in de politiek. De WHO, de Wereld Gezondheidsorganisatie, heeft het gepresteerd om vier uur te spreken over de Israel-Palestijnen-kwestie tijdens een corona-overleg! Deed me even denken aan dat grapje: Vraag: Wie is er schuldig? De Joden of de lantaarnpaal? Reactie: Hoezo lantaarnpaal?

     

    Maar gelukkig houden de Verenigde Naties zich wel bezig met waarvoor ze zijn opgericht, namelijk het bedrijven van politiek. Ze hebben namelijk in een van hun anti-Israel resoluties van de afgelopen week besloten dat de Tempelberg waarop de Tempel stond niet langer (ook) de Tempelberg heet, maar uitsluitend Haram al-Sharif. Onze Nederlandse vertegenwoordiging bij de VN presteerde het om voor de resolutie te stemmen evenals voor zes andere anti-Israel resoluties en onthielden ze zich van stemming bij een zevende resolutie. Ik hoop dat de Kerken, na hun indrukwekkende verklaringen, hun stem in dezen zullen laten horen, hetzij publiekelijk, hetzij achter de schermen. De Kerk moet zich zeker niet inlaten met politiek.  Maar politici erop wijzen om hun toezegging, niet mee te gaan in eenzijdige veroordelingen van Israel, gestand te doen, is niet zozeer politiek, maar meer een kwestie van moraliteit en behoort mijns inziens ook tot de taak van religieuze leiders, zeker gezien die politieke toezegging voortkwam uit een initiatief van de christelijke partijen in de Tweede Kamer.  

     

    Een onverwacht telefoontje van een burgemeester/politicus. Hij belde niet als politicus, niet als burgemeester, maar als mens. Zijn korte fluisterende maar onverbloemde boodschap luidde: “Binyomin, als je in de problemen komt, kun je op mij rekenen.” Warm en beangstigend. Ook mijn opa en oma hadden na de Duitse inval een telefoontje gekregen van (hun) burgemeester. En inderdaad heeft hij ze enige tijd met valse papieren en gesjoemel uit de klauwen van de nazi’s weten te houden. Maandenlang waren ze met een besmettelijke ziekte in het lokale ziekenhuis opgenomen, tot ook dat niet meer afdoende was…….

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks ophttps://niw.nl/category/dagboek/

     

  • Jarenlang stiekem met de trein

    Iemand vroeg mij hoe ik mijn dagboek maak. Ga ik ervoor zitten? Heb ik een vast tijdstip in de avond? Schrijf ik achterelkaar door? Hoeveel uur staat ervoor en heb ik nog wel genoeg om te schrijven? Ik vermoed dat mijn dagboekschrijverij vergeleken kan worden met de schrijver van de oudejaarsconference. Ik denk dat de acteur het hele jaar dag en nacht een antenne uit heeft staan, waarneemt en opschrijft en dan enige weken voor Oudejaar hij alle aantekeningen uitwerkt.

    Ik doe het ook zo. De hele dag door staat mijn antenne uit (of moet ik zeggen de antenne staat aan?) en meteen noteer ik wat ik denk dat zou passen in het dagboek. En tot mijn stomme verbazing zijn er voortdurend gebeurtenissen, gedachten, confrontaties die wellicht in het dagboek van morgen passen. En dan ’s avonds laat of ’s morgens vroeg aan de computer in mijn rabbinaatskamer, bestaande uit niet meer dan 1 vierkante meter van onze gewone woonkamer en op afstand een secretaresse/assistente die waar nodig overneemt.

    De politie wil liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer.

    Het gebeurt regelmatig dat ik mensen ontmoet die ik ergens in den lande Joodse les heb gegeven. Toen ik namelijk pas in Nederland was gaf ik twee dagen per week Joodse les aan kinderen in de Mediene(Joodse gemeenschap buiten Amsterdam). Vijf jaar lang ben ik iedere zondag naar Leeuwarden gegaan met de trein. Dat kon toen nog want heden ten dage wil de politie liever niet dat ik gebruik maak van openbaar vervoer vanwege veiligheid. Anno 2020, 75 jaar na de bevrijding!

    Maar ook in Neede gaf ik Joodse les, en in Winterswijk, Breda, Roosendaal, Zwolle, Aalten, Baarn en natuurlijk in mijn vaste standplaats Amersfoort. Recentelijk heeft een van mijn oud-leerlingen een hoge positie gekregen binnen de gezondheidszorg. Hij had me ook advies gevraagd hoe hij zich het best kon opstellen bij de sollicitatie, alsof hij nog de leerling van 8 jaar was! Zo’n hernieuwd contact is leuk. Maar ik kom uiteraard ook mensen tegen ‘van vroeger’ met wie ik aanvaringen heb gehad. We stonden soms fel tegenover elkaar, omdat hij bestuurder was en ik rabbijn. Er behoort een natuurlijke spanning te zijn tussen rabbijn en bestuurder. Dat houdt beiden scherp en is dus mijns inziens goed. Maar escalatie is niet zeldzaam en ontaardt van tijd tot tijd in een conflict tussen rabbijn en leek.

    Inmiddels weet ik dat ook in niet-joodse kringen predikanten, bisschoppen en ook imams niet onbekend zijn met dit soort spanningen. Ik heb in de loop der jaren een aantal escalaties meegemaakt. Ik durf mezelf op dit terrein dan ook een ervaringsdeskundige te noemen. Overigens heb ik juist door het overleven van dit soort toestanden anderen die in soortgelijke situaties waren beland kunnen helpen, ook nog recentelijk.

    Een paar dagen geleden ontmoette ik zo’n conflicterende bestuurder van decennia geleden. Ik denk dat wij beiden beseffen dat verleden tot het verleden behoort en dat nu het vandaag speelt. Hij is geen bestuurder meer van een Joodse Gemeente en ik ben gewoon rabbijn gebleven. En dus is de grond van de spanning van toen niet meer aanwezig en hebben we prima contact. We zitten zelfs samen in een Raad van Toezicht en zullen elkaar helpen waar nodig. En het verleden? Is niet vergeten, maar wel vergeven.

    Even een aardige anekdote die in mij opkwam toen ik deze bestuurder van toen ontmoette: Er werd van mij verlangd dat ik eens per week van Amersfoort met de auto naar Aalten reed, van Aalten naar Winterswijk en dan daartussen door ook nog even les in Neede bij een familie thuis. Nog recentelijk heb ik de Needense ouders, die inmiddels in Enschede wonen, bezocht. In die tijd waren de wegen in die omgeving verre van ideaal. ’s Avonds slecht zicht, bomen aan weerskanten. Tel daarbij op dat ik vermoeid was van het geven van de lessen. Dat ik in de winter verkleumde van de kou omdat in de sjoel van Aalten de kachel werd aangestoken als ik de les begon en het dus bij vertrek pas warm was.

    En dus kwam ik op het volgende idee: ik neem vanuit Amersfoort de sneltrein naar Apeldoorn. Vanuit Apeldoorn de boemeltrein naar Lichtenvoorde. Niet ver van het station van Lichtenvoorde was een garage die ook een taxibedrijf had. Ze waren bereid mij wekelijks bij de trein op te halen. Ik reed de chauffeur naar de garage terug, reed naar Aalten, Winterswijk en Neede. Daarna weer naar Lichtenvoorde om de auto terug te brengen. Kosten? Trein + huurauto Fl. 70,00. Briljant, dacht ik. Ik zou dan een uur langer onderweg zijn, maar qua vermoeidheid en veiligheid veel beter. En bovendien: Fl.10,00 goedkoper dan de vergoeding die ik kreeg voor de gereden kilometers. Ik enthousiast naar mijn werkgever/bestuurder. Besparing van fl.10,00 per week! Ik was weliswaar een uur langer onderweg, maar ik werd per dag betaald, dus wat salaris betreft geen verschil.

    Maar tot mijn stomme verbazing werd mijn voorstel afgewezen. Reden: als ik gebruik maak van de trein moet ik ook de bus gebruiken. Een huurauto behoorde niet tot de mogelijkheden. Ik probeerde nog uit te leggen dat het op deze manier veiliger zou zijn, beter voor de lessen omdat ik minder moe zou zijn en fl.10 goedkoper! Het bestuurlijke neen bleef overeind. Ook mijn argument dat de busverbindingen daar dermate slecht waren dat ik niet alle leerlingen na vier uur (einde van de school) en zeven (bedtijd) kon bereiken, werd niet geaccepteerd. En wat heb ik gedaan? Jarenlang stiekem met de sneltrein, boemeltrein en taxi en fl.80, 00 gedeclareerd zodat ze dachten dat ik met eigen auto de kilometers had afgelegd. Niet helemaal koosjer dus, wel veiliger en inmiddels meer dan 40 jaar geleden en dus verjaard.

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

  • Kan ik beter zwijgen? – Dagboek van een opperrabbijn

    Het was donderdag 17 Tammoez, een vastendag. Op deze dag werd er een bres geslagen in de muren van Jeruzalem en precies drie weken later werd de Tempel verwoest. Niet eten en niet drinken. En dus was ik minder actief als gewoonlijk. Maar gelukkig hoefde ik me niet te vervelen want in de Telegraaf stond op pagina 2 en 3, de best gelezen pagina’s van een krant, een artikel over BLM. Een erg goed verhaal dat wijst op het gevaar van deze wereld hysterie. Vanwege mijn dagboek van een paar dagen geleden met als titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” ben ik door Silvan Schoonhoven, journalist van De Telegraaf, gebeld om mijn mening over de demonstraties tegen racisme te geven en word ik dus geciteerd.

     

    Ik weet van mezelf dat ik nogal scherp uit de hoek kan komen en daarom is een korte aanvulling op mijn dagboek wel verstandig. Uiteraard ben ik tegen iedere vorm van racisme. Ik ben er zo fanatiek tegen dat indien mensen aanstoot nemen aan Zwarte Piet (waarbij bij mij geen enkel gevoel van discriminatie opwelt!) mijns inziens Piet moet worden afgeschaft of minstens verkleurd (sorry voor dit wellicht ongepaste grapje dat zomaar uit mijn digitale pen schoot). Ter illustratie: zo’n half jaar geleden nam ik deel aan een expertmeeting over polarisatie in onze Nederlandse samenleving. De vraag of levensbeschouwingen kritiek mogen uiten op elkaar kwam aan de orde. Mijn stellige mening is dat kritiek mogelijk moet zijn op voorwaarde dat je de ander niet beledigt of dat je weet of vermoedt dat jouw kritiek door de ander als beledigend wordt ervaren!

     

    Een voorbeeld? Gezien mijn dagboek ook op www.cip.nl verschijnt zag ik een podcast over burgemeester Halsema. Er werd gesproken over de positie van de vrouw en er werd uitgelegd dat de vrouw werd onderdrukt ten tijde van het Oude Testament, maar dat daarin verandering kwam na het begin van het Nieuwe Testament. Zonder erop in te gaan of dit überhaupt klopt, voel ik mij hierdoor gekwetst, want de vrije vertaling hiervan luidt: Joodse mannen onderdrukten (en onderdrukken dus nog steeds!) hun echtgenotes, maar het christendom heeft hierin gelukkig verandering gebracht. Kort samengevat om ieder misverstand uit te sluiten: ik ben fel tegen iedere vorm van discriminatie!

    Toch blijf ik uitgesproken van mening dat de BLM-beweging, of de hysterie zoals ik het noem, uiterst eng is. Eng, omdat de grote meute totaal niet weet wat er aan kwalijke ideologieën aan deze fanatieke nieuwe godsdienst ten grondslag liggen.

     

    Maar nu genoeg hierover, want ik breng dit onderwerp hier alleen te berde vanwege een telefoontje uit de Joodse Gemeenschap van een kundige, eerlijke en oprechte bestuurder. Hij belde mij en maakte mij zijn zorg kenbaar over de strekking van mijn dagboek met de titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” en over mijn quote over BLM in de Telegraaf van vandaag. Doordat ik zo uitgesproken tegen de antidiscriminatie-beweging schrijf, zou dat ertoe kunnen leiden dat t.z.t. mijn opstelling de vertaalslag zou kunnen krijgen dat ik, en dus ‘wij Joden’, vóór discriminatie zijn. En om dat mogelijke misverstand te voorkomen doe ik er beter aan om te zwijgen over dit gevoelige onderwerp. En dus heb ik vandaag zitten puzzelen bij mijzelf en vroeg mezelf af of het juist is om te zwijgen als mijn verstand en mijn geweten mij oproepen om demonstratief te waarschuwen?

     

    Aanstaande sjabbath lezen we uit de Thora de geschiedenis van Pinchas (numeri 25:11). Ik ga ervan uit dat u de geschiedenis kent. Pinchas had keihard ingegrepen en Zimri met zijn Moabitische gedood vanwege de verboden relatie die ze waren aangegaan. Niet iedereen kon zijn keiharde duidelijke optreden waarderen en dus ontstonden er roddels en afkeurende geluiden. Was het juist dat Pinchas zo keihard was opgetreden? Werd hij misschien gedreven door onzuivere belangen?

     

    Tot twee keer toe laat de Thora ons weten dat Pinchas de kleinzoon was van Aäron de Hoge Priester. Waarom moet die afstamming vermeld worden, het ware toch genoeg geweest als alleen zijn vader vermeld zou zijn? Het antwoord luidt: Pinchas was een en al naastenliefde gelijk zijn grootvader Aäron. Maar vanwaar dan dat harde optreden? Om te tonen dat juist vanuit liefde soms keihard moet worden gehandeld, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

     

    Ja, het ware misschien vriendelijker geweest indien ik niet zo duidelijk mijn grote zorg richting BLM had kenbaar gemaakt. Vriendelijker: ja! Maar soms is juist vanuit liefde duidelijkheid een vereiste. En dus waardeer ik het telefoontje met de goedbedoelde waarschuwing, maar ik neem mijn woorden niet terug. Uit liefde voor de brede samenleving blijf ik mijn zorgen uitspreken over de gevaarlijke aspecten van BLM, terwijl ik tegelijkertijd ieder vorm van racisme keihard veroordeel.

     

    Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.